ZO DENKT DEN BRAS ER OVER……

ZO DE WAARD IS VERTROUWT HIJ ZIJN GASTEN
Het nationale bestuur van BelgiŽ heeft beslist dat de gummiringen bij Nationale concoursen gehandhaafd blijven. Waarom? Ze denken op die manier de nationale concoursen veiliger te maken. Grote vraag is; wordt er in BelgiŽ op grote schaal gefraudeerd? Je zou haast denken van wel want tijdens de laatste KBDB vergadering werd de pers verzocht de zaal te verlaten. De afgevaardigden dachten nu komt de aap uit de mouw wat gelukkig mee viel. Net als in andere landen staat in BelgiŽ veiligheid van elk concours heel hoog in het vaandel maar ze draven wel erg ver door. Is het EC niet veilig genoeg? Zijn er met die systemen te veel mogelijkheden om oneerlijk spel te spelen? Als dat waar zou zijn is de duivenwereld toch wel erg lang stil blijven staan. Vanaf halverwege de negentigerjaren zijn allerlei proeven gedaan vooral op veiligheid. Vanaf begin deze eeuw wordt er wereldwijd gebruik gemaakt van diverse EC systemen. Of die 100% veilig zijn, ik denk van wel, ik weet echter ook dat er altijd mensen zijn die om wat voor reden de zaak willen bedonderen. Ik weet niet of dat iemand ooit gelukt is. Misschien ben ik te goed van vertrouwen en daarom is het heel goed dat er mensen zijn die zich inzetten om het plegen van fraude onmogelijk te maken. Maar om dat nu te doen door van elke elektronisch geregistreerde duif ook nog eens een controle gummiring te klokken lijkt mij te ver gezocht. Is het dan toch zo dat de Belgische bestuurders hun leden niet voor de volle 100% vertrouwen? Dat is wel de reden dat de mechanische klokken van de vorige eeuw weer van de zolders gehaald moeten worden. Ik hoop niet dat dit in ons land ook gaat gebeuren want de meeste liefhebbers hebben hun oude klok met het huisvuil meegegeven en als dat niet zo is dan zullen de meeste wel vastgeroest zijn. Is een duif registreren op een EC systeem met daarbij een telefonische melding doen bij een centraal meldadres niet voldoende? Dezelfde mogelijkheid is er ook via het WhatsApp systeem. Boeven zullen altijd blijven bestaan er zijn er zelfs zoveel dat er sprake is van een cellentekort. Naar mijn mening zijn er wel te veel verschillende EC systemen daarom zou het mogelijk kunnen zijn dat het ene systeem veiliger is dan het andere. Laten we niet te ver doordraven, wat er nu in BelgiŽ gebeurt is de klok terugdraaien. Deze maatregel is geen reclame voor de duivensport zeker niet op internationaal niveau. De komende maanden zullen er vast en zeker de nodige voorstellen voor 2019 gedaan worden. Hopelijk gaan die over samenwerking en eerlijk spel dat lijkt mij op dit moment het belangrijkste.

OUD EN DUS GEEN INTERESSE?
Dat maak ik in eigen omgeving mee. Het belangrijkste spel voor de Zaanse liefhebbers is de ZCC. Ooit een heel sterk centrum voor snelheid en halve fond spelers waar wekelijks om en nabij de 400 liefhebbers aan deelnamen. Dat aantal is helaas teruggelopen tot beneden de 100, erg jammer maar daar zullen we het mee moeten doen. We zullen er aan moeten wennen dat er geen duizenden duiven meer aan de start komen. Dat wil niet zeggen dat het daarom geen waardevolle en spannende concoursen meer zijn. Gelukkig wel, er wordt wekelijks op het scherpst van de snede gespeeld, fanatieke liefhebbers hebben nog steeds de overhand. De vluchten van 2018 liggen achter ons, de kampioenen zijn bekend, zij worden op zondag 18 november gehuldigd. Het sterk verjongde bestuur heeft een prachtig programma in elkaar gedraaid waarvoor alle leden zijn uitgenodigd. Ontvangst met koffie en gebak en tussen de middag een prima verzorgd koud/warm buffet waar helemaal geen kosten aan verbonden zijn. Het enige wat de leden moeten doen is zich uiterlijk 5 november aanmelden. Helaas, het bestuur is zwaar teleurgesteld omdat slechts een handjevol leden zich hebben aangemeld. Ik ben bang dat de hele feestelijk dag wordt gecanceld. In een woord treurig en naar ik begrijp is dit beeld ook landelijk. Houden de grijze melkers niet meer van een verzetje, een gezellig praatje met een hapje en een slokje waarvan je zou zeggen; dat gaat er in als koek. Nee dus!

TENTOONSTELLING
Elk jaar een vast item. Ik was er nooit een echte liefhebber van maar deed wel altijd mee en bezocht in de wintermaanden alle club shows in mijn omgeving. In die tijd waren de liefhebbers nog geÔnteresseerd naar wat de keurmeester van hun duiven vond. Ook dat is voorbij, geen interesse meer. De organisaties moeten op hun knieŽn om deelnemers te krijgen. Te gek voor woorden, waarom toen wel volop deelnemers en nu al een aantal jaren niet meer. Als clubbestuurder zei ik altijd: een heel jaar is het bestuur voor de leden in de weer, in de winter kunnen de leden een tegenprestatie leveren door aan de clubshow mee te doen. Het zijn weekenden die ook de clubkas extra deed vullen. Vorig jaar kwam er geen enkele bezoeker op de tentoonstelling van mijn club af. Je vraagt je af; wat hebben we verkeerd gedaan?

GROTE RUI ZO GOED ALS VOORBIJ
Dat zelfde geldt ook voor de selectie periode. Alle duiven worden nu met de dag mooier en over een paar weken zijn ze zo glad als een paling en dan wordt het steeds moeilijker om nog duiven uit te selecteren. De winterkwekers hebben denkelijk alles al op papier gekoppeld want voor hen is 26 november de dag dat alle kwekers weer bijeen gezet worden. Op verschillende hokken worden ook de vliegduiven dan bijeen gezet vooral om de eerste eieren van de kwekers onder te kunnen leggen. Zelf heb ik ook vele jaren aan winterkweek gedaan. De belangrijkste reden voor mij was dat ik met zeker twee of soms wel drie ronden jongen van de kwekers aan het jonge duivenprogramma kon meedoen. In die tijd werd er veelvuldig met kunstmest op de akkers gewerkt en mijn duiven gingen ondanks dat ik ze van alles gaf toch graag naar het veld. Tijdens de winterkweek heb je daar totaal geen last van omdat er dan op het land niets voor hen te vinden is waarmee je voorkomt dat ze vergiftigd worden. Een andere reden was dat het in december nog niet zo heel koud is waardoor de kans op bevriezing van kale jongen nihil is. Ik moet u bekennen dat ik nog nooit problemen heb gehad met bevriezen van eieren of kleine jongen en toch had ik geen verwarming in mijn hokken. Ik zorgde er wel voor dat er ruim voldoende nestmateriaal voorhanden was. Ik ben wel op hokken geweest waar tijdens de winterkweek bijna geen nestmateriaal in de schotels lag, ja dan vraag je om problemen. Ik zorgde er wel voor dat het behaaglijk was in het hok, niet alleen voor de duiven maar nog meer voor mezelf. Momenteel ga ik met steeds meer plezier naar de duiven. De grote hoeveelheid veren die er elke dag lag heb ik steeds met de stofzuiger verwijdert, dat is bijna niet meer nodig. De kwekers zijn klaar met de rui en de vliegduiven zowel oud als jong hebben nog een of twee oude pennen. Ze zien er prachtig uit en komen zo lang als dat mogelijk is drie keer in de week buiten. Ik ben niet zo aan voorstander van de duiven de hele winter binnen te houden.

SPECIALISATIE
Dat was een aantal jaren geleden een nieuw begrip binnen de duivensport. Het had toen al een beetje te maken met oneerlijk spel. Het werd in het leven geroepen door onze nationale organisatie. De toenmalige bestuurders zagen in dat het binnen onze sport de verkeerde kant op ging. Ons land kende in die tijd heel veel liefhebbers vooral kleine gezelligheidsspelers. De vliegprogramma’s werden uitgebreider, er kwamen meer spelmogelijkheden voor iedereen. Met de uitbreiding van de vliegprogramma’s kwamen ook de problemen. Soms wel drie vluchten in een weekend. Voor een heleboel spelers was dat fantastisch, ik behoorde ook tot die groep. Liever vier vluchten dan een dacht ik. Heerlijk op zaterdag de duiven opwachten. Die dag was mijn duiven dag en de hele familie plus vrienden wisten dat ik op zaterdag bezet was dan gingen de duiven voor alles. Toen ik ouder werd begon ik steeds meer te merken dat door de hoeveelheid van wedstrijden de hobby wel erg duur begon te worden. Met schoolgaande kinderen en iets meer duiven omdat er meer vluchten waren bleek dat voor mij geen haalbare zaak te zijn. Ik kon in die tijd geen 50 gulden per week aan mijn duivenhobby besteden en met mij nog vele anderen. Met grote regelmaat werd er in de duivenbladen geschreven over specialisatie. Als je tot de categorie gezelligheidsspelers behoorde was het beter om je te specialiseren op een of hooguit twee onderdelen van de duivensport. Je moest je niet willen meten met de grote mannen die veel meer duiven bezaten. Op zich een heel goed idee, en zo geschiedde. Duivenliefhebbers genoeg dus geen enkel probleem.

MINDER DUIVEN
Door de specialisatie kwamen er na verloop van tijd steeds minder duiven. Een nieuw fenomeen waren de “invliegduiven”. Dat waren de duiven die ingezet werden om te oefenen of te trainen doch niet meededen aan de wedstrijd en dus ook niet geklokt werden. Toen kreeg je situaties van een deelname van 400 duiven waarvan er maar 150 aan de wedstrijd meededen en dat was ook niet de bedoeling. Door de specialisatie kreeg je liefhebbers die enkel vitesse speelde, anderen speelden vitesse en midfond. Sommige alleen jonge duiven, anderen alleen eendaagse fond en weer anderen gaven de voorkeur aan de marathonvluchten. Voor iedereen was er dus een spelmogelijkheid totdat men er op gegeven moment achter kwam dat het aantal duiven per discipline sterk terugliep en zo is het tot op de dag van vandaag nog steeds zo. In sommige clubs is het zelfs zo dat er door te kleine deelname uitgeweken moet worden naar een ander inkorflokaal. Vooral op de eendaagse fond en de laatste midfond vluchten is dat zo. In eerste instantie was de specialisatie om iedereen zijn eigen spelletje te kunnen laten spelen. Door de sterke terugloop van leden blijkt dat de specialisatie bij veel verenigingen problematisch wordt in verband met het voortbestaan van de club. Er zijn geen deelnemers genoeg! Wat zou een goede oplossing zijn?

ANDER VLIEGPROGRAMMA?
Jarenlang bestond in ons land het vliegprogramma uit 5 vitesse, 4 midfond, 4 fond waarvan een overnachtvlucht, 6 jonge duiven en 5 natoer. Elke week 1 vlucht, geen specialisatie en iedereen deed wekelijks mee. Nu zal het duidelijk zijn waarom het generaal kampioenschap in die jaren zo belangrijk was en momenteel vanwege de specialisatie niets meer voorstelt omdat bijna niemand aan ALLE wedstrijden meedoet of mee kan doen. Er is in de loop der jaren zoveel veranderd waardoor we ons nu gaan afvragen waren die wijzigingen wel goed doordacht. Door het huidige uitgebreide vluchtprogramma terug te brengen naar 1 vlucht per weekend zal denkelijk voor grote onrust zorgdragen. We zullen misschien wel een beetje die kant op moeten gaan werken. De duivensport wordt aantrekkelijker minder tijdrovend en misschien ook wel minder kostbaar. Het gaat er natuurlijk ook om de bestaande groep leden bij elkaar te houden. Als er nog meer afhaken dan komen we steeds dichter bij het einde van de duivensport zoals we die kennen.

WAT IS ONZE DOELGROEP?
Jarenlang was er helemaal geen doelgroep. Leden genoeg dus waarom zorgen maken over de toekomst. Met zo een ondoordacht beleid zijn veel bedrijven en sportverenigingen naar de knoppen gegaan. Toen men doorkreeg dat de duivensport begon te vergrijzen ontwaakten belangrijke bestuurders uit hun slaap. Aan de hand van de terugloop van leden begon men uit te rekenen tot hoe lang de duivensport zou kunnen voortbestaan. De uitkomst van de rekensom zag er niet rooskleurig uit dus er moest actie ondernomen worden, maar op welke manier? Bijna alle pijlen werden gericht op de jeugd. Dat kostte veel energie maar niet geschoten is altijd mis. Men begon met het plaatsen van een gratis duivenhokje bij een aantal kinderen die voor de duivensport zonder hulp van ouders hadden gekozen. Dat zelfde werd gedaan bij scholen, speeltuinen en een enkele kinderboerderij. Het heeft niets opgeleverd oftewel weggegooid geld. Opeens kwam er iemand op het lumineuze idee een promotiefilm te laten maken. Overal in Nederland kon de film vertoond worden, elke vereniging had er de beschikking over dus men kon aan de gang om onze sport te promoten. Gedacht werd aan de groep 40-50‘ers. Deze waren klaar met zelf sporten en de duivensport zou daar een welkome aanvulling op zijn. Ook voor deze vorm van promoten werd flink in de buidel getast. Eindconclusie wederom weggegooid geld, doel niet bereikt oftewel geen extra leden kunnen noteren en zo modderde men maar door. Geen echte visie, geen onderbouwde voorstellen, wel in korte tijd diverse goedwillende bestuursleden en helaas heeft dat ook niets opgeleverd. Nog steeds slooft men zich uit om de jeugd voor onze sport te winnen. Laten we echter niet vergeten dat ondanks dat de jeugd van tegenwoordig altijd zal blijven bestaan er nu een jeugd van tegenwoordig is die er totaal anders uitziet. Zij hebben zo ontzettend veel mogelijkheden om hun vrije tijd te besteden en in dat rijtje hoort de duivensport niet thuis. Gewoon te kostbaar en te tijdrovend. Degene die begin december de nationale dagen gaan bezoeken zullen op zaterdag weer grote groepen kinderen op de manifestatie tegenkomen. Jeugdleden die ook hun vriendjes mee mogen nemen. Erg goed bedoeld, maar waar het om gaat……… volgens mij worden er geen nieuwe leden genoteerd. Mochten er kinderen dol enthousiast thuis komen en hun verhaal vertellen aan ouders die niets van duivensport afweten schrikken ze zich te pletter als ze eenmaal doorhebben wat dat allemaal gaat kosten en wat zullen de buren er wel van zeggen. Nee, dat is absoluut geen eenvoudige zaak. Via dagbladen valt er weinig promotie te maken. Er blijven wel een gigantisch aantal weekbladen over waarin de duivensport op een professionele manier gepromoot kan worden. Binnen onze duivensport is de deskundigheid in huis om daaraan te gaan werken. Een mooi begin is misschien wel de aandacht voor de duiven die meedoen aan de eindselectie voor de postduiven olympiade in Polen, trouwens ook een mooi item voor een sportprogramma op TV. Nederland is tenslotte een wereld wijd toonaangevend duivenland en dat moeten we zoveel mogelijk op een positieve manier zien uit te dragen.

WAAROM?
In Nederland of beter gezegd door de Nederlandse duivenhouders wordt steeds meer gesproken over de wildgroei in het grote aantal duiven dat wekelijks door steeds meer liefhebbers wordt ingezet. Dat ontmoedigd heel veel liefhebbers en daarom is er onvrede. De liefhebbers laten nu eindelijk hun stem horen, ze komen in opstand en dringen er op aan dat het spelen met een ongelimiteerd aantal duiven aan banden wordt gelegd want zoals het nu gaat gaat het absoluut de verkeerde kant op. Het spel voor de gewone man is uitgegroeid tot een gigantisch groot commercieel gebeuren. Het gaat niet meer om een huishoudelijke prijs of om een klein geldbedrag. In veel afdelingen wordt niet eens meer om geld gespeeld. De hobby melkers spelen om een kampioenstitel en de megahokken spelen om kettinguitslagen want dat is voor hen big business. Kampioenschappen zijn voor de megahokken niet interessant, wel kampioensduiven en vooral uitslagen waar zoveel mogelijk van hun duiven in voor komen. Jammer dat het hobby-matige steeds meer verdwijnt. De amateurs willen het nog wel tegen de beroepsspelers opnemen maar dan met gelijke wapens en niet meer 100 tegen 10. Dat is toch een ongelijke strijd die de kleine man nooit kan winnen. Dus er moet iets veranderen.

EERLIJK SPEL
Dat is het waar het in Nederland om draait. De hobby liefhebber hoeft zeker niet opzij te gaan voor de megahokken die van hun hobby hun beroep hebben gemaakt. De kleine man kan zeker af en toe een duif voor zo een professional in de uitslag pakken wat gelukkig nog zeer regelmatig gebeurd. De broodspelers moeten niet denken dat zij het alleen vertoningsrecht hebben op kopprijzen en mooie uitslagen. Degene die een uitslag kunnen lezen weten wel beter. Maar aan wedstrijden organiseren waar 100 tegen 10 de normaalste zaak van de wereld is moet in een recordtempo een einde aan gemaakt worden. Pas dan kunnen we spreken van eerlijk spel. De duivensport wordt voor veel liefhebbers veel te duur terwijl de profs zich dankzij de deelname van de hobby spelers en met medewerking van de verkoopsites enorm weten te verrijken. Binnen zo een onbenullige hobby als duivensport is dat toch te gek voor woorden. De dag en weekbladen zijn amper geÔnteresseerd in de duivensport terwijl er jaarlijks miljoenen in om gaan. Binnenkort komt er een totale verkoop van sterspeler Gaby Vandenabeele. Ik heb gelezen dat er iets meer dan 800 duiven onder de hamer komen. Zeker weten dat die een duizelingwekkend bedrag gaan opbrengen hoofdzakelijk dankzij de overwinningen tegen Jan met de Pet. Het frustrerende is dat Jan met de pet niet in staat is om ook eens een duifje van zo een bekend hok aan te schaffen. Nee zij mogen alleen hun duiven inzetten zodat de steeds groter wordende groep beroepsspelers kan schitteren met prestaties behaald tegen een respectabel aantal duiven. Vooral liefhebbers uit andere landen trappen daar in. Zij weten absoluut niet wat een oneerlijk spel er met name in Nederland en BelgiŽ wordt gespeeld. Gelukkig komen er ook steeds meer liefhebbers in BelgiŽ in opstand tegen de absurde situatie die de megahokken oftewel onsportieve zakkenvullers teweeg brengen.

NIET BANG ZIJN VOOR GROTE INKORVERS
Zo was het jaren geleden. In de eerste plaats werden er jaren geleden niet zulke onzinnige aantallen duiven door een liefhebber ingezet. Als er iemand met 40 duiven kwam werd hij uitgelachen. Zeker bang dat je er onderdoor gaat werd er al gauw gezegd. Het was in de tijd dat alleen de eerste duif telde voor een kampioenstitel. Dus 40 tegen 10 vond men toen al oneerlijk. In die tijd werd er ook nog met gummiringen geklokt en dat koste ten opzichte van het elektronisch constateren veel meer tijd. Ik vertelde toen dat ik voor niemand opzij ging al kwamen ze er met 200. Dat zou ik nu niet meer zeggen want door de terugloop van leden, de veel te grote vlieggebieden, het kleiner aantal wordende aantal deelnemende duiven, het elektronisch constateren en de heel grote inkorvers is het duivenspel totaal veranderd. Het is plat gezegd finaal uit de klauwen gelopen. De grote mannen maken de dienst uit en het zal niet meevallen om daar binnen de kortste keren verandering in te brengen. Toch zal het moeten!

WAT ZAL HET BEZWAAR ZIJN
Het seizoen is voorbij en het vergaderseizoen zit er weer aan te komen. Van mijn afdeling heb ik de eerste voorstellen tot wijzigen van allerlei zaken alweer binnen gekregen. Na alles gelezen te hebben zat ik direct met mijn handen in mijn haar. Allemaal weer van die voorstellen die al 50 jaar op de agenda voorkomen. IdeeŽn bedacht door een of twee ijverige verenigingsfunctionarissen die denken het wiel te gaan uitvinden. Wat zou het toch fijn zijn als onze nationale sportbond zou voorschrijven; zo gaan we het doen en niet anders. Wat moet het bezwaar zijn als we allemaal op dezelfde datum beginnen en eindigen. Wat zal het bezwaar zijn als we minimaal bij 100 km beginnen en op 600 km eindigen. Er kan dan een uitzondering worden gemaakt voor het handjevol marathonspelers dat we in Nederland hebben. Wat zal het bezwaar zijn als we allemaal via een gelijkluidend kampioenschap stelsel spelen. Wat kan het bezwaar zijn dat we allemaal wekelijks met maximaal 25 duiven meedoen waarvan de ringnummers voor aanvang van het seizoen zijn opgegeven en zet er nog 5 reserve duiven bij voor het geval er enkele duiven verspeeld worden. Liefhebbers van veel duiven mogen er gerust 500 houden, maar om mee te doen 25. Dan eens kijken of de professionals er zo een goede kijk op hebben dat ze wekelijks alles aan brandhout spelen. Op Malta mogen ze maximaal 10 duiven inzetten in Portugal spelen ze overwegend met jaarlingen en in China met jonge duiven. Ik neem aan dat ze in die landen net zo veel plezier aan het duivenspel beleven als wij. Wat zou het bezwaar zijn als we allemaal centraal gaan inkorven waardoor een groot deel van de ophaalkosten komen te vervallen. Wat zou het bezwaar kunnen zijn als er steeds meer centraal vervoerd gaat worden. Wat zou het bewaar kunnen zijn als we steeds meer (binnen niet al te lange tijd noodgedwongen) met elkaar gaan samenwerken in plaats van tegenwerken. Wat zou het bezwaar zijn als er kleinere vlieggebieden komen waardoor niemand weggespeeld wordt en ook niemand extra voordeel heeft. Vast en zeker zullen er nog meer ideeŽn gelanceerd kunnen worden, zeker nu er in Nederland een commissie aan het werk is met als hoofddoel EERLIJKER SPEL.

EENHOKSRACES
In eerste instantie dacht ik dat dit wel eens van levensbelang voor de duivensport kon zijn. Al snel ben ik daar op teruggekomen omdat het onmogelijk is grote groepen duiven gezond te houden en ook goede trainingen te geven. Grote aantallen blijven altijd bij elkaar vliegen, trekken niet weg en blijven daardoor zo dom als het paard van onze lieve Heer en dat was een ezel. Nee, eenhoks races zijn het in mij ogen ook niet. Toevallig las ik kort geleden een verslag van de ”Derby Costa del Sol” die voor de 6e keer werd gehouden. Er waren 1200 duiven ingezet waarvan er 827 aan de finale race deelnamen.De organisatie had volgens de verslaggeving alles tot in de puntjes geregeld wat ik direct geloof. Ik ben echter altijd razend benieuwd naar het eindresultaat. De duiven waren om 7.40 uur gelost en de eerste 6 duiven meldden zich om 14.22 uur wat betekent dat ze er 402 minuten over gevlogen hebben. De winnende snelheid was 1.112 meter per minuut zodat de afstand plm. 447 km geweest moet zijn. Tot zover ziet het er veelbelovend uit, maar nu komt het. Op de dag van lossing waren er 35 duiven van de 827 thuis, ja u leest het goed. Wat is er dan zo geweldig aan zo een race? Ik weet niet hoe het uiteindelijk is afgelopen maar ik kan zo een vlucht niet zien als uitstekend verlopen. Voor mij is dit een rampzalig verloop en misschien is het uitgelopen op een ramp maar mijn informatie gaat niet zo ver. Helaas gaat het niet alleen zo bij de Derby Costa de Sol in het Zuid-Spaanse Malaga. Een hoks races zijn in mijn ogen casino’s voor goklustige duivenmelkers. De grote te winnen bedragen zijn ontzettend belangrijk en de duif……?? Die telt helaas niet mee. Althans dat is mijn mening.

DE WERELD VERANDERT
Hoe we het wenden of keren we zijn op weg naar de koude wintermaanden. Op dit moment niet te geloven want de hoge temperaturen voor de tijd van het jaar blijven aanhouden. Oorzaak zijn de orkanen die ver van ons land zorgen voor veel ellende en verdriet terwijl in Nederland het prachtige vakantieweer blijft aanhouden. Onze stranden liggen elke dag vol met zonaanbidders, je durft ’s avonds bijna niet naar het nieuws op de TV te kijken want dan is er heel wat anders te zien dan wij momenteel gewend zijn. De ene natuurramp volgt de andere op, het vervelende is dat wij mensen de natuur niet kunnen regelen het enige dat overblijft is om zoveel mogelijk lotgenoten te helpen, maakt niet uit hoe, als er maar geholpen wordt hoe moeilijk dat in vele gevallen ook is. De wereld verandert, het is het gesprek van de dag. Wij gewone mensen kunnen daar geen invloed op uit oefenen, oorlog, geweld, verdriet, rampen, corruptie elke dag worden we ermee geconfronteerd. Onvoorstelbaar dat er dan in Nederland zoveel ophef wordt gemaakt over het aloude Sinterklaasfeest, zonder meer een fantastisch kinderfeest dat op 5 december wordt gevierd. Actiegroepen maken zich druk omdat Sinterklaas een roetzwarte knecht heeft met grote oorbellen en vuurrode lippen. Het zou teruggaan naar de slaventijd. Geen kind weet daarvan, op de scholen is aan alle kinderen geleerd dat Sinterklaas en Zwarte Piet grote kindervrienden zijn en daarom op 5 december als de Sint zijn verjaardag viert aan alle kindertjes een presentje komen bezorgen. Ik weet nog als de dag van gister dat ik in 1947 op Sinterklaasavond verrast werd met 2 postduiven en ondanks dat ons is bijgebracht dat Sint en Piet uit Spanje komen hadden de duiven wel Nederlandse ringen om. Dat vond ik op mijn 10 jarige leeftijd wel een beetje vreemd. Niet zo lang daarna kwam ik er achter dat beiden niet bestonden, nu ben ik 81 en geniet nog steeds van het feest vooral als ik al die blije kindersmoeltjes zie.

CONTACT MET SPORTVRIENDEN IS GOED VOOR DE MOTIVATIE
Als de rui voorbij is worden op veel hokken de duiven weer opnieuw gekoppeld. De voorbereidingen daarvoor krijgen bij veel liefhebbers nu al extra aandacht. Oude kwekers die al enkele jaren niet voor goede kweekresultaten hebben gezorgd moeten plaats maken voor de jongere generatie want wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. We verkeren nu in een periode dat we alleen maar kunnen toekijken hoe alles in het hok verloopt. Komen de duiven goed door de rui en blijven ze vrij van ziektes, meer is er eigenlijk niet te beleven. Het is het stille seizoen en juist dan moet je goed gemotiveerd blijven om toch alle aandacht te blijven besteden aan het wel en wee op het duivenhok en dat valt voor heel veel oudere liefhebbers niet altijd mee, ik kijk maar naar mezelf. Ik heb er eigenlijk geen zin meer in, het wordt me te veel. De dagen dat ik elke keer fluitend naar de duiven ging worden minder, veel van mijn oude duivenvrienden zijn er niet meer. Een paar maal in de week op bezoek gaan bij een duivenvriend bestaat al lang niet meer. Het clubleven wordt minder omdat er bijna geen leden meer zijn en erger nog er komen helemaal geen nieuwe leden bij. Ja, soms eentje die het bij een andere club niet naar zijn zin heeft maar dat schiet ook niet op. Ik moet me zelf echt oppeppen terwijl dat vroeger allemaal vanzelf ging. Als je bijna niemand meer spreekt die dezelfde hobby heeft raakt het plezier weg, vooral als de verzorging te zwaar begint te wegen. Daarom heb ik me voorgenomen weer wat meer contacten te leggen, ja ook schriftelijk, om wat meer met elkaar over duiven te praten. Het gaat dan veelal over vroeger, dat maakt niet uit, de sport wordt daardoor levendiger en zorgt er voor dat het wat plezieriger wordt. Ook nu loop ik nog te dubben om alles weg te doen en als er toevallig iemand langs komt die ze wil overnemen is de kans groot dat ik toehap. Maar wat als ze weg zijn en ik krijg spijt, dan val je in een gat. Gelukkig is dat niet helemaal zo want mijn zoon heeft de kweekduiven, dus als de nood aan de man is kan ik altijd nog met een paar jonge duiven opnieuw starten. Momenteel ben ik weer wat opgewekter omdat ik in korte tijd een aantal leuke gesprekken heb gehad met oude vrienden waarvan er twee zelf geen duiven meer hebben. De ene mist ze niet, de ander kan ze vanwege verhuizing niet meer houden doch zou kruipend terug willen naar de oude situatie. Duiven houden is een geweldige hobby bij huis, toch blijkt dat het beslist geen hobby is om in je eentje bij huis te beleven. Met je sportvrienden contact onderhouden brengt meer plezier aan de hobby, met elkaar ideeŽn uitwisselen, praten over het verleden en plannen maken voor de toekomst doe je niet alleen maar met elkaar.

WIE WORDEN AFGEVAARDIGD NAAR DE 37e OLYMPIADE
De strijd om aan de postduiven olympiade mee te mogen doen is gestreden. De sportduiven die uit allerlei landen zullen worden afgevaardigd hebben hun wedstrijden achter de rug. In alle deelnemende landen geldt het door de FCI vastgestelde reglement. Natuurlijk zitten daar nog wel wat schoonheidsfoutjes aan vast doch in grote lijnen is het nu; gelijke monniken, gelijke kappen. Ook in de duivensport zou deelname aan de Olympiade het hoogst haalbare zijn. Daar ben ik het totaal niet mee eens, wel voelt het als een hele eer om vooral in de sportklasse afgevaardigd te worden. Ik heb dat ook als eens mee mogen maken en dat geeft je toch een beetje het gevoel dat je een sportieve prestatie hebt geleverd. In Nederland hoeft geen enkele liefhebber de beste prestatie van zijn beste duif of duiven zelf in te zenden. Dat wordt via ons landelijk rekenbureau verzorgt zodat alleen degene die er recht op hebben worden uitgenodigd. Binnen niet al te lange tijd worden allerlei kampioensduiven aan ons voorgesteld. Er allerlei titels of kampioenschappen te bedenken. Bij Pipa zijn ze daar helemaal sterk in. Het gaat in bijna alle gevallen niet om de prestatie maar om de commerciŽle waarde. Binnen de duivensport krioelt het van de kampioenen en kampioenschappen die eigenlijk helemaal niets voorstellen. Er zou maar 1 titel mogen zijn en niet een 2e,3e,4, 8e of 10e kampioenschap. Weg met die flauwe kul! Als we straks met z’n allen, zeg ik dat wel goed, ik kan beter zeggen met een aantal landgenoten in de Poolse stad Poznan zijn, want wie gaan daar nu heen, zul je zien dat duiven op een Olympiade heel veel internationale belangstelling krijgen. Op andere evenementen zijn dat de standhouders, op een Olympiade staan de liefhebbers zich te vergapen aan al die duiven die volgens dezelfde sportieve voorwaarden daar aanwezig zijn. De organisatie kan gerust aan de Polen overgelaten worden. In 2011 mochten ze dat ook al een keer doen en dat zag er super uit. Polen is uitgegroeid tot een volwaardig duivenland, dat bewijzen ze aan alle kanten. Het duurt nog 3 maanden wat nog heel ver weg lijkt. We zijn er zo en dan liggen er in veel hokken al grote jongen in de schotel en op een aantal hokken zijn de eerste jongen al gespeend. Alle huldigingen zijn dan achter de rug, nog even mogen alle grootheden nagenieten van hun in 2018 behaalde prestaties en dan, dan beginnen we allemaal weer met een schone lei.

WIE MOGEN ER BLIJVEN
Onze hokken geven aan hoeveel duiven we kunnen houden. Vanwege eventuele verliezen bepalen we hoeveel jongen we gaan kweken en vanwege de ruimte wordt in deze periode al bepaald hoeveel duiven we in de winter kunnen houden en hoeveel duiven er voor het volgend seizoen gekweekt gaan worden. Dat is een vast gegeven of we moeten beslissen om een kleiner of groter hok te gaan bouwen dan veranderen de aantallen. De meeste van ons zijn geneigd om meer jongen te gaan kweken dan we kunnen bergen. Daar wordt eigenlijk al de eerste fout gemaakt want overbevolking kan fikse gevolgen hebben voor de gezondheid. Ik ga er zelf altijd vanuit; beter een paar zitschapjes over dan enkele te kort. Als je op die manier mede bereikt dat de jonge duiven makkelijker gezond blijven zullen de verliezen ook minder zijn. Weinig jonge duiven kwijt raken kan ook voor een luxe probleem zorgen. Zelf hanteer ik zo veel mogelijk het systeem dat ik in het voorjaar start met ongeveer 50% jaarlingen en evenveel oude vliegduiven. Dit jaar presteerden de jonge duiven buitengewoon en dan ben je meestal in de gelukkige omstandigheid dat je er ook minder verspeelt waardoor je er te veel over hebt. Met andere woorden, veel verliezen is niet leuk maar er veel te veel overhouden is ook niet altijd even leuk. We willen allemaal graag veel duiven overhouden want het is beter selecteren uit 30 duiven dan uit 4. De commerciŽle hokken zullen daar anders over denken, voor hen kunnen er niet genoeg voor de verkoop over blijven. Ik geloof niet dat zij hun beste verkopen en de mindere zelf houden, maar dat is mijn mening. Nu mijn jonge duiven zo formidabel hebben gepresteerd zullen er daarvan dit jaar denkelijk meer mogen blijven en dat gaat ten koste van de oude. Zo kun je het ene jaar een van de favorieten van het hok zijn om het volgend jaar toch plaats te moeten maken voor andere goed presterende en beloftevolle jonge duif. Zo zal het altijd blijven gaan, we zijn immers altijd op zoek naar nog betere. Een ruime keus kunnen maken uit een goed presterende groep jonge duiven geeft een aanzienlijk beter gevoel dan dat je een aantal jonge duiven noodgedwongen moet aanhouden. Maar je hebt niet alleen genoeg aan goed presterende jonge duiven daar komt nog een ietsje meer bij kijken.

IS DE MAND WEL DE BESTE SELECTEUR
We weten allemaal dat het niet vanzelfsprekend is dat een goed presterende jonge duif dat ook als jaarling is. Er zijn voorbeelden te over dat een echte top presterende jonge duif het als jaarling totaal laat afweten. Dit voorseizoen sprak ik nog een sterk spelende liefhebber die een jaar eerder een van de beste jonge duiven van het hele land had en tot op het moment had ik hem sprak had die zelfde duif nog geen enkele prijs weten te winnen. Uiteraard zijn er gelukkig ook voldoende voorbeelden van jonge duiven die geen platte prijs wonnen en als jaarling de sterren van de hemel speelden. Vandaar dat ik de vraag stel; is de mand wel de beste selecteur. Van de andere kant kun je stellen dat als de mand het niet is wat dan wel? Volgens mij zijn we allemaal de beste selecteur op eigen hok. We kennen onze duiven omdat we er dagelijks mee bezig zijn, voldoende tijd nemen om ze te observeren, hun vlieg en kweek resultaten bestuderen en wat zeer belangrijk is, hoe is het met de gezondheid en vliegconditie gesteld. Zijn we daarnaast in staat om top conditie vast te stellen en herkennen we ziektes op het hok. Het is niet nodig dat we duivendokter zijn, het is wel belangrijk om snel te kunnen zien dat er iets aan de duiven hapert. Juist daarom ben ik vele jaren geleden keurmeester geworden. Ik ben het hele land doorgereisd om op allerlei tentoonstellingen duiven te keuren, dat was een mooie tijd, maar ik deed het vooral om erg veel over duiven te leren. In de beginjaren kwamen nog veel liefhebbers met hun betere en vooral mooie duiven naar de show waardoor ik vaak het neusje van de zalm in handen kreeg. Die jaren zijn helaas voorbij, ik ben te oud en de liefhebbers hebben geen echte interesse meer in hetgeen keurmeesters van hun duiven vinden.

DE MOOISTE DUIVEN ZIJN LANG NIET ALTIJD DE BESTE
Kijk naar andere takken van sport, de mooiste atleten zijn zeker niet altijd de beste en kijk op eigen hok, daar ontdek je precies het zelfde. Op een show is het minder moeilijk om de mooiste aan te wijzen, op eigen hok is het bijna onmogelijk om enkel waardevolle duiven aan te wijzen. Toch moeten we daar de komende periode mee bezig zijn. Als het goed is zijn op vele hokken de eerste duiven uitgeselecteerd, je kunt dat merken aan de verkopingen die weer op gang komen. Die duiven hebben het voorbije seizoen al een kruisje achter hun ringnummer of naam gekregen en dat is maar goed ook want over een paar weken zijn die ook weer mooi en dan wordt het al weer een stuk moeilijker om ze alsnog weg te doen. Welke kunnen we dan het beste weg doen? Volgens mij is de eerste en de beste keus enkel duiven aan te houden die je als liefhebber aan staan. Je kent die duiven wel waarvan je zegt, ja dat is er een! Je voelt het aan de compactheid, de zachte pluimen, het stevige karkas, de stevig gesloten stuitbeentjes en aan het model van de duif. We hebben allemaal een bepaalde voorliefde voor een duif en dat is meestal een model of type of zelfs de kleur waar je de nodige successen mee hebt behaald. Daarbij komt als belangrijk argument de afstamming, daarin moeten belangrijke duiven van ons zelf voorkomen. Kijk absoluut niet te veel naar de uitgebreide afstammingen van te koop aangeboden duiven, die kunnen zo verleidelijk gemaakt worden dat je denkt dat die kerel die de duiven verkoopt niet goed bij zijn hoofd is anders zou hij zulke topduiven (?) beslist niet weg doen. De praktijk is heel anders. Houdt het vooral bij eigen gekweekte duiven. Uw duiven die super gepresteerd hebben blijven zonder enige twijfel en zijn het in alle opzichten ook waard om uit te kweken. De andere duiven waar niet zo heel veel goeds over te vertellen is kunnen het beste op eigen intuÔtie behouden blijven of weggedaan worden. Je zult altijd ergens je eigen keus moeten maken of je zou in een enkel geval eens de hulp van een goede sportvriend kunnen vragen. Mijn advies is; durf je eigen keus te maken want met schade en schande wordt je snel een heel stuk wijzer.

ANDERE VERZORGINGSTIJDEN
Het seizoen is (eindelijk) voorbij. We kunnen de teugels iets laten vieren want het “moeten” is nu ook voorbij. Gelukkig maar want ik heb echt het end in de bek. Het is niet eens zoveel jaar geleden dat ik niet van ophouden wilde weten. Wat mij betreft kon het duivenspel doorgaan tot aan de Kerstdagen om dan direct na Nieuwjaar weer te beginnen zo bezeten was ik van de duivensport. Gelukkig ben ik in de loop der jaren wel tot een ander inzicht gekomen. Vele malen heb ik geschreven een duivenjaar duurt een heel kalenderjaar en niet alleen in de lente en de zomer. Voor velen van ons is dat de belangrijkste periode, maar beste liefhebbers denk niet te gemakkelijk over de periode direct na het vliegseizoen want ook dan vraagt de verzorging aandacht. De grote rui is aangevangen, de hokken liggen vol met veren. In alle hoeken en gaten liggen grote hoeveelheden veren, ja ook in de drink en gritbakken. Dus daaraan extra aandacht besteden is min of meer een must. Om te voorkomen dat de veren door het hele hok waaien plaats ik in elke afdeling een of twee schotjes in een hoek schuin tegen de wand zodat de veren daarachter waaien en in een greep weggepakt kunnen worden. Van de nauwkeurige verzorging en het op vaste tijden voeren en loslaten van de duiven ben ik nu vanaf gestapt. Alle duiven krijgen nu bijna gelijktijdig tussen negen en half tien voer en water, ’s middags gebeurt dat om en nabij vijf uur.

HOE NU VERDER
Vandaag heb ik bij de 10 koppels vliegduiven, nadat ze 12 dagen zaten te broeden, alle eieren weggehaald en zijn de duivinnen naar een ander hok overgeplaatst. De kweekduiven zitten al geruime tijd gescheiden zodat die eind november in de juiste conditie verkeren om opnieuw gekoppeld te worden. Daarmee zijn we nu al druk bezig, althans op papier en uit ervaring weet ik dat deze koppelingen nog diverse keren zullen wijzigen. We zijn bijna weer op dezelfde situatie beland als eind tachtiger, begin negentigerjaren toen ons kweekhok alleen bestond uit eerste prijswinnaars en kampioensduiven met daarbij enkele aangeschafte duiven. Het grote verschil met die tijd is het aantal duiven waartegen wekelijks gespeeld wordt. Nu de vluchten voorbij zijn zit ik nog wel eens in de oude uitslagen te lezen, het is schrikbarend hoe het aantal deelnemende duiven is gedaald en met het aantal duiven natuurlijk ook het aantal liefhebbers. We zullen daarmee moeten leren leven, ook al valt dat niet mee. Zo was ik voorbije zaterdag als prijswinnaar bij de prijsuitreiking van de Noord-Hollandse Gouden ringen race aanwezig. Maar goed dat ik de dagen daarvoor informeerde waar en wanneer die prijsuitreiking was want de organisatie was mij vergeten uit te nodigen en dat terwijl ik zelfs de eigenaar ben van de 1e As duif van deze competitie. Een prachtige jonge lichtblauwe duivin die haar prestaties behaalde op kleine jongen. Toen ik om half zes de zaal binnenkwam zat er ongeveer 30 man en daar bleef het bij. U zult begrijpen dat je dan niet direct een echte feeststemming bereikt en ondanks de goede bedoelingen van de anderhalve organisator die er was denk ik dat we de begrafenis van de NH Gouden Ringenrace hebben meegemaakt. Alweer een leuk evenement weg. Je vraagt je langzamerhand af wat de liefhebbers nog wel leuk vinden. Ik ben er van overtuigd dat we de komende wintermaanden nog wel meer zaken gaan meemaken waarvan we zullen schrikken.

HOE WAS HET
Het seizoen 2018 gaat de boeken in als een jaar met buitensporig hoge temperaturen en op de meeste wedstrijddagen wind uit oostelijke richtingen. Geen eenvoudige omstandigheden, zeker niet voor jonge duiven. Toch vielen de verliezen in onze regio over het algemeen erg mee. Zo was er een lid in mijn club die maar een paar vluchten heeft meegedaan omdat hij van begin af aan te veel jonge duiven kwijt raakte. Laten we maar zeggen dat ik bij de gelukkige hoor omdat ik er over het hele seizoen 3 kwijt ben en bij de oude 2. Toch blijf ik zeggen dat veel liefhebbers niet serieus met hun jonge duiven omgaan. Elke week moeten ze mee waardoor er onvoldoende op conditie en gezondheid wordt gelet. Natuurlijk spelen kwaliteit en weersomstandigheden ook een belangrijke rol en in sommige gebieden zorgen de roofvogels voor nog grotere problemen. Alleen wij duivenliefhebbers weten wat het betekent als er een beloftevolle jonge duif door een roofvogel wordt gepakt. Bij de oude gebeurt het meerdere keren dat er een echte top duif wordt gepakt. Mensen weten niet wat een emotionele waarde daar aan kan vastzitten en dan heb ik nog niet eens over de financiŽle waarde. Er wordt zo makkelijk gezegd dat wij daar mee moeten leren leven. Misschien mogen wij dan vragen de steeds groter wordende populatie van verschillende soorten roofvogels wat meer in de hand te houden. Het loopt nu werkelijk de spuigaten uit, zo erg zelfs dat inmiddels grote aantallen duivenliefhebbers met hun hobby zijn gestopt.
Volgende keer ga ik in op de selectie, het lukt nu helaas niet. Ik ga eerst naar de dokter, ik denk dat ik een zenuwontsteking in mijn linker arm heb en dat is te pijnlijk om lang achter de computer te zitten. Helaas!

EINDSTANDEN KUNNEN OPGEMAAKT WORDEN
Ik kan geen enkele sport opnoemen waarbij zoveel kampioenstitels zijn te winnen het is werkelijk bij het belachelijke af. Vooral in BelgiŽ weten ze daar raad mee, het krioelt daar van de kampioenschappen en kampioensduiven. Misschien zijn ze daar wel slimmer dan in Nederland want in BelgiŽ gaat het voornamelijk om de commercie. Er wordt geprobeerd om zoveel mogelijk titels te bedenken zoals de beste duif op 2 nationale vluchten, de beste op drie en de beste op 4 nationale vluchten. Het zou een onleesbaar verhaal worden als ik werkelijk alle titels hier zou vermelden. Ook de grootste commerciŽle verkoopsite van BelgiŽ weet elk jaar wel weer een aantal nieuwe titels te bedenken want nu het vliegseizoen voorbij is breekt de tijd van verkopingen aan. Vaak van dezelfde mensen die inmiddels goed bevriend zijn met de heren duivenmakelaars. Het knotsgekke circus komt weer op gang, er zijn van die commerciŽle kampioenen die zelfs meerdere verkopingen per seizoen houden en wat zo geweldig is, ze verkopen alleen maar kwaliteit. Dat laatste nemen wij Hollanders al lang niet serieus meer. In Nederland is nog maar een handjevol liefhebbers die flinke bedragen neertellen voor een papieren duif en degene die dat doen zijn zelf omhoog geschreven kampionen. Niet zo verwonderlijk omdat het geld daar makkelijker binnenkomt en omdat ze eveneens afhankelijk zijn van stamkaarten waar goede duiven in voor komen. Het is voor onze duivensport jammer dat de commercie de overhand krijgt. Commercie binnen de sport is zeker niet verkeerd zeker als een deel ten goede komt van de sport zelf. Nu is het nog steeds zo dat het naar de individuele duivensporter gaat. Ik heb zeker geen moeite met verkoopverhalen als ze een juiste voorstelling van zaken geven. Het ledental in de duivensport holt achteruit, de meeste liefhebbers zijn oude mannen die niet meer investeren in peperdure duiven. Zij lezen en horen natuurlijk wel over die gekke duivenhandel en zeker de gesprekken over mega liefhebbers ontmoedigt hen waardoor we ook deze wintermaanden weer veel leden zullen verliezen. Het is het beeld van deze dag en we zullen daar voorlopig mee moeten leven. Het is jammer dat daar weinig of geen aandacht aan besteed wordt.

WAAR IS DE GEZELLIGHEID GEBLEVEN
Als oudere liefhebber ben je regelmatig geneigd om te zien naar vroeger. Het is tegenwoordig anders, de gezelligheid in de clubs is weg. Ook nu er diverse clubs met elkaar zijn gefuseerd komen de tijden van vroeger niet meer terug. Het was alsof duivenliefhebbers nooit en te nimmer uitgesproken raakte over hun gezamenlijke hobby. De een wist nog een sterker verhaal te vertellen dan de ander. Ik wilde in die tijd het liefst zo lang mogelijk in de club blijven kaarten, knobbelen of luisteren en was altijd een van de laatste die naar huis ging en dat had een reden. Die reden was dat ik dan niet zo lang in bed hoefde te liggen tot de duiven kwamen. Ik was er zo mee bezig, ik was erg fanatiek en moest en zou altijd bij de top drie eindigen. Dat is niet altijd gelukt maar ik mag zeker niet klagen. Ons clublokaal was niet zo erg groot, we hadden eigenlijk te veel leden. Op vrijdagmiddag werden de klokken gesteld en kwamen er ook al liefhebbers binnen om zo maar even een praatje te maken. Omdat de klokken vrijdagmiddag gesteld werden bleven ze de hele week in het clubgebouw waar ze uiteraard tegen brand en diefstal verzekert waren. Als de liefhebbers ’s avonds binnen kwamen stonden de klokken klaar, in een kleine aparte ruimte deed de inkorfploeg haar werk. De rest van de leden hadden het vooral over hoe de uitslag er van de volgende dag zou uit zien. Binnen de duivensport kun je van alles meemaken. Zo vertelde beroepswerkeloze Siem een keer dat hij geen geld had om voer te kopen, hij had zijn duiven de hele week oud brood gevoerd, de volgende dag werd hij wel de winnaar. Het verhaal over oud brood ging een eigen leven leiden want menig keer werd de opmerking tegen de winnaar gemaakt “zeker oud brood gegeven”? Groenteman Jaap had een andere truc bedacht. Hij was eigenaar van een vrij drukke groentezaak, besteedde veel tijd aan zijn duiven en dat ging toch wel een beetje ten koste van de zaak. Hij kreeg thuis vaak het verwijt dat hij altijd met zijn duiven bezig was en nooit wat won. Dat was niet tegen dovemans oren gezegd, Eens in de drie weken ging Jaap naar een galanteriezaak om een huishoudelijk voorwerp te kopen en zei hij bij thuiskomst; jullie moeten nodig zeggen dat ik nooit wat win, mijn duiven hebben jullie weer horen mopperen en nu vliegen ze het hele jaar al de sterren van de hemel. Bankwerker Dirk was een echte gokker, hij was eigen baas en kon best een paar centen missen en dat deed hij ook. Hij poelde er lustig op los en moest alle weken geld inleveren totdat hij de ene week de derde speelde en de daarop volgende week de tweede. De duiven stonden helemaal “vol” gepoeld en elke duif bracht ongeveer 70 gulden thuis (dat is nu 30 euro). Menigmaal liet hij een van die uitslagen thuis aan zijn vrouw zien, wist zij veel. Ze moest eens weten hoeveel keer hij niets won. Timmerman Jan was een goede melker met weinig duiven en won wel veel prijzen. Hij had een “boven hok” met daar vandaan een gootje naar de tuin waar zijn vrouw met de klok klaar stond. Jan gooide de ring daarin en zijn vrouw deed de rest. Totdat hij een keer twee duiven tegelijk kreeg, hij werd verrast, dat moeten vroege duiven zijn flitste door zijn hoofd en rende naar boven pakte snel de twee duiven en deed de ringen in zijn mond, gauw naar het gootje gelopen maar de ringen kwamen niet naar beneden. Doordat er teveel speeksel aan zat bleven ze in de goot kleven. Het heeft veel tijd gekost waardoor hij de eerste en tweede prijs aan zijn neus voorbij zag gaan. Vanaf die tijd ging het verhaal dat Jan “gootjesspel” speelde. Bloemist Piet was een beginnende liefhebber die met een 10 jarige doffer de eerste prijs won terwijl de regen met bakken uit de hemel kwam. Hij speelde wel een half uur los vooruit en vertelde enthousiast dat dit het weer was dat zijn doffer moest hebben. Normaal zou je niet eens je hond met zulk slecht weer naar buiten sturen en je moet wel een echte beginneling zijn om nog met een 10 jarige duif te spelen. Piet kreeg allerlei aanwijzingen om nooit meer met zulke oude duiven te spelen. Later vertelde hij mij in vertrouwen dat het een tweejarige duif was met een oude ring om. Schoolmeester George werd een keer verrast op een zware fond vlucht met een rampzalig verloop, zijn klok stond op het bordes voor het hok. Na veel fluit en roepwerk lag er inmiddels wel een kilo voer in het hok, de duif bleef als een standbeeld op de nok van het hok zitten. George gaf de moed op en ging naar binnen, toen hij uit het raam keek zag hij nog net de staart van de duif toen ze naar binnen ging. In looppas naar het hok, de ring van de poot gehaald en snel naar de klok gelopen. Van de zenuwen gooide hij de ring naast de klok en viel onder het bordes. Althans dat dacht hij, zoeken, zoeken en nog eens zoeken, maar geen ring. Het was onmogelijk dat de ring weg was. George wist op het laatst niet meer waar hij moest zoeken totdat zijn vrouw zei; kijk eens in de zoom van je broek. Ja hoor, daar zat de ring en inmiddels was er bijna een half uur verstreken. Ondanks alle commotie won hij toch nog de 5e prijs, het had zelfs de 3e kunnen zijn. Gelukkig maar dat het een traag verloop was anders zou hij drie kwartier na de eerste duif zeker geen prijs meer gewonnen hebben. Ook dat soort gebeurtenissen hoorde bij de duivensport, tegenwoordig bestaan dergelijk anekdotes niet meer. Jammer, maar het blijft ondanks alles nog een fijne hobby.

NATIONAAL ORLEANS JONGE DUIVEN IN 2019 TERUG OP DE KALENDER
Voor de oudere liefhebbers onder ons een complete verrassing. Jarenlang werd dit concours “de vlucht der vluchten” genoemd en opeens was het over en uit. Een commissie van wijze mannen zorgde er voor dat dit nationale concours verboden werd,, het zou te ver zijn. Een beslissing genomen door mensen die weinig of niets van het spel met jonge duiven snappen. De Nederlandse liefhebbers waren enorm teleurgesteld, het grootste jonge duiven concours van de hele wereld bestond niet meer. Een concours dat enorm leefde, heel de Nederlandse duivensport was er mee bezig, er werd zelfs gesproken over “Orleans koorts” zo spannend vond men deze vlucht. In de gouden jaren kwamen er 180.000 jonge duiven aan de start, een aantal wat door de enorme terugloop van leden nooit meer gehaald zal worden. Wel is het geweldig dat de NPO met een landelijk voorstel voor jonge duiven is gekomen. De start en het einde daarvan is voor alle Nederlanders gelijk, het programma bestaat uit 12 vluchten. Daarvan tellen de eerste twee niet voor het nationale kampioenschap, verder bestaat het programma uit 5 vitesse en 5 midfond vluchten. Om voor het nationale kampioenschap in aanmerking te komen tellen op elk onderdeel de vier beste resultaten. Het Nationale concours vanuit Orleans zal als de meerderheid van de Nederlandse liefhebbers er mee akkoord gaan plaats vinden op 31 augustus 2019. Voorlopig is het nog slechts een voorstel dat op de algemene ledenvergadering van 10 november bekrachtigd moet worden.

BEVOEGDHEID VAN DE NPO
Ik ben er van overtuigd dat niet iedereen het met het bovenstaande voorstel eens is. Wat men ook bedenkt er zullen altijd voor en tegenstanders blijven bestaan. Op zich is dat prima, iedereen moet voor zijn mening uit kunnen komen. Als de stemming achter de rug is zal de minderheid zich bij de meerderheid moeten neerleggen dat is democratie, helaas makkelijker gezegd dan gedaan. Meestal beginnen dan de gesprekken langs de straat en in de verenigingen opnieuw wat mijn inziens erg jammer zou zijn. Wat zou het toch fijn zijn als we als duivenliefhebbers het eens een keer helemaal met elkaar eens zijn. Eigenlijk is het jammer dat er over zo een doordacht voorstel gestemd moet worden. In andere grote sportbonden schrijft het nationale bestuur hoe het gaat worden en daar moet iedereen zich aan houden. Binnen de Nederlandse duivensport heeft het nationale bestuur weinig zeggenschap, de afdelingen maken in grote lijnen de dienst uit. In dit geval zou het mooi zijn als het voorstel voor 2019 gewoon uitgevoerd gaat worden, discussie uitgesloten. Alleen nog een klap met de voorzittershamer en daarmee is de zaak beklonken. Over twee maanden weten we meer.

HET IS VOORBIJ
Het seizoen en een lange hete zomer liggen achter ons. Bijna alle duiven zijn aan de grote rui begonnen en een grote groep liefhebbers hebben zogezegd het end in de bek en zijn blij dat het voorbij is. Voor de grote kampioenen of liever gezegd de mannen die de gang er nog flink in hebben mag het nog wel even doorgaan. De meesten hebben de moed opgegeven, dat was te merken aan de deelname in de ZCC (mijn spelgebied). Op het programma stond het semi nationale concours uit Fontenay, om en nabij 500 km. Deze vlucht telde ook mee voor het jonge duivenkampioenschap in de ZCC. Afgelopen winter was dat namelijk besloten, de ervaring leerde mij dat deze vlucht de meeste liefhebbers niet aanspreekt. Waarom? Denkelijk te laat in het seizoen en er is een groot verschil tussen semi-nationaal en nationaal. Semi nationaal houdt in dat er in 4 verschillende sectoren wordt gevlogen of beter gezegd vier vluchten elk met een andere lossingplaats. In de ZCC deden nog 17 liefhebbers mee die 238 duiven aan de start brachten en daarvan wisten 7 liefhebbers geen prijs te winnen. Die zelfde dag was er ook nog een andere vlucht met 47 deelnemers en daarvan kwamen er 16 niet in de uitslag voor.

IN PLAATS VAN
Doordat ooit het nationale concours vanuit Orleans voor jonge duiven van de kalender is gehaald kwamen daarvoor in de plaats de vier sectorale wedstrijden. Het voorbije weekend was het weer zo ver. In Sector 1 brachten 704 liefhebbers 8.527 duiven aan de start, sector 2 had 738 deelnemers met 14.516 duiven, in 3 waren er 1044 liefhebbers met 14.422 duiven en in sector 4 stonden 12.019 duiven van 999 liefhebbers. In totaal deden er 3485 liefhebbers mee, dat is een mooi aantal en ook de ruim 57.000 duiven is iets wat tot de verbeelding spreekt. Stel dat die in 1 concours stonden dat zou dat nog mooier zijn. Een Nationaal concours vanuit dezelfde lossingplaats zal de deelnemers nog meer aanspreken waardoor de deelname aanzienlijk hoger zal zijn. Ondanks deze mooie getallen moet ik constateren dat er slechts 20% van alle Nederlandse liefhebbers aan deze sectorale concoursen hebben meegedaan, dat is bitter weinig en zegt genoeg.

WAT ZIJN ONZE GROOTSTE VIJANDEN
Je zou direct geneigd zijn om te zeggen dat zijn de roofvogels of misschien wel de hoogspanningsdraden, het weer, de luchtvervuiling, de tropische hitte of allerlei andere zaken, het zal allemaal wel. Zonder dat je het in de gaten hebt kom je er steeds meer achter dat onze grootste vijand de leeftijd is, ik ondervind dat steeds meer. Jarenlang vloog ik als het ware door de hokken en in een record tempo had ik alles schoon. Ik houd van schone hokken omdat de duiven er gevoelsmatig nog mooier uit zien. Nu ik ouder wordt of liever gezegd oud ben zakt de animo om de hokken dagelijks schoon te maken ook al heb ik besloten minder duiven te houden. Het is echter zo dat binnen de duivensport de wet van de grote getallen enorm meetelt. Ik zag dat afgelopen weekend weer op een uitslag van een sectorale vlucht. Als liefhebber kijk ik meestal alleen maar naar het eerste blad van de uitslag en dan zie ik telkens weer dat de mannen met veel duiven het meest in het oog springen. Dat is voor iemand met een 15 tal duiven in de race niet mogelijk meer. Daar werkt het elektronisch constateren ook aan mee. Elke week een bad geven en zeker eenmaal per week verse groente, het schiet er steeds meer bij in. Het wordt allemaal een beetje te veel en dat gaat absoluut ten koste van de resultaten. Het gaat er dus om dat je op hoge leeftijd toch een deugdelijk verzorgingssysteem moet uitdokteren zodat je met een minimale inzet toch af en toe eens een duif in de top van de uitslag hebt. Dat houdt je op de been en zorgt er tevens voor dat je gemotiveerd blijft. Het ouder worden gaat gewoon door en zonder het te merken gaan we toch elke keer weer een stapje achteruit, het is niet anders. Belangrijkste is plezier blijven beleven aan je hobby. Als je echter gewend bent om altijd met de beste mee te spelen en dat steeds minder lukt raakt de lol er af. Conclusie; oud worden heeft meer nadelen dan voordelen, althans zo denk ik er over.

TROPISCHE TEMPERATUREN DOODSTEEK VOOR DE JONGE DUIVEN
Sinds de tijd dat ik op TV de weersverwachting kan zien kijk ik al jaren dagelijks naar de voorspelling voor het komende weekend. Net als u hoop ik op echt duivenweer, mooie wedstrijden en geen verliezen. Meestal is het in Nederland geen ideaal duivenweer maar gelukkig hebben we nu een fantastisch voorjaar gehad maar nu zitten we elke dag buiten in de schaduw want voor ons is het momenteel veel te warm. Je hoort vaak vertellen dat duiven beter tegen de warmte kunnen dan tegen de kou, zou het niet precies andersom zijn? In het vroege voorjaar heb ik wel vluchten meegemaakt dat de duiven onderweg met sneeuwbuien te maken kregen maar waren binnen de kortste keren allemaal thuis. Nu met die tropische temperaturen moet de conditie optimaal zijn zo niet speel je binnen enkele weken je hele hok leeg. Helaas zijn er vele sportvrienden waar de helft van hun jonge duiven al is achter gebleven en we zijn pas halverwege. Dat er een groot verschil is tussen de oude en de jonge duiven weten we allemaal, of we er allemaal rekening mee houden betwijfel ik. Oude duiven worden meestal uitgezocht om mee te doen aan een vlucht, er zijn ook liefhebbers die nergens naar kijken en spelen wekelijks al hun oude duiven. Met de jonge duiven beginnen we heel voorzichtig met ze zelf op korte afstanden weg te brengen. Sommigen gaan wel tot 100 km en beginnen met afstanden van nog geen 5 km. Zodra de echte vluchten beginnen kijken de meeste liefhebbers nergens meer naar. Alle jongen moeten mee, koud, warm , regenachtig of vul zelf maar in wat voor weer, de jongen gaan mee omdat het jongen zijn en met die manier van spelen komen veel liefhebbers niet meer aan selecteren toe. Noodgedwongen mogen jonge duiven blijven die alle ellende hebben overleefd. Of dat het juiste systeem is betwijfel, ik weet echter ook niet wat wel het juiste systeem is. Voor mij is het belangrijk dat ik voldoende jonge duiven over heb waaruit ik dat aantal kan selecteren wat ik beslist nodig heb. Ik heb graag ieder jaar 50% jaarlingen. Tegenwoordig heb ik 12 koppels vliegduiven, dat zijn er dus 24. Dat wil zeggen dat ik 12 jonge duiven aanvul waarbij zeker 6 doffers zitten. Als ik die 12 jongen moet aanvullen uit een bestand van 14 heb ik veel te weinig keus en iedereen die er net zo voor heeft dan een probleem. Ik ben met 33 jonge duiven begonnen en heb er nu nog 31. We zijn pas een aantal weken op weg dus er kan nog het een en ander gebeuren. Mijn ervaring is wel dat hoe verder de afstanden des te minder verliezen. Een vlucht met een rampzalig verloop kan nog heel veel roet in het eten gooien. Voor het weekend van 28 juli zijn bij ons de vluchten voor jonge duiven naar zondag verplaatst. Het is dan minder heet een goed besluit.

HET GROOTSTE WIELERSPEKTAKEL VAN DE WERELD IS VOORBIJ.
Als echte wielerfanaat heb ik er ontzettend van genoten. Op het moment dat ik deze column schrijf gaan de renners aan de laatste week beginnen en krijgen direct drie zware berg etappes voor de kiezen. Momenteel zijn de gedoodverfde kanshebbers Thomas en Froome die beiden voor Sky rijden. Volgens mij gaat een van die twee de gele trui mee naar Engeland nemen. Een andere belangrijke kandidaat is de Nederlander Tom Dumoulin. Hij moet het tegen die twee Sky renners opnemen en dat zal niet meevallen. Het wachten is op een slechte dag van een van die twee. Dan wordt de strijd om het geel nog spannend want er liggen nog twee of drie kapers op de kust. De slimste renner van deze Tour is ongetwijfeld Peter Sagan (reeds drie maal wereldkampioen) die nu al verzekert is van de groene trui. Hij is niet alleen slim, hij is een alleskunner, een artiest en daarnaast ook een aardige en grappige vent. Hij gaat na de Tour in de criteriums meer geld verdienen dan de Tour winnaar. Als de drie topfavorieten elkaar in de bergen geen meter toegeven zal de tijdrit van zaterdag de doorslag geven. Als Hollander reken ik op een top prestatie van Tom Dumoulin. Ik zou zeer tevreden zijn met een podiumplaats maar ga er vanuit dat Tom daar anders over denkt.

MIJN JONGE DUIVEN MAKEN HET WAAR.
Al maanden geniet ik van het gedrag van mijn jonge duiven. Ze doen alles wat ik graag zie en zien er strak en supergezond uit. Het is een pracht om ze te zien trainen het is alsof ze achterna gezeten worden. Tegen mijn vrienden heb ik al een tijdje geleden gezegd dat als ik mijn duiven in deze conditie weet te houden dan zal de concurrentie een zware tegenstander aan mij hebben. Natuurlijk een beetje grootspraak maar voorlopig maken ze het waar. Deze week was het formidabel in de club 1-2-3 en in de ZCC tegen ruim 1200 duiven eveneens 1-2-3. Provinciaal tegen 10.383 duiven werd begonnen met 7-8-9 en 21 van de 29 in de uitslag.
EEN MONUMENT IN DE DUIVENSPORT IS VAN ONS HEENGEGAAN.
Op 17 juli is op 97 jarige leeftijd de grootmeester van de Belgische duivensport, Roger Vereecke uit Deerlijk overleden.

NATIONAAL CHATEAUROUX
In Nederland werd het voorbije weekend de enige nationale vlucht voor oude duiven gehouden vanuit Chateauroux. Daarin speelden de Nederlandse Limburgers een toonaangevende rol. Binnen de eerste 15 waren 10 vertegenwoordigd. De hoofdrol was weggelegd voor B .Martens & Zoon uit Elsloo. Op een afstand van 548 km maakte hun eerst getekende een winnende snelheid van 1313 meter per minuut. Ook de tweede plaats werd door deze heren opgeŽist. Aan het concours deden 3418 liefhebbers mee die gezamenlijk 27.656 duiven hadden ingezet. Gerard Koopman spelend onder de naam G & C Koopman uit noord Nederland maakte ondanks de enorme over vlucht met hun 8e plaats indruk. Ook zij begonnen met hun eerst getekende. De deelname had in mijn ogen beter gekund, volgens onze nationale organisatie de NPO zijn er in ons land nog 18.000 leden. Dit houdt in dat aan deze nationale vlucht nog geen 20% van de leden heeft meegedaan. Waar blijven al die leden die de eendaagse fond vluchten zo mooi vinden?

ZIEKTE VAN NEWCASTLE
Beter bekend als de vogelgriep. In BelgiŽ is deze ziekte op diverse plaatsen uitgebroken. Nadat is vastgesteld dat het inderdaad om deze ziekte gaat mogen de liefhebbers binnen een straal van 500 meter gedurende 21 dagen geen duiven inzetten. De laatste 5 weken zijn er 16 uitbraken definitief geregistreerd voorzichtigheid geboden dus. Ik vraag mij af of wel is voldaan aan de vaccinaties, daarvan moeten toch lijsten zijn ingeleverd. Ik heb begrepen dat daaraan niet door iedereen is voldaan. In Nederland komt geen duif in de mand als die niet op de ent lijst voorkomt. Vanaf de ent lijst worden de Nederlandse duiven in de computer ingevoerd. Dus als iemand komt met een duif die niet in de computer voorkomt krijgt hij de duif weer mee naar huis.

SUPER WEEKEND VOOR DE SPORTLIEFHEBBERS
Wimbledon trakteerde ons weer op toptennis, zelfs een partijtje van 6,5 uur ga er maar aan staan. De Tour de France met twee dagen achter elkaar de Hollander Dylan Groenewegen als winnaar. Het Wereld Kampioenschap voetbal met als hoogtepunt de wedstrijd Frankrijk – KroatiŽ. De goudhaantjes hebben terecht gewonnen maar KroatiŽ was voor velen een openbaring. De strijd om de derde plaats werd gewonnen door buurland BelgiŽ die onze Engelse vrienden met lege handen naar huis stuurden. En nu is het een aantal dagen achtereen genieten van de loodzware bergritten in de Tour die zondag op de Champs Elysees in Parijs finisht. Daarnaast draait het wedstrijd programma voor onze duiven op volle toeren, meerdere races in een weekend en dat elke keer met tropische temperaturen en wind uit oostelijke richting waardoor de westelijk wonende liefhebbers al vanaf begin april duidelijk in het voordeel zijn. Gelukkig maar dat we de wind en de weersomstandigheden niet kunnen regelen want wat zou het een chaos binnen de duivensport worden, daar bent u het hoogstwaarschijnlijk wel mee eens.

SOMBERE VOORUITZICHEN VOOR DE JONGE DUIVEN
Volgens mij heb ik in mijn hele leven nog nimmer zo een lange periode met zoveel zomerse dagen meegemaakt. Het is ongekend en dan ga je op een gegeven moment verder denken. We horen en lezen bijna dagelijks over de opwarming van de aarde. Het Noordpool ijs smelt sneller dan ooit te voren het wordt nu echt menens. Zelfs in het waterrijke Nederland zorgt de langdurige droogte voor gebrek aan water. Iets wat wij Hollanders ons maar moeilijk kunnen voorstellen en doordat het Noordpool ijs smelt moeten in Nederland de dijken verhoogt worden want wij leven ruim onder de zeespiegel. Nederland heeft altijd gevochten tegen het water, deskundigheid is er genoeg. Het is inmiddels wel een wereldprobleem en dan maken wij duivenmelkers ons druk als er een ingedeukt eitje in het nest ligt. Hoe gek moet je zijn? Ondanks de tropische temperaturen zijn er tot half september wekelijks vluchten voor de jonge duiven. De organisatie weet er zo langzamerhand ook geen eind meer aan. Er is al een vlucht geannuleerd en ik vraag me af hoe we verder moeten. Misschien is de enige oplossing vluchten van maximaal 150 km te organiseren. Van de andere kant kunnen we ook niet al te voorzichtig zijn. Er zijn landen waar bij temperaturen van 30 graden gespeeld wordt wat heel normaal is en er zijn ook landen waar ze pas met duiven beginnen te spelen als wij aan het schaatsen zijn. Het is alsof de jaargetijden opschuiven en daar zal de duivensport op moeten inspelen. Misschien moet er wel een zomerstop komen als de temperaturen midden in het jaar zo hoog blijven. In ieder geval zijn er voor 2018 jonge duivenvluchten gepland tot half september, we zien wel waar het schip strandt maar met al die verliezen kunnen we niet op deze manier doorgaan.

OVER MIJN JONGE DUIVEN BEN IK MEER DAN TEVREDEN
We hebben nu drie wedstrijdvluchten gehad. In de weken daarvoor heeft mijn vrouw ze zes keer weggebracht en tussen de vluchten door zijn ze elke woensdag weggebracht wat ik nooit eerder heb gedaan. Zodra de wedstrijden begonnen was het gedaan met zelf wegbrengen. Ik houd dan van absolute rust op het hok. Jonge duiven verduisteren doe ik al jaren meestal tot eerste week juni, dit keer tot eerste week juli. Vorig jaar heb ik dat ook gedaan en had toen en ook nu (nog) geen last van de coli besmetting en dat is wel een prettig gevoel. Ik vind het verschrikkelijk als de jonge duiven coli krijgen ze zijn er werkelijk doodziek van. Mijn ervaring is als ze eenmaal beter zijn kunnen ze weer met de beste meekomen. Ze hebben er dus niets van te lijden alleen in de periode dat ze ziek zijn, zijn ze ook echt doodziek, overgeven, vieze slechte groene olie achtige dunne mest, slechte eetlust en drinken veel te veel. Hok schoonmaken is dan een heel vies klusje maar ik doe het dan zeker twee maal daags en daarna ga ik er met de brander over heen. De zieke duiven zet ik wel apart en geef ze alleen heel weinig klein voer en uiteraard de coli kuur van Dr. Van der Sluis in het drinkwater. Na enkele dagen is het leed weer geleden. De derde vlucht op 14 juli had ik er 30 mee waarvan er 22 prijs speelde te beginnen met 6-7-8. Als ik ze zo weet te houden zoals ze nu zijn kon het wel eens een heel mooi seizoen worden. De verliezen vallen erg mee, slechts 2 oude duiven zijn niet teruggekomen en tot op heden ben ik slechts 1 jonge duif kwijt. Laat ik dat afkloppen want we zijn pas begonnen het seizoen is nog lang.

MEERDAAGSE FOND
Een hele goede bekende van mij uit mijn tijd dat ik wielrenner was deed aan hardlopen waarbij zijn voorkeur ging naar de marathon. Je wilt niet weten wat een trainingsarbeid daarbij komt kijken. Dat zou ik niet op kunnen brengen wat wellicht komt omdat ik een bloedhekel heb aan lopen. Op de fiets 6 uur trainen is niet zo erg als 1 uur hardlopen. Ondanks de zware training van een marathonloper doen ze maar aan twee of drie wedstrijden mee meer is bijna niet op te brengen. Vandaar dat ik met grote verbazing keek naar het vliegprogramma waaraan de marathon speler met zijn duiven mee kan doen. In mijn ogen gewoon absurd en als je aan al die vluchten mee wilt doen moet je hokken vol duiven bezitten. De meeste van die mannen hebben ook hokken vol, de grote vraag is hoeveel duiven daarbij zitten die dergelijke lange afstanden aan kunnen. Toevallig zag ik vorige week twee uitslagen van twee marathon vluchten die in het zelfde weekend werden gehouden. Dan is het eerste wat ik doe kijken naar de namen die je veel leest in advertenties of op verkoop sites. Het is sporadisch dat je die grootheden in de kop van de uitslag tegenkomt. Wel zag ik er een die op beide vluchten meer dan 80 duiven mee had en nog geen 15% prijs speelde. Daar zat wel een hele vroege bij en daar lezen we binnenkort gegarandeerd een uitgebreide reportage over want mede door de top prestatie van die ene duif moeten de andere hokgenoten de komende winter een gigantisch bedrag opbrengen. Ik wil u het marathon programma niet onthouden, hier zijn ze: 15/6 St. Vincent; 22/6 Bordeaux; 23/6 Pau; 29/6 Agen; 6/7 Barcelona; 7/6 Dax;14/7 St, Vincent en Agen; 20/7 Marseille; 27/7 Cahors en Perpignan. Een aantal vluchten worden ’s morgens gelost en de andere ’s middags. Ik neem aan dat ook marathon duiven maximaal 2 en hooguit 3 van deze vluchten kunnen afwerken. Niemand is verplicht aan alle vluchten mee te doen, er zijn er die dat wel doen. Misschien komen er meer deelnemers als het aantal vluchten drastisch wordt terug gebracht. Als ik de uitslagen bekijk is het aantal deelnemers schrikbarend laag. Een goede vriend zei ooit tegen mij; weet je waarom een aantal van die mannen zo een goede naam hebben op die vluchten? Ik zou het niet weten, zei ik. Dat komt omdat wij programmaspelers daar niet aan mee doen, zei hij. Misschien sprak hij wel de waarheid.

HITTE BRENGT DUIVEN IN PROBLEMEN
Wat een geweldige lente hebben we gehad en ook de zomer verwent ons met stralend weer. Hoge temperaturen, volop zon en af en toe een stevige oost tot noord oosten wind. Heerlijk om lekker achterover in een luie stoel op een schaduwrijk plekje in de tuin te verblijven. Dat is genieten en dat maken we in Nederland niet zo vaak mee. Regen is vaak een spelbreker van diverse leuke evenementen. De wereld verandert, nog nooit hadden we zulke lange periodes met prachtige zomerweer. Dat heeft echter ook nadelen want nog nooit was het zo droog. Van hogerhand wordt zelfs gevraagd de tuin niet meer te sproeien en zuinig met water om te gaan. Normaal staat alles in bloei en nu is het gras zo droog als hooi, planten verdrogen en het frisse groen is langzaam aan het verdwijnen. Voor de grote sportevenementen is het vooral voor de toeschouwers subliem weer helaas voor degene die in verschillende sporten moeten presteren niet zo ideaal, maar helaas voor de sporter hoort dat er ook bij.

NOG VIER LANDEN ZIJN IN DE RACE
Het Wereldkampioenschap voetbal is het toernooi van de verrassingen. Favoriete landen zijn naar huis het gaat nu nog tussen Engeland, Frankrijk, BelgiŽ en KroatiŽ. Als u dit artikel onder ogen krijgt is bekend wie de finale gaat spelen. Eerlijk gezegd gun ik ze alle vier de titel, maar zo werkt het niet. Er wordt gestreden tot aan de laatste wedstrijd. Als ik een voorspelling mag doen is de finale Frankrijk-Engeland. Maar wie ben ik, ik heb namelijk nog nooit de voetbalpool gewonnen dus om te zeggen dat ik er enige kijk op heb, dat zeker niet. Als het een mooie finale wordt zijn heel veel neutrale supporters tevreden en daar gaat het toch ook een beetje om.

DE TOUR DE FRANCE
Daar is nog weinig over te zeggen. Wat opviel was het onsportieve gedrag van de Fransen door Chris Froome uit te jouwen. Helaas kennen we dat gedrag van de Fransen zeker als het om een buitenlandse renner gaat die kans maakt op de eindzege. In de eerste etappe werd het pas interessant in de laatste 10 km. Door een valpartij liepen een aantal favorieten al een kleine achterstand op. Wereldkampioen Sagan liet in de finale van de tweede etappe zien dat hij zich als een kamikaze piloot gedraagt en voor niemand opzij gaat. Na de ploegentijdrit kwam de Belg Greg Van Avermaet in de gele leiderstrui en dat klassement zal er nu zeker heel anders uitzien. Afgelopen dinsdag zijn ze na de eerste rustdag de bergen ingetrokken en dan gaat het hele klassement op zijn kop. Dat zijn van die etappes waarbij je zonder dat je het zelf in de gaten hebt op het puntje van je stoel zit te kijken.
LOODZWARE KLASSIEKER VANUIT BARCELONA
Vrijdag werd er niet gelost. Zaterdagmorgen om 9 uur mochten de 15.000 Barcelona vliegers op weg naar huis. Onder ideale omstandigheden voor de echte fond duiven werd het een moordende vlucht. Voor de meeste duiven werd het geen eenvoudige opgave. De afstand, de hitte en de noordoosten wind zorgden er voor dat geen enkele duif op de dag van lossing het hok wist te bereiken. Het werd een race voor de echte doorzetters. Geen enkele van de deelnemende duiven kon een snelheid van 1000 mpm realiseren. De internationale overwinning ging naar BelgiŽ. Daar klokte het Team Freddy de Jaeger uit Knesselare hun winnende duif LLOYD, een 3-jarige doffer die zondagmorgen om 10.14 arriveerde en een winnende snelheid maakte van 952 meter per minuut (57 km per uur). In Engeland werd het weer een nationale overwinning voor Mark Gilbert, Windsor. In Nederland was het J.L.de Bruine uit Nieuwerkerk die de snelste had en in Duitsland ging de nationale overwinning naar Peter Nitsch uit Boppard. Op dit moment is het nog niet bekend hoe de afloop is van ’s werelds meest aansprekende meerdaagse fond vlucht. Heel diep petje af voor alle duiven die deze zware opgave hebben volbracht.

JONGE DUIVEN KOMEN MOEIZAAM UIT DE STARTBLOKKEN
De eerste officiŽle vlucht vond plaats op 23 juni. Een vroege lossing was noodzakelijk om de nog onervaren duiven de gelegenheid te geven om voor de ergste hitte thuis te zijn. Dat lukte maar gedeeltelijk. Het vluchtverloop was niet slecht, wel was het zo dat heel veel duiven over een groot deel van de dag zijn thuis gekomen. Een week later durfde men het niet aan de vlucht door te laten gaan. Ook nu weer veel te warm voor de jonge duiven die overigens al veel te lijden hebben van de reis naar de lossingplaats. De special ingericht duivenwagens zijn van alle moderne snufjes voorzien. Het is de onervarenheid van de jonge duiven die hen parten speelt. Grootste handicap is drinken in de mand. Dat hebben de meeste nog niet door. Daarbij komt de nodige stress want als je opeens tussen duizenden duiven richting huis moet is er wel het een en ander gebeurd. Op de eerste zaterdag van juli werd net als de eerste vlucht gelost op een afstand van 110 km. Ook nu weer vroeg zodat de duiven om iets over negen al thuis waren. Heel goed gedaan, voor het mooie is het voor de liefhebbers iets te vroeg althans dat is mijn mening. Ik mag graag op zaterdagmorgen het hok extra schoon maken, krantje lezen, bakkie koffie drinken en dan op het gemak in de tuin plaats nemen en in spanning wachten op de aankomst van de eerste duiven. Daar was deze eerste vluchten geen gelegenheid voor. Jammer voor mij maar beter voor de duiven.

HET LOOPT ANDERS DAN WE GEDACHT HADDEN
Marco was bij aanvang van het seizoen vol vuur. Hij had het in zijn hoofd dat hij de hele concurrentie tijdens de snelheidsvluchten op een hoop zou vliegen. Het werd niet waar hij op gerekend had. Wacht maar zei hij als straks de halve fond vluchten beginnen. Ook dat werd niet wat hij verwacht had. Bij mij was het ongeveer het zelfde liedje. Meer dan het 2e kampioenschap op de snelheid zat er niet in, ook nog enkele fraaie uitslagen op de midfond maar ik kreeg de duiven niet in de conditie die ze nodig hebben om zich in de kijker te vliegen. Beide gingen we onze focus verleggen naar het spel met de jonge duiven. Helaas was het dusdanig warm dat het onverantwoord was met de duiven op pad te gaan. Pas enkele dagen voor de eerste vlucht was het in mijn ogen wel verantwoord. Marco had daartoe vanwege drukke werkzaamheden geen gelegenheid en sloeg de eerste vlucht over. Het voorbije weekend deden we allebei mee. Ikzelf speelde de eerste vlucht de 2e en op de tweede vlucht zelfs 1 en 2 terwijl Marco de 3e plaats opeiste. Ook voor de komende vlucht worden er weer tropische temperaturen verwacht. Ik heb het al meerdere keren verkondigd; jonge duiven hebben het moeilijker dan de oude. In ieder geval is het zo dat zij in de heetste periode van het jaar aan de bak moeten. Toch doe ik mee want alles wat ze in hun geboortejaar leren hebben ze later profijt van.

DUIVEN EN WIELRENNEN
Zaterdag 7 juli ging voor de 105e keer ’s werelds grootste wielerspektakel de Tour de France van start en diezelfde dag waren de aankomsten van de Barcelona vliegers. Voor de meeste van de 15.707 internationaal gezette duiven (in 2009 waren dat er nog 27.669) is deze loodzware koers voorbij terwijl de 178 renners (22 ploegen van 8) nog drie weken topsport te gaan hebben wat beslist geen pretje is maar wel erg veel afzien. Ook het WK voetbal nadert haar hoogtepunt. Verrassingen waren er genoeg, gekende voetballanden zijn al lang naar huis. Zoals de zaken er momenteel voorstaan is denkelijk BraziliŽ de grootste favoriet en wij Hollanders zijn natuurlijk ontzettend benieuwd wat onze zuiderburen de Belgen er van terecht gaan brengen en laten we ook onze Engelse vrienden niet vergeten want ook zij zijn nog volop in de race om de wereldtitel. Frankrijk, Uruguay, BraziliŽ, BelgiŽ, Engeland, Zweden, KroatiŽ en het organiserende Rusland hebben zich geplaatst voor de kwart finales die vorige week vrijdag zijn begonnen.

DE PERS KAN ELKE SPORT MAKEN OF BREKEN
Je kunt de krant niet open slaan of de TV aanzetten de pers besteed alleen ongelooflijk veel aandacht aan de grote internationale sportevenementen. Andere sporten komen bijna niet aan bod, ongeacht welke zender of krant ze schrijven allemaal hetzelfde, de een probeert met nog grotere letters de ander af te troeven wat eigenlijk een zielige vertoning is. Waarom in de regionale dagbladen geen extra aandacht voor de regionale sporten. Ook hier krijgt voetbal de meeste aandacht en hangen andere sporten er een beetje bij. Heeft de redactie van de regionale krant niet door dat hun abonnees zeer geÔnteresseerd zijn in het regionale streek en sportnieuws. Elke sportvereniging en uiteraard ook andere verenigingen kunnen zeker wat extra aandacht gebruiken. Als duivenmelker erger ik me groen en geel aan de houding van mijn regionale krant. Voorheen waren er twee en was er dus concurrentie, nu ze gefuseerd zijn heeft de krant het alleen vertoningsrecht. Jarenlang stond er elke dinsdag wel een halve pagina in de krant met duivenuitslagen. Iedereen las die want iedereen had wel een buurman, familielid, collega of vriend die duivenmelker was. Die uitslagen werden dus door heel veel mensen gelezen en er werd over gesproken. De duivensport leefde en kenden vele supporters, de krant vind het niet meer belangrijk om verslag te doen van deze steeds kleiner worden groep duiven melkers. De jeugd heeft andere mogelijkheden. Zij zijn niet in duivensport geÔnteresseerd mede doordat er totaal geen publiciteit meer wordt gemaakt. De jeugd zit elke dag binnen achter de computer. De jeugd beweegt niet meer, het worden meer en meer robots, raken helemaal afgestompt. Nee het gaat met vele sporten helemaal de verkeerde kant op. In mijn omgeving vindt de ene na de ander fusie plaats. Clubs worden te klein door vergrijzing en onvoldoende aanwas. Voor heel veel clubs breken nog moeilijkere tijden aan. Het bloeiende verenigingsleven bestaat jammer genoeg niet meer en wat hebben wij ouderen daar toch ontzettend veel plezier aan beleefd. Dat komt nooit meer terug en wat er voor in de plaats komt ik zou het niet weten. Waarschijnlijk speelt alles zich straks af op internet. Winkels worden gesloten, clubgebouwen gesloopt en er komt een nieuwe generatie aan die hun inkopen en allerlei andere zaken alleen nog via internet doen. Ik moet er niet aan denken dat het zo ver gaat komen en hoop die situatie nooit mee te maken.

DUIVENSPORT WORDT STEEDS MINDER LEUK
Ook in de duivensport geldt de wet van de grote getallen. Het is nog steeds zo dat degene die de meeste lootjes koopt theoretisch ook de meeste kans heeft op een prijs. Het is geen zekerheid dat degene die de meeste duiven inzet ook de wedstrijd wint of de meeste duiven in de uitslag heeft. Het gaat er wel om dat we in elke tak van sport elkaar met gelijke wapens bestrijden. Volgens mij moet daar meer aandacht aan besteed worden. Deelnemers die veel duiven inzetten doen in Nederland niets verkeerds. In de reglementen is niet voorzien dat men aan een maximum gebonden is. Voor veel liefhebbers is en blijft het wel een oneerlijk gevoel als je 10 tegen 50 moet spelen of 20 tegen 100. Er zijn landen waar dit wel geregeld is. Ligt hier niet een schone taak voor de FCI? Toevallig zag ik deze week de verenigingsuitslag van de Snelvlucht uit Bodegraven, dat is de club waar Gerard en Bas Verkerk en Willem de Bruijn lid zijn. Vader en zoon Verkerk en ook Willem de Bruijn zijn goede bekenden van mij, plus dat ik zeer grote bewondering voor hen heb want zij spelen in de Nederlandse duivensport al vele jaren een toonaangevende rol. Tijdens het bekijken van die uitslag moest ik denken aan de liefhebbers die tegen deze grootheden spelen en wekelijks een pak slaag krijgen. Het ging over de midfond vlucht Melun. 12 leden van deze club hadden gezamenlijk 336 duiven ingezet en slechts 4 leden wisten een plaats in de uitslag te veroveren. Verkerk had er 135 mee en had er 46 in de uitslag, de Bruijn speelde 35 prijzen van de 87 duiven, een lid werd met 14 duiven mee 52e en nog een lid werd met 11 duiven mee 64e en 66e. De andere 8 deelnemers speelde geen prijs en zo gaat dat vaak week in week uit. Hoe zullen die 8 zich voelen? Wat voor plezier beleven deze mensen nog aan de duivensport? Zoiets houdt toch geen mens vol. Ik ben toen verder gaan zoeken en kwam tot een schrikbarende ontdekking dat in bijna alle clubs bijna 50% van de deelnemende leden geen prijs winnen. Waarom denkt u dat het ledental zo razendsnel terugloopt. Dat zit hem beslist niet alleen in de roofvolgels.

WAAR BLIJVEN ONZE JONGE DUIVEN?
Vroeger jaren toen we in Nederland nog verschillende duiven weekbladen hadden stond er elke week een vaste rubriek in “Waar blijven onze duiven”. Wat dat betreft is er niet veel veranderd. In die tijd waren er veel meer liefhebbers en ook veel meer duiven. Dat is inmiddels sterk veranderd. Onze groep wordt steeds kleiner en daarmee ook het aantal duiven. Vluchten met een rampzalig verloop hebben altijd bestaan en dat zal ondanks de moderne apparatuur wel zo blijven. De natuur laat zich niet regelen waardoor dat altijd een onzekere factor blijft. Iedereen doet zijn best om de grote verliezen van nu te stoppen alleen we weten nog niet precies hoe, het blijft een groot raadsel. We kunnen niet stellen dat alle duiven die verloren zijn gegaan niet gezond waren. We kunnen ook niets zeggen over de kwaliteit of over het vervoer, wie weet heeft het wel iets met de voeding te maken of met het verblijf in de metalen boxen of met een verkeerde ventilatie in de auto’s. Denkelijk is luchtvervuiling een van de grootste oorzaken en wisten we nu maar wat we daar aan kunnen doen. Duivensport, het wordt er niet gemakkelijker op.

WK VOETBAL MAAR OOK DE DUIVEN VRAGEN AANDACHT
Jammer dat zoiets niet mogelijk is in de duivensport. Er is wel eens iets in die richting uitgedacht maar in de praktijk was dat het een slap afgietsel werd dat iets weg had van een toernooi van een wereld kampioenschap. Zo probeerde de organisatie zand in de ogen te strooien van kopers uit verre landen. In eigen omgeving wist men wel beter. Het was de commercie die er achter zat, het ging dus alleen om de knikkers, het spel was bijzaak en meer niet. Nu komen er steeds meer eenhoks vluchten, leuk bedacht maar ook hier gaat het alleen maar om de knikkers. Dat er zoveel duiven van al die vluchten achterblijven is niet zo belangrijk anders zou de FCI wel ingrijpen. Wat doet de FCI eigenlijk voor de duivensport. Wat ik er van weet is dat ze elke 2 jaar tijdens de Olympiade bijeenkomen maar welke belangrijke beslissingen er genomen worden kom je weinig van aan de weet. Het uitstapje, de VIP behandeling en de etentjes zijn denkelijk het aller belangrijkste voor de heren. Van mij mogen ze, of het zinvol is voor de internationale duivensport? Wie het weet mag het zeggen. Momenteel vraagt het toernooi om het wereldkampioenschap voetbal wel de meeste aandacht. Drie wedstrijden op een dag en dan ook de duiven nog en goede verzorging geven dan blijft er weinig tijd over voor andere zaken. Tot nog toe is het toernooi alleen interessant vanwege de nodige verrassingen. Voor mij was de wedstrijd Spanje-Portugal de meest spannende met als hoofrolspeler Ronaldo. Daarnaast speelden de Duitsers als team het beste helaas alleen daarmee wordt je niet vanzelfsprekend wereldkampioen. In ieder geval veel sportplezier voor ons TV kijkers en daarnaast is het erg leuk om landenteams tegen elkaar te zien spelen. De vele wedstrijden die we het hele jaar door kunnen zien hebben niets meer met de clubs te maken die tegen elkaar spelen. Er zijn Engelse, Nederlandse, Spaanse teams waar niet een van hun landgenoten in speelt, daarom is voor mij dit WK toernooi erg interessant. Jammer dat mijn land niet mee doet. Onze voetballers en ook de schrijvende pers denken dat wij zulke geweldige voetballers hebben, het heeft ook met inzet en karakter te maken en dat missen de Oranje Leeuwen van Nederland. Dat is wel eens anders geweest. Hetzelfde geldt voor degene die met duiven spelen. Hele goede moet je hebben, daarbij komt inzet en karakter van de eigenaar en als dat geen winnaarstype is zal hij nooit bij de absolute top horen.

NATIONAAL ST VINCENT
Als niet fond speler is voor mij St. Vincent nog steeds de meest aansprekende overnacht vlucht, Orleans de meest aansprekende eendaagse fond vlucht en Quiťvrain de meest aansprekende snelheidsvlucht. Die lossingplaatsen bestaan al sinds mijn jeugd, die hebben gewoon iets speciaals. Als ze die plaatsnamen uitspreken krijg je als duivenmelkers gewoon een lekker gevoel. Aan Sint Vincent heb ik ooit een keer meegedaan volgens mij eind vijftiger jaren. Ik had 1 duif mee, een bonte doffer en de twee laatste cijfers van zijn ring waren 52, dat weet ik nog. Ik vond het geweldig om de duif in een ander verenigingslokaal in te zetten. Ik voelde me geweldig tussen al de bekende melkers en de grote heren hadden meestal een sigaar in de mond. Het was een drukte van belang en ondanks dat al die mensen de volgende dag moesten werken bleven zij veel langer in het lokaal bij elkaar dan gewoonlijk het geval was. Gezelligheid bovenal en feest als je een duif op het hok had die St. Vincent had gevlogen. Toch heb ik later nooit meer meegedaan aan dat soort vluchten en nu nog ben ik er geen liefhebber van. De eendaagse fond vluchten vanaf 550 km vind ik nog steeds veel te ver voor mijn duiven plus dat ik ook geen geduld heb om lang op duiven te gaan zitten wachten. Uiteindelijk doe ik dat nog liever dan vissen. Als je duiven mee hebt weet je dat jouw duiven op weg naar huis zijn, als je gaat vissen moet je maar afwachten of er eentje wil bijten. Nee, dat is helemaal niets voor mij. St. Vincent was vele jaren de allerbelangrijkste overnachtvlucht, later werd dat Barcelona en als je die vlucht weet te winnen is je naam gevestigd. Toch is het de meeste fond spelers nooit gelukt om een indrukwekkende uitslag te maken, eenmaal een mooie uitslag en de pers schrijft er tot in lengte van jaren over. Ook dit jaar moest ik heel ver in de uitslag zoeken naar zo een gerenommeerde naam. Nationaal winnaar 2018 werd K. Klink uit Den Bommel, misschien moet ik mij schamen want ik heb nog nooit van deze glorieuze winnaar gehoord en ik moest op de landkaart kijken waar Den Bommel ligt. De duif werd op een afstand van 950 km ‘s morgens om 5.09 uur geklokt en maakte een winnende snelheid van 1912 meter per minuut (114 km per uur) en dat komt doordat de duif in de neutralisatietijd gewoon heeft doorgevlogen. De 2e plaats ging naar Peter van Sintmaartensdijk uit Papendrecht, op een afstand van 1013 km werd daar om 5.37 uur geklokt. Aan dit nationale concours deden 2349 liefhebbers mee die gezamenlijk 12.440 duiven hadden ingezet, om 13.30 uur werd de laatste prijsduif geklokt zodat gesproken kan worden van een vrij gemakkelijk en snel verlopen concours.

DE JONGE DUIVEN KOMEN AAN DE START
Zaterdag 23 juni is het zo ver dan komen duizenden jonge duiven aan de start voor hun eerste vuurdoop. Mijn regio speelt vanuit Roosendaal (110 km) en dat is bij goed duivenweer een simpel vluchtje, de vooruitzichten zijn redelijk, 17 graden en een noordwesten wind. Dat moet voor geen van de duiven een probleem zijn. Toch ben ik er niet helemaal gerust op, mijn voorbereiding voor wat betreft het zelf rijden met de duiven is een beetje in duigen gevallen. Vorige week elke dag ideaal weer en deze week elke dag laaghangende zware bewolking en dan durf ik er niet mee op pad te gaan. Dus voor mijn gevoel is de voorbereiding onvoldoende, een mooie bijkomstigheid is dat ze wel in een sublieme conditie verkeren en dat compenseert misschien dat ze volgens mij niet genoeg keren in de mand hebben gezeten.. Het wordt aanstaande zaterdag dus erg spannend, ik heb er geen flauw idee van hoe het gaat aflopen terwijl mijn verwachtingen tot en met vorige week erg hoog gespannen waren. Deze week kwamen ook weer tee duiven niet binnen, dan denk ik direct aan de coli besmetting. Ik heb het hok dichtgedaan en heb ze de hele dag buiten laten zitten. Wel heb ik direct een medicijn tegen coli in het drinkwater gedaan en voor alle zekerheid heb ik de duiven ook maar een half rantsoen gegeven. Als ze namelijk wel coli hebben is het beter dat je heel weinig voer geeft. Het bleek achteraf niet nodig te zijn. ’s Avonds de twee binnen gelaten, een was er niet van mij en die wel van mij was heb ik voor alle zekerheid meteen weggedaan. Stel je voor dat je enkele dagen voor de eerste vlucht een coli besmetting op je hok krijgt, dan kun je het verdere jonge duiven seizoen vergeten en dat risico wilde ik niet nemen.

TRAINING VOOR JONGE DUIVEN BEGONNEN
Overwegend ideaal duivenweer in Nederland, een vervelende bijkomstigheid is dat het bijna dagelijks oosten wind is. Is dat nu zo erg vraagt u zich af maar het is vooral voor ongetrainde jonge duiven een slechte wind. Vaak veel te droog met een staal blauwe wolkeloze lucht slechter kun je voor jonge duiven niet bedenken zeker voor die aan de westkant van Nederland wonen. Zij komen door de oosten wind al gauw bij de Noordzeekust of zelfs boven zee de verliezen zijn vaak enorm. Nu is in Nederland de tijd aangebroken dat de jonge duiven getraind moeten worden als voorbereiding voor het nieuwe seizoen dat op de meeste plaatsen eind juni begint. Mijn jonge duiven hebben nog niet een keer in de mand gezeten, de bedoeling is dat dit deze week wel gaat gebeuren. Wat hun gezondheid betreft is volgens mij alles in orde, ik heb dat al meerdere keren geschreven. Ze trainen twee maal daags zonder problemen een vol uur en eten daardoor goed. Op vaste tijden krijgen ze eten al zo lang ze bij hun ouders vandaan zijn. Als het etenstijd is ga ik naast de spoetnik staan en zodra ze mij zien duiken ze in volle vaart naar beneden en zitten binnen enkele seconden in het hok. Als ze zich zo voorbeeldig gedragen kun je met een gerust gevoel op twee oren gaan slapen. Een maal in de week op woensdag krijgen ze verse groente, twee maal vers grit, op woensdag en donderdag conditiemix in het drinkwater. Elke dag bij elke voederbeurt een paar kleine handjes snoepzaad en als traktatie enkele pinda’s. Met die verzorging moeten ze de baas de nodige sportieve hoogtepunten bezorgen. Voor de extra motivatie heb ik nog wat extra zitplaatsjes geplaatst dicht bij elkaar zodat ze elkaar net niet kunnen raken. Nu maar hopen dat door zelf een aantal keren met de duiven te gaan rijden er geen achterblijvers zullen zijn. De eerste keer ga ik direct naar 10 km. Mijn ervaring is dat je op kortere afstanden meer duiven kwijt raakt omdat ze vlak bij huis eerder de verkeerde dan de goede kant kiezen. Het is de bedoeling dat ik minstens 5 keer zelf met ze ga rijden naar een vaste plek op 30 km van mijn hok. Ik klok ze om te zien hoe snel de eerste duiven hebben gevlogen. De zesde keer laat ik ze mand voor mand met een tijdsverschil van 10 minuten los en daar moeten ze het mee doen.

OPPASSEN ALS ER EEN PAAR BUITEN BLIJVEN ZITTEN
Nu de tijd is aangebroken dat de jonge duiven veelvuldig getraind gaan worden stoppen veel liefhebbers met het verduisteren. De ervaring heeft ons geleerd dat de kans groot is dat een tweetal weken later er een uitbraak komt van de coli bacterie besmetting en dat is precies iets waar we niet op zitten te wachten. Coli is en blijft een vervelende jonge duiven ziekte waar vooraf niets tegen te doen is. Het is sterk aan te raden dat een medicijn tegen coli in huis is. Zelf verstrek ik indien nodig de drinkwater kuur van Dr. van der Sluis. De laatste twee jaar heb ik gelukkig geen problemen met coli gehad misschien omdat ik niet abrupt stop met verduisteren. Normaal verduister ik 13 uur per dag. Vanaf 1 juni is dat 12 uur, een week later 11 uur, vanaf 15 juni 10 uur en als we op 24 juni met de jonge duiven beginnen stop ik met verduisteren. De rolgordijnen blijven dan voor de helft open zodat de duiven niet in het felle licht zitten. Dit systeem bevalt mij goed. De verliezen waren 20%, vroeger jaren zou ik daar doodziek van zijn geworden tegenwoordig schijnt de grote meerderheid dat geweldig te vinden. Duiven kwijt raken heb ik altijd een enorme hekel aan gehad, ik selecteer ze liever zelf uit. Al zo lang de jonge duiven buiten komen en rond zijn gaan vliegen ben ik enorm enthousiast over hun gedrag. Alles verloopt naar wens totdat twee dagen terug twee jonge duiven buiten bleven zitten. Zodra enkele jonge duiven buiten blijven zitten denk je direct aan coli besmetting. Ik kon roepen en fluiten wat ik wilde ze vertikte het om binnen te komen terwijl ze anders altijd niet weten hoe snel ze naar binnen moeten gaan. Ik dacht bekijk het maar, ik ga de andere duiven verder voeren. Toen ik daarmee klaar was ging ik de duiven tellen en alle 36 zaten ze binnen. Ik weer naar buiten om te kijken of die twee er nog zaten. Jawel hoor, ze zaten er nog en toen ik een klap met mijn pet op het hok gaf vlogen ze weg, ze waren niet van mij. Ik heb wat moeite gedaan om ze binnen te krijgen, niet wetende dat het twee vreemde duiven waren. Ook dat kan een geroutineerde melker overkomen, zal wel met de leeftijd te maken hebben.

VEROORDEEL EEN JONGE DUIF NIET TE SNEL
Op zaalverkopingen zie je ze staan, melkers met een jonge duif in de hand die nog enkele nestharen op zijn kop heeft. Dat beestje wordt van alle kanten bekeken en dan vraag je je af, waar kijkt die vent nu eigenlijk naar. Zal hij zich wel realiseren dat hij met een baby in de hand staat, daar kan namelijk nog zoveel aan veranderen. Er zijn van de mannen die denken dat ze aan een jonge duif kunnen zien of het een goeie is. De eerste indruk moet goed zijn, maar verder….? Pas als ze vijf maanden zijn beginnen ze volwassen te worden en pas na de eerste grote rui zijn de meeste duiven uitgegroeid en dan kun je pas bepalen of ze goed in elkaar zitten. Een platte kop is niet mooi maar zegt niets over de kwaliteit. Kwaliteit kan pas echt goed bepaald worden als de duif als eenjarige het hele programma heeft afgewerkt. Voorbije week sprak ik nog een goede duivenvriend die dit jaar een kei van een duif op het hok had. Ik zeg had want de duif is kortgeleden van een normaal verlopen race achter gebleven. De duif zag er als jong goed uit, beide liefhebbers (vader en zoon) waren er mee in huh nopjes. Ze hadden de duif als bon van een gekende snelheidsspeler gekocht. De duif ging alle vluchten mee en won geen enkele prijs. Het toeval ging een rol spelen want omdat er nogal flink wat duiven verloren gingen mocht de duif blijven. Het bleek een goede keus te zijn want dit jaar had ze na 6 weken spel al vier keer prijs 1:100 gewonnen waarvan twee keer de eerste in groot verband. Zulke kun en wil je niet missen maar het gebeurd wel dat is nu eenmaal het risico als je aan wedstrijden meedoet. Er zijn andere voorbeelden van jonge duiven die het in hun geboortejaar geweldig deden en als jaarling er niets van terecht brachten. We willen allemaal mooie duiven hebben die ook nog goed presteren maar aan het eind van het jaar worden er net zoveel goede uitgeselecteerd als dat er mogen blijven. Ik ben er van overtuigd dat er tijdens de selectieperiode heel veel fouten gemaakt worden. Kijken naar de stamkaart is goed als de duif ook goed gepresteerd heeft. Voor die tijd kun je alle stamkaarten beter opbergen zeker die van aangekochte duiven. Even terug naar waar we gebleven waren, het beoordelen van hele jonge duiven. Aan een mis of mister verkiezing doen ook geen kinderen mee pas als die volgroeid zijn kunnen ze op schoonheid beoordeeld worden. Zelf had ik dit jaar een schalie doffer van mijn zoon Marco gekregen en ondanks dat hij nog zeer jong was gedroeg hij zich al snel als een echte kerel. Hij viel op door kleur en grootte maar toen ik hem in mijn handen nam viel hij zwaar tegen. Een echte slappeling en nu we vijf maanden verder zijn herken je hem niet meer. Wat is die doffer in zijn voordeel veranderd waarmee ik maar wil zeggen; oordeel niet te snel. Zo lang ze super gezond zijn laat ze rustig lopen en speel er mee. De mand zal wel vertellen of de kwaliteit wel of niet voldoende is.

MEESTE AANDACHT VOOR GIRO EN CHAMPIONS LEAGUE
Daaraan vooraf ging de bovenmenselijke prestatie van Chris Froome (UK). Hij de grote Froome ging er op zaterdag 26 mei als een haas vandoor om na 80 km solo de rosť leiderstrui aan te trekken. Na twee weken keihard koersen kon er maar een iemand winnen en dat was Simon Yates (UK). Bijna twee weken het rosť om zijn ranke schouders wie kon daar nog iets tegen doen. Na de individuele tijdrit van 34,5 km kwam Yates helemaal uitgewoond over de streep. Ik vertelde tegen iedereen die het maar horen wilde dat het kaarsje bij Yates was opgebrand. Heel jammer voor hem, de fut was uit zijn lijf en twee dagen later stond hij op grote achterstand en werd het duidelijk dat er voor hem niets meer te winnen was. Froome werd vanaf dat moment na Tom Dumoulin de grootste kanshebber voor de eindzege. En ja hoor, hij flikte het en niemand maar dan ook niemand kon nog iets tegen hem uitrichten. Nu behoort hij tot de allergrootsten die alle drie grote rondes op hun naam wisten te schrijven. De winnaar van vorig jaar moest nu genoegen nemen met de tweede plek. Nu maar kijken wie in de Tour de France de beste is. Eerst nog het WK voetbal in Rusland waarbij Nederland de grote afwezige is. In een ander groot sportevenement viel in datzelfde weekend de beslissing. Real Madrid en Liverpool moesten uitmaken wie de Champions League ging winnen. Het lukte Real Madrid voor de derde achtereenvolgende maal. Smaakmakende momenten in die wedstrijd waren de blunders van de Duitse Liverpool doelman en de formidabele omhaal van de Engelsman Gareth Bale. Een ongelooflijk mooie omhaal werd een doelpunt dat de hele wereld is overgegaan.

FONDSEIZOEN KOMT OP GANG
Het is inmiddels juni en dat betekent dat de liefhebbers van de fond vluchten klaarwakker zijn. Het voorbije weekend stonden in Nederland de eerste lange afstand races op het programma. In BelgiŽ werd meteen gestart met een Nationale fond vlucht vanuit de bekende lossingplaats Bourges. Voor mij is de afstand 620 km en dat is voor een nationale vlucht een mooie gemiddelde afstand. De Belgen blijken graag nationaal te spelen en nemen het niet zo nauw met de afstanden. Op deze eerste nationaal Bourges ging de overwinning naar de Familie 3D, een combinatie van drie verschillende liefhebbers. Het was hun duivin Beatrix die alle 20.280 andere mededingers te vlug af was. Zij legden de afstand van 390 km af (in mijn ogen veel te kort voor een nationale vlucht) met een gemiddelde snelheid van 1275 meter per minuut. Als tweede finishte de bekende kampioenenformatie Kurt en Raf Platteeuw, zij hadden er 103 ingezet. Wat vorig jaar niet lukte, lukte dit keer wel. De nationale uitslag kon men twee dagen na de race al op internet lezen en dat was voor onze Belgische sportvrienden feest want vorig jaar moest er wekenlang gewacht worden op de juiste uitslag. Hopelijk hebben de Nationale bestuurders van de KBDB er door deze snelle uitslag weer wat vrienden bijgekregen.

OORLOG IN DE CLUB VAN LANGE WACHTERS?
De neutralisatie tijd is de laatste jaren een heet hangijzer binnen de meerdaagse fond vluchten. Ik kan me de tijd nog herinneren dat men vertelde dat duiven in het donker niets kunnen zien. Toen kwam de tijd dat er zo maar eens een duif in de nachtelijke uren arriveerde. Dat kon en bestond niet, het was een ongelooflijke prestatie. Die nachtelijke aankomsten kwamen steeds meer voor. Werd daar op gekweekt of werden de duiven in donker getraind? het zal er zeker iets mee te maken hebben. Er werd een regeling getroffen die “neutralisatie tijd” werd genoemd. Hiermee wilde men voorkomen dat groepen liefhebbers helemaal weggespeeld zouden worden. De wereld veranderde, kleine dorpen waar vroeger een lantaarnpaal het dorpscentrum verlichtte staan er nu veel meer en wat te denken van alle reclames die fel verlicht zijn. Dat is niet alleen het geval met de kleine dorpen, de grote steden zijn een zee van licht en het is daardoor in de zomer nooit meer donker. De kwaliteit van de duiven wordt ook steeds beter en in de zomermaanden als de meeste fond vluchten worden gehouden vliegen steeds meer duiven ’s nachts gewoon door. Probeer daar maar eens een regeling voor te bedenken waarmee iedereen het eens is. Het is een tijd (redelijk) goed gegaan totdat er meer tegenstand kwam. Er moest een andere regeling bedacht worden. Vele voorstellen zijn ingediend en het eind van het liedje is dat er ondanks alle goede bedoelingen de liefhebbers van de meerdaagse fond niet naast maar tegenover elkaar staan. Het zal een hele klus worden om de neuzen van de ZLU en KBDB bestuurders dezelfde kant op te krijgen. Dit muisje heeft zeker nog een staartje, dus….. wordt vervolgd.

TROPISCHE TEMPERATUREN
Voor Nederlandse begrippen hebben we elke week prachtig weer. Het is volop genieten van het verse groen, alles staat in bloei en de temperaturen zijn soms niet om uit te houden. Rondom ons huis is water en elke dag komen er moeder eenden met hun kindertjes voorbij. Er zijn er bij die wel met 12 jongen zijn begonnen en nu zwemmen er nog maar 2 achter hun aan. De reigers en snoeken verorberen er dagelijks een flink aantal, die kleine eendjes zijn een ware traktatie voor hen de natuur is wat dat betreft keihard. Zo zijn er ook nog steeds veel liefhebbers in Nederland die de nodige jonge duifjes aan de roofvogels kwijt zijn. In ons land zijn absoluut te veel roofvogels , mooie beesten waar heel veel mensen niet op uitgekeken raken. Wat de duivenliefhebbers betreft moeten er dringend zwaardere maatregelen genomen worden om de roofvogel populatie in de hand te houden. Zo lang er toegestaan wordt om op allerlei plekken nestkastjes voor deze moordenaars te plaatsen zijn we voorlopig niet van dat probleem af. Waarom zijn duiven niet net zo beschermd als alle roofvogels? Vandaag eindelijk eens een fikse regenbui en dat was hard nodig voor onze tuin.

HOE ZIET HET ER UIT VOOR DE KOMENDE PERIODE
De oude duiven doen het naar wens, maar eerlijk gezegd had ik meer van hen verwacht. In de club doen ze het prima want elke week minimaal twee binnen de eerste tien is voor velen een droom. In de ZCC doe ik nog steeds met de besten mee, de fond sla ik over. Ik richt me nu meer op het spel met de jonge duiven dat op 24 juni begint. Vandaag heb ik ze door Dr. Van der Sluis allemaal laten vaccineren tegen paratyfus. Ze hebben daar wel een klein tikje van gekregen. Heb ze die dag niet losgelaten en ook de volgende dag blijven ze binnen. Volgende week de laatste snelheidsvlucht en twee weken later starten de jonge duiven. Ik heb er momenteel 35 om mee te spelen, dat moet genoeg zijn om op het hoogste niveau tegenstand te bieden. De oude duiven krijgen nog enkele halve fond vluchten af te werken en nu is het al bekend welke duiven hun laatste kans krijgen op de laatste vijf (natour) vluchten. Op het oude duivenprogramma gaan ze niet meer mee. Ik doe ze niet weg omdat ze zorgen voor sfeer in het hok en misschien zijn de minder goed presterende duiven wel goed genoeg om hun buurman of buurvrouw scherp te houden waardoor die rustig doorgaan met goede prestaties neer te zetten.

EERSTE PINKSTERDAG VIEL DOOR DE DUIVEN BIJ VEEL FAMILIES IN DUIGEN
Ik kan niet voor alle Nederlandse duivenmelkers spreken maar wel hoe het aan de westkant tot nog toe verloopt. Het weer laat ons tot voorbije zaterdag niet in de steek. Wel is het dit jaar elke week oosten wind en daar weet u alles van want daar heb ik al zoveel keer over geschreven zodat het op het laatst vervelend wordt. Ik heb al meer geschreven dat we binnen onze sport erg veel kunnen regelen behalve de weersgesteldheid, de wind en de ligging. Helaas kon het merendeel van de Nederlandse duiven niet op zaterdag 19 mei gelost worden. Met name in BelgiŽ en het zuiden van Nederland was het ronduit slecht, met zulk weer zou je nog niet eens je hond buiten laten. Het vervelende van dat alles was dat alle duivenmelkers gezinnen die een afspraak hadden gemaakt om eerste Pinksterdag iets leuks te gaan doen dat moesten afblazen. Wel was er die zaterdag voldoende tijd om de loodzware bergetappe van de Giro d ’Italia te volgen. Het werd een magistrale overwinning voor de grote Engelse kampioen Chris Froome die daarmee liet merken dat hij zeker niet kansloos is en dat hij hoogst waarschijnlijk een gooi gaat doen naar een podiumplaats. Vandaag 22-5 in de 34,5 km lange tijdrit liet hij duidelijk zien nog steeds bij de kanshebbers te horen. Het wordt een spannende laatste week met nog drie aankomsten berg op. Grootste kanshebber is Simon Yates al vond ik wel dat hij vandaag na de tijdrit erg getekend over de meet kwam. Hij is echter in supervorm en daarom nog steeds de grote kanshebber voor de eindoverwinning ook al mogen we Tom Dumoulin, Pozzovivo en Froome zeker nog niet afschrijven. Zondag was het voor de wielerfans wederom genieten van Simon Yates die in zijn eentje het hele peloton op achterstand reed. Maandag was er gelukkig een rustdag en dat was tevens een mooie gelegenheid voor de melkers om de wonden te likken. Er waren er namelijk nogal wat achter gebleven en van verschillende kanten hoorde ik dat de duiven ontzettend veel dorst hadden. Hier en daar werden zelfs duiven uit het water gevist, dorst en dan geen kracht meer om vanuit het water weer op te vliegen. Mijn zoon Marco miste ’s avonds nog 7 duivinnen en ik nog 3. Typisch dat het overwegend duivinnen waren. Van een goede vriend hoorde ik dat zijn beste duif op dinsdag nog niet terug was. Zo’n duif die dit jaar al twee overwinningen tegen een paar duizend duiven had behaald wil je voor geen goud kwijt. Naar mijn idee waren de duiven te laat gelost. Om 10.30 er uit voor een race van bijna 400 km met bloedheet weer een noorden wind blijkt voor veel duiven een te zware opgave te zijn. Aan de duiven die wel op tijd thuis waren kon je duidelijk zien dat ze er behoorlijk aan hadden moeten trekken. Zelfs op dinsdagmorgen moest ik twee doffers het hok uit jagen en dat zegt wel iets.

TELEURSTELLING
De midfond vluchten die zo mooi kunnen zijn kent vele deelnemers maar onder hen zijn er die nu al in staat zijn om de handdoek in de ring te gooien. Wat dat betreft moeten wij liefhebbers wel een heel sterk karakter hebben om na zo een slecht verlopen race toch weer opgewekt aan de volgende vlucht mee te doen. Ik had stiekem gedacht om ook aan de eendaagse fond mee te doen maar zie er toch maar van af. In de eerste plaats omdat ik nog maar met zeer weinig duiven meedoe, ten tweede omdat ik drie duivinnen kwijt ben en ten derde vind ik 520 km met wederom noorden win en zeer hoge temperaturen nu niet een vlucht waar ik reikhalzend naar uitzie. Dit weekend gaan de eendaagse fond vluchten van start en tevens hebben we dit weekend de laatste snelheidsvlucht van ongeveer 220 km. Dat moet goed te doen zijn zeker als de duiven er vroeg uit kunnen. Het is dan nog niet zo warm en meestal is de wind ook nog niet zo sterk. Ik doe in ieder geval mee om mijn tweede plaats voor het snelheidskampioenschap vast te houden. Hoe Marco er over denkt is misschien wel te raden als je 6 duivinnen op een vlucht hebt ingeleverd. Het is geen excuus maar hij heeft het momenteel veel te druk. Zijn eigen woninginrichting zaak vraagt gelukkig erg veel tijd, dan zit hij al geruime tijd midden in een verbouwing van zijn eigen huis, plus dat hij een gezin heeft en ook gek is met zijn kleinkinderen. Ik was vroeger zo fanatiek dat de duiven bijna altijd op de eerste plaats kwamen, het was een mooie tijd maar of ik het allemaal evengoed heb gedaan dat moet u maar aan mijn vrouw vragen.

JONGE DUIVEN
Ik beleef momenteel erg veel plezier aan mijn jonge duiven, ze zijn zo gezond als een vis en daarom doen ze dingen die elke duivenliefhebber graag ziet. Ze eten als gekken, ze trainen als idioten, als ik ze roep stormen ze als kamikazepiloten naar binnen, de mest is om op te eten zo mooi, ze worden nog steeds 13 uur per dag verduisterd. Als dat zo blijft dan vindt de concurrentie volk thuis. Voorlopig ben ik ontzettend enthousiast. We weten allemaal dat er zo maar van de ene op de andere dag iets kan gebeuren. Ik ben nu al huiverig om de verduistering op te heffen omdat je enkele weken later kans hebt op een coli uitbraak of nog erger. Degene die andere duivenmagazines lezen weten dat ze in bepaalde landen erg veel last hebben van het adeno virus en helaas is dat in veel gevallen dodelijk voor jonge duiven. Als ik ’s morgens mijn jonge duiven loslaat en ik ga het hok uit om te kijken waar ze zijn zie ik er niet een meer. Vanmorgen kwamen ze in kleine groepjes terug. Aan de ene kant vind ik dat fijn maar van de andere kant heb je een probleem met voeren. Het heeft ze geen kwaad gedaan want vanavond vlogen ze ook weer dat het een lieve lust was. Wat is duivensport dan een heerlijke hobby, helaas heeft onze sport ook met veel tegenslagen te maken. U kent die situaties wel, volop genieten van de duiven en dan opeens een ziekte uitbraak of een loodzware vlucht waardoor een aantal duiven totaal uit conditie zijn geraakt. Deze week krijgen mijn jonge duiven hun chipring om en op 4 juni beginnen we in de club met de eerste trainingsvlucht. Voor die tijd ben ik zeker drie keer zelf met ze weggeweest. Verder dan 30 km ga ik beslist niet. Allemaal heel veel succes maar u weet niets gaat vanzelf.

DUIVENSPORT EN WIELERSPORT
Beide hebben mijn interesse en ik mag ze graag met elkaar vergelijken. Momenteel is het zo dat wij met de duiven aan 8e etappe toe zijn en in de Giro d ’Italia hebben ze vandaag de 10e etappe gehad. De Engelsman Yates rijdt in de rosť leiderstrui, de Hollander Tom Dumoulin die zijn titel verdedigd staat in het algemeen klassement op de tweede plaats en de grote Engelse favoriet Chris Froome zoekt nog naar zijn juiste vorm. Wat de duiven betreft mogen we niet mopperen over het weer. Tot nu toe prima weer om de duiven op te wachten en dat is ook een belangrijk deel van onze hobby. Gezellig met zijn allen in de tuin genieten van het fraaie lenteweer met daarbij de spanning van de aankomst van de duiven. Iedere middag kijk ik indien mogelijk naar het wedstrijdverslag van de Giro. Wat het wielrenen betreft laat ik geen enkele mogelijkheid onbenut om de vele koersen die er tegenwoordig zijn live te volgen. De wielersport is een echte televisie sport geworden. Als er maar even iets gebeurt wordt het direct uitgezonden, dat kan een demarrage zijn, een valpartij of geweldige natuuropnames van het mooie Italiaanse landschap. Vooral de bergetappes zijn boeiend en trekken erg veel publiek. Weet u dat de mogelijkheid ook al bestaat om de duiven tijdens hun thuisreis te kunnen volgen. Of de duivensport er interessanter door wordt betwijfel ik, het verrassingselement is dan helemaal weg. Wel is het belangrijk dat men door blijft gaan met onderzoek naar de gedragingen van de duiven tijdens korte en heel lange vluchten. De duiven en wielersport hebben veel met elkaar gemeen. Wij duivenmelkers zijn de ploegleiders van onze duiven maar ook de mecanicien en de dokter. Wij moeten net als in de wielersport er voor zorgen dat enkele atleten van onze ploeg bij de eersten over de meet komen. De verschillende afstanden in de duivensport zijn te vergelijken met de etappes in belangrijke wielerkoersen. Zo kunnen in beide sporten winnaars solo binnen komen of in een kopgroep en het kan ook zo zijn dat de winnaar moet komen uit de massasprint. In beide takken van sport kan de weersgesteldheid een zeer belangrijke rol op het wedstrijdelement spelen.

DE MIDDELLANGE AFSTANDEN ZIJN BEGONNEN.
Deze races met afstanden van 300 tot 500 km worden door heel veel liefhebbers gezien als de mooiste afstanden en heeft de grootste deelname. Voorbije zaterdag hadden wij de eerste race uit een serie van zes. Voor mij was de afstand 334 km, de duiven waren om half acht gelost en er stond een kalme zuidoosten wind die meestal zorgt voor een verrassend wedstrijdverloop. Ook was dat dit keer het geval. Aan de Noordzeekust maakte de duiven een snelheid die 100 meter per minuut hoger was dan aan de oostelijk gelegen IJselmeerkust. De snelheid die de eerste duiven maakte lag hoger dan we verwachtte wat kwam door het aangename weer in de tuin. Daar merkte we niets van de wind en daardoor hadden de snelheid verkeerd ingeschat. We verwachtte dat de snelste duiven op mijn afstand om ongeveer kwart over elf zouden arriveren. Niks daarvan, al om 10.53 uur waren de eersten er en maakten een snelheid van 100 km per uur en binnen 20 minuten waren alle prijsduiven (dat is 25% van de deelnemende duiven) thuis. Ik kreeg een duivin voorop die de week daarvoor mijn tweede duif was. Ik speel niet met haar doffer, dat is namelijk een zomerjong van 2017 die nog nooit in de mand heeft gezeten. Misschien hier een bewijs dat het belangrijk is dat de duif weet dat bij thuiskomst de partner zit te wachten. Ik heb het idee dat duivinnen er beter tegen kunnen dat de partner er niet is als ze van de race thuiskomen. Bij doffers is het alsof ze teleurgesteld zijn als vrouwlief er niet is. Er zijn gelukkig voorbeelden genoeg van doffers die het op totaal weduwschap uitstekend doen, dat wil zeggen dat ze meerdere keren per jaar een goede prestatie neerzetten.

VOOR DE VIERDE KEER EEN ANDERE LOSSINGPLAATS
In de wintermaanden worden de vluchtprogramma’s voor het volgende seizoen vastgesteld. Ik heb het gevoel dat ze daar in Noord-Holland maar een beetje met de pet naar slaan. Vorig jaar werd er met grote regelmaat van lossingplaats veranderd. Nu is dat weer het geval, van de zeven vluchten zijn we al vier keer op een andere plaats gelost. De laatste keer was het echt om te schaterlachen. Deze keer werd de lossingplaats niet veranderd omdat er een jaarmarkt of kermis op de lossingplaats was, nee men veranderde omdat er op zaterdag wel eens een oostelijke wind kon waaien en dan bestaat de mogelijkheid dat er duiven boven zee komen met alle gevolgen van dien. In de UK en Ierland vliegen de duiven wekelijks over Het Kanaal en de Ierse zee en dan heb ik het nog niet eens over de Canarische eilanden waar veel liefhebbers wonen en de duiven wekelijks op zee gelost worden. Dat is ook vaak het geval met de duiven die op het eiland Malta wonen. Die hebben het echt moeilijk omdat er geen andere mogelijkheden zijn. Mijn ervaring is dat in Nederland duivenwedstrijden met oost of zuidoosten wind altijd een vreemd verloop hebben en bij jonge duiven races is het zelfs zo dat de verliezen gigantisch zijn. Maar om vluchten voor oude duiven te veranderen vanwege voorspelde oostelijke wind dat gaat mij te ver. Ondanks die verandering werd het toch weer een vreemde vlucht. We kunnen binnen de duivensport veel regelen behalve de weersgesteldheid en de trek van de duiven dat maken ze zelf wel uit. Deze zaterdag is de tweede midfond vlucht en volgende week hebben we alweer de laatste snelheidsvlucht en tevens de eerste eendaagse fond vlucht.

VEEL LIEFHEBBERS VERRAST
Door het prachtige weer en de kalme zuidoostelijke wind waren de duiven eerder op de hokken dan hun bazen. Veel liefhebbers hadden zich verkeken op de snelheid. Zelf was ik extra vroeg begonnen met het schoonmaken van de hokken kortom ik had alles ruim op tijd klaar voordat de duiven zouden komen. Vanuit een zonovergoten tuin belde ik nog even met mijn zoon Marco om nog even te praten over wat we van deze wedstrijd konden verwachten. Eerlijk gezegd waren mijn verwachtingen niet zo hoog gespannen, ik vond namelijk dat de duiven van halverwege de week niet snel genoeg het voer oppikten. Duiven moeten graag en snel eten, aan het einde van de week mag dat iets minder zijn omdat ze goed zijn voorbereid op de komende race. Hun gedrag was prima, de mest was mooi er lag dons in het hok maar eten deden ze heel slecht. Ik verbeeld me dat ik lang genoeg duiven heb om te weten hoe ik ze moet voeren en was niet tevreden. Terwijl ik zaterdagmorgen mijn zoon Marco aan de telefoon had viel er bij hem een duif op het hok. Hij had haar niet zien komen en toen de klokken leeg gehaald werden bleek hij nipt geklopt te zijn voor de eerste prijs. Ik moest toen nog twee minuten wachten voordat ik een duif kreeg. Voor mij viel het mee want beiden pakten we er twee in de top tien en zo gaat dat alle weken. Ik doe mijn stinkende best om eens een ouderwetse mooie serie te pakken, ik houd u op de hoogte.

HEEFT DE WIND WEL ALTIJD ZOVEEL INVLOED OP DE WEDSTRIJD
Tijdens het wedstrijdseizoen wordt er wekelijks heftig gediscussieerd over ligging en wind, het is een hot item. Bij westenwind is de oostkant in het voordeel en bij oostenwind de westkant. Komt de wind uit het noorden dan is er voordeel voor de voorvlucht (kortste afstand) en bij zuidenwind is er voordeel voor de meest noordelijk (langste afstand) wonende liefhebbers. In de meeste gevallen is dat zo maar zekerheid hebben we nooit. Op 5 mei hadden we een vlucht waarbij alle theorieŽn in duigen vielen. Op de weersgesteldheid was niets aan te merken. In BelgiŽ waaide de wind uit zuidoostelijke richting en in Nederland was hij pal oost en daar zijn zeker de liefhebbers uit mijn spelgebied niet blij mee. Onze duiven die veelal over de westkant van Nederland naar huis komen hebben aan de Hollandse kust een prachtige oriŽntatie lijn. Het moet erg hard waaien willen de duiven zich landinwaarts laten blazen waardoor onze westelijke deelnemers zogezegd veelal aan de eerste speen liggen. Van die theorie klopte voorbije zaterdag helemaal niets. Terwijl we samen met een aantal fans op de duiven zaten te wachten werd er uiteraard druk gefilosofeerd hoe de vlucht zou verlopen en waar de snelste duiven zouden arriveren. Ook de snelheid kwam uitgebreid ter sprake. Als het juist was dat de duiven in BelgiŽ met zuidoosten wind gelost waren dan behoorde snelheden van 120 km per uur tot de mogelijkheden. We kregen door dat de wind in Zuid Nederland oost was en dat drukt de snelheid. Vanwege het mooie weer met een wolkeloze hemel, ik vind dat niet ideaal voor duiven en zeker niet voor jonge duiven, werden onze duiven al om 8.15 uur gelost en de afstand was voor mij 243 km. Ik hield rekening met 90 km per uur wat te hoog was ingeschat. De temperatuur liep heel snel op en de luchtvochtigheid was zeer laag. De baas kreeg namelijk tijdens het wachten al heel snel behoefte aan een frisdrankje, het was nog te vroeg voor een biertje. De duiven kampten met hetzelfde probleem. Kortom het was naar onze mening een ideale situatie voor de westelijke wonende liefhebbers. Al gauw viel de plaatsnaam Zandvoort een prachtige badplaats aan de Noordzee waar op een van de kortste afstanden sterk spelende liefhebbers wonen. We waren het al gauw met elkaar eens dat daar de snelste duiven zouden arriveren, mooi niet! Het werd een vlucht waarbij heel veel liefhebbers de mogelijkheid hadden een vroege duif te constateren. Hoe dat mogelijk is, is voor mij nog steeds een raadsel. Verhoudingsgewijs vielen in mijn speelgebied de meeste vroege duiven terwijl wij in het midden van de provincie wonen. Zelfs de oostelijke liefhebbers wisten uitstekende resultaten te behalen. Het verhaal dat met oosten wind de westelijke liefhebbers het hele concours naar zich toe trekken ging dit keer niet op. We zien weer eens dat theorie en praktijk soms heel ver uit elkaar kunnen liggen.

OP WEG NAAR DE HALVE FOND
De snelheidsvluchten zijn bijna voorbij. Er staat voor 26 mei nog een op het programma, diezelfde dag vindt ook de eerste eendaagse fond vlucht plaats. Dit weekend gaan de midfond vluchten van start, waarvan we er ook 6 hebben. Mijn zoon Marco heeft zijn zinnen gezet op de midfond maar ook op de vitesse weet hij zijn partijtje goed mee te blazen. Het voorbije weekend klopte hij zijn vader. Marco begon met 1 en 3 en pa moest genoegen nemen met de 4e plaats tegen 333 duiven. In het tussenklassement neemt pa de tweede plaats in. Op plaats 1 staat een liefhebber die drie absolute topduiven bezit, elke week zijn die duiven er en nog heel vroeg ook. Het moet een belevenis zijn om een paar van zulke kanjers op je hok te hebben. Eerlijk gezegd heb ik die de laatste twee jaar niet, maar…… het seizoen is nog lang en wie weet welke duiven zich nog in de kijker gaan vliegen. Ik heb het wel meer keren meegemaakt dat op de midfond zo maar duiven naar voren komen die op de snelheid slechts een paar middelmatige prijsjes bijeen klepperde. De wonderen zijn wat dat betreft de wereld nog niet uit en ik heb zo maar het idee dat twee duivinnen mij nog gaan verrassen. Ik ben niet ontevreden over de resultaten van mijn duiven. Alle weken pakken Marco en ik er wel twee of zelfs meer bij de top 10, de series zouden in mijn ogen veel beter moeten zijn. De duiven er prima uit waardoor ze volgens mij elkaar sneller moeten opvolgen. Dat lukt helaas bij mij maar ook bij de meeste liefhebbers niet, de prijspercentages liggen te laag. Er zijn er ook een stel die ze wel snel achter elkaar de klok in rammelen, dat moet bij mij nog komen. Komt ook omdat ik nu met veel minder duiven speel en de wet van de grote getallen speelt altijd een belangrijke rol, ook in de duivensport.

KBDB PROVINCIE ANTWERPEN MAAKT DUIDELIJKE AFSPRAKEN MET DE NPO
Op 26 april heeft op het kantoor van de KBDB in Halle (B) een gesprek plaats gevonden tussen de provincie Antwerpen en de NPO. Punt van bespreking was het lossen van duiven binnen de Provincie Antwerpen waarvoor geen toestemming is verleend. Die afspraak liep al een hele tijd maar in de praktijk blijkt dat de Nederlandse liefhebbers, samenspelen e.d. zich daar niet aan houden. Er is een afspraak dat er alleen op woensdag zaterdag en zondag gelost mag worden. Daar moet wel een vergunning voor afgegeven zijn en er mag alleen gelost worden in het bijzijn van een mandataris (bestuurder) van de Belgisch Bond. Zogenaamde wilde lossingen (zonder vergunning) hebben binnen Provincie Antwerpen alle vele keren gezorgd voor verliezen van Belgische jonge duiven. Belgische liefhebbers is gevraagd om zodra ze een vrachtwagen ergens duiven zien lossen om daar een foto van te maken inclusief het kenteken. Afspraak is afspraak, dus niet meer doen.
EEN ICOON GAAT EINDE DIT JAAR DE DUIVENSPORT VERLATEN.
Via Pipa vernamen wij dat aan het einde van het jaar een totale verkoop gaat plaats vinden van de gekende Belgische kampioen Gaby Vandenabeele vanwege gezondheidsproblemen (duivenlong). Het seizoen 2018 wordt nog afgemaakt en daarna valt het doek. Ontzettend jammer want zulke kampioenen kunnen we niet missen.

VREEMD VERLOOP
Ik kan niet zeggen dat het een gok was om de duiven afgelopen zaterdag te lossen. Op de lossingplaats uitstekend weer maar hoe dichter de duiven bij huis kwamen des te slechter werd het. Zware laaghangende bewolking en flinke plensbuien zorgden dat het concours ondanks de stevige zuidwesten wind veel te lang open stond. Races van 180 km moeten binnen enkele minuten zijn afgelopen. Nu duurde het 25 minuten voordat alle prijsduiven thuis waren en dat is veel te lang. De snelste duiven gingen 108 km per uur oftewel 1790 meter per minuut. Het was al met al een typische vlucht. De meeste liefhebbers kregen verkeerde duiven voorop en hun getekende duiven lieten het in vele gevallen afweten. Sommige liefhebbers klokte meer dan 50% van hun duiven in de uitslag maar de meeste kwamen daar niet aan. Gelukkig waren er weinig tot geen achterblijvers. Doordat de vlucht een vreemd verloop kende ga je nadenken waar dat in kan zitten. Zou het de belading van de auto’s kunnen zijn? De afspraak is dat onze hele afdeling alle duiven gelijk lost. Geen probleem maar het kan wel een probleem worden als alle duiven over de beschikbare ruimte verdeeld worden waardoor het mogelijk is dat de duiven die aan de oostkant wonen in de auto komen waar de meeste duiven van de westkant zitten. Juist op de korte snelheidsvluchten kan dit het concours ongunstig beÔnvloeden. Een andere mogelijkheid is de weersgesteldheid. Voor zondag was namelijk zeer slecht weer voorspeld met grote kans op zware windstoten, regenbuien die voor veel wateroverlast konden zorgen, hagel en onweer. Dat kwam allemaal uit want in BelgiŽ en zuid Nederland kwamen politie en brandweer handen te kort vanwege de enorme wateroverlast en brandende woningen die door de bliksem waren getroffen. Ik zeg niet dat daardoor de vlucht van zaterdag daardoor een vreemd verloop kende. Ik heb het echter al meerdere keren meegemaakt dat we met prima weer de duiven zaten op te wachten en dat het een vlucht werd met een rampzalig verloop. Er zijn dan situaties in de atmosfeer die we als mens niet kunnen waarnemen terwijl onze duiven grote problemen hebben om zich te oriŽnteren. Wie weet dat het voorspelde weer voor de zondag al op zaterdag de duiven in de war heeft gebracht.

EEN OVERWINNING MAAR GEEN GOED RESULTAAT
Zaterdagmorgen konden onze duiven al om 9.15 uur op weg naar de Zaanstreek. De lossingplaats was hetzelfde als de week daarvoor. Het lossingbericht gaf aan dat de duiven een snel vertrek hadden en er stond een matige zuidwesten wind. In mijn omgeving was het volkomen windstil waardoor ik uitging van 90 km per uur wat betekende dat de duiven dan om 11.15 uur konden komen. Het was maar goed dat mijn vaste fans ruim op tijd aanwezig waren om naar de aankomst van de duiven te kijken want al om 10.57 uur dook met een enorme snelheid een jaarling doffer op de klep die flinke haast had om naar binnen te gaan. Het moest een vroege zijn, dat zie je gewoon aan de enorme haast die een duif heeft. Je wordt dan compleet verrast maar toen duurde het nog 8 minuten voor mijn tweede en derde duif tegelijk het hok binnen stormden. Daarna was het weer lang wachten. De winnende duif was geen toevalstreffer, hij had zich dit seizoen al twee maal vroeg gemeld en nu pakte hij dan de overwinning tegen 1569 duiven. Als jonge duif was hij ook al de beste en werd kampioensduif. Nu maar hopen dat hij zijn goede reeks weet voort te zetten. Zijn vader is een kleinzoon van mijn fameuze Sprint Pair dat 12 eerste prijswinnaars op de wereld zette en zijn moeder is een kleindochter van het Europa Cup koppel dat voor 16 eerste prijs winnaars zorgde.

BELGIE IS HET LAND VAN DE RIETEN MANDEN
In de beginjaren van de duivensport werden de duiven vervoerd in rieten manden. Die traditie wordt in duivenland BelgiŽ nog steeds voortgezet. Het zijn manden die nog steeds met de hand worden opengetrokken. Maar ook in BelgiŽ zitten ze niet stil en gaan mee met de moderne ontwikkelingen. Doordat de duiven niet meer met paard en wagen maar met moderne trucks verzonden worden is men ook in BelgiŽ overgestapt. Speciaal voor duiventransport ontwikkelde auto voorzien van de allernieuwste snufjes worden vanaf heden op de nationale vluchten alleen nog kunststof boxen toegestaan. In Nederland zijn dat nog steeds de aluminium boxen waar ongeveer 25 duiven in verzonden kunnen worden. BelgiŽ kiest voor eenheid van transport zodat de liefhebber zich niet benadeeld kunnen voelen wanneer hun duiven niet in de kunststof boxen worden geplaatst. Hopelijk weer een probleem minder.

DUIVENMARKT IN LIER (B)
Denkelijk is de duivenmarkt in Lier over de hele duivenwereld bekend. Jarenlang trokken in de eerste wintermaanden van het nieuwe jaar duizenden duivenvrienden naar de markt in Lier. In de vrieskou werden duizenden jonge duiven aangeboden en uit vele landen trokken melkers per bus naar de grootse duivenmarkt van de wereld. Vogelgriep en het teruglopend aantal liefhebbers zorgden soms voor panieksituaties. Het zag er soms uit of de markt van Lier geen bestaansrecht meer had. Gelukkig is er een initiatief ontstaan om midden op de Grote Markt van Lier een bronzen reisduif te plaatsen. De Gemeente is akkoord maar stelt zich niet garant de 20.000 euro die het bronzen beeld moet gaan kosten te betalen. Daardoor zijn “de Heren van Lier” opgericht n 1973 begonnen met een mooi initiatief. Zij plaatsen in een van de bekendste duiven cafťs een grote glazen fles waarin de duivenvrienden hun losse eurocentjes kwijt kunnen, op die manier hopen ze het beeld te kunnen financieren. De laatste marktdag van 2018 vond plaats op 29 april en de slogan voor het bronzen beeld is: “Geef uw koperen centjes, dan krijgt u een bronzen beeld”.

DUIVENSPORT IS VAAK EEN SECONDEN SPEL
Om in ongeacht welke sport goed te presteren is een tomeloze inzet nodig. Degene die dat niet op kunnen brengen zijn zo goed als kansloos. Echte toppers hebben geen probleem om zich voor de volle 100% in te zetten, met die afwijking worden ze geboren. Niets is hen te veel om hun gestelde doel te bereiken en zo is dat ook binnen de duivensport. Hier mag de conditie van de liefhebber zelf wel een tikkeltje minder zijn maar hij moet wel in de juiste vorm zijn om zijn duiven perfect te kunnen verzorgen. Voor degene die niet koste wat kost willen winnen komt het er niet zo precies op aan en helaas zijn daar de meeste van. Helemaal niet erg, misschien genieten zij nog wel meer van hun duiven dan degene die elke week mee gaan voor de overwinning. Die moeten, anderen zijn allang blij als ze af en toe eens een vroege duif pakken. Zelf ben ik altijd enorm gedreven geweest, eigenlijk nog wel maar toch een beetje anders. Om goed te presteren moet je tegen jezelf kunnen zeggen dat je er alles aan gedaan hebt om de duiven in een optimale conditie in te zetten zodat je bij een teleurstellende uitslag niet jezelf de schuld kunt geven. Zodra ik een uitslag maakte die niet naar mijn zin was ging ik er nog fanatieker tegenaan. Toch blijf je altijd afhankelijk van een aantal factoren. Vooral op de snelheidsvluchten moet alles mee zitten om in het snuitje van de uitslag te finishen. We weten allemaal hoe belangrijk dat is op vluchten met een korte afstand, ligging en windrichting spelen een zeer belangrijke rol. Maar ook de plaats in de auto en bij wie. In mijn spelgebied rijden we met vrij grote wagens waarin wel 250 boxen met elk 26 duiven geladen kunnen worden. Die moeten voorzien zijn van een perfect ventilatiesysteem. Het is namelijk een enorm verschil of jouw duiven boven in de auto zitten of onderin. Als u wel eens in zo een grote duivencontainer bent geweest weet u hoe warm het daar kan zijn vooral bovenin. De +/- 5000 duiven die daar in vervoerd worden produceren een enorme warmte. Zelf hebben ze al een lichaamstemperatuur van 42 graden en aangezien de warme lucht naar boven stijgt kunnen de duiven beter onderin zitten. Dat gaat helaas niet, wel is het aan te raden dat daar bij de belading van de transportwagens rekening mee wordt gehouden zodat niet altijd dezelfde verenigingen boven of onder in de wagen zitten. Het maakt zelfs verschil of je voor of achter in de wagen zit, de manden gaan namelijk niet allemaal tegelijk open en aangezien elke seconde er een is, op de korte races telt het. Laten we daar echter niet een al te groot probleem van maken. Wat wel heel erg is wat mijn vereniging overkwam. Wij hebben in de Zaanstreek, dat is het gebied waar ik woon, een prachtig mooi samenspel. Dit jaar blijkt dat op de drie eerste vluchten de manden van onze vereniging in een andere wagen te zijn geladen dan de andere ZCC verenigingen. Zoiets maakt je op vluchten tot 200 km bijna kansloos voor een topklassering. Uiteraard is daar de nodige commotie over geweest, helaas is een juiste oplossing op dit moment nog niet gevonden.

BERT EERSTE EN ZOON MARCO TWEEDE.
Of de manden van onze vereniging nu wel of niet bij de andere ZCC verengingen in de auto staan maakt voor de verenigingsuitslag gelukkig geen verschil. Dit keer waren er 310 mee en daarvan pakken vader en zoon de twee snelsten. Een fraai resultaat waarvoor we de hele week aan het werk zijn. U ziet, inzet wordt beloond. Het was een mooie vlucht, helaas liet mijn eerste getekende het afweten. S ’avonds zag ik dat hij zijn halve staart miste. Oorzaak? Waarschijnlijk toch iets sneller dan de roofvogel geweest. Binnen 8 minuten waren de prijzen op deze 180 km lange vlucht verdiend, ondanks de noordoosten kopwind maakten de snelste duiven toch nog 77 km per uur. Het komende weekend gaan we weer 50 km verder. Het is te hopen dat niet te veel liefhebbers het voor gezien houden. Ooit hadden we er 450 in de ZCC, dit jaar deden er op de eerste vlucht nog maar 74 mee, een week later 70 en dit keer nog 68. Jammer, jammer dat op deze manier de eens zo mooie duivensport een langzame dood sterft. Wie weet komt dit jaar het vrij nieuwe nationale bestuur met een goed plan om meerdere mensen te interesseren voor de duivensport, ik gun het ze van harte.

NPO BESTRUUR; PAS OP DAT UW NIEUWSBRIEF GEEN SCHOOLKRANTJE WORDT.
Geruime tijd geleden is ons nationale bestuur (NPO) gestart met een eigen nieuwsbrief. Een prima initiatief om de (belangrijke) bondsmededelingen aan zoveel mogelijk zo niet alle leden digitaal door te geven. De leden worden in de gelegenheid gesteld zich op deze nieuwsbrief te abonneren door alleen hun email adres door te geven. Jammer is het dat ze bij het hoofdkantoor zitten te gillen om copy. Er worden vrijwilligers gevraagd om allerlei nieuwtjes vanuit de verenigingen door te geven. Hiermee schieten ze volgens mij hun doel voorbij. Een nieuwsbrief van het nationale hoofdbestuur dient niet vol te komen te staan met data van allerlei tentoonstellingen of verslagen van jeugdleden die ergens op hokbezoek zijn geweest. Hiermee is het effect verdwenen en is de nationale nieuwsbrief vol geschreven met verenigingsactiviteiten en daar is hij niet voor in het leven geroepen. De naam van de nieuwsbrief is OP DE HOOGTE, daarmee wordt bedoeld dat het NPO bestuur haar leden op de hoogte houdt van de nieuwe ontwikkelingen op nationaal en ook internationaal niveau. Waar ze nu mee bezig zijn vind ik drie keer niks, maar wie ben ik? Ik wilde dit toch graag even kwijt want naar mijn mening waren de heren bestuurders heel goed begonnen en glijden nu met de veranderde nieuwsbrief net als het aantal leden de afgrond in.

INTERNATIONAAL AGEN/BORDEAUX ONDERGAAT KLEINE WIJZIGING
Dit jaar bestaat de ZLU 60 jaar. Deze Nederlandse organisatie zet zich al die jaren met succes in voor het zware fond spel. Mede door dit jubileum en omdat de internationale vlucht vanuit Agen/Bordeaux voor de 40e keer gehouden wordt krijgt deze race een feestelijk karakter. De duiven worden gelost op 29 juni, de lossingplaats is nu 17 km zuidelijker en zal plaats vinden op het Hippodroom Beaumont de Lomagne.

PRIMA INITIATIEF
De beheerder van de hoogspanningsdraden in BelgiŽ gaat een grote wijziging aanbrengen in het markeren van die gevaarlijke draden. De bollen die aangebracht zijn voor het luchtverkeer doen onvoldoende dienst als waarschuwingsmarkering voor vogels. Jaarlijks vliegen zich 170.000 tot 500.000 vogels te pletter tegen de hoogspanningsdraden waaronder vele reisduiven. De nieuwe markering is een soort grote spiraal die op korte afstand van elkaar aan de draden worden gemonteerd. Een en ander zal wel geruime tijd in beslag nemen. Getracht wordt de draden op de belangrijke vliegroutes het eerst te voorzien van deze nieuwe markering.

DIEPTEPUNT
In ons samenspel de machtige ZCC speelden jarenlang plus minus 450 liefhebbers tegen elkaar. Dit was voor de Zaanse liefhebbers een zeer belangrijk spel. Op een vrij klein gebied vlogen wekelijks enkele duizenden duiven tegen elkaar. Het vitesse en midfond spel en niet te vergeten de jonge duiven hadden de meeste deelnemers. Omdat al die liefhebbers vlak bij elkaar woonden ging het om secondes. Drie rondjes om het hok koste zo maar 50 plaatsen in de uitslag. 1-2-3 spelen was bijna een onmogelijke opgave, ik heb het over de tijd dat we nog met de rubber ringen klokten. Voordat je drie duiven van hun ring had ontdaan waren er zo maar een dertigtal secondes weggetikt. Nu zijn er mega hokken die er 20 of meer in een halve minuut weten te pakken, pakken is niet het juiste woord want wij liefhebbers hoeven we er niets meer aan te doen. Wekelijks hadden we binnen de ZCC 15 winnaars omdat we toen nog 15 verenigingen hadden en alle weken stond er een uitgebreid verslag in het regionale dagblad. Nu hebben we wekelijks nog maar 4 winnaars omdat het aantal verenigingen is teruggelopen naar vier wat niet interessant meer is voor de krant en dat is erg jammer. In de tijd dat we nog 14 winnaars hadden waren er ook evenveel tweede en derde prijs winnaars en dat alles werd door familieleden, buren, collega’s, vrienden en bekenden gelezen. Er werd erg veel over de duivensport gesproken. Het was een populaire sport die veel bewonderaars had. Het is allemaal voorbij, het is alsof de duivensport door de pers wordt doodgezwegen. Er is nog slechts 1 duiventijdschrift in ons land en die mensen doen hun uiterste best om er nog wat van te maken. Helaas komt de berichtgeving niet verder dan eigen leden de leek weet straks niets meer over duivensport. De jeugd heeft geen interesse, die hebben veel meer mogelijkheden die niet zo kostbaar en tijdrovend zijn. Met verbazing keek ik naar de uitslag van de eerste vlucht van dit seizoen. Slechts 74 deelnemers in de hele ZCC. Ik kon mijn ogen niet geloven, heb het wel drie keer zitten lezen maar het bleven er 74 en meer niet. De tweede vlucht waren dat er nog 70 en hoe zal het er over zes weken uitzien. Zullen we de 50 dan nog halen?

VEEL SPORTVERENIGINGEN HEBBEN MET LEEGLOOP TE MAKEN
In heel Nederland is golf denkelijk de enige sport waarbij het ledental toeneemt. Diverse andere clubs moeten noodgedwongen fuseren en daardoor verdwijnen gerenommeerde clubs van het toneel. Je vraagt je af wat al die leden doen die hun sport vaarwel hebben gezegd. Ik las vandaag nog in de krant dat slechts 15% van de jeugd regelmatig buiten speelt. In de tijd dat ik nog tot de jeugd behoorde was dat ruim 70%. In de hedendaagse jeugd, ook wel achterbankgeneratie genoemd, zit niet zoveel spirit. Ze worden overal naar toe gebracht en ook weer opgehaald, lopen of fietsen is er niet meer bij. Zij zitten massaal thuis achter de computer en zijn tot vervelends toe met allerlei lugubere game spelletjes bezig waardoor ze veel te weinig lichaamsbeweging hebben. Dit is wereldwijd een groot probleem aan het worden. Veel te veel kinderen eten verkeerd worden daardoor veel te zwaar, hebben nergens zin, worden lui en hun conditie holt achteruit. Als we met onze duiven het zelfde zouden doen komt er niet veel van terecht. Gezond eten, een regelmatig leven en elke dag voldoende lichaamsbeweging zorgt voor een goede conditie. Dan heb je nergens een pilletje voor nodig, dat komt dan pas veel later als je echt heel oud wordt.

DAT MAG OOK WEL EENS GEZEGD WORDEN.
Een gekende duivenarts in Nederland is Dr. Hans van der Sluis uit Kockengen nabij Utrecht. Zo lang ik duiven heb is hij mijn veearts. Hij heeft een eigen medicijnlijn en omdat ik alle vertrouwen in hem heb gebruik zijn medicijnen. Vraag me niet waaruit die medicijnen zijn samengesteld, ik weet er niets van en wil het ook niet weten. Als mijn duiven coli hebben gebruik ik zijn medicijnen, tegen paratyphus ent hij mijn duiven, tegen ornithose geef ik zijn kuur. Kortom tegen alle duivenziektes heeft hij medicijnen ontwikkeld en indien nodig gebruik ik die. Gelukkig zijn er enkele gespecialiseerde duivenartsen die onze duiven tegen diverse ziektes kunnen beschermen en zij hebben medicatie tegen vrijwel alle ziekte perikelen die op onze hokken kunnen voorkomen. Deze week viel mij het prachtige resultaat op dat Hans van der Sluijs samen met zijn assistent Stefan Gobel op de eerste snelheidsvlucht hebben behaald. Vanuit het Belgische Minderhout met een deelname van 2007 duiven, waarbij 56 van beide witjassen, zag het resultaat er als volgt uit: 1-2-3-4-5-7-14-16-22-23-24 totaal 34 prijzen. Wat is er mooier een duivenarts te hebben die zelf ook fantastisch speelt.

KBDB WAARSCHUWT HAAR LEDEN
Alle leden en aangesloten verenigingen van de Nationale Belgische duivenorganisatie (KBDB) hebben bericht ontvangen dat artikel 56 van het nationale sportreglement strak wordt gehanteerd zodat iedereen aan de gestelde eisen moet voldoen. Liefhebbers die meerdere klokken bezitten moeten die allemaal tijdens het inkorven aanbieden. Dde klokken moeten voorzien zijn van het door de KBDB erkende zegel. Duiven die worden geklokt op klokken die niet van dat zegel zijn voorzien worden niet in de uitslag opgenomen. Klokken waarvan het zegel niet te identificeren is moeten opnieuw ter keuring worden aangeboden.

DUIVENSPORT ERFGOED.
In Nederland is eind vorig jaar de duivensport erkend als nationaal erfgoed. Daarmee is onze sport beschermd voor het nageslacht. In Brugge (B) werd op 21/22 april een nationale erfgoed dag georganiseerd waarbij ook de duivensport de nodige aandacht kreeg. Verder was er een doorlopende tentoonstelling over alles wat met de duivensport te maken heeft. Tevens werden er interessante lezingen gehouden over de duivensport nu en in het verleden. Goed idee om ook in andere landen zoiets te organiseren. De duivensport kan best wat extra publiciteit gebruiken.

DE TWEEDE SNELHEIDSVLUCHT
Er moest zaterdag 14 april tot half een gewacht worden voordat de duiven op weg naar huis mochten. Op de lossingplaats zware bewolking en nevel. De wind waaide uit verschillende richtingen. Toch waren het net als vorige week de meest westelijk gelegen hokken die op de achter vlucht een gooi deden naar de topklasseringen. In het grote samenspel van de ZCC met bijna 2.000 duiven ging het redelijk. In onze club had zoon Marco de snelste, zelf moest ik genoegen nemen met een 7e en 11e plaats tegen 340 duiven.

DIEPTEPUNT
In ons samenspel de machtige ZCC speelden jarenlang plus minus 450 liefhebbers tegen elkaar. Dit was voor de Zaanse liefhebbers een zeer belangrijk spel. Op een vrij klein gebied vlogen wekelijks enkele duizenden duiven tegen elkaar. Het vitesse en midfond spel en niet te vergeten de jonge duiven hadden de meeste deelnemers. Omdat al die liefhebbers vlak bij elkaar woonden ging het om secondes. Drie rondjes om het hok koste zo maar 50 plaatsen in de uitslag. 1-2-3 spelen was bijna een onmogelijke opgave, ik heb het over de tijd dat we nog met de rubber ringen klokten. Voordat je drie duiven van hun ring had ontdaan waren er zo maar een dertigtal secondes weggetikt. Nu zijn er mega hokken die er 20 of meer in een halve minuut weten te pakken, pakken is niet het juiste woord want wij liefhebbers hoeven we er niets meer aan te doen. Wekelijks hadden we binnen de ZCC 15 winnaars omdat we toen nog 15 verenigingen hadden en alle weken stond er een uitgebreid verslag in het regionale dagblad. Nu hebben we wekelijks nog maar 4 winnaars omdat het aantal verenigingen is teruggelopen naar vier wat niet interessant meer is voor de krant en dat is erg jammer. In de tijd dat we nog 14 winnaars hadden waren er ook evenveel tweede en derde prijs winnaars en dat alles werd door familieleden, buren, collega’s, vrienden en bekenden gelezen. Er werd erg veel over de duivensport gesproken. Het was een populaire sport die veel bewonderaars had. Het is allemaal voorbij, het is alsof de duivensport door de pers wordt doodgezwegen. Er is nog slechts 1 duiventijdschrift in ons land en die mensen doen hun uiterste best om er nog wat van te maken. Helaas komt de berichtgeving niet verder dan eigen leden de leek weet straks niets meer over duivensport. De jeugd heeft geen interesse, die hebben veel meer mogelijkheden die niet zo kostbaar en tijdrovend zijn. Met verbazing keek ik naar de uitslag van de eerste vlucht van dit seizoen. Slechts 74 deelnemers in de hele ZCC. Ik kon mijn ogen niet geloven, heb het wel drie keer zitten lezen maar het bleven er 74 en meer niet. De tweede vlucht waren dat er nog 70 en hoe zal het er over zes weken uitzien. Zullen we de 50 dan nog halen?

VEEL SPORTVERENIGINGEN HEBBEN MET LEEGLOOP TE MAKEN
In heel Nederland is golf denkelijk de enige sport waarbij het ledental toeneemt. Diverse andere clubs moeten noodgedwongen fuseren en daardoor verdwijnen gerenommeerde clubs van het toneel. Je vraagt je af wat al die leden doen die hun sport vaarwel hebben gezegd. Ik las vandaag nog in de krant dat slechts 15% van de jeugd regelmatig buiten speelt. In de tijd dat ik nog tot de jeugd behoorde was dat ruim 70%. In de hedendaagse jeugd, ook wel achterbankgeneratie genoemd, zit niet zoveel spirit. Ze worden overal naar toe gebracht en ook weer opgehaald, lopen of fietsen is er niet meer bij. Zij zitten massaal thuis achter de computer en zijn tot vervelends toe met allerlei lugubere game spelletjes bezig waardoor ze veel te weinig lichaamsbeweging hebben. Dit is wereldwijd een groot probleem aan het worden. Veel te veel kinderen eten verkeerd worden daardoor veel te zwaar, hebben nergens zin, worden lui en hun conditie holt achteruit. Als we met onze duiven het zelfde zouden doen komt er niet veel van terecht. Gezond eten, een regelmatig leven en elke dag voldoende lichaamsbeweging zorgt voor een goede conditie. Dan heb je nergens een pilletje voor nodig, dat komt dan pas veel later als je echt heel oud wordt.

DAT MAG OOK WEL EENS GEZEGD WORDEN.
Een gekende duivenarts in Nederland is Dr. Hans van der Sluis uit Kockengen nabij Utrecht. Zo lang ik duiven heb is hij mijn veearts. Hij heeft een eigen medicijnlijn en omdat ik alle vertrouwen in hem heb gebruik zijn medicijnen. Vraag me niet waaruit die medicijnen zijn samengesteld, ik weet er niets van en wil het ook niet weten. Als mijn duiven coli hebben gebruik ik zijn medicijnen, tegen paratyphus ent hij mijn duiven, tegen ornithose geef ik zijn kuur. Kortom tegen alle duivenziektes heeft hij medicijnen ontwikkeld en indien nodig gebruik ik die. Gelukkig zijn er enkele gespecialiseerde duivenartsen die onze duiven tegen diverse ziektes kunnen beschermen en zij hebben medicatie tegen vrijwel alle ziekte perikelen die op onze hokken kunnen voorkomen. Deze week viel mij het prachtige resultaat op dat Hans van der Sluijs samen met zijn assistent Stefan Gobel op de eerste snelheidsvlucht hebben behaald. Vanuit het Belgische Minderhout met een deelname van 2007 duiven, waarbij 56 van beide witjassen, zag het resultaat er als volgt uit: 1-2-3-4-5-7-14-16-22-23-24 totaal 34 prijzen. Wat is er mooier een duivenarts te hebben die zelf ook fantastisch speelt.

KBDB WAARSCHUWT HAAR LEDEN
Alle leden en aangesloten verenigingen van de Nationale Belgische duivenorganisatie (KBDB) hebben bericht ontvangen dat artikel 56 van het nationale sportreglement strak wordt gehanteerd zodat iedereen aan de gestelde eisen moet voldoen. Liefhebbers die meerdere klokken bezitten moeten die allemaal tijdens het inkorven aanbieden. Dde klokken moeten voorzien zijn van het door de KBDB erkende zegel. Duiven die worden geklokt op klokken die niet van dat zegel zijn voorzien worden niet in de uitslag opgenomen. Klokken waarvan het zegel niet te identificeren is moeten opnieuw ter keuring worden aangeboden.

DUIVENSPORT ERFGOED.
In Nederland is eind vorig jaar de duivensport erkend als nationaal erfgoed. Daarmee is onze sport beschermd voor het nageslacht. In Brugge (B) werd op 21/22 april een nationale erfgoed dag georganiseerd waarbij ook de duivensport de nodige aandacht kreeg. Verder was er een doorlopende tentoonstelling over alles wat met de duivensport te maken heeft. Tevens werden er interessante lezingen gehouden over de duivensport nu en in het verleden. Goed idee om ook in andere landen zoiets te organiseren. De duivensport kan best wat extra publiciteit gebruiken.

DE TWEEDE SNELHEIDSVLUCHT
Er moest zaterdag 14 april tot half een gewacht worden voordat de duiven op weg naar huis mochten. Op de lossingplaats zware bewolking en nevel. De wind waaide uit verschillende richtingen. Toch waren het net als vorige week de meest westelijk gelegen hokken die op de achter vlucht een gooi deden naar de topklasseringen. In het grote samenspel van de ZCC met bijna 2.000 duiven ging het redelijk. In onze club had zoon Marco de snelste, zelf moest ik genoegen nemen met een 7e en 11e plaats tegen 340 duiven.

OOSTELIJK GELEGEN LIEFHEBBERS WERDEN VOLKOMEN WEGGESPEELD
De eerste snelheidsvlucht van dit seizoen gaf hele grote verschillen te zien. Deze winter werd met meerderheid van stemmen aangenomen dat de duiven van Noord-Holland (afdeling 6 van de NPO) alle vluchten gezamenlijk gelost zouden worden. De eerste vlucht was nauwelijks voorbij of de teleurgestelde liefhebbers lieten hun stem direct horen. Het was geen stijl om 20.000 duiven tegelijk te lossen. Je moet niet achteraf gaan zeuren. Dit besluit is met meerderheid van stemmen aangenomen en als dat verandert moet worden dan kan daar de komende winter opnieuw over gestemd worden. Ik ben er van overtuigd dat als de windrichting noord west of noord oost geweest was geweest dit beter voor deze eerste snelheidsvlucht zou zijn. Nu werden de duiven op deze korte afstand massaal naar de Noordzeekust geblazen en dat houdt in dat de westelijk gelegen liefhebbers, en dat zijn er nog al wat, bijna alle vroege prijzen pakte en een groot aantal duiven in de uitslag wisten te pakken. Dat houdt in dat de oostelijk gelegen liefhebbers een enorme draai om hun oren hebben gekregen. Vraag is; wat kunnen we daar aan doen? Het is al een mensenleven bekend dat de wind op dit soort vluchten de dienst uitmaakt. Daarnaast was het zeker geen normale vlucht. De concoursduur was op vele plaatsen bijna 30 minuten en dat voor mijn afstand van plm. 110 km. In verreweg de meeste gevallen is het binnen 10 minuten bekeken. De snelheden tussen west en oost waren ook aanzienlijk. De westkant maakte op de kortste afstand 1876 mpm, de langste afstand maakte 1863 mpm. Dit geeft aan dat de westelijke liefhebbers allemaal kans maakten op vroege duiven. Aan de oostkant ging het heel wat moeizamer daar gingen de snelste duiven 100 mpm langzamer. De laatste prijsduiven maakten 1350 mpm ruim 500 mpm langzamer dan de snelste. Wat de oorzaak is van de veel te lange concoursduur is in eerste instantie de zuidoosten wind. Op zo een korte vlucht vliegen de nog onervaren duiven achter elkaar aan en hebben nog lang niet allemaal het benul op tijd het peloton te verlaten waardoor ze te laat over de finish komen. De komende weken zal er wat meer regelmaat inkomen maar als het weer oost of zuidoosten wind wordt loopt dat voor de oostelijke liefhebbers niet goed af en is de kans op een provinciaal kampioenschap al erg klein geworden. Misschien is er iets te vroeg gelost met het oog op inversie op 70 m hoogte, ook bleek er op sommige plaatsen behoorlijk dichte nevel te zijn. We laten ons echter niet ontmoedigen. Het seizoen is nog lang en er komen nog voldoende mogelijkheden om een lange neus naar de concurrentie te maken. Wie weet is dat het komende weekend al het geval.

NIET HELEMAAL TEVREDEN
Met een 8e en 9e plaats tegen 350 duiven mag je niet ontevreden zijn en 11 van de 20 duiven in de uitslag is ook niet slecht. Door de stevige zuidoosten wind waren mijn verwachtingen zeker niet hoog gespannen en aan de aankomst van mijn eerste twee duiven kon ik al zien dat ze helemaal uit de verkeerde hoek kwamen het kon geen super uitslag zijn. Ook ik behoorde bij de groep die een fikse dreun te verwerken kregen. Aan de conditie van mijn duiven kon het niet liggen. Ze verkeren in een prima conditie, dat kan ik s morgens mooi bekijken als Ūk op de hokken kom, allemaal keurige kleine mestbolletjes. De duivinnen en vooral de doffers glimmen tegen je op. Trainen doen ze ook graag dus als we straks een week of zes verder zijn dan zien we wel hoe de vork in de steel zit. Ik heb er ondanks dat ik maar een klein aantal duiven heb erg veel vertrouwen in. Wel ben ik voorbije zaterdag een in mijn ogen beloftevolle jaarling duivin verloren. Ik heb begrepen dat er hier en daar toch behoorlijke verliezen zijn geleden en dat is altijd jammer zo bij aanvang van het vliegseizoen maar ook dat hoort bij de sport. Over de jonge duiven ben ik zeer tevreden, dat gaat prima alhoewel ik er wel meer heb dan de bedoeling was. De teller staat inmiddels op 38 en daar blijft het bij, het kunnen er wel minder worden maar zeker niet meer. De jongen zien er prima uit, ze worden vanaf 1 april verduisterd en beginnen al flink te ruien. Sommigen beginnen steeds langer rondom het hok te vliegen, anderen blijven op het hok bij de latere jongen zitten. Over twee weken gaat de bal er regelmatig tussen en zullen ze met z’n allen wat langer in de lucht moeten blijven. Morgen worden de laatste jongen door hun nieuwe baas opgehaald en dan is het over met de kweek.

BEHAAGLIJKE TEMPERATUREN
We gaan steeds meer de goede kant op met het voorjaarsweer. Mag ook wel want het is inmiddels al 3 weken lente. De natuur komt meer en meer tot leven. De vogels hebben het druk met nesten maken en omdat in mijn omgeving veel kauwtjes en eksters zijn heb ik totaal geen last van roofvogels. Dat is een heerlijk gevoel en door dit te schrijven weet ik dat er een heleboel liefhebbers daar behoorlijk jaloers op zijn. Ik heb het een paar jaar meegemaakt dat ook bij mij de roofvogels af en aan vlogen. Enkele oude duiven maar vooral jongen raakte ik aan die beesten kwijt. Er zijn er ook veel te veel en ze blijven van hogerhand nog steeds beschermd. Wij duivenliefhebbers zouden graag zien dat er iets aan gedaan wordt en dat is nu ook zo. De NPO heeft daarover goede contacten, dus……wie weet.

PARIJS-ROUBAIX
Heeft u ook zo genoten van deze keiharde wielerklassieker. Bijna 300 km ploeteren over de kasseien, het publiek smult er van. De renners rijden deze wedstrijd heel graag ook al is het voor velen een martelgang. Kilometers lang trilt op sommige stukken de fiets onder je vandaan. Blaren op de handen van het trillende stuur. Het geluk was de renners aan hun zijde want in de vroege ochtend had het nog geregend en dan zijn de keien spiegelglad met grote kans op valpartijen. De grote mannen in de koers hadden dat al rap door en zorgden er al snel voor dat ze voorin de groep reden daar is de kans op vallen het kleinst. In Parijs-Roubaix ontkom je niet aan de nodige valpartijen. Dat maakt deze loodzware klassieker zo speciaal. Dit jaar wel een smet op de koers vanwege een ernstige val die een Belgische renner van 23 jaar maakte. Later bleek dat hij een hartstilstand had gekregen en alles wat gedaan werd mocht niet helpen. In een woord afschuwelijk. De koers werd op magistrale manier gewonnen door wereldkampioen Sagan. Mijn grote favoriet Niki Terpstra moest het zware werk voor een groot deel in zijn eentje opknappen. Toch wist hij in de laatste 2 kilometer zo hard te demarreren dat niemand van zijn medevluchters het wiel kon houden waardoor Niki solo als 3e over de meet kwam op de piste van de fraaie wielerbaan in Roubaix. Nu kijken wat hij het komende weekend doet in de enige Nederlandse klassieker de Amstel Gold race.


DIT WEEKEND WAS DE WIELERSPORT NOG EEN KEER BELANGRIJKER
Voetbal mag ik graag naar kijken, helaas weten steeds meer voetballers zich niet meer netjes te gedragen. Niet in en ook niet buiten het veld. Het zijn over het paard getilde “losers” die voor hun leeftijd veel te veel geld verdienen. Nee, niks geen jaloezie. Helaas vergeten zij dat hardwerkende mensen een pak geld moeten neertellen om een heel seizoen naar hun thuis spelende club te kunnen kijken. Respect en waardering begrijpen onze voetbal jongens helaas niet. Mijn hart ligt meer bij de wielersport, ik weet namelijk wat je daarvoor in je mars moet hebben om beroepsrenner te kunnen worden. Degene die vandaag de dag niet vrij gemakkelijk omhoog kunnen rijden zijn kansloos. Alleen een echte sprinter wil nog wel eens in een ploeg opgenomen worden. Maar er zijn ook renners van “buiten categorie” en daar is Niki Terpstra er een van. Het jaar 2017 was dramatisch voor hem. Drie zware valpartijen maakte van 2017 een rampjaar. Onder de duivenliefhebbers zitten heel veel supporters van de wielersport. Ik weet dat veel van mijn duivenvrienden de voorjaarsklassiekers en de grote rondes zoveel als mogelijk bekijken. Zeker weten dat internationaal heel veel wielersupporters met veel respect naar “onze ”Niki Terpstra hebben zitten kijken. Twee jaar terug won hij de keienklassieker, beter bekend als Parijs-Roubaix, en dit jaar kwam hij solo over de meet in de E3 prijs Harelbeke (B) en twee weken later zo een zelfde stunt in de allerbelangrijkste klassieker van BelgiŽ de Ronde van Vlaanderen over bijna 300 km. Niki reed de concurrentie stuk voor stuk gewoon uit het wiel, wat een motor moet er in dat lijf zitten. Ik zie hem nog komen als 8 jarig jochie bij onze Zaanse wielerclub DTS waar ik toen voorzitter was. Nu is het op 33 jarige leeftijd een der aller grootste renners die we in Nederland en ook daarbuiten hebben. Reeds drie keer Nationaal kampioen bij de beroepsrenners op de weg en dan een prachtige erelijst behaald in de eendaagse wedstrijden. U zult begrijpen dat ik erg trots op hem ben.

GEEN WEER VOOR DE DUIVEN
Het seizoen gaat beginnen en het mooie weer komt er aan. De afgelopen weken was het steeds veel te koud voor de tijd van het jaar ongeschikt om zelf de duiven op te leren. Zaterdag was de eerste en tevens laatste trainingsvlucht voor de hele club. De weersverwachting was niet optimaal en dus dacht ik dat het beter was de duiven thuis te houden. Nou dat had ik verkeerd ingeschat en dat heb ik nog al eens. Hoe ouder ik word des te voorzichtiger word ik. De duiven werden prachtig op tijd gelost en de wind zorgde er voor dat ze in een record tijd thuis waren. Die dag was het ook weer eens duidelijk te zien wat voor invloed de wind op een snelheidsconcours heeft. Dat geldt niet alleen voor de wind en de ligging, ook het tijdstip van lossen kan voor grote verschillen in de snelheid zorgen wat zaterdag ook het geval was. De organisaties die het aandurfde om in alle vroegte te lossen hadden het beste concoursverloop en vooral in de achter vlucht werden de hoogte snelheden behaald. De ZCC waar ik en Marco in spelen vlogen 20 km per uur minder snel dan degene die op de verste afstanden wonen en de oostelijk gelegen liefhebbers van mij kwamen daar nog eens 10 km op te kort. Op 7 april is de echte start van het seizoen en dan gaan alle duiven van de provincie Noord-Holland tegelijk los. Voorheen waren het iedere keer groepslossingen wat vooral werd gedaan om de verliezen met jonge duiven tegen te gaan. De praktijk heeft geleerd dat dit niets uitmaakt. Dus van alle lossingen is de totale lossing toch nog het beste. De wind zal ook nu weer een belangrijke rol spelen. Zoals het er nu uitziet waait zaterdag de wind uit zuidwest dus de liefhebbers aan de oostkant van hun spelgebied maken de grootste kans om een of meerdere vroege duiven te klokken. Het is echter nog geen zaterdag!

DE KLOK IS GELADEN
Dat wil zeggen dat hij ge-up-date is. De duiven die niet meer op het hok zijn zijn ook uit de klok verwijderd. Alleen de vliegduiven die aan het seizoen 2018 gaan meedoen zitten er in en dat zijn er maar bitter weinig. Met 11 doffers en 11 duivinnen ga ik de strijd aanbinden tegen alle liefhebbers uit Noord-Holland. Daar zitten mannen bij die met veel duiven spelen maar er zitten er ook veel bij die net als ik nog maar met een klein aantal duiven meedoen. Het wil echter niet zeggen dat je daarmee geen vroege prijs kunt winnen, zeker wel. Voordeel is dat je er ook niet zoveel kunt kwijt raken en een nadeel is dat je er ook niet zoveel in de lijst kunt pakken en daar wordt erg veel naar gekeken. Vooral de liefhebbers uit het Verre Oosten willen veel duiven in de uitslag zien omdat zij ook gewend zijn met heel veel duiven te spelen. Met 22 duiven in de strijd zal het niet meevallen om tegen een paar duizend duiven een aantal duiven bij de top 100 te pakken. Ik houd het er op dat het wel mogelijk moet zijn om regelmatig met 1 of 2 duifjes aan de top te spelen, kijk maar eens op hoeveel kleine hokken toch een aantal kampioensduiven zitten. Daarom heb ik altijd voornamelijk bij dat soort liefhebbers enkele duifjes aangeschaft. Maar ik ben daar ook wel van afgeweken. Marco en ik zijn ook bij Willem de Bruijn geweest en met de duiven die bij deze hele grote liefhebber vandaan komen zijn we ook goed geslaagd.

GESLAAGDE KWEEK
We zijn in principe klaar met de kweek voor ons zelf. Nu is het tijd om de jongen af te leveren waarvoor Marco in de wintermaanden een aantal bonnen voor diverse goede doelen heeft geschonken. De eerste ronde ging bijna in zijn geheel naar Marco, de tweede ronde was voor mij. Nu liggen er enkel nog jongen waarvoor kooporders zijn geplaatst. Het is onze bedoeling dit jaar tijdig met de kweek te stoppen, dit met de bedoeling om eind november aan winterkweek te gaan doen. Dat hebben we deze winter overgeslagen. De jonge duiven deden het bij mij in 2017 uitstekend, dus zou je kunnen zeggen; waarom dan toch vroeg kweken? Mijn mening is dat je met vroege jongen wat meer kunt. Ze worden meestal in een koude periode grootgebracht wat mij niet verkeerd lijkt. Ze zijn volwassen als de belangrijke races beginnen en je kunt ze op weduwschap spelen. Het is maar net waar je van houdt. Aan de hand van het presteren zullen we bekijken of we nog een halve ronde zullen kweken (bij elk kweekkoppel 1 jong), er komen tijdens het seizoen altijd nog aanvragen binnen voor jonge duiven. Alleen als dat zo is wordt er nog wat bij gekweekt. Zo niet dan zitten onze kweekduiven vanaf eind mei gescheiden en kan alle aandacht uitgaan naar het spel met de oude en ook de jonge duiven. Volgende week hoop ik met enige trots te vertellen hoe de resultaten bij Marco en mij op de eerste vlucht waren maar als er geen goed resultaat geboekt is zal ik dat ook vertellen.

HET WORDT EEN MOEIZAME START, DAT KAN NIET ANDERS
De weersverwachting voor onze duiven ziet er niet best uit. Toen ik met vakantie ging was het 14 graden en denk je als ik terug kom zal de temperatuur nog wel iets opgelopen zijn, mooi niet. Tijdens onze vakantie was het in Nederland koud, nat en mistig. Onvoorstelbaar wanneer je met 30 graden en geen wolkje aan de lucht aan de rand van het zwembad in Egypte ligt. De bedoeling was dat ik na terugkomst van vakantie dagelijks met de duiven zou gaan rijden. Tot op heden is daar nog steeds niets van terecht gekomen. Elke dag nevel en veel te lage temperaturen. Daarbij heb ik nog een handicap dat ik door mijn minder goede zicht nog steeds geen auto durf te rijden en ben dus voornamelijk van mijn vrouw afhankelijk om met de duiven op stap te gaan. Als ik de weersverwachting dagelijks bekijk, welke duivenmelker doet dat niet, zit er voorlopig ook geen verbetering in en aanstaande zaterdag (31 maart) is onze enige gezamenlijke trainingsvlucht. Ik hoop dat het bestuur die vlucht niet laat doorgaan. Als ze dat niet doen zal denkelijk de deelname minimaal zijn en dan moet de verzendcommissie er dik geld bijleggen. In BelgiŽ zijn trouwens al diverse weekenden diverse vluchten niet doorgegaan. Heel vervelend maar beter zo dan dat de duiven totaal ontredderd thuis komen en waarschijnlijk zullen er ook zijn die helemaal niet meer thuis komen. Wat dat betreft is de duivensport zeker geen eenvoudig spelletje. We zijn elke week afhankelijk van het weer en dat kan bij ons zeer wisselvallig zijn. Omdat de weersvoorspellingen voor de rest van de week totaal ongeschikt zijn voor de duivensport heb ik nu al besloten de trainingsvlucht over te slaan. Mocht het weer alsnog verbeteren dan doe ik toch niet mee. Ik geef de voorkeur aan zelf rijden zodat ik het per dag kan bekijken. Hoe het zich allemaal ontwikkeld ik heb geen idee wel dat zaterdag 7 april het startschot wordt gelost voor de officiŽle start van het seizoen 2018. Het wordt dan het 72ste seizoen dat ik met duiven speel. In al die jaren is er wel het een en ander veranderd.

EEN BEETJE NOSTALGIE
Het was in de tijd dat oude en jonge duiven bij elkaar in een hok zaten. Niemand had kweekduiven en er werd in verreweg de meeste gevallen op nest gespeeld. De meeste liefhebbers had hooguit 24 oude duiven en een 15 tal jonge duiven. Duiven kwijt raken en het roofvogel probleem bestond nog niet. Ik kan het me als de dag van gisteren herinneren dat we (mijn vader en ik) met 16 jonge duiven begonnen en dat we er zeker 14 over hielden. Het was ook in de tijd van de gummiringen, dat was veel spannender dan nu met de elektronische klokken. Als je vroeger 3 duiven tegelijk kreeg had je bijna een minuut nodig voordat de ringen in de klok zaten. Nu pakken de megahokken er 40 in een halve minuut. Dan kan er wel gesproken worden dat die grote melkers niets verkeerd doen, zeker niet. Je mag in Nederland zoveel duiven inzetten als je wilt. Het wordt echter wel steeds meer een ongelijke strijd. Ik heb er nooit moeite mee gehad en nog steeds niet om het met mijn 36 vliegduiven op te nemen tegen wie dan ook. Vanaf het moment dat de elektronische klok zijn intrede deed in 2000 zijn de grote melkers in staat opvallende mega series te klokken. Desondanks heeft elke liefhebber ongeacht het aantal duiven dat hij meegeeft de mogelijkheid een eerste prijs te winnen of zich in ieder geval bij de top te kwalificeren. Maar oh wee als er zo een megaspeler die dag gunstig ligt en er een twintigtal in enkele seconden thuis krijgt dan draait hij in een record tempo zodat je er als kleine speler misselijk en duizelig van wordt. Het is niet anders, deze film is niet meer terug te draaien. Of het er in het belang van de duivensport beter op is geworden daar ben niet zo zeker van. De kleine liefhebber is hier het kind van de rekening. Zo zal het een stuk duidelijker worden waarom er zoveel oudere liefhebbers stoppen en daar hebben we er nog steeds de meeste van. Ga er maar van uit dat dit niet zo lang meer zal duren. Wat dan overblijft zijn de groten en die kunnen dan alleen nog maar tegen elkaar spelen en daar zal de lol gauw af zijn.

VERDUISTEREN
In Nederland is vorige week de zomertijd ingegaan. Dit weekend ga ik beginnen met verduisteren van de jonge duiven. De laatste 7 jongen worden nog bijgezet en die worden dus meteen verduisterd, het is niet anders. Mijn andere 27 jongen waren al voor mijn vakantie bij de ouders vandaan. Ik heb dit jaar geen echte vroege winterjongen. De eerste ronde ging naar zoon Marco en pas daarna was pa aan de beurt. Helemaal niet erg, misschien zelfs beter omdat ik het al zo vaak heb meegemaakt dat jongen van de 2e of zelfs 3e ronde op het einde van de jonge duivenvluchten beter presteren dan de hele vroege jongen. Misschien is een beetje koffiedik kijken want in de duivensport is het veelal afwachten je hebt nooit zekerheid. Mijn oude duiven heb ik nog nooit verduisterd. Ik speel misschien alleen de eerste twee of drie eendaagse fond vluchten en dan is het niet echt nodig de duiven te verduisteren. Althans dat is mijn ervaring maar ik moet ook zeggen dat ik nooit een fanatieke fond speler ben geweest en nog niet. Mijn voorkeur gaat nog steeds uit naar de vluchten tot 400 km en daar hebben we er genoeg van. Ik ga de jonge duiven in de maanden april en mei verduisteren, dat is ruim voldoende. Vanaf het eerste weekend juni blijven de gordijnen dag en nacht open.

GOEIE MOET JE HEBBEN
Hoe vaak lezen we niet dat het alleen om goede duiven gaat. Maar het gaat er om dat je als liefhebber goed met duiven om kunt gaan. Een sterke opmerkingsgave is ontzettend belangrijk. Je moet in een oogopslag kunnen zien wat er in en rondom het hok aan de hand is. Waar het om gaat is dat je kunt zien dat duiven zich opeens anders gedragen. Je moet direct zien dat ze een extra conditie vertonen maar ook dat er iets aan mankeert. Duiven die zich bijzonder gedragen moet je goed in de gaten houden zij zijn het die je zomaar kunnen verrassen. Er bestaan gelukkig heel goede duiven, dat kunnen we tijdens het seizoen zien aan de tussenstanden van de diverse competities. We weten ook met zijn allen dat er maar bitter weinig echte goede duiven zijn. Aan de prijzen die voor duiven betaald worden zou je dat niet zeggen. Op de verkoopsites is het alsof er alleen maar goede bestaan terwijl de meeste duiven niet goed genoeg zijn voor de baas en daarom verkocht worden. Er zijn voorbeelden te over van duiven die zomaar een super prestatie leveren omdat ze net een vriendje of vriendinnetje hebben. Er worden prestaties neergezet omdat sommige doffers hun buurman niet kunnen uitstaan waardoor ze extra gemotiveerd zijn en heel rap naar huis te komen. Dus laten we het niet alleen over goede duiven hebben er komt veel meer bij kijken.

DE ACCU IS OPGELADEN
Met mijn gezondheid ging het vanaf het begin van dit jaar niet echt geweldig. Uiteindelijk hebben mijn vrouw en ik besloten dan maar een weekje naar de zon te gaan en dat heeft mij echt veel goed gedaan. Onze keus was gevallen op Egypte. Lekker alle dagen in de zon aan de rand van een van de fraaie zwembaden, dicht bij de bar en lekker luieren op het ligbed wat elke dag door onze vaste badmeester werd klaargezet. Elke dag minimaal 30 graden en ’s avonds heerlijk om gezellig buiten te eten en daarna nog een drankje. Wat ons betreft een echte aanrader voor degene die verzekerd willen zijn van super zonnig weer en niets anders doen dan luieren in de zon. De wind zorgde er voor dat het ook in deze zon prima uit te houden was. Met een gebruinde kop zijn we inmiddels weer thuis en ben ik direct begonnen om alles volgens de zomertijd te verzorgen. De dag na onze thuiskomst was de eerste gang naar de duiven. Hoe zouden de jongen er uit zien? De oude doffers en duivinnen waren tijdens de vakantie niet buiten geweest naar ik begrepen heb kon het ook niet. Het was in Nederland erg koud met veel wind en regen. Je kunt je niet voorstellen dat het in Egypte slechts 5 tot 6 minuten per jaar regent. Volgens mij is Egypte een nieuw populair vakantie land aan het worden maar om in die onmetelijke zandbak te wonen lijkt mij helemaal niets. Over twee weken begint het nieuwe seizoen terwijl de duiven er voor wat de voorbereiding betreft nog helemaal niet klaar voor zijn. Ze zien er trouwens wel prima uit en dat is een compliment aan mijn zoons Marco en Michel die de duiven tijdens de vakantie en ook tijden mijn ziekte periode prima verzorgt hebben. Vanmorgen was het een wolkeloze hemel wel zag buiten alles wit, het had dus vannacht weer gevroren en op dit moment is het half bewolkt. Het komende weekend hoop ik te kunnen beginnen met het wegbrengen van de oude duiven. Uit ervaring weet ik dat ze heel snel hun vliegritme te pakken hebben en ook de stipte verzorging op vaste tijden draagt bij tot een goede conditie. De vliegconditie moeten ze zelf voor zorgen en die krijgen ze wel te pakken als ze twee maal daags op vaste tijden hun trainingsarbeid moeten verrichten.

HARDLOPERS ZIJN DOODLOPERS
Dat is in Nederland in elke tak van sport een bekend gezegde. Veel liefhebbers bouwen de prestatiecurve rustig aan op wat niet geldt voor de snelheidsspelers, althans niet voor de Nederlandse snelheidsspelers. In BelgiŽ is dat een ander verhaal daar kunnen ze van eind maart tot eind september iedere week een snelheid of een halve fond vlucht spelen. In Nederland beginnen wij met een 6 tal snelheidsvluchten. Daarna evenveel halve fond vluchten en dan zijn intussen ook de eendaagse fond vluchten begonnen. Eind juni starten we met een achttal jonge duiven vluchten, dan als laatste een serie van 5 snelheidsvluchten waaraan zowel oude als jonge duiven mogen deelnemen en dan zit het er weer op. Terugkomend op de snelle starters daar hoor ik ook het liefste bij. Maak je de eerste vlucht een goede uitslag dan weet je dat het met de conditie wel goed zit. Het kan ook komen doordat je op die vlucht in de goede hoek zat want zoals we allen weten op de korte races speelt de wind een heel belangrijke rol. Dus nog niet direct juichen na een eerste goede uitslag. Wel is het zo dat ik na de eerste vlucht liever heb dat de meute achter mij aan moet dan dat ik de opgelopen achterstand moet zien goed te maken. Het is ook zo dat wanneer je bij de kampioenen wilt eindigen zal je van meet af aan in het snuitje van de uitslag moeten finishen. Onder ons zijn er gegarandeerd een aantal bij wie dit gaat lukken maar nog zekerder is dat de groep bij wie het niet gaat lukken groter zal zijn. Dus zet hem op en gewoon je uiterste best doen om geen enkele keer in de laatste groep over de streep te komen.

KLEUR
Al vele jaren ben ik een grote fan van lichtblauw duiven. Dit jaar ben ik daar een beetje noodgedwongen van af moeten wijken de reden kent u. Marco en ik hebben samen een kweekhok en daarin zitten niet alleen blauwe duiven er zitten zelfs vrij donkere duiven bij en daarvan heb ik nu enkele jongen in mijn vlieghok. Marco zegt dat ik niet zo moet zeuren over de kleuren. Vroeger had ik ook van alles door elkaar en toen zei ik tegen iedereen die het maar horen wilde dat lelijke duiven steeds mooier worden naarmate ze vroege prijzen gaan winnen wat ook zo is. Mogelijk komt het door het vorderen van de jaren dat je andere voorkeuren krijgt. Nu zeg ik het is mijn hobby en ik bepaal wat er op mijn hok gebeurt. Denkelijk moet ik er toch steeds meer vanuit gaan dat de tijd van alleen blauwe voorbij is. gezien mijn leeftijd heb ik ook niet zoveel mogelijkheden meer. Ik wil niet zeggen dat ik mijn tijd heb gehad daar denk slechts af en toe aan. Ik ben nog steeds van plan om mee te tellen maar merk wel dat het allemaal moeizamer gaat.

DE KLOK
Een deze dagen wordt mijn elektronische klok ge-update. De duiven die er niet meer zijn worden uit de klok verwijdert en er moet nog een enkele duif worden toegevoegd zodat ik het komende weekend de klok kan gebruiken om te zien hoe de duiven van hun eerste trainingsvlucht naar huis gekomen zijn. Zaterdag 31 maart is er een trainingsvlucht voor de hele club. Het is een soort attractievlucht en omdat het een dag voor Pasen is bestaan de prijzen uit eieren. Vroeger toen ik nog een gezin met kleine kinderen had vond ik het wel fijn om een paar doosjes te winnen maar nu we nog met zijn tweetjes zijn moet ik er niet aandenken om al die eieren op te moeten eten. Toch is het altijd leuk als er iets te winnen is. Dat is net als kaartspelen, als het om niets gaat wordt er niet serieus gespeeld, maar zo gauw als het om een cent gaat wil iedereen winnen. De wil om te winnen moet er altijd zijn, zonder enige interesse kom je nergens en heb altijd respect voor de winnaar. Zodra die bekend is, schud hem de hand en feliciteer hem met het behaalde succes. Wie weet bent u volgend weekend aan de beurt.

HET AFTELLEN IS BEGONNEN
Bij de meeste liefhebbers is de kweek voor een groot deel klaar. Bij een groot aantal liefhebbers vliegen de vroege jongen al geruime tijd hun dagelijkse rondjes om het hok. Bij anderen zijn de duivinnen met een jong overgeplaatst naar het hok voor de jonge duiven. Bij weer andere liefhebbers, vooral de fond mannen, is het allemaal nog maar net begonnen. Als het goed is zijn de programmaspelers en de snelheidsmannen al een heel eind gevorderd met de voorbereidingen voor de eerste krachtmetingen. Natuurlijk moet het allemaal nog voorzichtigjes aan beginnen. Zeker nu de strenge vorst en de ijzige koude uit de Nederlandse lucht is verdwenen komt er steeds meer gelegenheid om zelf met de duiven te gaan rijden. De temperaturen zijn zo’n beetje om en nabij de 8 tot 12 graden en dat is een prima temperatuur voor trainingsvluchtjes van 20 tot 30 km. Zelf heb ik al diverse groepjes duiven zien overvliegen, je kon duidelijk zien dat ze op weg naar huis waren. Nu maar bidden dat we dit weertype nog een hele periode houden waardoor we een goede start van het seizoen krijgen en tevens de vruchten afwerpen voor het verdere verloop van het komende seizoen. Bij mij komt ondanks dat ik me nog steeds geen 100% voel de regelmaat er erg aardig in. De duiven gaan momenteel twee keer per dag los. Vandaag zijn ze weer heerlijk in bad geweest en morgen gaan bij mij de duivinnen met elk een jong naar het jonge duivenhok. De doffers blijven samen met hun jongen nog een weekje in het vlieghok. Als ik binnenkort een week met vakantie ga zitten de jongen, de doffers en ook de duivinnen apart en krijgen dan alsnog een 5 daagse geelkuur in het drinkwater. Daar moeten ze het mee doen, alle prikken hebben ze gehad dus wat de medische begeleiding betreft zijn ze er klaar voor. Toen ik de vliegduiven deze week bekeek was ik erg tevreden over ze. Het gewicht was prima, ze voelden goed aan en je kon nauwelijks zien dat ze grote jongen voerde. Ik heb er een hekel aan als je duidelijk kunt zien dat ze van die voerbekken hebben. Toch heb ik ooit, ja dat is erg lang geleden, een duivin gehad die 12 keer de eerste won, altijd op nest werd gespeeld en met zo een voer bek een paar keer de eerste won. Ook won zij twee keer de eerste op een lege broedschaal. Haar jong was al meer dan een week naar het jonge duivenhok verplaatst en ze had nog steeds niet gelegd. Ze ging evengoed mee en geloof het of niet daar was ze weer en gaf de concurrentie het nakijken. Het was een klein vetblauw duivinnetje, gewoon een onooglijk beestje maar in mijn ogen was ze vreselijk mooi. Dat beestje zal ik nooit en te nimmer vergeten. Het gekke is dat ik de laatste twintig jaar zo een duif niet in mijn hok zou hebben ze zou niet door de selectie komen en dus ook geen kans krijgen om te presteren. Nu zit er op ons kweekhok weer zo een klein duifje het is nog een bontje ook en ook daar houd ik niet van. Zij heeft, ook vanwege haar fantastische afstamming, vorig jaar wel de kans gekregen een paar jongen groot te brengen. Een flinke schalie doffer werd dood gevonden op de naast ons huis gelegen golfbaan. Het nestmaatje, een klein bont duivinnetje miste niet. Nee, het waren niet allemaal kopprijzen maar als ze acht op negen speelt met twee keer in de eerste tien is ze voor ons goed genoeg om ook in 2018 haar kunsten te vertonen.

OVERWEGEND JAARLINGEN
Vorig jaar was het niet mijn sterkste seizoen. De kweek liep al niet lekker en dat vond zijn weerslag bij het presteren. Het vreemde was dat de jonge duiven wel tot volle tevredenheid presteerden, in de club waren ze zelfs niet te kloppen en de kampioensduif was ook van mij. Van een aantal van deze jaarlingen heb ik enkele jongen gekweekt en alle andere jongen komen uit onze gezamenlijke kwekers. Daardoor zal ik ook van mijn geloof af moeten stappen. Ik zie namelijk het liefst allemaal blauwe duiven in mijn hok maar daar gaat nu verandering in komen omdat niet alle kweekduiven blauw zijn. Kleur is namelijk ook een onderdeel van mijn hobby, rode, vale, witte, zwarte, hele bonte, ik wil ze niet. Andere liefhebbers maakt het niets uit of hun duiven groen of bruin zijn bij hen gaat het om de prestaties. Bij mij ook, maar dan het liefst behaald door mooie lichtblauwe duiven met eventueel een enkel wit pennetje. De vliegduiven voor 2018 zijn allen blauw, bij de jonge duiven zullen wel een aantal andere kleuren tussen zitten en die zullen van goeden huize moeten komen anders komen ze zeker niet door de selectie. Als ik over selectie praat ben ik alweer bezig met 2019. In dat jaar wordt ik 82 zal ik dan nog steeds duiven hebben? Laat ik maar niet te ver vooruit lopen eerst 2018 en dan zien we wel verder. Het is trouwens wel erg jammer dat het aantal actieve liefhebbers zo snel terugloopt. Er wordt door onze nationale organisatie van alles bedacht maar helaas zie ik niet een lichtpuntje waarvan ik denk; ja dat zou wel eens kans van slagen kunnen hebben. Er wordt al zo lang met allerlei commissies gewerkt. De jeugd is geruime tijd een belangrijke doelgroep geweest waar veel tijd en geld in is geÔnvesteerd. Het aantal leden blijft ondanks de tomeloze inzet van onze bestuurders steeds verder terug lopen. Nee, de donkere dagen voor de duivensport zijn er nog steeds en als ik zie hoeveel leeftijd genoten van mij nog actief zijn dan zal de komende twee tot drie jaar de neergaande lijn op het aantal leden van steeds grotere invloed zijn. Verenigingen zullen hun bestaansrecht verliezen en als de laatste club uit het dorp of stad ophoud te bestaan zullen versneld nog meer leden afhaken omdat veel oudere liefhebbers geen zin meer hebben om met hun duiven een grote afstand moeten afleggen om in te korven. Ik zou het graag anders zien maar dit is de realiteit. Daarbij komt ook nog dat de stemming in een kleine club erg gauw beÔnvloed kan worden als enkele leden het niet met elkaar eens zijn. In een club met minimaal 50 leden heb je daar niet zo gauw last van. Hoeveel clubs van 50 leden zullen er nog zijn? Volgens mij niet een en dan te weten dat er in de gouden jaren diverse clubs waren met meer dan 100 leden. Helaas kan ik er dit keer geen gezelliger eind aan breien. Gelukkig komt het seizoen met rasse schreden naderbij en dan zijn er gelukkig weer heel andere zaken te bespreken. Laten we het er maar op houden dat iedereen op zijn eigen manier weer met volle teugen van onze hobby gaat genieten.

NEDERLANDSE OLYMPISCHE PLOEG WEER THUIS
Ruim twee weken Olympische wintersporten op TV was wel een beetje te veel van het goede. Zeker voor Nederland want voor ons was alleen het schaatsen interessant want bij de andere sporten hadden we een enkele deelnemer maar niet echt een kanshebber. Onze schaatsers hebben aan de verwachtingen voldaan, het kon niet beter. Voor mij als kijker was het allemaal te veel van het goede. Van de vroege morgen tot diep in de nacht Olympische Spelen, ik kan ze niet meer zien. Maandagavond werden onze atleten in het Olympisch Stadion van Amsterdam, waar in 1948 de Olympische Zomerspelen werden gehouden, in het bijzijn van enkele honderden supporters en familieleden in de ijzige koude gehuldigd. De omroeper van dienst wist niet hoe hard hij moest schreeuwen om onze Olympische kampioenen aan te kondigen. Het werd een armoedige en asociale vertoning. Dat had veel beter en stijlvoller gekund. Deze week zijn ze uitgenodigd bij de Koning.

IN MAART STARTEN DE VOORJAARSKLASSIEKERS.
Gefietst wordt er het hele jaar door. Vroeger jaren was er een winterstop en was er ruimte voor het baanwielrennen. Tegenwoordig is het zo dat direct na de jaarwisseling de eerste wielerklassiekers van start gaan. Vroeger gebeurde dat pas in Maart en was BelgiŽ als wielerland het eerst aan de beurt, nu zijn het de warme landen zoals AustraliŽ, Nieuw-Zeeland, Dubai enzovoort waar de eerste koersen reeds zijn gehouden. Het voorbije weekend zijn in de ijzige koude de eerste twee klassiekers in BelgiŽ van start gegaan en het komende weekend start “de rit naar de zon” oftewel Parijs-Nice. Nu het vriest in Nederland krijgt de schaatssport de meeste aandacht. Vandaag wordt op natuurijs de eerste marathon schaatswedstrijd over 200 km gehouden. Denkelijk is de schaatspret aan het einde van de week weer voorbij. Jammer, want voor de schaatsliefhebbers had het nog wel een weekje mogen duren en dan maar warm water regenen. Maar wat krijg je dan voor weer, je kunt beter droog weer hebben met mooi helder vriesweer dan af en toe zon en dan weer regen. Gelukkig hebben we dat niet voor het zeggen.

DE LENTE KOMT ER AAN
Ondanks de koude in ons land is het prima weer om de jonge duiven buiten te laten. Bij mij is dat nog niet het geval, ze zijn pas ruim 14 dagen oud. De eerste ronde is naar Marco en pas daarna is vader aan de beurt. Na de pech met onbevruchte eieren in de eerste ronde is daarna alles prima verlopen. Het grote probleem zat bij onze twee betere kweekkoppels. We hadden van allebei de eerste en tweede ronde onbevrucht. Van het ene koppel is de derde ronde ook weer niet goed maar van het andere wel. De jongen die bij Marco zitten zien er perfect uit en bij mij liggen ze te glanzen in het nest. Mooie mest om de schotels en mede door de koude en overdag veel zon is het bijna ideaal voor de opgroei van de jonge duiven. Niet alleen de lente komt er aan ook het vliegseizoen komt met rasse schrede naderbij. Zoals ik het bekeken heb is alles mooi op tijd klaar. Tweede helft maart gaan we nog een weekje naar de zon en als we terug komen hebben we nog 14 dagen te gaan voor de eerste snelheidsvlucht. De duiven kunnen daarvoor dus nog wel afhankelijk van het weer een vijftal keren weggebracht worden en dat moet genoeg zijn. De duiven worden nog steeds door mijn zonen Marco en Michel verzorgd ik ga er tussen de middag even naar toe. Dan kun je merken dat de zon steeds meer kracht krijgt, gewoon heerlijk om dan een uurtje bij de duiven te zijn. Ik hoop dat als het binnenkort wat warmer wordt ik ook wat actiever wordt, met mijn conditie is het na twee maanden niet lekker in mijn vel te hebben gezeten helemaal niets. Als ik even wat doe ben ik bekaf en op mijn leeftijd hersteld dat allemaal niet zo snel meer.

HET ZAL TOCH NIET WAAR ZIJN
Ik schrok me werkelijk een ongeluk toen ik het bericht las dat er in Groningen (Noord-Nederland) een uitbraak was van vogelgriep. Alle 36.000 kippen zijn geruimd en in de directe omgeving geld een vervoersverbod voor pluimvee. Daar worden wij duivenliefhebbers niet blij van, het is al meerdere keren voorgekomen dat er aan de vooravond van het nieuwe vliegseizoen een vogelgriep uitbraak plaats vond waardoor de start van het seizoen enkele weken werd opgeschoven. Het was toen ook in de periode van de voorjaarsbeurs en direct werd een verbod afgekondigd dat er in een ruimte geen duiven van verschillende hokken bij elkaar geplaatst mochten worden. Denk eens aan alle jonge duiven die speciaal voor de beurs van dit weekend zijn gekweekt en er wordt een verbod afgekondigd je moet er toch niet aan denken. Nu zit de uitbraak nog in het uiterste noorden van Nederland, de controle wordt daardoor in het hele land steeds strenger. Er hoeft maar een uitbraak in het zuiden te komen en BelgiŽ gooit de grens dicht en hoe gaat het verder met de beroemde duivenmarkt in Lier (B) en de voorjaarsbeurs van dit weekend in Houten (Utrecht).Ik ga er niet heen, zou niet weten wat ik er moet doen. Gelukkig zijn er heel veel liefhebbers die daar anders over denken. Er is nog meer risico want bij liefhebbers in Belgisch Limburg zijn gevallen van besmetting met het adeno virus geconstateerd en dan wordt het risico voor de jonge duivenziekte wel heel erg groot. Door de besmetting met adeno krijgen de e-coli bacteriŽn in het darmstelsel de overhand. De duiven worden daar doodziek van, de eetlust gaat weg, drinken meer dan normaal en produceren van die slijmerige groene sterk ruikende mest en het einde van het verhaal is dat die arme beestjes het met de dood moeten bekopen, weg mooie kweekresultaten. Wat dat betreft hangt onze hobby van teleurstellingen aan elkaar. Het vreemde is dat nooit alle jonge duiven ziek worden. Zijn dat nu de beste, de sterkste of is het toeval? Mochten deze verschijnselen op het hok voor komen raadpleeg ten alle tijden uw veearts.

OLYMPISCHE SPELEN VOOR NEDERLAND MEER DAN GESLAAGD EN TOCH MANKEERT ER ALTIJD WAT
De Nederlandse deelnemers aan de Olympische Winterspelen in Zuid-Korea begonnen vol overtuiging aan hun missie op jacht naar goud. Dat lukte op een geweldige manier. Vanaf dag een werden de gouden en andere medailles in de wacht gesleept. Er was door Nederland een ploeg afgevaardigd waarvan elke deelnemer in staat moest worden geacht mee te kunnen doen voor een podiumplaats maar helaas is dat niet gelukt. Dat is niet zo erg voor Nederland maar wel voor die enkele sporters die met lege handen naar huis moeten. Daar sta je dan tijdens de nationale huldiging met lege handen tussen een ploeg deelnemers die wel met een of zelfs meerdere plakken terug naar ons koude kikkerlandje gaan. De grootste tegenvaller zat bij de shorttrackers. De huizehoge favoriet Sjinkie Knegt liet het volkomen afweten. Hij was zelfs ingeschat voor 4 gouden medailles helaas werd het slechts een keer zilver. Heel Nederland had de overwinning op de 10.000 meter schaatsen gegund aan topfavoriet Sven Kramer. Het lukte niet, het ging niet, het wilde niet, het was zijn dag niet waardoor hij hoogstwaarschijnlijk nooit in de boeken zal voorkomen als gouden medaille winnaar op de langste schaatsafstand. Heel verrassend was de gouden plak van pas 22-jarige Esmee Visser op de 5000 meter voor dames, Nederland heeft absoluut niets te klagen. Het mooiste verhaal is en blijft het wegspringen van “het blauwe veertje” uit de klapschaats van Jan Blokhuijsen. Hierdoor functioneerde de schaats niet naar behoren en kwam de Nederlandse achtervolgingsploeg tijd te kort voor de eindzege. Is dat niet een mooi verhaal van een stalen veertje ter waarde van misschien 20 cent waardoor een Olympische medaille verspeeld wordt. Het totale medaille resultaat voor Nederland is 6x goud, 6x zilver en 4x brons. Genoeg over de Olympische Spelen. Ik heb er door mijn longontsteking maar gedeeltelijk van genoten. Het waren prachtige beelden en ik heb genoeg wintersport gezien. Maar….. in Nederland zijn we er nog niet vanaf.

STRENGE VORST
Deze zondag (25/2) staat heel Nederland op de schaatsen. De komende dagen elke nacht matige tot strenge vorst, overdag volop zon en temperaturen rondom het vriespunt. Dat wordt voor de schaatsliefhebbers genieten en dat zijn er in Nederland nogal wat. Er wordt al druk gespeculeerd in welke plaats de eerste korte baanwedstrijd wordt gehouden. Dat is echt sprinten want het gaat slechts over 180 meter. Altijd veel publieke belangstelling en voor de schaatsers is er een aardig zakcentje te verdienen en dat soms wel twee of zelfs drie keer per dag. Elke ijsclub wil namelijk zo snel mogelijk hun wedstrijden organiseren want voor je het weet is de ijsperiode in Nederland weer voorbij. Voorlopig ziet het er de komende tien dagen voor de schaatsers veelbelovend uit en voor mij……. ik blijf binnen en dan te weten dat ik in mijn jonge jaren niet van het ijs was af te krijgen. Ik hoop wel dat het deze maand gaat lukken dat er nog een paar wedstrijden op natuurijs over minimaal 100 km kunnen worden gehouden en stel dat er weer een Elfstedentocht, een wedstrijd over ruim 200 km komt. Heel Nederland wordt dan gek. Wij ouderen weten nog van de Elfstedentocht, voor de jeugd is er niets anders over dan verhalen uit tijdschriften en boekjes die over “de tocht der tochten” zijn geschreven. Zelfs onze Koning heeft jaren geleden onder de naam van Buuren de Elfstedentocht tot een goed einde gebracht.

MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN ALWEER WEG
In Nederland was er nog nimmer zo een lange periode nodig om een nieuw kabinet te formeren. Voor de een belachelijk, voor de ander begrijpelijk. Politiek blijft voor de gemiddelde mens een onduidelijk en mysterieus gebeuren. Er wordt maar gepraat en nog eens gepraat. Je denkt dan wel eens aan de commerciŽle bedrijven want als daar zo oeverloos gediscussieerd wordt gaan ze allemaal failliet. Daar moeten aanzienlijk sneller beslissingen genomen worden. In de politiek zijn het in de ogen van de mensen allemaal “mooi praters” en zo af en toe vertellen ze over zaken die bezijden de waarheid zijn. Zo ging dat kortgeleden ook met onze kersverse minister van Buitenlandse zaken en voormalig postduivenhouder Halbe Zijlstra. Hij is alweer net zo snel van het toneel verdwenen als dat hij er opgekomen is. Jammer want wij duivenliefhebbers waren wel ingenomen met een minister van Buitenlandse zaken die ooit met ons samen het duivenspelletje heeft gespeeld. Je kunt ook tegen iemand “te” hoog opkijken. Jammer dat hij deze miskleun heeft gemaakt.

ZATERDAG 3 MAART KLINKT HET OFFICIEUZE STARTSCHOT
Op 3 en 4 maart wordt in Houten (nabij Utrecht) de nationale voorjaarsbeurs gehouden. De beurs wordt gezien als het begin van het nieuwe wedstrijdseizoen. Natuurlijk zijn alle nationale en ook een groot aantal internationale leveranciers van duivensportartikelen daar weer aanwezig. Voor iedereen die het laatste nieuws wil meepikken is het meer dan zinvol een bezoek aan deze grote Europese manifestatie te brengen. Naast de laatste nieuwtjes op het gebeide van duivensport benodigdheden zijn er zoals elk jaar weer enkele duizenden jonge duiven te koop. De beurs in Houten voorziet absoluut in een behoefte en ook al doe je er maar een goed idee op dan kan de beurs al meer dan geslaagd zijn. In ieder geval zijn de voorbereidingen voor het seizoen op vele hokken in volle gang. Er kan nu niet meer uitgesteld worden, er moet keihard gewerkt worden om de duiven in de juiste conditie te brengen en dat betekent niet morgen mee beginnen maar nu. Daar wil ik het voor deze keer bij laten, volgende week zal de motivatie wel weer aanwezig zijn voor een langer verhaal. Ondanks mijn longontsteking wilde ik toch een artikeltje maken omdat ik weet dat veel liefhebbers toch even gauw iets in “Be a champion….” willen lezen.

NEDERLAND ZEER SUCCESVOL TIJDENS OLYMPISCHE WINTERSPELEN
Heel de internationale sportwereld is momenteel in de ban van de Olympische Winterspelen die in het Zuid-Koreaanse Pyongyang worden gehouden. Al vanaf de eerste dag wordt door de Nederlandse schaatsers een aanslag gepleegd op het hoogst haalbare, de gouden medailles, maar ook zilver en brons zijn voor schaatsland Nederland niet veilig. De Hollanders zijn zowel bij de vrouwen als de mannen op alle onderdelen van het langebaan schaatsen en shorttrack heer en meester. Het begon al op de eerste dag met goud voor Sven Kramer op de 5000 meter. Ook in 2010 en 2014 won hij op die afstand goud en dat is nog nooit eerder gepresteerd. Een dag later goud, zilver en brons voor de dames op de 3000 meter en zo gaat het alle dagen door. Irene Wust pakte goud op de 1500 meter en dat was haar tiende Olympische medaille. Nog nooit was er een dame die zoveel Olympische medailles op de Winterspelen heeft gewonnen. De aanwezigheid van Koning Willem Alexander zal daar zeker toe hebben bijgedragen, prachtig om te zien hoe hij zich als een fan van onze schaatsers op de tribune gedroeg, geweldig wat een enthousiasme! En het houdt maar niet op. De schaatsmijl leverde een gouden medaille op voor Kjeld Nuis met outsider Patrick Roest als winnaar van het zilver. Als dit zo doorgaat wordt het een ongekend succes voor Nederland dat op de andere onderdelen van de Winterspelen geen enkele kanshebber heeft. Is helemaal niet erg want wij zijn eens schaatsland en dat hebben we weer eens duidelijk laten zien.

POSTDUIVEN OLYMPIADE EENS IN DE TWEE JAAR.
Waarom de postduiven Olympiade eens in de twee jaar wordt gehouden is mij niet duidelijk. Als dat bij alle sporten eens in de vier jaar gebeurd waarom dan voor de duivensport een uitzondering. Er zijn binnen onze sport al zoveel uitzonderingen in de veel te lange reeks van kampioenschappen. Alleen voor de commercie en nergens anders voor is het interessant om elke twee jaar een Olympiade te houden. Het duurt geen jaar meer en dan zijn we alweer toe aan de Postduiven Olympiade in Polen die in januari 2019 wordt gehouden. Ook in 2011 mochten de Polen de Olympiade in Poznan organiseren. Wel een beetje veel van het goede, vindt U niet. Nederland is niet alleen een schaatsland, het is eveneens een duivenland bij uitstek en dat houdt in dat het net als bij het schaatsen mogelijk moet zijn om op een zelfde manier toe te slaan. We hebben nog een wedstrijdjaar te gaan dus er is nog van alles mogelijk. De duiven die in 2017 sterk hebben gepresteerd kunnen dit jaar met enige voorzichtigheid ingezet worden, niet te veel risico nemen maar vooral dat laatste is makkelijker gezegd dan gedaan. Zelfs op de meest simpele vluchten kan er zo maar een goede duif achterblijven en lokaal blijft het gevaar van de roofvogels bestaan. Je moet er toch niet aan denken dat een Olympiade kandidaat door zo een rover gepakt wordt.

EEN LICHTE LONGONTSTEKING HIELD MIJ EEN WEEK BIJ DE DUIVEN VANDAAN
Als je na een week weer bij de duiven komt zie je hoeveel er in een week is veranderd. De jonge duiven die toen een dag of twaalf waren zijn nu zo oud dat ze bijna bij de ouders vandaan kunnen. Daar waar twee eitjes in het nest lagen liggen nu kale jonkies. Dat zijn de eerste indrukken die ik deze morgen heb opgedaan. Verder heb ik ze alleen maar gevoerd, de drinkbakken ververst, overal nieuw grit in de potjes, verse mineralen en die hadden ze nodig want binnen de kortste keren hadden de duiven de potjes leeg gegeten. Ze zijn ook toe aan een heerlijk bad, het is wel koud maar verder mooi zonnig weer. Ze moeten nog wel even wachten want eerst moet het artikel klaar en daarna zal ik er in de middag nog even een bad bij zetten. De vliegduiven mogen dan even buiten dan kan ik de hokken schoonmaken. Wat mijzelf betreft is de conditie weer helemaal terug tot nul. Een weekje echt ziek zijn is een ware aanslag op je lichaam zeker als we naar de cijfertjes kijken die voor de leeftijd staan.

DIT WEEKEND WORDEN DE EERSTE JONGEN GESPEEND
Andere jaren gebeurde dat al in de derde week van januari, dit jaar hebben we bewust wat langer gewacht met koppelen. We hebben dit jaar meer de voorkeur gegeven aan onze kweekduiven. Van hen zijn de meeste eieren van de eerste ronde onder de vliegduiven gelegd zodat Marco en ik allebei twee jongen van de kwekers hebben. Daarbij waren ook de nodige tegenslagen zodat ik nu niet direct kan zeggen dat ik erg enthousiast ben over de aanvang van het kweekseizoen. Bij mijn vliegduiven had ik vier koppels waarvan ik de jongen wilde hebben. Van de 12 koppels waren er 2 onbevrucht en dat waren er precies 2 van de 4 die ik wilde houden. We hebben er voor gekozen zoveel mogelijk over te leggen, een keus waarvan ik achteraf denk; dat hadden we misschien anders moeten doen. Daarmee geef ik aan niet echt tevreden te zijn. Nu niet in paniek raken want het gaat er natuurlijk ook om hoe de totale kweekresultaten gaan worden. Het gaat immers om de kwaliteit en niet om de kwantiteit. Over het algemeen hoor ik van verschillende kanten dat de kweek goed verloopt. Zij die aan winterkweek deden hebben de jongen allemaal buiten en daarbij helpt het weer ook een handje want het is tot nu toe alle dagen prima weer om de jongen duiven elke dag en aantal uren buiten te laten. Helaas heb ik vernomen dat er weer de nodige slachtoffers zijn vanwege de roofvolgels. Jammer dat dit probleem voor ons duivenliefhebbers niet opgelost kan worden. Er wordt wel het nodige aan gedaan, zoals het registreren van plekken waar de roofvogel toeslaat. Als het daarbij blijft schieten we ook niet echt op. Ik ken het probleem ook, had er drie jaar achtereen mee te maken gelukkig de laatste drie jaar helemaal niet meer. Ik woon aan de rand van de golfbaan, op sommige plaatsen vrij veel bomen. De laatste jaren is het aantal kauwtjes enorm toegenomen. ’s Avonds vliegt er een enorm grote zwerm, een prachtig gezicht en een enorm lawaai als ze uiteindelijk in de bomen landen om te gaan slapen. Het houdt wel in dat ik totaal geen last heb van roofvogels. Het schijnt dat de kauwtjes de roofvogels weg houden. Laat ik niet te enthousiast doen want er kan zo maar iets veranderen. Van een Ierse duivenvriend kreeg ik een foto toegezonden waarop een van zijn duiven door een havik was gepakt. Hij verzorgt de duif die een gapende wond heeft, het zijn de echte dierenvrienden die zoiets op kunnen brengen. Je moet je afvragen of het wel zin heeft. Wij hebben duiven om mee te spelen en we moeten oppassen dat we van ons hok geen hospitaal maken. Ondanks dat ik mijn hele even al bezeten ben van duiven gaat het mij te ver om zwaar gewonden duiven te verzorgen. Ik doe ze weg, misschien erg hard maar je moet je afvragen of het ooit wel goed komt met zo een duif. Nee, dan bespaar ik ze liever een langer lijden.


PRACHTIG WINTERWEER
Voor deze week ziet de weersverwachting er prima uit. ’s Nachts lichte tot matige vorst, overdag volop zon en temperaturen van iets boven het vriespunt. Als dit weer zo een dag of vier blijft dan kan er in Nederland geschaatst worden. Zoals de meeste van u wel zullen weten is Nederland het schaatsland bij uitstek. Dat zal ook te merken zijn in het komende weekend wanneer in Zuid-Korea de Olympische Winterspelen plaats vinden. Uiteraard is Nederland daar ook vertegenwoordigd hoofdzakelijk voor de schaatssport. Bij de andere wintersporten hebben wij Hollanders niet veel te zoeken. Maar wie weet duikt er zo maar opeens een Nederlander op bij het skiŽn wat een enorme verrassing zou zijn. In ieder geval is er op de TV voor de sportliefhebbers de komende week weer veel te genieten. Dat dachten we vorige week ook. Toen werd in eigen land het wereldkampioenschap veldrijden gehouden. Onze grootste favoriet was Matthieu van de Poel. Hij had dit seizoen al 26 wedstrijden gewonnen en zou volgens insiders ook wel even de regenboogtrui pakken. Nou mooi niet, het was duidelijk te zien dat het niet zijn dag was, het werd een complete lijdensweg. Het was wel een heel zwaar parkoers maar dat telt voor iedereen. Onze nationale vedette moest genoegen nemen met het brons en onze afgevaardigden in de andere categorieŽn deden hetzelfde. De jongste van alles pakte bij de jeugdige dames wel het goud en daarmee was de verassing compleet. Nu maar afwachten of onze schaatsers goud weten te winnen en wie weet staat heel Nederland aan het einde van de week op het ijs. Want schaatsen, we doen niet liever en de duiven koesteren zich in het winter zonnetje.

KOUDE NACHTEN
Er zijn liefhebbers die hun eerste ronde jonge duiven al buiten hebben, er zijn er ook die pas gekoppeld hebben. In ieder geval zitten we nu middenin het kweekseizoen. Sommige fond liefhebbers hebben de kweek nog even uitgesteld maar het zal niet lang meer duren of ook bij hen gaat het beginnen. Mijn oudste jonge duiven zijn nu een dag of twaalf en het komend weekend komen de eieren van de tweede ronde van de kweekduiven uit. Ook nu van onze twee beste kweekkoppels weer onbevruchte eieren. Ik wil niet zeggen dat Marco en ik daar moedeloos van worden maar vrolijk worden we er zeker niet van. Voorbije zondag zijn er weer de nodige eieren overgelegd zodat de kweekduiven aan de derde ronde kunnen beginnen. Misschien een beetje te vlug achter elkaar maar daar hebben we kweekduiven voor. Ook dit seizoen blijkt dat vroege of winterkweek niet bevorderlijk is voor oudere duiven. Niks nieuws, wel vervelend als het niet loopt zoals we gehoopt hadden. We dachten van onze twee top koppels even gauw ieder twee jongen te pakken maar we hebben er niet een. Op dit moment zijn er 39 geringd en daar komt nog wel een zelfde portie bij en dan hebben wij er genoeg. Marco een stuk of 50 en ik om en nabij de 30. Dat moeten er voldoende zijn om de nodige goede resultaten te behalen als we er maar niet te veel kwijt zijn voordat de prijs vluchten beginnen.

ALWEER ONENIGHEID BINNEN DE BELGISCHE DUIVENSPORT
De periode van oktober tot de aanvang van het nieuwe seizoen wordt ook wel het stille seizoen genoemd. niets is minder waar. Vroeger was dat wel zo maar nu krioelt het van de huldigingen, kampioenendagen, lokale tentoonstellingen en zeker niet in de laatste plaats de grote verscheidenheid van allerlei vergaderingen. Vooral dat laatste loopt nog wel eens uit tot het nodige gekrakeel. Zo was er het fraude geval in het Belgische Oost-Vlaanderen wat voorzitter Dirk Schreel van het Nationaal Sport Comitť de kop heeft gekost. Nu is er in Antwerpen weer de nodige commotie waardoor een nieuw bestuur moet worden gekozen. De naam van provinciaal voorzitter Alfons Buurs wordt al genoemd als Nationaal voorzitter en wordt ook in verband gebracht met voorzitter van het Nationaal Sport Comitť. Hoogstwaarschijnlijk komt hij voor beide functies niet in aanmerking omdat hij niet perfect tweetalig is. In BelgiŽ wordt namelijk in het zuidelijk deel Frans gesproken en in het andere deel Nederlands oftewel Vlaams. Op dit moment is er nog geen duidelijkheid hoe de beide nieuwe besturen er uit gaan zien. Tijdens de vergadering van 28 februari zal er meer bekend zijn.

LAATSTE KANS
Om op de hoogte te zijn van de allerlaatste ontwikkelingen betreffende de duivensport is er nog een mogelijkheid voor de Belgische en liefhebbers uit de omringende landen om een bezoek te brengen aan de Internationale postduiven manifestatie “Fugare” die op 10 en 11 februari voor de 8ste keer in Kortrijk gehouden zal worden. Tevens zullen daar de prijsuitreikingen gehouden worden van de eenhoks vluchten die in Zimbabwe, Spanje. Portugal, Tenerife, RoemeniŽ en Bulgarije zijn gehouden.

RUSTIGE DUIVEN.
Als ik ergens een hekel aan heb dan is het wel aan schuwe duiven. Je hebt er soms een die als je het hok in komt meteen van zijn zitplaats vliegt, daar kan ik nog een beetje mee leven. Er zijn er ook die gelijk het broedhok uit vliegen en daar kan ik absoluut niet tegen. Ik doe ook altijd mijn uiterste best om de duiven rustig te houden. Je kunt daar als liefhebber veel aan doen. Maak geen onverwachte bewegingen en wandel in slow motion door de hokken. Laat daarbij vooral je stem horen en ik denk dat het ook belangrijk is dat je altijd hetzelfde gekleed bent. Neem de tijd om de duiven te voeren. Terwijl ze aan het eten zijn kun je er gerust af en toe eens eentje in je handen nemen en kort daarna weer neerzetten. De duiven mogen niet bang zijn en als ze dat wel zijn ligt dat meestal aan de baas. Soms valt het ook niet mee om rustig te blijven. Vooral als de duiven pas gekoppeld zijn en voor het eerst uit de broedhokken mogen. Vooral jonge doffers kunnen dan nog wel eens ongecontroleerd verschillende broedhokken invliegen. Ze zijn soms zo driftig dat ze alles achterna vliegen wat beweegt. Ze kunnen ook voor de nodige knokpartijen zorgen als ze weer eens het verkeerde broedhok in vliegen. Als ze dat meerdere keren doen ben je in staat om ze tegen de muur aan te slingeren. Niet en nooit doen! Je kunt ze echt voor altijd verpesten. Je ontneemt ze drang om naar huis te komen en wat nog erger is ze vertikken het dan ook nog om binnen te komen. Meestal zijn de eerst aankomende duiven niet schuw of bang. Een kwestie van slecht binnenkomen ligt altijd aan de baas. Hij heeft de duiven zo gemaakt en hij gedraagt zich bij thuiskomst volkomen anders dan als hij de hele week doet. Ik ben wel bij liefhebbers geweest die als er een duif kwam in tijgersluipgang naar het hok gingen. De duiven zijn niet gek en blijven zitten als de baas zich niet gedraagt als dat ze gewend zijn. Gedraag je bij thuiskomst van de duiven altijd hetzelfde als je door de week doet. Sommige liefhebbers willen de duif snel binnen hebben en smijten handen vol voer het hok in terwijl ze dat door de week nooit doen. Sommige liefhebbers beginnen als een idioot te fluiten als ze op grote hoogte een duif aan zien komen. Ga er vanuit dat duif u eerder heeft gezien dan dat u de duif ziet. De duiven moeten blij zijn als ze de baas zien dus doe normaal dan doe je gek genoeg!

HOE VERLIEP DE WINTERKWEEK
Het is alsof steeds minder liefhebbers aan winterkweek doen. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn. Wat mij betreft is de reden dat ik nu ik bij de oudere melkers behoor en erg blij was dat het seizoen was afgelopen. Eindelijk een periode van absolute rust. Anderen wachten met kweken omdat in een aantal afdelingen het jonge duivenseizoen pas later begint. Jarenlang heb ik aan winterkweek gedaan, prachtig om in de tweede helft van januari naar de pas gespeende jongen te kijken want wat zijn ze mooi als ze pas gespeend zijn. Dan volgt er een korte periode van enige terugval, doch dat komt allemaal wel goed als ze eerst maar eens flink aan het eten gaan. Ik zeg altijd als ze in het nest mooi zijn worden ze later ook mooi. Of het bruikbare of zelfs hele goede worden daar kan niemand op voorhand een antwoord op geven ook al komen de jongen uit nog zulke goede ouders. Ik ben wel van mening dat de kans om een goede te kweken groter is als de ouders goed gepresteerd hebben. Iedere liefhebber krijgt een goed gevoel als er jaarlijks enkele duiven geboren worden die in het vliegseizoen voor plezier zorgen zeker als die jongen uit een koppel komen die de liefhebber zelf heeft samengesteld. Maar hoe verliep de kweek voordat de jonge duiven gespeend werden. Bij mij verliep vanaf de eerste dag dat ik de duiven bij elkaar had gezet alles zonder problemen. De duiven waren door mij goed voorbereid op de kweekperiode. Tien dagen bijgelicht en dagelijks een klein beetje hennepzaad voor elke duif. Ik ben ook meteen begonnen de duiven kweekmengeling te geven, niet te veel want vastzittende duiven vetten heel gauw aan en dat is niet bevorderlijk voor een vlotte leg. Als ik de duiven ga koppelen probeer ik het altijd zo te regelen dat ze er uitzien zoals ze in het vliegseizoen de mand in gaan. Ik heb al eerder geschreven dat er ondanks de goede voorbereiding en het vlot op eieren komen toch een aantal zaken mis kunnen gaan. Bij oudere duiven onbevruchte eieren, jonge doffers die als ze eenmaal goed gepaard zijn toch bij de buren op visite gaan met als gevolg vechtpartijen en stukkende eieren. Dat kan zelfs nog voor komen als er kleine jongen in de schotel liggen en ook daar kreeg ik mee te maken.

EERSTE JONGEN ZIJN GERINGD
Dat wil zeggen dat de eerste jongen bij mij laatste week februari gespeend worden. Dat zijn er niet al te veel want de meeste eieren van de kwekers zijn naar mijn zoon Marco gegaan en die zal er in die tijd wel meer hebben dan ik. Zo gaat dat met vader en zoon die tegen elkaar spelen en uit de zelfde kweekstal moeten putten. Toch had ik nogmaals twee onbevruchte eieren van twee verschillende koppels elk 1 en bij Marco lagen er twee vertrapte jongen dood in het nest. Tot op heden geen problemen met de opgroei van de jongen, dat verloopt prima. De duiven waarvan de eieren zijn overgelegd hebben bijna allemaal om en nabij de 25ste gelegd en zitten nu voor de tweede keer te broeden. De jongen die daar uit geboren worden zijn voor het overgrote deel allemaal voor mij. Als ik er een stuk of veertig heb ben ik tevreden, dat is een mooi ploegje ik heb ik er bijna nooit meer gehad. Ik heb in mijn wilde jaren wel eens geprobeerd om er honderd te kweken waar ik mee kon vliegen. Dat is me nooit helemaal gelukt, 80 is denk ik wel het grootste aantal dat ik ooit gehad heb. Ik was en ben absoluut geen liefhebber van veel duiven. Dit jaar ga ik met 12 koppels dubbel weduwschap spelen, daar moet ik het mee doen en waarom zal dat niet lukken. Je hebt er maar eentje nodig voor de overwinning. Ben gestopt met het licht aan te laten. Ik voer alle duiven momenteel om zes uur en een half uur later gaat het licht uit. ’s Morgens om 8 uur uit bed. Broodje eten en even gauw krantje er bij, om half negen naar de duiven en dan begin ik met het schoonmaken van het kweekhok. Daar zitten 22 koppels en daar ligt de meeste mest. Om 9 uur krijgen alle duiven eten. Het is dan licht genoeg dus er kan gegeten worden zonder lamp.

DE OUDE DUIVEN KOMEN AF EN TOE WEER BUITEN
Ik ben toch weer eens van mijn geloof afgestapt. Vorige week was het zulk lekker zacht weer dat ik het niet kon laten de duiven binnen te houden. Ik liet ze er om 11 uur uit en ze konden er de hele dag in en uit. Om 3 uur de spoetnik zo gezet dat ze er alleen nog maar in konden en voordat ze allemaal binnen waren hebben ze tussen 12 en 1 uur nog lekker kunnen genieten van een bad in de buitenlucht, ze doen niet liever. Gister was het koud en in de namiddag begon het te regenen, ik had de spoetnik open gelaten (vergeten) en toen ik boven kwam lagen de meeste duiven in de stromende regen, niet te geloven want ik stond met mijn oude lijf te klapperen van de kou. De meesten moesten dus kletsnat de nacht in. Ik weet niet of ze het koud gehad hebben, vanmorgen leefde ze allemaal nog en zagen er pico bello uit. In het vliegseizoen zou ik er dood nerveus van worden, stel dat ze op de eerste de beste vlucht slecht zouden presteren dan kun je jezelf wel voor je kop slaan. Het wil niet zeggen dat ik nu elke dag de duiven buiten laat, dat bekijk ik per dag. Het is mij wel opgevallen dat ik sinds ik de duiven buiten laat de dons rui is toegenomen, teken dat de buitenlucht de duiven goed doet.

NOG EVEN OVER EEN GESLAAGDE KWEEK.
In het winterseizoen heb je meestal meer uitval dan in het vroege voorjaar. Een klein aantal onbevruchte eieren, eieren met een deukje of een ei met een jong er in dat niet sterk genoeg was om uit het ei te komen. Het zijn allemaal zaken die geen enkele invloed hebben op het vliegseizoen. Het wordt een heel ander verhaal als de helft van de eieren onbevrucht is of als er te veel jongen na een dag of tien dood gaan. Pas dan wordt de kans op een goed vliegseizoen wel heel erg klein. De schuld ligt dan bij de liefhebber zelf, de voorbereiding op de kweek is onvoldoende geweest. Te gemakkelijk geweest, vergeten de duiven tijdig te laten enten en verzuimd mestonderzoek te laten doen. Door tijd te maken om de duiven af en toe eens wat langer te observeren kun je heel wat narigheid voorkomen.

NOG NOOIT WAS 24 JANAURI ZO WARM
Als ik ’s morgens opsta is een vaste gewoonte van mij om uitgebreid teletekst te lezen. Dat heeft te maken met mijn doofheid. De hele dag staat bij ons de radio aan maar voor mij te zacht om het gesproken woord goed te kunnen volgen. Om toch op de hoogte te blijven van het laatste nieuws maak ik dus gebruik van teletekst en pas later in de ochtend wordt tijdens het koffie drinken de krant gelezen. Ook ’s avonds voor het naar bed gaan lees ik even teletekst. Zo las ik deze morgen met verbazing dat het sinds het begin van de metingen in 1901 het nog nooit zo warm in Nederland is geweest. De dag begon met een temperatuur van 12,2 graden Celsius en de verwachting is dat het wel 14 graden kan worden. Dat zijn voor Nederlandse begrippen lente temperaturen. Normaal zou zijn dat er in deze tijd van het jaar wordt jaar geschaatst, ligt er sneeuw en is er volop ijspret. Het lijkt er op dat dit voor ons land verleden tijd gaat worden. Het zullen de boeken zijn waar onze kleinkinderen in kunnen lezen hoe het vroeger in Nederland was. Nederland het land van de schaatssport, de grote vraag is hoe vaak zullen we het nog meemaken dat sloten, kanalen en meren bevroren zijn zodat er lange schaatstochten zoals de wereldberoemde Elfstedentocht van 225 km georganiseerd kunnen worden. Internationaal wordt er gelukkig heel veel aandacht besteed aan de opwarming van de aarde, jammer of beter gezegd onbegrijpelijk dat bepaalde landen zich er totaal niet druk over maken want het zal voor de hele wereld grote gevolgen hebben. Toen ik dit grote nieuws over de recordhoogte van de temperatuur in Nederland las moest ik uiteraard ook even denken over de eventuele gevolgen voor de duivensport. Wij en onze duiven leven in Nederland een land met vaak enorme verschillen in weertypes, daar zijn we in groot gebracht en we weten niet beter. Dat is hetzelfde met de bewoners uit de zuidelijke en andere warme landen en voor de Eskimo’s. Al die mensen zijn gewend aan hun klimaat. Voor de duiven geldt precies het zelfde. Wij Hollanders raken al in paniek als onze duiven hun wedstrijden hebben met temperaturen van om en nabij de 30 graden terwijl zoiets in de warme landen de normaalste zaak van de wereld is. In ieder geval is het belangrijk om er over na te denken hoe in de toekomst (heeft de duivensport nog wel toekomst?) onze duivensport er uit gaat zien. Laten we bijvoorbeeld even stil blijven staan bij de periode waarin in Nederland met duiven wordt gespeeld. Normaal vanaf het laatste weekend van maart tot en met tweede helft september. Is dat nog wel mogelijk als de temperaturen ieder jaar hoger worden en dat is niet het enige, ook de steeds omvangrijker wordende regenbuien spelen daarbij een grote rol. In Nederland hoor ik steeds meer de roep om het vliegseizoen later te laten beginnen daar zijn een aantal gegronde redenen voor. Als we met name naar het weer kijken gaat er voor onze sport denkelijk noodgedwongen toch iets veranderen. Het vroege voorjaar kent erg milde temperaturen en daar kunnen onze duiven veel beter tegen dan tegen de tropische temperaturen die we in hoogzomer meer en meer gaan meemaken. De steeds heftigere en langdurige regenbuien doen ons misschien wel besluiten om in de warmste periode van het jaar niet meer met duiven te spelen en zal er een zomerstop ingevoerd moeten worden. Wie weet gaan we dan mogelijk tot eind oktober spelen. Of misschien moet het vliegseizoen ingekort worden tot iets meer dan 4 maanden. Het is allemaal nog koffiedik kijken, dat er iets gaat veranderen is zo zeker als dat twee maal twee vier is. In diverse zuidelijke landen is een zomerstop heel gebruikelijk en noodzakelijk.

EVEN GLIMLACHEN
Wij duivenliefhebbers zijn allemaal kampioenen. Er zijn zoveel verschillende titels bedacht dat je zo langzamerhand door de bomen het bos niet meer kan zien. Zo viel deze week mijn oog op een reportage over een in BelgiŽ gehouden prijsuitreiking. Als een leek zoiets leest zullen abrupt de rimpels in het voorhoofd meer dan verdubbelen en zullen, indien nog aanwezig, de haren spontaan rechtop gaan staan. De duivensport maakt zich aan alle kanten belachelijk. Of is alles met voorbedachte rade gedaan? Ik ben nog van de tijd dat er geen midfond vluchten bestonden, alles onder de 500 km was vitesse en daarboven heette het fond. Eendaagse en meerdaagse fond plus marathon kwamen nog niet in het duivenwoordenboek voor. Een aangewezen of aangetoond kampioenschap bestond wel, waarom heb ik nooit kunnen begrijpen. Het zou iets zijn voor de echte kenners onder ons, laat me niet lachen. Het heeft totaal niets met een wedstrijd te maken. Indertijd ging het er om dat de twee bovenste duiven van de deelnamelijst daar voor in aanmerking kwamen. Degene die deze duiven het eerste of op tijd klokte kwam in aanmerking voor de titel. Nou, nou wat een prestatie. De titel werd en wordt nog steeds gewonnen door liefhebbers die enkele vaste duiven bezitten en die staan altijd boven aan de lijst, dat is toch niet zo moeilijk? Het zou een ander verhaal worden als iedereen een klein aantal duiven mag opgeven die het hele seizoen boven aan de lijst staan. Waarom zo een titel? We spelen toch overwegend elke week in Nederland met een vast aantal duiven die meedingen voor een kampioenstitel en ook dat is zand strooien in de ogen van de gemiddelde liefhebber. De grote en voornamelijk commerciŽle liefhebbers lachen zich een bult, zij kunnen elke week putten uit een groot aantal duiven terwijl de modale liefhebbers meestal niet meer dan een stuk of dertig oude vliegduiven hebben. Zij hebben in ieder geval wel de kans om zich tussen de kampioenen te rangschikken. Bij de commerciŽle jongens gaat het om de totale uitslag waar al hun ingezette duiven kunnen voorkomen ook al zit er bij hun eerste tien geklokte duiven geen enkele duif van hun 25 of 30 duiven die meetellen voor het kampioenschap het zal hun een zorg zijn. Zij verkopen geen enkele duif omdat ze kampioen geworden zijn, het gaat in die wereld om het aantal duiven in de uitslag. We houden er over op want er is al genoeg over te doen geweest. Ik ben nog steeds voor 1 kampioen en degene die daarop volgen zijn als 2e of 3e enzovoort geŽindigd maar mogen zich onder geen enkele voorwaarde kampioen noemen weg met die flauwekul! Ondanks dat we barsten van de titels worden er steeds meer commerciŽle uitvingen gedaan zoals de beste Bourges duif, of de beste Chateauroux duif alles met de bedoeling duiven te kunnen verkopen waar niet de baas alleen iets aan heeft. Hier nog even een opsomming over de “kampioenschappen” waarover dit verslag begon; algemeen kampioen, kleine snelheid jonge duiven, kleine snelheid jaarlingen; kleine snelheid oude duiven, grote snelheid jonge duiven, grote snelheid jaarlingen, grote snelheid oude duiven, kleine halve fond jonge duiven, kleine halve fond jaarlingen, kleine halve fond oude duiven, grote halve fond jonge duiven, grote halve fond jaarlingen, grote halve fond oude duiven, grote halve fond oude en jaarling duiven, fond oude duiven, grote fond oude duiven, daarnaast zijn er nog in 18 verschillende disciplines minstens 3 asduif titels te winnen. Er zijn spelverbanden waar per discipline wel 15 kampioenschappen zijn te winnen. Moet toch gek gaan als iemand zich daar niet op de een of ander manier tussen weet te klasseren en dan mag hij zich kampioen noemen. Ik lig al een half uur op de grond te schateren van het lachen.

HOE IS HET MET DE GOEDE VOORNEMENS?
Nog ruim 1 week en dan is de eerste maand van dit nieuwe jaar alweer voorbij. Het is gelukkig al weer wat langer licht, ik heb een hekel aan donker. Nog even en dan beginnen de in het wild levende vogels aanstalten te maken voor een nieuw nest. De natuur komt op gang en de eerste afvallers van goede voornemens hebben zich inmiddels ook al gemeld. Er is nog steeds een grote groep die niet van hun vertrouwde sigaretje af kan blijven en elke dag wat meer bewegen blijkt voor velen toch een te zware opgave. Gezonder eten is met name voor de jeugd een bijna onmogelijke opgave. Een pizza en een patatje met een cola of een hamburger met extra saus zijn gerechten die ook in het begin van dit nieuwe jaar nog steeds in grote hoeveelheden naar binnen gewerkt worden, dit is de tijd waarin we leven. Ook de ontwikkelingen in de elektronische wereld gaan steeds maar door. Reken er maar op dat er de komen de 25 jaar nog heel veel gaat veranderen. In de auto wereld gaan we naar computer gestuurd met volledig elektrisch aangedreven motoren en nog een stapje verder en we rijden op waterstof. De nieuwe auto’s zijn allemaal voorzien van een achteruitrij camera, nog een stapje verder en ze zijn voorzien van een vooruitrij camera en dan is het instappen en de auto doet de rest. En dan hebben we het nog niet eens gehad over alle mogelijkheden die ons aller gsm’etje in de nabije toekomst te bieden heeft. Voor ons ouderen wordt het zelfs een beetje griezelig terwijl onze kleinkinderen het gewoon als een speeltje beschouwen. Ik had me voorgenomen om mij in dit nieuwe jaar wat meer te gaan verdiepen in het gebruik van de gsm maar ben er nog steeds niet toe gekomen en ik ben bang dat het bij de goede voornemens blijft. Ieder zijn hobby, ik houd het bij mijn duiven, het wil echter niet zeggen dat ik mijn ogen sluit voor de nieuwe ontwikkelingen. Of ik het allemaal bij kan houden? Ik denk het niet.

TEGENSLAGEN ZIJN ER OM OVERWONNEN TE WORDEN
Makkelijker gezegd dan gedaan. Vandaag zijn de eieren van de kwekers voor zoveel als mogelijk ondergelegd bij de vliegduiven van Marco. Allereerst werd gekeken of de eieren bevrucht waren en of er niet hier of daar een ingedeukt eitje in het nest lag. Toen ik vanavond in het kweekhok kwam lag er een stuk ei op de grond, dat was de eerste tegenslag. Op papier hadden we alles vastgelegd welke eieren onder welk vliegkoppel gelegd zouden worden. Bij een van de belangrijkste koppels lag een ingedeukt ei in de schotel. Pech, maar daar is overheen te komen. We kennen allemaal de uitdrukking “of de duivel er mee speelt”, die uitdrukking was heel toepasselijk voor hetgeen waarmee we bezig waren. Marco controleerde alle eieren en dan komt het; van precies onze twee bewezen kweekkoppels waren alle vier de eieren onbevrucht. Ongelooflijk, of niet soms? Wij zullen zeker niet de enigen zijn waar zoiets gebeurt, het is en blijft wel zeer teleurstellend. Je kunt daar nog uren over napraten, dat heeft geen zin. De koppels waarvan de eieren weg of onbevrucht zijn mogen een herstart maken. Gelijktijdig heb ik mijn 12 koppels vliegduiven bij elkaar gezet met de bedoeling dat daar over drie weken weer een aantal eieren van de kwekers ondergelegd kunnen worden. Ik moet eerlijk bekennen dat ik zeer onder de indruk was van de conditie van de duivinnen, prachtig op gewicht en super strak in de veren. Je zou zeggen dat kan niet mis gaan, de praktijk is vaak een ietsje anders. Morgen snel even kijken of de koppels elkaar geaccepteerd hebben en een dag later gaan we voorzichtig beginnen de koppels om beurten los in het hok te laten. De doffers zitten al geruime tijd “op de bak” zoals we dat noemen, zij weten dus waar ze wonen en de duivinnen zullen manlief wel snel achterna vliegen. Bij de kwekers zijn we begonnen met de 6-daagse traditionele drinkwatergeelkuur van Dr. Van der Sluijs.

DE SOAP VAN DE VASTE VOETRINGEN
Welke naam moeten we geven aan deze blunder. Iets anders dan een blunder kan ik het niet noemen. Waar die blunder is gemaakt, ik wil het niet eens weten. Het heeft gezorgd voor heel veel gesprekstof, veel lelijke woorden zijn er gebruikt, misschien niet gemeend maar wel bedoeld als iets van machteloosheid, boosheid en een uiting van teleurstelling. Het is voor ons duivenmelkers niet te begrijpen dat zo iets kan gebeuren. Zeker niet omdat het niet de eerste keer is dat we als Nederlandse postduiven organisatie een fiks aantal ringen bestellen. Veel liefhebbers zijn in paniek geraakt, gelukkig werd er een oplossing gevonden door degene die dringend ringen nodig hadden te voorzien van noodringen waarbij het niet mogelijk is de chips aan te brengen. Vandaar ook noodringen, weliswaar een oplossing maar geen ideale. Het is te wensen dat er achter de schermen hard gewerkt wordt aan een methode waardoor het nooit meer mogelijk is dat er niet tijdig ringen geleverd worden. Ik ga er vanuit dat NPO bestuur en leverancier doodziek zijn van deze ontzettend vervelende situatie. Alleen kalmte kan ons redden. Naar ik begrepen heb is het leed inmiddels geleden. Ik heb doorgekregen dat ik vrijdagavond de speciale gouden ringen kan afhalen, waar het nu om gaat is dat de gouden ring aan het juiste duivenpootje geschoven wordt want met deze gouden ringen race is een interessant bedrag te winnen. Ik houd wel van een beetje extra spanning.

BLACKPOOL
Ik heb het al zoveel keren geschreven, de jaarlijkse Engelse manifestatie in de bekende badplaats Blackpool is enig in zijn soort. Helaas was ik er ook dit jaar niet bij. Vroeger dacht ik dat als ik er niet bij was, dat het dan niet zou doorgaan, mis! Het wordt elk jaar drukker, steeds meer bezoekers van het vaste land van Europa weten de weg naar Blackpool te vinden. Daar gebeurt het allemaal. Een ongekend aantal verkopingen in verschillende locaties, van een voetbalkantine tot het meest luxueuze hotel waarbij duizenden duiven van eigenaar veranderen. Alle grote commerciŽle jongens zijn daar persoonlijk of via hun verkoop organisatie aanwezig. Het is ontzettend jammer dat de commercie steeds meer de boventoon gaat voeren. Wat dat betreft is het absoluut niet leuk meer. Wat wel heel leuk is, de hele stad Blackpool staat in het teken van de duivensport en tot in de kleine uurtjes is er volop vertier. Ik kan het niet meer opbrengen om een weekend naar Blackpool te gaan. Vanuit Nederland ben je er binnen twee uurtjes, maar dan…… zo een weekend sloopt je, zeker als je net als ik ook van gezelligheid houdt hetgeen betekent dat de dagen in het weekend van 20 januari zeer lang zijn en de nachten zeer kort. Ik ben wel heel blij dat ik er diverse keren geweest ben door de toenmalige geweldige contacten die ik had met mister Louis Massarella. U mag gerust weten dat ik best wel een beetje jaloers ben op al diegene die er dit jaar wel waren. Je weet maar nooit, als de gezondheid het toelaat waag ik het misschien in 2019 nog een keer.

DUIVENSPORT HET HELE JAAR DOOR
Vrij nieuw binnen de duivensport is het spel met de late jongen. De liefhebbers die daar mee bezig zijn hebben hun jongen, die in oktober geboren zijn, al geruime tijd rond vliegen. Ondanks eventuele problemen met de roofvogels moeten deze late jongen naar buiten. Ze moeten trainen en krijgen daardoor ook te maken met de hardheid van de natuur. Roofvogels moeten namelijk ook eten en zoals wij allen weten gaat hun voorkeur uit naar een niet te versmaden duivenboutje. De late jongen worden daardoor wel oplettender en houden alles perfect in de gaten. Eenmaal kennis gemaakt met een onverwachte aanval van een roofvogel zullen ze al heel snel door hebben dat het hok de veiligste plek is. De baas doet er dus goed ze te laten trainen met open hok. De winterkwekers hebben zo om en nabij de kerstdagen de eerste eieren uit zien komen zodat hun jonge aanwinsten in de eerste dagen van 2018 geringd konden worden. Hopelijk heeft dat geen al te grote problemen opgeleverd. Waarom problemen? Het is al jaren een goed gebruik dat in Nederland de ringen tussen Kerst en Nieuwjaar bij de administrateurs worden afgeleverd zodat zij 1 januari de ringen kunnen leveren aan degene die ze dringend nodig hebben. Van dat jarenlange gebruik moest nu afgeweken worden omdat de ringen fabrikant niet tijdig kon leveren wat zonder meer een slechte zaak is. Volgens de berichten zouden de laatste ringen per 12 januari afgeleverd worden en de liefhebbers die dringend ringen nodig hebben konden daarvoor een verzoek indienen om in ieder geval 1 januari een aantal ringen toegewezen te krijgen. Of dat grote problemen heeft gegeven is mij niet bekend. Voor ons is het in ieder geval geen probleem. Wij hebben de kweekduiven op 28 december bijeen gezet en als de eieren uitkomen zullen de ringen wel geleverd zijn. De duiven kwamen trouwens prima op tijd met eieren. Na 12 dagen hadden twee koppels nog niet gelegd, grote vraag is of een van de duivinnen nog wel legt. Ze zit namelijk al enkele dagen vast op het nest maar geen ei, ze staat wel open maar ik vrees met grote vrezen dat het mis gaat. Het andere koppel liet zich in het begin uit hun broedhok jagen, die doffer heeft meteen al een kruisje achter zijn naam. Ik houd er beslist niet van dat duiven zich uit hun broedhok laten jagen, het is een nieuw gevormd koppel en de doffer is pas 1 jaar oud. Het is een kleinzoon van de beroemde “Harry” maar dat zegt dus ook niet alles.

EEN DEEL VAN DE EIEREN GAAT NAAR DE VLIEGDUIVEN
Voedsterkoppels bezitten we niet en als we dus wat meer jongen van de kwekers willen hebben zullen we daarvoor de vliegduiven moeten inschakelen. Mijn zoon Marco heeft zijn vliegduiven gelijk gezet met de kweekduiven die allemaal bij mij zitten, daarvan gaan dus een aantal eieren naar Marco. Zodra dat gebeurt ga ik mijn vliegduiven koppelen zodat een deel van de tweede ronde eieren van de kwekers daar onder gelegd kunnen worden. Op die manier pakken we van de beste vliegduiven enkele jongen plus dat we in korte tijd vier jongen van de kwekers hebben als alles tenminste loopt zoals we hopen. Ja, zo zijn we denkelijk allemaal op onze eigen manier bezig met de bedoeling ook dit jaar weer een aantal bruikbare duiven te kweken waar we plezier aan gaan beleven en waarmee we onze kolonie kunnen versterken. Zo ben ik al 70 jaar bezig, ik ben nog steeds geen wereldkampioen maar ondanks de nodige tegenslagen beleef ik al die jaren enorm veel plezier aan mijn duivenhobby. Helaas is er nu de eerste tegenslag van dit kweekseizoen. Bij een nieuw kweekkoppel, bestaande uit mijn beste kweekduivin inmiddels acht jaar oud en een eenjarige beloftevolle doffer, is de buurman op bezoek geweest. Wat ik niet eerder met die buurman heb meegemaakt gebeurde nu wel. Hij had schijnbaar zo een behoefte aan broeden dat hij heeft geprobeerd op de eieren van mijn beste kweekduif te gaan zitten. Dat werd uiteraard niet geaccepteerd en dat werd knokken. ‘s Morgens lagen de twee eitjes naast de broedschaal beide met en deuk dus kon ik niets anders doen dan ze weggooien. Wel heb ik er direct twee stenen eitjes onder gelegd waarop ze nu zitten te broeden. De buurman doffer zit opgesloten en dat is ook een situatie waar ik niets van wil weten maar voorlopig laat ik dat even zo. Zodra een deel van de eieren naar Marco gaan zal ik ook de stenen eitjes weghalen zodat een aantal kweekkoppels gelijktijdig beginnen aan de voorbereidingen van hun tweede nest. Nu is het enkele dagen wachten om te kunnen bekijken of alle eieren bevrucht zijn. Ik moet u zeggen dat mijn vliegduiven er ook duidelijk aan toe zijn om gekoppeld te worden. Dat zal hoogstwaarschijnlijk zondag de 14e januari worden. Het geeft mij een goed gevoel dat de kweekduiven nu gekoppeld zitten, geen problemen gehad met vechtpartijen en dan toch gebeurt het dat een doffer, overigens een hele goede kweker, het nest van zijn linker buren heeft vernield. Ondanks de koude kan ik het toch opbrengen om weer wat langer bij de kwekers te vertoeven en ook in het schoonmaken van de hokken krijg ik weer wat meer plezier. Het leeft weer op het hok en we hebben weer wat meer tijd nodig voor de verzorging. Per 1 januari gaat alles weer wat meer op vaste tijden wat goed is voor de duiven en zeker ook voor de baas. ’s Morgens bij het opstaan voelt alles wat stijf maar als ik klaar ben met de verzorging van de duiven voel ik me een stuk fitter. Aan het einde van de maand wil ik weer wat vroeger beginnen met de verzorging en dat houdt in dat ik ook een uurtje eerder uit bed moet en dat zal niet meevallen.

DE VERZORGING
Ik weet nu al dat die anders gaat worden dan voorheen. De duivinnen komen ’s morgens niet meer los. In het vliegseizoen begon ik ‘s morgens om 7 uur. Dat doe ik beslist niet meer het is me gewoon te vroeg. Ik heb besloten om zodra het kan de doffers om 8 uur los te laten, dan ben ik om half tien helemaal klaar. In de middag gaan de duivinnen er om half vier uit en ik hoop dat ze hun trainingsarbeid snel anderhalf uur vol kunnen houden . Om vijf uur krijgen ze eten en mogen de doffers een uur buiten. Als de jongen bij de ouders vandaan zijn mogen ze in de ochtend een uurtje buiten. Zodra ze ouder zijn en goed rondom het hok vliegen gaan ze er twee maal per dag uit. In de ochtend van 9 tot 10 uur en in de middag van 6 tot 7 uur maar dan leven we al in april. Tot die tijd zal ik het per dag bekijken maar voorlopig blijven alle duiven binnen. Sinds eind oktober zijn ze niet meer buiten geweest en zo blijft dat tot half februari. Per 1 maart gaat alles weer op de minuut nauwkeurig. Mijn zoon zegt wel eens: “Pa hoe heb je dit in hemelsnaam 70 jaar vol kunnen houden!”

FEESTMAAND DECEMBER VOORBIJ ALLES GAAT WEER ZIJN GEWONE GANGETJE
In de eerste plaats wil ik beginnen met u allen een zeer voorspoedig, gezond en succesvol 2018 toe te wensen. Na alle gezelligheid die de maand december ons te bieden had is het toch wel weer een lekker gevoel om de draad van alle dag weer op te pakken. We gaan de goede kant op want de kortste dag ligt alweer enkele dagen achter ons. We zijn op weg naar het voorjaar maar zover is het nog niet, we hebben nog twee koude maanden voor de boeg en ook in maart is er vaak nog volop sneeuwpret mogelijk. Helaas is de toestand in de wereld nog steeds niet rooskleuring en dan maken wij ons druk over een deuk in een eitje of een kaal jong wat naast de schotel ligt. Waar hebben we het in hemelsnaam over? Het voorbije weekend hadden we onze jaarlijks clubtentoonstelling, het werd een debacle van de bovenste plank. Nog nooit is er een jaar geweest dat ik in mijn ruim 70 jarige duivenloopbaan niet meegedaan heb. Het is in de eerste plaats een gezellig weekend in de stille winterperiode en het is leuk om met sportvrienden onder elkaar weer eens terug te blikken op het seizoen en natuurlijk gaat het ook over de plannen voor 2018. Nieuwsgierig naar de uitslag van de keuring is bijna niemand meer. Het gaat tegenwoordig vooral over commercie binnen onze sport. Die voert helaas toch steeds meer de boventoon waardoor liefhebbers niet spontaan meer over hun hobby praten. De grote hokken gaan meer en meer de boventoon voeren en kleine liefhebbers gaan zich steeds meer afzetten tegen de grote jongens. Misschien niet helemaal terecht maar het gebeurt wel en dat gaat ten koste van de sfeer in de club. In onze club hebben wij geen hele grote liefhebbers en ook geen commerciŽle jongens. Wat dat betreft is de zaak aardig in evenwicht wat niet het geval is met de prestaties. Daar zit nog wel een behoorlijk verschil in. Gelukkig hebben wij binnen onze vereniging nog steeds een A en een B groep. In de A spelen we met 8 man en de rest van de leden speelt in de B. Aan onze tentoonstelling deden dit jaar slechts 13 leden mee, 14 lieten het afweten en dat is met name voor de organisatie zeer teleurstellend. Gelukkig heb ik heel andere tijden meegemaakt, wat het verenigingsleven betreft “gouden tijden”. Het is niet meer, we zijn inmiddels ook allemaal oud en staan niet meer te trappelen om de dansvloer op te gaan. Toch gebeurde het in mijn jongere jaren allemaal veel gedisciplineerder. We voelden ons verplicht om aan alles wat de club organiseerde mee te doen, we waren echte clubmensen. Dat schijnt tegenwoordig een uitstervend soort te zijn. Steeds meer clubs gaan ter ziele, we zullen moeten gaan wennen aan de situatie dat we met steeds minder liefhebbers en dus ook met minder duiven gaan spelen. Dat wil niet zeggen dat het daarom minder gezellig is, daarom is het wel belangrijk dat elke club een actief bestuur heeft want er zijn genoeg leuke dingen te bedenken die voor een goede sfeer binnen de club zorgen. De leden moeten wel willen inzien dat zoiets alleen maar kan als elk lid daar aan meewerkt. Wie weet is dat in 2018 het geval.
KOMT CHRIS FROOME BINNENKORT OOK IN HET RIJTJE VAN GEBRUIKERS VAN VERBODEN MIDDELEN.
Deze zomer werd de Nederlandse duivensport opgeschrikt door een fraude geval. Een bestuurder uit de provincie Noord-Brabant had mogelijkheden gezien om de boel te belazeren dat is hem nog gelukt ook. Totdat er een dag kwam dat hij door de mand viel. Erger dan je sportvrienden te besodemieteren is er niet. Ik heb begrepen dat de man inmiddels voor 5 jaar geschorst is en wat er nog meer voor hem aan vast zit weet ik op dit moment nog niet, maar ik ga er achteraan! Alleen een straf van 5 jaar voor hetgeen hij op zijn geweten heeft is onvoldoende. De volgende belangrijke vraag die in de wielerwereld beantwoord moet gaan worden is: “Heeft de Engelse toprenner Chris Froome ook de weg naar de snoeptrommel gevonden?” Zou toch ontzettend jammer zijn als dat waar is. Voorlopig is het zo dat waar rook is, is meestal ook vuur. We kunnen niets anders dan afwachten en zo komt er zo goed als zeker weer een renner op de lijst van fraudeurs terecht. Renners die er allemaal voor gezorgd hebben dat we meerdere keren op het puntje van onze stoel hebben zitten kijken naar de ongelooflijk spannende momenten in de grote wielerkoersen. De Amerikaan Lance Armstrong zorgde daarvoor, de Nederlander Michael Boogerd, de Belg Freddy Martens en wat te denken van Tommy Simpson en zo kan ik er zonder veel moeite nog wel 50 opnoemen. Commercie en doping/fraude, we zullen er binnen de sport nimmer meer vanaf komen. Jammer!

VLIEGPROGRAMMA 2018 BEKEND
Alle jaren wordt daar te veel tijd aan gespendeerd. Kortgeleden is er een nationaal programma aangenomen en nu gaat het er om dat onze 11 afdelingen zich daar aan houden. In mijn afdeling is er een snelheidsvlucht bijgekomen en verder is het hele programma gelijk aan 2017. Op zich vind ik het een prima programma, ik heb me er eerlijk gezegd ook niet zo in verdiept. Die tijd ligt achter mij en nu mogen de jongeren (helaas zijn die er bijna niet meer) zich daar voor inzetten. Ik heb gezien dat er voor mij elke week spelmogelijkheden zijn en daar kan ik best mee leven. Net als de ideale auto niet bestaat zal denkelijk ook het ideale vliegprogramma niet bestaan. Toch zijn er elk jaar weer een aantal van die wijsneuzen die denken het beter te weten. Zo gaat dat al zo lang ik lid ben van de duivenorganisatie. In ieder geval gaan we op 7 april beginnen met een serie van 6 snelheidsvluchten en op 7 september zijn we klaar. Een week later is er nog spelmogelijkheid om een gezamenlijk concours met onze sportvrienden uit Zuid-Holland. Zo is alles weer geregeld dat er voor iedereen die graag met duiven wil spelen daar elke week gelegenheid voor is.

NIEUWJAARSRECEPTIE
Een mooi begin in het nieuwe jaar. Onze club heeft dat op vrijdagavond 5 januari, dan kunnen tevens de ringen voor 2018 worden afgehaald. Ik heb zo het idee dat er dan al diverse leden op 1 januari bij de ringenadministrateur aan de deur zijn geweest omdat ze hun ringen dringend nodig hadden. Als je namelijk 26 november koppelt, dan heb je met de kerstdagen de eerste jongen liggen en die zijn dan op 5 januari te groot om ze nog op een fatsoenlijke manier te kunnen ringen. Er zijn liefhebbers die kunnen ze bij wijze van spreken nog ringen als ze 3 weken oud zijn. Dat moet dan met veel kunst en vliegwerk gebeuren en volgens mij ook met veel pijn en moeite, laat ik daar nu net niet van houden. Helaas zijn er melkers die bijna vergeten zijn dat hun duiven levende wezens zijn en dat die op een goede manier verzorgt dienen te worden en daar hoort ook het op tijd ringen bij.

NEDERLANDSE POSTDUIVENSPORT OP LIJST VAN IMMATERIEEL (CULTUREEL) ERFGOED
Het tekenen van het certificaat gebeurde zondag 10 december tijdens de nationale dagen van de NPO die in Rosmalen werden gehouden. Hiermee is een belangrijke stap gezet voor het behoud en de toekomst van de Nederlandse postduivensport. De NPO gaat hiermee de verplichting aan zich bewust en actief in te zetten om haar immaterieel erfgoed levend te houden en toekomst te geven. Hiervoor heeft de NPO een goed zorgplan gemaakt. Zelfs in het TV programma Hallo Nederland werd er maandagavond aandacht aan besteed. Erfgoed is de term die men gebruikt om datgene aan te duiden wat men van voorouders erft (nalatenschap). Het belang van erfgoed wordt door een maatschappij bepaald en gedragen. Met andere woorden de term erfgoed wordt toegekend aan zaken die mensen waarderen, zich mee identificeren en willen bewaren voor toekomstige generaties. Als fundament van een maatschappij werkt de materie dus ook toekomstgericht.

INTEELT OF KRUISING
Een onderdeel binnen de duivensport is de kweekperiode. Op veel hokken is die periode inmiddels van start gegaan. Dit betekent dat veel liefhebbers hebben bepaald hoe zij de kweekduiven gaan of hebben gekoppeld, inteelt of kruising. Beide gebeurt met de bedoeling weer een aantal bruikbare duiven te kweken. Het is inteelt zodra twee maal of zelfs meerdere keren dezelfde duif voorkomt in de stamboom van een duif tot en met de overgrootouders. Nicht x neef is de lichtste vorm van inteelt en geeft vaak de gewenste resultaten voor een bruikbare vliegduif. Te nauwe inteelt, broer x zus, ouder x kind zal niet het gewenste resultaat opleveren. Waarom zou je zoiets doen, duiven kunnen immers niet datgene doorgeven wat ze zelf niet in zich hebben. Inteelt kun je eigenlijk alleen doen met het allerbeste wat je op je hok hebt en dan speciaal om de goede kwaliteit die je op het hok hebt vast te houden. Die kweekproducten, mits ze aan de strenge eisen van de eindselectie voldoen, kunnen voor een nieuw kweekkoppel in kruising gebruikt worden. De kinderen uit dat koppel kunnen terug gezet worden tegen het eigen soort. Zekerheid om een betere kwaliteit te kweken is er bijna nooit, het is wel een goede methode om te proberen een eigen stammetje op te bouwen. Beginners kunnen het beste beginnen met duiven van twee verschillende hokken die een goede inteeltfamilie bezitten, een goed doorgefokte stam dus. Die twee lijnen tegen elkaar geven een grotere kans op een goede na-kweek. Op eigen hok heb ik in de 70 jaar dat ik duiven heb van alles geprobeerd. Ik maakte zoveel werk van de koppeling dat ik er soms niet van kon slapen. Met hetgeen ik hierboven heb omschreven had ik gemiddeld toch de beste resultaten. Maar….beste liefhebbers er zijn zoveel voorbeelden van allerlei toevalligheden dat je er net zo goed geen studie van kunt maken om de juiste koppels te formeren. Waarom zou je? Te nauwe inteelt is niet aan te raden, vrije paring gaat mij net iets te ver. Deze week hoorde ik een verhaal van een vooraanstaande liefhebber die hoogstwaarschijnlijk in een van de nationale competities de beste midfond duif heeft. De moeder was een goede vliegduif maar omdat ze een zogenaamde “leg kont” had kreeg ze een plaatsje in het voedsterhok. Een leg kont komt voor bij duivinnen die aanvoelen alsof ze een ei moeten leggen maar er zit niks, wel staan de stuitbeentjes helemaal wijd en haar kont voelt dik aan. Die duivin werd het hof gemaakt door een jonge doffer die nog nooit in de mand heeft gezeten. Ze lag 1 goed ei en laat daar nu een van de beste midfond duiven van ons land uitkomen, meer geluk dan wijsheid dus! Zo was ik ooit bij een liefhebber die zijn duiven diezelfde dag bijeen had gezet. Er was nog een broedhok beschikbaar en er liepen nog wel een dertigtal duiven op de vloer. Daaruit werd op het laatste moment een donkere duivin gekozen en een donkere doffer met een aantal witte staartpennen. De man had zoveel duiven dat hij nauwelijks naar de afstamming van de duiven keek. Twee jaar later bleek het koppel met de witstaart doffer verreweg het beste kweekkoppel te zijn, de ene goede na de andere rolde er uit. Zelf heb ik meerdere keren twee kampioensduiven tegen elkaar gezet waarvan de kweekresultaten nu niet direct waren om naar huis te schrijven. Een enkele keer was het zo dat hun niets presterende nestmaat veel betere jongen voortbracht. Probeer zo iets maar eens te ontdekken, waar moet je dan naar kijken? Zijn dat de ogen, de pluimen, het temperament, hun sterke stuitbeentjes, hun slappe boven stuit, de korte achtervleugel, de brede borst, het korte of lange borstbeen, de smalle slagpennen, de kweekveertjes onder de vleugel. We kunnen kijken en doen wat we willen, we kunnen denken dat we er enig verstand van hebben, vergeet het maar! Wijlen Jos Klak zei het ooit; we weten er met zijn allen helemaal niets van. En toch blijven we maar kijken in de ogen, de vleugel uittrekken en noem maar op. Het is allemaal hobby en slaat verder nergens op. Er zijn liefhebbers die kijken nergens naar, ze houden elk jaar alle overgebleven jongen aan en ruime hun oudere c.q. mindere duiven naar de poelier of in de verkoop want daar brengen ze toch iets meer op dan bij de poelier. Je vraagt je af hoe je op die manier aan betere duiven komt. Ik ga in ieder geval naar de liefhebber zelf toe.

DE TOESTAND OP HET HOK
Er komt meer en meer overzicht op het hok. Nog niet alle duiven die weg kunnen zijn weg. Wel zijn de 24 kweekkoppels die ik nu samen met mijn zoon Marco bezit op papier gekoppeld. Zo goed als zeker zetten we ze op 28 december bijeen en dan kan het feest beginnen. De doffers kennen allemaal hun eigen broedhok wat de nodige vechtpartijen voorkomt als ze voor het eerst weer uit de broedhokken mogen. De eerste twee dagen blijven ze opgesloten en daarna mogen ze om beurten los in het hok. Ik ben dan veel in het hok te vinden om indien er heftige vechtpartijen plaats vinden in te kunnen grijpen. De dagen worden momenteel met kunstlicht verlengd. De duivinnen zijn mooi op gewicht maar de doffers zijn iets te zwaar doch dat zal zodra ze gekoppeld zijn wel snel minder worden omdat ze dan meer aandacht voor het vrouwelijk schoon hebben dan voor het eten. Mijn zoon Marco koppelt de vliegduiven gelijktijdig met de kwekers zodat van bepaalde kweekkoppels eieren onder zijn vliegduiven gelegd kunnen worden. Zelf wacht ik nog even, ik ben blij dat ik wat meer overzicht heb. Omdat een groot deel van Marco zijn duiven bij mij zaten krijg nu eindelijk wat meer lucht. Mijn vliegduiven koppel ik zo dat ik daar een aantal eieren van de tweede ronde van de kwekers kan onder leggen. Op dit moment zijn we op muizenjacht, het zijn veelal veldmuisjes die door de koude naar de huizen trekken. Die krengen vreten wel de zakken voer aan en daar moet ik niets van hebben. Overal staan klemmen met daarin een stukje kaas, pindakaas of brood. Ik heb er in vijf dagen slechts eentje gevangen. Vroeger had ik lijm om die beestjes te vangen, dat lukte altijd want al zaten ze maar met een snorhaar vast, ze kwamen nooit meer los. Die lijm mag niet meer verkocht worden, ik heb me nu laten vertellen dat er velletjes papier zijn met daarop een lijm laag. Daar ben ik nu naar op zoek want hoe eerder die knagers weg zijn des te beter. Ik ben nog steeds bang dat muizen ziektes kunnen overbrengen, ze urineren in de grit en voerbak en ze spelen waterpolo in de drinkbak, weg ermee!

DE DONSRUI IS DE GRAADMETER VAN EEN GOED DUIVENHOK
Een bekend gezegde binnen de duivensport is; in de winter worden de prijzen voor het volgende jaar verdiend.Die uitdrukking is gebaseerd op de rui. Alle vogels zijn aan dit natuurlijke verschijnsel onderworpen. Een goede rui geeft een goede gezondheid aan en is voor onze duiven van het grootste belang voor de goede kweek en vlieg resultaten. Met goede kweekresultaten wordt bedoeld de opgroei van de jonge duifjes. Met kwaliteit heeft het helemaal niets te maken. Zelfs de slechtste duiven kunnen prachtige jongen in het nest hebben. Hoe de vlieg prestaties van de jonge garde zal zijn weten we pas aan het einde van het seizoen en dan weten we nog niet alles. Het komt maar al te vaak voor dat jonge duiven die in hun geboortejaar meer dan goed presteren er als jaarling niets van terecht brengen. Het omgekeerde gebeurt zelfs vaker en dat maak je alleen mee als je duiven die als jong maar matig hebben gepresteerd toch aanhoudt. Het komt regelmatig voor dat ze als jaarling de sterren van de hemel spelen. Meestal gebeurt dat door duiven die de baas als duif aan staan en niet op grond van geleverde prestaties door de selectie zijn gekomen. De rui van onze duiven duurt het gehele jaar en dat is maar goed ook. De baas kan daaraan aflezen hoe het met de gezondheid is gesteld. Elke morgen als ik in het hok kom is het eerste wat ik doe kijken of er overal enkele pluimpjes liggen. Vooral in het vliegseizoen bij de weduwnaars is het genieten als je in de broedhokken kijkt naar de mooie kleine droge mestbolletjes waarop een paar pluimpjes liggen. Dan begin je fluitend aan de algehele verzorging van je kolonie omdat je gezien hebt dat het met de gezondheid wel goed zit. De grote rui begint normaal gesproken in augustus. Het seizoen voor de oude duiven is dan gedaan en eigenlijk zou het goed voor de duiven zijn om ze dan niet meer te spelen. Doch er spelen in die periode ook andere belangen een rol. Vooral tegenwoordig met al die verschillende (nationale) competities commerciŽle belangen. Daarom wordt alles in het werk gesteld om de rui te vertragen, Of dat een goede of slechte invloed heeft kunnen we in januari zien, dan moeten alle duiven onberispelijk door de rui zijn gekomen. Degene die aan winterkweek doen kunnen dat eigenlijk enkel met kweekduiven die vanaf begin augustus al gescheiden zitten. Nog beter zou het zijn om de eieren van die duiven door voedsterkoppels te laten uitbroeden en dat houd in dat we nog meer duiven moeten houden. Het seizoen is nog maar pas afgelopen, nu alweer kweken en eind januari zitten alle hokken weer vol. Nooit heb ik daar enig probleem mee gehad maar nu moet ik er niet aan denken om zoveel duiven te moeten verzorgen en verzorgen is meer dan elke dag een handje voer in het hok gooien. Dat kunnen we wel doen om onze kippen aan de leg te houden maar duiven waar prestaties van verwacht worden vragen een andere behandeling. Dat zijn allemaal topsportertjes, die mag het aan niets ontbreken en daarvoor moet je een compleet training en verzorgingsschema vaststellen. Veel werk, maar als alles verloopt zoals de baas dat in zijn hoofd heeft is de inzet niet voor niets geweest en dat geeft een meer dan voldaan gevoel.

DE EERSTE EIEREN LIGGEN ER
Bij mij nog niet, onze kweekduiven (inderdaad onze kweekduiven) want vanaf dit jaar hebben Marco en ik onze krachten gebundeld door gebruik te maken van ons gezamenlijke kweekhok. Tussen kerst en nieuwjaar worden de 24 koppels gezet zoals we het geruime tijd geleden op papier hebben vastgelegd. Zeker weten dat er op het allerlaatste moment nog wel iets gewijzigd zal worden. Misschien door dat een koppel helemaal niets van elkaar wil weten of dat we vinden dat die bepaalde doffer toch beter tegen een andere duivin gezet kan worden. Allemaal gebeurtenissen die bij onze hobby horen. Vrij paren daar doen we niet aan. Je hebt ook meer eer van je werk als je enkele heel goede duiven hebt gekweekt waarvan je de ouders zelf hebt samen gezet. Vroeger lette ik er op dat ik geen twee duiven bij elkaar zette met dezelfde ogen. Ik wil niet zeggen dat het flauwe kul is maar ik kijk daar niet meer naar en kweek nog net zoveel slechte (en goede) als voorheen. Bij het formeren van de kweekkoppels lette ik er op dat ik zoveel mogelijk een grote tegen een kleinere duif zette, dit met de bedoeling een type van middelmatige grote te kweken. Weet u wat er gebeurde, er kwamen of grote of kleine types uit dat koppel, compensatiekweek is bijna niet mogelijk, althans dat is mijn ervaring. Voor de hand liggend is dat je de twee beste duiven tegen elkaar zet en daar als het maar eventjes kan minstens vier of zelfs zes jongen van kweekt. Op zich heel goed, het geeft echter geen garantie voor de kwaliteit. Het komt regelmatig voor dat er ergens een top duif gekweekt wordt in het vlieghok uit twee jaarlingen die nog geen noemenswaardige vliegprestaties hebben geleverd. Het is daarom dat ik altijd uit al mijn duiven heb gekweekt. Duiven die het volgens de baas waard zijn een plekje op het vlieghok te krijgen zijn het in mijn ogen ook waard om er van te kweken. Het probleem is dat we eigenlijk allemaal (veel) te veel duiven bezitten. Op de meeste hokken zitten te veel kweekduiven (althans zo worden ze genoemd), vandaar dat van de meeste koppels maar twee jongen gekweekt worden, eigenlijk zouden dat er minstens vier moeten zijn, daarvoor hebben we toch kweekduiven. Als je er jaarlijks maar twee jongen van kweekt kom je er nooit achter wat de kweekwaarde is. Als we uit alle kweekkoppels vier jongen kweken en ook nog eens een aantal duiven van de vliegers aanhouden puilen de hokken uit. Dan komen we weer bij het punt van hoeveel goede duiven komen er uit een en het zelfde kweekkoppel. Meestal geen een en soms een en gelukkig zijn er ook voorbeelden van kweekkoppels die regelmatig bruikbare duiven op de wereld zetten. Het geeft aan hoe moeilijk of hoe ingewikkeld het is om uit een minimale bezetting toch elk jaar een aantal duiven te kweken waarmee we onze kolonie op peil houden en dat is dan weer de charme van onze hobby. Het komt er op neer dat we er maar weinig van af weten en dat er elk jaar weer een dosis geluk nodig is om een goede te kweken. Ik redeneer nog steeds zo. Samen met mijn zoon Marco hebben we 24 kweekkoppels en die zitten daar allemaal voor ons en voor niemand anders. Het zijn onze kweekduiven en het maakt ons niet uit welke koppels duiven voortbrengen die een voldoende halen. Aan de afstamming kan het niet liggen, als die niet goed zou zijn zitten dergelijke duiven in ieder geval niet in ons kweekhok

HET BEZIT VAN EEN TOP DUIF.
Elk jaar worden ze gekweekt en is een rijk bezit. Het is een geweldig gevoel zo een duif zelf gekweekt te hebben en het is helemaal fantastisch om er ook nog een paar broers en zussen van te hebben die kwalitatief bijna niet onderdoen voor die ene absolute topper. Zo een hok heeft een bijzonder goede commerciŽle waarde en is voor een aantal liefhebbers zelfs van levensbelang. We kunnen ons afvragen of het commercieel nog wel zo belangrijk is om een top duif in je hok te hebben. Het voorbije weekend heb ik een tweedaagse internetverkoping gevolgd, een groter succes is bijna net denkbaar. Geweldig wat een opbrengst voor hoofdzakelijk jonge duiven met een fraaie afstamming van veelal bekende commerciŽle liefhebbers. Maar daar hebben we het al meerdere keren over gehad, dat geeft geen enkele garantie. Ook was er nog een verkoop van jonge duiven (uit elk kweekkoppel slechts een) die nog nooit in de mand hebben gezeten maar wel speciaal voor die internet verkoop waren gekweekt, gemiddelde opbrengst meer dan 5000 euro per stuk. Zonder meer een fantastisch resultaat, iets om jaloers op te zijn. Commercie is niet meer los te zien van geen enkele sport. Elke sport is er afhankelijk van en binnen de duivensport komen er zelfs steeds meer liefhebbers waarvan hun simpele postduivenhobby inmiddels van levensbelang is geworden. Gelukkig dat die mannen niet afhankelijk zijn van de verkopen in eigen land, dan zou het armoede troef zijn. De tijd dat er bij een duif een eigendomsbewijs zat met op de achterkant het ringnummer van de vader en de moeder vond ik, ondanks dat ik ook van de commercie mee profiteer, toch vele malen leuker.

SINTERKLAAS IS WEER IN HET LAND
Oh, oh wat een prachtig kinderfeest. Ieder jaar viert de Goed Heiligman op 5 december zijn verjaardag en brengt hij met zijn gevolg bij alle kleine kindertjes een cadeautje. Een feest dat al heel lang bestaat en waarover de laatste jaren nogal commotie is. Sinterklaas zijn trouwe knecht is Zwarte Piet en daarnaast heeft de Sint nog meer knechtjes van dezelfde kleur. De discussie gaat om de zwarte kleur en om de naam knecht, die trouwens al is verdwenen, die is volgens de anti Zwarte Piet groep discriminerend is. Veel vinden dit ver gezocht maar helaas heeft de discussie er voor gezorgd dat de hulpjes van Sinterklaas niet overal meer zwart zijn. Jammer dat grote mensen zo ver gaan. Gelukkig hebben de kinderen er geen weet van en zingen tot aan 5 december elke avond Sinterklaas liedjes in de hoop de volgende morgen een presentje in hun schoen te vinden. Ook ik heb me als kind elke avond bij de kachel blauw zitten zingen en om er zeker van te zijn dat ik de volgende morgen iets in mijnschoen had en lag ik voor alle zekerheid een wortel en wat hooi neer voor het prachtige witte paard van Sint Nicolaas. Als kind kon je er niet van slapen en ‘s morgens in alle vroegte het bed uit om te kijken of de Sint was geweest. Nu ben ik zelf opa en zong samen met mijn kleinkinderen het hoogste lied, helaas zijn die ook al weer te groot om in Sinterklaas te geloven. Op mijn leeftijd ga je bijna opnieuw in Sinterklaas geloven, echt waar. Er zijn heel wat jaren geweest dat ik op mijn verlanglijstje alleen maar spullen voor mijn duiven had staan. In Nederland is het Sinterklaasfeest vele generaties belangrijker geweest dan kerstmis. Steeds meer krijgen de kerstdagen de overhand door op die dagen elkaar in familiekring te verrassen met een waardevol cadeau. Kerst is een groot familiefeest ook al weten velen niet waar het precies om gaat. Wij zijn al druk bezig met de voorbereidingen helaas is dat in een groot deel van de wereld niet het geval.

WINTERKWEEK
In duivenland is de winterkweek waar we ons druk over maken. Op vele hokken zitten de kweek en misschien ook wel de vliegduiven weer bij elkaar. Het seizoen is gevoelsmatig nog maar pas ten einde of de nieuwe generatie dient zich alweer aan. Ik weet zeker dat op veel hokken de definitieve selectie nog niet afgerond is. Het is ook geen eenvoudige opgave om te beslissen welke duiven wel of niet mogen blijven. Het valt niet mee om afscheid te nemen van duiven waar je enkele jaren intensief mee bezig bent geweest. Vooral bij de oudere duiven is het moeilijk om te beslissen over leven of dood. Iedereen weet dat we niet alle duiven kunnen houden onze hobby vraagt immers ook om rasverbetering en daar hoort een strenge selectie bij. Als kind kon ik er niet van slapen als mijn vader had gezegd dat er te veel duiven waren, ik wist dan dat we meerdere weekenden duivensoep gingen eten. Mijn broer die niets met duiven op had was gek op duivensoep en zat meestal als eerste aan tafel. Ik at het wel maar bij elke hap die ik nam moest ik aan de duiven denken en in mijn gedachte hoorde ik ze nog koeren. Zo was het ook met ons konijn. Het hele jaar zorgde je er voor met de wetenschap dat hij er met de kerst aan moest geloven. Zo ging dat niet alleen bij ons thuis, het was in mijn kinderjaren de normaalste zaak van de wereld. In die tijd hadden we nog nooit van winterkweek gehoord. Onze duiven werden meestal in het derde weekend van februari gekoppeld, kweekduiven hadden we in die tijd niet. De vliegduiven waren ook de kwekers. Dit waren niet alleen kwekers het waren allemaal prestatieduiven zonder naam we kenden alleen de laatste drie cijfers van het ringnummer. Bij duiven die verkocht of geschonken werden zat alleen een eigendomsbewijs met aan de achterkant het ringnummer van de duivin en de doffer. Daar moest je het mee doen en daar had je in die tijd ook genoeg aan. Volgens mij waren de kweekresultaten ook beter omdat de selectie veel en veel strenger was dan nu het geval is. De meeste liefhebbers hadden het geld er niet voor om veel duiven te houden. Op veel hokken werd om geld gespeeld ook al waren het geen grote bedragen het telde wel degelijk mee. De meeste liefhebbers kochten hun voer met hooguit vijf kilo tegelijk en dat kostte niet meer dan twee gulden (90 eurocent). Dergelijke bedragen waren meerdere keren per vlucht te verdienen zodat de duiven hun eigen kost konden verdienen. Zo werkte dat, duiven waar de baas alle vertrouwen in had kregen geld mee maar moesten wel het vijfvoudige thuis brengen. Lukte dat enkele keren niet dan hadden ze hun eigen doodvonnis getekend. Tegenwoordig wordt er in Nederland vooral om kampioenspunten gespeeld. Het geldspel, ook al ging het om kleine bedragen, is voor een groot deel uit de sport verdwenen en daarmee ook de kwaliteit van de duiven. Elke duif moest zijn plek verdienen, ook al had hij of zij nog zulke goede ouders of bijzonder presterende broers of zussen, iedere duif moest presteren. Mogelijk is dat de belangrijkste reden dat er in die jaren minder jonge duiven werden verspeeld. Tegenwoordig wordt er maar raak gekweekt. Overal waar twee vleugels aan zit mag jongen voortbrengen zeker als er een mooie naam bij verzonnen is met daarbij een stamkaart waar, voor een oplettende liefhebber, niets dan gebakken lucht op staat. Over de duif zelf staat er bijna niets het gaat veelal over de overgrootouders die een keer een aansprekende prestatie hebben neergezet. Maar wat moeten we in godsnaam met zo een nietszeggende duif. Ik kan niet zeggen dat we heden ten dage niet goed bezig zijn wel is het zo dat we in de zeventiger en tachtiger jaren anders en beter bezig waren. Nu we allemaal wat meer geld te besteden hebben is de koopgekte losgebarsten waardoor het aantal teleurgestelde liefhebbers steeds meer toeneemt. In Nederland hebben de liefhebbers het door, zij doen op een enkeling na, niet meer mee om astronomische bedragen neer te tellen. Duivensport wordt steeds meer commercie en dat terwijl je in Nederland niets eens een stoffer en een blik meer kunt winnen. Naamduiven moet je hebben, dan kun je op internet nog wat verkopen. Of je daar de kopers een dienst mee bewijst valt te betwijfelen. We hadden het in dit artikel toch over rasverbetering van postduiven, denk daar dan maar eens goed over na hoe te handelen. Met bewezen vliegduiven heb je niet eens de garantie goede duiven te kweken, laat staan met het soort zoals hierboven omschreven.

ZIJN DE KWEKERS ER KLAAR VOOR?
Het weekend van 26 november is voor veel liefhebbers het begin van een nieuw seizoen. Degene die aan winterkweek gaan doen hebben de koppels al lang op papier samengesteld. Uit ervaring weet ik dat er op de dag van koppelen alsnog wijzigingen worden aangebracht. Het is een kwestie van wikken en wegen welke doffer tegen welke duivin komt te staan, altijd weer een spannende bezigheid. In mijn jonge jaren kon ik er nachten van wakker liggen omdat ik er niet uitkwam de koppels zodanig te formeren dat ik niets dan goede jongen zou kweken. Als ik dan uiteindelijk wist hoe ik ze zou samen zetten viel er een zware last van mij af. Ik was er bijna zeker van dat het met deze nieuwe koppeling top zou worden. In mijn dromen daagde ik alle concurrenten uit want ik was zo zeker van mijn zaak dat ik met de beste wil van de wereld niet zou weten wie mij kon verslaan. Prachtige gedachten die nooit en te nimmer uitkwamen, nu weet ik beter. Het is ieder jaar het zelfde liedje. De meeste met veel zorg samengestelde koppels stellen teleur en dat is maar goed ook. Voor de duivensport zou het funest zijn als er elk jaar op alle hokken alleen maar goede jongen geboren zouden worden. Op ieder hok is het nog steeds feest als er een jong geboren wordt dat opvallend presteert zeker als die zelfde duif als jaarling wederom puike prestaties weet te realiseren. Ze bestaan je moet ze echter wel met een lampje zoeken. Als u twijfelt aan hetgeen ik hier schrijf stap dan nu uw hok in en kijk hoeveel echte goed duiven u heeft van 5 jaar en jonger, misschien zijn het er tien. Dat gelooft u toch zelf niet of je moet al die wilde verhalen geloven van liefhebbers die niets dan alleen maar goede duiven weten te kweken. Stel dat de gemiddelde liefhebber 50 jongen per jaar kweekt, dat zijn er in 5 jaar 250. Ga maar tellen hoeveel er van die 250 nog over zijn. Als er inderdaad tien toppers bij zitten zult u ongetwijfeld tot de nationale top behoren. Nog even en er wordt weer volop gekweekt en alle liefhebbers hebben er weer 100% vertrouwen in. Misschien brengen de nieuw aangeschafte kweekduiven geluk of misschien brengt die formidabele weduwnaar van 2017 in 2018 een stel duiven voort waarmee we weer enkele jaren vooruit kunnen. Zo hebben we allemaal onze dromen of verwachtingen het is maar net hoe je het noemen wilt. Gelukkig draait het niet alleen om teleurstelling. De meeste liefhebbers zijn tevreden als ze redelijk mee kunnen komen het gaat niet alleen om de overwinning. Ook andere (kop)prijzen zorgen er voor dat we plezier beleven aan onze hobby. Net als in andere sporten zullen er altijd melkers zijn die beter presteren. Wees niet afgunstig heb waardering voor prestaties misschien komt er een tijd dat u de ander een sportief pak slaag geeft. Zo zit de duivensport in elkaar. De rivaliteit zorgt dat duivensport een mooi spelletje blijft. Zo lang iedereen probeert zijn buurman af te troeven zal er alle weken een gezonde strijd zijn denk daar maar eens over na. De buurman verslaan is voor velen mooier dan een overwinning in groot verband.

TENTOONSTELLING IS TELEURSTELLING
Deze wijze woorden heb ik onthouden van mijn vader. Het komt voort uit de tijd dat veel liefhebbers met hun beste duiven aan een show meededen. Iedereen was benieuwd hoe de man in de witte jas de duiven beoordeelde. Toen waren er nog keurmeesters die de duiven beoordeelde aan de hand van de voorschriften en helaas kwamen daardoor de beste vliegers bijna nooit voor een prijs in aanmerking. De animo liep terug, liefhebbers haakten af omdat ze niet wilde afgaan op de jaarlijkse clubshow. Het moet gezegd worden dat er vroeger jaren heel veel keurmeesters waren die zelf ondermaats presteerden. Dan krijg je al gauw de opmerking; wat verbeeld die vent zich wel hij kan zelf helemaal niet meekomen en moet hij dan mijn duiven veroordelen? Want zo was het, duiven met lage punten werden in de ogen van de liefhebber veroordeeld en niet beoordeeld. Er waren ook keumeester die wel degelijk een duif konden beoordelen. Net zo goed als dat er goede voetbaltrainers zijn die zelf nog geen deuk in een pakje boter kunnen trappen, ook dat is mogelijk. Toch waren er veel liefhebbers die benieuwd waren naar de uitslag van de keuring maar die tijd lijkt voorbij. Liefhebbers vinden dat zij het zelf beter kunnen. Ook hier staan de beste stuurlui nog steeds aan wal. Toch is het jammer dat alles anders wordt. Tegenwoordig moet je op je knieŽn liggen om deelnemers te krijgen voor je eigen clubshow, eigenlijk te gek voor woorden. Op onze laatste vergadering werd gevraagd wie er duiven wilde inzetten voor de show van ons samenspel. Geen mens! Uiteindelijk deed onze club zoals was gevraagd toch met 5 kwartetten mee. Vorig jaar waren wij de beste en dat wilde we nu weer worden. Diezelfde middag zijn in ons clubgebouw de duiven geselecteerd die in aanmerking kwamen voor deelname. Ook dit keer werden onze 20 duiven (5 viertallen) het best beoordeeld zodat de verenigingsprijs door mijn club werd gewonnen. Geen applaus, wel de nodige commotie. Het zou niet eerlijk zijn dat onze duiven voorgeselecteerd waren en dat moest zo nodig door de voorzitter tijdens de prijsuitreiking gememoreerd worden. Afgunst en onsportiviteit iets anders kan ik er niet van maken.

LIEFHEBBERS VRAGEN ZICH AF HOE LANG HET NOG MOET DUREN.
Deze zomer werd de Nederlandse duivensport opgeschrikt door een ernstig fraude geval. De fraudeur is notabene voorzitter van de plaatselijke duivenclub, heeft een bestuursfunctie op provinciaal niveau en was zelfs bij het inzetten van de duiven betrokken. De man heeft toegegeven dat hij inderdaad enige keren oneerlijk spel heeft gespeeld. Ondanks dat zijn er in zijn club van amper 20 leden toch een aantal leden tegen het royeren van hun voorzitter. Oorzaak; door de NPO is nog geen uitspraak gedaan. Voor veel liefhebbers laat de uitspraak veel te lang op zich wachten. Je kunt je afvragen waarom? De man heeft immers bekend en uit een latere controle blijkt dat hij niet alleen dit jaar buiten de pot heeft geplast. De goede man werd al een langere periode in de gaten gehouden doch kon niet direct betrapt worden. Is ook geen eenvoudige zaak en daarover werd in de laatste NPO vergadering een vraag gesteld. Niemand weet exact hoe te handelen wanneer iemand verdacht is. Dat is inderdaad een serieuze zaak en als men niet precies weet hoe te handelen kunnen er cruciale fouten gemaakt worden. Ondanks dat moet het toch niet zo moeilijk zijn om de verdachte (die bekend heeft) uit zijn functie te ontheffen en van verdere deelname of lidmaatschap uit te sluiten. “Eigen schuld, dikke bult”, zeggen ze bij ons.

GEBEURTENISSEN
Ons nationale voetbalteam heeft vele trouwe supporters wat niet zo vreemd is want dat het behoorde vele jaren tot de beste landenteams van de wereld. Helaas, het aantal trouwe supporters is nadat Nederland zich niet heeft geplaatst voor het WK in Rusland drastisch teruggelopen. Begrijpelijk, het misselijk makende gedrag van de spelers, de tegenvallende resultaten en de te hoog opgewaardeerde kwaliteit van de bondscoach blijken ver onder de maat. Misschien heeft de pers ons oranje team te veel omhoog geschreven. Hetzelfde is nu het geval met onze schaatsers. Nederland is het schaatsland bij uitstek maar als andere landen niet in de ontwikkeling stil blijven staan dan wordt de concurrentie steeds groter. Dat was te zien tijdens de eerste wereldbeker wedstrijden in de Nederlandse schaatstempel te Heerenveen. Het is vervelend om te moeten constateren dat de Hollanders min of meer weggereden werden wat werd veroorzaakt doordat de neuzen van vooral de heren schaatsers niet dezelfde kant op stonden. Zo zullen we ook moeten oppassen dat zoiets in duivenland gebeurd. Er is al enige tijd een nieuw bestuur bezig om eensluidende lijnen uit te zetten voor iedereen die aan de vluchten mee wil doen. Dat de besluiten niet voor iedereen tot tevredenheid zijn is nu eenmaal een onmogelijke opgave. Het positieve is dat voor elke liefhebber elke week spelmogelijkheden zijn, een situatie waarmee we erg blij mee moeten zijn. Desondanks komen er toch allerlei tegenvoorstellen. Wanneer komt de tijd dat we in grote lijnen eensgezind zijn wat eigenlijk heel eenvoudig zou moeten zijn. Vertrouwen hebben in ons nationale bestuur maar niet alleen vertrouwen we moeten ze ook steunen. Alleen op die manier zal duivenspel een gezonde toekomst hebben. Op 4 november is tijdens de nationale ledenvergadering weer een stap in de goede richting gezet.

IN GESPREK MET EEN BEGINNER
Het komt sporadisch voor dat je in gesprek raakt met iemand die als hobby duivensport heeft gekozen. Gelukkig zijn er tal van mogelijkheden om te starten. Wij oudere liefhebbers kunnen daar ons steentje toe bijdragen. Het beste is om beginnelingen niets te vertellen over duiven tijdschriften of erger nog informatie geven over verkoopsites. Adviseer ze om veel boeken over de duivensport te lezen. Daar steekt een beginnende duivenliefhebber iets van op. Van verkoopsites en tijdschriften met alleen een opsomming van allerlei uitslagen worden beginners niets wijzer. Vertel ze dat ze in deze tijd van het jaar eens een kijkje gaan nemen bij regionale duivenshows. Daar kunnen ze de fraaiste duiven van liefhebbers bij hun uit de buurt bewonderen. Verder is er een mogelijkheid om in gesprek te komen met de winnaars van de show of met andere bekende spelers uit de omgeving. Een ieder is dan in de gelegenheid om een afspraak te maken voor 1 of zelfs meerdere hokbezoeken. Dat is interessant en leerzaam. Op dergelijke shows is men vaak in de gelegenheid om voor een redelijke prijs een bon of duif aan te schaffen van bekende regionale en zelfs nationale kampioenen. Kortgeleden raakte ik in gesprek met een starter. Het was iemand van achter in de vijftig die als kind duiven had gehad en er verder nooit iets mee gedaan heeft. Hier zien we dat het belangrijk is dat al op zeer jonge leeftijd kennis wordt gemaakt met het houden van duiven dan is er grote kans dat er op latere leeftijd weer op terug word gekomen. Het is te vergelijken met iemand die ooit met zijn kont op een racefiets heeft gezeten, van dat gevoel kom je nooit meer af en de wielersport zal hun altijd blijven interesseren. Zo is dat ook met onze duivensport, ook dat is een soort verslaving eens duiven, altijd duiven! Belangrijk is het dat beginners niets dan positieve verhalen horen. De duivensport is en blijft een prachtige hobby bij huis. De duivensport is geen goedkope hobby maar welke hobby is dat wel. Je kunt elke hobby zo duur maken als je zelf wilt. Beter is het om de hobby langzaam op te bouwen, iedereen zal moeten beginnen met een leerperiode. De duivensport zal daar veel meer op in moeten spelen. Met krantenberichten over een duif die voor 500.000 euro is verkocht krijgen we er geen nieuwe leden bij. De beginner die ik laatst sprak was met 500 euro in zijn zak naar een zaalverkoop gegaan met de bedoeling een jonge duivin van goed presterende ouders te kopen. De man ging gedesillusioneerd naar huis omdat er beneden de duizend euro geen duif te koop was. Ik vertelde hem dat de prijs die voor een duif betaald wordt niets over de kwaliteit zegt. Ik heb hem maar niet verteld wat er vorige week in Noord-Limburg plaats vond. Daar was een verkoop van jonge duiven bijeen gebracht door prominente Belgische en Nederlandse liefhebbers. De gekte was daar compleet. Bij de vier duurste duiven van de verkoop zaten er drie van de Belg Willy Daniels. Hij is de man wiens duif enkele weken geleden verkocht werd voor vier ton. Zonder meer een heel goede duif maar voor 4 ton kun je ook een heleboel andere leuke dingen doen. Willy is trouwens een liefhebber die vrij gemakkelijk zijn beste duiven verkoopt en altijd weer zorgt dat hij binnen de kortste keren weer 1 of zelfs meerdere goede duiven op de kooi heeft. Het verkopen van zo een peperdure duif heeft ook andere zeer grote commerciŽle voordelen het gehele hok wordt daarmee opgewaardeerd. Het bewijs daarvan werd vorige week geleverd tijdens een zaalverkoop. Drie jonge duiven werden verkocht voor respectievelijk 80.400 49.200 en 43.200 euro. De totale opbrengst van de 168 te koop aangeboden duiven was 941.000 euro (gemiddeld 5.600 per duif). Als er tijdens een regionale show bonnen en duiven te koop worden aangeboden met de bedoeling de clubkas een financiŽle injectie te geven dan wordt er luid geapplaudisseerd als er voor 20 duiven in zijn totaliteit om en nabij 1500 euro wordt geboden en dan heb ik het niet eens over de kwaliteit want die zal zeker niet onderdoen van die duiven die voor gemiddeld 5.000 euro of meer aan de man gebracht worden. Die dure omhoog geschreven duiven komen alleen maar van commerciŽle melkers die hun naam vaak te danken hebben aan top prestaties van een van hun duiven. De hele zomer kweken ze om zo veel mogelijk duiven in de wintermaanden te verkopen. Bij de regionale verkopingen doen de schenkers hun uiterste best om een kwalitatief hoogwaardige duif te leveren die meestal uit hun beste kweek of vliegkoppel komt. Nee, al die gigantische bedragen zijn niet goed voor de duivensport, wel voor de liefhebber zelf. Wie van ons zou niet willen dat hij zo af en toe eens een duif voor een gigantisch bedrag kon verkopen, natuurlijk willen de meeste van ons dat. We kunnen ons afvragen of we er daardoor nieuwe leden krijgen. Het lijkt mij meer voor de hand liggen dat we daardoor meer liefhebbers kwijt raken. Zo denkt de beginneling die ik laatst sprak er namelijk ook over.

TELEURSTELLEND
Kortgeleden hadden we van de club onze najaarsvergadering. De opkomst van de leden was goed, helaas waren de reacties op de nieuwe voorstellen voor het volgende seizoen nu niet direct positief te noemen. Ik dacht toen aan de beginneling die ik had gesproken. Er flitste door me heen “als die man deze vergadering had meegemaakt zou hij misschien wel gillend zijn weggelopen”. Zeker zo erg vond ik het dat de animo om mee te doen aan de jaarlijkse tentoonstelling van ons samenspel minimaal was. Niemand stak zijn vinger omhoog ten teken dat hij meedeed. Pas toen vader en zoon Braspenning te kennen gaven dat ze zeker meededen kwamen er heel voorzichtig nog wat vingers omhoog. Vorig jaar had onze club de mooiste collectie ingezet, dan moet je toch zeker die prestatie willen verdedigen. Helaas denkt niet iedereen daar zo over.

WINTERSE DAGEN
De voorbereidingen voor de winterkweek zijn gestart hoewel we er nog niet helemaal klaar voor zijn. Dit hoeft ook niet want vanaf nu hebben we nog drie weken om de geslachten weer bijeen te zetten. De para-coli kuur van dokter van der Sluis is achter de rug. Iets meer dan twee weken achter elkaar hebben ALLE DUIVEN deze kuur in hun drinkwater gehad. Zoals reeds eerder vermeld hebben mijn zoon en ik onze krachten gebundeld door aan samen kweek te gaan doen. Het kweekhok is helemaal in orde gemaakt. Stofvrij, spinnenwebben weggehaald, alle hoeken een gaten met de stofzuiger uitgezogen, daarna alles met de brander bewerkt (een beter ontsmettingsmiddel bestaat niet), kleine reparaties verricht en daarna alles met de spuit bewerkt tegen insecten, ongedierte, luizen en ander gespuis. De broedschalen waren al geruime tijd geleden schoongemaakt. De komende week krijgen ze een vaccinatie tegen paramixo, tevens laten we een keeluitstrijkje maken om te zien of ze vrij zijn van het geel. Ook de gritbakken zijn extra goed schoongemaakt en met de brander bewerkt. Alles ziet er weer als nieuw uit en dan tonen de duiven ook extra mooi. Vooral met de zon op het hok is het genieten van de duiven want ook al zijn ze nog niet helemaal klaar met de rui ze glimmen tegen je op.

KOUD EN ZONNIG
Het was vandaag enorm genieten wat een fantastisch weer. Een staalblauwe wolkeloze hemel, volop zon en een temperatuur net beneden de 10 graden. De duiven genoten ook zichtbaar van het mooie herfstweer. Eerst mochten de duivinnen twee uurtjes buiten en daarna de doffers. Aan de duiven kon je zien dat ze kerngezond zijn want ze vlogen dat het een lieve lust was behalve mijn twee driejarige duivinnen. Zij hebben langer gekweekt dan de andere duiven en hebben daardoor wat achterstand in de rui. Ze hebben net hun achtste pen laten vallen en dan voelen ze nog niet zo mooi aan. Dat is wel het geval met de andere duiven, vooral de kwekers die al door de rui zijn maar ja die komen nooit los waardoor je ze niet kunt beoordelen op vlieglust. De afdeling voor de oude vliegduiven is nog leeg. Ik was van plan om de jonge doffers alvast een box uit te laten zoeken maar heb daar nog even mee gewacht. De reden daarvan is dat ik er nog niet uit ben wie definitief een plaats toegewezen krijgt. Met hen heb ik tijd genoeg want zij worden niet voor 1 januari gekoppeld. Zoals het er nu uitziet krijgen we morgen weer een fraaie dag zodat ze buiten een bad krijgen. Last van roofvogels heb ik gelukkig niet. Twee/drie jaar geleden was dat wel het geval en als je die ellende niet gewend bent is het een verschrikking als je er opeens wel mee te maken krijgt. Ik heb in de loop der jaren heel veel liefhebbers gesproken die er alle jaren last van hebben, je hoort hun verhaal aan en je hebt er geen notie van wat die mensen door moeten maken. Als er een enkele jonge duif wordt gepakt, okť je kunt zeggen dat is de natuur. Het wordt een ander verhaal als ze met een of twee van je betere duiven aan de haal gaan. Je moet er toch niet aan denken en we weten maar al te goed wat tegenwoordig de commerciŽle waarde van een echte top duif is. Ik weet het, we hebben allemaal onze eigen topduiven op de kooi. We weten allemaal dat de ene liefhebber zijn top duif meer waard is dan van een ander. Voor ons allemaal geldt hetzelfde; geen van ons zit te wachten op het moment dat onze beste duif door een rover wordt opgepeuzeld.

DE WITTE PAUWSTAART
Ze woonden samen in hun paalwoning bij ons in de voortuin. Ze waren intens gelukkig met elkaar en mochten af en toe wel eens een jong van de vliegduiven groot brengen. Ik moest niets van ze hebben, ze zijn wit en daar houd ik helemaal niet van maar het waren wel twee hele leuke duiven op het erf. Die twee leuke witte duiven zijn sierduiven, “pauwstaarten” noemen wij het. Ze zijn zo mak als een lammetje. Maar nu komt het, het doffertje is niet meer. Hij is op een niet zo plezierige manier aan het einde van zijn leven gekomen. In het vroege voorjaar wilde een ekster paartje ook in dat hokje op een paal gaan nestelen. Mijn witte pauwstaart wilde daar een stokje voor steken, hij had praatjes genoeg om met die wit/zwarte indringers het gevecht aan te gaan, helaas moest hij het met de dood bekopen. Het duivinnetje zit nu alleen, nee niet meer in haar paalwoning, ze zit tussen de kweekduivinnen en krijgt in januari een nieuwe echtgenoot. Ik heb voor haar een hagelwitte postduif klaar zitten. Ze mogen twee jongen groot brengen en die mogen dan weer plaats nemen in de voortuin zodat ik weer dagelijks kan genieten van een paar witte duiven die op en rond het erf mogen rond scharrelen. De vorige twee kregen nooit een bad, ze kregen nooit grit, dat moesten ze maar in de tuin oppikken, ze kregen nooit en te nimmer een medicijn toegediend, baden deden ze als het regende. Nooit mankeerde ze iets en ze zagen altijd zo wit als sneeuw. Vooral mijn vrouw zal blij zijn als de nieuwe “witjes” weer elke dag rondom het huis te bewonderen zijn.

NAJAARSVERGADERING VAN DE NPO
Vanaf de eerste minuut was deze vergadering “live” op internet te volgen. Er moest een pittige agenda afgewerkt worden en dat was niet voor iedereen even interessant. Net als voorheen waren het veelal de zelfde sprekers die het woord voerden en ik moet zeggen dat onze nog niet zo lang zittende voorzitter zijn zaakjes prima voor elkaar had. Het was alsof hij zich op alle vragen had voorbereid want hij hoefde nauwelijks na te denken om een goed geformuleerd antwoord te geven. Het was wel een hele lange zit om deze nationale bijeenkomst vanaf tien uur tot half drie te volgen. Uiteraard kom ik in een volgend artikel terug om de belangrijkste besluiten toe te lichten. Voor mij als niet fond speler werd er erg lang gediscussieerd over de eendaagse fond en de marathon vluchten. Ook het voorgestelde landelijke vliegprogramma nam veel tijd in beslag maar dat is nog nooit anders geweest.

UITGERUIDE ONBEVLOGEN ZOMERJONGEN
Daarvan worden er 22 via GPS op internet verkocht. Simpel toch, maar zo simpel is dat niet. Enkele weken voor de verkoop moeten de stamkaarten ingeleverd worden en twee weken voor de verkoop moeten alle duiven op de foto. Een klusje van amper een half uur en daar zijn hoge kosten aan verbonden. Daarbij had ik de pech dat we in een file van 6 km terecht kwamen wat 50 minuten reistijd scheelde om gek van te worden. Wat ben ik blij dat ik niet dagelijks meer langs de weg zit. Tijdens de terugweg geen tegenslag en daardoor onderweg samen met mijn vrouw heerlijk gegeten. Nu maar wachten op de internetverkoop van 12 tot 19 november.

HET STILLE SEIZOEN DRAAIT OP VOLLE TOEREN
Zodra het vliegseizoen voorbij was werd er jarenlang gesproken over het stille seizoen maar inmiddels is dat lang verleden tijd het heeft eigenlijk nooit bestaan. Met een stil seizoen werd bedoeld dat de wedvluchten voorbij waren. In de winter volgden dan de nodige vereniging tentoonstellingen en meer was er eigenlijk niet. In sommige regio’s werd er flink werk gemaakt van de jaarlijkse kampioenenhuldiging en om de avond wat gezelliger te maken trad er uit eigen kring wel eens een zanger, moppentapper of goochelaar op. Het publiek vermaakte zich prima en nu nog worden die avonden geromantiseerd door steeds maar te zeggen dat het vroeger allemaal veel gezelliger was. Dat klopt, het was niet te vergelijken met wat er nu gedaan wordt. In die tijd waren de mensen niets gewend en hadden om de eenvoudigste dingen de grootste lol. Het waren echte duivenavonden, er werd volop gemolken en na het officiŽle deel gingen tot in de kleine uurtjes de voetjes van de vloer. Het is nu anders, we zijn oud en niet meer op de dansvloer te krijgen, we willen alleen nog maar over onze hobby praten. Nu zijn bij elk duivenevenement altijd wel enkele standhouders aanwezig die allerlei artikelen voor de duivensport verkopen maar de hoofdmoot wordt gevormd door bijproducten die duiven beter doen presteren. Veel werk wordt er gemaakt van natuurproducten, die zouden veel beter en minder schadelijk zijn dan antibiotica. Helaas kunnen we daar niet buiten, wat velen misschien niet weten is dat antibiotica ook een natuurproduct is alleen het wordt op een andere manier vertaald. Internationaal ligt het Kassel weekend (Duitsland) alweer achter ons, ooit begonnen in een simpele hal en uitgegroeid tot een immens grote internationale beurs waar met name een groot deel van de gehele commerciŽle duivenwereld op af komt. In Nederland wordt hard gewerkt aan de jaarlijkse manifestatie van de NPO die dit jaar gehouden wordt in het weekend van 9-10 december, de toegang is net als het parkeren geheel gratis. Op zaterdagavond worden de nationale kampioenen gehuldigd en dat trekt altijd enorm veel publiek. Ook is het in dat weekend mogelijk om de “standaard” duiven alvast voor te laten keuren voor eventuele deelname aan de Olympiade januari 2019 die in Polen wordt gehouden. Ook de standaardduiven moeten een door de FCI vastgesteld aantal kilometers gevlogen hebben. Als er onder de mooie standaardduiven exemplaren zitten die in 2017 al de nodige kilometers gevlogen hebben kan de liefhebber zelf bepalen of de duif in 2018 een minder zwaar programma moet afwerken of dat de duif juist wat meer uit de kast moet halen. In ieder geval is het zo dat Nederland al bezig is met de voorbereidingen voor deelname aan de eerstvolgende Olympiade. Jammer is het dat de animo voor die categorie niet al te groot is en dat is heel jammer. In het verleden speelde de Nederlandse postduif in zowel de sport als de standaardklasse een toonaangevende rol. Gelukkig wordt er nu hard gewerkt om die min of meer verloren positie terug te winnen. Nederland moet als duivenland terug naar de plaats waar ze thuis horen, ze gaan voor goud en voor minder dan brons doen ze het niet. Het is maar dat de concurrentie dat weet, Nederland komt er weer aan, alle landen zijn gewaarschuwd. Hoe het met de sportklasse zal gaan is voor een groot deel afhankelijk van het Hollandse weer. Voor de nationale competitie maakt dat niet zo veel uit, internationaal telt dat wel mee omdat de weersgesteldheid op de wedstrijddag nog steeds van grote invloed is op het verloop van de wedstrijden die van begin april tot en met half september worden gehouden. Ook van de sportduiven worden de statistieken al bijgehouden zodat een duif die een reŽle kans maakt voor deelname aan de Olympiade tijdig kan worden ingehouden.

DEZE MAAND
In november worden al een hele reeks kampioenenhuldigingen gehouden wat meestal gepaard gaat met een duivenshow. In mijn regio is het de ZCC (ons samenspel) die op 17 en 18 november de jaarlijkse show en kampioenenhuldiging houdt. Voor het eerst in het bestaan van de ZCC wordt mijn zoon Marco daar gehuldigd als de kampioen van de snelheidsvluchten en van de midfond waarmee hij de vaste plaats van zijn vader jarenlang inneemt. Ooit deed ik dat van mijn vader en zo spelen al drie generaties Braspenning een hoofdrol in de Zaanse duivensport en ook ver daarbuiten. Ook deze maand is de kampioenenhuldiging van de Fondclub Noord-Holland. Op 2 december gaat de gehele afdeling Noord-Holland, waarin ruim 1500 liefhebbers wekelijks meespelen, haar kampioenen huldigen. Een week later op 9 en 10 december is dan de nationale duivenmanifestatie en weer een week later is het feestweekend van mijn eigen vereniging. Landelijk zijn er vanaf nu elke week festiviteiten, degene die dat willen kunnen iedere week wel meerdere duivenshows bezoeken. Vaak is dat best de moeite waard want elke organisatie houdt tijdens zo een weekend wel een zaal verkoping van geschonken duiven of bonnen voor een jonge duif 2018. Vooral op al die regionale festiviteiten kun je voor een zeer voordelig bedrag je duivenkolonie versterken. In ieder geval vele malen goedkoper dan de prijzen die je tegenwoordig op het steeds groter wordende aantal verkoopsites ziet.

HET ERGSTE HEBBEN WE GEHAD
De grote rui is bij de meeste duiven zo goed als voorbij. Bij mijn verduisterde jonge duiven zitten er nog wel een aantal die nog op twee oude pennen staan. Die hebben nog wel even tijd want de jonge duiven doen niet aan winterkweek. Met de kweekduiven zijn we al geruime tijd bezig om de 24 koppels te formeren en dat bezorgt mij slapeloze nachten. Ik mag het eigenlijk niet schrijven maar we hebben echt een luxe probleem. Zelf had ik al niet zoveel kweekkoppels meer. De duiven die ik in de winter van 2016/2017 heb aangehouden zijn er nog en zijn al zoveel keer door de selectie gekomen dat die allemaal een ruim voldoende hebben gekregen. Mogelijk doe ik er toch nog enkele weg omdat mijn zoon Marco een formidabele collectie kweekduiven heeft zitten. Wat bij mij eerst alleen maar de echte ouderwetse Janssen duiven waren zijn de nazaten nu inmiddels gekruist met het kampioenenbloed van de grote Nederlandse allround kampioen Willem de Bruijn. Met die koppeling zijn wij bijzonder goed geslaagd. Het moeilijkste komt nog. Op dit moment is nog steeds niet helemaal bekend welke kwekers van Marco zeker mogen blijven. We gaan er absoluut geen broedhokken bij zetten. We bezitten een hok met 24 broedbakken en daar blijft er eerder eentje van leeg dan dat er een bijgezet wordt. Zelf ben ik een enorme voorstander om alleen prestatie duiven in het kweekhok te hebben en dat is nog niet zo. We hebben er weer enkele bijgehaald onder andere twee kleinkinderen van de Harry. Dat hebben we bewust gedaan omdat Marco ook op de eendaagse fond zijn partijtje wil meeblazen. Zelf ben ik daar nooit een liefhebber van geweest maar heb er wel meerdere jaren aan meegedaan. Nee, niet aan alle vluchten maar wel met de verschillende successen. Ik wil daarmee aangeven dat mijn oude Janssen soort ook de vluchten tot 650 km aan konden. Het is een kwestie van mee willen doen en ook de duiven durven te spelen. Vooral voor dat laatste was ik veel te zuinig op mijn duiven. Nu ik oud ben ga ik daar gemakkelijker over denken omdat mijn zoon Marco die vluchten wel graag wil spelen. Vandaar dat we ons uiterste best gaan doen om de grote jongens partij te geven. Van een figurantenrol hebben we nimmer gehouden.

WINTERTIJD
In het weekend van 28/29 oktober gaat de klok 1 uur terug en daar zullen we de eerstvolgende dagen weer even aan moeten wennen. We gaan voor ons gevoel een uurtje later uit bed wat ook geld voor de verzorging van onze duiven. Ik heb ze daar al op voorbereid want ik ga al twee uur later naar mijn duiven dan in het vliegseizoen deed. Toen gingen de eerste duiven om 7 uur los en nu als ze geluk hebben om 10 uur ze hebben dan al gegeten. Vanaf eind november komen ze helemaal niet meer los, de dagen worden kort, vaak regenachtig, schrale koude wind en een kleine kans op de eerste sneeuwbuien. Zoals al eerder geschreven komen de kweekduiven, 21 koppels van Marco en 3 van mij, vanaf 26 november weer bij elkaar. Vanaf die tijd hebben Marco en ik een gezamenlijk kweekhok. De eerste ronde blijft bij mij, de tweede ronde gaat naar Marco en de derde en vierde ronde wordt vanaf het hok verkocht. De minimum afname is vier. Ook hebben we vanaf 12 november een internet verkoop van onbevlogen zomerjongen uit de kweekduiven. De advertentie komt in het volgende nummer van de BHW. De oplettende lezer heeft gezien dat ik dus weer voor een jaar bijteken. In 2018 speel ik voor het 72ste jaar mee en ik mag wel zeggen ruim 60 jaar met veel succes.

MARCO
Hij heeft pas op latere leeftijd interesse gekregen in de duivensport. Toen woonde hij in Wieringerwerf aan de voet van de Afsluitdijk helemaal in de kop van Noord-Holland. Met duiven van pa wist hij zich al heel snel een koppositie te veroveren die hij niet meer af stond. Nu woont hij alweer ruim twee jaar in de Zaanstreek, hemelsbreed 800 meter van zijn vader in de Wijdewormer. Doordat bij mij de animo wat minder is geworden hebben we de krachten samengebundeld door de kweekduiven een plek in mijn hok te geven. Daarbij zitten de diverse eerste prijs winnaars en kampioensduiven. Daarnaast zitten er ook een aantal aangeschafte duiven die hun kweekwaarde reeds bewezen hebben. De meeste lezers weten dat ik jarenlang met de echte oude Gebr. Jansen duiven heb gespeeld. In de tachtiger en negentigerjaren bestond mijn kweekhok alleen uit eerste prijswinnaars en kampioensduiven. Als je zo ver bent gekomen in de duivensport wordt het ook wat eenvoudiger om meerdere goede duiven per jaar te kweken. Een groot aantal van die topduiven verhuisden begin negentiger jaren naar de prachtige kweekhokken van LPW (Massarella) in Engeland en nu zijn we eindelijk weer zo ver gekomen dat het huidige kweekhok gelijkwaardig is aan de kweekkolonie van toen. Het enige verschil is dat het niet alleen Jansen duiven zijn. In 2008 zijn daar de Leo Heremans duiven bijgekomen. Dat soort hebben we aangeschaft bij de grote Nederlandse kampioen Willem de Bruijn. Hij had in de tijd dat Leo Heremans nog geen grote internationale bekendheid genoot 52 eieren bij hem gekocht. Later bleek dat daar 13 as duiven uit voortgekomen zijn. Uit die as duiven kochten wij er in eerste instantie 13 en ook wij bleken daar het grootste geluk van de wereld mee te hebben want wij kweekten er twee Olympiadeduiven uit en vier as duiven plus een hele reeks eerste prijswinnaars. Ons Sprintkoppel (zuiver Heremans) gaf ons 12 winnaars. Een zuster van die twaalf werd de beste kweekduivin bij Marco en samen met Blue Jeroen vormden zij het super koppel. Twee andere zussen, het Viteske en de Attack werden bij mij de beste kweekduivinnen. Inmiddels is het een geslaagde kruising geworden van Heremans en Gebr. Janssen duiven met dank aan Willem de Bruijn. De successen volgden elkaar in snel tempo op, niet alleen bij mij ook Marco kan er goed mee overweg getuige het feit dat hij dit jaar de beste werd op de snelheid en de halve fond. Op mijn hok deden de jonge duiven het meer dan uitstekend. Helaas heb ik me dit jaar niet voor de volle honderd procent in kunnen zetten, ouderdom en gezondheid waren de grote spelbrekers. Momenteel voel ik me weer goed, heb overal weer zin in, de lusteloosheid is gelukkig voorbij maar ondanks dat ga ik toch weer een stapje terug doen voor wat het aantal duiven betreft. Ik wil er zeker nog minder gaan houden, hooguit nog 10 vliegkoppels en een 35-tal jonge duiven. Dan heb ik goed overzicht, niet meer zo een zware taak om alle hokken schoon te houden Ik kan meer aandacht besteden aan de duiven kan er wat meer mee gaan rijden, althans dat mag mijn vrouw Cora doen want ik mag nog steeds geen auto rijden. Eind november word ik waarschijnlijk weer aan mijn linkeroog geholpen, rechts is helaas niets meer aan te doen. Komend jaar vliegt Marco wederom op zijn huidig woonadres en ik zal zo goed en zo kwaad het kan mijn eigen duiven volledig verzorgen. Ik heb nu alweer gezien dat er zeker enkele bijzitten die de boel in 2018 gaan verrassen maar dat moet ik eerst nog bewijzen.

VLIEGPROGRAMMA’S
Ja hoor, ze zijn er weer. Het vliegseizoen is voorbij en het vergaderseizoen dient zich aan. Wat dat betreft is het in 70 jaar duivensport niet veranderd. En alweer gaat het in grote lijnen over het vliegprogramma. Oudere liefhebbers vragen zich af wanneer die onzin eens een keer ophoud. Elk jaar zijn er wel weer een paar van die “uitvinders” die wat nieuws bedacht hebben. Ondanks de sterke terugloop van leden zijn er figuren binnen de duivensport die alles ondersteboven gooien. Zaken die wij 40 jaar geleden al vergeten zijn worden nu weer opgerakeld alsof het volkomen nieuw is. Er zit geen rust in de duivensport en die is zo hard nodig. De oudere liefhebbers zijn mensen van tradities. Ze hebben jarenlang volgens een vast patroon hun duivensport beoefend en nu, nu er bijna geen leden meer zijn, moeten weer zo nodig allerlei zaken veranderd worden. Daar kunnen de oudere liefhebbers niet tegen en haken af. Koester die oudjes, dan is er nog een kleine kans dat ze voor de sport behouden blijven.

NIET ELKE AFDELING HEEFT HET ZELFDE VLIEGPROGRAMMA
Dat is ook weer zoiets. Zo lang de duivensport in Nederland bestaat heeft het hoofdbestuur niets in de melk te brokkelen en dat is geen gezonde situatie. De voetbalbond KNVB bepaald wanneer de competities beginnen, zij bepalen het gehele wedstrijdprogramma, dat zelfde geldt bij de KNWU (wielersport) en andere grote sport organisaties. De NPO stelt alleen maar voor, zij kunnen wel bepalen welke vluchten meetellen voor de Nationale kampioenschapen. Anno 2018 is elke afdeling nog steeds vrij om hun vliegprogramma te bepalen. Ook dit jaar zijn er in mijn afdeling (Noord-Holland) weer diverse voorstellen gedaan voor alweer een ander programma. Daarover moet dan in elke vereniging gestemd worden. Daarna moet de stemmingsuitslag op de afdelingsvergadering worden bekend gemaakt en aan de hand van het totaal aantal uitgebrachte stemmen wordt het vliegprogramma 2018 definitief vastgesteld. Het kan dus best mogelijk zijn dat de ene afdeling 5 snelheidsvluchten heeft, de ander 6 en weer een ander 8. Het kan zelfs zo zijn dat de ene afdeling eind maart begint en eind september eindigt terwijl een andere afdeling (daar hebben we er 11 van) tweede week april begint en eerste week september stopt. Dat geldt ook voor de andere disciplines en zo kom je nooit tot een goed vergelijk van wie de echte kampioen is, plus dat het elke keer opnieuw spanningen geeft omdat je ongeacht de uitslag het nooit voor alle leden goed kunt doen.

AMSTERDAM IN DIEPE ROUW
Op 5 oktober is na een slopende ziekte de zeer gewaardeerde burgemeester van Amsterdam Eberhard van der Laan overleden. Kort voor zijn overlijden maakte hij nog arm in arm met Koning Willem Alexander een wandeling door “zijn” Amsterdam. In zijn afscheidsbrief aan de bewoners van de hoofdstad schreef hij o.a. “Wees lief voor de stad”. Duizenden Amsterdammers namen vrijdag 13 oktober in het concertgebouw afscheid van “hun” burgemeester die zaterdag in besloten kring is begraven. Voor ons postduivenliefhebbers was het jammer dat er tijdens de begrafenis plechtigheid geen duiven zijn losgelaten. Postduiven horen ook bij Amsterdam op de Dam voor het Koninklijk Paleis krioelt het er van. Door sommigen gehaat voor anderen een toeristische trekpleister. In de gouden jaren van de duivensport waren er in Amsterdam ruim 1.500 liefhebbers. Amsterdam had een eigen afdeling met eigen vervoer en uiteraard een eigen bestuur. De Fond Club Amsterdam was zeer bekend in Nederland en had onder haar leden vele topspelers. Hun jaarlijkse feestavond met als hoogtepunt de kampioenenhuldiging werd gehouden in Grand Hotel Krasnapolsky. Om daar naar toe te kunnen moest je, ook al was je lid, tijdig toegangskaarten bestellen anders kwam je er niet in. Ook de afdeling Amsterdam hield daar hun kampioenenhuldiging en de jaarlijkse tentoonstelling met daarbij een aparte ereklasse voor de eerste tien generaal kampioenen van de stad. Daarbij waren meestal vertegenwoordigd de heer Staal, directeur van Krasnapolsky, die zijn duivenhok bovenop het dak van dit immens grote hotel had staan en in die tijd ook een man met aanzien was de heer Gerhards directeur van de Mars chocoladefabrieken, hij was jarenlang de niet te kloppen man. Voor die evenementen was altijd volop belangstelling en met zoveel Amsterdammers in de zaal ben je verzekert van volop gezelligheid. Twee keer kreeg ik een eervolle uitnodiging om de ereklasse te keuren wat zonder meer een van de hoogtepunten in mijn loopbaan als keurmeester was. Later werd de tentoonstelling van Amsterdam in het Hilton Hotel gehouden, daarna ging het helaas bergafwaarts. De consumpties vond men te duur waardoor noodgedwongen uitgeweken werd naar een simpelere en goedkopere accommodatie. Het werd uiteindelijk de doodsteek voor de altijd drukbezochte Amsterdamse tentoonstelling en het betekende het einde van vele stijlvolle feestavonden. Op dit moment is het zo dat veel duivenliefhebbers Amsterdam hebben verlaten, zij zijn uitgeweken naar verschillende buiten gemeentes omdat het houden van postduiven in de overbevolkte stad bijna niet meer mogelijk was. De afdeling Amsterdam is net als de afdeling Haarlem opgegaan in afdeling 6 – Noord-Holland, ook in deze fusie afdeling loopt het ledental helaas zienderogen terug en daarmee gaat op termijn een groot brok nostalgie verloren. De Amsterdamse humor zal blijven en daar is jammer genoeg ook alles mee gezegd.

NEGENDE OPEN DAG BIJ HABRU
Habru geniet in Nederland grote bekendheid vanwege hun hoogwaardige producten voor de duivensport. Voorzichtig begonnen met het maken van aluminium spoetniks is na al die jaren het assortiment steeds meer uitgebreid met een hele reeks artikelen. Tijdens de 9e Habru dag stonden alle producten in de ruime hal van het bedrijf keurig opgesteld zodat het steeds groter aantal bezoekers de laatste nieuwe snufjes konden bewonderen. Ook vanuit onze buurlanden bleek grote belangstelling te bestaan voor de Habru producten. De dag stond geheel in het teken van de liefdadigheid en voor de duivenliefhebbers was er een sterk forum geformeerd dat bestond uit vier sterke spelers: Willem de Bruijn, Stickers-Donckers (B), Opdebeeck-Baetens (B), het aanstormende Zeeuwse talent Frederik Dekker met als presentator de Friese “self made man” G.J. Beute. Het forum bracht weinig nieuws naar voren, het duurde te lang en er werd erg veel over medicijnen, kuren en vaccineren gesproken. De duif op zich schijnt tegenwoordig niet zo belangrijk meer te zijn, wel de stamkaart en de naam. Het mooiste antwoord kwam volgens mij van Stickers-Donkers, zijn antwoord op de vraag “hoe bereid u uw duiven voor als u op een bepaalde vlucht wil “pieken” was, wij hebben 40 vluchten per jaar en die wil ik allemaal winnen ik doe dus altijd het zelfde. Mijn duiven kunnen elke dag zelf kiezen wat ze willen eten, er is de hele dag keus genoeg want de voerbak is altijd gevuld. Ook is hij een voorstander van veel rijden met de duiven, soms wel vier keer per dag. Aan de reacties van de bezoekers was af te leiden dat het zeker een geslaagde dag was. Dat vond ik ook, ik houd namelijk wel van zo af en toe eens iets anders binnen onze duivensport. Al die nationale en provinciale jaarlijks terugkerende duivenmanifestaties worden op den duur wel erg saai.

NOG STEEDS GEEN OFFICIELE EINDSTANDEN
Er was een tijd dat elke liefhebber zelf de prestaties van zijn duiven moest indienen om aan nationale competities mee te kunnen doen. Niet iedereen deed dat waardoor er geen zuiver beeld kwam van wie de echte kampioenen waren. Er werd vooral in de duivenbladen heftig over gediscussieerd. Gekende kampioenen deden niet mee althans dat vertelde zij. Opeens was er een jaar dat twee sterke spelers wel een goede duif op het hok hadden. Ja, u leest het goed, 1 goede duif terwijl ze er wel 200 hadden zitten. De duivensport is echt niet zo eenvoudig zeker als het gaat om echte topduiven en toch zijn ze er elk jaar. Die twee spelers die al die extra kampioenschappen maar niks vonden waren in dat jaar dat ze ieder een goeie hadden een van de eersten die hun deelname formulier inzonden. Beiden eindigde hoog in het eindklassement maar hadden niet de besten. Een van de mannen is inmiddels overleden, de andere heeft het er na 25 jaar nog steeds over wat aangeeft hoe moeilijk het is om hoog te scoren. Toch zijn er liefhebbers, weliswaar op de vingers van een hand te tellen, die er bijna elk jaar wel bij staan. Dat komt mede omdat alles in de computer wordt uitgerekend en opgeslagen en wat blijkt nu, nog steeds zijn er samenspelen, verenigingen of regio’s die zelf nog een rekenaar hebben. Bijna heel Nederland laat hun uitslagen berekenen bij een landelijk bekend rekenbureau, een aantal doet dat niet en daardoor zijn de eindstanden van alle competities op nationaal niveau op dit moment nog steeds “officieus”.
|
KWEEKDUIVEN
Nu het vliegseizoen voorbij is en veel liefhebbers ook al vrij ver gevorderd zijn met de selectie komen de gesprekken op gang over het formeren van de (nieuwe) kweekkoppels. Zelf houd ik het er op dat winnaars eerder winnaars geven dan dat as duiven dat doen. Daarom koppel ik altijd twee winnaars met elkaar. Een paar jaar geleden had ik er meer dan de laatste twee jaar. De oorzaak daarvan zoek ik bij me zelf, het is de leeftijd, de motivatie en de conditie van de baas. Dat zijn de grootste gevaren voor een oudere liefhebber om zich aan de top te kunnen handhaven. Ellelange discussies kunnen gehouden worden over kweekduiven en het formeren van kweekkoppels. Niemand kan vooraf zeggen wat een goed kweekkoppel is ook de ogenkeurders niet. Zouden ze dat wel kunnen dan hadden ze aan 1 kweekkoppel genoeg. Ook zij kweken elk jaar een veel groter aantal jonge duiven en daar geven ze mee aan dat ze er ook geen “kijk” op hebben. Een goede liefhebber zei eens tegen mij; als je een koppel hebt dat 1 topper heeft gegeven heb je al een goed kweekkoppel. Er zijn koppels die meerdere bruikbare duiven hebben gegeven en er zullen ook wel ergens op de wereld kweekkoppels bestaan die meerder echte goede voortgebracht. Over het algemeen is het zo dat alle met zorg samengestelde kweekkoppels meer slechte geven dan goede. Verstand hebben we er dus niet van, een dosis geluk hebben we zeker nodig om zo af en toe eens een hele goede te kweken maar voor de meeste onder ons zal dat altijd een droom blijven.

GEBEURTENISSEN VAN ALLE DAG
Deze week zou mijn moeder 109 jaar geworden zijn. Vier dagen geleden was de crematie van een goede duivenvriend waarmee ik een groot aantal jaren in het bestuur van ons samenspel heb gezeten. Vandaag las ik in de krant dat de weduwe van een goede duivenvriend is overleden. Na maanden van politiek overleg heeft Nederland sinds vandaag weer een regering. Vorige week was ik naar een wielerkoers bij mij in de buurt, een echte gezellige kermisronde waarmee elk jaar het wielerseizoen in Noord-Holland wordt afgesloten. Afgelopen zaterdag waren we met zijn zessen naar een perfect verzorgde diner show in een van de televisie studio’s. Dezelfde zaterdag was er bij ons het jaarlijkse bokken tochtje waaraan een aantal gerenommeerde kroegen meedoen. De bedoeling daarvan is om gezellig per fiets van de ene naar de andere kroeg te rijden en daar een bok biertje te drinken. De weersomstandigheden waren te slecht zodat we dat evenement dit keer hebben overgeslagen. Maandagavond was mijn vaste kaartavond en de dinsdag gebruik ik om enkele artikelen over de duivensport te schrijven. Nee, vervelen doe ik me zeker niet omdat ik graag overal bij wil zijn.

DE DUIVENSPORT STAAT OP EEN LAAG PITJE
Ik ga vanaf begin oktober elke morgen pas om half tien naar mijn duiven. Ik ga eerst rustig ontbijten en krantje lezen, dan laat ik een afdeling met duiven los en begin met schoonmaken. De meeste duiven krijgen om 10 uur eten en schoon water. Na de middag gaat nog een groep duiven los en om 5 uur is het weer etenstijd. Ze krijgen dan meer als ’s ochtends omdat ze overdag slechts 7 uur moeten overbruggen van de ene naar de andere voerbeurt en na de middagvoerbeurt is dat 17 uur. Ze zijn inmiddels al aardig gewend aan de nieuwe voertijden. Niet alle hokken worden elke dag schoon gemaakt, de duiven zitten gescheiden, jonge en oude doffers apart en dat is ook zo met de duivinnen. Wel krijgen ze nog steeds iedere dinsdag een bad en verse groenten. De rui verloopt prima en de duiven hebben nu een para-coli kuur van Dr. Van der Sluis. Verder is het de bedoeling om alle duiven begin november tegen paramixo te vaccineren aan het einde van die maand worden de kweekduiven weer bij elkaar gezet. Die zijn er nu al bijna klaar voor. Ze zitten vanaf begin juni gescheiden en de meesten hebben nog maar 1 oude slagpen. De staarten zijn bijna volgroeid en als de een na buitenste staartpen is vernieuwd is de grote rui achter de rug.

KRACHTEN SAMENGEBUNDELD
In 2016 is mijn zoon Marco weer naar zijn geboortegrond teruggekeerd hij woont nu nog geen 5 minuten bij mij vandaan, hemelsbreed is het ongeveer 800 meter. Hij heeft toen direct een simpel hokje in elkaar getimmerd zodat hij voor hij ging verhuizen op het nieuwe adres al een aantal jonge duiven had rondvliegen. Hij heeft ze op de najaar vluchten gespeeld en dat stelde weinig of niets voor. Van de 20 bleven er 14 over en die mochten ook alle 14 blijven, slechts twee daarvan hadden een noemenswaardig prijsje gespeeld. Met die 14, 6 duivinnen en 8 doffers, werd in 2017 aan het seizoen voor oude duiven begonnen. De verwachtingen waren niet super hoog gespannen. De duiven waren niet geselecteerd ze mochten allemaal blijven omdat ze wel uit de kweekduiven kwamen. Dat laatste zegt ook niet alles want hoe vaak komt het niet voor dat uit twee bewezen duiven geen enkele goede gekweekt wordt. Gelukkig zijn er ook (kweek)koppels die regelmatig bruikbare duiven voortbrengen en omdat wij beiden niet zo zwaar tillen aan prestaties van jonge duiven was er wel het vertrouwen dat er een paar jaarlingen voor vuurwerk zouden kunnen gaan zorgen. En ja wel hoor, het lukte zelfs boven verwachting en ze sleepte zelfs de titel op de snelheid en ook op de halve fond binnen. Zonder meer een ongekend succes voor vader en zoon omdat de duiven voor het overgrote deel bij vader Braspenning vandaan komen. Ook over de jonge duiven zijn we tevreden, die hebben zonder meer goed gepresteerd en er zijn er niet zoveel verloren gegaan, voor 2018 dus keus genoeg. Alle kweekduiven, 24 koppels, worden gehuisvest in het bestaande kweekhok in de Wijdewormer. Nog steeds heb ik geen beslissing kunnen nemen of ik wel of niet met oude duiven ga spelen. Zoals het er nu uitziet gaat dat zo goed als zeker niet door. Wel is het de bedoeling dat ik in 2018 met jonge duiven ga spelen. Er worden in ieder geval twee afdelingen voor het jonge duiven spel gereed gemaakt zodat ik “op de deur” kan spelen. Om direct afscheid te nemen van al mijn duiven vind ik een te groot risico. Als je 71 jaar duiven hebt, dat is bijna je hele leven, is de dagindeling daardoor voor een groot deel ingevuld en als dat in een keer wegvalt, ik zou niet weten wat ik dan moet gaan doen. Ik ben te oud om nog een functie in een of ander bestuur of commissie te bekleden. Blijft over fietsen en een paar keer per week kaarten want ik houd van klaverjassen en ook af en toe samen met mijn vrouw een avondje bridgen. Maar mijn duiven die waren en zijn nog steeds mijn grote passie. Ook de wielersport heeft nog steeds mijn belangstelling.

OP WEG NAAR 2018
Marco en ik zijn allebei geen liefhebbers van een grote hoeveelheid duiven we moeten het kunnen overzien. Ik heb mijn hele leven nooit veel duiven gehad, dat was ook altijd het advies van mijn vader. Die zei altijd, we moeten er maar een paar hebben, maar wel allemaal toppers. Dat is voor een groot deel wel gelukt er bestaat echter geen hok waar alleen maar goede zitten. Tegenwoordig zou het wel mogelijk kunnen zijn. De handel in duiven is ongelooflijk uit de klauwen gelopen, alles waar vleugels aan zitten wordt tegenwoordig verkocht. Voor een groot aantal liefhebbers is het hun broodwinning geworden. Voor elke liefhebber wordt het zo langzamerhand zeer interessant om hun topduiven te verkopen. De Belgische duivin die laatst voor 4 ton (400.000 euro) is verkocht heeft weer vele ogen doen openen. Ik kan me nog goed herinneren dat we op de fiets naar de Amsterdamse Jordaan gingen waar in buurtgebouw De Palm in de wintermaanden elke zondagmorgen wel een zaalverkoop werd gehouden. De duiven werden ingezet voor twee gulden vijftig (dat is nu 1 euro 20). De zaal zat vol, alleen Amsterdam had in die tijd al ruim 1500 liefhebbers, nu zijn het er nog geen 100 meer. De verkoopleider stond op een keukentrap en als het hoogste bod was uitgebracht sloeg hij met een stoffer op een blik en de duif was verkocht, geweldig om mee te maken. Nu is alles internet, er wordt alleen nog gekeken naar de stamkaart en de duif is bijzaak. Het wordt zeer interessant als het een “asduif” is en helemaal als het een nationale overwinnaar is. Maakt niet uit tegen hoeveel duiven, als hij maar nationaal heeft gewonnen. In zulke duiven zijn veel rijke mensen (daar zijn er in duivenland veel van) geÔnteresseerd voor de commercie. Het is ook interessant voor de kleine melker die zo een duif op het hok heeft. Met zulke duizelingwekkende bedragen die voor topduiven betaald worden kun je hele leuke dingen doen. In mijn ogen is het niet slim om zulke duiven niet te verkopen. Je moet het ijzer smeden als het heet is.

HOE NU VERDER?
In Nederland is het alweer vier weken geleden dat de laatste officiŽle vlucht is gehouden. Veel duiven konden toen al niet meer gespeeld worden maar misschien waren er nog wel evenveel in blakende vorm. Nu de grote rui bijna zijn hoogtepunt heeft bereikt is het geen overbodige luxe om extra aandacht aan de duiven te schenken. Heel veel liefhebbers zijn net als hun duiven aan rust toe en veel nemen die rust ook. Dat wil echter niet zeggen dat je er nu met de pet naar kunt gooien. U weet een duiveneizoen duurt een heel jaar, een juiste verzorging is nodig van 1 januari tot en met 31 december. Ik zeg bewust een juiste verzorging wat betekent dat de boog niet meer gespannen hoeft te staan. Elke dag de duiven laten vliegen is fijn als daartoe de gelegenheid is maar noodzakelijk is het niet. Er zijn liefhebbers die na het seizoen geen duif meer buiten laten. Dat kan om verschillende redenen zijn, bijvoorbeeld in het donker naar het werk en van het werk en in een aantal gebieden speelt het roofvogelprobleem. Weer anderen vinden het voldoende om de duiven alleen in het weekend een keertje buiten te laten. Het beste is en blijft de duiven indien mogelijk zoveel als mogelijk buiten te laten. Dat kan ook in een open voliŤre wat sommigen een zuurstofkuur noemen. Ik weet niet wat ik daar van moet denken, slecht zal het niet zijn maar mijn ervaring is dat duiven die zwaar in de rui zitten graag binnen zitten en niet vol in de wind in een open ren. Mijn duiven vliegen momenteel een half uurtje en weten dan niet hoe snel ze weer naar binnen moeten gaan ze vertellen eigenlijk zelf wel wat goed voor hen is. Degene die zijn duiven regelmatig observeert ziet aan hun gedrag wat ze graag willen en daar kun je in deze tijd van het jaar beter niet tegenin gaan.

PARINGSDRANG IS WEG
Doordat ik tijdens het vliegseizoen enkele maanden niet lekker in mijn vel zat vond dat zijn weerslag in de verzorging en dus ook in de prestaties. Ik had er geen plezier in om langer dan noodzakelijk op de hokken te blijven. Schoonmaken gebeurde niet meer dagelijks en toen ik dat helemaal niet meer kon namen mijn twee zoons Marco en Michel die taak tijdelijk over. Voeren bleef ik zelf doen wat inhield het deksel van de voerbak optillen en gauw de geschatte hoeveelheid voer er in. Duiven bekijken of in de hand nemen was er helemaal niet meer bij. De weduwe duivinnen leken wel kippen, altijd lagen hier en daar wel een paar eitjes. Ik houd daar niet van omdat de aandacht voor de doffer daardoor minder wordt. Sommige duivinnen keken helemaal niet naar hun doffer en stonden tegen de spijltjes van het deurtje op te duwen om er uit te komen, nou dan weet je het wel. Of misschien niet want er zijn er bij die ondanks dat de baas van hun gedrag niet vrolijk wordt, toch (heel) goed presteren. Twee weduwe duivinnen die stapel dol zijn op elkaar en soms gelijktijdig hun eitjes leggen kunnen op de vluchten verrassend uithalen. Nee, ik moedig het niet aan omdat andere duivinnen daardoor dik onder de maat presteren. Voorheen hield ik de dames in de wintermaanden heel goed in de gaten en als ik zag dat twee dames met elkaar ergens gingen liggen kroelen moest een van de twee verdwijnen. In deze tijd van het jaar heb je daar totaal geen last van ze hebben wel wat anders aan hun hoofd, de rui vraagt al hun energie. Vandaar dat het ze aan niets mag ontbreken alleen op droog brood kan geen enkele atleet presteren, alleen op gerst kan geen enkele duif perfect door de rui komen. Gerst is prima voor de duiven maar dan wel als ze volledig door de rui zijn. Mijn duiven krijgen trouwens nooit gerst ze weten niet eens wat het is. Ik heb het nooit gegeven omdat een groot kampioen mij het ten sterkste afraadde. Daar heb ik me maar aan gehouden, anderen zweren erbij. Zo mag ik in het seizoen en eigenlijk ook in de wintermaanden graag snoepzaad voeren ik denk meer dan de gemiddelde liefhebber doet. Volgens mij zorgt snoepzaad voor extra brandstof en ook voor extra wilskracht, wel oppassen voor te zwaar worden. Dat was een paar dagen geleden het geval toen ik de kweekduivinnen bekeek. Het was al geruime tijd geleden dat ik ze in mijn handen had genomen, ik schrok er van ze waren niet te tillen zo zwaar. Dit komt mede omdat ze nooit buiten komen en de vliegduiven meer aandacht vragen. Het kweekseizoen is voorbij dus water, voer en schoonmaken en dat is het ik zou niet weten wat ik er meer aan moet doen. Ja, af en toe in de hand nemen en als je dat niet doet kan dat gevolgen hebben voor de rui want te zware duiven ruien slecht.

JONGE DUIVEN VIELEN TEGEN
Mijn jonge duiven hebben goed gepresteerd. Ze bleven prima in de veren omdat ik ze bijna tot einde juni heb verduisterd en misschien heb ik daardoor dit jaar helemaal geen last gehad van een e-coli uitbraak. Andere jaren verduisterde ik tot eind mei en ongeveer twee weken later hadden ze last van coli. Dat is voor mij, voor wie niet, iets om stapeldol van te worden. In de eerste plaats vind ik het heel naar voor de jonge duiven want ze zijn er doodziek van en in de tweede plaats vind ik het verschrikkelijk om dan het hok schoon te maken. Afschuwelijk die vieze groene olieachtige drab het is bijna niet van je schraper af te krijgen. Bij een gedegen aanpak van een coli besmetting kun je er binnen een week helemaal vanaf zijn. Tijdens de kuur heel weinig of bijna niets voeren want ze hebben er meer last van dan profijt. Zodra ze weer sneller en graag beginnen te eten zijn ze ook binnen een week weer in goede doen en dat kun je aan ze zien omdat ze weer langer en sneller rondom het hok gaan vliegen. Als ze ziek zijn kun je ze beter binnen houden. Nadelige gevolgen hebben de jonge duiven niet als ze de coli besmetting achter de rug hebben. Die van mij zijn nu zwaar in de rui, de meeste staan nog op zes oude pennen en ik ga er van uit dat die over drie maanden allemaal wel gewisseld zijn dus met nieuwjaar zitten ze allemaal weer in het zondagse pak. Vandaag heb ik de jongen allemaal in mijn handen genomen, ze vielen me niet mee. Eigenlijk had ik dat niet moeten doen omdat duiven in de rui nooit mooi aanvoelen, vaak wat slap, vleugels niet fraai omdat sommigen twee pennen tegelijk hebben gegooid en als die nog maar een klein stukje zijn ingegroeid gaat de volgende pen er alweer uit. Nee, ik was eigenlijk een beetje teleurgesteld in de jonge garde, een maand geleden was ik er nog zo trots op zo mooi zagen ze er toen nog uit. Verder gelukkig geen last van ziekte of zeerte.

OKTOBER IS DE MAAND VAN DE PARATYPHUS KUUR
Ik ga steeds meer twijfelen aan alles wat ik voor mijn duiven doe. Over een week krijgen ze allemaal een drieweekse paratyphus kuur, ze ruien er niet minder om dus kwaad kan het niet. Of die ziekte sluimerend aanwezig is weet ik niet. Als die er wel is kan zo een traditionele kuur niet verkeerd zijn maar wat voor zin heeft het als die ziekte totaal niet aanwezig is? Waarom een aspirientje innemen als je geen hoofdpijn hebt? Toch doe ik toch dit jaar de kuur weer omdat paratyphus een gemene sluipende ziekte is, het is een echte sluipmoordenaar die je beter kunt voorkomen want het kan je hele kweek en vliegseizoen verknallen.

ZILVEREN NPO SPELD VOOR BERT BRASPENNING
Het gebeurt niet zo vaak dat ik mijn column over mijzelf begin. Volkomen onverwacht werd ik voorbije zaterdag tijdens de prijsuitreiking van de Noord-Hollandse Gouden ringen race door NPO voorzitter Maurice van der Kruk onderscheiden met de ZILVEREN NPO SPELD de een na hoogste onderscheiding die de NPO kent. Doordat ik mij al 70 jaar op allerlei terreinen binnen de nationale en internationale duivensport heb ingezet vond ons nationale bestuur het een goede keuze om mij als 80 jarige met deze onderscheiding te waarderen, te eren en te bedanken. U zult begrijpen dat ik dit zeer waardeer.
HET IS ALSOF HET SNEEUWT IN DE HOKKEN
Het seizoen is in Nederland zo goed als ten einde en dat is maar goed ook. Ondanks dat er verschillende mogelijkheden zijn om de duiven zeker tot en met half september goed in de veren te houden is het voor duif en baas beter dat de periode van de grote rui kan beginnen, rust is momenteel het beste medicijn. Zodra de duiven gescheiden zitten vallen ze binnen enkele dagen helemaal kaal. Ik vind ze dan “mooi omdat ze er zo lelijk uitzien” wat een beetje kromme uitdrukking is maar u weet wat ik bedoel. Het is ruitijd en elke keer opnieuw sta ik er versteld van hoeveel veren er aan een duif zitten. Ik begin elke dag met de stofzuiger. Eerst de gang, dan de verschillende schuifdeuren op een kier zodat ik de meeste veren kan opzuigen voordat ze de gang in waaien. Een goede rui is erg belangrijk daar moet niets aan te pas komen om de rui te bevorderen, het moet vanzelf gaan. Sommige duiven hebben echt last van de rui we noemen ze rui ziek, er gebeurt ook nogal wat in zo een duivenlijf. Eerst een heel seizoen de wedstrijden soms samengaand met het groot brengen van een of twee jongen, dan opeens de rui, soms zo erg dat ze bijna niet in hun schapje kunnen vliegen en dan komen er allemaal weer nieuwe veren en veertjes te voorschijn. Wij liefhebbers moeten er beslist voor zorgen dat het de duiven aan niets ontbreekt. Een goede ruimengeling, vers grit, verse groente en twee maal in de week een bad is voldoende om de duiven zonder problemen door de rui te krijgen. Mochten zich enkele duiven melden die door deze simpele verzorging grote problemen met de rui krijgen neem dan van mij aan dat dit niet de duiven zijn waar we op zitten te wachten. Dus…..

JONGE DUIVEN WORDEN VOLWASSEN
Dat de jonge duiven volwassen worden is momenteel vooral te zien aan de zomerjongen. Op mijn hok zijn die verder gevorderd met de rui dan de vroege jongen die verduisterd zijn geweest. Ik heb ze dit jaar langer verduisterd dan voorgaande jaren. Meestal stopte ik daarmee in het eerste weekend van juni maar ben nu doorgegaan tot eind juni. Heb helemaal geen last gehad van coli uitbraak, of dat er iets mee te maken heeft? Ik heb er bijna niets tegen gedaan. Zodra we begonnen met de trainingsvluchten heb ik wel twee weekenden achter elkaar de coli kuur van Dr. van der Sluis in het drinkwater gedaan. Ik denk dat je ook een beetje geluk moet hebben. Er zijn liefhebbers die zeggen dat ze de laatste jaren totaal geen last hebben gehad door alleen een paar weken appelazijn in het water te doen. Sommigen beweren zelfs dat ze nooit last hebben en er ook niets tegen doen, het zal wel. Oh wee als de uitbraak in het seizoen plaats vindt dan is het zeker drie weken gedaan met de pret. Ondanks dat een coli uitbraak op termijn geen nadelige gevolgen heeft op de prestaties geldt ook hier dat voorkomen beter is dan genezen en daar zijn verschillende methoden voor. Nu de ruitijd is aangebroken is het beter dat de medicijnen in de kast blijven. Zonder hulp van de baas melden de zwakkelingen zich eerder en dat is gunstig bij de selectie. Omdat ik bij mijn jonge duiven geen gezondheidsproblemen heb gehad heb ik toch wat meer vertrouwen in de jonge garde en ondanks dat ben ik toch een derde kwijt. Daar zit er zelfs een bij die al een eerste en een tweede heeft gewonnen en na 5 vluchten op de eerste plaats stond voor het duif kampioenschap. Gelukkig had ik er nog een die wekelijks mooi op tijd aantikte en daardoor de eerste plaats van zijn hokgenoot heeft overgenomen. Met de twee zomerjongen heb ik niet gespeeld, waarom niet weet ik eigenlijk ook niet. Ze hebben niet in de mand gezeten en daarom heb ik ze maar laten lopen. Ze komen beide wel uit twee koppels die al enkele bruikbare duiven hebben gegeven en als je er niet mee speelt kun je ze ook niet kwijt raken. Straks begint de selectie en zit je weer met het dilemma “wat moet ik er mee?” Op dit moment steken die twee er met kop en schouders bovenuit, ze zijn bijna door de rui en volgroeid en zien er uit als goudhaantjes. Het kan best zijn dat ze niets in hun mars hebben, wel weet ik dat er in hun familie diverse exemplaren zitten die mij al heel veel plezier hebben bezorgd. Een mooi verhaal maar je hebt er niets aan. Daarom heb ik eigenlijk nimmer zomer of late jonge duiven, mijn mening is dat ze meer in de weg lopen dan dat ik er plezier aan beleef. Ze zijn ideaal voor herstarters of beginners, doch als je zelf een hok duiven bezit dat tot tevredenheid presteert zou mijn voorkeur zeker niet uit gaan naar late jongen ondanks dat je ze meestal uit goede koppels kunt aanschaffen. Je moet ook te lang wachten voordat je ze kunt koppelen en dat is niets voor mij. Komt ook omdat ik gezien mijn leeftijd niet zoveel tijd meer heb, ja wel dagelijks doch dan ligt het tempo veel lager dan voorheen. Duivensport, het is altijd wat en dat is ook het geval met oude mannetjes.

ONDERHOUD
Nu het seizoen voorbij is breekt de tijd aan om onderhoud te plegen. In de eerste plaats kunnen de manden ontsmet en gereinigd worden en verder zal er ook nog wel iets aan het hok te veranderen of te verbeteren zijn. U weet, een oplettende duivenmelker weet elk jaar wel iets aan zijn hok te verbeteren. Kijk ook eens op het plafond van uw hok, daar ligt vaak een hele lading stof en dat is niet bevorderlijk voor de conditie van uw duiven. Als er veel spinnenwebben in de nok hangen is dat een goed teken, het wil zeggen dat het met de verluchting in orde is. Daar waar het tocht zult u geen spinnenwebben aantreffen. Denk ook om uw buren, zorg er voor dat ze met plezier naar uw hok kijken, een lik verf doet wonderen. Denk ook om uw elektronisch kloksysteem. Er zijn liefhebbers die na het seizoen niet zo nauwkeurig meer zijn, sommigen laten de hele winter hun systeem en bedrading onder alle weersomstandigheden buiten, riskant haal het binnen. In de tijd dat we nog handmatig klokten waren er liefhebbers die de hele winter hun klok in het lokaal lieten staan. Pas in het voorjaar als de vluchten begonnen kwam die weer voor de dag. Ruim een half jaar stilstaan kan invloed hebben op het uurwerk en de inktlap droogt uit. Je kunt dan een hele winter goed voor je duiven zorgen en dan op de eerste de beste vlucht is alles voorbij. Ook met elektronica kun je niet voorzichtig genoeg zijn.

VOOR DAT JE HET WEET BEN JE WEER EEN JAAR OUDER
Hoe ouder je wordt hoe meer je moet terug denken aan vroeger. Nostalgie gaat er bij de oudere maar ook bij de jongere liefhebbers in als koek. Over vroeger is veel meer te vertellen, er gebeurde meer. Men was in voor een grap of er gebeurde wel iets dat het navertellen waard is. Zo kan ik me nog herinneren dat er een liefhebber bij mij uit de club met vakantie ging. Aan zijn zoon had hij onder andere uitgelegd dat er nadat de eerste duif geklokt was een “loze” afslag gemaakt moest worden. Geen probleem, totdat de vlucht daar was en de eerste duif arriveerde. Snel de gummiring van de poot en ja, wat moest er toen ook weer gebeuren. Gummiring in de klok en dan aan de sleutel draaien totdat er een volgend vakje voorkwam. Maar hoe zat het dan met die loze, de goede man bleef draaien tot er geen beweging in de klok meer was te krijgen. De volgende duiven konden onmogelijk geklokt worden en tot overmaat van ramp bleek de geklokte duif er eentje van de week daarvoor te zijn. De baas met vakantie, de duiven goed naar huis gekomen maar helaas was er geen beweging meer in de klok te krijgen. Zo ging ik eens op een zondagmorgen bij een liefhebber kijken, wij hadden op zaterdag gespeeld. Het was mooi weer, heerlijk om op duiven te wachten. We zaten misschien aan ons tweede of derde biertje toen er opeens een duif viel. De man liep als een razende de trap van het duivenhok op om de duif te klokken. Gelukkig was het makkelijk aan de gummiring te zien welke duif was thuisgekomen. Snel de gummi van de poot en naar buiten want daar stond de klok klaar op het bordes. Doordat de man verrast was door de onverwachte aankomst van de duif liet hij van de zenuwen de ring uit zijn handen vallen en die belandde onder het hok. Je zou zeggen dat is toch geen punt, even snel de ring pakken en alsnog klokken. Helaas was dat niet zo eenvoudig want de goede man was gewend om de gummiringen van de duiven die van vorige vluchten te laat thuis gekomen waren onder het hok te gooien. Het grote probleem was nu welke gummiring is het die hij net van de poot had gehaald. Hij dacht aan de kleur te zien dat hij de goede had gepakt. Na nogmaals kijken lag er nog een ring die er als nieuw uitzag dus die ook maar rap in de klok gedaan. Na nog eens goed te kijken zag hij steeds meer ringen die er als nieuw uit zagen. De ene na de andere ring werd in de klok gedaan. Hij ging net zo lang door totdat de klok vol zat. Naar andere thuiskomende duiven werd niet eens meer gekeken, de man was op van de zenuwen. Een gezellig biertje drinken was er niet meer bij. Daar zat ik dan in de volle zon met een leeg glas voor me. De man was aan het bellen naar zijn duivenvrienden om te vertellen wat er was voorgevallen. Hij bleek wel een hele vroege duif te hebben. Nu was de belangrijkste vraag, zit de goede gummiring wel of niet in de klok of ligt hij nog steeds tussen de vele andere ringen onder het hok. Toen het tijd was om met de klok naar het lokaal te gaan was inmiddels iedereen op de hoogte van het voorval en iedereen was natuurlijk razend benieuwd naar de afloop. Toen de klok, waarin 12 duiven geconstateerd konden worden, open ging hield iedereen de adem in. Het was spannend en iedereen leefde met de betreffende liefhebber mee. Het was doodstil in het lokaal en wat bleek? De elfde geklokte ring was de juiste. Applaus klonk maar helaas bleek door al het gedoe net te veel tijd verspeeld om de eerste prijs te winnen, hij kwam 4 of 5 seconden te kort. Een sportieve daad van de winnaar was dat hij de bloemen schonk aan deze man. Zo zijn er nog veel meer anekdotes waarvan ik er de komende wintermaanden nog wel enkele zal vertellen. Afgelopen zaterdag de laatste race en dan is het seizoen voorbij. Voor sommigen te snel, anderen kijken er al weken naar uit.

OOK HET WIELERSEIZOEN IS BIJA VOORBIJ
Duiven en wielersport hebben een groot deel van mijn leven in beslag genomen. Heel veel plezier heb ik daar aan beleefd en nog. Enorm genoten van de drie grote etappe koersen als de Giro (Ronde van ItaliŽ) die gewonnen werd door de Nederlander Tom Dumoulin. Daarna de Tour de France met een sublieme winnaar Chris Froome. Niet zoveel later heeft hij iedereen verbaasd doen staan door ook de Vuelta (Ronde van Spanje) op zijn naam te schrijven. Reeds in de derde etappe kreeg hij de rode leiderstrui om zijn ranke schouders en stond die niet meer af. Hij was, mede door zijn oersterke ploeg, onverslaanbaar. Chris is geen mooie renner hij is ook een beetje te veel een meerijder. Toch heeft hij twee etappes gewonnen, hij pakte de leiderstrui en ook de groene van het sprint klassement. Wat wil een topsporter nog meer? Gaat hij het komende weekend ook nog de regenboogtrui pakken? Kan bijna niet na twee loodzware etappe wedstrijden houdt het een keer op. Voordeel voor Froome is dat hij er niet meer dan 50-60 wedstrijddagen op heeft zitten terwijl heel veel andere kanshebbers voor de titel al vanaf het vroege voorjaar bezig zijn. Maar als Chris ergens zijn zinnen op gezet heeft kun je terdege rekening met hem houden ook al heet je Sagan, van Avermaat of Trentin ook al is het een overwegend vlakke koers wat zeker niet in het voordeel is voor Froome. Als hij en zijn trouwe helpers meedoen is hij een van de grote kanshebbers. Waar ik ook enorm van kan genieten zijn de doldwaze uitslagen die door sommige liefhebbers behaald worden. Er zijn momenteel van die gasten die zo laat in het seizoen toch nog topvorm op hun hok hebben. Vader en zoon Verkerk zijn een paar van die toppers Verleden week speelde ze van 1 tot 33 tegen meer dan 2.000 duiven en hadden tevens de snelste 33 duiven van de gehele lossing en dat waren er ruim 10.000. Die 33 duiven zaten in tijd van 29 seconden in de klok. Ze hadden er meer dan 300 mee. In de meeste clubs gaat nog niet eens de helft van dat aantal duiven meer mee. Denkelijk is het goed dat het seizoen voorbij is omdat de weersomstandigheden aangeven dat het bijna herfst is. De temperatuur gaat omlaag, het regent veel en er staat ook elke dag een harde wind. Tijd om de duiven met de rui te laten beginnen. Ze moeten op tijd klaar zijn want het is zo eind november en dan starten sommige alweer met de winterkweek zodat tijdens de kerstdagen de eerste jongen in het nest liggen en een week later staan we elkaar alweer gelukkig nieuwjaar te wensen. We worden wel weer een jaartje ouder en daar hoef je op onze leeftijd niet zo blij meer mee te zijn. Maar als we gezond blijven is er voor elke leeftijd nog wel iets leuks te beleven.

EINDE IN ZICHT
De laatste snelheidsvluchten kondigen het einde van het seizoen 2017 aan. Aan het aantal deelnemende duiven zou je zeggen dat het seizoen nog in volle gang is. Eigenlijk is dat ook zo want er wordt nog fel gestreden om de diverse titels en die zijn pas definitief als de laatste vlucht is gespeeld. Ondanks dat er het hele seizoen is geklaagd over de slechte weersomstandigheden is dat niet te merken aan het aantal duiven dat de laatste weken wordt ingezet. Vele duizenden duiven doorklieven wekelijks het Hollandse luchtruim op weg naar huis op weg naar roem en eer voor de baas. Misschien komt het ook omdat veel liefhebbers pas op de laatste vijf vluchten van het seizoen hun jonge duiven inzetten. De reden daarvan is dat er dan minder jonge duiven achterblijven. Dit kan waar zijn maar een gedegen opleiding in hun geboortejaar is een voordeel voor onze jonge duiven die het volgend jaar als jaarling moeten opnemen tegen de geroutineerde oudere duiven die al minimaal twee keer door de jaarlijkse selectie zijn gekomen. Vijf vluchten van maximaal 250 km is volgens mij voor jonge duiven onvoldoende. Het gaat niet direct om de behaalde prestaties er zijn voorbeelden genoeg dat die niet van doorslaggevende aard zijn. Waar het om gaat is dat de duiven diverse keren hun uiterste best hebben moeten doen om thuis te komen. Juist in die periode kan het vanwege de hoge temperaturen loodzwaar zijn voor de jonge duiven en ik ga er vanuit dat ze daar meer van leren dan van een kort vluchtje met wind van achter.

DE VRAAG BLIJFT OF HET WEL ECHT NODIG IS
Ik was nog maar een jong ventje toen ik al bij bekende Belgische melkers kwam en in die tijd was het heel normaal dat de jonge doffers in hun geboortejaar helemaal niet aan wedstrijden meededen. Die werden pas als jaarling gespeeld, de jonge duivinnen moesten er wel aan geloven. Die gingen week in week uit mee zelfs tot en met Chateauroux, voor mij 665 km maar voor de Belgen zeker 150 km korter. Het was in de tijd dat bijna niet een duivenhouder een auto had, dus het zelf weg brengen gebeurde per fiets en daarop kun je echt niet zoveel duiven mee nemen. Het was wel gezellig, soms gingen we met een hele groep op pad naar Amsterdam en daar zochten we in de nabijheid van een gezellig bruin cafť een goede lossingplaats op. Vanaf het terras werden de jonge duiven dan een voor een losgelaten. Het was ook in de tijd dat alle duivenliefhebbers elke dag naar hun werk gingen en dan was er weinig gelegenheid om de duiven nog een flink eindje weg te brengen. Toch ging het allemaal goed, er werden sporadisch duiven verspeeld. Men had er nooit zo erg veel en mogelijk was de selectie strenger. Er werd om geld gespeeld, ook al waren het maar kleine bedragen, er werd wel om geld gespeeld en dan moest je duiven hebben waar je van op aan kon. Kostgangers werden niet gehouden, ze moesten hun plek verdienen. Men was dus veel meer met de duiven bezig, men kende de duiven veel beter dan nu. In dit elektronische tijdperk zijn er maar weinig liefhebbers die bij thuiskomst van de duiven kunnen zien welke het is voordat hij of zij op de klep zit. Het contact met de duiven is ook minder. In de tijd van de gummiringen had je dagelijks wel enkele duiven in de hand. Nu weet je niet eens welke er thuis zijn en als je van het lokaal terug komt kunnen de meeste ook niet zien welke pas later zijn thuisgekomen. Dat was in de tijd van de gummiringen gemakkelijker. Ach toen ging het zoals we gewend waren en nu is het eigenlijk nog steeds het zelfde ondanks dat de duivensport wel degelijk met de tijd is meegegaan. Degene die een strenge selectie toepassen zullen het langst aan de top blijven meespelen.

OP HETERDAAD BETRAPT
Dat gebeurde in Nederland in het weekend van 13 augustus. Zeker in zijn omgeving was het veel liefhebbers opgevallen dat de man de laatste twee jaar zeer sterk en opvallend was gaan spelen. U weet hoe het in de duivenwereld gaat, argwaan was er en op een zekere dag gebeurde het. Al diverse keren was er iemand op de uitkijk gaan staan om te controleren of de thuiskomende duiven op de tijd thuis kwamen als de klok aan gaf. Dat was meestal niet het geval maar dan heb je nog geen bewijs. Ook viel het de liefhebbers op dat de “goede” man, hij was voorzitter van de club, steeds zijn getekende duiven vroeg wist te klokken. Kenners zeiden dat dit onmogelijk was. Het kon zo niet langer, er moest iets aan gedaan worden. In het betreffende weekend werd de man zijn beste duif op de lossingplaats uit de mand gehaald. Ondanks dat bleek de duif toch zeer vroeg geregistreerd te zijn. De man werd ontboden in het clublokaal en in het bijzijn van andere bestuurders werd de duif aan de eigenaar getoond. Er was geen ontkomen aan, de man bekende direct. Het vervelende is dat dan de meest wilde verhalen verteld gaan worden. In ieder geval is het zo dat er zeer grote twijfels zijn aan het aantal keren dat er door hem gefraudeerd is. Een dief wordt meestal niet de eerste keer al betrapt. Vorig jaar had hij in Nederland over het hele seizoen al de beste hokprestatie neergezet en had tevens de beste jonge duif van ons land die voor veel geld is verkocht. Deze soap is nog lang niet ten einde. De NPO heeft dit afschuwelijke voorval in handen gegeven van de strafcommissie. Alles wordt tot op de draad uitgezocht en pas dan zal de strafmaat worden uitgesproken. De man heeft wel direct al zijn bestuursfuncties neergelegd en hoe nu verder? Ik hoorde al iemand zeggen: “Dit is iets om spontaan zelfmoord te plegen”.

NOOIT EERDER MEEGEMAAKT
Dat is nogal een uitspraak als je 70 jaar duiven hebt, toch is het zo. Laatst heb ik al geschreven dat ik voor een van mijn vliegduivinnen een doffer uit het kweekhok had gehaald. Een doffer die bij mij heeft gevlogen en drie maal een eerste prijs wist te winnen, daarom was hij ook naar het kweekhok verhuisd. Toen de doffer bij mijn vliegduiven zat heb ik hem ook weer losgelaten en op een gegeven moment was hij weg en is nog steeds niet terug. Nu komt het. De duivin heeft zich een plek verovert bij een ander koppel. Er lagen op zeker moment 4 eitjes in de schotel en de duivinnen zitten vanaf het begin gezamenlijk te broeden, de doffer overdag en aan het einde van de middag tot halverwege de volgende morgen broeden de duivinnen samen. Inmiddels ligt er een jong, van wie weet ik niet en de andere drie eieren heb ik tijdig weggegooid en daarvoor in de plaats heb ik nog twee in plaats van drie stenen eitjes neergelegd. Het komende weekend gaan ze alle drie mee op de vlucht waardoor het jong tijdelijk door een ander koppel verzorgd zal worden. De twee duivinnen doen helemaal niet lelijk tegen elkaar en schijnen dit triootje wel aangenaam te vinden. Nu ben ik wel benieuwd naar wat ze op de laatste vluchten nog voor de baas gaan presteren. Wel leuk vindt u niet?

WAT IS WIJSHEID
Het seizoen loopt naar het einde, het zit er bijna op. Ik was altijd een melker die nog graag een aantal weken wilde door spelen, kon er geen genoeg van krijgen. Vooral niet als de duiven prima bleven presteren en dat was gelukkig veelal het geval. Met name de duivinnen die een heel jaar in de ren verbleven wisten niet van ophouden het was een genot die duiven te zien komen. Werkelijk als stenen, de vleugels stijf tegen het lijf en pas op het allerlaatste moment ging de rem er op. Ik vloog toen het klassieke weduwschap alleen met doffers dus. Eigenlijk vind ik dat nog steeds het mooiste. Ik had toen 16 doffers en menigmaal speelde ze alle 16 prijs. Je was gauw klaar met schoonmaken en had voldoende tijd om de duiven te observeren. Er ging ook niet zo veel tijd zitten in het loslaten van de duiven. De doffers gingen er van maandag tot en met donderdag twee keer per dag uit. Vrijdag niet, dat was een verplichte rustdag. Zaterdag kwamen er ook geen duiven los omdat het de dag van de wedvlucht(en) was. Zondag wederom een verplichte rustdag ook om de buren die gezellig in de tuin zaten geen overlast te bezorgen. Op maandag ging alles weer precies op tijd en dat hield ik vol tot en met donderdag. Soms wilde ik ze op vrijdagmorgen ook nog wel eens loslaten meestal omdat ik nog niet overtuigd was van de optimale conditie. Elke dinsdag krijgen ze vers groenvoer, meestal fijne soepgroenten uit de supermarkt, op woensdag mogen ze in bad en elke dag krijgen al de duiven wel iets extra’s als enkele pinda’s, een snuifje hennepzaad, mineralenmix, een theelepeltje snoepzaad. Twee dagen conditiemix in het drinkwater, alle dagen iets en dat weten ze want zodra de voerbak leeg is blijven ze allemaal op de vloer staan omdat ze weten dat de baas nog wel iets extra’s verstrekt en daar ga ik dan op mijn gemak bij zitten kijken, kijken en nog eens kijken. Af en toe pak ik eens een duif in mijn handen om even het gewicht te testen.

DUIVINNEN KWAMEN MAAR TWEE KEER IN DE WEEK LOS
Ik heb er altijd voor gezorgd dat mijn duivinnen goed gehuisvest waren. Bij andere liefhebbers zag ik dat ze in kleine, vaak donkere en vochtige hokjes zaten soms gemaakt onder het duivenhok, ze kwamen nooit los en het hok werd nimmer schoon gemaakt. Dat zijn zaken waar ik echt niet tegen kan. Ik hield van hygiŽne en daar houd ik nog van. In een schoon hok zien je duiven er altijd veel mooier uit, dat is toch genieten? Mijn duivinnen zaten altijd in een royaal hok met een ren. De enige keren dat ze er uit mochten was op donderdag of vrijdag vlak voordat ze getoond werden. Ik sloot ze dan een uur buiten en je moest eens zien hoe snel ze binnen gingen. De andere keer dat ze een uur mochten vliegen was op zaterdag ruim voordat de doffers van de vlucht thuis kwamen. Helaas ging dat wel eens een enkele keer verkeerd. Dan ging ik naar buiten om de duivinnen binnen te roepen en viel het me op dat er wel erg veel duiven rond vlogen. Ik had me verkeken op de snelheid zodat de doffers eerder thuis waren dan ik had uitgerekend. Ja dat was pech en dan vielen er wel een paar lelijke woorden. Toch ben ik nooit van dat systeem afgeweken totdat ik over ging op het totale weduwschap. Met de duivinnen die een groot deel van het seizoen geen nest hadden gehad en ook maar twee keer in de week een uurtje los mochten behaalde ik uitmuntende prestaties tijdens de navluchten, geweldig zo die dametjes naar huis kwamen. Zo heeft elk spelsysteem zijn leuke en minder leuke kanten. Het leuke van duivinnen op weduwschap is de manier waarop ze trainen. Ze moeten dan wel in de juiste conditie verkeren, het is dan volop genieten het is alsof ze achterna worden gezeten. Ze vliegen dan met grote snelheid heel dicht bij elkaar. Nooit langer dan een uur daar zorgde ik zelf voor. Bij anderen vlogen ze wel twee uur en soms nog langer, dat kon bij mij niet. Na een uur trainen was het etenstijd en wie niet op tijd aan tafel was kreeg niets. Dat hadden de dames en ook mijn andere duiven heel snel door. Duiven verzorgen op vaste tijden noemen ze conditioneren. Duiven raken op die vaste tijden ingesteld, het worden een soort robots omdat alles elke dag opnieuw op exact dezelfde tijden gebeurde. Met het vorderen der jaren komen die vaste tijden wel eens in het gedrang wat zeker bijdraagt tot wat mindere prestaties. Ik weet dat het niet aan mijn duiven ligt maar aan de baas. Ik lig daar niet wakker van, althans nu niet meer. De tijd dat ik van vrijdag op zaterdag niet kon slapen is al geruime tijd voorbij. Toen ik nog zo een hele felle rakker was bleef ik op vrijdagavond het liefst zo lang mogelijk in het lokaal lekker over duiven praten of een kaartje leggen met een biertje er bij. Als je dan in de kleine uurtjes naar huis ging hoefde je ook niet zo lang in bed te liggen voordat de duiven kwamen. Mijn klok nam ik vaak mee naar de slaapkamer zodat er niets mee kon gebeuren. Menigmaal maakte mijn vrouw me wakker met het verzoek om die tijdbom op de overloop te zetten. Het is nu enorm veranderd, geen gedoe meer met gummi ringen, we leven in het elektronische tijdperk. Als de klokken zijn leeg gehaald zijn krijg je meteen de uitslag mee naar huis. Die zelfde avond kun je op de computer zien hoe er in heel Nederland is gespeeld, alles staat er op. Vroeger moest je een hele week wachten op de uitslag. Alles is veel professioneler geworden maar of al die veranderingen in de ogen van de liefhebbers gezien worden als verbetering? Ik moet u daarop het antwoord schuldig blijven. Het kan niet alleen door de vergrijzing komen dat we zoveel liefhebbers verliezen.

DE NATOUR
Dat waren altijd “mijn” vluchten. Die mocht ik zo graag spelen, ik deed er ook alles voor en dat werd meestal beloond. Ik ben zelf helaas niet meer in goede doen maar van de laatste vijf vluchten van het seizoen kan ik nog steeds enorm genieten. Het is niet echt top, maar ik doe mee en geef me niet zo maar gewonnen. Nog drie weken spel en dan is het voorbij. Het zal een lastige en ook belangrijke winter voor me worden. Ik kom nu net bij de duiven vandaan, heb de oude verzorgd en de jonge trainen nu van 6 tot 7 uur, gewoon heerlijk om weer even bij de duiven te zijn geweest. Wel met een mondkapje voor, ik ben bang voor het stof omdat ik nu al enkele keren een longontsteking heb gehad en van de laatste ben ik nog steeds niet helemaal genezen. Nee, het gaat nog niet zoals het moet. Morgen heb ik weer een afspraak met de longarts. Marco maakt dagelijks de hokken schoon en de vliegduiven, zowel de oude als de jonge verzorg ik, de rest is voor hem en dan moet hij ook nog bij hem thuis aan de gang. Over de resultaten mogen we tevreden zijn. Oude en jongen komen goed we zijn nog volop in de race. Nu nog van die vreselijke hoestbuien af zien te komen zodat het leven voor mij, Cora en de rest van de familie er weer wat zonniger uit gaat zien.

ALS DAT MAAR GOED GAAT
Jarenlang had Nederland het grootste nationale concours voor jonge duiven vanuit de bekende Franse lossingsplaats Orleans voor het midden van ons land ongeveer 525 km. Een concours waar heel Nederland naar toe leefde en ooit een deelname had van 160.000 duiven, groot of klein iedereen deed mee. In de beginjaren toen nog niemand van verduisteren had gehoord gingen duiven mee die zwaar in de rui zaten. Men wist niet beter en ook toen werden er prachtige uitslagen gemaakt. Nu gaat alles veel professioneler waardoor de jonge duiven deze vlucht gemakkelijk aan kunnen. Beterweters dachten daar anders over en hebben het voor elkaar gekregen dat de vlucht verboden werd omdat de afstand te lang zou zijn. Ook hier geldt dat theorie en praktijk niet geheel met elkaar overeenstemmen. Veel is er al over te doen geweest en veel is er al over geschreven. Liefhebbers hebben op hun knieŽn gelegen om de vlucht weer in ere te herstellen maar het is niet gelukt. Daarnaast hebben we in Nederland in de loop der jaren er een politieke partij bij gekregen de partij voor dieren. Op zich een prima zaak want er gebeuren dingen met dieren die echt niet door de beugel kunnen. Helaas weten veel mensen nog steeds niets van postduiven, ook onze politici niet en dat ligt aan ons zelf. Onze vroegere bestuurders hebben verzuimd meer bekendheid aan de duivensport te geven. Men moest eens weten hoe zorgvuldig er gekweekt wordt met als doel rasverbetering van postduiven. Men houdt het niet voor mogelijk dat jonge duiven van slechts 6 maanden oud met het grootste gemak een race van ruim 500 km kunnen volbrengen. Als je zoiets aan een leek verteld is die volkomen verrast en kan het bijna niet geloven. Wij duivenliefhebbers weten wel beter, maar naar onze kunde wordt niet gevraagd. Voor Nationaal Orleans zijn wel vervangende concoursen in het leven geroepen doch dat kun je geen nationale race noemen. Er wordt nu gespeeld van vier of vijf lossingplaatsen. Op zich aardig bedacht, helaas speekt het de liefhebbers niet aan waardoor de deelname tot een dieptepunt is teruggelopen. Op zaterdag 26 augustus is het weer zo ver. Wat het gaat worden, ik durf geen voorspelling te doen over de deelname. Het zal niet in verhouding staan tot vroeger jaren. Er is voor dit enige nationale concours voor jonge duiven zo goed als geen publiciteit gemaakt. Het leeft niet en de organisatie doet geen moeite om de duivensport voor alle Nederlanders weer eens in de spotlights te zetten en zo zakken we steeds verder het moeras in. In de landelijke nieuwsbladen had toch een groot artikel moeten staan over dit nationale postduiven evenement. Toch hoop en wens ik dat het voor de deelnemers een aantrekkelijke wedstrijd gaat worden met goede winnaars. Een volgende keer geef ik daar een uitgebreide informatie over.

TWEE WEKEN THUIS UIT HET ZIEKENHUIS
Het zit me dit jaar wat de gezondheid betreft behoorlijk tegen. Voor de derde keer in anderhalf jaar tijd longontsteking en dat op mijn leeftijd is niet iets waarvan je blij wordt. Nog steeds voel ik me niet zoals het moet zijn. Veel hoesten, gauw moe en futloos. Gelukkig gaat het met dat laatste iedere dag wat beter. Als de baas niet 100% is vind dat zijn weerslag op de prestaties van de duiven. De verzorging is niet zoals het moet en als je niet lekker in je vel zit vind je het al gauw goed. Zo gaat dat, je kunt wel eens een dag goede verzorging overslaan maar als dat week in week uit zo gaat heeft het eigenlijk geen zin om mee te doen. Toen ik in het ziekenhuis lag hebben mijn zoons geweldig geholpen. Het is echter vakantietijd en de mannen die een heel jaar werken willen ook wel eens met hun gezin op vakantie. Ze hebben gelijk, dus dan de duiven maar een mindere verzorging. Momenteel ga ik zelf weer naar de duiven en verzorg de oude en de jonge duiven. Dat zijn twee hokken met in ieder hok een twintigtal duiven die ik van water en voer voorzie en ze ook loslaat, schoonmaken wordt door Marco gedaan en als Michel terug is gaat die ook weer meehelpen. De vluchten voor jonge duiven zijn bijna voorbij. Ik zet er twee op de nationale vlucht en de anderen speel ik door op de vier laatste snelheidsvluchten. De jonge duiven hebben het verdienstelijk gedaan en sleepte voor mij het kampioenschap in de wacht. Pech is er ook. Toen ik de oude duiven ging koppelen voor de natour kwam ik een doffer te kort. Ik pakte daarom een kweker die al drie jaar heeft gevlogen en ook drie maal een eerste prijs won om de duivin te kunnen spelen. Een prachtige doffer die op een dag zo maar weg was en nu nog niet terug is. Na twee weken heb ik de moed opgegeven. Een andere tegenvaller had ik op de eerste natour. Een jonge doffer die de eerste vlucht voor jonge duiven de eerste prijs won en de tweede vlucht een tweede kwam van de eerste natour race niet terug en is nu na vier dagen nog niet terug. Die kon wel eens gesneuveld zijn op het veld van eer. Zulke beloftevolle duiven kun je eigenlijk niet missen en het was nog een mooie in de hand ook. Wat dat aangaat moet je als duivenhouder wel een behoorlijk incasseringsvermogen hebben. Verder mogen Marco en ik niet ontevreden zijn. Het kampioenschap sprint, halve fond en jonge duiven is voor ons en hopelijk slaan we op de natour ook weer toe. Ons seizoen is dan meer dan geslaagd en kunnen we verder gaan werken aan een zeer nauwe samenwerking. Door mijn herhaalde longontsteking ben ik toch een beetje bang geworden voor het duivenstof. Ik denk dat iedereen wel weet hoe de longarts over duiven denkt. Die zou het liefste zien dat mensen met longproblemen hun duiven onmiddellijk weg deden. Zoiets valt niet mee, zeker niet als je al 70 jaar duiven hebt. Hoe het precies gaat worden is nog steeds niet bekend. Gaat Marco alleen door en misschien ik ook, maar dan wel met een minimum aantal duiven. We hebben ook al gesproken over alleen met jonge duiven vliegen. Dat lijkt een goed besluit maar als je dat doet heb je toch vanaf eind januari duiven dus dan kun je net zo goed ook met een paar oude duiven spelen. Alles weg doen is ook een optie, doch dat is wel erg resoluut. Half september heb ik weer een gesprek met de longarts, nu voel ik me nog niet goed, misschien dan wel. Van dat gesprek zal afhangen wat er verder met mijn duiven hobby gaat gebeuren. Als de duiven weg moeten zou het mooi zijn dat ze naar 1 liefhebber gaan zodat die direct met de beste mee kan spelen. Marco en ook diverse anderen hebben al diverse jaren bewezen dat zij met de Braspenningen voor niemand opzij hoeven te gaan, over de hele wereld spelen de “Brassen” een toonaangevende rol. Nog 4 weken en dan is het seizoen voorbij. De tijd vliegt, zeker als je ouder wordt.

TIJDENS DE NATOER WORDEN MINDER JONGE DUIVEN VERSPEELD…….
Hoe vaker dat gezegd wordt des te meer men er in gaat geloven, of het wel of niet waar is laat ik in het midden. Misschien is de reden dat er veel minder jonge duiven meegaan. Het spelen van jonge duiven op de natoer kan een voordeel hebben. Tijdens deze races wordt steeds meer met oude duiven doorgespeeld. Ooit is de natoer in het leven geroepen om de zomerjongen een leerschool door te laten maken totdat men vond dat er ook om een kampioenschap gestreden moest worden. Het zou spannender worden en het zou de deelname vergroten. Men ging steeds verder. Ook de oude duiven moesten gelegenheid krijgen om aan het eind van het seizoen nog aan een aantal wedvluchten mee te kunnen doen. Vooral de weduw duivinnen waren op die vluchten in hun element. Na bijna een jaar lang geen nestje gehad te hebben waren de dames extra gemotiveerd om tijdens de laatste vijf sprintvluchten hun kunsten te vertonen. Dat ging vaak voortreffelijk. Na maanden weer eens eitjes in de schotel deed de duivinnen naar hun nest verlangen en wat te denken als er kleine jongen lagen. Als ze aan het ruien waren zou die zeker stoppen met jongen in het nest. Het ging er vooral om op tijdens de laatste vluchten de duiven nog goed in de veren te hebben. Degene die dat voor mekaar hadden maakte de mooiste uitslagen. Ook de doffers waren vooral de laatste twee vluchten in hun element. Zo gebeurt dat tegenwoordig op vele hokken nog steeds. De tendens gaat de laatste jaren echter vooral naar het weduwschap spel. De duiven worden nog een keertje gekoppeld, dan enkele dagen broeden en daarna zit de hele meute weer op weduwschap. Door het bijlichten vanaf half juli wordt de pennenrui vertraagd zodat verduisterde jongen en bijgelichte oude duiven vrij gemakkelijk tot half september in de veren gehouden kunnen worden. Hoe completer het verenpak des te groter zijn de mogelijkheden om op het eind van het seizoen nog een aantal mooie prestaties uit de hoge hoed te toveren. Vooral tijdens die laatste vijf of zes vluchten wil een midweeks trainingsvluchtje nog wel eens helpen de drang en de gang er in te houden. Voor de jonge onervaren duiven kan het nog wel eens helpen dat zij gelijk met de oude ervaren duiven gelost worden waardoor ze mogelijk, zeker de eerste kilometers, op sleeptouw worden genomen. Na een of twee vluchten zien we dat de oude duiven de grootste moeite hebben om de ingevlogen jonge duiven voor te blijven. De jonge duiven die niet aan het jonge duiven programma hebben meegedaan hebben het tijdens deze vijf snelheidsvluchten net zo moeilijk als hun leeftijdgenoten tijdens het jonge duiven programma. Er zijn voorbeelden te over dat de natoer races probleemloos verliepen maar er zijn ook voorbeelden van het massaal wegblijven van jonge duiven op de eerste maar ook op de laatste vluchten. Daarbij ook jonge duiven die diverse malen door de baas waren weggebracht. Vandaar dat ik grote vraagtekens zet bij het veelvuldig wegbrengen van jonge duiven. Het gaat zo maar 6 keer goed en de zevende keer gaat het totaal mis. Alle moeite voor niets gedaan??!!

MOOI WEER ZEGT NIET ALLES
Tijdens de maanden augustus en september kan het nog prachtig mooi zomerweer zijn soms zelfs erg heet. Heerlijk om in je luie stoel in de tuin te vertoeven en zalig om op de duiven te wachten. Mooi weer wil echter niet zeggen dat het goed vliegweer is. Het is vaak weer dat je in de stad niet merkt hoe slecht het zicht is. Zelf woon ik in de polder en als ik dan over de weilanden kijk is het in deze periode nooit echt helder. In het voorjaar is het met dat zelfde weer kraakhelder dat er word gezegd “het is zo helder dat je over de hele wereld heen kan kijken”. In het vroege voorjaar hebben we bijna nooit te maken met de droge oosten wind, in de zomermaanden wel en juist daar hebben onze jonge duiven erg veel last van. Ik zal nooit met de jonge duiven op stap gaan bij een staalblauwe lucht en oost of zuidoosten wind. Dat is dodelijk voor onervaren duiven en races onder dezelfde omstandigheden voor ervaren duiven geven altijd een vreemd verloop te zien. Ondanks de hoge snelheden van de eerste duiven staat zo een vlucht langer open dan races waarvan de snelste duiven geen hoge snelheden behalen. Met oost en zuidoosten wind missen vaak de beste duiven hun vroege prijs. Duivensport is elke week voor een groot deel afhankelijk van de weersomstandigheden plus een dosis geluk en als je geen kwaliteit onder de pannen hebt of je hebt het niet in de vingers om op de juiste manier met duiven om te gaan wordt het nooit wat. Zit je in die hoek, kijk eerst naar je zelf en vraag je af of je alles wat je aan je duiven hebt gedaan ook de juiste manier van verzorgen is. Houdt verder je ogen en oren wijd open, van het gezwam aan de bar leer je niets, wel als je in het lokaal plaats neemt aan een tafeltje waar twee of meer goede spelers met elkaar zitten te praten. De winterkampioenen zitten bijna altijd aan de bar en de mannen die in het wedstrijdseizoen de dienst uit maken zitten daar meestal niet.

EINDE SEIZOEN
Als de navluchten (natoer) beginnen is het seizoen zo goed als voorbij. Nog slechts 5 weken spel en 2017 zit er voor de duiven op. Een rustperiode voor baas en duiven breekt aan. Misschien nog even op vakantie, voor de duiven breekt de grote rui aan en daarbij ook de selectie. De duiven die niet voldaan hebben zullen bij de meeste liefhebbers wel genoteerd staan. Daarnaast zullen op veel hokken nog wel te veel duiven zitten ondanks de verliezen. Misschien dat de aanvulling van jonge duiven hier en daar wat problemen gaat geven. Helaas zijn er dit jaar toch weer te veel jonge duiven achter gebleven. Van de afdelingen die pas twee weken terug met het jonge duiven spel zijn begonnen zijn nog geen gegevens bekend. Misschien valt het daar mee, of we daardoor kunnen stellen dat door later te beginnen de verliezen minder zijn is niet te meten. Het is zelfs zo dat in een klein land als Nederland de weersomstandigheden niet altijd gelijk zijn. Het komt voor dat in het Oosten van het land de concoursen prima verlopen terwijl het in het westen erg moeizaam ging. Het omgekeerde is uiteraard ook mogelijk. Wat erg belangrijk is dat we ondanks alle perikelen die er waren toch met een goed gevoel terug kunnen kijken naar het voorbije seizoen zodat iedereen voldoende motivatie bezit om door te gaan. Ondanks dat de duivensport soms van teleurstellingen aan elkaar hangt is en blijft het toch een fijne hobby!

TOPSPORT
Het is niet alleen hoogseizoen binnen de duivensport, wat te denken van het WK atletiek in Londen. Ik volg dat met grote interesse en terwijl ik naar al die prachtige onderdelen van de atletiek kijk dwalen af en toe mijn gedachten af naar de duivensport. Ik zoek vergelijkingen, ik kijk goed naar de atleten als ze vlak voor de start aan het publiek worden voorgesteld. Vooral bij de dames veel leuke types maar ik let als voormalig postduiven keurmeester uiteraard op de lichaamsbouw. Tijdens dat voorstellen doe ik het geluid van de tv uit en probeer dan voor me zelf te bepalen wie hoge ogen gaat gooien. Al gauw kom je er achter dat het bij de looponderdelen zeker niet altijd de mooiste zijn die bij de eerste drie eindigen. Alle deelnemers aan dit WK zijn atleten maar wat een enorme verschillen. De kleine gespierde sprintsters of de dames die aan kogelstoten of kogelslingeren doen en kijk eens naar de lengte van de benen bij de verspringers. Bij de langere loopnummers zie je een grotere verscheidenheid aan atleten. Ze kunnen allemaal hardlopen en toch zijn er steeds enkele die daar weer met kop en schouders bovenuit steken. Zo is het ook bij onze duiven. Ze kunnen allemaal vliegen en ook allemaal hard vliegen wat ze hebben bewezen anders zouden ze niet door de selectie zijn gekomen en dat heeft niets met de omvang van de duif te maken. Ik heb genoeg duiven in mijn handen gehad die top prestaties hebben geleverd, meestal waren het verschillende types. Duivinnen met een kort borstbeen en een korte vleugel die zomaar vier keer per jaar een eerste speelde. Weliswaar in de club maar dat was in de tijd dat we nog over verenigingen konden spreken. In mijn ogen bestaan er nu bijna geen verenigingen meer. Minder dan 12 inkorvers kun je in mijn ogen geen vereniging meer noemen. Wat dat betreft is de neerwaartse spiraal bijna niet meer te stoppen. Als we tijdens de dagelijkse training de duiven volgen is het alsof ze allemaal even hard en kunnen vliegen maar op de vluchten wordt het tegendeel bewezen. Het heeft dus meer te maken met oriŽntering, uithoudingsvermogen, souplesse, karakter en niet te vergeten de conditie. De bouw waar we allemaal naar kijken, de pluimen, de ogen, de stuitbeentjes het hoort er allemaal bij maar of dat de belangrijkste eigenschappen zijn voor een goede sportduif? Daar komt absoluut meer voor kijken. In de tijd van het geldspel hoorde je vaak de opmerking “de duif zag er zo geweldig uit dat ik er mijn hele maandsalaris op durf te zetten”. Maar goed dat dit niet gebeurde anders zou er al veel geld vergokt zijn. Alles bij elkaar geeft het aan hoe onberekenbaar de duivensport is. Gelukkig zijn er ook “vaste” duiven die meerdere keren per jaar vroeg aantikken dat zijn de witte raven binnen onze hobby. Kijk naar de beste prestaties van de Nederlandse topduiven. Ook die zijn niet alle weken heel vroeg thuis en wij met z’n allen maar praten over “eerste prijswinnaars” moet je hebben. Te veel familieteelt is ook niet direct aan te raden, met kruisen zou je betere kweken. We moesten eens weten hoeveel topduiven er zijn die uit familieteelt voortkomen of zelfs zwaar inteelt zijn. Het zijn de discussies die de duivensport en ook andere sporten levendig houden er is echter geen enkel boekje waarin je kunt lezen hoe je binnen enkele jaren aan de top meespeelt. Je moet het in de vingers hebben, je moet een goede opmerkingsgave hebben en je moet je zeker niet verdiepen in het gebruik van medicijnen. Kijk eens hoeveel duivenvrienden op een simpel hok met een simpele verzorging toch wekelijks goed meedoen. Met een klein aantal duiven op de kooi kun je het niet tegen de grote inkorvers opnemen. Degene die de kampioenschappen pakken zijn altijd liefhebbers die wekelijks met een flink aantal duiven meedoen, staar je daar niet blind op. Wel kan ik me voorstellen dat het ontmoedigend is om het elke week tegen een stel megaspelers te moeten opnemen. Zo zit de duivensport nu eenmaal in elkaar. Eerlijk spel, er is en wordt veel over gesproken. Eerlijk spel bestaat niet, houd daar alstublieft mee op. Vroeger hoorde je daar niemand over, de meeste liefhebbers hadden zo ongeveer allemaal het zelfde aantal duiven om mee te spelen. Er waren toen veel meer liefhebbers dan nu, daardoor was de spreiding ook veel groter. Tegenwoordig worden hele gebieden zo maar finaal weggespeeld wat niet alles met kwaliteit te maken heeft. De wind is van grote invloed en omdat de spelgebieden te groot zijn ten opzichte van het aantal deelnemers wordt vitesse spel bijna onmogelijk. Het allerbelangrijkste is dat er alles aan gedaan wordt om de huidige leden te behouden voor de sport en wat je daaraan moet doen zal vanuit de leden moeten komen en de NPO zal daar het laatste woord in moeten hebben.

HEEL ANDER ONDERWERP
Het Nederlandse dames voetbalteam is Europees kampioen geworden en nog wel in eigen land. Ik kan me nog goed herinneren dat er minderwaardig over het dames voetbal werd gesproken. Ik heb zelf een dochter, inmiddels al weer 47 jaar oud die op behoorlijk niveau heeft gevoetbald. Ik ging kijken omdat het mijn dochter was. Ze was ontzettend enthousiast, het voetbal van toen stond nog in de kinderschoenen. Toen zij was gestopt met voetballen ben ik nooit meer naar damesvoetbal gaan kijken. Groot was mijn verbazing toen ik twee weken geleden de eerste wedstrijd van het Nederlands vrouwenteam zag. Ik genoot er van en met mij nog vele duizenden. Tjonge, tjonge wat is dat voetbal enorm verbeterd en vooral het gedrag van de dames is een prachtig voorbeeld voor die kwalletjes van mannen die bij het minste geringste lichaamscontact een dood rol maken. Ik wil niet zeggen geef mij maar damesvoetbal maar het gedrag van de vrouwen in het veld is voorbeeldig. Het werd in ieder geval een heel groot feest met een formidabele huldiging in de stad Utrecht waarbij vele duizenden supporters aanwezig waren. Wedden dat het damesvoetbal er daardoor in Nederland veel nieuwe voetbalsters bij zal krijgen. Zo zou dat ook moeten gaan in de duivensport. Elke twee jaar (een beetje vreemd terwijl het wereldwijd om de 4 jaar is) is er een postduiven Olympiade. Nederland heeft daar vele keren heel goed gepresteerd waarover ik in de dagbladen weinig heb gelezen. We hebben als team goud gewonnen en ook individueel, met dergelijke prestaties kun je zieltjes winnen. Helaas, we hebben het allemaal voorbij laten gaan. Ja, in eigen kring is er aandacht aan besteed doch daar kom je geen stap verder mee. Helaas is ook de animo om mee te doen onder de liefhebbers bijna nul. Jammer dat ik dat moet constateren.

VERKEERDE PUBLICITEIT
De NPO zet zich al vele jaren in voor de jeugd. Van alles is al aan de hand gehaald. Keurig verzorgde documentatie, elk jaar een fantastische jeugd dag waar jeugdleden hun vriendjes mee naar toe mogen nemen. Van alles wordt voor ze gedaan, zelfs kleine duivenhokjes worden gratis beschikbaar gesteld, een promofilm is gemaakt. Als je mij vraagt wat dat allemaal geholpen heeft dan moet ik helaas een negatief antwoord geven. Denkelijk is de jeugd niet onze belangrijkste doelgroep. Maar wie ben ik? Het kan echter nog negatiever. Bij ons in de regio was het zelfs voorpagina nieuws. Twee weken geleden werd er in Rotterdam in groot evenement gehouden waaraan ook de jeugd mee kon doen. U raadt nooit wat er onder andere voor de jeugd te doen was. Er werd ze geleerd ongewenste dieren te plukken en op die manier “pan klaar” te maken, daar waren ook postduiven bij. De politieke partij voor de dieren was het daar zeker niet mee eens. Maar wat deden zij? Door alleen maar zoete broodjes te bakken los je helemaal niets op. Het had heel mooi geweest als daar een aantal Rotterdamse liefhebbers in opstand waren gekomen. Zoiets pikken wij als duivenliefhebbers toch niet? Meer wil ik er niet over zeggen, SCHANDE. Hopelijk komen de organisatoren er niet alleen met een waarschuwend vingertje vanaf.

NIET IEDEREEN IS BLIJ MET EEN NATIONALE OVERWINNING
Dat maakte ik het voorbije weekend mee. Heel Nederland speelde Nationaal Chateauroux van dezelfde lossingplaats met bijna allemaal het zelfde weer over de hele vlieglijn. Door de zuidwesten wind werd het een mooi en snel concours. De week er voor hadden we de mooiste midfond en jonge duivenvlucht van het jaar en dit weekend was het de mooiste eendaagse fond vlucht van het jaar. De snelste gingen ruim 100 km per uur en in een recordtijd was het hele concours gesloten. Toch waren de vooruitzichten op vrijdag niet geweldig .Zaterdagmorgen zag het er echter hoopvol uit en er werd beslist dat de lossing om 7.30 uur zou plaats vinden. Alle begeleiders konden de wagens klaar maken voor de totale lossing van 37.874 duiven. Volgens de hoofd con voyeur zou het 7.23 uur geweest zijn toen uit een van de wagens een hele groep duiven er vandoor ging. Hij besloot direct het ”fluitsignaal” te geven ten teken dat de duiven gelost moesten worden. Uiteraard verwarring en onbegrip. Zonder verder na te denken trokken alle begeleiders de deuren open zodat de duiven op weg naar huis konden en nog belangrijker was het dat ons Nationale concours gered was. Als lossingtijd werd 7.25 uur aangehouden. Op de voorvlucht in midden Brabant vielen de snelste duiven. De “allersnelste” viel echter in midden Nederland om precies te zijn in het dorp Putten op een afstand van 667 km. Een droom werd werkelijkheid, althans dat zou je denken. Journalisten en fotografen die naar de winnaar trokken om hun werk te doen kwamen van een koude kermis thuis. De 35 jarige Van Zoeren die samen met zijn vrouw onder de naam Comb. Van Zoeren speelt gaf zijn bezoekers in duidelijke taal te kennen dat de duif al verkocht was. De duif was volgens zeggen ook al weg en de koper wilde anoniem blijven. Geen foto’s, geen verhaal en daarmee was de kous af. Hij zou de duif verkocht hebben voor twee jaarsalarissen, dat is zijn goed recht. Toen geÔnformeerd werd wat voor werkzaamheden de nationale winnaar verrichtte werd doorgegeven dat hij niet werkte. Dan wordt het erg moeilijker om te bepalen wat zijn jaarsalaris is. Conclusie, geen werk, geen geld en twee keer niks is ook niks, of zie ik dat verkeerd. Heel jammer dat er geen positieve publiciteit over zo een mooie overwinning gemaakt kan worden. Dat heeft de duivensport juist zo hard nodig. Afwachten of het uiteindelijk toch nog gaat lukken een foto van man en duif te bemachtigen. Dan was het heel wat leuker te horen dat degene die de 6e Nationaal speelt Jan van de Berg uit Merksplas (B) is. Hij is jeugdlid en speelt in de zelfde club als Ad Schaerlaeckens.

JE KUNT HET ZO GEK MAKEN ALS JEZELF WILT
Praten, schrijven en nog liever goed nadenken over de grote verliezen van jonge duiven. Het blijft ons bezig houden. Al heel wat jaren denk ik ieder voorjaar hetzelfde. Je zit dan op je gemak naar je gekweekte jonge duiven te kijken. Ik neem aan dat u daar net zo van kan genieten als ik. Het is een pracht gezicht als de jonge duiven in een lange rij aan de voerbak staan te eten. Ik heb voerbakken van 2 meter lang en als ze dan aan beide zijde heel snel staan te eten is dat iets om van te genieten vooral als ze in een goede conditie verkeren. Ze glimmen dan tegen je op, staan zich te verdringen om bij het voer te komen en omdat ik alleen blauw heb zijn ze allemaal even mooi. Ik ben nog steeds zo naÔef dat ik denk dat het allemaal goeie zijn maar natuurlijk weet ik wel beter. Mijn gedachten dwalen dan af denk “welke zal ik daarvan kwijt raken”. Het zijn er ieder jaar meer dan vroeger jaren. Ook toen moesten we tegenslagen verwerken maar omdat we met z’n allen niet zoveel duiven hadden konden we er ook niet zo veel verspelen. We hebben de fout gemaakt om te veel duiven te kweken. We denken te snel dat het enkel goede en waardevolle duiven zijn. We zeggen elke keer dat iedere liefhebber meer slechte dan goede kweekt dus u en ik ook maar we blijven maar doorgaan. In het begin allemaal blij dat we zo een mooie ploeg jongen bezitten en dan begint het. De tijd om de duiven op te leren breekt aan, rijden, rijden en nog eens rijden (mijn auto rijdt nog steeds niet op water). Dan trainingsvluchten met de club (wij betalen 0.75 per duif) gemiddeld 35 duiven per liefhebber mee is 25,00 euro in de week. Dan heb ik het nog niet over verplichte enting, dat laten we doen als we alle jongen nog hebben want anders mogen ze niet meedoen aan de wedstrijden en die wedstrijden zijn beslist niet gratis en eten moeten ze trouwens ook. Voor de races waarbij de duiven twee nachten in de mand moeten verblijven (daar beginnen ze bij ons al mee als het 300 km is) betalen we 1.15 euro. Toen we nog zeker drie keer zoveel clubs hadden als nu werden alle duiven bij de verenigingen opgehaald. Dat is in mijn vlieggebied ook niet meer mogelijk en dat zou er wel weer eens de oorzaak van kunnen zijn dat in de tweede helft van dit jaar het nieuwe bestuur de laan uit vliegt en kunnen we in de wintermaanden proberen weer nieuwe gezichten achter de tafel met het groene laken te krijgen.

VERLIEZEN VAN JONGE DUIVEN ZOU NORMAAL ZIJN
Dat is een opmerking van iemand die de redactie voert van een Nederlands duivenweekblad. De goede man gaat er in zijn redenering vanuit dat het kwijt raken van 50% van je jonge duiven normaal is. De goede, slimme en sterke duiven zouden dan overblijven. Zou de goede man nu werkelijk zo kortzichtig zijn? Zou deze allesweter vergeten zijn hoeveel slimme en sterke duiven er in hun latere leven verloren gaan, ja ook duiven die kampioensduif zijn geweest of diverse kopprijzen hebben gewonnen. Het geeft aan dat die duiven in staat zijn goed te presteren. Al gauw wordt dan over top kwaliteit gesproken. Laatst was ik bij iemand aan het kijken die los vooruit met een jaarling de eerste prijs won. Als jonge duif geen platte prijs gewonnen (had er dus eigenlijk uit gemoeten), als jaarling ook nog niet en die dag, pats daar was hij. Waarom? Weet u een zinnig antwoord? Misschien omdat zijn oma van moederskant dat ook een keer gedaan heeft, hou toch op met al die flauwe kul. Over duivensport kunnen we alles vertellen en op papier zetten, het zal altijd een geluksspelletje blijven. De ene keer speelt een duif vroeg, dan weer twee keer mis, dan weer een matige prijs. Dan eentje net buiten de top 100, dan weer eens in de top 25, maar regelmaat zit er bij 95% van de duiven niet in. Ja, ze zijn er wel, dat zien we elk jaar in de eindstanden van de verschillende competities. Hoeveel zullen er van die toppers een jaar later verloren gaan? Dat zijn er meer dan we denken of weten.

HOLLANDERS DOEN HET GOED
Vooral voor de fond mannen is het momenteel een drukke periode. De ene na de andere eendaagse of meerdaagse fond vlucht wordt gevlogen in Nederland, het is zogezegd hooitijd. Ook in BelgiŽ waar ze nog meer lange afstanden spelen dan in Nederland zitten de liefhebbers een flink aantal dagen per week in de clublokalen of inkorf centrums. Wat de internationale vluchten betreft vliegt de Nederlandse fond duif zich behoorlijk in de kijker. De drie Internationale vluchten zijn namelijk alle drie door een Nederlandse duif gewonnen. Komend weekend Internationaal Marseille en in Nederland Nationaal Chateauroux en het ziet er naar uit dat veel liefhebbers meedoen. De mannen hebben wel zin in een echte nationale krachtmeting. Het blijven altijd spannende en interessante concoursen ook al zijn bepaalde gebieden op zo een eendaagse race bij voorbaat kansloos voor een vroege klassering. Chateauroux is voor mij 665 km, de voorvlucht vliegt 525 km en in het noorden van ons land spelen ze 825 km. Een verschil van 300 km is te veel voor een eerlijke krachtmeting. Daarbij is het ook belangrijk uit welke hoek de wind waait en zo kunnen we nog wel meer negatiefs bedenken. Beter is het om nationale concoursen van de positieve kant bekijken, alle liefhebbers in hetzelfde concours dat is toch geweldig een droom als je zo een race op je naam weet te schrijven. Dat er een winnaar komt is zeker, dat er maar een komt is ook zeker maar dat mag geen reden zijn om niet mee te doen. Dat de schrik er een beetje in zit bij de fond spelers is te begrijpen. Barcelona was dit jaar loodzwaar (te) veel duiven zijn achter gebleven. Het voorbije weekend vlogen de duiven van de oostelijke en noordelijke liefhebbers uit Orange 800-1000 km en ook die vlucht kende een rampzalig verloop. De duiven werden zaterdagmorgen om 7.00 uur gelost. Op de dag van lossing zijn er een klein aantal doorgekomen en op zondagavond waren er bij veel verenigingen nog niet genoeg duiven thuis om de klokken leeg te halen. Bij de jonge duiven kregen we op de eerste de beste race al direct te maken met een heel moeilijke vlucht met veel achterblijvers. Zoveel zelfs dat besloten werd de tweede race te annuleren zodat de duiven die wel thuisgekomen waren de gelegenheid hadden weer even op krachten te komen. De vluchten daarna zijn prima verlopen. Afgelopen zaterdag een prachtige midfond vlucht voor de oude en ook een goed en snel verlopen snelheidsvlucht voor de jonge duiven. Ik denk dat we kunnen spreken van de twee mooiste vluchten van dit jaar.

HOE ZIET HET ER VERDER UIT
Zodra de helft van de jonge duivenvluchten voorbij zijn is ook het einde van het seizoen alweer in zicht. Nog twee mooie eendaagse fond vluchten. Op 29 juli de laatste midfond vlucht verder vier jonge duivenvluchten en dan de laatste vijf snelheidsvluchten ook wel natour genoemd. We leven dan 16 september en een week later gaan veel liefhebbers nog even gauw met vakantie. Zo ver is het nog niet. Als de weergoden ons goed gezind zijn valt er nog veel moois te beleven. Bijvoorbeeld de laatste 4 jonge duivenvluchten. De duiven zijn dan goed ingespeeld, de afstanden worden wat langer en de kwaliteit gaat dan meer en meer een belangrijke rol spelen. Vele malen heb ik al geschreven dat de prestaties van jonge duiven voor mij (bijna) niet meetellen bij de eindselectie. Wat wel meetelt zijn de prestaties die behaald worden op de drie laatste vluchten. Let er maar eens op, de duiven die dan goed komen zijn veelal als jaarling de betere vooral de duivinnen.
JONGE DUIVEN KOMEN GOED
In de winter heb ik mijn kolonie danig ingekrompen. Wat het verzorgen van het aantal duiven betreft is me dat zelfs heel goed bevallen. Twee hokken met elk 22 doffers en 22 duivinnen waarvan 10 koppels voor de kweek en de anderen om mee te spelen. Minder oude duiven betekent automatisch minder jonge duiven. Ik wilde er niet meer dan 30-35 het werden er uiteindelijk 26. Ik had me zo ingesteld dat er vanaf het begin af aan niets aan mocht mankeren maar ben achteraf denkelijk iets te streng geweest. Maar dat is achteraf en achteraf kijk je een koe in zijn kont, zeggen ze bij ons. Ik ben er 4 kwijt, 1 met een gebroken poot en bij een hele mooie blauwe duivin heb ik de chipring verwijderd omdat ze al twee keer bij een andere liefhebber het hok is ingegaan. Doordat ze geen chipring meer om heeft kan ik haar niet megeven. Ik wil haar namelijk beslist niet kwijt, ze krijgt de kans om zich in 2018 te bewijzen alhoewel dat ook niet zeker is omdat het verzorgen van de duiven steeds bezwaarlijker wordt. Wie weet tot wat voor nieuwe gedachten ik de komende maanden nog kom. Momenteel speel ik met 20 jonge duiven, ze zijn zo glad als een aal, ze glimmen tegen je op en ze trainen dat het een lieve lust is. Bij mijn zoon Marco is dat anders, hij loopt maar te mopperen dat zijn jonge duiven niet goed trainen en dat zou je niet zeggen als je zijn uitslagen ziet. Hij beleeft een uitstekend seizoen! In de stand voor het jonge duiven kampioenschap nemen we op dit moment de eerste en tweede plaats in.

DE TOEKOMST
De ene keer denk ik volgend jaar ga ik het zo doen en een paar dagen later denk ik er weer heel anders over. Het liefste zou ik ze in een keer allemaal tegelijk wegdoen. Het zou misschien wel de beste oplossing zijn. Misschien ja, maar wat als blijkt dat het niet de beste oplossing is. Zeventig jaar duivensport is een groot deel van je leven. Zo groot dat het al je vrije tijd in beslag neemt. De duivensport heeft mij heel veel plezier bezorgd en ik heb er veel aan te danken. Nog steeds ben ik een enthousiaste duivenmelker, het is de leeftijd die alles meer en meer afremt. Dan denk ik weer, ik ga door met nog minder duiven. Een figurantenrol is echter niet aan mij besteed en de duivensport van nu zit zo in elkaar dat je alleen met grotere aantallen duiven kunt meedoen voor de kampioenschappen. Vroeger kon je 12 duiven het oude duivenprogramma s[pelen en meedoen voor de titels. Dat kun je tegenwoordig vergeten. Het zijn de grotere die de dienst uitmaken, die gasten hebben honderden duiven. Dat doen ze goed, prima zelfs, helaas kan ik dat niet meer opbrengen. Ik val dus af en het vervelende daarvan is dat je gauw vergeten bent. Zo was dat ook dat ik met pensioen ging. 38 jaar bij dezelfde werkgever, ben er daarna nooit meer geweest en ook nooit iemand meer gezien. Ja, een enkele keer op een begrafenis. En zo glijden we af wat ook door mezelf komt. De gezelligheid is weg, een duivenclub is geen duivenclub meer. Vroeger met 40-50 leden en sommige clubs hadden meer dan 100 actieve leden, nu nog geen 10 meer en met 10 ga je ook niet zo gauw de polonaise lopen. Nee, de sfeer van vroeger is er niet meer en wij zijn ook niet meer als vroeger. Afgunst in de duivensport wordt steeds groter en onenigheid door het steeds maar veranderen in de organisatie. De duivensport en ook ik gaan een moeilijke tijd tegemoet. Doorgaan of……….?

HET IS HOOGSEIZOEN
Voor iedereen is er spel. Duizenden duiven doorklieven de laatste weken het Franse, Belgische en Nederlandse luchtruim. Inmiddels zijn er drie Internationale vluchten voorbij en alle drie werden ze gewonnen door een Nederlandse marathon duif. Een betere reclame voor de Nederlandse sportduiven bestaat er niet. Niet voor niets is er al jarenlang veel belangstelling vanuit de hele wereld voor onze duiven. BelgiŽ heeft meer dan een eeuw geleden het spelletje op gang gebracht. De Hollanders hebben dat overgenomen en niet alleen op grote afstanden. In BelgiŽ is er al jaren een gespecialiseerd spel op de snelheidsvluchten. Van eind maart tot eind september kan daar iedere week 100 en 200 km gespeeld worden. Die duiven vliegen door de wekelijkse training van dezelfde losplaats blindelings naar huis. Eenmaal thuis aangekomen zijn ze zo geconditioneerd dat ze geen slag om het hok maken want dat scheelt zo maar 10 plaatsen in de uitslag. Het is duivensport voor de kleine man waar wekelijks nog om de euro’s gespeeld wordt. Je moet dergelijke aankomsten minimaal een keer in je leven meemaken. Het is fantastisch om te zien met wat voor een snelheid die duiven naar beneden duiken, in een keer op de spoetnik en ze zijn geregistreerd. Adembenemend, echt waar!

HET KRIOELT VAN DE EENDAAGSE FOND VLUCHTEN
De eendaagse fond vluchten zijn enorm populair. Je kunt geen duivenkrant openslaan of je ziet allerlei reportages over dat soort vluchten. Ik heb er ook heel wat keren aan meegedaan maar het is nooit het spelletje geworden waar mijn voorkeur naar uit gaat. Omdat dat soort vluchten enorm veel publiciteit krijgen ben ik eens nagegaan hoe het met de deelname zit. Dat valt behoorlijk tegen, althans in ons land. Nog geen 20% van de Nederlandse liefhebbers is geÔnteresseerd in het Nationale of Internationale spel. Doordat veel eendaagse fond vluchten meetellen voor de kampioenschappen is daaraan de deelname zonder meer goed te noemen. De fond vluchten betekenen voor ons allemaal een ietsje meer als het gaat om het onthouden van de resultaten. Ik ben in de gelukkige omstandigheid dat ik in mijn 70 jarige duivenloopbaan al heel veel overwinningen heb behaald verreweg de meeste keren op de snelheidsvluchten. Maar die enkele keren dat ik provinciaal de eerste speelde op de eendaagse fond weet ik denkelijk nog haarfijn te herinneren. Ook hoe de aankomst ging en vaak ook de lange periode van wachten. Dat laatste is er de reden van dat ik niet van die lange afstanden houd, ik kan namelijk niet lang op duiven wachten daar ben ik veel te ongeduldig voor. Ik moet het vrij exact kunnen berekenen hoe laat ze komen zodat ik minimaal een half uur voor die tijd kan gaan zitten. Dan moet je wel oppassen dat je de snelheid van de juiste afstand berekend.

DAT OVERKWAM ME VORIGE WEEK
Veertien dagen terug speelde ik met de jonge duiven 1 en 2. De eerste 10 duiven kwamen vrij rap en toen viel het stil. Een half uur nadat ik mijn eerste duiven had geklokt kwamen de telefoongesprekken binnen. Het liep voor geen meter. Sommige kregen een duif en moesten dan minuten lang wachten voordat er een tweede kwam. Het werd een vlucht met een rampzalig verloop. Liefhebbers waren in alle staten. Om de boel rustig te houden vertelde ik in de club dat we pas op maandagavond vast konden stellen of het inderdaad een rampvlucht was. Helaas was dat zo. Mijn zoon Marco en ik waren zogezegd spekkopers. Wij misten er ieder twee, anderen waren meer dan de helft kwijt. Neem van mij aan dat zoiets niet alles te maken heeft met gezondheid. Hoe het komt, komt het, met zoiets is niemand gediend. Een heel verstandig besluit was het om de week daarna de tweede jonge duivenvlucht te annuleren. Wij vlogen toen alleen met de oude een race van 180 km die laat gelost werd maar gelukkig een goed verloop kende. Afgelopen zaterdag dus de tweede vlucht voor de junioren. Ik had uitgerekend dat ze ongeveer om half een zouden komen. Het was een vreemde gewaarwording dat mijn vriend, die alle weken komt kijken, er al om iets over half twaalf was. Vreemd omdat hij meestal aan de late kant is. Om kwart voor twaalf ging ik alles voorbereiden en terwijl ik daar samen met mijn kleinzoon Barney mee bezig was vielen er vier duiven tegelijk. De klok was aangesloten, vanuit de tuin werd geschreeuwd “ze zijn er al”, gauw de klep open maar ze bleven vliegen. Ik had mijn stofjas nog niet aan en ook mijn pet niet op, zo ben ik altijd gekleed als ik met de duiven bezig ben. Toen alles geregeld was vielen ze alle vier tegelijk en zaten daarna vrij snel binnen. Ik verspeelde de eerste prijs, die was voor zoon Marco, zelf speelde ik 2-3-4-5. Het had nog iets mooier kunnen zijn maar met deze uitslag ben ik ook meer dan tevreden. Wat was de oorzaak van deze verrassende aankomst. Ik had de afstand van de week er voor in mijn hoofd, dat was 180 km en we vlogen slechts 120 km. Laten we het er maar op houden dat dit met leeftijd te maken heeft.

CONDITIE IS ALLES
Als je de tijd neemt om je duiven te observeren leer en zie je veel. Vlak na het avond eten, als de duiven op rust zitten, kun je het beste duif voor duif goed bekijken. Nee niet in de hand, gewoon naar de duiven kijken. Degene die het meest strak in het pak zitten hebben een uitstekende conditie. Kijk of de oogjes glimmen, geen neusveertjes overeind, de kop mooi droog is en de hals moet hoogglanzend zijn, er mag geen veertje verkeerd zitten. Kop krabben en gapen zijn geen goede tekens, denk aan het geel of ornithose. De middelen daar tegen heb ik van Dr. van der Sluijs altijd in huis zodat ik direct kan ingrijpen. Meteen doen want van uitstel komt afstel en dan is het een zo goed als verloren seizoen. Kijk vooral ’s morgens naar de mestbolletjes, hoe droger en des te kleiner ze zijn des te beter. Toen een paar weken geleden het seizoen begon heb ik in het weekend steeds de coli kuur van Dr. Van der Sluijs in het drinkwater gegeven en tot op heden geen enkel symptoom dat er op lijkt dat er een coli besmetting aan zit te komen. Met verduisteren ben ik dit jaar voor de helft gestopt. Mijn ervaring is dat plm. twee weken nadat de verduistering is opgeheven de kans groot is dat de besmetting met de coli bacterie uitbreekt. Ik wil dat dit jaar voorkomen door vanaf de eerste prijsvlucht het hok voor de helft te verduisteren en zorg er voor dat ik het scherpe zonlicht buiten sluit. Tot nog toe verloopt alles naar wens maar of het zo blijft, ik hoop het. Mijn jonge duiven laten tijdens de training goed zien dat ze de vliegvorm te pakken hebben. Het prijspercentage ligt boven de 50% en na twee vluchten heb ik een jonge duif die op de eerste vlucht de eerste prijs won en op de tweede werd hij tweede. Zal het een nieuwe kampioen zijn of…….. er is nog van alles mogelijk. Het is een hele mooie lichtblauwe doffer. Niet te veel naar hem kijken want als je dat gaat doen ben je ze meestal snel kwijt. Of zal dat bijgeloof zijn?

ALWEER EEN VERREGEND WEEKEND
Het seizoen is 3 maanden onderweg, we zijn dus halverwege maar ik heb het idee dat het nog steeds moet beginnen. Het is alsof alles steeds sneller voorbij gaat. Momenteel is er voor iedereen spel. De sprinters zijn klaar en voor de fond mannen is het hoogseizoen. Hier en daar is het spel met de jonge duiven begonnen, de meeste zullen dit weekend starten. Ook zijn er afdelingen die nog een maand wachten. Zodra de jonge duiven halverwege zijn is het nog maar een sprongetje en we zijn al weer klaar voor dit jaar. Vroeger had ik het idee dat een duivenseizoen een heel jaar duurde en nu ik een oud mannetje ben is het zo maar voorbij. Wat is een dag, wat is een maand en wat is een jaar, de tijd vliegt. Dat kan ik zeggen want vorige week heb ik mijn 80ste verjaardag gevierd en tot op dit moment heb ik toch al drie overwinningen in het grote samenspel te pakken. Dat voelt goed als je de jongere, helaas kan ik niet van jeugd spreken, achter je weet te houden. We hebben inmiddels ook een paar zeer slechte vluchten achter de rug waaronder een zeer slechte voor de jonge duiven waardoor er al veel te veel weg zijn. Jammer, ook de duivensport is keihard er wordt op niemand gewacht, de show gaat door en voor velen is het tandenbijten om er bij te blijven. Opgeven komt niet veel voor in het woordenboek van een fanatieke duivenmelker. Helaas hebben veel oudere liefhebbers steeds meer moeite om door te gaan. Grote boosdoener is het verlies van te veel jonge duiven. Een goede vriend van mij had zogezegd een geluk bij een ongeluk. Op de bewuste vlucht waarop veel jonge achter zijn gebleven kon hij niet meedoen vanwege de coli besmetting. Doordat het een rampvlucht is geworden werd besloten de week daarna de vlucht te annuleren. Het komend weekend maken we een herstart, we gaan naar de zelfde lossingplaats als 2 weken geleden en nu kan hij met een volledige ploeg meedoen terwijl de anderen meer dan de helft kwijt zijn. Zo kan het ook gaan in onze sport.

GEZONDE DUIVEN
Het spel met de jonge duiven is bovenal een kwestie van gezonde duiven en dat is makkelijker gezegd dan gedaan. In Nederland kun je van alles meemaken, de ene dag tropisch warm en twee dagen later een verschil van 20 graden. Dan weer volop zonneschijn en een paar dagen later zware regenbuien. Het is niet eenvoudig om de hele ploeg voor de volle 100% in orde te hebben. Veel liefhebbers zijn geneigd hun duiven te helpen door ze allerlei middelen te verstrekken. Als je tot die categorie behoort is het oppassen geblazen. In alle duivenkranten worden talloze middelen aangeboden waarmee je harder speelt dan de concurrentie. Op zich leuk maar u weet net zo goed als ik dat ondanks de meest peperdure preparaten er uiteindelijk toch maar eentje kan winnen. Nog nimmer heb ik iets gelezen over een middel waardoor het verlies van jonge duiven tot nul wordt teruggedrongen. Nee, daar waagt geen enkele fabrikant zich aan en al die andere middelen zijn toch niet te controleren of je daar wel of niet een overwinning of goede prestatie aan hebt te danken. Het is nog steeds zo dat degene die de minste medicijnen gebruikt ook het beste speelt. Jonge duiven die je met pillen op de been moet houden zijn nog niet eens goed genoeg om er soep van te koken.

TELEURSTELLEND
Binnen onze vereniging is afgelopen winter besloten om ook eens een zogenaamde Belgen race te houden. Er werd een dag gepland om met de touringcar naar BelgiŽ te gaan om daar ieder voor zich een duif met Belgische ring aan te schaffen. Helaas ging dat feest niet door omdat er vogelgriep heerste. De markt was gesloten en er moest een andere oplossing gevonden worden. Na enig zoeken kamen we terecht bij het kweekstation van Natural. Het werd sowieso een erg leuke duiven dag en toen we de bus verlieten liepen onze leden met in iedere hand een doosje met een Belgische duif. Ook daarbij heeft het noodlot toegeslagen want veel van die duiven zijn net als onze eigen duiven gesneuveld op het veld van eer. De Belgen competitie is voordat we zijn begonnen nu al mislukt. Jammer, want al die extra’s zijn goed voor de duivensport. Een aparte competitie geeft ook meestal aparte winnaars en daar is het uiteindelijk om te doen. Zelf had ik ook 2 Belgen aangeschaft, een daarvan stond mij zeker aan. Hij ontwikkelde zich prima en het blauwe doffertje werd zelfs een van mijn favorieten. Helaas, ook hij moest op de laatste moeilijke vlucht het loodje leggen. En wat gebeurde er? Na een dag of tien zat hij zo maar weer in mijn hok. Hij voelde redelijk aan zodat hij zeer waarschijnlijk het komende weekend alweer mee kan en wie weet gaat hij ook nog de Belgen competitie voor mij winnen. Op de eerste vlucht was er slechts 1 liefhebber die zijn Belg op tijd thuis had en dat was ik niet. Nu ik hem weer terug heb is het toch wel leuk om verder aan die competitie mee te kunnen doen. Het is maar een aardigheidje maar ondanks dat zal de winnaar de huldiging nimmer vergeten.

DE TOUR DE FRANCE EN INTERNATIONAAL BARCELONA
Twee absolute sportieve hoogtepunten. De Tour die het voorbije weekend in Duitsland is gestart kende al direct de nodige problemen. Zware regen maakte het tijdritparkoers zo glad als een ijsbaan. Een van de grote favorieten, de Spanjaard Valverde, kwam zo ongelukkig ten val dat hij zijn knieschijf verbrijzelde. We moeten nog maar zien of hij ooit terug komt in het peloton dat hij dit jaar diverse keren zijn wil heeft opgelegd. De man won in het voorjaar alles, de vorm is er dus en dan is het binnen een seconde opeens gedaan. Iets te hard de bocht in en daar gleed hij met een forse klap tegen een van de metalen dranghekken. Een groot favoriet moest al op dag 1 dit grootste wielerevenement van de hele wereld per ambulance verlaten, tragiek van de bovenste plank. Op dit moment zijn ruim 17.000 duiven op weg naar de Catalaanse hoofdstad Barcelona waar zij als alles klopt vrijdag 7 juli worden gelost. Ook daarbij zitten een aantal favorieten die misschien door domme pech, slecht weer of vul verder zelf maar in geen kans maken op een goed resultaat laat staan een overwinning. Helaas zijn er nog steeds te veel liefhebbers die denken dat Barcelona een aardigheidje is. De afstand is voor veel duiven net iets te ver. Deze race is alleen weggelegd voor de allersterkste en dat zijn veelal niet de mooiste, de grootste of de kleinste. Het maakt niet uit of het een doffer of een duivin is. De finale zal gaan tussen duiven met een goede souplesse en met een uithoudingesvermogen van een paard. Of zal de winnaar van Barcelona zelfs een beter uithoudingsvermogen hebben? Beide evenementen zijn een sportief spektakel dat extra aandacht krijgt in de internationale pers. Ik ben een beetje chauvinistische Hollander en daarom hoop ik dat een Nederlander wint. Mocht dat niet zo zijn ik gun het iedereen! Belangstellend kijk ik uit naar de eerste internationale meldingen op zaterdag 8 juli. Twee weken daarna weten we wie de Tour heeft gewonnen. Alweer Froome?

NACHTELIJKE AANKOMSTEN GEWOONSTE ZAAK VAN DE WERELD
In Nederland werden in het weekend van 24 juni verschillende marathon vluchten gehouden. Noord-Nederland speelde vanuit Ruffec. De winnende duif moest 863 km overbruggen. Vrijdagmiddag om 13.15 uur werden ze gelost en reeds om 00.57.54 uur arriveerde de snelste van 3531 duiven. De 2e om 01.36 en de 3e om 01.41 uur. Om 9.32 waren de 883 prijsduiven op een afstand van 887 km thuis. Perigueux kende 997 deelnemers die 7102 duiven hadden ingezet. Vrijdagmiddag gelost op een afstand van 916 km, aankomst eerste duif 4.12.46 uur, ’s middags om 13.00 uur waren alle prijsduiven thuis. Nationaal Bergerac had 1156 deelnemers die 8389 duiven aan de start brachten. Gelost om 14.30 uur, arriverende winnende duif op een afstand van 820 km 2.40.09 uur. De 2e prijsduif viel om 2.20 uur op een kortere afstand. Om 4.30 uur waren er 30 duiven thuis en om 7.00 uur waren er al meer dan 100. Het internationale concours uit Pau werd gewonnen door de Nederlander Ed Maat uit Limmen Noord-Holland. Met een snelheid van 80 km per uur arriveerde zijn duif op een afstand van 1036 km om 20.45.49 uur. De fond mannen die een vroege prijs wilde spelen hadden dit voorbije weekend weinig gelegenheid om te gaan slapen doordat vele duiven ’s nachts van 1.00 tot 5.00 uur hun thuishaven wisten te bereiken. De eendaagse vluchten kende dat weekend een prima verloop behalve de provincie Noord-Holland en laat dat nu precies mijn vlieggebied zijn.

SCHANDALIG OM JONGE DUIVEN TE LOSSEN.
Het was onze eerste vlucht voor de jonge duiven, altijd spannend. Veel is er door de liefhebbers gedaan om hun jonge duiven goed voor te bereiden. Vele kilometers zijn gereden om de duiven aan de mand te laten wennen. Al vanaf eind januari zijn duizenden liefhebbers bezig om alles tot in de perfectie te regelen. Dat alles met de bedoeling om uit te blinken en te hopen op goede concoursen met weinig verliezen. Naar mijn mening moeten de jonge duiven in de slechtste periode van het jaar hun wedstrijden vliegen. Ieder jaar, en dat al vele jaren achtereen, worden er veel te veel duiven kwijt gespeeld. Vooral met jonge onervaren duiven is voorzichtigheid geboden. Toen ik voorbije zaterdag de lossing berichten op teletekst bekeek wist ik niet wat ik zag. Heel Nederland had in alle vroegte gelost behalve Noord-Holland. Wij moesten wachten want zowel op de losplaats als op de hele vlieglijn was het zwaar bewolkt met aan de westkant van Nederland buiige regen. Op internet kwamen berichten door dat zodra het op de losplaats goed zou zijn er gelost zou worden, de planning was tussen 2 en 3 uur. Het werd pas na drie uur en dat is voor het mooie eigenlijk te laat. Bij goed weer geen probleem maar wat als later blijkt dat het op de vlieglijn onverantwoord was om duizenden duiven hun wedstrijd te laten vliegen. Op het moment dat de duiven werden gelost waren er uiteraard heel veel liefhebbers blij dat er toch op zaterdag gevlogen kon worden. Niemand had enig vermoeden dat er van die lossing bijna niets terecht zou komen. Het werd een miskleun van de bovenste plank. De grote vraag is wie er op het laatste moment toch toestemming heeft gegeven de duiven te lossen. Hebben de lossingbevoegden verkeerde informatie ontvangen, wilde de chauffeurs met alle geweld naar huis om de zondag met vrouw en kinderen door te brengen? Het kan allemaal wel zo zijn maar de duiven gaan altijd voor. Die moeten professioneel worden begeleid en verzorgd worden. Risico’s mogen niet genomen worden. Op zaterdag werd gesproken van een regelrechte rampvlucht. Duizenden duiven wisten niet op welke manier ze thuis moesten komen. Eigenlijk mag je pas op maandagavond spreken van een rampvlucht, dan kan de balans worden opgemaakt. Ook maandagavond bleken nog duizenden duiven onderweg te zijn. Opvallend was dat veel duiven via de meldlijn door het hele land konden worden opgehaald. Je kunt merken aan hand van de vele meldingen dat het een landelijk probleem is. Liefhebbers geven nu eerder een vreemde duif op omdat ze allemaal met het zelfde probleem van grote verliezen te maken hebben.

CONSEQUENTIES
We kunnen nu al spreken van een verloren jonge duiven seizoen. Veel liefhebbers in Noord-Holland zijn al meer dan de helft van hun duiven kwijt en dan moeten we nog beginnen. Door deze teleurstellende lossing zal er aan het einde van het seizoen nog weinig te selecteren zijn. Liefhebbers gaan dan duiven aan houden die normaal gesproken uitgeselecteerd zouden worden. Door de grote verliezen gaan er onherroepelijk liefhebbers stoppen omdat het bijna niet meer op te brengen is na zulke tegenslagen toch maar weer door te gaan. Er wordt veel tijd besteed aan onze hobby. We moeten er allemaal veel voor laten en nog meer voor doen wat is op te brengen als alles normaal verloopt maar het houdt een keer op. Ik mag niet mopperen want ik heb er 22 van de 24 terug. Ik ben er met 31 begonnen dus ben er met het opleren en een paar trainingsvluchten met de grote wagen toch al 9 kwijt, dat is 30%. We krijgen nog 7 vluchten…… Wel is het zo dat op de eerste korte vluchten de meeste duiven verloren gaan. Ook de laatste vlucht kan er echter eentje worden met een rampzalig verloop en als je er dan al een flink aantal hebt ingeleverd moet je wel heel erg optimistisch zijn om toch weer vrolijk verder te gaan. Het is niet anders. Wel zou ik het de normaalste zaak van de wereld vinden als er een terdege onderzoek wordt gedaan. Zijn de begeleiders wel deskundig genoeg, krijgen zij wel de juiste en voldoende informatie. Ik heb me laten vertellen dat toen de wagens de lossingplaats verlieten ze 10 km verderop al in de regen reden. Dan vraag ik me toch af wie toestemming heeft gegeven de duiven te lossen. De hele groep van beleidsmakers, begeleiding en weet ik wat voor figuren nog meer moeten allemaal op het matje worden geroepen. Dan zal blijken waar de fouten zijn gemaakt en als blijkt dat onze begeleiders op eigen houtje hebben gelost dan moeten we van die mensen heel snel afscheid nemen. Het werd voor de Noord-Hollandse liefhebbers die met jonge duiven hebben meegedaan een pikzwarte bladzijde, iets waar we zeker niet op zitten te wachten. Teleurgesteld, ondanks dat ik 1 en 2 speelde wil ik het er voor deze keer bij laten. Geen goed woord over voor deze onverantwoorde lossing. Schandalig!

HOERA HET IS ZOMER
Zomer associŽren we met mooi weer. We denken dan aan het verblijf op de camping, aan wandelen of fietsen of misschien naar het strand of de bossen. Wij zijn echter met zijn allen duivenliefhebbers en als wij het over mooi weer hebben bedoelen we vast en zeker mooi weer voor de duiven. We hebben op het moment niets te klagen over het weer. Het is al verschillende keren mooi zomerweer geweest en er waren zelfs tropische dagen bij wat we hebben geweten met de jonge duiven. Vorige week en rampzalig verloop in BelgiŽ zelfs zo erg dat bepaalde gebieden de vluchten voor jonge duiven in het voorbije weekend hebben afgelast. Ongelooflijk zoveel duiven er weer zijn achter gebleven het gaat niet goed zo. Te veel jonge duiven zijn momenteel nog niet goed ingevlogen. Ze missen ervaring omdat ze nog steeds dichtbij huis zijn losgelaten. Vorige week hadden we de laatste training vlucht met de grote wagen. Ook nu weer erg veel duiven niet terug. Deze komende zaterdag begint het spel om de knikkers. Diverse hokken zijn al gehalveerd en dan moeten we nog maar beginnen. Nu is het zo dat vooral op de eerste vluchten de meeste duiven wegblijven, na enkele weken spel zijn de verliezen miniem. Je hoort dan nog al eens de opmerking; “nu is het kaf van het koren gescheiden”. Een opmerking die vaak gemaakt wordt door de mindere spelers. Wat ze er mee bedoelen? Heel eenvoudig, de zieke zijn weg en nu gaat het pas echt beginnen. Geloof me, het zijn niet alleen zieke of de slechte duiven die achterblijven. Zieke duiven hebben wel veel meer moeite om thuis te komen. Zijn er echter wel zoveel zieke duiven? Ik ben er van overtuigd dat verreweg de meeste liefhebbers hun uiterste best doen om alleen met gezonde duiven aan de start te komen. Het grote gros van onze leden zijn oudere liefhebbers. Mannen met jarenlange ervaring. Denk maar niet dat die niet weten welke duiven wel of niet mee moeten. Ik ken liefhebbers die al jarenlang heel sterk spelen en toch elk jaar te veel duiven verliezen. We mogen ook niet vergeten dat onze jonge duiven in de slechtste periode van het jaar moeten presteren.

KOUDE OF WARMTE
Kunnen duiven beter tegen de kou of tegen warmte. Ik denk dat het zeker te maken heeft met het land waar ze geboren worden. Een Afrikaan zal nimmer een Eskimo worden en andersom ook niet. Hollandse duiven zijn aan hun klimaat gewend en als het in ons land boven de 30 graden is praten we al gauw over zwaar duivenweer. Als daar dan ook nog eens een helblauwe hemel bij komt en om het nog erger te maken een krachtige oosten wind dan wordt het gegarandeerd een vlucht met een rampzalig verloop. Dat is wat anders dan een rampvlucht. Van een rampvlucht komen veel duiven helemaal niet meer terug. Een vlucht met een rampzalig verloop staat veel te lang open voordat de prijzen zijn verdiend en als de prijzen zijn verdiend is 75% van de duiven nog onderweg naar huis. Bij dat soort vluchten zeg ik altijd maandagavond moeten we de balans opmaken pas dan kunnen we oordelen of het een rampvlucht is of dat het een vlucht met een rampzalig verloop was. Als blijkt dat er op maandagavond nog maar 10% van de duiven niet terug is moeten we niet zeuren, dat hoort bij het tegenwoordige duivenspel. Ik weet het, 10% van je duiven inleveren is niet leuk, er wordt dan veel gejammerd, ik vind het ook niet leuk. Hoe het seizoen ook mag verlopen aan het eind van de rit blijkt dat we in oktober allemaal nog veel te veel duiven hebben. Geloof me dat zijn niet allemaal goede. U weet dat net zo goed als ik en toch maken we tijdens de selectie weer dezelfde fout als voorheen. We denken veel te snel dat we veel goede hebben. Begin dat maar eens te veranderen door te zeggen we hebben allemaal nog veel te veel slechte c.q. waardeloze duiven, anders kan ik het niet uitleggen. We stoppen even over de selectie want het spel moet nog beginnen. Vorige week heb ik er helaas 4 ingeleverd en daarmee behoorde ik tot de geluksvogels, de meeste liefhebbers waren er (veel) meer kwijt. Helaas heb ik ook een van mijn betere oude doffers in moeten leveren. Hij was tijdens de race neergestreken op het balkon van een oudere dame zo’n 80 km zuidelijk van mij. De beste dame belde en e-mailde mij zaterdagavond laat. De volgende zondagmorgen om 7 uur hing ze alweer aan de telefoon om te vragen of ik al iets had geregeld. Ze durfde de duif zelf niet te pakken, volgens haar sliep de duif. Ik had het direct door dat de duif dood was. Een duivenvriend van me was hem gaan halen en inderdaad hij sliep niet maar was van uitputting bezweken. Een doffer met 46 prijzen op zijn palmares die kun je eigenlijk niet missen. Sentimenten gaan dan een rol spelen zelfs zo erg dat je overweegt te stoppen. Eerlijk gezegd hoeft er nog maar weinig te gebeuren of het is echt zo ver. Het is maar goed dat wij duivenliefhebbers dergelijke tegenslagen ook weer vrij snel vergeten zijn zodat we na enkele dagen weer op andere gedachten komen. Je went eerder aan winnen dan aan het verspelen van je duiven, daar wen je nooit aan. Ik in ieder geval niet.

NATIONAAL CONCOURS
De derde week van juni begin van de zomer is het traditie dat in Nederland een Nationaal concours wordt gehouden vanuit St .Vincent de Tyrosse. Ik doe daar niet aan mee de afstand voor mij is 1082 km. Het is en blijft voor mij, ondanks dat ik geen fond speler ben, een bekende spraakmakende marathon vlucht. Vroeger deed heel Nederland daar met enkele duifje aan mee, ja ook ik. Weet u dat er vroeger wel 100.000 liefhebbers in ons land waren? In die tijd gingen er op dat soort vluchten meestal van die oude knarren mee. Doffers met grove neusdoppen, imposant om naar te kijken. Nu zijn het overwegend de twee jarige die de dienst uit maken. Dit jaar brachten 2.585 liefhebbers 13.240 duiven aan de start. Het zal u meteen opvallen dat het met zo een deelnemersaantal eigenlijk geen echte nationale vlucht is. Daarvoor is het aantal deelnemers, zeker voor een gesponsord Nationaal concours, veel te klein. Er wordt veel over dit soort vluchten gesproken en ook geschreven. Misschien krijgen ze wel te veel aandacht, maar goed het is en blijft een fraaie prestatie als uw duif de afstand met goed gevolg weet te overbruggen. De twee snelste duiven wonen op de voorvlucht in het zelfde dorp. Slechts 4 minuten na elkaar arriveerden deze twee Zeeuwse werkpaarden van het luchtruim bij Cees de Ridder & Zn en Klaas van de Graaff beide woonachtig in het Zeeuwse dorp Arnemuiden (946 km) in het zuidwesten van Nederland. De derde nationale duif arriveerde in Limburg (zuid oost Nederland) bij Lei Kurvers en Dr. Henk de Weerd. De 4e nationale duif moest een stuk verder. Die woont in het hoge noorden, afstand 1125 km en is het eigendom van Jaap Mazee uit Ens.

NEERLANDS POSTDUIVEN ORGAAN
Jarenlang was dit de grootste duivenkrant van Nederland. Een jaar of 8 geleden ging dit zeer gekende blad failliet. Enkele weken geleden is het opnieuw opgestart nu in digitale uitvoering. Voorlopig is de tekst alleen nog in het Nederlands. Degene die de Nederlandse duivensport op de voet willen volgen kunnen dat doen door te kijken op de site van: Het laatste nieuws, de rubriek de ALLERSNELSTE duif van Nederland, iedere week de tussenstanden van de nationale competitie de ALLERBESTE duif van Nederland en nog veel meer.

IK DACHT DAT IK HET RUSTIGER ZOU KRIJGEN
Voorbije winter heb ik mijn kolonie duiven drastisch ingekrompen. Het was noodzakelijk, ik kon het allemaal niet meer bijbenen, te veel werk. Voor iemand die prima in zijn vel zit maar wel 80 jaar is gaat het niet allemaal meer zoals je graag zou willen. Anders gezegd de wil is er wel maar het lichaam laat me een beetje in de steek. Ik was nooit een liefhebber van veel duiven. Ik moet het gemakkelijk kunnen overzien maar omdat ik wel een flink duivenhok heb zit je ongemerkt toch met meer duiven dan je eigenlijk zou willen. Door de specialisatie heeft men tegenwoordig aanzienlijk meer duiven dan in de 70 en 80’er jaren en daar wil ik juist niet aan meedoen. Ik probeer zo weinig mogelijk duiven te houden waar ik volop plezier aan beleef. Je zult dan prioriteiten moeten stellen en keuzes moeten maken. Je kunt dan niet overal aan meedoen maar dat deed ik toch al niet. Het fond spel was nooit echt aan mij besteed. Ik hou van de vluchten waarvan ik bijna op de minuut nauwkeurig kan berekenen hoe laat ze komen. Ik kan namelijk niet lang op duiven wachten, misschien houd ik daarom ook niet van vissen. Op iets te gaan zitten wachten wat ik nog niet eerder gezien heb is niet aan mij besteed. Ik haal wel een lekker gebakken visje aan de viskar waar we er in Nederland heel veel van hebben.

BOVENHOK
Mijn vliegduiven zitten in een hok dat boven mijn kantoor/kweekhok staat. Aan de noordwestelijke kant drie afdelingen voor jonge duiven en aan de zuidoostelijke kant drie afdelingen voor de oude duiven. Ik kan op twee manieren naar boven, een trap gaat binnendoor en de andere buitenom. Het is een goede therapie om dagelijks enkele malen de trap op en af te lopen. Het wordt een ander verhaal als je met drie of vier manden duiven de trap op en af moet en juist daar wilde ik van af. Ik was van plan om aan de zuidoostelijke kant drie afdelingen te benutten, 1 voor de weduwduivinnen, 1 voor de weduwnaars en 1 voor de jonge duiven. Beneden zou ik acht kweekkoppels houden terwijl ik daar 24 broedhokken heb. Meer broedhokken dan kweekduiven. De situatie veranderde. Mijn zoon Marco was weer in de Zaanstreek komen wonen en had onvoldoende ruimte om zijn hokken te plaatsen. Gelukkig was er bij pa voldoende ruimte, dus daar konden de kweekduiven naar toe. Ook was er voldoende ruimte voor de reserve duiven en omdat het kweekhok nu door zoonlief in gebruik is moesten pa zijn duiven naar boven verhuizen. De situatie is nu zo dat alle afdelingen weer bezet zijn en dat ik nog nooit zoveel duiven heb moeten verzorgen als momenteel het geval is. Eerlijk gezegd heb ik daar de grootste moeite mee maar anderen denken dat houdt je fit. Helaas is dat niet zo, ik word er doodmoe van. Wel geniet ik van de duiven, ik ben een echte duivenman en kan uren tussen mijn duiven zitten. Vroeger was het allemaal vlug en nog eens vlug want er moest ook gewerkt worden. Nu heb ik tijd genoeg en nu lukt het niet meer maar ik moet er niet aan denken dat ik door welke oorzaak ook mijn duiven weg moet doen.

WE DOEN ALLES SAMEN
Mijn zoon Marco heeft onvoldoende tijd, samen met zijn broer hebben ze een woninginrichting zodat er ook regelmatig op zaterdag gewerkt moet worden. Gelukkig is er het elektronische kloksysteem waardoor de duiven zichzelf klokken. Ik moet er niet aan denken dat ik zelf niet thuis ben als mijn duiven onderweg zijn. Maar goed, het is maar net wat je gewend bent. Over de prestaties hebben we niets te klagen, de duiven doen het formidabel. Van de 8 snelheidsvluchten hebben we er al vier gewonnen.

HET TRAINEN VAN DE JONGE DUIVEN
Op zaterdag 24 juni begint het seizoen voor de jonge duiven, we zijn dus druk met het trainen van de jonge garde. Het is de bedoeling dat we twee weken achtereen elke dag gaan rijden om de duiven in hun vliegritme te brengen. Vooral het verblijf in de manden en het leren drinken in de manden zijn voor de jonge duiven zeer belangrijk. Het allerbelangrijkste is de gezondheid en dat zijn ze. Ze trainen alsof ze achterna gezeten worden en als ze goed trainen eten en luisteren ze ook goed. Het ziet er dus veelbelovend uit. Gelijk met de eerste vlucht voor jonge duiven spelen we die dag onze derde midfond vlucht van 390 km. Dat zouden ze diezelfde dag ook in BelgiŽ doen maar dan met de jonge duiven. Ze starten daar veel eerder dan wij. Mijn mening is dat we in Nederland te voorzichtig zijn en dat komt omdat er ieder jaar erg veel jonge duiven niet terugkeren. Oorzaak? Dat kunnen er vele zijn en nog steeds weet niemand de juiste toedracht van deze rampzalige toestand. Het is toch verschrikkelijk dat je 5 maanden met de jonge duiven bezig bent om ze goed voor te bereiden op de races en dan is er zo maar opeens een dag dat er ik weet niet hoeveel duiven wegblijven. In BelgiŽ was dat het voorbije weekend het geval. Dat is ook de reden dat in BelgiŽ de vluchten voor jonge duiven het weekend van 17/18 juni zijn uitgesteld. Het was die zondag voor ongetrainde duiven zeer slecht weer. In de ochtend een wolkeloze hemel je kon zogezegd over de hele wereld kijken. Een scherpe inversie, scherpe zon met heel veel kracht en voor de mensen werd het afgeraden om langer dan een kwartier in de zon te zitten. Daarnaast was de temperatuur boven de 30 graden met een zuidoosten wind. Al met al zeer zwaar weer voor jonge duiven waarover ik al menig keer heb geschreven. Achteraf bleek dat ook zo te zijn want de verliezen waren massaal. Dat hebben ook diverse leden van mijn club gemerkt. Zij gingen zondagmorgen op pad met een flink aantal jonge duiven die om 11.40 uur op een afstand van 40 km werden gelost. Ik zag de bui al hangen en heb diverse mensen gewaarschuwd om niet mee te doen. Hou de duiven thuis, zei ik. Toen ik samen met mijn vrouw in de namiddag van een mooie fietstocht thuis kwam hoorde ik alle ellende. Die had er drie van de 24, een ander 12 van de 90, er waren er bij die drie vier uur nadat ze gelost waren nog steeds geen duif thuis hadden. Gelukkig werd het aan het begin van de avond wat koeler, de wind wakkerde aan en er viel zelfs wat regen. De kans was daardoor groot dat er de volgende dag zeker nog wat duiven door zouden komen. En dat was ook zo. Toch zijn er nog te veel duiven weg en dat was niet nodig geweest. Zelf heb ik ze maandag en dinsdag weggebracht en beide keren zaten ze al in het hok toen ik thuis kwam. Vrijdag gaan ze voor het eerst met de grote wagen mee en dat is weer een andere situatie. We wachten af. Het vertrouwen in een succesvol seizoen is zeker aanwezig. We zijn zelfs zeer optimistisch wat overigens helemaal niets zegt. Het moet mee zitten en er moet een beetje geluk bij komen.

MOEIZAME START
Op zaterdag 27 mei ging in Nederland het programma voor de lange afstand spelers van start. In BelgiŽ hadden ze de eerste Nationale vlucht van dit seizoen al te pakken. BelgiŽ speelde vanuit Bourges en in Nederland werd gebruik gemaakt van diverse lossingplaatsen. Zo speelde het zuiden Issodun en de provincie Noord-Holland (mijn speelgebied) zou vertrekken in Chateaudun doch door de stevige zuidoosten wind werd dat veranderd in Gien (voor mij 550 km) dat ter hoogte van Orleans ligt. Een goede beslissing voor de eerste vlucht op de eendaagse fond, een prachtige afstand. Voor onze begrippen was het echter zeer warm. Temperaturen van 30-32 graden komen in ons land bijna nooit voor. Al in de vroege ochtend was het op de lossingplaats al boven de 25 graden plus dat er in de loop van de dag kans was op hevige regenbuien met kans op onweer en zelfs hagelbuien. Toen ik ’s morgens het weerbericht raadpleegde zag ik dat er in BelgiŽ over de volle breedte van het Land (van Brussel tot aan de Noordzeekust) een storing lag waardoor ik direct dacht; dit wordt een zware en moeilijke vlucht. Zelf had ik geen duiven ingezet omdat ik geen liefhebber ben van die lange afstanden. Toch dacht ik toen ik ’s morgens uit het raam keek had ik toch maar wel meegedaan zulk mooi weer was het. Na het bekijken van het weerbericht dacht ik daar heel anders over. Met enkele vrienden hadden we afgesproken dat we bij een bekende liefhebber in de buurt zouden gaan kijken. Hij is een van de betere spelers op de vluchten van 500-800 km. Op alle lossingplaatsen waren de duiven in alle vroegte gelost in verband met de slechte weersvoorspelling voor de middag. Het plan was dat de duiven dan voor het slechte weer thuis zouden zijn. In Nederland hebben we die dag weinig van het slechte weer meegekregen. De koperen ploert stond hoog aan de hemel, het was ontzettend warm. En dan die zuidoosten wind, dat is in Nederland een windrichting waardoor de duiven vanuit het zuiden vrij snel boven de Noordzee kunnen komen en dat is dodelijk. We waren ruim op tijd op onze post om de duiven op te wachten en aangezien ik slecht op duiven kan wachten begon ik me al aardig te vervelen zolang duurde het. Telefoons stonden uit want we wilden niets van aankomsttijden weten, eerst moest er een duif zijn. Eindelijk kwam er een als een bliksemschicht uit de lucht gedoken, de klok wees 13.35 uur. Direct werd de duif gemeld wat verplicht is in ons land. Het was in de club de eerst gemelde maar in ons samenspel de ZCC bleken er om 13.00 uur en 13.03 uur al twee duiven gemeld te zijn. Zo op het eerste gezicht geen super prestatie wat het achteraf wel bleek te zijn. Binnen 5 minuten waren er 4 geklokt en dat waren vier plaatsen binnen de top-10 van het samenspel. Goed gekozen van ons om daar te gaan kijken! Om kwart over twee gingen we weer huiswaarts en toen waren er tien van de 46 thuis. Geen idee hoe het bij anderen was gegaan. Toen ik die zelfde avond ging informeren bleek het een rampzalige vlucht te zijn, de concoursduur was tussen de 2 en 3 uur. Allemaal weten we dat er dan nog 75% van de duiven onderweg is. Gelukkig dat het hoog zomer is, de dagen zijn lang en de duiven hebben zelfs tot ’s avonds half elf de gelegenheid de thuishaven te bereiken. Het wordt minder gemakkelijk als de duiven al van ’s morgens kwart voor zeven in de lucht hangen. Het tankje raakt leeg, door de droge zuidoosten wind krijgen de duiven vrij snel dorst waardoor de kans op stress ook groot is. Na ruim 6 uur vliegen krijgen ze ook wel trek in een hapje en als er geen drinken is en ook geen eten dan zeggen ze in de wielersport dat je hongerklop krijgt oftewel het kaarsje raakt uitgebrand en het is gedaan met de snelheid. De duiven die we thuis hebben zien komen mankeerde op het eerste gezicht helemaal niets, maar nadat ze een half uur thuis waren en op rust zaten kon je goed zien dat ze erg moe waren. Die zelfde avond waren er op de meeste hokken nog veel lege plekken. In het hoge noorden van ons land, in Friesland, moesten ze de volgende dag nog doorklokken omdat er onvoldoende duiven op zaterdag thuisgekomen waren. Nee, het was geen pretje voor de duiven en ook niet voor de liefhebbers. Tegenwoordig zijn er heel veel liefhebbers die hun duiven elke week spelen, ik ben daar nooit een voorstander van geweest. Misschien ben ik wel ouderwets, als ik mee doe speel ik mijn duiven vanaf 500 km om de week. Ik ga er vanuit dat ze zeker na zo een vlucht als afgelopen zaterdag wel een week rust verdiend hebben. Toch weet ik dat een heleboel van die duiven aanstaande donderdagavond opnieuw de mand ingaan, dit keer voor mij een vlucht van 350 km. Daar doe ik wel aan mee, ik vind dat de mooiste afstanden. Pas op, ook op die afstanden kan het weer zo maar flink tegen zitten en dan zijn ze soms veel moeilijker dan een race van 600 km met staartwind.

SPEL VOOR IEDEREEN
In de maand juni draait de duivensport op volle toeren, in elke discipline is er spel. Volgend weekend beginnen we met twee trainingsvluchten voor de jonge duiven. Die gaan dan voor de eerste keer in de grote wagen voor een gezamenlijke lossing van zeker 5000 duiven. De eerste drie vluchten van het jonge duivenprogramma worden de duiven in drie groepen gelost en vanaf de vierde vlucht gaat alles er in een keer uit. Voordat dit allemaal zo ver is zijn we eerste zelf zoveel mogelijk aan het rijden geweest zodat de duiven gewend zijn aan een kort verblijf in de mand plus dat ze in hun vliegritme komen. Zelf laat ik ze in drie groepen van 10 duiven los, meer heb ik er niet. Voorheen had ik er zeker twee keer zoveel, die tijd is voorbij omdat de jaren gaan meetellen. Ach, met 30 stuks moet je ook goed mee kunnen doen en je hebt er maar eentje nodig om te winnen. Het grote probleem (in vele landen) is het achterblijven van vooral te veel jonge duiven. Zelf mag ik niet ontevreden zijn omdat ik er verhoudingsgewijs maar weinig kwijt raak. Maar wat niet is, kan komen. Ik kan het niet vaak genoeg zeggen gezondheid is bij jonge duiven het belangrijkste van alles. Als dat niet het geval is, wees wijs en speel ze niet. Wacht liever een week, misschien dat ze uit zichzelf opknappen en anders kun je een medicijn geven tegen de kwaal waar ze last van hebben. Je moet dan wel weten wat die kwaal is. Maak daar gerust een soort studie van, het is als duivenliefhebber belangrijk dat je zelf kunt zien wat er aan mankeert om dan adequaat te kunnen reageren. Best moeilijk omdat velen geneigd zijn het altijd te zoeken in medicijnen en niet denken aan de kwaliteit van de duif en/of de melker. Dat het voor iedereen maar een succesvol en probleemloos seizoen mag worden.

EENDAAGSE FOND
De harten van de vele fond spelers beginnen steeds harder te kloppen. Dit weekend gaat het programma voor de lange afstand spelers van start te beginnen met Chateaudun (Frankrijk) met een afstand van ruim 500 km. Na de nodige vluchten met lage temperaturen en regen onderweg vliegt in Nederland de thermometer omhoog. Voor het komende weekend is de verwachting tropisch, 30 graden en een zuidoosten wind. Dat zijn we in ons land niet gewend en de duiven ook niet maar in andere landen worden dit soort lange vluchten bijna altijd met hoge temperaturen gevlogen. Het zijn niet mijn vluchten en zeker niet met die hoge temperaturen. Ik houd er niet van en daarom doe ik ook niet mee. Een andere reden is dat ik mijn duiven niet echt top vind. Elke week wel een aantal vroege duiven maar geen aansprekende series. Wel vind ik dat ze er steeds beter uit gaan zien (mag ook wel na 7 weken spel), typisch is het dat de eerste vluchten de doffers het beter deden dan de duivinnen en nu is het precies andersom. Komt misschien doordat de temperaturen wat hoger worden wat ook geld voor de nachten die lange tijd erg koud waren. Ik mag over de prestaties niet ontevreden zijn maar weet zeker dat het veel beter kan. Bij mijn zoon gaat het aanzienlijk beter. Hij heeft echt topvorm en maakt mooie series. Deze week was het weer een nek aan nek race tussen vader en zoon. Met een verschil van 0,06 meter per minuut werd een duivin van mij als eerste afgevlagd, mijn zoon kreeg een doffer voorop en het mooie is dat beiden een kleinkind zijn van mijn Olympic Big Leo die in 2011 Olympiade duif was in Poznan (Poland). Die van mijn zoon is helemaal een goeie want die won de week daarvoor de eerste prijs en nu dus met nauwelijks waarneembaar verschil de tweede tegen 1200 duiven. U ziet het, goed bloed verloochend zich niet. Ik geef mijn duiven nu een week rust, dat is het goedkoopste medicijn en meestal ook nog het beste.

DE JONGE DUIVEN ZIJN MOMENTEEL TOP
De jonge duivenvluchten komen steeds dichterbij. 10 en 17 juni twee trainingsvluchten en een week later op de 24ste gaat het echt beginnen. Veel liefhebbers kijken uit naar het spel met de junioren, ik ook. Meestal weet ik mijn partijtje goed mee te spelen en heb er echt zin in. De jonge duiven gedragen zich zoals we dat allemaal graag zien. Als ik ze los laat moet ik direct opzij stappen anders vliegen ze de pet van mijn kop. Ik heb er nog 31 en in een paar tellen zijn ze het hok uit en ik zie ze zeker ruim een half uur niet meer. Zodra ze terug boven het hok komen vliegen ze met zeer hoge snelheid van oost naar west en van noord naar zuid, een lust om naar te kijken. Precies na een uur trainen roep ik ze binnen en zo hard ze het hok uit vliegen, vliegen ze er na een uur ook weer in. Het vervelende is dat nu ze zo hard trainen het straks misschien op is en er mogelijk een coli uitbraak komt. Stom om aan te denken maar het is nu eenmaal zo. Mijn plan is tot aan de langste dag (21juni) door te blijven gaan met verduisteren. Onze start is op 24 juni en meestal is het zo dat je twee weken nadat je gestopt bent met verduisteren grote kans hebt dat zich een coli besmetting voor doet. Je bent dan net begonnen en dan is er in principe geen gelegenheid om een kuur te geven. Je kunt dat wel doen maar dan kun je twee weken niet meespelen. Vandaag heb ik de jonge duiven heel kritisch bekeken waarvan er drie een onvoldoende kregen. Ik heb ze niet weggedaan omdat ze super gezond zijn en gewoon keihard met de groep meetrainen maar ze hebben wel een kruisje achter hun ringnummer gekregen. Dat doe ik wel meer en ook meerdere keren kwamen ze aan het eind van het seizoen toch door de selectie. Uiteraard omdat ze tot tevredenheid hadden gepresteerd maar vooral omdat ze in hun voordeel veranderd waren. Jonge duiven kun je pas goed beoordelen als de grote rui voorbij is. Ze ontwikkelen zich en gaan er uitzien als een volwassen duif. Jonge duiven die als jong een dunne rug hebben en niet al te sterke stuitbeentjes blijken na de rui uitgegroeid tot goed gebouwde duiven. Daarom heb ik met jonge duiven die er niet altijd strak bij zitten geen pardon. Jonge duiven die blaken van gezondheid blijven tot aan de laatste vlucht. De 31 jongen die ik nu nog heb gaan allemaal mee. De gezondheid kan niet beter, het kan echter snel veranderen als we er mee gaan rijden of als ze met duiven van andere liefhebbers in de mand komen. Vooral bij jonge duiven luistert de gezondheid erg nauw, die moet top zijn. Als ze zo trainen als ze nu doen dan eten ze goed, hebben mooie schone poten, glinsterende ogen, glimmende nekken, roze borstvlees en voelen zijdeacht aan. Als ze aan de voerbak staan te eten en je kijkt over de hele groep heen is het net alsof ze wat kleiner zijn geworden. Let op, als dat zo is zijn ze super en ga je vast en zeker een heleboel plezier aan de jonge garde beleven. Toch pas ik altijd op met de selectie het gaat namelijk niet altijd om behaalde prijzen. Gewonnen prijzen zin voor mij bij jonge duiven ondergeschikt aan de lichaamsbouw. Ik heb meerdere keren de kampioensduif jong gehad, erg mooi en je denkt er weer een kampioen bij te hebben. Ik heb ook meegemaakt dat de kampioensduif jong als jaarling zwaar teleurstelde en dan gaat die onherroepelijk weg. Het komt met grote regelmaat voor dat jonge duiven die maar twee of drie prijsjes hebben gewonnen als jaarling de pannen van het dak spelen. Naar zulke duiven zijn we allemaal op zoek. We zullen dan wat milder moeten zijn met jonge duiven die niet goed gepresteerd hebben. Daar heb ik clementie mee maar als jaarling moeten ze 50% prijs spelen, zo niet dan gaan ze weg.

GEZONDHEID
Vooral jonge duiven mogen niets meer mankeren en daar kunnen we als liefhebbers veel aan doen. In de eerste plaats het hok. Als je een hok hebt voor 40 jonge duiven moet je er geen 50 of nog houden. De jonge duivenvluchten vinden plaats in hoog zomer wat vrij constante temperaturen betekent daarom zorg dat het in het hok ook zo is. Een goede verluchting wil niet zeggen dat het voorfront helemaal open moet zijn wat ook geld voor het plafond. Als je in het hok staat en je krijgt een koude nek dan is de verluchting niet goed. De meeste liefhebbers verluchten te veel. Bij een niet te groot aantal duiven hoef je de plafondschuiven maar een klein stukje open te doen. Tegenwoordig heeft bijna iedereen een ren. Het is een modeverschijnsel. Veel rennen deugen niet omdat ze te veel op de wind staan. Verder maken de liefhebbers elkaar van streek door te verkondigen dat als je geen ren hebt speel je geen platte prijs. Waanzin ten top. Ik heb ze gekend die van een theekist speelde en nog goed ook. Ik heb ze ook gekend die een kasteel van een hok hadden maar niet mee konden komen en dat waren mannen die er alles voor over hadden om met de besten mee te doen. Daar deugden de hokken niet en de eigenaren daarvan konden niet met duiven omgaan en ja dan wordt het een moeilijke zaak. Iemand die een beetje kijk op duiven heeft weet of hij in het weekend op een vroege duif staat te wachten. Houd het simpel, dan heb je de meeste kans om te slagen.

HELAAS ECHT WAAR
In Nederland wil er nog wel eens gezegd en geschreven worden dat er nog 25.000 actieve leden zijn. Ik twijfelde al geruime tijd aan dat aantal. In Amerika wordt er nog steeds geadverteerd met 50.000 leden, helaas moeten we dan meer dan 30 jaar terug gaan. Jammer dat er nog steeds geen kans is gezien om deze snelle teruggang te stoppen. Veel is er geprobeerd maar niets mocht helpen. Wie weet gaat het dit keer wel lukken want de NPO heeft alle vertrouwen in het plan GPS2021 dat in het belang van onze duivensport is ontwikkeld. Het ziet er goed uit maar er is en blijft altijd een groot verschil tussen theorie en praktijk. In ieder geval zou het goed zijn als de huidige NPO leden alle vertrouwen geven aan het bestuur zodat ze hun klus kunnen af maken. Volgens de laatste gegevens zijn er per 2017 nog 18.000 leden en naar aanleiding daarvan ben ik het voorbije weekend eens gaan kijken hoeveel leden er hebben meegedaan. Helaas heb ik niet een 100% zuiver beeld omdat ik van 4 van de 11 afdelingen niet het juiste aantal deelnemers heb. Voor de 4 afdelingen(3-4-8-10) heb ik een schatting gemaakt. Ik kwam tot de volgende schrikbare ontdekking. Afdeling 1- 435 deelnemers, 2- 888, 5- 1.468. 6- 637, 7- 703, 9-1.069 en 11- 928, maakt totaal schrik niet 6.128 deelnemers dat is een gemiddelde per afdeling van nog geen 900 liefhebbers. Als ik dan voor de 4 ontbrekende afdelingen het zelfde gemiddelde neem kom ik voor 11 afdelingen totaal niet eens meer op 10.000 leden, onvoorstelbaar en bijna niet te geloven. Eens zo een grote nationale sportbond met meer dan 100.000 leden waar nu nog maar 10% van over is. Het gaat tenslotte om de actieve leden oftewel spelende hokken. We kunnen ons zo langzamerhand afvragen waar maakt de NPO zich nog druk om? Het houdt in dat bijna 50% van het ledenbestand nog wel lid zijn doch om wat voor redenen niet meer meedoen. We kunnen er gerust vanuit gaan dat vooral door de vergrijzing de komende 3 jaar het ledental zeker nog met duizend per jaar zal verminderen. Iets anders kan ik er niet van maken helaas.

HET SNELHEIDSSPEL ZIT ER ALWEER OP
Nog maar net begonnen en de snelheidsspelers zijn alweer klaar. Zes vluchten die geen van allen vlekkeloos verliepen. De weersomstandigheden werkten zeker niet mee waardoor er toch nog vrij veel duiven zijn achter gebleven waarvan de meeste op de laatste vlucht van vorige week. Het waren in mijn ogen allemaal paniek lossingen. In Zuid-Nederland in de ochtend nevel met hier en daar een zware mistbank, BelgiŽ was goed maar voor de middag werden zware buien voorspeld met kans op hagel en zelfs een klap onweer. Om het slechte weer voor te blijven besloten de meeste afdelingen vroeg te lossen. Afdeling Friesland spande de kroon door al om kwart voor zeven de manden open te trekken. Ze staan daar om bekend of zijn de andere afdelingen misschien te voorzichtig? Bij mooi weer is het heel simpel om het sein tot lossen te geven maar met dat wisselvallige Hollandse weer heb ik bijna wekelijks medelijden met de mannen die moeten beslissen om wel of niet te lossen. Verloopt zo een vlucht goed dan hoor je niets maar oh wee als er veel duiven op de dag van lossing achter blijven dan deugd er helemaal niets van. Duivenmelkers raken denkelijk te snel in paniek als op de vlieg dag veel duiven nog niet terug zijn. Ik vind dat ook heel vervelend maar zeg meestal; ik heb geen lossingbevoegden nodig om er voor te zorgen dat veel duiven achterblijven, opruimen kan ik zelf wel. Maar ik geef het je te doen. Voor de een doe je het goed en de ander vind dat je er totaal geen kijk op hebt. Blijf in die gevallen kalm en maak pas maandagavond de balans op, in de meeste gevallen valt het dan erg mee. Dit weekend (20 mei) beginnen we aan een serie van 5 midfond vluchten (300-500 km), voor verreweg de meest leden zijn dat de mooiste afstanden. De invloed van de wind is minder en de wedstrijden zijn niet binnen 10 minuten afgelopen. Ik kijk er nu al naar uit, heerlijk in de tuin met enkele vrienden onder het genot van een kop koffie wachten op de aankomst van de duiven. Die situaties hebben we in Nederland dit seizoen pas een keer gehad. Wat het verloop van de snelheidsvluchten betreft liep het voor mij de laatste twee vluchten niet zoals ik had gehoopt. Na vier vluchten stond ik bij de top drie in het tussenklassement en daarna had ik de pech dat zowel de doffers als de duivinnen geen eetlust meer hadden. Ik heb ik ze nu hopelijk weer op de rails en zie ik met vertrouwen de halve fond vluchten tegemoet. Met mijn zoon Marco ging het heel anders. Hij speelde vanaf de eerste vluchten de pannen van het dak en werd uiteindelijk kampioen van de snelheid in de club en ook in de sterke ZCC. Samen hebben we momenteel een kweekhok waar we voorlopig meer vooruit kunnen. We streven er naar om binnen drie jaar weer een hok kweekduiven te hebben die minimaal een eerste prijs in groot verband hebben gewonnen of kampioensduif zijn. In naamduiven zijn we niet geÔnteresseerd, in ons kweekhok mogen alleen duiven wonen die zelf hebben bewezen dat ze er wat van kunnen. Uiteraard zitten er ook enkele aangeschafte duiven waarvan de ouders het predicaat “uitmuntend” op de wedvluchten hebben verdiend. Een duif die bij ons de eerste prijs in het samenspel wint gaat direct het kweekhok in. Het is nog steeds zo dat de beste vliegduiven niet automatisch hele goede jonge geven, maar……als je een topper kweekt komt die in de meeste gevallen uit de beste koppels en die zitten bij ons in het kweekhok. Zou het niet zo zijn dat winnaars, winnaars geven, mijn zoon en ik houden het daar op. We zijn niet van plan op een toevalstreffer te gaan zitten wachten.

JONGE DUIVEN VRAGEN NU OOK MEER AANDACHT
Zo langzamerhand begint het tijd te worden om meer aandacht aan de jonge duiven te besteden. Het kweken is gedaan en bij zetten doen we niet meer. De jonge duiven doen het prima, ze stormen het hok uit en zijn zowel s’ morgens als s’ avonds zeker 20 tot 30 minuten weg. Alle entingen hebben ze gehad, hun hele leven krijgen ze het zelfde voer, elke dag verse grit en mineralen. In de ochtend laat ik ze hardlopen door steeds in een verschillende hoek van het hok een of twee pinda’s te gooien. Ik heb daar lol in en zij en ze blijven er lekker actief door. Voer krijgen ze tweemaal per dag op dezelfde tijd, als ik op die vaste tijden naast de spoetnik ga staan weten ze dat het etenstijd is een binnen de kortste keren rollen ze naar binnen. Dit doen ze alleen als ze super gezond zijn. Mochten twee of drie duiven daaraan niet meer doen pas dan op voor coli besmetting en ik doe dan direct een kuur in het water. Die twee of drie die buiten blijven, ze gedragen zich soms zo raar alsof ze de ingang van het hok niet meer weten. De coli bacteriŽn krijgen de overhand en ga er dan maar vanuit dat de besmetting onder een groot deel van de duiven zit. Door direct te kuren voorkomt u een heleboel ellende. Het is ook zo weer over maar de dagen dat ze echt last hebben is het geen pretje om het hok te reinigen. Dus voorkomen is beter dan genezen. Het leren drinken in de manden is zeker aan te bevelen. Ik heb daar vanwege mijn leeftijd geen zin meer in, ik heb een “boven hok”, moet elke dag meerdere keren de trap op en af dus ik heb gekozen voor langwerpige drinkbakken waaruit ze wel met 6 naast elkaar uit kunnen drinken. Op die manier probeer ik het drinken in de verzendmanden na te bootsen en dat werkt ook nog.

WEER 1.000 LEDEN MINDER
Oh prachtige duivensport waar gaat het naar toe? Het ledental blijft maar achteruit gaan. Een peperdure promotiefilm blijkt weggegooid geld te zijn. De promo duivenhokjes die gratis beschikbaar werden gesteld aan toekomstige (jeugd) leden heeft bij lange na niet het gewenste resultaat gebracht. De aandacht die aan jeugd leden werd besteed heeft niets toegevoegd aan het ledenbestand. In Nederland is nog maar 1 duivenmagazine de andere zijn ter ziele. Het is te wensen dat niet het zelfde gebeurt met de duivensport. Gelukkig dat het (nieuwe) NPO bestuur (alweer) een nieuw plan heeft uitgewerkt waarmee over een jaar of vijf het ledental weer zal toenemen. Het is en blijft voorlopig wel een prognose maar laten we er vanuit gaan dat het gaat lukken. Voordat het zo ver is moeten eerst nog 5 jaar overbrugd worden en in zo een lange periode kan er ook nog veel mis gaan. De opkomst bij alle presentatie avonden over een nieuwe koers die de NPO wil inslaan was matig tot zeer slecht wat niet alles zegt. Het gaat er om dat er binnen elke afdeling kundige mensen opstaan om de NPO bij te staan zodat we inderdaad een nieuwe koers kunnen gaan varen. Niet alleen om de vernieuwing wel om het behoud van de duivensport. Als we zien dat er dit jaar weer 1000 leden minder zijn moeten we de bestaande leden koesteren en dat is alleen te bereiken door niet te pas en te onpas veranderingen aan te brengen. We hebben te maken met een steeds ouder worden groep duivenhouders. Een grote groep die al meer dan 40 jaar wekelijks met duiven speelt. Bestuurders moeten begrijpen dat juist die groep niet op grote veranderingen zit te wachten. Zij spelen al jaren hun spelletje, daar hebben ze vrede mee want anders waren ze al lang gestopt. Ooit hadden we meer dan 120.000 liefhebbers, in 2016 waren dat er nog 18.606 en in 2017 staan er nog 17.773 op de ledenlijst. Erger is het dat er daar leden bij staan die al lang geen duiven meer hebben of nog wel maar niet meer meespelen doch wel lid van een club zijn. Het kon wel eens zo zijn dat er hooguit 14.000 actieve leden zijn en zelfs dat lijkt me nog te hoog geschat. Wat als blijkt dat er in 2018 weer 1.000 leden zijn gestopt? Hoe wordt dat organisatorisch opgelost, op welke manier willen we de duivensport aantrekkelijk maken als er niet meer in elk dorp een duivenclub is gevestigd? Bestaande jongere duivenliefhebbers zijn voor een deel nog wel bereid naar een andere stad of dorp te rijden om daar hun duiven in te korven. Veel oudere liefhebbers zijn daartoe niet meer in staat en moeten daardoor noodgedwongen met hun hobby stoppen. Hoe gaan we dit soort ledenverlies een halt toeroepen. De Nederlandse organisatie bestaat uit 11 afdelingen met totaal 676 verenigingen. Afdeling Zuid-Holland is met 2502 leden de grootste en Zeeland heeft nog maar 851 leden. De duivensport blijft een mooie hobby maar we gaan absoluut nog vijf moeilijke jaren tegemoet. En daarna? Wie het weet mag het zeggen.

NOG EEN SNELHEIDSVLUCHT
Vijf sprintvluchten zijn voorbij en de kaarten zijn geschud. Net als andere jaren weer veel dezelfde namen in de top van de tussenstand. Met enige trots kan ik zeggen dat mijn zoon Marco in onze CC aan de leiding gaat met een riante voorsprong. Zijn duiven hebben formidabel gepresteerd en hebben bijna een halve vlucht aan kampioenspunten opgebouwd. Het moet gek gaan als hij niet de nieuwe sprint koning gaat worden. Voor mij als vader prachtig om mee te maken als zoonlief ook op de laatste vlucht voorin finisht en gekroond gaat worden als kampioen van de snelheidsvluchten. Laten we er niet te veel op vooruit lopen want de laatste race moet nog gevlogen worden. In de Nederlandse voetbal competitie maken we momenteel ook zoiets mee. Een van Nederlands bekendste clubs is Feijenoord. Ze staan gedurende de hele kompetitie al bovenaan de ranglijst met op een gegeven moment zelfs met 9 punten voorspong. Nu is die voorsprong met nog een wedstrijd voor de boeg geslonken tot 1 punt. Er mag de komende zondag dus niets mis gaan want aardsrivaal Ajax ligt op de loer en volgt met 1 punt achterstand. Zo kan het gaan in elke tak van sport. Het is te vergelijken met een wielerkoers, daar kunnen renners de hele etappe met een riante voorsprong rijden maar 1 ding is zeker bij de finish worden pas de prijzen uitgedeeld tot die tijd is er nog alles mogelijk. Dat geldt ook voor mijn zoon. Voordeel is dat zijn duiven wekelijks geweldig naar huis komen waardoor hij niet van een of twee duiven afhankelijk is. Voorbije zaterdag ging het zo: 1-5-7-8-9-10-11-17-19-21-24 tegen 339 duiven. Volgende week wordt begonnen aan een serie van 5 midfond vluchten en deze maand wordt gestart met de eendaagse fond vluchten. Drukke tijden breken aan want ook de jonge garde moet in gang gebracht worden. Altijd spannend omdat het spel met de jonge duiven geen aardigheidje meer is. Vroeger jaren konden de meeste spelers wel een prijsje pakken. Die tijd is voorbij want ook bij de jonge duiven zijn er veel specialisten gekomen en als die mannen beginnen te klokken is het heel normaal dat ze er 30 binnen een minuut in rammelen. Om dat te bereiken moeten ze super gezondheid zijn en nog een ietsje meer.

VEEL ER VOOR DOEN
Niets gaat vanzelf. Om te goed te presteren moet er veel werk verzet worden. Belangrijk is het om prioriteiten te stellen. Er zijn er die de hele week elke dag uren aan de duiven besteden. Niet erg, vooral als je er heel veel hebt maar het gaat om de zaken die belangrijk zijn. De liefhebber zelf moet elk weekend het gevoel hebben dat hij er alles aan gedaan heeft om zijn duiven in top conditie aan de start te brengen. Bij mij staat boven in het vaandel alles op dezelfde tijd en dat betreft rusten, trainen en eten. Een regelmatige verzorging zorgt voor een optimale conditie en daar hang alles vanaf. Het is verder aan de liefhebber om te bepalen welk voer mineralen hij geeft, wel of geen verse groente, wel of niet duivin tonen en zo kan ik nog wel even doorgaan. Veel liefhebbers maken tegenwoordig een halszaak van doordeweeks rijden met de duiven. Ik geloof dat het een voordeel is vooral aan het einde van het seizoen. Daarnaast ben ik een voorstander van rust op het hok. Met de oude duiven rijd ik nooit. Met de jonge duiven rijd ik voorafgaand op de vluchten zoveel mogelijk echter nooit meer dan 10 keer en als de vluchten zijn begonnen geldt ook hier rust op het hok. Veel liefhebbers spelen op de deur, verkapt weduwschap met jonge duiven. Bij mij worden de jonge duiven niet gescheiden en als ze een nestje willen bouwen mogen ze van mij hun gang gaan. Na twee jonge duiven vluchten laat ik zelfs twee oude duivinnen bij de jongen om ze aan te moedigen te gaan nestelen. Met beide systemen zijn goede resultaten te behalen. Vooral bij jonge duiven is gezondheid het aller belangrijkste.

AFGUNST OF……
Het moet toch niet gekker worden, dit heb ik nog nooit meegemaakt. U zult zich wel afvragen wat is er nu weer aan de hand in duivenland? Je zou denken des te minder leden des te minder problemen. Mis dus we zijn nog maar net vertrokken of de afgunst viert alweer hoogtij. Het is bij het kinderachtige af plus dat het problemen zijn die door oudere, en je zou denken kundige, liefhebbers de wereld in worden geholpen. Er zijn van die lui die op allerlei manieren onze hobby proberen te torpederen. Het zijn van die blaaskaken die het altijd wel ergens mee oneens zijn. Erger is het dat zij zich overal mee bemoeien en niets anders doen dan onrust stoken. Dit keer gaat het om het ophalen van onze duiven en het beladen van de duiven transportwagens. Zo lang ik met duiven speel worden de duiven van alle verenigingen bij de clublokalen opgehaald om ze naar een centrale verzamelplaats te brengen. Daar worden alle reismanden door een vaste groep van medewerkers in de grote duiven transportwagen geplaatst. Op die verzamelplaats is het verboden toegang voor duivenliefhebbers die er niets te maken hebben. Ondanks dat verbod proberen toch, meestal dezelfde personen, dat terrein te betreden in de hoop iets te kunnen constateren waarmee ze roddels de wereld in kunnen helpen. Jarenlang werd gebruik gemaakt van dezelfde vervoerders, door de jarenlange ervaring kenden ze alle ins en outs. We kunnen gerust spreken van een geoliede organisatie. Helaas begon op een gegeven moment de teloorgang van de duivensport. Er kwamen minder kundige bestuurders achter de tafel die meestal met een loffelijk streven begonnen. Vorig jaar kondigde ons nieuwe bestuur aan dat er werkt gemaakt zou worden van goedkoper vervoer. Er kwam na 40 jaar trouwe dienst een andere vervoerder, het werd goedkoper, alle leden blij. Onze sport is zeker in Nederland geen goedkope bezigheid dus dat was een prima zet van onze bestuurders. Het vervelende is dat nog niemand iets gemerkt heeft van een prijsverlaging. Wat wel is opgemerkt is dat het vervoer niet meer is zoals we gewend waren. De kennis van zaken ontbrak bij de nieuwe bestuurders en ook bij de nieuwe vervoerder. Het werd improviseren in plaats van organiseren. Onze duiven werden niet meer opgehaald, we moesten ze zelf aanleveren bij de verzamelplaats. Iets dat jaren geleden voor onmogelijk werd gehouden omdat de veiligheid van het concours in het geding zou kunnen komen. Wat kan er allemaal plaats vinden als twee liefhebbers de duiven van de hele club 10 km verderop moeten aanleveren? Verkeersongeluk, wel of niet eigenschuld, fraudemogelijkheden plus dat je niet elke week iemand kunt verplichten de duiven weg te brengen. Zodra de duiven weggebracht worden begint in onze club de prijsuitreiking van de voorgaande vlucht. Altijd een gezellige bezigheid waar alle leden graag bij aanwezig willen zijn omdat er elke week nogal wat prijsjes uitgereikt worden.

ONZE DUIVEN WORDEN WEER OPGEHAALD
Ons clubbestuur heeft enorm haar best gedaan om het voor elkaar te krijgen dat dit jaar de duiven weer bij ons clublokaal opgehaald worden. Er hebben nu 5 vluchten plaats gevonden en het laden van de duiven en het lossen van de lege manden was binnen 10 minuten bekeken. Mijn club heeft behoorlijk geÔnvesteerd om het laden en lossen een stuk eenvoudiger te maken. Zoals iedereen zal begrijpen is een duivenauto nooit elke week volledig beladen en omdat wij het laatste ophaaladres zijn was er elke week een ruime keuze op welke plek onze reismanden in de auto geplaats werden. Jarenlang is er door verschillende verenigingen gevraagd om hun manden meteen achter de cabine te plaatsen. Een onmogelijke opgave en juist daardoor werd er op toegezien dat niet elke week de manden op dezelfde plaats in de auto kwamen te staan. Er werd door de vervoerscommissie een soort roulatie systeem toegepast. Doordat nu de grote duiven transportwagen bij ons voor de deur komt zijn wij afhankelijk welke plek de chauffeur ons toewijst. In de ogen van de collega verenigingen was dat een zeer gunstige plek. De voorbije weken presteerden een flink aantal leden van onze club in de ogen van de concurrentie boven verwachting goed. Dat zou te maken hebben met de plaats in de auto. Dat een deel van onze leden goed tot heel goed presteert is niet toevallig, het zijn leden die andere jaren ook de boventoon voeren. Er werd geklaagd door geroutineerde liefhebbers wat volgens hun niets met afgunst te maken zou hebben. Onze duiven zaten wat ruimer omdat een kant van de auto niet volledig beladen was. Je kunt je afvragen waar je de manden moet plaatsen als de andere kant van de auto vol zit. Het is spijkers op laag water zoeken eigenlijk te kinderachtig om er aandacht aan te besteden. Het is jaloezie van de bovenste plank. Nu hebben onze duiven de laatste weken achter in de auto gezeten en omdat de prestaties binnen onze club steengoed zijn wil opeens iedereen achterin zitten terwijl jarenlang de plaats direct achter de cabine de beste zou zijn. Onze duiven hebben dit seizoen meer “verse zuurstof”???? gekregen dan de andere duiven die aan de volle kant zaten en daardoor zouden volgens de afgunstige onze prestaties beter zijn. Hoe bedenk je het. Allemaal voorin of allemaal achterin is helaas niet mogelijk of we moeten denken aan het bekende Belgische mopje. In dat land wilde alle passagiers voor in de bus zitten. Daardoor werden er bussen gemaakt van 14 meter breed en vier meter lang. Veel passagiers konden dus voorin zitten alleen de bus kon geen kant meer heen. Is dus ook geen oplossing.

DE BRASSEN WETEN NIET VAN OPHOUDEN
Na vier weken snelheidsspel prijken de namen van Marco en Bert Braspenning bovenaan de ranglijst. Vooral bij Marco komen ze als kometen, vader Bert komt net iets te kort. Mooier kun je niet hebben als je zoon steeds meer het stokje van Pa over gaat nemen. Dat wil niet zeggen dat vader Bert zich zo maar gewonnen gaat geven. Pa is al lang blij dat een van zijn zoons geÔnteresseerd is in de duivensport. Ik heb hem aan alle kanten geholpen en Marco is inmiddels zo fanatiek dat hij bijna geen voorlichting van mij meer nodig heeft. Toch spelen we samen het zelfde fanatieke spelletje en daar hebben we beiden ontzettend veel plezier in. Ook deze week verliep weer vlekkeloos. In de club pakten we tegen 359 duiven: 1-4-5-6-7-8-9-10-11, de jaarlingen kwamen deze week het beste. De winnende snelheid was 1511 meter per minuut (ruim 90 km per uur), binnen de 10 minuten waren de 90 prijzen verdiend. Ondanks de hoge snelheden bleken er tijdens het uitslaan van de klokken nog diverse duiven niet thuis. Bij mij was een 2-jarige duivin achter gebleven maar dinsdagmorgen zat ze weer op het hok. Ze had erg veel gewicht verloren en daarom vind ik het zo prachtig dat zo een duivin zoveel wilskracht heeft om terug naar huis te komen. Voorlopig kan ze zeker niet mee, ze zit met nog wat reserve duivinnen in een apart hok zodat ze tot rust kan komen. Deze week laat ik haar niet buiten, ze wordt extra verwend omdat ik altijd veel waardering heb voor duiven die ondanks alle tegenslagen toch zelfstandig naar huis komen. Dat heb ik minder voor duiven van 2 jaar of ouder die je terug moet halen, ik haal ze wel altijd terug maar in de praktijk komen ze bij mij bijna nooit door de selectie aan het einde van het seizoen.

HOE MINDER LEDEN DES TE STRAKKER DE REGELS
Onze duivensport is hoognodig aan een rustperiode toe wat betreft de organisatie. In de tijd dat er nog duizenden leden waren liep alles op rolletjes. Natuurlijk waren er situaties waar niet iedereen het mee eens was maar in grote lijnen verliep alles vrij geruisloos. Helaas kan dat niet van de laatste 20 jaar gezegd worden. De vergrijzing drukt zijn stempel op onze sport, kundige bestuurders verdwenen uit beeld en de nieuwkomers proberen elke keer opnieuw het wiel uit te vinden, het is gedaan met de rust. Gelukkig zijn er ook positieve veranderingen. Het vervoer werd aangepast aan de eisen van de moderne tijd, ook de elektronica deed haar intrede en we kregen ook te maken met een dopingreglement, ja in onze simpele sport. Het spel om de bijna te verwaarlozen poule centen verdween. De gewone liefhebber werd de mogelijkheid ontnomen om een paar centen bij te verdienen om zijn hobby te kunnen bekostigen. De duivensport is beslist geen achtergebleven gebied. Helaas zijn we door de sterke terugloop van het aantal leden niet meer interessant voor de dagbladen waardoor onze hobby/sport nog meer in de vergetelheid raakt. Via internet wordt geen publiciteit gemaakt voor de duivensport, wel krijgt de commercie extra aandacht. Al die aandacht is met name gericht op het verre oosten. Daar worden exorbitant hoge bedragen neergeteld voor Hollandse en Belgische duiven. In beide landen zijn een flink aantal liefhebbers die zich met medewerking van makelaars verrijken door verkoop van hun (meestal) naamduiven. U kunt zich voorstellen dat bij de verkoop van die duiven een heleboel gebakken lucht wordt gebruikt om de waar aan de man te brengen. Speltechnisch krijgt Nederland en BelgiŽ nu te maken met strengere voorschriften betreffende duiventransport en lossingen. De ellende met de vogelgriep is eindelijk voorbij. De duiven mochten al een tijdje buiten komen en vorige week was het de beurt aan de kippen, eenden en kalkoenen. Nu er weer met duiven naar de lossingplaatsen gereden mag worden zijn de afspraken verscherpt. Wilde lossingen zijn verboden, voor transporten boven de 500 duiven zijn officiŽle papieren nodig, lossingplaatsen moeten zodra de duiven op weg naar huis zijn schoon en opgeruimd achter gelaten worden. Zo niet, dan wordt voor volgende lossingen geen toestemming meer verleend. Inmiddels hebben we dat aan den lijve ondervonden.

BEDANKT MENEER DE CHAUFFEUR
Vrijdagmiddag 21 april kreeg Noord-Holland een officieel schrijven van de NPO dat wij niet meer welkom waren in de Belgische lossingplaats Asse-Zellik. Reden; een van onze chauffeurs vertikte het op 14 april na de lossing de rommel op te ruimen. Hij gaf de dienstdoende medewerker van de gemeente Asse-Zellik nog een grote mond op de koop toe en reed weg. Andere chauffeurs hebben toen de lossingplaats netjes achtergelaten. Wat moet je met zo een chauffeur. Ik ben er van overtuigd dat de man goede instructies heeft meegekregen. Is zo een man zich er wel van bewust wat voor gevaarlijk spel hij speelde? Hij brengt de hobby van duizenden duiven liefhebbers in gevaar door niet te doen hetgeen hem is opgedragen. Op staande voet ontslag is hier het meest op zijn plaats. Gelukkig is alles goed gekomen. Onze bestuurders besloten om op 22 april dan maar uit Oudenaarde te spelen en alle duiven van Noord-Holland daar tegelijk te lossen. Doordat het geen ideaal duivenweer was moesten risico’s genomen worden. Om 12.10 uur mochten ze er uit bij een laaghangend gesloten wolkendek en ondanks dat ze onderweg te maken hadden met soms een pittige regenbui werd het een vlot concours met snelheden van om en nabij de 73 km per uur, van verliezen was bijna geen sprake.

ZOON MARCO GING MET DE OVERWINNING AAN DE HAAL
Ook na de derde snelheidsvlucht blijven de Brassen het heel goed doen maar 18 duiven van de 43 in de uitslag is eigenlijk iets te weinig. Als je in kampioensstijl wilt spelen ben je bijna verplicht om minimaal 50% prijs (1:4) te spelen en dat was dit keer slechts 45%. De uitslag maakt veel goed, in de club zag het er tegen 370 duiven zo uit;1-4-11-12-23-24-25, 7 in de top-25 is zonder meer een resultaat waarmee je tevreden kunt zijn. Zoonlief staat na 3 vluchten op de eerste plaats en pa volgt hem op de tweede plek. In de Kring werd tegen 2986 duiven begonnen met: 3-21-34-37-67-71-76 enz. Voor het aanstaande weekend zijn de weersverwachtingen beter. Temperatuur 15 graden en een kalme zuidwesten wind. Nu maar hopen dat de weersvoorspellers het bij het rechte eind hebben, de voorgaande vluchten was het echt geen pretje om de duiven op te wachten. Komende zaterdag met wat meer zon komen niet alleen de duiven maar ook hun bazen aan hun trekken. Nu we het over trekken hebben, dat doen de jonge duiven sinds een week formidabel.

ZE ZIJN MEER DAN TWINTIG MINUTEN WEG
Ik hoor van liefhebbers dat hun jonge duiven dagelijks bijna een uur aan het trekken zijn. Ik ben dan geneigd te zeggen dat ze dan maar eens in de omtrek moeten gaan kijken of ze niet heerlijk op de akkers lopen te grazen. De mijne zijn nog nooit zo lang weg geweest. Ik ben al blij als ze 20 minuten uit zicht zijn. Ik heb er nu nog 33, er zat een hele mooie lichte schalie bij. Het was zo maar een van mijn jonge favorieten. In de schotel blonk ze al uit en toen ik haar vorige week in mijn handen had kreeg ik een goed gevoel over haar. Echt een duif zoals ik die graag zie en een langer verhaal kan ik er niet van maken. Ze is weg, gewoon weg vanaf het hok. Ik miste haar twee dagen geleden en ze is nog niet terug. De hoogspanningsmasten of een roofvogel, ik weet het niet. Dat zijn de risico’s als je duiven buiten laat, dus verder niet getreurd, we hebben ze uiteindelijk om mee te doen aan de wedstrijden en dan raak je er elk jaar wel een aantal kwijt. De meeste liefhebbers lopen dan te kermen want het is er altijd eentje uit hun betere kweekkoppels. Het zal wel, de ervaring heeft me geleerd dat we er ondanks de verliezen in oktober allemaal toch nog te veel hebben. Dat is maar goed ook want we willen graag selecteren en liefst zo streng mogelijk. Als het kan speel ik mijn jonge duiven op alle 8 de vluchten en gaan ze ook nog 5 keer op de natour mee. Ze moeten dan we een goede conditie hebben, anders kun je ze beter een week thuis houden. Ik ben van mening dat jonge duiven in hun geboortejaar aan zo veel mogelijk wedstrijden mee moeten doen, ze hebben daar als jaarling enorm profijt van. Maar nogmaals ze moeten gezond zijn en durf er af en toe eens eentje op te ruimen zeker een die er niet bij zit zoals het hoort. Elke keer als je in het hok komt kijk je als eerste naar die duif om te zien of ze al opgeknapt is en is dat niet het geval, dan ben je voor de rest van de dag humeurig. Dus gauw weg er mee, we laten ons humeur niet verpesten door een jonge duif waarvan we nog maar weinig of niets van weten.

BETER BESTAND TEGEN KOUDE DAN TEGEN WARMTE
Onze con voyeurs of de concoursleiders zijn soms wel eens te voorzichtig als het gaat om het lossen van de duiven. Als een concours met een afstand van 200 km ruim een half uur open staat zijn veel liefhebbers in paniek. De mobiele telefoons zijn ideaal om elkaar van streek te maken. Iedereen belt met elkaar en dan maar zeuren over het langdurig open staan van het concours het zou wel eens een rampvlucht kunnen worden. Wat is het bezwaar als een korte vlucht langer open staat dan we gewend zijn? Het zou te koud zijn en ook nog windkracht 5 op kop, ingrediŽnten om er een zware vlucht van te maken. Als het een waaivlucht is, u kent ze wel windkracht 5 op de staart en een snelheid van 120 km per uur, dan is alles binnen vijf minuten voorbij. Daar zijn we met zijn allen dan een hele week voor bezig geweest. Alle dagen de duiven verzorgen en in het weekend is de pret dan binnen 5 minuten afgelopen. Het mag toch ook wel eens anders gaan. Hiermee bedoel ik dat er eens andere liefhebbers hun gezicht in de top van de uitslag laten zien. Duivensport is te vergelijken met een etappe wedstrijd in de wielersport, alle dagen iets anders. Het enige belangrijke verschil is dat wielrenners allemaal dezelfde afstand af moeten leggen en dat is met onze duiven niet het geval wat kan zorgen voor grote verschillen. Zo was er het voorbije weekend in mijn regio een vlucht van ongeveer 180 km. Vanwege te lage temperaturen en regen op de lossingplaats werd de lossing uitgesteld tot 2 uur. Het vertrek was niet goed. Het vreemde was dat de eerste duiven een snelheid maken van ruim 80 km en dat met windkracht 5 op de kop. Vroeger zouden we tegen elkaar gezegd hebben dat de snelste duiven altijd duizend meter (60 km per uur) per minuut maken maar die tijd is al lang voorbij want de duiven gaan tegenwoordig met kopwind minimaal 80 km per uur en dat vinden we heel normaal. Nee, de duivensport is echt niet stil blijven staan. In de breedte is de sport veel sterker geworden. Vroeger waren er enkele die er met kop en schouders bovenuit staken wat nog zo is maar op ieder hok zitten nu duiven die zich met de grote mannen kunnen meten.

VITESSESPEL IS DORPSSPEL
Dergelijke snelheidsvluchten kunnen eigenlijk alleen maar in een klein gebied worden gevlogen. In het rayon waar ik in speel is een verschil is tussen de kortste en de langste afstand van bijna 30 km. Op een vlucht zoals voorbije zaterdag met harde kopwind is er van de voorvlucht niet te winnen. Zo goed als zeker komen er ook vluchten met wind uit en andere hoek maar het verschil blijft 30 km. Ook al hebben we in Nederland een commissie “eerlijk spel” dit soort problemen zijn niet op te lossen. Mogelijk zijn daardoor de vluchten met een afstand van 300 tot 500 km het mooiste. Daarop heeft de wind minder invloed en daar doen ook de meeste liefhebbers aan mee. Over de vluchten met een nog grotere afstand wordt veel geschreven. Dit zijn vluchten die tot de verbeelding spreken maar we moeten niet vergeten dat er misschien 20% van de liefhebbers aan mee doen. In BelgiŽ krijgen deze vluchten veel publiciteit omdat ze daar op nationaal niveau gespeeld worden. In Nederland hebben we maar 1 nationaal concours vanuit Chateauroux wat voor mij 670 km is. Ik speel die vluchten niet graag. Mijn voorkeur gaat uit naar afstanden tot 500 km en daar hebben we er wel 25 van.

VADER EN ZOON BRASPENNING BEGINNEN MET 1-2-3-4
Met gemengde gevoelens zaten de Brassen ieder op hun eigen hok op de duiven te wachten. Het vertrek zou slecht zijn geweest. Veel duiven bleven erg lang boven de lossingplaats hangen en dan krijg je grote verschillen in aankomsttijden. Op deze vlucht trokken de Brassen fel van leer we wonnen zowel in de club tegen 441 duiven als in de ZCC tegen 1700 duiven de 1e,2e,3e en 4e prijs. De winnende snelheid was 1350 meter per minuut (81 km per uur). Onderweg moeten ze een deel west noordwesten wind gehad hebben anders is het bijna onmogelijk om zo een snelheid te halen. Een verdwaalde regenbui zou mede gezorgd hebben voor een (te) lange concoursduur. Het seizoen begon wat de weersgesteldheid betreft erg gunstig. Echt duivenweer en behaaglijke temperaturen. Een bekend gezegde in ons land is “april doet wat hij wil” en dat blijkt ook nu weer want vannacht vriest het, er is kans op natte sneeuw en overdag komt de temperatuur niet boven de 9 graden. Ook voor de komende zaterdag is het weerbeeld zo. U kunt zich voorstellen dat dit niet bevorderlijk is voor de conditie van de duiven. Maar goed we wonen in Nederland en daar kunnen we met grote weersverschillen te maken hebben. Daar moeten de duiven tegen kunnen, net als dat ze in Saoedi ArabiŽ tegen de hitte moeten kunnen moeten ze zich in Nederland aanpassen aan ons klimaat. Dat zelfde geldt voor de Belgische duiven. Vandaar dat onze duiven in andere landen eerste moeten acclimatiseren en pas een jaar later zijn ze geschikt om in hun nieuwe vaderland voor de jonge aanwas te zorgen.

ALLE DUIVEN MOETEN GEVACCINEERD ZIJN
Rondom de perikelen met de vogelgriep is er nogmaals door de NPO op gewezen dat ALLE duiven, dus ook de kweekduiven, tegen paramixo ingeŽnt moeten zijn. Voorheen was dat niet echt noodzakelijk. Het ging er om dat duiven die met andere duiven in aanraking kwamen geŽnt moesten zijn. Duiven die niet aan de vluchten meededen moesten minimaal een keer (als jong) ingeŽnt zijn. Geen van de liefhebbers zit op dit soort voorschriften te wachten. Toch raad ik iedereen aan te zorgen dat alles voor elkaar is omdat de NPO strengere controles gaat toepassen. Het heeft met de volksgezondheid te maken en uiteraard ook met de economie. Daar vallen onze duiven niet onder, wel eenden, kalkoenen en kippen. Vandaag heb ik de laatste jonge duiven laten enten. Ik had ze een geel plastic ringetje om gedaan zodat ik ze makkelijk kon pakken om te enten. Gelijk een stel oude duiven voor controle meegenomen naar Dr. van der Sluis. Na voorbije zaterdag twijfelde ik aan hun gezondheid omdat er nog al verschillen zaten in de aankomsttijden. Ik ging er vanuit uit dat het iets met de luchtwegen te maken zou hebben. Toen ik echter twee dagen later de uitslag bekeek viel het mij op dat gekende liefhebbers veel later dan ik begonnen en dat ze ook te maken hadden met grote verschillen en tevens voor hun doen een veel te laag prijspercentage speelden. Ook voor de komende race ziet het er weer niet rooskleurig uit. Koud en er wordt regen voorspeld met wederom noordwesten wind. Dat houdt in dat ze weer tegen de koude wind op moeten tornen. Ze moeten dan wel piekfijn in orde zijn om in de voorste gelederen te kunnen finishen. Volgende week weten we weer meer.

STARTSCHOT VOOR SEIZOEN 2017 HEEFT GEKLONKEN
We zijn vertrokken, iedereen is vol enthousiasme begonnen aan een seizoen waarvan niemand weet wat het ons zal brengen. We staan allemaal weer op nul en al was het seizoen 2016 nog zo goed zekerheid voor 2017 heeft niemand. Er zijn er die door hun nieuwe aanschaf of sterke seizoen met de jonge duiven denken dat het dit jaar ook met jaarlingen wel zal lukken. We wachten af, zorg dat er in ieder geval niets valt aan te merken op de verzorging. Elke liefhebber moet het gevoel hebben dat hij er alles aan gedaan heeft om goede prestaties te behalen. Als dat gevoel er niet is en de prestaties vallen tegen zoek het dan niet bij de duiven maar bij je zelf. Vooral deze eerste vluchten gaat het om verschillen van enkele secondes wat betekent dat alles moet kloppen. Wat is nu een verschil van 5 seconden? In de duivensport kan dat een aantal plekken in de uitslag betekenen. Voor baas en duiven is het weer een nieuwe start, beiden moeten daar opnieuw aan wennen. De baas moet zich gedragen zoals hij dat de hele winter en ook vorig jaar heeft gedaan. Doe ook op de dag van thuiskomst het zelfde als altijd. Deze eerste vluchten zijn ook de duiven gespannen. Na een rustperiode van enkele maanden gaan ze vanaf nu elke week de mand in. Dat zorgt zeker in het begin voor stress bij de duiven. De liefhebbers hebben daar geen last van, althans als ik de meeste mag geloven. Ik kan genoeg voorbeelden geven hoe het er bij die rustige mannen in de praktijk aan toe gaat, je houdt het niet voor mogelijk. Ik heb ze in “tijgersluipgang” naar het hok zien kruipen toen hun eerste duif viel terwijl ze door de week gewoon rustig naar het hok lopen om de duiven binnen te roepen. De duiven zien dat onmiddellijk en worden daar nerveus van omdat ze dat gedrag van hun baas niet kennen. Dan is het toch niet zo vreemd dat ze niet direct naar binnen gaan terwijl de secondes gewoon doortikken. Doe op de dag van thuiskomst precies het zelfde zoals u de hele week doet. Als mijn duiven na de dagelijkse training naar binnen moeten ga ik naast de spoetnik staan omdat ze dan weten dat het etenstijd is. Als ze zaterdags van de vlucht thuis komen en ik sta niet naast de spoetnik maken ze nog een of twee rondjes om het hok terwijl de secondes doortikken maar als ik er wel sta vallen ze direct naast me op de spoetnik. Ik verspeel bijna nooit en dat heeft met het gedrag te maken. De duiven weten niet beter dan wanneer ik er sta ze eten krijgen en u weet eten betekent heel veel voor dieren.

TEVREDEN OVER DE EERSTE UITSLAG
Het begon weer het zelfde als vorig jaar ook toen er ook regelmatig verandert moest worden van lossingplaats. Voor mij onbegrijpelijk maar ook nu was dat weer het geval. Op de site werd aangegeven dat de lossingplaats niet geschikt was wat ik niet kan begrijpen. Als je voor een bepaalde plaats kiest dan moet je toch weten dat er gelost kan worden en ga je toch met een aantal bestuurders kijken of die plaats nog geschikt is. Er kan van alles gebeuren. Er kan een jaarmarkt zijn of kermis, het is ook mogelijk dat zo een plek gebruikt gaat worden voor woningbouw. Als je er elk jaar maar van uit gaat dat de lossingplaats ongewijzigd is dan kun je nog al eens je neus stoten. Vooraf contact opnemen met de betreffende gemeente is toch iets wat je als eerste gaat doen. Okť, niet verder zeuren want het eerste resultaat werd een ruim voldoende. De duiven moesten deze eerste snelheidsvlucht een afstand van 155 km overbruggen en dat deden de snelste met een gemiddelde snelheid van ruim 85 km per uur. Tegen 469 duiven begon onze gezamenlijke uitslag zo: 3-4-5-7-8-10 en 28 duiven (1:4) van de 50 in de uitslag. Het concours stond nog geen 10 minuten open hetgeen inhoud dat toen de 118 prijsduiven thuis waren. Zonder meer een mooie vlucht met weinig of geen verliezen. De jaarlingen hadden het deze eerst race wat moeilijker dan de geroutineerde oude duiven, bij de eerste 25 zaten er 9. Over het algemeen waren het de gekende liefhebbers die een hoog prijspercentage (meer dan 50%) speelden, in een woord geweldig maar…. het is er ook de oorzaak van dat er een flink aantal deelnemers niet in de uitslag voor komt en dat is jammer want het is niet goed voor de motivatie om verder te gaan. Het zijn immers altijd dezelfde liefhebbers die onder de maat spelen. Daar zijn er bij die misschien wel meer plezier beleven aan hun duiven dan de mannen die elke week MOETEN presteren. Zo las ik ook weer een mega aantal van 200 duiven van 1 liefhebber. Nee, ze doen helemaal niets verkeerd. In Nederland mag je net zoveel duiven inzetten als je zelf wilt en dan krijg je dit soort verschijnselen. Ik ben nooit bang geweest voor grote aantallen duiven. Ik vloog in de goede jaren wekelijks tegen 15 tot 20.000 duiven. Daar waren er soms ook wel 200 van Jantje bij en soms wel 300 van Pietje het maakte mij niets uit. Ik moet wel zeggen dat ik toen een ploeg duiven bezat die allemaal aan de kop konden spelen. Ze konden het niet alleen ze deden het ook. Nu we met aanzienlijk minder liefhebbers zijn is de trek van de duiven meestal aan de kant waar de meeste duiven mee zijn en dat kan nog wel eens een behoorlijk grote invloed hebben op de verdeling van de prijzen. Het is voor kleine liefhebbers niet leuk om elke keer weer opnieuw tegen die mega hokken op te moeten boksen. Bekijk de uitslagen goed, je kunt dan zien dat die megahokken (meestal) minder presteren dan de kleine. Let vooral op het prijspercentage. Mijn mening is dat je wekelijks minstens 50% prijs moet spelen om te kunnen zeggen dat je in kampioensstijl speelt. Dat halen de liefhebbers met die gigantische aantallen meestal niet. Dat betekent dat op die hokken veel meer onbruikbare duiven zitten dan bij de kleine liefhebbers. Het verschil is dat de uitgeselecteerde duiven van de kleine liefhebbers naar de poelier gaan en die van de mega ook nog eens via de gekende verkoopsites voor veel te veel geld worden verkocht. Hoe dom moet je zijn om daar iedere keer opnieuw in te trappen. Ik zou heel graag willen weten hoeveel goede duiven er geboren worden uit al die papieren wonderduiven Je leest er wel eens iets over maar dat is nog steeds een uitzondering.

VERDUISTEREN
In het weekend van 1 april ben ik begonnen met verduisteren. Ik doe dat vanaf half acht tot ’s morgens half negen s ’avonds in totaal dus 13 uur. Inmiddels zijn we bijna twee weken verder en het lijkt of het in het hok alle dagen sneeuwt. Ongelooflijk wat een invloed het verduisteren heeft op de rui van de kleine veertjes. Elke dag komen ze nu van 9 tot 10 en van 6 tot 7 uur buiten. Ze beginnen goed rond te vliegen. De oudste zijn ingeŽnt tegen paramixo en de jongere die met een geel ringetje om lopen moeten nog gedaan worden. Binnenkort gaat dat gebeuren want je weet maar nooit met die onverwachte vondsten van dode vogels die bezweken zijn door paramixo oftewel vogelgriep. Nu maar weer afwachten hoe de duiven het komende weekend presteren op de tweede snelheidsvlucht. Allemaal heel veel succes.

WISSELVALLIGE START
Voor de meeste liefhebbers was het nog maar een trainingsvlucht. In het zuiden van Nederland werd al om de knikkers gespeeld en juist daar ging het niet zoals het zou moeten gaan. Het oostelijk deel van de provincie Noord-Brabant speelde vanuit Isnis gemiddeld 120 km. Veel duiven nog weg en een concoursduur van 2,5 uur. Midden en west Brabant hadden de duiven in het Belgische plaatsje Asse-Zellik en daar was het concours in goed 7 minuten gesloten. Wat moeten we er van zeggen? Onverantwoorde lossing, niet de vlieglijn gecontroleerd? De duiven hadden die dag wel pech, alle dagen daarvoor prachtig weer, zaterdag heel wisselvallig (nevel en regen) en de dag daarna weer mooi weer. Mijn vereniging zat op een afstand van 70 km en binnen het uur waren ze thuis. Ik was zeker niet ontevreden maar voor het mooie hadden de eerste wel 1,5 minuut eerder mogen zijn. Nu zaterdag wordt het menens ik ben benieuwd. De echte vorm is er nog niet en trainen doen ze ook nog niet zoals het hoort. Ik ben nu begonnen er voor te zorgen dat ze een uur lang trainen zonder op het hok te komen. Dat is voor mij niet zo moeilijk ze kunnen alleen op het huis of op het hok landen. Andere liefhebbers die in een drukke woonwijk wonen kunnen het probleem hebben dat de duiven dan kiezen voor het dak van de buren. Opvallend was toen de jaarlingen zaterdag van de trainingsvlucht thuis kwamen ze allemaal op het jonge duivenhok vielen. Dat waren ze vorig jaar gewend omdat ze daar woonden. Nu ze voor het eerst met een paar duizend duiven gelijk naar huis komen merk je dat ze de oude situatie niet vergeten zijn. We hebben allemaal wel eens meegemaakt dat een duif na vele maanden weer thuis kwam en probleemloos naar zijn broedbak vloog alsof hij nooit was weg geweest. Ook heb ik meegemaakt dat twee van mijn jonge duiven die net buiten kwamen schrokken van de buurvrouw die opeens de tuin ging sproeien. Nog geen 100 meter verderop zijn ze een hok binnen gegaan. Gelukkig zag de man dat het niet zijn duiven waren omdat ze een naamring om hadden en zaten de duiven nog dezelfde avond weer in ons hok. Wat we ook deden elke keer als we ze buiten lieten vlogen ze direct naar het hok waar ze na ze zo geschrokken waren binnen zijn gegaan. We staan allemaal weer op nul en over 6 weken komt er weer tekening in de strijd. Hoogstwaarschijnlijk zien we dan de bekende namen in de top van het tussenklassement. Mijn vliegteam voor 2017 bestaat uit 12 doffers en 12 duivinnen en is nog compleet zodat ik in ieder geval zaterdag met de volledige ploeg aan de eerste krachtmeting kan worden mee gedaan. Het weerbericht geeft 13 graden aan en een kalme westen wind. Voor zondag wordt 20 graden voorspeld. Zoiets is heel normaal in Nederland.

FRANKRIJK
Vorige week was er in Nederland toch nog een geval van vogelgriep. Gelukkig geen consequenties voor de duivensport. In BelgiŽ ook geen problemen meer en vanaf 3 april geeft Frankrijk ook toestemming om duiven te transporteren en te lossen. Nu maar hopen dat we van de boze geest die “vogelgriep” heet verlost mogen blijven, je weet maar nooit. Als er een dode vogel in de sloot of het weiland ligt wordt dat direct gemeld. Vroeger stapte we daar gewoon overheen, in het wild levende vogels hebben ook niet het eeuwige leven. Tegenwoordig wordt wel onderzocht waaraan ze zijn overleden.

BELGIE
BelgiŽ het land van de wieler en duivensport. Momenteel zijn daar de voorjaarsklassiekers in volle gang. Voorbije zondag stond heel BelgiŽ totaal op zijn kop. De Ronde van Vlaanderen ook wel Vlaanderens Mooiste genoemd werd verreden. Al bij de start die om half elf plaats vond in Antwerpen stonden al duizenden toeschouwers zich te vergapen aan alle grootheden uit de wielersport die een koers van 6,5 uur voor de boeg hadden. Het was de hele dag een groot feest vooral omdat deze klassieker door een Belg werd gewonnen ook al was het een Frans sprekende Waal. De twee taligheid speelt in BelgiŽ nog steeds een belangrijke rol wat gelukkig niet ter sprake komt als er gekoerst wordt. Waal of Vlaming ze zijn allemaal bezeten van de wielersport. Opvallend is het dat ook veel duivenliefhebbers de wielersport van A tot Z volgen. Veel ex renners zijn nu duivenliefhebber en druk bezig met hun duiven. De meeste van hen hebben een voorkeur voor de langere afstanden. Op zaterdag 1 april waren in heel BelgiŽ de fond spelers een inzinking nabij. Op de Pipa site stond namelijk een uitgebreid artikel over het waarschijnlijk niet doorgaan van de Nationale fond vluchten en daar hebben ze er in BelgiŽ nogal wat van. De KBDB wil namelijk de hele organisatie naar zich toetrekken, transport en het maken van de uitslagen werd niet meer uitbesteed. De lucratieve opbrengsten zouden in de kas van de nationale organisatie verdwijnen en dat zorgde voor paniek. Volgens het bericht werd er tot diep in de nacht vergaderd en daar ging het er zelfs hard aan toe. Het hele land in rep en roer en wat blijkt. Het hele verhaal was verzonnen, iedereen is er ingetuind. Het was namelijk een 1 april grap.

NEDERLAND
In Nederland trekt het NPO bestuur door het land om aan alle liefhebbers de toekomstplannen bekend te maken. Woensdag 5 april komen ze in Noord-Holland en dat is de provincie waar ik in speel. Ondanks dat ik niet zo heel fanatiek meer ben wil ik als oudere liefhebber toch horen wat onze nationale bestuurders voor plannen hebben. Ik heb er al het een en ander over gehoord en heb er ook het nodige over gelezen. De plannen zien er net als vele voorgaande plannen doordacht uit. Ik moet zeggen een echte visie waar goed over is nagedacht. Of de uitwerking van al die plannen verwezenlijkt worden hangt van veel mensen uit de organisatie af. Kortgeleden was het NPO bestuur in Zuid-Holland waar misschien wel de meeste liefhebbers van heel Nederland wonen. Daar was de opkomst bedroevend. Het geeft aan dat de interesse daar minimaal is of komt het door het tijdstip dat voor deze bijeenkomsten is gekozen. Iedereen is namelijk met de voorbereiding van het seizoen bezig en dan moet je bij duivenmannen niet aankomen om te vergaderen. De winter is voorbij en dat is bij uitstek de periode om alle veranderingen of vernieuwingen met elkaar te bespreken. Het zou jammer zijn als ook in Noord-Holland de opkomst minimaal is wat zou kunnen betekenen dat de goedbedoelde plannen voorlopig weer op de lange baan geschoven worden. Ooit was ik ook bestuurder. Een club of een organisatie besturen is geen eenvoudige opgave zeker niet met duivenmensen. Duivensport is een individuele sport. Iedereen wil het laken naar zich toetrekken. Het is dan bijna een onbegonnen zaak om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. Veel succes voor de komende wedstrijden.

VOGELGRIEP
Het is nog maar kort geleden dat de schrik ons om het hart sloeg. Alweer vogelgriep! Het begon in BelgiŽ, Nederland volgde en ook in Frankrijk werd hier en daar een dode vogel uit het water opgevist. Uit voorgaande jaren weten we wat voor zware consequenties daaraan vast zitten. Vanuit de Ministeries wordt geen enkel risico genomen. Er worden strakke regels gehanteerd en ondanks dat in Nederland de duiven niet onder pluimvee vallen wordt er zodra een dode vogel is gevonden direct sectie gedaan en als die positief uitvalt dan zijn de rapen gaar. Dan gelden voor onze duiven dezelfde maatregelen als voor pluimvee. Dat is best te begrijpen omdat pluimvee een zeer grote economische waarde heeft. Men gaat er vanuit dat ook duiven besmetting kunnen overbrengen en daar zijn de geleerden het nog steeds niet over eens. Het houdt wel in dat heel veel liefhebbers met samengeknepen billen zitten omdat zo vlak voor de seizoenstart hun spel in gevaar komt. Een hele winter zijn we bezig geweest om onze duiven gezond door de wintermaanden te krijgen. Als de kweek geslaagd is kijken de meeste liefhebbers reikhalzend uit naar de eerste wedstrijden zeker nu het in Nederland zulk prachtig lenteweer is. In ieder geval wordt er op 1 april in Nederland gestart en hoe het er over enkele weken uitziet als de duiven uit Frankrijk komen is nog niet helemaal bekend. Dat zou al snel consequenties kunnen hebben voor de Belgen. Als zij vanaf 200 km spelen zitten ze al in Frankrijk. Laten we hopen dat door het fraaie lenteweer er geen nieuwe uitbraken komen en dat we zonder zorgen aan het seizoen kunnen beginnen. Ik moet er niet aan denken dat er op het laatste moment nog een vervoerverbod wordt afgekondigd. Ik wil niet zeggen dat alle voorbereidingen dan voor niets zijn geweest vrolijk wordt je er in ieder geval niet van. We blijven optimist en vanaf nu gaan we ons met de wedstrijden bezig houden. De duiven moeten nu beslist in goede doen zijn. Zij die er nu nog aan moeten sleutelen hebben een ronde achterstand en die is de eerste weken moeilijk in te halen.

TRAINEN
Dit jaar ging alles van een leien dakje, prima weer om de duiven weg te brengen. Alle dagen prima weer, een klein nadeel was de gure koude noordoosten wind. Je kon dat aan de duiven zien, bij thuiskomst zaten ze het eerste uur een beetje “dik”. In het verleden maakte ik al ver van te voren mijn trainingsschema voor de oude duiven maar vaak kwam daar weinig of niets van terecht. Harde wind, regen en soms zelfs sneeuw. Ik heb het wel meegemaakt dat ik op de aankomst van de duiven stond te met een muts op, dikke shawl om en een winterjas aan en af en toe een sneeuwbui. Dan zie je dat onze duiven meer kunnen dan we denken. Natuurlijk is het niet goed te praten dat duiven tussen de sneeuwbuien door naar huis moeten komen maar als ze eenmaal los zijn helpt er geen moedertje lief meer aan, dan hangen ze in de lucht en zullen ze zichzelf moeten zien te redden om zo snel mogelijk de thuishaven te bereiken. Eigenlijk is het niet te begrijpen dat er ondanks alle moderne apparatuur toch te veel foutieve lossingen plaats vinden. Het ergste is nog dat er in mijn ogen veel te pietluttig met de duiven wordt omgegaan. Van al dat voorzichtige gedoe maken we van onze duiven geen renpaarden van het luchtruim maar kasplantjes die nergens tegen kunnen wat weer grote verliezen tot gevolg kan hebben. Wat dat aangaat durf ik wel de nodige risico’s te nemen. Voor zware bewolking ben ik niet bang wel voor laaghangende bewolking. Met glashelder weer en oosten wind ga ik zeker niet met jonge duiven op pad, wel als ik er al een viertal keren mee ben weggeweest. Met dat soort weersomstandigheden krijgen ze ook in het seizoen te maken dus dat hoort bij het leerprogramma. Regen ben ik ook niet bang voor wel voor constant zware buien, maar af en toe een bui zal de duiven zeker geen kwaad doen. Als de temperatuur beneden de 13 graden is ben ik een beetje voorzichtig om ze weg te brengen, vooral de duiven die enkele uren moeten zoeken om thuis te komen hebben het dan moeilijk maar of ze er van lijden geloof ik niet. Kijk maar eens in de winter hoe ze vliegen bij temperaturen onder nul. Maar goed, zo heeft iedereen zijn eigen methode en moeten de duiven presteren. Gelukkig zijn er heel veel wegen die naar Rome leiden hetgeen betekent dat iedereen een reŽle kans heeft prijs te spelen en daar gaat het toch om.

CONDITIE
In deze tijd van het jaar verkeren de meeste duiven nog niet in een optimale conditie. Liefhebbers proberen het zelfs een beetje tegen te houden althans dat beweren ze. Ik doe dat zeker niet. Ik verzorg mijn duiven zo goed mogelijk zodat ze als het even kan er elke dag prima bij zitten. Ik kan me ergeren aan duiven die dik zitten of de neusveertjes omhoog hebben. Elke morgen kijk ik als eerste naar de mest. De ochtendmest is voor mij een belangrijke graadmeter. Mooie kleine mestbolletjes met als het even kan een paar donsveertjes er bovenop mag ik heel graag zien. Bij de weduwnaars zie ik graag dat de mestbolletjes heel dicht bij elkaar liggen, teken dat ze de nacht rustig hebben doorgebracht. Daar waar de mestbolletjes of te slappe mest verspreid ligt door het hele broedhok is de doffer nog te nerveus. Langer tonen als ze de eerste weken op reis gaan kan goed helpen. Zelf toon ik de duivin bijna altijd, zeker bij een nacht mand. Bij twee nachten mand zien ze elkaar niet en ook de schotel wordt niet omgedraaid. Ik pak ze heel voorzichtig uit het hok. Mijn duiven zijn niet schuw maar ook niet handtam. Vandaar dat mijn voorkeur uitgaat naar wekelijks tonen omdat ik ze dan zonder enig probleem uit het broedhok kan pakken. De eerste weken toon ik ruim een uur, de vierde vlucht begin ik ze al na 20 minuten te pakken. Ik laat doffers en duivinnen allemaal tegelijk bij elkaar. Ze mogen doen wat ze willen, volgens mij motiveert het ze om de volgende dag zo vlug mogelijk thuis te zijn en dan mogen ze weer de gehele dag hun gang gaan. Ongeacht hoe laat ze arriveren dezelfde avond om 7 uur breng ik de duivinnen weer naar hun afdeling. Enkele gaan naar een andere afdeling omdat ik een paar hitsige duivinnen heb die met elkaar gaan liggen kroelen en daardoor raken alle dames van streek. De eetlust wordt dan wat minder en het gevoel om de liefde te bedrijven wordt steeds heviger. Ik kan de deur van het duivinnenhok niet open doen of er zijn er een stel die over mijn hoofd proberen weg te vliegen op zoek naar manlief. Ze zijn voor mijn idee een beetje te hitsig. Zaterdag kan ik daar meer over vertellen. Als ik de duiven bekijk zien de doffers er strakker uit en de mest ligt heel dicht bij elkaar. De duivinnen zijn misschien iets te onrustig waardoor ze zich onnodig afmatten. Op de eerste snelheidsvluchten zal dat niet zo veel invloed hebben, maar als het verder weg wordt plaats ik er wel enkele vraagtekens bij. We zullen het allemaal gaan meemaken.

LENTE BEGINT GOED
Niets staat ons meer in de weg het sein staat op groen. Alle verboden zijn opgeheven, geen nieuwe vogelgriep gevallen meer Nederland, BelgiŽ en Frankrijk kunnen gaan koersen. In Nederland starten we het eerste weekend van april wat betekent dat er vanaf zaterdag 1 april weer vele duizenden duiven het Nederlandse luchtruim doorklieven. De noordelijk gelegen liefhebbers beginnen binnen eigen landsgrenzen maar de grootste groep start in BelgiŽ. Onze zuiderburen zijn al gestart hoewel het eigenlijk nog te koud is. Nu er voor een langere periode temperaturen van om en nabij 13 graden worden voorspeld zie je alle dagen met grote regelmaat groepjes duiven overtrekken wat een teken is dat de snelheidsspelers hun duiven in het vliegritme aan het brengen zijn. Ik ben ook gestart althans mijn vrouw brengt ze weg omdat ik nog steeds geen auto mag rijden. Hopelijk mag dat binnenkort wel omdat het zicht in mijn linker oog 55% is en vanaf 50% mag je auto rijden. Binnenkort ga ik een afspraak maken met de opticien en wie weet is er met een bril nog een kleine verbetering aan te brengen. Wat het zicht betreft ben ik weer een heel gelukkig mens. De nasleep van de griep wordt ook steeds minder zodat ik precies voor de start van het wedstrijdseizoen weer in goede doen ben. Pas dan merk je hoe belangrijk je gezondheid is. Ik hoop dat het met de duiven precies dezelfde kant opgaat. Door mijn langdurige problemen met mijn ogen en daarna een fikse griep heb ik de duiven niet zo kunnen verzorgen als ik gewend ben. Wat dat betreft is 2017 moeizaam van start gegaan. Nu alles de goede kant opgaat is het wachten op temperaturen van 18 graden of iets hoger. Dat zijn voor ons Hollanders en ook voor onze duiven de beste temperaturen. Onder de 13 graden en boven de 28 graden zijn temperaturen waar wij Hollanders slecht tegen kunnen. De mooiste concoursen verlopen met een graadje of 20, lichte kopwind, grote witte wolken en een staalblauwe hemel. Helaas maken we dat in Nederland niet al te vaak mee vandaar dat we graag met vakantie gaan naar de meer zuidelijk gelegen landen. Wij starten binnenkort en gaan in 1 ruk door tot tweede helft september.

OEFENING BAART KUNST
Oefening/training zorgt ook voor een betere conditie. Alle sporters zorgen er voor dat ze voor de start van het nieuwe wedstrijdseizoen een gedegen trainingsprogramma hebben zodat ze goed voorbereid aan de start verschijnen. Voor onze duiven geldt precies hetzelfde. Veel liefhebbers kiezen er voor de duiven in de wintermaanden niet buiten te laten. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn. De start van het nieuwe seizoen bepaalt eveneens de start van een serieuzere aanpak. Half februari zie je steeds meer duiven rondom de hokken vliegen wat niet gek is want 6 weken later beginnen de eerste vluchten. De snelheid en ook de programmaspelers, waartoe ik ook behoor, willen er dan staanor Toch ben ik een voorzichtige starter. De eerste vluchten kan het in de vroege ochtenduren nog behoorlijk koud zijn waardoor het denk ik beter is ze binnen te houden dan ze in de ijzige koude een half uurtje te laten vliegen. Ik ben wel iemand die ze in de koude wintermaanden graag buiten laat. Terwijl ik bibberend naar de duiven sta te kijken zie ik ze op grote hoogte vliegen. Sommigen denken dat zoiets komt door de geweldige conditie, ik ga er vanuit dat de duiven exact weten waar ze het beste kunnen vliegen. In de koude wintermaanden is dat op grote hoogte omdat daar de temperatuur behaaglijker is dan dicht bij de grond. Een zelfde situatie zie je vaak bij het baden. Bij heerlijk zomers weer denken wij al gauw aan zwemmen of lekker luieren aan het strand. Dat doen we niet als de regen tegen de ruiten klettert. Het gekke is dat dan juist de duiven meer behoefte hebben om te baden dan bij tropische temperaturen.

HOE GAAN WE BEGINNEN
Zelf zorgde ik er altijd voor dat mijn duiven op de laatste trainingsvlucht enkele dagen zaten te broeden. Als de temperaturen te laag waren had ik altijd nog de mogelijkheid de duiven nog een week op eieren te houden. Door een latere kweek en omdat de baas niet lekker in zijn vel zat is dit nu niet mogelijk. Er komt bij de vliegduiven dus geen tweede ronde eieren. Doffers en duivinnen zitten gescheiden en dat blijft zo. In deze periode dat ze getraind worden laat ik ze af en toe even bij elkaar. Dat is makkelijker om ze te pakken en omdat ik vrij veel jaarlingen heb is het voor hen ook een beetje een leerperiode. Weduwschap moeten ze ook door krijgen. Dus in de aanloop naar de eerste vluchten mogen ze om de paar dagen voor en na de training even bij elkaar. De hokken zijn nogmaals een keer met de brander ontsmet en de plafondroosters zijn stofvrij gemaakt. De doffers zitten in hun openstaande broedhok op houden kistjes waarin de broedschotel is geschoven. Als ik de duiven toon (dat doe ik altijd bij alle vluchten met 1 nacht mand) haal ik de schotel tevoorschijn. De duivinnen zitten op kapelletjes, vier boven elkaar die zijn gescheiden door een tussenwand zodat de duivinnen elkaar niet kunnen zien als ze op de kapelletjes zitten. De doffers worden gevoerd in de grote voerbak die op de grond staat. Na het eten krijgen de doffers in hun broedhok nog een snuifje snoepzaad plus 2 pinda’s. De duivinnen krijgen al hun eten in de gezamenlijke voerbak. De kweekduiven hebben de hele dag voer tot hun beschikking. Tussen de middag krijgen ze in de broedhokken een beetje snoepzaad, op woensdag een bad en dinsdag verse groenten. Medicijnen krijgen de kwekers nooit. De vliegduiven hebben bijna alle dagen wel iets in het water, knoflook krijgen ze het hele jaar door.

JONGE DUIVEN
Deze week is er een blijven zitten in het schapje. Alle anderen stonden in razend tempo te eten in de voerbak maar die ene bleef zitten. Een dag eerder had ik hem al in de gaten hij liep om de etende duiven heen en pikte hier en daar een klein zaadje op. Een dag later bleef hij zitten en toen ik hem pakte hij had alleen maar water in zijn krop. Ik zette het jong apart in een doos met wc-papier zodat ik de volgende dag goed kon zien hoe de mest eruit zag. Niet mooi maar ook niet vettig groen waar ik aanvankelijk bang voor was. Onmiddellijk gaan je gedachten uit naar een coli-infectie en daar zit ik na mijn lange ziekte periode niet op te wachten. Meestal heb ik geen genade voor jonge duiven maar om onverklaarbare redenen is ze er nog steeds. Voor alle zekerheid heb ik toch maar de coli kuur van Dr. van der Sluis in het drinkwater gedaan. Ik moet er niet aan denken nu ik herstellende ben ik problemen in het duivenhok krijg.

DE VITESSERS KRIJGEN DE KRIEBELS
Bij de snelheidsspelers zal de kweek wel zo goed als klaar zijn. Het vliegseizoen komt steeds dichterbij, er is nog weinig tijd voor een gedegen voorbereiding. Bij mij hebben de duiven de noodzakelijke prikken gehad. Komend weekend nog een geelcapsule en daar moeten ze het dan voor de rest van het seizoen mee doen. Kortgeleden hebben de oude vliegduiven allemaal een paratyfus injectie gehad en daar hebben ze de eerste twee dagen toch behoorlijk veel last van gehad. De dag dat ze gevaccineerd werden zagen ze er uit als om door een ringetje te halen. Zo glad als een paling, prachtig op gewicht, glimmende oogjes, zijdezachte pluimen. Wat is het dan genieten. Helaas was het de dag daarna helemaal anders. Mest minder mooi, minder eetlust en aan vliegen hadden ze helemaal geen behoefte. Over 4 weken moet alles tip top in orde zijn en heb daar alle vertrouwen in. Ik twijfel nog om ze voor een tweede keer te koppelen. Je hoort steeds meer dat liefhebbers hun duiven na de kweek direct op weduwschap zetten wat niet mijn systeem is. Ik heb ze altijd voor een tweede keer bijeen gezet zodat ze op de laatste trainingsvlucht op 4 dagen eieren zaten. Als de duiven dan op zaterdag thuis kwamen haalde ik diezelfde avond de eieren weg. Zondag tussen de middag gaan de duivinnen weg. Omdat ze geen eieren meer hebben zijn ze wat rustiger als ze in hun afdeling komen waarin ze het hele vliegseizoen moeten verblijven. Doordat ik nu al 5 weken last van de griep heb zitten de duiven nog niet op het vaste tijdstip van verzorgen. Ik kan dat nog steeds niet opbrengen voel me slap en lamlendig, heb nergens zin in. Toch probeer ik de duiven zo optimaal mogelijk te verzorgen. In 4 weken kan er nog heel wat gebeuren en ik weet dat ze het kunnen, het vertrouwen in eigen duiven is ruimschoots aanwezig.

VOGELGRIEP
Onzekerheid nog steeds over de vogelgriep. Het was vorige week schrikken omdat de regionale krant aangaf dat er op 8 km van mijn huis vogelgriep was geconstateerd. Ik kon er niet uit opmaken of het om een besmetting bij kippen of duiven ging. De duiven vallen gelukkig nog steeds onder de categorie vogels en niet onder pluimvee. In BelgiŽ is het ophok verbod inmiddels versoepelt en mogen de liefhebbers de duiven weer laten vliegen. Ondanks dat gelden nog wel de nodige beperkingen. Stel dat er een beperking komt dat de Nederlandse duiventransporten niet over Belgisch grondgebied mogen rijden, dan komt ons duivenspel behoorlijk in gevaar. Als er de komende weken geen wilde dode vogels gevonden worden is er weinig of niets meer aan de hand. Voor alle zekerheid maar een kaarsje aansteken.

DE BLAUWE TREIN
Ik heb vanmorgen wel een half uur bij de jonge duiven gezeten. Er is 1 lichtkras bij, 1 schalie en de rest is lichtblauw. Ik houd van die kleur en heb er in de loop van de jaren op geselecteerd. Als ik dat tegen andere liefhebbers vertel halen ze hun schouders op. Het antwoord dat ze geven is meestal “kleur is niet belangrijk als ze maar hard vliegen”. Verder kennen we allemaal de opmerking “des te beter ze naar huis komen, des te mooier worden ze”. Natuurlijk hebben die liefhebbers gelijk, kleur speelt geen rol. Het gaat echter ook om de hobby. Iedere dag van de week en al ruim 70 jaar ben ik met mijn duiven bezig. Momenteel is het anders dan 15 jaar terug, in die tijd was ik zeer fanatiek. Ik moest en zou elke vlucht winnen en die gedachte is wel behoorlijk verandert. Natuurlijk wil ik graag winnen, wie niet maar het moeten is niet zo nadrukkelijk meer aanwezig. Dat is bij mijn zoon Marco totaal anders. Hij loopt elke dag tegen zijn vader te vertellen dat hij dit jaar de hele wereld gaat verpletteren. Bij hem is het ook steeds meer een “blauwe trein” aan het worden. De krassen verdwijnen meer en meer. Wij gaan nu samen voor mooie lichtblauwe en vooral goede duiven. We gaan onze krachten bundelen door er een gezamenlijk kweekhok op na te houden. Daarover zal ik in de loop van dit jaar uitgebreid verslag doen. Het is denkelijk interessant voor u als trouwe lezer te weten wel kweekmateriaal op ons kweekhok is gehuisvest.

DE KWEEK
Zolang ik duiven heb, heb ik altijd veel aandacht besteed aan het kweekmateriaal. Ondanks dat ik nooit veel duiven heb gehad, had ik verhoudingsgewijs wel een flink aantal kweekduiven. Zodra ik een eerste prijs won in de ZCC ging die duif direct het kweekhok in. De ZCC was toen in mijn regio een zeer sterk samenspel van 15 verenigingen met totaal 450 liefhebbers. Het vlieggebied was 8 km lang en 5 km breed. Een ideaal situatie voor de vluchten tot 450 km. Wekelijks 5000 duiven in concours. Als we daar naar terug kijken was het een droom om daar aan mee te kunnen doen. In diezelfde periode konden we ook in de kring spelen en daarin gingen wekelijks meer dan 20.000 duiven mee. Zoiets is tegenwoordig onvoorstelbaar en u zult zich kunnen voorstellen dat wanneer je tegenwoordig een eerste speelt tegen 2000 duiven dat dit de oudere liefhebbers onder ons totaal niet meer aanspreekt. Helaas het is niet anders, het ledental loopt nog steeds met sprongen achteruit en daar zullen we aan gewend moeten raken. Gelukkig is er binnen het nieuwe NPO bestuur een geheel nieuw beleidsplan ontwikkeld dat de duivensport in de belangstelling van de Nederlandse bevolking moet brengen. De neerwaartse curve wat het aantal leden betreft zal nog wel even doorgaan. De meeste leden zitten in de categorie 70 jaar en ouder. Dus de komende tien jaar gaan we nog heel wat zieltjes missen maar genoeg hierover. We gaan over tot de orde van de dag en dat zijn momenteel de jonge duiven. De winterjongen vliegen al dat het een lieve lust is. Die van mij komen net een week buiten en rommelen nog steeds van het hok naar het dak van het huis en terug. Ik laat ze er ’s morgens om tien uur uit en tussen de middag doe ik het hok dicht zodat ze alleen nog via de spoetnik naar binnen kunnen en niet meer er uit. Mijn kweek was niet super. Ik had nogal wat uitval maar degene die er nu zijn gedragen zich prima, mooie mest, eten goed en als het zonnetje in het hok schijnt is het genieten. Eergister heb ik ze nog een bad gegeven en toen ik er vanmorgen een stel in mijn handen nam waren zo zacht als zijde. De vlotste van de hele groep zitten al bovenin de zitschapjes en elke avond ga ik ze even plagen, laat ze dan in mijn handen pikken en leer ze op die manier hun territorium te verdedigen. Zo dadelijk ga ik de soepgroenten fijn hakken en dan krijgen alle oude en jonge duiven hun wekelijkse portie verse groenten. Aan het einde van de week worden de laatste jongen bijgezet en dan is het klaar. Ik ga het seizoen beginnen met 12 koppels op totaal weduwschap en zoals het er nu uitziet heb ik volgende week 35-40 jonge duiven. Vandaag is het prachtig lenteweer en dan krijg je als fanatieke vitesse speler echt zin om te beginnen. Nog even geduld en dan breekt het geweld los.


BELGISCHE DUIVEN MOETEN BINNEN BLIJVEN
Tot en met 10 maart mogen in BelgiŽ de duiven niet naar buiten voor hun dagelijkse training. Reden is de nog steeds heersende vogelgriep, ook bekend als het H5N8 virus. Dit is heel vervelend omdat we aan de vooravond staan van het nieuwe vliegseizoen. Ook mogen er geen markten of beurzen gehouden worden waar duiven van verschillende hokken bijeen worden gebracht. Dat is ook teleurstellend voor de leden van mijn club. Op zondag 5 maart zouden we een gezamenlijke busreis maken naar de duivenmarkt in Lier en op de terugweg zouden we nog een bezoek brengen aan het kweekstation van de firma Natural (de firma bestaat dit jaar 80 jaar) die op 26 februari en 5 maart van 10 – 15 uur zijn geopend. Buiten dat het een gezellige dag moest worden zouden de leden allemaal enkele Belgische duiven kopen waarmee het komende seizoen een speciale competitie binnen onze club gehouden zou worden. Een bezoek aan de markt in Lier is altijd de moeite waard omdat het ook een soort reŁnie is. Altijd kom je er wel een aantal bekende buitenlandse liefhebbers tegen en dan wordt er meestal wel gezamenlijk een pintje gedronken op het nieuwe seizoen. ‘s Morgens in alle vroegte is het op de markt al vrij druk. Er is dan volop keuze en de prijzen liggen dan ook hoger dan aan het einde van de ochtend. Het is vermakelijk om te zien hoe de Belgische duivenhandelaren (want dat zijn het) op allerlei slinkse manieren hun waar aan prijzen. Alle bekende rassen worden er verhandeld alleen moet dat wel met een korreltje zout genomen worden. De markt is een beetje folklore. Degene die daar duiven verkopen zijn veelal geen duivenhouders. Ja, ze zijn het gedurende de periode dat de markt gehouden wordt. Meestal kopen die mannen in het najaar bij de poelier een aantal duiven die voor consumptie bestemd zijn. De handelaren gaan daar uit kweken en verdienen op die manier een leuk zakcentje. Uiteraard staan er ook liefhebbers die duiven te koop aanbieden om op die manier de kosten van het nieuwe seizoen te kunnen betalen. Het is algemeen bekend dat er toch jaarlijks vrij veel duiven die op de markt gekocht zijn goede prestaties weten te behalen. Dus waarom geen gokje gewaagd om een marktduif met Belgische ring te kopen. Want wie niet waagt, wie niet wint.

GEZONDE TOEKOMST VAN DE NEDERLANDSE DUIVENSPORT
Kortgeleden werden alle 20.000 Nederlandse liefhebbers door de NPO uitgenodigd de presentatie bij te wonen van de nieuwe visie die door ons nationale bestuur met hulp van buitenaf is ontwikkeld. Een loffelijk streven dat door 300 aanwezigen “live” werd bijgewoond. Het gehele programma werd zeer professioneel gepresenteerd. De NPO visie oftewel de plannen voor de komende jaren werden gepresenteerd door voorzitter Maurice van de Kruk. Na afloop waren er de nodige positieve reacties. Wat ik nu zo vervelend vind, ik heb zoiets namelijk al meerdere keren meegemaakt, elke keer vond ik het een zinvolle presentatie. Helaas was de uitkomst meestal nul komma nul. Het draaide meestal uit op meningsverschillen waardoor bestuursleden aftraden en zo konden de nieuwelingen weer opnieuw iets gaan uitvinden. In die fase bevinden we ons ook nu weer. Ondanks de positieve reacties van de 300 aanwezigen gaat het er nu om wat de andere 20.000 er van vinden en hoe groot is de bereidheid om aan de nieuwe visie mee te werken. Nadeel van onze sport is de enorme vergrijzing. Oudere liefhebbers zitten nu niet direct te wachten op (grote) veranderingen. Zij vinden het prima zoals het altijd is gegaan en dat kan een vertragende werking hebben op de uitvoering van de nieuwe plannen. We blijven zoveel als mogelijk positief, een nieuw bestuur moet een nieuwe kans krijgen. Het zou fantastisch zijn als een nieuw bestuur het ook voor het zeggen krijgt. Momenteel is de structuur nog steeds zo dat in bijna alle gevallen de kiesmannen (afgevaardigden van de 12 afdelingen) het voor het zeggen hebben en zo lang dat blijft geef ik de NPO geen enkele kans om de nodige veranderingen door te voeren.

WAAROM DE EEN WEL EN DE ANDER NIET.
Meten met twee maten. Daarvoor zorgden twee nieuwe NPO bestuursleden. Zij zijn er de oorzaak van dat de ene liefhebber wel met zijn duif naar de Olympiade mocht en de ander niet. Al jaren lang is er in Nederland een Olympiade commissie die aan de hand van strenge reglementen bepaald welke duiven namens ons land naar de Olympiade worden uitgezonden. Die regels worden met strakke hand gehanteerd wat soms zorgt voor grote teleurstellingen onder de mogelijke deelnemers. Dit jaar bemoeide twee nieuwkomers binnen het NPO bestuur zich op het aller laatste moment met de afvaardiging en dat zette kwaad bloed bij de jarenlange bestaande commissie. Groot meningsverschil was er uiteindelijk de oorzaak van dat de Olympiade commissie naar huis werd gestuurd. In een woord schandalig! Wat blijkt echter. Volgens de NPO hanteert de FCI andere regels dan de NPO waardoor de mogelijkheid bestaat dat duiven die niet aan de Nederlandse normen voldoen toch afgevaardigd kunnen worden. Raar maar waar! Het is goed te weten dat we als liefhebbers niet meer hoeven te kijken naar het NPO Olympiade reglement, we houden nu met zijn allen het FCI reglement aan. Meneer van de Kruk vind dat de beste duiven naar de Olympiade moeten. Reglementen, althans die van de NPO, spelen volgens hem geen enkele rol. Hij wordt in ieder geval bedankt voor zijn bemoeienis ook al is het een voorbeeld van hoe het niet moet.

VANAF 1 MAART HANTEREN WE WEER VASTE TIJDEN
Duivensport duurt een heel kalenderjaar. Toch kunnen we in de wintermaanden de touwtjes enigszins laten vieren. Vroeger toen ik nog actief de wielersport beoefende was 1 januari het begin van het nieuwe seizoen. Toen waren de wintermaanden stille maanden, er was geen koers. Tegenwoordig is dat anders. Ook een wielerseizoen duurt een heel kalenderjaar. Op 1 januari was er veldrijden in Kraantje Lek in de duinen het was de enige cross wedstrijd. Vanaf die dag begon de training op de weg. Voor mij was de Ronde van Noord-Holland de belangrijkste koers van het vroege voorjaar en om die goed te kunnen rijden wilde ik 3000 trainingskilometers in mijn benen hebben. Die zelfde voorwaarden gelden al vele jaren voor mijn duiven. Op 1 januari ga ik de verzorging wat serieuzer aanpakken en op 1 maart staat alles in het teken van het nieuwe wedstrijdseizoen. Op die datum zijn de meeste jongen gespeend en de vliegduiven zitten dan gescheiden. Omdat ik bijna alleen maar jaarlingen heb her koppel ik ze nog een keer zodat ze het eerste weekend van april 5 dagen zitten te broeden. Na thuiskomt van de laatste trainingsvlucht haal ik de eieren weg en een dag later gaan de duivinnen naar hun zomerverblijf. Waarom een dag later? Dat doe omdat de duivinnen dan al een dag geen eieren meer hebben zodat ze niet zo zenuwachtig zijn als ze op weduwschap komen. 1 maart gaan de duiven weer op vaste tijden los. De eerste weken komen de duivinnen allen nog ’s middags los van half vier tot vijf uur. ‘s-morgens om 7 uur is het nog te donker en te koud. De doffers gaan er wel om 8 uur uit en om 5 uur voor de tweede keer. Met al die bezigheden is het april voordat we het weten en het eerste weekend van april gaan de snelheidsvluchten van start. Ik heb altijd geprobeerd om meteen op de eerste de beste vlucht mijn visitekaartje af te geven zodat de concurrentie ziet dat d’n Bras toch weer meedoet voor het 71ste jaar.

GLASHELDER
Laat ik met het allerbelangrijkste beginnen. De operatie aan mijn linker oog is geslaagd. Een dag na de operatie kon ik zonder bril weer alles goed zien, het is allemaal veel helderder. We zijn nu een week verder en ik voel me prima. Helemaal geen pijn of andere probleempjes gehad. Tot op dit moment is het lezen van de dagbladen zonder bril (nog) niet mogelijk. De letters zijn net iets te klein, zouden ze een fractie groter zijn dan zou ik alles zonder bril kunnen lezen. Momenteel ben ik zo blij als een kind. Voor de operatie was ik erg nerveus omdat ik met rechts bijna niets zie. Links is mijn goede oog waaraan ik geholpen moest worden. Stel dat de operatie zou mislukken dan was het gedaan met mijn duivenhobby en schrijven zou dan onmogelijk zijn. Vier weken na de operatie moet ik terug voor controle en weer dan weet ik of ik zonder bril door het leven kan en als blijkt dat ik wel met een bril verder moet dat is dat ook geen enkel probleem. Ik zie het weer helemaal zitten. Zondag ben ik voor het eerst weer bij mijn duiven geweest. Mijn vrouw heeft een stofbril gekocht voor als ik het duivenhok binnen ga. De vliegduiven zitten allemaal op kleine jongen. Bij de kwekers is het wat minder goed verlopen, toch iets meer uitval dan ik gedacht had. Daar waar maar 1 jong ligt zal ik zoveel mogelijk een ander jong leggen van een koppel dat ook maar 1 jong heeft. Ik zal het zo regelen dat ik dan enkele van mijn betere?? koppels weer snel op eieren kan laten komen. Ik heb er niet zoveel nodig, als ik met hooguit 40 kan starten dan is dat meer dan voldoende. Voordat de vluchten beginnen zijn er meestal wel een stuk of zes minder. Ik ga er van uit dat wanneer je met 30 jonge duiven niet goed kunt meekomen het met 50 ook niet zal gaan. Het gaat niet om de kwantiteit maar om de kwaliteit waarbij we de gezondheid zeker niet uit het oog mogen verliezen. De komende dagen ga ik beginnen met het ringen van de jonge duiven en dat zal niet zo makkelijk gaan. Ik heb vandaag de rode ringen op nummervolgorde geregen en kwam al snel tot de ontdekking dat de kleur rood met zwarte cijfers voor mij moeilijk te lezen is. Het ziet er naar uit dat mijn zoon Marco degene wordt die de duifjes gaat ringen. De vliegduiven komen regelmatig los en gaan graag in bad. Voor de komende week worden weer lage temperaturen voorspeld en dan blijven de duiven binnen. Het zit er in dat er over enkele dagen volop geschaatst kan worden. Het gaat een echt ouderwets Hollands schaatsweekend worden. Voor ons Hollanders is het zo dat als er geen ijs in de sloten en kanalen heeft gelegen het geen winter is geweest. Het hoeft maar enkele dagen te vriezen en Holland raakt in de ban van de Elfstedentocht, een wedstrijd en toertocht over 225 km. Zelfs onze koning heeft hem eens helemaal uitgereden. Heel knap en petje af. Of de “tocht der tochten” er dit jaar nog zal komen is een groot vraagteken. Het kan, de laatste die verreden is vond ook pas eind februari plaats.

DUIVENSPORT GILT OM CAPABELE BESTUURDERS
De wintermaanden zijn bij uitstek geschikt om te vergaderen en dat wordt ook volop gedaan. Het is alsof er nooit een einde komt aan alle verschillende meningen over hoe het verder moet met onze sport. Elke keer komen er nieuwe bestuurders en elke keer gaan ze opnieuw het wiel uit vinden. Niemand ziet dat je alles wat goed gaat beter kunt laten zoals het is. Blijf daar toch alstublieft vanaf af en ga verder met zaken aan te pakken die daar voor in aanmerking komen. Nu weer is er een plan door het NPO bestuur met hulp van een paar bestuurders van buitenaf ontwikkeld hoe de toekomst voor onze sport er uit gaat zien. Prachtige kreten en veel onbegrijpelijke woorden moeten gaan zorgen dat beginners staan te dringen om lid te kunnen worden. Ik las ergens dat de duivensport vergeleken moet worden met de dartsport. Het is vooral in Engeland maar ook in Nederland waar de dartsport tot grote hoogte is uitgegroeid. Ik zie echter geen verband met duiven en pijltjes gooien. Duivensport is tijdrovend zelfs zo erg dat er bijna geen gelegenheid is om met vakantie te gaan. Darten is misschien leuk om het vanuit de luie stoel te bekijken of om het zelf te doen door een of twee avonden per week naar de kroeg te gaan, lijkt me gezellig. Ik ga wel eens naar een braderie waar door sport verenigingen hun sport gepromoot worden. De meeste stands loop ik zo voorbij maar als het om dieren gaat wil ik nog wel eens even kijken. Konijnen, kippen, kanaries of andere vogelsoorten zijn altijd interessant om te bekijken maar als je er niets mee hebt ben je er ook zo mee klaar en loop je weer door. Ik woon al 25 jaar naast de golfbaan en daar zijn ook hockeyvelden. Bij de laatste ben ik misschien in al die jaren drie keer gaan kijken en met golf heb ik helemaal niets ik ga er hooguit naar toe om een biertje te drinken. Zo zal het denkelijk ook bij andere gaan. De duivensport heeft al zo veel geprobeerd, ze hebben beslist niet stil gezeten om zieltjes te winnen. Misschien zijn ze daarmee te laat of verkeerd begonnen. Om de nieuwe plannen te bespreken waren door de NPO de besturen van alle 12 afdelingen uitgenodigd. Ook de pers zou daarbij aanwezig zijn maar om duistere redenen werd dat op het laatste moment afgeblazen. Als je zoiets doet ben je in mijn ogen totaal verkeerd bezig. Nieuwe plannen moeten juist gepresenteerd worden door de pers. Als je die buiten sluit heb je iets te verbergen en besturen moet juist een glasheldere zaak zijn. Onze nieuwe bestuurders zijn dus bang voor de pers en daardoor nu al ongeschikt. Wie volgt? Doordat de leefgewoonten enorm veranderd is ook verandering van onze sport dringend gewenst. Vroeger toen de mensen bijna niets bezaten waren ze al met dat kleine beetje dat ze bezaten al tevreden. Dat is vandaag de dag niet meer te vergelijken. Of het er beter op is geworden laat ik aan u over. Ik ben nog steeds heel positief over de duivensport omdat het een heel groot deel van mijn leven beheerst. Ik ben er ingerold toen we nog in heel andere tijden leefden, tijden die niet meer te vergelijken zijn met het millennium waarin we beland zijn. Het is in ieder geval heel positief dat ons nationale bestuur zich laat voorlichten door mensen wiens sport ook uit een diep dal is opgeklommen. Mijn zegen hebben ze.

HET LAATSTE WAT IK OVER DE 35E OLYMPIADE WIL ZEGGEN
Het was geldverslindend, alleen al voor de security was heel veel geld nodig. De huldiging van de Olympische winnaars liep uit op een debacle, pas om 2 uur ’s nachts vond de huldiging plaats. Een complete afgang omdat er toen nog slechts een honderdtal mensen in de zaal aanwezig waren. In 2019 gaan we naar Polen en die hebben nu al aangekondigd dat ze het veel beter gaan doen dan de Belgen. Ik las dat er een dertiental landen met duiven aanwezig waren. Dit is heel slecht omdat er wel meer dan 30 landen aanwezig waren om te proosten en mee te eten. De FCI vergadering verliep uiterst rommelig en zinnige besluiten zijn er niet genomen. Wie weet wat onze nieuwe Hongaarse preses er van gaat maken. Op de vrijdag toen de Belgische prins zijn openingsrede hield was het bezoekersaantal matig. Zaterdag tot het middaguur een lange rij voor de kassa en zondag was het ronduit uitgestorven. Ondanks dat de Belgen al voor de vijfde keer de Olympiade organiseerden heeft deze Olympiade niet de schoonheidsprijs en ook geen voldoende verdiend. Mede oorzaak kan zijn de onvrede van de Belgische liefhebbers ten opzichte van hun nationale bestuur de KBDB. Die samenwerking is momenteel ver te zoeken.

NIET BELGIE MAAR HONGRIJE LEVERT DE NIEUWE FCI VOORZITTER
Een verrassende ontknoping tijdens de 35e Olympiade. De Hongaar Istvan Bardos heerst de komende jaren over “duivenland”. Velen hadden er op gerekend dat de voorzitter van de KBDB Stefaan Van Bockstaele de nieuwe president zou worden. Mogelijk hebben het omstreden hanteren van het dopingreglement in zijn land hem de das omgedaan. Zoiets gaat de hele wereld over en dan kun je het als kandidaat wel schudden. Wie en wat de nieuwe Hongaarse leider doet is nog niet helemaal bekend. De bekendste Hongaar die ik ken is de bekende voetballer Ference Puskas. In zijn goede jaren een “wereldster” naar wie het nationale stadion van Hongarije is vernoemd. De nieuwe voorzitter eindigde met zijn Hongaarse landenploeg net buiten het erepodium, zij werden 4e. Het landenklassement bij de (oude) standaardduiven werd gewonnen door Slowakije, het zilver ging naar Duitsland en het brons naar TsjechiŽ. Bij de jonge duiven was het eindresultaat bijna hetzelfde 1. Slowakije, 2 Duitsland, 3. Nederland.
OOIT WAS NEDERLAND MENIGMAAL DE BESTE NU POLEN BEZIG AAN EEN ENORME OPMARS.
De tijden zijn veranderd dat is duidelijk te merken. De tijd dat deelname aan de Olympiade belangrijker was dan winnen is voorbij. De mentaliteit van de liefhebbers is niet meer zoals het hoort te zijn. Waar is de tijd gebleven dat elke Nederlander stond te trappelen om mee te kunnen doen. Als we naar de standaard duiven kijken is de deelname bedroevend. Slechts 12 landen deden mee. Nederland werd als belangrijk duivenland afgetroefd waardoor ze in de middenmoot terecht kwamen. Voor de Belgen was het nog erger, zij werden laatste. In de Sportklasse deden de Polen het verreweg het beste. Zij wonnen werkelijk alles wat er te winnen was. Echt super om te zien met hoeveel podiumplaatsen zij huiswaarts keerden. Voor Nederland waren er slechts 4 individuele podiumplaatsen, 1x zilver en 3x brons. Verder staat in Nederland de boel weer op zijn achterste benen. De oorzaak daarvan is de deelname van een Nederlandse duif die uiteindelijk 3e werd (?) terwijl deze volgens de Nederlandse Olympiadecommissie niet aan de gestelde eisen voldeed. Door ingrijpen van enkele NPO bestuursleden werd zij alsnog afgevaardigd. Men ging er vanuit dat de duif wel gediskwalificeerd zou worden maar om nog onduidelijke redenen was dat niet het geval. Door de onenigheid stuurde het NPO bestuur de Olympiadecommissie naar huis. Naar verluid is dit een actie van slechts enkele bestuursleden hun collega’s zouden er in eerste instantie niets van geweten hebben. De vraag die nu overblijft is; “Wie had er naar huis gestuurd moeten worden” de Olympiadecommissie of het NPO bestuur? Als dat maar goed afloopt!

ONZE SPORT EN DE COMMERCIE.
In de meeste landen die zijn aangesloten bij de FCI is deelname aan de Olympiade een erezaak, een hoogtepunt binnen hun sportieve duiven carriŤre. Ik heb dat kunnen merken aan de enkele e-mails die ik van buitenlandse vrienden kreeg waarin zij melding maakte dat een droom voor hen werkelijkheid was geworden omdat ze voor deelname aan de 35e Olympiade in aanmerking kwamen. Dat er een aantal bekende duivenlanden helemaal niet meededen verbaasd mij. Een Olympiade waaraan 12 landen meedoen is nu niet direct iets om van de daken te schreeuwen laat staan om het met grote letters in de dagbladen te vermelden. Er zal ongetwijfeld een oorzaak zijn. Wat mij opviel was een artikel op de site van Pipa dat ging over de Belgische liefhebber S.Verhestraeten. Hij zou 1e zijn geworden in de Olympiade sportklasse categorie A. Daar wilde ik wel wat meer van weten. In welke categorie ik ook keek nergens kon ik die naam vinden. Na veel zoekwerk zag ik hem staan als 25ste daarmee was hij wel de eerste Belgische duif doch dat is een totaal ander verhaal. Op zich wel een verdienstelijke prestatie, maar om nu zoveel ophef te maken dat hij eerste is geworden daarmee zet je de trouwe lezers/kopers op het verkeerde been. Verder zag ik weinig namen van grootheden terug in het snuitje van de uitslagen. Bekende namen van sterke Nederlandse deelnemers zijn ongetwijfeld die van vader en zoon Verkerk, vader en zoon Verbree, de Comb. Van Breemen-van Zon en vader en zoon Schutte uit Amsterdam die dit jaar zelfs gekroond werden als beste liefhebbers van Nederland.

KWEEKRESULTATEN
Op 16 januari hadden onze kweek en vliegduiven bijna allemaal gelegd. Er waren er ook bij die te vlot met eieren kwamen. Na enkele dagen broeden bleek dat van die snelle leggers geen enkele ei bevrucht was. Erg jammer en eigen schuld. De bedoeling was dat er tussen kerst en nieuwjaar gekoppeld zou worden. Door omstandigheden is dat niet gelukt terwijl de duiven er wel helemaal klaar voor waren. Dat was te merken aan het snelle leggen van een aantal duivinnen. Uiteraard waren er ook een aantal niet bevrucht dus dit keer zeker geen 100% score. Is dat verontrustend? Volgens mij niet omdat we in grote lijnen de oorzaak kennen. Door deze tegenslag zijn van de meeste kweekkoppels de eieren overgelegd zodat er met een sneltreinvaart weer opnieuw gelegd worden wat inmiddels het geval is. De vliegduiven komen allemaal tegelijk met jongen. Zij hebben allemaal eieren van exact dezelfde datum. Heeft de baas ook bij geholpen omdat ik op het vlieghok houd van gelijke neststanden. Over enkele weken gaan ze dan ook allemaal tegelijk op weduwschap. De kwekers gaan nog even door. Van de koppels waarvan we denken dat het top koppels zijn worden zes jongen gefokt. Hoeveel echte top koppels we hebben kan ik pas aan het einde van het jaar vertellen en dan heb ik het over de ouders van de jaarlingen. De prestaties van jonge duiven zeggen mij niet zo veel. Mijn ervaring is nog steeds dat de beste jaarlingen als jong twee of drie prijsjes gewonnen hebben en dan heb ik het nog niet eens over kopprijzen. Waar ik wel blij mee ben zijn eerste prijzen ook van jonge duiven. Ik kweek het liefste uit eerste prijswinnaars. Nu houd ik die niet direct meer thuis wat ik jarenlang gedaan heb. Ik had toen alleen maar eerste prijswinnaars en kampioensduiven in mijn kweekhok. Bijna niet te geloven maar wel waar. Nu speel ik winnaars gewoon door omdat ik geen 20 jaar meer vooruit hoef te blikken want dan ben ik 100. Het staat nu allemaal op een wat lager pitje. Toch hoop ik dit jaar weer een paar keer met de overwinning aan de haal te gaan zeker omdat ik deze week aan mijn linker oog geholpen wordt. Rechts zie ik zeer slecht en links is er mogelijk iets aan te verbeteren. Erg spannend voor me, ik ben er behoorlijk nerveus onder want het MOET lukken. Tot volgende week met hopelijk een heel positief relaas over een geslaagde operatie.

DAT DEED ME GOED
Blackpool is alweer voorbij. Maanden aan voorbereiding zijn er nodig om elk jaar weer een geslaagde duivenhappening te organiseren. Na een weekend duivenfeest in The Winter Garden gaat het leven verder alsof er niets is gebeurd. Bij het openslaan van de maandagochtend krant, het algemeen dagblad, zag mijn vrouw als een fraaie kleurenfoto met leuke tekst over de BHW Show. Daar kon ik zo maar intens van genieten vooral omdat de Nederlandse pers bijna geen aandacht besteed aan de duivensport. Zeker de nationale dagbladen laten dat massaal afweten en nu dan opeens een impressie van The Show of The Year in Blackpool. Eindelijk eens wat anders dan een foto van een voetbalwedstrijd!

DUIVENSPORT EN HAAR PROBLEMEN
Internationaal schokkend nieuws kwam er uit de koker van de NPO. Aan de vooravond van de 35e Olympiade besloot het NPO bestuur met onmiddellijke ingang afscheid te nemen van haar Olympiadecommissie. De mannen zouden niet op een lijn zitten, afspraken werden niet nagekomen en persoonlijke belangen speelde een hoofdrol. Bij navraag lag de hoofdoorzaak voornamelijk bij een duif die voor deelname werd afgewezen omdat de resultaten waren doorgegeven van uitslagen die niet bestaan, dit klinkt raar maar toch is het zo. De betreffende afdeling speelt in vier rayons, elk rayon heeft zijn eigen winnaar en er is geen totaal winnaar. De eigenaar van de betreffende duif heeft wel het totaal resultaat opgegeven en toen waren de poppen aan het dansen. Olympiadecommissie en NPO bestuur kwamen daardoor niet op een lijn, ze waren het zelfs totaal oneens met elkaar waardoor het NPO bestuur er een streep onder zette en de Olympiadecommissie uit hun functie hebben ontheven. Veel geharrewar wat hoogst waarschijnlijk ook weer consequenties heeft binnen het nog vrij nieuwe bestuur want ook daar zit men nu niet meer op een lijn. Dat alles om een duif en twee eigenzinnige NPO bestuurders. Zo is er iedere keer wat. Enkele jaren geleden waren er problemen over het verzekerde bedrag van de deelnemende duiven. Later was er iemand die een duif had gekocht die voor deelname aan de Olympiade in aanmerking kwam. De koper wilde onder eigen naam meedoen aan de Olympiade. Hoe haal je het in je hoofd. Laten we alstublieft niet vergeten dat de Olympiade het hoogst haalbare is, ja ook in de duivensport. Het is niet zo maar een spelletje, het is een zeer serieuze zaak waarbij het reglement doorslaggevend is. De eindselectie voor deelname van de 14 standaardduiven was op woensdag voor de Olympiade. Er werd zelfs getwijfeld of men wel aan dat aantal zou komen. Wat dat betreft zou ik zeggen; Nederlandse liefhebbers schaam jullie! Met een dergelijke onrustige voorbereiding kun je nooit een Olympiade winnen. We zijn benieuwd.

NIEUW ELAN
een zeer uitgebreid schrijven werden de Nederlandse liefhebbers op de hoogte gebracht van hoe het NPO bestuur de duivensport in de toekomst ziet. Een prachtig verhaal dat krioelt van, voor veel duivenliefhebbers, onbegrijpelijke woorden en teksten. Nieuwe bestuurders, nieuwe ideeŽn! Ondanks hun goede bedoelingen is het volgens mij nog steeds trekken aan een dood paard. Tijdens mijn lange duivenloopbaan van ruim 70 jaar is het binnen de organisatie ook heel lang rustig geweest. Er waren immers liefhebbers genoeg, sommige clubs hadden zelfs een ledenstop. Het werd steeds onrustiger toen bestuurders doorkregen dat het aantal leden in sneltreinvaart terug liep. Alles bleef bij het oude en om de sport te redden moest er meer aandacht besteed worden aan de jeugd. Dat liep geweldig, winnaars bij de jeugd werden overladen met allerlei prijzen in de hoop dat ze zeker nog een jaar zouden bijtekenen. Oudere liefhebbers werden jaloers. Binnen de duivensport ging men er meer en meer toe over om de jeugd en de minder goede spelers flink te belonen. Het hielp geen zier, de terugloop van leden bleef doorgaan en ondanks de moeite die werd gedaan om jeugdleden te winnen lukte dat toen en ook nu nog niet. Hokjes werden gratis geplaatst bij jeugdleden. Er werd een veel te dure promotiefilm gemaakt maar de rubriek nieuwe leden bleef leeg. Duivensport in de huidige vorm is niet meer van deze tijd. Gelukkig is onze sport wel meegegaan met het elektronisch tijdperk. Ook op het vervoer van de duiven valt weinig aan te merken en krijgt in ieder geval voldoende aandacht bij een daarvoor in het leven geroepen commissie. Ook het welzijn van de duiven krijgt volop aandacht. Bestuurlijk wil het helaas niet lukken er spelen te veel persoonlijke belangen een grote rol. Er is te weinig ervaring in het hoofdbestuur, in ieder geval te weinig op het gebeid van alles wat met onze sport te maken heeft. Na alle goede bedoelingen loopt het ledental nog steeds terug. De jeugd heeft nog steeds geen interesse in onze oubollige sport. Wij ouderen genieten er nog steeds met volle teugen van. Over een jaar of tien zal het wel gedaan zijn met de sterke terugloop van leden. De meeste van ons zijn er dan niet meer. Hoeveel er dan nog wel zijn is de grote vraag. Er zal heel wat moeten gebeuren om over tien jaar in Nederland nog 10.000 leden te hebben. Als dat er 10.000 zijn die wekelijks met duiven spelen ziet het er niet slecht uit. Zelf denk ik aan hooguit 6.000 actieve leden en als dat zo ver is komen er volop nieuwe problemen. Hoe gaat de sport verder, blijft die voor iedereen betaalbaar en hoe gaat het met het vervoer, het is bijna niet meer te doen. Zesduizend liefhebbers lijkt heel veel, verdeeld over een heel land (ook als is Nederland nog zo klein) stelt het weinig of niets voor. Ik kan er bijna niet in geloven dat we een bloeiende toekomst tegemoet gaan. Zeker niet nu ik al die gebakken lucht heb gelezen waarmee de NPO nu weer mee voor de dag komt. Ik hoop dat ik het helemaal mis heb. Gezien de onenigheid en persoonlijke belangen is de nationale duivensport toe aan veel strakkere regels bepaald en uitgevoerd door een sterk en kundig nationaal bestuur. Helaas ken ik geen kundige en sterke bestuurders zoals we ze vele jaren in vrij grote getale hadden. Er was toen keus genoeg en nu moet de organisatie blij zijn met elke goedwillende die een bestuursfunctie wil vervullen. Of hij of zij dan de juiste persoon op de juiste plaats is wie zal het zeggen. Hopelijk volgende keer positief nieuws over het verloop van de 35e Postduiven Olympiade en dat de beste en mooiste duiven maar gewonnen mogen hebben.

WORDT HET EEN FEEST OF…….?
Het is bijna zo ver dat de 35e Olympiade die in het weekend van 28 januari in Brussel wordt gehouden. Een evenement waar heel de duivenwereld naar uitkijkt. Wie echter al het gedoe over de dopingperikelen in BelgiŽ volgt kon wel eens grote twijfels hebben of het wel een echte internationale sportieve happening gaat worden. In BelgiŽ gaan de wildste verhalen over liefhebbers die in 2016 positief bevonden zijn. Sommigen zijn zwaar gestraft en anderen zijn vrij gesproken. Er blijken ook nog dopingzondaars rond te lopen wiens duiven na de in Zuid Afrika gehouden dopingtest positief bleken te zijn maar daarvan blijven de dossiers hermetisch gesloten. De KBDB blijkt geen klare heldere en begrijpbare taal te spreken. Belgische liefhebbers weten momenteel niet of ze hun nationale bestuur nog wel kunnen geloven of vertrouwen. Dit varkentje is nog lang niet gewassen. Hoe nu verder tijdens de Olympiade. Wat gaat het F.C.I. bestuur hierover zeggen. De door de Belgen georganiseerde Olympiade kon door al die verwarrende dopingverhalen wel eens veel van haar glans verliezen en dat zou toch ontzettend jammer zijn. Als er een dopinglijst bestaat met daarop alle verboden middelen is het toch eenvoudig om degene die gebruik heeft gemaakt van die stoffen op het matje te roepen. Als na een tweede controle blijkt dat het fout zit dan kan de persoon in kwestie (inclusief zijn duiven) toch gestraft worden. Toch eenvoudig of niet? Helaas schijnt het in de praktijk heel anders te werken.

HET KAN NOG ERGER
De WOWD, onderdeel van de NPO, heeft een bericht uit doen gaan over een geheel nieuwe ziekte die bij postduiven in AustraliŽ is ontdekt. Het gaat om een ernstige infectieziekte die de lever aantast. Veroorzaker is het reovirus dat wereldwijd bestaat. De duiven krijgen groenachtige mest, gaan braken, zitten dik of bol en sterven binnen 12 – 24 uur. Volgens de laatste berichten duurt het nog wel 18 maanden voordat er een vaccin is ontwikkeld. Wordt vervolgd.

DE TIENDE DAG
Het is vandaag (15 januari) de 10e dag dat onze vlieg en kweekduiven bij elkaar zitten. Bijna allemaal hebben ze 1 of 2 eitjes. Bij drie duivinnen die al na enkele dagen hadden gelegd zijn de eieren weggegooid. Vier duivinnen van de 40 koppels hebben nog niet gelegd. Ik zie uw gezicht al betrekken. Zoveel duiven! Je zou er toch veel minder houden. Ja dat klopt en dat is ook zo. Zelf heb ik 8 kweekkoppels en 12 koppels om te vliegen. Verder zitten bij mij 20 kweekkoppels van mijn zoon Marco die ik elke dag voer en Marco doet de verdere verzorging. Mijn eigen duiven verzorg ik helemaal zelf. Het klinkt alsof ik een top prestatie lever en dat wordt het ook steeds meer. Nog steeds ben ik erg graag bij mijn duiven maar als je ouder wordt is het alsof er elke dag wel een klein lichamelijk probleempje is. Nu heb ik weer last van jicht en daar loop (of zit) ik al ruim een week mee waardoor ik mijn hok niet kan schoonmaken zoals ik gewend ben. Ik kruip namelijk mijn hele leven al door de hokken en dat lukt nu niet. Volgens de arts moet het leed nu snel geleden zijn want hij heeft me een “paardenmiddel” voorgeschreven. Heerlijk als je weer kunt doen wat je graag wilt. De voorbije dagen heb ik de vliegduiven steeds ’s morgens los kunnen laten, het winterweer liet dat toe. Het is genieten als je een koppel luid klapwiekend weg ziet vliegen nadat ze kort daarvoor de liefde hebben bedreven. Dat loslaten is goed voor de duiven. Je ziet duidelijk het verschil met de kweekduiven die nooit buiten komen. Ja ze komen wel buiten maar niet verder dan de ren. Het zal zeker ook een gunstige invloed hebben op het aantal bevruchte eieren. Buiten krijgen de doffers meer gelegenheid hun duivin te treden dan in het hok. Daar zitten altijd wel een stel fanatieke hokgenoten die dat proberen te voorkomen. Over twee tot drie weken weten we meer over het aantal bevruchte eieren en het aantal jongen die in de schotels liggen.

SELECTIE KAN NIET STRENG GENOEG ZIJN
Bij een sportduif waarvan verwacht wordt dat die gaat presteren moet alles kloppen. Dat wil zeggen de duif moet in alles 100% in orde zijn. De eerste wedstrijden die we spelen worden vaak beslist met verschillen van enkele secondes. Dat wil zeggen dat ook het hok, de klok en het vertrouwen tussen baas en duif ook 100% moet zijn. Uiteraard speelt de kwaliteit van de duif een belangrijke rol. Er komt echter veel meer bij kijken. Er vanuit gaande dat op ieder hok meer slechte tot matige duiven geboren worden kan de selectie niet zwaar genoeg zijn. Onthoud goed dat het voor niemand meevalt om een echte top duif te kweken. Dan kun je ook stellen dat wanneer je er een wegdoet dat dit niet zo gauw een goede kan zijn omdat we er daarvan geen vier per jaar kweken. Dus als er maar iets aan mankeert, weg er mee. Nu we middenin het kweekseizoen zitten komt het er op aan kordaat op te treden. Wat maar iets van het normale afwijkt onmiddellijk verwijderen. Zij die dat aandurven zullen de resultaten terug zien tijdens de komende vluchten voor jonge duiven. Degene die dat de voorbije selectieperiode verzuimt hebben zullen dat straks merken aan de prestaties van hun jaarlingen. De pas geboren jonge duiven moeten onberispelijk opgroeien, iedereen weet wat ik daarmee bedoel. Aan de oude duiven mag je niet kunnen zien dat ze jongen groot brengen. Ook zij moeten er in deze periode onberispelijk uit zien en ze mogen zeker geen gewicht verliezen. Daarom is het niet verkeerd de duiven nu drie keer per dag te verzorgen. Als ze op eieren zitten tussen de middag een snuifje snoepzaad en als ze jongen hebben van een week en ouder kun je zeker dubbele porties verstrekken ook tussen de middag. Beslist niet vergeten de mineralen, groenten, grit en de drinkbak want dat hebben de oude duiven zeker nodig om hun jongen, die dagelijks hun gewicht verdubbelen, de juiste voeding bestanddelen te verstrekken.

TOT EINDE MAART SELECTIE IN DE NATUUR
De selectie begint al in het nest, misvormde en te kleine eieren kunnen weg. Beide eitjes moeten gelijktijdig uitkomen. Komen ze met een halve dag verschil uit dan zal het kleinste jong bijna altijd achterblijven, het zal zeker geen kampioen worden. Dat ik in januari al duiven loslaat heeft te maken met het voorkomen van scheef vliegen. Voorgaande jaren wachtte ik daar iets langer mee. Het viel mij op dat losvliegende duiven, al is het maar een uurtje per dag, zich beter gedragen. Ze zijn levenslustiger, eten beter en zien er vaak strakker uit. Kortom, ze zijn zoals we ze allemaal graag willen zien. Wat scheef vliegen betreft, ik heb het nog nimmer meegemaakt maar het is alsof dat euvel meer en meer voorkomt. Mogelijk komt het mede door de steeds groter wordende populatie roofvogels en het (te) lang vasthouden in de herfst en wintermaanden De roofvogels lusten elke dag wel een duifje. Zeker de komende weken is het aan te raden om vooral in de gebieden waar veel roofvogels voor komen de duiven vast te houden. Er is bijna geen andere keus. Bij strenge kou beginnen de vogels in de natuur, vooral met koud weer, meer honger te krijgen. Doordat de dagen weer langzaam langer worden gaan ook de in het wild levende vogels zich voorbereiden op hun kweekperiode. Wat dat betreft gaat de natuur gewoon zijn gang we hoeven ons daar niet mee te bemoeien. Ik doe dat zeker niet, mijn vrouw wel. Zij vindt het prachtig de vogeltjes van wat extra te geven. Altijd een leuk gezicht al die verschillende vogels om het huis. Hoe ze het aan de weet komen weet ik niet maar zodra voer ophangt is het alsof ze het aan elkaar door vertellen. Binnen de kortste keren is het een gekwetter van jewelste en wordt er gevochten om elke pinda. Hoe mooi het ook is, we bemoeien ons wel met de selectie. Die vind in de natuur namelijk nu plaats, het is koud, er is weinig te eten en dan blijven alleen de sterkste over. Met het bijvoeren blijven er nu vogels leven die eigenlijk uitgeselecteerd behoren te worden. We hebben er geen notie van hoeveel kilo’s zaad er wordt uitgestrooid, kijk maar eens wat er in de supermarkten, vooral door vrouwen, wordt weggesleept. Helemaal verkeerd. Laten we de gulden middenweg nemen want wat extra liefde voor dieren is ook heel wat waard. Ik wens al mijn duivenvrienden die de Olympiade in Brussel gaan bezoeken een heel fijn en gezellig duivenweekend toe.


NATIONAAL BESTUUR VAN BELGIE STELT HUN OLYMPIADE DEELNEMERS ZWAAR TELEUR
Op 27-28-29 januari vindt de 35e Postduiven Olympiade plaats in Brussel, een thuiswedstrijd voor de Belgen en nu al zijn de gemoederen heet gebakerd. De Belgische Olympiade deelnemers staan op hun achterste benen. Voor iedere sportman is deelname aan een Olympiade het hoogst haalbare. Het is een hele eer of prestatie om daaraan te kunnen of mogen deelnemen. De KBDB denkt daar een ietsje anders over. Hun Olympiade gaat bijna vijf en een halve ton kosten. Daarvan is momenteel ongeveer drie ton gesponsord zodat er nog een gaatje gedicht moet worden van ruim 200.000 euro. Misschien is dat wel de reden dat de Belgische deelnemers zelf hun entree moeten betalen. Ook hun etentje en het bijbehorende pintje moet uit eigen zak bekostigd worden. Er is wel de mogelijkheid om aan het diner deel te nemen voor 80 euro per persoon. Als vader, moeder en misschien twee kinderen mee willen eten mag hij ook wel een sponsor proberen te vinden. De KBDB verwacht dat er zo’n 5.000 betalende bezoekers komen. Hopelijk hebben zij er goed over nagedacht dat Brussel nu niet zo prettig in het gehoor ligt, er is de voorbije maanden te veel gebeurd. Prins Laurent van BelgiŽ valt de eer te beurt de Olympiade te mogen openen. Naar ik begrepen heb is de Prins bij zijn eigen bevolking niet populair. Om juist hem de opening te laten verrichten is lang niet iedereen het mee eens. Internationaal is het wel een goede zaak dat een hoogwaardigheidsbekleder voor deze ceremonie is gekozen. Altijd aanzienlijk beter dan een bekende duivenmelker, voetballer of zanger. Laten we als positieve duivenhouders er vanuit gaan dat het een groot succes gaat worden. Een internationaal evenement waar vele oude bekenden uit verschillende landen elkaar zullen ontmoeten en met elkaar een paar onvergetelijke dagen gaan beleven. Ik zal er niet zijn, ik heb het allemaal wel gezien. Ik was altijd een vaste bezoeker maar door het ontbreken van mijn oude vrienden die er niet meer zijn en mede door mijn leeftijd is dit de eerste keer dat ik de Olympiade vanaf de zijlijn meemaak. Dat de beste landen moge winnen!

POSITIEF
Het kan binnen de duivensport zeker geen kwaad als we over onze grote hobby eens wat positiever zouden praten. De meeste gesprekken gaan deze wintermaanden, vooral in BelgiŽ, te veel over doping. Het is daar een hot item. Er wordt daar, volgens zeggen, met twee maten gemeten of moeten we stellen dat de KBDB geen raad weet met dit fenomeen. Poeliers, ook in Nederland, nemen geen duiven meer aan die voor consumptie bestemd zijn. Uit onderzoeken blijkt dat er door de “heren” duivenliefhebbers nogal wat troep in die beestjes wordt gestopt. Als zoiets bedoeld is om ze beter te maken is het prima maar helaas wordt het meer gedaan om ze harder te laten vliegen. Duivenmelkers zijn tot veel en misschien wel tot alles in staat hun duiven met allerlei vuiligheid te prepareren op weg naar betere prestaties. Nog steeds is het alsof een grote groep niet doorheeft dat ze de duivensport kapot maken. Dat de duiven niet meer voor consumptie worden aangenomen is weer een bewijs. Schandalig te horen wat er af gerotzooid wordt op weg naar roem en geldelijk gewin. Het blijkt dat veelvuldig onderzoek geen overbodige luxe is. De uitslag daarvan is nog al eens POSITIEF en dat is heel wat anders dan een positief gesprek. Kortgeleden is er weer een Belg betrapt. Nee, hij had zijn duiven beslist niets gegeven dat voorkomt op de zogenaamd rode lijst. Een tweede onderzoek was weer positief, hij verklaarde toen dat het kwaad wel eens in de melk zou kunnen zitten die hij aan zijn duiven te drinken had gegeven. Leuk voor de leverancier van die melk, die gaat daar zeker geen genoegen mee nemen. Wat zeker een even groot probleem gaat worden is de vermindering van het aantal leden. Jaarlijks zouden er in BelgiŽ en Nederland zeker 1.000 stoppen. Nederland heeft er nog 18.000 en in BelgiŽ hoorde ik dat er in heel Vlaanderen ook nog maar 18.000 zijn. Voorpagina nieuws was er voor de Duitser P.J. uit Kleve die in Nederland meespeelt en in BelgiŽ zijn 130 duiven verkocht. De duurste was een zoon van de Kaasboer, gekweekt door Gaston van de Wouwer (B). Hij veranderde van eigenaar voor 150.000 euro. Ook opvallend was het dat er slechts 2 duiven door zijn landgenoten werden gekocht. Het is alsof er in de bekende duivenlanden geen interesse meer is voor de opgeklopte West-Europese duiven. Gelukkig voor de groep commerciŽle mannen bestaan er landen als China, Taiwan en Japan waar verreweg de meeste duiven aan verkocht worden. Gaby Vandenabeele heeft zijn record verkoop van 17 jonge duiven, die bijna een gemiddelde haalde van 19.000 euro per stuk, te danken aan die landen. Europa doet niet meer mee aan die gekte of kan misschien niet meer meedoen omdat dergelijke fabelachtige prijzen niet betaald kunnen/willen worden. Waarom zouden ze, er is immers niets meer te verdienen. Als duivenliefhebbers weten we allemaal dat er op elk hok meer slechte duiven dan goede geboren worden. Stel dat er onder de 17 jonge duiven van Gaby 25% goede zitten, dan blijven er 12 slechte over. Je zult daar maar zoveel geld voor neergeteld hebben. Maakt niets uit als je voldoende muntjes bezit en daar blijken er toch nog heel veel van te zijn vooral in het verre oosten maar genoeg hier over. We gaan ons opmaken voor de start van het nieuwe seizoen want over 3 maanden is het alweer zo ver.

KWEKEN EN SPELEN
De voorbije maanden zijn er weer grote aantallen duiven van eigenaar veranderd. Die gaan allemaal gebruikt worden voor de kweek. Gekochte duiven worden veelal tegen de beste duiven gezet want iedere liefhebber is enthousiast over zijn nieuwe aanschaf. Volgens mij is het ook de beste methode om een nieuw aangeschafte duif tegen een van je beste duiven te zetten. Vooral als je met de jongen daarvan gaat vliegen, je weet dan meteen waar je aan toe bent. Vandaar dat het zeker zo belangrijk is om er minimaal vier van te kweken om aan de wedstrijden mee te doen. De derde ronde kun je dan gebruiken als kweekmateriaal. Blijkt dat de vier jongen uit het nieuw gevormde koppel niet voldoen dan kan de hele familie weg en als de vier jongen tot volle tevredenheid presteren heb je er nog twee achter de hand om als kweker te gebruiken. In mijn ogen is het een goede zaak om vooral uit de kweekduiven de nodige jongen te kweken, daarvoor hebben we toch kwekers of zie ik dat verkeerd. Met al die jongen ga je tot aan het einde van het seizoen meedoen. Hetgeen ze in hun geboortejaar leren hebben ze later profijt van en dan maar hopen dat het met de verliezen mee gaat vallen. In de hedendaagse duivensport is het achterblijven van jonge duiven een levensgroot probleem. Daarnaast zijn er nog steeds de gebieden waar de roofvogel zorgt voor de nodige onrust. Verder hebben we te maken met de vergrijzing en dat zijn allemaal zaken die de duivensport geen goed doen. Toch hoop ik dat we een jaar krijgen waarin we vele weekenden kunnen genieten van mooie duivensport. Aan mij zal het niet liggen.

WE STAAN ALLEMAAL WEER OP NUL.
We kunnen omkijken zoveel als we willen, geweest is geweest, 2016 is voorbij. Deze maand staat in het teken van een aantal grote duiven evenementen met als eerste Dortmund. Ik ben daar vele keren geweest, altijd heel indrukwekkend. Het is echter lang niet zo groots meer als voorheen. Daarna krijgen we derde week januari inde Engelse badplaats Blackpool de grote jaarlijkse duiven manifestatie (en dat alweer voor de 40ste keer), fantastisch weekend om mee te maken. De meeste internationale belangstelling zal ongetwijfeld uitgaan naar de Olympiade in Brussel waar de Belgen hun beste beentje voor zullen zetten om in ieder geval een goede indruk te maken. In het eerste weekend van maart krijgen we in Nederland aan de vooravond van het nieuwe vliegseizoen de voorjaarsbeurs gevolgd door de huldiging van de Nederlandse kampioenen in de gecombineerde competitie van voorheen wie heeft ze beter en the best of best. In mijn eigen regio volgt in februari nog een vergadering over de herindeling van de vlieggebieden en daar zal het laatste woord zeker nog niet over gesproken zijn. Dat zelfde geldt voor het “hot item” invliegduiven oftewel trainingsduiven. Op de laatste NPO vergadering is besloten dat het voorbij is met de invliegduiven. Dat houdt in dat alle duiven over de inkorf antenne gaan en dus net als alle andere duiven in het concours en daardoor meedoen aan de wedstrijd. Het is aan de deelnemers of ze hun duiven wel of niet klokken. Voordat het startschot 2017 klinkt zal er nog heel wat water door de zee moeten oftewel er zal nog veel gediscussieerd worden.

WINTERKWEEK
Op heel veel hokken in BelgiŽ en Nederland is eind november de winterkweek begonnen zodat tijdens de kerstdagen de eerste jongen 2017 geboren zijn. Eigenlijk zijn dat late jongen van 2016 die een ring van 2017 om krijgen. Is dat wel eerlijk? Mij maakt het niets uit, het gaat er wel om dat we de teugels niet te veel moeten laten vieren. Misschien zou het beter zijn om de ringen pas op 10 januari te verzenden zodat de administrateurs de ringen 12 januari af mogen geven. We zijn er dan (bijna) zeker van dat de jonge duiven die een ring van 2017 om krijgen ook in 2017 geboren zijn. Nu worden de ringen tussen kerstmis en nieuwjaar bij de club aangeleverd en waarom zou je ze dan niet direct uit mogen reiken. Wat maakt die paar dagen nu uit. Ja, zo denken er velen over maar niet allemaal.

EEN WEEKEND MALTA
Malta is maar een heel klein landje van 28 km lang en 11 km breed. Het heeft een nationaal voetbalteam die allemaal een baan hebben. Het zijn dus semiprofs en ze moeten het opnemen tegen de beste teams van de wereld, het lijkt wel duivensport! Duivensport hebben ze er trouwens ook maar wel anders dan in Nederland. Malta heeft ook haar eigen taal en die is voor ons niet te begrijpen, gelukkig zijn veel bewoners de Engelse taal machtig. Malta draait voor 90% op toerisme en dat was te zien want overal zie je hoge hijskranen staan die veelal gebruikt worden voor de bouw van nog meer hotels. Het land heeft 160.000 inwoners waarvan er ongeveer duizend duivenliefhebber zijn. Die mannen kunnen keus maken uit 22 duivenclubs. Centraal op Malta staat een grote duivencontainer plus aanhanger waar de clubs de boxen met duiven moeten aanleveren. Vijf tot zesduizend duiven in concours is heel normaal. Wat voor ons niet normaal is zijn het aantal duiven waarmee wekelijks gespeeld mag worden. Iedere liefhebber mag maximaal 10 duiven mee geven. Er wordt gevlogen vanuit ItaliŽ, te beginnen met 155km, dan 200 en 250 km. De laatste 80 km op weg naar huis moeten over zee afgelegd worden en aangezien duiven nog steeds geen zwemvliezen hebben blijven er nog wel eens flink wat achter. Een duif heeft er moeite mee om grote afstanden over water te vliegen zeker als ze de overkant niet kunnen zien. Ik sprak iemand die er de laatste drie weken drie maal 10 had ingezet en ook 3x10 kwijt was. Juist daarom hebben de liefhebbers op Malta eigenlijk veel te veel duiven. Het viel me op dat ze niet aan elkaar vroegen wat de aankomsttijden waren maar over het aantal dat ze terug hadden. Duiven die terug komen vinden zij goede duiven. Ik denk altijd ”wat heb ik aan thuiskomers”. Alleen al aan dat is te merken dat wij een heel ander spel spelen. In Nederland praten de liefhebbers van de grote fond of marathonvluchten ook meer over thuiskomen, doch dat zijn andere liefhebbers dan de programmaspelers. De eerste drie vluchten met de korte afstanden worden meerdere keren gespeeld, elke keer weer een nieuwe serie van drie van dezelfde lossingplaats. Is een beetje te vergelijken met BelgiŽ waar ze elke week Quievrain spelen. Terwijl ik samen met mijn zoon op Malta was (weekend van 17/18 december) hebben we denkelijk een primeur meegemaakt. Nog nooit was het er zulk beestenweer. Auto’s waaiden spontaan van de weg, het water werd meters hoog opgezweept tegen de kademuren, bomen gingen om als lucifer houtjes. De temperatuur was 17 graden wat niet verkeerd was maar we zijn helaas amper buiten geweest. De duivenvlucht werd gecanceld, pas woensdag zou het beter worden zodat ze vanaf zondagmorgen in de boxen moesten verblijven. Toen ik vroeg wanneer ze voor de volgende vlucht de duiven naar het lokaal moesten brengen kreeg ik te horen; eerste kerstdag. Nou daar hoef je in Nederland zeker niet mee aan te komen. Toen ik zei dat ze “gekke mensen ” waren werd er hardop gelachen. Het vliegprogramma op Malta loopt van half november tot half mei daarna is het veel te heet om met duiven te spelen. In hoogzomer is het zelfs te heet om er met vakantie naar toe te gaan of misschien onder een palmboom aan de rand van het zwembad niet te ver van de bar. Ik krijg het water al in de mond als ik aan zo een verfrissende tropische cocktail denk, die smaken in de zuidelijke landen veel beter dan in eigen land.

THUIS
Toen ik zondagavond na een te lange vliegreis (overstappen in Frankfurt) weer thuis kwam had ik ontzettende pijn in mijn rechter voet vanwege jicht. Van de plannen die ik voor maandag had gemaakt kwam weinig terecht. Dinsdag ging het beter en ben de hele dag in het duivenhok bezig geweest. Alles gereed maken voor het koppelen wat inhield hokken uitbranden (een beter ontsmettingsmedicijn bestaat niet), nestschalen vullen met matjes en direct bespuiten met ongedierte verdelger, broedhokken open gezet voor de jaarlingen zodat die hun eigen woning kunnen uitzoeken en uiteraard alle hokken schoonmaken want daar begint mijn vrouw niet aan. Hoeft ook niet, ik ben al blij als de duiven eten en drinken krijgen en dat heeft ze prima gedaan. De duiven mogen in Nederland weer buiten, er schijnt geen besmettingsgevaar meer te zijn, dus dat komt goed uit als de duiven binnenkort gekoppeld gaan worden. Er is niets mooier dan de jagende paartjes met hoge snelheid door het luchtruim te zien gaan. Wel oppassen voor vuurwerk want er wordt binnenkort weer voor miljoenen de lucht in geschoten. Heel mooi om te zien maar ik ben er bang voor en heb nog nooit veel geld uitgegeven aan vuurwerk. Ja, toen de kinderen klein waren kocht ik wat van die onschuldige sterretjes. Ik blijf oudejaarsavond lekker in het hotel waar we een arrangement geboekt hebben. Ik wens u allen een heel plezierige en gezellige jaarwisseling en ik hoop dat voor 2017 alle wensen in vervulling zullen gaan.


NIET ALTIJD EVEN LEUK
Van kinds af aan speel ik met duiven. Het was en is mijn lust en mijn leven. Het was net na de Tweede Wereldoorlog dat de duivensport steeds meer leden kreeg die mee deden aan het wekelijkse concours. Vaak met heel weinig duiven maar ze deden mee. Als je in die tijd 12 koppels had om te vliegen was je al een behoorlijk grote liefhebber. Die vliegduiven waren ook de kweekduiven. De economie verbeterde, helaas merkten de arbeiders daar nog weinig van. Ze hadden onvoldoende geld voor hun duivenhobby waardoor ze bij de baas extra uren werkten om de hobby te kunnen betalen. De meeste liefhebbers speelden op nest omdat ze maar een hok hadden waar oude en jonge duiven bij elkaar zaten. Omdat iedereen op zaterdag moest werken werden de vluchten op zondag gehouden. De hele familie en ook de buren leefde mee en als het tijd werd dat de duiven konden komen zat iedereen met spanning te wachten. Tijdens mooie zondagen gaf dat nog wel eens een probleem. De meeste kinderen gingen met hun ouders naar het strand of zo maar een stukje fietsen of op bezoek bij familie of vrienden. De kinderen van veel liefhebbers gingen niet omdat pa zijn duiven thuis moesten komen. Wie ik ook spreek, de meesten vonden het een ramp dat pa duiven had, alles moest daarvoor wijken. Als dan ook nog eens de duiven waar pa geld op had gezet te laat waren dan had je de poppen aan het dansen. Toch was het gokken op duiven niet weg te denken, het ging maar om kleine bedragen maar gaf wel en extra dimensie aan de sport. Gokken op duiven was niet zo moeilijk maar het ging er om dat je meer terug wilde ontvangen dan dat er ingezet was en dat viel beslist niet mee. Er waren toen al kenners die geld met hun duiven verdiende. Nee, niet met verkopen, het waren vooral de snelle duiven die geld verdienden. Met name op de korte vluchten, daar waren de meeste van, werd veel geld ingezet. Elke week was er maar 1 vlucht, vandaar het grote aantal liefhebbers dat meedeed. Voor mij is dat nog steeds het belangrijkste, het ging niet zozeer om het aantal duiven omdat bijna iedereen maar met een klein aantal speelde. In die tijd werd absoluut niet gesproken over oneerlijk spel omdat niemand met een groot aantal duiven meedeed. Iedereen zocht wekelijks zijn besten uit en deed er af en toe eens paar extra mee om ze aan de gang te houden.

NIET ALLES WERD GEREGISTREERD
Het was nog in de tijd van de prikklokken en de gummiringen. Bij de meeste liefhebbers werd de eerste duif die thuis kwam zo snel mogelijk geklokt, soms wel eens te snel en daar had het baasje een week later last van omdat de duif die zo wild gepakt was het vertikte om naar binnen te gaan. Daar volgde heel wat lelijke woorden op en vaak was het zo dat de hele vloer bezaaid lag met duivenvoer omdat de baas steeds luider begon te fluiten en steeds meer voer op de grond gooide om de duif binnen te lokken. Ja, het gebeurde wel eens dat de duif van het dak geschoten werd. Dat was zeldzaam, ik heb het nog nooit meegemaakt maar nog steeds vragen mensen aan mij of ik wel eens een duif van het dak heb geschoten. U ziet dat soort sterke verhalen gaan een eigen leven lijden. Om de duiven niet bang te maken werden nooit alle duiven geklokt, de liefhebber regelde dat zelf een beetje. Als hij er tien mee had en hij kreeg er 5 vlot achter elkaar dan stopte hij met klokken. Mijn vader zei altijd; als het bij ons regent dan zal het bij een ander niet druppelen. Tegenwoordig is het zo dat bijna alle duiven door het elektronische systeem geklokt oftewel geregistreerd worden, daar is vaak discussie over. Liefhebbers die grote aantallen duiven mee hebben rammelen er zo maar een dertigtal in een minuut in de klok. Dat is zeer frustrerend voor de liefhebbers die er maar weinig mee kunnen geven. Het gebeurt gelukkig wel eens dat zo een kleine liefhebber een grote te vlug af is maar meestal krijgt de kleine man meerdere keren een flinke klets om zijn oren. Nog steeds is het in Nederland zo dat je zoveel duiven in mag inzetten als je zelf wilt. De grote liefhebbers doen dus niets verkeerd.

SPECIALISATIE
De duivensport is inmiddels uitgegroeid tot een commerciŽle sport. Vroeger werd er fel gestreden om het generale kampioenschap. Dit werd je als je over alle vluchten van het hele jaar het beste gepresteerd had. Dat hield in dat je het hele seizoen van april tot oktober mee moest doen om die titel te kunnen winnen. Toen ik nog kleine kinderen had ben ik daar meerdere keren tegen in gegaan. Ik wilde dat niet alle vluchten meetelde zodat jonge mensen met kleine kinderen op vakantie konden gaan en dan toch mee konden doen om generaal kampioen te worden. Op mijn voorstel werd unaniem door de oudere liefhebbers tegen gestemd. Niks daarvan zeiden ze. Generaal kampioen is generaal kampioen en dat gaat altijd over ALLE vluchten. Daar zit je dan als jonge vader. Zelf heb ik enkele jaren niet met jonge duiven gespeeld omdat ik wel met vakantie ging. Toen was het ook niet altijd even gemoedelijk. Nu is het zo dat bij veel clubs het generaal kampioenschap zelfs is vervallen. Komt door de specialisatie en het steeds maar groter wordende aantal wedstrijden. Na de rijke jaren zie je nu alles in een versneld tempo terug lopen. Veel vluchten stellen vanwege de geringe deelname helemaal niets meer voor. Het programma spel is van de baan, de interesse is weg. De hobby wordt veel te duur en de profs blijven doorgaan alsof er niets aan de hand is. Vooral de marathon spelers vormen een groep die zich moeilijk laten sturen. Zij spelen (bijna) allemaal alleen maar de meerdaagse fond vluchten en daar moet alles voor wijken. Zij trekken zich er niets van aan dat programma spelers begin april de zaak op orde moeten hebben want vanaf dat moment wordt er om de kampioenschappen gespeeld. De fond mannen zijn dan nog in winterslaap. Ze gaan als wij al volop aan het spelen zijn pas de duiven bijeen zetten want ze vliegen toch niet met hun jonge duiven. Als wij op het scherpst van de snede spelen komen zij met manden “invliegduiven” aan en daar zit hem momenteel het probleem.

DE NPO WIL VAN DE INVLIEGDUIVEN AF.
Ik weet dat er in Nederland altijd al een aantal gebieden geweest zijn waar je “port” duiven kon meegeven. Die deden dan niet mee in de wedstrijd maar gingen alleen mee om te trainen. Geen enkel probleem. Er waren namelijk volop liefhebbers die al hun duiven zetten en slechts een klein percentage deed dat niet. Vanaf halverwege de negentigerjaren werden invliegduiven of port duiven algemeen goed. Er zijn verenigingen waar soms meer invliegduiven mee gingen dan wedstrijdduiven. In Noord-Holland waar ik al mijn leven meespeel kende wij dat fenomeen niet. Vanaf het moment dat de invliegduiven op alle vluchten ingezet mochten worden heeft het problemen gegeven. Door het sterk terug lopende aantal leden drukken de invliegduiven te zwaar op het verenigingsgebeuren. Verenigingen worden steeds kleiner en daardoor wordt het steeds moelijker om in eigen club alle werkzaamheden te verrichten. Voorschrift is dat je met minimaal 5 leden moet zijn en daarvan moet er 1 zitting hebben in het bestuur. Is dat niet het geval dan moet je naar een andere club waar wel genoeg deelnemers zijn. De NPO wil er weer naar toe dat alle duiven weer in het concours staan, of de liefhebber wel of niet de duiven klokt mag hij zelf bepalen. Als ze de duiven niet klokken dan zijn er meer duiven van een ander die alsnog in de uitslag komen. Bij mij in de club is er zelfs een die de duiven geen chipring om doet voordat ze voor prijs mee gaan. Hij is bang dat er een duif weg blijft en dan is hij zijn geld voor de chipring kwijt. Daar praat de man alleen over. Ik ben er doodziek van als ik een duif kwijt ben, wat maakt mij dat geld voor die chipring uit! Ik vind het veel erger dat mijn duif weg is. Ja, met zulke figuren heb je ook te maken. Ze komen met manden vol duiven aan en je hebt er alleen maar extra werk aan. Zou fijn zijn dat invlieg duiven komen te vervallen waardoor we weer grotere deelname aan de concoursen krijgen. Laten we niet vergeten dat aan duiven die geen chip om hebben veel meer werk is. De eigenaar moet dan een deelnamelijst invullen en de man die de computer bediend moet alle duiven handmatig invoeren omdat ze niet over de inkorf antenne gaan. Dat zelfde werk moet ook weer gebeuren als de klokken open gaan. Voor velen zal het een feest zijn als we allemaal weer mee doen. Een voorwaarde is dan wel dat we ook weer terug gaan naar 1 en hooguit 2 vluchten per weekend. Denkelijk is het nog geen 15% van alle Nederlandse liefhebbers die meedoen aan alle een en meerdaagse fond vluchten. Die mannen krijgen alle aandacht terwijl de programmaspelers tegen veel en veel meer duiven spelen. Dat stelt niks voor. De vluchten tot 250 km is maar kinderspel, nee het moet 1.000 km of meer zijn. En wie winnen deze? Meestal hetzelfde selecte groepje waarvan de duiven op internet voor veel geld weggaan. Ik las toevallig weer een artikel over zo een stuntman die de eerste Nationaal speelde tegen 751 duiven. Daar veeg ik mijn achterwerk mee af. Die mannen niet, die mannen lopen met hun borst vooruit en krijgen volop aandacht op teletekst of in een duivenblad. Het is hartstikke goed als iemand met zijn borst vooruit loopt als hij een aansprekende overwinning heeft behaald. Daar doen we het tenslotte allemaal voor. Het is voor die mannen maar goed dat alle programmaspelers niet aan de marathonvluchten meedoen anders zou niemand de hedendaagse fond specialisten kennen. Waarom? In het verleden was Bordeaux bij ons altijd de laatste oude duivenvlucht en ook de enige overnachtvlucht. Voor zo ver ik me kan herinneren is die race nog nimmer door een fond speler gewonnen. Tegenwoordig lukt dat die mannen wel omdat er in mijn regio nog geen 25 zijn die daar aan mee doen laat staan dat ze op nationaal niveau mee kunnen komen.


WILLEN ZE NIET OF KUNNEN ZE NIET MEER
Je vraagt je af wat er in duivenland aan de hand is. Ons nationale bestuur doet er alles aan om de Manifestatie die traditiegetrouw eind november wordt gehouden voor een ieder toegankelijk te maken. Dit jaar zelfs gratis entree en waar bleven de liefhebbers? Ze lieten het massaal afweten. Ik zeg bewust massaal omdat de NPO deed alsof het een succes was. Met enige trots schreven zij dat het aantal bezoekers hoger lag dan het voorgaande jaar wat klopt als een zwerende vinger. Waar het om gaat is dat de NPO ook iedere keer schermt met een aantal leden van 20.000 en als dat waar is moeten ze zich afvragen waarom die niet naar de nationale dagen komen. Ik denk dat het verhaal heel anders in elkaar zit. Komt het door de hoge leeftijd van de meeste leden, of is 20.000 leden veel te hoog gegrepen. Uit ervaring weet ik dat de meeste duivenclubs enkele of zelfs een aantal leden hebben die niet meer actief zijn. Sommige hebben nog wel duiven maar doen niet meer mee aan de wedstrijden. Anderen hebben helemaal geen duiven meer maar blijven toch lid van de club omdat ze dat al zo lang zijn.

ACTIEVE LEDEN
Het aantal leden waarmee geschermd wordt geeft dus een vertekend beeld als we ons niet afvragen hoeveel leden er actief zijn. Er zijn in Nederland diverse combinaties die uit twee, drie of misschien uit nog wel meer leden bestaan. Allen zijn actief maar spelen van een adres oftewel van een hok. Binnen onze sport gaat het om het aantal “vliegende” hokken en niet zo zeer om het aantal leden dat op de ledenlijst staat. Kijken we naar de verzamelstaten in de uitslagen dan kunnen we elke week exact aflezen hoeveel deelnemers (lees vliegende hokken) hebben meegedaan. Daar worden “combinaties van leden” als een lid gezien. Ga die aantallen over het hele land maar eens totaliseren dan mogen we blij zijn dat het er 10 tot 12.000 zijn. Zelfs aan dat aantal komen we nooit omdat door de specialisatie niet iedereen aan alle vluchten meedoet. Ooit waren er meer dan 100.000 en dat waren bijna allemaal individuele leden. Die tijd is helaas voorbij en zal ook nooit meer terug komen. Stel dat er wel 10.000 actieve leden/hokken zijn dan is het aantal bezoekers aan de NPO dagen toch nog bedroevend laag. Er waren dit keer ruim 4.000 bezoekers wat echt niet allemaal leden waren. Er was veel jeugd en er waren ook de nodige liefhebbers die samen met hun partner een bezoek aan de beurs brachten. Volgens mijn berekening hebben 70% van onze leden geen bezoek gebracht aan de beurs. Misschien is de reden ”verzadiging”, als je alle jaren naar de duivenbeurs gaat heb je het zo langzamerhand wel een keer gezien. Ieder jaar in grote lijnen het zelfde, alle trouwe standhouders staan bijna altijd op dezelfde plek. Er zit geen verrassing in. Ja, dan kunnen we er wel van alles bijhalen zoals kramen met kerstartikelen, zangvogels, sierduiven, boeken of een kraam met worst en kaas maar daar komen de liefhebbers niet voor en trek je geen extra duivenliefhebbers mee. Alle jaren ben ik een vaste bezoeker. Voorheen was ik er zelfs twee dagen, ik had altijd het idee dat als ik er niet was het niet door zou gaan. Om aan te geven hoe fanatiek ik met de duivensport bezig was. Ik moest en zou er bij zijn. Ik bezocht ook buitenlandse beurzen en jarenlang was ik een vaste bezoeker en soms ook deelnemer aan de Olympiades. Alles draaide bij mij om duiven. Ik las elke week zes duivenbladen ook omdat ik keurmeester was want die moet veel van de duivensport weten, ook op internationaal vlak. Ik wil beslist niet zeggen dat ik zo geweldig ben, maar dat soort melkers bestaat bijna niet meer. Niemand verdiept zich in de duif op zich, het is internet wat iedereen tegenwoordig bezig houdt en dat is nu juist het item dat de duivensport zeker in Nederland naar de Filistijnen helpt. Nederlanders zijn zuinig wordt vaak gezegd, zeker als het om duiven gaat die heel veel geld kosten. Ik zie de Hollanders wel bieden (bijna altijd dezelfde) maar kopen doen ze nooit of heel sporadisch.

TE VEEL VAN HET GOEDE
Ik heb de tijd meegemaakt dat er tijdens de wintermaanden altijd wel ergens een kampioenen dag werd gehouden. Ik kan me als klein jochie de N.I.K. nog herinneren. Deze werd gehouden in de Beurs van Berlage in Amsterdam. Bomvol met duiven en niet een standhouder, later werd die verplaatst naar Tivoli in Utrecht en daarna ging het bergafwaarts. Zo ging het ook met de Brabantse Kampioenen dag in Tilburg onder aanvoering van Louis Donders, hetzelfde lot onderging de Twentse, de Oostelijke, de Gelderse, de Noordelijke, de Noord-Hollandse en de Limburgse Kampioendag. Onder de bezielende leiding van Arie Langenberg werd jarenlang een hele grote duivenshow gehouden in Diergaarde Blijdorp te Rotterdam. Allemaal weg. Nu zijn er nog de Najaar- en de Voorjaarsbeurs in Houten en dat blijkt al te veel van het goede te zijn. Steeds minder belangstelling, misschien omdat te kort op elkaar want tussen eind november en begin maart zit maar drie maanden. De voorjaarsbeurs trekt wat meer publiek. Vooral uit de naastgelegen landen komen veel liefhebbers die geÔnteresseerd zijn in Nederlandse jonge duiven. Ik ga er zeker ook weer naar toe al is het alleen maar om aan de vooravond van het nieuwe seizoen weer vele sportvrienden te ontmoeten. Voordat het zo ver is komt eerst het Blackpool weekend dat voor de 40ste keer in de Winter gardens wordt gehouden. Ik ben er denkelijk wel een keer of 20 bij geweest. Na Blackpool komt de Olympiade in Brussel. Op beide evenementen zal ik niet aanwezig zijn. Blackpool is het mooiste wat ik ooit op duivengebied heb meegemaakt, in Brussel blijf ik weg omdat daar de voorbije periode te veel narigheid is geweest.
DUIVENSPORT IN BELGIE STAAT OP ZIJN KOP
Misschien wat overdreven, er is echter veel te doen over toevoeging van maanzaad in het duivenvoer. In maanzaad zou morfine zitten en dat is een stof die op de lijst van verboden middelen staat. Of toediening van maanzaad prestatie verhogend werkt is nog steeds niet bewezen. Grote vraag is waarom de Belgische bond (KBDB) uitwijkt naar Zuid-Afrika om daar onderzoek te laten doen terwijl ze in BelgiŽ op de universiteit in Leuven voldoende deskundigheid hebben om gedegen doping onderzoek te doen. We kunnen ons ook de vraag stellen of er misschien meer aan de hand is. Is maanzaad wel de boosdoener? Eerste proeven hebben uitgewezen dat je de heel wat maanzaadjes moet opeten wil je er beter, sterker of vrolijker van worden. Tot nog toe is er geen duidelijkheid. Maar goed, in maanzaad zit morfine en daar kunnen we niet omheen. Voorlopig houd ik het zelf op “storm in een glas water”.

KERSTVERHALEN BESTAAN, DE WERKELIJKHEID IS ANDERS.
Ik kan alleen maar beschrijven hoe ik samen met mijn familie Kerstmis beleef. Met geen mogelijkheid krijg ik een artikel op papier waarin de kerstgedachte nog leeft. De tijd dat in Nederland, vooral in deze donkere dagen voor Kerstmis, de kerken nog vol zaten ligt alweer ver achter ons. De meeste kerken worden nu voor geheel andere doelen gebruikt. Wij Nederlanders hebben over het algemeen een vrij goed leven, alles is naar behoren geregeld. Daar waar ik woon is het alsof de tijd is stil blijven staan. Over het algemeen veel agrarische bewoners, de huizen en boerderijen staan vrij ver uit elkaar. Het is hier heerlijk rustig en dat waarderen wij zeer. Ik woon samen met mijn vrouw Cora in een voormalige boerderij. Wat nu onze huiskamer is stonden vroeger de koeien en daar waar het duivenhok staat was vroeger de paardenstal en het varkenshok. Op onze parkeerplaats stond vroeger aan de rand van de sloot het washok waar de melkbussen werden schoon gespoeld. Wij hebben een flinke tuin (eigenlijk te groot) die vroeger tot aan de spoorbaan liep en vol stond met allerlei fruitbomen .Dat deel van onze tuin is opgegaan in een 18 holes grote golfbaan. Ik heb alleen heel veel met duiven en niets met golfen. Mijn duivenhok heeft dezelfde afmetingen als een normaal woonhuis. Op de eerste etage zitten de oude en jonge vliegduiven verdeeld over zes verschillende afdelingen, drie aan de zuidoost kant en drie aan de noordwest kant. De noordwest kant is helemaal leeg. Hoe dat komt? Minder duiven want een man die over enkele maanden 80 jaar wordt kan het allemaal niet zo goed meer bijhouden. Aan de zuidoost kant is er een afdeling voor de weduwe duivinnen dan een met 12 broedhokken voor weduwschap en/of nestspel en een afdeling voor 30-35 jonge duiven. Daar moet ik het in 2017 mee doen. Of het gaat lukken moet ik afwachten omdat ik nog steeds onder behandeling ben aan mijn ogen. Helaas laten oren en ogen mij in de steek maar we blijven optimistisch! Zoals het er nu uitziet worden tussen Kerst en Nieuwjaar de duiven gekoppeld en misschien wordt het wel de eerste week januari. Beneden zaten altijd mijn kweekduiven doch het kweekhok wordt voor het overgrote deel in beslag genomen door Marco die momenteel geen plaats heeft om kweekduiven bij huis te houden. Hij is op zoek naar grotere woonruimte en uiteraard ook een grote tuin om al zijn duiven bij huis te kunnen houden. Voorlopig is hij daar nog niet in geslaagd. Gelukkig dat we het op deze manier hebben kunnen oplossen. Verder is er momenteel niets schokkends over de duiven te vertellen. We zijn op weg naar de kerstdagen en het nieuwe jaar. Wij noemen dat de feestdagen. Mogen we in deze rare wereld nog wel spreken over feestdagen terwijl in een heel groot deel van deze moderne wereld alleen maar ellende is. Elke dag weer worden via de media opgezadeld met de meest afgrijselijke beelden. Onschuldige mensen die geen kant uit kunnen, natuurrampen die veel mensenlevens kosten en prachtige eeuwenoude gebouwen worden gebombardeerd. Het houdt niet op. In Nederland is alles pais en vree. De felle discussies over het Sinterklaasfeest met Zwarte Piet blijven doorgaan. Onbegrijpelijk dat grote mensen proberen een kinderfeest om zeep te helpen. Er zijn wel andere zaken waar we ons druk over kunnen maken. Wat dacht u van respect en vrede voor alle mensen. Straks zitten wij op eerste kerstdag in huize Braspenning met de familie bij elkaar, altijd heel gezellig, lekker eten (meestal veel te veel), het kan niet op. Eigenlijk schandalig omdat we weten wat een armoede er op de wereld is. Zieke kinderen die niet geholpen kunnen worden, oorlogsdreiging, angst en verdriet. Elk jaar hoop je dat de wereld verbeterd, maar helaas het is alleen maar valse hoop. Misschien komt er deze maand nog een staakt het vuren, helaas kunnen we ook dat geen feest noemen. Onze ogen sluiten voor al het leed op deze wereld mogen we zeker niet. Wat dan wel? Ik kan er geen antwoord op geven. Het enige wat we kunnen doen is onze naasten, oudere en zieke mensen niet te vergeten, dan zijn we al een heel eind op de goede weg. Daarnaast zullen we, allen op onze eigen manier de kerstdagen moeten door brengen. Ik spreek de wens uit dat het voor u en de uwen toch een genoeglijk kerstfeest mag worden.

VERWILDERDE DUIVEN
Voor die beesten ziet het er in BelgiŽ niet zo gezellig uit. Vanaf 17 december tot en met 7 januari 2017 mag daar namelijk op gejaagd worden. De Belgische liefhebbers wordt geadviseerd hun duiven in die periode niet buiten te laten. In Nederland mogen de duiven ook niet buiten vanwege besmettingsgevaar. Er worden nog steeds dode vogels gevonden of uit het water gevist die zijn bezweken aan de vogelgriep.

JAARLIJKSE SHOW
In het weekend van 9 en 10 december was onze jaarlijkse kerstshow en kampioenenhuldiging. De vrijdagavond stond geheel in het teken van de huldiging en werd begonnen met een warm buffet. Verder was er die avond een duivenquiz, bingo en was er een tombola met een fiets als hoofdprijs. Overdag werden de duiven gekeurd. Elk lid had vier duiven ingezet, een oude en een jonge doffer plus een oude en jonge duivin. Het gaat er om wie het mooiste kwartet heeft en ook individueel worden drie prijzen toegekend. Op zaterdagmiddag was er een spectaculaire verkoop van door prominente liefhebbers geschonken duiven en bonnen voor een jonge duif 2017. Het was een heel gezellig weekend.

KONING WINTER KOMT ER AAN
Voorbije nacht 9 graden vorst, buiten alles prachtig wit en in het duivenhok alle drinkbakken met een dun laagje ijs. Doordat het windstil is en geen wolkje aan de hemel voelt het aan alsof het voorjaar is, niets is minder waar. Geen bladeren meer aan de bomen, wel prachtige luchten bij ondergaande zon. Heerlijk weer om te wandelen, jas aan, pet op en een dikke sjaal om. In het hok zien de duiven er met dit vriezende koude weer prachtig uit. Bij mij zijn ze nog niet gekoppeld, ik wacht zeker nog tot na de kerst. Anderen hebben de duiven al enkele dagen bij elkaar en op die hokken zullen om en nabij de kerstdagen de eerste jongen in de schotel liggen. Hoeveel nieuwe kampioentjes of bruikbare duiven daar tussen liggen is een vraag waar nog geen antwoord op gegeven kan worden. Duivenhouders zijn echter optimistisch van aard en hebben er alle vertrouwen in dat op hun hok betere duiven geboren gaan worden dan het voorgaande jaar. Zonder meer een positieve instelling, zo hoort het ook. We mogen echter niet vergeten dat de duivensport vaak van teleurstellingen aan elkaar hangt. Vertrouwen in onze eigen duiven moet er zijn. Wie weet welke beloftevolle jonge duiven ook gaan zorgen voor enkele bijzondere duiven. Kijk maar eens hoeveel goede duiven er ooit geboren zijn uit twee jaarlingen. Ik ken voorbeelden genoeg van mensen die op een bon een jonge duif meekregen uit twee jaarlingen. De meeste kopers zijn daar niet zo blij mee, totdat blijkt dat de duif uit die twee jaarlingen boven verwachting goed presteert. Het jaar daarna is er uit dat koppel niets meer te koop, niet omdat een van beide ouders is achtergebleven, wel omdat de liefhebber zelf er ook een “supertje” uit heeft gekweekt en zoals gebruikelijk gaat er dan weinig of niets meer van weg. Of…. er moet een dikke prijs voor worden betaald. In ieder geval is het zo dat over een maand op de meeste hokken het kweekseizoen van start is gegaan. Altijd heel spannend. Een goede voorbereiding is van het grootste belang. Zelf laat ik ruim voor de koppeldatum de jonge doffers al een broedhok uit kiezen. De oude doffers gaan dan naar het jonge duivenhok, hun broedhokken blijven gesloten. De jonge doffers kunnen kiezen uit de leeggekomen broedhokken, dat voorkomt onnodige vechtpartijen als de pas gepaarde doffers en duivinnen los in het hok mogen vliegen. Ook probeer ik zoveel mogelijk de oude duivinnen terug te plaatsen in het broedhok waar ze dit jaar hebben gezeten. Zij weten waar ze wonen en hun jagende doffer zal snel achter hen aanvliegen zodat dit ook een manier is om vechtpartijen te voorkomen. Door de dagen te verlengen met kunstlicht zullen de duiven elkaar gemakkelijker accepteren. Belangrijk is het er voor te zorgen dat de duiven niet te zwaar of te vet zijn. Duiven die gepaard worden moeten in een zelfde conditie zijn als voor een wedstrijd. Als aan deze voorwaarden is voldaan zult u merken dat het koppelen geen probleem hoeft te zijn. De fond spelers blijven voorlopig nog in hun winterslaap. Zij gaan pas denken aan koppelen als de nieuwe blaadjes weer aan de bomen komen. Alle andere liefhebbers zijn zodra ze gaan koppelen ook al met de voorbereidingen bezig van het vliegseizoen. Hun jonge duiven zullen minimaal 5 maanden oud moeten zijn als hun seizoen begint. Fonspelers maken zich daar totaal niet druk om omdat ze meestal niet met jonge duiven spelen. Die mannen zijn een groot deel van het jaar bezig met invliegen. Een fenomeen waar menige vereniging niet blij mee is. Heleboel werk en aan de meeste wedstrijden doen ze niet mee.

ONZE NATIONALE DAGEN
Het nieuwe bondsbestuur heeft er heel veel aan gedaan om meer bezoekers naar die dagen te trekken. Ze zijn daar gedeeltelijk geslaagd maar eigenlijk was het een flop. Het aantal bezoekers was hoger dan het jaar daarvoor. Op de eerste dag kwamen er 2975 en de tweede dag 2300. In 2015 waren er 3150 betalende bezoekers die 31.500 euro neertelden om binnen te mogen komen. Om de gratis entree te kunnen bekostigen werd een verkoop van geschonken bonnen en duiven gehouden die in totaal 26.000 euro opbracht. Om het voor de bezoekers aantrekkelijk te maken werden forums gehouden met achter de tafel een aantal deskundigen. Helaas voor de organisatie was hier maar mondjesmaat belangstelling voor. De meeste aandacht ging uit naar onderwerp; verliezen van jonge duiven. Voor het item “In gesprek met het bestuur” was helemaal geen interesse zodat dit onderdeel afgelast werd. Op de zaterdag werd traditioneel de “jeugd dag” gehouden. Gelukkig staat de jeugd overal nog onbevangen tegenover zodat dit evenement ieder jaar als zeer geslaagd kan worden gezien. Ook was er in een sfeervol ingerichte hal de huldiging van een zeer lange rij van nationale kampioenen. Eigenlijk te gek voor woorden dat er in zo’n simpele hobby/sport zoveel kampioenen zijn. Wat stelt een kampioenschap voor als je niet bij de eerste drie bent geŽindigd. Goud, zilver, brons is iets waar we bij alle sporten aan gewend zijn, maar vierde, vijfde en nog meer is iets wat geen sterveling begrijpt, weg er mee! De organisatie vindt het vreemd dat er voor die huldiging zo weinig belangstelling is onder de niet kampioenen. Hebben zij zich wel eens afgevraagd hoe iemand zich voelt die niets gewonnen heeft en daar de hele dag in zijn handen moet gaan zitten klappen voor kampioen waar hij nog nooit van heeft gehoord en die hij ook niet eens kent, ik weet wel leukere dingen te bedenken. Dergelijke huldigingen hebben alleen zin als het de kampioenen onder elkaar zijn. Een zaal vol mensen die allemaal iets gewonnen hebben, dat geeft sfeer en waardering, plus dat het niet zo een langdurige eentonige bijeenkomst hoeft te zijn. Ook voor de kampioen is het meestal niet zo gezellig. We moeten niet vergeten dat die ook al in de club, het samenspel, de kring, de afdeling, het rayon en weet ik wat nog meer al gehuldigd zijn. Uit dat oogpunt bezien stelt die hele kampioenenviering weinig of niets voor en we blijven maar doorgaan. Het is simpel om daar iets aantrekkelijks van te maken en vaarwel te zeggen tegen de jarenlange traditie van uitgebreide huldigingen. Daar gaat toch geen mens meer heen, ook niet als je gratis naar binnen mag. Wat de “show” tijdens die dagen betreft deze wordt ieder jaar een steeds groter debacle. Weinig interesse, goede duiven zie je er niet meer. Het zijn alleen nog de mooie speciaal voor de show gefokte schoonheid duiven die er te bewonderen zijn. Helaas hebben duivenmelkers geen interesse in kampioenenhuldigingen en naar duiven kijken ze ook al niet. Wat ze wel op die dagen doen is praten met elkaar, het is meer een reŁnie waarvan we ons kunnen afvragen of het nog wel zin heeft dergelijke dagen te houden. Begin maart is alweer de voorjaarsbeurs en dat is denkelijk iets te veel van het goede. Ben benieuw of dan de entree ook weer gratis is. Dit jaar meer bezoekers maar geen inkomsten van entree gelden. Ten opzichte van 2015 heeft de organisatie met hun nieuwe opzet 30.000 euro uit hun handen laten glippen. Met die kosten hebben ze ondanks de sponsoring en de opbrengst van de verkoop (26.000 euro) misschien net aan quitte kunnen spelen.

VOGELGRIEP IN EUROPA
Sinds twee weken heerst met name in West-Nederland de vogelgriep H5N8. Het Ministerie van Gezondheid heeft daarom een algehele ophok plicht afgekondigd. Alle pluimvee soorten en ook onze duiven (ook al worden duiven niet onder pluimvee gerekend) moeten binnen blijven. Vooral rond het IJsselmeer zijn de afgelopen weken bijna 1500 dode vogels uit het water opgevist. Ook in Zwitserland rondom de bekende grote meren worden dode water- en trekvogels opgevist. Vooral nu we in de periode van “duiven shows en publieke verkopingen” leven kan daar een verbod voor afgekondigd worden. Vorig weekend waren in Nederland de grote nationale NPO dagen en kon gelukkig alles doorgaan. Verder is het nu afwachten hoe de griep zich verder uitbreid en welke nieuwe maatregelen er genomen gaan worden.

MORFINE IN HET DUIVENVOER
De duivensport werd weer eens opgeschrikt vanwege dopinggebruik. Het zal je maar gebeuren dat je naam wordt genoemd als dopinggebruiker. Wat was het geval? De Duitse voederfabrikant Matador heeft in haar mengeling raapzaad en nu blijkt dat er in een grote partij raapzaad ook maanzaad voor komt. Maanzaad komt van de papaverbol en daar zit morfine in, nu begrijp ik waarom er ’s morgens zoveel broodjes met daar bovenop maanzaadpitjes genuttigd worden. De partij zaad zou uit Afghanistan komen waar dat in grote hoeveelheden verbouwd/gekweekt wordt door de Taliban. Uit onderzoek is gebleken dat duiven daar een grote hoeveelheid van op moeten eten willen ze daar voor- of nadeel van hebben. Het is meer een storm in een glas water. In Engeland bleek het geen storm in een glas water te zijn. Ik heb daar al eerder over geschreven. The Sun kwam met voorpagina nieuws dat ook na een tweede controle in een Zuid Afrikaans dopinglaboratorium de liefhebbers Kierren Clegg en Ricky Mc Grow positief zijn en daardoor 3 jaar geschorst zijn. In Nederland werd Kees Droog ook betrapt op het gebruik van verboden middelen. Hij zou ontstekingsremmers toegediend hebben. In ieder geval was zijn duif ook na een tweede onderzoek positief! Eigenlijk onbegrijpelijk dat dergelijke spelers iets toedienen waarvan ze niet weten of daar verboden stoffen in zitten. De winnende duif “Queen of the night” arriveerde in de vroege ochtend van Pau op een afstand van 1127 km om 4.24 uur en is kort daarna verkocht. Hoe gaat dat eindigen? Verkocht is verkocht of geld terug? Dat muisje zal nog wel een staartje krijgen. Het houdt niet op. In BelgiŽ werden van 1 liefhebber 5 duiven positief bevonden, doping gebruikt! Ze zijn voordat dit bekend werd voor 90.000 euro naar China verkocht en komen niet meer terug. Wat gaat de makelaar daar aan doen? Het kon voor hem wel eens een behoorlijke financiŽle strop worden of de liefhebber die de duiven geleverd heeft moet hem in ieder geval zijn provisie terug betalen. Daarmee is de kous nog lang niet af want duiven terug laten komen uit China is bijna een onmogelijke opgave.

FRANS BUNGENEERS DUPE VAN INBRAAK
Het is geen rozengeur en maneschijn binnen de duivensport. Dat ondervond Frans Bungeneers uit het Belgische Ramst. Van zijn hokken werden de sloten geforceerd. De dieven kwamen op het juiste moment. Terwijl Frans zijn jonge duiven op Pipa werden verkocht voor een gemiddelde van 4.686 euro per duif sloegen inbrekers hun slag. Bij controle bleek dat er nog 29 oude duiven van de 90 in de hokken zaten. Dan te weten dat Frans een politieagent is. Hoe brutaal moet je zijn?

ALLES TWEEDE HANDS
De bekendste verkoop site van de heel de wereld is ongetwijfeld Pipa. Zij zijn vooral bekend geworden door de hoge kwaliteit van de duiven die zij al meer dan 10 jaar via internet aan de man brengen. Jonge duiven zouden daar niet voor in aanmerking komen, het moest alleen “top” zijn en wat zien we? Met grote regelmaat brengen zij jonge duiven in verkoop onder de naam Collectors items. Kinderen van fenomenen in de duivensport op de verkooptafel. Er kwam er niet een rechtsreeks van een kampioenenhok ze waren allemaal “tweede hands”. Ook gingen twee duiven van de hand waar 26.500 euro per stuk voor geboden is. Een ging naar Engeland en de ander naar Taiwan. Wat een gekte als de naam Harry in de afstamming voor komt.

ZIJN DE KWEEKKOPPELS ER KLAAR VOOR?
De traditionele datum voor winterkweek is 26 november. Dus als dit artikel u onder ogen komt is vooral op heel veel Belgische hokken de kweek van start gegaan. In Nederland is het alsof steeds minder liefhebbers aan de vroege winterkweek doen. Mogelijk komt dat doordat in ons land de start van het jonge duivenseizoen later is dan bij onze zuiderburen. Ook de leeftijd van de liefhebbers zal daarin een belangrijke rol spelen. Ik kijk maar naar me zelf. Voorheen moest en zou ik winterkweek doen. Jonge duiven zouden dan bij de start van hun seizoen een half jaar oud zijn zodat de kinderziektes achter de rug waren. Nu moet ik er niet aan denken dat ik eind januari alweer met een hok vol jonge duiven zit. Ik ben net een beetje op adem gekomen. Wel ga ik binnenkort met de voorbereidingen beginnen. De jonge doffers (10) mogen op het vlieghok vanaf 1 december hun broedhok uitzoeken. Verder is het de bedoeling dat ze daar tussen Kerst en Nieuwjaar gekoppeld gaan worden. Ze zijn mooi door de rui gekomen. Een enkeling heeft nog 1 oude pen en ze glimmen tegen je op. Jammer dat ze door de vogelgriep niet buiten mogen. Deze week heb ik alle duiven samen met Marco tegen ongedierte ingespoten. Een heel karwei, nee niet bij mij want ik heb er nog maar weinig maar met de duiven van Marco er bij is het toch nog een flink aantal. Ik zou daar absoluut niet meer tegen kunnen om zoveel duiven te verzorgen. Samen hebben wij op zaterdag 17 december nog een zaalverkoop op Malta. Van mij een aantal oude kweek en vliegduiven en van Marco hoofdzakelijk uitgeruide zomerjongen van de beste kweek en vliegduiven. We zijn door de organisatie gevraagd daarbij aanwezig te zijn zodat we daar ook nog een lang weekend van, voor onze begrippen, een heerlijke temperaturen kunnen genieten. Marco is nog steeds op zoek naar een vrijstaande woning. Helaas wil dat nog niet lukken en dat betekent dat zijn kweekduiven nog een seizoen bij pa zitten. We hebben afgesproken dat hij het hele kweekhok met 24 broedhokken en twee grote rennen ter beschikking krijgt. Ik heb dan beneden niets meer te zoeken. Boven komen 2 afdelingen leeg, 1 afdeling is er dan voor 8 kweekkoppels, een voor 12 vliegkoppels, een voor de 12 weduweduivinnen, een voor 12 doffers en een voor maximaal 40 jonge duiven. Momenteel verzet ik nog bergen werk met al die duiven van Marco er bij. Ik kijk er naar uit het veel rustiger aan te gaan doen, dat was ik de voorbije winter al van plan. U weet hoe het gaat. Een bekende Nederlandse volkszanger kreeg grote bekendheid met “Niemand laat zijn eigen kind alleen”. Zo denk ik er ook over, er van uitgaande dat hij het in 2018 wel helemaal alleen moet doen. Mag ook wel want dan ben ik 81.


GA IK TOCH GELIJK KRIJGEN?
Ooit begon de duivensport als een elite sport. Alleen de beter gesitueerden konden duiven houden, voor de hardwerkende man was er (nog) geen plaats. Het houden van postduiven stond nog in de kinderschoenen. Ruim honderd jaar geleden begon men steeds meer werk te maken van het kruisen met verschillende duivenrassen. Het vreemde was dat men steeds meer werk ging maken om duiven van grote afstanden naar huis terug te laten vliegen. De duif was toen een geniale postbode die ten opzichte van al het andere het snelste de belangrijke berichten kon overbrengen. De duif was medebepalend voor de wereldhandel van bijvoorbeeld specerijen en koffie. Begrijpt u dat het in die tijd eigenlijk helemaal niets was om duiven als hobby te houden, ze waren voor de handel of voor consumptie. Toch kwamen er stilletjes aan meer duivenhouders. De notabelen kregen concurrentie van vooraanstaande kwekers die meer en meer lange afstand wedstrijden begonnen te houden. Vooral in de crisisjaren voor de tweede wereldoorlog groeide het aantal liefhebbers behoorlijk. Er was geen werk. Veel mensen waren arm, hadden geen geld en toch werden er duiven gehouden. Als er geen werk is gaat de mens toch iets zoeken waarin hij zijn energie kwijt kan. Duiven houden bij huis leek heel mooi, wat het ook was, het probleem was echter dat de liefhebber die mee wilde doen aan de wedstrijden met zijn duiven naar het cafť moest. Gezellig onder elkaar smaakt een biertje het best. Helaas bleef het nooit bij 1 biertje wat ten koste ging van het huishoudgeld en daar bezaten de meeste mensen toch al zo weinig van. Het heeft tot ver na de tweede wereldoorlog geduurd tot duivenclubs een eigen lokaal hadden. Toen het eenmaal zo ver was ging de duivensport met sprongen vooruit. BelgiŽ meer dan 200.000 liefhebbers en Nederland bijna 100.000. De duivensport bloeide. Ons duivenbestand werd verbeterd, het werd sterker, de wedstrijden vertelde wel wat de goede duiven waren. Hokken werden verbeterd, bedrijven gingen zich toeleggen op hokkenbouw. Het lopen met de gummiring naar het plaatselijke cafť kwam te vervallen. Veel duivenmelkers hadden een eigen klok en anderen huurde er jaarlijks een. Het transport van de duiven veranderde, de hondenkar, de handkar, de bakfiets, de trein, de vrachtauto, dat alles kwam te vervallen. Tegenwoordig weten de jongeren niets eens meer het bestaan hier van. Tegenwoordig rijden onze duiven naar de lossingplaats in modern ingerichte auto’s. Water en voer aan boord plus een goede verluchting. We zijn aangeland in het elektronisch tijdperk. Gelukkig is de duivensport met zijn tijd meegegaan. Bijna iedereen heeft een elektronisch registratie systeem waardoor optimaal genoten kan worden van de aankomsten van alle duiven. Wat dat betreft kan het niet beter. Door de vele veranderingen en sterk gewijzigde leefgewoonten is de duivensport vooral voor de ouderen (daar zijn er de meesten van) te duur geworden. Daarnaast is een groot deel van de gezelligheid verdwenen. Komt ook doordat we zelf steeds ouder worden. We zijn niet zo springerig meer. Het vervelende is dat er te weinig jongeren bij komen waardoor de duivensport steeds meer naar de achtergrond verdwijnt. De dagbladen besteden er steeds minder aandacht aan terwijl voor het jaar 2000 de kranten na het weekend vol stonden met duivenuitslagen. Het is weg en komt nooit meer terug. Een hok races leek een mooie oplossing voor hen die te oud werden om zelf duiven te houden of geen ruimte meer hadden. De deelnamekosten en de grote verliezen liegen er niet om zodat die vorm van duivensport ook een stille dood zal gaan sterven. In Nederland is die vorm van duivensport zelfs verboden. Zelfs jonge duiven mogen in ons land geen vluchten van boven de 500 km meer afwerken. Op die manier blijft er weinig lol over. Het voorbije weekend werd er op internet nog een duif verkocht voor meer dan 40.000 euro. Hoe gek moet je zijn. Wat me tevens opviel waren de prestaties van die duif. Nationaal winnaar tegen plm. 40.000 duiven. Zonder meer een wereldprestatie maar als je er verder geen prijzen bij ziet staan wat moet je er mee. In een zaalverkoop waarvan een aantal prominente liefhebbers een achttal jonge duiven te koop werden aangeboden ging de duurste weg voor 38.400 euro. Een jonge duif die nog nooit in de mand heeft gezeten maar wel Harry in de afstamming had. Dan raken heel veel steenrijke duivenhouders schijnbaar helemaal door het dolle. Dat bewuste weekend werden 160 jonge duiven geveild die gemiddeld 5.016 euro opbrachten. In een woord krankzinnig. Hoe zullen de liefhebbers zich gevoeld hebben die daar met 500 euro in hun zak zaten met de bedoeling ook een duifje te kunnen kopen. Het zal niet zo lang duren of al die naamduiven verdwijnen van het toneel en dan komen er weer anderen. Zo ging het vroeger op een eenvoudige manier en nu gaat het gepaard met waanzinnige bedragen. Nog steeds weten hele volksstammen niet dat de na kweek van die duiven in grote lijnen van dezelfde minderwaardige kwaliteit is als van de meeste duiven. Maar als je zoveel geld bezit dat je zo een omhoog geschreven duif graag als “hebbedingetje” wilt bezitten, wat maakt het uit. Helaas haken daardoor wel oudere liefhebbers af. Zij kunnen niet meer meedoen aan dat spelletje. Voor hen is het plezier helemaal weg. Het zijn de rijken der aarde die ook in de duivenwereld de dienst uitmaken. Het gezellige, het gemoedelijke is weg, de afgunst viert hoogtij en alleen de mensen die alles nog gemakkelijk kunnen bekostigen blijven over. De duivensport gaat ten gronde en we komen vanzelf weer bij af. Daarmee bedoel ik dat de duivensport eindigt zoals ze is begonnen, een hobby voor alleen de elite!

BELGIE KLAAGT OOK
Op de agenda van de algemene vergadering stond de vaststelling van de ringenprijs 2017. In Nederland betalen wij 0.50 eurocent en bij onze zuiderburen is dat 1,07. Om de kosten te dekken gaat de KBDB de ringenprijs met 1.00 euro verhogen en degene die meer dan 150 ringen bestellen moeten vanaf de 151ste ring 2 euro per ring meer betalen. Op die manier kun je het huishoudboekje wel erg makkelijk kloppend maken. Daar houd het niet mee op. Er is nog een flinke prijsverhoging doorgevoerd. Voor elke duif die aan een nationaal concours meedoet (daar hebben ze er nog al wat van in BelgiŽ) moet 0,48 betaald worden voor het uitrekenen van de uitslag. Ik heb geen idee hoeveel medewerkers er zijn op het bureau van de nationale organisatie KBDB. De loonkosten zijn daar bijna een miljoen euro, dat is me nog al wat. Ik kan me voorstellen dat het niet zo lang meer zal duren totdat er flink geprotesteerd gaat worden. Misschien is de komende Olympiade in Brussel daar een geschikte plaats voor. Of een nieuw bestuur een goede oplossing zal zijn? Zij zitten als de organisatie niet verandert met exact het zelfde probleem.

ER BLEEF NIET VEEL VAN OVER
Vorige week bracht ik een bezoek aan de Noord-Hollandse Kampioenendag. Ik was daar vanaf het eerste begin bij betrokken tot een aantal jaren geleden. Wat er van dat spectaculaire eendaagse evenement is overgebleven is nog maar een slap aftreksel van wat het eens was. Ooit begonnen we op de vroege zondagmorgen met het inzetten van alleen maar kampioensduiven en winnaars van grote concoursen. Er werden niet zo veel duiven geshowd. Het gehalte was zeer hoog en de liefhebbers die in aanmerking kwamen om mee te doen waren zeer vereerd. De gehele dag liepen controleurs in witte jassen langs de kooien die van een slot waren voorzien. De dag werd begonnen met een gezamenlijk kampioenen ontbijt gevolgd door een vragenforum dat uit landelijke bekende kampioenen bestond. Tijdens het ontbijt werd een bedrag overhandigd aan een afgevaardigde van de KWF (kankerbestrijding). De gehele middag waren er optredens van bekende artiesten en aan het einde van de dag werden duiven en bonnen verkocht ten bate van de KWF. De zaal was overvol en degene die voor tien gulden loten kochten hadden altijd prijs. Dat varieerde van een tros bananen tot een kleuren TV of van een kist mandarijnen tot een vaatwasmachine. De bezoekers vochten om loten. Fantastisch, wat een dagen waren dat. Dit jaar vond het evenement in dezelfde (verkleinde) zaal plaats. De zaal was goed bezet maar er was jammer genoeg geen sfeer. Veel kampioenen lieten het afweten en kwamen niet eens hun gewonnen sporttrofee afhalen. De gezamenlijke lunch was prima verzorgd. Daar mankeerde niets aan. Ruim voor sluitingstijd was ik alweer naar huis, ik vond er helemaal niets aan maar misschien word ik wel een ouwe chagrijnige duivenmelker.

DUIVENPRAATJE
We bevinden ons midden in de herfst. Toen ik vanmorgen opstond en naar buiten keek was de wereld helemaal wit. Een pracht gezicht maar het is niet mijn weer. Ik hou niet van kou en nattigheid. Nee, dan staat mijn dochter er veel beter op. Ze kwam vanmiddag afscheid nemen omdat ze tien dagen naar curaÁao gaat, een heerlijke temperatuur daar zodat die wel bruin gebakken terug zal komen. Wij zullen ons in Nederland moeten zien te vermaken bij temperaturen van 4 graden boven nul. Dan kan het in het duivenhok toch nog behaaglijk zijn vooral als in de ochtenduren de zon op de voorkant van het hok staat. Voor mij reden genoeg om vanmorgen om een uur of half elf de doffers los te laten. Binnen de kortste keren zaten ze erg hoog in de lucht. Dit is geen teken van vorm maar gewoon een teken dat het op die hoogte behaaglijker is dan vlak bij de grond. Dat hoeven wij de duiven niet te leren die zoeken dat zelf wel uit. Na ruim een half uur kwamen ze weer terug op het hok en dan laten ze wel merken dat ze graag naar binnen willen. Gister hebben ze allemaal nog een bad gehad en dat deed ze zichtbaar goed. Vooral een dag later is het genieten om dan enkele duiven te bekijken. Een bad is sowieso goed voor ze, de pluimen voelen dan extra zacht aan. Verder is het een en al rust op de hokken en zo zal dat blijven tot na de Kerstdagen. Vanaf half december worden de dagen verlengd als voorbereiding op het koppelen dat tussen Kerst en Nieuwjaar gaat gebeuren. Vanaf dat moment komt er weer volop leven in de brouwerij.

RUST
Ik zou willen dat het ook binnen de duiven organisatie zo rustig was als op mijn hokken. Helaas is dat niet waar. Allerlei voorstellen worden er weer bij de organisatie ingediend om zo nodig weer veranderingen aan te brengen. Jarenlang was er een vast vliegprogramma. Het was in de tijd dat er in Nederland nog om en nabij 100.000 leden waren. Dat wil niet zeggen dat het toen allemaal veel beter was, het was wel rustiger. Nu de NPO nog maar een handjevol leden heeft is er geen rust meer in de organisatie. Elk jaar moet er zo nodig weer iets nieuws uitgedacht worden en dat is nu net iets waar de oudere liefhebbers niet tegen kunnen. Oudere liefhebbers zijn mensen van tradities. Ze zijn jarenlang in grote lijnen tevreden geweest met de manier waarop de duivensport in elkaar stak. Nee, Ik wil dat beslist niet romantiseren, ook toen werd er om de kleinste veranderingen wel eens gekibbeld. Het ging er veel gemoedelijker aan toe. Het was voor bijna iedereen een hobby, tijdverdrijf na de dagelijkse arbeid. Het was ontspanning bij huis en verder waren er de sociale kontakten in het clublokaal. Men ging bij elkaar op hokbezoek, men ruilde duiven met elkaar, men ging gezamenlijk op de fiets de duiven opleren, de duivensport zorgde voor de nodige ontspanning. Het is nu alleen nog maar inspanning en afgunst. Liefhebbers zijn niet echt gelukkig meer met hun hobby die overigens heel veel tijd in beslag neemt. Het is een dure hobby geworden, naar mijn mening zelfs veel te duur. Voor een groot deel zijn de liefhebbers daar zelf schuldig aan. Er worden veel te veel duiven gehouden. Vroeger moest de duif zijn plaats voor het volgend jaar verdienen, er werden prestaties van hem of haar verwacht. Tegenwoordig worden veel te veel duiven gehouden die niets gepresteerd hebben maar wel mogen blijven omdat een zus, neef of oom al eens een leuke prijs heeft behaald. Daar kom je niet verder mee. Vroeger was het de 123 de 654 of de 928 die zie zo genoemd werden omdat ze bijzondere prestaties hadden behaald.

WAT ZEGT EEN NAAM
Tegenwoordig hebben alle duiven een flitsende naam ook al hebben ze nog nimmer iets bijzonders gepresteerd, prachtige pedigrees en namen als Tornado, Speedy of Super Sprinter dekken de lading van waardeloze duiven. Men is meer bezig met namen en stambomen als met de duif zelf. Niemand verdiept zich in uitgekiende kweekmethoden. Er wordt wel gezegd de beste komen uit de beste, in de praktijk wordt daar onvoldoende naar gekeken. Liefhebbers zijn al tevreden als er in de afstamming enkele bekende namen van meestal omhoog geschreven niets presterende commerciŽle liefhebbers voor komen. De bouw van de duif en alles wat met een goede duif te maken heeft interesseert de hedendaagse liefhebber niet zo veel. Afstammingen, daar gaat het ze om. Vooral afstammingen met namen van liefhebbers die je om de drie weken op diverse verkoop sites kunt lezen. Laat dat nu precies de duiven zijn waar je het niet van moet hebben. U begrijpt toch net zo goed als ik dat de mannen die op elke site proberen duiven te verkopen dat die duiven gewoon ordinaire doodmakers zijn. In zo een duivenwereld bevinden we ons momenteel. De duivensport is totaal verandert, in de zomer gebeurde het allemaal en de wintermaanden werden het stille seizoen genoemd. Het is precies andersom.

LATE JONGEN UIT DE BESTE KWEKERS
De laatste vluchten zijn nog maar net afgelopen of het verkoopcircus begint alweer. Allereerst worden late jongen aangeboden, uiteraard van de beste kwekers. Zou het niet zo zijn dat het late jongen zijn waarop de duiven de laatste vluchten van het seizoen hebben afgewerkt. Jongen die de ene week onder een bepaald koppel lagen en de volgende week weer onder een ander koppel. Speeljongen noemen ze dat en daar is meestal niet exact van bekend uit welk koppel ze precies komen. Het zijn vaak zelfs jongen van jongen. Wil niet zeggen dat daar geen goede bij kunnen zitten. Op elk hok wordt wel eens een echte goede duif geboren. Als ik de verkoop sites lees zijn het alleen maar goede en dat is onmogelijk. Maar goed, het hoort bij de hedendaagse duivensport, de echte liefhebbers grillen daarvan. De categorie ontevreden liefhebbers wordt elk jaar groter. De gewone man kan niet meer meedoen in de strijd om betaalbaar duifje te kopen, er worden vooral door goedgelovige buitenlandse liefhebbers bedragen neergeteld waar de gemiddelde liefhebber duizelig van wordt. De commercie is steeds belangrijker geworden, alles draait om geld. Liefhebbers die kapitalen hebben uitgegeven aan “papieren” duiven denken nog steeds dat ze goede aankopen hebben gedaan. De praktijk is echter heel anders. Op geen enkele manier kunnen ze met hun peperdure duiven meekomen. Dan moet er natuurlijk iets anders aan de hand zijn. Ze wonen niet op de vlieglijn, de wind waait altijd in hun nadeel zodat de trek van de duiven altijd over de kant is waar hun concurrenten wonen en dan kun je nooit winnen. Althans zo wordt er geredeneerd. Ze zien niet in dat duiven zelf bepalen waar ze vliegen, de wind kan daar op korte vluchten wel invloed op hebben. Het kan toch niet zo zijn dat de jaarlijkse kampioenen die vele jaren tegen de beste liefhebbers aan de kop spelen altijd de wind in de zeilen hebben. Die moeten ook de nodige tegenslagen overwinnen en die hebben door streng te selecteren en met vakkennis te kweken een stam duiven opgebouwd die onder de vele verschillende Nederlandse weersomstandigheden toch wekelijks goed weten te presteren. Ga eens bij zulke liefhebbers kijken en zie met eigen ogen op wat voor een eenvoudige manier zij duiven houden. Die zijn niet tevreden met namen en pedigrees, daar moeten ook aansprekende prestaties aan verbonden zijn. Pas dan is voor hen de prestatie cirkel rond. Dat heeft niets te maken met vroege of late lossingen, niets te maken met de wijze van vervoer, niets met een vliegprogramma, zelfs het aantal nachten dat hun duiven in de mand zitten heeft geen invloed op wel of niet goed presteren. Zelf ben ik zo lang ik duiven heb een voorstander van slechts een nacht mand. Ik denk dat dit een kenmerk is van de snelheidsspelers. Fond spelers maken daar geen enkel probleem van. Kijk naar hun duiven die Barcelona vliegen. Die zitten bijna een week in de mand en kijk eens hoeveel keren deze loodzware vlucht een normaal verloop kent. Goede duiven moet je hebben of proberen te kweken. Het is niet alleen dat, er komt meer bij kijken. Vooral de verzorging en een strenge selectie tellen mee. Maak niet de zelfde fout als de meeste sportvrienden door te denken dat u een hok met alleen maar goede duiven heeft, de meeste zijn helemaal niets waard. Gelooft u mij niet, prima, dan zal de mand het u in 2017 wel vertellen.

HET ERGSTE IS VOORBIJ
Het is inmiddels November, de maand van de vallende bladeren. Het weerbericht geeft aan dat de temperaturen drastisch omlaag gaan, het wordt guur en koud met fikse regenbuien. We gaan in enkele dagen terug van 16 naar 8 graden. Het enige dat ik daar fijn van vind is dat het gras dan niet meer groeit zodat mijn vrouw en ik niet meer elke vrijdagmiddag druk zijn met gras maaien. Nu de tuin overvol ligt met blad is het vallen van grote hoeveelheden veren in hok zo goed als voorbij. Dit komt omdat mijn kweekduiven al heel lang gescheiden zitten. De vliegduiven zijn ook niet tot het einde van het seizoen in actie geweest en de jonge duiven hadden in het vroege voorjaar al de nodige kleine veertjes laten vallen zodat die nu nog met de twee laatste slagpennen bezig zijn. Allemaal glimmen ze je weer tegemoet en voor degene die nog bijna niet geselecteerd hebben wordt het nu nog moeilijker. Zowel de toppers als de mindere goden gaan er weer prachtig mooi uitzien. Nog even en ze hebben allen weer het zondagse pak aan. Wekenlang ben ik elke dag bezig geweest de grote hoeveelheid veren op te zuigen. Het zijn nu nog de laatste staartpennen die je ziet liggen. Veel duiven zijn bezig met de rui van de broekpennen. Dit zijn de enige pennen die jaarlijks niet allemaal geruid worden, meestal maar twee of drie. Duiven die een lang en zwaar seizoen achter de rug hebben willen nog wel eens problemen hebben met een slechte ingroei een of twee broekpennen. Ik zeg altijd dat het een kenmerk is van een goede sportduif maar dat wil niet zeggen dat ik het graag zie. In het verre verleden heb ik regelmatig zulke slechte pennen uitgetrokken. Wat je ook doet er komt altijd een slechte pen voor in de plaats, dus gewoon afblijven en helemaal niets aan doen. Het is geen fraai gezicht maar ze vliegen er volgend jaar niet minder om. Deze ruiperiode had ik wel een jonge duivin (goed gepresteerd) die flinke problemen had met de rui. Ze was echt rui ziek en misschien had ze ook andere problemen met haar gezondheid. Het ging in ieder geval niet goed met haar, ze kreeg diverse buispennen en ook vrij veel van die gekartelde kleine veertjes op haar vleugel. Zulke duiven wil niemand op zijn hok en omdat ik er van overtuigd was dat ze niet goed zou presteren heb ik haar weggedaan. Een paar keer een stukje kaas opsteken wil nog wel eens helpen. Bij mij moeten ze echter zonder hulp probleemloos door de rui komen. Jammer, want het was echt een heel mooi duifje, ze komt ook nog eens uit een van mijn betere kweekkoppels maar gelukkig heb ik nog twee zussen en een broer van haar die alle drie als jonge duif tot tevredenheid hebben gepresteerd en waar ik voor het volgende jaar alle vertrouwen in heb.

MEDICIJNGEBRUIK
Steeds meer liefhebbers komen er achter dat hun duiven anders of helemaal niet meer reageren op toediening van medicijnen. De bestrijding van trichomonas is hier een goed voorbeeld van. Vooral de categorie gifmengers zoals ik ze noem gaat zich hier nog al eens aan te buiten. Men neemt het niet zo nauw met de voorschriften. Zelf probeer ik al enige jaren het medicijngebruik tot een minimum te beperken maar ben er wel achter gekomen dat zonder niet meer gaat. Als er een besmetting op het hok heeft plaats gevonden ben ik er voorstander om een gehele kuur te verstrekken. Jarenlang gaf ik eens in de drie weken 2 dagen een zogenaamde ontsmettingskuur tegen het geel. De prestaties waren uitstekend, dat komt zeker niet met een tweedaags kuurtje. Het was slechts een onderdeel van de totale verzorging. Iedereen weet zo langzamerhand wel dat sterk spel niet uit een flesje komt, daar heb je hele goede duiven en een hele goede verzorging voor nodig. Het gaat er om dat iedereen dan ook moet weten hoe een goede duif er uitziet. De een let op de spieren, de ander op de pluimen, ook de vleugel en de ooguitdrukking speelt bij velen een rol van betekenis. Er zijn liefhebbers die houden van een wat diepere duif en anderen hun voorkeur gaat meer uit naar het totale beendergestel. We zullen zeker moeten letten op de prestaties, de mand zegt ons meer dan de handkeuring. Een duif met zachte pluimen en geen uithoudingsvermogen zal er niets van terecht brengen. Een duif met een prachtig oog en slappe spieren zal de baas wekelijks teleurstellen. Het tegengestelde is ook waar, ik heb duiven in mijn handen gehad waarvan ik dacht; als die in mijn hok zou zitten ging ik er bovenop staan. U kent die gedachten ongetwijfeld. Toen de eigenaar mij de prestatielijst liet zien dacht ik waar maken we ons in godsnaam druk om. Een heel klein schriel duifje waar veel wilskracht in zit kan wekelijks schitteren ondanks dat ze een slappe rug heeft, een dunne vleugel, een klein plat kopje met een los oog en geen uitstraling. Als je niet weet wat ze in haar mars heeft zou geen mens zo een duif willen bezitten. We letten te veel op de bouw en dan ga je op den duur hele mooie duiven kweken waar je prijzen mee gaat winnen op de show. Prima als daar je voorkeur naar uitgaat. Hoeveel keer zal er bij een mooi gebouwde duif in topvorm niet gezegd worden “daar durf ik mijn hele maandsalaris op te zetten”, met andere woorden die duif laat zien dat ze in topvorm is. Je hele maandsalaris zetten is niet zo moeilijk, maar om het vijfvoudige daarvoor terug te vangen is een heel ander verhaal. Allemaal letten we op allerlei facetten, de praktijk en de theorie blijven een hemelsbreed verschil.

EEN VAST VERZORGINGSPATROON
In de zomer doen we tijdens het seizoen ons uiterste best de duiven zodanig te verzorgen zodat ze in het weekend kunnen presteren. Helaas wijken veel liefhebbers daar van af zodra het seizoen voorbij is. Het hoeft dan allemaal niet zo stipt meer te gebeuren. Zelf heb ik het hele jaar door knoflook in het water, ik geloof daar in, het werkt absoluut tegen het geel, die besmetting is vooral tijdens het vliegseizoen funest. Ze belemmert de vlieg en eetlust en iedereen zal begrijpen dat er dan geen noemenswaardige prijs meer gewonnen gaat worden. Knoflook is nog gezond ook. Ook elke week verse groenten is iets waar niet van afgeweken mag worden. Geloof me, de duiven hebben dat zeker nodig. De grote rui is zo goed als voorbij, er waaien dus geen veertjes meer in de grit en mineraalbakjes. Wat veel erger is, is het stof dat los komt door het ontplooien van de veren. Die kleine lichte schilfertjes waaien alle kanten uit, kijk maar eens in de drinkbak. Zeker dus geen overbodige luxe om ook in deze tijd iedere dag de drinkbak te verversen. Baden is een noodzakelijk kwaad. Bij mij baden ze in het hok, mooi gezicht, maar wat een werk om die natte boel op te ruimen, vooral als je een aantal afdelingen in het hok hebt waarin duiven zitten. Toch doen want baden komt de kwaliteit van de veren ten goede en ongedierte heeft er gelukkig een hekel aan. Momenteel ben ik met een para-coli kuur van dr. Van der Sluis bezig, ik weet zeker dat dit meewerkt aan de algehele gezondheid. Het geeft mij een goed gevoel en ik weet zeker dat de spreuk; “in de winter worden de prijzen voor het volgende seizoen gewonnen”, daaruit is ontstaan.

ZOU HET TOCH WAAR ZIJN
Nadat een liefhebber uit Engeland deze zomer is betrapt op fraude is zo goed als zeker nu een Hollandse liefhebber betrapt op het gebruik van verboden middelen, laten we het maar een dopingzondaar noemen. Net als in de UK gebeurde het op een zware landelijke fond vlucht. In Nederland zijn 30 namen van liefhebbers gepubliceerd die het voorbije seizoen zijn gecontroleerd op doping. Bij 29 liefhebbers was alles in orde en eentje heeft er volgens een eerste controle buiten de pot geplast. Hoe het onderzoek verder gaat is nog niet bekend vandaar dat ik zijn naam nog niet wil noemen. Ik kan wel zeggen dat de verdachte in dezelfde afdeling speelt als ik en dat hij al eerder een nationale overwinning heeft behaald en dat werkt nu niet direct in zijn voordeel.

TOTAAL NIEUW VLEGPROGRAMMA.
Zonder dat het programma op de algehele ledenvergadering van de NPO is besproken is het programma al gepubliceerd in een Nederlands duivenmagazine. Wel of niet goed bedoeld met zo een manier van werken zijn veel leden het niet eens en zeker de kiesmannen niet. Voor mij zag dat programma er zeker niet slecht uit en ben dus voorstander. Het hele gedoe houdt de gemoederen flink bezig. Ik heb wel meegemaakt dat ons hoofdbestuur voor kleinere zaken besloot af te treden. Het valt ook niet mee om het voor iedereen goed te doen. Wat dat betreft zit de hele duivenorganisatie niet goed in elkaar. Het hoofdbestuur heeft onvoldoende of helemaal geen zeggenschap. Het zijn de vergaderbeesten oftewel de kiesmannen die elke keer weer opnieuw de dienst uitmaken. Ik heb mijn tijd gehad, mij maakt het niet zoveel meer uit wat ze er van bakken. Maar wie ben ik? Ik kan me voorstellen dat jongere liefhebbers zich wel erg druk maken, het gaat immers om hun hobby waaraan ze nog vele jaren plezier hopen te beleven. Het belangrijkste punt in dat nieuwe vliegprogramma is de start van het jonge duivenseizoen. Al vele jaren begint deze in de derde week van juni. Nu is er voorgesteld om pas op 4 augustus te beginnen en einde september is het seizoen dan pas voorbij. Winterkweek is dan niet meer nodig wat een pre kan zijn. Maar het kan ook een nadeel zijn voor de liefhebbers die gewend zijn om direct na het seizoen (was 6/7 september) met vakantie te gaan, oktober is het met het mooie weer gedaan.

WAAR BLIJVEN ONZE JONGE DUIVEN
Al een flink aantal jaren is het verspelen van jonge duiven een levensgroot probleem. Diverse onderzoeken zijn en worden nog steeds gepleegd maar een oplossing is er nog steeds niet. Drankjes, poedertjes of capsules waar wereldwijd veel reclame voor wordt gemaakt helpen niet. Misschien moeten we het meer zoeken in de klimaatverandering. Er is volop discussie over het terugdringen van de uitstoot van kooldioxide en wat te denken van de instabiele weersomstandigheden. De opwarming van de aarde zorgt voor minder stabiel weer en aanzienlijk zwaardere regenbuien. De hedendaagse postduif is daar mogelijk onvoldoende tegen bestand. Ook het transport moet alle aandacht krijgen. Veel jonge duiven zijn al uitgeschakeld als ze op de lossingplaats aankomen. De duivenwagens zitten vooral de eerste vluchten tjokvol. Degene die wel eens een duivenlossing hebben meegemaakt weten hoe vreselijk heet het in de duivenwagens kan zijn. De dan nog onervaren jonge duiven zijn dan vanwege de dorst zwaar gestrest en zullen de grootste moeite hebben die zelfde dag nog thuis te komen. Dat jonge duiven van begin af aan weten hoe en waar ze kunnen drinken is van levensbelang. Het is aan te raden jonge duiven eens drie dagen in een grote verzendmand te zetten waar aan alle zijden een drinkbak hangt, strooi in de drinkbakken een aantal zonnepitten. Die pitten blijven drijven, de duiven zullen ze oppikken en voelen gelijk dat ze kunnen drinken. Geef ze een maal per dag voer in de manden. Veel liefhebbers zullen daar weinig voor voelen. Vergelijk duiven niet met mensen, zij hebben van oorsprong een immuunsysteem dat anders is dan het onze. Dat ze voer oppikken dat in de mest van gezonde duiven ligt kan ze bijna geen kwaad doen. Of we daarmee de grote verliezen zullen voorkomen ik zou willen dat het waar is. In ieder geval is het een aanrader om de jonge duiven zo snel mogelijk in de mand te leren drinken. De reden dat de NPO heeft voorgesteld om veel later met de jonge duiven te vliegen is geboren uit de praktijk. Steeds meer Nederlandse liefhebbers geven er de voorkeur aan hun jonge pas op de natour in te zetten (1 augustus tot 8 september). Het gekke is dat de groep die geen natour speelt op hun achterste benen staan omdat zij vinden dat er te laat wordt begonnen. Zie daar maar eens een eensluidende mening voor te bedenken.

NIET EENVOUDIG
Als je vooruit wilt komen in de sport zal je streng moeten selecteren. Dat kun je doen door alleen naar de resultaten te kijken. Het meest moeilijke tijdens de selectieperiode is het uitzoeken van de jonge duiven. De een let op de bouw, je moet dan wel heel goed weten hoe een goede vlieg of kweekduif er uit moet zien en aan welke voorwaarden ze moeten voldoen. Ik weet van mezelf dat ik altijd een heel strenge selecteur ben geweest, het wordt echter steeds moeilijker. De grote rui is voorbij en bij mij ook de grote selectie. Alle duiven die er nu nog zitten zijn het waard om zeker nog een jaar te mogen blijven. Het vervelende is dat de baas niet meer tegen grote aantallen duiven kan. Nooit was ik een grote liefhebber, met 24 vlieg koppels kon ik de concurrentie aan. Dat aantal is nu echter veel te groot. Elke keer weer betrap ik mij er op dat ik weer een duif terug pak uit de groep die naar andere liefhebbers gaan verhuizen. Een dag later breng ik er weer twee of soms wel drie die ik zelf wilde houden naar het andere hok en moet dan noodgedwongen weer drie andere naar mijn eigen hok brengen. Vooral nu de kweekduiven praktisch door de grote rui zijn worden ze elke dag weer wat mooier. Geweldig om ieder dag zo met je duiven bezig te zijn maar wat moeilijk om definitief afscheid van ze te nemen dat is beslist geen leuke bezigheid. Toch moet ik en ook u doorzetten om in ieder geval op het aantal uitkomen wat gepland is. Enkele reserveduiven aanhouden is niet verkeerd. De winter is nog lang en er kunnen er nog steeds een aantal sneuvelen aan bijvoorbeeld de roofvogels. Niet loslaten is een optie, maar ik mag zo graag kijken naar een koppel duiven wat rondom het huis vliegt. Elke morgen laat ik er wel een aantal buiten en aan het einde van de ochtend roep ik ze weer binnen.

ZOMERJONGEN
Deze tijd van het jaar worden er grote aantallen late jongen verkocht. U zult begrijpen dat het allemaal hele goede zijn, zeker als je de stamkaarten mag geloven. Mijn mening is dat indien je een hok duiven hebt dat in grote lijnen tot tevredenheid presteert je beter geen late jongen kunt aanschaffen of je moet over voldoende ruimte beschikken. Late jongen lopen alleen maar in de weg en over enkele maanden heb je zelf voldoende vroege jongen waarmee je aan de vluchten mee kunt doen. Met late jongen kun je ook pas laat beginnen te kweken waardoor je met hun jongen niet kunt spelen. Mijn voorkeur gaat altijd uit naar zomerjongen uit de kweekduiven, die zijn op tijd rijp om gepaard te worden. Degene die streng selecteren en daardoor ook goed presteren zullen net als op andere hokken af en toe een beloftevolle duif kweken, mooier is er niet. Iedereen die in die situatie verkeerd kan volstaan met eens in de twee jaar een duif voor bloedverversing aan te schaffen. Doe dat bij een hok waar u graag een duif van heeft. U zult daar zeker een goede reden voor hebben en die duiven zullen in de meeste gevallen ook betaalbaar zijn.



OVER TWEE MAANDEN NEMEN WE ALWEER AFSCHEID VAN 2016
Voordat we aan de jaarwisseling beginnen staat er nog heel wat te gebeuren. Mijn vrouw en ik kunnen terug zien op een korte geslaagde vakantie. Het weer was niet ideaal maar we hadden geen vakantie om in de zon te liggen. Het was een stedentrip in het noorden van Duitsland gedeeltelijk door het voormalige oost Duitsland en een stukje west Duitsland. Ondanks dat het al weer een tijd geleden is dat de muur is gevallen zijn de verschillen nog duidelijk zichtbaar. Met zo een stedentrip ben je niet direct afhankelijk vaan fraai zomerweer als het maar droog is dan kun je een pet opzetten en een warme jas aan doen. Regen maakt het armoedig en dan wordt de sfeer er niet beter op. Wij hadden van alles wat en dan is tien dagen lang genoeg. Toen we thuis kwamen geen internet en geen telefoon. Ik kon dus niet zien hoeveel keer ik gebeld ben en hoeveel e-mails er binnengekomen waren. Sinds dinsdag (vandaag) doet alles het weer telefoontjes afgewerkt en ruim 500 e-mails zijn in de prullenbak verdwenen. Alles is weer onder controle zodat we ons kunnen gaan voorbereiden op het winterseizoen. Over 6 weken vieren we in Nederland het Sinterklaasfeest. Een meer dan 100 jaar bestaand feest vooral voor de kinderen. Vroeger werd je als je stout was geweest of op school niet goed je best had gedaan door je ouders bang gemaakt. Je zou dan geen cadeautjes krijgen maar je ging bij Zwarte Piet in de zak en die nam je dan mee naar Spanje. Natuurlijk was het allemaal niet zo erg en als het 5 december was kreeg ieder kind wel een pakje van de goede Sint. Momenteel is er veel te doen over met name Zwarte Piet, het heeft met discriminatie te maken. Een bepaalde groepering maakt zich druk over de kleur van Zwarte Piet, zijn gezicht zou een andere kleur moeten krijgen. Tot zelfs in de Ministerraad en Amerika wordt hierover gedebatteerd. Een meer dan 100 jarig kinderfeest waar ik weet niet hoeveel boeken over zijn verschenen met op elke bladzijde wel een afbeelding van de goedheiligman en zijn knecht Zwarte Piet. Waar mensen zich tegenwoordig al niet druk over maken. Oorspronkelijk is de oorzaak van het zwarte gezicht gekomen doordat Piet door de schoorsteen kroop en cadeautjes voor de kinderen bij de kachel neerlegde. Ik kan me nog goed herinneren dat ik me “blauw” zat te zingen bij de kachel en de volgende morgen in alle vroegte ging kijken of Zwarte Piet een cadeautje had gebracht. Allemaal heel spannend en nu zijn grote mensen bezig moeilijk te doen omdat de knecht, dat woord mag zeker niet meer, van Sinterklaas een zwart gezicht heeft. Toen ik ouder werd heb ik samen met mijn vader heel wat jaren voor Sinterklaas en Zwarte Piet gespeeld. Een onvergetelijke tijd en tot op de dag van vandaag raken kinderen nog steeds in de ban van het feest dat op 5 december wordt gevierd. Daarna maken we ons op voor het Kerstfeest, ben benieuw of er ook nog commentaar komt op de Kerstman, misschien zijn er wel mensen die vinden dat zijn baard er af moet, wat een gezeur! Na het Kerstfeest komt de jaarwisseling en dat is de deadline. Dan begint duivenland weer echt wakker te worden. Op veel hokken krijgen op 1 januari de eerste jonge duiven hun vaste voetring van 2017. Dat zijn de zogenaamde winterjongen waarvan de ouders eind november bijeen zijn gezet.

WINTERKWEEK BESLIST NIET VERKEERD
Winterjongen zijn als in Nederland het spel met de jonge duiven begint een half jaar oud. Meestal zijn dan de kinderziektes achter de rug. Zelf verduister ik de jonge duiven vanaf 2e helft maart tot aan de 2e week van juni. De eerste twee weken heb ik er zoveel als mogelijk mee gereden en zijn ze dus klaar voor de wedstrijden. Je kunt er dan tot eind september mee spelen en het is denk ik niet verkeerd om ze vanaf eind juli bij te lichten tot ’s avonds tien uur. De meeste liefhebbers beginnen daar al mee in de vroege ochtend mijn ervaring is dat dit niet nodig is. Half augustus laten de winterjongen de eerste slagpen vallen en half september staan ze zeker nog op 7 oude pennen en dat is bijna hetzelfde als een “volle” vleugel. Het grote probleem is nog steeds de e-coli bacterie of het adeno virus. Duiven die dat onder de leden hebben zijn niet in staat zich snel te oriŽnteren waardoor ze eerder de verkeerde kant op vliegen dan de goede.

PARATYPHUS
Paratyphus kan een heel vervelende ziekte zijn omdat het meestal latent aanwezig is. Je merkt bijna niet dat de duiven iets mankeren en toch zijn ze niet top. Ook de mest kan er prima uitzien en trainen doen ze ook goed. Zodra er echter een inspanning geleverd moet worden haken die duiven af, komen te laat thuis en zien er vaak “afgevlogen”(zeer vermoeid) uit. Daarom ben ik nu met een drieweekse kuur bezig, de duiven ondervinden daar totaal geen last van en ook de rui wordt er niet door beÔnvloed. In het nieuwe jaar voordat de vluchten beginnen krijgen ze nog een vaccinatie tegen paratyphus. Na de kuur waar ze nu mee bezig zijn krijgen ze als ze 5 dagen eieren hebben nog een 5 daagse kuur tegen trichomoniase (canker) en daar moeten ze het verder mee doen. Per 1 maart wordt alles in gang gezet voor het nieuwe seizoen, dat is nog een heel eind weg maar voor we het weten zijn we er aan toe.

SHOWS EN HULDIGINGEN
Einde van deze maand beginnen de eerste huldigingen, derde week november is onze nationale manifestatie die traditioneel in Houten wordt gehouden. Veel bezoekers uit de omliggende landen komen daar naar toe en koppelen er op de zondag nog een bezoek aan vast om de Belgische duivenmarkt in Lier te bekijken plus een bezoek aan het beroemde Kweekstation van Natural. In het tweede weekend van december heeft mijn club haar jaarlijkse show met een feestelijke kampioenenhuldiging. Speciale aandacht wordt er dan geschonken aan de beste eendaagse fond duif van Nederland die het eigendom is van Ruud Moes, een van onze leden. Een week later is de huldiging van de ZCC kampioenen, een samenspel van de Zaanse verenigingen waar al vele jaren keihard wordt gespeeld. In maart vinden de laatste huldigingen plaats en in januari is het grootste duivenevenement dat eens in de twee jaar wordt gehouden. Ik heb het dan over de Postduiven Olympiade in Brussel. Zeker weten dat we daar weer vele sportvrienden zullen ontmoeten. Ook een geweldig evenement vind ik de Show of the Year in The Wintergardens te Blackpool. Dit moet iedereen minstens een keer meegemaakt hebben. Daar merk je pas dat de duivensport nog lang niet dood is. Helaas zal ik er niet bij zijn. Ik ben er heel veel keren geweest helaas wordt het mij te bezwaarlijk. Dat is een van de nadelen van oud worden.

SENTIMENT
Vanaf mijn jongensjaren was ik bezeten van postduiven. Als 6 jarig jochie kwam ik er mee in aanraking. Het was oorlog en het was verboden postduiven te houden. Een goede kennis van mijn vader (van mij een ”nep” oom) hield ondanks dat verbod toch duiven met gevaar voor eigen leven. Hij had heel vernuftig onder de grond een hok gemaakt en als ik daar logeerde mocht ik mee de duiven voeren. Ze zaten in een kleine ruimte en waren zo mak als een lammetje. Ik mocht ze zo maar pakken er werd immers toch niets mee gedaan. Toen de oorlog voorbij was wilde ik ook duiven en met mij nog een aantal jongens uit de straat. Ik werd in 1946 lid van de jeugdafdeling van de plaatselijke duivenclub. Aan de vluchten deed ik nog niet mee, kweken vond ik op dat moment het leukste van de duivensport. Over wedstrijden met duiven had ik wel het een en ander gehoord maar wist niet wat het exact inhield. Daar kwam ik in 1948 pas goed achter. Ik kreeg toen te maken met de reglementen en een daarvan was; het was verboden duiven zonder vaste voet ring te bezitten en zeker de helft van mijn duiven hadden geen ring om. Die moesten dus weg en daar zeg je me wat tegen een kereltje van net 10 jaar, tranen met tuiten! Ik vergeet dat nooit meer. Op een ochtend kwam ik in mijn hokje en alle niet geringde duiven waren weg. Van duiven opeten had ik nog nooit gehoord, pas een aantal jaren later was ik er van overtuigd dat ik in dat bewuste weekend, zonder dat ik het wist, duivensoep en gebraden duif heb gegeten. Ik begreep dat het heel normaal was. Over sentimenten gesproken! Gelukkig was er ook direct succes. De eerste vlucht waaraan ik met 2 duiven meedeed werd door mij gewonnen. Ik had niet alleen de snelste van de hele club maar ook van de hele provincie. Weer kreeg ik met sentiment te maken. De bestuurders van de club waren niet zo slim ook mij een boeket bloemen te geven maar aan de overwinnaar van de grote mensen terwijl ik de snelste had, weer tranen met tuiten! De duivensport had mij goed te pakken. Het mini hokje in onze schuur werd uitgebreid en ik had zelfs de helft van de schuur als duivenhok in gebruik. Een groter hok betekent bijna als vanzelfsprekend ook meer duiven en dat vond mijn vader niet goed. Er moesten weer duiven opgeruimd worden maar welke? Mijn vader vroeg mij de duiven aan te wijzen die weg moesten. Ik kon het niet en ik deed het niet. Een aantal weken gingen voorbij en nog steeds zaten alle duiven er. Mijn vader drong er op aan dat ik hem zou vertellen welke duiven echt weg moesten. Wat een probleem, ik kon er niet van slapen en ik kon het ook niet zeggen. Op zekere ochtend kwam ik bij de duiven en kreeg de schrik van mijn leven. Jankend rende ik naar binnen en ben zeker twee dagen niet bij de duiven geweest. Ik was in diepe rouw want ook mijn lievelingsduiven waren verdwenen. Ik kon en wilde niet begrijpen waarom die duiven weg moesten, ze waren allemaal even mooi, ik was er gek mee! Ik heb toen geleerd dat het op die manier niet goed ging. Ik heb in ieder geval geleerd dat ik het volgende jaar de duiven, overigens met pijn in mijn hart, kon aanwijzen welke dan toch maar weg moesten. Sentimenten werden minder en duivensoep of gebraden duif begonnen steeds beter te smaken. Het duurde een flink aantal jaren voordat ik zelf de duiven “panklaar” durfde te maken. Het uitselecteren van duiven is nu niet direct het plezierigste onderdeel van de duivensport doch als je kampioen wilt worden en blijven blijft er niets anders over dan een strenge selectie. Nu heb ik daar geen moeite meer mee. Een oude liefhebber zei ooit tegen mij; Bertje een goede speler is ook een goede slachter. Hij heeft gelijk want als je geen duiven kunt opruimen zal je nimmer aan de top komen. Trouwens het uitselecteren heeft ook te maken met rasverbetering van onze duiven. Helaas wordt daar tegenwoordig anders over gedacht want overal waar twee vleugels aanzitten wordt op internet verkocht.

OUDERDOM
Bijna mijn hele leven heb ik ontzettend veel plezier beleefd aan mijn duivenhobby. Een andere sport waar ik stapelgek op was en nog ben is de wielersport. Ik ben 10 jaar actief geweest, nee geen wereldkampioen maar wel een regelmatige prijsrijder en nadien heb ik mij als bestuurder verdienstelijk gemaakt voor de sport. Naast het fanatiek met duiven spelen zat ik ook in diverse besturen. Mooie tijd waarin we soms als kemphanen tegenover elkaar stonden alles in het belang van de duivensport. Het waren gouden jaren. Doordat ik als kantoormeubel verkoper dagelijks langs de weg zat had ik de mogelijkheid om zaken voor duiven of wielersport te regelen, soms was ik wel met tien dingen tegelijk bezig. Het koste me totaal geen moeite. Ook bleef er nog wat tijd over om af en toe eens bij een oudere sterk spelende liefhebber langs te gaan. Ik kreeg weer te maken met sentimenten, een veel gehoorde opmerking van oudere liefhebbers was dat ze steeds meer moeite kregen met het wegdoen van de minder goede duiven. Ik kan me een liefhebber herinneren, niet zo ver bij mij uit de buurt, die een hok had met zeker een veertigtal duiven tussen de 10 en 20 jaar oud. Hij kon er geen afstand van doen. Het was niet alleen de ouderdom waarom die mannen minder begonnen te presteren, het waren zeker de sentimenten die een belangrijke rol speelde. In hun sterke jaren hadden ze geen moeite duiven weg te doen, presteren stond toen hoog in het vaandel. Bij het vorderen der jaren voel ik dat ik daar nu ook mee te maken krijg. Ik wil terug naar aanzienlijk minder duiven en dat lukt nog steeds niet helemaal. Jaren geleden moest ik noodgedwongen duiven weg doen die wel tien keer prijs hadden gevlogen, ik had in die tijd namelijk nog veel betere. Moeilijke beslissingen moest ik nemen, ik nam ze wel. Ik maakte niet de fout er nog maar enkele broedhokjes bij te maken. Meer duiven betekende ook meer slechte duiven. Een oude kampioen zei ooit tegen mij; als je bij de beste wilt horen zal je elk jaar een broedhok weg moeten halen. Hij had gelijk en ik hoop dat u begrijpt wat hij bedoelde. Daardoor ben ik nooit een liefhebber geworden met heel veel duiven. Maximaal had ik 24 koppels vliegduiven die zo goed presteerden dat ik elk jaar bij de betere spelers finishte en menig keer de overwinning binnen sleepte. “Niet het vele was goed, maar het goede was veel”. Volgend jaar word ik 80 en ondanks dat mijn oren en ogen mij behoorlijk in de steek laten wil ik er toch nog een jaartje aan plakken. Hoe dat er precies gaat uitzien is nog niet helemaal duidelijk. Misschien in grote lijnen samen met mijn zoon of nog een jaar alleen met 12 vliegkoppels en 7 kweekkoppels. Zonder duiven kan ik mezelf niet voorstellen. Op papier ben ik klaar met de selectie, het gaat er nu om dat de uitgeselecteerden nog weg moeten en dat valt niet mee. Eigenlijk zou ik ze allemaal willen houden, allemaal lichtblauwe waaraan je kunt zien dat het een grote familie van elkaar is. Een familie die voor mij vele jaren het ene na het andere succes wisten te behalen. De mindere goden zijn al een tijdje weg, maar die er nu nog zitten komen echt niet in de keuken terecht. Dat kan en wil ik ze niet aandoen. Ook nu spelen sentimenten een belangrijke rol.

DE RUI
In sommige afdelingen zit het seizoen er al drie weken op maar er waren ook enkele afdelingen waar het pas in het weekend van 25 september voorbij was. Als in deze periode de duiven een week of drie rust hebben vliegen de veren je binnen de kortste keren om je oren. Bij mij staan de duiven al langer op rust omdat ik eerder ben gestopt. Het eerste dat ik ‘s morgens doe als ik in de hokken kom is de schuifdeuren op een kier zetten en het opzuigen van de enorme verenmassa. Bij de kweekduiven hoeft dat niet meer, die zijn al aan het mooi worden. De grote rui is daar zo goed als klaar de meesten moeten nog maar een pen gooien. Halverwege oktober zien die er weer op zijn zondags uit. Ze zijn klaar voor de winterkweek en sommigen van hen mogen zich ook laten bekijken op de jaarlijkse show. Ik ben 38 jaar lang in de wintermaanden door het land getrokken om duiven op schoonheid te beoordelen. Ik zeg bewust op schoonheid omdat het vanaf de buitenkant niet te zien is of het een slechte of goede vlieg of kweekduif is. We kunnen dat wel vermoeden maar dat is wat anders. In duivenland zijn een paar van die waarzeggers die beweren dat ze dat wel kunnen zien. Ik geloof daar niets van! Liefhebbers onder elkaar kunnen wel heerlijk debatteren of een duif wel of niet goed is. Er zijn dan duiven bij waarvan gezegd wordt daar durf ik mijn hele maandsalaris op te zetten. Daarmee wordt bedoeld dat de duif er zo een geweldige uitstraling heeft alsof hij de hele wereld kan verslaan wat niet wil zeggen dat het in werkelijkheid ook zo is. Ik heb dat op eigen hok ook wel meegemaakt. Zo een duif zette je boven aan de deelnamelijst en deed dan mee voor het grote geld. Meedoen is nog steeds wat anders dan incasseren als u begrijpt wat ik bedoel. Het tegenovergestelde is ook waar. Je maakt ook mee dat een duif door verschillende liefhebbers wordt afgekeurd terwijl die al meerdere keren een topprestatie heeft geleverd. Zo is het ook met het beoordelen van duiven voor de vluchten tot 500 km, van 5 tot 800 km en dan zijn er ook nog de marathon duiven. In alle drie disciplines komen prachtig gebouwde duiven voor. In de groep tot 500 km zitten vaak de mooiste. Dat komt misschien omdat ik een fervente liefhebber ben van dat soort vluchten. Of ze er inderdaad geschikt voor zijn zal de mand bewijzen. Vooraf kunnen we wel zeggen dat het een goede fond duif is maar we zullen ze dan eerst moeten spelen en de mand zal laten zien of we gelijk hebben. Het is nu ruitijd en daardoor zijn we nu met andere zaken bezig dan in het vliegseizoen. Rust is nu het beste. Duiven zijn soms zo zwaar in de rui dat ze niet eens het hok uit willen. Twee keer in de week baden doen ze liever dan rondom het hok vliegen. Ik laat ze nu zo veel als mogelijk buiten gewoon lekker luieren in de zon. Ze komen niet elke dag los, ik haal ze als het ware uit hun vliegritme. Ik ga ze pas om negen uur voeren en ’s middags om vijf uur. Verder zorg ik ervoor dat ze niet te zwaar worden. Te zware of te vette duiven ruien niet goed. Maak niet te fout te denken dat ze nu meer voer nodig hebben, beter is ze iets minder te geven. Vers grit en binnenkort als het wat kouder wordt een beetje meer oliehoudende zaden. Meer hoef je niet te doen om de duiven goed door de rui te krijgen.

WINTERKWEEK
Al vele jaren wordt er aan winterkweek gedaan. Eind november werden zeker de kweekduiven bijeen gezet en veel liefhebbers deden dat eveneens met hun vliegduiven. Dat had een aantal redenen. In die periode is het in Nederland nog niet zo koud. Door de duiven bij te lichten werden de dagen verlengd waardoor de duiven gemakkelijker koppelden dan in hartje winter wanneer de dagen kort en koud zijn. Zodra er kleine jongen in de schotel liggen heb je geen er geen last van dat de duiven naar de akkers vliegen. Daar zijn risico’s aan verbonden omdat in het voorjaar met gif op het land wordt gewerkt en als de duiven dat binnen krijgen heb je een levensgroot probleem. Verder is het zo dat de jonge duiven een half jaar oud zijn als de vluchten beginnen. De kans is groot dat de kinderziektes dan voorbij zijn. Ook is het een voordeel dat winterjongen wel de kleine veertjes ruien en de slagpennen vasthouden waardoor ze tot het einde van het seizoen een nog zo goed als volle vleugel hebben. U weet dat zoiets enorm belangrijk is als er om mooie uitslagen en kampioenschappen wordt gespeeld. Het is best mogelijk dat Nederlandse liefhebbers dit jaar in mindere mate aan winterkweek zullen doen. De oorzaak daarvan ligt bij het veel later van start gaan van het jonge duivenseizoen. De NPO heeft voorgesteld dit jaar als proef pas begin augustus te starten. Door te verduisteren en vanaf de langste dag bij te lichten blijven de jonge duiven prima in de veren. Door later met de kweek te beginnen en zit je niet eind januari al weer met een hok vol jonge duiven. Het is misschien interessant voor de liefhebbers om tussen de selectie en kweekperiode even een rustperiode te hebben. Het zal wel even wennen zijn en het is nog niet definitief want de komende periode moet daar nog over gestemd worden. Dat is eigenlijk jammer want daardoor is er binnen de verenigingen kans op verdeeldheid. Wat er ook door ons hoofdbestuur wordt voorgesteld, ze kunnen het nooit voor iedereen goed doen ook al is de wijziging nog zo goed onderbouwd. Het zou eigenlijk zo moeten zijn dat wat het hoofdbestuur voorstelt dit klakkeloos door de leden wordt aangenomen. Het is tenslotte niet voor niets voorgesteld, het komt uiteindelijk ergens bij de leden vandaan. Vroeger had ik ook altijd een duidelijke mening over alles wat zich binnen de duivensport afspeelde. Ik kan me nu niet meer voorstellen dat ik me daar zo druk over heb gemaakt. Nu maakt het me niets meer uit. Ik vind het allemaal prima en hoop zeker nog een jaartje met mijn duiven te kunnen spelen. Vroeger moest ik meedoen. Ik moest en zou kampioen worden, het was een geweldige tijd. Nu is het veel relaxter maar daarmee wil ik niet zeggen beter. Toen en ook nu nog is het geweldig om een concours te winnen, het is de beloning voor een hele week hard werken om de overwinning binnen te slepen.

DE MEDICIJNKAST OP SLOT
De ruiperiode is geen eenvoudige periode voor de duiven. Er zijn er bij die behoorlijk rui ziek kunnen worden, ik let daar op. Duiven moeten nu heel gezond zijn. Door ze goed te verzorgen moeten ze zonder problemen door de rui komen en waarbij dat niet lukt kunnen weg. Alleen duiven die de komende drie maanden geen problemen kennen mogen blijven. Ik ga er vanuit dat de duiven die niet gedaan hebben wat de baas er van verwachtte al weg zijn. Dit geldt ook voor jonge duiven die zijn uitgeselecteerd vanwege slechte of minder goede bouw en/of slechte prestaties. We hebben het dus over de duiven die door de selectie zijn gekomen. Daarbij houd ik altijd een paar reserve duiven aan. Die gebruik ik in eerste instantie als voedsterduif en zodra het seizoen begint gaan ook die weg. Ik neem dan het risico dat wanneer ik er eentje verspeel geen vervanger heb. Die reserveduiven moet je namelijk ook in een hok kunnen plaatsen en niet iedereen heeft hokken genoeg om ook nog reserveduiven te houden. Helaas heeft ook niet iedereen de beschikking over kweekduiven en toch weten veel van die mannen goed mee te spelen. Denkelijk beleven ze meer plezier aan hun duiven dan al die mannen met ik weet niet hoeveel hokken en een massa duiven.

WAT GAAT ER VAN TERECHT KOMEN
Het seizoen is voorbij. Er is veel over geschreven. Wat de weersomstandigheden betreft was het niet best. Daardoor waren heel veel vluchten niet eenvoudig en mogen we 2016 betitelen als een vrij zwaar en moeilijk seizoen. De jonge duiven troffen het nog het beste maar desondanks waren er landelijk gezien toch weer grote verliezen. Sommige hokken zijn zelfs geruÔneerd, anderen moesten “slechts” 30% van hun duiven inleveren. Tegenwoordig noemen we dat normaal maar dat is het niet. Als je ziet hoeveel aandacht hier aan besteed wordt gaat het toch heel vaak mis. Ik heb begrepen dat er nog meer aandacht aan besteed gaat worden. Een speciale commissie wordt daarvoor in het leven geroepen. Het is de bedoeling dat Nederland in drie lengte sectoren wordt verdeeld. Hierdoor wil men voorkomen dat er kruislossingen zullen plaats vinden. West Nederland gaat uit zuidwestelijke richting spelen, midden Nederland houdt de middenlijn aan en het oosten speelt zoveel mogelijk aan de meest zuidoostelijk gelegen lossingplaatsen. Pas vanaf 500 km kan voor het hele land vanaf de zelfde plaatsen gespeeld worden. Dit alles komt al een beetje voort uit de door de NPO gehouden enquÍte waar overigens nog niets naar buiten is gebracht. De komende maanden zal daar veel over te doen zijn omdat we nu het stille seizoen tegemoet gaan, althans zo noemen we dat. Mijn ervaring is dat het voor veel liefhebbers juist nog drukker wordt door de vele vergaderingen, tentoonstellingen, kampioenenhuldigingen en zaalverkopingen. Dat laatste is misschien nog wel het leukste omdat we uitgekeken raken op de massa internetverkopingen. Gelukkig gaan de liefhebbers steeds meer inzien dat duiven kopen van een plaatje of alleen door de mooie omschrijving geen zin heeft. Liefhebbers willen duiven aanschaffen waar ze iets in zien waarvan ze denken dat ze daarmee hun kolonie een kwaliteitsinjectie kunnen geven. Juist die duiven wil je vooraf wel eens goed bekijken, in je handen hebben en dat is alleen mogelijk bij zaalverkopingen. De totale verkopingen die in een zaal plaats vinden zijn daarbij het meest interessant omdat je alle duiven kunt beoordelen, de slechte maar ook de goede. De resultaten staan in de verkooplijst omschreven en dan is het fijn dat je dan de duif eerst in de hand kunt beoordelen voordat je een bod uitbrengt.

NIEUWE RAYONS EN EEN GEHEEL NIEUW VLIEGPROGRAMMA.
Nu het seizoen voorbij is wordt de komende tijd alles geŽvalueerd. Wat goed is blijft voorlopig zo en wat slecht was daar wordt aan gesleuteld. Zo is er binnen mijn afdeling, waarin een kleine duizend liefhebbers lid zijn, een voorstel gelanceerd voor een nieuwe indeling van de vlieggebieden. Prachtig uitgewerkt en goed voorbereid om van de meerderheid de goedkeuring te krijgen. Zo kan elke afdeling zijn eigen indeling en vluchtprogramma vaststellen. In Nederland zijn 12 afdelingen en daarboven staat het nationale bestuur beter bekend als de NPO. Het vreemde binnen onze organisatie is dat het nationale bestuur eigenlijk weinig of niets te beslissen of te vertellen heeft. Het is nog steeds zo dat de afgevaardigden van elke afdeling (de kiesmannen) het voor het zeggen hebben en dat is een situatie die moeilijk bestuurbaar is. De NPO kan voorstellen wat ze willen als de meerderheid van de kiesmannen (elke kiesman komt met de stemmenuitslag van zijn afdeling) “tegen” is kan de NPO doen en laten wat ze wil maar dan gaat het feest niet door. De praktijk heeft uitgewezen dat de NPO heel veel keren aan het kortste eind trekt en dat is er dan weer de oorzaak van dat bestuursleden van de NPO het na korte tijd voor gezien houden en dan moet er weer van voor af aan begonnen worden, dat schiet niet op. Nu is er door de NPO een landelijk voorstel gelanceerd voor een nieuw vliegprogramma. En dat is iets waar vooral de oudere liefhebbers niet op zitten te wachten. Dat zijn mensen die houden van tradities en daar zijn ze moeilijk vanaf te krijgen. Vandaar dat het zo moeilijk is om binnen de duivensport iets nieuws te ontwikkelen. Jammer dat veel liefhebbers dat niet in de gaten hebben. Het is alsof zij liever door sukkelen totdat er geen duivensport meer mogelijk is. Het zou toch vreselijk jammer zijn als onze sport ter ziele gaat. Daarom een oproep aan de ouderen, wees positief en geef jonge bestuurders de gelegenheid onze sport met nieuwe impulsen te redden. Het nieuwe vliegprogramma houdt in dat alle afdelingen beginnen op dezelfde datum en ook weer gelijk eindigen. Voor elke afdeling is het zelfde aantal vitesse vluchten vastgesteld wat ook geldt voor de andere disciplines. Het grote verschil met voorgaande jaren is dat de vluchten voor jonge duiven pas begin augustus aanvangen en dat de navluchten komen te vervallen. Dat laatste spijt mij zeer omdat ik de navluchten heel graag mocht spelen maar mocht de meerderheid “voor” zijn dan sluit ik mij uiteraard bij aan. Het nieuwe vliegprogramma start op 1 april en eindigt eind september met een nationaal concours voor jonge duiven. Hierdoor zou winterkweek niet meer noodzakelijk zijn omdat de vluchten voor jonge duiven pas veel later in het seizoen aanvangen. Probleem is; hoe houdt je de jonge duiven tot einde september goed in de veren. Met probleem bedoel ik dat niet iedereen daarvoor de gelegenheid heeft. Problemen binnen de duivensport zijn er altijd geweest. Neem het aantal duiven waarmee je mag meedoen, dat is vrij en dat betekent dat Jantje er 10 meegeeft (omdat hij onvoldoende ruimte en financiŽn heeft) en Pietje komt er met 100 omdat hij de problemen van Jantje niet heeft, over eerlijk spel gesproken! Binnen de duivensport is ook de plaats van het hok belangrijk. De wind kan van grote invloed zijn op het verloop van de wedstrijd. Voetbal speelt 11 tegen 11 op een veld met vaste afmetingen, zwemwedstrijden doe je met teams of individueel in het zelfde bad, wielrenners rijden op dezelfde baan hun wedstrijden en zo zijn er talrijke voorbeelden. Het gaat er om dat ze allemaal met dezelfde situaties te maken hebben. Bij wedstrijden voor duiven is dat lang niet altijd het geval. In het ene gebied hebben ze te maken met kopwind en aan de andere kant van het land waait een zuiden wind. Zo is ook de kans met regen. Daarom zal het altijd zo zijn dat duivensport geen eerlijk spel is. Begrijp me goed ik wil hiermee niet zeggen dat het oneerlijk is. Oneerlijk is het gebruik van doping of het doen van frauduleuze handelingen, dan weet iedereen precies wat ik bedoel.

SELECTIE
De tijd voor het selecteren van onze duiven is niet alleen na de vluchten maar het hele jaar. Zelf ben ik er niet voor om tijdens het seizoen duiven weg te doen. Ik maak wel aantekeningen die ik kan gebruiken bij de definitieve selectie. We willen allemaal graag winnen en duiven die winnen mogen op elk hok blijven. Toch moeten we daarmee oppassen. Het gaat er ook om tegen hoeveel duiven was de overwinning. Was het een vlucht waarvan de concoursduur heel lang was of snel afgelopen. Hoe waren de weersomstandigheden. Hoe was de neststand of werd de prestatie op weduwschap behaald. Won de duif een vroege prijs op eieren, kleine of grote jongen en weer nieuwe eieren in de schotel. Ik hield dat altijd bij maar ben daar de laatste paar jaar van afgeweken, zeker de leeftijd! Het fanatieke raakt een beetje weg. Onthoud goed dat als je wat wilt bereiken je er alles voor over moet hebben en ook de kleinste details kunnen belangrijk zijn voor het behalen van een goed resultaat.


RISICO
Allemaal zijn we op zoek naar hokversterking. Dat klinkt beter dan dat we allemaal op zoek zijn naar goede duiven. Goede duiven heb je niet zomaar die moet je zelf kweken. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan maar daar komt het wel op neer. Er zijn maar heel weinig liefhebbers die een hok vol bruikbare, laat staan goede duiven hebben, en als ze die bezitten dan zullen ze die niet zo gemakkelijk weg doen. Wie verkoopt zijn hobby? Niemand toch! Als je de verkoopsites mag geloven worden er enkel maar top duiven verkocht en daar is al heel veel over geschreven. Iedereen moet nu zo langzamerhand doorhebben dat echte top duiven zelden of nooit verkocht worden. De kopers zullen het vaak moeten doen met kleinkinderen of misschien een enkel direct kind en daar zal dan waarschijnlijk iets aan mankeren. Gelukkig komt het voor dat liefhebbers zelf een echte klasbak kweken en dat nog wel uit ouders die hij zelf heeft geselecteerd, mooier kun je niet hebben. Jaarlijks komt het in diverse clubs voor dat er een of twee liefhebbers zijn die dat jaar een echte super bezitten. Een rijkdom voor een echte liefhebber. We hebben het hier niet over geld maar over de vele keren dat zo een duif vroeg arriveert. Dat is een belevenis die ik ook in mijn loopbaan enkele keren heb meegemaakt. In het begin van het seizoen is het zo dat je vol trots aan je medesportgenoten verteld dat die of die duif al voor de derde keer vroeg is. Drie weken later ben je helemaal door het dolle als die zelfde duif steeds maar weer een van de eerste is. Weer drie weken later begin je wat nerveuzer te worden, het zou immers een ramp zijn als de duif niet meer terug komt en alsof er niets aan de hand is speelt de bewuste duif al voor de negende keer een vroege prijs. Wie heeft zo een duif? Er zijn altijd liefhebbers die in het bezit zijn van zo een witte raaf. Het seizoen draait door en voor de oude duiven staan er nog een viertal vluchten op het programma. Elke week gaat de baas meer en meer nadenken of hij de duif weer zal inzetten. Er zit een risico aan, een ongeluk zit in een klein hoekje en als het zo is dat de duif nog niet thuis is terwijl het merendeel van de hokgenoten er wel zijn gaat het baasje steeds nerveuzer voor zijn hok lopen terwijl hij gelijktijdig naar de lucht tuurt of zijn favoriet in aantocht is. Ik heb dat ook meegemaakt. Er waren er zeven thuis en mijn doffer die later de tweede beste van heel Nederland was liet op zich wachten. Opeens was hij er en werd als zevende geklokt, het was nog in de tijd van de gummiringen. Toen de uitslag kwam was hij toch nog 35e tegen 4.710 duiven. Oh wat kneep ik hem en wat een bevrijdend gevoel krijg je als zo een duif op het hok valt. Op het laatst van het seizoen is het eigenlijk helemaal niet zo leuk als je zo een duif bezit. Er speelt dan van alles door je hoofd als zo een duif langer op zich laat wachten dan normaal. Fantastisch is het als je zo een duif na afloop van het seizoen nog hebt, dan wordt het opnieuw spannend hoe hoog hij in de verschillende klassementen is geŽindigd. Als je in groot verband of nationaal hoog wilt eindigen zal je moeten beginnen om in de club de beste te zijn en dan maar eens kijken hoe het in het samenspel of het rayon is. Als het daar ook top is ben je uiteraard ontzettend benieuwd op welke plaats hij provinciaal staat. Mocht dat eveneens de eerste plaats zijn dan wordt het weer een nerveuze bedoening want dan wil je ook nationaal oftewel de beste van het hele land zijn en als dat niet het geval is blijft een klassering nationaal bij de top 10 altijd nog een droom voor elke liefhebber. Momenteel hebben wij in de club zo iemand die meedoet voor de beste duif van het land. Een duivin die voorbije zaterdag haar 18e prijs van dit seizoen won. Nog eentje kan zij er winnen en dan is 2016 voorbij. Voor de een stelde het seizoen teleur maar voor deze man een onvergetelijk seizoen. Hij heeft dit seizoen vijf kanjers van duiven, twee zijn in onze omgeving met voorsprong de beste. Of ze op de laatste vlucht nog een keer meegaan zal de nodige hoofdbrekens kosten. Het is een waagstuk, dus het wordt een gouden of een ijzeren oftewel alles of niks. Wat de leden van de club betreft mag het “alles” worden. Wanneer maak je het mee dat een lid van je club de beste duif van het land heeft. Als het lukt, en dat zit er dik in, gaat dat uiteraard uitbundig gevierd worden.

AERODYNAMICA
Degene die niets hebben gedaan om de grote rui tegen te houden komen er nu niet meer aan te pas. Zij die hun duiven momenteel het beste in de veren hebben zijn de winnaars. Het zijn niet alleen de winnaars het zijn ook degene die de mooiste uitslagen maken. Zo gauw je kleine veertjes in het hok ziet liggen wordt de aerodynamica aangetast en kunnen de duiven niet meer voor de volle honderd procent presteren. Momenteel kun je het beste kleine jongen in de schotel hebben liggen, dat remt de rui. Ook het bijlichten vanaf de langste dag is een methode die er voor zorgt dat de duiven nu nog op een bijna volle vleugel staan. Als het dek (de vleugel) door de rui wordt aangetast kun je het vergeten. Veel rijden wil vooral in deze periode nog wel eens helpen om de duiven in de veren te houden. Het zijn vooral de jonge duiven die het van de oude winnen. Wel is het opvallend dat er toch liefhebbers zijn waar de oude beter naar huis komen dan de jonge. Over het algemeen komen de oude duiven bijna niet meer in het stuk voor. Ooit heb ik eens gelezen dat een sterk spelende liefhebber zijn duiven ging loslaten in de omgeving van hoge gebouwen, vooral daar waar de gebouwen dicht bij elkaar stonden. De duiven moesten als het ware loodrecht omhoog vliegen en dat blijkt bijna ondoenlijk te zijn vooral als de rui is begonnen. De man liet zijn duiven een voor een los zodat hij wist welke wel en welke niet moeiteloos omhoog vlogen. U raadt het al welke duiven een plusje kregen en welke een min. Naar aanleiding van dat verhaal ben ik mijn duiven in het hok gaan observeren. Mijn jonge duiven zijn al behoorlijk ver in de rui en dan let ik er op hoe ze na het avondeten naar hun zitplaats vliegen. Sommige zweven er als het ware naar toe en anderen maken behoorlijk veel lawaai met hun vleugels het kost hun extra kracht. Ik heb daar aantekeningen van gemaakt en zo lang de rui voortduurt zal ik ze nog een paar keer heel goed volgen. Ik ben benieuw of dat scheelt in de vliegprestaties. Zo zie je maar dat er weer plannen zijn voor volgend jaar. Ik hoop dat ik goed de winter doorkom zodat ik in 2017 toch weer met enkele duiven mee kan spelen.

DE JUISTE KEUZE
Het seizoen zit er bijna op. Vanaf het eerste weekend april zijn de meeste van ons voor 100% in de weer geweest om de duiven zo goed mogelijk te laten presteren. Verzorging thuis is uiteraard het belangrijkste onderdeel om duiven in goede conditie te houden of te brengen. Liefhebbers hebben er tegenwoordig alles voor over hun duiven goed te laten presteren. Vroeger ook maar anders. Duivensport was gewoon volksvermaak maar nu is het veel professioneler. Of het daardoor ook veel leuker is geworden mogen de oudere liefhebbers voor zichzelf invullen. Het was vroeger anders omdat het voer gewoon bij de kruidenier gekocht moest worden en verder was er niets bijzonders. Wel waren er allerlei lapmiddeltjes tegen ornithose of pokken. Bij paratyphus was maar ťťn remedie en dat was je hok in de brand steken anders kwam je nooit van die ziekte af. Tegenwoordig is er van alles te koop maar vooral medicijnen en allerlei bijproducten die de duivensport onnodig duur maken. Van gekkigheid weten de liefhebbers niet meer wat ze moeten geven om beter te presteren. De advertenties in de duivenbladen zorgen daar wel voor. Liefhebbers weten alles af van medicijnen en verdiepen zich niet in de duif zelf. Stambomen kennen ze uit hun hoofd maar hoeveel staart of slagpennen een duif heeft hebben ze nog nooit over nagedacht. Sommigen denken dat wanneer ze twee kampioensduiven tegen elkaar zetten dat je binnen de kortste keren een heel hok vol kampioensduiven hebt. Zo werkt het gelukkig niet maar je zou het haast wel denken. Kijk straks maar weer naar het koopgedrag op de verkoopsites. Idiote bedragen worden neergeteld voor opgesmukte en keurig verzorgde in vier kleuren gedrukte stamkaarten met de mooiste namen, prachtig afgebeelde duiven doch zonder ook maar een noemenswaardig resultaat. Zo gaat dat al een jaar of tien, de bedragen worden steeds gekker en de kopers ook. Konden we maar eens inzage krijgen van alle kweek en vlieg resultaten behaald door duiven waarvan de ouders meer dan tienduizend euro hebben gekost. Goed spelende liefhebbers moeten er op eigen hok minimaal 50 per jaar kweken om er 25 over te houden, die moeten daarna nog geselecteerd worden. Als dat op behaalde prijzen gebeurt zullen er hoogstens 10 overblijven en hoeveel van die 10 zullen als jaarling noemenswaardige prestaties neerzetten, misschien 3 en daarvan blijft er een jaar later misschien nog eentje over. Dat zou betekenen dat je in 5 jaar ook 5 echte goede hebt gekweekt. Noem mij maar eens een hok waar meer dan 5 echte goede duiven zitten. Die zijn op de vingers van een hand te tellen. Ik zou willen dat ik elk jaar 4 echte bruikbare duiven op mijn hok had dan zouden er weinig aan mijn kant komen. Daarbij is het niet eenvoudig om elk jaar tijdens de selectie de juiste keuzes te maken. Er zullen zonder dat we dat weten heel wat bruikbare duiven uitgeselecteerd worden. Gelukkig is het zo dat als ze eenmaal weg zijn je niet weet of je het wel of niet goed hebt gedaan. Ik ken genoeg liefhebbers die duiven aanhouden omdat een broer of zus of neef of nicht ooit eens een topprestatie heeft geleverd. Die moet je nou net niet hebben. Alleen goede moet je hebben en daar kun je alleen aan komen door zelf heel streng te selecteren en dan nog zal het niet eenvoudig zijn om een hoog percentage bruikbare duiven te kweken. Uiteindelijk zal de mand precies de waarheid vertellen en al dat gelul aan de bar is alleen maar gezellig en stelt verder weinig of niets voor.

BOEREN DUIVEN, VROEGER NOEMDE WE DIE ZO
Dat had niets met de boer zelf te maken. Het ging om de eenvoudige verzorging, gezonde granen en geen medicijnen. Duiven die uit zichzelf niet gezond konden blijven gingen onherroepelijk weg. Medicijnen voor duiven daar had nog nooit iemand van gehoord, dus weg met dergelijke duiven. Duiven moesten presteren, het was voor die tijd toch al duur genoeg dus moesten ze de kost voor zichzelf verdienen. Kostgangers werden niet gehouden en gebraden duif of duivensoep is nog steeds een lekkernij. Laten we daar niet te sentimenteel over doen. We moeten terug naar sterkere duiven. Doordat er zoveel (genees)middelen in de handel zijn worden die te pas en te onpas toegediend. Dat heeft te maken met het goede gevoel dat de liefhebber moet hebben. De liefhebber moet ten alle tijden denken dat hij er alles aan gedaan heeft om zijn duiven tip top aan de start te brengen. We kunnen ons afvragen of het de juiste manier is om duiven van alles en nog wat toe te dienen. Zijn we niet op weg om er kasplantjes van te maken? Heeft dat misschien ook iets te maken met de grote verliezen van met name jonge duiven. Het is alsof onze duiven nergens meer tegen kunnen. In al die jaren dat ik met duiven speel heb ik nimmer meegemaakt dat drie dagen van te voren al een concours werd uitgesteld of afgelast. Van inversie had nog nooit iemand gehoord. Dat hield in dat indien het niet regende de duiven gelost werden, of het nu 12 of 30 graden was, ze gingen er uit. Waarom niet? In de zuidelijke landen en in het midden of verre oosten wordt nog met aanzienlijke hogere temperaturen gespeeld. Duiven kunnen meer dan we denken en dat duiven niet tegen hoge temperaturen kunnen is een verkeerd begrip. Duiven hebben meer te lijden van de reis naar de lossingplaats dan van die paar honderd kilometer naar huis vliegen. In de duivenauto is het pas heet. Je krijgt medelijden met de duiven als de wagen stil staat. Steek dan je hand maar eens in een volle mand dan voel je pas hoe warm het is. Vooral onervaren jonge duiven die nog niet weten waar ze kunnen drinken hebben het dan erg moeilijk. Op het moment dat deze duiven de mand uitvliegen zijn die totaal gedesoriŽnteerd zodat ze een zeer moeilijke thuisreis voor de boeg hebben. Jaren geleden heb ik al eens voorgesteld om op een later tijdstip de duiven in te manden. Bijvoorbeeld ’s avonds van negen uur tot half elf. Altijd water aan de manden met daarin wat zonnepitten, die zijn licht en blijven drijven waardoor de duiven eerder zullen gaan drinken zeker als ze de zonnepitten zien drijven. Later inkorven betekent ook later lossen. Nou en dat is toch niet zo erg. Vroeger kreeg iedere liefhebber een vluchtenboekje en daar stonden zelfs de lossingtijden al in. Het was heel normaal dat de duiven er op de aangegeven tijd uit gingen. Tegenwoordig gebeurt alles zo voorzichtig en het helpt niets want de verliezen zijn vele malen groter dan vroeger jaren. Dat houdt in dat onze duiven “harder” moeten worden. Kijk naar de arbeiders uit vroeger jaren. Die moesten meer dan een uur lopen naar hun werk, dan tien uur vol aan de bak en weer lopend naar huis. Brood met spek aten ze en ’s avonds bruine bonen of kapucijners met een goed stuk vet spek. Dat was nodig om die zware arbeid te kunnen verrichten. Tegenwoordig gaat alles per fiets, auto, metro, bus of trein. Onze kinderen noemen ze de “achterbank”” generatie, vreselijk toch! Ze kunnen zelf niets meer omdat ze zo beschermd worden opgevoed. Ze worden overal naar toe gebracht en gehaald. Wie ook zo met zijn duiven omgaat is denkelijk helemaal verkeerd bezig. Om hard te kunnen werken heb je goeie kost nodig en een goede nachtrust. Denkt u niet dat dit ook het beste is voor onze duiven, ik wel!

NATIONAAL CONCOURS 1 WEEK UITGESTELD
Ook dat nog! Het mooie van wat eens een wereldberoemd concours voor jonge duiven was is er nu helemaal vanaf. Natuurlijk zijn er nog liefhebbers die reikhalzend uitzien naar dit namaak nationale concours doch dat is het niet. Nationaal is nationaal en dat wil zeggen dat het hele land vanaf dezelfde lossingplaats speelt en als dat niet het geval is kunnen we ook niet spreken van een nationale vlucht. Degene die er wel hun zinnen op hadden gezet kwamen helaas een beetje bedrogen uit. De vlucht werd vanwege de hoge temperaturen een week uitgesteld wat absoluut geen verkeerde beslissing was. Het betekent wel dat al die mannen die hun jongen op een goede stand hadden gebracht nu met een probleem zitten. Een vlucht een week uitstellen is niet het moeilijkste, wat wel minder plezierig is dat je de groei van de jonge duiven niet tegen kunt houden. Neststanden zijn nu dus anders en de meeste liefhebbers geloven in hun neststanden. Daarmee hoopten zij een goed resultaat te behalen. Het wil niet zeggen dat dit nu niet zal lukken, het gaat vooral om het goede gevoel dat de liefhebber daarbij heeft. Er is het nodige rekenwerk aan vooraf gegaan, de neststanden zijn okť en dat dit. Laten we het er maar op houden dat het een kwestie van overmacht is en zien we aanstaande zaterdag wel wie de besten zijn.

GENERALE REPETITIE
Voorbije zaterdag werd bij ons de tweede snelheidsvlucht van een serie van vijf gehouden. Ook hier werden maatregelen genomen vanwege de tropische temperaturen en de oosten wind want die is in onze omgeving dodelijk voor met name jonge duiven. Ook al zijn ze nog zo goed ingevlogen met oosten wind vliegen ze binnen de kortste keren boven de Noordzee met alle nare gevolgen van dien. Onze duiven zijn totaal niet gewend om over zee te vliegen. Liefhebbers uit het oosten van ons land hebben daar geen idee van. Zij hebben een heel ander probleem en dat zijn de roofvogels. Daar raken zij meer duiven aan kwijt dan wij aan de zee. Zo weegt bij iedereen zijn eigen probleem het zwaarst. Ondanks de hoge temperaturen en de oosten wind werd het een zeer snelle vlucht en met snel bedoel ik niet alleen de vliegsnelheid maar vooral de concoursduur. In mijn vereniging waren een kleine 500 duiven mee, dus 125 prijsduiven (1:4) en die waren er binnen 5 minuten. Achteraf hadden we beter een vlucht met een langere afstand kunnen houden maar dat is achteraf en bij ons zeggen ze: “achteraf kijk je een koe in zijn kont”.

OPVALLEND
In ons rayon waren er twee liefhebbers die op die vlucht opvallend presteerden. Het zijn allebei hele goede eendaagse fond spelers, mannen met sterke duiven. De een rijdt zoveel als mogelijk met zijn duiven, hij is heel druk bezig om zijn duiven voor de nationale vlucht in topvorm te brengen. Niets is hem te veel en hij is ook niet te beroerd om een paar honderd kilometer te rijden. Niets voor mij en ik heb het ook nooit gedaan. Het is maar net wat je zelf wilt en waar je de prioriteiten legt. Ik moet zeggen dat de man heel sterk speelt ook met zijn jonge duiven en hij doet er alles aan om op het nationale concours hoge ogen te gooien. Hij maakte het vorige weekend een knaller van een uitslag dus dat ziet er erg goed uit, ben zeer benieuwd. De andere is een vriend van mijn zoon en die maakte net zo een mooie uitslag. Het verschil is dat hij nooit met zijn jonge duiven gaat rijden. Voor de vluchten worden ze een aantal keren weggebracht, nooit verder dan 50 km en ook hij kreeg ze naar huis alsof ze om het hoekje van de keukendeur waren losgelaten. Ook hij is er op gebrand een super uitslag te maken en zo zijn er nog wel een heel stel. Wat beiden wel doen is verduisteren tot derde week juni en dan bijlichten van ’s morgens 5 uur tot ’s avonds 11 uur. Ik heb dat dit jaar niet gedaan doch dat heeft en andere reden, ik ben klaar. Het gaat dit jaar niet zoals ik vele jaren gewend ben geweest. Hoe het volgend jaar zal gaan moet ik afwachten. Ik ben nog steeds voor mijn ogen onder behandeling. Ik ben er van overtuigd dat het daardoor anders gaat. Of ik volgend jaar nog mee kan spelen is nog niet bekend, veel hangt af hoe het zichtvermogen zich houdt. Beter wordt het zeker niet maar als het zo blijft zoals het nu is kan ik er misschien nog een jaartje aanplakken. Ik ga minder duiven houden en als ik niet meer mee kan doen dan ga ik me bezig houden met het kweken. Als het zo ver is zal ik daar melding van maken. Van diverse kanten heb ik al vragen gekregen of de mogelijkheid er is dat voor 2017 jonge duiven besteld kunnen worden. Daar wil en kan ik voorlopig nog geen antwoord op geven ik ben voorlopig nog niet uit behandeld. Er komen nog drie vluchten die ik bij mijn zoon Marco thuis zien komen.

JONGE DUIVEN WAAR LETTEN WE OP.
Belangrijk is het dat tijdens de jonge duivenvluchten de duiven in orde zijn. Alleen dan mag en kun je ze beoordelen. In orde zijn betekent dat ze bij huis goed trainen. De liefhebber kan daar veel aan doen. Jonge duiven zijn net als baby’s, die moeten op vaste tijden verzorgd worden. Moeders die niet van de vaste tijden afwijken krijgen geen vervelende jankende kinderen en duivenliefhebbers die dat zelfde doen krijgen duiven die doen wat de baas van hen verlangd. Jonge duiven willen meestal graag wat extra voer hebben. Het is erg leuk als je bij de duiven zit en ze komen af en toe bedelen om nog een extra korreltje voer of een pinda. Pas op, het is een leuke bezigheid maar je geeft die bedelaars wel gauw te veel. Jonge duiven die iets te zwaar zijn laten geen dons vallen. Dons is dus bij mij op het hok een belangrijke graadmeter. Ook de eetlust is belangrijk en als ze erg graag eten weet ik dat ze ook graag trainen. Jonge duiven die rondom het hok met hoge snelheden de lucht doorklieven zijn zo gezond als een vis. Begrijpelijk is het dat ze na zo een inspannende training ook wel trek hebben in een extra hapje. Mijn duiven gedroegen zich zo en de resultaten waren er ook naar. Ik heb ze niet bijgelicht en daarom ben ik nu klaar met de wedstrijden. Ze beginnen allemaal spontaan aan de grote rui en omdat ik bijna al mijn jonge duiven voor 2017 wil bewaren is het vliegen gedaan. Ze hebben het hele jonge duiven programma afgewerkt met nog een extra snelheidsvlucht, het kan wel zo! Het gaat er nu om dat ze perfect ruien, ik laat ze nog een keer per dag los en geef ze twee keer per week gelegenheid om een bad te nemen. Verder minimaal een keer per week verse groenten en daarbij vergeet ik zeker de grit pot niet. Vooral nu er zoveel kleine veren door het hok waaien ligt de grit bak binnen de kortste keren vol met veren en stof en dan vertikken de duiven om er van te eten. Duiven die nu niet volledig in de veren zitten moeten het absoluut afleggen tegen de duiven die volle vleugels hebben met een gesloten dek. Dat zijn de winnaars van de resterende vluchten. Laat u niet van de wijs brengen om met ruiende duiven mee te doen u zult een fiks pak slaag krijgen de reden kent u. Dus het is beter om nu alleen duiven te spelen die zo verzorgd zijn dat ze over drie weken nog probleemloos een vlucht van 500 km kunnen afwerken. Wat is het trouwens weer snel gegaan. Vroeger had ik het idee dat een seizoen bijna een heel jaar duurde en nu is het alsof we net begonnen zijn.

HET IS BIJNA ALWEER VOORBIJ
Er werd reikhalzend uitgekeken naar het eerste weekend van april, het seizoen ging weer beginnen. Iedereen was natuurlijk razend benieuwd hoe de duiven zouden presteren en terugkijkend naar 2015 hoopte iedereen dat de weergoden ons dit jaar beter gezind zouden zijn. Nou, mooi niks, het werd nog slechter dan vorig jaar. Het is alsof de duiven het ieder jaar moeilijker krijgen. Het Europese weer en vooral dat in de gerenommeerde duivenlanden was voor de duiven ronduit slecht. Onregelmatige vluchten, onze lossing verantwoordelijken hadden het heel moeilijk, wanneer wel en wanneer niet lossen. Echte rampvluchten waren er gelukkig niet. In mijn rayon hadden we in het vroege voorjaar een vlucht van 230 km waarvan te veel duiven zijn achter gebleven. Internationaal hadden de Barcelona vliegers het zeer moeilijk. Wat de jonge duiven betreft blijft het probleem van te veel achterblijvers bestaan. Wat men er ook aan doet, er is nog geen oplossing voor gevonden. Het fond programma is ook voorbij. Deze vluchten krijgen in mijn ogen veel te veel aandacht. Hooguit 20% van de liefhebbers doen er aan mee en dan ben ik zeer optimistisch. Als je de uitslagen er op nakijkt schrik je van de lage aantallen duiven die er aan mee doen. De uitslagen van die vluchten worden in Nederland wel op een gesponsorde teletekst pagina vermeld. Niet omdat de prestaties zo mooi zijn maar om bepaalde commerciŽle figuren in de schijnwerpers te plaatsen. Kijk in de duivenbladen naar de fond uitslagen, men gaat er steeds meer toe over om er geen aantallen meer bij te zetten. Het komt ook heel ongelukkig over als je leest dat liefhebber A de Nationale vlucht van 1.000 km heeft gewonnen tegen 500 duiven. Aan de vitesse vluchten doen veel en veel meer liefhebbers en duiven mee, 50.000 per afdeling is vrij normaal en daar lees je zo goed als niets over. In Nederland is nog maar 1 duivenkrant. Die vermelden wel alles maar dat blad is niet te lezen. Elke week de zelfde truttige opmaak, kleine lettertjes en te kleine foto’s bijna altijd van de liefhebber en een enkele keer van de duif. Nee, binnen de duivensport is men al jaren niet op de juiste manier bezig, het blijft amateuristisch. De commercie is te belangrijk geworden. Vorige week was ik in BelgiŽ bij de Belgian Master, “de een hok race” waar veel reclame voor is gemaakt. Het werd duiven technisch een complete ramp. Van de 800 duiven slechts 32 op de dag van lossing thuis en dan worden de verzorgers ook nog uitgebreid in het zonnetje gezet. Deze mannen kregen meer aandacht dan de winnaars want toen die gehuldigd werden waren de meeste bezoekers al naar huis. De verslaggeving in de diverse kranten was erg mild. Het was niet de waarheid, misschien bang voor de dierenbeschermers dat die het niet zouden pikken dat dergelijke vluchten nog steeds gehouden worden. In een verslag moet je kunnen lezen hoe goed of hoe slecht het evenement is verlopen en niet allerlei omwegen bedenken waardoor het nog iets lijkt. Dus graag aantallen duiven bij verslagen over winnaars van belangrijke vluchten, waarom ook niet. Een vlucht kan met een klein aantal deelnemende duiven toch evengoed een belangrijke vlucht zijn. We zullen er mee moeten leren leven dat het aantal duiven dat deelneemt aan diverse vluchten ieder jaar minder zal worden, het is niet anders. Ik kom uit de wielerwereld. Ooit zelf actief en later vele jaren betrokken bij de organisatie. In de gouden jaren was er altijd een vol deelnemersveld, soms moesten er wel 100 renners teleur gesteld worden omdat er onvoldoende start gelegenheid was. In criteriums, de beroemde rondjes om de kerk, mochten nooit meer dan 110 renners starten. Nu moet een organisatie bidden en smeken om renners aan de start te krijgen. Tegenwoordig is het normaal dat er 45 renners vertrekken en half koers rijden er nog 20 het rondje. Voor het publiek helemaal niet leuk meer om naar te kijken. Vroeger organiseerde wij wielerwedstrijden voor de dorpsbewoners en nu enkel nog voor de renners want het publiek laat het steeds meer afweten terwijl de wielersport op TV een van de meest bekeken sporten is. We zullen er steeds meer aan moeten wennen. De Olympische Spelen zin voorbij. De USA ging met de meeste medailles naar huis. Is ook een heel groot land, er zijn echter meer grote landen en die kwamen nog niet aan de helft van de Amerikanen. Nederland eindigde in de rij van medaillewinnaar op de 12e plaats en dat is voor zo een klein kikkerlandje geen slechte prestatie. We hadden op meer gerekend maar helaas lieten enkele favorieten het helemaal afweten. Gelukkig waren er minder bekende topsporters die wel voor een verrassing zorgde. Zo gaat het vaak, ook in de duivensport. Nationale vluchten worden meestal gewonnen door een outsider, de beroemdheden zitten er wel vaak bij, het gaat echter om de overwinning en dat is heel vaak een vreemde eend in de bijt. De jonge duiven vluchten zijn ook voorbij, rest nog 5 snelheidsvluchten en dan kan de grote rui beginnen.

NATIONAAL CONCOURS VOOR JONGE DUIVEN
Het komende weekend (27 augustus) is in Nederland een nationale vlucht die in de plaats is gekomen van het wereldberoemde derby concours voor jonge duiven vanuit Orleans (500km). Heel Nederland sprak daarover en toch is het verdwenen. Mensen die denken dat ze alles van duiven weten hebben die vlucht de nek omgedraaid. Onzin, de meeste jonge duiven worden van de kortste afstanden verspeeld. Iedereen sprak over Orleans en de deelname was overweldigend. Dat alles is voorbij en nu moeten we het doen met een namaak nationaal concours. Orleans werd voor alle Nederlandse liefhebbers in een keer gelost, nu wordt er van vier verschillende afstanden gespeeld. Het is misschien wat eerlijker, maar het heeft totaal niets met een nationaal concours te maken. Het zijn gewoon vier verschillende vluchten met voor elke sector ongeveer dezelfde afstand. Eerlijk is dat misschien wel, maar het spreekt niemand meer aan, de deelname stelt weinig of niets meer voor. Een snelste van 160.00 duiven zullen we zeker nooit meer meemaken of de bobo”s moeten er achter komen dat jonge duiven van bijna 8 maanden oud en nog voor de volle honderd procent in de veren dergelijke afstanden met het grootste gemak aan kunnen.

SELECTIE
Van de oude duiven weten de meeste liefhebbers wel welke wel of niet mogen blijven. Die eerste grove selectie heeft al op vele hokken plaats gevonden wat niet wil zeggen dat die duiven allemaal al weg zijn. Vroeger wel. In de periode na de vluchten werd met grote regelmaat duivensoep gegeten. Het is vervelend om te zeggen maar nu gaan die duiven niet enkele reis keuken maar naar de duivenmakelaars. Die uitgeselecteerde duiven zien er straks net zo mooi uit als de echte topduiven en daarom zullen er weer veel (buitenlandse) liefhebbers verkeerde duiven gaan aanschaffen. Niet zo heel erg als de duiven betaalbaar zijn, dat is helaas al lang niet meer het geval. Wat de jonge duiven betreft ziet het er op veel hokken niet zo aantrekkelijk uit. Als je tegenwoordig 50% van je jonge duiven overhoud mag je niet mopperen. Zelf wilde ik elk jaar minstens 50% jonge duiven aanvullen en in mijn goede jaren had ik altijd 24 koppels. Ik wilde dus beslist 24 jaarlingen aanvullen en die wilde ik heel graag uit minstens 35 hokgenoten kiezen. Zoiets lukt bijna niet meer en toch is het nog steeds de beste methode. Dan kun je beter wat minder duiven houden maar wel duiven die je aanstaan en misschien ook nog wel goed gepresteerd hebben. Aan dat laatste hecht ik nooit zoveel waarde. Natuurlijk wil ik graag een paar jonge duiven hebben die het weekend wat zonniger maken dan normaal. Mijn ervaring is dat de jonge duiven die van de laatste twee vluchten met de langste afstanden het best naar huis komen als jaarling vaak de betere zijn. Daar houd ik het nog steeds op.


ZE WAREN ER ALLEMAAL, BEHALVE DE DUIVEN
Het kleine Belgische plaatsje Nevele werd op maandag 15 augustus vergeleken met Rio de Janeiro. De reden was de finale van het Wereld Kampioenschap voor postduiven en gelijktijdig werd daar voor de 9e keer de Belgian Master gehouden met deelname uit 25 verschillende landen. Het werd net als andere eenhoksraces een compleet debacle! Wat een duivenfeest had moeten worden liep uit op een plechtige uitvaart. Nee, aan de feestelijke organisatie mankeerde niets, was prima voor elkaar, drank en eten in overvloed maar eerlijk gezegd was dat die dag niet het belangrijkste. Gelukkig waren de weersomstandigheden uitstekend. De noordoosten wind bleek echter voor veel jonge duiven iets te veel van het goede. Van de 800 duiven die nog over waren voor de finale wisten slechts 32 duiven dezelfde dag de hokken te bereiken. Veel liefhebbers waren op dit groots opgezette duivengebeuren afgekomen. Ze genoten van de ambiance en het fraaie zomerweer. Maar waarvoor ze gekomen waren werd een mislukking, een fiasco. Om 7.40 uur waren alle duiven in de bekende Franse lossingplaats Tours (460 km) gelijktijdig losgelaten. Pas om 16.02.21 uur arriveerde de winnende duif die het eigendom is van de Belg Eric Cocguyt. Het was “De Donkere” die met deze prestatie 25.000 euro voor zijn baas in de wacht sleepte. Er moest gewacht worden tot 16.23 uur voordat nummer 2 arriveerde en dat was weer een Belg, nu van Cools Syndicate. De 3e plaats was voor de Pool Silvester Zylinsk tevens de enige Pool in de uitslag. Twee uur na de eerste duif waren er pas 14 thuis en de 32ste (laatste van die dag) arriveerde om 21.14 uur. Slechts 7 duiven wisten een snelheid te behalen van iets meer dan 800 meter per minuut. Nicole van “De Weerd Pigeons” had de beste asduif. Wereldkampioen werd de Deen Tommy Rasmussen, zijn duif arriveerde 4 uur en 21 minuten na de winnaar van de Belgian Master. Om te weten wie zilver en brons zouden winnen moest gewacht worden tot dinsdagmorgen. De winnende duif van de Belgian Master werd aan het einde van de middag verkocht voor 15.000 euro. Je kunt je met recht afvragen wat de waarde is van dergelijke wedstrijden. Aan de duivensport voegt het nog steeds niets toe. Je zou zeggen dat het aan de afstamming van de (papieren) duiven met al die super pedigrees ook niet kan liggen. Alle commerciŽle mannen deden mee. Ze waren ook aanwezig want die (nagemaakte) kampioenen willen oh zo graag gezien worden. Jammer voor hen was dat ze allen met lege handen naar huis moesten. Het wordt de hoogste tijd dat de duivenbonden en de F.C.I. scherpere regels gaan vaststellen om zulke rampvluchten te voorkomen of zelfs te verbieden. Ik ben nog steeds een enorme tegenstander van dit soort commerciŽle grapjes. Met duivensport heeft het weinig of niets te maken. Ondanks dat heb ik een reuze gezellige middag gehad. Ik was geen deelnemer en zal dat ook nooit worden.

MEGA AANTALLEN
Steeds meer kom ik tot de ontdekking dat bij grote aantallen jonge duiven van verschillende nationaliteiten en liefhebbers het bijna onmogelijk is om de hele ploeg gezond te houden laat staan ze in een perfecte conditie te krijgen. In BelgiŽ begonnen ze dit keer met bijna 1500 duiven die gehuisvest waren in een prima accommodatie. Hoe ze verzorgd zijn weet ik niet. Of ze bijgelicht zijn of verduisterd weet ik ook niet. Of ze een nestje mochten bouwen? Dat is allemaal niet het belangrijkste. Waar het omgaat is dat er zoveel mogelijk duiven aan de finale mee kunnen doen. De deelnemers hebben daarvoor tenslotte een aardig bedrag moeten neertellen en dan moet je er van overtuigd zijn dat jouw duiven met de beste zorgen voorbereid worden op iets wat spectaculair is voor de duivensport. Dat spektakel is er nooit. Ja in de pers kan vooraf een heleboel bla, bla geschreven worden maar daardoor wordt het niet wat de deelnemers wordt wijs gemaakt. Naar mijn mening blijven al die duiven zo stom als het paard van onze Lieve Heer en dat was een ezel. Hoe komt dat? In de praktijk blijkt dat hele grote groepen duiven elkaar ophouden. Ze vliegen wel rondjes rondom het hok maar wegtrekken doen ze niet en dat is juist zo belangrijk voor ze. Jonge duiven moeten op onderzoek gaan. De ene keer in oostelijke richting en dan weer naar andere windstreken, daar leren ze van en voorkomt grote verliezen. Dat ze een uur of nog langer rondom het hok fladderen helpt niet en zodra ze een eerste trainingsvlucht van 10 km moeten afwerken blijven al grote aantallen duiven achter. Ook van het met zijn allen naar het zelfde hok vliegen heeft weinig zin, daar worden ze niet beter van. Duiven moeten leren om zich uit grote groepen los te maken en de juiste route naar het eigen hok te kiezen. Dat hebben ze nimmer geleerd, dus dat kunnen ze ook niet. Tijdens mijn aanwezigheid bij de Belgian Master was duidelijk te zien dat de meeste liefhebbers op een fortuin zaten te wachten in plaats van op hun duiven. Meer zeg ik er niet over.

LAATSTE JONGE DUIVENVLUCHT
In mijn regio zijn de jonge duivenvluchten vrij goed verlopen. Misschien kwam het door het lichtere vliegprogramma waarvoor is gekozen. Na 6 vluchten waren we nog niet verder dan ruim 200 km geweest en daardoor zijn de verliezen beperkt gebleven. Met beperkt bedoel ik dat op de meeste hokken toch wel een derde van de jonge duiven er niet meer is. Het voorbije weekend kregen onze jonge duiven voor de eerste keer twee nachten mand en dan komt het er vooral op aan dat ze drinken. Niet drinken is dodelijk op een afstand van bijna 400 km. Wat die van mij aan de hand hadden weet ik niet, ze deden het voortreffelijk, er zat zelfs een podiumplaats in. De laatste vlucht telt echter ook mee en die was bij mij niet al te best. Mijn jonge duiven kwamen traag naar huis en waren bij aankomst doodmoe. Zelfs zondag en maandag heb ik ze niet buiten gelaten, ik kon zien dat ik ze daar beslist geen plezier mee deed. Misschien speel ik er dit weekend nog een paar, ik heb mijn hoop weer een beetje gevestigd op de oude duiven. Dit weekend begint bij ons de natoer en dat zijn zoals u waarschijnlijk wel weet vijf snelheidsvluchten waaraan oude en jonge duiven tegen elkaar spelen. Het was vele jaren “mijn” spelletje, ik koppelde ze speciaal voor deze vluchten en nu heb ik ze na de laatste vlucht voor oude duiven bij elkaar gelaten. Resultaat is dat ik nu grote jongen heb, ook kleine en bebroede of verse eitjes. De eerste vluchten zal het dus wel lukken maar over drie weken zullen ze spontaan kaal vallen. De grote rui begint dan en dat is het einde vroege klasseringen. Het maakt me niet zo veel meer uit. Waar het nu om gaat is dat ik volgend jaar nog mee kan doen al is het maar met een stuk of tien weduwnaars.

FAVORIETEN ZIJN NOG GEEN WINNAARS
De Olympische Spelen zijn nog maar net begonnen en op de eerste dagen waren er direct top sporters die hun koffers konden pakken. Enkele jaren keihard getraind om hun doel te bereiken, dan is het eindelijk zo ver en door domme pech of onvoldoende kwaliteit zijn de spelen alweer voorbij. Voor ons sportliefhebbers is er nog heel veel te genieten. We zullen meemaken dat vreugde en dramatiek heel dicht bij elkaar liggen. Ook al is Rio heel ver bij ons vandaan we zullen daar nog diverse keren getuigen van zijn. Topsport is mooi, maar ook keihard. Dat ondervonden wij Nederlanders al op de tweede dag van de spelen toen een van onze dames wielrensters in gewonnen positie in een gevaarlijke bocht ernstig ten val kwam en daardoor een zekere gouden medaille kon vergeten. Op het moment dat zij in een ambulance met gillende sirenes naar het ziekenhuis werd vervoerd werd een van de andere favoriete Nederlandse dames Olympisch kampioen. Vreugde en dramatiek van de bovenste plank! De boksers (geen Nederlanders) hebben zich helaas weer eens in een verkeerd daglicht geplaatst door in het Olympisch dorp dames lastig te vallen en zelfs geld te bieden in ruil voor seks. De organisatie heeft er voor gezorgd dat deze (sterke) jongens geheel terecht achter de tralies werden geplaatst en zo een ruimte is heel wat anders dan een boksring en daar waren ze tenslotte voor gekomen. Ook uit het Nederlandse kamp werd vernomen dat een van de turners zich te buiten was gegaan aan alcohol. Hoe erg dat precies was en wat de afspraken daarover zijn is mij niet exact bekend, feit is wel dat de man in kwestie alweer terug in Nederland is. Wie weet wat we allemaal nog meer mee gaan maken. Laten we positief blijven want topsport blijft fantastisch om naar te kijken. Zo ver van huis en toch de beelden met hopelijk nieuwe records vanuit Rio direct in onze huiskamers, prachtig!

DUIVENSPORT OP HOOG NIVEAU.
Op de eerste zaterdag van de Olympische Spelen werd in BelgiŽ de vlucht van het jaar gehouden. Nationaal Bourges met in zijn totaliteit 45.507 oude, jaarlingen en jonge duiven in een concours. Heel BelgiŽ was die dag in de ban van de duivensport en toen later op de dag Greg van Avermaet wereldkampioen bij de beroepsrenners werd kende de feestvreugde geen grenzen, wat een dag! Na vele weken van slecht duivenweer kende Bourges (gemiddeld 475 km) een fantastisch verloop met winnende snelheden van bijna 85 km per uur. Bij de oude duiven werd Vannoppen-Luyten winnaar. Bij de jaarlingen ging de overwinning naar Ronny Menten met 1410 meter per minuut de snelste van het gehele concours en bij de jonge was de eer voor Rik Hermans die samen met vader Jan tevens uitgevers zijn van het bekende Belgisch blad De Duif. In het verleden kwam het wel voor dat bij gerenommeerde liefhebbers tientallen supporters stonden te wachten op de aankomst van de duiven. Bourges is nog steeds een magische vlucht bij onze zuiderburen. Ik mag wel zeggen dat ik zeker een beetje jaloers op hen ben. Ooit hadden wij in Nederland een Nationaal concours voor jonge duiven waaraan in de goede jaren wel 160.000 duiven deelnamen. Het concours is helaas verboden omdat de afstand voor jonge duiven te ver zou zijn. Ongelooflijk dat die wereldberoemde vlucht is verboden. Heel Nederland was in de ban van dat concours. Het zou fantastisch zijn als een dergelijke vlucht terug zou komen. Als het in BelgiŽ kan moet dat hier ook kunnen. Natuurlijk zijn niet alle duivenmelkers enthousiast, afstandsverschillen en ligging spelen daarbij een belangrijke rol. Net als op andere vluchten is op voorhand al vast te stellen in welke regio de vroegste duiven zullen vallen en dus ook welke regio’s moeilijk aan de bak zullen komen. De weersomstandigheden zullen binnen de duivensport altijd een belangrijke invloed houden, dat weten we al jaren en dat zal ook altijd zo blijven. Dat mag echter niet betekenen dat er daarom nooit meer zo een smaakmakend landelijk concours meer gehouden kan worden. Waar een wil is, is een weg en het ene jaar zullen de oostelijk gelegen liefhebbers in het voordeel zijn en andere jaren zullen andere gebieden meer kans maken op de overwinning. Voorafgaande aan de vlucht zullen heel veel liefhebbers bezig zijn hun duiven in de juiste conditie te brengen, er wordt over gesproken, men is er mee bezig, het brengt extra spanning met zich mee omdat op de bewuste dag heel Nederland meedoet aan een en dezelfde vlucht. De media kan daar veel aan doen door extra aandacht aan zo een landelijke wedstrijd te schenken. Zeker weten dat er dan ook weer veel supporters naar de aankomst van de duiven komen kijken. Vooral nu we ook al heel snel weten in welke hoek van het land de eerste duiven zijn gearriveerd. Zou mooi zijn dat ik op hoge leeftijd nog eens aan zo een monsterconcours kan meedoen.

WAAR GAAN WE MET DE DUIVENSPORT NAAR TOE
Mijn hele leven heb ik duiven, niet een dag was ik zonder, dan mag ik toch wel zeggen dat ik een echte duivenman ben. Ik heb niet alleen mijn hele leven duiven, ik ben ook in de gelukkige omstandigheid dat ik bijna alles heb gewonnen wat er te winnen is. Helaas heb ik al heel veel keren mijn angst uitgesproken dat de gouden tijden binnen de duivensport voorbij zijn. Vergrijzing en geen aanwas van jonge en nieuwe leden. Misschien is het geen spelletje van deze tijd meer. Vooral in dit elektronische tijdperk zijn er mogelijkheden te over om de duivensport spectaculairder te maken waardoor ook de leek en de jeugd geÔnteresseerd raken. Binnen de duivensport worden er steeds weer opnieuw allerlei zaken verandert waar de oudere liefhebbers niet op zitten te wachten. Willen we echter niet elk jaar steeds minder leden overhouden dan zal er iets moeten gebeuren. Dat “iets” moet uitgedragen worden in allerlei hobbybladen en uiteraard ook in de dagbladen. Dat alleen in de gekende duivenbladen te doen heeft geen zin want daar bereiken we geen nieuwe doelgroepen mee. In de afdeling waarin ik wekelijks meespeel zijn voor het komende jaar nieuwe plannen ontwikkeld. Het gaat uiteraard om eerlijker spel, de regio’s worden voor wat het aantal leden betreft gelijk gesteld. De vlieggebieden worden aangepast zodat ik elk gebied een bijna gelijk aantal leden en duiven heeft. Een loffelijk streven dat op langere termijn geen haalbare kaart zal blijken te zijn. De vergrijzing gaat door en we worden met zijn allen alleen maar ouder, de jeugd heeft in dit oubollige spelletje helemaal geen zin. Zeker niet als ze elk wekend aan huis zijn gekluisterd. De tegenwoordige jeugd trekt er op uit, hebben heel andere mogelijkheden dan wij hadden. In de tijd dat ik behoorde bij de “jeugd van tegenwoordig” waren er maar beperkte mogelijkheden. De jongens gingen voetballen en de meisjes deden aan gymnastiek. De duivensport zal, hoe moeilijk het ook zal zijn, moeten inspelen op wedstrijden met postduiven waarbij het voor iedereen mogelijk is mee te doen. Dat kleine akelige telefoontje waar de jeugd oh zo graag mee omgaat zou ons nog wel eens enorm van dienst kunnen zijn of worden. Laat de bedenkers van moderne duivensport daar eens meer aandacht aan besteden zodat de duivensport nooit verloren gaat.


VEELVULDIG RIJDEN MET JONGE DUIVEN NOODZAAK?
De een beweert dat het noodzakelijk is om goed te presteren, de ander presteert prima terwijl hij nooit rijdt. Veelvuldig rijden kan geen kwaad maar na het aanhoren van meningen van sterk spelende liefhebbers blijkt dat er vele wegen zijn die naar Rome leiden. Het zijn veelal dezelfde spelers, vooral met jonge duiven, die de dienst uitmaken. Zoiets heeft uiteraard te maken met een goede kwaliteit duiven. Mijn mening is dat het er bij het jonge duiven spel om gaat dat je een goed systeem hebt, daar valt of staat alles mee. We mogen zeker niet de gezondheid vergeten. Degene die (te) veel jonge duiven kwijt raakt moet het niet zoeken bij de kwaliteit maar vooral bij de gezondheid. Het observeren van jonge duiven is uiterst belangrijk. Als je ziet er iets aan mankeert is het belangrijk dat je ook weet wat je er aan moet doen. Volgens mij kan alleen de liefhebber zelf zien dat er iets niet in orde is omdat hij elke dag zeker twee keer op de hokken is. Je kunt met jonge duiven naar de veearts gaan maar in de eerste plaats kent hij de duiven niet en in de tweede plaats kent hij ook hun gedragingen niet en dat is nu net waar het om gaat. Slechte (ochtend) mest is iets wat elke liefhebber in een oogopslag moet kunnen zien, dat geldt ook voor opgezette oortjes, smerige neusjes, kopkrabben, geen glanzende pluimen, stilstaan in de rui, slecht trainen en traag eten. Als dat soort zaken bij uw jonge duiven voor komt is er iets niet in orde. Schrijf die symptomen op en overhandig ze aan de veearts. Hij kan zeker iets met die aantekeningen doen. Als de veearts met een bezoek wordt vereerd neem dan voor alle zekerheid ook enkele duiven mee. Bij zo een eerste bezoek kan met een eenvoudige controle al direct de meest voorkomende ziekte geconstateerd worden. Oudere liefhebbers zien vaak zelf wat er aan mankeert, zij hebben voor die meest voorkomende ziektes de medicijnen altijd in huis en kunnen dus direct ingrijpen. Er zijn ook liefhebbers die zelf een microscoop hebben en daarmee allerlei onderzoeken doen. Dat gaat mij te ver, we moeten niet denken dat we de taak van de duivendokter over kunnen nemen. Als de duiven tijdens de dagelijkse training tonen dat ze een zeer goede conditie hebben kun je er met een gerust hart mee gaan rijden. Zelf geef ik de voorkeur aan rijden voordat de officiŽle vluchten beginnen. Liefst ga ik twee weken voor de eerste vlucht alle dagen op weg en nooit verder dan 40 km. Ik doe dat om ze vertrouwd te maken met de mand en om te leren dat zodra de mand open gaat zij er direct uit moeten vliegen. In het begin moet je ze er uit jagen doch na enkele keren zijn ze dat gewend. In het begin is de baas veel eerder thuis dan de duiven maar dat duurt nooit lang. Zodra de jonge duiven vlot naar huis komen zijn er diverse liefhebbers die dan beginnen om ze een voor een los te laten. Ik heb dat nooit gedaan, heb er geen geduld voor. Van andere vooraanstaande liefhebbers weet ik dat het helemaal niets toevoegt. Zodra de vluchten zijn begonnen ga ik beslist niet meer zelf met de duiven rijden. Ik houd van regelmaat en rust, dat zijn twee ingrediŽnten waardoor vooral jonge duiven in een goede vliegconditie komen. Goed spelen met jonge duiven heeft ook met de sfeer in het hok te maken. Het mag gerust een beetje rommelig zijn met enkele donkere plekjes waar de verliefde paartjes zich terug kunnen trekken. Goede successen worden veelal behaald door duiven die pas enkele dagen verliefd zijn op elkaar. Om dat soort zaken aan te moedigen zet ik in deze tijd van het jaar enkele oude duivinnen in het hok. De jonge doffers komen nog dezelfde dag in actie en alle andere hokgenoten volgen snel. Met al die verliefde paartjes doet zich de mogelijkheid voor de jongen “op de deur” te spelen. Je hebt daar wel twee afdelingen voor nodig, een voor de mannen en een voor het vrouwelijk schoon. Op de dag van inkorven kun je ze de hele dag bij elkaar laten, een beetje nestmateriaal op de grond doet soms wonderen, het verbeterd de motivatie en elke week zijn er wel enkele jonge duiven die de baas met dit systeem verrassen. Mijn ervaring is dat dit betere successen oplevert dan de jonge duiven op nest te spelen met eieren of kleine jongen in de schotel. Er zijn echter jonge duivenspecialisten die elke week ongelooflijke uitslagen maken. Dat heeft niets met bijlichten, verduisteren, pennen trekken of weduwschap te maken. Zij werken met een uitgekiende voeding plus voedingssupplementen (wat dat ook moge zijn), ze hebben een fantastisch systeem om de duiven super gezond te houden. Er zijn er die half september nog met duiven spelen die voor de volle 100% in de veren zitten. De tijd dat iedereen met de jonge duiven prijs kon spelen is al lang voorbij. Het zijn de specialisten die ons wekelijks de das om doen. Het gekke is dat die mensen ook net als wij met de verschillende kinderziektes te maken hebben. Als je echter enkele weken voor de vluchten een methode hebt om de duiven voor de eerste vlucht er weer uit zien te laten zien als om door een ringetje te halen dan is het een feest om met jonge duiven te spelen. In de meeste gevallen is het spel met de jonge duiven niet echt leuk meer. Er blijven (te) veel duiven weg, het ontmoedigd vooral de oudere liefhebbers die meestal met heel weinig duiven spelen. Kijk naar degene die goed spelen, zij doen dat meestal met een flink aantal duiven. Op die manier kunnen ze tegen een stootje en hebben aan het einde van het jaar voldoende duiven om een strenge selectie te maken. Anderen zijn vaak genoodzaakt al hun jonge duiven te houden omdat ze er maar zo weinig hebben overgehouden. Zelf houd ik er van om jaarlijks 50% jaarlingen aan te vullen, als dat niet mogelijk is wreekt zich dat een jaar later en op die manier blijf je achter de feiten aan hollen. Prestaties van jonge duiven zijn bij mij niet van het grootste belang om een duif te laten overwinteren. De duif op zich is voor mij het belangrijkste. De afstamming is bij mij altijd goed omdat ik alleen kweek uit duiven waarvan de voorouders ook goed gepresteerd hebben. De mooie stamkaart zegt me helemaal niets, hoe mooier de kaart, hoe mooier de verhalen en aangezien deze man al lang niet meer in sprookjes geloofd heb ik geen interesse in “papieren” duiven. De uitslaglijsten zeggen mij veel meer. Ik houd van goed gebouwde duiven, als de afstamming in orde is zullen dat soort duiven de baas bijna nooit teleurstellen. Dit jaar ben ik op de vluchten geen enkele jonge duif verspeeld, teken dat ze gezond zijn. Tot nog toe beleef ik iedere week erg veel plezier aan mijn jonge duiven, ze komen goed en hebben er voor gezorgd dat de baas met de besten mee draait voor de kampioenschappen. Met 23 jonge duiven kun je zelfs heel goed meespelen, je moet dan het geluk hebben dat zich geen rampvlucht voordoet want dan ben je gelijk vleugellam. Het oude duiven seizoen heb ik niet afgemaakt omdat ik de duiven niet kreeg zoals ze moeten zijn terwijl ze een jaar eerder hebben bewezen dat ze uit het goede hout gesneden zijn. De jongen zorgen er voor dat de baas momenteel weer volop plezier beleefd aan zijn geliefde duivenspelletje.

OP WEG NAAR RIO DE JANAIRO EN BRUSSEL
Begin augustus komt de hele sportwereld bij elkaar in BraziliŽ. Dan beginnen in Rio de Janeiro de Olympische spelen, het hoogst haalbare voor iedere sporter. Ik kijk er nu al naar uit en ben benieuwd welke records er weer gaan sneuvelen. Misschien zijn onze Russische sportvrienden er niet bij. Naar wat ik er van begrepen heb is het eigen schuld dikke bult. De Russische overheid zou voor de voorafgaande Spelen een eigen dopingprogramma hebben bekend gemaakt en als dat waar is en als het een dezer dagen voor de volle 100% wordt bewezen dan mogen de Russen niet meedoen. Erg jammer voor al die sporters die “schoon” zijn. Vier jaar trainingsarbeid voor niets. Zo is het ook gesteld met al die atleten die het “net” niet gehaald hebben. Soms haalden zij de limieten niet op tientallen van een seconde. De wetten zijn streng maar daarvoor zijn het ook de Olympische Spelen. Dat we gaan genieten van topsport is nu al zeker. Hopelijk worden het een paar probleemloze weken in Brasil in alle opzichten. Schone sport, daar houden we toch allemaal van. Wij duivenliefhebbers zijn ook al bijna twee seizoenen bezig om over een half jaar in aanmerking te komen voor deelname aan de 35e Olympiade die op 27-28-29 januari 2017 in Brussel door de KBDB en FCI wordt georganiseerd. De voorwaarden voor deelname zijn bekend. In de sportklasse gaat het om de volgende categorieŽn:
A – 100-400 km – 10 prijzen 1:5 – 1300 km
B – 300-600 km – 8 prijzen 1:5 – 2800 km
C – boven 500 km – 6 prijzen 1:5 – 3500 km
D – Allround - 11 prijzen – 1-5, samen te stellen uit:
100-400 km 3-5 pr; 300-600 km 2-6 pr; boven 500 km 1-3 pr. Met een totaal van 3500 km.
E – Marathon – vanaf 700 km 4 prijzen in twee jaar.
Toen ik dit las ben ik onmiddellijk met al mijn vluchtgegevens mijn hok ingestapt en kwam al snel tot de conclusie dat er dit keer zeker geen deelname aan de Olympiade voor mij in zit. Het seizoen was er ook niet naar. Dit heeft niets met het slechte weer te maken maar aan de duiven die niet voldeden aan de verwachtingen en dan kun je deelname aan het allerhoogste sportgebeuren op je buik schrijven. Of ik wel naar de Olympiade toe ga, ik weet het nog niet. De toestand in de wereld heeft daar zeker mee te maken echter nog meer mijn lichamelijke gesteldheid. Bijna nooit sloeg ik een Olympiade over maar nu gaan de jaren gaan meetellen. Ik heb jaren gehad dat ik dacht dat ik nooit zou veranderen, altijd even gedreven en enthousiast en nu merk ik dat ik een oud mannetje begin te worden. Het is een mooie en onvergetelijke tijd geweest. Wat altijd jammer is dat de beste duiven van de wereld op de Olympiade te weinig aandacht krijgen. De media zou hier veel meer op moeten inspringen. Het is een super reclame voor onze sport die best wat extra publiciteit kan gebruiken. Als iemand toevallig met zijn 45e getekende een nationaal concours wint staan de duivenkranten er vol van. Soms niet eens met een uitgediepte reportage waarin we kunnen lezen hoe de duif is voorbereid om tot zo een prestatie te komen. Het is alleen bla, bla verhaaltje met chocoladeletters grote koppen. Leuk voor de liefhebber maar nog leuker voor de commercie die aan de handel vaak meer verdienen dan de eigenaar van de duif.

WAAR IS DAT VOOR NODIG
Jarenlang was er in Nederland een vliegprogramma waar iedereen aan meedeed. Er was een nationaal concours uit St. Vincent (gemiddelde afstand duizend kilometer) voor oude duiven en er was een nationaal concours uit Orleans (gemiddelde afstand 500 km) voor jonge duiven. Verder bestond het vliegprogramma uit 4 snelheidsvluchten, 4 halve fond vluchten, 3 eendaagse fond vluchten en Bordeaux als meerdaagse fond vlucht. Verder waren er 5 vluchten voor de jonge duiven. Dat was het en iedereen was er tevreden mee. Bordeaux was de laatste vlucht voor oude duiven en werd ook wel de “opruim vlucht” genoemd. De meeste duiven die meededen streden voor hun laatste kans en de winnende duif werd opeens goed genoeg bevonden voor een plaats in het kweekhok. Het gekke was dat die vlucht nimmer door een gekende fond speler werd gewonnen. De uitslag was altijd heel verrassend. Specialisten waren er niet, daar had nog nooit iemand van gehoord. Aan een dergelijk vliegprogramma kon iedereen meedoen. Duivensport was een hobby voor de werkende man die bij zijn baas door het maken van “overuren” wat extra geld verdiende waarmee hij zijn simpele hobby kon betalen. Er werd, niet door iedereen, gegokt op de duiven want daarmee kon je wel eens een bedrag van 25 gulden verdienen. Dat was een mooie opsteker om de kosten van de hobby zo laag mogelijk te houden. Het gokken ging om kleine bedragen, er werd meer gestreden om de eer. Een eerste prijs winnen was voor de meeste liefhebbers gelijk een etappe overwinning in de Tour. Daar werd over gesproken en ook de dagbladen besteedde er volop aandacht aan. Waar is de tijd gebleven dat er elke dinsdag meer dan een halve pagina duivennieuws in de krant stond. Met de terugloop van het aantal leden zijn de dagbladen ook niet meer geÔnteresseerd in onze sport. Nu zijn we aangewezen op de duiven magazines maar daar bereiken we alleen de liefhebbers mee en niet de leek of degene die misschien ook wel duiven wil gaan houden en zo zakken we steeds verder het moeras in.

MOEILIJKE ORGANISATIE
In Nederland hebben we net als alle andere landen voor alle takken van sport een nationale bond. In de meeste gevallen bepaald het nationale bestuur het beleid waarin een aantal vaste regels. In Nederland is het helaas zo dat de 12 afdelingen die wij hebben ieder voor zich een grote vinger in de pap hebben. Het bestuur moet uitvoeren wat de afdelingen willen en dan is het moeilijk besturen. Verder is er door de specialisatie voor elk onderdeel binnen de duivensport de mogelijkheid dat spelletje te spelen wat je graag wilt. Op zich een heel goed idee. Men heeft er echter onvoldoende rekening mee gehouden dat het aantal leden door de vergrijzing met rasse schreden is terug gelopen. Er zijn nu eigenlijk te weinig deelnemers aan de grote verscheidenheid van concoursen. Het is allemaal te veel en te duur geworden. Kleine liefhebbers hebben geen spelplezier meer als ze het op moeten nemen tegen mannen die met grote aantallen aan de start komen. Die mensen doen niets fout, in Nederland mag je zoveel duiven inzetten als je wilt. Het is echter voor veel mensen onverteerbaar om het met 10 duiven op te moeten nemen tegen soms wel 100, 200 of nog meer. Daar is iets op gevonden. Om voor een kampioenschap in aanmerking te komen tellen de eerste 25 getekende duiven. Dat is pas eerlijk zou je denken. Vergeet echter niet dat iemand met 150 duiven elke week gemakkelijker met 25 duiven mee kan doen dan iemand met 50 duiven. De grote liefhebbers hebben elke week de mogelijkheid om meerdere duiven “in te vliegen” die op elk moment ingezet kunnen worden. De mega liefhebbers lachen om dit systeem omdat binnen de commerciŽle wereld kampioenschappen niets voorstellen, het gaat om mooie uitslagen en vooral voor de buitenlandse kopers is een mooie uitslag er een waarin zoveel mogelijk duiven van dezelfde liefhebber voorkomen. Megahokken hebben geen interesse in een mooie sportbokaal, duivensport is voor hen hun eigen snoepwinkel geworden en met al die zoetigheid hebben zich al vele sportvrienden op een enorme manier verrijkt. Het is hun beroep geworden en binnen zo een simpele sport als de duivensport kan het nooit de bedoeling zijn dat profs tegen amateurs spelen. De gouden jaren van de sportieve duivensport zijn voorbij. Het is nu de commercie die telt. Er zijn veel te veel vluchten en veel te weinig deelnemers. Dat alles is er de oorzaak van dat de kuil die we aan het graven zijn steeds dieper wordt. Zo diep dat de laatsten van ons er in tuimelen. Ik hoop dat ik het helemaal mis heb, maar dan moet er op korte termijn wel heel snel het nodige veranderen. Waar is de tijd gebleven dat we allemaal met een sticker op de achterruit van onze auto reden waarop stond “DUIVENSPORT FIJNE HOBBY!”

BARCELONA WERD EEN KERKHOF
Misschien iets te vroeg gejuicht. De eerste aankomsttijden van deze tweedaagse klassieker deden vermoeden dat het een internationale race werd met een vrij normaal verloop maar dat was bijna onmogelijk. Degene die de weerkaarten goed bestudeerd hadden hielden hun hart vast. Men schrok er van dat de duiven toch op zaterdagmorgen om even na elf uur werden gelost. De winnende duif werd de volgende morgen in Duitsland geklokt en maakte een snelheid, dankzij de neutralisatietijd, van 1250 meter. Een prestatie om u tegen te zeggen, dat wel. Hoe verging het de andere duizenden goed voorbereidde duiven? Halverwege de zondag bleek dat de onverantwoorde lossing uit zou lopen op een catastrofe. Elke vlucht, hoe slecht het verloop ook mag zijn, kent winnaars die uitgebreid in het nieuws komen zeker van een vlucht als Barcelona. Ook kennen dit soort vluchten veel achterblijvers, het is immers geen eenvoudige opgave om dergelijke afstanden te overbruggen. Als de organisatie dan ook nog eens onverantwoordelijk lost kost dat onnodig veel slachtoffers. Duiven die eerder met goed gevolg deelnamen zijn weg, gewoon de dood ingejaagd. Goed getrainde topduiven zijn door de erbarmelijk slechte weersomstandigheden voor hun verdere sportieve carriŤre uitgeschakeld en nog erger vele van hen zijn op het kerkhof achter gebleven. Afschuwelijk! Vreselijk dat een internationale race met zo een goede naam door een stel ondeskundigen is diskrediet wordt gebracht. Wereldwijd wordt nu al met ongeloof, verbazing, afschuw, onvoorstelbaar en nog meer van dat soort kretologie gereageerd. Momenteel is de helft van de duiven nog niet thuis. Ruim 17.000 werden er ingezet dus reken maar uit. Wekenlang heeft iedereen zich druk gemaakt over het slechte verloop van de vluchten. Na een waardeloze winter kwam een nat voorjaar en de zomer heeft tot op heden niet veel gebracht. De duivensport krijgt al zoveel op zijn donder en als er dan ook nog eens een stel onbenullen de mooiste meerdaagse internationale krachtmeting naar de Filistijnen helpt rijst de vraag wanneer er eens wordt ingegrepen. Dit kan toch niet zo door blijven gaan!

WEEKEND MET SPORTIEVE HOOGTEPUNTEN
Als Nederlandse sportliefhebber kan ik me geen mooier sportweekend herinneren. Wat zijn we op een geweldige manier aan onze trekken gekomen. In willekeurige volgorde, de formidabele 2e plaats van ’s werelds jongste autocoureur Max Verstappen (NL) op Silverstone (GB), de overwinning van Tom Dumoulin (NL)in de Koninginnerit van de Tour de France, de gehele dag 35 graden en de koperen ploert hoog aan de hemel, tijdens de laatste klim zware hagel en regenbuien met een temperatuur van 5 graden, in een woord adembenemend. Als voetballiefhebbers kwamen we een aantal weken aan onze trekken tijdens het EK in Frankrijk met als uiteindelijke winnaar Portugal, helaas geen hogeschool voetbal, wel spanning en daar gaat het toch om. Dan het EK atletiek in het Olympisch stadion van Amsterdam waar Nederland op enkele onderdelen met de gouden medaille naar huis ging. Hoogtepunt het goud op de 100 meter voor onze Dafne Schippers, tijdens het WK al de snelste vrouw van de wereld op dit onderdeel. Het enige Nederlandse Nationale concours voor onze duiven werd gehouden vanuit Chateauroux met ruim 44.000 deelnemende duiven, winnaars werden de Noord Nederlandse combinatie D&P Soepboer (772 km). Het meest positieve was dit keer het fraaie zomerweer. Alle vluchten verliepen uitstekend en van achterblijvers was dit keer nauwelijks sprake. Wat kunnen topsport en ook duivensport dan toch geweldig mooi zijn.

EINDELIJK EEN WEEKEND MET ECHT DUIVENWEER
De duivenliefhebbers moeten een heel goed gevoel overgehouden hebben aan het fraaie weekend met uitstekend verlopen vluchten. Mijn zoon Marco sprong een gat in de lucht omdat hij tegen vele duizenden duiven de snelste had van de hele provincie. Ook pa had een goed gevoel ondanks dat dit niet in de uitslag tot uiting kwam. Net als vorige week bleven de duiven minuten lang rondvliegen en zoiets scheelt veel plaatsen in het grote concours. Gelukkig weet de baas dat zijn duiven het nog niet verleerd zijn en tegenslagen zijn er om overwonnen te worden. Veel gerenommeerde liefhebbers leverde dit weekend opvallende prestaties en dat is meestal het geval als het “duivenweer” is. Veel getekende duiven voorop en degene die de echte vliegvorm onder de duiven hadden speelden zeer hoge prijspercentages. Hieruit blijkt maar eens te meer dat duivensport een echte zomersport is

SEIZOEN VOOR DE OUDE DUIVEN ALWEER BIJNA VOORBIJ
Het zijn vooral de eendaagse fond vluchten die nog op het programma staan. In mijn regio spelen we dit weekend de laatste halve fond vlucht voor de oude duiven en daarna zijn de snelheidsspelers klaar met hun spelletje. Sommige van hen houden de duiven op weduwschap tot half september zodat zij ook de laatste 5 vluchten voor oude en jonge duiven nog op weduwschap kunnen spelen. Voorheen werden de oude duiven speciaal gekoppeld voor die laatste 5 vluchten van het seizoen nu komt het steeds meer voor dat men de duiven op weduwschap houd. Zij die tot half september mee willen doen om de grote prijzen zullen de duiven van ’s morgens vroeg tot ‘s avonds laat “bijlichten” om te voorkomen dat er pennen gaan vallen want de natuur regelt dat en wij doen er alles aan om de natuur tegen te werken. We hebben er veel voor over om uit te blinken. Soms wel eens te veel!

BARCELONA EEN ECHTE TWEEDAAGSE FONDKLASSIEKER.
Nadat de duiven bijna 5 dagen en nachten op reis waren klonk zaterdagmorgen om 11.15 uur het startschot in de Catalaanse hoofdstad voor deze jaarlijkse Internationale race. Een risicovolle lossing want wie de weerkaarten heeft bekeken heeft voornamelijk regen en onweer gezien. Langer wachten kost waarschijnlijk te veel geld en daarom moesten de 17.732 duiven er uit. De snelste van het hele gezelschap bleek een Duitse duif te zijn die een winnende snelheid maakte van 1250 meter per minuut. Bij de eerste tien Internationale meldingen 2 duiven uit Duitsland, 4 uit BelgiŽ, 2 uit Frankrijk en 2 uit Nederland. Dit zijn dus niet de eerste tien in de Int. uitslag. De Nationale winnaar van Nederland woont in het Zeeuwse Yerseke en is eigendom van Hans en John Lindenberg. De duif werd zondagmorgen om 9.14 uur geklokt. Verder weer een perfecte prestatie van Jelle Jellema (NL) die nationaal tegen 5.244 duiven 3-10-18-37 (12 mee) wint. Daarvoor won hij van Barcelona al eens 1 en 2 Nationaal. Met een winnende internationale snelheid van 1250 meter per minuut zou je in eerste instantie denken dat Barcelona 2016 een gemakkelijke vlucht is geworden. Maar laten we ons niet vergissen, een vlucht met een gemiddelde afstand van 1100 km kan nooit erg gemakkelijk zijn want om zo een grote afstand met goed gevolg te overbruggen moet je echte krachtpatsers met de vorm van de dag hebben. Alle waardering dus voor de duiven die dit jaar een hoofdrol hebben gespeeld. Voor mij als niet fond speler is er altijd de vraag; hebben de vroegste duiven doorgevlogen of hebben alle deelnemende duiven ergens op een dak overnacht? Door het steeds groter wordende aantal nachtelijke aankomsten weet je nooit welke vroege duiven wel of niet hebben doorgevlogen. De geldende internationale neutralisatietijd geeft nog steeds geen garantie dat de deelnemende duiven in die tijd ook inderdaad niet gevlogen hebben. Om een uitslag te maken die het dichtst de waarheid benadert, ik weet niet hoe ik het anders moet zeggen, zal iedereen zich bij de neutralisatietijd moeten neerleggen. In Nederland kennen we dit systeem niet meer. Zodra er een duif in de nachtelijke uren arriveert begint de concoursduur weer te tellen en verval de neutralisatietijd. Dat lijkt mij toch meer de juistheid van een dergelijke uitslag te benaderen. Komende wintermaanden zal er zeker tijdens de Olympiade op het FCI congres weer over gesproken worden.

DE ZOMER IS ER MAAR NIET WAT HET WEER BETREFT
Nu ik dit artikel schrijf zit ik met een natte neus achter de computer wat wel eens kan betekenen dat er een zomergriep zit aan te komen. Het voorbije weekend zijn in Nederland de wedstrijden goed verlopen, prachtig helder weer met een zonnetje, echter onderweg hadden de meeste duiven toch last van een regenbui maar daar moeten ze tegen kunnen. Het Hollandse weer kan in deze tijd van het jaar prachtig zijn maar bij alles wat we buiten organiseren zullen we een tent moeten opzetten want je weet maar nooit! Met de oude duiven is het bij mij gedaan. Ik krijg ze met geen mogelijkheid op gang, ze eten nog steeds onvoldoende waardoor ze geen reserves kunnen opbouwen. Voorbije weekend had ik er 10 mee op bijna 400 km en mijn eerste duif arriveerde pas 20 minuten na de winnaar. Gelukkig heb ik dat bijna nooit meegemaakt. De jonge duiven doen het wel heel goed, vorige week 1-2-3-4 en nu 9-10-11-12. De eerste duif die arriveerde liet me in zijn hemd staan. Na diverse ererondes rondom het hok kwam ze na ruim 3 minuten binnen en daarmee verspeelde ze de eerste prijs. Mooi verhaal, maar de tijd die de klok aangeeft telt. Alle duiven waren mooi op tijd thuis dus het komende weekend kunnen ze alle 24 weer mee.

HET EUROPEES KAMPIOENSCHAP VOETBAL EN DE 103e TOUR DE FRANCE.
Wat een geweldige sportevenementen en wat een verassingen. Rusland, Engeland en ItaliŽ naar huis. IJsland heeft naam gemaakt, Wales is aan een super toernooi bezig en Portugal is een “lucky” team door zonder een overwinning toch in de halve finale te komen. Duitsland, Wales, Portugal en het organiserende Frankrijk gaan de komende dagen uitmaken wie zich Europees kampioen mag noemen. Als ik ergens mijn geld op moest zetten zou ik dat doen op Duitsland, toch hoop ik dat een underdog wint. Dus Wales zet ‘m op!
De Tour is nog maar net begonnen, Cavendish heeft al twee overwinningen op zak en favoriet Contador heeft al twee keer een lelijke smakker gemaakt. Froome blijft de grootste favoriet en de clown van het peloton is wereldkampioen Sagan die momenteel in het geel rijdt en nog wel eens voor hele leuke verrassingen kan gaan zorgen. De weg naar Parijs is nog erg lang.

JONGE DUIVEN EN DE RUI
Het is half juli, mijn kweekduiven staan nog op 5 oude pennen, de oude vliegduiven hebben pas hun eerste of tweede pen gegooid. Ik heb ze niet verduisterd omdat ik toch geen plannen heb de eendaagse fond mee te spelen. De jonge duiven zijn verduisterd tot en met de eerste week juni en toch waren er enkele die een of twee pennen gegooid hadden. De laatste dagen vind ik vrij veel pennen in het jonge duiven hok. Ik dacht dat het meeviel totdat ik de kleine broedhokjes een extra schoonmaakbeurt gaf. Achter de nestschalen vond ik diverse pennen waardoor ik direct een aantal duiven ben gaan bekijken. Ogenschijnlijk zien ze er perfect uit, geen veertje verkeerd want ze hebben door het verduisteren prima geruid. Hoe het gaat aflopen met de pennenstand moet ik afwachten, ik ga zeker niet bijlichten en zoals het er nu uitziet speel ik ook niet door tot half september. Dit jaar dus een vrij kort sportjaar dat niet gebracht heeft wat ik er van verwachtte. Mijn hoop is nu gevestigd op de jonge duiven die het tot op heden voortreffelijk doen.


ZIJN HARDLOPERS DOODLOPERS?
Hier wordt bedoeld dat het waarschijnlijk beter is om kalm aan te beginnen in plaats van vol gas uit de startblokken te komen. Ik reageer dan meestal met te zeggen; ik heb liever dat de meute achter mij aan moet dan dat ik achterstand moet goed maken. In de praktijk valt het allemaal wel mee. Als de jonge duiven direct de juiste vorm te pakken hebben komen ze snel naar huis. Mijn oude duiven seizoen is gewoonweg slecht verlopen. Tot nog toe heb ik niemand kunnen ontdekken die mij raad heeft kunnen geven. Al een aantal weken hebben ze totaal geen eetlust en elke keer denk ik dat ze uit het dal kruipen en elke keer wordt ik opnieuw teleurgesteld. Mijn mening is dat een duif altijd eetlust moet hebben en de baas kan daar veel aan doen. Met mijn 70 jarige ervaring denk ik dat ik mag zeggen dat ik echt wel weet hoe ik duiven moet voeren maar wat ik dit jaar meemaak heb ik niet eerder meegemaakt. Het zou herpesvirus kunnen zijn en daar blijken geen medicijnen voor te zijn. Baytril is mogelijk het beste dat je kunt geven doch dat is een sterk antibiotica en daar ben ik geen voorstander van. Nood breekt echter wetten dus ik heb dat zes dagen gegeven. Het leek er op dat ze er van opknapten maar het is niet geworden wat ik gehoopt had. Een aantal weken heb ik ze niet gespeeld en ik wil zo graag. Met de voorbereidingen voor het jonge duivenseizoen heb ik ook elke keer de oude duiven meegenomen. Het zijn steeds korte afstanden geweest die niet langer waren dan 35 km en daar lijdt geen duif van. Ik wil er voor het komende weekend 10 uitzoeken om ze op een afstand van 390 km te spelen. Twee weken later is er nog zo een vlucht met dezelfde afstand en als ze het dit weekend goed doen mogen ze daar ook nog een keer op mee. Inmiddels hebben we ook de eerste vlucht van 120 km voor jonge duiven gehad en die van mij deden het meer dan voortreffelijk. In de club tegen een kleine 400 duiven werd het 1-2-3-4-6, in het rayon tegen 2141 duiven werd het 2-3-4-5 en provinciaal tegen ruim 14.000 duiven waren er maar twee duiven sneller en finishten de Brassen als 3-4-5-6. Na zo een matig oude duiven seizoen is dit een droomstart. Of ze dergelijke prestaties elke week zullen realiseren dat geloof ik niet maar als de vorm optimaal is kan het zo maar een aantal weken genieten worden. Ik hoop dat het gezegde “hardlopers zijn doodlopers” niet voor mij geld.

HET KAN ZO MAAR FOUT GAAN
Een zestal keren heeft mijn vrouw de jonge duiven weggebracht (zelf mag ik geen auto meer rijden) en dat is iedere keer prima verlopen. De laatste keer werden op dezelfde dag de duiven van de club eveneens weggebracht helaas waren die te laat vertrokken. De bewolking werd steeds heviger en dikker, niet ideaal dus om jonge duiven weg te brengen voor een trainingsvlucht. Toen mijn vrouw het erf op reed arriveerden gelijktijdig met haar al mijn jonge duiven. Die van de club zijn die dag niet losgelaten omdat de begeleiders het weer niet vertrouwden. Toen ik dat tegen mij vrouw vertelde was haar antwoord; je hebt toch gezegd dat ik ze daar en daar los moest laten, nou dat heb ik gedaan. Gelukkig is het voor mij prima verlopen. De duiven van de club kwamen terug en zouden de volgende dag weer weggebracht worden. De boxen werd in het lokaal gezet en de duiven kregen eten en drinken. Opvallend was dat veel jonge duiven dronken omdat dat meestal een probleem is. In de drinkbakken waren wat zonnepitten gestrooid, die blijven drijven en als de duiven die op willen pikken voelen ze ook meteen dat er water in de bakjes zit. Die zelfde morgen heeft mijn zoon zijn en mijn duiven naar de club gebracht. Er waren nog een drietal liefhebbers die de dag er voor niet hadden meegedaan en nu wel. En nu komt het, de duiven die een nacht in de mand hadden gezeten arriveerden op de kortste afstanden om ongeveer kwart over elf. Drie uur later had ik er nog geen een, Marco had er drie en de andere liefhebbers die voor het eerst met de club mee waren kregen bijna geen duif thuis. De duiven die een nacht in de mand hadden gezeten waren op een enkeling na in een record tijd thuis. Of alle snelle aankomsttijden echt waar zijn weet ik niet. U weet net zo goed als ik dat er bij trainingsvluchten vaak aankomsttijden worden genoemd terwijl de duiven op dat tijdstip niet eens los waren. Ik noem dat de winterkampioenen, ’s winters aan de bar hebben ze het hoogste woord, met de trainingsvluchten krijgen ze de duiven op tijden thuis die bijna onmogelijk zijn en als het er echt om gaat zijn ze nergens. Het zijn de mannen die alles van de sport weten, alleen hebben ze de pech dat ze in de verkeerde hoek wonen, zij wonen altijd ongunstig en ze vinden het geen stijl dat anderen met soms wel 25 duiven meedoen en zij zelf hebben er maar 10. Ook die hebben we in de duiven sport nodig.

ZO LANG JE NOG GEEN DERDE VAN DE JONGE DUIVEN KWIJT BENT HEB JE NIETS TE MOPPEREN
Eerst spelen en dan maar zien waar het schip strand. Speel wel met gezonde duiven want anders raak je meer dan 50% kwijt en daarvoor hebben we ze niet gekweekt. Van die slechte oefenvlucht was ik er ’s avonds nog 12 kwijt en dan kun je niet zo gemakkelijk in slaap komen, althans ik niet. De volgende dag zijn er nog 7 doorgekomen, dus 5 weg. Van de eerder gedane trainingsvluchten was ik er 2 kwijt en 2 dood door adeno denk ik. Nu heb ik er nog 24 van de 33 en daarvan heb ik er op de eerste vlucht 19 meegegeven, de andere 5 hadden te veel geleden van de zware training, sommige kwamen pas aan het einde van de dag thuis en anderen zelfs de volgende dag. Er waren er bij die op die dag zeker 500 km hebben gevlogen en die raak je niet zo gauw meer kwijt. Als je dan na zo een rampzalige vlucht zo een geweldige seizoenstart maakt krijgt een man van bijna 80 jaar toch weer een gelukkig gevoel in het oude lijf.
BARCELONA EEN MONUMENT IN DE INTERNATIONALE DUIVENSPORT.
Het komende weekend is het weer zo ver. Als de weergoden mee willen werken worden vrijdag 1 juli de werkpaarden van het luchtruim aan de Spaanse Costabrava gelost voor een race van meer dan duizend kilometer. Wie gaat dit jaar internationale roem vergaren? Tot dusver hebben de marathon duiven het niet cadeau gekregen en dat krijgen ze ook niet van Barcelona want het is een zware bergetappe. De zwaarste en hopelijk de mooiste koers van het jaar. Jammer dat elk jaar het aantal deelnemende duiven met rasse schreden naar beneden gaat. Toch blijft het de meest aansprekende loodzware klassieker. Ben benieuwd of er een outsider met de bloemen aan de haal gaat. Iedereen veel succes!

EVEN IETS RECHT ZETTEN
De laatste keer had ik het over de neutralisatietijd en hetgeen ik vertelde klopt niet helemaal. Kun je zien dat ik geen echte fond man ben. In Nederland is de neutralisatietijd zo geregeld dat zodra er een duif in de nachtelijke uren arriveert begint vanaf dat moment het concours weer en zo kan het gebeuren dat iemand in Nederland de eerste nationaal wint terwijl het mogelijk is dat een Nederlandse liefhebber die veel later klokt zelfs internationaal de winnaar kan zijn. Internationaal staat het concours een van te voren bepaald aantal uren (neutralisatietijd) stil.

MISSCHIEN WEL IETS TE VEEL VAN HET GOEDE
Nu ik deze column schrijf hebben we de langste dag van het jaar alweer te pakken. Vandaag 21 juni begint de zomer. Wij hebben er hier nog weinig van kunnen merken, van lenteweer hebben we bijna niets meegekregen en dat kunnen van die heerlijke dagen zijn. Van het frisse groen, de bloemenpracht en het nieuwe jonge leven genieten we nu nog alle dagen het enige dat we daarbij missen zijn de aangename temperaturen en de zon. Regen hebben we des te meer gehad en omdat onze duiven geen eenden zijn hebben wij duivenliefhebbers meer behoefte aan zon dan aan regen. Dat laatste is er de oorzaak van dat er tot op heden veel onregelmatige vluchten geweest zijn. Weinig zaterdagen was de temperatuur zodanig dat het een genoegen was om in de tuin de duiven op te wachten. Bijna niet een keer konden de duiven in de vroege ochtend gelost worden en het is meerdere keren voorgekomen dat de vluchten werden uitgesteld of zelfs helemaal afgelast moesten worden. Hopelijk is de zomer ons goed gezind zodat we straks kunnen spreken van een prima fond en jonge duiven seizoen. De fond mannen komen momenteel volop aan hun trekken . Ieder weekend wel een of meerdere vluchten van meer dan 800 km. Het voorbije weekend stond internationaal Pau en nationaal St. Vincent (voor mij meer dan 1.000 km) op het programma en dat is voor de kleinere liefhebbers denkelijk iets te veel van het goede. De duiven voor Pau gingen op maandag de mand in en konden de zondag daarna er pas uit. De snelste duiven arriveerden in de neutralisatietijd en dat is het vervelendste wat je kunt meemaken. Het concours staat dan “stil”. De snelheden van de duiven worden uitgerekend vanaf het moment dat de neutralisatietijd is opgeheven. Wanneer er een duif in het middernachtelijk uur arriveert (dat komt steeds meer voor) en de neutralisatietijd s ’morgens om 5 uur voorbij is, gaat pas dan de vliegtijd weer in. Daardoor kan het voorkomen dat iemand die in Amsterdam woont en om 01.35 uur klokt het verliest van iemand die 80 km verder woont en pas om 03.59 uur klokt. Zoiets is bijna onverteerbaar maar er is niets aan te doen omdat het reglement nu eenmaal zo luidt. Veel is er al te doen geweest om de neutralisatietijd te wijzigen of zelfs te laten vervallen. Men is er echter nog steeds niet uit terwijl de nachtelijke aankomsten op de meerdaagse fond vluchten steeds meer voorkomen. Vooral in deze tijd van het jaar worden nachtelijke aankomsten steeds normaler. Vanaf half juni t/m juli zijn de nachten nooit helemaal donker. De straatverlichting is daar mede de oorzaak van. Vroeger brandde er in elk dorp een of twee lantaarnpalen, tegenwoordig is zelfs het kleinste dorp helemaal verlicht. Degene die ’s nachts vanuit het vliegtuig naar beneden kijken kunnen dat zeker beamen. Als dan ook de wind nog uit zuidelijke richting waait zijn veel duiven nog niet echt moe zodat ze de tocht naar huis ook ’s nachts voortzetten.

OVERLADEN PROGRAMMA
24 juni Agen – Cahors (957 km) – Vierzon; 1 juli Int. Barcelona (1200 km); 8 juli St.Vincent (1.000 km) -Chteauroux – Albi; 15 juli Marseille (1094 km) – Mont de Marsan (1032 km); 23juli Narbonne – Vierson; 29 juli Perpignan (1085 km) – Cahors (957 km); 5 augustus Bergerac (905 km) – Argenton (700 km). Niemand is verplicht om aan al die vluchten deel te nemen. Maar….. als je fond speler bent wil je graag aan zoveel mogelijk vluchten meedoen. De vraag is; hoeveel duiven moet je daarvoor op je hok hebben. Uit de hoek van de fond spelers hoor ik over dit programma weinig of geen negatieve opmerkingen het zal dus wel goed zijn. Als vitesse speler ben ik er zelfs jaloers op, ik zou graag zo een uitgebreid vliegprogramma voor de snelheidsvluchten hebben. De snelheidsspelers zijn echter heel andere mensen, zij zijn veel fanatieker en houden er over het algemeen een heel andere mening op na. Het komende weekend beginnen de snelheidsspelers aan een hopelijk mooie serie van acht jonge duiven vluchten. Voorlopig dus volop spelplezier op elk niveau voor alle liefhebbers die de duiven goed in orde hebben, want al heb je nog zulke cracks onder de pannen ze moeten de juiste vliegconditie hebben anders maak je geen kans op een vroege klassering.

VASTEN
Het is vastentijd, minder eten op bepaalde tijden daar verzwakt mens en dier niet van. Het kan in sommige gevallen zelfs heel goed zijn, zeker voor duiven waar de “gang” uit is. In het verleden zijn er al verschillende proeven genomen met duiven die slecht presteerden. Het beste resultaat werd behaald als de duiven eens een drietal dagen bijna geen eten kregen. Daardoor verdwijnen alle giftige stoffen uit het lichaam. Tegenwoordig zijn er grote hoeveelheid middelen op de markt die in allerlei opzichten goed zijn om de duiven gezonder te maken, met ander woorden ze gaan er harder van vliegen. Al die middelen zijn commerciŽle middelen waaraan veel geld wordt verdiend en dat is op zich niet zo erg als het maar helpt. Er zijn echter ook methodes die geen geld kosten en zelfs een veel beter resultaat geven. We leven in een tijd van medicatie en als die medicatie alleen gebruikt zou worden waarvoor het is uitgevonden zou dat prima zijn zeker als men zich aan de voorschriften houd. Helaas zijn er nog steeds vele onnozele liefhebbers die denken dat ze met medicatie (en dan liever nog wat meer verstrekken dan staat aangegeven) beter gaan presteren. Neem van mij aan dat duiven die met de regelmaat van de klok medicijnen krijgen toegediend er alleen maar slechter van worden. Medicijnen voor een korte duur kunnen heel goed werken, worden ze op steeds langere termijn verstrekt dan werkt het eerder als vergif. Tegenwoordig gaan veel liefhebbers er vanuit dat de duiven veel reserves moeten hebben zelfs op de snelheidsvluchten, ik ga er van uit dat dit niet noodzakelijk is. Snelheidsduiven moeten van korte afstanden snel naar huis komen en dat doen ze niet als ze te zwaar of te vet zijn. Te zware duiven oriŽnteren zich ook minder snel waardoor ze niet meedoen voor de kopprijzen. Bij thuiskomst van een lastige vlucht heeft een duif aan een ding behoefte en dat is water en daarnaast willen ze graag een beetje grit oppikken. Aan voer hebben ze geen behoefte wel aan een beetje rust. De natuur heeft er voor gezorgd dat bij een duif eerst de giftige stoffen uit het lichaam moeten verdwijnen en dat gebeurt gemakkelijker wanneer ze bij thuiskomst weinig of geen voer krijgen. Bij mij krijgen ze een “snufje” snoepzaad en meer niet. Pas aan het begin van de avond als ze al enige uren thuis zijn mogen ze 20 minuten lang eten wat ze willen. Uiteraard heeft een duif voeding nodig om te presteren maar we geven snel te veel. Een gezegde van een oude melker zal ik nooit vergeten; schrijf met grote letters op je voer bus VERGIF want daar geef je snel te veel van en gelijk had hij.

HET BLIJFT GOKKEN
Het weer in Europa is al enige weken totaal van streek en dat wreekt zich op de duivenvluchten. Iedere week grote problemen met de lossingen. Het voorbije weekend hadden de Belgen besloten om hun nationale vlucht een dag eerder te houden. Een goed besluit en gelukkig werd het een uitstekende vlucht maar een vraag die overblijft is; hoeveel werkende liefhebbers zijn teleurgesteld door een lossing op vrijdag of zijn er bijna geen werkende duivenliefhebbers meer? Misschien gaan we steeds meer de kant op van een elitaire sport, dat was het vroeger ook. Pas na de Tweede wereldoorlog werd het bij ons een echte volkssport waar 100.000 liefhebbers wekelijks plezier aan beleefden. Nu we alweer 16 jaar in het nieuwe millennium leven krijgt de duivensport het steeds moelijker. Een absoluut dieptepunt beleefden we op de laatste vlucht (de eerste eendaagse fond vlucht) van iets meer dan 500 km. In het rayon waar ik in speel deden slechts 44 van de ruim 150 leden mee terwijl er nog geen duizend duiven in het concours stonden. Onze duiven werden voor die vlucht een dag later ingezet en een dag later gelost. Achteraf een goede keus want het werd een vlotte vlucht en geen van de werkende liefhebbers werd hierdoor gedupeerd. De categorie die menigmaal de dupe is zijn de vrouwen van de liefhebbers. Hun plannen voor de zondag zijn al diverse keren in duigen gevallen. Dat is het nadeel als je met een duivenmelker getrouwd bent, verder valt het gerust wel mee.

NATIONALE WINNAAR
Vitesse en halve fond spelers hoeven zich totaal niet druk te maken voor een nationale overwinning. Die vluchten kun je niet landelijk spelen, daarvoor zijn de afstanden te kort. Zelfs afstanden van boven de 500 km worden landelijk gezien nog te veel beÔnvloed door de wind. Zo viel mij in BelgiŽ de uitslag op van ene Kurt Platteeuw. Hij speelde met een jaarling de 1e nationaal tegen een totale deelname van ruim 50.000 duiven (29.500 oude en 25.000 jaarlingen). In BelgiŽ spelen de jaarlingen in een apart concours. In Nederland is een jaarling een “oude duif” die gewoon meespeelt tegen alle andere oudere duiven. In BelgiŽ hebben ze ook nog aparte concoursen voor de duivinnen wat wij in Nederland ook niet kennen. Daar spelen alle oude duiven tegen elkaar, doffers of duivinnen maakt niets uit. Vroeger dacht men dat de duivinnen (het zwakke geslacht) niet tegen de weduwnaars op konden, maar niks daarvan ze spelen zelfs beter zeker op de lange duur. Sportief gezien hoort het zo te zijn dat we altijd bewondering hebben voor de winnende duif, of dat in de vereniging, samenspel of in nog groter verband is, winnen is altijd leuk daar doen we het ten slotte allemaal voor. Toch wordt het een ietsje anders als je leest dat de winnaar 190 jaarlingen had ingezet. De meeste liefhebbers hebben nog niet de helft van dat aantal op hun hok. De man in kwestie heeft niets verkeerds gedaan het is in BelgiŽ vrij om zoveel duiven in te zetten als je zelf wilt. Het vervelende is dat de kleine liefhebbers het gevoel hebben dat ze kansloos zijn terwijl ze dat beslist niet zo is. Het blijft een onverteerbare zaak dat er zulke gigantische aantallen door een liefhebber worden ingezet. De kleine echte melkers komen met een geselecteerd aantal duiven aan de start. Zij hebben het beste van het beste op hun hok uitgezocht voor zo een belangrijke nationale vlucht. De mega hokken kijken nergens naar. Ze komen met manden vol duiven aansjouwen en welke getekende duif het eerste komt het zal ze worst zijn. Het gaat hen alleen om een aantal goede klasseringen en die heb je vrij snel als je met zo een gigantisch aantal meedoet. Kleine liefhebbers spelen veel sterker dan de omhoog geschreven kampioenen, jammer dat ze het zelf nog steeds niet door hebben. Ook andere liefhebbers hebben dat niet door omdat ze geen uitslag kunnen lezen, dat is geen kunst maar je moet het wel beheersen. Daarom maken veel liefhebbers in mijn ogen de fout zich blind te staren op het aantal vroege prijzen behaald door een mega hok. Zij zien niet dat een 3e prijs met 5 duiven mee aanzienlijk beter is dan 3-6-8-9-10 met 150 duiven mee. Het is daarom raadzaam versterking bij te halen bij een kleine liefhebber waar elke duif moet presteren om te mogen overwinteren. Veel liefhebbers staren zich blind op allerlei aanbiedingen van grote liefhebbers. Vooral op de internet verkoopsites worden de meest listige verkoopverhalen neergeschreven. Het is zo listig gedaan dat het net geen bedrog is. De mooiste verhalen worden bedacht voor een duif die nog nooit iets heeft gepresteerd en waarvan de ouders ook nog nooit in de mand hebben gezeten. Voor dat soort rommel betaal je een belachelijk hoge prijs terwijl je ze vaak om het hoekje van de deur voor een vriendenprijs mee kunt meenemen.

JONGE DUIVEN GAAN STARTEN
Veel mogelijkheden om de jongen weg te brengen hebben we nog niet gehad en toch gaat het seizoen 25 juni van start. Vooral jonge duiven zijn erg afhankelijk van het weer maar vooral van een optimale gezondheid. Gezondheid is een eerste vereiste voor jonge duiven want als ze niet tip top in orde zijn raak je er te veel kwijt. De meeste liefhebbers spelen het liefst vitesse en halve fond vluchten kijk maar naar de deelname. Toch wordt het aantal deelnemers die met jonge duiven spelen elk jaar wat groter. Het blijkt voor velen iets gemakkelijker om de jonge duiven te motiveren. Hoe meer aandacht je ze geeft en hoe beter ze de baas kennen des te beter zullen ze presteren. Jonge duiven hebben beslist geen zwaar voer nodig. Het beste is dat ze elke dag een beetje hongerig zijn maar dat is wat anders dan honger laten lijden. Ze mogen gerust wat reserves hebben vooral als er vluchten boven de 300 km op het programma staan. Kijk ook elke morgen even naar de mest, die is maatgevend voor een goede gezondheid. Leer de jonge duiven minimaal een uur per dag hun trainingsrondjes rondom het hok te maken. In het begin kunnen we dat leren door de vlag uit te steken. Zodra de vlag wordt binnen gehaald is het etenstijd en dat weten ze gauw genoeg. Als mijn duiven buiten zijn laat ik me nooit zien maar als het etenstijd is ga ik naast de spoetnik staan en zodra ze me zien weten ze dat het etenstijd is en iedereen weet dat een dier alles doet voor zijn dagelijkse portie eten. Om de duiven te motiveren kunnen er een aantal donkere hoekjes in het hok gemaakt worden. Ik laat vlak voor de vluchten een drietal oude duivinnen bij ze, ik zet wat broedhokjes open en op de dag dat ze de mand in gaan gooi ik wat nestmateriaal op de vloer. Ik speel de duiven niet meer gescheiden omdat ik daar momenteel geen hok voor vrij heb. Alle kweekduiven van zoon Marco zitten bij mij en daardoor is pa gedwongen het dit jaar op een andere manier te doen. De jonge duiven trainen en gedragen zich tot volle tevredenheid dus hoop ik dat zij het seizoen voor de baas gaan redden want de oude duiven hebben er niet veel van gebakken. Het ontbreekt hen al vele weken aan eetlust en de oorzaak daarvan heb ik nog steeds niet boven water.

MOEILIJK VOORSPELBAAR
Er zijn jaren geweest dat ik iedere week met mijn duiven naar het lokaal ging, ongeacht de weersomstandigheden ik deed mee. Ik ging er vanuit dat zodra het weer niet goed genoeg was om de duiven te lossen het dan ook niet gebeurde. Of we moesten nog een dag wachten of ze kwamen terug. Weersvoorspellingen en weersverwachtingen, ze bestonden doodeenvoudig (nog) niet. Via de radio hoorde je ’s morgens hoe het weer in Nederland was, er werd geÔnformeerd bij een molenaar (die hadden verstand van het weer) of bij een beroeps visserman. Ook werd regelmatig een bekende zeiler naar zijn mening over de weersgesteldheid gevraagd. Daarnaast werd naar een aantal boeren gebeld om te informeren hoe het weer in hun omgeving was en wat ze er verder van dachten. Daar moesten we het mee doen. Vanwege hun beroep hadden al die mannen een heel goede kijk op het weer. Ze konden aan de wind, de wolken, het gedrag van de koeien en de kleur van het wolkendek zien of er een weersverslechtering aan kwam of dat het mooi constant weer bleef. Natuurlijk ging het wel eens mis, maar sinds we hele dure en ingenieuze computers hebben gaat het veel vaker mis. Er kan bij wijze van spreken ’s morgens nog niet eens verteld worden wat voor weer we ’s middags kunnen verwachten. Om de mensen een optimaal weerbericht voor te geven zijn er verschillende kleurcodes in het leven geroepen die aangeven in welke mate het gaat regenen, stormen, hagelen of nog meer van dat soort narigheid. Bijna iedereen volgt de weersverwachtingen en zeker wij duivenliefhebbers, wij willen weten of het verantwoord is om onze duiven in te zetten. Van de weersvoorspellingen wordt erg veel werk gemaakt. Iedere TV of radio zender heeft zijn eigen weervoorspellers en allemaal hebben ze een ander weerbericht wat aangeeft hoe moeilijk het is. Dan zijn er nog de landelijke weerstations en laten we de luchthavens niet vergeten, want zeker voor hen is het belangrijk wat voor weer het onderweg is. Kapitalen zijn of worden uitgegeven aan de meest geavanceerde apparatuur waarmee de bevolking kan worden ingelicht. Via de mobiele telefoons kun je alle momenten van de dag zien wat voor weer het is of wordt, zelfs voorspellingen op langere termijn zijn op dat minuscule telefoontje af te lezen. Het gaat zelfs zo ver dat je de hele vluchtlijn kunt bekijken. Is dat niet fantastisch? Ja toch! Grote vraag blijft; wat is de zin van al die voorspellingen want het klopt bijna nooit of snappen we het niet?

AFHANKELIJK VAN HET WEER
Zeker de duivensport is enorm afhankelijk van het weer. Een regenbui onderweg is niet zo erg, daardoor krijg je beslist geen wedstrijden met een rampzalig verloop. Het zijn vooral de atmosferische storingen waar met name de jonge duiven erg veel last van hebben. Sinds de start van het duivenseizoen (eerste weekend april) hebben we nog geen normale vlucht gehad. Diverse met harde staartwind, weer anderen met hevige regenval en een paar met flinke storingen. Dit weekend waren de verwachtingen weer abominabel slecht. De Belgen cancelde zelfs hun nationale concours uit Chateauroux. De andere nationale vlucht ging wel door. Op donderdag gingen die duiven de mand in en pas op maandagmorgen konden ze gelost worden. Het werd een regelrechte rampvlucht en daar hebben ze er in BelgiŽ al een paar van achter de rug! De liefhebbers stonden op hun achterste benen want op de inkorf dag ging het al fout. De duiven werden opgehaald door een roestbak van een vrachtwagen die misschien nog net goed genoeg was om afval te vervoeren maar beslist niet geschikt om duiven te vervoeren die notabene aan een belangrijk nationaal concours meededen. Schande dat men zoiets anno 2016 nog kan en laat gebeuren. Gelukkig is het vervoer in Nederland veel beter geregeld. Onze duiven gaan in een rijdend 4 sterrenhotel naar de lossingplaats en het ontbreekt ze onderweg aan niets. Alleen het weer en ondeskundige begeleiders kunnen de oorzaak zijn van een onregelmatig concours. In Nederland hebben we de IWB die aan alle begeleiders het sein geeft of de duiven er wel of niet uit mogen. Voorheen was het zo dat elke begeleider in overleg met het thuisfront kon bepalen wanneer de duiven er uit mochten. Op zich een wat vreemde zaak want elke zaterdagmorgen wordt op de TV aangegeven hoe het weer op de vlieglijn is en welke storingen er voor komen. Verschillende begeleiders trokken zich niets van het lossingadvies aan, dat is nu gelukkig veranderd. Dat wil niet zeggen dat er nu geen onregelmatige vluchten meer kunnen plaats vinden, natuurlijk wel. De natuur regelt alles zelf, wij mensen hebben daar totaal geen invloed op en als de duiven eenmaal de manden hebben verlaten hebben we niets meer in eigen hand. In het algemeen verlopen zeker 80% van de vluchten normaal en op die andere 20% zie je zo maar opeens namen in de top van de uitslag die je anders nooit leest en dat is alleen maar goed voor de sport in zijn totaliteit.

ONBEKENDE ZIEKTE
Ik had dit jaar toch wel grootse plannen met het kleine aantal duiven dat ik de voorbije winter heb aangehouden. Het begin was goed, de duiven deden het naar de zin en deden zelfs mee voor de eerste plaats van het vitesse kampioenschap. In de eerste helft van mei sloeg het noodlot toe. Mijn duiven wilde niet meer eten en van goed trainen was ook geen sprake meer. Ik bracht een bezoek aan dr. Van der Sluijs en daar was het feest. De tafel stond vol met heerlijke gebakjes en ik mocht aansluiten. Hij had drie vroege duiven geklokt en die stonden alle drie op teletekst. Dat is super want alleen de snelste tien komen daarop en dat zijn veelal resultaten op vluchten met om en nabij 20.000 duiven. Ik vertelde hem dat het bij mij geen feest was maar een soort begrafenisstemming omdat het bij ons een hele moeilijke vlucht was geworden waarvan veel duiven zijn achtergebleven. Ik miste er acht en die mis ik nu nog. Kwam dat door de slechte weersomstandigheden of was het een eerste waarschuwing dat de duiven niet in orde waren. Vanaf dat moment zijn ze nog steeds niet zoals ze moeten zijn. Ik heb daarna nog enkele duiven ingezet maar het resultaat leek nergens op. Van der Sluijs die alle vele jaren mijn vaste duiven arts is heeft er van alles aan gedaan maar ook hij stond voor een compleet raadsel. Ik ben nu zo ver dat ik voorlopig niet meer meedoe en ben ook gestopt met het verstrekken van medicijnen. Ze moeten nu uit zichzelf herstellen, ik doe er verder niets meer aan. Het komende weekend ga ik samen met mijn vrouw en een paar vrienden een lang weekend weg, gewoon even los van de duiven want als het niet loopt zoals je graag wilt is er beslist geen lol aan te beleven. Wat er nu allemaal is gebeurd heb ik nog nimmer in mijn lange duivenloopbaan meegemaakt. Natuurlijk heb ik vele tegenslagen moeten overwinnen maar deze heb ik voorlopig nog steeds niet op kunnen lossen. Het enige wat dan nog overblijft is rust. Of ze dit jaar nog in actie komen, ik heb daarover mijn twijfels. Mocht het tij wel keren dan zal het niet eenvoudig zijn om ze niet te spelen. Ik ben tenslotte net als u een echte duivenliefhebber en ik wil graag elke week meedoen daar heb ik ze immers voor. Anders ga ik me maar focussen op het spel met de jonge duiven dat einde deze maand van start gaat.

VOORKOMEN IS BETER DAN GENEZEN
De duivensport kent verschillende facetten. Naast het spel en de verzorging is er ook de organisatie en dat is iets waar nogal eens te gemakkelijk over gedacht wordt. Binnen de Nederlandse organisatie is er de laatste jaren nogal het een en ander gebeurd. Het bestuur was net een duiventil, ze vlogen in en uit. Gelukkig is er weer een nieuw bestuur geformeerd en de heren zijn vol elan aan hun niet gemakkelijke taak begonnen. Als goede bestuurders kun je het beste beginnen de zaken die niet goed zijn verlopen te verbeteren. Dat wat goed gaat moet je voorlopig vanaf blijven. Als eerste hebben de bestuurders een enquÍte formulier naar alle leden is gezonden. Hierop kan iedereen aangeven wat hij/zij van de organisatie vind. Dit gaat om spel, vervoer, kampioenen stelsel, aantal vluchten, nationale kampioenschappen en nog meer zaken. Wenselijk is dat een groot percentage van de leden gevolg geeft aan de oproep het formulier zo nauwkeurig mogelijk in te vullen. Op zich een goede zaak en wat nog veel belangrijker is; gaat het bestuur wat met de uitkomst van de enquÍte doen. Wordt die voor een deel in de onderste bureaulade gestopt of gaat men er daadwerkelijk mee aan de slag. Jammer is dat dit onderzoek nu pas gedaan wordt. We kunnen wel stellen dat een onderzoek nooit te laat komt maar daarover lopen de meningen nogal uiteen. Zeker de Belgische en Nederlandse sport is toe aan een herziening van alles wat met de sport te maken heeft. In beide landen gaat het niet goed, ieder jaar daalt het ledental drastisch. Nu zijn we nog maar net begonnen en de problemen stapelen zich al op. Het vervoer en daarbij het wisselvallige weer hebben voor veel onrust gezorgd. In BelgiŽ zijn de vervoerders van de duiven verantwoordelijk voor de lossingen en dat heeft er voor gezorgd dat er massa’s duiven nog steeds onderweg zijn. Twee weken terug een lossing van jonge duiven die pas in de namiddag om 4 uur plaats vond. Ook de dag volgend op de lossing moest er nog geklokt worden omdat het aantal prijsduiven onvoldoende was. Afgelopen weekend Bourges, een prachtige afstand van om en nabij 500 km met 39.000 duiven aan het vertrek. Een dag na de lossing was nog maar een derde van de duiven thuis en dat betekent dat er toen nog 26.000 duiven bezig waren hun thuisbasis terug te vinden. Het zal iedereen duidelijk zijn dat op deze manier veel sportvrienden het voor gezien houden. Een goede organisatie is van het grootste belang. Door het maken van goede afspraken worden veel fouten voorkomen. Vandaar; voorkomen is beter dan genezen.

VERGADER AFSPRAKEN
Vaak realiseren liefhebbers zich niet wat het betekent als in de winter gemaakte afspraken ’s zomers niet nagekomen worden. Het probleem ligt meestal bij de vluchten met de langste afstanden. Afgesproken is dat er ten alle tijden gereden wordt naar de lossing plaats die vastgesteld is ondanks de goede of slechte weersverwachtingen. De duiven gaan naar de afgesproken lossingplaats. Pas als daar niet gelost kan worden zal de dag nadien terug gereden worden naar een kortere afstand. Deze week was de weersvoorspelling abominabel slecht en al op woensdag werd besloten te vlucht te annuleren. Wat gebeurd? Er gebeurde helemaal niets. In het westen van Nederland het gehele weekend uitstekend weer. In midden Nederland werd wel een vlucht gehouden van 500 km die vrij goed is verlopen en dan heb je direct de poppen aan het dansen. In het gebied waarin ik speel waren veel liefhebbers erg boos omdat de organisatie zich niet aan de afspraken had gehouden. Je krijgt dan altijd twee kampen. Een groep is het met de beslissing eens en de andere niet. Misschien is dat typisch duivensport, de een kiest voor zijn duiven en de ander wil ongeacht de slechte weersverwachting dat de duiven op reis gaan. Hier gaat het niet om de duiven maar meer om de knikkers. Ik heb nog nooit meegemaakt dat zelfs met de kleinste wijzigingen alle neuzen dezelfde kant op stonden. Iedereen kent de situatie als duiven niet gelost kunnen worden. Veel teleurgestelde en boze liefhebbers en als ze dan later op de dag er wel uit gaan is iedereen blij. Wanneer dan diezelfde avond blijkt dat het een zeer moeilijke vlucht is geworden met veel achterblijvers dan is iedereen weer boos en hebben de verantwoordelijken alles fout gedaan. Nog steeds hebben veel liefhebbers niet door dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor deelname aan een wedstrijd. Iedereen kan in ons land zelf bepalen hoeveel duiven hij inzet. Er zijn landen waar deelname gebonden is aan een maximaal aantal duiven. In Nederland, BelgiŽ, Duitsland en Engeland kennen we die maatregel niet.

JONGE DUIVEN
We zijn inmiddels wel gewend geraakt aan het feit dat iedere liefhebber ongeveer een derde van zijn jonge duiven kwijt raakt, dat is een vast gegeven. De landelijke organisatie is met een aantal deskundigen al een groot aantal jaren bezig om die verliezen tot een minimum terug te brengen. Een loffelijk streven dat tot nog toe weinig of niets heeft opgeleverd. Het is vooraf niet te voorkomen dat op een bepaalde vlucht zoveel duiven achterblijven. Mijn ervaring is dat je de minste jonge duiven kwijt raakt bij een bijna geheel bewolkte hemel met een paar kleine blauwe gaatjes, dan oriŽnteren jonge duiven zich het best. Bij mooi zomerweer met hoge temperaturen, een wolkeloze hemel en een helblauwe lucht met oosten wind zijn de verliezen in Nederland en BelgiŽ groot. Er zijn liefhebbers die niet al te veel werk maken van het zelf wegbrengen van de jonge duiven en er zijn er die bijna dagelijks rijden. In beide categorieŽn zitten sterk spelende liefhebbers. Een eerste reactie zou kunnen zijn dat het niet veel zin heeft om er zoveel keren mee weg te gaan vooral omdat onze auto’s nog steeds niet op helder water rijden. Toch kies ik voor meerdere keren rijden, niet te ver want naar huis komen kunnen duiven beter dan wij. Wij hebben een navigatie systeem nodig of verkeersborden, waren die er niet dan zou het een nog grotere puinhoop op de toch al overvolle wegen zijn. Het gaat meer om de duiven beste vertrouwd te maken met de mand en door ze veel te oefenen komen ze in een goed vliegritme. Dit is beslist een goede methode, zeker als je dat doet in de laatste twee weken voordat de officiŽle vluchten beginnen. Toch kan het voorkomen dat er een dag komt waarop jonge duiven massaal achterblijven mede doordat de weerkaarten onvoldoende bestudeert worden. Er kan veel narigheid worden voorkomen. Straks beginnen de vluchten voor jonge duiven. Het is altijd erg spannend en dan vooral het terugkomen van alle duiven. Het is onze toekomst en je moet er zoveel overhouden dat je een ruime keus hebt wie er wel en niet mogen blijven. Wij liefhebbers kunnen daar veel aan doen. Maar we moeten ons realiseren dat de natuur zich niet laat regelen en daardoor zal het niet eenvoudig zijn om verliezen met jonge duiven terug te dringen. Het klimaat is een wereldwijd probleem en daar hebben wij en onze duiven ook mee te maken. Kijk maar eens goed wat er allemaal gebeurd aan natuurrampen in de wereld.


HOGE SNELHEDEN
Het seizoen draait op volle toeren en tot nog toe zijn de meeste vluchten verlopen met “staartwind”. Het vreemde van vluchten met zeer hoge snelheden is dat ze nooit binnen enkele minuten zijn gesloten. Vluchten met “kop wind” zijn vaak snel dicht en de meeste deelnemers hebben een prijs duif terwijl met wind mee het percentage deelnemers dat geen prijs wint hoger ligt. Hoe kan dat? Met wind van achteren is de windkracht op verschillende hoogtes niet gelijk. Sommige duiven kiezen de juiste hoogte waardoor ze het meeste voordeel van de wind hebben. Vaak wordt er minachtend gesproken over wedstrijden met wind mee. Hoe raar het ook mag klinken, het is moelijker om aan de kop te spelen met hoge snelheden dan met tegenwind. Vorige week hadden we zo een vlucht. Snelheden tussen de 115 en 120 km per uur en de winnende duif vloog toch nog 40 meter per minuut sneller dan de tweede duif. De vluchtduur was om en nabij 3 uur voor een afstand van plusminus 350 km. Dat wil zeggen dat de eerste duif een voorsprong had van 7,2 kilometer en dat is nogal wat. Zoiets maak je op een zelfde afstand met tegenwind nooit mee!

JONGE DUIVEN
Nog even en ook voor de junioren begint het seizoen. Als het goed is zijn alle jonge duiven gevaccineerd tegen paramixo en veel liefhebbers laten hun jonge duiven ook direct inenten tegen pokken zodat je daar tijdens het seizoen geen omkijken naar hebt. Momenteel is er nog tijd genoeg om de duiven bij de veearts na te laten kijken of ze last van het geel hebben. Ook mestonderzoek kan geen kwaad, daaruit blijkt of er een coli besmetting is of misschien wel een worminfectie en zelfs coccidiose is mogelijk. Zelf kunnen we controleren op ongedierte want als ze daar last van hebben presteren ze gegarandeerd minder goed. Een goede voorbereiding is van groot belang willen onze jonge duiven tot tevredenheid presteren. Gezonde duiven winnen prijzen en raak je minder snel kwijt! Dat moet voor iedereen een reden zijn ervoor te zorgen dat de jonge duiven in top conditie aan de start komen. Ook tijdens het seizoen is het raadzaam de ogen wijd open te houden want door het contact met andere duiven kunnen ze elkaar besmetten. Daarom ogen open houden en tijd vrij maken om direct na de vluchten de duiven te observeren. Als de duiven voor hun dagelijkse training het hok uit stormen zit het met de conditie wel goed zeker als ze binnen enkele seconden uit zicht verdwenen zijn. Het wordt nog interessanter als ze na de training op het eerste fluitsignaal allemaal tegelijk het hok in willen. Teken dat de eetlust goed is (jonge duiven nooit honger laten lijden). Geef ze ook niet met een lege krop mee zodat ze bij thuiskomst sneller binnenkomen. Als het contact tussen baas en duif goed is zullen ze nooit twijfelen snel naar binnen te gaan of ze moeten totaal afgevlogen thuis komen waardoor ze door oververmoeidheid niet gauw naar binnen gaan.

SPEL MET DE JONGE DUIVEN
Lange tijd was het zo wanneer een beginneling met duiven ging spelen hij dat deed met jonge duiven. Iedereen kon op de jonge duiven vluchten wel prijs spelen. Vaak was het zo dat juist beginnelingen hele goede resultaten behaalden met de jonge duiven. Misschien kwam dat doordat ze er veel tijd aan besteedden omdat er nog geen oude waren. Met jonge duiven speelde je regelmatig prijs als je ze maar vertrouwd maakte met de baas, regelmatig in de hand nemen, met een hand een duif van zijn zitplaatsje pakken, ze moeten de baas kennen, vooral zijn stem en bewegingen in het hok, donkere hoekjes in het hok maken waar ze kunnen gaan liggen vrijen, kortom jonge duiven moeten behandeld worden als een jonge moeder doet met haar pasgeboren kindje. Dat waren jaren geleden de ingrediŽnten om goed te presteren met de jonge duiven maar het belangrijkste is het systeem. Er zijn tegenwoordig liefhebbers die niet zijn te verslaan. Zij hebben een zo uitgedokterd systeem waar ze duizelingwekkende uitslagen mee maken, in een woord fantastisch! Opvallend is dat die zelfde mannen met de oude duiven maar zeer matig meespelen. Je kunt zeggen het is maar net waar je van houd maar daar geloof ik niet in. Ik denk dat iemand die met duiven speelt op elke vlucht waar hij aan meedoet goede resultaten wil neerzetten, of dat nu met oude of met jonge duiven is.

GEZONDHEID
Baas en duiven moeten gezond zijn. Als die schakel ontbreekt vind dat zijn weerslag in de prestaties. Je gaat dat nu na 7 weken spel al merken. Bij verschillende oudere liefhebbers wordt het fanatisme minder, daardoor ook de oplettendheid waardoor ze kleine gebreken over het hoofd gaan zien. Ooit speelde deze mannen de pannen van het dak en nu zie je dat ze steeds meer te kort gaan komen. Ook in het dagelijks leven is dat zo en dat is nu eenmaal het nadeel van oud worden. De geest wil nog wel maar het lichaam begint meer en meer tegen te sputteren. Overigens geen reden om te stoppen. Ook bij mij komen de ouderdomsverschijnselen steeds meer naar voren maar ondanks dat kan ik toch enorm genieten van mijn duivenhobby. Momenteel zijn mijn duiven ook niet zoals ze moeten zijn. Ik heb al een vlucht overgeslagen omdat ik ze niet in orde vond en dat zijn ze nu nog niet, heel jammer. Ik sta namelijk nog op de 3e plaats voor het vitesse kampioenschap en het zou jammer zijn als ik de laatste vlucht (28 mei) niet mee kan doen om wellicht nog een plaatsje op te schuiven. Nog niet zo lang geleden zou ik in alle staten zijn. Ik moest en zou winnen maar dat is een heel stuk minder geworden. Zo lang mogelijk blijf ik meespelen, ik vind het een veel te leuk spelletje en ik heb er de duiven voor. Mochten ze niet naar mijn zin zijn dan sla ik nog een week over. Je kunt ze ook voor de leeuwen werpen, doch daar bereik je niets mee. Ze presteren ruim onder de maat en de kans is groot dat je er onnodig veel kwijt raakt. Ik heb ze nog niet zo ver dat ze keihard trainen laat staan dat ze flinke eetlust hebben en dat zijn ze niet goed genoeg om te spelen. Jammer, want ik had ondanks mijn kleine aantal vliegduiven boze plannen om de concurrentie af en toe eens een flinke draai om de oren te geven. Ondanks de twee overwinningen is dat er nog niet echt van gekomen!

NEEM ER DE TIJD VOOR
Aan twee belangrijke zaken wordt op veel hokken te weinig aandacht besteed. Vooral als er tot tevredenheid wordt gepresteerd willen die nog wel eens vergeten worden. Zolang de duiven niet met andere duiven in aanraking komen is er zo goed als geen besmettingsgevaar., Zodra de vluchten zijn begonnen wordt die kans groter en zeker als de duiven langer dan een nacht in de mand moeten verblijven. De tijd van langer in de mand zitten is nu aangebroken. De langere halve fond vluchten en de eendaagse fond vluchten zijn of gaan beginnen en dat vraagt extra aandacht. Maak tijd vrij om uw duiven dagelijks te observeren en besteed voldoende tijd aan het voeren van uw beesten. Door de duiven regelmatig te observeren leert u het gedrag van de duiven kennen en dat is heel belangrijk. Aan het gedrag is te zien of de duiven in goeden doen zijn. Zolang er niet een veertje verkeerd zit is er niets aan de hand, vooral niet als ze goed trainen en eten. Ook aan het wekelijkse bad is te zien of de conditie voldoende is. Duiven die graag baden zijn in orde, aan duiven die niet in bad gaan mankeert iets. Duiven de op rust regelmatig zitten te gapen of aan hun kop krabben zijn niet top. Neusveertjes omhoog, geen glanzende pluimen en te veel in de veren zitten te pikken mankeren iets. Duiven moeten ’s morgens mooie mestbellotjes hebben, liefst met enkele kleine veertjes er op. Des te dichter die bij elkaar liggen des te rustiger zijn de duiven de nacht doorgekomen en dat betekend dat het met de gezondheid wel goed zit. Aan de manier van eten is ook te zien hoe het met de gesteldheid van de duiven is. Als de duiven twee maal daags gevoerd worden en ze staan met de hele groep aan de voerbak dan moet het klinken of er een mitrailleur ratelt zo snel moeten ze eten en dan zijn ze super in orde. Zodra er traag gegeten wordt hapert er iets aan. Bij liefhebbers die alle dagen “volle bak” geven is het eetgedrag uiteraard anders. De een zegt volle bak als de duiven inderdaad de gehele dag kunnen eten en de andere noemt het volle bak als de duiven gedurende 20-30 minuten kunnen eten wat ze willen. Het eerste waar ik ’s morgens op let is hoe de duiven het hok uitvliegen, dat moet razendsnel gaan, ze moeten als het ware de pet van je kop af vliegen. Als je de duiven na wilt kijken moeten ze al uit zicht zijn en als ze dan na een vijftiental minuten weer boven het hok komen zit het met de vliegvorm wel goed. Duiven die niet wegtrekken zijn niet in de juiste vliegconditie. Met normale temperaturen mogen de duiven zeker niet met de bek open op het hok landen, eigenlijk ook niet bij echte zomerse temperaturen maar omdat duiven niet zweten gebeurt dat bij erg warm en benauwd weer wel. Hou daar rekening mee en denk niet direct aan problemen met de luchtwegen. De luchtwegen zijn zeker in orde als de duiven bij hoge temperaturen toch snel en langdurig trainen. Het zijn allemaal zaken die u ontdekt als u meer tijd aan het voeren en observeren besteed. Met elke dag het hok twee maal daags reinigen leer je het gedrag van de duiven niet kennen en je wint er ook geen extra vroege prijzen mee.

DE BABY’S ZIJN GEEN BABY’S MEER
Jonge duiven die geboren zijn in december of januari zijn inmiddels volwassen duiven. De winterjongen zijn al geslachtsrijp Dat is te merken aan de koerende doffers die zich al voor het vrouwelijk schoon beginnen uit te sloven. Ze zijn bijna volgroeid en bij degene die de duiven verduisterd hebben zullen hun jongen nog op een “volle” vleugel staan. Volgende maand gaan in Nederland de vluchten voor jonge duiven van start. Het is al heel wat jaren geleden dat met de jonge duivenvluchten iedereen prijs kon spelen. Dat is al lang verleden tijd, er zijn nu echte pikeurs die met hun jongen onnavolgbare uitslagen maken. Dat kan niet alleen aan de kwaliteit liggen, het heeft absoluut met een perfecte verzorging te maken en daar komt natuurlijk nog iets bij. De resultaten met jonge duiven zit hem vooral in het “systeem” wat toegepast wordt. Jaren geleden was dat de verduistermethode, toen kwam de druppelmethode, er werd met kaas en schapenvet gewerkt, jonge duiven op weduwschap, het spel op de deur, het is niets nieuws. Het zijn de slimmeriken die de concurrentie voor weten te blijven. Is dat door de duiven veel weg te brengen of juist helemaal niet. Komt het door de motiverende sfeer in het hok, speelt de jaloezie een grote rol of wordt er gewerkt met voedingssupplementen? Er zijn vele wegen die naar Rome leiden maar het gaat er om dat onze duiven wel de kortste weg kiezen. Aan alleen thuiskomen hebben we niets, zeker de vitesse/midfond spelers hebben daar niets aan. De fond spelers kijken daar heel anders naar en maken zich niet zo druk om het spel met de jonge duiven, voor hen is thuiskomen wel belangrijker dan het resultaat. Om te weten of we met gezonde jonge duiven aan de starts komen is het aan te raden om de ochtendmest te laten onderzoeken door de dierenarts. Dat heb ik zelf aan den lijve ondervonden. Door mijn minder geworden gezichtsvermogen kan ik niet goed meer zien of de duiven iets mankeren. Voor mijn idee waren de oude en de jonge duiven in een goede gezondheid totdat we een moeilijke vlucht kregen en ik 8 duiven moest inleveren. Dan weet je meteen dat er iets niet klopt, maar wat? De duiven aan alle kanten bekeken en volgens mij was er niets aan te zien. Ook de eetlust werd daarna minder, bij de jonge duiven een lichte coli uitbraak en ondanks dat die snel verholpen was deden de oude en de jongen niet wat ik van hen verwachtte. Dus naar Dr. van der Sluis die coccidiose en geel constateerde, dan kun je niet spelen. Doe je dat wel dan speel je het halve hok leeg en daarom sla ik een weekje over. Na twee dagen medicijnen zag ik al direct een verbetering wat betreft de eetlust. Daarvoor waren er duiven die totaal geen eetlust hadden en nu eten ze alweer graag. Ik heb al heel wat keren geschreven dat duivensport een gemakkelijk spelletje is en dat is het ook maar dan moeten ze wel super gezond zijn. Als liefhebbers moet je heel alert zijn, je mag in niets verslappen, alles er voor doen, als dan de resultaten goed zijn heb je dat er graag voor over. Ik zal blij zijn als ik de hele boel weer op de rails heb. Een week rust zal ze goed doen!

DE WEG NAAR DE TOP IS NOOIT RECHT
Na de jaarwisseling beginnen de liefhebbers die een goed seizoen willen maken met de voorbereidingen voor het nieuwe seizoen. De verzorging wordt wat strakker, vliegkoppels worden samengesteld en de kweekduiven hebben hun eerste jongen. Een maand later zijn ook de vliegduiven gekoppeld en komen de jongen van de kwekers al buiten. Dit kan allemaal gepaard gaan met tegenslagen. Duiven die elkaar niet accepteren of steeds in een verkeerd broedhok vliegen, kapotte eieren vanwege vechtpartijen of onbevrucht, jongen die niet willen groeien, buispennen, slechte mest. Als de jongen wat ouder worden is er kans op e-coli besmetting of adeno bacterie en dan is er ook nog het circo virus. Tegen de laatste twee besmettingen is weinig of niets te doen. Coli is nog het gemakkelijkst te bestrijden maar bij adeno of circo besmetting zien ze er ‘s morgens nog uit om door een ringetje te halen en nog dezelfde avond liggen ze dood. Dan is er de verplichte paramixo enting en verder kunnen we te maken krijgen met paratyphus, coccidiose, ornithose, canker. Zodra we zelf op pad gaan om onze duiven als voorbereiding op het seizoen diverse keren weg te brengen kan er opeens een dag zijn dat de duiven een hele dag werk hebben om thuis te komen. Dat zijn van die dagen dat het heerlijk weer is, ja ogenschijnlijk maar niet voor de duiven. Zo zou ik nog wel een tijdje door kunnen gaan. Degene die wat langer in de sport zitten hebben dit soort situaties al meerdere keren meegemaakt. Gelukkig krijgen we tegenwoordig veel meer informatie over de weersgesteldheid alleen moet er dan niet vergeten worden deze informatiekaarten te raadplegen.

COMMUNICATIE EN VERANTWOORDING
Het heeft geen zin om terug te blikken naar vroeger. We denken dat het weer vroeger veel constanter was maar ook toen vonden er vluchten plaats met een rampzalig verloop. Als oorzaak konden we de toen gebrekkige communicatie de schuld geven. Dat gaat tegenwoordig niet meer op. Iedereen is overal bereikbaar zodat indien noodzakelijk tot op het laatste moment wijzigingen aangebracht kunnen worden en dat wordt nu helaas te pas en te onpas gedaan. Elk nadeel heb ze voordeel zou wijlen Johan Cruijff zeggen. De duivensport is in vele opzichten met zijn tijd meegegaan. In Nederland perfect vervoer daar mankeert helemaal niets aan. Moderne auto’s voorzien van de nieuwste snufjes. Het enige probleem is de vakkundigheid van de mensen die dat alles moeten organiseren. Zo hadden we voorbije zaterdag in ons vlieggebied weer eens een vlucht met een rampzalig verloop. Oorzaak in eerste instantie de harde zuidoosten wind en dat is dodelijk, vooral voor onervaren jonge duiven. Die zaterdag vlogen we onze 5e vitesse vlucht, afstand 240 km. De eerste duiven vlogen 100 km per uur en de concoursduur was meer dan een uur. Dat zegt voldoende. Normaal zijn dat soort vluchten binnen 10 minuten afgelopen. Het was die dag zeer warm met een heel laag vochtigheidsgehalte en geen wolkje aan de lucht. Zo helder dat je over de heel wereld kon kijken. Wat onze vervoerders zijn vergeten is de weerkaarten te raadplegen. Er zaten aan de Hollandse kust diverse atmosferische storingen waardoor heel veel duiven zich niet optimaal konden oriŽnteren. Zeker meer dan een derde van de duiven is niet thuis, ik had er 22 mee en er zijn er nog steeds 8 weg waardoor mijn seizoen (en dat van honderden andere liefhebbers) na 5 weken sport al voor een grootdeel naar de Filistijnen is. Doordat er op mijn hok 8 duiven zijn achtergebleven zijn diverse koppels niet meer compleet, daar moeten andere partners voor gezocht worden en daardoor kunnen ze de eerste twee weken niet gespeeld worden. Dan zijn er duiven bij die niet mee kunnen omdat ze zaterdag uren in de lucht hebben gehangen om thuis te komen. Voor mensen als ik die aan hun laatste jaren duivensport bezig zijn is dit een hard gelach. Als je er met andere liefhebbers over praat is het alsof de duif op zich hen niet interesseert. Bij dat soort figuren is de duif een ding waarmee ze in het weekend een spelletje spelen, het gaat om presteren en welke duif dat doet weten ze niet eens. Ik vraag dat vaak genoeg, maar dat weten ze echt niet. Komt misschien ook door de elektronica, liefhebbers hebben daardoor hun duiven minder in handen en weten ze niet precies wie, wie is. Wij oudere melkers weten dat precies, het is nog niet eens zo lang geleden dat ik in de lucht al kon zien welke duif er aan kwam. Helaas is ook dat voorbij want ik kan niet eens mijn duiven herkennen als ze op het hok zitten. In het hok gaat dat wel omdat ik daar daglicht lampen heb. Door het verlies van 8 van mijn duiven en mijn lichamelijke gesteldheid kan ik het bijna niet meer opbrengen alles tot in de puntjes te verzorgen. Van de andere kant moet ik er niet aan denken dat ik geen duiven meer heb. Het zijn voor mij momenteel echt heel moeilijke tijden.

MET MINDER DUIVEN BEN JE KWETSBAAR
Omdat de jaren steeds meer gaan meetellen had ik afgelopen winter besloten veel minder duiven te houden. Met 12 vliegkoppels weduwschap met doffers en duivinnen moet je ook goed mee kunnen komen. Dat laatste lukte prima want na 5 snelheidsvluchten sta ik in het rayon met zo een 120 liefhebbers op de 3e plaats. Beter kan eigenlijk niet, maar dan mag er ook niets geks gebeuren. Zo een onverantwoorde lossing als voorbije zaterdag heeft mijn hobby in disorder gebracht. Achteraf was dat beslist niet nodig geweest. Onze landelijke organisatie had vooraf gewaarschuwd om niet al te westelijk te lossen, dit vanwege de warmte en de zuidoosten wind waardoor de duiven boven de Noordzee komen met alle gevolgen van dien. Het is gebeurd en de duivensport gaat gewoon door. Het is als in de Tour de France, er wordt op niemand gewacht. Daar zit je dan als kleine liefhebber met nog 14 duiven om te spelen terwijl er zeker nog 14 wedstrijden zijn te gaan, dat gaat dus nooit lukken. Misschien dat de jonge duiven voor een verrassing gaan zorgen. Momenteel heb ik er 35 en daarvan zal ik zo goed als zeker een derde kwijt raken. Dat is al jaren de algemene tendens, niet alleen bij mij maar bijna iedereen en er zijn er die wel meer dan 50% moeten inleveren.

SPORTWEEKEND
Als liefhebber van vele sporten had ik me verheugd op het voorbije weekend. Daar was in eerste instantie op vrijdag de start van de wielerronde van ItaliŽ waarvan de eerste drie etappes in Nederland werden verreden. “Onze” Tom Dumoulin pakte op dag 1 direct al de rosť leiderstrui en reed drie dagen in die trui. Op de derde dag moest hij hem afstaan en de eerstvolgende etappe op Italiaanse bodem mocht hij hem weer aantrekken. Feest dus voor de Hollande wielersupporters. Die zondag viel ook de beslissing welke voetbalclub zich kampioen van Nederland mocht noemen. Mijn favoriete club is al vele jaren Ajax en die lieten het op de laatste dag liggen waardoor de titel aan hun neus voorbij ging. Vele Nederlandse voetbalsupporters in diepe rouw! Dan nog een duivenvlucht met enorme verliezen. Het kon wel eens zo zijn dat er veel Hollandse duiven In Engeland terecht zijn gekomen. Ik zou zo zeggen SPORTVRIENDEN DOE UW PLICHT en zorg ervoor dat die duiven goed verzorgd worden en dat ze op transport naar Nederland kunnen. Terug naar Nederland laten vliegen is geen goede optie omdat de meeste van die duiven de kluts kwijt zijn en er een hekel aan hebben over zee te vliegen. Het zijn tenslotte geen eenden!


WAT GEWEEST IS, IS GEWEEST.
Toch mag ik altijd graag even terugblikken. Als eerste doe ik dat naar de wielersport. De voorjaarsklassiekers met als hoogtepunten de Ronde van Vlaanderen en de keienklassieker Parijs-Roubaix. Prachtige wielersport hebben we gezien en nu zijn de etappekoersen aan de beurt. Beide hebben hun specialisten. Nederland is dit jaar het land waar de Giro, oftewel de Ronde van ItaliŽ, van start gaat. Vrijdag 7 mei is het zo ver. Dan beginnen 198 coureurs aan de proloog van 8.9 km door Apeldoorn. Ook de 2e en 3e etappe worden in ons land verreden en dan verplaatst de hele karavaan zich voor drie weken wielersport naar ItaliŽ. Een zelfde beeld zien we binnen de duivensport. Ook hier zijn de koude en grillige voorjaarswedstrijden voorbij. Het is nu mei, de temperaturen lopen op en de afstanden worden elke week wat langer. Volgende week beginnen we aan de halve fond vluchten met afstanden boven de 300 km en een paar weken daarna staat de eerste eendaagse fond vlucht op het programma. Vanaf dat moment is er voor elke liefhebber wat. De duivensport begint dan op volle toeren te draaien en er is ook al enige tekening in de strijd die vanaf het eerste weekend april aan de gang is. We zien dan veel van dezelfde namen naar voren komen die de voorgaande jaren ook al de dienst hebben uitgemaakt. Voor de sport is het goed als er een aantal nieuwe namen bij komen zeker als dat namen zijn van jonge liefhebbers. Het houd de concurrentie wakker en maakt het spel spannender.

VERHALEN
Nu we enige weken aan de gang zijn komen ook de verhalen weer los. Als je de liefhebbers goed beluisterd zouden ze allemaal al minimaal een keer de eerste gewonnen hebben. U kent ze vast al die excuus verhalen, de buurvrouw had de was buiten hangen, buurkinderen schoten de bal over de heg, bij de andere buren werd net een motor gestart toen de eerste duif viel, de achterburen gingen precies op het moment dat de eerste duif zou vallen de tuin sproeien, ergens anders stonden twee honden naar elkaar te blaffen, de liefhebber werd doodziek van zijn vrouw die steeds maar stond te roepen dat de koffie was ingeschonken terwijl ieder moment de eerste duif zou kunnen arriveren, een buurjongen van even verderop was met openstaande slaapkamerramen zijn nieuwe geluidinstallatie aan het uittesten en zo zijn er nog meer van die verhalen. Leuk om aan te horen maar je moet ze met een flinke zak zout nemen. Dan was er Dirk, hij was niet tevreden over de prestaties van zijn duiven. We hadden pas vier vluchten achter de rug en elke keer speelde hij een duif binnen de eerste tien. Het moest beter, dat is echter niks nieuws want dat willen de meesten. Zijn duiven vliegen elke dag wel anderhalf uur. Bij de duivendokter geweest maar die kon niets ontdekken, ze eten goed. luisteren goed en gedragen zich goed. Dirk zei, wat heb je dan nog meer te wensen? Betere duiven aanschaffen zei een andere liefhebber. Dat vond Dirk niet leuk want hij vind dat hij bij de sterkste spelers van de club hoort. Gelukkig maakte hij de dag daarna een goede uitslag en iedereen kijkt nu alweer reikhalzend uit naar vrijdagavond, benieuwd wat hij nu weer te janken heeft.

DUIVINNEN
Een goede vriend van mij speelt dit jaar, samen met zijn zoon, het traditionele weduwschap met alleen doffers. Het loopt echter niet zoals hij had verwacht. Vorig jaar speelden ze alleen met duivinnen en dat was een topjaar. Je kunt je afvragen waarom ze zijn overgestapt naar het spel met de doffers. Het is vooral tijdgebrek. Als je dubbel weduwschap speelt moet je de doffers en duivinnen minimaal een keer per dag laten trainen en die mogelijkheid is er nu niet. De vader heeft bijna drie jaar geleden een hersenbloeding gehad waardoor hij aan een kant verlamd is en ook zijn spraakvermogen is weg. De zoon heeft een drukke baan en een jong gezin plus dat hij nog in het eerste elftal van de plaatselijke voetbalclub speelt. Dan moet je dus keuzes maken. Achteraf had het denkelijk beter geweest met de duivinnen te spelen. Zij herstellen makkelijker, ze zijn al blij als de een keer per dag in het hok mogen met de broedhokken en ze trainen harder. Trainende weduwnaars is misschien mooier om naar te kijken maar het gaat uiteindelijk om het resultaat. Naar mijn mening is het nog niet te laat om de duivinnen in te schakelen. Zo zie je wat er kan gebeuren als de verwachtingen te hoog gespannen zijn. Nu raakt het spelplezier een beetje weg en komen ook de excuses te voorschijn van druk, druk, met de kinderen naar zwemles, ook de kinderen voetballen en moeten ook trainen, vader voetbalt, de vrouw des huizes heeft ook een volledige baan en dan blijft er weinig tijd over om de duiven optimaal te verzorgen vooral als vader en zoon 8 km van elkaar af wonen en de duiven bij vader zitten terwijl die er niets aan kan doen. Alles komt neer op de schouders van de zoon en als het dan niet gaat zoals voorgaande jaren komt er irritatie. Zou ontzettend jammer zijn als er een einde zou komen aan deze combinatie die al heel lang bij de betere spelers in ons rayon horen.

MARCO
Hij zou uit de kop van Noord-Holland weer verhuizen naar zijn geboortestreek, daarom had hij in 2015 al een aantal jonge duiven vliegen achter het huis van zijn vriendin. Alleen de laatste vijf snelheidsvluchten van 2015 hebben ze meegedaan. Op dat soort vluchten leren ze niet veel en ze moesten het ook nog eens opnemen tegen alle geroutineerde oude vliegduiven. Een zware selectieprocedure konden we daar niet toepassen anders zouden er veel te weinig duiven over blijven. Vooraf heb ik hem diverse keren gewaarschuwd de prestatielat niet te hoog te leggen. In ieder geval moest en zou hij met zijn jaarlingen gaan spelen. Pa werd gelijk in zijn hemd gezet want op de eerste de beste vlucht speelde hij de eerste en pa werd dus door zoonlief geklopt. Zijn 18 duifjes doen het boven verwachting goed en zo zie je maar, goede duiven worden geboren en die kun je niet maken. Bij zijn 18 duiven zitten er zeker 9 waar hij plezier aan gaat beleven. Was het maar waar dat op elk hok 50% van de duiven aan het einde van het seizoen een voldoende halen. Jonge duiven heeft hij voldoende en wanneer hij ze gezond weet te houden kon het wel eens een leuke zomer voor hem worden. Hij moet dan wel eerst zijn vader verslaan en dat zal niet meevallen want die heeft ook boze plannen. We gaan het meemaken.

DUIVENWEER
Als er binnen de duivensport ergens over gesproken wordt dan is het wel het weer en met name de wind. Op de snelheidsvluchten spelen wind en ligging een belangrijke rol. Veel theorieŽn zijn daar over maar praktijk laat zien dat de duiven bepalen wat de vlieglijn is. Het is niet vanzelfsprekend dat bij wind uit westelijke richting de oostelijk gelegen liefhebbers in het voordeel zijn maar het omgekeerde is ook waar. De afgelopen vier vluchten hebben dat weer eens bewezen. Ongeacht de windrichting bleken de meest westelijk wonende liefhebbers iets meer voordeel hebben. Waarschijnlijk speelt de kust daarin een zeer belangrijke rol. Uren en uren wordt er over dit soort situaties gediscussieerd en aan het einde van het seizoen staan toch de betere liefhebbers van de laatste jaren weer op de belangrijkste posities. Dus, Niet langer zeuren, dat helpt niets, vertrouwen houden in de duiven, goed blijven verzorgen, geen paniek en dan komen de resultaten. Als het weer wat constanter word komt ook de vorm op de wat koudere tuinhokken.


DUIVENSPORT IS ZOMERSPORT
We hebben lang uitgezien naar het begin van het nieuwe vliegseizoen. Een winter die meer leek op een zachte herfst, een mooie maand maart met daarbij enkele dagen om uit de wind en in de zon plaats te nemen op een terras. Het zag er allemaal erg hoopvol uit. Meestal is het zo dat we niet een echte winter hebben gehad we ook geen mooie lente krijgen wat tot dusverre klopt. Het is veel te koud voor de tijd van het jaar. Deze week is het helemaal bar en boos. Nachtvorst, regen, hagel, overdag temperaturen onder de 5 graden. Deze morgen liet ik om 7 uur mijn duivinnen buiten, temperatuur 2 graden boven nul en in het hok was het net zo koud. Dan ben je niet met plezier bezig hokken schoon te maken. Eigenlijk is het ook geen goede temperatuur om de duiven buiten te laten. Ondanks de kou vliegen ze toch een vol uur maar zodra het begint te hagelen zie je de duiven wegtrekken naar een plek waar het droog is. Aan het gedrag van de duiven kun je niet of nauwelijks zien dat ze last van de kou hebben. Of ik er goed aan doe de duiven met dit weer te laten trainen weet ik niet. Toen ik jonger en fanatieker was zou ik ze zeker niet buiten laten. Tegenwoordig ben een heel wat makkelijker, op mijn leeftijd hoef je niet zo ver vooruit te kijken. Toekomst is er niet meer, het is nu nog een kwestie van zoveel mogelijk genieten. Nee, ik gooi er beslist niet met de pet naar. Ik doe nog steeds mijn best om op het hoogste niveau mee te spelen. Eerlijk gezegd zit de gang er nog niet echt in, ben niet ontevreden en mopperen doe ik zeker niet. Nu we drie vluchten achter de rug hebben is het nog geen echt duivenweer geweest. Temperaturen van 15 graden, mooie hel blauwe lucht met grote witte wolken, zo helder dat je bij wijze van spreken over de hele wereld kan kijken. Klinkt mooi maar in Holland hebben we helaas niet veel van dat soort vluchtdagen. Mijn ervaring dat de Hollandse duiven beter tegen de kou kunnen dan tegen extreme warmte. Ideaal duivenweer is ook ideaal voor de baas. Dan is het plezierig om de duiven op te wachten. Tot op heden is dat nog niet het geval. De vluchten verlopen daarentegen wel vlot en de verliezen zijn gering. Het Hollandse weer laat ons behoorlijk in de steek. Door de veel te lage temperaturen zijn de liefhebbers met tuinhokken in het nadeel, daar is de vorm nog ver te zoeken. Zo is er altijd wat, gelukkig telt dat voor ons allemaal.

CONDITIE
De Nederlandse hokken zijn allemaal zo gebouwd en geÔsoleerd dat we gebruik kunnen maken van de zon zodat we de temperatuur zo lang mogelijk vast kunnen houden. Hoe constanter de temperatuur des te beter. Daarnaast willen we ook graag een goede luchtcirculatie omdat zuurstof het beste en goedkoopste medicijn is. Daarom hebben we veel glas in de voorzijde van het hok dat indien mogelijk naar het zuidoosten gericht staat. Hierdoor pak je in alle vroegte het eerste zonnetje en op het heetst van de dag staat de zon op de zijkant van het hok waar meestal een klein raampje is aangebracht. Wij zijn erg afhankelijk van de zon. Ik heb ik in mijn hok in elke afdeling een rolgordijn om bij de enkele tropische dagen die wij in ons land hebben de zon enkele uren buiten te sluiten. De rolgordijnen zijn ook gemakkelijk wanneer er verduisterd gaat worden. Tegenwoordig zijn de meeste Hollandse hokken voorzien van een open voliŤre aan de voorzijde. Vaak wordt dit gezien als een ideaal situatie en dat is het in mijn ogen niet. Ik kies voor een ren met alleen een open voorfront en gesloten zijwanden en een gesloten dak zodat in het wild levende vogels er niet hun behoefte in kunnen doen waardoor er meer kans op besmetting is. Sommige liefhebbers houden hun duiven in de koude wintermaanden toch de hele dag in de open ren en noemt dat een zuurstofkuur. De duiven krijgen dan een zogenaamde Spartaanse opleiding en zouden er zelfs “harder” door worden. Ik geloof daar niets van. Net zo min als een Eskimo nooit een Surinamer zal worden en een Surinamer nooit een Eskimo. Je bent geboren zoals je bent en daar kan niemand iets aan veranderen. Zo komen duiven ook te wereld, de kwaliteit en mogelijkheden zijn al voor de geboorte vastgelegd. Wij kunnen alleen de conditie verbeteren door een goede voeding en verzorging. We kunnen ze alles geven zoals grit, groente en een bad en zorgen dat het ze aan niets ontbreekt. Op de vluchten zullen de duiven dan laten zien tot wat ze in staat zijn. Let op, het zijn altijd dezelfde duiven die meedoen voor de kopprijzen en alleen die zijn het waard om een jaar langer op het hok te blijven en om van te kweken. Van hun zussen en broers die niets hebben gepresteerd hoef je ook geen kweek resultaten te verwachten. We gaan het niet hebben over uitzonderingen want hoe we het ook bekijken alleen uit goede komen goede en daarvan zijn alleen de beste het waard om aan te houden zo eenvoudig is het.

GOED LEZEN IS EEN KUNST
Laat je dus niet gek maken door allerlei interessante maar niets zeggende verkoopteksten. De periode van de vele internet verkopingen is bijna voorbij. Enkele van die sites weten niet van ophouden. Het is voor hen “big business” en juist dan is het scherp opletten geblazen. Ik kan daar niet genoeg voor waarschuwen. Hun product is het beste wat er momenteel te koop is. De meest mooie verhalen worden bedacht om waar aan de man te brengen maar als je de teksten goed leest staat er alleen onzin. Alle prestaties die genoemd worden zijn behaald door broers, zussen of grootouders, zelfs van neven en nichten of achterkleinkinderen durft men de prestaties nog op papier te zetten, van de duif zelf of van de ouders is vaak niets vermeld. Zelf heb ik dit jaar ook weer zo een enorme blunder gemaakt. Ik kan me zelf wel voor mijn kop slaan. Hoe dom kun je zijn. Op zo een verkoopsite zag ik een foto van een mooie duivin met een afstamming die mij enorm aansprak omdat ik die lijnen ook bezit en daarmee erg succesvol ben. Ik heb de duif gekocht en dan heb je er bepaalde verwachtingen van. Op een dag werd de duif bezorgd en direct het doosje open en de duif bekeken. Ze hadden me beter een klap in mijn gezicht kunnen geven die had niet zo hard aangekomen als de bouw van die duivin. Wat een lor en dat is het nog, daarbij is ze vreselijk schuw, een complete miskoop en als je het verhaal over haar leest, zo mooi, zo geweldig, maar het is drie keer niks. Dat ik daar na zoveel jaren ervaring toch ingetrapt ben. Onbegrijpelijk en ik maar schrijven “koop nooit een duif van een plaatje”.

ELKE WEEK EEN STUKJE VERDER
De snelheidsspelers komen momenteel volop aan hun trekken. Jammer dat de eerste wedstrijden in zeer hoog tempo zijn verlopen. De schuld daarvan was de sterke zuid oost tot zuidwesten wind. Elke week snelheden van ruim boven de 100 km per uur zijn nu niet direct de fraaiste vluchten. Van mij mogen ze die wind wel hebben als we boven de 600 km komen maar daar zal niet iedereen het mee eens zijn. Vooral de fond spelers niet. Zij praten het liefst over bloedheet weer en wind op kop. Lekker geredeneerd vanuit je luie stoel in een schaduwrijk plekje met misschien een lekker koud biertje en een grote sigaar. Met deze opmerking laat ik direct merken niet een echte aanhanger te zijn van het fond spel. Klopt, maar dat zijn de meesten niet! Kijk maar naar het aantal deelnemers op de vluchten tot 600 km en vergelijk dat maar met de mannen van het zware werk. Jammer dat vooral deze groep zoveel aandacht krijgt ten opzichte van de duizenden deelnemers op bijvoorbeeld de halve fond vluchten. Begrijp me alstublieft niet verkeerd en zie me niet als een tegenstander van de fond. Ik heb ontzettend veel waardering voor de duiven die op die vluchten uitblinken. Ik heb geen waardering voor de mannen die met manden vol duiven aan komen sjouwen in de hoop dat er eentje tussen zit die misschien wel eens een eerste nationaal zou kunnen winnen. Geloof me, die wordt nooit door dat soort liefhebbers gewonnen. De wet van de grote getallen gaat heel vaak op, echter niet als het gaat om een nationale overwinning. Dat zijn aparte duiven en daar heb je zo maar niet een hok vol van. Dat zijn duiven met een geweldig doorzettings- en uithoudingsvermogen, beter bekent als “mordant”. Die mannen moeten nog even geduld hebben, hun koren staat te bloeien. Wat de voorbereiding betreft zijn ze ten opzichte van de snelheidsspelers flink in het voordeel. Ze kunnen hun duiven wekelijks meegeven om ze in te vliegen en in een betere conditie te brengen terwijl degene die nu met hun belangrijkste spel bezig zijn daar veelal geen gelegenheid voor hebben. De oorzaak daarvan is het koude grillige Hollandse voorjaarsweer. Gelukkig mogen we dit jaar niet mopperen. De vluchten verlopen prima, weinig of geen verliezen. Elke week gaan we een stukje verder en binnenkort hebben we al de eerste halve fond vlucht te pakken.

HOE GAAN WE VERDER
Deze eerste vluchten is duidelijk te zien dat de mannen die elk jaar op de wat verder vluchten uitblinken hun manschappen (bewust) nog niet top hebben. Sommige van deze mannen spelen met heel veel duiven en kunnen in hun club nog geen pot breken. Komt dat door de hoge snelheden? Of, als je met veel duiven speelt krijg je op de korte vluchten meestal ook veel duiven tegelijk thuis en die willen elkaar nog wel eens ophouden door langer rond te blijven vliegen. De wekker tikt dan gewoon door en dan verspeel je kostbare secondes. Misschien hebben met name de dag fond spelers nog verplichte rust voorgeschreven, het is gissen. Het is wel zeker dat wanneer het er echt om gaat veelal dezelfde namen naar voren komen en weer opvallend sterk spelen. Het is formidabel hoe die mannen juist op belangrijke vluchten altijd een heel stel duiven hebben die zeg maar “op scherp staan. Hebben zij zo een wonderbaarlijk systeem of super methode, of hebben ze werkelijk van die super duiven of………? Vooral over het gebruik van doping wordt in BelgiŽ heel wat af gecommuniceerd. Er is een dopingreglement, maar nog steeds niet volledig. Er zijn nog te veel mogelijkheden waar liefhebbers geen grip op hebben. Bijvoorbeeld fond duiven die onderweg naar huis zijn en af en toe een tussenlanding maken. Wie weet wat ze voor narigheid kunnen oppikken? Dat kan zelfs wel iets zijn wat op de lijst van verboden middelen staat. Vorig jaar waren er in BelgiŽ twee liefhebbers positief en die hebben een flinke boete aan hun broek gekregen. Terecht of niet, ze zijn wel heel erg zwaar gestraft. Waarom zo zwaar? Is dat willekeur of worden zij als voorbeeld gesteld. Kortom er is nog steeds geen waterdicht dopingreglement en het onderzoek zoals dat tot op heden gebeurt wordt ook in twijfel getrokken. In BelgiŽ is doping het gesprek van de dag, in Nederland blijft het vanuit het hoofdbestuur erg rustig. Toch gaan er steeds meer stemmen op dat er met (verboden) middelen wordt gewerkt om de duiven op het juiste moment in topvorm te hebben. De periode van veelzijdig cortisone gebruik ligt alweer ver achter ons. In die periode waren er vrij veel liefhebbers die doordat middel vooral met jonge duiven tot onnavolgbare prestaties kwamen. Daarna werd het stil, cortisone mag absoluut niet meer gebruikt worden. Maar net als in andere sporten wordt gezocht naar andere stimulerende middelen en dat zijn veelal geen natuurproducten. Wat zou het toch heerlijk zijn als dit onderwerp helemaal uitgebannen zou zijn. Gewoon lekker wekelijks glashelder tegen mekaar spelen en verder geen gelul.

TWEE DUIVINNEN
Ik ben begonnen met 12 weduwe duivinnen. Helaas mijn beste van voorgaande jaren bleef al direct achter op de eerste de beste vlucht. Nu we enkele weken verder zijn heb ik al vier duivinnen die verliefd op elkaar zijn geworden wat wel erg vroeg in het seizoen is. Slechte ervaringen heb ik daar niet mee, het zij vaak mijn betere duivinnen. Hun doffers merken dat wel en op den duur maken die niet zo een haast meer om thuis te komen. Twee andere duivinnen zijn op mij verliefd geworden, ja u leest het goed, verliefd op een man van bijna 80 jaar. Als ik het hok binnenstap weten ze niet hoe snel ze op mijn schouder of op mijn pet moeten vliegen. Ze vechten om maar het beste plekje te hebben en dat is op mijn pet. Zelf ben ik daar niet zo blij mee, het is wel leuk, maar zo mak hoeven ze voor mij niet te zijn. Voorbije zaterdag leverde dat een probleem op, een van de dames was mijn eerste duif en wat ik ook deed, ze wilde niet naar binnen gaan. Ze vloog naar mij en dan weer naar de klep, dat kostte bijna me meer dan een halve minuut en daarmee verspeelde zij de overwinning, nu won ze de 9e tegen 1.819 duiven. De andere dame was mijn vierde duif en die flikte precies het zelfde, liever bij de baas op de pet dan met haar eigen man naar bed. Je kunt zo een hitsige dame wel pakken en over de aankomstplaat naar binnen duwen, maar wat doet ze dan de komende weken? Als een van die dames je eerste duif is heb je een probleem. De komende tijd zal ik voorzichtig aan proberen dat pet-vliegen af te leren. Zo is er elke week wel iets nieuws te beleven en dat zal niet alleen bij mij het geval zijn. Succes!

IEDEREEN TEVREDEN
Wat de weersomstandigheden betreft hadden we ons geen betere seizoenstart kunnen wensen. Echt duivenweer, alleen wat de windrichting betreft liepen de meningen nogal uiteen. Iedereen weet hoe dat gaat in duivenland. De een wil wind op de staart, de ander houdt van kopwind. Ook over de ligging raakt men nooit uitgesproken. De concurrentie woont altijd op een gunstige plek, zo was het en zo zal het altijd blijven. Iedere liefhebber zal er voor moeten zorgen dat hij wekelijks zijn naam in de kop van de uitslag tegenkomt. Hoe hij dat moet doen? Daar zijn verschillende methoden voor. Op de snelheidsvluchten is de wind erg belangrijk. Daardoor krijgen we andere winnaars en dat is goed voor de sport. Iedereen wil elke vlucht winnen maar weet van tevoren dat zoiets onmogelijk is en toch is er elke week strijd. Wat dat betreft zijn duivenliefhebbers optimistisch van aard. Ze denken “als het vandaag niet lukt, dan volgende week maar” en dat is een goede sportieve instelling. Ondanks het mooie vliegweer blijven er toch elke vlucht wel een aantal duiven achter. Er wordt gauw gezegd; dan is het kaf van het koren gescheiden maar zo werkt het niet. Het zijn niet altijd slechte duiven die niet terugkeren. U weet wat mij op de laatste trainingsvlucht is overkomen, mijn allerbest duivin weg en nog steeds. Ook duiven die niet goed zijn voorbereid blijven achter, onvoldoende ervaring is er meestal de oorzaak. Dit jaar hadden we een seizoenstart met mooi weer. Veel jaren heb ik meegemaakt dat het in deze tijd van het jaar veel te koud was. Dat kost meestal duiven, vooral de late jongen laten het dan afweten. Dat is ook de reden dat ik geen late jonge wil hebben. Als je namelijk een hok duiven hebt wat goed marcheert lopen late jongen alleen maar in de weg. Het is wat anders als je uit een superieur koppel late jongen aanschaft die je wilt gebruiken om wat nieuw bloed in te brengen. Ook voor beginners of nieuw starters is het aantrekkelijk om met late jongen te beginnen omdat je die vaak kunt aanschaffen uit de beste duiven. In deze tijd van het jaar hebben de liefhebbers de jongen uit de betere koppels zelf hard nodig. Ook komen er elke jaar iets meer liefhebbers die met late jongen spelen en daar goede resultaten mee behalen. Dat is aan mij niet besteed, komt zeker doordat ik het niet meer op kan brengen ook nog eens een hok met late jongen te verzorgen. Ik heb er trouwens nooit van gehouden, pas als ze twee jaar oud zijn kun je er pas jongen van kweken die aan het programma mee kunnen doen.

PECH
Ook dit weekend kreeg ik weer met pech te maken. Ik had mijn eerste vijf getekende in de klok op een verkeerde vlucht in gebracht. Dat hield in dat ze wel mee konden maar wel met een gummi ring en dan kom je er pas achter hoe groot het verschil is tussen handmatig en elektronisch klokken. Ik klokte op mij elektronische klok 12.29.01, 29.03, 29.10 en 29.20, vier heel vroege duiven. Volgens de elektronische klok zou ik tegen 428 duiven 2-4-5-6 spelen. Handmatig klokken kost een zee van tijd. Mijn eerste werd nu 2e (achter mijn zoon Marco), de tweede werd 11e, de derde 20e en de vierde 32e. Bijna 2,5 minuut had ik nodig om de gummiringen te klokken. Ik snap niet dat er in duivenland nooit oorlog is uitgebroken vanwege handmatig klokken. Onbegrijpelijk dat er bij mij in de club nog steeds 5 liefhebbers zijn die niet elektronisch klokken. Koppigheid, onwil, ik weet het niet. Reeds in de vorige eeuw zijn we begonnen met de ingebruikname van de elektronische klokken. Niemand kan mij wijs maken dat je in al die jaren geen geld bijeen hebt kunnen krijgen om een moderne klok aan te schaffen. Momenteel zijn ze te kust en te keur tweedehands te koop omdat er in die 16 jaar helaas een groot aantal liefhebbers zijn gestopt of niet meer onder ons zijn. In elke club zijn handmatige klokkers een remmende factor. Hun klokken moeten uitgelezen worden (met kans op het maken van schrijffouten) plus dat die tijden ook weer handmatig in de klok ingebracht moeten worden. Dat is toch niet meer iets van deze tijd. Kom op zeg, de duivensport is in vele opzichten gemoderniseerd en toch blijven er van die eigenwijze figuren op een klok uit de oertijd klokken.

GOOI NOOIT JE OUDE SCHOENEN WEG VOORDAT JE NIEUWE HEBT
Bovenstaand gezegde is van toepassing op het bestuur van de afdeling waarin ik en nog 1100 liefhebbers wekelijks met elkaar de strijd aanbinden. Dit keer staat het onderwerp “vervoer” centraal. Een van onze vaste vervoerders heeft tot volle tevredenheid, meer dan 40 jaar de Noord-Hollandse duiven vervoerd, meestal samen met nog twee andere transporteurs. De containers (duivenwagens) zijn eigendom van de liefhebbers alleen de trucks worden ingehuurd. Het nieuwe bestuur is direct begonnen om te zien wat er goedkoper en beter gedaan kon worden. Dat heb je vaak met nieuwe bestuurders, die mannen gaan vol goede moed het wiel opnieuw uitvinden. Het is ze gelukt goedkoper vervoer te organiseren. Het zou in mijn spelgebied zeker 10.000 euro goedkoper worden. Het is nog niet bekend waar dat geld naar toe gaat. Wel is het waar dat de vervoerder na 40 jaar trouwe dienst de duiven niet meer mag vervoeren. Ach, weten nieuwe bestuurders veel! Het gaat toch om de prijs, dat is een mooi verhaal naar de liefhebbers toe. Over kwaliteit werd niet gesproken en onze oude vervoerder heeft niet eens de kans gekregen een nieuwe calculatie te maken aangepast naar de wensen van de nieuwelingen die nu het provinciale bestuur vormen. Alle begin is moeilijk, dat weten we allemaal, maar als chauffeurs duiven op moeten halen terwijl ze nog nooit bij de lokalen zijn geweest (die liggen meestal achteraf) dan wordt dat een tijdrovende klus. We mogen ook niet vergeten dat er vele jaren geleden, toen er nog veel en veel meer clubs waren, door kundige bestuurders een prima schema in elkaar is gezet. Nu is dat allemaal vergeten, gevolg een zeer amateuristisch schema en veel geÔmproviseerd. Ik wil niet te veel in detail treden, maar het is te gek voor woorden. De eerste vlucht op 2 april werden de duiven 5 minuten te vroeg gelost en de week daarna gingen er om 11.13 uur al een heel stel aan de haal, terwijl als lossingtijd 11.15 uur was doorgegeven, dus weer een noodlossing. Het is maar goed dat we als liefhebbers niet alles van de wekelijkse lossingen weten. Nee, ik heb er geen goed woord voor over en vraag me af hoe de situatie over 4 weken is, volgens mij eten die mannen geen zak zout op. Met andere woorden er kon zo tussentijds nog wel eens een wisseling van de wacht komen. Zonde, want het was prima geregeld en over de deskundigheid van de huidige bestuurders heb ik mijn twijfels. Die jongens doen hun best, zeker weten, maar of ze het bestuurder zijn in de vingers hebben? Over een aantal weken weten we meer. Wordt vervolgd!


WAT GAAT HET NIEUWE SEIZOEN ONS BRENGEN
In BelgiŽ spelen ze al enkele weken de snelheidsvluchten vanuit Quievrain en dat is voor de meeste ongeveer 100 km. Tijdens de Paasdagen ging het verschrikkelijk hard, concoursen binnen 4-5 minuten gesloten en snelheden van meer dan 2200 meter per minuut (132 km per uur). In Nederland begon men een week later. Door de korte afstand, de zuidoosten wind en mede een foutief doorgegeven lossingtijd werd menig liefhebber verrast. Ook ik hoorde bij de slachtoffers al viel het uiteindelijk nog mee. De gemiddelde afstand bedroeg 71 km en de doorgegeven lossingtijd was 12.00 uur. Ik verwachtte de duiven om en nabij 12.45 uur. Voordat ze kwamen nog even met mijn nieuwe loep op de klok gekeken of ik de tekst op het display goed kon lezen. Terwijl ik me zelf aan het testen was hoorde ik een aantal “piepjes” vlak achter elkaar. Nu al duiven flitste het door me heen, dat kan toch niet. Er bleek een straffe zuidzuidoosten wind te staan (dat is voor ons wind van achteren) en de duiven bleken niet om 12.00 uur maar om 11.55 uur gelost en dat is een groot verschil op een vlucht van iets meer dan 70 km. Het werd uiteindelijk tegen 1372 duiven: 24-25-26-27-28 enz. Of de deze 5 duiven gelijk zijn aangekomen of dat de eerste op het hok zijn blijven zitten zal ik nimmer achter komen. Het waren in ieder geval vijf vroege duiven en dat geeft een goed gevoel voor volgende week als de eerste officiŽle vlucht plaats vindt.

TELEURSTELLING
Na de verrassende aankomst kreeg ik aan het aan het eind van de dag een enorme teleurstelling te verwerken. Mijn beste duivin het “Blauw Kampioentje” was niet thuis. Als jong in 2014 kampioensduif jong en een jaar later kampioensduif vitesse. Dat is wel even slikken. Het is nu dinsdagmiddag 4 uur en ze is er nog niet. Dan moet ik er vanuit gaan dat ze is verongelukt anders zou zo een klasse duif zeker een dag na de vlucht op de klep gezeten hebben. Ze behoorde voor 2016 uiteraard ook weer tot mijn favorieten en als je meedoet voor een goede eindklassering kun je zulke duiven niet missen. Zeker nu ik nog maar 12 koppels vliegduiven heb ben je kwetsbaar en dat blijkt nu dus al. Gelukkig heb ik vier jongen van haar, vorig jaar heb ik helemaal niet van haar gekweekt. Het was toen een jaarling en ik wist niet dat ze op die leeftijd weer net zo goed zou presteren als toen ze jong was. Voor het volgende jaar had ik voor haar al een plaatsje in het kweekhok gereserveerd. Helaas, ze is zo goed als zeker gesneuveld op het veld van eer of er moet nog een klein wondertje gebeuren. Duivensport is een heel leuke hobby maar als je voor de eerste officiŽle vlucht direct al je beste duivin moet inleveren ben je in eerste instantie in staat de handdoek al in de ring te gooien. Een goede sportman weet echter teleurstellingen te overwinnen, gelukkig ben ik niet van 1 duif afhankelijk. Als je met duiven speelt weet je dat je elke week opnieuw risico loopt dat er een duif achter blijft dus ook een van je betere. Je kunt ze ook bij huis kwijt raken het is niet te voorkomen of je moet ze nooit meer buiten laten maar dat is niet de bedoeling van het spelletje dat we allemaal zo graag spelen.

ALLERLEI
Over de totale verkoop van ene Kurt Platteeuw (BelgiŽ) gaan de vreemdste verhalen. Hij zou samen met een aantal handlangers de prijzen van zijn duiven opgejaagd hebben. Waarom? Volgens zijn eigen zeggen niet om het geld, daar zit hij niet om verlegen. Waarom dan wel? Is het ter meerdere glorie van zichzelf zodat hij kan zeggen dat zijn duiven een record bedrag hebben opgebracht? Er waren wel opvallend veel dezelfde bieders wordt beweerd. Voor een dure duif van 17.000 euro hoefde maar de helft te worden afgerekend en zo schijnen er meer voorbeelden te zijn. Sinds de commercie binnen onze sport de boventoon voert gebeuren de raarste dingen. Zo werden Hans en zoon Evert Jan Eijerkamp terug gefloten door een in duivenland zeer bekende internet verkoop organisatie waarmee zij regelmatig zaken doen. Nu blijkt dat de duiven makelaars nog neringziek zijn ook want ze dulden niet dat deze meubel en duivengigant ook zaken doet met een ander, het moet toch niet gekker worden! In Nederland kwamen vader en zoon Verkerk op de eerste vlucht van het nieuwe seizoen met 226 duiven aan de start. Op zich niets op tegen, wel veel werk voor de vrijwilligers in de club en een aantal duiven waarvan veel liefhebbers moedeloos worden. Niet goed voor de sport! Dan nog even terug naar BelgiŽ waar Jos Thone voor de zoveelste keer een grote internet verkoop houdt. Dit keer gaan ALLE oude duiven in zijn totaliteit weg, om precies te zijn 211 stuks. Weer een liefhebber minder zult u denken. Natuurlijk niet. Van al die oude duiven zijn zeker een of twee rondes jongen gekweekt en Jos doet gewoon weer mee. Misschien gaat het wel net zo als een van de vorige keren toen er een man aan de andere kant van de aardbol voor een heleboel geld een twintigtal duiven van Jos had gekocht. Volgens Jos wilde de koper dat ze bij hem bleven zitten en hij mocht er zoveel uit kweken als hij wilde. Dat heeft hij dan ook gedaan en aan het eind van het jaar werden al die jonge duiven weer met een opgesmukt verhaal op internet verkocht. Waar blijft in godsnaam de geloofwaardigheid?

TUSSEN DE DUIVEN
Na gedane arbeid is het heerlijk om een poos in het duivenhok te verblijven, gewoon lekker tussen de duiven. Even jezelf zijn, genieten van je hobby en om de zorgen, stress of tegenslag van die dag te vergeten. Praten tegen je duiven en af en toe eens eentje in je handen nemen dat is hobby. Ik heb altijd een paar pinda’s in de zak van mijn stofjas. Als ze eenmaal gewend zijn om pinda’s te eten raken ze er verzot op. Ik leer ze al in een vroeg stadium hoe het klinkt als je met een busje pinda’s rammelt. Als ze dat geluid kennen moet je eens zien hoe graag ze naar de baas komen. Het zijn dan net kinderen die een snoepje krijgen. Door zo te handelen schep je een band met je duiven en dat levert in alle opzichten voordelen op. Duiven die geen vertrouwen hebben in de baas en de omgeving waarin ze leven zullen nimmer optimaal presteren. Het gaat juist om die schijnbaar onbelangrijke dingen die nu precies het verschil maken. Vooral omdat de verschillen in aankomsttijden vaak erg klein zijn. Het gaat soms om secondes wel of niet de eerste prijs daarom is het samenspel tussen baas en duif van groot belang.

ZIJN ZE ER KLAAR VOOR?
Als de winter en Pasen voorbij zijn is het lente. De natuur komt op gang, dat is te merken aan de vogels die druk bezig zijn hun nieuwe nest in orde te maken. Er is nieuw leven in aantocht, de bloembollen ontluiken en zeer binnenkort kunnen we in Nederland weer genieten van de kleurenpracht als we langs de bloeiende bollenvelden rijden. De temperaturen gaan omhoog, dat is van belang bij de eerste snelheidsvluchten. Zoals het er nu uitziet hebben we tijdens de laatste trainingsvlucht temperaturen van 16 tot 18 graden, dat zou fantastisch zijn. Een week later (9 april) klinkt het startschot voor de eerste officiŽle krachtmeting. In alle 12 afdelingen met in zijn totaliteit ruim 18.000 liefhebbers vindt de eerste vlucht plaats. Het zijn vooral de liefhebbers van de snelheid die daar reikhalzend naar uitkijken. Bij hen zit het kweekseizoen er op, alle aandacht gaat nu uit naar de wedstrijden. Begin april zullen duizenden duiven het Hollandse luchtruim doorklieven. De snelheidsvluchten kennen verreweg de meeste deelnemers en daardoor ook een gigantisch aantal duiven. Naast dat gigantische aantal duiven zullen er ook een zeer groot aantal liefhebbers met samengeknepen billen op de eerste aankomsten staan wachten. Er zijn liefhebbers die zich niet zo druk maken om het eerste gewin. Ik ben altijd iemand geweest die er op de eerste vlucht meteen wil staan. Ik moest en zou mijn visitekaartje afgeven ten teken dat de concurrentie weer terdege rekening met me kan houden. Dit jaar zal het waarschijnlijk een tikkeltje anders gaan. Ondanks dat ik minder duiven heb voel ik me zeker niet kansloos. Ik weet nu al dat ik het van de megahokken niet kan winnen, de wet van de grote getallen zal altijd een belangrijke rol blijven meespelen. Dat wil niet zeggen dat alle liefhebbers die met kleine aantallen duiven spelen de grote mannen niet kunnen kloppen. Wis en waarachtig wel! Ook de grote mannen hebben maar enkele goede duiven op het hok, kijk maar waarmee ze uitpakken. Het gaat altijd maar om een enkele duif die het mooie weer maakt. Ook op kleine hokken zitten goede duiven, procentueel zelfs meer. Het gaat er om dat op de eerste vluchten de weersomstandigheden meewerken. Met echt duivenweer kan iedereen een vroege duif pakken. Is het echter Hollands voorjaarsweer met regen of af en toe een sneeuwbui dan worden het van die “geluk” vluchten en dan zijn degene met grote aantallen in het voordeel. Nog steeds geldt: “Hoe meer lootjes, hoe meer kans”. Dergelijke vluchten hebben weinig of niets met duivensport te maken. Het vervelende is dat ze wel meetellen voor de kampioenschappen waardoor er diverse liefhebbers zijn die direct al een flinke draai om hun oren krijgen. Zaak is dat de duiven er goed op staan, de supervorm moet op alle hokken nog komen, daar is het nu nog te vroeg voor. Het gaat nu om gezonde duiven die goed zijn voorbereid. Wees wijs en leg in het begin de prestatielat niet te hoog. Des te groter de verwachting des te groter de teleurstelling!

VERDUISTERDE JONGEN
Ik ben er ook mee begonnen, ze zitten nu verduisterd van ’s- avonds kwart voor acht tot en met ’s morgens kwart voor negen. Ze ruien volop kleine veertjes en niet een heeft al een slagpen gegooid. Ik blijf verduisteren tot en met de eerste week van juni, dan heb ik nog drie weken voor hun eerste echte race. Mijn ervaring is dat kort nadat je gestopt bent met verduisteren de kans groot is dat er een coli uitbraak komt. Het ene jaar heb je er praktisch geen last van, het andere jaar hebben er enkele het flink te pakken en er zijn ook jaren bij geweest dat ze echt dood en doodziek waren. Zo erg zelfs dat ik er een aantal moest afmaken en enkele gingen uit zichzelf dood. Of het coli of adeno was weet ik niet, ik denk adeno want coli besmetting is met een kuur van dr. Van der Sluijs binnen enkele dagen voorbij. Ik houd het er op dat je coli krijgt door het vaccineren tegen paramixo in combinatie met verduisteren. Maar als je met jonge duiven op een “volle vleugel” wilt spelen dan zal je dus moeten bijlichten of verduisteren en loop je het risico dat je de zogenaamde “jonge duivenziekte” krijgt. Momenteel zien de jongen er prima uit. Bij sommigen begint de nek al te kleuren en de doffertjes beginnen al aardig te koeren. Elke avond vecht ik even met ze, ik loop dan langs het rek waarin ze zitten en trek dan even aan hun snavel en duw met mijn vinger een beetje tegen ze aan zodat ze van zich af beginnen te slaan. Daarmee voorkom je dat ze van hun zitplaats wegvliegen als je in het hok komt. Voorgaande jaren had ik drie afdelingen voor mijn jonge duiven nu nog maar een, dat betekent dat je er regelmatig een jong bij moet zetten. Er zijn meestal wel enkele koppels waar je minimaal vier jongen van wilt hebben. Ik houd er niet van om er af en toe een jong bij te zetten maar nu moet ik dat noodgedwongen doen. Of het een slechte invloed heeft kan ik niet zeggen. Mooier en beter lijkt het me om de eerste ronde in een afdeling te plaatsen en daarna de tweede ronde ook in hun eigen afdeling. De derde afdeling gebruikte ik om er zo af en toe eens eentje in te zetten. Zodra ze allemaal goed rondom het hok vlogen gingen de schuifdeuren open en zat het hele peloton bij elkaar.

VOEDING
Regelmatig krijg ik vragen over voeding. Ook hier geldt dat er vele wegen naar Rome leiden. Met andere woorden er zijn verschillende methoden. Elke duif eet ongeveer 30-35 gram per dag. Het is aan de liefhebber om te bepalen wanneer ze iets minder moeten hebben (broedperiode) en wanneer wat meer (langere vluchten en grote jongen). Bij grote jongen in de schaal voer ik ze wel drie keer per dag omdat deze veel voer nodig hebben. In vier weken tijd groeien ze van een hulpeloos wezentje uit tot een volwaardige duif. Duiven die moeten presteren moet je geen honger laten lijden. Zorg dat de duiven enige reserves hebben, ja ook op de snelheidsvluchten. Duiven die van de vlucht slecht binnenkomen kun je niet veranderen door ze met een lege krop mee te geven. Bij mij krijgen ze op de dag van inkorven ‘s morgens nog volop eten en in de namiddag krijgen ze extra snoepzaad. Ik ben een voorstander van snoepzaad, bij mij krijgen ze denk ik meer dan bij anderen. Verder is het goed om duiven minimaal een keer per week verse groenten te geven. Regelmatig vers grit mag niet op het hok ontbreken net als mineralen. Ook heb ik altijd een potje met een klein beetje keukenzout op het hok staan. Zout lost slijm op en de duiven pikken er van als ze er behoefte aan hebben. Het voer dat ik geef krijgen ze het hele jaar door, altijd dus de zelfde veelzijdige mengeling. Ik ga er vanuit hoe veelzijdiger, des te beter. Nu het seizoen begint krijgen de vliegduiven ook elke dag enkele pinda’s. Ze zijn er dol op en het is nog goed ook voor ze. Elke ochtend en middag 2 pinda’s per voederbeurt. Bij langere afstanden, 350 km en verder, verdubbel ik dat aantal. Heel belangrijk is regelmaat, alles op vaste tijden. De conditie en ook de prestaties worden daardoor beter. Doe uw best en veel succes!

VOLTALLIG BESTUUR
Sinds een week heeft de Nederlandse Postduiven Organisatie (NPO) weer een voltallig bestuur. Het uit 7 personen bestaande bestuur onder leiding van voorzitter Maurice van der Kruk (47) heeft net als hun vele voorgangers in ieder geval het beste voor met onze nationale duivensport. Dat klinkt positief, het viel trouwens op dat Maurice in zijn introductie speech het woord positief erg veel gebruikte. Helaas had hij het over geen enkel concreet voorbeeld wat op korte termijn zou verbeteren laat staan dat hij het woord vernieuwing gebruikte. Ook over de wijze van aanpak liet hij niets los. Hij meldde wel dat de niet positieve leden onze sport maar zo snel mogelijk vaarwel moesten zeggen en dat vond ik niet zo slim van hem. Binnen een transparante organisatie moet het mogelijk zijn om van negatieve leden positieve te maken. Nieuwe bestuurders kunnen door hun manier van besturen leden op andere (positieve) gedachten brengen. Onze groep is niet zo groot meer en die ruim 18.000 leden (BelgiŽ heeft er maar 2000 meer) moeten we hoe dan ook zien te behouden voor de sport. Om het spannend en betaalbaar te houden hebben we elkaar hard nodig. Het is te wensen dat de nieuwe bestuurders berekent zijn op hun lang niet eenvoudige taak. Ik heb al diverse besturen en bestuurders meegemaakt die vol elan aan hun bestuursfunctie begonnen en binnen de kortste keren weer afhaakten. Wat dat betreft leek ons bondsbureau in Veenendaal op een duiventil, bestuurders vlogen in en uit. Gelukkig zijn we nu weer op oorlogssterkte en kunnen met 7 goedwillende mensen aan het seizoen 2016 beginnen. Voor de organisatie is er volop werk aan de winkel. Het financiŽle plaatje ziet er ten opzichte van 2014 zeer ongunstig uit. Veel geld vloog de kas uit omdat er veel gebakkelei was en dat heeft ons (onnodig) veel geld gekost. Hopelijk komen we nu in rustiger vaarwater zodat bestuur, commissies en leden zich voor de volle 100% met de sport bezig kunnen houden. Als we eerst maar weer eens met de wedstrijden bezig zijn, daar heeft iedereen zijn handen vol aan en is er geen tijd om problemen te maken. Die komen in het najaar weer aan de beurt als landelijk geŽvalueerd wordt wat er allemaal anders en beter had gekund. Laten we beginnen het bestuur veel wijsheid en doorzettingsvermogen toe te wensen.

ONTSPANNING
De vitesse spelers staan op scherp, die moeten er op 9 april staan. Zij hebben bijna geen tijd gehad om de duiven goed voor te bereiden, tijd voor excuses is er niet meer. In het eerste weekend van april moet het gebeuren en u weet, duivenspel is een secondespel, een rondje om het hok kost de nodige plaatsen in de uitslag. De echte snelheidsspelers hebben hun duiven zodanig geconditioneerd dat ze weten wat er van hen verwacht wordt en dat is niet alleen zo snel mogelijk via de kortste route naar huis vliegen maar ook met hoge snelheid het hok induiken. Het snelheidsspel is een van de grondbeginselen van de duivensport. Vroeger zei men dat je eerst maar eens goede resultaten moest behalen op korte afstanden voordat je naar de halve fond of nog verder ging spelen. Die tendens zie je nog in BelgiŽ. In reportages lees je regelmatig dat er eerst een aantal jaren alleen aan de vluchten met de kortste afstanden word meegedaan. Het was het spel voor de kleine man die op dat soort vluchten geld kon verdienen waarmee hij zijn hobby kon betalen. Het geldspel is zo goed als verdwenen, zeker in Nederland. Ik vind dat nog steeds erg jammer, nee niet om het geld. Ik heb nooit op geld staan wachten, wel op mijn duiven. De bedragen waren niet zo hoog. Met dat geldspel wonnen liefhebbers soms 25 gulden en daar konden ze weer voer en andere zaken van betalen. Wat ik het belangrijkste van het geldspel vond is dat je op een nog fanatiekere manier met je duiven bezig was. Je leerde ze daardoor veel beter kennen want om op de helft van je duiven geld te zetten was niet zo moeilijk, het ging er om dat je de gepoelde duiven voorop kreeg. Je bekeek een duif wel een aantal keren voordat je er geld opzette. Nu gaat het meer om het spel. Kampioensduiven, kampioenschappen en mooie uitslagen dat is nu de hoofdzaak. Vooral voor de professionals die MOETEN presteren en in deze commerciŽle wereld worden er dat steeds meer. Die moeten op de belangrijkste verkoop sites kunnen uitpakken met hun vaak opgeschroefde resultaten. Het is niet te geloven wat een onzin wordt er door listige verkoopmanagers neergeschreven, veelal gebakken lucht. Maar goed het hoort er allemaal bij. Gelukkig zijn er nog steeds liefhebbers die duiven hebben als hobby, het moeten is daar niet aanwezig. Een paar keer een vroege duif en het hele jaar is weer goed om het volgende jaar zeker weer mee te doen.

IN DE VERENIGING GEBEURT HET
Nationale, provinciale of regionale kampioenschappen in wat voor vorm ook, ze zijn voor de gezelligheidsspelers niet het belangrijkste doel. Voor hen geldt in eerste instantie het clubgebeuren. Daar vinden zij de gezelligheid, daar spreken ze wekelijks hun sportvrienden en daar worden de kansberekeningen voor de komende vlucht besproken. Bij ons in de club kun je voor vijftig eurocent raden in welke minuut de winnende duif wordt geklokt waardoor er op elke vlucht 30 euro te winnen is. Ook kan er geraden worden wie de eerste drie liefhebbers in de uitslag zijn en raden wie het eerst zijn eerst getekende duif in de uitslag heeft. Verder wordt er elke week geloot welke drie liefhebbers met elkaar een trio vormen. Daarvoor zijn de leden in drie groepen ingedeeld (A-B-C). Het trio met de hoogste metersnelheid wint de inleg. Verder is er een prijs voor de laatste liefhebber in de uitslag en elke week wordt er door een van de leden een prijs beschikbaar gesteld. Op de inkorfavond maakt de schenker bekend door welke duif of liefhebber de prijs gewonnen gaat worden. Uiteraard gaat de winnaar wekelijks met een boeket bloemen naar huis. Een paar keer per jaar stelt de club 10 prijzen beschikbaar. Bijvoorbeeld op Vaderdag, Moederdag, Pasen, kermis en op de eerste jonge duivenvlucht. Tevens kunnen de liefhebbers twee ringnummers opgeven van hun twee favoriete jaarlingen en hun jonge duiven. Voor degene die in het eindklassement het beste heeft gepresteerd is uiteraard een aantrekkelijke prijs te winnen. Op die manier proberen we het in de club gezellig te maken. Op de wedstrijddag worden alleen de overwinningsbloemen uitgereikt, de andere prijzen een week later. Nadat de duiven zijn opgehaald worden deze met een gepaste toespraak overhandigd.

HET VERSCHIL IS DUIDELIJK TE ZIEN
Vooral als er een groot duivenevenement op komst is staan de gespecialiseerde kranten en tijdschriften vol met aantrekkelijke aanbiedingen. Dit alles met de bedoeling het publiek naar de show te lokken en om zoveel mogelijk spullen aan de man te brengen. Opvallend is het steeds weer dat de stands waar de bemanning in witte jassen rondlopen de meeste aandacht krijgen. Dit keer heb ik mij weer eens extra verdiept in de aanbiedingen van het duivenvoer. Als leek kun je dan makkelijker het verschil in mengelingen bekijken omdat de voerleveranciers hun waar in open bakken hebben uitgestald. Je kunt dan eens wat voer in je hand nemen om het extra goed te bekijken. Meestal glimt het waardoor je denkt dat het een betere kwaliteit is. Dat glimmend maken doen ze bij de fabriek waar het voer gemengd wordt. Dat het voer er mooi uitziet zegt helemaal niets over de kwaliteit. Met veel interesse heb ik naar al die mengelingen gekeken. Ik zag al heel gauw dat de goedkoopste mengelingen er heel anders uit zagen dan de duurdere soorten. Meer kon ik niet ontdekken. Wel vraag ik mij af waarom de prijsverschillen zo groot kunnen zijn. Iedere voerfabrikant heeft zijn eigen receptuur en het maakt niet veel uit of je sportmengeling A of B bekijkt. Ik ben er dus gauw mee gestopt om voor een bepaalde soort voer te kiezen. Ik houd me bij mijn oude standpunt en dat is dat grote zichzelf respecterende fabrikanten niet anders kunnen dan een constante mengeling op de markt brengen en aan iedere mengeling hangt een prijskaartje. Hoe veelzijdiger de mengeling, hoe hoger de prijs. Het viel mij op dat de goedkope aanbiedingen maar uit zeer weinig soorten zijn samengesteld. Ik heb ooit eens een ronde gekweekt met dat goedkope voer, Op de zak stond kweekmengeling maar het voldeed volgens mij niet eens als kippenvoer. Het kweekresultaat ten opzichte van een eerdere ronde was ronduit bedroevend. Het was alsof de jongen voer te kort kregen, de mest was niet mooi, de veren kwamen niet mooi door (meerdere duiven met buispennen) en toen ik de jongen bij de ouders weghaalde voelden ze slap en papperig aan. Ik kan het niet wetenschappelijk onderbouwen maar toen de jongen van de eerste en de tweede ronde bijeen zaten en er een coli uitbraak kwam werden bijna alle jongen van de tweede ronde doodziek terwijl er van de eerste ronde enkele ziek werden. Gelukkig waren er dat niet zoveel. Na een kuur van Dr. van der Sluis herstelde de eerste ronde vrij snel maar dat was niet het geval bij de jongen van de tweede ronde. Misschien dat de leeftijd daarbij een rol speelde, dat kan ik niet bewijzen. Van de jongste groep heb ik er verschijnende weg moeten doen omdat ze na deze besmetting niet optimaal herstelden. Je kon duidelijk zien dat ze iets gemankeerd hadden. Helaas heb ik niet bijgehouden hoe het met de vlieg prestaties was omdat ik niet veel waarde hecht aan prestaties van jonge duiven. Als er echter een hele goede had bijgezeten had ik dat zeker onthouden. Om een goede kweek te hebben heb je niet alleen gezonde kwaliteits duiven nodig maar ook een heel veelzijdige mengeling, Ik ga ik er vanuit dat mijn leverancier (Mariman) een hoogwaardige kwaliteit granen etc. in de zakken stopt. Verder weet ik dat in ons land en de naburige landen Versele Laga de grootste is op gebied van diervoerders. Alle andere gerenommeerde merken kopen in heel veel gevallen hun granen bij genoemde firma. Het kon wel eens zo zijn dat vele mengelingen daar gemaakt worden, alleen ze worden niet allemaal verpakt in zakken waar de zelfde firmanaam op staat.

FULL PROFS
De duivensport dondert in elkaar. Je hoort niet anders, je hoort het niet alleen je merkt het aan den lijve. Nog iets meer dan 18.000 leden in ons land. Dat lijkt heel wat maar het stelt helaas nog maar weinig voor. Tijdens de voorjaarsbeurs was er veel bezoek, heel veel zelfs. Het waren echter niet alleen Nederlanders die de beurs bezochten. Gelukkig namen ook veel liefhebbers buiten de landsgrenzen de moeite om naar ons land te komen. Zo leek het er op dat onze sport nog lang niet dood is. Ik hoop van ganser harte dat het nooit zo ver zal komen. We moeten wel de realiteit onder ogen willen zien want het wil niet zegen dat ze allemaal meespelen. Ik durf niet te zeggen hoeveel actieve leden er nog zijn. Ik weet dat er liefhebbers zijn die geen duiven meer hebben of niet meer meespelen en toch lid van hun club gebleven zijn. Dat is leuk voor de club en ook voor hen die niet meer meedoen, op die manier blijven ze toch betrokken bij de sport. Alle energie en kosten die gemaakt zijn om nieuwe leden te winnen hebben niets maar dan ook niets opgeleverd. Weggegooid geld en dat is jammer want we hebben het geld zo hard nodig. Jeugdige nieuwstarters hebben we nodig, het is alsof dat een uitstervend soort is. Toch zijn er in BelgiŽ twee jonge liefhebbers die hun nek durven uitsteken. Zij willen kost wat kost als full prof door het duivenleven gaan. Ik mag wel zeggen geholpen door internet. Zij behoren tot de vaste kern van de grootste verkoopsite en als je dat voordeel hebt ben je al een eind op de goede weg. Ene Ulrich Lemmens uit Balen is volop aan het bouwen. Splinternieuwe hokken met tevens een gastenverblijf voor hen die van heel ver komen. Dit manneke timmert al enkele jaren aan de weg en wie veel reclame maakt zet zich op den duur in de kijker. Het spel is dan minder belangrijk als je maar zorgt dat je naam veel gelezen wordt. De man durft ook veel geld te bieden voor duiven met prachtige afstammingen en nog mooiere namen. Dat blijkt niet verkeerd te zijn want ook internationaal is hij ondanks zijn jonge leeftijd zeker geen onbekende meer. Dat internet veel meer invloed heeft dan vele jaren sterk spel blijkt maar weer eens. De andere nieuwe full prof is Stefaan Lambrechts uit Berlaar. Deze jonge knaap die met oude duiven niet mee kan komen (zijn eigen woorden) speelt des te beter met de jonge duiven. Een bekende vliegende tandarts uit Nederland behaalde met dit soort goede resultaten. Het is deze man die prachtige reclame voor de nog jonge professional heeft gemaakt door ook anderen enthousiast te maken. Stefan, vader van drie kinderen en een nieuwe vriendin is voor 2016 helemaal uitverkocht. Weet u hoeveel ringen hij had besteld? U raadt het waarschijnlijk nooit, het zijn er 850 en dan begin maart al uitverkocht met dank aan internet en sterk spel met alleen jonge duiven en dan te bedenken dat resultaten van jonge duiven bij mij niet doorslaggevend zijn. Zo heeft ieder zijn hobby. Gelukkig maar!

VRIJHEID BLIJHEID!
Sinds enkele jaren spelen liefhebbers uit Duitsland en BelgiŽ mee in de Nederlandse competitie. Onze nationale bond de NPO maakt daar geen geheim van maar moedigt het zelfs aan. Belgen en Duitsers zijn van harte welkom bij de NPO. Dat dit mogelijk is zou te maken hebben met discriminatie. Tegenwoordig valt alles onder de noemer discriminatie en daar word ik onpasselijk van. Alles wat er momenteel in de wereld gebeurt is afgrijselijk. Al die mensen, groot en klein die op de vlucht zijn voor het oorlogsgeweld, het grijpt mij elke dag opnieuw aan. Het is voor mij de normaalste zaak van de wereld dat deze mensen geholpen moeten worden. Makkelijker gezegd dan gedaan maar het moet wel gebeuren hoe dan ook. Dat hier binnen niet elke landsgrens een gelijkluidende mening is ontstaan is heel erg jammer want ook daardoor komen er nieuwe problemen. Aan de wereldleiders om dit menselijke leed zo snel mogelijk tot stilstand te brengen op weg naar wereldvrede. Voor altijd weg van alle haat en nijd. Het is niet met elkaar te vergelijken wat ik nu ga vertellen. Ik ga vele jaren terug toen ons land nog 90.000 liefhebbers telde. In elk dorp een duivenclub en elke stad wel meer dan drie clubs. Elke club had zijn eigen regio en om het spel zo eerlijk mogelijk te houden werden er geen leden buiten de regio aangenomen. Dat heeft niets met discriminatie te maken, het ging om eerlijk spel. Deze situatie was jarenlang het beeld van de Nederlandse duivensport totdat het aantal leden zienderogen terugliep. De duivensport begon te vergrijzen en daardoor kregen de verenigingen het steeds moelijker. Ze hadden geen bestaansrecht meer. Clubs gingen noodgedwongen fuseren doch dat hield de teruggang van leden niet tegen. Concoursen met grote aantallen duiven verdwenen. Door de specialisatie haakten nog meer liefhebbers af en de aantallen duiven die ingezet werden stelden steeds minder voor. Het verval van de duivensport gaat nog steeds door en daardoor is misschien een van de Nederlandse bobo’s op het lumineuze idee gekomen om zieltjes te gaan winnen in onze buurlanden. Liefhebbers uit Duitsland en BelgiŽ zijn momenteel van harte welkom in Nederland. Iets waar ik het beslist niet mee eens ben. Ik zou er mee akkoord kunnen gaan als in genoemde landen geen duivenspel mogelijk zou zijn. Tegenwoordig is in bijna elk land duivensport en nu we in Nederland al een hele tijd bezig zijn met eerlijker spel gaat onze bond mensen van buiten onze landsgrens aantrekken. Dat is iets dat ik niet kan begrijpen en daar gaan we de duivensport ook niet aantrekkelijker door maken. Dit werkt bij nog meer liefhebbers ongenoegen in de hand. Deze noodsprong is gedoemd te mislukken. Nogmaals, niets tegen Duitse en Belgische liefhebbers maar laten we het niet moeilijker maken dan het al is.

LEDENSTOP
Ooit hadden we bij onze club een ledenstop. Ons clublokaal was van een bepaalde grootte en de toeloop van leden was toen zo groot dat we ze niet meer konden bergen. Nu is het al een aantal jaren zo dat veel clubs niet meer bestaan (ook mijn oude club is ter ziele) en de clubs die er nog wel zijn zitten te gillen om nieuwe leden. In de goede jaren speelden we in mijn vlieggebied met 450 liefhebbers, nu nog iets meer dan 100 en daarvan spelen er hooguit nog 75 mee. Met 450 deelnemers konden er overal vroege duiven geklokt worden. Nu gaat de wet van de grote getallen een belangrijke rol meespelen. Daar waar de meeste duiven meegaan zal in veel gevallen ook de trek van de duiven zijn en daar zullen ook de meeste vroege duiven geklokt worden. Mocht de wind hen op de snelheidsvluchten ook nog eens goed gezind zijn dan is er moeilijk tegen de massa te spelen. Dat zelfde probleem kennen ze ook bij de verenigingen langs de Duitse en Belgische grens. Door leden buiten de landsgrenzen aan te nemen worden de vlieggebieden groter en dat is niet bevorderlijk voor eerlijk spel op vluchten tot 500 km. Mijn mening is het te laten zoals het is. Misschien is er nog wat ruimte om op de marathon meer internationale concoursen te organiseren. In dat opzicht zeg ik doen want “sport verbroedert”.

ALS DAT MAAR GOED BLIJFT GAAN
We hebben in Nederland geen winter gehad. Nog even en de winter is voorbij want op 21 maart begint de lente en twee weken later gaat ons nieuwe seizoen van start. Dat het bij de liefhebbers begint te kriebelen was te merken op de Voorjaarsbeurs die het voorbije weekend in Houten werd gehouden. Vooral op zaterdag kon je over de hoofden lopen. Op dat soort evenementen zou je niet zeggen dat de duivensport steeds minder leden krijgt. Toen ik op zondagmiddag langs de stands wandelde waren de meeste leeg, gewoon uitverkocht en dat was op zaterdagmiddag al het geval met de vele stands waar jonge duiven verkocht werden. Het weer werkte ook mee want op beide dagen was het lente vandaar de naam “Voorjaars beurs”. Ook tijdens de winterkweek geen strenge vorst, voor de tijd van het jaar was er een milde temperatuur. Toen de winterjongen voor het eerst naar buiten konden waren de omstandigheden ook prima. Inmiddels vliegen de winterjongen dat het een lieve lust is en in het hok is het of het af en toe sneeuwt zoveel kleine veertjes laten de jonge duiven momenteel vallen. Voordeel van winterjongen is dat ze wel de kleine veertjes ruien en niet de slagpennen. Om dat te voorkomen worden de jonge duiven eind van deze maand voor een periode van drie maanden verduisterd. Mijn gedachten dwalen zo af en toe af naar de eerste vluchten. Hoe zal het weer er dan uit zien? Met lage temperaturen kunnen duiven beter omgaan dan met tropische warmte. Ik kan me voorjaarsvluchten herinneren dat de duiven onderweg met sneeuwbuien te maken hadden. Ze bleven langer weg dan we verwachtte maar toen ze eenmaal kwamen waren ze bij iedereen vlot thuis. Na zo een slechte winter zou het best eens zo kunnen zijn dat we ook een slecht voorjaar of een slechte zomer krijgen. Het is een beetje koffiedik kijken. Toch hoop ik voor iedereen dat we een mooie seizoenstart krijgen, vlotte concoursen en geen verliezen, dat is belangrijk voor de motivatie tot aan het einde van het seizoen.

ZOMERTIJD
Mijn jonge duiven worden al zo lang ze bij de ouders vandaan zijn verzorgd op tijden alsof we al zomertijd hebben. De 12 oude doffers en duivinnen die aan de wedstrijden mee gaan doen zitten op weduwschap. Voorlopig komen ze een keer per dag los en dat gaat veranderen zodra in het weekend van 26/27 maart de zomertijd ingaat. Dan gaan de puntjes op de “i” en zal de verzorging tot eind september steeds op dezelfde tijd gebeuren. Een week voor het ingaan van de zomertijd ga ik beginnen met de duiven om de dag weg te brengen maar nooit verder dan 40 km.

WAT ZAL DE INVLOED ZIJN
Omdat ik niet helemaal lekker in mijn vel zit ben ik momenteel ten opzichte van de duiven iets te gemakkelijk. Ik zou de duivinnen weghalen zodra de jongen ongeveer 16 dagen oud waren. Dat heb ik niet gedaan, de jongen lagen er zo mooi bij waardoor ik dacht “ik laat ze nog een paar dagen liggen”, terwijl de doffers alweer een beetje begonnen te jagen. Misschien dom of nalatig omdat er nu enkele duivinnen zijn die voor de tweede keer gelegd hebben en dat was niet de bedoeling. Ik ben namelijk van plan de duivinnen het hele jaar door te spelen, dus vanaf eerste weekend april tot en met half september. Om beurten krijgen ze af en toe een week rust, maar voor de rest moeten ze er tegenaan. Ook aan de eendaagse fond vluchten ga ik meedoen. Mijn duiven kunnen het, op andere hokken worden er met hetzelfde soort zelfs op nationaal niveau hele goede resultaten behaald. Het was de bedoeling de duiven nog een keer te koppelen en dan na vijf dagen broeden de duivinnen weghalen. Het is nu een ietsje anders geworden. Alle duivinnen zitten nu in het weduwe duivinnenhok te wachten op de dingen die komen gaan. Ik weet op dit moment nog niet zeker of ik ze nog een keer ga koppelen. Dat zou wel makkelijker zijn want dan kun je doffers en duivinnen elke dag gezamenlijk wegbrengen. Als ik ze niet opnieuw koppel wil ik ze niet gezamenlijk opleren omdat ik wil voorkomen dat ze elkaar dagelijks zien. Ja, berouw komt na de zonde en daar zit ik nu een beetje mee. Als je voor de tweede keer koppelt zitten ze bijna altijd samen in hun broedhok en dan kun je ze zonder problemen pakken en in de mand steken. Zo lang ze gescheiden zitten zijn ze toch iets minder rustig waardoor ze zich niet zo eenvoudig laten pakken en ik heb er een hekel aan om duiven te vangen of ze achterna te zitten. Als ik ze wel koppel heb ik nog twee weken (vandaag is het 1 maart) om er over na te denken want dan wil ik het zo regelen dat ze op 1 april 4-6 dagen zitten te broeden. Dat betekent dat ze 15 maart opnieuw samen gezet moeten worden. Dat houdt in dat een aantal duivinnen voor de derde keer eieren leggen. Daar krijg ik mogelijk spijt van omdat ze dan zeker eerder met de rui zullen beginnen. Is dat erg of niet? Als ze eerder hun eerste pen laten vallen zal ik ze niet tot half september door kunnen spelen. Op zich niet zo een groot probleem want dan speel ik alleen de jonge duiven op de vijf laatste snelheidsvluchten van het seizoen en krijgen de duivinnen eerder rust.

EENVOUD SIERT DE MENS
We moeten de sport ook niet al te ingewikkeld maken zeker niet als je over een jaar tachtig wordt. Ik wil heel graag met de beste meespelen maar dan wel op een eenvoudige manier. De jaren dat ik er echt alles voor over had om de beste te zijn ligt geruime tijd achter me. Hoe raar het ook mag klinken, als ik terug kijk naar de jaren dat ik met 16 weduwmannen de pannen van het dak speelde was mijn verzorgingsmethode simpeler dan de laatste 15 jaar. Toen ben ik meer duiven gaan houden en ben wel goed blijven spelen maar ik heb minder echte cracks gekweekt. De jaren daarvoor had ik ieder jaar meerdere kampioensduiven, de laatste 15 jaar kweekte ik meer eerste prijswinnaars. Het is maar net wat je het liefste ziet. Je kunt een kampioensduif hebben die onopvallend goed heeft gepresteerd. Ik kies liever voor een duif die twee maal in groot verband de overwinning binnen sleept (liever nog drie keer) omdat dergelijke overwinningen te vergelijken zijn met het winnen van een etappe in de Tour de France. Ik zeg dat omdat de duiven en wielersport voor mij de meest aansprekende sporten zijn. Het wieler seizoen is inmiddels gestart met twee mooie Belgische klassiekers. In BelgiŽ begint de duivensport in het weekend van 6 maart en loopt daar door tot oktober met zelfs meerdere vluchten in een weekend. In Nederland kiezen steeds meer liefhebbers er voor om later te beginnen en eerder te stoppen. Wat het beste is durf ik niet te zeggen, wel kan ik zeggen dat in beide duivenlanden het aantal liefhebbers elk jaar sterk terugloopt.

DUIVENSPORT EN HUN LEIDERS
In beide duivenlanden loopt het organisatorisch ook niet echt goed. Vorig jaar moest de NPO er ruim 400.000 euro bij leggen en dan heb ik het niet eens over de 100.000 euro aan juridische kosten. Op 13 maart is de algemene vergadering waar dit soort zaken aan de orde komen. Oud voorzitter De Jong heeft zich opnieuw kandidaat gesteld nu voorzitter Buwalda (beide zijn Friezen en dat noemen ze in ons land “stijfkoppen”) te kennen heeft gegeven er geen zin meer in te hebben. Het is bijna niet voor te stellen dat De Jong weer de nationale voorzitter wordt omdat hij mede verantwoordelijk is gesteld voor de grote verliezen van de laatste jaren. Donkere wolken vatten zich samen boven de wat eens een van de meest mooie vormen van vrije tijdbesteding bij huis werd genoemd. Het Belgische nationale bestuur maakte met enige trots bekend dat zij een winst van ruim 12.000 euro winst hadden geboekt. Mooi zult u zeggen. Het stelt echter heel weinig voor als we weten dat er meer dan 1.200.000 ringen verkocht zijn en dat er aan contributies 500.000 euro is binnen gekomen. In BelgiŽ kende men ook de 3% regeling. Dat houd in dat er van elke verkochte duif 3% aan de KBDB afgedragen moest worden. Dat alles bij elkaar opgeteld is een aardig bedrag en dan kun je de vraag stellen; “hoe kan het dat er daarvan maar 12.000 euro is overgebleven”. In 2017 organiseert BelgiŽ de postduiven Olympiade in Brussel. Hoe denken ze dit te financieren? We roepen om hulp en wachten af!

GRANDIOOS
Dit keer een groot compliment aan de organisatoren (Jan en zoon Rik Hermans) van de 35e Internationale Gouden Duif competitie. Zaterdag waren een kleine duizend liefhebbers bijeen die getuige waren van een werkelijk grootse huldiging van de winnaars van deze competitie. Ik ken geen land waar zoveel liefhebbers bijeen komen. De meeste bezoekers kwamen uiteraard uit BelgiŽ, Nederland en Duitsland omdat deze drie landen meedoen aan de competitie. Om hoog te eindigen moet je minstens een keer per maand de drie eerst getekende duiven in de top van de uitslag hebben en dat valt niet mee. Volgens mij is het 25 jaar geleden dat ik er voor het eerst bij was. Ik had toen een vijftal “vaste” duiven en dan wordt het al een stuk gemakkelijker. Het is dan alsof het helemaal niet moeilijk is tot je er echt voor gaat spelen. Dit jaar was me dat weer eens gelukt. Van de Nederlandse deelnemers werd ik 3e, in BelgiŽ noemen ze dat 2e opvolger. Maakt niet uit hoe het heet, je krijgt daar een huldiging alsof je wereldkampioen bent geworden. Na afloop van elke landenhuldiging werd het Nationale Volkslied gespeeld en daar sta je dan als bijna 80 jarige. Ik heb samen met mijn zoon enorm genoten. Veel duivenvrienden gesproken in een sfeer die ongekend is. Je zou niet zeggen dat de jaloezie en afgunst binnen onze sport zo groot is. Komend weekend onze Nationale Voorjaarsbeurs en daarna gaan we ons opmaken voor de start van het nieuwe seizoen.


WAT ZIJN DE VERWACHTINGEN
Gaan we de lat hoger leggen dan vorig jaar of proberen we de resultaten te continueren. Het houdt namelijk een keer op om elk jaar weer opnieuw de resultaten te verbeteren. Degene die al meerdere jaren goed spelen hebben werk genoeg om zich op dat niveau te handhaven, onze sport kent immers meer verliezers dan winnaars. Duivensport is een eenvoudig spelletje, vraag het maar aan degene die jaarlijks bij de kampioenen eindigen. Om zo ver te komen is voor velen nog steeds geen eenvoudige opgave. Goed spelen is van diverse factoren afhankelijk. Het gaat namelijk niet alleen om goede duiven. Een goed systeem lijkt mij nog belangrijker. In een goed systeem zit alles in en dat systeem telt niet alleen tijdens het seizoen maar het hele jaar door. Alleen daarover kan alleen al een heel dik boek geschreven worden. De oudere geroutineerde spelers kennen dat boek bijna uit hun hoofd. Voor hen is sterk spel simpel omdat zij zelf bijna een robot zijn. Hun duiven zijn niet alleen geconditioneerd, zij hebben zichzelf ook geconditioneerd. Alles gaat vanzelf gelijk een robot en dan wordt het al een stuk eenvoudiger. Misschien wordt het nu begrijpelijker waarom die mannen elk jaar meer goede duiven kweken dan de gemiddelde liefhebber. Zij weten op voorhand al welke duiven wel en niet mogen blijven, welke duiven naar het kweekhok gaan en welke daaruit moeten verdwijnen. Zij hebben feeling om kweekkoppels samen te stellen die meer bruikbare duiven geven dan op andere hokken het geval is. Zij durven duiven weg te doen ook al komen ze van uitstekende ouders of hebben goede presterende broers en zussen. Zij weten hoeveel voer de snelheidsduiven nodig hebben en ze weten ook wat dagfond duiven extra nodig hebben. Al dat soort zaken hebben ze zelf ontwikkeld door veel te lezen en goed te luisteren. Het is ook een kwestie van duiven durven spelen. Alle duiven kunnen vluchten aan tot zeker 600 km. De liefhebber moet begrijpen dat duiven die 100 km moeten vliegen anders begeleidt dienen te worden dan duiven die 5 of 6 keer per jaar 500 km en meer moeten afwerken. Momenteel komen er steeds meer liefhebbers die al hun duiven elke week opnieuw in de mand steken. Of het een goed systeem is kan ik niet beoordelen omdat het niet mijn systeem is. In de praktijk blijkt dat heel veel duiven dat wel aankunnen, vooral duivinnen. Dat is denkelijk de oorzaak dat er nog maar zo weinig oude duiven in de uitslag voorkomen. Veel liefhebbers die dit systeem spelen laten hun vliegduiven niet ouder worden dan drie jaar en daarna is de kaars helemaal opgebrand. Hun kweekwaarde zullen ze wel behouden zodat ze nog een paar jaar een plaats krijgen in het kweekhok, althans die drie jarigen die uitstekend voldaan hebben. Zelf kweek ik liever niet uit duiven die helemaal kapot gespeeld zijn. Kweken uit goede maar vooral vitale duiven is iets wat voor mij als zeer belangrijk geldt.

FAVORIETEN
Nu we de maand maart te pakken hebben gaat het bij veel liefhebbers weer behoorlijk kriebelen. Vooral wanneer de kweek geslaagd is weten veel liefhebbers dat het dan met de gezondheid wel goed zit. Nog even en de snelheidsspelers gaan alweer op pad met hun favorieten. Zijn dat favorieten omdat ze als jong goed gepresteerd hebben of zijn het de een en twee jarigen die al hebben laten zien dat ze uit het goede hout gesneden zijn. Jonge duiven die goed gepresteerd hebben kunnen als jaarling nog wel eens tegenvallen. Het gebeurt niet vaak dat een kampioensduif bij de jonge duiven zich ook als jaarling bij de betere weet te spelen. Het gebeurd wel, zelf heb ik zo een duivin. Ik heb haar het Blauwe Kampioentje genoemd, In de eerste plaats omdat een van haar voorouders dezelfde naam had en in de tweede plaats omdat ze als jong kampioensduif werd en als jaarling werd ze weer kampioensduif, nu op vitesse vluchten. Over het hele seizoen 2015 was ze zelfs mijn beste duif. Ik reken haar dit jaar weer bij mijn favorieten. Ik heb er meer, doch daar weet ik nog weinig of niets van. Ik heb 12 koppels vliegduiven, daarvan zijn 11 doffers pas een jaar, van de 12 duivinnen zijn er 4 een jaar en de andere 8 zijn 2 jaar oud. Bij de doffers is de “100” mijn grootste favoriet, hij heeft alles wat een goede vliegduif moet hebben o.a. een zeer levendig oog, hem ontgaat niets wat er op het hok gebeurt, prachtig van bouw, sterke stuitbeentjes, zijdezachte pluimen, dikke voorarm, lichtblauw van kleur en dat zie ik heel graag, verder een heel mooi type, een echte kerel om te zien. Bij de duivinnen is de “137” er eentje waar ik het nodige van verwacht, een echt vliegtype met een strikje op de borst en uit die lijn zijn er al meer met een strikje gekweekt die meerdere eerste prijzen hebben gewonnen. Niet door het strikje maar vooral door haar formaat en uitstraling schat ik haar zeer hoog in. In 2015 was de “083” mijn beste jonge duif, een blauwe met witte pennen in haar vleugel. Ze is een ideaal gebouwde duivin, heel mooi van bouw en nooit te zwaar. Op het nest is ze zeer fanatiek, ze moet echter straks haar kunsten vertonen als weduwe duivin op het dubbel weduwschap systeem. Ook van haar verwacht ik wel enkele topklasseringen. Ondanks dat ik slecht zie mag ik toch graag bij mijn duiven zitten. Ik neem ze nu meer in de hand dan voorheen. Nu kan ik ze pas goed zien als ik ze dicht bij me houdt.

JONGE DUIVEN
Ik wil er niet meer zo veel en ik heb er nog niet zo veel. De 13 vroege jongen die ik heb zien er wel prachtig uit, nu al goed gebouwd en wat ik graag zie, nu al mooie stevige gesloten stuitbeentjes. Voor mij een van de kenmerken van een goede duif. Ze zijn nu twee keer een hele dag buiten geweest. Nadat de oude duiven hun dagelijkse rondjes hebben gevlogen mogen zij er uit. Ze mogen de hele dag hun gang gaan en dat komt omdat ik vorig jaar en ook nu geen last heb van roofvogels. Wel krioelt het bij mij van de “kauwtjes” (klein soort kraai) en eksters. Ik heb me laten vertellen dat die de roofvogels uit de buurt houden. Vandaar dat ik het risico durf te nemen om de hele dag de jonge duiven buiten te laten. Over ruim een week komen er nog 12 bij en daarna nog een stuk of zes zodat ik er een 30 tal in zijn totaliteit heb. Ja, het wordt anders dan voorgaande jaren. Toch hoop ik nog menig keer de concurrentie te vlug af te zijn. In deze periode voorafgaande aan het nieuwe vliegseizoen komen er op ieder hok een aantal idealen naar boven. Iedere melker zal dromen van nieuwe successen en niet alleen dromen maar ook de nodige voorbereidingen treffen voor goede resultaten waardoor het plezier in de sport de boventoon gaat voeren. Ik hoop dat dit ook bij u het geval zal zijn.


LAATSTE MOGELIJKHEDEN
Het is half februari. Dit betekent nog zes weken te gaan voor het nieuwe vliegseizoen zodat er nog op gezondheid gecontroleerd kan worden. Bij ons in de club zijn de oude duiven deze week tegen paramixo ingeŽnt. Tevens was er de mogelijkheid mest in te leveren en een keeluitstrijkje te laten doen. Dat laatste om te zien of er trichomoniase (canker) aanwezig is en uit het mestonderzoek kan gezien worden of er paratyphus, coli, coccidiose of wormen aanwezig zijn, heel belangrijk om te weten! Er is nu nog voldoende gelegenheid om daar, indien nodig, medicijnen tegen te verstrekken. Ieder jaar hebben we zo een onderzoek voor aanvang van alle vluchten. Drie keer per jaar dus een gezamenlijk onderzoek. Daarnaast zijn er mogelijkheden om tussendoor de veearts te bezoeken. Als we straks gaan beginnen is het voor alle leden van de club belangrijk te weten dat ze met gezonde duiven aan de start verschijnen. Zo een onderzoek is maar een momentopname. Het wil niet zeggen als ze de start gezond zijn dat ze dat het hele jaar blijven. Juist tijdens het vliegseizoen is het besmettingsgevaar het grootst. Duiven van verschillende hokken komen bij elkaar in de verzendboxen en in de auto waar ruim 200 boxen ingeladen kunnen worden (5.000 duiven). Het is eigenlijk een te kleine ruimte voor zo een groot aantal duiven, de kans dat de duiven een besmetting oplopen is aanwezig, vooral als ze langer dan een nacht in de boxen moeten verblijven. In het belang van de sportbeleving, liefhebbers en van de duiven kunnen we niet serieus genoeg met de gezondheid van onze duiven omgaan.

TE VEEL GEPRAAT OVER ZIEKTES
Helaas wordt er binnen de moderne duivensport veel te veel gesproken over allerlei ziektes. Dat is jammer want dat zet onze hobby in een verkeerd daglicht. Ik neem aan dat iedereen wel eens een forum heeft bezocht met daarin een dierenarts. Bijna elke vraag gaat dan richting de duivendokter. Je wordt er akelig van hoeveel er af gekletst wordt over medicijnen. Onze sport valt of staat niet bij ziektes en het bestrijden daarvan. Het is uitstekend dat er duivendokters zijn en zelfs zeer kundige. Die mannen zijn er om zieke duiven te genezen en dat is heel wat anders dan BETER maken. Je kunt een duif niet beter maken dan hij is. Je zult alle liefhebbers de kost moeten geven die denken dat de veearts medicijnen kan voorschrijven waardoor duiven beter gaan presteren. Anders zouden toch alle duivenartsen de sterreen van de hemel spelen. Beste lezers gebruik nu eens je verstand. Durf vanaf nu eens zeer streng te selecteren, vooral op gezondheid. Daar is nu de gelegenheid voor. We zitten middenin het kweekseizoen en doe nu eens alles weg wat niet goed is. Misvormde eieren, eieren met een ruwe schaal. Kweekduiven met legnood. Kweekkoppels die al drie jaar geen knap jong gegeven hebben. Een jong dat achterblijft ten opzichte van zijn nestmaatje. Veelvuldig piepende jongen. Kleine jongen die al vlug gaan staan. Jongen met veel te waterige mest. Een jong dat naast de schotel ligt, dat is meestal geen toeval, dat jong wordt er door de ouders uitgeduwd. Twee jongen in het zelfde nest moeten beide altijd met een volle krop liggen, heeft een dat niet, u weet wat u te doen staat. Jongen met buispennen zijn niet de sterkste, er hapert iets aan en omdat het al zo moeilijk is echte goede te kweken is mijn advies dergelijke jonge duiven op te ruimen. Kom liever met 20 jongen aan de start die de toets der kritiek kunnen doorstaan dan met 40 waarvan er 20 niet helemaal zijn zoals ze moeten zijn.

STRESS
Al 20 jaar ben ik afhankelijk van mijn linker oog, rechts doet bijna niets. Het vervelende is dat mijn linker oog nu dezelfde symptomen vertoond als mijn rechter. Ik loop van het ene naar het andere onderzoek en deze week is begonnen met een eerste behandeling doormiddel van een oog prik. Het probleem is dat er vocht zit tussen het vaatvlies en het netvlies. Daardoor zie ik erg wazig en dat is erger geworden nadat ik in december longontsteking heb gehad.. De krant kan ik momenteel niet lezen, voor de e-mail geldt het zelfde. In mijn duivenhok zie ik wel de duiven lopen maar weet niet welke het is. U zult begrijpen dat ik behoorlijk in de put zit. Probeer positief te blijven en heb vertrouwen in de artsen die mij gaan behandelen. Tot en met mei moet ik elke maand een prik halen. Er is mij verteld dat daar goede resultaten mee behaald zijn. Mijn gezichtsvermogen om te kunnen lezen, dichtbij dus, is momenteel zeer slecht, in de verte kan ik volgens mij vrij goed zien. Belangrijk is het dus dat er verbetering in mijn linkeroog komt, niet alleen omdat mijn duivenhobby in gevaar komt maar vooral hoe de toekomst er voor mij en mijn vrouw Cora er uit gaat zien.

WIE HAD DAT OOIT GEDACHT
Onvrede onder de Belgische liefhebbers is er mede de oorzaak van dat BelgiŽ nog iets meer dan 17.000 spelende liefhebbers heeft. De hogeschool van de Belgische duivensport was de provincie Antwerpen. Degene die daar ooit kampioen zijn geworden of sterk speelden waren de besten van het hele land. Daar werd met respect naar gekeken. Nu nog is er alle waardering, maar ooit toen BelgiŽ duivenland nummer 1 was werd er bijna huis aan huis met duiven gespeeld. Nu zijn er in de hele provincie nog slechts 4.000, dat is niets meer ten opzichte van de vervlogen tijden toen er wekelijks vele duizenden liefhebbers meededen. Dat was duivensport op het allerhoogste niveau. Er kan niet gesteld worden dat het nu niets meer voorstelt. Het is wel zo dat de duivensport enorm is verandert. Er zijn te veel regeltjes waardoor het plezier volkomen zoek is. Het bestuur wil niet naar de liefhebbers luisteren. Het bestuur bepaalt en trekt haar eigen plan. Doping is daar nog steeds een enorm probleem en hoe meer en hoe langer daar over gesproken wordt des te meer voorbeelden komen naar boven waar het bestuur zich helemaal niets van aantrekt. In Nederland gaat het op organisatorisch vlak ook nog steeds niet voor de wind. De organisatiestructuur is daar debet aan. Capabele mensen, als die er nog zijn, willen geen bestuursfunctie meer. In BelgiŽ hebben ze het nationale bestuur nog compleet maar als het aan de leden ligt zullen er koppen gaan vallen. Voorlopig doet het bestuur alsof ze Oost Indisch doof zijn en draait de wereld gewoon door. Over 4 weken wordt bij onze zuiderburen het startschot gelost en twee weken later zijn wij aan de beurt. Het wordt hoogtijd dat de liefhebbers weer wekelijks met hun duiven naar de lokalen trekken. Wie weet trekken de kruitdampen op en gaan we weer veel plezier beleven aan onze gevleugelde vrienden. We blijven optimistisch!
Bert Braspenning


GELIJKE KANSEN VOOR IEDEREEN
In Nederland is er momenteel veel te doen over het ongelimiteerd inzetten van het aantal duiven per liefhebber. Zo lang ik duiven heb, en dat is al heel lang, is elke liefhebber nog steeds vrij om op elke vlucht zoveel duiven in te zetten zoals hij zelf wil. We zijn nu in een situatie gekomen dat we elk jaar flink wat leden verliezen en onder de groep “doorzetters” wordt het aantal liefhebbers die beginnen te roepen dat de duivensport niet eerlijk is steeds groter. Jarenlang heb ik nimmer dit soort kreten gehoord. Volgens mij heeft dit onder andere te maken met de door de NPO gepropageerde specialisatie. Liefhebbers spelen niet alles meer. De een speelt alleen jonge duiven, de ander marathon, weer anderen leggen zich toe op de snelheidsvluchten en ga zo maar door. Hierdoor komen er steeds kleinere aantallen duiven in concours. Het fenomeen “invliegduiven” is er tevens de oorzaak van dat de concoursen steeds kleiner worden. Jarenlang speelde iedereen al zijn duiven, grote liefhebbers waren er niet zo veel en als er al een grote was dan kwam hij zeker met niet meer dan 50 duiven. Die 50 vielen tegen de vele duizenden duiven niet op en door het handmatig klokken had zo een man toch enkele minuten nodig voordat hij er tien had geklokt. In dit elektronische tijdperk is het de normaalste zaak van de wereld dat er een paar in dezelfde seconde worden geklokt. Doordat we met steeds minder liefhebbers zijn loopt het aantal deelnemende duiven meer en meer terug. Uit kostenoverweging gaan liefhebbers minder duiven houden en dan werkt het frustrerend als er liefhebbers met 100 – 200 – 300 of zelfs meer duiven komen. Dat wil niet zeggen dat die mannen elke week opnieuw de concoursen oprollen, het gaat om het gevoel. Als je weet dat je elke week tegen 22 spelers moet voetballen kun je misschien wel een goal maken maar winnen doe je nooit. Zo is het ook binnen onze sport. Tegen de grote mannen kun je zeker wel eens een kopprijs winnen maar over het algemeen krijg je veel vaker een pak slaag en wie zal daar nu jaar in jaar uit plezier aan beleven. Zelf heb ik op lange termijn niet meer zoveel vertrouwen in de duivensport zoals we die jarenlang gekend hebben. Belangrijk is het dat er binnen de wedstrijdsport iets gaat veranderen waar minimaal 80 tot 90% zich in kan vinden. Aan een aantal prominente liefhebbers is in het belang van de totale duivensport gevraagd daar hun mening over te geven. Ik heb bij de ondervraagde geen eensluidende mening kunnen ontdekken. Waarschijnlijk gaat het zo worden dat binnen enkele afdelingen een begin wordt gemaakt met 30 tegen 30 te spelen. Alle liefhebbers zouden dan voor het begin van het nieuwe seizoen 30 duiven moeten opgeven waarmee ze aan de verschillende spelonderdelen mee gaan doen. Dus voor snelheid, halve fond, dag fond of marathon mogen steeds 30 andere duiven opgegeven worden. Krijgen alle liefhebbers daarmee gelijke kansen? Zeker weten van niet, er zitten diverse addertjes onder het gras.

BOER PAS OP JE KIPPEN
30 tegen 30 lijkt op zich heel eerlijk maar hoeveel liefhebbers zullen er zijn die voor elk onderdeel 30 duiven op kunnen geven? Okť, dat is niet echt nodig. Dan wordt voorgesteld om twee uitslagen te maken. Een waar alleen die 30 vooraf opgegeven duiven in voor komen en eentje waar 25% (1:4) van alle deelnemende duiven in wordt opgenomen. Dat zou dan zijn om de kampioensduiven uit te kunnen rekenen. Met welke uitslag zullen de commerciŽle megahokken aan de weg gaan timmeren denkt U? Een keer raden! Die 30 opgegeven duiven tellen voor de kampioenschappen en die stellen voor de grote jongens nu precies niets voor. Kijk naar alle advertenties of internet sites, het gaat om overwinningen liefst nationaal. In Nederland hebben we er 1 maar in BelgiŽ barst het er van. Bij mij heeft nog nimmer iemand duiven aangeschaft vanwege kampioenschappen, wel omdat er goede resultaten werden behaald op snelheid of met de jonge duiven en dan vooral wilde men duiven hebben uit de winnaars of kampioensduiven. Voor dat soort duiven moet je bij de liefhebber aan huis zijn. Op internet bedenken ze de mooiste verkoopverhalen en als je die goed leest staat er precies niks, helemaal niks. Ja, onzin maar dat is alleen interessant voor lieden die nog steeds niets van de duivensport snappen. Er zijn diverse zaken die een belangrijke rol spelen zoals ligging, totaal aantal duiven, huisvesting, financiŽn. Mede hierdoor kunnen we nooit komen tot een duivensport met gelijke kansen voor alle deelnemers en wat we zeker niet mogen vergeten is dat een EERLIJKE DUIVENSPORT NOOIT HEEFT BESTAAN.

WANNEER HOUDT HET NU EENS OP?
Kortgeleden werd voor de zoveelste keer de ONE MILLION DOLLAR RACE in Zuid-Afrika gehouden. De winnende duif is het eigendom van Ganus Famely Loft, op zich een prachtige prestatie, maar wel een met een kanttekening. De voorinformatie van deze een hok race is altijd zeer uitgebreid waardoor er elk jaar talloze liefhebbers een aantal duiven inschrijven. Op zich een kostbare zaak, nee niet voor alle deelnemers want er zijn er (ook Hollanders) die er zonder blikken of blozen 50 of zelfs veel meer inzetten. Wat dat aan gaat is deze race misschien wel de meest aansprekende in de wereld. Zeker zo belangrijk is het aantal duiven dat uiteindelijk aan de finale race meedoet. De meeste een hok races kennen een minimaal verlies van 50%. Dit keer kon ik niet zo gauw ontdekken hoeveel er op deze 540 km lange vlucht nog meededen. Wel las ik dat de temperatuur 21 graden was en de duiven hadden te maken met een lichte kopwind. Zo op het eerste gezicht ideale weersomstandigheden. Desondanks kwamen er op de dag van lossing maar 43 terug. Enkele uren na de winnende duif arriveerde op de 34e plaats de eerste Belgische duif. De andere grote mannen stonden toen nog steeds in de lucht te turen. Op dit moment is er nog geen informatie over de Hollanders. Het zou fijn zijn als de FCI aan dit soort duivenmishandeling internationaal extra aandacht gaat besteden. Gezien de grote aantallen duiven die al weg zijn voordat de finale er is blijft het voor mij meer duivenmishandeling dan duivensport. Schandalig dat er nog steeds prominente Hollanders met grote aantallen mee blijven doen. In ons land zijn dergelijke races al een aantal jaren niet meer toegestaan. Misschien zijn wij (op een aantal na) wel echte duivenliefhebbers.


ZELF KAMPIOENEN KWEKEN
Voor de meeste van ons zijn de wedstrijden met duiven het belangrijkst, het is echter niet verkeerd om toch iets verder te kijken dan je neus lang is. Het is fijn als je een hok met duiven bezit dat regelmatig goede uitslagen weet te realiseren. Het is ontzettend belangrijk er voor te zorgen dat dit zo blijft. Daarnaast is het erg moeilijk om duiven die ons iedere week het nodige plezier bezorgen te stoppen. We hebben namelijk niet zo veel duiven op het hok die enkele keren per jaar een hele vroege prijs weten te winnen. Er zijn er die dat inderdaad kunnen en meestal gebeurt zoiets steeds bij de zelfde liefhebbers. Hebben zij er een betere kijk op, zijn ze slimmer, gebruiken ze stimulerende middelen of hebben ze een geheim. Dat laatste is zeker niet het geval want geheimen in de sport bestaan niet. Er zijn wel sporters die vals spelen, helaas gebeurt dat en niet alleen binnen de duivensport. Er zijn altijd van die figuren die kost wat kost de beste willen zijn en daardoor in staat zijn van alles uit te proberen. Sport moet glashelder zijn is een veel gehoorde kreet maar laten we er maar van uit gaan dat er nimmer nog een “schone” sport zal komen. Laat de bevoegden er zo veel als mogelijk jacht op maken en zoveel mogelijk valsspelers zien te pakken zodat ze zwaar gestraft kunnen worden. Voor ons is het veel en veel beter lekker met het duivenspel bezig te zijn. Als we februari en maart gehad hebben is het alweer zo ver, dan gaat het snelheidsspel beginnen en dat is nog steeds het spel waaraan de meeste liefhebbers meedoen. Voorlopig zijn we nog volop aan het kweken. De winterkwekers hebben hun jongen al buiten en treffen het enorm met het weer. Bij mij gaan deze week de eerste jongen bij de ouders vandaan en in dat zelfde weekend komen de jongen van de vliegers uit het ei. Van enkele kweekkoppels neem ik nog twee jongen en van de meeste vliegkoppels neem ik maar 1 jong, Dan heb ik er genoeg want als ik het met 35-40 niet kan winnen red ik dat ook niet met 80, althans dat denk ik! Waar het om gaat is weer een aantal bruikbare jongen te kweken die we aan het eind van het seizoen kunnen gebruiken om de open plekken aan te vullen, want al spelen we nog zo sterk er zitten altijd een aantal duiven bij die niet voldoen. Als de duiven mooi op tijd op eieren zijn gekomen en mooi van vorm zijn, en als er maar een enkel ei niet bevrucht is dan kan men vol vertrouwen naar het vliegseizoen toe leven. Of de kwaliteit van de jong geborene van dien aard is dat ze de concurrentie onder tafel kunnen spelen hangt mede af van de kwaliteit die op het kweekhok aanwezig is.

KWALITEIT VAN DE KWEEKDUIVEN
Om aan de goede duiven te komen zullen we veel moeten kweken en zullen we die jongen ook veel moeten spelen. Een vlucht van 500 km mag daarbij niet ontbreken. Wat jonge duiven in hun geboortejaar leren is zeer belangrijk voor hun sportieve leventje. Op veel hokken hebben de duiven het niet zo gemakkelijk. Als jong wordt er al veel van ze verwacht, als jaarling moeten ze waarmaken dat ze nog een jaar mee mogen doen en als ze drie jaar oud zijn is het voor de meeste wel bekeken. Zo hard is onze hobby! Drie jarige duiven die gedaan hebben wat de baas heeft verwacht mogen dan enkele jaren hun kunsten in het kweekhok vertonen. Degene die zo te werk gaan zullen absoluut tot de betere spelers behoren. Als je goed bent voor je duiven mag je er ook resultaten van verwachten, zelfs eisen. Wat is er mooier dan zelf duiven te kweken die je op de vluchten het nodige plezier bezorgen. Dat kan! Het hoeft niet altijd veel geld te kosten, onze hobby is al duur genoeg. Het is al meerdere keren geschreven, niet alleen door mij, dicht bij huis zijn veelal goede duiven te koop voor een schappelijke prijs en wat zo belangrijk is ze zijn in de meeste gevallen ook nog van goede kwaliteit. Ze hebben misschien niet zo een mooie naam of indrukwekkende afstamming. Als de duif of duiven goed presteren krijgen ze ook wel een naam en als de prestaties opvallen wordt de stamkaart vanzelf interessant. Om zo ver te komen (zo zijn alle sterke spelers begonnen) zal niet alleen zwaar geselecteerd moeten worden, er zal 365 dagen per jaar aan gewerkt moeten worden. Niet iedereen kan dat opbrengen. Er zijn talloze liefhebbers die tevreden zijn met iets mindere prestaties en toch volop plezier aan hun hobby beleven. Er zijn er ook die het weinig of niets interesseert of hun duiven wel of niet goed presteren. Dat zijn de gezelligheidsspelers en die hebben we ook nodig. Misschien beleefd die categorie nog wel het meeste plezier aan hun duiven hobby. De duivensport is net als andere sporten in diverse categorieŽn in te delen en iedere categorie beleefd de sport op zijn niveau. Gelukkig dat we niet allemaal van die felle rakkers zijn.

HOE TE BEGINNEN
Eigenlijk heeft het niet eens zin om daarover te schrijven. Er is al zoveel over te doen geweest en toch beginnen de meesten nog steeds verkeerd. Als je aan sport gaat doen kom je ook niet direct in het hoogste team. Daar is tijd voor nodig, dan blijkt of er aanleg is, of er progressie in zit, pas dan komen er kansen om een stapje hogerop te komen. Je komt met betere sporters in contact en al doende komt men op een bepaald niveau. Er zijn er die hebben zoveel karakter dat ze alleen genoegen nemen met het allerhoogste. Zo gaat het ook in de duivensport. Eenvoudig beginnen hoeft niet te betekenen dat het niet de goede methode is. In eigen regio bij een sterke speler aan het einde van het seizoen een aantal eieren aanschaffen uit de betere vliegers is niet de duurste methode maar wel een van de betere. Die jongen aan een stevige selectieprocedure onderwerpen en alleen de zes beste zijn het waard om daaruit te gaan kweken. Om de eieren uit te broeden kunnen er een aantal “opruimers” aangeschaft worden bij een plaatselijke liefhebber die een aantal duiven te veel heeft. Die kun je vaak zo mee nemen en als hij het wil kan hij ze na enkele weken ook terug krijgen als de jongen groot genoeg zijn. Er zijn ook andere methoden, het barst er van. Het gaat er om dat wanneer iemand met duiven wil beginnen het beslist geen dure hobby hoeft te zijn. Het zou wel fijn zijn dat onze bestuurders daaraan eens wat meer aandacht aan zouden besteden. Wie weet?

NIEUWSCHIERIG
De jongen van de kwekers komen in de veren. Ik ben dan ik altijd erg benieuwd hoe ze er uit gaan zien en jammer genoeg valt dat momenteel niet mee. Een dag of tien nadat ik genezen was van een longontsteking ging opeens mijn gezichtsvermogen achteruit. Ik had al niet van die beste ogen en opeens kon ik de krant niet meer lezen. Binnen gekomen e-mails zat met mijn neus tegen het beeldscherm te lezen en dan nog had ik moeite ze te ontcijferen. Een hele rare gewaarwording waar ik niet gerust over ben. De oogarts en de opticien zijn ingeschakeld en ga er vanuit dat ze wel raad weten met mijn probleem. Voorlopig ben ik behoorlijk gespannen. Ook in het duivenhok zijn er de zelfde problemen, ik zie de duiven wel maar niet goed de koppen en de ogen. Met het ringen ben ik op tijd begonnen zodat ik niet een jong pijn heb gedaan. Andere jaren wachtte ik tot ze wat ouder en groter waren, ik was er dan zeker van dat de ring niet van de poot zou gaan. Soms moest ik dan de jongen pijn doen omdat hun pootje eigenlijk al te groot was voor de ring. Omdat ik overwegend blauwe duiven heb zijn hun jongen uiteraard ook blauw. Ik zoek dan naar kleine kenmerken waaraan ik ze later kan herkennen. Vroeger wist ik vanaf het moment dat de jongen bij de ouders vandaan gingen uit welk koppel ze kwamen, dat lukt helaas de laatste jaren niet meer. Nu ben ik afhankelijk van een stipje bij het oog, een strik (of chabot) ook wel kruisborst genoemd, een of meerdere witte pennen in de vleugel of de staart. Zodra de jongen in het jonge duivenhok zitten hang ik een lijst op met de ringnummers en het koppelnummer zodat ik direct kan zien wie de ouders zijn. Van begin af aan pak ik de jonge duiven regelmatig in mijn handen en kijk elke keer opnieuw naar de ringenlijst, op die manier ken ik er toch vrij snel een aantal uit mijn hoofd. Het gebeurt ook wel dat ik een mooi jong zie lopen en dan wil ik direct weten wie de ouders zijn, lach niet maar zo een duif heb ik soms wel drie keer in mijn handen. Er is een tijd geweest dat ik de jonge duiven een ring om deed die het zelfde eindnummer had als zijn goede vader of moeder, ook dat doe ik niet meer. Dit jaar heb ik een serie ringen gekregen met dezelfde twee eindcijfers als vorig jaar en daar ben ik niet echt blij mee. Je krijgt te veel duiven met dezelfde eindcijfers. Daarom ben ik dit jaar in een andere volgorde begonnen, het hoogste nummer als eerste zodat ik geen last heb van gelijk eindigende ringnummers. De laatste ringen van mijn serie gaan meestal naar een ander dus dit jaar de eerste ringen. De eerste ronde van de kwekers groeit prima. Ze liggen er mooi bij, goed gevulde kropjes, geen enkele schreeuwer en prachtige vaste mest. De vliegduiven zitten allemaal te broeden en vandaag ben ik gestart met de traditionele 6 daagse drinkwaterkuur tegen trichomoniase van dierenarts Hans van der Sluijs.

SCHEEFVLIEGERS
Ook weer zoiets van de laatste jaren. De oorzaak moet gezocht worden bij het langdurig vasthouden in verband met het roofvogelprobleem. Veel liefhebbers zijn gedwongen om hun duiven direct na het wedstrijdseizoen niet meer buiten te laten. Voor veel duiven betekent dat van half september tot minstens half februari huisarrest. De huisvesting speelt daarbij een belangrijke rol. Zitten er te veel duiven in een kleine ruimte dan hebben ze onvoldoende bewegingsvrijheid en is de kans groot dat ze problemen krijgen met de vleugelspieren. Heeft iemand dit soort huisvestingsproblemen dan is voorzichtigheid geboden. Let vooral op met jagende doffers, zij willen nog wel eens flink te keer gaan als ze buiten komen waardoor ze een grotere kans hebben op kwetsuren. Veel liefhebbers maken tijdens de wintermaanden gebruik van een geheel open ren, sommigen zeggen zelfs dat ze hun duiven daarmee een zuurstofkuur geven. De duiven zouden er sterker van worden. Ik geloof daar niets van. Een sterke duif is een sterke duif en een zwakkeling blijft een zwakkeling. Wel weet ik uit ervaring dat duiven met een nat oog in een open voliŤre sneller genezen dan met welk medicijn ook. Als dat niet zo is ga ik er vanuit dat het chronisch is en doe ik de duif weg. Mijn voorkeur gaat trouwens meer uit naar een ren met alleen een open voorfront. Momenteel laat ik elke dag mijn vliegduiven een uur buiten. In Nederland hebben we momenteel lenteachtige weersomstandigheden, het lijkt het in de verste verte niet op winter. Het is alsof de winter opgehouden heeft te bestaan. Vroeger hadden we vier jaargetijden (nu nog) het is echter alsof we drie jaargetijden hebben van elk vier maanden. Ik weet het, de opwarming van de aarde kan op termijn grote natuurrampen veroorzaken. Het milde weer komt mij wel goed uit maar zo mag ik uiteraard niet redeneren. Om een voorbeeld te geven wat het weer betreft; gister en vandaag heeft mijn vrouw het gras van onze tuin gemaaid. Dit is nog nooit vertoond dat er eind januari in Nederland gras gemaaid wordt.

HET JONGE DUIVENHOK
Toen ik de kwekers ging koppelen dacht ik; “voorlopig heb ik nog wel tijd genoeg om het hok voor de jonge duiven in orde te maken”. Klopt helemaal maar door dat op de lange baan te schuiven en 14 dagen ziek zijn is er nog niets gebeurd zodat de tijd begint te dringen. Veel hoeft er niet te gebeuren maar het moet wel gebeuren en daar moet je met plezier aan beginnen. Juist dat ontbreekt mij omdat ik momenteel in een dip zit vanwege het minder wordende gezichtsvermogen. Eerst maar eens afwachten wat de oogarts er van zegt. In het jonge duivenhok is plaats voor 35 tot 40 jonge duiven maar of er zoveel komen betwijfel ik. Voor het eerst sinds jaren neem ik niet van alle vliegduiven twee jongen. Anders krijg ik er veel te veel. Ik heb kwekers zitten om te kweken en de vliegduiven moeten zorgen voor de prestaties. Van enkele vliegkoppels neem ik wel twee jongen waarvan er eentje door een ander koppel wordt groot gebracht. De vliegduiven kwamen bijna gelijktijdig op eieren, daar ben ik zeer content mee. De eerste dagen van februari zal ik kijken of alle eieren bevrucht zijn. De kweekduiven van mijn zoon Marco zitten dit jaar bij mij. Ik dacht dat ik het rustiger zou krijgen maar dat is niet het geval. Ze zijn de 19e gekoppeld en vanmorgen (de 26ste) zag ik het eerste eitje liggen. Ook daar geen enkele vechtpartij gehad en binnen enkele dagen wisten alle koppels waar ze woonden. Alles gaat tot op heden naar wens en ik hoop bij u ook.


STRUISVOGELPOLITIEK
Wie zich een beetje bezig houdt met onze sport in het algemeen zal begrepen hebben dat het niet de goede kant opgaat. In het enige Nederlandse duivenmagazine schrijft de hoofdredacteur over de nieuwe aanpak van verslaggeving; aan alle huldigingen van hoog tot laag kan geen uitgebreid verslag meer worden gedaan, is dat het goede nieuws? Verder vertelt hij dat het aantal abonnees zo goed als gelijk is gebleven. Dat is niet zo verwonderlijk als er maar een blad wordt uitgegeven. Af en toe heb ik het idee dat ik een kerkblad zit te lezen. In het seizoen elke week die droge opsomming van uitslagen die we allemaal al lang kennen, wat moeten we daarmee? Breng opvallend nieuws, de lezers willen weten wat er zoal in duivenland gebeurt. Het mag niet voorkomen dat een vaste columnist zijn artikel niet tijdig instuurt omdat hij te laat thuis was. De officiŽle berichtgeving van onze nationale bond de NPO is erg summier en wordt per email naar de leden gezonden. He valt ook niet mee als je een nationaal bestuur bent dat uit slechts drie personen bestaat. Op zo een manier kun je geen organisatie leiden die jammer genoeg nog maar uit hooguit 16.000 hokken bestaat. Het aantal leden ligt mogelijk hoger omdat het veel voorkomt dat twee of drie personen een combinatie vormen en van 1 hok spelen. Onze bond kan met gepaste trots vertellen dat er nog om en nabij de 20.000 leden zijn, dat komt mede doordat op de ledenlijsten nog steeds namen voorkomen van mensen die wel lid van de club zijn maar geen duiven meer hebben. Een bekende super commerciŽle Amerikaanse liefhebber maakt vandaag de dag nog steeds reclame dat hij met zijn Nederlandse satelliethok kampioen is tegen 55.000 liefhebbers, maar dat is wel heel erg lang geleden. De NPO maakt er melding van dat het aantal bezoekers aan de Najaarsbeurs hoger was dan vorig jaar. Klinkt goed, tweed derde van de leden was er niet en dat is een ander verhaal. Ook zijn er problemen met het afhalen van de kampioensprijzen. Het hele jaar zijn liefhebbers druk in de weer om goed te presteren en als ze dan een trofee hebben gewonnen is een groot deel te beroerd om zijn prijs af te halen. Je kunt je afvragen waar de organisaties het allemaal nog voor doen. Ik heb ik jarenlang genoten van de duivensport maar het is nu toch wel duidelijk anders. Veel minder verenigingen dus ook veel minder leden en minder leden betekent minder duiven in concours. Minder leden betekent ook een heel andere spreiding van de duiven. Er zijn vlieggebieden met nog maar 70 leden waar er jarenlang 400 waren. Het vitesse spel is inmiddels geen eerlijke sport meer, de liefhebbers wonen te ver uit elkaar. Op de fond vluchten doen veel positief ingestelde liefhebbers mee maar als je ziet tegen hoeveel duiven die mannen in eigen regio spelen is dat bedroevend weinig. Het stelt niet zoveel meer voor. Vele liefhebbers onder ons nog weten van grote aantallen duiven op de fond en als je dan eens een keer Orleans won (voor mij 550 km) dan sprak iedereen daar met respect over. Nu haalt iedereen zijn schouders op als je een eerste speelt tegen niet eens 500 duiven en zo blijft de spiraal een steeds meer neerwaartse beweging maken.

AL HET LEUKE VERDWIJNT
De duivenmarkt in het Belgische Begijnendijk gaat niet meer door vanwege de steeds strengere voorschriften. Duiven blijken nog steeds tot de groep pluimvee te behoren en ressorteren niet onder de groep vogels. Problemen binnen de pluimvee industrie (voornamelijk kippen) zorgen gelijktijdig voor problemen binnen onze sport. Denk aan transport en lossingvergunningen. Hoe zal het gaan met de duivenmarkt in Lier? Gaat er voor goed weer een folklore binnen onze sport verdwijnen. Ook in BelgiŽ daalt het aantal leden aanzienlijk. In het zuidoosten van dat kleine landje zijn er nog 3.000 en in het duivenmekka Vlaanderen nog 16.000. Eens waren dat er meer dan 150.000. Dan het gebruik van stimulerende middelen oftewel doping. Veel is daar over te doen in BelgiŽ. Volgens de KBDB werd vorig jaar Patrick Vervloesem uit Rymenam (B) op het gebruik van verboden middelen betrapt. De KBDB deelde een boete uit van 15.000 euro. Een compleet familiedrama werd het en de soap is nog steeds niet afgelopen want vandaag, de 19e, was er een inval. Op het moment van de inval was er niemand thuis, toen Vervloesem samen met zijn vrouw thuis kwam zaten er politieagenten in huis plus nog enkele personen die bevoegd waren aan de inval mee te werken. Het precieze is op dit moment niet bekend. Nog even en dan staat de duivensport in het rijtje van voetbal, wielrennen, atletiek en sinds heel recent ook de tennissport. Het gaat alleen nog om geld en niet meer om zuivere sport. Wedstrijdvervalsing, doping en omhoog geschreven duiven plus hun bazen. Er komen steeds meer maffia praktijken, eigenlijk is de duivensport al lang niet leuk meer. Idioot hoge prijzen voor papieren duiven ontmoedigt heel veel liefhebbers om nog langer door te gaan. Er kan gezegd worden dat verkopers en kopers er niets aan kunnen doen dat er zulke belachelijke bedragen voor duiven geboden worden die nog nooit in de mand hebben gezeten. Wat te denken van die zogenaamde grote kampioenen die reclame maken met duiven die hun prestaties op een ander hok hebben behaald. Dat is pronken met andermans veren en zakken vullen. Al die zaken maken de duivensport kapot. We leven pas in eerste maand van 2016. De vliegprogramma’s zijn bekend, de laatste huldigingen moeten nog plaats vinden en dan gaan we weer opnieuw beginnen. Moet de mest nog steeds onderzocht worden in Zuid-Afrika? In de wandelgangen gaan al geruime tijd geruchten dat het onderzoek in dat verre ook niet waterdicht is. Jammer dat de duivensport niet meer die gezellige ongedwongen hobby is voor de werkende man. Een vaste groep profs (liever zou ik ze een andere naam geven) speelt elkaar het balletje toe, ze verrijken elkaar ten koste van onze hobby. Jammer dat er zoveel slechte mensen onze duivensport zijn binnen gedrongen.

DE KWEEK
Als echte duivenfreak doe ik niet liever dan praten over onze hobby. Graag in het positieve en dat gebeurt ook in eigen omgeving. We kunnen en mogen niet onze ogen sluiten voor alles wat er in duivenland gebeurt. Misschien is het beter dat je alleen met je eigen hobby bezig bent en dat je niets afweet van alle maffiapraktijken die er wereldwijd binnen onze sport afspelen. Ik heb er geen goed woord voor over terwijl ik zelf ook af en toe een aantal duiven verkoop. Echter nooit meer op de aller grootste site, die hebben mij zwaar beledigd. Na 70 jaar duivensport en heel veel mooie successen zullen die mannen bepalen wat ik wel en niet mag verkopen terwijl ze zelf amper weten hoe een goede duif er uit ziet. Nee, laten we het maar in eigen omgeving houden, leuke concoursen organiseren waar ook de mindere spelers af en toe met een prijs naar huis gaan. Internationaal en nationaal klinkt allemaal leuk, het stelt weinig voor. Ik zie vaak genoeg een liefhebber blij het lokaal verlaten omdat hij een prijs heeft gespeeld en daarmee door alle leden van de club wordt gefeliciteerd. Het grote geld gaat naar een steeds groter wordende groep zakkenvullers. Het grootste plezier beleef je in je eigen club en je je samenspel. Plezier in elke sport begint in de vereniging waarvan je lid bent. Het kweekseizoen draait nu op volle toeren. Eind deze maand zie je de eerste jonge duiven alweer rond de hokken scharrelen. Hopelijk blijven de weergoden ons goed gezind. Vandaag de 19e in Nederland de eerste schaatswedstrijd op natuurijs. Schaatsen is een echte Hollandse sport, juist daarom is het zo jammer dat het morgen alweer ophoud met vriezen. Een paar weken vorst is niet zo erg, sneeuw en mist zijn gevaarlijk voor de jonge duiven die pas buiten komen. Hopelijk valt er de komende tijd erg veel sneeuw maar dan wel in de landen waar vele wintersport liefhebbers naar toe trekken en dat is niet Holland. Voor sneeuw gaan er duizenden elk jaar naar Oostenrijk of Zwitserland. Ik zou zeggen veel plezier daar, ik blijf liever bij de warme kachel.


HET LOOPT TOCH ANDERS DAN GEPLAND
Ik heb de kwekers half december bijeen gezet en alles goed voorbereid waardoor de duiven binnen korte tijd prima gekoppeld waren. Na de kerstdagen zouden we een weekje naar Duitsland gaan maar een griep die uiteindelijk uitliep op een longontsteking gooide roet in het eten. We moesten de reis annuleren. Na die korte vakantie was ik van plan de vliegduiven te gaan koppelen doch de ziekteperiode was er de oorzaak van dat ik mijn 12 koppels pas vandaag (12 januari) bijeen heb gezet. De baas moet zich goed voelen en als dat niet het geval is kun je het koppelen beter een paar dagen uitstellen. De duiven zijn drie weken bijgelicht, doe ik anders nooit, ook hier speelde de korte ziekte periode een rol. Zo op het eerste gezicht ziet het er goed uit. Ze accepteerden elkaar direct er waren geen vechtpartijen. Ik hoop dat ik morgenochtend hetzelfde beeld aantref. Als dat zo is dan hebben ze allemaal na tien dagen eieren. Bij de kwekers toch tegenslag. Een van mijn betere kweekduivinnen heeft maar 1 eitje gelegd en mijn beste kweekduif hetzelfde. Haar eitje was wel aangepikt maar niet uitgekomen. Verder geen onbevruchte eieren dus dat ziet er prima uit. Wel heel jammer dat ik van mijn twee beste kweekduivinnen maar 1 jong heb. Ik heb beide eitjes overgelegd. Tijdens mijn ziek zijn hebben beide duivinnen geen partner gehad. Ze moesten opnieuw gekoppeld worden maar dat is er niet van gekomen, heel jammer! Vandaag hebben beide wel een nieuwe partner gekregen zodat ik hun eieren straks onder de vliegduiven kan leggen. Als de weersomstandigheden zo blijven zoals nu ga ik de duiven na vier maanden weer eens loslaten en zo gaan we steeds meer richting het nieuwe vliegseizoen.

ANDERE VERZORGING
Als je ziek bent mag je blij zijn dat je hulp hebt. Een duivenliefhebber gaat zo lang mogelijk zelf zijn duiven verzorgen maar op een gegeven moment houdt het op en ben je afhankelijk van anderen. Mijn vrouw, kleinzoon en zoon Marco hebben deze klus opgeknapt. Je merkt aan je duiven dat het toch anders is gegaan dan wanneer je zelf de verzorging doet. Ik maak daar totaal geen probleem van want je moet blij zijn dat je hulp krijgt. Tijdens mijn ziekte waren er dagen bij dat ik totaal niet aan de duiven heb gedacht, ik was ook niet benieuwd hoe ze er uit zouden zien ik vond het wel prima. Nu ik steeds een stapje vooruit ga komt ook de motivatie weer tevoorschijn. Ik loop ’s morgens nog niet te springen om naar de duiven te gaan, meestal is het pas tussen half tien en tien uur dat ze me zien en om vijf uur ben ik er weer. Eind van deze maand kunnen we zien dat de dagen langer worden. Vroeger koppelde wij onze duiven om en nabij 18 februari. Als ik dan van mijn werk thuis kwam kon ik nog net even de duiven loslaten. Dus over 4 weken kunnen ze om 5 uur nog even los. Nog een zuchtje en we gaan weer beginnen met de wekelijkse prijsvluchten. Fantastisch toch, vooral als je lekker in je vel zit. Is dat niet het geval dan vindt dat zijn weerslag op je duiven. Duiven en baas moeten 100% in orde zijn.

GEEN MEDICIJNEN
Veel is er te doen over het toedienen van te veel verschillende medicijnen. Zelf ben ik ook een enorme tegenstander van veelvuldig of onnodig medicijngebruik. Er wordt steeds meer geschreven “terug naar de natuur” een mooie maar in mijn ogen toch zinloze kreet. Onze duiven zijn geen wilde duiven. Ze zijn anders groot gebracht, totaal anders verzorgt. Ze krijgen alles wat met topsport te maken heeft en daarbij hoort volgens mij ook het gebruik van middeltjes om bepaalde ziektes te voorkomen. In het seizoen zijn paratyphus, trichomoniase en ornithose de grote boosdoeners als het gaat om slecht presteren. Jarenlang heb ik daar tijdens het seizoen iets tegen gedaan. Op een gegeven moment ben ook ik overstag gegaan en ben gestopt met het toedienen van medicijnen. Prestaties bleven prima, echter niet bij alle duiven. Ook ik weet maar al te goed dat wanneer je super vorm op je hok hebt er dan toch enkele duiven tussen zitten die niet voldoen. Dat zal altijd zo blijven. Toch merk ik de laatste jaren dat de totale conditie van mijn duiven verschillend is, sommige mankeren niets en anderen missen wat. Dat kon ik duidelijk aan de duiven zien. Ik speelde alle weken vroege prijzen maar het totale prijspercentage vond ik niet goed genoeg. Ik was jarenlang veel beter gewend. Daarom ga ik dit jaar toch weer terug naar mijn oude systeem. Ik wil bepaalde dipjes zien te voorkomen. Ik zal ook wat vetrijker gaan voeren omdat ik wat meer duiven ga inzetten op de langere afstanden. Vooral op afstanden (500 tot 600 km) is conditie en uithoudingsvermogen erg belangrijk. Dan kun je volgens mij het beste eens in de zoveel weken iets tegen genoemde ziektes geven. Ik zie dit niet als blind kuren en ik zal nooit meer toedienen dan het voorschrift aangeeft. Dat is belangrijk! Er zijn te veel liefhebbers die nog steeds denken dat hoe meer rotzooi je in het drinkwater kiepert of over het voer gooit je daardoor beter gaat spelen. De kwaliteit van de duif en de melker zijn nog steeds van het allergrootste belang.

BLACKPOOL
Ik was er niet maar kwam er graag. Het is een super weekend voor iedereen die van de postduivensport houdt. Het wordt me allemaal te druk en te massaal, ik kan daar niet meer tegen. Ooit vond ik al die verkopingen geweldig. Toen deden de mensen hun best om bruikbare duiven aan te bieden. De commercie is nu van een te grote invloed. Alles waar twee vleugels aan zitten wordt verkocht, de een is nog beter dan de ander. Goede duiven verkoopt niemand, die houdt een liefhebber zelf, dus het loopt in vele gevallen uit op dromen die nooit uitkomen. Duivenliefhebbers zijn veel te goed gelovig en dat kost tegenwoordig heel veel geld. Voor degene die wel in Blackpool waren hoop ik dat het een ouderwets onvergetelijk weekend is geworden.


EEN NIEUW JAAR MET NIEUWE MOGELIJKHEDEN
De feestmaand zit er op. Eigenlijk te gek voor woorden om December de feestmaand te noemen. Oorlog, vluchtelingen, terrorisme, het houdt maar niet op. Wat blijft er over van alle goede voornemens. Ik wil er eigenlijk niets meer van horen en zien. Nee, ik steek mijn kop niet in het zand voor dit levensgrote wereldprobleem maar wat kan ik er op mijn leeftijd nog aan veranderen? Ik zou wel willen maar ook bij mij is het elk jaar een stukje inleveren. Natuurlijk moeten al die arme stumperds die op weg zijn naar vrijheid en veiligheid geholpen worden. Onbegrijpelijk dat er mensen roepen; weg met die vluchtelingen, terug naar hun eigen land, wij zitten vol, met andere woorden verrek maar. Afschuwelijk als je mensen zo hoort reageren. Zien zij dan niet die moedertjes met hun kindertjes door de modder ploeteren op weg naar een beetje veiligheid en steeds meer komen ze aan bij een gesloten hek. Sommige landen willen geen vluchtelingen meer opnemen, dus barst maar wat een mentaliteit. Iedereen begrijpt dat dit zo niet door kan gaan je kunt wachten op de nodige problemen, maar we hebben geen keus, vluchtelingen willen het zelfde als u en ik; een veilig leven! Elke keer dat ik aan mijn column begin ben ik van plan alleen onze duivenhobby te belichten maar ik kan er niet omheen, sorry!

DE HANDEL IN DUIVEN
Ook daar kunnen we niet omheen. Als ik zie wat er wereldwijd aan absurde bedragen voor duiven geboden wordt dan vallen bijna mijn laatste haren spontaan van mijn hoofd. Voor een gewone duif die nog nimmer in de mand heeft gezeten alleen de achternaam van de verkoper telt. Met een slim bedacht verkoopverhaaltje blijkt zo een duifje soms toch nog ergens een nazaat te zijn van een duif met aansprekende palmares of zelfs van een bewezen ouderpaar. Velen van u zullen op de hoogte zijn van de record verkoop van Gaby Vandenabeele. 24 jonge “Gaby’s” tegen een gemiddelde prijs van om en nabij 12.000 euro. Nee, Gaby kan daar niets aan doen. Gaby is al jarenlang een sterk spelende liefhebber die 20 jaar geleden ook niet heeft kunnen dromen wat hem nu allemaal overkomt. Als er duiven tegen dergelijke prijzen worden aangeschaft mag je er toch wel iets van verwachten maar dat blijkt nog steeds theorie te zijn. Vraag het maar aan de koper van de BOLT die in 2012 voor 310.000 euro van eigenaar veranderde. De nieuwe Chinese eigenaar heeft zich inmiddels gemeld in Vosselaar omdat Bolt slecht bevrucht en wat hij tot nu toe heeft voortgebracht voldoet absoluut niet aan de verwachtingen. Leo H. schijnt een regeling te hebben getroffen. Misschien wel maar niet goed geld terug! Voorlopig blijkt de duurste duif toch niet vanzelfsprekend een goede te zijn. Dat is handel, doch dat is wel een heel simpel clichť. Zo kan men zich afvragen hoe het met andere de hemel aangeprezen naamduiven is vergaan. Hoe is het met al die nazaten van de Kaasboer, wat is er geworden van Bak 17 en hoeveel presterende nazaten van Hollandse Harry kennen we inmiddels? Toch allemaal duiven waar fortuinen voor zijn neergeteld. U kent ongetwijfeld al die beroemde namen waar we nooit meer iets van zullen horen. Waar we zeker niets meer van zullen horen zijn de 270 Belgische duiven die door de Chinese douane de keel zijn dichtgeknepen. Op transport gezet door een Hollandse tussenpersoon en bestemd voor een Chinese dame(?) Geen papieren, geen facturen waardoor geen invoerrechten kunnen worden berekend, ja wat moet je dan zo vlak voor de feestdagen met 270 duiven. Het relaas kent u. Zo zal ook nog wel de affaire van de 410 duiven bekend zijn waar eigenlijk hetzelfde mee is gebeurd. Die duiven hebben het er wel levend vanaf gebracht maar zorgde wel voor grote paniek in duivenland. De misschien wel grootste Belgische online verkoopmaatschappij was het zelfde overkomen.

EENS VRIENDEN, NIET ALTIJD VRIENDEN.
Die affaire ging als “China gate” de wereld in. Ook hier voor een recordbedrag aan duiven zonder de geldende papier en wat misschien nog veel erger is, valse facturen. Het heeft heel veel moeite gekost om het leven van de ruim 400 peperdure duiven te redden. (Ook de Bolt zat daar bij!) Dat aan zo een muisje een staartje zit zal duidelijk zijn. De rechters hebben “recht” gesproken en dan begint het feest pas echt. De eens verdachte en beschuldigde K.R. heeft nu bij zijn voormalige vrienden van de eerder genoemde online verkoopmaatschappij een schadeclaim neergelegd van 17 miljoen euro. Dat is even slikken zo vlak voor het nieuwe jaar. Als het om veel geld gaat zijn mensen tot hele rare dingen in staat.

MET DE KWEEK IS HET ANDERS GELOPEN.
Zo vlak voor de Kerstdagen voelde ik dat er een zware verkoudheid zat aan te komen, het werd zelfs longontsteking en dat hield in dat ik sinds 23 december niet meer bij mijn duiven ben geweest. Eerste kerstdag de hele familie bij ons thuis, het is voor een groot deel aan mij voorbij gegaan. Op 27 december zouden we voor een korte vakantie naar Duitsland gaan en ook daar is niets van terecht gekomen. Het is nu 5 januari en ben nog niet bij de duiven geweest. Ik ga er straks wel even naar toe want er moeten hoognodig eieren overgelegd worden. Ook ga ik enkele koppels verbreken die krijgen dus een andere partner. Of er onbevruchte eieren bij liggen, ik weet het nog niet. De duiven zijn verzorgd door mijn vrouw Cora en mijn kleinzoon Barney. De laatste dagen heeft mijn zoon Marco die klus op zich genomen. Komt omdat al zijn duiven nu bij mij in de hokken zitten. Zijn huis in Wieringerwerf, nabij de Afsluitdijk, is verkocht. De hokken worden in het weekend van 9/10 januari naar Zaandam overgeplaatst. Het noodhok wat daar stond is weg en de 22 jonge duiven van 2015 waar hij dit jaar als oude duif mee gaat spelen zitten voorlopig ook bij mij. Ik zal blij zijn als we twee weken verder zijn. Alle duiven zijn dan gekoppeld en krijg dan wat meer overzicht. De kweekduiven van Marco blijven dit seizoen nog bij mij. Wat er verder dit jaar nog staat te gebeuren? Ik hoop dat Marco en Christa het huis van Christa waar ze nu wonen snel kunnen verkopen zodat ze samen een andere woning kunnen betrekken waar Marco dan aan zijn nieuwe definitieve herstart kan beginnen. Half januari worden de vliegduiven van Marco (plus een paar absolute toppers van mij) op de site van Herbots.be verkocht. Het jaar 2015 werd voor mij met een aangename verassing afgesloten. In de internationale GOUDEN DUIF competitie van het bekende Belgische blad De Duif ben ik als 3e voor Nederland geŽindigd. Een resultaat waar ik niet op gerekend had en daarom des te mooier is.


WAT GAAT HET NIEUWE JAAR VOOR ONS BETEKENEN
Nu de feestdagen voorbij zijn en iedereen weer gewoon verder gaat met de dagelijkse beslommeringen lijkt het mij niet verkeerd om nog eens even om te kijken naar 2015. Een groot aantal kerstkaarten mochten wij weer van familie, vrienden en bekenden ontvangen. Alle kaarten gingen vergezeld van de mooiste wensen voor het nieuwe jaar. Dat ziet er dus niet verkeerd uit. De grote vraag is wat gaan we er mee doen? Het ziet er over de hele wereld niet best uit. Duizenden en duizenden mensen zijn op de vlucht voor het oorlogsgeweld. Vaders, moeders met kinderen ze moeten geholpen worden, maar hoe? Ik wil er niet al te diep op ingaan. Simpel gezegd ligt de oplossing bij de grote wereldleiders, zij weten wat er op topniveau gaande is. Wij gewone burgers krijgen nimmer exact te horen waarom de wereld bijna in brand staat. Terrorisme is niets tegen te doen, wat er ook bedacht wordt en welke keiharde uitspraken er door diverse landen gedaan worden, terrorisme blijft bestaan net als dieven en moordenaars. Het bombarderen blijft ook maar doorgaan, nergens zijn mensen nog veilig. Dat zegt genoeg. Wie komt er in 2016 met een panklare oplossing? Was het maar waar!

DUIVENLAND
Ook daar zijn genoeg problemen. Gelukkig niet zo groot, ze zijn er wel vooral op het bestuurlijke vlak. Gelukkig zijn die problemen niet van zo een grote invloed zodat de duivensport op instorten staat. Wel is er zoveel aan de hand dat er ieder jaar liefhebbers stoppen met hun hobby waar ze een groot deel van hun leven mee bezig zijn geweest en dat geeft te denken. Een mislukte kweek, het is een ramp voor de liefhebber maar verder ligt er niemand van wakker. Een jong naast de schotel of een ingedeukt ei, waar maken we ons druk om? Dat is toch helemaal niets in vergelijking met wat er allemaal om ons heen gebeurt. Wij duivenliefhebbers zijn nu met de kweek bezig en sluiten misschien een beetje onze ogen voor het wereldgebeuren. Nee, we mogen daarvoor zeker niet onze kop in het zand steken maar we moeten er ook niet elke dag mee bezig zijn. Wat is het dan toch fijn dat we een hobby hebben. Lekker in je hok bezig zijn en elke dag een paar uurtjes verlost zijn van de dingen waar geen mens vrolijk van wordt. Natuurlijk is een geslaagde kweek van groot belang, het zijn de voortekenen op een goed seizoen. Liggen er te veel onbevruchte eieren dan zal dat met grote zekerheid te maken hebben met paratyphus. In oktober niet gekuurd? Dom, van een paratyphus kuur hebben de duiven niets te lijden. Enkele weken voor het wedstrijdseizoen voor alle zekerheid nog even een “prikkie” zodat de eerste helft van het seizoen probleemloos gespeeld kan worden. Liefst zo min mogelijk medicijnen gebruiken is het beste wat we kunnen doen. Toch doe ik als ouderwetse melker een kuurtje van 6 dagen in het drinkwater tegen het geel en een week voor de eerste vlucht geef ik drie dagen orni-rood in het water. Helemaal zonder medicijnen kunnen we absoluut niet. Zeker niet degene die wekelijks een goede uitslag willen maken.

DE JAARLIJKSE CLUBSHOW
Die werd gehouden in het weekend van 12/13 december. Op zaterdag de kampioenenhuldiging van het vliegseizoen 2015 met daarbij het traditionele kampioenendiner. Een bijzonder goed geslaagde avond. Met de show was het precies het tegenovergestelde. Prachtige duiven, dat wel, maar alles bij elkaar was het een rommeltje. Aan de kooien van de winnende duiven geen bloemetje, geen naamborden op de kooien. Iedereen moest een 4-tal inzenden helaas waren er voor de drie mooiste viertallen geen prijzen ingekocht. Het geheel zag er erg slordig uit terwijl de organiserende commissie uit maar liefst negen personen bestond. Of ze hadden er geen zin in of ze zijn onkundig. Het is alsof er steeds minder interesse is om met vliegduiven naar de show te gaan. Vroeger werd er erg veel waarde gehecht aan de uitspraak van de keurmeester. Tegenwoordig hoor je alleen maar negatieve opmerkingen zoals; wie is die keurmeester wel, ik heb hem nog nooit in de uitslag gelezen. Laten we niet vergeten dat een goede voetbaltrainer zelf geen goede voetballer hoeft te zijn geweest en er zijn top spelers die er als trainer niets van terecht brengen. Het resultaat op onze clubshow was voor mij goed. Mijn oude doffer was de mooiste, ook mijn jonge doffer werd eerste en bij de oude duivinnen werd ik tweede. De jonge duivin kwam een halve punt te kort om voor een prijs in aanmerking te komen. Aan de uitslag werd totaal geen aandacht besteed wat ik jammer vond. Overal waaraan ik mee doe wil ik winnen, ja ook nu ik bijna 80 ben. Ik doe altijd mijn best een paar prachtige duiven af te vaardigen en als de organisatie er dan niets van weet te maken stelt mij dat enorm teleur. Voor het publiek was er ook niets te doen, geen loterij, geen duivenverkoop, geen rad van avontuur. Ja wat moet je dan als buitenstaander op zo een show doen. Zonde van je zondagmiddag, niet dan?

VLIEGPROGRAMMA
Het nieuwe programma voor 2016 is bekend en ziet er zonder meer goed uit. Voor de oude duiven 6 vitesse vluchten, 6 midfond en 6 dagfond. De jonge duiven kunnen aan 8 vluchten meedoen en zowel de oude als de jonge duiven kunnen nog 5 keer mee aan het eind van het seizoen als de laatste 5 sprintvluchten worden gehouden en dan is het alweer midden september. Laten we kalm aan doen want de tijd gaat toch al zo snel.

VERKOPINGEN
Het krioelt er van, over het algemeen wordt er veel geld geboden. Sommige liefhebbers springen er duidelijk bovenuit. Zo zag ik vandaag de verkoop van een 20 tal jonge duiven van de Belgische grootmeester Gaby Vandenabeele met een gemiddelde van 7000 euro voor een jonge duif. Waar moet dat heen en de verkoop is nog niet afgelopen, die loopt nog tot 3 januari. Heerlijk als je Gaby heet, denkelijk wordt de rest er moedeloos van. Niet doen mannen, er blijven nog zoveel leuke dingen binnen de sport over. Het komende seizoen komen er weer duiven naar voren die top presteren en als dat een duif is die door u zelf gekweekt is, wat is er dan nog mooier? Niets toch. Het klokken van een zeer vroege duif maakt voor veel mannen een heel seizoen goed. Een eerste prijs winnen tegen een groot aantal duiven is toch iets om nooit te vergeten. Twee duiven mee en beiden in de uitslag, probeer het maar eens na te doen. Zo zijn er veel van die spraakmakende momenten. We moesten eens weten wat een waardeloze resultaten er behaald worden met kinderen uit twee heel duur betaalde ouders. Dure duiven zeggen niets alleen prestaties tellen. We blijven positief en we gaan er met zijn allen weer een spannend en sportief jaar van maken. Laten we beginnen elkaar een succesvol jaar toe te wensen. Voor u en de uwen vooral veel voorspoed en geluk!


ZAL DE DUIVENSPORT BLIJVEN BESTAAN?
Met ontzettend veel plezier kijk ik terug op 70 jaar duivensport. Mijn hele leven heb ik duiven gehad. Ik heb er veel aan te danken. Door de successen en het jarenlange schrijven van een vaste column in verschillende internationale bladen ben ik in duivenland geen onbekende gebleven. Over de hele wereld ben ik, veelal op uitnodiging, op hokbezoek geweest. Ik heb deelgenomen aan diverse seminars en heb liefhebbers met raad en daad bijgestaan. Wat voor mij misschien nog wel het allermooiste is dat mijn duiven ook in andere landen tot op heden nog steeds aansprekende resultaten weten te behalen. Ik ben beslist niet de man die alleen maar bruikbare duiven kweekt. Iedereen zal begrijpen dat er de nodige duiven tussen hebben gezeten die niet gebracht hebben wat er van hen verwacht werd. Mocht er iemand onder u zijn die wel iemand kent die niets dan goede duiven kweekt dan houd ik me aanbevolen. Die garantie heb ik nimmer kunnen geven en met mij geen enkele andere liefhebber ook al zijn ze wel eens wereldkampioen of nationaal kampioen geweest. Het gaat tijdens de kweek om dat ene belangrijke zaadje dat de eicel bevrucht. Vanaf dat moment worden alle goede en slechte eigenschappen in de nieuwe duif vastgelegd, daar is niets aan te veranderen. Het hok kan van een zeer hoge kwaliteit zijn waarop enorm wordt gepresteerd. De duif kan net zoveel keren getraind worden, als de goede eigenschappen niet door de vader en moeder in de genen zijn meegeven wordt het helemaal niets wat u er ook aan doet. Het is dus belangrijk dat er twee duiven samen gezet worden die allebei meer goede dan slechte eigenschappen hebben. Het vergroot de kans op een bruikbare en misschien zelfs wel een top duif. We moeten zo realistisch zijn om te erkennen dat het kweken van een top duif met ontzettend veel geluk te maken heeft. We kunnen advies aan een ogenkeurder vragen. Er zijn ook mensen die beweren dat ze de kweekwaarde van een duif kunnen bepalen en die verkondigen in staat te zijn een super kweekkoppel te kunnen samenstellen. Weer anderen zeggen dat het gaat er om geel- en witogers tegen elkaar te zetten. Twee duiven met dezelfde ogen zou niet goed zijn. Gelukkig dat ik al die raadgevingen niet heb opgevolgd. Wel heb ik veel gelezen over duiven en daar leer je van. Het blijkt steeds weer dat er vele wegen zijn die naar Rome leiden. Ik heb altijd mijn eigen plan getrokken, misschien niet het juiste want ik ben nooit wereldkampioen geworden. Wel heb ik altijd veel plezier beleefd aan mijn hobby, menigeen zou dolblij zijn met de door mijn duiven behaalde resultaten. Tegenwoordig is er weinig interessants te lezen. Onze duivenhobby speelt zich meer en meer af op internet. De tijd dat er onderling duiven of eitjes werden geruild is definitief voorbij. Iedereen zit zich tegenwoordig bijna dagelijks te vergapen aan de biedingen die gedaan worden voor meestal niets zeggende duiven (ik ook). De handel in papieren duiven heeft de hele gezelligheid uit onze sport weggevaagd. Er zijn een aantal mensen op deze wereld die denken met geld alles te kunnen kopen. Dat is inderdaad helaas voor een groot deel zo. Prestaties zijn zeker niet te koop en dat wordt meestal vergeten. Daarbij komt ook nog dat veel liefhebbers moedeloos worden van de kapitalen die neergeteld worden voor duiven zonder prestaties. Lekker voor de zakkenvullers maar een doodsteek voor de duivensport zoals we die in Nederland en omliggende landen jarenlang gekend hebben. Hoe lang kan dit nog doorgaan?

OPTIMISME BLIJFT
Ondanks dat er heel wat te wensen is draait de duivensport voor veel liefhebbers gewoon door alsof er niets aan de hand is. Wat zijn de liefhebbers die geen enkele functie bekleden toch gelukkige mensen. Ze leven via de rui en kweekperiode naar het vliegseizoen toe. Een seizoen dat weer zo voorbij is. De gemiddelde leeftijd van onze sportvrienden wordt steeds hoger en het aantal leden blijft maar afnemen. Toch wordt er in april weer met de wedstrijden begonnen. Minder liefhebbers en ook weer aanzienlijk minder duiven. De grote aantallen van voorheen blijven een droom die nooit uit komt. We zullen moeten wennen aan wedstrijden met heel weinig duiven en dat valt niet mee als je de gouden tijden hebt meegemaakt toen er bijvoorbeeld nog 160.000 jonge duiven in Orleans werden gelost. Voorbij! Dat wil echter niet zeggen dat er geen plezier meer valt te beleven. Het is een kwestie van gewenning. In de Belgische duivenkrant lees ik tijdens het seizoen heel veel wedvlucht uitslagen met minder dan 100 duiven in concours, het is bijna niet voor te stellen. Ook door de geringe deelname haken liefhebbers af. Het wedstrijdeffect is niet spectaculair meer, het spreekt ons oudere liefhebbers niet meer aan. Toch hebben een groot aantal liefhebbers de duiven weer bij elkaar zodat ze hun jonge duiven per 1 januari een ring om kunnen doen. Winterkweek is in en al een flink aantal jaren is het vrij zacht. Echte winters zijn of komen er bijna niet meer. Als straks de jonge duiven naar buiten moeten is de kans groot dat er sneeuw valt of ligt en dat is juist verraderlijk voor jonge duiven. Ik ben voorstander om eind januari als de baby’s voor het eerst buiten komen dit alleen te doen in de ochtenduren.

VLIEGDUIVEN BLIJVEN NOG EEN MAAND GESCHEIDEN
Het kweekseizoen is begonnen. De eerste eieren zijn er en met de kerst liggen er jongen. Als de duiven goed zijn voorbereid zijn ze probleemloos met eieren gekomen. Jonge duivinnen willen er nog wel eens enkele dagen langer over doen. Bij wat kouder weer is het normaal dat binnen 3 weken alle duiven eieren hebben met een uitzondering voor duiven waar het wel een dag of drie heeft geduurd voordat ze elkaar echt aardig begonnen te vinden. Als ik zie dat ze elkaar niet direct accepteren zet ik er een schotel met wat nestmateriaal bij. Vaak is het dan binnen de kortste keren bekeken. Mocht dat ook niet lukken dan zet ik het broedhok “half”. De duivin zit dan opgesloten en de doffer kan in en uit het broedhok vliegen. Nu ik enkele afdelingen heb waarin geen duiven zitten heb ik ook de mogelijkheid om zo een eigenwijs koppel daarin te doen. Dan even een broedschotel op de vloer en het leed is geleden. Gelijktijdig met de kweekduiven heb ik vier reserve koppels gezet zodat ik een aantal eieren kan onderleggen. Tot nog toe zijn er geen problemen, wel vind ik dat de duiven onvoldoende eten. Dit komt omdat het voor de tijd van het jaar te zacht is en de lamp tot ’s avonds tien uur laat branden. Ze hebben meer interesse in een partner nu ze gepaard zijn dan dat ze behoefte hebben in eten. Ik geef ze wel twee keer per dag een beetje snoepzaad in hun broedhok. Aan een klein beetje eten hebben ze momenteel genoeg. Ik zal blij zijn als ik ze binnenkort weer eens buiten kan laten. Doordat ik vrij ruime hokken heb ben ik niet bang voor “scheefvliegers” dat wordt op steeds meer hokken een terugkerend probleem. Veel liefhebbers durven in deze tijd van het jaar hun duiven vanwege de vele roofvogels niet buiten te laten en als dat in het vroege voorjaar wel kan (of moet) is de mogelijkheid aanwezig dat ze na een lange periode van binnen zitten scheef gaan vliegen. Dus als de duiven een groot deel van de winter stil hebben gezeten wees dan voorzichtig met buiten laten en ze zeker niet opjagen. Ik hoop dat het voor iedereen Prettige Kerstdagen waren. Verder een heel gezellige jaarwisseling en alle goeds voor 2016.


KERSTSHOW 1965
Ja u leest het goed het gaat over de kerstshow van 50 jaar geleden. Dit verhaal begint al in 1963 waarin een van de beste duiven die ik ooit bezat de hoofdrol speelt. Een doffer NL63-963358 die door het leven ging als “de 58”. Zelf gekweekt uit een doffer van het ras Gebr. Janssen en een duivin van de Utrechtse grootmeester Jan Pot, helaas zijn geen van hen nog onder ons. Ik was net twee jaar getrouwd toen mijn ouders eind 1962 te kennen gaven te willen verhuizen. Tot aan mijn trouwen speelde ik samen met mijn vader en vanaf 1961 had ik 8 koppels duiven op mijn nieuwe adres. Eerst alleen kweken en in 1962 werd voor het eerst met jonge duiven gespeeld. Ze deden het meer dan voortreffelijk met als eindresultaat 2e Kampioen jonge duiven van de Zaanstreek tegen ruim 400 liefhebbers. Ik speelde de jonge duiven door op de natoer waar ze mij 1e Kampioen tegen meer dan 1.000 liefhebbers maakte. In die tijd was een deelname van 15 tot 20.000 duiven heel normaal. In 1963, het jaar dat mijn zoon Marco geboren werd, kweekte ik voor mijn vader 6 jonge duiven waarmee hij aan de vluchten mee kon doen, waarbij ook “de 58”. Voordat de vluchten met de jonge duiven begonnen controleerde mijn vader welke jonge duiven hij nog had en kwam tot de ontdekking dat er 6 jonge duiven in zijn hok zaten die niet van hem waren. Het was toen gebruikelijk dat je een vreemde duif schriftelijk meldde bij de NPO. Na enkele dagen kreeg de eigenaar schriftelijk bericht. Zo kreeg ik bericht dat er 6 duiven van mij bij mijn vader zaten en mijn vader kreeg bericht dat hij 6 duiven van mij in zijn hok had. Hij was namelijk vergeten dat ik hem 6 jongen had gegeven die ook een ring van mij om hadden. Grote hilariteit, dat kunt u begrijpen. Van de 6 duiven die mijn vader van mij had raakte hij er eentje kwijt, u raadt het al, dat was “de 58”.

NA EEN JAAR WAS HIJ ER WEER
In 1964, precies een jaar nadat hij was weggebleven, kwam hij tijdens een jonge duivenvlucht weer thuis. Zo op het eerste gezicht kende we hem niet maar toen we het ringnummer bekeken was alles gauw duidelijk. Het was nu niet direct een doffer die we graag zagen, beetje groot, lange staart, wat diep en een te slappe rug zoals we dat in duiventermen noemen. Als ongepaarde jaarling doffer speelde mijn vader hem datzelfde jaar op de trainingsvluchten voor de natour. Hij vertelde dat “de 58” op alle drie die vluchten al minuten thuis was voordat de tweede duif kwam. Omdat hij geen duivin had werd hij niet meer gespeeld. Dat wordt een goeie voor volgend jaar zei ik. We hadden omdat ik weer ging verhuizen net besloten om vanaf 1965 weer samen te gaan spelen. Elf doffers kwamen door de selectie en “de 58” mocht blijven omdat hij op de drie trainingsvluchten zo formidabel had gepresteerd. Was dat niet het geval geweest dan hij zeker niet door de selectie gekomen. Opeens hadden we alle vertrouwen in hem.

HET SUCCES BEGON MET EEN ENORME TELEURSTELLING
Als nieuw gevormd tandem waren we natuurlijk heel benieuwd hoe onze 12 weduwnaars zouden gaan presteren en met name hoe “de 58” het zou gaan doen. De eerste vlucht had een afstand van 98 km afstanden waar mijn vader en ik van hielden. Wij waren echte vitesse spelers en dat ben ik tot op heden gebleven. Omdat “de 58” het jaar daarvoor opvallen had gepresteerd op afstanden onder de 100 km zette we hem bij de eerste drie getekende en die stonden altijd voor alle prijzen met andere woorden die stonden vol gepoeld. Wij mochten in die tijd toen er nog wat te verdienen viel graag een gokje wagen. We speelden nog op zondag en die eerste vlucht zat ook de rekenaar van de Zaanse concours organisatie bij ons te kijken. Om het een beetje spannend te maken vertelde we het verhaal van “de 58”. Het werd een grote teleurstelling, 11 duiven thuis en “de 58” was er niet. De tweede vlucht weer 12 weduwnaars mee, 11 kregen er geld mee en “de 58” stond onderaan de deelnamelijst met geen enkel kruisje achter zijn ringnummer, het vertrouwen was weg. Zondagmorgen om even voor negen uur eerst hoorden we dat de duiven waren gelost om acht uur met een kalme zuidwesten wind. Omdat de afstand iets meer dan 100 km was gingen we direct naar buiten want de duiven zouden ieder moment kunnen vallen. Ik keek omhoog en zag nog net een stuk staart naar binnen zag gaan. Vlug de trap op gerend en daar zat de 58 al voor de tralies van zijn broedhok naar de duivin te koeren. Heel rap zat de “gummi” in de klok en naar later bleek speelde hij de eerste tegen bijna 5.000 duiven. Verder wonnen we niets, geen geld op gezet en hij stond ook niet voor de hoofdprijs. Later dat seizoen speelde hij nog de 1e van Tergnier (325 km) en de 1e Provinciaal van Chateauroux (665 km). Er was dat jaar geen betere duif in de Zaanstreek. Van de 14 vluchten speelde hij 12 keer prijs, waarvan drie keer de eerste.

IEDEREEN DEED MEE
In december 1965 werd ik uitgenodigd om met hem mee te doen aan een grote kerstshow. Iedereen mocht mee doen alleen degene die een kampioensduif had kregen een plaats in de ereklasse. Ondanks dat het al heel lang geleden is weet ik het nog als de dag van gister. Keurmeester in de ereklasse was Jan Heerschop uit Haarlem, volgens zeggen was het een heel kundige man. Nou in mijn ogen kon hij er helemaal niets van, hij durfde mijn kampioensduif 89,5 punten te geven. Er was niet een duif op de hele show die zo weinig punten had. Het was goed dat de beste man niet in de buurt was toen ik dat zag anders had ik hem bij zijn strot gegrepen. Natuurlijk had de man gelijk, wij hadden “de 58” ook niet aangehouden omdat hij zo fraai van bouw was. Dat wij hem nog hadden is hierboven uitgebreid beschreven. Mijn vader zei altijd; “tentoonstelling is teleurstelling”. Het verhaal gaat verder want ondanks het lage aantal punten kregen we nog meer vertrouwen in “de ouwe 58” zoals hij inmiddels ging heten. Ook in 1966 werd hij met drie overwinningen in het grote samenspel weer 1e kampioensduif. Reden te meer om hem een plek in het kweekhok te geven. Zijn zoon “de jonge 58”, hij had dezelfde eindnummers als zijn legendarische vader, kreeg zijn broedhok. Helaas bleef hij na twee topklasseringen weg en we hebben hem nooit meer gezien. We hebben nog wel dikwijls tegen elkaar gezegd misschien komt hij net als zijn vader na een jaar terug en misschien wordt het wel net zo een kampioen. Het mocht niet zo zijn. De “ouwe 58” zat beneden in de tuin in het kweekhok en omdat hij af en toe buiten kwam liet ik hem wel eens boven in zijn oude broedhok omdat het leeg was. Ik stoeide dan wat hem en dat vond hij prachtig. Elke dag trainde hij mee en bijna elke dag vechten. Dat zag er zo goed uit dat ik tegen mijn vader zei de “ouwe 58”gaat dit weekend mee. We vlogen Pont St. Maxence (385 km) en hij had dat jaar nog niet een keer in de mand gezeten. Hij speelde desondanks wederom de 1e, won alle centen en de hoofdprijs. Daarna heeft hij nooit meer in de mand gezeten. In 1967 werd hij vader van onze legendarische “drie nullen” NL67.182000, een heel klein vetblauw duivinnetje dat 12 keer de eerste won en die een vader had die werd afgekeurd vanwege zijn bouw. Op die dag was het een enorme teleurstelling, achteraf hebben we in 50 jaar nooit een mooier kerst cadeau gehad.


OP WEG NAAR 2016
De Nationale Manifestatie die meestal in het derde weekend van November wordt gehouden is weer voorbij. Mijn eerste indruk was dat het niet zo druk was toch bleken er meer bezoekers te zijn geweest dan vorig jaar, positief dus. Op zaterdag was een groot deel van de dag speciaal voor de jeugd. Ze mochten meedoen aan een duivenquiz en om die goed op te lossen moesten ze langs de vele standhouders om de juiste oplossing aan de weet te vinden. Ook mochten ze enkele van hun fraaiste duiven meenemen die door een bekende Nederlandse keurmeester werden beoordeeld. Het was maar goed dat vele jeugdleden aan het verzoek hadden voldaan want andere duiven waren er bijna niet te vinden, geen enkele prestatieduif of wedstrijdduiven. Ergens in een hoek van de grote hal stonden de showduiven opgesteld waar overigens zeer weinig belangstelling voor was. Hieruit blijkt dat de wedstrijdsport in Nederland verreweg het belangrijkste is. Het blijft jammer dat de liefhebbers geen interesse op kunnen brengen voor showduiven. Er wordt waarschijnlijk vergeten dat het kweken van een perfecte showduif zeker zo moeilijk is als het kweken van een goede postduif. Belangstelling tonen voor elkaars hobby zou geen kwaad kunnen! Er waren wel stands die geen gebrek aan belangstelling hadden en een aantal voor de dames die niets met duivensport te maken hebben en of dat iets toevoegt aan een Nationale Postduiven Manifestatie betwijfel ik. De voorjaarsbeurs trekt veel meer bezoekers. Veel liefhebbers houden het na de laatste vlucht een tijdje voor gezien. Even een aantal maanden niet zo intensief duivensport maar gewoon iets meer tijd besteden aan andere zaken. De voorjaarsbeurs die begin maart wordt gehouden is altijd druk bezocht ook door sportvrienden uit omliggende landen. De liefhebbers komen dan uit hun winterslaap althans zo lijkt het. Natuurlijk is dat niet zo want in die periode zijn veel liefhebbers alweer klaar met de kweek, het vliegseizoen staat dan voor de deur en dan staat iedereen weer op scherp.

MET KERSTMIS LIGGEN ER VOLOP JONGEN IN DE SCHOTEL
De laatste jaren hoeft men niet bang te zijn om aan winterkweek te doen. Ook nu is het voor de tijd van het jaar vrij zacht, Ideaal voor winterkwekers. Wie je ook spreekt niemand heeft problemen met de koppeling, geen vechtpartijen en inmiddels zijn de eerste eieren gelegd die tijdens de kerstdagen uitkomen. Aan de duiven die niet gekoppeld zijn, dat zijn overwegend de vliegduiven, is te merken dat ze klaar zijn om bij elkaar gezet te worden. Ik heb drie jaarling doffers die af en toe met zijn drietjes in een hoekje liggen te kroelen. Ik heb ze uit elkaar gehaald en naar een andere afdeling overgeplaatst. Nu ik nog maar zo weinig duiven heb heb ik ruimte genoeg. Ik mag hopen dat de drie musketiers dat tijdens het vliegseizoen niet gaan herhalen. Half januari worden 12 koppels vliegduiven bijeen gezet. Als de jongen ongeveer 16 dagen oud zijn gaan de duivinnen er af en mag de doffer verder voor het jong zorgen. Dit in tegenstelling tot andere jaren toen doffer en duivin de zorg kregen voor elk 1 jong maar ik wil er niet zoveel meer hebben. De 8 kweek koppels komen 14 december bij elkaar. Gelijktijdig met hen worden 4 koppels reserveduiven gepaard die de eerste ronde eieren van de kwekers groot mogen brengen. Als de kwekers drie dagen zitten te broeden verleg ik de eieren en mogen zij aan de tweede ronde beginnen. Als het gaat zoals het moet heb ik binnen de kortste keren 24 winterjongen. Van de 12 koppels vliegduiven houd ik voor mezelf 6 jongen. Afhankelijk van de kweekresultaten in het kweekhok zullen er nog 8-10 jongen voor mezelf groot gebracht worden zodat ik maximaal 40 jongen heb om te vliegen. Eigenlijk is dat weer meer dan ik begroot heb. Als ze gezond zijn en blijven houd ik ze allemaal mits ze me als duif bevallen. De selectie zal zeer streng zijn. Ze komen uit bewezen goede ouders waar ik alle vertrouwen in heb dus ze krijgen absoluut een kans om zich te bewijzen.

LEUKE REACTIES OP DE FILM “ZO VADER, ZO ZOON”
Tijdens de najaarsbeurs vond de presentatie plaats van de duivenfilm over mij en mijn zoon Marco. De DVD is op dit moment alleen nog in het Hollands verkrijgbaar. De speelduur is ruim 2,5 uur en dat is een hele zit. De liefhebbers die hem bekeken hebben vertelden dat er graag voor over te hebben. Er waren zelfs reacties dat ze in jaren niet zo een goede duivenfilm hadden gezien. Leuk voor Marco en mij en ook voor Jos Voortman (De Koerier) die de opname en montage heeft verzorgd. In de film worden ook twee van mijn topduiven voorgesteld. Sofia en Sensation die beide 1th en 2nd Provinciaal wonnen (315 km) tegen 16.441 duiven. Een week later won Sensation 7th tegen 13.111 duiven. Beide duiven met 5 van hun kinderen komen begin januari in een verkoop van Herbots, een absolute aanrader om dat even te volgen. In het weekend van 12/13 december is onze jaarlijkse clubshow en ook daar is gelegenheid de film te bekijken. Alle leden zijn uitgenodigd om mee te doen met een oude en jonge doffer plus een oude en jonge duivin. Het viertal met het hoogste puntentotaal is winnaar. We beginnen zaterdag om 5 uur met een gezamenlijk kampioenendiner en daarna worden de kampioenen door de voorzitter gehuldigd. Op zondag is de show voor het publiek geopend.

MINDERE EETLUST
Uiteraard merken ook onze duiven dat de temperatuur te mild is voor de tijd van het jaar. Overdag een graad of vier en in de nacht lichte vorst zou voor mens en dier beter zijn. Veel mensen zijn momenteel verkouden en aan de duiven merk je dat ze minder eetlust hebben. Ze zijn geslachtsrijp en dat laten ze duidelijk merken. Overdag laat ik ze buiten in de ren en zodra het donker wordt sluit ik de ramen. Bij de kwekers brandt tot ’s avonds tien uur het licht en dat blijft totdat ze allemaal twee eieren hebben. Tijdens de broedperiode gaat de lamp om 7 uur uit en zodra er jongen zijn ga ik weer verder met bijlichten. Vanaf 5 januari worden de vliegduiven bijgelicht zodat ze half januari zonder problemen gepaard kunnen worden. Alle doffers weten inmiddels welk broedhok van hen is. Op papier is alles gekoppeld en denkelijk wordt daar niets meer aan veranderd. Misschien kan er nog iets wijzigen als een bepaald koppel niet wil. De doffer of duivin die ik weghaal zal dan als reserveduif gaan fungeren. Alweer is er een jaar voorbij gevlogen. Waar blijft de tijd is een veel gestelde vraag door vooral ouderen onder ons. Het geeft aan dat we hier maar even te gast zijn. Voorlopig geven we de moed nog niet op. Eind januari worden de dagen weer langer en leven we naar het seizoen toe. We kijken reikhalzend uit naar het nieuwe leven dat er op onze hokken weer aan zit te komen. Nog even geduld. Ik wil graag besluiten met u allen hele gezellige kerstdagen en een gelukkig nieuwjaar toe te wensen.

HET DUIVENHOK
Zolang de postduivensport bestaat is er al geschreven over het hok, soms overdreven. Allerlei theorieŽn zijn daarover opgebouwd, veel te veel volgens mij, het is niet zo gauw een slecht hok. Een duivenhok is eerder zodanig dat er gemakkelijk prijzen op gewonnen kunnen worden. Duiven zijn geen mensen en daarin zit het grote verschil. Een duivenhok is goed als het aangenaam is voor duiven, als ze zich daar behaaglijk en veilig voelen worden er gegarandeerd prijzen gewonnen. Ik was nog maar een jong ventje toen een ouwe Belg, een groot kampioen, tegen mij zei; als het buiten vriest mag het gerust in je hok ook vriezen. Waar je voor moet oppassen is tocht en vocht, ik ben dat nooit vergeten. Ik ben ook tot de conclusie gekomen dat je moet oppassen voor zonlicht. In al die jaren dat ik duiven heb ben ik in binnen en buitenland op veel hokken geweest. Iedereen zal begrijpen dat er in tropische landen andere voorwaarden gelden dan bijvoorbeeld bij ons. Nederland heeft een vrij koud en vochtig klimaat. Onze tuinen zijn vaak erg mooi, niet alleen wat de bloemenpracht betreft, ook de inrichting van de tuin ziet er soms sprookjesachtig uit. Fraaie tuinmeubelen, verlichting, een open keuken, soms is het zelfs te luxe. Het vraagt ook enorm veel onderhoud. Als dat niet gebeurd kunnen veel van die leuke accessoires aan het eind van de herfst zo de vuilnisbak in. De invloed van het weer is bij ons wat het buitengebeuren betreft desastreus. In de meer zuidelijke landen kennen ze dat probleem nauwelijks, Daar kan een tuininrichting soms voor vele jaren geplaatst worden zonder dat het enig onderhoud vraagt. Vandaar dat wij Hollanders altijd bezig zijn met ons hok. De plaats van het hok is voor een groot deel bepalend voor het klimaat. Is het hok zo geplaatst dat het front op het zuiden is gericht en er zit vrij veel glas in dan kan dat in de zomer heel funest zijn voor de gezondheid van de duiven. De zon staat dan praktisch de hele dag op het hok te branden en dat gaat ten koste van de zuurstof. Als er in Nederland eens een lange periode met echt zomers weer is brandt de zon alle zuurstof uit het hok plus dat het veel te droog en te warm is. Een hok met veel glas koelt erg snel af. Grote temperatuur verschillen tussen dag en nacht kan nooit goed zijn voor goede conditie. Een ren voor het hok is tegenwoordig bijna een must. Het is maar net hoe je het bekijkt. Als de volle wind de ren in blaast kan dat niet goed zijn voor de gezondheid. Soms regent het bij harde windvlagen in de ren net zo hard als buiten, ik houd daar niet van. Wel vind ik het fijn als mijn duiven bij mooi weer in de ren kunnen baden of zelfs in de regen kunnen liggen, echter niet na ’s middags vier uur omdat het niet goed is voor de conditie wanneer de duiven nat de nacht in gaan.

HET DAK
De een zweert bij oud Hollandse dakpannen omdat die de temperatuur lang vasthouden, anderen prefereren eterniet golfplaten en weer anderen vinden het beter wanneer er ook nog enkele kunststof golfplaten in het dak liggen. Sommigen hadden zelfs metalen golfplaten op het dak liggen. Wij hadden vroeger een hok dat rondom was dichtgetimmerd met teerpapier. De verluchting kwam door de naden in de klep, de deur of de kozijnen. Het hok zag er niet geweldig uit, voor de sier hadden we er groene latten tegenaan getimmerd terwijl de rest grijs was geschilderd zodat het er voor het oog toch redelijk netjes uit zag. Het hok was wel goed want de duiven presteerden er geweldig op. Van mechanische verluchting of bodemverwarming hadden we nog nooit gehoord. Wel viel het op dat er in die jaren goed gepresteerd werd op verwarmde hokken. Onder de duivenhouders waren diverse broodbakkers die boven de bakkerij hun duiven hadden gehuisvest. Altijd lekker droog en nooit kil of koud. Misschien waren zij wel de aanstichters van de bodemverwarming. Soms is het nodig dat er een mechanische verluchting in een hok geplaatst moet worden. Dat kan met de ligging te maken hebben maar volgens mij meer met het te grote aantal duiven. Zo op het eerste gezicht zou je zeggen dat een hok met mechanische verluchting geen goed hok is. Ik houd er tenminste niet van trouwens ook niet van verwarming. Onze duiven kunnen gerust zonder al die voorzieningen. De wereldberoemde Gebroeders Janssen hadden in de vlieghokken de duiven gewoon onder de pannen zitten. Wanneer je daar ook kwam, die duiven zaten er altijd even strak bij, ze glommen tegen je op. Dan zie je toch dat al die extra’s niet nodig zijn. Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Er zijn liefhebbers met zo weinig ruimte dat er eigenlijk geen plaats is voor een duivenhok, laat staan dat er ruimte is om een hok met het front op het zuidoosten te plaatsen wat in ons land nog steeds de beste richting is. Ook hier zijn voorbeelden van liefhebbers die met het front op het noorden (dus nooit zon) toch formidabel presteren. Misschien hebben die duiven wel voldoende zon als ze twee keer per dag rondom het hok mogen trainen. In Nederland denken we misschien wel verkeerd, mogelijk zijn we te gek op de zon. Kijk maar naar de Nederlandse vakantiegangers (ook andere Europeanen) als ze met vakantie in de zuidelijke landen zijn. Ze liggen de hele dag in de zon te bakken, terwijl de bewoners van die landen juist op het heetst van de dag binnen blijven, die zie je vaak pas in de avond tevoorschijn komen als de zon zijn werk heeft gedaan. Ik heb daar hokken gezien waar overdag een wit laken voor werd gespannen om de hitte buiten het hok te houden terwijl wij in Nederland alle moeite doen om maar zoveel mogelijk zon “te pakken”. Zelf heb ik een heel fraai hok maar het heeft drie jaar geduurd voordat het eindelijk naar mijn zin functioneerde. Het is precies gebouwd als ik wilde, de plaats waar het staat is echter een heel andere plek dan ik gewend was. Het staat hoog en op de open vlakte zodat de wind vrij spel heeft. De duiven presteerden er direct goed op maar ik had me totaal verkeken op de verluchting. De grote zolder boven alle afdelingen was een grote open ruimte waardoor ik alle zeilen bij moest zetten om tocht te voorkomen. Als ik iets te lang in het hok was had ik altijd een koude nek wat betekent dat het hok niet deugd. Wij zijn te veel bezig met verluchten, verlichten, verwarmen. We maken het ons zelf veel te moeilijk. Alles heeft te maken met het aantal duiven dat we per afdeling huisvesten. Overbevolking is funest, met weinig duiven per afdeling is verluchten bijna niet nodig. Een hok is net als voer, aan voer van een zeer gevarieerde samenstelling hoef je weinig toe te voegen, al die extra supplementen is weggegooid geld. Aan een zo goed als dicht hok met zeer weinig duiven hoef je geen extra aanpassingen aan te brengen. Besteed je geld maar op een andere manier, ga af en toe maar eens lekker uit eten. Wedden dat je vrouw de duivensport dan veel leuker begint te vinden.

GEZONDHEID SPEELT BELANGRIJKE ROL
In het leven kan veel bereikt worden, mits de gezondheid in orde is, dit geldt voor zowel mens als dier. Topprestaties zijn alleen mogelijk bij een optimale gezondheid. We zijn nu in een periode dat we onze duiven hierop kunnen testen. De grote rui is achter de rug, de algehele rui nog niet helemaal klaar. Als het goed is zullen er elke dag nog wel veren in het hok te vinden zijn. De rui gaat eigenlijk altijd door, het hele jaar moeten we dagelijks donsveertjes zien liggen. Als dat niet het geval is hapert er iets aan de duiven. Tijdens het vliegseizoen loopt iedere liefhebber in zijn handen te wrijven van voldoening als ’s morgens de mestbolletjes bedekt zijn met enkele donsveertjes, een teken dat het met de gezondheid wel goed zit. Nu gaan we de winter in en de natuur zorgt er voor dat onze duiven op tijd beginnen te ruien zodat zij met een geheel nieuw verenpak de koude kunnen doorstaan. Bij een goede verzorging moet dit voor geen enkele duif een probleem zijn. Dat kost beslist de nodige moeite. Sommige duiven kunnen zodanig rui ziek zijn dat ze totaal geen lust hebben om het hok uit te gaan. Anderen zie je direct na het eten terug vliegen naar hun vaste zitplaats waar ze rustig blijven zitten tot de volgende maaltijd. Bij mij kwamen ze nog amper buiten en vanaf nu komt er niet een meer buiten omdat ze in verschillende afdelingen zitten vanwaar ze nooit hebben uitgevlogen. Ik voer ze nog steeds twee keer per dag en dat blijft zo maar de tussenposen tussen de twee voederbeurten zijn veel korter. ’s Morgens krijgen ze tussen negen en half tien voer en ’s middags tussen half vijf en vijf uur, daar zit dus 7,5 tot 8 uur tussen. De nachten zijn daardoor erg lang waardoor ik ze ‘s avonds zoveel voer geef dat ze ’s nachts geen honger krijgen en nu het wat kouder begint te worden doe ik er wat meer oliehoudende zaden bij. Als het in januari en februari heel erg koud wordt doe ik tevens een klein beetje levertraan over het voer zeker als er jongen in de schotels liggen. Zover is het allemaal nog niet. Op veel hokken zijn de voorbereidingen voor de winterkweek aan de gang. 26 november is een geijkte datum om de kweekduiven bij elkaar te zetten. Anderen wachten nog een maand en gebruiken de vrije dagen tussen kerst en nieuwjaar om hun duiven te koppelen. Tot aan de tijd van koppelen is er genoeg gelegenheid de duiven op goede gezondheid te controleren. Er zijn duiven die te veel moeite hebben om probleemloos door de rui te komen, die zullen tijdens het vliegseizoen zeker niet tot de beste behoren. Eigenlijk zijn duiven die nu niet in een goede winterconditie verkeren niet goed voor de kweek, voor mij zelfs te slecht om aan te houden. We kunnen niet streng genoeg zijn om binnenkort aan een optimale kweekperiode te beginnen. Alles moet voor de volle 100% in orde zijn. Van de zomer worden er zeker weer een aantal vluchten beslist op secondes, zoiets kan alleen maar met heel goede duiven in een top conditie. Daar kunnen we nu al aan werken.

KOPPELS SAMENSTELLEN
Wat is het toch een leuke bezigheid om via de stamkaarten koppels voor 2016 te formeren. Vroeger zeiden we dat we alvast op papier gingen koppelen, stamkaarten waren er misschien wel maar de meeste liefhebbers kenden het bestaan niet. Het enige wat we bezaten waren de eigendomsbewijzen. Achterop stonden de ringnummers van de vader en de moeder en dat was het. In een schoolschrift en later in een kweekboek werden allerlei aantekeningen gemaakt. Vanaf 1952 heb ik alle kweekboeken nog. Leuk om ze te bezitten maar ik doe er niets meer mee. Zo is het met veel documentatie. Af en toe begin ik eens wat weg te gooien maar nog niet alles. Ik heb zoveel boeken, tijdschriften, krantenknipsels, uitslagen, foto’s waar ik enorm aan gehecht was. Ik zeg bewust “was” want hoe ouder ik wordt des te vaker denk ik; wat moet ik er mee? Maar goed, heel veel documentatie doe ik nog niet weg. Wie weet heb ik het nog wel eens nodig. Nu alle liefhebbers stamkaarten van hun duiven hebben wordt er volgens mij meer nagedacht over de koppelingen. In de tijd van de eigendomsbewijzen kwam het vaak neer op wat de liefhebber over zijn duiven had onthouden. Nu staat alles op papier waardoor er een prima overzicht is over kruising, lijnenteelt of inteelt. Het zal er zeker toe bijgedragen hebben dat het postduiven ras in de breedte sterk is verbeterd. Ondanks dat ik nu niet zo veel duiven heb ben ik nog regelmatig met de stamkaarten aan het spelen. Dan moet die doffer op die duivin en als ik dan weer enkele keren in het hok ben geweest denk ik; nee dat moet ik niet doen ik kan beter zus of zo doen. Een leuke bezigheid waarvan je kunt denken wat de zin van al dat gedoe is. Als straks de kweekkoppels definitief zijn denken we allemaal dat we de juiste doffer op de juiste duivin hebben gezet. We geloven er in en zien in gedachten al de nieuwe kampioentjes in de schaal liggen. We genieten van de snelle groei van de hulpeloze kleine jonkies die binnen 4 weken zijn uitgegroeid tot een volwassen duif. Als de kweek is geslaagd zien we met vertrouwen het nieuwe seizoen tegemoet. Waar het om gaat is hoeveel bruikbare jongen we hebben gekweekt. Na al die jaren dat ik duiven heb kan ik gerust zeggen dat slechts 30% bruikbare duiven zijn. Welke dat zijn is op voorhand niet te zeggen. Er zijn koppels die met grote regelmaat duiven geven waar we wat aan hebben, sommige geven zelfs enkele hele goede en gelukkig worden er ook elk jaar topduiven geboren. Op de meeste hokken is dat niet zo. Ook de grote verliezen spelen een belangrijke rol. Ik ga er van uit dat het niet alleen de minder goede duiven zijn die achterblijven van de vlucht. Dus wat houden we over? Wie jaarlijks een 50-tal jonge duiven kweekt kan er vanuit gaan dat hij daarvan zeker 30% kwijt raakt. Dan blijven er 35 over waarvan er zeker een aantal door de baas afgekeurd worden en hoeveel zitten er bij die de toets der kritiek kunnen doorstaan? Hoeveel hebben er echt voldaan? Zo gaat het bij mij al vele jaren. Ook al word ik 100 jaar tot aan mijn dood zal ik blijven zoeken en proberen mooie en goede duiven te kweken. Dat is me in de loop der jaren aardig gelukt maar het aantal “mindere” duiven is echter nog steeds aanzienlijk groter dan het aantal bruikbare.

VRIJDAG DE DERTIENDE
Alweer was Parijs het doelwit van terroristische aanslagen. Het waren er in 40 minuten liefst vijf. Bewust georganiseerd om dood en verderf te zaaien. Paniek onder de mensen te brengen, angst, niemand voelt zich meer veilig waar dan ook. Een stel jonge barbaren, waarvan er helaas nog steeds een spoorloos is, hebben nog eens extra olie op het vuur gegooid in een wereld die al in brand staat. Tegen terrorisme is weinig te doen. De moordenaars van vrijdag de dertiende smeedden hun afgrijselijke plannen in het getto van het Belgische Molenbeek/Brussel op een moment dat massa’s mensen op de vlucht zijn voor oorlogsgeweld. De aanslagen in Parijs zijn niet ver van mijn bed. Parijs, de hoofdstad van Frankrijk, het land vanwaar vele duizenden Europese duivenliefhebbers wekelijks met veel plezier hun duiven thuis zien komen. Hoe gaat de toekomst van onze duivensport er uit zien? Ten opzichte van al het leed wat de mensen wordt aangedaan stelt de duivensport helemaal niets voor. Duiven zijn het vredessymbool Wat zou het mooi zijn als de komende zomer onze duiven het luchtruim kunnen doorklieven in een wereld waar alle mensen in vrede met elkaar leven.

NOORD-HOLLAND
De huldiging van de provinciale kampioenen uit Noord-Holland werd dit keer voor het eerst op zaterdagmiddag gehouden en dat bleek een schot in de roos te zijn. Toen de huldiging om half vijf begon was de zaal tot aan de laatste stoel bezet. In een vrij vlot tempo reikte onze nieuwe voorzitter de prijzen uit aan een lange rij van grote en kleine kampioenen. Voor velen is het een grote eer naar voren te komen om de gewonnen trofee in ontvangst te nemen, vooral als het de eerste keer is. Eigenlijk zijn er binnen de duivensport veel te veel kampioenen, zoiets merk je pas tijdens zo een huldiging. Vooral voor degene die niets gewonnen hebben is het een lange zit. Hun geduld werd beloond met een uitstekend verzorgd buffet dat direct na alle huldigingen plaats vond. Daarna was het mijn beurt. Mij was gevraagd om direct na het dessert aan Henri van Doorn, een jonge duivenspecialist uit zuid Nederland, een uur lang allerlei vragen te stellen om op die manier zijn geheimen te ontfutselen. Dat viel schijnbaar erg in de smaak want de zaal was doodstil en gelijktijdig met het interview werden via een beamer op een groot scherm een reeks van beelden vertoont van de hokken, duiven en alles wat met de duivensport te maken heeft. Als afsluiting vond er nog een verkoop plaats van een 15 tal geschonken bonnen of duiven door, voor de eerste keer, mijn zoon Marco. Hij kwam wat moeilijk op gang, alle begin is moeilijk, doch toen eenmaal het ijs gesmolten was kwam ook deze spraakwaterval goed op gang. Ik heb er als vader enorm van genoten. De verkoop bracht voor onze afdeling Noord-Holland een zeer interessant bedrag op wat ook de bedoeling was!

NIET OP EEN LIJN
In Nederland is nog slechts 1 weekblad voor de duivensport dat 44 keer per jaar verschijnt. Daarin een drietal vaste columnschrijvers. Tijdens het seizoen een hele reeks verslagen van rayon (is een samenspel van meerdere verenigingen) en afdelingswinnaars (elke afdeling bestaat uit een x-aantal rayons). In Nederland zijn 12 afdelingen met in totaal een kleine 18.000 liefhebbers (inclusief combinaties die uit twee of zelfs drie personen kunnen bestaan). Dit wil zeggen dat we bij lange na geen 18.000 vliegende hokken meer hebben waarmee een absoluut dieptepunt is bereikt. In het voorwoord van de hoofdredacteur werd deze week extra aandacht werd besteed aan het groeiende aantal een hok vluchten en dat bevreemde mij ten zeerste. In Nederland is in het verleden namelijk door de N.P.O. een verbod afgekondigd voor het houden van een hok vluchten met de reden het grote aantal verliezen van met name jonge duiven. Om diezelfde reden heb ik al diverse keren laten weten dat ook ik beslist geen voorstander ben van een commercieel gebeuren waarin de duif niet meetelt maar meer een “ding” is, een soort lot waarmee in sommige gevallen een paar zeer aantrekkelijk geldbedragen gewonnen kunnen worden. Aan het lot van de vele duiven die sneuvelen of de dood worden ingejaagd wordt totaal geen aandacht besteed. Voor de organisatie van zo een race is het een lucratief gebeuren. Voordat de finale plaats vindt is op een enkele uitzondering na al het geld voor deelname al meer dan een half jaar binnen. Hoeveel duiven aan de finale meedoen is voor de “heren” organisatoren niet zo belangrijk. Veel belangrijker is dat de centen in de knip zitten. Gelukkig zijn er diverse races waar de duiven het ogenschijnlijk minder moeilijk hebben maar het blijft ten alle tijden een groot probleem om een groot aantal duiven van verschillende nationaliteiten en van een nog groter aantal verschillende liefhebbers gezond te houden. Genoeg er over maar het blijft voor mij een vreemde zaak dat een hoofdredacteur van het enige Nederlandse postduivenmagazine pleit voor (buitenlandse) een hok vluchten terwijl er in Nederland een verbod geldt.

WINTERKWEEK
Elke dag liggen er in het hok grote en kleine veren. Vanaf nu (15 november) raap ik elke dag de slagpennen op en die bewaar ik in een busje. De meeste duiven hebben nog maximaal twee oude slagpennen en als je die bewaart heb je eind december een aanzienlijk aantal. Tijdens mij lange duivenloopbaan heb ik een aanzienlijk aantal pennen in de vleugel gelijmd en juist daarvoor bewaarde ik de laatste (grootste) slagpennen. Vooral bij de jonge duiven zijn er nog een flink aantal met twee oude pennen. Ik wilde 12 december gaan koppelen doch die datum zal ik herzien omdat ik dit jaar alleen uit geruide duiven ga koppelen. Het gaat er bij mij om dat ze op de koppeldatum hun laatste (buitenste) pen hebben laten vallen, die hoeft nog niet helemaal ingegroeid te zijn. Het voorbije jaar had ik jaarlingen die met een oude pen gekoppeld waren en die hebben ze pas tijdens het vliegseizoen laten vallen. Waarom weet ik ook niet. Meestal was het zo dat die pen er uit ging tijdens het broeden en zeker tijdens het broeden op de tweede ronde. Inmiddels zitten de jonge doffers in het hok met de broedbakken. Ik heb ze al enkele keer ’s avonds in het donker gepakt om te kijken of ze in hetzelfde broedhok zitten. Twee mogen er nog wel eens wisselen en eentje zit steeds op de grond. Die heeft dus al een aantekening achter zijn ringnummer. De komende dagen zal ik wat meer tijd besteden aan de observatie. Ik wil namelijk zeker weten of hij door een hokgenoot uit zijn broedhok wordt gevochten of dat meneer geen zin heeft in dat broedhok op de onderste rij. De paratyphus kuur is gegeven. Ik denk dat deze ellendige ziekte tijdens het seizoen toch sluimerend aanwezig is geweest. Niets aan de duiven kunnen merken, prima mest, goede eetlust, geen mank lopende duiven gezien, ook geen hangende vleugels en toch…. Tijdens de eerste vluchten van het seizoen ben ik voor mijn doen iets te veel duiven kwijt geraakt (heb elk jaar overwegend jaarlingen), hetzelfde gold bij de jonge duiven. Aan het einde van het seizoen vertikte ze het om voluit te trainen en dat zegt voldoende. Er mankeert dan wat aan! Maar wat? Ook de dokter kon niets vinden, toen heb ik ze maar ingehouden anders raak je er nog meer kwijt. De winterkweek komt dichterbij, eind deze maand is het zo ver. Een dag of tien voor de koppeling de dagen met kunstlicht verlengen van acht tot acht. Een beetje extra hennepzaad en de duiven een beetje hongerig houden. Als ze lang genoeg gescheiden zijn geweest zal het koppelen zeker geen problemen geven. Succes!

NIEUWE VLIEGPROGRAMMA’S ZIJN BEKEND.
In Nederland en BelgiŽ zijn de eerste nationale vergaderingen gehouden. In beide landen kampt men met grote organisatorische problemen. Er wordt te weinig naar de liefhebbers geluisterd en dat zorgt voor grote onvrede. In Nederland is nu zelfs een deskundige ingehuurd om orde op zaken te stellen. Haar eerste opmerking was: “nog nimmer heb ik in welke sportbond zo een chaos meegemaakt’’. Leuk om te horen voor de nog drie overgebleven bestuurders. Het bestuur en liefhebbers hebben schijnbaar nog steeds niet door dat ze een kuil aan het graven zijn die steeds dieper en dieper word tot het moment dat we er met zijn allen intuimelen. Teveel verschillende belangen spelen nog steeds een grote rol. Elke discipline heeft zijn eigen aanhangers waarvan de individuele belangen te ver uit elkaar liggen. In BelgiŽ is gekozen voor een zeer zwaar marathon programma, 7 vluchten in 7 weken achtereen. Nationale concoursen zijn prachtig (in Nederland hebben we er maar een) maar zeven van 700-800 km achter elkaar lijkt me iets voor de mega hokken en niet iets voor de modale liefhebber. Hoeveel duiven moet je in hemelsnaam houden om nog aan een aantal andere vluchten mee te doen? Het wedstrijdprogramma duurt immers langer dan een half jaar. In mijn afdeling hebben wijze heren, overigens met meerderheid van stemmen, een vliegprogramma gekozen waarin twee weekends voorkomen dat er geen spel is voor de snelheidsspelers. Dit is jammer want daar zijn er nog steeds de meeste van. Tot 400 km is het veel beter om ze aan de gang te houden, dus elke week spel. Er is wel een mogelijkheid om de duiven mee te geven als “trainingsduif”. Dat gaat verder nergens om en dat is nu net niet de bedoeling van het duivenspelletje. In 2016 begint het spel voor de jonge duiven in de derde week van juni, een maand eerder dan dit jaar. Toen begonnen we derde week juli want dat zou zorgen voor minder verliezen. Nu beginnen we een maand eerder met als reden de grote verliezen tegen gaan. Wat moeten we met zo een beleid zonder visie en zonder kennis van zaken?

WIE VEEL RINGEN KOOPT WORDT EXTRA BELAST
In BelgiŽ is besloten dat liefhebbers die meer dan 150 vaste voetringen kopen meer moeten betalen. De ringenprijs is 0,80 per stuk (in Nederland 0,60) en vanaf ring 151 is de stuksprijs 2,80. Een regeling waar niet alle Belgische liefhebbers het mee eens zullen zijn. Dus weer een regeling waarbij niet alle neuzen dezelfde kant op wijzen. He is wel zo dat daarmee de 3% afdracht aan de KBDB komt te vervallen. De bestaande regeling was dat elke liefhebber van elke verkochte duif 3% moest afdragen aan de promotie van de duivensport. Die regeling heeft de gemoederen jaren bezig gehouden. In Nederland kennen we die regeling niet. Op zich voor de grote commerciŽle hokken een flinke verbetering, zij zullen zich niet zo druk maken over de prijsverhoging van de ringen. De gezelligheidsspelers mogelijk ook niet omdat die minder dan 150 ringen zullen afnemen. In Nederland is er een schema gemaakt voor het gebruik van oudere chipringen. Over enkele jaren zal er denkelijk een universele FCI chipring in gebruik worden genomen. Voor het komende vliegseizoen moeten in Nederland alle elektronische klokken weer voorzien worden van een nieuwe versie. Vooral oudere liefhebbers (we kunnen niet meer spreken van jongere liefhebbers omdat die zeker in Nederland bijna niet meer bestaan) hebben daar problemen mee omdat de kosten niet gering zijn.

DOPINGONDERZOEK
Veel is er te doen geweest over het gebruik van stimulerende middelen. Daarom hebben er dit jaar 120 dopingonderzoeken plaats gevonden. Pas nu maakt de KBDB bekend dat alle onderzoeken negatief waren. Geen dopingzondaars dus in Belgenland. De grote vraag is nog steeds, waarom moet dat onderzoek in Zuid-Afrika plaats vinden? In BelgiŽ zelf is een zeer deskundig onderzoek mogelijk. Alle onderzoeken binnen de wielersport vinden daar plaats en je kunt bijna op de uitslag wachten zo snel gaat dat daar wat zeker niet gezegd worden van het Afrikaanse onderzoek. Steeds meer berichten komen binnen dat er grote twijfel is over de onderzoeken die in Zuid-Afrika plaats vinden. Grote twijfel is er ook bij de uitslag van de 120 onderzoeken waarbij niemand stout zou zijn geweest. Over stout zijn gesproken……

DEREBY ARONA TENERIFE
De duiven die daaraan meedoen zouden bij wijze van spreken wel gedrogeerd mogen worden. Gebeurt dat niet dan is 95% van de deelnemers kansloos. Dus wat overblijft is dat de FCI dit soort races niet meer toestaat. Bij bijna alle on loft races zijn de verliezen enorm omdat het bijna niet haalbaar is de duiven van zoveel verschillende hokken gezond te houden en daardoor niet goed getraind kunnen worden. Bij de Derby Arona komt dan ook nog de grote handicap dat de duiven veel te lang boven zee moeten vliegen. Dit jaar hebben weer de nodige dierenbeulen ingeschreven. Duitsland komt met 600, Nederland met een kleine 500 en de Belgen krijgen het door dat het niets met duivensport te maken heeft want er komen er nog geen 200 aan de start. De lokroep van 50.000 euro voor de winnaar is nog steeds voor een groep melkers zo aantrekkelijk dat ze ondanks de zware handicap hun duiven tegen een aanzienlijk bedrag aan deelnamekosten inschrijven. Ruim 3000 duiven doen er weer mee. Zeker weten dat er alles aan gedaan wordt om zoveel mogelijk duiven aan de finalevlucht mee te laten doen. Schrijf nu alvast maar op dat 90%, na de nodige ontberingen, dat niet zal lukken.
DE FILM IS KLAAR
Op de najaarsbeurs die plaats vindt op 20 en 21 november in Houten nabij Utrecht zal de film “Zo vader, zo zoon” gepresenteerd worden. De film gaat over mij en mijn zoon Marco. De cineast is erg enthousiast over het resultaat en vertelde dat er in de loop van 2016 ook een Duitse en Engelse versie uitkomt.



Begin november en de duiven zien er weer toonbaar uit. De grote rui heeft zijn werk gedaan zodat de duiven bijna weer het zondagse pak aan hebben. Nog een enkele slag- en staartpen en ze kunnen meedoen om de mooiste van de show. Ook dat is in de wintermaanden een leuke bezigheid met als groot voordeel dat er door de bezoekers wat extra geld binnen komt om de clubkas te spekken. De traditionele bonnenverkoop, de loterij en wat andere bezigheden zorgen voor een gezellige sfeer. Helaas krijgen de tentoon gestelde duiven meestal weinig aandacht en dat is wel eens anders geweest. Ik kan me de jaren nog goed herinneren dat de mensen zich stonden te verdringen voor de kooien, vooral bij de prijswinnende duiven. Zoiets zie je nu alleen nog tijdens een Olympiade, voor de rest draait alles om de commercie. Toch mag ik graag naar de plaatselijke clubtentoonstellingen gaan. Je spreekt er weer eens andere liefhebbers en je kunt er vaak voor weinig in het bezit komen van een geschonken duif van de plaatselijke kampioen. Bij mij op het hok zijn de duiven nog niet zo ver dat ze naar een show kunnen. De oude duiven staan nog op 2 pennen en de jonge duiven op drie. Ik moet geduld hebben tot half december dan zijn ze precies op tijd klaar om gekoppeld te worden. Als tijdverdrijf ben ik begonnen om de vliegkoppels samen te stellen. Ik maak daar nooit zo’n probleem van omdat ik voornamelijk jongen van de kwekers wil hebben. Voor mijn gevoel heb ik daar meer kans om een bruikbare duif dan op het vlieghok. Ik zeg bewust voor mijn gevoel want hoe vaak lees je niet dat de beste duif van het hok op het vlieghok is geboren. Waarom niet?. De vliegduiven van nu zijn immers de kweekduiven van morgen. De duiven op het vlieghok hebben de zware selectie overleeft, voldoen aan de voorwaarden dus waarom zou je er geen jongen van pakken. Ik doe dat slechts gedeeltelijk omdat ik niet meer zoveel duiven wil hebben. Ik heb gezocht naar een gemakkelijkere methode, minder tijd, minder duiven, zwaardere selectie en hopelijk toch de nodige kopprijzen. Want om alleen maar mee te doen voor de lol heb ik geen zin in. Eigenlijk heb ik de prestatielat ook niet naar een veel lager niveau gebracht. Volgens mij moet ik met minder duiven toch goed mee kunnen doen. Dat het misschien minder wordt komt niet door de duiven maar door de baas. De leeftijd, de conditie en met name het gezichtsvermogen zijn als je 78 bent niet meer optimaal. Toch zie ik met vertrouwen het komende vliegseizoen tegemoet. Er is nog een zeer belangrijk punt en dat is een allerlaatste selectie. Ik heb er nog enkele jonge duiven die weg moeten, niet vanwege bouw, afstamming of gezondheid, dat klopt allemaal, Over het behaalde aantal prijzen hoef ik me niet druk te maken want dat stelt niet zo veel voor. Prestaties van jonge duiven tellen bij mijn selectiemethode niet zo zwaar. Omdat ik het hele seizoen aantekeningen maak en die op het einde raadpleeg kom je tot verassende ontdekkingen.

KWEEKKOPPELS ELK JAAR VERANDEREN
Ik hoor nog al eens de opmerking als je ergens duiven wilt aanschaffen je er op moet letten hoeveel broers en zussen er zitten van die duif. Dat is zeker geen verkeerde methode. Het is wel iets waar je eerder bij grote liefhebbers op moet letten dan bij kleine. Kleine liefhebbers passen er voor op dat ze niet te veel broers en zussen van elkaar hebben omdat ze anders in de problemen kunnen komen wat inteelt betreft. Bij mij nooit veel broers en zussen van elkaar omdat ik elk jaar bijna alle (kweek)koppels verbreek. Omdat je niet alles kunt onthouden, er zijn liefhebbers die dat denken, kom je door het maken van aantekeningen meer van je duiven aan de weet. Zo heb ik nog een duivin uit een vliegkoppel, dat zelf niet door de eindselectie is gekomen, zij voldoet eigenlijk ook niet maar heeft wel goed gepresteerd en eindigde zelfs bij de kampioensduiven op de natoer. Haar beste prestaties waren bij kopwind, ze heeft aan alle vluchten meegedaan. Zij is er nog maar diverse andere hokgenoten zijn voordat de selectie begon al op andere vluchten achtergebleven. Dan heb ik twee doffers van een nieuw kweekkoppel waarvan doffer en duif uitstekend hebben gepresteerd. Twee zonen hebben aan alle vluchten meegedaan en hebben ieder twee magere prijsjes gewonnen. Het zijn wel de twee mooiste die er bij lopen. Ze zijn zelfs twee keer als eerste en tweede getekende ingezet maar kwamen te laat thuis terwijl ze er super uitzagen. Ik heb wel meer van dat soort duiven gehad. Ik heb ze aangehouden en als jaarling overtroffen ze alle verwachtingen. Vermoedelijk houd ik ze allebei maar dan moet er zeker een van mijn betere doffers verdwijnen omdat die niet helemaal gebouwd is zoals ik dat graag zie. Daar komt bij dat hij uit een koppel komt dat duiven geeft die beter op de langere afstanden presteren en daar doe ik niet meer aan mee. Ook heb ik een doffer die aan alles voldoet. Hij heeft niet top gepresteerd, in ieder geval minder dan zijn zussen. Hij komt uit een koppel dat al meerdere goede duivinnen heeft gegeven. Ze staan al drie jaar samen maar zijn tussentijds wel aan een andere partner gekoppeld. Toch zet ik ze ieder jaar weer samen in de hoop ook een goede doffer te kweken. Nimmer heeft een doffer uit dat koppel voldaan en daardoor twijfel ik ook aan hem ondanks dat ik graag een doffer van dat koppel heb. Misschien is hij wel de kweker en zijn al zijn zussen de betere vliegduiven omdat ik er nog geen enkel bruikbaar jong van heb. Ziet u hoe belangrijk aantekeningen zijn. Misschien laat ik me wel verleiden om in plaats van 4 reserve duiven er 6 aan te houden. Die extra twee zullen me ook niet arm eten maar het is tegen mijn principes in. Ach we hebben nog een aantal maanden de tijd en de kweekkoppels zijn definitief samen gesteld. Dat is voorlopig het belangrijkste.

HOK VERANDERD
De afdelingen waar ik nu nog duiven heb zitten met het front op het zuidoosten. ’s Morgens het eerste zonnetje en op het heetst van de dag staat de zon op de zijkant. Zo heb ik een afdeling voor de 12 duivinnen en een voor 12 doffers waarmee ik dubbel weduwschap ga spelen en een voor de jonge duiven. Ik kan dus niet meer met de jonge duiven op de deur spelen. Ach, met nestspel ben ik ook al verschillende keren kampioen geworden, dus….. mocht het niet lukken dan hoop ik op een paar mooie kettinguitslagen want dat moet te doen zijn met 35-40 jonge duiven. De tijd zal het leren.


WAAR BLIJVEN ONZE DUIVEN?
Binnen onze sport is het niets nieuws dat er soms van de meest simpele vluchten duiven achterblijven. Vele jaren geleden stond er in onze grootste duivenkrant elke week een artikel met als kop “Waar blijven onze duiven”. Het was in de tijd dat we nog nooit van verduisteren hadden gehoord. In die zelfde jaren wisten we ook niets van paramixo, een verplichte enting daartegen bestond gewoonweg niet. Adeno en e-coli, het zal altijd wel hebben bestaan, binnen de duivensport was er echter niets van bekend. Paratyphus, ornithose, coccidiose, wormen en trichomoniase waren de bekende ziektes. Gespecialiseerde duivenartsen bestonden amper, duiven geneesmiddelen bestonden ook niet, het waren meer lapmiddeltjes. Ik kan me nog een enting tegen paratyphus herinneren, dat werd gedaan door een dierenarts/directeur van het slachthuis gedaan. Hij wist heel veel van rundvee en een klein beetje van huisdieren. Bij thuiskomst lagen al mijn duiven bewusteloos in de mand. Ik heb ze toen maar netjes naast elkaar op de bodem van het hok gelegd en toen ik ’s morgens ging kijken zaten ze allemaal op de schapjes, wel een rare gewaarwording. Gespecialiseerde dierenwinkels waren er ook niet. Huisdieren aten met de pot mee, alles wat over was van het avondmaal was voor de kippen, de hond en het varken. Zieke dieren waren ten dode opgeschreven. Als duiven pokken hadden bij het oog kon je er een beetje urine van de duif op smeren dat hielp misschien nog wel beter dan de tegenwoordige enting. Als ze last van het geel in de bek hadden konden we daar een beetje “Buisman koffiesiroop” opsmeren en ook dat hielp. Tegen paratyphus bij postduiven was niets te doen. Het advies was alles opruimen en je hok in brand steken anders zou je er nooit van af komen. Doordat de duivensport groeide en bloeide werd de sport professioneler. Er kwamen zoveel duiven dat de hobby ook interessant werd voor het bedrijfsleven. De hondenkar werd niet meer gebruikt om de duiven naar de lossingplaats te brengen. Dat ging per trein en later per vrachtauto waar op de lossingplaats de rieten manden handmatig buiten werden gezet. Zodra alles was geregeld kon het tijdstip van lossen bepaald worden en dan moesten alle manden met de hand geopend worden en dat duurde soms wel even, meestal omdat vergeten was de touwtjes los te snijden. Nu is alles zeer professioneel. Prachtige containers speciaal ingericht voor duiventransport en voorzien van alle luxe. Het kan niet beter! Inmiddels zijn we alweer geruime tijd in het elektronische tijdperk en wat daarin de laatste 20 jaar is gebeurt grenst bijna aan het ongelooflijke. Hoe zou de hedendaagse wereld functioneren zonder elektronica? Oudere duivenliefhebbers en ook niet duivenliefhebbers kunnen de ontwikkelingen nauwelijks bijbenen. Een weg terug is er niet iedereen heeft het druk, druk en nog eens druk. Gesprekken op straat of thuis vinden niet meer plaats. Het kleine gsm telefoontje waarin alle technieken zijn verwerkt zorgt voor de hedendaagse communicatie. Overal zie je kinderen en volwassenen fietsen, lopen of op een terras met elkaar praten doormiddel van die super uitvinding waar momenteel menig individu doodziek van wordt. Doodziek omdat de gezelligheid er niet meer is. Mensen die met elkaar op straat staan te praten zie je niet meer. Als de kleinkinderen en ook de kinderen op bezoek komen is het eerste wat ze doen op de bank neerploffen en dan beginnen ze met super vlugge vingerbewegingen dat apparaatje te bedienen. Mijn vrouw vraagt wel eens wat ze eigenlijk komen doen want er wordt nauwelijks nog op een normale manier met elkaar gesproken. Al die apparaatjes zorgen ook voor luchtvervuiling en misschien hebben ze ook wel invloed op het oriŽntatie vermogen van onze duiven. Wat te denken van de uitstoot van vliegtuigen die dagelijks in de lucht hangen. De chemische industrie, kernreactors, het oorlogsgeweld en de grote hoeveelheid satellieten die gelanceerd zijn en nog steeds rondom de aarde draaien. Het kan toch niet zo zijn dat dit alles bij elkaar geen enkele invloed heeft op gezondheid van mens en dier. Steeds meer mensen worden ernstig ziek, nieuwe ziekten komen er bij en als we het over duivensport hebben wat te denken van het oriŽntatie vermogen? Alles wordt moderner en beter! Of is dat alleen maar een loze kreet?

GEEN KANS
Wereldwijd is de kwaliteit van het postduivenbestand in de breedte aanzienlijk beter geworden. Of de duiven sterker zijn geworden betwijfel ik maar ze zijn in ieder geval wel veel sneller geworden. De professionele begeleiding en alles wat daarbij hoort heeft daar zeker toe bijgedragen. Wat in de loop der jaren ook enorm is toegenomen zijn de enorme verliezen van met name jonge duiven. Toen ik alleen de Janssen duiven op mijn hok had en er was een moeilijke vlucht die veel langer open stond dan normaal zei ik al “ik moet ze morgen voor het middaguur thuis hebben anders kan ik het vergeten”. De Janssens van toen wilden met alle geweld naar huis. Ze stonden er om bekend dat ze zich zeer snel oriŽnteerden en daarom vaak met voorsprong wisten te winnen. Het moest dan wel “duivenweer” zijn. Dus staalblauwe lucht, witte wolken en kopwind. Die weersomstandigheden zijn er niet zo vaak meer. Ik mag niet zeggen dat de zomers vroeger beter waren maar kan gerust zeggen dat de echte zomers hier niet zo vaak meer voorkomen. Het weer is wisselvalliger, het regent vaker en er zitten vaak storingen in de lucht die we als mens niet kunnen waarnemen maar waar de duiven wel degelijk last van hebben. Meerdere keren zeggen we tegen elkaar “het is nu eindelijk duivenweer”, met andere woorden het zou wel eens een hele mooie vlucht kunnen worden. Meestal komen we bedrogen uit en worden het concoursen dat we extra lang op de duiven moeten wachten. Is dat tijdens vluchten voor jonge duiven dan zijn de verliezen enorm. Op sommige hokken, vaak bij fond spelers, komen er de dagen daarna nog wel eens duiven door maar over het algemeen blijven er veel te veel weg. Vroeger, ja daar gaan we weer naar vroeger kwamen er met de regelmaat van de klok duiven naar huis, soms wel na enkele weken. Nu we in het elektronische tijdperk leven gebeurt dat (bijna) niet meer. Maar waar blijven ze dan? Denkelijk hebben ze door de luchtverontreiniging geen kans meer de weg terug naar huis te vinden. Het oriŽntatie vermogen is aangetast en als jonge duiven na enkele dagen zoeken in een ander hok binnen gaan zien ze er niet op zijn voordeligst uit. De meeste liefhebbers staan nu niet direct te juichen als er zo een vreemdeling tussen hun duiven zit. Het is al zo een groot probleem om je eigen duiven gezond te houden en als er dan een sterk vermagerde vreemdeling tussen zit moet je maar afwachten wat zo een liefhebber daar mee doet. In ons land zijn er “centrale hokken” waar elke liefhebber een vreemde duif kan bezorgen. De beheerder van zo een hok zorgt er in samenwerking met de NPO voor dat de eigenaar bericht krijgt zodat hij zijn duif kan afhalen. Een prima oplossing doch ik denk dat er steeds minder gebruik van gemaakt wordt. De liefhebbers hebben zich er bij neergelegd dat ze elk jaar een derde van hun jonge duiven kwijt raken, het is niet anders. Ondanks dat er van alles wordt onderzocht waarom er zoveel duiven achterblijven heeft nog niemand de oplossing kunnen geven. Veel onderzoek is er gedaan naar voeding, transport, afstanden maar het wil maar niet lukken om de oorzaak op te sporen. Elke dag kijk ik naar mijn hok of er misschien een duif is terug gekomen. Voorheen gebeurde dat wel eens, vooral in deze tijd van het jaar als er op het veld geen voedsel meer te vinden is. Ik heb er nog geen een terug gehad en ben er toch 17 van de 46 kwijt geraakt en om nu te zeggen dat ik zoveel vreemde duiven heb binnen gekregen is ook niet waar. Maar waar blijven ze dan? Ze zijn toch niet allemaal in de Noordzee verdronken? Ik heb zelfs gehoord dat bij een moeilijke vlucht heel veel duiven op booreilanden landen en daar wil men absoluut geen duiven hebben. Het verhaal gaat dat ze er met een hogedrukspuit worden afgespoten. Duivensport is niet altijd een fijne hobby!

IK KON ER NIET VAN SLAPEN
Het seizoen en de vakantie zijn nog maar net voorbij of daar kwam de eerste uitnodiging binnen voor onze afdelingsvergadering (de provincie Noord-Holland) waar in de zomermaanden wekelijks ongeveer duizend liefhebbers elkaar proberen te bestrijden. In de 50 jaar dat ik de vergaderingen bezocht is het al die jaren hetzelfde liedje. Altijd dezelfde sprekers en elk jaar weer ik weet niet hoeveel nieuwe voorstellen over de meest uiteenlopende zaken. Je wordt er duizelig van en nog steeds begrijpt niemand wat je ook verandert het elk jaar dezelfde liefhebbers zijn die kampioen worden. 50 jaar terug waren het andere namen dan nu, de meeste van hen zijn er niet meer. Af en toe komt er eens een nieuwe naam bij maar beslist niet omdat we een aantal andere lossingplaatsen hebben of omdat een kampioenstelsel is veranderd. Dat komt gewoon omdat de nieuwe kampioen het in zijn vingers heeft. Soms zie je opeens een heel nieuwe naam in het rijtje van goede spelers tevoorschijn komen. Prima voor de sport en fijn voor de man, helaas zijn dat meestal namen die net zo snel verdwijnen als dat ze gekomen zijn. Dit heeft veelal te maken met een enkele goede duif die ze net zo lang doorspelen totdat ze deze weer kwijt zijn. Geen gelegenheid gehad om er van te kweken omdat het beestje elke week de baan op moest. Het valt ook niet mee als je opeens een goede bezit die elke week voor het nodige plezier zorgt om die dan in te houden voor de kweek. Ik heb dat wel altijd gedaan. Daarbij had ik het geluk dat ik elk jaar wel een paar duiven bezat waar je het etiket “goed genoeg voor de kweek” op kon plakken. De praktijk wees uit dat je uit duiven die goed gepresteerd hadden (ook al was het maar enkele keren) eerder kans had om er bruikbare duiven van te kweken dan van duiven met een mooie naam en een indrukwekkende stamkaart zonder ook maar een noemenswaardige prestatie. Maar goed, we waren bij de agenda van onze provincie gebleven. Daar heb ik voor het eerst van mijn leven van wakker gelegen. Daar ik al enkele jaren geen bestuursfunctie meer heb ben ik ook niet meer zo betrokken bij de organisatie. Althans ik ga niet meer naar vergaderingen. Ik kan het vanwege mijn slechte gehoor toch niet meer volgen en echte interesse is er ook niet meer. Dit jaar heb ik me in de vereniging toch weer laten strikken voor een bestuur baantje en dan kom je min of meer vanzelf weer terecht bij vergaderingen van allerlei andere commissies of besturen.

DE RUI
De rui verloopt zoals het hoort. De duiven zijn lelijk en toch mooi. Een beetje typische uitdrukking misschien maar ik bedoel te zeggen dat de duiven er niet uit zien vanwege de rui. Ze moeten er in deze tijd van het jaar wel zo uit zien en daarom zijn ze mooi. De kweekduiven (8 koppels) zijn er zo op het oog bijna helemaal door en zouden dus eind november alweer gekoppeld kunnen worden. Dat doe ik niet, ik wacht tot 14 december. Op die dag komen ook de 12 vliegkoppels bijeen zodat ik tijdens de kerstdagen de eerste eieren krijg. Eind december gaan we nog een paar dagen weg en dan zitten de duiven rustig te broeden, dit is makkelijk voor degene die de duiven gaat verzorgen. De eerste eieren van de kweekduiven gaan na enkele dagen broeden onder de vliegduiven. Ik wil voor me zelf ongeveer 35 jongen kweken. Nu ik nog maar zo weinig duiven heb ben ik vrij snel klaar met de verzorging . Daardoor begin ik ‘s morgens pas om negen uur. Ik heb dan voldoende tijd om de duiven te observeren en ben om tien uur klaar want dan is het koffietijd. Lekker krantje lezen, daarna e-mails binnen halen en beantwoorden, dan weer even naar de duiven en als het goed weer is mogen de doffers of de duivinnen een uurtje naar buiten. Twee keer in de week kunnen ze een bad nemen. Elke middag ga ik een uurtje slapen en als het wintertijd is (de klok gaat 30 oktober een uurtje terug) ga ik ’s middags om 4 uur de duiven voeren. Ik houd dat zo lang mogelijk vol, ik wil ze niet met licht aan voeren. Op die manier houd ik ze zo dicht mogelijk bij de natuur. De in het wild levende vogels kunnen nu ook maar in een bepaald tijdbestek hun eten vinden. Er zitten dus niet zoals hartje zomer dezelfde uren tussen de eerste en tweede voederbeurt, daar houd ik uiteraard rekening mee. ’s Morgens dus wat minder voer en in de middag wat meer. Wel blijf ik ze de hele winter twee keer per dag voeren en geef ze elke dag vers water. Tijdens de rui geef ik geen hennepzaad meer, dit is nu vervangen door lijnzaad. De pinda’s zijn op, die krijgen ze in het voorjaar weer. In het voer dat ik geef zitten voldoende oliehoudende zaden. In het vliegseizoen hebben ze extra vetten nodig om reserves op te bouwen, nu niet en daarom laat ik het achterwege. Zodra de jongen gespeend worden ga ik die wel pinda’s leren eten, eerst als snoepje en later om de reservetank te vullen. Twee tot drie pinda’s per dag is ruim voldoende.

NOG EVEN IETS OVER KAMPIOENSCHAPPEN
In de duivensport draven we een beetje door wat kampioenschappen en titels betreft. Een kampioenschap stelt sportief gezien steeds minder voor maar de commerciŽle jongens zouden er nog wel wat titels bij willen hebben. Geen nood, de duivenmakelaars zijn daar al druk mee bezig. Vrij nieuw is het om bijvoorbeeld de beste duif van een bepaalde fond vlucht over de laatste drie jaar te benoemen. Zo kun je de beste Orleans duif hebben over 5 jaar en datzelfde kan ook gebeuren met de beste Barcelona duif. Waarom doen ze dat? Alleen maar om zoveel mogelijk geld te maken voor een dergelijke duif. Het gaat niet alleen om de beste, ook de duif die als tweede, derde of vijfde in de rangschikkling staat wordt als groot kampioen gelanceerd. Waanzin ten top. Ook waren of zijn er van die slimmeriken die een wereldkampioenschap hebben bedacht. Hoe kan iemand in hemelsnaam wereldkampioen worden als je niet tegen elkaar speelt?!? Zo kun je ook geen nationaal kampioen worden. Pas als je op dezelfde dag van dezelfde lossingplaats en dezelfde lossingtijd vliegt kun je van een directe krachtmeting spreken. Er zijn wel systemen bedacht om iemand uit te roepen tot nationaal, Europees of zelfs wereldkampioen. Geloof me, het stelt niets voor. Ja, volgens het systeem maar van een directe confrontatie is geen sprake en daarom zeg ik weg met al die flauwekul! Nog een voorbeeld; In het gebied waar ik speel hebben we 7 vitesse vluchten. De duif die over die 7 vluchten het best heeft gepresteerd (de meeste vroege prijzen heeft gewonnen) is kampioensduif. Om de nationale kampioensduif te hebben tellen de 4 beste prestaties. Het rekenbureau rekent dat allemaal voor ons uit. Het kan dus zo zijn dat een duif die vier keer zeer vroeg is en de andere drie vluchten geen prijs wint toch de nationale kampioensduif kan zijn. Dat is toch raar! Commercieel gezien is de duif met 7 prijzen maar een gewone duif die wel een bepaald bedrag waard is, maar voor de nationale kampioen met (maar) 4 prijzen wordt een recordbedrag neergeteld. Probeer dat nu maar eens aan iemand uit te leggen. Duivensport “rare” hobby!


EVEN GEEN DUIVEN
Elk jaar vlak na het seizoen gaan we met vakantie en net als alle Nederlanders naar een land waar we kunnen genieten van het mooie weer. Als een Hollander tijdens zijn vakantie mooi weer heeft dan is de vakantie al voor een groot deel geslaagd. Als Nederlander is het moeilijk voor te stellen dat er landen zijn waar het bijna altijd mooi weer is. Als er in ons land in de zomer eens een periode is van 3 weken prachtig weer dan wordt er al gauw gesproken van een mooie zomer maar die duurt 3 maanden en geen drie weken. Het wisselvallige Hollandse zomerweer heeft ook zijn voordelen. Een schitterende bloemenpracht, alle bomen, planten en heesters in verschillende tinten groen. We hebben veel kanalen, grachten, meren en zee, dus ook veel watersport. Laten we ook de Hollandse luchten niet vergeten. Prachtige wolkenpartijen, soms wit en dan weer donker van kleur. Doordat het weer bij ons niet stabiel is trekken veel Hollanders er in de zomer er op uit. Wij waren dit keer op het prachtige eiland Malta, slechts 27 km lang en 14 km breed. . We waren dit keer op het prachtige eiland Malta, slechts 27 km lang en 14 km breed. Mooi weer, geweldig hotel en wat belangrijk is voor ons de hele dag zon met ten minste 25 graden. Een week was te kort, maar de batterij is opgeladen zodat we door de wintermaanden kunnen komen. Wat de duiven betreft komt nu het rustige seizoen. Op Malta is dat niet het geval is. Daar start het seizoen begin november en eindigt in mei. In de zomermaanden kan het 40 graden worden zodat de duivensport dan niet mogelijk is. Duivensport is sowieso niet gemakkelijk daar. De verliezen zijn zeer groot. Dit komt omdat het eiland in vergelijking met de grote zee slechts een klein stipje is. Als de duif door de wind een beetje uit koers raakt vliegen ze over het eiland en belanden in LibiŽ. Vluchten worden gehouden van het eiland SiciliŽ en het vasteland van ItaliŽ. Op Malta huizen meer dan duizend liefhebbers en of ze veel of weinig duiven hebben op elke vlucht kunnen ze niet meer dan 10 duiven meegeven. Ik zeg niet dat dit de juiste methode is maar in ieder geval beter dan in veel landen waar iedereen vrij is om een wat voor aantal in te zetten. Ik blijf erbij dat we voetballen elf tegen elf. Het zou een verbetering zijn wanneer ook wij zouden spelen met hetzelfde maximum aantal tegen elkaar. Ondanks de (te) korte vakantie zonder duiven heb ik een kort hokbezoek aan mijn vriend Carlo gebracht waar ik deze gegevens noteerde. In Malta is er nog echte sport. Voor onze normen zeer amateuristisch maar denk niet dat ze slapen. Ook daar worden alle ontwikkelingen gevolgd via internet en omdat Malta heeft geen duiven tijdschrift heeft is Facebook erg populair.

TERUG OP DE BASIS
Ondanks dat ik slechts een weekje weg was ben je bij thuiskomst toch benieuwd hoe het met de duiven is gesteld. Dus gauw even kijken. Klaar met de rui zijn ze zeker nog niet, ik heb ze ook nog niet gescheiden. Wel heb ik voor mijn vakantie er nog een stel opgeruimd. Daar zaten duiven bij die ik normaal gesproken beslist niet weg zou doen. Ik houd me echter aan mijn ingenomen standpunt en dat is minder duiven houden. Ik kan het absoluut niet meer opbrengen om een grote kolonie duiven optimaal te verzorgen. Dan maar een treetje lager op de sportieve ladder. Met 12 koppels vliegduiven moet ik toch regelmatig goede uitslagen kunnen maken. De kwaliteit is er, dat hebben ze al vele jaren bewezen, het gaat nu meer om de baas dan om de duiven. De dag na thuiskomst ben ik aan de grote schoonmaak begonnen. De afspraak was namelijk dat de duiven eenmaal per dag gevoerd zouden worden, verder elke dag schoon water en meer niet. Met die manier van verzorgen zagen de duiven er prima uit en gezien de grote hoeveelheid veren die in de hokken lagen zit het met de gezondheid ook wel goed. Vanaf nu krijgen ze weer twee keer per dag voer en mogen om beurten weer buiten. Het bad dat ik ze gegeven heb deed ze goed. Binnen de kortste keren zaten ze er allemaal. Na een week afwezigheid van de baas kun je vooral in de ruiperiode zien hoe belangrijk een bad voor ze is. Een dag later heb ik er diverse in mijn handen genomen, gewoon even kijken en voelen hoe ze er uit zien. De jonge duiven staan nog wel op vier oude slagpennen, de meeste ouden op twee. Allemaal mooie droge koppen, spierwitte neuzen en nog wel enkele kale nekken en half ingegroeide staarten. Kan ook niet anders als een seizoen half september voorbij is, dan kun je niet verwachten dat ze een maand later er weer uitzien alsof er nooit iets gebeurt is. Tot op heden ben ik zeer tevreden. Het grote probleem komt echter nog want er moeten er nog enkele weg en die keuze wordt steeds moeilijker.

DE COMMERCIEELE MOLEN DRAAIT WEER OP VOLLE TOEREN
Waar is de tijd gebleven dat we in deze periode van het jaar bij elkaar op hokbezoek gingen om na te praten over het voorbije seizoen. Even een paar duiven in de hand nemen en elkaars mening vragen. Dat was en is nog steeds een gezellige bezigheid alleen het gebeurt nog maar zo weinig. Duivensport begint steeds meer een geheimzinnige sport te worden. Er wordt niet meer openlijk gesproken over eventuele problemen op het hok. Het gesprek van de dag is kuren en verkopen. Streng selecteren wordt veel te weinig gedaan. Overal waar twee vleugels aan zitten wordt via internet verkocht. Hebt u wel eens opgemerkt dat hoe streng je ook selecteert meer dan de helft van de duiven die mochten blijven niet voldoen? Als we daar eens een rekensommetje van maken ziet dat er als volgt uit. Liefhebber A heeft 80 oude en jonge duiven. Daarvan mogen er 40 blijven (50%) en van die 40 blijkt het volgende jaar dat er daarvan minimaal 20 niet voldoen. Dus van de 80 blijken er uiteindelijk 60 (75%) niets waard te zijn. Als we die zelfde som loslaten op liefhebber B die in zijn totaliteit 250 duiven heeft waarvan er 100 (40%) mogen blijven waarvan in 2016 blijkt dat er 50 niet gedaan hebben wat er van verwacht werd. We komen dan uit op 200 duiven (80%) die een onvoldoende krijgen. Al die duiven zijn tegenwoordig gekweekt uit duiven met een indrukwekkende stamkaart, daar mankeert niets aan. Er is een tijd geweest dat slechte duiven werden opgegeten, er zijn nog enkele liefhebbers die dat doen. Volgens mij zijn dat de betere. Niet omdat ze hun eigen duiven opeten, wel omdat ze niet goed genoeg zijn om ze te houden en daarom ook niet goed genoeg om te verkopen. De commerciŽle liefhebbers denken daar anders over. CommerciŽle liefhebbers zijn vaak mannen met een flink aantal duiven, sommigen hebben er zelfs meer dan 400 of nog veel meer. Een groot deel, ik wil niet zeggen allemaal, komt op internet. Ziet u wat een enorme hoeveelheid rommel er vooral door de grote jongens op die manier aan de man wordt gebracht. Iedereen die zo een uitgeselecteerde duif koopt heeft weer nieuwe hoop. Vooraf is al te zeggen dat het de zoveelste desillusie wordt. Ook komen er straks weer totale verkopingen en volgend jaar spelen die gasten gewoon weer mee. Onbegrijpelijk dat we dit allemaal maar goed blijven vinden. Commercie is prima voor elke sport. Een aantal zaken mogen daarbij niet uit het oog verloren raken en dat is eerlijkheid en kwaliteit. We draven te veel door met aanbiedingen van jonge duiven die nog nooit in de mand hebben gezeten waarvoor idioot hoge bedragen worden neergeteld omdat de eigenaar misschien een of twee en misschien zelfs drie goede duiven heeft zitten. Maar wat zegt dat? Niets toch! De makelaars in duiven gaan steeds meer eigen “rankings” bedenken om maar iets “aantrekkelijks” op de markt te brengen. In de duivensport barsten we al van de kampioenen en nu komen er nog een hele serie bij. Wat blijft er nog over van de waarde van een kampioenschap? Nee het gaat beslist niet de goede kant op. In het verre oosten hebben ze dat nog steeds onvoldoende door. In eigen land en ook de omliggende landen weten ze al lang dat bijna niemand zijn beste duiven verkoopt, daardoor wordt er bijna geen duif meer gekocht. Ja er zijn wel een aantal lieden die regelmatig bieden, eerlijk gezegd heb ik die regelmatig terugkomende namen nog nimmer een duif zien kopen als u begrijpt wat ik bedoel. Wakker blijven vrienden! Begin eerst maar eens met het goed leren lezen van een uitslag, die verteld heel veel over de liefhebber, zoals aantal duiven in de race, aantal prijzen en aantal vroege prijzen. Een goede aanrader is: De beste en voordeligste duiven schaft u aan in uw eigen omgeving bij die mannen van wie u wekelijks een draai om de oren krijgt.


BIJ DE STREEP WORDEN DE PRIJZEN UITGEDEELD
Zondag 27 september reden de professionals in Richmond (USA) het wereldkampioenschap wielrennen op de weg. Een wedstrijd over 260 km over een heuvelachtig parcours. De sprinters waren dus licht in het voordeel doch ze moesten net als alle andere renners 260 km rijden en dat is niet niks. De wielersupporters zullen hebben gezien dat een groot deel van de koers het peloton werd aangevoerd door renners in een oranje tenue, dat waren de Hollanders. Zij hadden de gehele wedstrijd de koers onder controle. Kopman van de oranje brigade was Niki Terpstra. Hij behoorde gezien zijn geweldige prestaties zeker tot de kanshebbers. Helaas kwam hij niet verder dan een 13e plaats terwijl hij geen trap te veel had gegeven. Er was er nog een die geen trap te veel gaf, de gehele koers peddelde hij rustig mee in het peloton. Zijn ploegmaats waren nergens meer te zien en toen er nog drie kilometer gereden moest worden demarreerde hij zo hard dat geen enkele coureur hem nog kon terug halen. Hij kwam alleen over de finish. Een super overwinning behaald door iemand die zeer slim heeft gereden. Hij is klein van stuk maar een groot kampioen en een heel aardige en spraakzame vent. Zijn naam: Peter Sagan! Waarom dit relaas? Ik mag de wielersport graag vergelijken met onze duivensport. De strijd om de wereldtitel, zoals in Richmond, is te vergelijken met de strijd om kampioenschap binnen de duivensport. Je kunt de hele koers op kop rijden en de hele koers onder controle hebben, je kunt bespaard blijven van pech, zoals lek rijden of bij een valpartij betrokken zijn, het gaat er om dat je nadat de bel wordt geluid voor de laatste ronde het eerste bij de eindstreep bent. Pas dan kun je beide handen omhoog doen. In de duivensport kun je om kampioen te worden nog zo goed presteren maar als je de laatste race geen vroege duif klokt zeg dan maar dag met je handje want de titel gaat dan naar een ander.

MIJN ZOON MARCO WEET ER ALLES VAN
Misschien is 2015 het laatste jaar dat hij vanaf zijn huidige adres speelt. Hij wil terug naar de Zaanstreek zoals onze omgeving heet. Dat is de reden dat hij alles op alles heeft gezet om er een succesvol jaar van te maken en dat is nog gelukt ook. Toch is hij niet helemaal tevreden. Ontevreden mag hij zeker niet zijn want erg veel tijd om de duiven perfect te verzorgen was er niet. In de strijd om het vitesse kampioenschap stond hij met nog 1 vlucht te gaan op de eerste plaats. De laatste race kreeg hij een flinke draai om zijn oren waardoor hij naar de 2e plaats zakte. Misschien was dat niet gebeurt als hij elke zaterdag bij thuiskomst van zijn duiven aanwezig was geweest. Marco heeft namelijk met zijn broer een meubelzaak met alles wat daarbij hoort (Eijerkamp in het klein) en daardoor moet hij eenmaal in de twee weken in de winkel aanwezig zijn. De duiven moeten dan zelf naar binnen en hoe snel doen ze dat als de baas niet aanwezig is? Marco maakt daar niet zo een groot probleem van maar ik kan daar beslist niet tegen. Als mijn duiven onderweg naar huis zijn ben ik met geen tien paarden van het erf af te krijgen. Op de midfond ging het precies hetzelfde. Ook daar stond hij met nog 1 vlucht te gaan bovenaan en op de laatste vlucht duikelde hij naar plaats twee. Gelukkig lukte het wel op de natoer (de laatste vijf snelheidsvluchten van het seizoen). Daarop was hij niet te stoppen en pakte met voorsprong de titel. Dat is de reden dat “De Koerier duivenfilms” bij vader Bert en zoon Marco filmopnames kwamen maken voor een film “ Zo vader, zo zoon”, waarvan de Nederlandse versie eind november op de Nederlandse najaarsbeurs gepresenteerd zal worden. Het is alweer 25 jaar geleden dat bij mij voor het eerst gefilmd werd. Dat was in de periode van de Felle, de Bijter en de Kleine Lichte. Ik speelde met 16 weduwnaars de hele concurrentie onder tafel. Allemaal duiven van het wereldberoemde Gebr. Jansen ras. Nog steeds bezitten mijn zoon en ik dat soort, het is echter niet meer raszuiver. Door de inbreng van de Leo Heremans duiven zijn ze om te zien weinig veranderd. Wel zijn ze, dat was ook de bedoeling, sneller geworden. Het is of ze zich makkelijker weten te oriŽnteren

JONG GELEERD, OUD GEDAAN
Na jaren van grote verliezen met vooral jonge duiven worden liefhebbers steeds voorzichtiger. Je kunt je afvragen of dat nodig is. Om grote verliezen te voorkomen worden jonge duiven soms al na enkele vluchten thuis gehouden want volgend jaar moet er ook weer met duiven gespeeld kunnen worden. Tussen roekeloos en voorzichtig zit een behoorlijk verschil, ik noem dat risico’s durven nemen. Vandaar dat ik er voor kies om jonge duiven in hun geboortejaar aan zoveel mogelijk vluchten mee te laten doen. Alles wat ze in hun geboortejaar hebben geleerd vergeten ze nooit meer dus daar heb je de volgende jaren profijt van. Jonge duiven die niet aan voldoende vluchten hebben meegedaan hebben bijna geen ontberingen meegemaakt. Ze zijn nooit tot aan het gaatje moeten gaan, hebben onvoldoende afgezien, geen pijn geleden zoals we dat in de sport noemen. Ze zijn misschien wel als watjes behandeld. We kunnen ook te voorzichtig zijn en vergeten dat duiven meer kunnen dan we denken. Het is dus niet verkeerd om de nodige risico’s te nemen door ze flink aan de tand te voelen. Je kunt wel een hele winter tegen mooie uitgeruide duiven aan kijken, dat is fijn maar niet de goede manier. Het zit er in dat je dergelijk slecht opgeleerde duiven op de eerste de beste moeilijke vlucht van het nieuwe seizoen kwijt bent en dat is heel teleurstellend omdat je er in de wintermaanden volop van genoten hebt en als we nog maar net goed en wel begonnen zijn heb je ze niet meer. Een goede mogelijkheid is de jonge duiven in de wintermaanden toch regelmatig weg te brengen. Nee, niet als ze nog volop met de rui bezig zijn. Ga gerust direct naar 20 km en doe dat zo lang de weersgesteldheid dat toelaat. Koude is niet zo erg, pas wel op voor mist en regen. Wees niet bang om er een paar te verliezen, je kunt ze beter nu kwijt zijn dan dat je er een hele winter tijd en aandacht aan moet besteden terwijl ze in hun geboortejaar onvoldoende ervaring hebben opgedaan.


VAN LEZEN WORDT JE WIJS
Wie veel over onze sport wil weten zal veel moeten lezen en heel goed moeten luisteren. Geloof niet alles wat er geschreven wordt en geloof zeker niet alle verhalen die onder het genot van een pintje aan de bar worden verteld. Gelukkig horen dat soort sterke verhalen wel bij onze sport. De een weet het nog sterker te vertellen dan de ander, vaak boeiend om naar te luisteren. Als bij ons thuis vroeger een sterk verhaal werd verteld gaven we de lamp boven de eettafel een duwtje en als de lamp zachtjes heen en weer slingerde wisten de meeste van de aanwezigen dat degene die aan het woord was gewoon zat te fantaseren. Ook nu denk ik na het lezen van reportages in de duivenbladen nog wel eens terug aan de tijd dat we de lamp een duwtje gaven. Wat een kwats en wat een onzin krijgen we regelmatig voorgeschoteld. Ogenkeurders die zonder blikken of blozen verkondigen dat ze aan de ogen van een duif kunnen zien wat de kweek of vliegwaarde is, sterker nog er zijn er bij die op voorhand weten te vertellen dat de duif een “teletekst” duif is. Teletekst is in ons land overdreven belangrijk vooral voor de commerciŽle liefhebbers. Onze nationale organisatie is gestopt met het vermelden van goede prestaties op teletekst. Waarom? Omdat er op grote schaal misbruik van werd gemaakt. Diverse liefhebbers probeerden van alles om maar op teletekst te komen met het doel de waarde van de duif op te schroeven. Op zich is dat niet zo erg maar het wordt anders als bewust verkeerde aankomsttijden worden doorgegeven waardoor mensen die niet op teletekst hoorden er wel op kwamen en degene met echt een of meerdere vroege duiven er door die onsportieve slimmeriken niet op stonden. Teletekst is dus zijn doel voorbij geschoten en nu hebben een stel “landelijk bekende” fond mannen een door hen zelf betaalde teletekst pagina in het leven geroepen. Niet alleen om de geleverde topprestatie te vermelden maar meer om de internationale duivenwereld te laten zien hoe goed ze wel zijn. In een woord belachelijk! Laatst las ik in een duivenblad een pagina’s grote reportage over een liefhebber die een eerste nationaal had gespeeld. Die reportage was dus gemaakt naar aanleiding van een nationale overwinning behaald door slechts een duif van dat meterslange hok met daarop een gigantisch aantal duiven. Aan de hand van de foto’s was te zien dat er wel 40 strekkende meter hok stond. Twee vaste verzorgers en een oproepkracht waren zeven dagen per week continue bezig die kolonie te verzorgen. Foto’s er bij van zelf getimmerde spoetniks, voerbakken en broedhokken. Een kweekhok met meer dan 60 kweekkoppels en, schrik niet, met 80 weduwnaars werd op de vluchten tot 500 kilometer gespeeld (plus 40 van hun duivinnen voor de eendaagse fond vluchten). Voor de meerdaagse vluchten zaten er ook nog eens 40 klaar. De eigenaar, altijd in het zondagse pak, deed er zelf niets aan, hij stond wel met zijn dikke buik en een sigaar in de mond met zijn drie helpers klaar voor de foto. Ik ben absoluut niet jaloers, maar kan er slecht tegen dat aan een dergelijke matige prestatie zoveel aandacht wordt besteed. Wat is voor zo een professioneel hok een nationale overwinning tegen nog geen 2.500 duiven. Als je weet dat hun tweede duif niet eens bij de eerste honderd finishte dan zou ik mij kapot schamen. Trouwens wat is sportief gezien het verschil tussen een nationale of regionale overwinning tegen zo een aantal duiven? Voor de een krijg je een vermelding op je zelf betaald teletekst pagina en meer niet. Wat ze hebben neergeteld om een reportage in de krant te krijgen is (nog) niet bekend. Talloze kleine liefhebbers met maar een paar duifjes mee speelden meer dan 50% prijs, voor hen was geen ruimte in de krant!?

MEDICATIE
Als je de reportages mag geloven geeft niemand iets. Met een schijnheilig gezicht wordt verteld dat vanaf begin streng wordt geselecteerd op gezondheid (dat lees je in bijna elke reportage). Ga maar eens naar een landelijke duiven manifestatie en zie welke stands de meeste belangstelling hebben. Precies, daar waar mannen in de witte jassen lopen is het dringen geblazen. Stel dat het waar is dat alle goede spelers niets gebruiken dan zijn al die liefhebbers die zich staan te verdringen voor zo een stand, waar ze misschien wel het middel verkopen dat voor grote successen zorgt, toch wel een stel sukkelaars. Of zie ik dat verkeerd? Of zijn de goede spelers die beweren helemaal niets te gebruiken grote leugenaars? Volgens mij wel. Op alleen water en voer gaat het niet. Maak er geen geheim van wat je extra aan de duiven geeft. Het gaat immers toch om goede duiven en als we allemaal dezelfde “extra’s” geven, dan wint toch de man met de beste duiven.

WACHT NIET TE LANG
Het seizoen is voorbij en de duiven zitten zwaar in de rui. De betere liefhebbers die nu al met 2016 bezig zijn weten exact welke duiven als eerste weg kunnen. Zij hoeven niet te wachten op de resultaten die ze van het rekenbureau toegezonden krijgen. Aan het lange wachten met het uitselecteren van de mindere duiven zit een risico. Half november zijn de meeste duiven klaar met de grote rui, misschien moet er nog een enkele slagpen of staartpen geruid worden maar in grote lijnen zijn ze klaar en zien ze er uit om door een ringetje te halen. Ook de mindere of slecht presterende duiven zien er weer uit als goudhaantjes en dan is het niet eenvoudig ze alsnog weg te doen. Het is dus zaak zodra het seizoen voorbij is ook direct die duiven weg te doen die niet gedaan hebben wat van ze verwacht werd. Het scheelt een heleboel werk, het is goed voor je portemonnee en je hebt beter overzicht want er moeten er nog meer het toneel verlaten. Alleen de beste mogen blijven en voor twijfelaars is ook geen plaats. Zeker weten dat er tijdens de selectie periode (grote) fouten worden gemaakt. Het grote voordeel is dat als ze eenmaal weg zijn weet je niet of je het wel of niet goed gedaan hebt. Iedereen selecteert naar eigen inzage. Er is nog steeds geen boekje waarin exact staat beschreven hoe je moet selecteren, ook staat er niet in hoe je de duiven moet verzorgen om een eerste prijs te winnen op de vitesse of op een marathon vlucht. Soms kan bij twijfel een ander wel eens goede raad geven maar selectie kan volgens mij alleen maar door de liefhebber zelf gedaan worden. Hij is een heel jaar met de duiven bezig. Als het goed is kent hij hun gedragingen en weet alles van hun prestaties en de kweekresultaten. Mijn systeem was in grote lijnen als volgt. Zo gauw ik een eerste prijswinnaar in groot verband had ging hij of zij het kweekhok in. Ik had op een gegeven moment alleen maar eerste prijs winnaar en kampioensduiven in mijn kweekhok. Dat is goud! Natuurlijk kweekte ik daaruit niet enkel kampioenen maar meer bruikbare duiven dan uit de vliegduiven. Mijn vliegduiven zijn nooit ouder dan 1, 2 en soms een enkele 3 jaar. Dan weet je nog niet zoveel van de kweekresultaten. Doe je winnaars direct of in ieder geval heel snel in het kweekhok dan kun je jaren vooruit. Maak niet de fout om kweekduiven te oud te laten worden, zeker niet als je er al een paar jaar geen noemenswaardige jongen van hebt lopen.


DUIVENSPORT HEEFT WIJZE MANNEN NODIG
Mijn hele leven heb ik twee grote hobby’s, wieler en duivensport. Dat wordt nu steeds minder althans ik ga alles steeds meer van de zijkant bekijken. Actieve bestuursfuncties heb ik niet meer, ik heb er heel veel gehad en mij in alle opzichten ingezet voor beide sporten. Eens deed ik actief aan wielersport en daarna heb ik meegewerkt dat anderen konden sporten. Binnen de duivensport ben ik nog steeds actief, nu als vlucht penningmeester van mijn club en daarnaast besteed ik tijd aan het schrijven van mijn columns. De meeste tijd besteed ik nog steeds aan de verzorging van mijn duiven. Ook daarmee ben ik het voor mezelf makkelijker te maken door minder duiven te houden waardoor ik minder tijd aan deze fascinerende hobby ga besteden. Volgend jaar 12 koppels vliegduiven, maximaal 8 kweekkoppels en ik wil een dertigtal jongen kweken. Nog elke dag geniet ik van mijn duiven en dat kan ook als ik er wat minder tijd aan besteed. Met de selectie ben ik nog niet helemaal klaar. Het wordt steeds moeilijker omdat duiven die niet gedaan hebben wat ik er van verwachtte reeds weg zijn. Doordat ik minder duiven ga houden moet ik er voor waken dat ik er niet te veel van hetzelfde soort aanhoudt omdat je dan vrij snel met inteeltproblemen te maken krijgt. Ik weet dat er met mij nog meer grijze mannen aanzienlijk minder duiven gaan houden en dat heeft consequenties voor de organisatie. Minder duiven betekent ook minder aanvoer van duiven waardoor er een overschot komt aan vervoerscapaciteit. In Nederland zijn nu al afdelingen waar de duiventransportwagens stil staan. Daar waar jaren geleden nog met 6 wagens werd gereden zijn er nog hooguit drie. De aantallen duiven in de concoursen dalen ieder jaar schrikbarend. Daarom zullen er mannen aan het roer moeten komen die gaan inzien dat de duivensport zoals we die jarenlang gewend zijn noodgedwongen zal moeten veranderen. De luxe periode is voorbij, grote concoursen zijn er niet meer. De vergrijzing en de commercie zijn daar zeker de oorzaak van. Wat de oorzaak ook moge zijn we hebben te maken met de huidige situatie, steeds minder leden, steeds minder duiven, overschot aan vervoer en te veel strubbelingen binnen de landelijke organisatie. Zoek daar nu maar eens kundige mensen voor om daar nog iets zinnigs van te maken.

NIET IN SLAAP VALLEN TIJDENS DE RUI PERIODE
Het seizoen is voorbij en de eerste de beste zaterdag na de laatste vlucht hadden we een weertype waar iedere liefhebber van droomt. Prachtig weer en geen vlucht, hoe bestaat het. Het was een moeilijk jaar. De duiven hebben het beslist niet cadeau gekregen hetgeen we terug zullen zien in de eerst nieuw ingegroeide slagpennen. Het licht is uit, de nesten zijn weg en de oude duiven zijn massaal in de rui. Ongelooflijk wat een hoeveelheid grote en kleine veren er aan een duif zitten. Om die op te ruimen ben ik al vele jaren in het bezit van een grote industrie stofzuiger. Voorheen plaatste in elke afdeling tegen de wand een plank of schot waarachter de veren waaiden. Daar ben ik nu mee gestopt omdat ik een aantal afdelingen heb waarin geen duiven meer zitten. De deuren van die afdelingen zet ik op een kier zodat de veren allemaal in zo een leegstaande afdeling waaien. Eens in de drie dagen ga ik daar even met de stofzuiger doorheen en klaar is Kees. In de afdelingen waar wel duiven zitten ga ik even met de stofzuiger over de grit bak en andere kleine bakjes met mineralen. Het is zeer belangrijk dat al deze bakken vrij zijn van veren en stof omdat anders de duiven daar niet van eten. Vooral grit en mineralen zijn in de ruiperiode van groot belang. Hou deze schoon of ververs ze dagelijks. Datzelfde geldt voor het drinkwater. Zet de drinkbak op een verhoging zodat er weinig of geen veertjes in kunnen waaien. Vergeet ook de baad bak niet en minstens eenmaal per week verse groente. Duiven die zwaar in de rui zitten niet verplichten naar buiten te gaan. Laat de duiven doen wat ze zelf willen. Schakel ook niet te snel over op ander goedkoop voer. Ze hebben juist nu een veelzijdig eten nodig. Pas als de rui voorbij is (dat is als ze de een na buitenste staartpen hebben gegooid) kan er wat meer gerst gevoerd wo