ZO DENKT DEN BRAS ER OVER……


HOOGTE EN DIEPTEPUNTEN
Wijdewormer, 14 oktober 2020. Heel Nederland zat gisteravond om 7 uur aan de buis gekluisterd. Onze premier kwam namelijk weer met verscherpte maatregelen en dat wilde niemand missen. Covid-19 wordt nu ECHT menens. Dat was het natuurlijk al lang maar het probleem is en was dat heel veel mensen zich niet aan de afspraken hielden. Door de grote toename van het aantal besmettingen gaan de mensen eindelijk inzien dat deze pandemie moeilijk te bestrijden is. Niemand van ons heeft in zijn hele leven ooit zoiets meegemaakt en daarom is het zo onwezenlijk. We gaan een nog somberdere periode tegemoet en alleen als we ons allemaal aan de voorschriften houden is er kans dat we het normale leven waar we allemaal zo naar verlangen weer terug krijgen. Daarom zijn vanaf 14 oktober in Nederland de volgende verscherpte maatregelen genomen. Alle horeca bedrijven en restaurants gaan dicht, koopzondagen vervallen, amateursporten voor sporters boven de 18 jaar zijn verboden, profvoetbal en andere grote evenementen zonder publiek, in openbare ruimtes zijn mondkapjes verplicht, supermarkten mogen na 8 uur ’s avonds geen drank meer verkopen. De maatregelen gelden voor een periode van 4 weken en na twee weken wordt de tussenstand opgemaakt. Daar moeten we het voorlopig in Nederland mee doen. Buiten de corona maatregelen waren er op sportgebied eveneens de nodige dieptepunten. Ons zo geroemde nationale voetbalteam verloor met slecht voetbal van Mexico en speelde gelijk tegen BosniŽ en Herzegovina. Deze woensdag moeten ze aantreden tegen ItaliŽ dat duidelijk favoriet is. Een hele klus dus voor onze nieuwe bondscoach Frank de Boer, die ooit furore maakte bij Ajax als speler en als trainer/coach, om zich te plaatsen voor het eindtoernooi in Frankrijk. Frank de Boer volgde Ronald Koeman op die tussentijds trainer is geworden bij Barcelona. Voor een Internationaal sportief hoogtepunt zorgde de Spaanse tennisgrootheid Rafael Nadal die voor de dertiende keer Roland Garos won. Voor sensatie zorgde de 19 jarige Poolse Iga Swiatek die het damestoernooi won. Voor de Hollandse Formule-1 fans was de 2e plaats in de Duitse Eifel voor Max Verstappen het zoveelste hoogtepunt. Nog mooier was de overwinning van de Brit Lewis Hamilton die hiermee op gelijke hoogte kwam met de legendarische Michael Schumacher. Over de duivensport zijn weinig hoogtepunten te melden, onze sport gaat door een diep dal. Zoals het er nu uitziet deze winter geen duivenshows, ook geen Olympiade en alle nationale manifestaties zijn afgelast of verplaatst naar een andere datum in 2021. Ook de grote reeks kampioenen zullen hun huldiging moeten missen, bijeenkomsten met meer dan 30 personen zijn voorlopig verboden. De wintermaanden in duivenland werden vaak het stille seizoen genoemd, het kon nu wel eens een lange saaie winter worden.

DIEFSTAL
Ieder jaar worden we er door opgeschrikt. Meestal gebeurt zoiets in het weekend wanneer er ergens in het land een kampioenen huldiging plaats vind, dan slaan de daders toe. Ze weten precies bij wie in welk weekend ze zullen toeslaan. Het zijn bijna altijd bekenden en weten exact waar de duiven zitten waar ze voor komen. Afgelopen weken werden er duiven ontvreemd bij twee grootheden in de marathon wereld. Eerst bij Cor de Heijden en daarna bij Jelle Jellema. De politie doet onderzoek maar ervaring heeft ons geleerd dat gestolen duiven naar een ander land worden getransporteerd en dan is het moeilijk zoeken. Toch is het al diverse keren gebeurd dat gestolen duiven werden teruggevonden en ook komt het wel voor dat na een korte periode er zo maar opeens een terugkeert op zijn hok. Mocht u op de een af andere manier een tip hebben meldt het bij de NPO in Arnhem.

SELECTIE
Voor veel liefhebbers ieder jaar opnieuw een heel moeilijk onderwerp. Duivensport is een wedstrijdsport en als je daarin wilt meekomen zul je sentimenten overboord moeten gooien. Het heeft een groot voordeel zeg ik tegen mijn vrienden en kennissen. Als je een hond, kat of ander huisdier hebt en de tijd is gekomen dat er afscheid van zo een huisvriend genomen moet worden ontstaat er een grote leegte in huis. Nadat de selectie in het duivenhok heeft plaats gevonden heeft de liefhebber toch nog een hok met duiven die hij graag ziet en dat verzacht een heleboel. Selecteren wil niet zeggen dat je zelf de duiven weg moet doen, je moet het wel kunnen opbrengen om ze in de mand te zetten en ze bijvoorbeeld naar de poelier te brengen. Toen ik jong was kon ik dat absoluut niet, ik kon niet zeggen wie er weg moesten. Het was in de tijd dat veel liefhebbers hun duiven zelf op aten dat was ook bij ons thuis het geval. Mijn vader moest ik weet niet hoeveel keer vragen welke er weg moesten. Dat was echt nodig want er zaten aan het einde van het seizoen veel te veel duiven in een veel te klein hok maar ik kon het niet! Zo gebeurde het dat ik op een morgen bij mijn duiven kwam en in een oogopslag zag dat er minder zaten. Tranen met tuiten heb ik gehuild want diverse duiven die ik voor geen goud wilde missen waren er niet meer. Ik zag het al, in de keuken stond op een oliestel een grote pan met daarin 6 duiven waarvan duivensoep werd gemaakt. Ik kon er in ieder geval geen hap van door mijn keel krijgen. Wat ik er wel van heb geleerd is dat ik vanaf dat moment wel kon vertellen welke duiven uitgeselecteerd moesten worden en niet zoveel jaren later smulde ik net als mijn familieleden van de overheerlijke duivensoep. Zo kan het gaan in het leven van een toen nog zeer jonge duivenmelker.

OOK HET WINTERSEIZOEN ZAL HEEL ANDERS ZIJN
Wijdewormer, 7 oktober 2020. Dieptepunt van deze week zijn de verscherpte maatregelen die het ministerie ons door de strot drukt. Het ziet er naar uit dat onze ministers en hun medische adviseurs er momenteel geen eind meer aan weten. De bevolking vindt in meerderheid dat er maar wat aan gerommeld wordt. Er wordt nu zelfs gesproken over een avondklok en dat doet vele ouderen terug denken aan de verschrikkelijke oorlogsjaren. Als dat doorgaat zien we vanaf ’s avonds tien uur geen mens meer op straat. Daarbij komt dat overdag niemand naar een sportevenement kan. Alles gaat zich afspelen zonder publiek en dat heeft grote consequenties voor het voortbestaan van vele sportclubs. De mensen worden agressief omdat ze niet meer kunnen en mogen doen wat jaren lang de normaalste zaak van de wereld was. Covid-19, waar brengt het ons naar toe? Daarbij speelt het grote aantal tegenstellingen een belangrijke rol, het een mag wel en het ander niet. Mensen begrijpen het niet meer het lijkt of onze leiders met de handen in het haar zitten. Het beste is toch om ons aan de afspraken te houden, hoe moeilijk het ook is. Het verplicht mondkapjes dragen, waar dan ook, komt steeds dichterbij. Na een dieptepunt wil ik het ook graag hebben over een sportief hoogtepunt wat zich dit weekend afspeelde in de internationale wielersport. De Nederlandse alleskunner Matthieu van de Poel liet zien wat een enorm talent hij is. Op de mountainbike en bij het veldrijden meermalen nationaal en wereldkampioen. Hij heeft nu zijn zinnen nu gezet op de wielerklassiekers en de meerdaagse wedstrijden. Het voorbije weekend won hij op magistrale manier de meerdaagse BinckBank Tour. Door een solo van bijna 60 km te rijden wist hij tot aan de meet zijn steeds kleiner wordende voorsprong vast te houden. Precies een dag later weer een zware klassieker over 200 km waarin hij wederom de hoofdrol vervulde. Hij werd slechts zesde door de sprint van de achtervolgende kopgroep te winnen waarin hij al het kopwerk alleen moest opknappen. Verrassingen in de nationale voetbalsport waren er ook. Het beroemde Ajax verloor van een zeer matige tegenstander. AZ, vorig jaar tweede achter Ajax, gaf nu een voorsprong van 4-0 uit handen. Ze misten een penalty en de eindstand werd 4-4. In de duivensport zijn voor een groep melkers die niet van ophouden willen weten de “taartvluchten” in volle gang. Zaterdag kon er niet gelost worden en de volgende dag kwamen ze door de harde staartwind met een snelheid van 132 km per uur naar huis gedenderd. Ondanks de slechte weersvooruitzichten werden er door met name de fond spelers vrij veel duiven ingezet als trainingsduif. Uit Noord- en Zuid Holland deden er van de ruim 2000 leden slechts 41 mee, het stelt dus eigenlijk niets voor. Daarvan lieten 30 man hun klok stellen en daarvan kwamen er, bij een prijs verdeling van 1:4, 21 in de uitslag. Met deze taartvluchten worden echter alle geklokte duiven door ons nationale rekenbureau in de uitslag opgenomen, WAANZIN TEN TOP! Daardoor krijg je geen uitslag maar een aankomstlijst en daar zijn de deelnemers nog trots op ook. Onze secretaris van de club is zo iemand, met 27 mee stonden er 16 in de uitslag. Zo op het eerste gezicht een goed resultaat, maar bij 1:4 zijn het er slechts 3 en dan kun je zo’n uitslag gelijk in de prullenbak gooien.

DE RUI EN DE SELECTIE
Hokken schoonmaken is in deze tijd echt geen pretje. Al die veren die je elke dag moet opruimen en als je ze op een hoopje hebt geveegd en er vliegt een duif op dan kun je weer van voren af aan beginnen. Zoveel veren is wel een goed teken, alle veren moeten er uit en daar kun je als liefhebber aan meewerken. Nu op de meeste hokken de duiven niet meer regelmatig buiten komen verbruiken ze minder energie en kunnen daardoor te zwaar worden, te zware duiven ruien slecht! Twee keer in de week een bad en elke dag verse grit werken mee aan een perfecte rui. Het hele jaar door krijgen mijn duiven dezelfde mengeling en in deze rui periode geef ik ze elke middag een koffielepel snoepzaad dat ik heb aangevuld met 10% lijnzaad. Oliehoudende zaden zijn belangrijk voor een zijdezacht verenpak. Als het goed is zijn de duiven die niet mogen overwinteren uitgeselecteerd. Het is zinvol om enkele reserveduiven aan te houden, de winter is nog lang en je weet maar nooit wat er gebeurd. In deze ruiperiode is het niet zinvol om de duiven op hun lichaamsbouw te beoordelen. Ruiende duiven voelen meestal wat slapjes aan. Beoordeelt u ze wel maak daar dan een aantekening van en controleer over 4 weken hoe ze er dan uitzien. Vaak hele grote verschillen en daarom is het belangrijk dat je voor de grote rui begint duiven die niet voldaan hebben hebt weggedaan want ook zij zien er over 4 weken weer perfect uit en dan wordt het des te moeilijker om er afscheid van te nemen.

SELECTIE VLIEGDUIVEN
Daar zijn de prestaties het belangrijkste. In het verleden moesten mijn vliegduiven minimaal 50% prijs spelen met een verhouding van 1:5. Nu is het zo dat alle uitslagen in ons land gemaakt worden met een prijsverhouding van 1:4. Hierdoor houden we tegenwoordig duiven aan die bij een prijsverhouding van 1:5 niet in de uitslag voor kwamen. We hebben daardoor de maatregelen om te overwinteren iets versoepelt. Het is alweer lang geleden dat ik een grote voorstander was om de uitslagen 1:10 te maken, pas dan wordt voor iedereen zijn kolonie steeds sterker. Het is er nooit van gekomen, ja wel op eigen hok waardoor ik weekenden had dat ik 100% prijs speelde. Ik heb nooit met veel duiven gespeeld want dan is het wel erg moeilijk om 100% prijs te spelen. Jarenlang had ik 16 weduwnaars en moest aan het einde van het jaar duiven weg doen die 10 prijzen hadden gewonnen, nee niet 1:10 maar wel 1:5. De lichaamsbouw en ook de kleur heeft bij mij altijd een belangrijke rol gespeeld. Ik heb in de 75 jaar dat ik duiven heb altijd mijn best gedaan om goede en ook goed gebouwde duiven te kweken. Ik ken liefhebbers die daar niet naar kijken en toch keihard spelen. De vraag is wel of ze op die manier ook jarenlang sterk spelen. Vaak is het zo dat er op een hok een drietal goed presterende duiven zitten en als die een paar jaar meedraaien worden de prestaties minder waardoor er een jaar komt dat je die mannen niet meer leest. Vergeet daarom niet om ook uit uw betere vliegduiven een aantal jongen te kweken. Kijk maar eens hoeveel goede jongen er jaarlijks uit twee jaarlingen worden geboren. Goed presteren kun je niet uit een boekje leren omdat die niet bestaan. Daarom moet je zelf alles uitproberen en juist daarom blijft de duivensport zo uiterst interessant.

DUIVENSPORT VERKEERT IN ZWAAR WEER
Wijdewormer, 23 september 2020. Het duivenseizoen zit er op. Voor degene die de gang er flink in hadden is dat jammer maar waar dat niet het geval was had seizoen 2020 denkelijk nog wel eerder voorbij mogen zijn. Het seizoen 2020 zullen we niet gauw vergeten. Eigenlijk is dat alle seizoenen zo, elk jaar zijn er nu eenmaal veel meer verliezers dan winnaars. Dit jaar heeft de plotselinge uitbraak van Covid 19 in alle opzichten voor een enorme teleurstelling gezorgd. Naast teleurstellende resultaten viel ook het nationale vliegprogramma in duigen. Zelfs een hitte protocol moest in werking gesteld worden. Te veel vluchten in een weekend betekende te veel werk voor de steeds kleiner en ouder wordende groep vrijwilligers. Het corona protocol maakte alles nog ingewikkelder. Daarbij komt ook dat veel clubs eigenlijk geen bestaansrecht meer hebben vanwege de sterke terugloop van leden. Ondanks dat blijven clubs zich in allerlei bochten wringen om toch maar te kunnen blijven voortbestaan. Wanneer gaat het gezonde verstand van de Nederlandse duivenliefhebbers werken en gaan ze inzien dat fusie een noodzaak aan het worden is zeker als we onze sport voor oud en jong betaalbaar willen blijven houden. De meeste liefhebbers zijn pensionado’s, zij zijn waar de duivensport op draait. Aan de steeds groter wordende groep profs heeft onze sport helemaal niets. Zij hebben van hun hobby hun beroep gemaakt en zijn in grote lijnen alleen bezig hun zakken te vullen. Zij willen koste wat kost elke week knetteruitslagen maken zodat de kleine man wekelijks wordt weggespeeld. Zo lang we doorgaan om die mannen ongelimiteerd grote aantallen duiven op liefst meerdere vluchten in een weekend te laten inzetten zal de kloof tussen gezelligheidsspeler en professional steeds groter worden. Iedereen weet dat deze oneerlijke en ongelijke strijd steeds meer leden gaat kosten zodat er een tijd komt dat er alleen nog profs zijn. De duivensport is dan als volkssport ten dode opgeschreven als dat nu al niet het geval is. De in ons land regelmatig terugkerende nationale bestuurscrisis is daar al een goed voorbeeld van. Krachtige en vooral kundige bestuurders zijn nog maar heel dun gezaaid. De meeste verenigingen hebben niet eens een compleet bestuur. De techniek binnen onze sport draait door, daar ligt het niet aan. Wel zijn al die moderne technieken voor de grote groep oudere leden niet meer te bevatten en daardoor raakt het plezier er af. Zij zijn het die jarenlang wekelijks gespeeld hebben met duizenden duiven in concours. Waren lid van een club met zeker 40-50 leden of zelfs nog meer. Daarnaast was er de mogelijkheid om mee te doen in een samenspel van meerdere verenigingen en vooral op afdelingsniveau gingen er gigantische aantallen duiven mee. Massa spelers zoals nu bestonden niet, zeker niet met de mega aantallen van tegenwoordig. Als er in die jaren iemand met meer dan 40 duiven kwam dan werd dat al een “ grote” genoemd. Ik spreek over de tijd dat we zeker nog ruim 40.000 actieve leden hadden. Ik vrees dat het er nu geen 7000 meer zijn. Ik heb het over actieve leden die wekelijks met hun mandje duiven naar het lokaal komen. We zullen in Nederland met zijn allen goed moeten nadenken over fuseren, we hebben echt geen andere keus. Ook niet wat het ongelimiteerd meedoen met veel te grote aantallen duiven betreft, ook daar zullen goede afspraken over gemaakt moeten worden. Met zoveel hele kleine verenigingen komt ook de veiligheid van de concoursen in gevaar. We zullen elkaar moeten accepteren zoals we zijn. We zijn allemaal bezeten van de duivensport en van dat soort mensen kunnen er heel veel onder een dak. Van al die clubs met 10 tot 20 leden moeten we van af, dat kun je geen club meer noemen. Degene die regelmatig verschillende uitslagen bekijken weten dat er heel veel clubs zijn met wekelijks minder dan 10 deelnemers, dat stelt toch helemaal niets voor. Het houdt wel in dat door fusie de kans bestaat dat ouderen te ver van hun clublokaal komen te wonen, die zullen geholpen moeten worden. Dat is toch niet te veel gevraagd alleen en op die manier kunnen we met zijn allen nog een flink aantal jaren van onze duivensport genieten.

RUI EN SELECTIE
Nu het seizoen voorbij is kunnen de lichten uit. De duiven kunnen aan de grote rui beginnen, we hebben ze door het bijlichten lang in de veren weten te houden. Bij menig liefhebber is bekend welke duiven wel of niet voldaan hebben. Degene waarvan met zekerheid bekend is dat ze ver onder de maat hebben gepresteerd kunnen meteen weg. Het klinkt hard en het is ook hard maar als je volgend jaar meer van je duiven verwacht dan nu het geval was dan zul je streng moeten selecteren. Duiven die het voorbije seizoen regelmatig medicijnen moesten slikken zijn het niet waard om te houden. Het gaat er om dat we duiven bezitten die van nature een goede weerstand hebben tegen allerlei kwalen. Wacht met twijfelaars ook niet te lang want als ze over een aantal weken door de rui zijn zien ze er net zo mooi uit als uw beste vliegduiven en wordt het steeds moeilijker om afscheid te nemen. Denk niet dat u een hok vol goede duiven heeft, dat is een fout die veel liefhebbers maken. Bekijk de vliegresultaten heel nauwkeurig. Leg de resultaten van uw 6 beste vliegers opzij en zie dan wat er overblijft. Dat is meestal bitter weinig en geeft aan hoe moeilijk het is om jaarlijks 10 goede duiven op het hok te hebben en met goede bedoel ik niet eens kampioensduiven maar gewone bruikbare duiven die u meerdere weekenden in een seizoen blij hebben gemaakt. Nu de rui in al zijn hevigheid losbarst is het zaak de duiven goed te blijven verzorgen. We kunnen gerust de teugels iets laten vieren. De duiven alle dagen los is niet noodzakelijk, twee keer in de week een bad zal ze goed doen. Let er op dat er alle dagen vers grit beschikbaar is en dat de bak niet vol ligt met allerlei kleine veertjes, ze eten er dan niet van en dat gaat ten koste van een goede spijsverterein, grit zijn de tanden van de duif. Ook kalk en roodsteen plus verse mineralen zullen de duiven goed doen. Zorg elke dag voor een schone drinkbak, al dat stof en veertjes doet de duiven geen goed. Zie er op toe dat de duiven gezond door de rui komen. Als er bijvoorbeeld twee duiven niet gezond kunnen blijven doe ze gerust weg het zijn zeker niet uw beste. Volgende keer gaan we het hebben over de kweekduiven die wel of niet voldaan hebben.
BERT BRASPENNING

DUIVENSPORT 2020 ZULLEN WE NIET GAUW VERGETEN
Wijdewormer 16 september 2020. Gister was het Prinsjesdag wat het begin is van een nieuw politiek jaar. Onze Koning leest dan de miljoenennota voor, een heleboel politieke praat die me nooit heeft geboeid. Maat het ceremonieel vertoon vind ik erg mooi. Een bonte stoet met prachtige koetsen met daarbij zelfs een gouden koets en acht paarden ervoor. Dit jaar was het totaal anders. Alles was erg sober vanwege corona. Daarbij was het ook tropisch warmt en daar zijn wij Hollanders niet op ingesteld wat duidelijk te merken was aan al de hoogwaardigheidsbekleders die de derde dinsdag in september aanwezig waren. Gelukkig is de hitte in de tweede helft van deze week weer voorbij, het was trouwens nog nooit zo warm in september in ons land. De ramen van het duivenhok open, de gordijnen dicht en de plafondschuiven open. Terwijl ik in het hok naar mijn heerlijk op hun zij liggende duiven stond te kijken liep het zweet mij van mijn rug. Het was zo droog in het hok dat ik mij genoodzaakt voelde om er even met de plantenspuit doorheen te gaan. Wat extra vocht en zuurstof kan met deze hitte beslist geen kwaad. Ik houd bewust de zon buiten de hokken omdat anders alle zuurstof uit het hok wordt gebrand. Vooral in deze tijd nu de grote het rui aanvangt kan te weinig zuurstof zorgen voor een uitbraak van ornithose (problemen met de luchtwegen) en dan is het gedaan met het winnen van vroege prijzen. Omdat we op zaterdag 19 september onze laatste vlucht hebben wil ik er deze week nog eens extra tegenaan om een goede uitslag te maken. Als dat lukt ga je met een goed gevoel de winter tegemoet. Het was overigens wel een seizoen met hindernissen, de corona pandemie heeft een groot deel van ons dagelijks leven veranderd. Al die protocollen die zijn uitgedacht hebben het er niet gezelliger op gemaakt. Daar zijn we voorlopig nog niet vanaf want doordat er nu massaal getest wordt blijkt dat er veel meer mensen besmet zijn dan in de eerste maanden het geval was. We raken aan corona gewend waardoor veel mensen er te gemakkelijk mee omgaan. Sportvrienden het is geen grapje, dus laten we ons aan de afspraken houden. Ik zoek het zeker niet op ondanks dat de behoefte om uit eten of naar het theater gaan steeds groter wordt. Voorlopig blijf ik nog steeds op eigen erf lekker in de tuin dicht bij mijn vrouw en de duiven. Een betere quarantaine kan ik momenteel niet bedenken.

WISSELVALLIG SEIZOEN
Voor mij in ieder geval wel. Er zijn ook altijd liefhebbers die de pannen van het dak spelen. Bij mij in de club zit zo een mannetje, de laatste weken staat er echt geen maat op. Hij speelt een zeer hoog prijspercentage en elke week een hele rits rampvroege duiven. Hij is in een felle strijd gewikkeld met mijn zoon Marco die er ook flink de gang in heeft. Onze club speelt momenteel heel sterk en dat komt mede doordat we een paar heel sterke spelers in onze vereniging hebben. De andere leden trekken zich daar aan op. Over het algemeen is er bij ons altijd sterk gespeeld en dan krijg je de situatie dat de mindere goden van club gaan veranderen. Meestal gaan ze dan naar een club waarvan ze denken dat ze daar wel mee kunnen komen. In mijn ogen een totaal verkeerde beslissing. Je kunt beter lid zijn van een sterke club, als je een winnaarsmentaliteit hebt probeer je die gasten bij te houden. Ga je naar en mindere club dan sukkel je nog verder in slaap. Voor mij begon het seizoen goed. Het snelheidsspel ligt mij, ik eindigde in het samenspel van de Zaanstreek als 5e en had de tweede beste duif in die discipline. Ook op de halve fond ging het goed, helaas een mindere prestatie en dan ben je gezien voor een kampioenstitel. Meer dan een 9e plaats in het totaal klassement zat er dit jaar niet in. Bij de kampioensduiven eindigde mijn beste op de 7e plek. Fond speel ik niet, wel heb ik op een vlucht van 620 km met een duif meegedaan en die wist zich royaal in de prijzen te spelen. De jonge duiven begonnen veelbelovend, tegenslag door coli en pokken zorgde voor een zeer teleurstellend seizoen. Nu speel ik de duiven op de laatste 5 snelheidsvluchten en dat loopt tot tevredenheid, helaas geen spektakel. Ik hoop dat ik daar de komende zaterdag voor kan zorgen. Nog nooit heb ik mijn duiven tegen pokken laten inenten en ook nog nooit problemen met pokken gehad. Dit jaar dus wel en daarvan heb ik geleerd dat ik mijn jonge duiven voortaan wel laat enten. Je bent immers nooit te oud om te leren.

WEINIG VERLIEZEN
Ik bezit nog maar zeer weinig duiven en dan kun je er ook niet veel kwijt raken. Je kunt dan eigenlijk ook niet echt meedoen om de titel. Je kunt wel een aantal leuke uitslagen maken en dat is me ook dit jaar weer gelukt. Bij Marco liep het een stuk beter en ook hij had net als zijn vader toch ook een aantal tegenslagen te verwerken. We zijn er wel achter dat ons kweekhok steeds sterker wordt. Het waren dit jaar vooral de oude en jonge duiven die in het kweekhok geboren zijn die voor de aansprekende resultaten zorgden. Je merkt dan ook dat goede duiven heel snel oud zijn. Na een paar goede jaren op het vlieghok krijgen de besten de kans om hun kunsten op het kweekhok te vertonen. Maar na drie jaar kweekhok zijn de meesten 6 of 7 jaar oud en dan moeten ze eigenlijk plaats maken voor de jongere generatie. Dat zijn dan straks wel hele moeilijke beslissingen om te bepalen wie er wel of niet mogen blijven. Het zijn tenslotte duiven die je het nodige plezier bezorgd hebben. Wat betreft de verliezen valt het ontzettend mee. Ik ben er 7 van de 42 kwijt en daarvan heb ik er zelf 2 opgeruimd. Ook Marco heeft een zelfde aantal jongen duiven over dus mogelijkheden genoeg om binnenkort een strenge selectie toe te passen. Van de oude vliegduiven weet ik nu al welke mogen blijven. Ddat zijn er niet veel omdat ik helemaal bezeten ben van de prachtige jonge duiven die ik over heb gehouden. We gaan eerst maar eens kijken hoe de laatste vlucht verloopt en ik weet nu al dat voordat de grote rui voorbij is bij mij bekend is welke duiven in 2021 aan de start komen. Voor alle zekerheid houd ik wel twee reservekoppels aan die ik in ieder geval tijdens de winterkweek kan gebruiken om eieren van de betere kweekkoppels onder te leggen.

GROTE VERSCHILLEN
Wijdewormer, 9 september 2020. Mijn seizoen zit er op, twee teleurstellingen achter elkaar waren er twee te veel. Grote plannen voor 2020 had ik niet. Met aanzienlijk minder duiven wilde ik toch mijn partijtje mee blijven blazen. Je moet de prestatielat dan niet te hoog leggen en je zult vooraf een goed plan moeten maken. Helaas is het zo dat plannen in duigen kunnen vallen en als dat zo is dan moet je het karakter hebben om niet te gauw de handdoek in de ring te gooien. Een goed sportman geeft nooit op. Zo heb ik altijd gedacht en ook gehandeld totdat je op een leeftijd komt dat het, zonder dat je daar direct erg in hebt, beetje bij beetje minder wordt met het fanatisme. De alertheid wordt minder en de gemakzucht neemt toe. Hoe ouder je wordt des te sentimenteler. Duiven wegdoen was nooit een probleem nu krijg ik er steeds meer moeite mee. Toch wil ik absoluut niet zoveel duiven meer verzorgen omdat het niet meer gaat zoals ik jaren gewend was. Om aan de absolute top mee te doen moet je een flink aantal vooral goed duiven hebben en de baas zelf moet ook in een blakende conditie zijn, dan is niets je te veel. Hokken twee keer per dag schoonmaken was een plezierige bezigheid, nu zie ik er steeds meer tegenop. Zakken voer naar binnen sjouwen of zakken mest naar buiten sjouwen, het gaat mij steeds meer opbreken en toch wil ik door blijven gaan met de duivensport. Alleen op een ander niveau zodat ik toch zo lang mogelijk plezier beleef aan mijn duiven. In groot verband meedoen om de kampioenschappen is misschien wat te hoog gegrepen en dat ben ik ook niet van plan. Waar het nu om gaat is een aantal keren per jaar de grote jongens voor te blijven. Dat is me dit jaar gelukt en als deze oude man zich voelt zoals nu moet dat in 2021 ook weer een paar keer gaan lukken. Aan de kwaliteit van mijn duiven zal het niet liggen, wel aan de inzet van de baas. Stel dat 2021 zodanig verloopt dat ik tevreden ben dan weet ik zeker dat ik weer een jaar bijteken. Veel verder wil ik zeker niet vooruit blikken want net als seizoen 2020 het houdt een keer op.

ANDERE SPORTEN
De Covid-19 besmetting heeft binnen onze samenleving wel voor de nodige veranderingen gezorgd. Handen geven of elkaar omhelzen doen we niet meer. Anderhalve meter afstand houden is voorschrift, alleen lukt het niet. Het aantal besmettingen neemt toen maar gelukkig is dat niet het geval met ziekenhuis opnames. Thuis werken begint normaal te worden en mede daardoor wordt alles anders. Veel mensen voelen zich er niet goed bij, we worden te veel geleefd. Dit moet, dat moet, dat mag niet, wel mondkapjes, geen mondkapjes. Gelukkig is het sporten weer begonnen waardoor een grote groep mensen weer afleiding hebben. Voorlopig op de sportvelden, net als in de theaters, weinig of bijna geen publiek, maar het is een begin. Als fervent wielerliefhebber geniet ik al geruime tijd van de vele wielerkoersen en er komen er nog heel veel. Momenteel is heel de wielerwereld gefocust op de Tour de France. De strijd om de gele trui is in volle hevigheid losgebarsten. Als Nederlander hoop je natuurlijk dat onze landgenoten daarin een rol van betekenis spelen. Helaas, na een week Tour ziet het er niet erg goed uit. Dat wil echter niet zeggen dat ik daarom niet geniet van dit grootste wielerspektakel van de hele wereld. Volgende maand ItaliŽ en daarna Spanje, tijd genoeg om te kijken want de duivenvragen minder aandacht. Gelukkig voor velen is ook de voetbalcompetitie begonnen en zijn er voor de oudere onder ons mogelijkheden genoeg om via de TV heel veel sporten te kunnen volgen. Nu maar hopen dat binnen niet al te lange tijd ook de supporters weer in grote getale naar de stadions mogen want sportwedstrijden met publiek zorgen voor meer spektakel en daar gaat het toch om.

KWALITEIT OF MASSA
Is het waar dat je om goed te presteren alleen maar goede duiven nodig hebt? Gaat het om kwaliteit of komt er nog iets anders bij kijken. Is de melker belangrijk of moet de wind uit de goede hoek waaien, speelt de ligging een belangrijke rol, misschien de trek van de duiven of……. Deze week heb ik eens bekeken hoe het wedstrijdverloop was in de drie westelijke provincies van ons land. Zeeland is de meest zuidelijke provincie en grenst aan duivenland BelgiŽ. Daar speelde ze vanuit Fontenay +/- 370 km, gelost om 9.30 uur. 2701 duiven aan de start winnende snelheid 1256 meter per minuut. De 10e duif in de uitslag maakt 1215 meter. Dan gaan we naar de meest noordelijke provincie en dat is Noord-Holland. Daar kwamen de duiven uit Pont St. Max. +/- 370 km. Gelost om 9.30 uur, 3791 duiven in concours winnende snelheid 1365 meter en de 10e maakt 1340 meter. Tussen Zeeland en Noord-Holland ligt de provincie Zuid-Holland, hun duiven kwamen eveneens uit Pont St. Max +/- 330 km. Gelost om 9.45 uur, schrik niet hier stonden 19.142 duiven aan de start. Winnende snelheid 1417 meter, de 10e maakt 1411 meter. Wat valt er dan op? Alle drie de provincies vliegen in grote lijnen bijna een gelijke afstand. Zeeland is iets zuidelijker gelost de andere twee provincies vlogen vanaf dezelfde lossingplaats en zijn met een verschil van 15 minuten gelost. Voor alle drie waaide de wind uit dezelfde hoek. Het vergelijk is niet helemaal eerlijk omdat ze niet allemaal tegelijk op dezelfde plaats zijn losgelaten. Iedere provincie/afdeling had dus zijn eigen concours. Zuid-Holland had met hun gigantische aantal duiven meer kans om de snelheid langer vast te houden. Misschien speelt ook het aantal liefhebbers met een groot aantal duiven een belangrijke rol. Ik telde 5 liefhebbers met meer dan 150 duiven in concours. De fam. van de Merwe 180 mee/140 prijzen; de Bruijn 162/117; Verkerk 225/133; Comb. Lin 155/93; Romein-Klein 150/86. Daarvan kun je niet veel anders zeggen dan dat ze uitstekend gepresteerd hebben. Alle vijf wonnen veel meer dan 50% prijs en dan speel je in kampioensstijl. Wat zeker zo opvallend was is dat bij de eerste 200 prijsduiven allemaal liefhebbers vertegenwoordigd waren die minimaal 50% prijs speelden. Noord-Holland speelde van dezelfde lossingplaats en hun winnende duif maakte een snelheid die 50 meter per minuut lager was en bijna niemand won 50% prijs. Ruim 200 duiven waren sneller dan de eerste Noord-Hollandse duif. Zeeland met een kleiner aantal duiven in concours maakte een winnende snelheid die nog eens ruim 100 meter per minuut lager was dan die van Noord-Holland. Alle 4786 Zuid-Hollandse prijsduiven waren sneller dan de winnende duif in Zeeland. Daarbij moet gezegd worden dat Zeeland gelost was op een lossingsplaats die 40 km zuidelijker ligt. Zal daar het enorme verschil in zitten? In Zeeland vliegen ze toch niet met kraaien, daar zitten genoeg zeer sterk spelende liefhebbers. In alle drie provincies werden de vroege prijzen op de voorvlucht gewonnen. De wet van de grote getallen speelt in alle opzichten een heel belangrijke rol. Conclusie: een concours is alleen maar eerlijk als alle duiven vanuit dezelfde lossingplaats gelijktijdig gelost worden en dan nog speelt ligging en wind een belangrijke rol. Eigenlijk is nationaal spel zinloos, behalve voor de commercie.

TOT SLOT
Ik ging voorbije zaterdag bij mijn zoon kijken omdat ik zelf geen duiven mee had. Laat hij nou de snelste van de hele Zaanstreek klokken. Is dat niet mooi omdat als vader mee te maken en nog mooier omdat aan jullie te kunnen vertellen.

COVID-19 BLIJFT ONS LEVEN BEINVLOEDEN
Wijdewormer 2 september 2020. Voordat ik gisteravond mijn jonge duiven ging voeren heb ik eerst naar de persconferentie van onze minister president geluisterd. Niet veel nieuws wel belangrijk. Het corona virus wordt in ons land gelukkig steeds meer een halt toegeroepen. De anderhalve meter afstand zal zeer waarschijnlijk tot volgend jaar gehandhaafd blijven of er moet versneld een goed vaccin gemaakt worden. Volgens de minister van volksgezondheid wordt daar hard aan gewerkt en zien de eerste ontwikkelingen er positief uit. Of we ooit van dit virus af komen blijft een groot vraagteken. De overheid is in Nederland gelukkig erg positief gestemd dus laten we het daar maar op houden. Wat de duivensport betreft naderen we het einde van het geÔmproviseerde seizoen 2020, een seizoen dat we niet gauw zullen vergeten. Wat mij zelf betreft zal ik de resultaten van dit voor mij teleurstellende seizoen ook niet gauw vergeten. Het heeft niet gebracht wat ik er van verwachtte wat zeker ook door mijn hoge leeftijd en mijn steeds slechter wordende zichtvermogen komt. Fanatiek ben ik nog steeds maar anders dan toen ik nog een vijftiger was. Op die leeftijd ben je als duivenliefhebber op zijn sterkst. Hoe ouder je wordt des te gemakkelijker wordt je. Volgens mij is dat bij mij niet helemaal het geval, voor mijn gevoel ben ik nog steeds een fanatieke snelheidsspeler en wist dit jaar met een duivenbestand van 10 koppels toch weer bij de beste vijf van de ZCC te eindigen. Doordat de verzorging van veel duiven mij niet goed meer af gaat wordt het ieder jaar moeilijker om mee te doen voor de kampioenschappen. Keuzes maken is dan belangrijk. Nog minder duiven houden of alleen meedoen als het goed duivenweer is. Misschien is het spel met alleen jonge duiven ook een goede oplossing. Je hebt dan een aantal maanden alleen de duiven te verzorgen en hoeft er dan hooguit 3 maanden fanatiek tegenaan te gaan. Alleen de twee of drie allerbeste jonge duiven krijgen aan het einde van het seizoen een plaatsje in het kweekhok en de rest kan weg zodat je in de wintermaanden geen duiven hoeft te verzorgen. Wel heb ik dan de kweekduiven van mij en mijn zoon Marco dus ik ben niet helemaal werkeloos. Ik kan zelfs al mijn aandacht besteden aan de kweekduiven en daar kan in principe de hele dag bij gaan zitten. Nee, niet als het vriest of ijzig koud is, dan gaat alles in versneld tempo zodat ik weer gauw naar de warme kachel kan. Momenteel twijfel ik wat ik zal doen. Alle oude en jonge vliegduiven wegdoen of toch weer 10 koppels voornamelijk duiven van 2020 aanhouden. Het is en blijft een moeilijke beslissing en het zal me wel weer een aantal slapeloze nachten bezorgen. Het is ook zo een verrekte leuke hobby anders zou ik het niet vanaf 1946 volgehouden kunnen hebben en nog geniet ik er elke dag van.

TELEURSTELLINGEN HOREN BIJ ELKE SPORT
Ik zei het al. 2020 was zeker niet mijn sterkste seizoen wat ook niet kan met zo weinig duiven. Je kunt wel een aantal mooie uitsagen maken maar om dat elke week te realiseren heb je meer nodig. Ik blijf volhouden dat de wet van de grote getallen daar altijd een zeer belangrijke rol bij blijft spelen. Er komen steeds minder liefhebbers, de sport vergrijsd. Er komen echter ook steeds meer grote liefhebbers. Mannen die met het grootste gemak wekelijks 200-300 duiven inzetten. Daar worden de andere clubleden echt niet vrolijk van en we hebben in Nederland al zoveel clubs met ongeveer 10 spelende leden. Eigenlijk stellen de meeste clubs niet veel meer voor. In mijn club hebben we nog 18-20 actieve leden en daar zit geen enkele grote bij, met maximaal 50 duiven houdt het wel op. Vorig jaar was er in Nederland veel te doen over het aantal duiven dat je per vlucht mee mag geven. Daar werd zelfs een commissie “eerlijk spel” voor in het leven geroepen. Of die commissie inmiddels ontbonden is weet ik niet ik hoor er echter niets meer over. Voor de sport lijkt het mij beter dat er per liefhebber een maximum aantal duiven bepaald wordt waarmee aan een vlucht mag worden meegedaan. Mijn teleurstelling was dit jaar het resultaat van mijn jonge duiven. Ik heb meerdere keren mijn enthousiasme niet onder stoelen of banken gestoken. In al die jaren dat ik duiven heb waren mijn jonge duiven dit jaar van uitzonderlijke klasse en conditie. Ik wist bijna zeker dat niemand mij zou kloppen maar toen het er echt om ging kwam het pechduiveltje om de hoek kijken. Op de eerste vlucht een zeer goed resultaat en nog diezelfde dag zag ik dat het fout zat. De coli bacterie maakte mijn duiven doodziek. De coli kuur zorgde er voor dat de duiven na twee weken week rust weer mee konden. De derde vlucht een hele vroege duif maar een slechte uitslag. De vierde vlucht ging vanwege de tropische hitte niet door, voor de vijfde vlucht met een afstand van bijna 400 km vond ik de conditie onvoldoende en besloot ze niet mee te geven. Ik gaf ze mee op een vlucht van 100 km en dat werd een groot fiasco. Zowel mijn oude als jonge duiven presteerden ver onder de maat. Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt er moest dus iets aan de hand zijn, maar wat. Zou de coli besmetting nog niet helemaal uitgewerkt zijn? Misschien wel luchtwegen of het geel. Zo te zien moesten ze in orde zijn want ze trainden dat het een lust voor het oog was. Maandag heb ik alle duiven bekeken en constateerde bij 6 jonge duiven pokken/difterie in de bek. Dat is 100% zeker de oorzaak van het falen van al mijn duiven. De 6 besmette duiven zitten in een apart hok en de andere die ogenschijnlijk geen pokken hebben gaan niet mee meedoen aan de wedstrijden. Ze kunnen namelijk besmet zijn zonder dat er nu iets aan hen te zien is. Ik neem geen risico en wil zeker de duiven van mijn clubleden niet besmetten. Vraag is; hoe komen mijn duiven aan pokken? Of er in de club nog meer leden zijn met pokken weet ik nog niet daar is het nog te vroeg voor. Ik heb er niemand over gehoord en dat is vaak een probleem met je sportvrienden. Ze vertellen wel dat hun vrouw ziek is maar over hun duiven zeggen ze meestal niets.


STEEDS MEER TWIJFELS OVER GROTE SPORT EVENEMENTEN
Wijdewormer, 26 augustus 2020. Na het derde weekend in september is in Nederland de duivensport voorbij en kan het incomplete NPO bestuur aan de voorbereidingen voor 2021 gaan beginnen. Zijn we dan van de corona maatregelen af of moeten we nog steeds rekening houden met Covid-19. Zoals de situatie zich nu ontwikkeld gaat het wel die kant op of er moet binnen niet al te lange tijd een afdoende vaccin ontwikkeld worden. Maatregelen worden momenteel opnieuw aangescherpt, reisadviezen naar verschillende landen worden steeds meer uitgebreid. Een situatie waar ik maar niet aan kan wennen, er is echter geen andere keus dus zullen we ons aan de voorschriften moeten houden. Mondkapjes, ik moet er niet aan denken ik blijf thuis en ben in de gelukkige situatie dat ik mijn duivenhobby heb die dagelijks zorgt voor de nodige afleiding. Met belangstelling kijk ik uit naar 1 september, dan zal het ministerie met vernieuwde maatregelen komen. Mogen de grote sportevenementen dan weer met publiek gehouden worden. Het is te wensen want de mensen zijn bijna niet meer in bedwang te houden. Momenteel is het zo dat in ons land geen feestje met meer dan 6 personen thuis gehouden mag worden, kan het nog gekker worden?

NOG VIER WEKEN
Het voorbije weekend was er voor ons een vlucht voor jonge duiven en tevens de eerste natour waaraan oude en jonge duiven aan meedoen. Met de jonge duiven gaat zoon Marco als een speer. Hij voert momenteel het klassement voor het jonge duiven kampioenschap aan. Zelf had ik veel meer verwacht van mijn jonge duiven. Bij mij gooit het pechduiveltje behoorlijk wat roet in het eten. Daarom twijfel ik of ik nog zal meedoen met de jonge duiven. Denkelijk speel ik een groot deel van mijn oude en jonge duiven op de natour. Ze beginnen trouwens flink te ruien en dan is het meestal gedaan met het winnen van vroege prijzen. Alle hoop is nu gevestigd op de oude duiven, die zitten nu een week te broeden. Vorige week had ik er nog drie in de top-10, dat waren alle drie jagende doffers. Nu zit alles rustig te broeden, daardoor heb ik ook een hok minder schoon te maken en ik hoef niet meer om 7 uur de duivinnen los te laten. De oude duiven gaan er om 8 uur allemaal tegelijk uit. Er mag er niet een op het nest blijven, dus pak ik elke morgen de duivinnen van het nest en ’s middags om 5 uur doe ik dat met de doffers. Ze moeten twee keer per dag een uur trainen, althans het hok blijft voor hen een uur gesloten. Gelijk met de vliegduiven heb ik tevens 6 van onze betere kweekkoppels opnieuw samen gezet met de bedoeling hun jongen te verkopen en om de eieren en kleine jongen van de vliegduiven warm te houden. De eerste natour was trouwens een groot succes voor onze club. Tegen 1300 duiven pakken we er 26 bij de eerste dertig. Bij de jonge duiven wint Marco 1 en 2 en beginnen vader en zoon met 1-2-4-5-7-8-10. De marathon vluchten zitten er op, het komende weekend vliegen de oude duiven Chateauroux 665 km, jonge duiven 387 km en de natour 155 km, dus spelmogelijkheden genoeg.

NORMAAL OF ABNORMAAL
Ik mag graag de uitslagen van andere afdelingen bekijken. Ik zoek naar opvallende prestaties of andere zaken zoals het aantal duiven waar sommige liefhebbers mee aan de start komen. Wat mij het meeste opvalt is het enorme aantal kleine verenigingen, zelfs zo klein dat je het niet eens een vereniging kan noemen. Clubs met minder dan 10 leden krioelt het van. Het wordt de hoogste tijd dat veel clubs de koppen bij elkaar steken vooral als ze de kosten in de hand willen houden. Bij die kleine verenigingen zijn er zelfs leden met hele bekende namen die met enorme aantallen duiven meedoen. Op de eerste natour in Zuid-Holland spande vader en zoon Verkerk de kroon. Zij deden in een club met 14 deelnemers mee met, schrik niet, 377 duiven waarvan ze er 48 in 44 seconden klokte. Van de 14 leden speelden er 7 geen prijs. Je zult maar lid zijn van zo een club en wekelijks met een 20-tal duiven meespelen en alle weken een pak slaag krijgen dan lijkt mij duivensport echt geen leuke hobby. In die zelfde club speelt Willem de Bruijn met 6 andere leden met 160 jongen, kom op dat is niet normaal voor een eerlijke competitie. De laatste nationale marathonvlucht uit Bergerac met 2368 deelnemers die 25.321 duiven aan het vertrek brachten speelt H. Zwiers op een afstand van 955 km de eerste. Hij begint met zijn 1e getekende en pakt 21 van de 42 duiven in de uitslag. Arjan Beens, een gekend fond speler wint 2 en 3 met 46 van de 78 in de prijzen verder een mooi resultaat voor Griffioen die er 4 mee had en er 4 in de uitslag pakt dat is 100% prijs en dat zijn echte topprestaties. In Limburg trok Jan van de Pasch en dochter van leer, ze spelen 31 van de 35 duiven in de uitslag en dat tegen 1380 duiven, hun uitslag begint zo: 1-2-4-5-6-7-8-9-10-11-12-15-17-18-24-25, in een woord fantastisch. Voor de meesten van ons is zoiets alleen in onze dromen mogelijk. Gelukkig valt er ook op andere manieren veel te genieten binnen de duivensport, het onverwacht met hoge snelheid thuiskomen van onze duiven is iedere week opnieuw een enorme belevenis.


WE ZIJN PAS BEGONNEN MAAR HET EINDE IS ALWEER IN HET ZICHT
Wijdewormer, 19 augustus 2020. De Cortona epidemie heeft er flink ingehakt. Wereldwijd heeft dit virus voor heel veel leed en verdriet gezorgd. Vooral de ouderen onder ons behoren tot de meest kwetsbare groep. Voorzichtigheid is nog steeds geboden, het gaat zeker in Nederland de goede kant op en daarom is de kans groot dat mensen zich onvoldoende aan de voorschriften en afspraken gaan houden. We mogen er niet aan denken dat we daardoor wereldwijd nogmaals met zo een verwoestende uitbraak van Covid-19 te maken krijgen. Juist omdat we duivenhouders zijn, helaas zijn dat veelal oudere mensen, is voorzichtigheid geboden. We kunnen niet anders dan ons aan het protocol te houden. Ik moet zeggen dat werkt goed, zeker in de club waar ik lid ben. Corona heeft wel gezorgd voor een totaal veranderde duivensport. Elke week zijn er meerdere wedstrijden, soms wel iets te veel van het goede. Toch heb ik nog steeds het gevoel dat het nog moet beginnen maar als ik het vluchtprogramma raadpleeg zie ik dat het over 5 weken alweer afgelopen is. Deze week beginnen de laatste 5 sprintvluchten voor oude en jonge duiven en er moeten nog enkele vluchten speciaal voor de jonge duiven afgewerkt worden. Derde week september is alles voorbij en moeten we afwachten wat 2021 ons gaat brengen. Weer een jaartje ouder en hoe lang houden wij ouderen dat nog vol? Toch ben ik alweer bezig met volgend jaar. Ga ik dan ook weer met oude duiven meedoen of ga ik alleen nog met jonge duiven spelen? Mijn duivenhobby betekent nog steeds heel veel voor me, jammer genoeg spreekt het verenigingsleven mij niet meer zo aan. Het is nog maar enkele jaren geleden dat ik naar de vrijdagavond toeleefde. Dat was “mijn” clubavond. Gezellig praten over onze hobby, een kaartje leggen, een biertje en een hapje erbij, helaas het is niet meer aan mij besteed. Komt mede doordat het aantal leden schrikbarend is gedaald en in sterke mate hebben de Corona voorschriften gezorgd voor anti-sfeer. De anderhalve meter afstand, wel of niet verplicht mondkapjes, veel liefhebbers gaan naar huis zodra hun duiven in de verzendmand zitten en dat komt omdat de gezellige sfeer er dit jaar helemaal niet is. Het verenigingsleven heeft een knauw gekregen en als 2021 weer zo wordt kon het wel eens zo gaan worden dat veel liefhebbers de handdoek in de ring gooien. Laten we ondanks alles toch proberen positief te blijven. Onze hobby is veel te interessant om daarmee te stoppen. Zeker als je net als ik al 73 jaar wekelijks meedoet, helaas komt het een keer zo ver dat ons lichaam aangeeft dat we MOETEN stoppen. Ik wil daar eigenlijk nog niet aan denken want voorbije week kwamen vooral de jonge duiven weer geweldig maar dat ik gas moet terugnemen is zo zeker als dat een plus een twee is.

VADER EN ZOON BRASPENNING STRIJDEN OM DE EER
Ik heb van begin af aan aangekondigd dat ik kampioen met de jonge duiven zou worden. Geen bravoure uitspraak, maar een uitspraak gebaseerd op vooral het gedrag van mijn jonge duiven gedurende de eerste maanden van hun geboortejaar. Helaas gaat het niet altijd zoals je het in je hoofd hebt. Meteen al pech op de eerste vlucht, mijn jongen kwamen ziek thuis. Ik zag het direct, ik vreesde voor de coli bacterie en deed nog die zelfde dag een coli kuur van Dr. Van der Sluis in het drinkwater. Alle duiven thuis en de tweede vlucht kon ik niet meedoen. Ze moesten eerste helemaal hersteld zijn. De derde vlucht gelukkig een zeer vroege duif maar helaas lieten de andere het voor een groot deel afweten. De vierde vlucht ging niet door vanwege de verzengende hitte. Ja en dan wordt het moeilijk om de opgelopen achterstand goed te maken. De vijfde vlucht leverde een prachtig resultaat op. Vader Bert klokte de snelste in ons samenspel de ZCC (7e provinciaal tegen 9935 duiven) en zoon Marco werd als derde afgevlagd. Hij gaat momenteel aan de leiding voor het kampioenschap. Voor het komende weekend moeten de duiven donderdagavond de mand in om zaterdag mee te doen aan een race van 315 km. Onze duiven staan er geweldig op zodat bij normaal vliegweer op een goed resultaat gerekend mag worden. Vorige week zijn we er allebei twee kwijt geraakt zodat ik er nu nog precies 40 aan de start kan brengen. Verder begint die zelfde dag de natour, zoals het er nu uitziet zet ik daar vooral oude duiven op. Als alles klopt leggen de duivinnen woensdag hun eerste ei en als dat inderdaad zo is kunnen ze vrijdagavond mee. Mocht dat niet het geval zijn dan zet ik een aantal jonge duiven op deze eerste sprintvlucht van het na seizoen.

JONGE DUIVEN OP EEN NESTJE
Er zijn diverse methoden om jonge duiven extra te motiveren. Zelf ben ik een voorstander van alles op de minuut nauwkeurig te doen. Op die manier worden jonge duiven een soort robots hun leven wordt door mij bepaald. Zij voelen door mijn strikte verzorging precies aan wanneer het tijd is om te trainen, wanneer ze eten krijgen, op welke dag ze verse groeten krijgen, wanneer ze mogen baden en ze weten dat ze na elke voerbeurt iets extra’s krijgen. Dat extra’s is snoepzaad aangevuld met verschillende zaden en voeding supplementen. Vanaf woensdagavond tot en met vrijdagmorgen krijgen ze met z’n allen een flinke hand pinda’s en op de inkorf dag krijgen ze om 3 uur nog wat snoepzaad, volgens mij weten ze dan dat ze die avond de mand ingaan. Ik praat veel tegen mijn duiven, stel geen vragen want ik krijg toch geen antwoord. Ik beweeg me altijd in “slow motion” door de hokken en ben altijd hetzelfde gekleed. Op die manier heb ik een goede band met mijn duiven, de meesten van hen kan ik met een hand pakken plus dat ze graag even met mijn hand vechten. Als je schuwe duiven hebt ligt dat niet aan de duiven maar aan de baas. Het behalen van goede of slechte prestaties ligt ook voor een groot deel aan de baas. Het zit niet altijd in de kwaliteit maar aan de manier hoe de baas met zijn gevleugelde vrienden omgaat.

NPO BESTUUR NU ALWEER VLEUGELLAM
Wijdewormer, 12 augustus 2020. Ik heb het al meerdere keren geschreven onze nationale organisatie NPO is net een duiventil, ze vliegen er in en ze vliegen er uit. Het is pas enkele maanden geleden dat de Nederlandse postduivenhouders applaudisseerden voor een nieuw compleet 9-tallig bestuur. Het is helaas maar voor korte duur geweest want vorige wek hebben 4 bestuursleden op staande voet bedankt voor de eer. Zij zijn onmiddellijk gestopt en pas eind november wordt weer getracht de ploeg compleet te krijgen. Wat de reden is van het directe opstappen moeten we voorlopig naar gissen. Het kan wel eens zo zijn dat een deel van het bestuur op een slinkse manier heeft toegewerkt naar het opstappen van de vier bestuurders. Iets anders kan ik momenteel niet bedenken. Gelukkig is alles voor dit seizoen geregeld. Het vliegprogramma is bekend en dat is voor de actieve duivenhouders het belangrijkste. Ondanks dat alles is geregeld kunnen zich toch onverwachte situaties voordoen waardoor bijna onmiddellijk veranderingen moeten worden aangebracht en hoe je dat ook doet daar is nooit iedereen het mee eens. Zo een onverwachte situatie zijn momenteel de tropische temperaturen. Al dagen achtereen is het 32 tot 36 graden en op bepaalde plaatsen is het zelfs nog warmer geen Nederlander die daar tegen kan! Daarom is het voorbije weekend besloten alle vluchten te annuleren en wat het volgend weekend betreft is het wederom twijfelachtig. Pas op zondag gaan we voor onze begrippen terug naar zomerse waarden. We zakken dan terug naar 23 graden maar voordat het zover is krijgen we eerst nog te maken met de nodige onweersbuien die gepaard kunnen gaan met hevige regen. Maandag 17/8 beginnen de trainingsvluchten voor de natour en 6 weken later zit het seizoen er alweer op. Nog nooit heb ik zo een wisselvallig seizoen meegemaakt maar ook nog nooit zo een epidemie als Covid-19 meegemaakt. Afschuwelijk wat dit virus wereldwijd heeft aangericht en als ik de berichten goed beluister zijn we er nog lang niet van af.

EVEN NORMAAL ADEMHALEN
Ik snak er naar. De enorme hitte van de laatste dagen belet mij om uit mijn luie stoel te komen, ik kan er niet tegen. Hokken schoonmaken, ik moet er niet aan denken, toch doe ik het maar niet zoals ik gewend ben. Door de droogte is het ook niet zo belangrijk om elke dag te hokken te reinigen. Ik houd wel van schone hokken, de duiven tonen dan ook fraaier en daar kan ik enorm van genieten. Dit weekend staat er voor de marathon spelers weer zo een kuitenbijter van duizend kilometer op het programma. Niets voor mij maar respect voor de duiven die dergelijke afstanden met goed gevolg weten af te leggen. We mogen echter niet vergeten dat als er genoeg prijsduiven thuis zijn er dan nog 75% onderweg is. Helaas zijn er nog veel duiven achter gebleven en door de enorme droogte is het voor hen niet eenvoudig om water te vinden. Het wemelt daardoor van de vreemde duiven. Ik heb er deze week twee uit Engeland binnen gekregen, een Belg en 6 Nederlandse duiven. Ik verzorg ze alsof het mijn eigen duiven zijn en zodra de temperaturen net iets boven de 20 graden zijn zal ik ze 5 kilometer van mijn huis loslaten in de hoop dat ze de weg naar hun baas weer weten te vinden. Duiven aanmelden doe ik niet meer of het moet een duif bij mij uit de omgeving zijn. De reden daarvan is de onsportieve reacties van de eigenaars. Er zijn er bij die durven te zeggen; sla maar dood, ik heb er niets meer aan. Dan zeg ik, als je hem dood wilt slaan kom dan maar naar de Wijdewormer dan mag je dat zelf doen. Nee, daar ben ik van genezen en zo zie je maar weer dat de goede onder de kwade moeten lijden.

ZO MAAR EEN VLUCHT
Ieder weekend kijk ik op de site van ons nationale rekenbureau naar de uitslagen van onze 11 afdelingen. Dit keer pakte ik afdeling 11 die een race uit Bergerac hadden en dat is voor deze meest noordelijke afdeling meer dan 1100 kilometer. De duiven werden op vrijdag 7 augustus om 10 uur gelost. Op zaterdag waren er 13 van de 399 thuis, de race werd gewonnen door Herman Brinkman uit het dorp Tuk. Hij klokte zijn duif zaterdagmiddag om 15.11 uur. Ook de tweede plaats was voor deze bekende lange afstand speler, die duif werd 2 uur en 7 minuten later geklokt. Op zondag om 15.48 sloot het concours en was een derde (133 stuks – 1:3) van de 399 deelnemende duiven thuis. Ik weet niet wat u er van vind maar voor mij zijn dit geen wedstrijden maar wel petje af voor hen die in de top van de uitslag wisten te finishen.

DE NATOUR
Voor hen die er geen genoeg van kunnen krijgen wordt het seizoen in Nederland afgesloten met de natoer. Dat zijn 6 snelheidsvluchten waaraan oude en jonge duiven mee doen. Ik als snelheidsspeler houdt van dit spel. De oude duiven speel ik dan op nest. Vanaf het weekend van 8 augustus heb ik de oude duiven 3 dagen bijeen gelaten. Ik wil ze namelijk het aanstaande weekend nog een keer op dubbel weduwschap spelen en de week later op het nest met daarin hopelijk twee eitjes. Dat ik ze het voorbije weekend een paar dagen bijeen heb gelaten heb ik gedaan om de ei vorming op gang te helpen. Ze leggen dan net na het komende weekend het eerste ei (daar ga ik dus vanuit) en dan gaan ze aan het einde van die week op een neststand van twee dagen eieren de mand in. Volgens mij is het na zo lange stilzit voor de duiven een beetje feest als ze weer alle dagen bij elkaar mogen zijn. In de winter hebben ze jongen gehad en nu na zoveel maanden weer eitjes en jongen. Dat moet een feest voor ze zijn en de baas denkt dat ze daarom extra gemotiveerd zijn om zo snel mogelijk weer terug op het nest te zijn.

JONGE DUIVEN
Ruim voordat de vluchten voor jonge duiven begonnen zei ik tegen mijn zoon Marco dat het voor de concurrentie moeilijk zou worden om mij van de eerste plaats af te houden alles wees op een uitstekende conditie. De eerste vlucht werd een succes, ook voor Marco want die pakte de eerste plaats en pa zat er direct achter. Mijn duiven kwamen die vlucht thuis met coli. Ik zag het direct en nog die zelfde dag zat de coli kuur in het water. De duiven knapte vrij snel op en na een week rust konden ze weer mee. Ze zagen er prima uit maar het gaat niet alleen om de verpakking, het gaat ook om de inhoud en die was, zo bleek later, nog niet geweldig. Het voorbije weekend geen vluchten vanwege de tropische hitte en de weerssituatie voor het komende weekend is zeker niet optimaal. Zondag ziet er beter uit. Wat er gaat gebeuren weet ik nog niet maar mijn jonge duiven zijn geweldig.

INTERNATIONAAL BARCELONA 2020 EEN BIJNA ONMOGELIJKE OPGAVE.
Wijdewormer, 5 augustus 2020. Vluchten van meer dan 1000 km zijn aan mij niet besteed maar enkele daarvan volg ik met grote interesse. Zelf moet ik er niet aan denken mijn duiven mee te laten doen aan dergelijk vaak loodzware vluchten. Ik heb er ook geen geschikte duiven voor. Ooit heb ik in mijn jonge jaren eens meegedaan aan nationaal St. Vincent. Ik had er 2 mee en allebei stonden ze in de uitslag. In mijn ogen stelde dat niet zoveel voor want ik klokte ze pas op woensdag en het concours werd reglementair gesloten op donderdag en toen waren er zelfs nog geen prijsduiven genoeg thuis. Ondanks dat mijn twee duiven niet top hadden gepresteerd ben ik nooit vergeten dat ik 100% prijs speelde van een van de bekendste marathonvluchten van Nederland. Denkelijk gaat dit jaar weer het concours pas op donderdag gesloten worden. Als dat zo is mogen we niet vergeten dat er dan nog 75% onderweg is. Voor een groot aantal van de 14.589 deelnemende duiven was deze marathon race veel te zwaar. Daarom heel veel respect voor de liefhebbers en hun duiven die deze loodzware klus winnend of in ieder geval met goed gevolg hebben afgesloten. Vrijdag 31 juli ging om 8.50 uur de meute op weg naar de 6 deelnemende landen. Het was een prachtig gezicht hoe snel verschillende duivenmelkers naar de wagens rende om daar de nodige eieren van marathonduiven uit de verzendmanden te zien halen. De internationale uitslag is nog niet uitgegeven omdat er nog niet genoeg duiven thuis zijn. Wel is de snelste internationaal bekend en ook zijn de nationale winnaars bekend. De snelste duif van deze meest aansprekende marathonvlucht is van de Duitse liefhebber Alin Karscu uit Rastatt. Deze duif wist de overnachtrace van 1005 km met een spectaculaire snelheid van 1104 meter per minuut te overbruggen. In Nederland ging de nationale overwinning naar de bekende fond speler Jelle Jellema uit Nijverdal, afstand 1293 km, metersnelheid 857. In BelgiŽ ging de nationale overwinning naar Luc Odeurs uit Ordingen. Zijn duif vloog de 1153 km met een snelheid van 811 meter per minuut. Mark Gilbert had met 684 meter de snelste van Engeland. De eerste Franse duif maakte 674 meter en is het eigendom van Toine Sonia uit Driscourt, afstand 939 km. Erg teleurstellend dat een deel van de Franse duiven uit het concours zijn teruggetrokken. De reden daarvan is dat tijdens een controle in Frankrijk er in een verzendmand 11 dode Franse duiven zijn aangetroffen waarvan de doodsoorzaak nog niet bekend is. Nu maar hopen dat er nog veel duiven nakomen want wat een spectaculaire marathon race moest worden is voorlopig een race met een rampzalig verloop.

HET WAS ZATERDAG 1 AUGUSTUS ZEKER GEEN DUIVENWEER
In heel Nederland werd die dag gevlogen. Elke afdeling had zijn eigen concoursen voor de oude en jonge duiven. Vooral aan de westkant van ons land hadden we te maken met zeer laaghangende bewolking en als er hier en daar niet een blauw stukje lucht te zien is wordt het zeker voor de jonge duiven problematisch. De concoursen voor de oude duiven konden binnen het kwartier gesloten worden. Dan zie je pas wat ervaring betekent. De jonge duiven zijn nog maar een paar vluchten onderweg en tot zaterdag verliep alles vlekkeloos. Nu zijn op de meeste hokken nog niet alle duiven thuis. Het was opvallend dat er veel vreemde duiven bij de liefhebbers op de hokken landden, allemaal waren ze op zoek naar water. Ik heb het sterke vermoeden dat de jonge onervaren jonge duiven niet voldoende gelegenheid hebben gehad om te drinken. Velen van hen zijn dat nog niet gewend en jonge duiven die dorst hebben en niet kunnen drinken krijgen stress. Stress zorgt voor desoriŽntatie en dan vliegen ze veelal de verkeerde kant op. Zelf mis er nog drie terwijl ik het hele seizoen nog niet een duif ben kwijt geraakt. Ook mijn zoon Marco mist er drie waarvan er 1 in mijn hok is binnen gegaan. Marco woont hemelsbreed 800 meter bij mij vandaan. Ik heb de duif maandag bij hem bezorgd en dinsdag zat ze weer bij mij. Een andere vreemde duif uit het noordelijk gelegen Friesland heb ik op 30 km van mijn hok losgelaten en toen ik thuis kwam zat ze alweer in mijn hok. Zelf begin ik mijn duiven op te leren op 10-20-30-40 km en zo een vreemde duif die slechts een keer bij mij is binnengekomen breng je naar 30 km en ze zit weer bij mij. De duif van Marco heeft zo lang ze op de wereld is bij Marco gevlogen, komt dan een keer bij mij binnen en vertikt het om bij Marco te blijven. Als je denkt dat je iets van duiven weet, weet je het net niet. Er wordt wel gezegd; als je goed presteert weet je niet hoe het komt en als je niet goed presteert weet je het ook niet.

NEDERLAND HEEFT ZIJN HITTEGOLF
Tropische temperaturen zijn in Nederland een uitzondering. Voor het weekend van 8 augustus is de voorspelling dat het 32 tot 35 graden wordt en dat zijn wij en onze duiven niet gewend. Daarbij staat de wind noordoost, dat is precies op kop (dus tegenwind) en dan zo bloedheet en kurkdroog, dat wordt een lijdensweg omdat de wind ze naar de Noordzeekust drijft. Als ze het zoute zeewater drinken ziet het er zeer somber voor hen uit. Achter de schermen wordt door de NPO gekeken wat de beste oplossing is. Wel of niet doorgaan van de concoursen? Woensdag voor 12 uur wordt beslist welke afstand de oude duiven gaan vliegen, nu al is bekend dat het vrijdagavond inkorven is. Dus in verband met de hitte slechts (gelukkig) maar 1 nacht mand. Op vrijdag wordt voor 10 uur bekend gemaakt wat er met de jonge duiven gaat gebeuren. Voorlopig presteren onze duiven uitstekend. Marco gaat aan de leiding, ik heb door de coli besmetting een vlucht moeten overslaan en dan ben je voor een kampioenschap uitgeschakeld, zo een achterstand haal je nooit meer in. Het voorbije weekend speelde Marco 1-6 en ik 5-7-8-9. Een clublid werd 2-3-4 en die vliegt voornamelijk met het soort van ons. Bij de oude duiven begon Marco met de 2e en ik werd 3e, al met al een goed weekend voor vader en zoon.

LIEFHEBBERS VERRAST DOOR HOGE SNELHEDEN
Wijdewormer, 29 juli 2020. Vanwege de minder goede weersomstandigheden werden onze oude duiven in Pontoise (420 km) pas om 10.00 uur gelost. Toen de duiven onderweg naar huis waren werd bij ons de lucht steeds meer bewolkt en een uur voordat de eerste duiven thuis kwamen viel de regen met bakken uit de hemel. De wind waaide uit zuidwest wat betekent dat de duiven de wind van achteren hadden. De wind waaide in onze omgeving niet zo hard en gezien het slechte weer werd uitgegaan van maximaal 90 km per uur oftewel 4,5 uur vliegen zodat de eerste aankomsten om half drie verwacht werden. Doordat de eerste duiven enkele minuten voor twee uur arriveerden werden er verschillende liefhebbers verrast. Gelukkig dat we tegenwoordig elektronisch klokken zodat menig duif thuis kwam zonder dat de baas zat te wachten. Helaas waren er ook een aantal die het hok nog dicht hadden zodat de duif op de baas moest wachten. Menig liefhebber houd geen goede gedachten aan deze vlucht over. Zelf werd ik ook min of meer verrast. We zaten met en groepje in de tuin toen er opeens om precies 2 uur een duif van grote hoogte naar beneden dook. Het zou nog een jong van de ochtendrace kunnen zijn maar aan het gedrag te zien moest het een oude duif zijn. Hij werd op een halve meter geklopt door een lid van mijn club. Dat was ook ’s morgens het geval toen mijn eerste jonge duif ook de tweede plaats innam. Al met al ook deze week een resultaat waar ik tevreden op terug kan kijken.

HET RESULTAAT VAN DE JONGE DUIVEN WAS ONVOLDOENDE.
Na de coli uitbraak zijn mijn jonge duiven een hele week niet buiten geweest zodat ze ook aan de tweede race niet mee konden doen. Daarna hebben ze de hele week twee maal daags een uur rondom het hok getraind. Ze zagen er zodanig uit dat ik het verantwoord vond ze op de derde race mee te geven. Toen ik ze de vrijdagavond pakte om ze naar de club te brengen vielen ze me wel een beetje tegen. Ze voelden wat slapjes aan terwijl ze er zo op het oog uitstekend uitzagen. Van de coli besmetting hebben ze toch meer te lijden dan we denken. Van de 44 is er eentje niet teruggekeerd. Na zulke hoge verwachtingen was dit de tweede afknapper, eerst de coli uitbraak en twee weken later een slechte uitslag. Als mijn eerst aankomende duif direct naar binnen was gegaan zou ik met afstand eerste zijn geworden, nu verspeelde ze zeker drie minuten. Ze bleef maar rond vliegen en toen ze eenmaal op de klep landde schrok ze ergens van en ging ze weer de lucht in. Dat is voor een fanatieke duivenliefhebber echt iets om een hartaanval te krijgen. Daarna kwamen er 6 duiven tegelijk maar dat was wel 10 minuten later wat ronduit slecht te noemen is. Deze week gaan we er weer vol tegenaan met de bedoeling de hele club een sportief pak slaag te geven. Zowel de oude als de jonge duiven gaan naar dezelfde lossingplaats en worden tegelijk gelost voor een race over 190 km.

DE MARATHON SPELERS HEBBEN DIT WEEKEND DE VLUCHT VAN DE WAARHEID.
Al op zondag 26 juli zijn de duiven ingezet voor de internationale race vanuit Barcelona. Internationaal gezien is dit de belangrijkste vlucht van het jaar. Vooral Nederland en BelgiŽ zijn met grote aantallen duiven aanwezig. Wie Barcelona wint heeft eeuwige roem vergaard. De duiven worden volgens de planning vrijdag 31 juli om 13.00 uur gelost. Ze mogen dan ergens overnachten met de bedoeling de volgende ochtend weer zo vroeg mogelijk op weg naar huis te gaan. Er zijn duiven die ’s nachts doorvliegen omdat het in deze tijd van het jaar niet helemaal donker is. Vooral met niet al te hoge temperaturen en de wind op de staart gebeurt het dat er in de vroege ochtend duiven in Nederland arriveren. Vaak is de achter vlucht dan in het voordeel Het kan zelfs voorkomen dat met een stevige zuidoosten wind de Franse duiven nog die zelfde dag hun hok weten te bereiken.

SMET OP INTERNATIONAAL BARCELONA
Bij de controle van de Franse duiven in Chereng werd een mand ontdekt waarin 11 dode Franse duiven. De oorzaak is nog niet exact bekend, er wordt gedacht aan vergiftigd drinkwater. In ieder geval heeft de Franse Bond de meeste Franse duiven uit het concours terug getrokken. De duiven uit het oostelijk deel van Frankrijk doen wel mee, zij zijn op een andere locatie gecontroleerd. Erg jammer voor het concours en voor de Franse deelnemers wiens duiven voorbereid waren voor deze monstervlucht en het om nog duistere redenen met de dood moesten bekopen.

DEELNAME AAN INTERNATIONAAL BARCELONA ZIET ER ALS VOLGT UIT
BelgiŽ spant de kroon met 6179 duiven, dan volgt Nederland met 4480 duiven, Frankrijk 2580, United Kingdom 281 en Luxemburg sluit de rij met 43 duiven. De totale deelname is 14.589 duiven, in 2019 waren er dat 16.051. Het aantal Franse duiven dat uit het concours is teruggetrokken is momenteel nog niet bekend. Natuurlijk zijn we benieuwd wie deze marathonrace op zijn naam gaat schrijven. Het ligt in de verwachting dat BelgiŽ en Nederland zeer hoge ogen zullen gooien. Respect is er voor de Engelse duiven die een flinke afstand over zee moeten overbruggen. De Ierse duiven hebben het nog moeilijker want die moeten nadat ze het kanaal zijn overgevlogen ook nog eens de Ierse zee oversteken. Volop spanning dus in het weekend van 1 augustus

BELGIE SPEELT TEVENS NATIONAAL SINT VINCENT
Vorige week werd in Nederland Nationaal St. Vincent gevlogen jarenlang de belangrijkste marathon vlucht in ons land. Dit keer stonden er 12.255 duiven aan de start. De race werd met een snelheid van 1343 meter per minuut gewonnen door W. Gielen uit het zuid Nederlandse Breda. Hij had er 10 mee waarvan er 7 prijs wonnen. De tweede duif in de uitslag vloog ruim 100 meter per minuut langzamer. Vrijdag 31 juli worden de Belgische duiven voor hun nationaal concours met een deelname van 6066 duiven in St. Vincent gelost.

JE GROOTSTE CONCURRENT IS JE LEEFTIJD
Sinds mijn 75ste merk ik steeds meer dat ik een oud mannetje wordt. Lichamelijk geeft dat steeds meer problemen, vooral het lopen en eerlijk gezegd heb ik daar ook nog een enorme hekel aan. Laat mij maar fietsen, helaas is dat te eenzijdig. Pijn in de rug komt steeds meer voor en dat is vooral vervelend met het tillen van de manden. Het hok schoon maken kost mij geen enkele moeite. Ik kruip al zo lang ik duiven heb op mijn knieŽn door de hokken en dat doe ik nog steeds met plezier. Trappen lopen is ook niet meer mijn sterkste kant. Het meest vervelende vind ik dat het niet meer gaat zoals ik jaren gewend was. Ik heb het idee dat ik mijn duiven nog steeds verzorg als in mijn sterke jaren en toch gaat het niet meer zo flitsend. De prestaties van de duiven zijn nog steeds goed althans ik ben meer dan tevreden. Ik heb ook veel minder duiven en de wet van de grote getallen speelt ook in de duivensport een belangrijke rol. In mijn topjaren had ik elke dag wel iets in het drinkwater. Op de dag van thuiskomst en ook de dag daarna een ontsmettingsmiddel. Dan twee dagen iets tegen het geel, de week erna ging wat tegen ornithose. Op woensdag en donderdag conditiemix en vrijdag alleen schoon water en met grote regelmaat lag er een teentje knoflook in de drinkbak. De duiven waren altijd luisvrij wat nu niet altijd het geval is en daar wordt de conditie niet beter van. Die kleine akelige beestjes verstoren de nachtrust van de duiven. Verder elke woensdag een bad en aangezien ik 6 afdelingen met duiven heb moet er ook 6 keer een bak gevuld en geleegd worden. Ik betrap me er op dat ik nog wel eens een afdeling oversla iets dat me voorheen niet zou gebeuren. Vaste tijden van verzorgen houd ik vooral bij de vliegduiven aan, dat is heel belangrijk voor een optimale conditie. De medicijnkast blijft zo lang mogelijk gesloten, wel heb ik alle medicijnen voor de meest voorkomende duivenziektes in huis zodat ik direct kan ingrijpen. Ik doe dat niet als een of twee duiven niet goed zijn. Vooral met jonge duiven maak ik korte metten, die doe ik vrij snel weg. Omdat mijn voerleverancier niet altijd het voer in voorraad heeft dat ik al vele jaren het hele jaar door geef ben ik min of meer noodgedwongen op een andere mengeling overgestapt. Het is niet zo veelzijdig maar wel veel goedkoper. Omdat er minder zaden in het voer zitten vul ik dat aan met snoepzaad, verder lijn en hennepzaad plus voedingssupplementen in de vorm van P40 en tovo. De eerste vluchten hebben de jonge duiven in het weekend een medicijn tegen de coli bacterie in het water. De jonge duiven zijn tot 4 juli verduisterd zodat ik ze zonder problemen tot half september kan doorspelen. De oude duiven presteren goed alleen zou ik graag zien dat het prijspercentage wat hoger wordt. Elke week zit ik er heel goed bij maar ik vind dat mijn duiven minimaal 55% prijs 1:4 moet kunnen spelen en dat is niet alle weken het geval. Ondanks dat beleef ik erg veel plezier aan mijn duiven en ben blij dat ik een zoon heb die ook met de duivenbacil is besmet. Hij is veel fanatieker dan zijn vader maar kan het nog steeds niet alle weken van hem winnen. Dat houdt ons beiden scherp.

DE JONGE DUIVEN ZIJN OOK AAN HUN RACE PROGRAMMA BEGONNEN.
Degene die mijn artikel regelmatig lezen zijn op de hoogte van mijn enthousiasme over mijn jonge aanwinsten. Nog nimmer heb ik in de maanden voor de wedstrijden zoveel plezier aan ze beleefd als dit jaar. Kerngezond, trainen dat het een lieve lust is, je ruikt als het ware de supervorm. Ik heb al eens geschreven dat ik er bang van werd zoals mijn jonge duiven zich gedroegen. Als ze dat maar volhouden zei ik meerdere keren tegen mijn vrouw Cora en zoon Marco. De laatste trainingsvlucht was werkelijk “buiten categorie” 24 van de 45 binnen een minuut in de klok geeft enorm veel zelf vertrouwen. De eerste prijsvlucht werd een hele goede uitslag maar ik zag aan de duiven dat er iets aan de hand was. Het felle was er van af, diverse duiven bleven bij thuiskomst buiten zitten en gingen in hun veren zitten pikken dan weet je het zit fout! De volgende dag vrij veel uitgekotst voer in het hok en zelfs een dode duif het was over met de pret. Direct medicijnen tegen coli in het water, de hele week de duiven binnen gehouden en vrij veel klein zaad gevoerd. De duiven waren doodziek maar de vijfde dag zag ik ze opeens opknappen. Uiteraard heb ik ze dat weekend thuis gehouden. Pas op zondagmiddag heb ik ze voor het eerst losgelaten en was natuurlijk ontzettend benieuwd hoe ze zouden trainen wat mij 100% meeviel. Ze komen nu weer twee keer per dag los en vandaag heeft mijn vrouw ze 35 km weggebracht en zijn allemaal weer thuis. Het komende weekend gaan ze mee voor een race over 155 km en dat wordt in ieder geval een spannende strijd tussen vader en zoon. Onze oude duiven gaan naar 400 km.

HET WAS HET WEEKEND VAN VADER EN ZOON BRASPENNING
Vorig weekend stonden er twee vluchten op het programma, een voor de oude duiven en een voor de jonge. Mijn jonge duiven waren niet mee, u weet waarom. Marco had oud en jong mee, hij geeft zijn jonge duiven nog geen keer zien thuiskomen. Hij was met zijn gezin twee weken met vakantie naar zuid Frankrijk en de verzorging van de duiven werd gedaan door vader Bert en een vriend van hem. De eerste jonge duivenvlucht pakte vader en zoon Braspenning 8 duiven in de top-10. Dit weekend werd het zowel in de club als in het samenspel ZCC voor beiden een overwinning. Bert bij de oude duiven en Marco bij de jonge duiven. Voor hem zelfs een super uitslag te beginnen met 1-2-3 en voor mij werd het 1 en 6 bij de oude duiven. Mijn jonge duiven zaten thuis en zijn nu volgens mij weer helemaal okť om een goede uitslag te maken. Erg leuk was het dat bij Marco de nummers 2 en 3 twee nestmaatjes zijn die uit ons nummer 1 favoriete kweekkoppel komen. Mijn winnaar was heel verrassend. Als jonge duif hoorde hij vorig jaar bij de beste maar dit jaar presteerde hij wisselvallig. Wel won hij al een keer de tweede prijs en nu de eerste. Het vreemde is dat hij door zijn buurman iedere dag uit zijn broedhok wordt geknokt. Je zou denken dan heeft hij ook niet zoveel haast om naar huis te komen. De boosdoener vliegt zodra ik in het hok kom snel naar zijn eigen broedhok zodat zijn buurman weer (even) in zijn broedhok kan verblijven. Tijdens het voeren blijf ik wel 15 minuten bij de weduwnaars zitten. Eerst krijgen ze gezamenlijk voer op de vloer, daarna krijgen ze in hun broedhok 2 pinda’s en een snuifje snoepzaad. Zodra ik het hok verlaat wordt mijn eerste prijswinnaar weer uit zijn broedhok geknokt. Op de inkorf dag laat ik hem meer dan een uur samen met zijn duivin en dat is waarschijnlijk voldoende om zo af en toe eens met hoge snelheid naar huis te komen. Je zou zeggen dat de winnaar van het burengevecht extra gemotiveerd is wat echter niet het geval is. Hij vliegt wel steeds prijs maar niet aan de absolute top. Ik ben razend benieuwd hoe de jonge duiven het gaan doen. (wordt vervolgd).

NIET TE SNEL JUICHEN
Wijdewormer, 15 juli 2020
Al vanaf het moment dat de kweek en vliegduiven bij elkaar zaten om aan het kweekseizoen te beginnen verliep alles als vanzelf. Geen vechtpartijen, binnen 14 dagen hadden alle koppels een of twee eieren in het nest liggen. Slechts 2 eitjes onbevrucht en een ei met een deuk er in. De eerste ronde van de kweekduiven groeide prachtig op en waren voor zoon Marco. De tweede ronde ging naar pa en ook die zagen er geweldig uit. Bij zoon Marco was er in maart een vrij onschuldige uitbraak van de coli bacterie, bij mij geen enkel probleem. Vanaf het begin was het voor mij elke dag genieten. Mijn jonge duiven trainden dat het een lieve lust was. Twee keer per dag een uur en als ik ze riep rolde ze over elkaar naar binnen. Ik kan me geen jaar herinneren dat ik zo van mijn jonge duiven heb genoten. Meerdere keren zei ik tegen mijn vrouw en ook tegen Marco; als dat maar goed gaat. Ze deden het zo geweldig dat ik er zelfs een beetje bang van werd. Bang in de zin van als ze maar niets gaan mankeren. Vorige week op de laatste trainingsvlucht klokte ik er 24 binnen een minuut en bij Marco was het exact hetzelfde. Later op de dag hoorde wij dat er vrij veel duiven waren achter gebleven, de onze waren allemaal thuis. Ik was er nog geen een kwijt maar Marco heeft er tijdens zelf wegbrengen drie ingeleverd. Het voorbije weekend kwamen we met 92 jonge duiven aan de start, 45van mij en 47 van Marco. De verwachtingen waren zeer hoog gespannen omdat onze duiven er uit zagen als goudhaantjes. Zaterdagmorgen om 7.45 uur werden ze gelost voor een race over 110 km. Ik kreeg er twee tegelijk en had nog geen duif gezien dus ik dacht bij mijzelf “dat konden wel eens twee hele vroege zijn”. Dat klopte, maar Marco had er twee die nog sneller waren. Toch merkte ik iets aan mijn duiven, ze kwamen niet echt aangestormd maar vlogen naar het hok en hadden geen haast om naar binnen te gaan. Sommigen bleven zitten en gingen in de veren zitten pikken. Er ging van alles door mij heen, ik volde dat er iets niet goed zat en dacht direct aan de coli besmetting. Ja hoor, het was echt raak. Ik had er 21 van de 45 in de prijzen, ze waren allemaal thuis en nog diezelfde avond zag ik al enkele duiven overgeven. Ik heb ze die dag een heel klein beetje voer gegeven en direct de coli kuur in het drinkwater gedaan. De volgende dag lag een van mijn favoriete jonge duiven dood in een hoekje van het hok. Een prachtige schalie doffer waar ik veel van verwachte omdat hij tijdens de trainingsvluchten steeds bij mijn eerste drie duiven arriveerde. Op zondag kon ik duidelijk zien dat meer dan de helft ziek was en nu dinsdag is de ramp compleet. Geen eetlust, in mekaar zitten, veel drinken en hele vieze mest. Echt geen pretje om naar je hok te gaan en dan te bedenken dat ik maanden lang elke ochtend en middag fluitend naar mijn duiven ging. Ik had er ongelooflijk veel plezier in en nu is het afschuwelijk. Ik ben nog nimmer zo enorm teleurgesteld geweest. Zodra ik klaar ben met het schrijven van dit artikel ga ik de duiven nog wat klein voer geven en de drinkbak weer bijvullen met daarin de coli kuur. De duiven komen voorlopig niet los en aanstaande zaterdag kan ik niet meedoen aan de tweede officiŽle vlucht, heel jammer. Nu gaat het om kalm te blijven, de duiven goed te verzorgen en proberen ze aan het eten te houden door drie maal daags een klein portie voer te verstrekken. Vanmiddag doe ik alle jonge duiven in een van mijn leegstaande afdelingen. Ik ga dan hun hok heel goed schoonmaken en daarna met de brander het hele hok bewerken want tegen de brander is geen enkele bacterie of ongedierte bestand. Ik hoop dat ik na drie dagen kan zien dat er enige verbetering in zit. Uit ervaring weet ik dat zodra de duiven weer beter worden de eetlust toeneemt. Ze komen dan weer op krachten en na vijf dagen rust zal ik ze weer loslaten. Wat kan het toch van de ene op de andere dag tegen zitten!

DAAR BEN IK ALTIJD EEN GROTE TEGENSTANDER VAN GEWEEST
In mijn vereniging is enige jaren geleden met meerderheid van stemmen aangenomen dat de jonge duiven voor elke race in zoveel mogelijk manden verdeeld worden. Dat is toen aangenomen omdat we transportmanden hadden waarvan de kleppen bij lossing open sprongen. Het gebeurde ook wel dat van sommige manden de kleppen gesloten bleven waardoor de duiven er niet uit konden. Vooral op korte vluchten kan dat een groot nadeel zijn als jouw duiven toevallig allemaal in die mand zaten. Dus zoveel mogelijk verdelen was niet verkeerd. Er is echter een verschil tussen verdelen en verdelen. Niet iedereen gaat namelijk hetzelfde om met zijn duiven. Er zijn zeer serieuze liefhebbers en er zijn er ook die het allemaal als een aardigheidje zien en daardoor ook niet zo met de gezondheid van hun beesten bezig zijn. Ik ben altijd een Pietje precies geweest en nog. Deze eerste vlucht voor jonge duiven zaten mijn duiven verdeeld in 12 verschillende manden en daar was ik niet blij mee. Waarom mijn jonge duiven nu doodziek zijn kan er niets mee te maken hebben. Misschien zat het er al een beetje onder. Ik heb dat niet kunnen merken want zelfs op de dag van inkorven trainden ze formidabel waardoor mijn verwachtingen zeer hoog gespannen waren. Ik maakte wel een goede uitslag en heb alle duiven terug maar voorlopig kan ik niet meer meedoen. Trouwens het verdelen is niet meer nodig omdat we een ander lossingsysteem hebben, er kan geen klep meer vast blijven zitten.

ZOON MARCO WAS DE GROTE UITBLINKER
Hoe zouden de duiven van Marco deze eerste vlucht presteren? Ze toonden in een geweldige conditie te zijn. Ook op zijn hok zat zaterdag min of meer een probleem. Hij is een week voor de eerste officiŽle vlucht met zijn gezin op vakantie naar zuid Frankrijk gegaan. Vader Bert heeft iedere morgen de duiven verzorgd en een vriend van hem deed dat aan het einde van de middag. Benieuwd dus naar de prestaties en die waren geweldig. In onze vereniging ging als volgt: Marco 1-2-5-6-10 en 14 bij de eerste 20. Ik begon met 2-3-7. De mijne zijn inmiddels zwaar ziek van de e-coli besmetting en die van Marco mankeren niets terwijl die ook over verschillende manden verdeeld waren. Dus aanstaande zaterdag hebben we weer een race en wederom spanning maar die van mij blijven thuis.

UITBLINKERS MET DROOM UITSLAGEN
Ik heb eens gekeken wie in Nederland de uitblinkers van het voorbije weekend waren. In Zeeland (1) de Gebr. Dekker met 2-3-4-6-7 tegen 3224 duiven; Oost-Brabant (3) M. van Erp tegen 5600 duiven: 1-2-3-5-6-7-8. In Zuid-Holland (5) maakte de familie van der Merwe tegen 17.629 duiven een verpletterende uitslag. Peter begon met 1-2-5-8-10, Naomi 3-4-7-9 en Gwen 6-11-12-13. In Noord-Holland (6) wederom een overwinning voor vader & zoon Kat zij zijn dit jaar echt “buiten categorie”. Ze beginnen met 1 en 2 tegen 6300 duiven. In Oost-Nederland (10) werd de Comb. Van Rooij tegen 7300 duiven: 4-5-6-9-11. In Noord-Oost Nederland deed de Comb. Vredeveld-Leemhuis van zich spreken door tegen 8100 duiven te beginnen met 1-3-11-13 met 43 van de 59 in de uitslag en hun eerst getekende voorop, in een woord formidabel.

HET IS BIJNA WEER ZOALS WE GEWEND WAREN
Wijdewormer, 8 juli 2020. Je merkt aan de mensen dat de versoepeling betreffende de Corona epidemie voor velen een welkome verrassing is. Vanaf half maart was het leven niet meer zoals het was. Alles werd opeens heel anders, ook de mensen veranderde en mede doordat er geen enkel sportevenement mocht doorgaan raakten de mensen geÔsoleerd. Allerlei noodmaatregelen werden getroffen. Het waren drie akelige maanden die we niet gauw zullen vergeten. Het vele leed heeft zijn sporen nagelaten. De economie, de gedwongen ontslagen, de noodzakelijke financiŽle hulp om bedrijven op de been te houden en het is vervelend te moeten constateren dat we voorlopig nog niet uit de zorgen zijn maar…. we gaan de goede kant op. Het dagelijkse leven zoals we dat gewend waren komt langzaam weer op gang en als ik naar de duivensport kijk is het inmiddels hoogseizoen. De duivenmolen draait weer op volle toeren. De kantines in de clubgebouwen zijn weer open maar de anderhalve meter afstand blijft nog wel gehandhaafd en het inkorfprotocol zal denkelijk de rest van het seizoen ook gehandhaafd moeten blijven. In ieder geval is er weer elk weekend duivensport. In BelgiŽ zijn vorige week al de eerste twee nationale concoursen vervlogen een uit Limoges en de andere uit Chateauroux. Twee klassieke lossingplaatsen voor de liefhebbers van de eendaagse fond vluchten. In Nederland is slechts een nationaal concours maar in BelgiŽ grossieren ze er in. Zelf ben ik geen fond liefhebber daarom vind ik het jammer dat door de reeks Belgische fond vluchten het beeld met Nederland scheef getrokken wordt. Het is alsof Nederland geen nationale winnaars heeft en BelgiŽ wel. In BelgiŽ is het al gauw een nationale of semi nationale vlucht. Voor de eer of voor de commercie dat mag u zelf invullen.

DE JONGE DUIVEN GAAN OOK VAN START
Vandaag hadden we de eerste en tevens de laatste trainingsvlucht met onze hele kring. Onze afdeling bestaat uit 5 kringen en de duiven werden vandaag per kring gelost. Komende zaterdag gaan alle Noord-Hollandse duiven tegelijk los. De afstand die ze moeten afleggen is gemiddeld 110 km, het zal dus heel spannend worden want de hele meute zal voor een groot deel tegelijk arriveren dus snel binnenkomen is een eerste vereiste. Het gaat om tienden van secondes en in tijd van een paar minuten is het concours gesloten. De wind staat zaterdag noordwest (schuin tegen), dat is voor mij gunstig. Verder droog weer en een temperatuur van 20-22 graden. Prima duivenweer ook voor de oude duiven die vanuit Pont St. Max. Frankrijk komen, ze hebben 400 km voor de boeg. De trainingsvlucht voor de jonge duiven van voorbije zaterdag was een vluchtje van nog geen 60 km. De weersomstandigheden waren prima, om 9.45 uur mochten ze er uit en na 40 minuten vliegen hing er een hele wolk duiven boven mijn hok. In een minuut tijd vielen er 24 van de 45 binnen. Eigenlijk te mooi of te makkelijk ze zullen er weinig van geleerd hebben. Wel geeft het vertrouwen voor aanstaande zaterdag, dan gaat er om en als je ze zo krijgt als vandaag leef je met een gerust geweten naar de eerste echte krachtmeting toe.

LIEFHEBBERS KLAGEN
Dat is eigenlijk niets bijzonders, het zijn trouwens meestal dezelfde die wat te janken hebben. Bij die mannen is het nooit goed of het deugd niet. Als het niet goed loopt is het altijd de schuld van een ander en dat is juist de fout die de meeste liefhebbers maken. Zoek het altijd bij je zelf. Geef alle dagen je ogen goed te kost en observeer alles wat je maar kunt observeren daar leer je ongelooflijk veel van. Aan de duiven kun je zien hoe de zaak er voor staat. Duiven die strak zitten, krijtwitte neuzen en droge ogen hebben mankeert niets aan. Als er ook geen veertje verkeerd zit is het nog beter. Kijk ook eens naar het borstvlees, dat moet vrij van schilfers zijn en een mooi roze kleur hebben. Voel dan ook gelijk even aan de poten, als die warm aanvoelen is het prima gesteld met uw duiven. De duiven moeten rondom het hok graag trainen en als ze landen moeten ze niet als standbeeldjes stil zitten, ze moeten levendig zijn en dat zijn ze zeker niet als ze te zwaar zijn. Jonge duiven geef je gauw te veel voer. Ik heb al meer geschreven dat een groot kampioen ooit tegen mij zei; schrijf met grote letters VERGIF op je voersilo want je geeft er oh zo gauw te veel van. Hij heeft nog steeds gelijk. Er zijn er diverse soorten voer, het een is zwaarder dan het andere. De meeste jonge duiven vluchten zijn onder de 450 km, dus heel zwaar voer hebben ze echt niet nodig. Zelf kies ik al minstens 40 jaar voor een veelzijdig soort voer. Hoe groter de diversiteit hoe beter ik het vind. Voeren is voor mij een serieuze zaak, ik deel het voer als het ware beetje bij beetje uit. Ik neem daar echt de tijd voor. Met die manier van voeren heb ik grote successen behaald, maar ook slechte uitslagen gemaakt. Toch wijk ik niet van mijn systeem af want gemiddeld ben ik meer dan tevreden over de resultaten die mijn duiven in de afgelopen 50 jaar hebben behaald. Een veel gemaakte fout is als de resultaten tegenvallen af te wijken van je voer en verzorgingssysteem, vooral als er veelal goede uitslagen worden gemaakt. Mochten vanaf het begin van het seizoen de resultaten tegenvallen dan moet er ingegrepen worden. Een goede raad is om niet zelf voor dokter te gaan spelen maar raadpleeg een deskundig liefst gespecialiseerde duiven arts. Wees voorzichtig met duiven die enkele keren te laat komen terwijl ze daarvoor wel goed presteerden. Die mankeren iets en de kans dat ze achter blijven is groot.

VERDUISTEREDE JONGE DUIVEN DIE TOCH RUIEN
Dat komt op vrijwel alle hokken voor. Ik heb dat gezien op andere hokken, opvallend was het dat die mannen hun hokken helemaal donker maakten je kon geen hand voor ogen zien. Verduisteren wil niet zeggen dat het echt helemaal donker moet zijn. Schemerig is voldoende en met een beetje goede wil moet je zelfs de krant in het hok kunnen lezen. Net als voorgaande jaren heb ik tot en met het eerste weekend van juli de jonge duiven verduisterd. Dat doe ik om de pennenrui tegen te gaan en ik heb er goede ervaring mee ik denk zelfs dat ik daarmee de coli bacterie buiten de deur houdt. Toen ik deze week mijn jonge duiven kritisch bekeek zag ik tot mijnverbazing zelfs een jong dat al vijf pennen had gegooid. Die duif was wel twee dagen weggeweest en daardoor denkelijk met de rui begonnen en gewoon doorgegaan. Er zijn er verschillende die al een nieuwe pen hebben en daarna stil zijn blijven staan. Hoe het ook zij we gaan zaterdag beginnen wel of niet met een volle vleugel, ze moeten mee.


DUIVENSPORT, HOE LANG NOG?
Wijdewormer, 1 juli 2020. Graag neem ik u nog even in vogelvlucht mee door duivenland. Ooit begonnen als elitaire sport en inmiddels al ruim 100 jaar een geweldig vermaak voor de gewone werkman. Ik zie nog de tekeningen van en man met een mand met duiven op zijn rug op weg naar de lossingplaats. Hoe ver? Dat kan nooit ver geweest zijn. Later werd voor het vervoer de hondenkar in gebruik genomen. Daarna volgde paard en wagen. Vrij lang is er gebruik gemaakt van de trein en daardoor werden er vluchten over langere afstanden mogelijk. De stationschef was de verantwoordelijke man voor de lossingen. De duiven zijn vele jaren vervoerd in rieten manden, volgens mij beter dan de tegenwoordige aluminium of kunststof boxen. Aan het transport en de verzorging werd steeds meer aandacht besteed. Het welzijn van de duiven ging een rol meespelen.

STEEDS MEER LEDEN
De duivensport werd steeds populairder en kende naast een groeiend aantal leden ook een groeiend aantal supporters, het werd echt dorpsvermaak. Duivenliefhebbers hadden lopers in dienst om de rubberen concoursring zo snel mogelijk naar het plaatselijke cafť te brengen. Ook gebeurde het wel dat men zelf de duif naar het cafť moest brengen. Daar stonden genummerde kooien zodat degene met de eerste duif die in kooi 1 kon zetten de tweede in kooi 2 enzovoort. Nadat alle deelnemers hun eerste drie aankomende duiven hadden binnen gebracht was ook meteen de uitslag bekend. Het was na een week hard werken een spannend gezelligheidsspel maar men wilde meer. Voor het vervoer kwamen de vrachtauto’s met daarin een paart duizend duiven in beeld. Door het transport over de weg kwamen er meer verschillende lossingplaatsen waarvan het Belgische Quievrain al vele jaren de allerbekendste is. Het hele jaar door worden vandaar de Belgische snelheidsvluchten gespeeld. Speciale duivencabines werden ontwikkeld, de lossingsystemen werden professioneler en het aantal liefhebbers groeide met de dag. De duivenkranten meldde in een speciale rubriek wekelijks hoeveel nieuwe liefhebbers zich hadden aangemeld. Er kwamen er zelfs zoveel dat er vanwege de huisvesting steeds meer nieuwe clubs werden opgericht.

LEDENSTOP
Ik kan me zelfs nog een leden stop herinneren omdat de clubs het aantal leden niet meer konden bergen. Het geldspel deed zijn intrede en dat hield in dat de selectie van de duiven daardoor steeds strenger werd. Ik hoor mijn vader nog zeggen; er is hier geen plaats voor kostgangers. Onze duiven moesten hun eigen plek verdienen. Het ging om kleine bedragen en op die manier waren er liefhebbers die met de gewonnen centjes een deel van hun hobby konden betalen. Duivensport groeide uit tot een zeer sociale sport. Door onderling duiven te ruilen hielpen de liefhebbers elkaar op weg. Ze gingen bij elkaar op bezoek en maakte elkaar wegwijs. Door het groeiende aantal verenigingen werden er samenspelen opgericht die soms wel uit meer dan 25 verenigingen bestonden en dat waren geen verenigingen zoals nu, ze waren vele malen groter. Omdat de duivensport er voor de gewone man was werden er nimmer grote aantallenduiven ingezet, verreweg de meesten kwamen met een handjevol duiven. Tachtig jaar geleden werd het weduwschap spel met alleen doffers steeds populairder. In die tijd dacht men dat doffers veel sterker waren dan de duivinnen. Een ander voordeel was dat je elke week de doffers kon spelen, dus minder kosten. Het traditionele nestspel kwam bij de meeste liefhebbers te vervallen, de duivinnen waren van ondergeschikt belang en werden vaak onder zeer slechte omstandigheden gehuisvest. Alle ogen ware gericht op de doffers. Er kwamen steeds meer vluchten, meer kampioenschappen en er weer meer geld ingezet. De elektronica deed zijn intrede en zorgde voor een totale verandering. Het bedrijfsleven kreeg door dat de groep duivenhouders alsmaar groeide. Er kwamen diverse soorten voer die door verschillende bedrijven op de markt gebracht werden. Er kwamen gespecialiseerde duivenartsen met een eigen medicijnlijn, de commercie vierde hoogtij. De Belgische duivensport was wereldwijd het meest populair.

GROOTHEDEN
Er waren Belgische duivenhouders die uitgroeiden tot grootheden. Nee niet vanwege advertenties maar vanwege hun jarenlang opvallend sterke spel. Namen als Gebr. Janssen, Tournier, Van Loon, Verstreate, Delbar, Vanhee, Bostijn klonken de liefhebbers als muziek in de oren. Hun duiven waren door de geleverde super prestaties zeer gewild. Vanuit de hele wereld was er een enorme belangstelling voor hun duiven. Er werden duivenkweekstations opgericht om ook een graantje mee te pikken. Elke winter waren er zaalverkopingen waar heel veel melkers op af kwamen. Voor zeer kleine bedragen veranderde duiven van eigenaar. Het was gezelligheid troef en je kon elke duif voordat die verkocht werd in de hand nemen. Tegenwoordig zijn er op internet super commerciŽle duivenmakelaars met zeer aantrekkelijke verkoopsites waarop duiven in kleur als standbeelden staan afgebeeld en om het nog lekkerder te maken staat er een aparte forto van het oog en de vleugel bij. Daarbij hoort natuurlijk een in 4 kleuren uitgevoerde stamkaart waarop meerdere keren dezelfde prestaties zijn af te lezen. Wat moet je met dergelijke papieren duiven? De namen van toen zijn verdwenen en inmiddels krioelt het van de omhoog geschreven namen van liefhebbers die hokken vol duiven hebben om als het even kan wel drie of nog meer keren per jaar een verkoop te houden. Het vreemde is dat fond duiven over het algemeen het meeste geld opbrengen terwijl daar de minste liefhebbers aan mee doen. Iedereen speelt de kortere vluchten waaraan vele duizenden duiven meedoen en juist die duiven zijn gemiddeld het minste waard. De echte duivenkenners zijn een uitstervend soort. Het gaat tegenwoordig om mega hokken, advertenties en verhalen over duiven die alleen maar supers vererven. Soms zie je verkopingen van meer dan 100 duiven die allemaal meer dan 3000 euro opbrengen. Als er tussen die honderd nu eens 15% echte goede zitten, ik vraag me af waar die man woont die 15 toppers op zijn hok heeft, dan zitten er ook 85 bij van een veel mindere kwaliteit en om daar dan zo een klap geld voor te betalen moet je aardig gehersenspoeld zijn. Maar goed iedereen mag nog steeds zelf bepalen wat hij voor zijn duivenhobby over heeft. Het is wel een van de redenen waarom er jaarlijks zoveel liefhebbers afhaken.

KLEINE CLUBS
De meeste verenigingen bestaan nog uit een tiental leden die niet meer aan elke vlucht meedoen omdat het vliegprogramma veel te uitgebreid is. De vervoerkosten rijzen de pan uit, het voer is veel te duur en een bezoekje aan de dierenarts kost je al gauw 100 euro want je gaat daar nooit met lege handen de deur uit. In de dierenspeciaalzaken is tegenwoordig meer in eten, bijproducten, vitamines, pillen, elixers en noem maar op. Een nieuw fenomeen zijn de een hok races. Voor mij geen enkele sportieve waarde. Duiven spelen moet je zelf doen en in eerste instantie tegen je eigen dorps of stadgenoten. Een hok races zijn voor gokkers, je kunt wellicht veel beter een lot van een grote nationale loterij kopen. De te winnen bedragen zijn daar veel groter en uiteindelijk veel goedkoper. Als ik zie wat de inleg is voor een paar duiven die je wilt inzetten voor een zo’n race dan mag je er wel een krantenwijk bij nemen om dat te kunnen bekostigen. Ooit was de duivensport een elitaire sport en daar zijn we weer mee bezig om op die manier de sport te beŽindigen. Ruimte voor de kleine man is er bijna niet meer. Zij vervullen alleen een figurantenrol ten faveure van de commerciŽle grootheden. Het renpaard van het luchtruim van de kleine man bestaat straks niet meer, over niet al te lange tijd is het een ezel en daar hebben we er al zoveel van in duivenland.

SOMS HANGT ONZE HOBBY VAN TELEURSTELLINGEN AAN ELKAAR
Wijdewormer, 24 juni 2020. Om 7.00 uur gingen de duivinnen er uit en toen ik daarna de woonkamer binnenkwam stond de tafel gedekt met een uitgebreid feestelijk ontbijt vanwege mijn 83ste verjaardag. Zonder meer een geweldige verrassing. Daarna even vlug de krant doorgenomen want om 8.00 uur moeten de doffers een uur trainen en worden de duivinnen verzorgd. De jonge duiven moeten vandaag binnen blijven en dat heeft een reden. Degene die wekelijks mijn column lezen kennen mijn enthousiasme over mijn jonge duiven. Het is werkelijk formidabel hoe die beesten twee maal daags een vol uur trainen. Het loopt zo goed dat ik af en toe denk “als dat maar goed afloopt”. Nee dus. Zondag waren ze voor een trainingsrit van 35 km weggebracht. Daarvoor had ik ze al van 9 tot 10 uur bij huis laten vliegen. Om elf uur gingen ze de mand in. Het weer was prima, een paar donkere wolken plus af en toe vrij sterke windvlagen wat geen probleem moest zijn. Mijn vrouw was al geruime tijd thuis toen ik nog steeds geen veer thuis had. Na ruim 5 kwartier vliegen kwam de hele meute met de bekken open thuis. Ik had de klok aangezet en van de 45 stonden er 43 op de teller. Twee waren er denkelijk over de rug van een ander naar binnen gedoken zodat de antenne hen niet had geregistreerd. In het hok was het voor de drinkbak een gedrang van jewelste. Ik heb de jonge duiven nog nooit zo dorstig gezien. Ik heb een drinkbak van 60 cm breed waar ze door spijltjes drinken. Ongelooflijk in een recordtijd was de bak met 2 liter water zo goed als leeg zo’n dorst hadden ze het leek op een soort stress. Ik zag direct dat er iets niet in orde was. Pas halverwege de middag ben ik weer even gaan kijken en de meesten zaten nog steeds niet fris. Ik heb ze die dag weinig eten gegeven. De volgende morgen zagen ze er op het oog goed uit en heb ze losgelaten. Had ik dat maar niet gedaan. Na 20 minuten zaten ze allemaal weer op het hok. Toen ik ze om 10 uur riep om te eten bleven er 9 buiten zitten en die hebben de hele dag buiten gezeten. In het hok waren er drie die het voer uitkotsten. dan weet je genoeg. Direct coli kuur van Dr. van der Sluijs in het water, heel weinig voer en tot en met woensdagmorgen vastgehouden. Wat ik de rest van de week doe kan ik nu nog niet zeggen maar mijn enthousiasme is momenteel tot bijna nul is gedaald. Helaas heb ik die ellende al meerdere keren meegemaakt en mijn ervaring is dat het meestal erger lijkt dan het is. Ik hoop tenminste dat ik op tijd de kuur heb toegediend waardoor de vieze mest achterwege blijft. Als de hele familie besmet raakt en enkele dagen van die vieze slijmerige groenachtige mest produceert is verblijf op het hok voor de baas geen pretje. Die ellende hoop ik voor te blijven.

MEESTAL GEEN NADELIGE GEVOLGEN
Als de duiven het ergste achter de rug hebben herstellen ze ook weer snel. Mijn ervaring is dat ze binnen 10 dagen alweer volop trainen. Ik heb het wel meegemaakt dat ik er zeker van was dat mijn jonge duiven niet mee zouden kunnen. De eerste vlucht overgeslagen en de week daarna elke dag met de duiven op stap. Niet verder dan 20 km. De tweede vlucht was redelijk en vanaf de derde vlucht stond er werkelijk geen maat op. Dus beste sportvrienden; bij coli niet de moed opgeven maar rustig blijven, niet overdadig voeren, paar dagen rust en dan komt het zeker weer voor elkaar. Zelf verduister ik de jong duiven tot het weekend van 4 juli. Ik ben in de maand juni terug gegaan van 13 uur verduisteren naar 11 uur. Ik weet niet of het helpt maar de laatste drie jaar heb ik geen last gehad en nu denk ik dat het meevalt en misschien hebben ze helemaal geen coli. Het leek er wel op en daarom ben ik direct gaan kuren en heb geen risico genomen. Denkelijk stop ik na 5 dagen kuren, ik zal dat per dag zeer serieus bekijken want op 11 juli moeten ze er staan.

IEDEREEN HEEFT GENOTEN
Voordat bij mijn jonge duiven het pechduiveltje had toegeslagen konden we zaterdag genieten van de spectaculaire aankomsten van de oude duiven. De onze waren in het Franse Peronne (313 km) om 9.30 uur losgelaten, eerder kon niet vanwege de regen. Ik vond het jammer dat we de duiven al op donderdag moesten inzetten. Als fervente snelheidsspeler gaat mijn voorkeur uit naar de wedstrijden met een nacht mand. Natuurlijk moeten ze met grotere afstanden langer in de manden verblijven maar indien niet strikt noodzakelijk gaat mijn voorkeur uit naar een nacht mand. Liever wat later lossen dan een nacht (onnodig) extra in de mand. Het werd voor iedereen een perfecte vlucht. Perfect wat de aankomsten van de duiven betrof. De duiven vlogen op zeer grote hoogte en het was een genot om te zien met wat voor een snelheid ze met de vleugels tegen hun lijf naar beneden doken. De wedstrijd verliep snel, binnen 12 minuten waren alle prijzen verdiend en in precies dezelfde tijd had ik alle 19 duiven thuis. Wie ik ook sprak, iedereen had genoten van adembenemende aankomsten en dan maakt het op dat moment niets uit of je vroeg of laat zit. Af en toe houd je je hart vast als de duiven zich met zulke hoge snelheden als een steen naar beneden laten vallen en op tijd weten te remmen. Vroeger had ik een duif die ik de Langnek noemde. Hij won in vier weken tijd drie keer de eerste. Het was in de tijd van de gummiringen. Ik speelde met 16 weduwnaars en de ramen van het hok stonden helemaal open zodat de weduwnaars in een keer naar binnen konden duiken. De Langnek zijn broedbak zat precies tegenover het invliegvenster, hij wist dat omdat hij elke dag twee keer door dat venster naar binnen dook. Van twee vluchten kwam hij zo hard aan dat hij tegen de achterwand van zijn broedhok klapte. Prachtig om mee te maken, maar het was wel elke keer even schrikken. Zo was dat voorbije zaterdag op vele hokken het geval maar helaas staan nergens meer de ramen helemaal open. Zo lang we met de chipringen werken zijn de spectaculaire aankomsten verdwenen. Gelukkig geeft de elektronica ook de nodige mooie momenten. De tijd van de gummiringen vond ik spannender, de duif moest eerst helemaal binnen zijn voordat je hem van zijn gummiring kon ontdoen en te klokken. Nu worden er tientallen in enkele secondes geklokt, dat was voor 2000 onmogelijk.

VERSOEPELING CORONA PROTOCOL
In Nederland gaan we de goede kant op. Morgen worden weer nieuwe versoepelingen bekend gemaakt. Maar goed ook want de mensen zijn bijna niet meer in toom te houden. Respect voor hen die alles in goede banen leiden en dank aan onze bestuurders dat zij voor elkaar hebben geregen dat we onze sport weer kunnen beoefenen. Ik ben er erg blij mee net als de rest van alle duivenmelkers.

VLUCHTEN MET OOST IN DE WIND ZIJN ALTIJD VERRASSEND
Wijdewormer, 17 juni. Ik had het al voorspeld; de keer op de eerste officiŽle vlucht van dit seizoen geen vroege klassering en helaas kwam dat nog uit ook. De hele week werd er noordoosten wind voorspeld. Vrijdagavond veranderde dat in zuid en uiteindelijk gingen de duiven zaterdag om 8.00 uur met een kalme tot matige zuidoosten wind op weg naar Noord-Holland. De lossing vond plaats in de wereldberoemde Belgische lossingplaats Quievrain, voor mij ruim 240 km. Het was prachtig weer, niet te warm, blauwe lucht, witte wolken en dan die gluiperige zuidoosten wind. Zo lang ik met duiven speel, en dat is al heel lang, heb ik nog niet anders meegemaakt dat zuidoosten wind zorgt voor verliezen en vaak ondanks de hoge snelheden een lange concoursduur met verassende aankomsten. Dat komt mede doordat onze afdeling al jaren geleden als vliegrichting voor de zuidwest lijn heeft gekozen. Door de zuidoosten wind vliegen onze duiven dan in een recordtijd boven de Noordzee en dat kan vervelende gevolgen hebben. Doordat de meeste duiven van onze afdeling aan de westkant wonen is de trek van de duiven overwegend aan die kant. Hier geldt dus duidelijk de wet van de grootste getallen! Dat was deze eerste vlucht duidelijk te zien aan de uitslag. Wij oostelijk gelegen liefhebbers werden volkomen weggespeeld. Door de hoge snelheid, niet zo hoog als menigeen vooraf gedacht had, waren de verschillen in aankomsttijden niet zo groot. Onze concoursduur was dit keer 20 minuten en dat is bij een ZO wind wel eens anders geweest. Wij oude rotten weten maar al te goed dat ZO wind vooral voor jonge duiven vaak dodelijk is, massale verliezen! Zoiets went nooit en toch trappen we er elke keer in om mee te doen omdat het spelletje nu eenmaal zo leuk is.

WIND BEPAALT DE TREK VAN DE DUIVEN
Zo keek ik deze week naar het Zuid Hollandse concours waar 37.800 duiven aan de start stonden. De ZO wind zorgde er voor dat op de kortste afstand aan de Noordzee kust de snelste duiven vielen, De concoursduur was 31 minuten wat betekent dat er dan 9500 duiven thuis zijn. Het betekent ook dat er dan nog 26.000 onderweg zijn en daarvan ontbraken er zaterdagavond nog een flink aantal. Dat was ook het geval in onze afdeling. Toch is er een verschil in de trek van de duiven bij ZO wind. In het vroege voorjaar is het glashelder aan de kust, des te verder we in het jaar komen des te meer kans op zeedamp waardoor de trek meer landinwaarts is. Zo kon het gebeuren dat ik als oostelijk wonende liefhebber in de tweede helft van het seizoen drie keer binnen vier weken de snelste klokte bij zuidoosten wind. Reden? Topconditie en …… aan de kust was er zeer slecht zicht door het afkoelende warme zeewater. Zo kun je als duivenliefhebber ook wel eens het geluk aan je zijde hebben. Voor mij zijn de concoursen met noord westen wind het meest gunstig om mooie uitslagen te maken. Het zou echter niet goed zijn als het altijd maar noord westen wind zou zijn. Hoe meer verschillende weertypes des te meer verschillende winnaars en dat is belangrijk voor onze sport. Vluchten met een rampzalig verloop zit niemand op te wachten t. Dus beste sportvrienden nooit klagen of mopperen als je eens een flinke draai om je oren krijgt. Bedenk dan dat er die dag mensen zeer gelukkig zijn omdat ze een vroege duif in de klok hadden. U kent ongetwijfeld de uitdrukking: “Ander weer, andere winnaars!”

VEEL WERK VOOR WEINIG MENSEN
Heerlijk gevoel dat onze duiven weer wekelijks hun wedstrijden vliegen. Het is echter nog heel bewerkelijk om de duiven in de manden te krijgen. Slechts een drietal werkers mogen in het lokaal en vooral nu aan het begin van het seizoen krijgen zij veel duiven door hun handen. Een klus die door het Cocid-19 protocol zeer tijdrovend is. De andere leden moeten buiten wachten en gaan, nadat zijn of haar duiven in de mand zitten, direct weer huiswaarts. De gezelligheid is er nog niet en ik vraag me af of die dit jaar nog terugkomt. We kunnen daar zelf veel aan doen door ons vooral aan de voorschriften te houden en daar waar mogelijk mee te helpen. Binnenkort beginnen ook de wedstrijden met jonge duiven. Daar zijn er nu nog heel veel van en hopelijk blijft dat zo. Momenteel zijn alle liefhebbers druk met het zelf trainen van hun nieuwe kampioenen. Ze dromen van een goed seizoen, zeker als hun jongen duiven zich zo gedragen dat ze er alle vertrouwen in hebben. Helaas heb ik ook al diverse liefhebbers gesproken waar het niet loopt zoals ze graag zouden zien. Ik kreeg iemand uit het hoge noorden aan de telefoon wiens duiven totaal niet willen vliegen. Ze moeten het hok uitgejaagd worden en dat zegt al heel veel, dan mankeert er zeker iets aan. Als de klep van het jonge duivenhok open gaat moeten ze er binnen enkele seconden allemaal uit zijn en als je ze dan even later na wilt kijken moet je geen duif meer zien. Als ze dan na een klein half uur weer boven het hok komen dan weet je dat het goed zit. Zodra de duiven er uit zijn ga ik direct kijken hoe het met de mest is. In een oogopslag bekijk ik alle zitplaatsen en als ik dan allemaal mooie kleine mestbolletjes zie liggen met daarop een enkel donsveertje dan val ik op mijn knieŽn en begin fluitend het hok schoon te maken. Helaas is dat niet overal het geval. De coli bacterie slaat ook weer toe, veelal op hokken waar gestopt is met verduisteren. Het zijn veelal dezelfde hokken. Oorzaak is dat de kolonie niet sterk genoeg is om afweerstoffen te produceren. Komt dit door slordigheid, is de hygiŽne een van de oorzaken of is het misschien te veel rommelen met antibiotica? Kun je er door jaarlijks streng op coli te selecteren vanaf komen? Het is nog steeds raadselachtig. Zelf houd ik het er op dat door de duiven goed te observeren veel ellende voorkomen kan worden. Direct verantwoord ingrijpen is een eerste vereiste, niet wachten tot morgen maar a la minute het probleem aanpakken. Daarom is het goed dat we kunnen onderscheiden over welk ziektebeeld het gaat. Daarmee bedoel ik niet dat we zelf te veel doktertje gaan spelen. Maar snel kunnen zien dat er iets aan mankeert moet een eigenschap van iedere melker zijn. Weten wanneer je wel of niet direct naar de duivendokter moet gaan. Al dat medicijngebruik heeft het er niet beter opgemaakt. Een aantal jaren geleden was het normaal dat we met de hele vereniging aan mestonderzoek deden. Dat deden we twee keer per jaar. De eerste keer ruim voordat het seizoen met de oude duiven begon en de tweede keer voordat we met de jonge begonnen. De uitslag van de veearts werd op het prikbord gehangen zodat iedereen kon zien bij wie het wel of niet in orde was. We vertellen immers ook aan elkaar wanneer huisgenoten ziek zijn waarom dan niets zeggen over de duiven. Door het mestonderzoek was er ruim voldoende tijd om medicijnen toe te dienen zodat we met de hele club aan het begin van het seizoen met gezonde duiven aan de start kwamen. Door het verplichte mestonderzoek waren de liefhebbers veel serieuzer met hun duiven bezig. Mestonderzoek is niet zaligmakend maar blijft te allen tijde een momentopname en dat is altijd beter dan helemaal niets te doen.

DIT MOET EEN VERGISSING ZIJN
Wijdewormer 10 juni. Vorige week werd de Nederlandse duivensport verrijkt met een nieuw negenkoppig NPO bestuur. De vergadering werd desondanks geleid door de min of meer weggestuurde voorzitter Maurice van der Kruk. Een man die zichzelf graag hoort praten en in zijn korte zittingsperiode diverse bestuurlijke functies op zich heeft genomen en helaas weinig tot niets heeft toegevoegd aan de in crisis verkerende nationale organisatie. Aan mensen die zichzelf geweldig vinden heb je meestal helemaal niets. Tijdens deze ledenraad kwam nog eens de onervarenheid van de paar zittenblijvende bestuurders, die pas een korte periode meelopen, naar voren. Deze onervaren mensen hebben om onbegrijpelijke redenen gezorgd dat hun scheidende voorzitter onderscheiden werd met de Gouden NPO speld. Waarom? Normaal gesproken wordt zo een belangrijke onderscheiding uitgereikt aan bestuurders die zich vele jaren verdienstelijke hebben ingezet voor de Nederlandse duivensport. Sorry, maar daar is in dit geval absoluut geen sprake van.

DE OFFICIELE START
Vorige week heerste er een hoera stemming omdat bekend werd gemaakt dat er weer in competitie verband gevlogen gaat worden. Als laatste opende BelgiŽ haar grenzen waardoor er nu ook weer in dat land duiven gelost mogen worden. Ook de Belgen zelf waren blij verrast dat zij eindelijk met hun geliefde sport kunnen beginnen. BelgiŽ is nog steeds duivenland nummer een met heel veel supporters. Helaas loopt ook daar het aantal actieve liefhebbers met rasse schreden terug. Voor hen die nog steeds van het spelletje houden zijn er voldoende mogelijkheden om weer wekelijks van de aankomsten te genieten. Ook in Nederland is een nationaal programma in elkaar gezet en de Nederlanders kennende is er commentaar. Wat je ook doet en hoe je het ook doet er zijn altijd voor en tegenstanders. De enige die wat te mopperen zouden kunnen hebben zijn de vitesse spelers omdat zij een aantal vluchten noodgedwongen moeten inleveren. Inmiddels ligt er een voorstel om naast de eerste drie vluchten voor jonge duiven ook oude duiven in te zetten zodat de snelheidsmannen toch aan 6 vluchten komen. Gelijk gingen er stemmen op dat oud en jong dan niet tegelijk gelost mogen worden wat met de natour altijd gebeurt. We zullen begrip moeten tonen voor het geÔmproviseerde programma. Mij maakt het niet zoveel uit, elke week spel is het belangrijkste en er van uit gaande dat duiven meer kunnen dan wij denken ga ik met een goed gevoel aan de hopelijk spannende en sportieve strijd beginnen. Als ik mag kiezen gaat mijn voorkeur zeker uit naar twee aparte lossingen vanaf dezelfde lossing plaats. Dat zijn dan twee aparte vluchten en dus ook twee keer spanning.

VLUCHTVERLOOP
Omdat er afgelopen weken trainingsvluchten zijn gehouden uit verschillende windrichtingen was het verloop van die vluchten niet overal het zelfde. Degene die uit zuidwestelijke richting speelden hadden windvoordeel terwijl zij die uit het oosten koersten de wind vol tegen hadden waardoor er mogelijk wat meer achterblijvers waren. Dat de vluchten zijn begonnen kan ik goed merken aan de vele vreemde duiven die ik dagelijks tussen mijn duiven aantref. Gister had ik er zelfs vier en alle vier broodmager, alsof ze weet ik niet hoeveel kilometers achter de vleugels hadden. Ik kan me niet voorstellen dat duiven na twee dagen zo kunnen vermageren. Ik heb ze maar in het vreemdelingen hok gezet en zal ze vrijdagmorgen een eindje wegbrengen zodat ze hopelijk vrijdagmiddag hun thuishaven hebben bereikt. Meer kan ik er niet aan doen. Duiven aanmelden ben ik al lang afgeleerd, ik heb daar hele slechte ervaringen mee. De vaak onbeschofte antwoorden die je van liefhebbers krijgt hebben mij ontmoedigd nog langer te melden. Vorig jaar sprak ik een liefhebber die zijn duif al meer dan een jaar kwijt was. Hij had het lef om te zeggen “je zult er wel flink wat jongen van hebben gekweekt als je me 250 euro overmaakt zal ik het eigendomsbewijs sturen”. Ik heb de telefoon toen maar zachtjes neergelegd. En dan hebben we het nog niet gehad over hoeveel liefhebbers als antwoord gaven; sla maar dood, daar heb ik toch niets meer aan. Zelf zal ik altijd de duif ophalen of laten ophalen, ik ben nog steeds gek met mijn duiven. Ik ben niet sentimenteel, we zullen allemaal duiven weg moeten doen en er zijn leukere dingen te bedenken. Maar iemand laten zitten met jouw eigendom en dan ook nog onbehoorlijk te woord te staan daar heeft de duivensport een slechte naam mee opgebouwd. Er zijn liefhebbers die zo praten tegen een leek die soms veel moeite heeft gedaan om de eigenaar van de duif, die in hun tuin bijna door de kat werd gepakt, te vinden. Sportiviteit hoort hoog in het vaandel te staan. In de duivensport is dat vaak niet zo, daar voert afgunst meer de boventoon.

HET CORONA PROTOCOL
Ik kijk met verlangen uit naar het moment dat we weer gewoon naar de club kunnen. Gewoon lekker ongedwongen de duifjes binnen brengen met een praatje aan de bar. Het loopt met het huidige corona protocol prima maar er ontbreekt wat. Dat is het zelfde met de terrassen ze zijn open maar daar is ook alles mee gezegd. Anders loop je een terras op of je gaat een restaurant binnen. Dat gaat niet, overal gelden regels. Het ongedwongene is weg en daarmee ook de gezelligheid. Aan het anderhalve meter voorschrift lijk ik wel nooit te wennen. Elke bekende die ik tegenkom wil ik nog steeds met een handdruk begroeten. Elke dag ga ik anderhalf uur fietsen maar ik weet niet waar naar toe. Het gekke is dat nu er steeds meer versoepelt wordt ik toch geen zin heb om even naar een duivenvriend te rijden. Ook daar gaat het tijdens de begroeting nog en beetje krampachtig. Gelukkig wordt de berichtgeving in de dagbladen en op TV wat minder want om elke dag geconfronteerd te worden met de aantallen doden, besmettingen en patiŽnten die op de afdeling IC liggen knap je niet echt van op. Nu wordt er steeds meer gesuggereerd dat er nog een tweede piek volgt. Is dat bangmakerij of moeten we dat serieus nemen? Ik ben er zeker voorstander om Covid-19 niet te onderschatten want hoe eerder we vrijgelaten worden hoe liever ik het heb, ik voel ik me nu nog steeds een beetje een gevangene. Wat is het toch heerlijk als je in deze tijd een hobby bij huis hebt, die afleiding heb ik echt nodig.

HET WORDT MENENS
De eerste schermutselingen op de trainingsvluchten liggen achter ons. Iedereen weet nu wel zo ongeveer hoe het er met de conditie voor staat. Het komende weekend wordt er prachtig weer voorspelt, echt duivenweer. Licht bewolkt, zon en 24 graden met in de late namiddag kans op regen en onweer. Dat is typisch Hollands weer. Mooi weer met een hoge temperatuur gaat vaak gepaard met een fikse onweersbui maar hHopelijk zijn de duiven dan al lang thuis. Na 3 weken een trainingsvlucht van 110 km gaan we nu in een keer naar 235 km. Geen bezwaar, de duiven zijn voldoende getraind vanuit de grote wagen en verder zijn alle liefhebbers wel een aantal keer zelf op pad geweest. Mits de conditie top is moet het een mooie race worden. De vroegste duiven zullen door de oostelijke wind vast en zeker aan de Noordzeekust arriveren en dat is nu precies de kant waar ik niet woon. Ik ga er vanuit dat ik een aantal duiven in de uitslag pak, een overwinning of een topklassering zit er dit weekend niet in. Gelukkig is het seizoen nog lang en komen er kansen voor ons allemaal. Veel succes!

LEDENRAAD KIEST NIEUW NPO BESTUUR
Wijdewormer, 2 juni. Het is dinsdagavond 9 uur, ex voorzitter Maurice van der Kruk heeft zojuist zijn laatste vergadering als voorzitter van de NPO afgesloten. Belangrijkste punt van deze een uur durende vergadering was de bestuursverkiezing. Over de 3 nieuwe dagelijkse bestuurders werd schriftelijk gestemd en van de 23 uitgebrachte stemmen waren er elke keer minimaal 21 voor de kandidaten die door een selectie commissie waren voorgedragen. Voor dat de stemming plaats vond werd stilgestaan bij de sterke terugloop van leden en de daarbij aanzienlijk minder bestelde ringen. De Nationale Manifestatie was niet geworden wat men er van had verwacht en de transparantie binnen bestuur, commissies en ledenraad was ver te zoeken. Kortom er is veel werk voor de nieuwe bestuurders die volgens de nieuwe voorzitter Ben Weerink bruisen van energie. Zij zullen zeker als eerste beginnen met de niet gerealiseerde punten van vorig jaar aan te pakken. Verder waren er uiteraard vragen over het vliegprogramma 2020 of wat daarvan kan doorgaan. Helaas kon daar nog niets concreets over gezegd worden. Wel werd bekend gemaakt dat de Covid-19 commissie 3 juni bijeen komt om te bepalen in hoeverre een (nationaal) vliegprogramma nog gerealiseerd kan worden. Daarna hieven een vrij kleine groep, i.v.m. Corona, het glas deden een plas en lieten voorlopig alles zoals het was. De Nederlandse Postduivenhouders Organisatie heeft in ieder geval weer een compleet negen koppig bestuur. We gaan het meemaken ….

BELGISCHE DUIVENHOUDERS STAAN OP HUN ACHTERSTE BENEN
In mijn ogen hebben ze nog gelijk ook. In Nederland worden momenteel volop trainingsvluchten georganiseerd. Afstand kan door elke afdeling zelf bepaald worden. Zuid-Nederland heeft het probleem dat zij direct BelgiŽ in moeten en daar mogen tot op heden geen Hollandse duiven gelost worden. De Belgen zelf mogen niet verder dan 25 km terwijl Nederland buurland Duitsland in mag en Nederland mag zelfs met de duiven transportwagens door BelgiŽ naar Frankrijk rijden om daar duiven te lossen. BelgiŽ ziet de duivenwagens als een transport en of daar nu kartonnen dozen, houten kisten of duiven in zitten maakt niets uit. U kunt zich voorstellen dat de liefhebbers uit duivenland nummer een enorm teleur gesteld zijn in de Belgische overheid. Er wordt momenteel op het scherpst van de snede overleg gepleegd om ook de Belgische duivensport zo snel mogelijk op gang te brengen. Gezien de beheersing van het Corona virus kan dat heel snel tot de mogelijkheden behoren. Wat dat betreft zitten onze omringende landen nog lang niet op een lijn.

AAMKOMSTLIJST OF UITSLAG MAAKT VOOR DE LIEFHEBBERS GEEN VERSCHIL
In Nederland mogen nog steeds geen officiŽle wedstrijdvluchten gehouden worden. Iedere week zijn er trainingsvluchten waarvan een aankomstlijst gemaakt wordt. Het inkorven geschied volgens de corona regels, drie werkers in het lokaal en de rest moet buiten staan. Zo lang we dit mooie weer houden is dat geen enkel probleem maar voor het aankomend weekend worden er buien verwacht en dan mogen de liefhebbers in hun auto wachten of direct naar huis gaan. Ik heb begrepen dat het bij diverse verenigingen nog niet helemaal vlekkeloos verloopt. Daardoor is men te laat klaar en moet de ophaal-auto te lang wachten waardoor die te laat aankomt op het verzamelpunt. Ach als we een paar weken verder zijn loopt alles weer gesmeerd. Het is even wennen en hopelijk zijn we dan ook begonnen met de strijd om de kampioenspunten en de poulegelden. De Zuid Nederlandse liefhebbers hebben vorige week in het Noord Franse plaatsje Niergnies gelost. Wij stonden voor de tweede keer in Roosendaal, voor mij 109 km, en ook deze week gaan de duiven daar naar toe. Van al deze vluchten wordt een aankomstlijst gemaakt dus het is voor iedereen een gewone koers. Het gaat nergens om maar is wel onderlinge strijd. De media besteed er aandacht aan en dat is belangrijk voor onze sport. We kunnen best wat extra positieve berichtgeving gebruiken. Of er daardoor nieuwe leden bijkomen valt te betwijfelen. In de kennissenkring van alle liefhebbers wordt er in ieder geval ook weer over gesproken en dan merk je pas hoeveel mensen er zijn die de duivenberichten lezen.

OOST, ZUIDOOST OF ZUIDWEST LIJN
Nu elke afdeling in Nederland, we hebben er 11, op de trainingsvluchten zijn eigen vliegrichting kan bepalen is er ook geen kruising van konvooien. Het uiterste noorden vliegt nog steeds binnen de landsgrenzen uit het zuidoosten. Dat is een rechte lijn naar Groningen en Friesland. De oostelijke afdelingen doen dat vanuit Duitsland. Het zuiden heeft een vlucht gehouden vanuit Duitsland (oostlijn) maar dat was geen succes. De duiven blijken toch heel goed te onthouden uit welke richting ze zijn opgeleerd. West Nederland houdt de zuidwest lijn aan waardoor de duiven geen last hebben van duiven die naar een andere richting moeten. Vooral op de snelheidsvluchten kan dat van invloed zijn op het vluchtverloop. Hoe langer de afstanden worden des te minder last hebben de duiven van elkaar. Bij nationale lossingen waar duizenden duiven in een keer de lucht in gaan hebben ze gezien de afstand tijd genoeg om in de juiste richting te navigeren. In het verleden hebben we ook wel eens vanuit Engeland gevlogen, dat was geen succes. Ja voor de winnaars, verder waren het alleen maar verassende aankomsttijden. De slimme duiven staken vanuit Engeland niet direct de Noordzee over. Ze vlogen naar het smalste deel en dat is het kanaal, kwamen dan in de omgeving van Calais aan land en moesten dan vanuit noordwest Frankrijk de weg naar west, midden en oost Nederland vinden. Dat soort Kermisvluchten hebben niet lang stand gehouden.

GAAN DE JONGE DUIVEN WEL OP TIJD BEGINNEN?
Zoals het er nu naar uitziet gaat ons jonge duiven programma in het eerste weekend van juli beginnen. Dat zou voor alle liefhebbers toch nog heel wat goed maken van dit zwaar gehandicapte seizoen. Als de overheid volhoud dat duivensport onder grote evenementen thuis hoort dan zullen we op zijn vroegst per 1 september kunnen beginnen. Daar moet je toch niet aan denken! Veel liefhebbers zijn op dit moment hoopvol gestemd dat het programma voor de jonge duiven normaal afgewerkt kan worden en dat is heel goed voor de motivatie van de liefhebbers die momenteel aan het twijfelen zijn of ze nog wel door zullen gaan. In Nederland is immers 70% van de leden boven de 70 jaar en misschien wel 80% boven de 60. Die leeftijdscategorie staat te trappelen om met hun duiven wekelijks te kunnen spelen. De meesten zijn te oud om voor een andere hobby te kiezen en een seizoen waarin we nu verkeren is voor velen aanleiding om de handdoek in de ring te gooien wat ook voor mij geldt. Daarbij komt ook nog eens dat er in zuid Nederland liefhebbers zijn die met grote sterfte van hun jonge duiven te maken hebben. Als mij dat overkomt dan….. weet ik het nog niet. Een goede duivenvriend van mij belde deze week om te vertellen dat hij op 20 km afstand 115 jonge duiven had losgelaten. Diezelfde avond was hij er nog 85 kwijt. Het typische van het hele verhaal is dat hij ruim 20 jonge duiven heeft opgehaald in het dorp waar hij zijn jonge duiven heeft losgelaten. Een liefhebber had er zelfs vier en inmiddels staat zijn teller op ruim 80 wat betekent 30 in een klap kwijt. Gelukkig is hij nog vrij jong, voor een duivenmelker dan, en kun je dergelijke klappen nog wel enigszins opvangen. Gelukkig zijn duivenhouders erg positief ingesteld. Elke week komen ze trouw met hun mandje duiven of ze nu wel of niet goed hebben gepresteerd, ze komen. Zeker weten dat de duivenhobby iets speciaals is anders kunnen mensen van mijn leeftijd geen 50 jaar achtereen of nog langer wekelijks met duiven spelen. Ik geniet er nog steeds van en niet zo een klein beetje ook.

WE ZIJN VERTROKKEN MAAR NOG NIET ECHT
Wijdewormer, 27 mei. Vorige week dan eindelijk een trainingsvlucht waar de duiven volgens het corona protocol de manden in gingen en dat was heel anders dan we vele jaren gewend waren. Maar goed, als je wat wilt dan zul je water bij de wijn moeten doen. We mogen blij zijn dat we onze duiven op club- en zelfs afdelingsniveau kunnen trainen. Het werd een heel gemakkelijke vlucht met snelheden van om en nabij100 km per uur. Er waren diverse liefhebbers waarvan je kon zien dat ze er al een tijdje heel goed mee bezig zijn. Het training concours in mijn omgeving was binnen luttele minuten afgelopen. Ik zag dat er in Zuid-Holland een liefhebber was die er 72 in precies anderhalve minuut klokte. Hij had er wel 194 mee en zijn afstand was slechts 60 km. Je zult maar twee of drie van die mannen in je club hebben dan loop je hard hollend weg. Om er 72 in zo een korte tijd te klokken mag je wel 20 invlieggaten hebben anders lukt het niet. Het is eigenlijk niet leuk dat zo een mega speler het opneemt tegen mannen die er een twintigtal mee hebben, een hokje van hooguit 5 meter bezitten met twee spoetniks waar hooguit in een keer 3 of 4 duiven naar binnen kunnen. Ik moest nog even terugdenken aan de tijd dat we nog wekelijks de gummiring van de poot moesten halen en als je toevallig eens vijf duiven tegelijk kreeg dan had je zeker twee minuten nodig om ze te pakken en te klokken. In welke tijd het allemaal beter was maakt niet zoveel uit ook toen waren er mannen de het hele concours oprolde en die zijn er nu nog. Veel erger vind ik die mannen die meerdere keren per jaar een duivenveiling hebben die gigantische bedragen opbrengen omdat ze een enkele keer een hele goede uitslag op een marathon vlucht hebben gemaakt. Duizenden euro’s brengen die beesten op. In mijn ogen zijn dat allemaal jaarlingen die als voedsterduif dienst hebben gedaan en dan weg gaan. Ik zou anders geen reden weten om jaarlingen in deze tijd van het jaar weg te doen of het zou moeten komen door de corona pandemie. Laten we het bij onze sport houden, menigeen staat te trappelen om te beginnen en de echte sportjongens hebben nu totaal geen interesse in verkopingen en zeker niet in verkopingen waar de gewone man toch niet aan te pas komt. De liefhebbers die echt met de sport bezig zijn hebben de hokken momenteel vol. Op de meeste hokken zijn de kweekduiven alweer gescheiden en de vliegduiven zitten nu overal wel op weduwschap. Zij worden goed getraind zodat vooral de jaarlingen weten waarom dit spelletje gaat. Het zou geweldig zijn als we binnenkort de degens weer met elkaar kunnen kruisen.

AANKOMSTLIJSTEN.
Als het beestje maar een naam heeft. De duiven mogen gelukkig weer getraind worden jammer genoeg nog geen competitie. Vandaar dat we nu geen uitslagen maar aan komstlijsten hebben. Er is dus voor de liefhebbers onderling wel strijd wat heel belangrijk is omdat dan elke liefhebber weet hoe het er met zijn kolonie voor staat. Op het nationale rekenbureau van de NPO worden de uitslagen (aankomstlijsten) gemaakt en gepubliceerd zodat er toch sprake is van een onderlinge krachtmeting. Zelfs het Nederlandse postduivenmagazine “Het Spoor der Kampioenen” zal wekelijks verslag doen van al deze trainingsvluchten. In verreweg de meeste club is vorige week volgens het nieuwe protocol een begin gemaakt met de voorbereidingen op het seizoen 2020 wanneer dat ook officieel zal beginnen? Er was strijd en daarom ook weer volop stof tot discussiŽren over alles wat met de vlucht te maken had.

HET PROTOCOL
Handen wassen, ontsmetten, drie man in het lokaal die de werkzaamheden verrichten, verder blijft iedereen buiten. Ook de kantine en de toiletten bleven gesloten. Ja zo ziet momenteel de Nederlandse duivensport er uit. Aan al hetgeen is voorgeschreven dienen we ons aan te houden. Niet leuk! Toen de duiven in de manden zaten kon je naar huis of eerst nog even buiten een babbel te maken (wel op anderhalve meter afstand) later op de avond toen het fris begon te worden gingen de meesten huiswaarts. Dat is niet gezellig en juist dat hoort er zo bij. In onze club was het prima georganiseerd, dat mag gezegd worden. Het bestuur zou zelfs volgens onze secretaris een compliment van het overkoepelende bestuur gekregen hebben. Jammer dat hij er zo fel op tegen was dat er in onze club een uitslag (aankomstlijst) van deze eerste trainingsvlucht gemaakt zou worden. Dat mocht niet en als er wel een uitslag was mocht die niet voor publiciteit gebruikt worden want het zou de duivensport schade berokkenen. Toen ik zondagavond de site van de Compuclub bekeek ( ons nationale rekenbureau) waren er ik weet niet hoeveel uitslagen te lezen. We zijn dus nu nog niet aan het strijden om de diverse titels die er elk jaar te behalen zijn maar er is wel sport en dat is toch wat wij allen willen. Als we echter moeten wachten tot 1 september voordat we weer echt gaan strijden hebben we tot enige strijd gehad ook al was het totaal anders dan dat we jarenlang gewend zijn. Het is niet anders!

IK HEB NOG NIET MEEGEDAAN
Mijn duiven zijn inmiddels wel een zestal keren weggeweest, vandaag was het de zevende keer en donderdag de achtste. Vrijdag gaan ze voor het eerst mee met de club en zullen we zaterdag kunnen zien waar we momenteel staan. Over mijn duivinnen ben ik nog niet helemaal tevreden. Ze eten niet hun buikje vol, zijn allemaal smoorverliefd wat komt doordat ik ze elke keer als ze getraind gaan worden even bij hun doffer mogen. Omdat ik ze zeer regelmatig train willen ze elke keer als ik de schuifdeur open doe naar het dofferhok. Ze krijgen net als al mijn andere duiven het zelfde voer. Misschien is dat iets te zwaar voor weduw duivinnen. Ze moeten straks ook presteren en dat kunnen ze niet op droog brood doen. Het is wel een gedoe, na elke voerbeurt ligt er nog voer in de bak wat ik moet verwijderen. Het is een beetje raadselachtig. Ze eten in mijn ogen niet goed, eigenlijk onvoldoende en toch voelen ze te zwaar aan plus dat er geen echte spanning op zit. De doffers doen het prima. Dan nog even over mijn jonge duiven. U weet dat ik al meer dan 70 jaar met duiven speel, ik kan me echter geen seizoen herinneren dat mijn jonge duiven bij huis zo formidabel trainen. Al vanaf het moment dat ze goed begonnen te trainen zag ik aan de duiven dat ze graag wilde vliegen en binnen enkele weken trainden zij zonder problemen twee maal per dag een vol uur. Ook trekken ze twee keer per dag wel een klein half uur weg. Ik heb dat nog nooit meegemaakt. Nu maar zien dat we dit ritme vast weten te houden totdat ze echt aan de bak moeten. Wilt u wel geloven dat ik er een beetje zenuwachtig van begin te worden omdat ik denk dat als het zo ver is ze al hun kruit hebben verschoten. Dat een man van 83 daar nog nerveus van kan worden. Wat heeft de duivensport toch een heleboel mooie kanten en wat heerlijk dat soort spanning!

EEN UITGESTELDE START VAN EEN SEIZOEN WAARVAN WE NOG NIET WETEN WANNEER HET EINDIGDT
Wijdewormer, 19 mei. Zojuist is de TV rede van onze minister president Rutte afgelopen. Er zouden nieuwe versoepelingen betreffende Coved-19 bekend gemaakt worden. Heel Nederland zat dus gekluisterd aan de buis. We gaan de goede kant op en per 1 juni gaan we weer een flinke stap voorwaarts. Ik zal u niet vermoeien met wat er straks allemaal weer mag m voor ons duivenliefhebbers is het belangrijk dat we weer mogen beginnen, overigens wel met handen vol maatregelen. Of dat zal wennen? We moeten wel. Gisteravond is ons clubgebouw Corona goedgekeurd. Dat wil zeggen dat onze leden op een verantwoorde wijze kunnen inkorven. Handen wassen en ontsmetten zijn belangrijke voorwaarden. Wat de duiven betreft mogen we deze vrijdag, 22mei, in de club inkorven voor een trainingsvlucht van 100 km. De week daarna vliegen we dezelfde afstand en dan gaat het er om en wordt het weer menens. Hoe ons verdere vliegprogramma er uit gaat zien zullen we in de loop van deze week doorkrijgen. Vandaag hebben onze leden moeten doorgeven met hoeveel doffers en duivinnen ze vrijdag meedoen. Aan de hand van die gegevens wordt een tijdschema gemaakt zodat niet alle leden tegelijk komen. Er mogen slechts drie functionarissen in het clubgebouw zijn de andere leden moeten buiten wachten totdat zij aan de beurt zijn en dat houdt in; je mand afgeven en wachten totdat de duiven in de verzendboxen zitten, klok aanpakken en dan naar huis want het horeca deel van de club mag voorlopig nog niet open. Het wordt dus duivensport zoals nog nooit iemand eerder heeft meegemaakt. Half juni komt onze regering weer met andere (versoepelde) maatregelen en hopelijk zijn we dan weer een stap dichterbij de leefgewoonten van voor 15 maart.

NIET IEDEREEN KAN GELIJK BEGINNEN
Wij in de provincie Noord-Holland kunnen voorlopig binnenlandse vluchten houden. We hebben de mogelijkheid vluchten te houden tot 250 km. Dat geldt niet voor onze sportvrienden in het Zuid-Nederlandse Brabant, Limburg en Zeeland. Zij zitten tegen de Duitse en Belgische grens aan en van die landen is het nog niet bekend wanneer zij buitenlandse konvooien toelaten. Noord en oost Nederland kunnen met het grootste gemak vanuit Duitsland hun wedstrijden houden. Alles is afhankelijk van wat er in onze buurlanden wel en niet is toegestaan. Noord Nederland heeft het vorige weekend al een eerste vlucht uit Duitsland gehouden en die is perfect verlopen met snelheden van om en nabij de 100 km per uur. Met andere woorden in Nederland is de duivensport weer begonnen en nu maar kijken of we er nog wat moois van kunnen breien. Het ziet er naar uit dat we tot half oktober doorgaan mits het Corona virus onder controle blijft. Belangrijk is het dus dat we ons ook op langere termijn aan de gemaakte afspraken kunnen, willen maar vooral blijven houden.

PRIMA WEER OM DE DUIVEN ZELF TE TRAINEN
Juist met het fantastische weer dat we momenteel in Nederland hebben staan we te trappelen van ongeduld vooral nu bekend is gemaakt dat we met onze sport mogen beginnen. Onze duiven zij inmiddels 5 keer weggeweest, verste afstand 35 km. Op Hemelvaartsdag gaan ze nog een keer en dan vrijdag de mand in voor een gezamenlijke trainingsvlucht met alle clubleden. Ik ben nog geen duiven kwijt, wel heb ik er een die al drie keer te laat was. Alle anderen vielen tegelijk op het hok, hij dus niet. Het is een jaarling doffer die van zijn linker vleugel zijn negende pen heeft gebroken. Of dat de reden is van de te late aankomst betwijfel ik. Hij krijgt nog een paar keer een kans maar mocht het niet verbeteren dan blijft hij thuis. Hij heeft namelijk een in mijn ogen beloftevolle duivin. Zij is een dochter van Blue Jeara die vijf keer de eerste prijs won. In de volgende alinea zal ik haar en haar familie wat uitgebreider beschrijven. Het is een familie die ons extra gelukkig maakt als het om goede prestaties gaat. Ze kunnen er wat van!

“BLUE JEARA”, TOP RACER EN NU EEN ZESJARIGE KWEEKDUIVIN
Als je in het gelukkig bezit zou zijn van vier zulke absolute topduiven zou je zonder meer een heel groot kampioen zijn. Zou dat niet bij alle top spelers het geval zijn? Als al die kampioenen waar we huizenhoog tegen op kijken hun beste vier duiven weg zouden doen dan zou er weinig van hun glamour overblijven. Het gaat er om dat je ze wel op het hok hebt en er verantwoordelijk mee om weet te gaan. Met dergelijke duiven die de baas elke week een gelukkig weekend bezorgen moet je niet roekeloos om gaan. Natuurlijk is het fijn dat ze elke keer vroeg aantikken, het is ook belangrijk om even verder te kijken dan je neus lang is. Je kunt namelijk met dergelijke duiven een heel kampioenhok opbouwen. Geluk komt er altijd bij kijken. Door de duiven veel te observeren en hun prestaties te bekijken al van jongs af aan, kom je er snel achter dat dergelijke duiven, ook al zijn ze in vele opzichte middelmatig, toch op de een af ander manier van grote kweekwaarde kunnen zijn. Dus niet gaan kweken als ze vier of vijf jaar oud zijn. Je moet met zulke duiven, die ook nog eens een waardevolle afstamming hebben, meteen als jaarling al jongen van kweken. Zie hoe het met “Blue Jeara” bij ons ging. Al gauw was het duidelijk dat ons super paar het zoveelste goede jong had voort gebracht. Ze was net als haar zusjes iets aan de kleine kant, voelde aan als een bolletje watten, zijdezacht en zeer attent. Alles klopte aan haar typisch vrouwelijke uitstraling en ze was nog blauw ook en dat is bij ons op het hok een kleur die we graag zien. Haar grootvader komt uit het allerbeste kweekkoppel van Willem de Bruijn (Kleine Blauwe x Ganieda). Hij werd in 2008 de 4e Beste doffer van Nederland en stond gekoppeld tegen Blue Favori uit Olympic Zeus, beste doffer van Nederland in 2002. De vader van Blue Jeara is Blue Jeroen die samen met “Zus Fortezza” een dozijn topduiven gaf. Zus Fortezza is dochter Sprint Koppel, ouders van 12 eerste prijs winnaars waarvan 2x 1e teletekst. Blue Jeara finishte 10x in de eerste tien waarvan 5x1e en dat waren tegen gemiddeld 1600 duiven ook allemaal klasseringen binnen de top-20. Zij werd door haar uitstekende prestaties kampioensduif over alle vluchten. Ze heeft maar enkele jaren haar sportieve kunsten kunnen vertonen en inmiddels heeft ze zich ontpopt als een prima kweekmoedertje. Vier van haar kinderen hebben al een eerste gespeeld, is het geen plaatje? Dit jaar gaan bij Marco en mij 6 van haar kinderen meedoen aan de races voor oude duiven en vijf bij de jonge duiven. Ik zal u daarvan op de hoogte houden. In verband met Coved-19 is er nog niet zoveel duivennieuws te melden vandaar dit keer een korte story over Blue Jeara. Volgende keer een overzicht van de trainingsvlucht die hopelijk een mooi en sportief seizoen inluidt. Laten we het allerbelangrijkste niet vergeten; Blijf gezond!

ZAL DE DUIVENSPORT OOIT NOG HETZELFDE WORDEN
Wijdewormer 13 mei 2020. In Nederland mogen we elke week weer een ietsje meer. Veel liefhebbers beginnen na twee maanden huisarrest erg te verlangen naar de start van het vliegseizoen na de versoepeling van belangrijke maatregelen die, vanwege de wereldwijde corona pandemie, noodgedwongen genomen moesten worden. Gelukkig winnen de medici en virologen steeds meer terrein waardoor er meer gelegenheid komt om het leven dat we gewend zijn weer stap voor stap op te pakken. Dat het de mensen goed doet is duidelijk te merken. Maar laten we a.u.b. niet te enthousiast doen want we zijn voorlopig nog niet op het punt waar we zo graag willen zijn. Onze anderhalve meter samenleving zal zeker nog de nodige problemen gaan opleveren. Maar sportvrienden we blijven positief en houden ons zoveel mogelijk aan de gemaakte afspraken. Ook voor onze sport zijn nieuwe afspraken gemaakt en als ik zie hoe we die afspraken moeten hanteren dan wordt het een andere duivensport dan dat ik vele jaren gewend was. In eerste instantie zal het zeker ten koste van de gezelligheid gaan en die hoort zo bij onze hobby. Per 1 mei mogen we weer onze duiven trainen en ook in verengingsverband is het inmiddels toegestaan echter alleen met de bedoeling de duiven te trainen. De duiven kunnen/mogen geklokt worden maar er mag geen uitslag gemaakt worden dus de eerste tijd nog geen wedstrijden. Als we straks wel de strijd met elkaar aan gaan moeten we ons aan een voorgeschreven protocol houden dat we nog nooit eerder hebben meegemaakt, iets waar ik eerder verdrietig dan blij van wordt. Van de nieuwe manier van inkorven is voor alle duidelijkheid een voorlichtingsfilm gemaakt. De eerste indruk is dat het erg tijdrovend is, het gaat vooral om handen wassen en manden en klokken ontsmetten. Verder erg onpersoonlijk, weg de gezellige contacten in het clublokaal wat net als het huisarrest ook bijna niet is vol te houden. Maar als we wat willen blijft er momenteel geen andere keus over. Wat ik wel een voordeel vind is dat van elke liefhebber de administratie in orde moet zijn. Inentingslijst en hoklijst inleveren. Duiven die daar niet op voorkomen kan en mag niet gevlogen worden, worden dus ook niet in de computer/klok ingevoerd en de duiven moeten op naam van de liefhebber staan. Momenteel wordt er door elk van de 12 afdelingen hard gewerkt aan een ander vliegprogramma. De startdatum is officieel nog niet bekend, misschien moet er voor wat het vliegprogramma betreft wel uitgeweken worden naar Duitsland omdat BelgiŽ en Frankrijk nog geen toestemming hebben gegeven om daar duiven te lossen. Vandaag kreeg ik door dat de Duitsers inmiddels wel toestemming hebben gekregen hun duiven in Frankrijk te mogen lossen. Dan het vervoer. Afhankelijk van de startdatum zullen er denkelijk vrij veel vluchten worden gehouden of dubbelvluchten wat betekent veel duiven. Hebben we nog wel zoveel transport mogelijkheden om al die duiven te vervoeren of gaan we doordeweeks ook wedstrijden houden of misschien wel op zaterdag en zondag. Er zal nog heel veel geregeld moeten worden. Dan de grote vraag; mogen we wel of niet gebruik maken van ons clublokaal zoals we dat altijd gewend waren. Door de anderhalve meter maatregel wordt dat bijna onmogelijk. In het filmpje komt dat duidelijk naar voren, iedereen moet buiten wachten en wordt opgeroepen als hij of zij aan de beurt is, pas dan mag je de mand afgeven en moet je zelf buiten blijven. Ja ook als het regent, dan ga je maar in je auto zitten wordt gezegd. Fijn voor mij die zijn hele leven heeft gereden en nu ik in de tachtig ben moet ik vanwege mijn slechte ogen alles op de fiets doen. Dat zijn van die kleine probleempjes. Er zijn gerust mensen die mijn duiven willen ophalen zoal mijn zoon, prachtig maar het gaat om dat stukje gezelligheid in de club aan de vooravond van de vlucht. U weet wel melkers onder elkaar met veel sterke verhalen.

DE DUIVEN ZELF WEGBRENGEN
Terug kijkend naar vroeger jaren was dat een leuke sociale bezigheid. Gewoon met een hele groep melkers op de fiets naar Amsterdam, dat is voor ons ongeveer 12 km. Verder gingen we niet, bijna niemand had een auto. Nu wordt er door menigeen zoveel gereden dat is bijna niet meer normaal. Er zijn er die gaan wel 150 km (alsof hun auto op water rijdt) terwijl 40 km meer dan genoeg is. Maar goed iedereen is vrij om te doen en te laten wat hij wil. Het geeft wel aan dat de liefhebbers er zin in hebben vooral door dat prachtige weer wat we de laatste weken hebben. Vandaag is mijn klok gereed gemaakt voor het komende seizoen en deze middag heb ik hem aangezet zodat ik nadat de duiven van hun trainingsuurtje weer binnen waren kon zien dat alles in orde was. De jonge duiven moeten nog ingevoerd worden, ze zijn wel vorige week ingeŽnt. Die lijst ligt ook klaar dus zodra onze man van de verenging weer tijd heeft om de jonge duiven in te voeren kan hij wat mij betreft meteen beginnen. Vorige week heb ik ook al mijn manden voorzien van een laag kranten, daarop stro en daar bovenop tabak stelen om het schuiven van het stro tegen te gaan. Daarna alles ingespoten tegen luizen en ander gespuis. Alle broedschalen zijn schoon en opgeborgen want het kweekseizoen 2020 is bij ons alweer voorbij, het seizoen kan dus beginnen.

HOE ZIT HET MET DE DUIVEN
De oude duiven die gescheiden zitten worden niet meer verduisterd. Ze komen twee keer per dag los wat inmiddels ook gebeurd met de jonge duiven. Mijn duivinnen zouden wel wat beter kunnen eten, ze zijn meer verliefd dan dat ze eten. Doordat ze een keer per week de hele dag bijeen mogen heb ik nog geen eieren gevonden en blijven daardoor beter gepaard. Ik zit niet op hitsige duivinnen te wachten want dat bederft het spel en we moeten nog beginnen. Omdat de dames niet goed genoeg eten trainen ze ook minder misschien is er wel wat meer aan de hand. Ik zou ze vorige week laten onderzoeken omdat ik met de jonge duiven naar Dr. Van der Sluis moest. Dat ging op het laatste moment niet door omdat hij net als altijd toch naar mij kwam. Bij mij zijn ook de jonge duiven van Marco geŽnt. Onderzoek was niet mogelijk dus we gaan morgenavond even naar hem toe. We nemen enkele duiven mee voor een keeluitstrijkje en wat mest. Verder nemen we conditie mix mee naar huis plus eventuele medicijnen als er iets uit het onderzoek komt. De doffers gedragen zich prima en de jonge duiven vertonen super vorm. Twee keer per dag een vol uur trainen is echt geen probleem voor hen. Als het voertijd is laat ik mij zien, ik hoef niet te fluiten ze vallen alle 45 tegelijk op het hok. Een aantal valt meteen op de valplank van de spoetnik, die is echter niet zo heel groot waardoor er een aantal naast vallen. Je wordt er bang van met zoveel geweld ze allemaal tegelijk naar binnen willen. Alleen zondagmorgen was het even anders. Een aantal hadden die ochtend toch nog wat last van de prik die ze de dag daarvoor gehad hadden maar nu is alles weer top het is echt genieten. Kunt u zich voorstellen dat ik met jonge duiven in deze conditie reikhalzend uitzie naar de start van hun race programma. Als alles klopt is dat in het eerste weekend van juli, we zullen zien.

IK BEGIN ER WEER IN TE GELOVEN
Wijdewormer, 5 mei. Vandaag vieren we 75 jaar bevrijding en ik heb ze allemaal meegemaakt. De eerste keer was ik 8 jaar oud en een jaar later kreeg ik mijn eerste postduiven. Nooit ben ik een dag zonder duiven geweest en nooit eerder heb ik een wereldwijde virusbesmetting meegemaakt die er voor zorgde dat daardoor alles werd lam gelegd of op slot ging, geef er maar een naam aan. Over hoe dit alles kon gebeuren is al veel gezegd en geschreven en de gevolgen merken we nog dagelijks. In Nederland gaan we de goede kant op het aantal besmettingen wordt iedere dag een beetje minder. Dat kinkt niet alleen positief, dat is het ook. We mogen gelukkig iedere dag weer een beetje meer en we mochten in ons land al best veel vergeleken met andere landen. Of het allemaal weer wordt zoals het was durf ik niet te zeggen, het kan en mag trouwens gerust een tikkeltje minder. Voorlopig zullen we genoodzaakt zijn ons aan de voorschriften te houden en hoe beter we dat met zijn allen doen des te dichter komen we weer bij het leven waar we zo naar terug verlangen. Steeds meer winkels mogen open waardoor het op straat weer gezelliger wordt en zo gaan we stapje voor stapje op weg naar een veranderde samenleving en die hoeft zeken niet minder te zijn dan we gewend waren. We zijn denkelijk te veel verwend en is een stapje terug doen best lastig. Wat de duivensport betreft gaan we eveneens de goede kant op. In BelgiŽ en Nederland mogen we weer de duiven opleren en dat geeft vertrouwen voor de tweede helft van dit jaar. Volgens mij zit het er in dat we het eerste of tweede weekend van juni met de eerste snelheidsvluchten mogen beginnen. Het is te wensen dat er dan precies is uitgekiend hoe het vervolg van het aangepaste vliegprogramma gaat worden. Ik heb al verschillende protocollen gelezen en met een mix daarvan zal er zo goed als zeker wel iets uitkomen waar we (bijna) allemaal tevreden mee kunnen zijn. Als we binnenkort maar gaan beginnen na alle leed dat Covid-19 met zich heeft meegebracht. Dat is waarschijnlijk de grootste wens van alle duivenliefhebbers.

PER 2 MEI STAAT ALLES OP SCHERP
Ik ben momenteel optimistisch gestemd en dat komt omdat ik denk dat we in juni met de wedstrijden gaan beginnen. Misschien heb ik het mis en dan is er nog niets aan de hand. Ik ben gestopt met het verduisteren van de oude duiven, met de jongen ga ik gewoon door tot einde juni alles geschied nu stipt op tijd. De doffers en duivinnen vliegen elke morgen drie kwartier en in de namiddag elk een uur. Ook de jonge duiven gaan er nu twee keer per dag uit. Woensdag is het bad dag en op dinsdag mogen doffers en duivinnen de hele dag samen. Inmiddels ben ik ook begonnen de oude duiven te trainen. Met de jonge duiven heb ik nog geduld ik vind ze nog iets te jong. Ze trokken iedere morgen weg maar nu ik ze twee keer per dag loslaat doen ze dat niet meer denkelijk door de verandering. Ik ga er vanuit dat ze na een week de draad weer oppakken en iedere morgen weer weg zullen trekken. Alle duiven doen het naar mijn zin. Morgen worden de jonge duiven geŽnt tegen paramixo. Ik ga samen met Marco naar Dr. Van der Sluis. Meestal komt hij naar mij maar door de corona crisis zijn de rollen omgedraaid. Ik neem dan gelijk medicijnen mee naar huis mocht er dit jaar er een ziekte uitbreken dan kan ik gelijk ingrijpen. Samen hebben we 100 jongen, Marco heeft er 55 en ik 45. In juni hebben we samen 100 jongen in de race. We zijn wel elke week elkaars concurrent want Marco speelt op zijn hok en ik op het mijne. Het verschil in afstand tussen onze hokken is ongeveer 800 meter, Marco heeft de kortste afstand. Ik was gister nog even bij hem om de jonge duiven te bekijken. Ze zijn 3-4 weken ouder dan de mijne en dat is duidelijk te zien. Ze zijn verder door de rui en zien er daardoor al volwassener uit. Diverse jongen hebben al van die mooie glimmende nekken terwijl die van mij kaal zijn. Begin juli zien de mijne er ook perfect uit dat weet ik zeker en dan maar eens zien wie het sterkst is. Ik kijk steeds meer uit naar de officiŽle start.

DE BLAUWE TREIN
Het is algemeen bekend dat mijn voorkeur uitgaat naar lichtblauwe duiven. In 1970 had ik een jaar met alleen maar blauwe jonge duiven. Ik noemde hen de blauwe trein. Sommige hadden naast hun twee blauwe banden op de vleugel ook het begin van een derde bandje, iets dat ik graag zie. Waarom? Ik had een jaar twee nestzusjes die er zo uit zagen. Van een dacht ik steeds dat het een doffer was maar dat bleek niet zo te zijn. Het waren een beetje ( te) kleine duifjes maar op de vluchten hingen ze aan elkaars staart. Het waren niet steeds mijn eerste twee, dat was slechts een keer het geval. Wel speelde ze van alle 7 vluchten prijs, werden 1e en 2e duifkampioen en als de een er was dan zat de ander er vlak achter. Het duivinnetje presteerde het beste en als jaarling deed de doffer het prima. Ik speelde toen alleen met doffers op weduwschap en op de natour kwamen de duivinnen weer in actie. De duivin die ik Bianca noemde, vernoemd naar mijn enige dochter, werd wederom kampioensduif. Vorige maand werd mijn dochter 50 jaar, geen feest vanwege de corona, ik moest toen wel even denken aan die twee. Een leuk verhaal, maar wel 50 jaar geleden. Waar blijft de tijd? Nu heb ik ook weer allemaal blauwe met twee van dergelijke duifjes als 50 jaar geleden. Ook weer een beetje aan de kleine kant en misschien zit er wel weer een doffertje bij, wie weet. Hun moeder is ook een kleintje maar finishte wel 5 keer als eerste, de vader presteerde het om drie keer als eerste afgevlagd te worden. Aan de afstamming kan het dus niet liggen. We weten allermaal dat goede uit de goede komen maar we weten ook allemaal dat ze niet automatisch goede geven maar uit twee toppers heb je altijd meer kans dan uit twee zogenaamde soepkippen ik denk dat u dat met me eens bent. Nu eerst maar even afwachten wat onze minister president maandag 11 mei te vertellen heeft over de versoepeling van maatregelen betreffende het corona virus. Ik vertrouw er op dat hij ons niet teleurstelt.

WEL OF GEEN DUIVENSPORT
Wijdewormer, 28 april. Twee maanden geleden was er geen vuiltje aan de lucht in duivenland. In China was een besmetting met het corona virus vastgesteld wat een ver van mijn ons bed show was waren de eerste gedachten in Nederland. Dat klopte, maar niemand realiseerde zich dat dit besmettelijke en levensgevaarlijke virus in korte tijd de hele wereld zou veroveren. Zo ver zijn we nu en allemaal hebben we te maken met de vreselijke gevolgen. De meest onsympathieke maatregelen moesten noodgedwongen genomen worden waardoor ons hele leven nu totaal op zijn kop staat. We zijn op de hoogte van de gevolgen en kennen de cijfers. Gelukkig worden in verschillende landen de maatregelen mondjesmaat versoepelt. Geen grote evenementen tot 1 september en waarschijnlijk tot volgend jaar zegt voldoende hoe ernstig deze pandemie nog steeds is. Alle sporten liggen tot die datum stil. Ook binnen mijn wielerclub, de kaart- en duivenclub zijn alle activiteiten afgelast c.q. verboden. Anderhalve meter van elkaar verwijdert blijven, hoe moet dat in hemelsnaam verder? Geen winkelend publiek meer, theaters, musea, horeca bedrijven alles is dicht. Als dit zo blijft wordt het leven een heel saai maar er wordt naarstig naar oplossingen gezocht want dit kan geen mens aan. Er moet een wonder gebeuren willen we versnelt uit deze impasse komen. Houd moed, pas goed op jezelf wordt steeds gezegd maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. En dan te bedenken dat we al drie vluchten achter de rug zouden hebben met hier in Nederland ideaal duivenweer, helaas het mag niet zo zijn. Ondanks deze enorme wereldwijde tegenslag houden de duivenliefhebbers de moed er in. Ze willen oh zo graag met hun duiven op pad, dit alles met de bedoeling goed voorbereid aan de start te komen. Als de start pas in september gaat plaats vinden kunnen we spreken van een mislukt seizoen, dan maar op naar volgend jaar. Het is echter nog niet zo ver, maar als we in het eerste weekend van juni niet kunnen beginnen zakt bij veel liefhebbers de moed in de schoenen. Dit weekend ben ik opnieuw geschrokken door de mededeling dat er in Zuid Nederland bij twee nerts boerderijen, waar meer dan 20.000 nertsen zitten, de corona besmetting is uitgebroken. Kortgeleden werd nog verteld dat dieren deze besmetting niet konden krijgen maar vermoedelijk zijn ze besmet door hun verzorgers. Waar de oorzaak ook ligt dit is niet goed voor sporten waar met dieren gewerkt wordt waaronder de duivensport. Deze mededeling was voor mij een enorme afknapper. Vooral omdat ik denk dat onze duivensport daar wel eens de dupe van kan worden en juni komt wel heel erg dichtbij.

DE VERHALEN KOMEN LOS.
In deze tijd beslist leuk om te lezen hoe bekende en minder bekende liefhebbers met hun duiven bezig zijn terwijl er nog helemaal niets bekend is over de start van het vliegseizoen. Zelf ben ik overgegaan in het onregelmatig loslaten van mij vliegduiven. Ik laat ze er uit op tijden die mij goed uitkomen. De voertijden houd ik wel aan want een geregelde verzorging zorgt voor een goede conditie en dat is heel wat anders dan een sublieme vliegconditie. Ik verduister alle vliegduiven 13 uur per dag. ’s Morgens vindt de inspectie plaats. Ik kijk dan naar de hoeveelheid donsveertjes, helaas vind ik ook een enkele slagpen maar de mest is vooral met dit droge weer prachtig, allemaal kleine bolletjes. Zodra ik de gordijnen open doe ontwaken de duiven en zie ik ze even rekken en strekken. Als ik ze een half uur later ga voeren zitten ze niet echt strak terwijl er aan hun gedrag niets mankeert. Maar zodra ik een half uur nadat ze gegeten hebben ga kijken zijn ze levenslustig, zitten wel strak en verschillende doffers weten dat ik even met ze wil vechten. Niet allemaal zijn ze daar van gediend, sommige kruipen in een hoekje van het broedhok en een enkeling vliegt er zelfs uit waaraan ik een enorme hekel heb. Ze zijn schuw maar dat komt omdat ik ze van jongs af aan te weinig aandacht heb gegeven want duiven kun je zo mak maken als je zelf wilt en kunt er als je dat wilt zelfs een circusnummer mee opvoeren. In ieder geval is het zo dat we in deze corona tijd de meest uiteenlopende methodes kunnen lezen op welke manier je duiven kunt verzorgen en dat allemaal met de bedoeling dat we hopelijk nog dit jaar goed met ze zullen presteren. Vandaag is het dinsdag en dan mogen de oude doffers en duivinnen de hele dag bij elkaar. Dit keer een uitzondering, ik heb ze deze middag pas bijeen gelaten en ze mogen daarom ook de nacht bij elkaar blijven. Morgenochtend nog even met zijn allen naar buiten en dan gaan de dames weer terug naar hun eigen afdeling.

DIVERSE PROTOCOLS
Er wordt in het land door vele goedwillende liefhebbers nagedacht hoe straks in de “anderhalve meter samenleving” de duivensport er uit gaat zien. Hoe vindingrijk ze ook zijn ik als oude liefhebber ben gewend aan een vast protocol. Ik hoop dat zoiets op begrip kan rekenen omdat ik al 70 jaar op dezelfde manier duiven inkorf, klokken uitsla en verder alles wat met de duivensport als gewoon werd gezien. Hoe het nu moet gaan is voor een ieder nog ondenkbaar maar als je met duiven wilt spelen zullen we ons moeten aanpassen aan de regels die door elk land worden voorgeschreven. In BelgiŽ mogen de liefhebbers individueel hun duiven opleren. Niet in groepen en ook niet duiven van verschillende hokken in een auto. Verder wordt geadviseerd om niet verder van huis te gaan dan 25 km. Deze versoepeling heeft te maken met het dierenwelzijn. Het is een training voor de duiven om te voorkomen dat ze hun oriŽntatie vermogen kwijt raken, niet ter verbetering van de vliegconditie. In BelgiŽ zijn ze dus een klein stapje op de goede weg. Maar na wat ik deze avond op de TV heb gezien naar aanleiding van veel gestelde vragen door het volk moet ik er helaas vanuit gaan dat de duivensport dit jaar bijna geen kans heeft. Voor de mensen is er voorlopig nog geen vaccin, mogelijk komt er wel eerder het gebruik van een reeds bestaand medicijn. Maar ook dat moet eerst uitgetest worden en dat kost maanden. Als we wel met de duiven mogen spelen zal het sociaal enorm veranderen. In het clublokaal mag de horeca voorziening niet gebruikt worden, die ruimte wordt afgesloten of is verboden terrein. De liefhebbers moeten buiten met hun duiven wachten tot die door een aangewezen medewerker worden opgehaald om geregistreerd voor deelname aan de vlucht te worden. Met zijn allen gezellig in het lokaal een biertje drinken en praten over onze hobby zal waarschijnlijk dit jaar niet mogelijk zijn. Graag wil ik ondanks alles toch eindigen met; zorg dat je gezond blijft, pas goed op je zelf en anderen.

TOT 1 SEPTEMBER GEEN EVENEMENTEN
Wijdewormer, 21 april 2020. Eerlijk gezegd ben ik na de persconferentie die onze minister president heeft gehouden niet echt vrolijk gestemd. Met mij zullen miljoenen TV kijkers gehoopt hebben dat de maatregelen die in verband met het corona virus zijn vastgesteld per vandaag versoepelt zouden worden. Gedeeltelijk is dat waar want per 11 mei gaan de scholen voor het basis onderwijs weer open, overigens wel met de nodige aanpassingen. Het voortgezet onderwijs moet wachten tot 1 juni. Gelukkig mag de jeugd dan ook weer beginnen met hun sporttraining. Een enorme domper was er voor de voetbal fans. Tot en met 1 september wordt er geen betaald voetbal gespeeld. Dat geldt ook voor grotere nationale evenementen zoals de Vierdaagse een wandel evenement waaraan 10 duizenden wandelaars aan meedoen. Geen pop concerten, geen grote en beroemde wielerkoersen, kortom we zijn er nog lang niet. Geen bezoek aan oma en opa, geen gezellige groepsvorming met buren of kennissen. Terrassen blijven gesloten, anderhalve meter uit elkaar blijven. Iets waar ik waarschijnlijk nooit aan zal wennen. Cijfermatig gaan we wel steeds meer de goede kant op, dus dat geeft hoop dus afwachten wat onze minister president in de derde week van mei weer te vertellen heeft. Kinderen tot 18 jaar blijken bijna niet vatbaar te zijn voor het corona virus. Voor iedereen die ouder is zou het geweldig zijn dat er op korte termijn een vaccin wordt ontwikkeld waardoor het gewone leven weer een beetje op gang komt. Met al het andere wat met deze pandemie te maken heeft wil ik u niet vermoeien u leest dat dagelijks in de krant en u ziet het op de TV. Na 5 weken huisarrest begin ik flink te balen en ik zal zeker niet de enige zijn. Desondanks blijf ik wat onze duivensport betreft toch wel hoopvol gestemd. Met enige aanpassingen moet het niet al te moeilijk zijn om op een verantwoorde manier onze duiven in het lokaal in manden te doen. Voor de andere werkzaamheden zijn verschillende oplossingen mogelijk. Wie weet is 1 juni een datum om met een goed gevoel naar toe te leven. Of is dat te optimistisch?

11 APRIL ZOUDEN WE STARTEN
Voorgaande jaren was het begin april beslist geen duivenweer en nu we middenin de corona pandemie zitten hebben we het mooiste weer van de wereld. Geen wonder dat duiven minnend Nederland staat te trappelen om met het wedstrijdseizoen te mogen beginnen. Helaas zal 2020 een totaal ander duivenseizoen worden. Dat geld misschien niet voor alle landen omdat de vliegperiode in andere landen niet gelijk begint en eindigt. Voor de duivensport zou het al heel belangrijk zijn als we weer eens in het lokaal met elkaar over duiven konden praten, zeker weten dat daar een grote behoefte aan is. We willen aan elkaar kwijt hoe we met onze duiven bezig zijn, hoe mooi we gekweekt hebben en hoe fantastisch onze oude duiven er uit zien. De mijne zitten 13 uur verduisterd en komen een keer per dag los. De jonge duiven zitten ook 13 uur in het schemerdonker. De kweekduiven zijn gescheiden, die hebben hun best gedaan. Ze worden dit jaar niet meer opnieuw gekoppeld en dat is eigenlijk helemaal niet zo leuk voor ze. Tussen kerst en nieuwjaar zijn ze gekoppeld en vier maanden later zitten ze alweer gescheiden. Wat een leven! Wel hebben ze gelukkig een royaal hok met een ruime voliŤre. Mijn jonge duiven doen het fantastisch, vliegen snel en lang, eten goed maar luisteren nog niet omdat ik daar nog niet mee bezig ben. Per 1 mei zal ik ze leren dat ze na een uur trainen eten krijgen, door ze enkele dagen kort te houden hebben ze dat heel snel door. Jammer dat we niet op pad kunnen met de duiven. Zelf maak ik daar totaal geen probleem van. Ik ga ervanuit dat we op tijd doorkrijgen wanneer we gaan beginnen en dan zal er echt eerst wel wat tijd zijn om de duiven een paar keer zelf weg te brengen. Ik wil er nog niet aan denken dat we dit jaar niet aan wedstrijden toe komen. Mocht dat wel het geval zijn dan kon dat onze sport wel eens heel veel leden gaan kosten en we hebben er al zo weinig.

LIEFHEBBERS SMEKEN OM DUIDELIJKHEID
Niets is vervelender dan dat je niet weet waar je aan toe bent. Uit de hoek van ons nationale bestuur is weinig nieuws te verwachten. Er is momenteel geen compleet bestuur. We hebben een voorzitter die niet weggaat terwijl hij is weggestemd. Verder zitten er nog drie bestuurders uit het oude bestuur. Volgens zeggen zijn er voldoende (kundige) kandidaten om een voltallig bestuur te formeren. Ik vraag mij af of er aan een noodplan wordt gewerkt. In de wandelgangen heb ik vernomen dat er achter de schermen enkele goedwillende leden mee bezig zijn. Officieel is er niets bekend, ook niet of er nu wel of geen compleet bestuur is, pas dan kun je spijkers met koppen slaan. Dan kan er gewerkt worden aan een nationaal plan dat per juni, juli of augustus ingaat, later heeft volgens mij totaal geen zin. Denkelijk zal voor veel liefhebbers de lol er af zijn als er pas in augustus begonnen kan worden. Ik vind er nu al niet veel meer aan omdat ik geen idee heb wat de mogelijkheden zijn. Ik heb zelfs het idee dat ook onze goedwillende bestuurders het aan inzicht ontbreekt om iets op papier te zetten. Maakt niet uit maar vertel dan dat we bijvoorbeeld zeker weten dat er voor 1 juli geen duivensport mogelijks is. Nu is het maar gissen, hopen en afwachten, zoiets is niet vol te houden.

IN HET JONGE DUIVENHOK
Dagelijks zit ik geruime tijd bij de jonge duiven. Ik mag ze graag observeren, in de hand nemen en op de lijst met ringnummers kijken. Op die manier weet ik al van verschillende jonge duiven uit wel koppel ze komen. Vroeger had ik zo een lijst niet nodig, toen kende ik ze al vanaf het moment dat ze gespeend werden. Door er zo mee bezig te zijn krijg je bijna automatisch enkele favorieten. Ik maak daarvan een aantekening op de ringnummerlijst gewoon om te zien of de baas er nog een beetje kijk op heeft. Door wat langer je ogen de kost te geven zie je ook dat er soms jongen bij zitten die zich een beetje vreemd gedragen. Zo kan ik mij vreselijk ergeren aan een jonge duif die als een dwaas heen en weer op de voerbak loopt terwijl de anderen staan te eten en hij of zij maar blijft rennen waardoor die sukkel eten te kort komt. In het begin liet ik hem wel wat uit mijn hand eten totdat mij ook dat begon te vervelen. Het ringnummer staat genoteerd wat betekent dat die duif van goede huize moet komen om te mogen overwinteren. Dan zijn er twee, geen directe familie van elkaar, die alleen maar klein zaad eten. Ze pikken als gekken, maar daar wordt hun krop niet vol van. Ook hun nummers hebben een kruisje gekregen. Dan is er eentje die ik nog steeds het hok moet uitjagen. Als hij door de spoetnik naar buiten loopt en ik draai me om dan zit ze alweer binnen. Vermoedelijk is zij aan de roofvogel ontsnapt. Ik kwam op een gegeven moment buiten en ik zag dat mijn duiven als een stip zo hoog vlogen. Ze durfden niet te landen en toen ze eindelijk op dak zaten wilde ze omdat het schemerig werd naar binnen er was er eentje die diverse keren opvloog en zodra hij op de valplank liep was het alsof er stroom op stond, zo schrikkerig was ze. Ik heb dat nummer niet genoteerd omdat ik niet wist welke het was. Vermoedelijk is dat de duif die nu nog niet graag naar buiten wil maar dat weet ik niet zeker. Wat de anderen betreft is het een plezier om naar te kijken. Zodra ik de spoetnik open zijn ze binnen de kortste keren buiten en als ik even later zelf buiten kom zie ik ze niet meer. Ze blijven nog niet zo lag weg omdat ze nog niet zo lang rond vliegen maar die tien minuten dat ze uit zicht zijn zegt mij voldoende over de gezondheid en dat is het belangrijkste om met jonge duiven goed te spelen, was het alvast maar zo ver. We spreken af dat we ons aan de maatregelen houden, des te eerder zien we elkaar in het clublokaal.

OH AMSTERDAM WAT BEN JE MOOI
Wijdewormer, 14 april 2020. Met die zin begint een bekend Nederlands lied over onze veel bezongen hoofdstad. Dat daar geen woord van gelogen is kwam ik gister (tweede paasdag) tot de ontdekking. Mijn vrouw kwam op het lumineuze idee eens een uurtje door Amsterdam te gaan rijden. Eindelijk even iets anders want van constant in huis blijven knap je ook niet op. Denk niet dat we ons niet aan de voorschriften houden, zeker wel, maar even zo een klein uitstapje doet je goed ook al is er geen enkele horeca gelegenheid open om even een drankje op een gezellig terras te nuttigen. Vanaf ons huis is het een kwartier rijden naar het centrum. Meestal is daar geen doorkomen aan maar nu we middenin de Corona crisis zitten was het akelig stil in deze grote wereldstad. Bijna geen verkeer het was zelfs een beetje angstig stil. Zo heb ik Amsterdam nog nooit gezien en dan zie je pas hoe mooi de Amsterdamse grachten met al hun prachtige verschillende grachtenpanden zijn. In andere tijden moet je bij wijze van spreken ogen in je nek hebben zo druk is het er dan. Ik moest denken aan de eveneens veel bezongen Jordaan. Dit is een hele oude wijk in het centrum van de stad waar het vroeger een en al armoede was en juist daar woonden bijna huis aan huis een paar honderd duivenmelkers die hun hok boven op dak hadden of in huis op de zolder. Nu woont er niet een meer.

OOIT WAS AMSTERDAM EEN DUIVEN BOLWERK
Met een groot aantal verenigingen en ruim 1200 leden vormde Amsterdam een eigen afdeling. De clubs waren door de hele stad gevestigd, elke regio had zijn eigen duivenclub. Bij veel clubs ben ik in de wintermaanden geweest om als keurmeester van de jaarlijkse clubshows op te treden wat altijd heel gezellig was. Aan het einde van het winterseizoen volgde de Amsterdamse kampioenen show die vele jaren gehouden werd in “Grand Hotel Krasnapolsky” op de Dam achter het verzetsmonument. Directeur Staal was zelf ook en fervent postduivenhouder en behoorde tot de betere spelers van de stad. Een aantal jaren keurde ik in “Kras” zoals het hotel in de volksmond werd genoemd de ereklasse, daarin stonden de duiven van de grote kampioen van het voorbije seizoen. Amsterdam werd met name door het toerisme drukker en drukker waardoor de vele clubs die op de “grachten” waren gevestigd bijna onbereikbaar werden, plus dat er geen parkeer gelegenheid meer overbleef. De duivensport verdween uit de stad en daarmee ook een groot deel van de liefhebbers. Ik mag gerust zeggen dat onze sport in de grote stad tot een absoluut dieptepunt is gedaald. Dat zelfde geldt overigens voor heel Nederland waar we van 80.000 leden zijn teruggegaan naar +/- 14.000 leden en daarvan doen er denkelijk nog 8000 mee aan wedstrijden.

WANNEER GAAN WE BEGINNEN
Dat is momenteel de grote vraag, het is echter niet de belangrijkste vraag. Nog steeds overlijden er wereldwijd elke dag een groot aantal Corona patiŽnten en elke dag worden er nog nieuwe patiŽnten in de ziekenhuizen opgenomen. Vandaar veel respect voor iedereen die dagelijks vele uren onder hoogspanning aan het werk zijn om alles in goede banen te leiden. Wij burgers moeten daaraan meewerken door ons aan de opgelegde spelregels te houden en hoe langer de besmetting duurt des te moelijker wordt het voor ons allemaal. Een andere keus dan je aan de regels houden is er niet. Dus vragen als; wanneer gaat het vliegseizoen weer beginnen kunnen beter achterwege gelaten worden. Desnoods moeten we dit jaar de wedstrijden vergeten maar daar wil ik nog niet aan denken. Voor alle duiven liefhebbers zou dat een enorme domper zijn, zeker voor de vele ouderen onder ons. Als ik naar me zelf kijk heb ik wat de sport betreft niet zo heel veel toekomst meer. Volgend jaar ben ik 84 en van die leeftijd zijn er nog maar bitter weinig die wekelijks meedoen. Verder zijn we ook afhankelijk wat onze buurlanden gaan beslissen. In BelgiŽ waar de duivensport bijna de nationale sport is staan veel liefhebbers te trappelen om te beginnen. Ook daar geldt nog steeds dat zelfs het individueel opleren van duiven ten strengste verboden is. En terecht zou ik zeggen, de volksgezondheid gaat in alle opzichten voor alles. Erg jammer dat er ook geen andere sporten doorgaan want dat hebben velen van ons juist nodig. Ontspanning is een prima medicijn tegen welke ziekte dan ook, het moet echter wel mogelijk en verantwoord zijn. Voorlopig moeten we in Nederland tot 28 april wachten voordat er nieuwe of andere maatregelen bekend gemaakt gaan worden. Dagelijks worden we op de hoogte gehouden over allerlei zaken die met de corona besmetting te maken hebben en gelukkig komen er steeds meer positieve berichten. Als u het mij vraagt zijn we er echter nog lang niet. Als de huidige maatregelen iets versoepelt worden gaan de mensen er hoogst waarschijnlijk iets makkelijker over denken met alle risico’s van dien. Zekerheid gaat voor alles!

DUIVENSPORT BIJ HUIS
Laten we blij zijn dat we onze hobby bij huis hebben, een verblijf in het duivenhok zorgt voor afleiding. Omdat vele onder ons een hoge leeftijd hebben doen zij niet meer mee aan het arbeidsproces en hebben daardoor de mogelijkheid extra aandacht aan de duiven te besteden. Dan moet echter wel de directe omgeving en familie vrij zijn van het corona virus. Maar ook als het virus wel in uw kennissenkring voorkomt is afleiding van groot belang. Een hobby bij huis zie ik dus als een belangrijk voordeel. Veel meer tijd besteed ik nu aan mijn duiven. Ik denk dat het niet beter is voor de duiven maar wel voor me zelf. Soms zit ik zo maar een halfuurtje gewoon tussen de duiven, af en toe pak ik er eens eentje in mijn handen wat vooral voor de jonge duiven niet verkeerd is. Zij worden vertrouwd met de baas en dat zie ik liever dan dat ze allemaal van hun zitplaats weg vliegen als ik in het hok komt. In het seizoen kom ik alleen op vaste tijde bij de vliegduiven. Ik heb dan de kwekers als afleiding maar die zitten inmiddels gescheiden dus daar is ook niet zoveel lol te beleven. Voordat de corona besmetting er was hebben we het wel getroffen met de weersomstandigheden. Het was ideaal voor de kweek en vele liefhebbers met mij zijn zeer tevreden over de kweekresultaten. Het is alsof mijn jonge duiven vlotter zijn dan in andere jaren. Ik ben niet vroeg gaan kweken en nu (half april) vliegen de jonge duiven dat het een lieve lust is. Elke morgen gaat om half elf de spoetnik open en een paar uur later doe ik hem dicht. Als de duivinnen er om vier uur uit gaan zitten de jongen bijna allemaal binnen. Per 1 mei gebeurt alles op vaste tijden en dat is nu al het geval bij de oude duiven. Ik ga er nog steeds vanuit dat we halverwege dit jaar enkele vluchten krijgen. Voor de fond en marathon spelers zie ik het somber in. Er blijft voor hen zo weinig voorbereidingstijd over en als we dit jaar niet aan de wedstrijden toekomen dan krijgen we straks te maken met de selectie. Wat moet je met al die jonge duiven waarvan je niets weet. Aan de afstamming zal het net liggen, ik neem aan dat iedereen kweekt uit duiven waar hij alle vertrouwen in heeft. Als ze echter in hun geboortejaar niets geleerd hebben is het risico groot dat je ze als jaarling kwijt raakt, zeker bij vluchten met een moeilijk verloop. Dat zou jammer zijn, vooral omdat ik zo groots als een aap ben op mijn prachtige groep jonge duiven. Ik had me 2020 heel anders voorgesteld maar ik neem aan dat dit ook bij velen het geval is. We blijven moed houden en houdt u aan de voorschriften. Tot volgende week.

ER WAS GEEN INTERNET EN ER WAREN GEEN STAMKAARTEN
Wijdewormer, 8 april 2020. Nu de duivensport op een erg laag pitje staat gaan mijn gedachten terug naar vroeger. Ik moest denken aan de wereldberoemde Gebr. Janssen uit de Schoolstraat nummer 6 in het Belgische grensdorpje Arendonk. Het was 1952 toen ik voor het eerst van mijn leven met twee oudere melkers mee mocht naar de “mannekes” zoals ze in de volksmond genoemd werden. Ik weet niet hoe het voelt als je bij de koning op audiŽntie moet maar dit voelde volgens mij veel en veel spannender. Ik kende alleen de verhalen over hun vader die eerst kanariekweker was en over de met name vrijgezellen broers en niet te vergeten moeder Janssen en dochter Bertha. Ondanks dat ik pas 15 jaar oud was dacht ik hoe bestaat het dat zulke aardige eenvoudige mensen door hun duiven zo bekend zijn Niet veel jaren daarna waren zij zelfs wereldberoemd. Ik was nog niet veel gewend, ja ik had als 13 jarige knaap op de eerste de beste vlucht in 1951 wel een keer de snelste provinciale duif geklokt. Ik weet nu nog precies hoe dat ging. Ik was lid van een club die op zaterdag speelde omdat die club de enige was met een jeugdafdeling. Er waren zoveel jeugdleden waar nu menig duivenclub jaloers op zou zijn. De duivensport stond in bloei, de ene na de andere club werd opgericht. Het ging zo goed dat er zelfs clubs waren die een ledenstop hadden omdat hun lokaal te klein was. In die tijd werd er nog niet zo gesproken over bekende liefhebbers of duivenrassen. Het eerste bezoek aan de Gebr. Janssen heeft nog geen uur geduurd maar de indruk die ik daar heb opgedaan is mij mijn hele leven bijgebleven. Ik was stapelgek van hun prachtige lichtkrassen en licht blauwe en dan die zilvergrijze ogen, om nooit te vergeten. Zulke duiven moest en zou ik ook hebben en ze kwamen er. Meer dan 50 jaar heb ik met voornamelijk de Janssen duiven heel sterk op de snelheid en kleine fond gespeeld. Daarna was het verhaal Janssen over. In 2000 overleed Louiske, hij was niet de beste duivenkenner, hij ging over de financiŽn. Mijn laatste Janssen duif heb ik begin negentigerjaren bijgehaald een driejarige waar ik flink voor heb moeten betalen. Ik was er enorm blij mee. Daarmee is het verhaal nog niet af. Op zeker moment wilde ik de duif aan een vriend laten zien, nergens kon ik haar vinden. Ze was ontsnapt. Ze had kans gezien om van het kweekhok naar een afdeling waar een aantal jonge duiven zaten over te lopen. Denkelijk heeft mijn vrouw haar uit het hok gejaagd. Zij liet namelijk elke voormiddag die groep jonge duiven los en ik had haar verteld dat er geen enkele duif in het hok mocht blijven. Toen zij mijn verhaal hoorde vertelde ze dat er een duif niet uit wilde, die heb ik heb het hok uitgejaagd, zei ze. U kunt zich voorstellen dat er een beetje paniek uitbrak. Het was in het late najaar, korte dagen en zou ze de weg van Wijdewormer (120 km) naar Arendonk weten te vinden? Ze had daar in de Schoolstraat wel uitgevlogen en toen ik Louiske belde had hij dezelfde gedachten als mij, die kon wel eens kwijt zijn. Nog die zelfde week belde Louiske mij terug om te vertellen dat de duif terug was. Feest in huize Braspenning en twee dagen later zat ze weer in mijn kweekhok. Helaas heb ik geen echte topper uit haar gekweekt maar twee dochters van haar deden dat wel. Mooi verhaal of niet soms. Daarna werden de rechtstreekse Janssens ook voor mij veel te duur. Dat kwam mede door de gekheid die door anderen (vooral commercieel ingestelde liefhebbers) op stamkaarten werden vermeld. Later gooide internet bij monde van de professionele verkoopsites nog een schepje bovenop en zorgde er voor dat de hedendaagse duivensport in een woord WAANZIN TEN TOP is geworden. Heel de duivenwereld was gek van het supersnelle Janssen ras en nu twintig jaar na Louiske zijn dood wordt er niet meer over gesproken. Zo hard kan het in de grote mensenwereld gaan. Diverse keren was ik in Arendonk en meestal ging ik naar huis met slechts een of geen een duif. Het was een wonder als je er meerdere tegelijk kon kopen. Veel heb ik aan hun excellente duiven te danken en net als bij hen zitten ook in mijn hokken overwegend lichtkrassen, licht blauwe en een enkele schalie. Dat is voor mij absoluut een belangrijk onderdeel van mijn hobby. Het enige dat ons nu nog aan de wereldberoemde Gebr. Janssen herinnert is de bijna identiek nagebouwde woonkamer in het museum van de firma Natural in het Belgische dorp Brecht. De meeste liefhebbers zijn het over mijn voorliefde voor kleur totaal niet eens die praten alleen over eerste prijswinnaars en de kleur is onbelangrijk. Ze hebben pas gelijk als ze meer eerste prijzen in hun loopbaan hebben gewonnen dan ik heb gedaan. Tegenwoordig gaat het alleen om de stamkaart met een mooie foto en een nog mooier verhaal er bij. Het zijn allemaal goede want ze komen uit de beste vliegers en kwekers. U moest eens weten wat voor rommel er uit zogenaamde beste kwekers en vliegers op de markt gedumpt wordt. Welke gek verkoopt nu zijn beste duiven of het zou een totale verkoop moeten zijn.

DE TOESTAND IN DE WERELD.
Ik wilde mijn wekelijkse column niet beginnen met het Corona virus. De hele wereld is er mee besmet, erger bestaat op het moment niet. Alle landen hebben hun maatregelen getroffen en iedereen, niemand uitgezonderd, dient zich daar aan te houden. Heel voorzichtig gaan we terrein winnen doch volgens de gespecialiseerde medici zijn we er nog lang niet. Voorzichtigheid is nog steeds geboden en laten we ons aan de voorschriften houden. Ga er maar vanuit dat het duivenseizoen dit jaar met hindernissen gaat verlopen. Misschien zou het zelfs beter zijn om begin juni te beslissen of er in 2020 wel of niet met duiven gevlogen kan en mag worden. Ik heb er geen goed gevoel over. Er zit namelijk zoveel aan vast zodat ik dat aan anderen overlaat om alle voor en tegens op papier te zetten. Blijf thuis en dat geldt ook voor uw duiven.

HET IS LENTE ZOALS LENTE HOORT TE ZIJN
Winter was er dit jaar niet althans in Nederland niet. Het was wel heel lang herfstweer en nu is het pas enkele dagen lente en zie daar het warmterecord is vandaag 8 april reeds verbroken. Het was nog nimmer zo warm in het centrum van ons land als vandaag. Oorzaak? Gat in de ozonlaag, Co2 uitstoot, milieu, klimaatverandering, vul maar in. Voor ons gewone mensen, die zich niet al te veel verdiepen in wat allemaal mogelijk zou kunnen zijn is het volop genieten zeker als je in het gelukkig bezit bent van een tuin. Totaal anders is het met al die gezinnen met jonge kinderen die min of meer huisarrest hebben en met het totale gezin in hun appartement moeten blijven. Daar is het helemaal niet leuk voor. Gelukkig hebben wij duivenliefhebbers de nodige afleiding door het verzorgen van onze duiven. Het is gewoon heerlijk om even in het duivenhok te verblijven, even los van alles wat er op deze wereld aan de hand is. Even dagdromen over eventuele resultaten die de duiven mogelijk dit jaar nog gaan behalen. Zelf geniet ik momenteel van mijn jonge duiven die pas een week buiten komen, ze zien er uit als om door een ringetje te halen ik geniet met volle teugen. Andere jaren zat ik regelmatig met vrienden in het hok, opscheppen over de mooie jonge duiven, oh wat is het toch een heerlijke hobby. Wel vraag ik mij af of de wereld er weer net zo gaat uitzien als voor de corona crisis. Ik heb daar zo mijn twijfels over wat misschien komt omdat ik een bejaarde man van 82 ben en dan heb je niet zo heel veel toekomst meer. Ik wens u en de uwen een goede gezondheid en blijf in alles wat u meemaakt toch positief denken hoe moeilijk dat ook is.


WAT HEBBEN WE MET AAN EEN SEIZOEN WAARVAN WE NIET WETEN WANNEER HET BEGINT?
Wijdewormer, 31 maart 2020. Vandaag maakte minister-president Rutte bekend dat alle genomen maatregelen zijn verlengd tot en met 28 april. Daarbij adviseerde hij geen afspraken te maken voor het Paasweekend en de Mei vakantie. Blijf thuis was zijn advies. Verder was hij bijzonder trots op de Nederlandse bevolking omdat zij zich op een uitstekende manier aan de afspraken houden. Al drie weken zijn we nu in de ban van de corona besmetting en naar mijn gevoel wordt het alleen maar erger. Alle dagen worden we geÔnformeerd over de gang van zaken in de hele wereld. In China waar het allemaal begon gaat het de goede kant op maar dat kan jammer genoeg van geen enkel ander land gezegd worden. Overal gelden strenge maatregelen (op een enkele uitzondering na) en toch nemen het aantal besmettingen alleen maar toe en daarmee ook het aantal patiŽnten dat aan dit afgrijselijke corona virus crisis overlijdt. Hoe lang gaat dit nog duren? De spanning die deze besmetting met zich mee brengt wordt voor veel mensen ondraaglijk. We kunnen er wereldwijd niet serieus genoeg mee omgaan. In ieder geval volhouden en ons aan de gemaakte maatregelen te houden. Denk er alstublieft niet te gemakkelijk over en maak u vooral geen zorgen over de start van het duivenseizoen. Het zou voor ons allemaal erg fijn zijn als er op korte termijn een beslissing wordt genomen zodat er duidelijkheid is en we weten waar we aan toe zijn. De hele wereld zit op slot. De sportwereld staat op zijn kop en de economie gaat door een heel diep dal. De zorgsector kan de druk bijna niet meer aan en dan zijn er mensen uit de sportwereld die zich druk maken over het wel of niet doorgaan van de voetbalcompetitie. De Olympische Spelen zijn al uitgesteld tot 2021 en alle belangrijke wielerklassiekers gaan niet door. Er gaan stemmen op om de Tour de France zonder publiek te laten verrijden, waar zijn we in godsnaam mee bezig? Dan maar geen sport en probeer de mensen te vermaken door op de TV met grote regelmaat spectaculaire sport evenementen uit vervlogen tijden uit te zenden. Daar smullen de meeste mensen nog steeds van vooral de ouderen en dat zijn toevallig ook degene die de grote risico groep vormen. In een tijd als deze hebben alle mensen ontspanning nodig, gelukkig zijn daar mogelijkheden genoeg voor. Eerst moet de wereld vrij zijn van dit afschuwelijke corona virus. Laten we daar de komende maand en misschien zelfs langer voor de volle 100% aan meewerken.

SPORT IS VOORLOPIG TABOE
Ik begrijp alle sporters, die zijn met hun sport bezig en dat kan nu niet. Dat is een enorme teleurstelling. In alle takken van sport zal er dus op korte termijn duidelijkheid moeten komen over wat er gaat gebeuren. Niet praten over wat eventuele mogelijkheden zijn, het gaat door of het gaat niet door. Dan weet elke sporter en sportorganisatie waar ze aan toe zijn. We moeten eerst uit de malaise zijn. Voorlopig zal elke sporter zichzelf in conditie moeten houden. Elke sportbond zal daar mee bezig zijn zodat zij hun leden van advies kunnen dienen. Dat is ook van toepassing op de duivensport. Ik ga er vanuit dat het dit jaar niks wordt. Toch blijf ik mijn duiven verzorgen alsof we aan de vooravond staan van het nieuwe wedstrijdseizoen. Ik had mijn duiven al een tijdje op de zomertijd staan dus voor hen verandert er niets aan de voertijden. Wat wel verandert zijn de trainingstijden bij huis. Ik laat mijn oude duiven niet meer ‘s morgens los waardoor ik een uurtje langer in bed kan blijven en als we dit jaar wel gaan vliegen dan zal het zeker niet zo zijn dat er op vrijdag wordt aangekondigd dat we zaterdag de eerste vlucht hebben. Er zal dan nog wel wat tijd zijn om wat fanatieker aan de gang te gaan. Het zelf rijden met de duiven is niet verboden, in BelgiŽ wel. In Nederland wordt geadviseerd dit niet te doen. Onbegrijpelijk dat ik dan toch enthousiaste verhalen hoor van liefhebbers die al diverse keren met hun winterjongen op pad zijn geweest. Voorlopig trainen de oude duiven dus een keer per dag. De duivinnen om vier uur en de doffers om vijf uur. Mijn jonge duiven komen nu voor het eerst buiten. Ik zet om 10 uur het hok open zodat ze er tot ’s middags 2 uur in en uit kunnen. Op dat tijdstip gaat de spoetnik dicht en kunnen ze alleen nog naar binnen. Ik kijk er de hele dag niet naar om. Dat voordeel heb ik omdat ik in een dun bevolkte rustige polder woon en niet echt last heb van roofvogels. Vanaf 1 mei mogen de jonge duiven er twee keer per dag uit. In de ochtend van 9 tot 10 en in de middag van 6 tot 7. Vanaf half april worden ze 13 uur per dag verduisterd en dat houdt ik waarschijnlijk vol tot eind juni. Mocht er binnen afzienbare tijd besloten worden dat er dit jaar geen wedstrijden worden gehouden dan wordt er onmiddellijk gestopt met verduisteren en zal ik gaan nadenken of ik nog een jaar bij teken. Een jaar geen duivensport is niet het ergste het wordt echter niet eenvoudig om op vrij hoge leeftijd te beslissen of je wel of niet doorgaat. De mooiste periode van mijn duivenhobby is het wedstrijdseizoen. Als dat nu niet doorgaat weet ik niets van mijn jonge duiven. Onbevlogen jonge duiven aanhouden om er volgend jaar mee te gaan spelen heeft nooit mijn voorkeur gehad. Het lijkt mij afschuwelijk om al die prachtige jonge duiven van nu straks te moeten opruimen omdat ze in hun geboortejaar niet aan wedstrijden hebben meegedaan. Gelukkig is het zo ver nog niet, maar ik wanhoop wel. Zo zit ik ook met het probleem van de gescheiden zittende vliegduiven. Het zijn er maar twintig maar het gaat er om hoe lang kun je die op weduwschap kunt houden als er niet elk weekend mee gespeeld wordt. Voorlopig laat ik ze in afwachting van een beslissing elke dinsdag de hele dag bij elkaar en zodra het mag zal ik ze zelf elk weekend een kort vluchtje geven. Want als er toestemming wordt gegeven om zelf met de duiven te gaan rijden zal het volgens mij niet zo lang meer duren dat we voorzichtig aan met de snelheidswedstrijden kunnen beginnen. Het zou wel eens zo kunnen zijn dat in die periode dan ook de jonge duiven gaan beginnen. Als oud en jong dan een half uur na elkaar gelost worden, al is het maar van een vluchtje van 100 km, hebben we toch volop sport. Voorlopig is het nog zeer onzeker, laten we eerst 28 april maar afwachten. Blijf kalm, hou je aan de afspraken en wees blij dat je een hobby bij huis hebt.

ALLES IS OPEENS ANDERS
Wijdewormer, 25 maart 2020. Schitterend voorjaarsweer, dat wel. Er is echter veel meer aan de hand en wie had dat twee weken terug kunnen bedenken. De corona besmetting. Sommigen deden er een beetje lacherig over, anderen zagen direct de ernst er van in. Elke dag worden er wereldwijd steeds strengere maatregelen aangekondigd. Onze minister president en onze koning sprak via de TV het hele volk toe en dan is het echt menens. Die toespraken werden trouwens zeer gewaardeerd, het deed de mensen erg goed. Ook vanuit de regering wordt er bijna dagelijks informatie verstrekt op welke manier deze snel om zich heen grijpende besmetting het best bestreden kan worden. Dat moet lukken als we daar allemaal aan meewerken en als we allemaal de gemaakte afspraken nakomen. Meer kan en wil ik er niet over zeggen, ik laat dat graag aan de deskundigen over en daar moeten we alle vertrouwen in hebben. Verder zullen we elkaar in alle opzichten zoveel als mogelijk moeten steunen. Niet alleen ja-knikken maar ook doen!

WE MOETEN VERDER
De berichten in alle soorten media maken het er niet gezelliger op. Alle momenten van de dag worden we uitgebreid geÔnformeerd over de toestand in alle landen. Het houdt niet op en daarom vraag ik mij af of we de mensen niet steeds banger maken. Het is een zeer ernstige zaak dat weten we allemaal, het zou echter zeer rustgevend zijn als er ook eens iets positiefs gemeld zou worden. Al is het maar nog zo een klein beetje, het geeft de mensen weer een ietsje vertrouwen. We zijn ondanks de vele nare berichten naar mijn idee toch weer een klein beetje op de goede weg. We moeten denkelijk niet te veel rekenen op april, dat is de datum die voorlopig gezien wordt als een mogelijk keerpunt. Heel veel organisaties en ook bedrijven zitten met de handen in het haar. Door de corona besmetting is ons hele leven totaal veranderd. Grote sportevenementen gaan niet door waardoor miljoenen mensen allerlei kleine en vooral heel grote sportevenementen moeten missen en die zijn juist zo belangrijk voor de nodige ontspanning in de weekenden. Het gaat echter ook om de kleine sport evenementen waarbij bijna nooit toeschouwers aanwezig zijn maar waar door de sporter zelf enorm van wordt genoten. Die ontspanning is hard nodig om tijdens de werkweek goed te kunnen functioneren. Als we naar onze grote hobby, de duivensport kijken is dat vooral veel plezier en afleiding voor een grote groep ouderen. Ik moet u eerlijk bekennen dat ik vooral nu ontzettend blij ben dat mijn hobby postduiven houden is. Vorig jaar was ik nog van plan om te gaan stoppen, wat ben ik blij dat ik dat niet gedaan heb.

BUITEN IS HET KOUD, IN HET HOK IS HET ZOMER
De herfst duurde dit jaar erg lang, winter hebben we niet gehad en het voorjaar is begonnen met heel veel zon. Wel hebben we in Nederland momenteel veel last van een venijnige koude oosten wind waardoor de gevoelstemperatuur is alsof het vriest. Uit de wind merk je dat de zon al veel kracht heeft en in het hok is het zo heerlijk dat de baas al enkele keren op zijn krukje in slaap is gevallen. De pas gespeende jonge duiven zaten op mijn schouders, op mijn pet en in mijn voer emmertje. Alle jongen zijn inmiddels gespeend en af en toe moet ik er eentje met zijn kopje in het water houden wat vrij eenvoudig te zien is wanneer dat moet. Degene die met de oogjes zitten te knijpen of knipperen hebben dorst en weten nog niet precies waar de drinkbak staat en dan moet de baas even bijspringen door ze even met hun kopje in de drinkbak te houden. Je ziet bijna direct dat ze daar van opknappen. Verder hebben ze de hele dag volle bak. Ze kunnen dus eten wanneer ze willen, nadeel is dat ze wel erg veel knoeien met het voer. Daarom stop ik na twee weken met volle bak voer te geven. Ik heb meer voorkeur voor voeren op vaste tijden. Ik heb dat ooit ontdekt in de Amsterdamse Artis. Een prachtige dierentuin waar heel veel wilde dieren in gevangenschap leven. Die worden ook op vaste tijden verzorgd en je moet eens zien hoe actief ze tegen die tijd worden en ondanks dat ze in gevangenschap leven zien ze er mooi strak en glanzend uit, teken dat het met hun lichamelijke conditie wel in orde is. Zo zie ik dat ook bij de duiven. Nu al weten ze dat als ik in het hok kom dat er vers voer in de bakken wordt gegooid. Moet u straks eens kijken als ze zogezegd op rantsoen staan. Het is elk jaar het zelfde liedje. Als het voertijd is ga ik buiten naast de spoetnik staan en ook al vliegen ze nog zo hoog, zodra ze mij zien duiken ze als kometen op het hok en zitten binnen enkele seconden binnen. Als ze dat niet doen is er iets aan de hand. Dat is niet zo leuk maar wel prettig om te weten dat er iets niet klopt want dan moet er ingegrepen worden. Eet- en vlieglust zijn zeer belangrijke maatstaven die de conditie van de duiven aangeven.

KWEEKSEIZOEN ZO GOED ALS VOORBIJ
De vliegduiven zijn klaar voor de strijd, zij zitten sinds woensdag gescheiden. In het “bovenhok” zitten mijn vliegduiven. Een afdeling voor de 11 duivinnen, een voor de 11 doffers en een grotere afdeling met 43 jonge duiven. De andere drie afdelingen zijn leeg en dat was ook de opzet. Minder werk en wie weet net zoveel plezier. Beneden zitten onze gezamenlijke 20 koppels kweekduiven en zoals u weet is de eerste ronde naar Marco gegaan en sinds kort zit een zelfde groep bij mij. De kweek is ontzettend goed verlopen, zo op het oog allemaal prachtige jongen. Geen enkele erbij die niet goed is opgekomen en als ze gezond blijven mogen ze allemaal meedoen aan de wedstrijden. Goed of minder goed gebouwd ze mogen allemaal hun kunsten vertonen. De kweekduiven zijn nu aan hun laatste klus bezig en daarna worden ze gescheiden, dan mogen doffers en duivinnen dagelijks ieder in een open ren van 3,5 x 2,5 meter, alleen het dak is dicht, ’s nachts mogen ze naar binnen.

WACHTEN IS NU OP DE START VAN HET VLIEGSEIZOEN.
Grote vraag voor veel liefhebbers is; komen we dit jaar nog aan wedstrijden toe. Normaal is het zo dat op deze tijd van het jaar de snelheidsspelers staan te trappelen om te beginnen, dat zit er niet in. Wat dat betreft zullen we alle ontwikkelingen omtrent het corona virus rustig moeten afwachten. Voorlopig is er nog geen zinnig antwoord te geven. Vanavond om half zeven krijgen we in Nederland weer het allerlaatste nieuws omtrent de stand van zaken en eventuele nieuwe afspraken. Als wij in juni zouden mogen beginnen met de eerste vluchten zou dat een heel verrassend en heel gunstig teken zijn want dat zou beteken dat we op de goede weg zijn. Ik kan nog een kleine aanvulling op dit artikel geven voordat het naar de drukker gaat. Het wachten is op de toespraak door onze minister president. Die hield in dat er in grote lijnen weinig verandert behalve voor de mensen die zich asociaal gedragen. Zij dit zich niet aan de voorschriften houden lopen kans op een fikse boete. Wie niet horen wil moet maar voelen.

ALLES GEREGELD?
Elke duivenmelker gaat in Maart de zaken nog serieuzer aanpakken want over een paar weken beginnen we in Nederland immers al. De Belgen beginnen traditiegetrouw enkele weken eerder mits de weersomstandigheden dat toelaten, nou mooi niet. Als ik vanachter mijn computer naar buiten kijk is het herfst. De regen klettert tegen de ramen en de voorbijgaande fietsers hebben moeite om tegen de harde wind in te komen. In BelgiŽ hebben ze het zelfde weerbeeld en daarom is vandaag, 10 maart, al besloten alle vluchten van dit weekend af te lassen. Een winter hebben we niet gehad wel veel regen en harde wind. Over de temperaturen hebben we niets te klagen het is echter bij lange na geen duivenweer. Grote vraag is wat de klimaatverandering voor invloed gaat hebben op ons duivenspel. In BelgiŽ waar veel liefhebbers graag wekelijks snelheidsvluchten spelen worden ze nu al geconfronteerd met slecht weer. Voorlopig is de start daar een week uitgesteld. Zelf heb ik dit jaar vrij laat gekoppeld waardoor ik momenteel jongen heb liggen die twee en een halve week oud zijn. De helft daarvan gaat het aanstaande weekend met de duivinnen naar het jonge duivenhok wat ook hoogste tijd wordt want ik zie al een enkele doffers achter zijn duivin aan te rennen. Teken dat er alweer gewerkt gaat worden voor de volgende ronde eieren. Het gaat ook allemaal zo snel. Alles verloopt bij mij volgens de planning wat betekent dat ik en de duiven er klaar voor zijn nu alleen het weer nog. Verder vraag ik mij af of ook alles in mijn club is geregeld voor het nieuwe seizoen. Het is jammer dat ik het moet zeggen maar ik heb daar namelijk helemaal geen vertrouwen in. Onze club heeft een bestuur dat uit drie personen bestaat. Op zich moet dat kunnen omdat we maar een stuk of vijftien “vliegende leden” hebben. Daarvan is een vijftal echt met de duiven bezig en de anderen zijn duivenhouders die wekelijks met hun mandje duiven komen. Het zijn de zogenaamde gezelligheidsspelers die zich nergens druk over maken. Waar zijn de gouden tijden gebleven toen alles tot in het kleinste detail was geregeld, de club uit minimaal 40 leden bestond waarvan er zeker 20 als kemphanen tegenover elkaar stonden. Volop sportieve strijd, niet alleen in de club, ook in de Zaanstreek waar we toen met 400 leden speelden. Helaas zijn er nu geen honderd meer over. In mijn club zijn we sinds september 2019 slechts een keer bij elkaar geweest om de agenda van de NPO te bespreken en laat daar nu precies niemand in geÔnteresseerd zijn behalve onze secretaris. Helaas maakt die zich druk om zaken waar hij totaal niets mee te maken heeft. Jammer dat we binnenkort met de wedstrijden gaan beginnen terwijl er in de club niets maar dan ook niets geregeld is. Onze voorzitter is geen leider en ook geen organisator, hij snapt er werkelijk niets van. De secretaris snapt het wel maar die doet niets en onze penningmeester wil niet gecontroleerd worden en doet precies wat hij wil en dat is het omgekeerde van wat de leden van hem eisen. Normaal zou ik dergelijke club aangelegenheden niet op papier zetten. Het moet nu binnen de kortste keren geregeld worden anders blijft er volgens mij niets anders over dan de club opheffen.

TRAINEN
Als het komende weekend de vliegduiven gescheiden worden wil ik de duiven om de dag weg te brengen, niet verder dan 40 km. Zij weten de weg nar huis beter te vinden dan wij, het gaat er meer om de duiven weer aan het verblijf in de manden te laten wennen. Om weer een beetje in het vliegritme te komen zijn dergelijke leervluchtjes een goede leerschool. De hok- en vaccinatie lijsten zijn ingeleverd en worden ingevoerd in de computer. Alleen met die duiven mag gevlogen worden, de duiven moeten ook bij de NPO op naam van de liefhebber staan, zo niet dan mogen de duiven niet meedoen aan de wedstrijden. Doordat deze winter mijn duivenbestand drastisch is ingekrompen zijn drie afdelingen leeg en die blijven ook leeg. Voorheen zaten daar mijn jonge duiven, een afdeling voor de doffers, een voor de duivinnen en een voor 9 jonge weduwnaars. Dit jaar speel ik vanaf een afdeling met ongeveer 35 jonge duiven. Daarnaast heb ik een afdeling waar 11 doffers zitten en in de andere afdeling zitten 11 duivinnen. Ik heb het me dus een stuk gemakkelijker gemaakt. Elke week met een mandje duivinnen en een mandje doffers naar het lokaal. Met zo een klein aantal ben ik wel wat kwetsbaarder vooral als je in het begin van het seizoen een duif kwijt raakt. Het Hollandse voorjaarsweer kan nog wel eens behoorlijk grillig zijn waardoor je gaat twijfelen. Moeten ze wel allemaal mee of moet er een deel thuis blijven. Zulke beslissingen kunnen nog wel eens ten koste gaan van een goed resultaat. Ik wil zeker niet te voorzichtig doen, ik houd er wel van dat ze eens heel diep moeten gaan. Maar aan duiven kwijtspelen heb ik een bloedhekel ik ruim ze liever zelf op. Meer kan ik er op dit moment niet aan doen en zoals het zich laat aanzien ga ik vol vertrouwen het seizoen 2020 tegemoet. Het wordt mijn 72ste seizoen.

WEER EENS EEN KEERTJE OP HOKBEZOEK
Voorheen gebeurde dat regelmatig maar als je in de tachtig bent heb je het allemaal wel een keertje gezien. Dan is het deze tijd van het jaar vaak vrij koud en ik heb geen zin om met kromme vingers van de kou met een duif in mijn handen te staan. Oude mannetjes hebben nu eenmaal wat meer warmte nodig. Toch heb ik me laten verleiden om weer eens op hokbezoek te gaan. Terwijl ik op weg was dacht ik aan wat ik in het verleden meermalen heb meegemaakt. Bij aankomst bij de liefhebber kreeg ik vaak de opmerking “ik heb vandaag nog niets aan de duiven gedaan”. Dan was ik in staat om direct rechtsomkeer te maken. Dat overkwam me dit keer gelukkig niet. Eerst een kijkje in een bouwvallig hok waarin kweekduivinnen met hun bijna speenklare jongen. Het eerste wat mij opviel was de lading mest op het deksel van de drinkbak en de vloer van het hok was niet lekker schoon. Het was rommelig en door het donkere weer zagen de duiven er ook niet lekker uit. Denkelijk wordt dat gammele hok toch het hok waarop van de zomer het best op gepresteerd gaat worden. Het andere hok is een gemetseld hok, vrij diep, geen vloer doch alleen roosters met 70 cm lager een soort kelder waar de mest in opgevangen wordt. Het rook muf, geen lucht circulatie, afdelingen die wel drie meter diep waren zodat de duiven achterin altijd in het schemer zaten. Als eerste kreeg ik natuurlijk zijn favoriet in handen. In mijn ogen niets bijzonders, geen evenwicht en toen ik de vleugel open deed koste me dat bij wijze van spreken extra kracht. Nog nimmer had ik een duif in handen met zo een stramme vleugel en daarbij was de pluim gortdroog. Dat kan geen goede zijn dacht ik maar dat wilde ik niet zeggen. Gelukkig kreeg ik ook duiven in handen die me wel bevielen. Ik heb hem een aantal tips gegeven. De eerste was dat hij niet zo snel moest denken dat het een goede duif is ook al komt die bij een goed spelende liefhebber vandaan. De verzorging vond ik zeer matig en heb hem geadviseerd strikte tijden aan te houden. Dus altijd op dezelfde tijd trainen, op dezelfde tijd eten en ook rusten. Als je dat kunt opbrengen komen er gegarandeerd resultaten. Leg de prestatielat niet te hoog dat zorgt alleen maar voor teleurstelling. Als het de voorbije jaren niet is gegaan zoals je graag zou willen verander iets aan je hok. Een paar glazen dakpannen zullen in dit muffe hok vast en zeker voor verbetering zorgen waardoor je meer gaat genieten van de duivenhobby. Nu maar hopen dat hij iets van mij aanneemt. Ook al ben ik zelf geen wereldkampioen kan ik wel terugkijken op een langdurige succesvolle duivensport carriŤre.

METEOROLOGISCHE LENTE IS BEGONNEN
Dat klinkt in ieder geval aardig. Alleen al het woordje lente zorgt voor een beter gevoel omdat het mooie voorjaarsweer er aan zit te komen. Helaas was daar gisteren nog niets van te merken. Maar vanmorgen scheen de zon en die hadden we een hele poos niet gezien. Wat een weelde en dan te bedenken dat de echte lente pas op 21 maart begint en veertien dagen daarna gaan we beginnen. Dat laatste is nog maar moeilijk voor te stellen. Ja in het hok is te merken dat we op weg zijn naar een hopelijk mooie strijd onder goede omstandigheden. Het hoeft niet altijd mooi weer te zijn, het mag voor de duiven en de spanning ook wel eens een enkele keer keihard wroeten worden om op tijd thuis te komen. De mooie uitslagen moeten als vanzelf gemaakt gaan worden. Dat wil betekent niet dat het meteen maar mooie of gemakkelijke vluchten zijn maar als het maar geen vluchten worden met een rampzalig verloop. Allemaal hebben we tijdens de selectie ons best gedaan om duiven aan te houden die aan de toets der kritiek hebben voldaan. Er is niets zo beroerd om je met veel zorg gekozen duiven kwijt raken. Dat zoiets bij sommige liefhebbers zal gebeuren is zo goed als zeker. In de sport moet je ook tegenslagen kunnen verwerken en dat kunnen duivenliefhebbers zeker. Tegenslagen horen bij elke sport dus ook bij de onze. Een goede sportman laat zich echter niet uit het veld slaan en weet hier mee om te gaan. Denk niet dat u de enige bent die wel eens een flinke draai om de oren krijgt. Heel belangrijk is dat de duiven door de goede zorg van de baas probleemloos de winter zijn doorgekomen wat te merken is aan de kweekresultaten. Eieren mooi op tijd gelegd, weinig of geen onbevruchte eieren, jongen die beide gelijktijdig uit hun ei komen, mooie droge mest rondom de schotels, geen piepende jongen. Dit zijn situaties die aangeven dat het met de conditie van de duiven wel goed zit. Denk om de verplichte enting(en), een laatste mestcontrole kan beslist geen kwaad. Nu kan er nog iets aan gedaan worden, over twee weken bent u te laat. U legt dan in wezen een ronde achter en probeer dat maar weer eens goed te maken. Er zijn er die dat lukt maar de meesten moeten het peloton laten gaan. Wat dat betreft is het net een wielerkoers en u weet in een wielerkoers wordt op niemand gewacht en zo gaat dat ook in de duivensport.

IN MAART WORDEN DE PUNTJES OP DE I GEZET
De lente maand is bij veel sportvrienden de maand waarin de zaken ten opzichte van het wedstrijdseizoen nog serieuzer worden aangepakt, zo ook bij mij. Vanaf 1 maart zitten al mijn duiven op zomertijd die aan het eind van deze maand ingaat. De klok gaat dan een uur vooruit. De dagen worden daardoor langer wat betekent dat degene die nog werken hun duiven ’s avonds ook weer eens los kunnen laten. Zo zit iedereen op het tijdschema dat gedurende het seizoen gehanteerd wordt. Mijn vliegduiven die nu nog met pas geringde jongen zitten gaan nu alleen bij goed weer om 8 uur los (zomertijd 9 uur). Als ze straks in april gescheiden zitten komen de duivinnen ’s morgens niet los, de doffers mogen er om 8 uur en 5 uur uit. Als de jonge duiven straks gespeend zijn mogen die er in het begin van 9 tot 12 uit. Zodra ze in april gaan rond fladderen gaan ze s ’morgens om 9 uur naar buiten en worden om 10 uur gevoerd. In de middag vliegen de duivinnen van kwart voor vier tot vijf uur, de doffers van 5 tot 6 uur en de jongen van 6 tot 7 uur. Pas eind april gaan de duivinnen ’s morgens ook naar buiten en mogen dan vanaf 7.30 uur een half uurtje trainen. Dat alles zal voor de baas ook wennen worden want die zit zelf nog steeds op wintertijd. Als het ’s middags goed weer is ga ik zoveel mogelijk dagelijks anderhalf uur fietsen en dan zie ik bij diverse liefhebbers de jongen al in koppel vliegen terwijl die van mij allemaal nog in de schotel liggen, die worden eind deze maand gespeend. Het was de bedoeling dat ik er niet zoveel zou nemen maar intussen zijn het er toch weer 40. Alles verloopt ook zo geweldig. Elke dag ga ik met plezier naar de duiven en dan te bedenken dat ik vorig jaar van plan was er mee te stoppen. Ik zat toen niet lekker in mijn vel maar voel me nu veel beter. De jaren beginnen wel degelijk mee te tellen. De gedrevenheid is niet meer zoals het jarenlang was. Maar ik heb nog boze plannen dus ga hopelijk nog voor een paar verrassingen zorgen.

TIJDENS DE 25e VOORJAARSBEURS KLONK HET STARTSCHOT
Aan de drukte was te merken dat veel liefhebbers er weer echt zin in hebben. Ondanks dat het tijdens de vroege kweek prima weer was waren er toch heel veel liefhebbers geÔnteresseerd in het grote aanbod van jonge duiven. Er werd zeer goed zaken gedaan en menig verkoper was op de zaterdag uitverkocht. Ook de ruim 250 standhouders waren meer dan tevreden. Uiteraard had de organisatie ruim aandacht geschonken aan het corona virus. Het bordje handen wassen kwam je regelmatig tegen. Ruim 7000 betalende bezoekers waren het voorbije weekend de kassa van deze zeer geslaagde voorjaarsbeurs gepasseerd. Of het er iets mee te maken heeft kan ik niet bepalen maar in de nacht van zaterdag op zondag werden bij vader en zoon Murk uit IJsselstein (NL) 12 van hun 14 kweekduiven ontvreemd. Door een gat te maken in het gaas van de toegangsdeur naar de kweek voliŤre wisten de daders zich toegang te verschaffen. Echt typisch dat zoiets veelal gebeurd als er een groot evenement op duivengebied wordt gehouden. Laten we hopen dat de daders snel in hun nekvel worden gegrepen. Verder rest ons nog de NPO vergadering van 14 maart met als belangrijkste punten de bestuursverkiezing. Het laat zich aanzien dat er een geheel nieuw bestuur gekozen gaat worden met onder punt 7.2 het ontslag van de huidige voorzitter. Verder onder punt 8.1 de stemming over het wel of niet organiseren van de postduiven Olympiade in Nederland. Als het niet doorgaat lijkt het mij internationaal een afgang voor de NPO en een enorm gezichtsverlies voor voorzitter Van der Kruk (ook bestuurslid FCI) omdat zij de organisatie definitief op zich hadden genomen. Je kunt ook te voorbarig zijn. Hoe het ook gaat aflopen in april staan we allemaal weer met lege handen aan de start voor een nieuwe, hopelijk sportieve en spannende krachtmeting.

STILTE VOOR ALWEER EEN NIEUWE STORM
Het Nederlandse weer is volkomen van slag. Al wekenlang stormachtige wind en hevige regenbuien met voor de tijd van het jaar vrij zachte temperaturen. De storm Chiara en Dennis hebben van zich doen spreken en ook vandaag staat er weer een keiharde wind. Al met al was het een vrij goede periode voor de winterkwekers maar nu komt het. Sommige winterkwekers zitten met de handen in het haar omdat vanaf eind januari de vroegste jongen naar buiten moesten. U begrijpt het al, wind is de grote spelbreker. Bijna geen liefhebber durft zijn jonge duiven buiten te laten en het is inmiddels eind februari. Misschien klinkt het erger dan het is. Ik ken genoeg liefhebbers die hun jonge duiven pas loslaten als ze de eerste pen hebben gegooid, dat is niet mijn systeem. We moeten ook een beetje risico durven te nemen. De jongen kunnen wel eens door een windvlaag van het hok slaan wat niet wil zeggen dat je dan meteen alles kwijt bent. Ik woon in de polder dus een en al rust rondom het hok. Momenteel heb ik nog geen jonge duiven die naar buiten moeten. Ik heb jongen die net uit het ei zijn gekropen dus ik heb nog tot eind maart de tijd. Of het dan beter weer is moeten we afwachten. Er zijn jaren geweest dat er in Nederland zelfs eind maart nog behoorlijk veel sneeuw viel, dat waren wel uitzonderringen. Helaas hebben we steeds meer met klimaatverandering te maken en daar zullen wij en ook onze duiven mee moeten leren om te gaan. Vandaag is het een zonnige dag en er waait een stevige wind. Er is echter weer een andere (hevige) storm op komst. Die is voorspelt voor zaterdag 14 maart dan wordt namelijk de uitgestelde algemene vergadering van de NPO gehouden. Als u het mij vraagt veel te laat. Twee weken daarna begint ons nieuwe vliegseizoen en dan is het moeilijk voor te stellen dat het zwaar gehandicapte NPO bestuur alle zaken tot in de puntjes heeft geregeld. Het zou een goede zaak zijn dat er van achter die bestuurstafel eens wat meer informatie naar de achterban komt. Eigenlijk weten de liefhebbers nog niets over eventuele veranderingen. Denkelijk zal er weinig veranderd worden er is immers geen tijd voor. Rust in de tent is momenteel het aller belangrijkst. De nog amper 7000 vliegende hokken willen nu wel eens weten hoe het seizoen 2020 er uit gaat zien. Het vliegprogramma is in grote lijnen bekend. Voor ons gaat het wedstrijdseizoen beginnen, daar zijn ze we een heel jaar druk mee. Het overgrote deel is niet zo bezig met de nationale organisatie en willen alleen met duiven spelen. Het gaat nu om capabele bestuurders die inzien dat hun leden duiven houden om aan wedstrijden mee te doen. Dat is hun hobby en daarom zijn ze aangesloten bij de NPO. Helaas heeft het NPO bestuur er weinig van gebakken. Diverse bestuurders zijn opgestapt en er is nog een voorzitter die gewoon niet weg wil terwijl hem al diverse keren is gevraagd zijn functie beschikbaar te stellen. Het laat hem koud, hij doet alsof er niets aan de hand is terwijl duiven minnend Nederland heel graag van hem af wil. Dan raakt hij ook zijn gezicht en zijn baantjes bij de FCI kwijt en daar was hij juist zo trots op. Het is nu dus stilte voor de storm. Het is zelfs angstig stil en in de wandelgangen vraagt men zich af of alles op tijd geregeld is. Het vertrouwen in voorzitter Maurice van de Kruk die zichzelf zo graag hoort praten is in ieder geval helemaal weg al beseft hij dat nog steeds niet.

AMSTERDAM
Ooit was Amsterdam een zelfstandige afdeling met op een klein aantal vierkante kilometers meer dan 1200 leden. Vooral in de veel bezongen Jordaan krioelde het van de duivenliefhebbers. Daarom was de brief die deze week is verstuurd een complete verrassing. Amsterdam was al geruime tijd geen zelfstandige afdeling meer en ging verder door het duivenleven als District Amsterdam met aanzienlijk minder leden. Nu kwam het bericht door dat ook het district Amsterdam is opgeheven. Als reden werd opgegeven de steeds toenemende terugloop van het aantal leden, te weinig deelname aan evenementen en de jaarlijkse feestelijke kampioenenhuldiging. Eigenlijk ongelooflijk. Ik heb de grote feesten in Grand Hotel Krasnapolsky en in het Hilton hotel meegemaakt, onvergetelijke avonden! Diverse jaren heb ik bij talloze clubs de duiven mogen keuren en ook aan de jaarlijkse afdelingstentoonstelling met hun ereklasse bewaar ik goede herinneringen. En zo raakt de Nederlandse duivensport weer een icoon kwijt. Jammer, jammer en nog eens jammer.

EEN HOKS RACES
Ik ben er nooit een voorstander van geweest omdat dit soort wedstrijden niets te maken heeft met de duivensport zoals wij die in Nederland al 100 jaar kennen. Zelf je duiven verzorgen en meedoen aan vluchten is een echte hobby bij huis. Vanaf de periode dat de duivensport wereldwijd zijn bekendheid kreeg stonden er slimme mensen op die daar commercieel brood in zagen. Er zijn nu eenmaal heel veel goklustige mensen op deze wereld. De 1-hok races gingen wereldwijd meer terrein winnen. Er waren voor onze begrippen grote geldbedragen te winnen en dat zette diverse melkers aan het denken. Velen kregen een afkeer tegen dit gokspel met duiven omdat de deelname kosten voor de modale liefhebber veel te hoog liggen. Een ander veel belangrijker punt is volgens mij de duiven zelf. In grote aantallen worden ze bij elkaar gezet wat extra moeilijk is om ze gezond te houden. Veel duiven tegelijk loslaten bij het hok heeft totaal geen zin omdat die duiven niet echt gaan trainen. Ze trekken niet weg en blijven daarom zo dom als het paard van onze Lieve Heer en dat was een ezel. Met andere woorden er worden daardoor heel veel duiven kwijt gespeeld. Daarnaast kunnen we ons afvragen wat de conditie van de duiven moet zijn om ze voor deelname in aanmerking te laten komen. Thuis bepalen we zelf welke duiven wel of niet mee mogen en doen we ons best om ze extra gemotiveerd aan de start te brengen. Hoe gaat dat in de geldraces? Vliegen ze allemaal van het schapje of mogen ze ook een nestje hebben. Ik heb er nog steeds geen goed gevoel bij. In Nederland is het trouwens niet toegestaan. Dat zegt ook niet alles, voor sommige duivenliefhebbers zijn dit soort races een uitkomst. Nog niet zo lang geleden had ik per email contact met een liefhebber uit Hawaii. Daar is duivenspel zo goed als onmogelijk. Die man had een hok kweekduiven waarvan de jongen werden uitgezet in de “one loft races”. Dat was die man zijn grote hobby. Enkele dagen geleden kreeg ik het zeer uitgebreide overzicht binnen over de One MiIlion Dollar Race in Zuid Afrika, zeer professioneel dat zeker. Voor de 24e keer werd die race over 600 km op 1 februari gehouden. Om 6.05 uur werden de nog overgebleven 1548 duiven uit 34 verschillende landen bij een temperatuur van 19 graden Celsius losgelaten. De duiven hadden de wind op kop en in de loop van de dag liep de temperatuur op tot 32 graden. De grootste internationale deelname kwam uit Duitsland 403; USA 228; VK 100; BelgiŽ 46 en Nederland 59. Onze Zuid-Afrikaanse sportvrienden hadden er 284 ingezet. De duiven werden die dag verwacht om ’s middags 4 uur wat betekende 10 uur vliegen met een snelheid van 60 km per uur. Die berekening klopte niet. Er moest gewacht worden tot 18.32 uur tot zich een Sloveense duif meldde met een snelheid van 802 meter per minuut. Daarmee verdiende de duif voor zijn baas 300.000 US dollar. Later is de winnende duif verkocht voor 118.000 dollar. Als je zoiets leest krijgt menigeen de kriebels om ook eens een kansje te wagen. Om 19.48 uur arriveerde een Amerikaanse duif goed voor 150.000 dollar en om 19.27 uur arriveerde een Nederlandse duif die 100.000 dollar incasseerde. Toen werd het stil. Er moest op de vierde duif gewacht worden tot zondagmorgen 5.58 uur en om 6.49 uur arriveerde nummer 5. Zondagavond waren er 447 thuis en maandagavond om 19.00 uur was dat aantal gegroeid tot 590. Na drie dagen koers waren er dus nog duizend (twee derde) jonge duiven onderweg en dat is nu juist de reden van mijn afkeer van 1-hok races.

EEN WEEK NA CIARA VOLGDE STORM DENNIS
Wie nu nog niet in de klimaatverandering geloofd leest geen krant of kijkt nooit naar de TV. Twee weken achtereen een storm die in ons land een naam krijgt is nog nimmer voorgekomen. Dennis stelde wat hier in Nederland niet zoveel voor maar helaas wel in de UK waar met name Wales zwaar werd getroffen. In Nederland raakte het treinverkeer een beetje in de war door omgewaaide bomen en verder zorgde de storm voor een nieuw warmterecord. In het Noord-Limburgse plaatsje Arcen werd het zondagmiddag 16 februari 18,2 graden Celsius, het oude record stond op 17,3. In andere delen van ons land kwam de regen met bakken uit de hemel. Duivenmelkers zouden in het seizoen zeggen wat nu valt, valt morgen niet.

STARTSCHOT NIEUWE SEIZOEN BEGINT MET DE VOORJAARSBEURS
Alweer voor de 25e keer wordt in Houten (nabij Utrecht) de Voorjaarsbeurs gehouden. Dit keer drie dagen beurs te beginnen op vrijdag 28 februari en omdat het de 25e beurs is wordt er een feestelijk tintje aan gegeven. Een grote verscheidenheid aan standhouders is vertegenwoordigd en uiteraard staat er weer een keur aan klasse duiven te koop. Diverse standhouders bieden ter verhoging van de feestvreugde het publiek een hapje of een drankje aan. Verder een ideale gelegenheid om nog even de laatste inkopen te doen voordat de strijd weer in alle hevigheid losbarst.

DE EERSTE TEGENSLAG
Op ons kweekhok verloopt alles naar wens, het kan niet beter. Het ziet er naar uit dat bij de tweede ronde eieren niet een ei onbevrucht is. Wel een ingedeukt ei en een nog vrij jonge duivin is van de eieren gelopen en daardoor is ook de doffer opgehouden met broeden. Oorzaak? Wie het weet maag het zeggen. Het kan wel eens voorkomen dat muizen ’s nachts in het hok komen en dan in een nest kruipen. Dat is bij ons zeker niet het geval. Echter niet getreurd, er gebeuren ergere dingen in de wereld. Wat ik wel als een domper zie is het niet terugkomen van mijn beste pas 2-jarige vliegdoffer. Het gebeurde op een rustige dag, weinig wind en geen regen. Prima weer dus om de duiven weer eens rondom het hok te laten vliegen. Diezelfde avond was hij er niet en nog steeds niet. Je zou kunnen denken dat de roofvogel hem gepakt heeft. Een andere reden kan ik niet bedenken of hij moet zich dood gevlogen hebben. Ik heb niet echt last van roofvogels zeker de afgelopen laatste drie jaar niet. Bij Marco zat in dezelfde periode een rover in de tuin voor het jonge duivenhok. De jonge duiven komen nog niet buiten maar zitten in de spoetnik. Deze week mogen ze naar buiten. De slimme rover zal de zaak waarschijnlijk wel goed in de gaten houden en als eenmaal de koektrommel open gaat zal hij mogelijk toeslaan. Helaas, aan de natuur is weinig te veranderen. Ik kan me heel goed voorstellen wat sportvrienden doormaken die met grote regelmaat last hebben van de te grote hoeveelheid roofvogels die er in ons land rondvliegen. Wat dan betreft wordt het voor menig liefhebber weer een spannende periode tijdens het buiten laten van de jonge duiven.

VEEL KWEKEN EN SPELEN
Makkelijker gezegd dan gedaan. Je kunt wel veel kweken maar dan moet je er ook de ruimte voor hebben. Je kunt wel alle weken wel met een groot aantal duiven spelen maar dan moet je er ook de financiŽn voor hebben. Binnen onze sport is dat maar voor een klein percentage (de profs) mogelijk. Voor een duivenliefhebber met drie schoolgaande kinderen die ook aan sport doen zal het niet eenvoudig zijn om wekelijks 40 jonge duiven in te zetten plus ook nog een aantal oude. Dat kost minimaal 75 euro per week en dan heb je verder nog niets. Daarbij komen nog de onderhoudskosten zoals voer en de baas wil ook nog wel een paar centen in zijn zak hebben om wat extra’s te kunnen doen. Duivensport is voor ons een fijne hobby maar hangt vaak van teleurstellingen aan elkaar en is zeker geen goedkope hobby. Er zijn er onder ons die daar totaal geen moeite mee hebben. Die kweken een paar honderd duiven per jaar, hebben een goede naam opgebouwd en verkopen er een paar honderd per jaar. Veel liefhebbers kunnen daar alleen maar van dromen en voelen zich elke week weer opnieuw benadeeld omdat ze met hun kleine bestand het steeds op moeten nemen tegen mannen die met manden vol duiven naar het lokaal komen. Die laatste categorie heeft daarom ook veel meer mogelijkheden om te selecteren. Als zij er 300 of meer per jaar kweken zitten daar allicht 15% bruikbare duiven bij, dat zijn er 45. De meeste liefhebbers hebben 10 jaar nodig om zo een kwantum te kweken wat wil zeggen dat zij maar 4 of 5 bruikbare duiven kunnen aanvullen. Het verschil tussen de gewone liefhebber en de professionals wordt daardoor alleen maar groter. Het wordt zelfs zo groot dat er binnen niet al te lange tijd geen modale liefhebbers meer bestaan. Geloof me, dan raakt de lol voor de massa spelers er ook gauw af.

MEESTE CLUBS HEBBEN GEEN BESTAANSRECHT MEER
Met nog minimaal 8 deelnemers voldoet elke club aan de reglementen. Twintig jaar geleden zeiden we; wat moet je nou met een club van 20 leden dat stelde helemaal niets voor. Nu hoort zo een club bij de grotere. Wat wil zeggen dat het duizelt van de clubs die aanzienlijk minder leden hebben en als straks het seizoen zes weken oud is de grootste moeite hebben om nog 8 deelnemers op de been te krijgen. Donkere wolken trekken zich samen aan de eens zo heldere duivenhemel, het is niet anders. Ik heb dat trouwens 40 jaar geleden al zien aankomen. Toen heb ik al voorgesteld om 2 inkorfcentra in onze regio op te richten. We hadden toen nog ruim 400 leden verdeeld over een 14 tal clubs. De meerderheid wilde daar jammer genoeg niets van weten en wilde koste wat kost hun vereniging in stand houden. Nu nog willen een aantal leden van de 4 verenigingen die we momenteel nog maar hebben daar niets van weten. Ongelooflijk dat ze niet begrijpen dat daardoor de kosten de pan uit reizen. Ik snap niet dat het handjevol liefhebbers dat we nu nog hebben niet wil inzien dat het zo niet langer kan. De liefhebbers moeten in willen zien dat het voor ons en ook voor de sport noodzakelijk is om te fuseren of in ieder geval heel nauw met elkaar te gaan samenwerken. Helaas is het zo dat daar in veel gebieden absoluut geen sprake van is en dat het meer lijkt op elkaar tegenwerken. De tijd dat we in elk dorp of stad lopend met een mandje duiven naar het clublokaal gingen ligt heel ver achter ons. Ik zie het er van komen dat er in Nederland in elk vlieggebied, samenspel of kring nog maar een inkorfcentrum komt waar iedereen uit dat gebied met zijn duiven naar toe moet. We zullen er meer voor moeten doen om met duiven te kunnen spelen. Op die manier houdt je het betaalbaar en zullen we elkaar moeten accepteren want een uitwijkmogelijkheid naar een andere club bestaat dan niet meer. Met een goede organisatie zal zeker het spelplezier toenemen. Helaas beste sportvrienden we hebben geen andere keus.


CODE ORANJE
Dat het klimaat aan het veranderen is merken we steeds meer. Voor zover bekend was er in Nederland nog nimmer zo een zware storm als zondag 10 februari, er werd zelfs de naam Ciara aan gegeven. Wij zijn echt wel wat gewend wat wind regen en hoog water betreft. Dit keer was het extreem en daarom werd de bevolking gewaarschuwd met code oranje. Dat hield in zeer onstuimig weer met harde windstoten tot wel 140 km per uur en zeer zware regenbuien. Nou dat hebben we geweten. Uit voorzorg werden op de luchthaven Schiphol 140 vluchten geannuleerd. Op bepaalde trajecten reden geen treinen. Bomen gingen om en voor de hele zondag werden alle sportevenementen afgelast zelfs het Nederlands Kampioenschap tegen wind in fietsen kon niet doorgaan. Verder heel veel schade aan huizen en gebouwen waardoor de verzekeringsmaatschappijen zeker overuren moeten maken. De schade van zondag wordt geschat op 150 miljoen en ook op maandag was de storm nog niet verdwenen. Voor het komende weekend wordt er wederom beestachtige weer voorspeld. Deze krachtige storm krijgt de naam Dennis. Door dergelijk onstuimig weer trek je zulke situaties ook door naar het aanstaande vliegseizoen. We zijn tenslotte duivenmelkers en onze hobby heeft heel veel, zo niet alles, te maken met weersomstandigheden.

VLIEGSEIZOEN NAAR EEN ANDERE PERIODE?
De duivensport is aan het veranderen. Niet alleen individuele commercie speelt een zeer belangrijke rol bij het in stand houden van het ledental ook de klimaatverandering speelt een belangrijke rol. De echte Hollandse winters bestaan niet meer. Het is een uitzondering aan het worden dat er in de maanden december tot en met februari een aantal weken op natuurijs geschaatst kan worden. Het ziet er naar uit dat de eens zo beroemde Elfstedentocht met een afstand van 200 km over de bevroren Friese wateren nooit meer verreden zal worden. Dit jaar in Nederland zelfs de warmste januari maand ooit! Het is begin februari en vanwege de zachte weersomstandigheden, 8 graden Celsius, zijn de vogels druk in de weer om hun nesten in orde te maken. Kent U de spreuk nog “in mei leggen alle vogels een ei”? Vergeet dat maar, zo lang wachten de vogels niet meer. Het is veel te zacht voor de tijd van het jaar. De krokussen, tulpen en narcissen vliegen de grond uit. Op de klimaatverandering zal ook de duivensport gedwongen worden in te spelen. Ik kan me nog goed herinneren dat tijdens de wintervergaderingen bijna gesmeekt werd om niet zo vroeg met het vliegseizoen te beginnen. Er waren winters bij dat er half maart nog volop sneeuw lag en ook trainingsvluchten met sneeuwbuien onderweg kwamen toen voor. Het is alsof de echte winters in ons land niet meer bestaan. Zou dat alles voorgoed voorbij zijn? Het is alsof de seizoenen aan het verschuiven zijn. Zijn we daardoor min of meer verplicht eerder of later met ons vliegseizoen te beginnen. Moet er misschien een zomerstop ingevoerd worden. Hoe het ook mag zijn een vliegseizoen zoals we al honderd jaar gewend zijn zal vrijwel zeker een verandering moeten ondergaan. We zullen ons zeker moeten laten leiden door deskundigen op het gebied van de klimaatverandering en niet door de goedwillende bestuurders die niet verder kunnen kijken dan hun neus lang is.

WINTERKWEEK
Is winterkweek nog steeds een noodzakelijk kwaad? Het werd uitgedacht door liefhebbers die hun jongen groot wilde hebben voordat de akkers groen begonnen te worden. Daarmee wilde ze voorkomen dat de duiven naar het veld trokken om daar te zoeken wat ze op het hok niet konden vinden. De boeren gingen met kunstmest werken om zich op die manier te verzekeren van een goede oogst. Het nare is dat in kunstmest giftige bestanddelen zitten waar vogels en dus ook onze duiven aan dood gaan. In de wintermaanden is er voor onze duiven weinig of niets op het veld te vinden vandaar dat winterkweek een prima uitvinding was. Zeker zo belangrijk bij winterkweek is dat je meerdere jongen uit de betere duiven kunt kweken die aan het jonge duiven programma kunnen meedoen. Niet iedereen heeft als vele grote liefhebbers een aantal voedsterduiven die de eieren van de kweekduiven uitbroeden. Het duivenspel is nog steeds gebaseerd op de gewone liefhebber met een bestand van hooguit een 50-tal oude duiven inclusief enkele koppels kweekduiven plus een even groot aantal jonge duiven. Het zou trouwens heel mooi zijn als we allemaal zo een gelijkwaardig duivenbestand zouden hebben. Een commissie “eerlijk spel” zoals we in Nederland hebben zou dan niet nodig zijn. Nu in ons land besloten is dat iedereen op een vlucht nog steeds zoveel duiven mag inzetten als dat hij of zij wil is er nog steeds geen sprake van eerlijk spel en dat zal het helaas ook nooit worden. Het blijft trouwens wel een heel mooi spelletje. Jammer dat de laatste jaren zoveel liefhebbers de handdoek in de ring hebben gegooid en het houd maar niet op.

WAT DE KWEEK BETREFT IS HET NU HOOGSEIZOEN
Als de duiven deze wintermaanden goed zijn verzorgd en super gezond zijn voor de kweek dan moet het nu genieten zijn van de nieuwe generatie. Er zijn hokken waar de duiven nog niet gekoppeld zijn (voornamelijk bij de marathon spelers) waar ze soms pas een week bijeen zitten. Bij degene die tussen Kerst en Nieuwjaar zijn begonnen zijn de jongen nu klaar en bij de winterkwekers die de duiven al eind november hebben samen gezet komen de jongen nu voor het eerst buiten. Wat de weersomstandigheden betreft hadden we het niet beter kunnen treffen. Ik heb tot op heden alleen maar gunstige berichten gehoord over de kweek. Weinig of geen onbevruchte eieren is een goed teken over de gezondheid van de duiven. Niet te lang wachten met enten tegen paramixo, hoe vroeger hoe beter. Niet te lang wachten met vaccineren tegen pokken en paratyfus en als de duiven voor de tweede keer op eieren komen kan een geelkuur ook geen kwaad. Het gaat er om dat je voor je zelf een goed gevoel hebt. Je moet tegen jezelf kunnen zeggen “ik heb er alles aan gedaan”. Straks als het seizoen nog maar een paar weken oud is komen de eerste geluiden van “het gaat niet terwijl ik er alles aan heb gedaan”. Misschien is alles wat je hebt gedaan wel verkeerd. Het zijn namelijk altijd dezelfde die lopen te kermen. Het zijn altijd dezelfde die een abonnement bij de dierenarts hebben en het zijn altijd dezelfde die jaar in jaar uit goed meespelen. Dat alles heeft te maken met de wil, de inzet en de mentaliteit van de melker. We zijn op weg naar de start, het gaat sneller dan we denken. Zorg er voor dat je goed gemotiveerd bent dan komen de resultaten bijna vanzelf.

ZO GAAT HET BIJ DE BRASSEN
Ik voel me beter dan vorig jaar en daarom ga ik ook met meer plezier naar de duiven. Ik hoop dat het zo blijft dan kan ik de concurrentie nog eens een poepie laten ruiken. De jongen van onze kwekers zijn nu allemaal naar het hok van Marco en zelf heeft hij inmiddels de jongen van zijn vliegduiven geringd. Als die over twee weken bij de ouders wegkunnen is hij klaar en heeft dan een jonge duivenbestand van ongeveer 50 stuks. Ik, arme vader ☹ heb nog geen enkel jong. De kwekers zitten voor de tweede maal te broeden en mijn 11 koppels vliegduiven voor de eerste keer. Ik kan diverse eieren van de kwekers overleggen naar de vliegduiven die allemaal maar een jong mogen groot brengen. Als alles goed gaat kom ik ruimschoots aan 35 jongen en dat is voor mij meer dan genoeg. Voorlopig gaat alles naar wens, vader en zoon krijgen steeds meer zin in het vliegseizoen 2020. Ik hoop u ook!

LAATSTE NIEUWS
Het Nederlandse ministerie van landbouw heeft acuut (11 febr.) een ophokplicht (niet buiten laten) voor pluimvee afgekondigd. Dit heeft te maken met een besmetting van vogelgriep in Duitsland. Over 4 weken wordt opnieuw bekeken of de kippen weer buiten mogen. Voort duiven geldt deze ophokplicht (nog) niet.

DE KAARTEN ZIJN GESCHUD
Daarmee bedoel ik niet de kaarten voor bridge of een ander kaartspel maar over de stamkaarten van onze duiven. Ik besteed daar in de stille wintermaanden, nadat de duiven zijn geselecteerd, vrij veel tijd aan. Dat alles met de bedoeling kweekkoppels samen te stellen waarvan ik goede resultaten verwacht. Het is een leuke bezigheid omdat je van elke kweekduif de nodige informatie kunt aflezen over ouders en grootouders. In een oogopslag kun je zien of de duif een kruisingsproduct is of dat ze voortkomt uit lijnen of inteelt. Voor mij is dat bij het vormen van de nieuwe koppels een belangrijke informatie. Tevens heb je direct globale info over het presteren van de hele familie vooral als je er werk van maakt. Probeer zoveel mogelijk belangrijke notities zoals kwaliteit van de pluimen, lichaamsbouw, formaat, stevige en goed gesloten stuitbeentjes vast te leggen. Heel nuttig omdat in de praktijk blijkt dat je meer vergeet dan je denkt. Door koppels samen te stellen aan de hand van de stamkaarten ben je in ieder geval zorgvuldig bezig. Als ik dan na veel geschuif tot een definitieve koppeling kom heb ik veelal een tevreden gevoel. In gedachten zie ik dan de duiven voor me en ook na zoveel jaren duivensport ben ik nog steeds zo naÔef dat ik denk dat het allemaal sublieme koppels zijn. Voor mij zijn ze dat ook, zeker na al het voorwerk dat ik heb gedaan. Het wil echter niet zeggen dat de kweekresultaten van de koppels subliem zijn. We zijn allemaal duivenmelker genoeg om te weten dat zoiets onmogelijk is. Maar……. als het wel een keer lukt om een “extra” te kweken, u weet wel zo een duif die in haar geboortejaar drie of misschien wel vier keer heel vroeg aantikt dan geeft dat enorm gevoel van voldoening vooral omdat je zelf het ouderpaar hebt vastgesteld. Daarnaast spreek ik graag van bruikbare duiven. Duiven hoeven niet perse winnaars te zijn, je hebt ook duiven nodig om een mooie uitslag te maken. Alleen een eerste prijs winnen met 50 duiven mee zegt me niet zo veel. Ik ga liever voor een uitslag zoals 1-5-6-8-9 etc. met hetzelfde aantal duiven mee. Dat is waar ik elke dag voor bezig ben en gelukkig is me dat vele keren in mijn lange loopbaan gelukt. Dat is vooral mooi omdat ik nooit met een groot aantal duiven heb gevlogen. Tot voor drie jaar geleden had ik maximaal 24 koppels om te vliegen en een zelfde aantal kwekers. Dat laatste was wel erg veel maar de vraag naar mijn duiven was voor mijn doen bijzonder groot. Nu ik een oude man ben en de laatste twee jaar slechts met 12 koppels duiven heb gespeeld zijn de resultaten minder spectaculair. In de wandelgangen hoor ik soms “Bras is oud en heeft de goeie niet meer”. Klopt helemaal, ik ben inderdaad oud en zonder dat je het merkt verander je elke dag een beetje. Je wordt wat gemakkelijker, het hoeft allemaal niet meer zo nodig, je wordt sentimenteler en minder gedreven, kortom het wordt allemaal te veel. Om helemaal afstand te doen van mijn duiven is me dit jaar (nog) niet gelukt. Ik zou in 2020 alleen maar met jonge duiven gaan spelen. Maar ja, als ik vanaf eind maart tot begin juli alleen maar jonge duiven hoef te verzorgen dan kan ik net zo goed een tiental koppels vliegduiven aanhouden zodat ik vanaf april elke week spel heb. Dus de mannen zijn nog niet helemaal van me af. Daarnaast heb ik de zorg over onze 20 gezamenlijke kweekkoppels die bij mij gehuisvest zijn. Werk genoeg dus.

DE JONGEN ZIJN KLAAR
Ze zijn werkelijk prachtig opgekomen en eind deze week gaan er 32 naar zoon Marco. Een score van 80% (32 van de 40) is voor deze tijd van het jaar zonder meer goed. Jammer van de twee in onze ogen belangrijke koppels die de eerste ronde onbevruchte eieren hadden en nu sinds enkele dagen gelukkig wel op hun pas geboren jongen zitten. De doffers zijn alweer flink aan het jagen en de jongen uit die eieren zijn voor mij. Vanaf eind maart heb ik dus ook mijn ploeg jongen. Daarbij komen er ook nog enkele die ik uit de vliegduiven kweek die net een week bij elkaar zitten. Eigenlijk iets te laat omdat bij de kweekduiven alweer eieren van de tweede ronde heb liggen. We zullen wel zien hoe het loopt, aan 35 jongen heb ik meer dan genoeg. Binnenkort komt dr. van der Sluis langs om zodra de kweek- en vliegduiven weer zitten te broeden te enten tegen paramixo. Ook de jonge duiven die inmiddels bij Marco zitten krijgen dan een prik. Nu maar afwachten hoe de kwaliteit van de jongen is. Een hok vol jongen kweken is niet zo moeilijk, wat dat betreft zijn het net muizen, je heb er binnen de kortste keren een hok vol van wat niet de bedoeling is. Het gaat niet om de kwantiteit maar om de kwaliteit. Er zijn in ons land zogenaamde ogenkeurders en zelfs een waarzegger die overal waar hij duiven gaat beoordelen de mooiste verhalen vertelt over duiven die een verenigingsconcours kunnen winnen of zelfs zo goed presteren dat hij een teletekst vermelding krijgt. Ik moet zeggen dat die mannen wel voor een gezellige duivenavond zorgen. Ze hebben soms een goed verhaal maar het blijft in mijn ogen nog steeds een verhaal of zelfs een sprookje wat ze de mensen wijs proberen te maken. Ze kweken zelf ook elk jaar een hok vol jonge duiven. Als ze het zo goed zouden weten hadden ze aan twee kweekkoppels genoeg. Nee, het is en blijft heel moeilijk om elk jaar een topper te kweken en dat lukt bij de meeste zelfs niet. Kortgeleden las ik in een column geschreven door een zeer goede liefhebber dat hij 20 jaar geleden een bijzondere duif had. Het was niet alleen een topper tijdens de wedstrijden ook als kweker was hij zijn gewicht in goud waard. De duif zou zeker een tiental nationale as duiven hebben voortgebracht. Op zich ongelooflijk maar absoluut waar. De man is niet alleen een groot kampioen, hij is ook een liefhebber van een heel groot aantal duiven. Daarvan zijn er een flink aantal voedsterduif, waar dus niet mee wordt gespeeld. Hij heeft die alleen om eieren uit te broeden van zijn topduiven en ze ook verder groot te brengen. Dat is een van de redenen dat hij diverse toppers uit zijn kampioensduiven heeft gekweekt. Hij vertelde er wel bij dat er vanaf 2000 totaal 207 uit zijn gekweekt dus slechts 5% echt top. Kun je nagaan hoe moeilijk het is om uit hele goede duiven een enkele goede te kweken afgezien van het feit hoeveel liefhebbers er op de wereld zijn die zo een kweekmethode kunnen verwezenlijken. Jaarlijks fokt hij wel zo’n 300 duiven voor zichzelf en dan te bedenken dat er in het zuidwesten van Nederland iemand met 1000 jonge duiven wil gaan starten. Heel spectaculair maar geen goede zaak voor de duivensport. Binnen de NPO is een werkgroep “eerlijk spel” die op de laatste vergadering met een viertal voorstellen kwam om het maximale aantal deelnemende duiven vast te leggen dat per liefhebber ingezet mag worden. Het bleef bij punt 4 en dat hield in; alles laten zoals het is. Wat inhoudt dat iedereen op elke vlucht zoveel duiven mag inzetten als hij wil. Duivensport is nooit een eerlijk spel geweest en zal het dus ook niet worden.

VEERTIGDUIZEND
Ja u leest het goed 40.000 is heel veel maar dat is het aantal leden dat de Nederlandse duivensport in de loop der jaren is kwijt geraakt. Ik neem aan dat u allen wel eens naar een stadion bent geweest waar een zelfde aantal mensen aanwezig waren. Als dat sportevenement is afgelopen en iedereen huiswaarts gaat dan zie je dat 40.000 supporters een flinke mensenmassa is. Zo een groot aantal actieve liefhebbers missen we inmiddels in Nederland. Een van de vooraanstaande duivenlanden als Nederland heeft er nu nog slechts 14.000. Daarbij zijn ook de combinaties gerekend welke uit twee of drie leden bestaan die vanaf dezelfde locatie spelen. Tevens zijn daarbij ook de leden geteld die geen duiven meer hebben doch nog wel lid van hun club zijn gebleven. Volgens mijn schatting kunnen we nu nog spreken van 8000 “vliegende hokken”. Als we dan bij het punt nationale organisatie komen zullen we er van schrikken hoeveel (vooral oudere) liefhebbers nog geÔnteresseerd zijn in onze NPO, dat is schrikbarend laag. De grote groep wil vanaf april tot en met september met hun duiven spelen en voor de rest zal het ze een zorg zijn hoe dat allemaal geregeld gaat worden. De oudere liefhebbers zeggen ”het zal mijn tijd wel uit duren”. Probeer daar maar eens een organisatie voor op touw te zetten waarin alle neuzen dezelfde kant op wijzen, zoiets is bijna niet meer te realisaren. Goedwillende bestuursleden krijgen zoveel tegenwerking dat om de haverklap kundige bestuurders opstappen. Het ledental loopt schrikbarend snel terug wat niet alleen komt door vergrijzing. De ontevredenheid en afgunst wordt steeds groter en de verenigingen worden steeds kleiner. Er ligt nu al een voorstel op tafel dat een vereniging uit minimaal 15 leden moet bestaan en dat er in eigen lokaal mag worden ingekorfd als er minimaal 8 leden meedoen. In mijn ogen een prima besluit maar zeker weten dat lang niet iedereen het met mij eens is. Op die manier blijven we maar een beetje aan modderen, de veiligheid van het concours komt in het gedrang, het aantal deelnemende duiven in de club stelt weinig meer voor. Bij mij in de Zaanstreek staan drie verenigingslokalen naast elkaar, toch krijgt men het nog steeds niet voor elkaar om er een club van te maken. Hoe kortzichtig moet je zijn om dat tegen te houden zeker omdat het maar enkele leden zijn die een fusie tegen houden. Organisatorisch gaat het in Nederland niet goed. Het nationale bestuur is opgestapt of is verzocht hun functie neer te leggen. Ook het bestuur van Noord-Holland heeft er de brui aan gegeven en ook in mijn eigen club is geen eenheid meer. Toch gaat het nieuwe seizoen in Nederland op 12 april van start en dat is waar veel liefhebbers met smart op zitten te wachten. Voor de (nieuwe) bestuurders is echter nog veel werk te verrichten. Mijn vurige wens is dat het ze lukt.

DE 24e MILLION DOLLAR RACE
Ook wel de Olympische Spelen van de duivensport genoemd. Zaterdag 1 februari is de finale race over een afstand van 525 km. Voor de winnaar ligt een leuke prijs van 300.000 US Dollar te wachten. In totaal zijn er 3632 duiven uit 36 verschillende landen voor deze race ingeschreven. Naar ik heb vernomen deden er op 17 januari nog 1756 mee, dat zijn er dus heel wat minder. Dat het op 1 februari een spannende race zal worden is wel zeker.

ROEMENEN BESCHULDIGD VAN DUIVENDIEFSTAL
Het is al bijna 4 jaar geleden dat er bij de bekende Belgische fond liefhebber Frans Bungeneers uit Ranst een 50 tal duiven zijn gestolen. De namen van de drie verdachten zijn bekend maar bij huiszoekingen zijn geen duiven van de politieman uit Ranst aangetroffen. Wel andere gestolen duiven van Nederlandse en Belgische afkomst. Frans had zijn duiven onvoldoende verzekerd waardoor hij slechts 900 euro kreeg uitgekeerd. Bij de rechter heeft hij een schadeclaim van 700.000 euro ingediend. De eis van de rechter is 2 jaar celstraf plus een geldboete, de uitspraak is op 3 februari.

NATIONALE VLIEGPROGRAMMA 2020
In Nederland gaan we op 11 april beginnen met een serie van 6 snelheidsvluchten voor de oude duiven gevolgd door 7 halve fond vluchten, 11 vluchten voor jonge duiven en 5 navluchten voor oude en jonge duiven. Dan is het inmiddels 12 september. De jonge duiven starten op 4 juli. Het programma voor de eendaagse fond vluchten bestaat uit 6 vluchten en de marathon spelers kunnen kiezen uit 8 races. Elke week spel voor de programmaspelers, zij kunnen meedoen aan 35 races. Hoe het programma er uitziet in de Ladies League is nog niet bekend. Vorig jaar zijn ze met veel tam- tam aan deze competitie begonnen, het was nog een beetje aftasten. Hopelijk gaan de dames er dit jaar vol tegen aan.

BLACKPOOL DUIVENSTAD NUMMER EEN
Het is wereldwijd bekend dat in het Verenigd Koningrijk het tweede of derde weekend van januari The Show Of The Year in de Engelse badplaats Blackpool aan de Ierse zee wordt gehouden. Werkelijk de hele badplaats staat dat weekend bol van de postduivensport. Ik was er diverse jaren bij en het waren onvergetelijke weekends. Ook dit jaar was er weer een massa volk op de been. Blackpool wordt een steeds meer internationaal gebeuren waar vele liefhebbers uit een groot aantal landen op af komen. Vooral de verkopingen die in de vele hotels worden gehouden trekken veel publiek. Ook nu veranderden weer heel veel duiven van eigenaar en dat vaak tegen forse bedragen. Het is maar goed dat er geen enquÍte wordt gehouden over de resultaten behaald door de verkochte peperdure duiven en hun kinderen. Waarschijnlijk zouden veel duivenvrienden van verbazing van hun stoel vallen. Blackpool is en blijft een mooi evenement. Volgende week is op 8 en 9 februari de Fugare in het Belgische Kortrijk aan de beurt. Het is al de 10e keer dat deze internationale duivenbeurs wordt gehouden. Ook daar trekken inmiddels veel liefhebbers uit de omliggende landen naar toe. Daarna zullen er nog een aantal nationale huldigingen volgen en dan, ja dan gaat het allemaal weer opnieuw beginnen.

NOG EVEN HET LAATSTE NIEUWS OVER DE KWEEK OP EIGEN HOK
Bijna alle 36 jongen zijn geringd. Een is er overgelegd naar een ander koppel zodat het koppel dat geen jong meer heeft opnieuw kan beginnen. Verder is er nog weinig te zeggen over de nieuwe generatie. Ze groeien goed en dat komt zeker doordat ik de duiven drie keer per dag voer. De jongen liggen dan de hele dag met een goed gevulde krop. De mest rondom de schotels ziet er prima uit. Donderdag 30 januari worden mijn vliegduiven gekoppeld zodat ik een deel van de tweede ronde van de kwekers onder de vliegduiven kan leggen. Die laat ik overigens maar 1 jong groot brengen omdat we als hun jongen gespeend kunnen worden aan de vooravond van het nieuwe vliegseizoen staan. Zodra mijn vliegduiven half februari op eieren zitten worden ze direct geŽnt tegen paramixo, volgens Dr. Van der Sluis kan dat geen kwaad. Ik ben eigenlijk wel iets te laat en sinds vanmorgen ook een beetje geschrokken, lees maar….

GESCHROKKEN
Deze morgen las ik een uitgebreid artikel over de vogelgriep (paramixo) die steeds dichterbij komt. De economische belangen in Nederland zijn binnen de pluimvee sector bijzonder groot. Nederland telt iets minder dan 100 miljoen kippen en negentien slachterijen waar ruim 10.000 mensen in werkzaam zijn. Aan de minister van Landbouw is om een ophok plicht (pluimvee binnen houden) gevraagd. Het virus H5N8 komt dit keer vanuit TsjechiŽ en nu er steeds meer koude uit oost Europa komt zijn de trekvogels via hun uitwerpselen de mogelijke overbrengers. Risico wil men niet nemen en dat kan dus ook weer betrekking hebben op onze postduivensport. We hebben zoiets al meerder keren meegemaakt. Geen paniek, het zal toch niet zo zijn dat ons nieuwe wedstrijdseizoen gevaar gaat lopen. Laten we voor alle zekerheid maar een kaarsje aansteken.

2020 - OLYMPISCH JAAR
Echter niet voor de duiven, wel voor vele andere sporten. Sinds 1896 is er de internationale sportmanifestatie “Olympische Spelen” die eens in de vier jaar worden gehouden. Dit jaar is dat immens grote sportfestijn, waaraan duizenden atleten uit vrijwel alle landen meedoen, van 24 juli tot 9 augustus in Tokio en in 2024 is Parijs aan de beurt. Duivensport is geen Olympische sport en toch heeft de F.C.I. onze internationale duivensport organisatie haar eigen regels om eens in de twee jaar een postduiven Olympiade te houden. Zoiets komt bij de leek erg vreemd over en dan zeg ik het erg netjes. Waanzin en afwijkend gedrag zou beter op zijn plaats zijn. De duivensport wordt steeds minder populair, ze wordt niet meer serieus genomen. Onze sport heeft het imago van een oude mannen spelletje waarvan de deelnemers gekleed zijn in een stofjas, een pet op hun kale of grijze kop, een paar versleten pantoffels aan en een half afgezakte broek. Zoiets spreekt de hedendaagse jeugd totaal niet aan en er is duidelijk geen interesse, duivensport is niet meer van deze tijd. Dat is te merken aan het snel afnemende aantal actieve leden. Helaas is het ook zo dat de liefhebbers die een groot deel van hun leven met duiven spelen meer en meer ontevreden worden over het rumoer binnen de nationale organisatie. De concoursen worden met het steeds kleiner wordende aantal deelnemende duiven steeds minder interessant. Vooral de oudere liefhebbers, daarvan zijn er verreweg de meeste, spreekt dit niet meer aan. Waar zijn de jaren gebleven dat er duizenden duiven in het concours stonden. Het is voorbij en komt nooit meer terug wat we er ook aan doen. Door de terugloop van leden wordt het duivenspel steeds oneerlijker. De wet van de grote getallen blijft ook binnen de duivensport nog steeds van kracht. We krijgen steeds meer het systeem “wie de meeste lootjes koopt heeft de grootste kans op een prijs” Oftewel door het niet aan banden leggen van het aantal deelnemende duiven per liefhebber voelen veel liefhebbers zich sterk benadeeld. Doordat er steeds minder liefhebbers overblijven gaat de ligging ook een steeds belangrijker worden. Het zal duidelijk zijn dat in een vlieggebied waar enkele jaren terug nog 200 liefhebbers woonden en nu nog maar 50 dat de trek van de duiven totaal anders is waardoor de kans groot is dat er elke week een aantal deelnemers gewoon weggespeeld worden. Niet vanwege een mindere kwaliteit, wel vanwege een ongunstige ligging. Duivensport is niet te vergelijken met welke sport dan ook. Er is binnen de duivensport geen enkele wedstrijd met een zelfde finishlijn. De lijn ligt voor elke deelnemer op een andere plek zodat ieder een andere afstand moet afleggen. De weersomstandigheden zijn in het hele land bijna nooit het zelfde dus van eerlijk spel kan nimmer sprake zijn. Ondanks dat is er toch elke twee jaar een Olympiade. De 37e is in januari 2021 in RoemeniŽ en twee jaar later, als alles goed gaat, gaat Nederland dit festijn organiseren. Vanaf 2021 krijgt de Olympiade naast de sport en standaardklasse er nog een klasse World Best Pigeon bij. Om daar aan mee te kunnen doen gelden weer andere spelregels. Blijft op die manier de duivensport nog wel geloofwaardig? In ieder geval weer een extra mogelijkheid voor de profs onder ons om hun zakken te vullen. Je gaat je steeds meer afvragen waarvoor en voor wie een dergelijk festijn als een duivenhobby bij huis wordt georganiseerd en wie gaan er naar zo een veredelde tentoonstelling? De profs, de bobo’s en misschien nog een handjevol gewone liefhebbers omdat het mondiaal werkelijk niets voorstelt.

STEEDS MINDER WEIDEVOLGELS
Nederland is een waterland omringd door duinen en dijken. Zelf woon ik in een polder dat meer dan ruim 300 jaar geleden is droog gemaakt. Het is een agrarische gemeenschap maar er komen steeds meer mensen van buiten. Iedereen probeert zo veel mogelijk de grote stad te ontwijken. Het boerenbedrijf gaat meer en meer verdwijnen en dat heeft consequenties voor de weidevogels zoals de grutto en de kievit. Daarover las ik vandaag in de krant dat de populatie van deze prachtige vogels de laatste 15 jaar met 30% is afgenomen. Voor mij is dat niet zo vreemd. Als ik zie hoeveel boerenbedrijven er verdwenen zijn, en dat waren juist de mensen die het vele grasland goed onderhielden. Er was zelfs een verordening dat de boeren beslist niet voor 15 juni hun weiland mochten maaien. Dit alles om te voorkomen dat er nesten vernield zouden worden. Woningbouw rukt steeds meer op. Vlakbij mij is een zeer grote woonwijk gebouwd wat vroeger allemaal weiland was. Dan is er het steeds groter wordende probleem van de roofvogels. Deze beschermde vogels doen zich elk voorjaar te goed aan de kuikentjes. Ze eten ze alsof het oliebollen zijn en ook binnen onze duivensport wordt dit probleem almaar groter. Overal is wel een verklaring voor. De grote vraag blijft echter; wie gaat er daadwerkelijk iets aan doen?

DUIVENHANDEL
Realiseren wij duivenhouders ons wel wat voor kleine organisatie we aan het worden zijn? BelgiŽ en Nederland zijn wereldwijd nog steeds aansprekende duivenlanden maar hoe lang nog? Het aantal leden binnen de KBDB en NPO stelt steeds minder voor. Onze concoursen worden wat deelname betreft steeds kleiner. Het aantal vluchten is voor veel liefhebbers te veel en de handel in duiven is door toedoen van internet nog nooit zo groot geweest. De tijd dat op de achterkant van het eigendomsbewijs de ringnummers van de ouders werd genoteerd ligt ver achter ons. Het gaat tegenwoordig meer om de stamkaarten dan om de duiven. Ook het invullen van de stamkaarten gaat alle perken te buiten. De prestaties van bij voorbeeld de vader worden herhaald bij de zoon en ook bij diens zoon. Drie keer de zelfde prestaties wat wil zeggen dat de zoon en kleinzoon helemaal niets hebben gepresteerd. Het gekke is dat voor zo een veredelde soepkip toch een gigantisch bedrag wordt neergeteld. Zoveel zelfs dat zo een waardeloos product onbetaalbaar is voor de gemiddelde liefhebber wat maar gelukkig is! Veel beter is het om in eigen omgeving iets te bemachtigen van een liefhebber die jarenlang goed meespeelt. Volg diens raad op en je komt gegarandeerd veel verder dan met al die mooie naamduiven met nog fraaiere stamkaarten. Duiven aanschaffen is in de eerste plaats een zaak van vertrouwen, verder een zaak van geduld. Ook een goed hok en een goede verzorging zijn van het grootste belang om te presteren. Wat mogelijk nog belangrijker is om te weten is dat ook bij de grootste kampioen meer slechte dan goede duiven geboren worden. Als uw nieuwe aanwinst niet brengt wat u er van had verwacht ga er dan niet meteen vanuit dat u niet goed behandeld bent. Kijk naar uw eigen duiven en zie eens hoeveel goede (bruikbare) 3-jarige duiven er nog zijn, misschien tien van de 60 die u er dat jaar kweekte. Dan moet ik u feliciteren want dan bent u een zeer groot kampioen maar dan wil ik wel eerst even weten wat die tien precies gedaan hebben. Op ons eigen kweekhok zijn de eieren aan het uitkomen, helaas niet allemaal. Het komende weekend weet ik het exact, het zijn er in ieder geval meer dan ik dacht.

ALLEEN DOEN WAT NOODZAKELIJK IS
De duiven bijlichten voordat ze gekoppeld worden is niet noodzakelijk. Het enige verschil is als je dat niet doet ze enkele dagen later eitjes leggen, nou en? Dat is toch niet zo belangrijk. Wat ik wel noodzakelijk vind is dat de doffers ruim voordat ze gekoppeld worden hun eigen broedhok kennen. Dat voorkomt verkeerd vliegen als ze enkele dagen na de koppeling voor het eerst met hun duivin los in het hok mogen. Vanaf het moment dat de doffers hun broedhok mogen uitzoeken geef ik ze daarin twee keer per dag een snuifje snoepzaad aangevuld met wat hennepzaad. Ze worden daardoor sneller “hok vast” zoals we dat noemen. Vooral driftige jaarling doffers willen in het begin nog wel eens achter alles aan vliegen wat beweegt maar omdat ze goed weten wat hun broedhok is laten ze zich sneller uit het verkeerde broedhok jagen. Noodzakelijk is het niet, ik vind het wel belangrijk dat doffer en duivin zo snel mogelijk weten in welk hokje ze thuis horen. Ik besteed daar veel tijd aan omdat ik wil dat ze ruim voordat de eerste eieren gelegd worden weten waar ze wonen. Op onnodige vechtpartijen zit ik niet te wachten zeker niet bij de eerste ronde van de kwekers die koppelen we immers om er zo snel mogelijk een aantal jongen van te hebben. Tot zo ver is alles naar wens verlopen. Met een verschil van 4 dagen zat alles op eieren op een koppel na. Na 70 jaar duiven had ik het toch weer voor mekaar om twee doffers bijeen te zetten. Een doffer is verwijderd en de ander heeft nu wel een duivin. Dat koppel zit inmiddels ook te broeden wel met een verschil van een week. Toen we voorbije maandag de eieren gingen controleren bleek dat het later gekoppelde stel maar een bevrucht ei had. Wat we veel erger vonden is dat het in onze ogen beste kweekkoppel twee onbevruchte eitjes had. Verder bij een koppel met een aangeschafte doffer ook maar een goed ei en bij nog een ander koppel een ei met een flinke deuk er in. Eind van deze week komen de eerste eieren uit. Alle duiven hebben een geelkuur gehad dus nu maar afwachten of alles ook inderdaad uitkomt. De kweekduiven zien er prima uit. De mest is mooi plus dat ik elke dag voldoende donsveertjes vindt. Ook de eetlust is goed zodat er voor mijn gevoel weinig kan misgaan. Vanaf ‘s morgens half negen brand nu de lamp die s ’avonds een uur na het eten om half acht uitgaat zodat het in het kweekhok overdag 13 uur licht is. In elke afdeling zitten 10 kweekkoppels die overdag in de ren kunnen. Zodra de jongen ongeveer twee weken oud zijn doe ik de tussendeur open en ook de afscheiding in de ren zodat alle duiven gebruik kunnen maken van hok en ren. Ze hoeven dus niet de hele dag stil te zitten, hebben de nodige bewegingsvrijheid maar komen nooit meer los. Ze hebben voldaan in hun eerste levensjaren en omdat de baas er alle vertrouwen in heeft hebben ze een plaats in het kweekhok gekregen wat betekent dat ze levenslange opsluiting hebben.

VERDUISTEREN
Nog steeds zijn er in mijn vereniging leden die hun jonge duiven niet verduisteren en als ze dat zeggen geloof ik ze. Het maakt mij niets uit of anderen wel of niet verduisteren. Ik vind het niet slim als ze het inderdaad niet doen. Ze zetten zichzelf buitenspel want vanaf begin augustus gaan hun jonge duiven volop ruien en bijna iedereen weet dat het dan gedaan is met de aerodynamica. Duiven die zwaar in de rui zijn moeten ploeteren om op tijd thuis te komen wat in de meeste gevallen niet zal lukken waardoor ze geen prijs meer winnen. Die duiven worden in het najaar verkeerd beoordeeld omdat ze niet voldaan hebben op de mooiste vluchten van hun seizoen. Als je die gasten vraagt waarom ze hun jonge duiven niet verduisteren is vaak het antwoord; heb ik nog nooit gedaan. Een goede reden hebben ze niet. Dan denk je toch, man doe niet zo eigenwijs en speel het spel dat door anderen al jaren op die manier gespeeld wordt. Winterjongen direct verduisteren is niet noodzakelijk. Als je daar acht weken voor de langste dag mee begint kun je het hele seizoen met goed gevolg uit spelen. Zelf heb ik dit jaar geen winterjongen, die gaan naar zoon Marco. De jongen die voor mij bestemd zijn worden wel direct verduisterd. Ik doe dat van ’s avonds half acht tot de volgende morgen half negen. Als de jongen goed beginnen rond te vliegen gaan ze er twee keer per dag uit. Van 9-10 uur en van 6 tot 7 uur. De verduistering duurt tot 21 juni, vanaf die datum blijf ik nog wel vier weken doorgaan met verduisteren. Ik ga dan tot eind juli terug van 13 uur per nacht naar drie uur per avond (van 19.30 uur tot en met 22.30 uur). Zodra het ’s morgens licht wordt is het ook licht in het hok. Ik heb daar goede ervaringen mee. In het vlieghok zitten nu 70% jaarlingen en allemaal zijn ze prima door de rui gekomen. Omstreeks 15 februari worden die gekoppeld en mogen een jong van de kweekduiven groot brengen.

ALLEEN ALS DE BAAS 100% IS MAG JE RESULTATEN VERWACHTEN
Vanaf mijn 75ste merk ik dat ik een echte oude man aan het worden ben. De gedrevenheid is minder, het fanatisme verdwijnt. De wil om te winnen is er nog steeds alleen de inzet om dat doel te bereiken is aanzienlijk minder. Het was nooit een probleem om vroeg uit bed te komen om de duiven te verzorgen maar dat begint nu problematisch te worden. Doordat ik vanwege minder zicht geen auto meer mag rijden ben ik aangewezen op de hulp van anderen om mijn duiven te trainen. Met hokken schoon maken heb ik totaal geen probleem alleen door het tempo ben ik daar een groot deel van de dag mee bezig. Op die manier is het niet echt leuk meer. Het stond voor mij vast dat ik zou gaan stoppen. De familie geloofde er niet in en ze hebben gelijk gekregen. Ik heb uiteindelijk toch besloten nog een jaartje bij te tekenen. Door velen ben ik afgeschreven, ik merk dat regelmatig. De vraag naar bonnen voor een jonge duif is zo goed als verdwenen, niet dat ik daar treurig om ben. Het zegt echter genoeg. Waar is de tijd gebleven dat ik werd plat gebeld voor duiven. Ik kon er niet genoeg kweken. Overal vandaan was interesse in de Brassen. Tot mijn grote genoegen heb ik daardoor heel veel internationale vrienden over gehouden die nog steeds succes hebben met mijn soort en jaarlijks nog enkele duifjes aanschaffen. Dat raakt meer en meer over, niet alleen ik wordt ouder, ook zij. Door mijn jarenlange ervaring weet ik echt wel hoe een goede sportduif er uit ziet. Met enige trots kan ik zeggen dat ik ook nu met de hoge leeftijd die ik heb bereikt nog steeds een kleine doch perfecte groep van 20 vliegduiven heb. Als ik blijf zoals ik me nu voel zal ik dat het komende seizoen bewijzen. Ons kweekmateriaal (20 koppels) is mede door de inzet van zoon Marco van hoge kwaliteit. Beslist geen opschepperij, het leek mij goed te vertellen dat alles gaat zoals het gaat. Ontvang voor 2020 nogmaals mijn allerbeste wensen en geniet zoveel als mogelijk van uw duivenhobby. Hou het simpel, dat is nodig om goed te presteren.

WAT ZIJN UW GOEDE VOORNEMENS?
Stoppen met roken, gezond eten, meer bewegen, u kent al die goede voornemens wel. Het gaat er om of u dat ook daadwerkelijk volhoudt. De praktijk heeft al vele malen uitgewezen dat als we zes weken verder zijn dat er nog maar bitter weinig van al die goede voornemens is overgebleven. Ach, zo gaat dat al jaren. Iedereen moet maar doen waar hij zichzelf het prettigst bij voelt. Erger is al het geweld in de wereld. De vernielingen van prachtige gebouwen en vooral huizen waardoor vele mensen op de vlucht zijn. De onzekerheid die er is en de corruptie maken mensen angstig, niemand voelt zich meer echt veilig. Nu ik dit schrijf vieren wij over enkele uren oudejaarsavond, gezellig met de familie bij elkaar met volop eten en drinken. Het is feest en om 12 uur wensen wij elkaar het allerbeste toe voor 2020. Er wordt bijna niet stilgestaan bij al die mensen die dan geen gezellige avond hebben. Heel bizar toch, of niet. Gelukkig doen veel mensen wat ze kunnen om de mensen die verjaagd zijn van huis en haard ergens mee te steunen. Dat kan op veel manieren en het zou goed zijn dat we daar, als we morgen weer met het gewone leven beginnen, aan denken en de daad bij het woord voegen. Ondanks dat er veel te wensen is ben ik blij dat ik in Nederland woon want wij hebben het zo slecht nog niet. Ten opzichte van vele andere landen leiden wij een luxe leven. Tot zo ver mijn nieuwjaar overpeinzingen. Voor u allen een gezond, gelukkig, succesvol en voorspoedig 2020.

WAT HEERLIJK ALS JE EEN HOBBY HEBT
Alweer is er een jaar voorbij. Vond u dat jammer of was u blij dat het er op zat? Alles heeft te maken met de gezondheid van de baas, zijn familie en de prestaties van de duiven. Als dat goed is kan men zich voor de volle honderd procent inzetten. Wanneer dat niet het geval is dan is dat te merken aan de prestaties van de duiven. Ik heb dat zelf het afgelopen jaar meegemaakt. Midden in de zomer heb ik een slechte periode doorgemaakt. Ik was totaal niet gemotiveerd en dat kwam door lichamelijke problemen. Altijd ging ik met plezier naar de duiven maar toen kon ik het niet meer opbrengen. Ik was ervan overtuigd dat ik zou stoppen met de duivensport. Ook alle randverschijnselen binnen de organisatie van onze mooie hobby maakte mij er niet vrolijker op. Wat de landelijke en regionale organisatie betreft is het plat gezegd nog steeds een puinhoop. Ik voel me gelukkig weer goed en heb uiteindelijk toch weer besloten om door te gaan met mijn duiven. Het zal echter anders gaan. Ik ga starten met nog maar 10 koppels om te vliegen. Samen met mijn zoon Marco hebben we een gezamenlijk kweekhok waarin 20 koppels. Verder is het de bedoeling dat Marco de eerste ronde jongen neemt en ik de volgende. Mijn vliegduiven ga ik koppelen als de jongen bij de kwekers een dag of 15 zijn zodat een aantal eieren van de in onze ogen beste kwekers onder mijn vliegduiven komen te liggen. Inmiddels zitten alle kwekers voor de eerste maal te broeden. Ik ben inmiddels gestopt met bijlichten en de laatste dagen staan de ramen overdag open zodat de duiven die niet op het nest zitten lekker in de ren kunnen. Ik ben er geen voorstander van de ramen altijd open te houden. Dat heeft te maken met de grote vrije ruimte voor mijn kweekhok dat op het oosten gericht staat en in deze tijd komt daar de koude wind vandaan. Ik wil beslist geen kasplantjes van mijn kwekers maken maar om ze in de volle, vaak koud oosten wind te laten broeden is voor mij niet noodzakelijk. Volgens mij worden ze daar eerder slechter dan beter van. Wel heb ik er voor gezorgd dat ze allemaal een goed gevuld nest hebben wat fijn is voor de jongen die straks met misschien temperaturen onder nul uit het ei komen. Ook voor hen geldt dat ze beter in een behaaglijk nest zullen groeien dan in een kale met een paar tabak steeltjes gevulde nestschotel.

OUDEJAARSAVOND IS VOORBIJ
Voor mij een heel gezellige avond te midden van een groot deel van de familie. Met een erg leuk bedacht spel en de nodige hapjes en drankjes was het zo twaalf uur. Iedereen vloog elkaar om de hals om elkaar het beste voor 2020 te wensen. Tegen twaalf uur ging de TV aan en welke zender je ook bekeek overal was het feest met prachtig vuurwerk, wat kan het toch mooi zijn. Maar ook dit jaar was het wederom “schijn bedriegt” want niet veel later werden we geconfronteerd met beelden van de nodige rellen, brandstichting, oogletsel en nog meer van die narigheid. Ook nu werden de records van vorig jaar weer verbroken. Het wordt ieder jaar erger. Een algeheel vuurwerkverbod zou zeker meewerken om de rust te laten wederkeren. Toen ik deze morgen bij de duiven kwam (wel wat later dan normaal) zaten de kwekers rustig te broeden en de andere duiven zaten voor de schuifdeur te wachten omdat ze wel trek hadden in eten. Even gauw hier en daar wat schoon gemaakt, alles voorzien van vers water en gauw naar binnen naar de warme kachel in afwachting van het bezoek van de kinderen/kleinkinderen die oma en opa een gelukkig nieuwjaar komen wensen. Met ingang van 2 januari nemen we de draad van het gewone leven weer op. Ik ga dan beginnen met de vliegduiven om de dag los te laten. Om 9 uur worden ze allemaal verzorgd en als het weer het toelaat mag er een ploeg duiven om 10 uur naar buiten.

VERGADEREN
Het nieuwe jaar is nog maar net begonnen of ik kreeg al een brief onder ogen die namens een aantal afdelingen aan onze nationale organisatie is verzonden. Een scherpe brief waarin er niet veel van ons nationale bestuur werd overgelaten. Daarmee is de toon gezet. Er is geen vertrouwen meer in de huidige bestuurders. Maar hoe nu verder? Ik weet zeker dat er voldoende kundige bestuurders in ons land zijn. Nadeel is dat de meeste van hen (te) oud zijn. Er moet jong elan komen met steun van een aantal oudere deskundigen. Makkelijker gezegd dan gedaan. Inmiddels is er besloten om 17 januari in onze afdeling een buitengewone leden vergadering te houden waarin de agenda voor de vergadering van 21 januari van het nationale bestuur (NPO) wordt besproken. Ook ons afdelingsbestuur ligt een onder vuur omdat ze dreigen te stoppen en dan weer door willen gaan. Toch moet er de komende tijd keihard gewerkt worden om nog alles voor het nieuwe seizoen tijdig geregeld te hebben. Stoppen met de vinger te wijzen en aan de gang. Ik verlang naar het moment dat we met zijn allen weer met de duiven op weg zijn naar het lokaal. Meestal zijn dan de kruitdampen wel weer opgetrokken en gaan we ons toeleggen op de komende wedstrijden. Ik ga er vanuit dat het allemaal gaat lukken en dat kan alleen als we alles positief blijven benaderen.

DUIVENSPORT FIJNE HOBBY
Een hobby bij huis, mooier is er niet. Het is wel een tijdrovende hobby en dat hebben de liefhebbers er zelf van gemaakt. Doordat er steeds meer professionals zijn gekomen willen de gezelligheidsspelers zich niet elke week laten afslachten door de mannen die van onze hobby een winstgevend bedrijf hebben gemaakt. Sport kan niet zonder commercie, dat is echter een andere vorm van commercie dan waarmee de beroepsspelers mee bezig zijn. Zij proberen van elke flut prestatie een commercieel verhaal te maken. Begrijpelijk want er zijn er bij die op die manier binnen enkele jaren van een gewone werkman zijn uitgegroeid tot gefortuneerd burger met inkomens waar directies van grote bedrijven niet aan kunnen tippen. Dat is geen goede zaak om de simpele duivensport in stand te houden. Waar is de tijd gebleven dat de liefhebbers alles per fiets moesten regelen. Het was een prachtig straatbeeld als je op de inkorf dag de duivenmelkers op de fiets naar het lokaal zag gaan. Mand achterop, een hand aan het stuur en in de andere hand de klok. Het gezamenlijk africhten van de duiven ging eveneens per fiets, heel gezellig met z’n allen op weg naar de lossingplaats die nooit verder dan 15-20 km lag. Onderweg werd gesproken over de duiven en eenmaal aangekomen op de lossingplaats werden voordat de manden open gingen eerst nog even enkele duiven bekeken, het was gezelligheid troef. En nu? Ieder gaat zijn eigen gang, iedereen heeft een auto tot zijn beschikking. Vaak wordt er meerdere dagen per week gereden soms wel tot afstanden van 150 km. Afgezien van de tijd die er in gaat zitten is zoiets voor een gewone werkman niet op te brengen. Op die manier is er voor werkenden en al lang gepensioneerde melkers nog maar weinig eer te behalen. Die haken af en al is een hobby bij huis nog zo leuk, het gaat uiteindelijk om het duivenspelletje. Het verschil tussen de liefhebbers wordt steeds groter. Dan kan er wel gezegd worden dat het de grote mannen gegund wordt maar dat is niet zo. Waarom denkt u dat er zoveel liefhebbers stoppen? Mede door de commercie. Het zou beter zijn dat onze landelijke organisatie de NPO de zo hard nodige commerciŽle injecties krijgt van het bedrijfsleven en zeker van hun leden die zich min of meer ten koste van de gezelligheidsspelers en de grote groep vrijwilligers enorm weten te verrijken. Waar blijft trouwens het voorstel van de werkgroep eerlijk spel ingaande 2020. Zijn die mannen in slaap gevallen?

HET VERTROUWEN IS HELEMAAL WEG.
Het nog niet zo lang geleden voortvarende NPO bestuur is helaas zwaar gehandicapt en al geruime tijd totaal de weg kwijt. Wat het in 2020 moet worden? Het geloof in bestuurders neemt steeds meer af. In BelgiŽ grote ontevredenheid. In Nederland moet een nieuw bestuur gekozen worden, momenteel moeten vier bestuurders de zaak regelen. Onbegonnen werk in een jungle van voorstelen die begeleid moeten worden door veel te veel commissies, sectoren of werkgroepen. Alleen daarvan krijg je al de kriebels. Ook in de provincie Noord-Holland zijn bestuurders opgestapt en dreigen andere te stoppen. Vergadert wordt er misschien wel maar de leden krijgen niets door. Het is gewoon een rommeltje en dan wordt het zogezegd “linke soep”. Er MOETEN nu deskundige mensen opstaan die bereid zijn de NPO uit de impasse te halen. Door een lijst met prioriteiten op te stellen kan gestart worden met de belangrijkste punten die als eerste gerealiseerd worden anders gaat ons duivenspel waar we allemaal zo veel van houden naar de Filistijnen. Dat mag absoluut niet gebeuren. Maar ja, waar halen we bestuurders vandaan waarvan we kunnen zeggen de juiste man op de juiste plaats, het lijkt alsof dat onmogelijk is. Wel is het zo dat het NPO bestuur alle ellende binnen onze organisatie over zichzelf heeft afgeroepen. Er zijn nog ruim twee maanden te gaan om alles weer in goede banen te leiden en daar moeten al die beter wetende afgevaardigden van de afdelingen voor de volle 100% aan mee willen werken. Alleen met samenwerking kom je tot een gesteld doel!

GUNSTIGE TEMPERATUREN VOOR DE WINTERKWEEK
Onze kweekduiven zijn de 16e bijeen gezet. Geen enkele probleem dit jaar. Geen vechtpartijen en de koppeling verliep vlekkeloos. Een duivin lag al na 6 dagen. Dat is een beetje snel, het is dus afwachten of die eitjes bevrucht zijn. Na 8 dagen hebben 5 koppels hun eerste ei en dat is denkelijk ook mede te danken aan het voor deze tijd van het jaar vrij zachte winterweer. Op eerste kerstdag leek het wel voorjaar. Geen wolkje aan de lucht en volop zon. De kwekers lagen heerlijk in het zonnetje lekker buiten in de ren. Fantastisch voor degene waar de eerste eieren zijn uitgekomen. Ook al loopt het niet zo soepel binnen de nationale organisatie wij duivenmelkers gaan gewoon door met alles waarmee onze hobby te maken heeft. We zijn op weg naar een nieuw seizoen en denkelijk allen op weg naar betere prestaties. We zijn ontzettend benieuwd hoe onze kweek gaat verlopen. We kunnen de eieren van onze nieuwe aanwinsten als het ware wel uit het ei kijken. Laten we ons niet blind staren op alleen de resultaten van onze nieuwe aanwinsten want onze eigen duiven waarvan we veel zo niet alles weten zijn veel belangrijker. Het is te hopen dat de Nederlanders die wel heel veel geld voor hun nieuwe aanwinst hebben neergeteld er ook succes mee zullen hebben. Er zijn echter maar bitter weinig Nederlandse liefhebbers die van die hele dure duiven hebben aangeschaft. Voor hen heb ik een verrassing. Vanwege mijn leeftijd heb ik besloten de helft van mijn kwekers weg te doen. Zij worden eind januari verkocht op www.gps-auctions.com Voor die tijd begint 5 januari op dezelfde verkoop site een verkoop van een ronde zomerjongen 2019 uit de kwekers. Zeker weten dat daar iets goed bij zit en voor iedereen betaalbaar. Dus grijp uw kans duiven op uw hok te halen waarmee ik en met mij vele anderen al meer dan 50 jaar top resultaten hebben behaald. Het is toch te gek voor woorden dat er meer dan een ton voor sommige jonge duiven die nog nooit in de mand hebben gezeten wordt neergeteld. De waarde van een duif is in Nederland nog steeds 1 euro, er is geen poelier die er meer voor geeft. Hoe gek moet je dus zijn om astronomische bedragen te betalen voor duiven waarvan de meeste uiteindelijk bij de poelier terecht komen. Laten we het toch alstublieft een beetje gezellig houden. Het grappige is dat vaak hele goede kweekresultaten worden behaald met twee “krijgertjes”. De kwaliteit van een duif heeft namelijk niets te maken met het bedrag dat er voor wordt betaald en voor het succes moet elke melker zelf zorgen. Alle trouwe lezers een fantastisch 2020 toegewenst met veel hoogtepunten binnen onze sport, een optimale gezondheid zodat iedereen weer volop kan genieten van zijn of haar duifjes. Veel succes!

WAT GAAT HET NIEUWE JAAR ONS BRENGEN?
Het rommelt en rammelt in duivenland. Naar aanleiding daarvan heeft Esther Noorderijk als lid van het ineengestorte NPO bestuur een brief aan alle leden gezonden. Voor mij een nietszeggende brief. Er staat in hoe het was en hoe het zou moeten worden. Helaas staat er geen enkel voorbeeld in hoe we uit de impasse kunnen komen. Kleine verenigingen zouden moeten blijven bestaan. Wie is daar niet voor? Iedereen toch. Het gaat er om op welke manier dat zou moeten. Is het financieel haalbaar, zijn er voldoende deskundige bestuurders, wat heeft een kleine vereniging voor invloed op het vervoer, zijn de kosten in de hand te houden? Waar het in de praktijk om gaat is niets anders dan dat de huidige liefhebbers van begin april tot eind september wekelijks met hun duiven willen spelen. Welke naam de lossingplaatsen hebben speelt geen rol. Wat wel belangrijk is dat iedere liefhebber het spel wil spelen wat hij al jaren gewend is en dat is voor de massa niets anders dan 6 of 7 vitesse vluchten, een zelfde aantal midfond vluchten en 5 of 6 eendaagse fond vluchten. Verder vanaf begin juli tot eind september een 14 tal vluchten voor jonge duiven met de mogelijkheid om vanaf half augustus ook oude duiven in te kunnen zetten. Wat is daar nu zo moeilijk aan? Wat wel een probleem gaat geven is het aantal vrijwilligers/werkers in een kleine vereniging. Duivensport is nog steeds een hobby waarbij veel handenarbeid nodig is. Manden klaar zetten, verzendklaar maken en laden plus onderhoud plegen. Mannen die de duiven in de manden doen. Verder een aantal leden die de computer kunnen bedienen tijdens het inkorven en uitslaan (soms wel drie keer in de week). Dat zijn steeds groter wordende problemen in het snel groeiende aantal kleine verenigingen. De terugloop van leden is voorlopig niet te stoppen waardoor steeds meer verenigingen dreigen geen bestaansrecht meer te hebben. Dan kun je nog zoveel brieven schrijven aan alle leden het helpt helemaal niets. Een krachtig nationaal bestuur zal op aangeven van de achterban met panklare oplossingen moeten komen dat is het waar het in eerste instantie om gaat. Het gedoe over de veranderingen met het elektronisch kloksysteem en de organisatie van de Olympiade zal in 2020 gestalte moeten krijgen. Grote vraag is of dat met een gehandicapt nationaal bestuur gaat lukken. Mijn ervaring is dat wanneer het overgrote deel van de leden tevreden is met het vliegprogramma staan ze ook veel positiever tegenover allerlei voorstellen het gaat tenslotte over het duivenspelletje. In vergaderen hebben veel grijze leden totaal geen interesse en daar zijn er de meeste van.

OOK IN BELGIE MALAISE OMDAT REGLEMENTEN NIET WORDEN GEGANTEERD
Min of meer noodgedwongen heeft het nationaal bestuur van de KBDB de bestuurlijke leiding tijdelijk overgenomen van Vlaams Brabant. De oorzaak ligt bij de laatst gehouden algemene ledenvergadering waar voorstellen zijn aangenomen die niet op de agenda stonden. Daar is men niet mee akkoord gegaan waardoor er een nieuwe vergadering moet wordt uitgeschreven zodat de voorstellen eerst met de achterban besproken kunnen worden. Daarna wordt de uitslag van de stemming pas de eerst volgende ledenvergadering bekend gemaakt. Tot die tijd heeft het KBDB bestuur wat extra werk te verrichten. Het is toch niks nieuws dat op dergelijke vergaderingen alleen over agenda punten gestemd kan worden waarom wijkt men daar vanaf? Dat is toch op voorhand vragen om moeilijkheden. Ook in Nederland speelt dit probleem en dat gaat het NPO bestuur zeer waarschijnlijk de kop kosten.

TERUGLOOP VAN LEDEN VINDT ZIJN WEERSLAG OP DE UITSLAGEN.
Organisatorisch staan we aan de vooravond van het nieuwe vliegseizoen. Er moeten nog heel wat knopen doorgehakt worden en nog vele plooien plat gestreken. Daarvoor heeft het NPO bestuur in samenwerking met de afdelingen nog twee maanden de tijd. Het lijkt mij een normale zaak dat ruim een maand voor de eerste race alle zaken tot in de puntjes geregeld zijn. Het getuigd van niet goed besturen als dat niet zo is. We kunnen en mogen er niet mee akkoord gaan dat bij wijze van spreken een half uur voor de wedstrijd verschillende zaken nog geregeld moeten worden. Vanuit de clubs moet er op aangedrongen worden dat alles ruim op tijd is geregeld. Dat houdt wel in dat de clubs ook hun zaken voor elkaar moeten hebben en daarover zijn grote twijfels omdat de vele te kleine verenigingen steeds minder deskundige leden (lees bestuurders) in huis hebben. Kleine verenigingen betekent automatisch kleinere aantallen duiven in concours en dan gaat de invloed van de mega hokken met hun grote aantallen duiven steeds meer invloed krijgen op de uitslag. Minder leden betekent dat de leden verder uit elkaar wonen en daardoor zal de trek van de duiven ook anders worden met alle gevolgen van dien. Conclusie; steeds oneerlijker spel, een schone taak om daar een goede oplossing voor te vinden.

EIND DEZE MAAND LIGGEN ER VOLOP JONGEN
Bij ons nog niet, onze kwekers zijn gisteren (16 december) gekoppeld, althans ze zitten bij elkaar. Na een dag is nog niet te zeggen of ze ook werkelijk gekoppeld zijn. Er zijn koppels waar het direct voor elkaar is terwijl anderen totaal niets van elkaar willen weten. Omdat we aanzienlijk minder kwekers bezitten hebben er nogal wat veranderingen plaats gevonden. Geen koppel is het zelfde gebleven en dat zal wel duidelijk te merken zijn als ze straks om beurten de broedhokken uit mogen. Er zijn diverse duiven van het vlieghok overgeplaatst waarvan de doffers al geruime tijd de gelegenheid hadden een broedhok uit te zoeken. Het gekke is dat ze toch niet hokvast zijn. Ik heb diverse avonden in het donker de broedhokken dicht gedaan zodat ik de volgende morgen kon controleren of elke doffer weer in het zelfde broedhok zat. Er zaten er steeds wel een stuk of twee op een andere plaats en dat waren niet steeds dezelfde. Ik vrees dus dat ik wel een week zal nodig hebben om alles in goede banen te leiden. Er zijn altijd wel enkele eigenwijze doffers of duivinnen die er aardigheid in hebben een verkeerd broedhok in te vliegen. Niet zo heel erg omdat er nu nog geen eieren liggen maar het wordt een ander verhaal als dat wel zo is. Daarom besteed ik er een week aan om in alle rust de duiven de weg te wijzen naar daar waar ik ze graag wil hebben. Vandaag zitten ze allemaal nog opgesloten en hebben water, voer en grit tot hun beschikking. Vanavond mogen de eerste koppels los. Vanaf morgen zal ik dagelijks meerdere keren koppels los in het hok laten en anderen worden weer opgesloten. Ik wil dat aanstaande maandag iedereen weet waar hij of zij woont. Bij de koppels die elkaar nog niet zo aardig vinden zal ik een broedschaal plaatsen, dat wil nog wel eens helpen. Wat mij opviel is dat twee duivinnen (zomerjongen) heel snel door hadden waar het om gaat. Het zijn trouwens een paar prachtige duivinnen waar werkelijk niets aan mankeert, beiden hebben nog nooit in de mand gezeten. Ze komen wel uit onze twee beste kweekkoppels. Een heeft een zus die acht prijzen 1:10 won en de ander heeft een broer die een 2e en 4e won. Hun ouders hebben nu ieder een andere partner. Ik zal blij zijn als iedereen weet waar ze wonen.


DE DONKERE DAGEN VOOR KERSTMIS
December voor veel mensen de gezelligste en meest sfeervolle maand van het jaar. Helaas is dat wereldwijd niet het geval. Wat dat betreft hebben de grote wereldleiders ook na WW-II nog steeds niet door wat vrede en vrijheid voor alle mensen betekent. Geld, macht, corruptie en oorlog, we zullen er nooit aan wennen en toch zal daar nooit een einde aan komen maar genoeg daar over. Wij duivenvrienden kunnen hoe graag we het ook zouden willen met de beste wil van de wereld deze onmenselijke toestanden niet veranderen. Dan maken wij ons wel eens druk als er een eitje naast de schaal ligt!!?? De wereld draait gewoon door en nog even en dan is het kerstmis. Feest van het licht, van nieuw leven, van vrede op aarde, feestelijke dagen in huiselijke kring en gezelligheid bovenal. Voor velen is dit een droom of zelfs onvoorstelbaar. Bij ons liggen tijdens de kerstdagen op veel hokken de eerste jongen in de schotel.

KERSTKINDJES
Wij hebben nog niet gekoppeld. Zoals u allen weet hebben mijn zoon Marco en ik een gezamenlijk kweekhok waarin 18 uitmuntende koppels, althans dat vinden wij. Samen hebben we besloten dat we op 15 december de kweekduiven bijeen zetten. De eerste ronde is voor Marco en de volgende ronde voor vader Bert. Ons kweekhok bestaat op een enkeling na allemaal uit bewezen prestatie duiven. Van een aantal is al bekend dat die de nodige bruikbare duiven hebben voortgebracht. De oudere kweekduiven hebben plaats moeten maken voor de jeugd. Inmiddels zijn we begonnen met de voorbereiding op de koppeldatum. De dagen worden nu verlengd tot ’s avonds 10 uur, in de ochtend blijft de lamp uit. De duiven krijgen nu wat zwaarder voer, niet te veel we proberen te voorkomen dat ze te zwaar worden. Als de duiven te zwaar zijn is de kans op onbevruchte eieren groter en te zware duivinnen kunnen er legnood door krijgen. Verder wordt er wat hennep en lijnzaad aan het voer toegevoegd. De kuren hebben ze achter de rug. Eten en baden doen ze graag, verder zijn ze allemaal door de rui en dagelijks vind ik voldoende kleine veertjes. Onze kweekduiven komen niet buiten althans ze vliegen niet rondom het hok. Wel hebben ze de beschikking over een ruime voliŤre. Op dit moment ziet het er goed uit en als ze 10-12 dagen na het koppelen allen het eerste ei in de schotel hebben dan hebben we de zaken goed voorbereid. Voorlopig is het nog even afwachten, we hebben in ieder geval goede hoop. Alles is op papier gekoppeld en de ervaring heeft mij geleerd dat er zelfs op de dag van koppelen nog wel enkele wijzigingen plaats vinden. Het gaat er om dat beide partners elkaar snel accepteren zodat allen bijna tegelijk met eieren komen.

TE VEEL KWEEKDUIVEN
Een kweekhok met 18 kweekkoppels is wel wat veel en ondanks dat we gezorgd hebben voor kwaliteit op het hok zal ook dit seizoen weer blijken dat er tegenvallende kweekresultaten zijn. Als dat zo is zullen er ook wel meevallers zijn en daar gaat het uiteindelijk om. Beiden houden we er niet van om veel duiven te bezitten, we moeten het kunnen overzien. Zelf heb ik ruimte genoeg wat dat betreft kan ik wel 100 jongen huisvesten. Dit jaar zullen er voor het eerst 3 afdelingen leeg zijn omdat ik de verzorging van zoveel duiven niet meer aan kan. Ik kan nu alle aandacht besteden aan de kwekers die bij mij gehuisvest zijn en daar verheug ik me zelfs op. Als fervente duivenman kan ik soms wel uren bij de duiven zitten. Bij mijn vliegduiven heb ik dat nooit gedaan wel bij de jonge duiven. Verder wilde ik rust op het hok en alles gebeurde altijd op vaste tijden. Met kweekduiven kun je wat gemakkelijker zijn plus dat je er op alle tijden van de dag naar toe kunt gaan. Eieren overleggen onder vlieg of voedsterduiven hebben we niet zo behoefte aan we zouden er ongemerkt weer te veel krijgen. Met allebei een ronde jongen van de kwekers hebben we mogelijkheden genoeg om de jongen uit te testen. In het verleden heb ik bijna nooit kweekkoppels het zelfde gelaten simpel om te voorkomen dat ik te veel van hetzelfde zou krijgen en als ik eens een super had gekweekt dan kon ik de ouders altijd weer terug tegen elkaar zetten. Mijn ervaring is dat je bijna nooit twee supers uit het zelfde koppel kweekt ik heb dat al verschillende keren uitgeprobeerd. Het ene jaar twee jongen uit een koppel waarvan een excellent en de ander stelde als jong niet veel voor. Het jaar nadien zes jongen uit dat koppel en allemaal een dikke onvoldoende. Het maakt mij dus niet uit welk koppel een hele goede geeft, als ik elk jaar maar een koppel heb dat een hele goede geeft dan kun je het met een beetje geluk heel lang volhouden.

ONVREDE OVER HET NATIONALE BESTUUR
Dat is er de oorzaak van dat de secretaris en de penningmeester van de NPO abrupt zijn gestopt en nu is denkelijk de voorzitter aan de beurt want die ligt behoorlijk onder vuur. Het heeft te maken met het niet nakomen van gemaakte afspraken, het niet tijdig toesturen van de vergaderstukken waardoor geen besluiten met de achterban gemaakt kunnen worden. Er wordt te veel gepraat en te weinig gedaan. Verder vind men dat voorzitter van der Kruk, die zichzelf graag hoort praten, onnodig internationale functies ambieert waar de Nederlandse duivensport weinig of niets aan heeft. Ook over de organisatie van de Olympiade die in 2023 in Nederland zal worden gehouden zijn vele vraagtekens gerezen vooral over de wijze waarop het NPO bestuur de zaak financieel rond wil krijgen. Noodgedwongen is de algemene ledenvergadering van 21 december uitgesteld naar 25 januari. Er zal zeker gesproken worden over de financiŽle situatie binnen de NPO, het vliegprogramma en de voorstellen van de secties die in het leven zijn geroepen. Naar mijn mening is onze NPO zo langzamerhand overgeorganiseerd. Er zijn zoveel mensen die een vinger in de pap willen hebben waardoor besturen er niet eenvoudiger op wordt. Eind januari moet er veel geregeld zijn want dan is het nog maar twee maanden voor de start van het nieuwe vliegseizoen.
START HET NIEUWE JAAR GOED MET EEN BEZOEK AAN DE SHOW VAN HET JAAR
In het weekend van 18 en 19 januari is traditiegetrouw in Blackpool de “BHW Show of the year”. Een formidabel duiven evenement waar ik diverse jaren als bezoeker en ook als keurmeester aanwezig was. De Wintergarden is een unieke gelegenheid om alles over de duivensport mee te maken. Een show met ruim 2000 duiven, ruim 100 verschillende stands, diverse duiven verkopingen en op zaterdagavond de BHW Gala Evening. Heel Blackpool staat dat weekend in het teken van de postduivensport. Nergens zag ik ooit zo een groot evenement. Ik zal er dit jaar weer niet bij zijn, ik zie op tegen de reis en de vermoeiende dagen maar zal het wel missen. Helaas houd het allemaal een keer op.

KWEKEN HEEFT ALLES TE MAKEN MET HET VLIEGSEIZOEN
Vooral de Belgen doen in grote getale aan winterkweek. Nederland volgt en mogelijk daarna de Duitsers en Engelsen. Vooral zoveel mogelijk kweken uit bewezen duiven is erg belangrijk. Ik ga er nog steeds vanuit dat de kans om een goede duif te kweken groter zijn uit je allerbeste duiven. Natuurlijk zijn er ook voorbeelden dat uit minder presterende duiven wel eens een kanjer wordt geboren, gelukkig wel. We kunnen dan spreken van een toevalstreffer. Maar om vooruit te komen gaat mijn voorkeur absoluut uit naar het kweken van het allerbeste wat je bezit. Het allerbeste wat je bezit zijn de duiven die in eigen omgeving jaarlijks enkele kopprijzen weten te winnen. Ik zeg bewust “in eigen omgeving” omdat iedereen dan gelijke omstandigheden heeft. Een kopprijs in een samenspel dat meer dan 75 km bij je vandaan ligt is geen eerlijke krachtmeting. Ik heb er al eens eerder over geschreven. Het is mogelijk dat je vandaag de eerste in de club, het samenspel, provinciaal of zelfs nationaal wint. Zonder meer een topprestatie vooral als je zelfs meerdere duiven in het snuitje van de uitslag hebt. Het kan zomaar zijn dat je met dezelfde duiven een week later in de club en het samenspel wederom tot de uitblinkers behoort maar dat je provinciaal helemaal wordt weggespeeld. Zijn dan de uitblinkers van de week er voor ineens geen goede duiven meer? Hopelijk weet u beter. De wind bepaald in grote mate de trek van de duiven en dat kan funest zijn. Daarom is het niet eenvoudig om in groot verband wekelijks aan de kop te spelen. Dat kan wel in de club en het regionale samenspel. Ga er in de selectieperiode maar vanuit dat de prestaties behaald in eigen omgeving het belangrijkst zijn en stel zelf een eis aan uw duiven hoe goed ze gepresteerd moeten hebben om te mogen overwinteren. U kunt de prestatielat zo hoog leggen als u zelf wilt. Ik weet dat er heel veel landen zijn waar we de duivensport niet kunnen vergelijken met BelgiŽ en Nederland. In deze twee specifieke duivenlanden wonen veel liefhebbers dicht bij elkaar wat in andere landen vaak niet het geval is, daar is een andere manier om met duiven te spelen. De snelheidsvluchten die het meest door de wind beÔnvloed worden kunnen bijna niet gespeeld worden als de liefhebbers te ver bij elkaar vandaan wonen. De wat langere afstanden zullen daardoor een wat eerlijker karakter hebben. Wedstrijden met duiven zijn het meest eerlijk als er veel liefhebbers dicht bij elkaar wonen. Is dat niet het geval dan zul je door veel te kweken en ook met die duiven veel te spelen tot een soort moeten komen waarmee je in je thuisland veel plezier aan de duivensport beleefd en dat is geen eenvoudige opgave.

WANNEER KWEKEN
De start van het kweekseizoen is niet in alle landen gelijk. Dat heeft vooral te maken met de weersomstandigheden en de start van het vliegseizoen. Ik kan me nog herinneren toen ik nog samen met mijn vader met duiven speelde we meestal om en nabij 18 februari begonnen met kweken. Dat kweken deden we met onze vliegduiven er was ten bijna niemand die specifieke kweekduiven bezat. Onze vliegduiven waren dus ook onze kweekduiven. De aanvang van de kweek was wel zo gepland dat de eerste jongen bij de ouders vandaan waren als het vliegseizoen begon. In die tijd speelde verreweg de meeste liefhebbers nestspel. Pas eind jaren vijftig kwam het weduwschap spel pas goed op dreef en daarmee veranderde de manier van met duiven spelen. Nog weer later kwam het totale weduwschap van de grond. Voordeel was dat je minder duiven nodig had. Als je eerst met 24 weduwnaars speelde had je nu genoeg aan 12 koppels om met het zelfde aantal duiven aan de start te komen. Wat nog mooier was waren de prestaties van de duivinnen. Daarvan werd altijd gedacht dat ze het niet konden winnen van de doffers. Vandaar dat in BelgiŽ ook nu nog apart met duivinnen in een concours wordt gespeeld. De praktijk heeft uitgewezen dat de dames het veelal beter doen dan de mannen en dat ze ook sneller herstellen van zware inspanningen. Vandaar dat als ik een duif aanschaf het bijna altijd een duivin is.

DE SEIZOENSTART VOOR OUDE DUIVEN IN NEDERLAND IS BEGIN APRIL
Ik koppel mijn vliegduiven voor de tweede keer op een zodanig tijdstip dat ze een week voor de eerste officiŽle vlucht ongeveer 8 dagen zitten te broeden, ze gaan dan allemaal mee. Een dag later haal ik alle eieren weg en weer een dag later gaan de duivinnen naar hun hok waarin ze het hele seizoen verblijven. Dat ik eerst de eieren weghaal en een dag later de duiven bij de doffers weg haal doe ik omdat de duivinnen dan rustig zijn omdat ze weten dat er geen eieren meer in het nest liggen. De eerste officiŽle vlucht gaan ze mee op weduwschap. De avond daarvoor laat ik ze een uur bij elkaar en dat doe ook ook de volgende drie vluchten. Daarna laat ik ze ongeveer 10-20 minuten bij elkaar en bij twee nachten mand toon ik de duivinnen niet. Ik verduister de duiven in het voorjaar niet. Dat komt mede doordat ik aan het einde van het seizoen niet aan alle fond vluchten meedoe. Ik hoef dus niet specifiek rekening te houden met de pennenrui.

ONZE JONGE DUIVEN BEGINNEN IN DE EERSTE WEEK VAN JULI
Als je met meerdere jongen uit bepaalde kweekkoppels aan de start wilt komen is winterkweek bijna verplicht. Een andere mogelijkheid is om voedsterduiven aan te houden die de eieren van de kwekers uitbroeden en verder de jongen groot brengen. De meeste liefhebbers hebben daar geen ruimte voor of vinden zoiets niet nodig. Voordeel van winterkweek is dat de jonge duiven als hun wedstrijden in juli beginnen vijf maanden oud zijn en dat ze dan de kinderziektes achter de rug hebben. Winterjongen hoef je ook niet te verduisteren om ze goed in de veren te houden. Zij ruien wel de kleine veertjes en houden de slagpennen vast. Er zijn ook liefhebbers die de vlieg en kweekduiven gelijktijdig koppelen. De eerste eieren van de kwekers gaan dan onder de vliegduiven zodat de kwekers snel aan hun tweede ronde kunnen beginnen. Voor de meeste liefhebbers is dat genoeg omdat ze niet zoveel ruimte hebben. Verder is kweken niet zo moeilijk. Wat dat betreft zijn duiven net als muizen, je hebt er binnen korte tijd een hok vol van en dat lijkt me nu net niet de bedoeling. Het gaat immers niet om kwantiteit maar om de kwaliteit.

HOE KOM JE AAN KWALITEIT
Alleen het allerbeste is goed genoeg om uit te kweken. Broer x zus of moeder x zoon tegen elkaar is te nauwe inteelt maar is soms aantrekkelijk om het soort vast te houden. Soms kun je uit dergelijke nauwe inteeltduiven wel eens een bruikbare duif kweken. Om er mee te vliegen houd ik meer van lijnenteelt of kruising. Grootvader tegen kleindochter, neef x nicht, halfbroer x halfzus zijn koppelingen waar ik alle vertrouwen in heb. Er van uit gaande dat die duiven zelf en liefst ook de ouders en grootouders bewezen hebben dat ze aan de kop kunnen spelen. Uit kruising producten komen in de meeste gevallen de beste duiven voort maar dan wel uit een kruising van twee totaal verschillende goed presterende families. De mand zal uitwijzen welke van hun jongen wel of niet voldoen. Zelf hecht ik niet te veel waarde aan de prestaties van jonge duiven. Jonge duiven moeten bij mij voldoen als ik ze in mijn handen heb. Natuurlijk houd ik een jonge duif aan die goed gepresteerd heeft. Mijn ervaring is dat jonge duiven die prijs vliegen, ook al zijn het geen hele vroege prijzen, als jaarling beter voldoen dan jonge duiven die als jong zelfs kampioensduif werden. Duivenprestaties zijn nooit vooraf voorspelbaar maar pas achteraf. Daarom is het ook nooit vooraf te bepalen wat een goed kweekkoppel gaat worden. Zoiets weet je pas later en in veele gevallen wordt het nooit een goed kweekkoppel. Degene die wel vooraf kunnen bepalen wat een goed kweekkoppel is heeft aan een stuk of zes jonge duiven voldoende om kampioen te worden. Ik ken ze wel die beweren dat ze aan de ogen kunnen zien of duiven een extra kweekwaarde hebben. Het zijn waarzeggers die ik nog nooit bij een kampioenenhuldiging heb ontmoet.

NATIONAAL BESTUUR KRIJGT TEGENGAS VAN HUN AFDELINGS BESTUREN
Binnen de Nederlandse Postduivenhouders Organisatie (NPO) is het nog niet vaak voorgekomen dat alle 11 aangesloten afdelingen het eensluidend met elkaar eens zijn. De oorzaak van de ontevredenheid ligt bij het NPO bestuur dat zich niet zou houden aan gemaakte afspraken. Voor de geplande algemene ledenvergadering van 21 december zijn (wederom) de stukken te laat bij de afdelingen binnengekomen zodat er met de achterban niet tijdig vergadert kon worden. Op 8 september zijn de gemaakte afspraken nogmaals bevestigd helaas zonder resultaat. Er is nu een voorstel gedaan om de vergadering te verplaatsen naar medio januari 2020 mits de stukken op 1 december bij de afdelingen binnen zijn. Daarnaast zijn er nog een aantal zaken onduidelijk waardoor er grote twijfels zijn bij de achterban. De afdelingsbesturen vragen zich af of de NPO nog wel een professionele organisatie is. Gevraagd is om uiterlijk 27 november door te geven welke vergader data schikken voor het bestuur van de NPO. Wordt vervolgd.
AFDELINGSBESTUUR VAN NOORD-HOLLAND RAMMELT OOK AAN ALLE KANTEN.
Deze zomer gaven al een aantal bestuursleden te kennen dat ze er aan het einde van het seizoen mee zouden ophouden. Eigenlijk zouden ze allemaal stoppen, maar (gelukkig) blijven er een paar zitten. Nu is het afwachten of er nieuwe kandidaten komen en of die met de zittenblijvers willen samenwerken. Hoe minder leden er overblijven des te groter worden de problemen. Nu is al bekend dat de vervoerder zijn prijzen voor 2020 weer heeft opgetrokken en die prijzen waren al zo hoog. Het zou een normale zaak zijn om nog bij minimaal twee vervoerders prijs op te vragen. Misschien is dat wel gebeurd maar daarover is nog niets naar buiten gekomen. Het is te wensen dat het bestuur weer snel compleet is want er moet voor aanvang van het seizoen 2020 nog heel wat geregeld worden. Veel zal afhangen van de algemene nationale NPO vergadering waar de nodige besluiten genomen gaan worden. Denk aan het vliegprogramma waarover in 2019 de nodige negatieve opmerkingen zijn gemaakt.

MET INGANG VAN VANDAAG ZITTEN TALLOZE KWEKERS WEER BIJ ELKAAR
Voor veel duivenliefhebbers is de winterkweek van groot belang. De meeste van hen willen graag met jonge duiven die een half jaar oud zijn aan de start komen. Er wordt bovendien van uitgegaan dat de winterjongen de kinderziektes achter de rug hebben als hun seizoen begint. Anderen doen het om twee of drie rondes jongen uit hun betere koppels te kweken. Met losvliegende kwekers heb je geen last dat zij in deze periode naar het veld gaan om van alles en nog wat op te pikken, er is in deze tijd van het jaar toch niets te vinden. Ik kan me de tijd nog herinneren dat we tegen elkaar zeiden; wat ze daar halen kunnen we ze zelf niet geven. Toen er steeds meer gebruik gemaakt ging worden van kunstmest kwamen veel liefhebbers op andere gedachten. Toen werd het veld vliegen zeer gevaarlijk en menig liefhebber werd de dupe van vergiftigde duiven met zelfs de dood tot gevolg. Ik heb het zelf ook meegemaakt. Op een avond bleven de duiven (de vliegduiven) erg lang weg. Ik speelde met de gedachten dat ze wel eens met z’n allen op het veld konden lopen. Ik riep ze en ik zag al aan bepaalde bewegingen dat het er niet zo uitzag zoals ik gewend was. Nadat de meesten iets gedronken hadden begon de ellende. Ze kotsten, duikelden over elkaar heen, lagen te spartelen op de grond er was grote paniek. In die tijd werd verteld dat je de kroppen leeg moest knijpen en dan spoelen met melk. Er was werkelijk geen beginnen aan. Een aantal doden en de lol aan de vooravond van een nieuw seizoen was er duidelijk af. De resultaten vielen zwaar tegen en ook een aantal jongen heb ik weg moeten doen omdat ik geen risico wilde nemen dat ze er schade van zouden ondervinden en dan mogelijk niet terug zouden keren van de races. Ik speelde met 5 jonge duiven en een er van was eigenlijk nog te jong om mee te geven. Toch deed ik het en toen ik met de klok naar het lokaal ging viel de laatkomer op het hok. De week daarna heb ik hem thuis zien komen maar hij won geen prijs. De vluchten die volgden en ook de laatste vijf natour vluchten miste hij niet een keer. Werd zelfs 5e beste jonge duif in de sterke ZCC waarin wekelijks meer dan 300 liefhebbers meededen. Winterkweek heeft voor en nadelen. Nadeel vind ik dat je kort na het seizoen alweer snel met een hok vol jonge duiven zit en dat de kwekers in mei al helemaal klaar zijn met hun werk en daar zitten ze dan te zitten. Als je de vliegduiven niet wilt storen kun je nog wat vertier zoeken bij de op rust zittende kweekduiven doch daar ben je gauw op uitgekeken. Voordeel is wel weer dat ze perfect door de rui zijn als ze eind november weer opnieuw gekoppeld gaan worden. Ook komen er nu steeds meer kwekers die de voorkeur meer geven aan het financiŽle dan aan het sportieve gebeuren en als dat een beetje wil lukken gaan ze steeds meer duiven houden om aan de vraag te kunnen voldoen. Of de kwaliteit er op vooruit gaat valt te betwijfelen. Zo lang de kassabel rinkelt wordt er uit alles gekweekt. Dan zijn er tegenwoordig liefhebbers die naam maken door een opvallende nationale prestatie. Vooral op de grote fond is een nationale overwinning genoeg om een heel hok op te waarderen terwijl die prestatie slechts door 1 duif van dat hok geleverd is. Denkelijk gaat het tegenwoordig meer om naamduiven dan om de prestaties.

AANKOOP VAN DUIVEN
Nog nooit werden er zoveel duiven te koop aangeboden. In eerste instantie waren het overwegend prestatie duiven. Toen kwamen de zogenaamde kweekduiven aan de beurt. Jonge duiven waren in den beginnen niet interessant en nu zie je alleen nog maar aanbiedingen van jonge duiven met geweldige groot en overgrootouders en is alles te koop waar twee vleugels aan zitten. Geweldig als je bij de groep gelukkigen zit die naam hebben gemaakt door veelal 1 super uitslag of een wonderduif. Ik zie diverse liefhebbers die meerdere keren per jaar een verkoping hebben. Soms wel meer dan 40 jonge duiven die per stuk meer dan 2000 euro opbrengen. Daarbij mogen we de uitzonderingen niet vergeten. Laatst werd er weer een record verbroken. Een jonge duif voor 164.000 euro! Hoe moet je daar nu de kwaliteit/prijsverhouding van zien? Of, hoe gek moet je zijn? Doordat ik al vele jaren wekelijks over onze duivenhobby schrijf krijg ik regelmatig e-mails waarin gevraagd wordt of ik adressen door wil geven waar je goede duiven voor een betaalbare prijs kunt kopen. U zult begrijpen dat ik daar nimmer aan begin. In de meeste gevallen loopt het uit op een teleurstelling. Dat wil niet zeggen dat de verkoper oneerlijk of niet sportief is, het is vaker de onkunde van de koper. Ik zeg altijd tegen de mensen die bij mij een duif aanschaffen; ik hoop dat je met een blij gevoel van het erf gaat en dat het een duif naar je zin is. Ik laat altijd de ouders zien en als ik wat wegdoe is het altijd uit het kweekhok. Niet dat die automatisch beter zijn, het geeft wel aan dat ook ik vertrouwen heb in die duiven en meestal zitten ze daar omdat ze goed gepresteerd hebben. Maar…. zeg ik er bij, jij gaat met de duif naar huis en ik blijf hier. Ik kan je alle gewenste informatie geven maar je zult het verder allemaal zelf moeten doen. Daarbij is vertrouwen en geduld een schone zaak.

SPORTDUIVEN KEUREN MET EEN PRAATJE ER BIJ
De kampioenenhuldigingen zijn in volle gang, iedere organisatie probeert er iets nieuws bij te bedenken. Hier in Noord-Holland zijn ze een beetje losgeslagen wat dat betreft. Ze bedoelen het goed maar we schieten ons doel helemaal voorbij. De commissie van de afdeling Noord-Holland hield de kampioenen dag op zaterdag wat niet zo goed gekozen was want die middag werd in een groot deel van Nederland de intocht van Sinterklaas gehouden. Wel of niet met de zwarte pieten erbij het is elk jaar een groot kinderfeesten waar veel duivenhouders met hun kinderen of kleinkinderen bij willen zijn. Op die kampioenen dag was wel aan de kinderen gedacht door een groot springkussen te plaatsen. De dames konden er terecht om bonbons, bloemstukken of parfum te maken. De liefhebbers die dit jaar een kampioensduif hadden mochten die tentoon stellen zodat het publiek zich aan deze toppers kon vergapen. De commissie dacht er goed aan te doen die duiven in het bijzijn van de liefhebbers door duivenwaarzegger Gert Jan Beute te laten beoordelen. Een waagstuk op zich maar de slimme Gert Jan zit daar niet mee, hij is wijs genoeg dergelijke duiven niet onder te waarderen. Zijn bijbehorend praatje slaat bij vele liefhebbers wel aan, vooral als je de man nog niet eerder hebt meegemaakt. Toch sloeg hij de plank een keer behoorlijk mis door te zeggen dat een bepaalde doffer een geweldige vitesse duif was. Laat dat nu precies de kampioensduif van heel Noord-Holland zijn op de eendaagse fond. Iedereen lachen natuurlijk. Hij probeerde zich er uit te redden door te zeggen dat fond duiven ook snel kunnen vliegen. Een dag later werd door de ZCC ook zoiets bedacht. In de ochtend een zelfde keuring. Een gediplomeerde keurmeester zou met een bijbehorend praatje de duiven keuren op vliegwaarde en daar bleek hij zich behoorlijk op verkeken te hebben. Hij stond echt te klungelen en er kwam geen zinnig woord uit zijn mond. Hij vertelde over een duif met een platte kop, over een duif met twee oude pennen, een boerenduif, een ouderwetse duif met een te brede rug, duiven met brede pennen, wat moet je met dat soort gezwam. Niet een keer vertelde hij iets over goed gespierd, mooie snelle achtervleugel, korte krachtige voorarm plus dat het mooi zou zijn geweest als hij zijn voorkeur uitsprak over bepaalde duiven die volgens hem vroege prijzen zouden kunnen winnen. Of iets over een goede duif voor de sprint, een uitstekende marathonduif maar niets van dat alles. Uiteindelijk waren er drie prijzen te verdelen. Een vale duif werd als winnaar bekroond. De keurmeester was weg van deze snelheidsfuif terwijl hij van het hok van de beste dag fond speler uit onze omgeving kwam die er natuurlijk hartelijk om moest lachen. Verder was Sinterklaas op bezoek die op een ludieke wijze de prijzen van de kampioenen over het seizoen 2019 mocht uitreiken. Gezien de publieke belangstelling was twee van dit soort dagen achter elkaar waarschijnlijk een beetje te veel van het goede.

NATIONALE DAGEN
Kassel is alweer achter de rug. In St. Truiden werden vorig weekend in een van de zalen van de plaatselijke voetbalclub de Nationale dagen gehouden. Komend weekend 29/30 november is Nederland aan de beurt. Voor het eerst in haar bestaan zijn deze dagen op vrijdag en zaterdag in Nieuwegein. Zondag is er dus op het gebied van de duivensport niets te beleven. De winterkwekers kunnen al hun aandacht besteden aan de pas bijeen gezette kweekduiven.

WAT GAAT DE KWEEK ONS BRENGEN
Allemaal heel spannend. De beste vliegduiven, nieuw geformeerde koppels, aangeschafte duiven zij allen moeten er voor zorgen dat er belangrijke aanwinsten geboren gaan worden. Nog even en op het kweekhok komt alles weer tot leven. Wel of niet bijlichten om de duiven in een conditie te brengen zodat ze zonder te veel moeilijkheden hun nieuwe partner willen accepteren. Belangrijk is het dat de doffers al geruime tijd op de bakken zitten. Dat voorkomt de nodige vechtpartijen, de eerste dag nog geen broedschalen er bij zetten. Sommige doffers jagen zo fel achter hun duivin aan waardoor hij regelmatig struikelt over de broedschaal. Zelf zet ik de duiven pas bij elkaar als het schemerig begint te worden meestal zijn dan de volgende ochtend de meeste duiven goed gepaard. Daar waar dat nog niet het geval is kan het plaatsen van de broedschaal nog wel eens helpen. Mocht het dan nog niet lukken zet ze dan in een apart leeg hok, bijvoorbeeld het jonge duivenhok en je zult zien dat het dan vrij vlot voor elkaar is. Vooral bij winterkweek heb ik in elke broedschaal een matje liggen met daar overheen wat stro of tabak steeltjes. De eieren en ook de pasgeboren jonge duifjes moeten in een behaaglijk nest liggen. Ik ben wel eens bij iemand die aan winterkweek deed geweest waar alleen maar wasknijpers en spijkers in het nest lagen. Met zo een slordig gedrag van de baas verdien je geen goede kweek. Ook in het kweekhok met alles zeer zorgvuldig worden behandeld. Een controle enkele dagen nadat de eitjes gelegd zijn is aan te raden. Liggen er te kleine of misvormde eieren kunnen die meteen weg. Als dat het geval is leg er dan een kunststof of stenen eitje bij. Het komt bij erge kou wel eens voor dat ze stoppen met broeden als er maar 1 eitje in het nest ligt. Verder is dat kunststof eitje een goede steun voor een pas geboren jong. Houd bij vorst de drinkbak in de gaten en u weet dat azende duiven veel drinken dus twee maal per dag vers water is geen overbodige luxe. Voordat de eieren gelegd worden de schotels behandelen tegen ongedierte. Het voer nu al aanvullen met wat hennep en lijnzaad is in deze tijd van het jaar uitstekend. Dat de duiven klaar zijn voor de kweek lijkt me nu heel normaal. Daar waar dat nog niet het geval is ligt men een ronde op achter. Het samen zetten van de duiven is net zo belangrijk als duiven inzetten voor een belangrijke vlucht dus de conditie moet optimaal zijn. De dagen verlengen met kunstlicht is eerder goed dan slecht. Hoeveel uren u dat doet is niet echt belangrijk. Ik doe in de ochtend geen licht aan en in de avond blijft de lamp tot 10 uur branden. U allen een goede kweek toegewenst door

DE MEDICIJNKAST
Wie heeft er geen medicijnkast in huis? Volgens mij iedereen, ik ook. Medicijnen tegen jicht, hoge bloeddruk, hoofdpijn, laxeermiddel en voor algemeen gebruik aspirine en paracetamol. Onderin is plaats voor de verbanddoos met daarin een rolletje pleisters, schaar, jodium, een paar rolletjes verband en een paar doosjes pleisters in diverse formaten maar deze medicijnkast bedoelen we niet. Ik heb nog een medicijnkast in mijn kantoor onder het duivenhok. Daarin doe ik elk voorjaar nieuwe medicijnen tegen ornithose, trichomoniase, coccidiose, de coli kuur, flesje para-coli en din druppels niet te verwarren met de gele druppels. Tegenwoordig heb ik ook een flesje met daarin een vloeistof die tegen schimmels werkt. Voor mij nieuw, je hoort steeds meer over schimmels en in de 70 jaar dat ik duiven heb heb ik er nimmer iets over gehoord. Het is alsof er steeds meer, ik noem het gemakshalve maar “rotzooi”, wordt uitgevonden. Ik heb bij anderen wel (medicijn) kasten gezien die werkelijk uitpuilde van de flesjes, doosjes en busjes. Die lui wisten meer van medicijnen dan van hun duiven. Voor mij is vers grit met roodsteen zeer belangrijk voor een goede spijsvertering en als die goed is dan is het ook met de gezondheid in orde. Verder heb ik nog iets tegen ongedierte en niet te vergeten conditiemix wat ik twee maal per week in het water geef. Dat alles haal ik bij mijn vaste duivenarts Hans van der Sluijs. Met medicijnen doe ik eigenlijk weinig. Ik heb ze zodat ik direct kan ingrijpen als er iets gebeurt. Ik denk nog steeds dat degene die het minst medicijnen gebruikt het sterkst speelt. In de wintermaanden wil ik geen medicijnen gebruiken. Mocht er een duif niet in orde zijn dan gaat die onherroepelijk weg of het moet mijn beste zijn dan wil ik nog wel eens ingrijpen. Datzelfde geldt natuurlijk ook als de hele familie iets mankeert. Het is daarom zeer belangrijk dat elke duivenmelker vrij snel kan zien of de duiven in goede doen zijn en nog veel belangrijker is het dat hij ziet wanneer ze niet in goede doen zijn. Een optimale conditie is zo ontzettend belangrijk voor een goede kweek en top resultaten en weet u dat die optimale conditie alleen wordt bereikt door een regelmatige verzorging en niet door allerlei medicijnen of bijproducten.

ZONDER MEDICIJNEN GAAT HET NIET
In allerlei advertenties wordt gesuggereerd dat we bepaalde middelen moeten gebruiken om beter te presteren en hoe vaker de advertentie wordt gelezen des te meer gaan we er in geloven, dus oppassen. Het is denkelijk niet verkeerd om uw duiven iets te geven waarbij u zelf een goed gevoel heeft. In de praktijk is echter al zoveel keren bewezen dat wanneer dat middel wordt weggelaten de prestaties ongewijzigd blijven. Ik raad wel iedereen aan, dat als alles gaat zoals de baas dat wenst, verander dan niets aan de methode van verzorgen. Beter dan best lukt toch nooit. Bespaar nooit op een goede voeding. Kleine zaden zoals lijn en hennepzaad zijn onmisbare ingrediŽnten. Geef van alles wat u geeft nooit te veel, overal waar “te” voor staat is meestal niet goed of het moet “tevreden” zijn dat is zelfs prima. In de rustige wintermaanden is het beter om helemaal geen medicijnen te gebruiken vooral niet wanneer we nog duiven te veel hebben. Ik neem aan dat dit duiven zijn die op een enkeling na mogen blijven. Eis, als u komend jaar goed wilt presteren, super gezonde duiven in uw hok en durf ook de laatste exemplaren streng te selecteren. Natuurlijk komt er meer om de hoek kijken als je goed wilt presteren. Let op het karakter, de kwaliteit en het doorzettingsvermogen. Ik houd van goede, kwalitatief hoogwaardige maar ook mooie duiven. Daar ben ik mijn hele leven al mee bezig om die te kweken. Ik kan niet zeggen dat dit me nooit is gelukt is. Daarom ga ik altijd heel zorgvuldig om met het samenstellen van mijn kweekkoppels wat overigens een heerlijk werkje is. Aan het einde van het seizoen denk ik vaak; waar heb ik me in hemelsnaam zo druk om gemaakt. Met andere woorden het gemiddelde resultaat is toch minder hoog uitgevallen dan dat ik vermoedde. Het ene jaar is duidelijk anders dan het andere. Dit komt natuurlijk omdat ik bijna alle kweekkoppels jaarlijks wijzig daar ik nooit veel duiven heb. Ik kan daar ook niet tegen. Ik moet overzicht hebben en ik wil tijd hebben voor het bekijken/observeren van mijn duiven dan dat ik bezig ben met hokken schoonmaken een werkje dat ik alle dagen doe en soms wel twee keer per dag wat ook geldt ook voor de drinkbakken. De ramen van het hok maak ik nooit schoon. Die zitten vol met poeder waardoor de duiven geen direct zicht naar buiten hebben, de sfeer op het hok is daardoor rustiger. De zon schijnt er prima doorheen en dat hebben we in Nederland zeker nodig. Op dit moment is het ijzig koud. ‘s nachts temperaturen van 4 graden boven nul en overdag komen we niet boven de 8 graden met bijna elke dag fikse regenbuien. Geef mij maar zomer in plaats van herfst.

STILSTAND IS ACHTERUITGANG
De hokkenshows komen er aan. Bijna elke vereniging organiseert de komende weken hun jaarlijkse hokkenshow met de bedoeling de clubkas te verstevigen. Daarnaast is het altijd heel gezellig om met duivenmelkers onder elkaar over onze hobby te praten. Daarbij komt natuurlijk ook de keurmeester aan bod want zijn keuringsuitslag wordt vooral besproken door degene die weinig punten met hun duiven hebben behaald. Wat dat betreft is het net als in de voetballerij. Als de scheidsrechter fluit heeft hij er volgens de fans totaal geen verstand van. Wat op zo een hokkenshow veelal zeer aantrekkelijk is is de verkoop van bonnen voor een jonge duif van 2020 die geschonken zijn door prominente liefhebbers. Daar moet je bij zijn om meestal tegen een betaalbare prijs een duif van een kampioenenhok aan te schaffen. Het is in ieder geval aantrekkelijker dan mee te bieden op een super commercieel georganiseerde internet verkoop. Dat bleek vorige week nog eens. Twee grote verkopingen waren er. Een in BelgiŽ en ging via internet, de ander was een tweedaagse zaalverkoop die in Nederland werd gehouden. Dat laatste heeft mijn persoonlijke voorkeur omdat je kunt zien en voelen wat je koopt. In dit geval maakte het niets uit of het een zaalverkoop (minder bereik) of een internet verkoop (groter bereik) is want de prijzen stegen de pan uit. Werkelijk astronomische bedragen werden geboden. De internetverkoop met 5 aanbieders en totaal 185 duiven bracht 338.500 euro op. De duurste ging voor 16.800 euro naar een nieuwe baas. Er gingen slechts 3 duiven naar Nederlandse liefhebbers. Een Chinees kocht een bijna 9-jarige doffer voor 8.000 euro maar dat was wel de vader van de 1ste Nationale asduif op de fond in BelgiŽ. De Nederlandse zaalverkoop waar dat weekend 168 duiven werden verkocht bracht het aardige bedrag op van 1.544.160,00 Euro. De duurste, een jonge duif, ging voor 146.000 van de hand en dat was een nieuw record. Nog nooit werd er zoveel voor een jonge duif geboden. De gemiddelde opbrengst was 9.191 euro per duif. De vijf duurste waren;: 146.000, 80.000, 61.000, 54.000 en 39.000. Wie zei ook alweer dat postduiven de renaarden van het luchtruim zijn voor de gewone man? Ik in ieder geval niet!

GEBAKKEN LUCHT
Het vliegseizoen ligt alweer zes weken achter ons en iedereen is bezig de balans op te maken. Moet er nieuw bloed aangeschaft worden of hebben de eigen duiven zodanig gepresteerd dat er niet direct een nieuwe aanwinst bij moet. Als je op zoek moet naar beter materiaal is dat anders dan wanneer je geÔnteresseerd bent in versterking. Zij die versterking zoeken hebben via de vele verkoopsites keus genoeg. Het is echter wel opletten geblazen. De foto’s van te koop aangeboden waar zien er altijd even aantrekkelijk uit. Je moet echter wel goed kunnen lezen wat er over een duif geschreven wordt. Het samenstellen van verkoopverhalen is een kunst op zich. Ik raad iedereen aan om toch zo af en toe eens wat van die sites te bezoeken. Het is allemaal top kwaliteit, hele ritsen prestaties staan vermeld bij elke duif. Degene die goed kunnen lezen zullen elke keer opnieuw geconfronteerd worden met gebakken lucht. In de meeste gevallen heeft de duif waarom het gaat helemaal niets gepresteerd terwijl het wemelt van de kopprijzen op allerlei niveaus. Vaak staan er geen aantallen duiven bij en soms heeft een duif wel vijf eerste prijzen gewonnen maar als je goed leest zie je al snel dat het allemaal op dezelfde vlucht betrekking heeft. Ik kan me daar enorm aan ergeren. Naar mijn mening is dat geen juiste voorlichting vooral niet als er hele rijen overwinningen bij staan die door broers, zusters vader, moeder, grootvader, overgrootmoeder zijn behaald en vaak wordt er ook nog geschermd met ereplaatsen die door andere liefhebbers zijn behaald. Waar is de tijd gebleven dat je wekelijks naar een zaalverkoping kon gaan. Gezellig met duivenliefhebbers onder elkaar. Je kon de duiven bekijken, je mocht ze in de hand nemen zodat je kon zien wat je kocht. Nu moet je op de foto af gaan en je moet zelfs geld betalen als je de duiven in de hand wilt bekijken. Als je jaren geleden in deze tijd bij de poelier kwam zat zijn ren vol met slachtduiven. Nu staan ze op internet en worden soms tegen record bedragen verkocht en dat terwijl de eigenaar ze niet wil houden. We zijn toch hopelijk niet zo naÔef dat we alles geloven van wat er allemaal bij elkaar is gefantaseerd om de duif tegen een zo hoog mogelijk bedrag te kunnen slijten.

GEEF ONS GEWONE SPEL WEER TERUG
Ik prijs mij gelukkig dat ik de gouden jaren van de duivensport heb meegemaakt. Van het laatste weekend in maart tot half september elke week spel voornamelijk korte afstand vluchten. Midfond bestond niet, dat is er bijgekomen. De duivensport bestond alleen uit korte en lange afstand vluchten. Elke week spel, het hele jaar door en daar zaten ook 4 of 5 eendaagse fond vluchten bij waar bijna iedereen aan mee deed. Nu krioelt het van dat soort vluchten en nog geen 15% van de liefhebbers doet er aan mee. Op zo een vlucht hoef je maar een keer een goede prestatie neer te zetten en je kunt direct meedoen aan de verkoop gekte. Het is net als in de voetballerij. Een jeugdig talent dat twee keer in de drie weken in het betaalde voetbal een goede assist geeft krijgt meteen een weekloon waar een gewone duivenliefhebber een jaar voor moet werken. Ik las een artikel over een bekende voetballer die in de Engelse premier league speelt. Hij zou 290.00 pond per week verdienen en een heeft een vermogen opgebouwd van ruim 40 miljoen. In de duivensport gaan we ook aardig die kant op. Vorig jaar is er al een duif verkocht voor meer dan 1 miljoen en er zijn diverse duivenhouders in Nederland die jaarlijks meerdere verkopingen hebben waarmee ze tonnen verdienen. Ik gun het ze en ben af en toe ook wel eens jaloers. Maar als we verder kijken als dat onze neus lang is zien we dat dit zo niet verder kan gaan. De gewone liefhebbers die alle zeilen moeten bij zetten om hun hobby te kunnen bekostigen haken af, zij gaan steeds meer inzien dat ze min of meer misbruikt worden. Zij komen iedere week trouw met hun mandje duiven en de commerciŽle zakkenvullers onder ons spelen daar mooi weer van totdat het moment komt dat er niets meer te “cashen” valt. Die tijd nadert snel, dan kunnen de grote jongens alleen nog tegen elkaar spelen en dan zullen er nog maar zeer weinig duiven in het concours staan zodat ze niet meer interessant zijn voor de mannen in het land van de rijzende zon. Ons nationale bestuur zal er goed aan doen om het duivenspel terug te brengen naar zoals het jarenlang is gespeeld. Bij mij raakt mede door mijn leeftijd de lol er af. Zelfs het verenigingsspel is niet leuk meer omdat de meeste clubs geen twintig leden meer hebben die nog wekelijks meedoen. Daardoor is ook de sfeer in de club veranderd. Nog een paar stappen verder en we moeten alleen nog naar het lokaal om de duiven te brengen en verder niets meer. Alles gaat straks via internet met het risico dat er versneld oudere liefhebbers zullen afhaken. Jammer voor onze sport want ondanks dat de duivensport met zijn tijd meegaat zullen er geen nieuwe leden bij komen, de jongeren hebben (gelukkig) heel veel andere mogelijkheden om zich te vermaken.

DRIE DAGEN WIELERSPORT
Verleden week werd er een drie daags wieler evenement gehouden op de wielerbaan van de bekende Noord Hollandse kaasstad Alkmaar en daar wilde ik graag bij zijn. De wielersport blijft naast de duiven mijn favoriete sport. Ons werd een heel vermakelijk en spannend programma voorgeschoteld. Voor mij was het ook een soort reŁnie plus dat er een aantal goede renners uit mijn club meededen. De bekendste van het hele spul was Niki Terpstra. Toen ik nog voorzitter van de club was heb ik hem als 8 jarige zien komen en al snel bleek dat hij talent had. Dit wielergala werd door hem en zijn ploegmaat met overmacht gewonnen en weet u wat ik het mooiste vond? Zijn vader die ik kort daarvoor nog had gesproken stond na 25 jaar net zo enthousiast met zijn handen in de hoogte te springen als toen zijn zoon als 8 jarige zijn eerste overwinning behaalde. Is dat mooie sport of niet? Een ander clublid liet zich gelden achter de grote motoren. Hij werd eveneens totaal winnaar en was vorig jaar zelfs Europees kampioen stayeren. Ik had dit evenement voor geen prijs willen missen ook omdat mijn zoon en kleinzoon mij vergezelden wat het nog mooier maakte.

DE KWEEKDUIVEN ZIJN KLAAR, NU DE HOKKEN NOG
Terwijl de oude en jonge vliegduiven nog volop bezig zijn met de pennenrui zitten de kwekers als het ware te wachten om weer gekoppeld te worden. Doordat ik nu samen met mijn zoon een kweekhok heb is er een overschot aan voor ons waardevolle kwekers. Hoe waardevol ze zijn zullen ze het komende seizoen op andere hokken mogen bewijzen. Omdat ik de kweekduiven ga verzorgen hebben we besloten om het aantal kweekkoppels terug te brengen naar 18 en dat is een moeilijke klus geweest. We zijn er in ieder geval uitgekomen. In eerste instantie zijn er altijd wel een aantal duiven die vanwege mindere kweekresultaten of ouderdom het veld moeten ruimen. Maar dan? Er zijn nog twee broedhokken beschikbaar voor 2 jonge doffers en twee voor 2 jonge duivinnen. Zo deed ik dat elk jaar en zo wil ik het blijven doen. De 4 beste vliegduiven en 4 jonge duiven gaan naar het kweekhok. Op die manier houden we het kweekhok jong. De beste resultaten op de vluchten en in het kweekhok worden in de meeste gevallen behaald door jongere duiven. De doffers die een plaatsje in het kweekhok hebben verdiend hebben inmiddels hun broedhok uitgekozen dat voorkomt straks als de duiven gekoppeld worden de nodige vechtpartijen. De komende week wordt het kweekhok weer extra schoongemaakt, alles moet weer stofvrij worden. Vooral op het plafond is het nodig om schoon te maken het zit vol met spinnenwebben en dat mag ik graag zien want dat is een teken dat de verluchting goed is. Daar waar het tocht zul je geen spinnenwebben zien en tocht is slecht voor de conditie. Als allerlaatste ga ik er nog een keer met de brander doorheen, dat is nog steeds het beste middel tegen allerlei ongedierte. Twee weken voor de koppeldatum gaan we bijlichten om de duiven het gevoel te geven dat het een beetje voorjaar aan het worden is.

HET KWEEKBOEK
Ik ben nog een liefhebber van de oude stempel. Ik werk met de computer maar ben geen held. Als ik zie hoe mijn kinderen en kleinkinderen met elektronica omgaan dan moet ik nog veel leren. Eigenlijk hoef ik niet meer te weten dan ik nu weet. Ik werk graag op de computer en als ik er niet uitkom is er voldoende deskundigheid binnen de familie. Ik was zelfs zo ver dat ik mijn gehele duivenbestand er in had opgeslagen totdat dat apparaat crashte. Alles kwijt, wat er ook gedaan werd, alles weg en met alle hulp die aangeboden werd kwam er niets over mijn duiven tevoorschijn en dan heb je een probleem. Het was me te veel werk om alles opnieuw in te voeren, dat heb ik aan mijn zoon Marco overgelaten, hij heeft nu alles in zijn computer. Kortgeleden kreeg ik nadat de duiven waren geselecteerd alle tot in de puntjes bijgewerkte stamkaarten. Ik hoef dus niet meer de computer te raadplegen maar gewoon net als voorheen de map er bij waarin de stamkaarten op nummer en jaartal zijn opgeborgen. Ik heb daar genoeg aan. Jarenlang heb ik de stamkaarten met de hand geschreven. Dat was echt monnikenwerk maar deed het graag. Ik heb in de wintermaanden urenlang met alle stamkaarten op tafel koppels zitten te vormen. In gedachte zag ik alle duiven voor me, ik kende mijn duiven als mijn broekzak. Ik had er nooit veel en als ik er wel veel had gehad dan kende ik ze nog in een oogopslag zelfs als ze van de vlucht thuis kwamen. Ik zag meteen wie het was. Dat is nu anders. In elk hok heb ik een lijst hangen met daarop in grote cijfers de ringnummers en het nummer van het broedhok. Regelmatig neem ik nu duiven in de hand, soms wel drie keer achter elkaar dezelfde. Teken dat de ogen mij meer en meer in de steek laten. Wilt u wel geloven dat ik nu liever in mijn kweekboek kijk dan op het beeldscherm. In mijn kantoor heb ik een kast vol met boeken, duivendocumentatie, trofeeŽn, foto’s en….. stapels kweekboeken. Ik ben daar trots op, vooral als ik eens even tijd vrij maak om weer eens wat oude kweekboeken te bekijken. Dan zie ik wat een fantastische duiven ik in de loop der jaren heb gehad. Vanaf tweede helft vijftiger jaren waren dat voornamelijk duiven van de wereldberoemde Gebr. Janssen uit het Belgische Arendonk. Ik was daar helemaal bezeten van plus dat ik er zeer succesvol mee was. De mannekes, zoals ze genoemd werden, zijn er niet meer en met het overlijden van Lowieke (de man van de financiŽn) is ook het ras en de klasse voor een groot deel van de aardbodem verdwenen. Wat hadden die mannen mooie en goeie duiven. Vooral die hele lichte blauwe en die fantastische lichtkrassen, ik raakte er niet op uitgekeken. Omdat ik op een gegeven moment ander bloed moest inbrengen raakte ook bij mij de ouderwetse Janssen types van het hok. Met de inbreng van de Heremans duiven heb ik en ook mijn zoon Marco opnieuw een grote stap voorwaarts gezet. Het kweekboek 2020 is nog niet ingevuld maar het gegoochel met stamkaarten is wel begonnen. Uit ervaring weet ik hoe vaak ik de 18 nu gevormde kweekkoppels van mij en zoonlief nog ga veranderen. Vandaar dat het boek pas wordt ingevuld als de kweekduiven eind november weer bij elkaar zitten. Marco zet ze dan in de computer. Ze worden tevens gefotografeerd en op onze nog te vernieuwen website geplaatst.

HET KWEEKHOK
Zet een doffer en een duivin samen, dan liggen er na 12 tot 14 dagen 2 eieren in hun nest. Dan 17 dagen broeden en bijna gelijktijdig liggen er 2 jongen die 28 dagen later zo ver zijn dat ze zichzelf kunnen redden. Zo eenvoudig is het om jonge duifjes te kweken. Wat dat betreft zijn duiven net als muizen, je hebt er zo een hok vol van. Het is dus geen kunst om een hok vol jonge duiven te kweken. Dat is ook niet hetgeen wij duivenmelkers mee bezig zijn. Het gaat immers niet om de kwantiteit maar om de kwaliteit. Om dat te bereiken hebben bijna alle duivenvrienden een kweekhok met daarin duiven waarvan ze verwachten dat die voor goede nakomelingen zullen zorgen. Het mooiste zou zijn dat in dat hok enkel en alleen duiven zitten die op eigen hok opvallend goed hebben gepresteerd. Van duiven waarmee je enkele jaren dag in dag uit mee bezig bent geweest weet je alles. Waar we nooit zeker van zijn is dat ze, ondanks dat het zelf toppers op het vlieghok waren, ook goede zoons en dochters op de wereld zullen zetten. Slechts af en toe lukt dat een keertje. Hoe meer echte goede duiven in het kweekhok zitten, des te groter is de kans op een uitblinker. Maak niet de denkfout door er vanuit te gaan dat goede duiven ook automatisch goede duiven voortbrengen. Dat is te simpel geredeneerd. De geluksfactor mag nimmer ontbreken. Ik heb ooit eens een kweekduivin op Malta in mijn handen gehad die niet groter was dan een spreeuw. Op 90% van de hokken zou zo een duif niet mogen blijven. Toen ik haar vliegprestaties zag kon ik het niet geloven en toen ik zonen en dochters van haar zag viel mijn mond open van verbazing. Prachtige duiven in de hand en nog beter in de mand. Zo zie je maar dat je op voorhand beslist niet kunt zeggen; dit is een super koppel. Ja, misschien twee jaar later als we er een aantal van gekweekt hebben. Maar op voorhand, ik geloof er niet in. Er zijn van die wijsneuzen die zich uitgeven als selecteur en dat ze aan de ogen van de duif kunnen zien of het een vlieg of kweekduif is. Sommigen gaan zelfs zo ver dat ze met zekerheid verkondigen dat het een fond of vitesse duif is en ze durven zelfs zonder blikken of blozen te vertellen dat het een teletekstduif is. Waar halen ze de moed vandaan? Ik geloof daar niets van. Ik heb een enkele keer wel eens zo een waarzegger op hokbezoek gehad. Ik had hem niet gevraagd maar hij had gevraagd of hij eens langs mocht komen. Ach als je er niet in geloofd is het wel eens leuk om het van dichtbij mee te maken. Toen ik hem vroeg hoeveel jonge duiven hij had zei hij 60. Ik heb niets gezegd maar dacht wel; als je van je duiven de kweekkwaliteit kunt aflezen, waarom kweek je er dan zo veel? Dan heb je er aan een stuk of tien toch genoeg, of zie ik dat verkeerd? Succes met de selectie want dat is een zeer serieuze zaak, u beslist namelijk over de toekomst van uw duivenkolonie en dat is nog al wat.

HET STILLE SEIZOEN BEGINT
Helaas, een stil seizoen bestaat al lang niet meer. De taartvluchten voor de liefhebbers die niet van ophouden weten zijn ook voorbij. Wat ooit begon als een aardigheidje is uitgegroeid tot een belangrijke afsluiter van het actieve duivenjaar. Belangrijke vluchten voor degene die de gemanipuleerde uitslagen gebruiken om hun prestaties nog een keer in de spotlights te plaatsen. Wedstrijden met weliswaar een aardig aantal deelnemers waarvan de helft deze vluchten gebruikt als leervlucht en dus hun duiven niet klokken. Deze duiven krijgen een gummiring om of gaan over de inkorf antenne de mand in zodat ze meetellen wat interessant is voor degene die wel klokken. Sommigen maken daardoor hele fraaie uitslagen omdat de grote groep van deelnemers alleen voor de aardigheid meedoen. Zij hebben geen interesse in de uitslag, ze spelen niet mee voor de taarten of andere prijzen. Deze liefhebbers zijn alleen bezig hun duiven te oefenen. Sommigen denken dat ze in deze tijd van het jaar minder duiven kwijt raken. Weer anderen doen mee omdat de roofvogels minder actief zijn. Er zijn zelfs deelnemers die hun prestaties van deze kermisvluchten willen gebruiken voor eventuele deelname aan de Olympiade. Nog geen 2% van de Nederlandse liefhebbers doet aan dit circus mee. Aan de laatste taartvlucht deden boven de grote rivieren 103 liefhebbers mee waarvan er 58 in de uitslag voor komen. Het zou toch van de gekke zijn dat zulke uitslagen gebruikt kunnen worden voor weet ik veel wat voor competities maar genoeg hierover. Wel moet toegegeven worden dat de inkorfavonden bijzonder gezellig zijn verlopen en dat is in mijn ogen het allerbelangrijkste argument om eens mee te doen maar voor de ruiende duiven is het verre van ideaal. Nu is de tijd aangebroken voor vergaderen, allerlei huldigingen, nationale evenementen en de start van de traditionele tentoonstellingen. Daar zijn er heel veel van, denkelijk veel te veel daarom is van een stil winter seizoen is absoluut geen sprake.

WINTERPERIKELEN
Het is ruitijd. Vroeger zeiden de liefhebbers; in deze tijd van het jaar worden de prijzen voor het volgende jaar verdiend. Ik neem aan dat u weet wat hiermee bedoeld wordt. Een slechte rui zorgt voor slechte prestaties. Dus het houdt in dat onze duiven nu net zo zorgvuldig verzorgd dienen te worden als in het hoogseizoen. De duiven hebben het zwaar en sommigen heel zwaar, er gebeurt namelijk nogal wat. Als ik zie hoeveel veren ik tot op heden al heb opgeruimd, dat is ongekend en we zijn er nog lang niet. Zeker niet met de oude en jonge vliegduiven. De kwekers zijn zo goed als klaar. Dat moet ook want over vier weken worden die op veel hokken alweer bij elkaar gezet. Om de duiven tijdens de rui een beetje te helpen kan geen kwaad. Zo zijn er talrijke liefhebbers die tijdens de rui karnemelk in het drinkwater doen. Ik heb dat ook vele jaren gedaan maar doe dat nu al lang niet meer, ik zie namelijk geen verschil. Dan het kuren tegen verschillende ziektes. Ik ben er in deze periode nooit een voorstander van geweest. Ook ik heb me in de loop der jaren mee laten slepen en kuur de duiven in oktober tegen paratyfus. Dan nog een vitaminekuurtje, binnenkort weer de traditionele verplichte paramixo prik, dan nog een prikje tegen pokken en misschien ook nog wel een tegen kopziekten. Doen we dat wel goed? Vroeger toen ik nog met mijn vader samen speelde deden we niets. Duiven die iets mankeerde gingen weg daar was mijn vader keihard in. Hij had gelijk maar misschien bestonden er toen nog geen afdoende medicijnen dus zat er weinig anders op om de “zwakkelingen” weg te doen. Niet alleen de duiven die misschien iets mankeerden gingen weg, ook degene die onvoldoende hadden gepresteerd. Wij aten thuis zeer regelmatig duivensoep en dat is nog lekker ook. Daar doe ik nu niet meer aan. Tegenwoordig kun je voor weinig een lekkere soepkip kopen en dat is makkelijker dan wekelijks een stuk of vijf duiven slachten. Vroeger waren er bijna geen dierenartsen, de mensen regelde dat zelf. Ze hadden een varken, kippen, konijnen, kalkoenen en duiven om op te eten. Wat dat betreft waren de mensen minder sentimenteel. Nu is er voor elk beestje wel een veearts en kan je een zelfs een verzekering afsluiten want het kost nogal wat een bezoekje aan de dierenarts. Er is zelfs een politieke “partij voor de dieren”. Dat is niet verkeerd want er zijn veel zaken die niet door de beugel kunnen vandaar dat het goed is dat daar controle op is. Terug naar de duiven. Denkt u ook niet dat wij door al dat gedoe met medicijnen onze duiven zwakker maken. Voor elk probleempje is wel een poedertje, pilletje of drankje, de duiven worden kasplantjes en dat is een van de redenen dat de verliezen steeds groter worden. We halen de mordant, de weerstand en het karakter op die manier uit onze duiven.

TRANSPORT
Vroeger spraken we over boerenduiven. Daarmee werd bedoeld sterke duiven. Tegenwoordig zijn de duiven veel sneller. Concoursen sluiten eerder doordat veel duiven hogere snelheden weten te behalen. Vroeger zeiden we dat bij stevige kopwind de eerste duiven zeker 1000 meter per minuut (60 km per uur) zouden maken. Tegenwoordig vliegen ze met het grootste gemak met kopwind 80 km per uur. We werken met modern vervoer speciaal afgestemd op het vervoer van onze duiven. Auto’s voorzien van de allernieuwste snufjes zoals airco, automatische drinkwater voorziening maar wel met aluminium verzendmanden waarvan er soms wel meer dan 220 met gemiddeld 20 duiven (is +/- 4.500 duiven) in een ruimte staan. Is dat niet te veel? Misschien waren rieten manden wel beter? Hoe werkt dat met het overbrengen van ziektes, temperatuur drinkwater, temperatuur in de rijdende of stilstaande auto, eten in bevuilde verzendboxen, het beladen van de auto, het rijgedrag. De meesten onder ons staan daar niet bij stil. De duiven gaan op weg en de liefhebbers maken zich op om de volgende dag op tijd bij het hok te zijn om de duiven op te wachten. We vinden het normaal dat ze allemaal ongeschonden thuis komen en dat er niet eentje achter blijft. De duiven weten niet dat ze meedoen aan een wedstrijd. Ze kunnen wel last van stress hebben omdat thuis hun man/vrouw of kinderen wachten of omdat ze te weinig of niet gedronken hebben. Aan hun baas denken ze zeker niet. De liefhebber denkt wel aan zijn duiven en aan een vroege aankomst en dat maakt hem zenuwachtig. Daarom doet hij soms zo vreemd wanneer de duiven iets langer wegblijven dan dat hij had uitgerekend. Hij wordt onrustig, moet vaak nog even naar de wc en als zijn buurman eerder een duif krijgt dan hij dan gieren de zenuwen door zijn keel. Het lijkt alsof elke minuut dat hij langer op zijn eerste duif moet wachten een uur duurt. Duivensport blijft ondanks alles een heerlijke hobby!

ALS JE WILT WINNEN MOET WERKELIJK ALLES MEEZITTEN
Je kunt nog zo een grote kanshebber zijn, de pers kan je een favorietenrol toeschrijven, je supporters kunnen alvast een feestje vieren, maar eerst moet de koers voorbij zijn pas dan is er zekerheid. Daar kreeg het wereldkampioenschap wielrennen dit weekend in Engeland mee te maken. Voor Nederland was het een titelstrijd met gemengde gevoelens. Goud werd er op verschillende onderdelen behaald, vooral de Hollandse vrouwen spande de kroon. Teleurstelling en verdriet was er vrijdag na afloop van het WK voor beloften. Nederland won goud en een kwartier later werd de uitslag veranderd. De winnaar was met nog meer dan 100 km te rijden betrokken geweest bij een valpartij en zou daarna achter de materiaalwagen rijdend zijn teruggebracht bij het peloton wat bijna gebruikelijk is in dergelijke belangrijke koersen. De internationale jury dacht daar anders over en diskwalificeerde de Nederlander die overtuigend de eindsprint wist te winnen. Van mij krijgen de bobo’s binnen het jurycorps daarvoor een dikke onvoldoende. Had dan de renner uit koers gehaald en niet eerst nog 100 km laten koersen en hem dan als winnaar van notabene het wereldkampioenschap te diskwalificeren. De jonge sportman had beter een keiharde klap midden in zijn gezicht kunnen krijgen die had niet zo hard aangekomen als deze diskwalificatie. Maar ja we zijn zo langzamerhand wel een beetje gewend aan vreemde beslissingen van allerlei referees. Nog een vreselijke teleurstelling kregen de Nederlandse wielersupporters te verwerken. Hun grote favoriet en gedoodverfde kampioen droomde met nog 14 km te gaan al een beetje van de gouden plak. De alleskunner Mathieu van de Poel was niet alleen huizenhoog favoriet, hij zat ook in de kopgroep maar bij het ingaan van de laatste ronde was het opeens gedaan. Oorzaak? Daar moeten we naar raden, in ieder geval wilde de benen niet meer en dus was het over en uit.. Slechts een handjevol tot op het bot moegestreden renners wisten de eindstreep te passeren. Als wielerliefhebber heb ik zondag van negen tot vijf uur ’s middags genoten van deze keiharde sport. Een sportevenement waar geluk verdriet en teleurstelling heel dicht bij elkaar liggen en juist dat maakt sport zo ongelooflijk fascinerend. Komende zaterdag organiseert mijn wielerclub de Kermisronde van Assendelft, een klein dorp onder de rook van Zaandam. Daar wordt nog echt kermis gevierd. Pas als de laatste renners zijn gefinisht gaan de kermis attracties open en wordt er tot en met woensdag feest gevierd. Vaak, heel vaak was ik daarbij, maar als 82 jarige laat ik dat al een tijdje aan mij voorbij gaan. Bij de wielerkoers ben ik uiteraard wel aanwezig vooral om oude bekende te ontmoeten.

DUIVENSEIZOEN IS UITGEGAAN ALS EEN NACHTKAARS
In tegenstelling tot andere jaren was er voor de laatste vluchten zeer weinig animo. Nog nooit was de deelname zo laag en ik ben bang dat dit beeld zich gaat doorzetten. De vergrijzing gaat maar door en er komt hoegenaamd niemand bij. De jeugd heeft (gelukkig) veel meer andere mogelijkheden. Zelf blijf ik mijn duiven verzorgen als in de tijd toen er nog honderden liefhebbers in mijn omgeving woonden. Toen kon je uitblinken tegen vele duizenden duiven. Nu lijkt het er niet meer op en dat geeft voor ons oude rotten in het vak geen voldoening meer. Een eerste prijs tegen duizend duiven spreekt mij totaal niet aan. Daar zullen we aan moeten wennen of we willen of niet. Hier en daar worden nu nog enkele vluchtjes georganiseerd maar dat stelt eigenlijk helemaal niets voor. Het is meer een aardigheidje, de helft van de deelnemers laat niet eens zijn klok stellen waardoor degene die dat wel doen heel veel duiven in de uitslag krijgen en daar zijn ze nog trots op ook. Maar goed, ieder zijn pleziertje. Voor de duiven zou het beter zijn dat ze hun welverdiende rust krijgen want de periode waarin we ons nu bevinden is zeker zo belangrijk als het vlieg- en kweekseizoen.

WELKE DUIVEN MOGEN BLIJVEN
Iedere liefhebber voor zich bepaalt welke van zijn duiven mogen overwinteren. Iedere liefhebber heeft zijn eigen manier van selecteren. Veel is er in de loop der jaren over deze materie geschreven met de bedoeling de liefhebbers op weg te helpen. Nergens staat exact beschreven wat je precies moet doen om alleen de allerbeste of meest waardevolle duiven aan het einde van het seizoen wel of niet te houden. Er zijn heel veel wegen die naar Rome leiden met andere woorden er zijn ontzettend veel mogelijkheden om duiven te selecteren. De groep van keurmeesters (GVK) is ooit in het leven geroepen om de Nederlandse postduif in stand te houden c.q. te verbeteren. De keurmeesters moeten om hun diploma te halen een theorie en een praktijk examen afleggen. Ik heb dat vele jaren terug ook gedaan omdat ik zeer gedreven was en alles van duiven af wilde weten. Het was nog in de tijd dat de liefhebbers aan vele shows meededen en de mening van de keurmeester waardeerden wat niet altijd het geval was. Er waren keurmeesters die een duif heel goed konden beoordelen en zelf maar mondjesmaat presteerden, dat kan. Er zijn genoeg goede trainers die zelf niet tot de besten behoorden. Het gaat er om dat ze anderen, vooral de jeugd, kunnen bijbrengen wat wel en niet noodzakelijk is om je doel in de sport te bereiken. Hard spelende duivenliefhebbers konden zich vernederend uitlaten als een keurmeester hun goede duif laag had beoordeeld. Ik kan me voorstellen dat zoiets teleurstellend is, we mogen echter niet vergeten dat de beste sporters niet altijd het mooist van lichaamsbouw zijn. Zou dat ook niet het geval zijn bij onze duiven? Daarom is de selectie zo verrekte moeilijk. Er worden op eigen hok zoveel verkeerde beslissingen genomen met daarbij het voordeel dat als de duif eenmaal weg is je er nooit achter komt of je het wel of niet goed hebt gedaan. Liefhebbers die al vele jaren goede prestaties neerzetten hebben een goede kijk op duiven dus laten we maar zeggen dat ze een goed selectie systeem hebben. Liefhebbers die niet goed spelen zullen strenger te werk moeten gaan. Die zullen in eerste instantie sentimenten over boord moeten gooien vooral als ze met de betere mee willen spelen. Gezelligheidsspelers zullen andere maatstaven gebruiken dan winnaarstypen. Zelf weet ik uit ervaring op eigen hok dat van de 50% aangevulde jonge duiven als jaarling 30% niet voldoet. Nog een jaar later is er misschien nog een handjevol over. Kijk maar op eigen hok hoeveel duiven er nu nog zitten die in 2015 zijn geboren. Als je dit zo leest is het alsof niemand goede duiven heeft maar dan begrijpt u het verkeerd. Het zou helemaal niet goed zijn als het hok vol zit met oude knarren (of u moet fond of marathon speler zijn). De meeste liefhebbers zijn dat niet en die moeten het hebben van een, twee en hooguit drie jarigen duiven. Daarvan mogen aan het einde van het seizoen de besten naar het kweekhok om daar vanaf hun vierde jaar nog een paar jaar te zorgen voor hopelijk goede nakomelingen. Ook ben ik er grote voorstander van om ook op het kweekhok niet te veel oude duiven te houden en dus zonder problemen uit mijn vliegduiven kweek. Onthoud goed dat er in een bejaardentehuis ook geen kindjes meer geboren worden. Vandaar dat op ieders hok geldt; wie de jeugd heeft, heeft de toekomst.

DE ZOMER IS VOORBIJ
Vandaag 23 september begint de astronomische herfst. De zon staat dan precies boven de evenaar en vanaf morgen worden de dagen korter. Zondag 22 september was in mijn geboorteplaats Zaandam voor de 35e keer de Dam tot Dam loop, een hardloop en wandel evenement over 10 Engelse mijlen van de Amsterdamse Dam naar de Zaandammer Dam met maar liefst 60.000 deelnemers waarvan er zondagmiddag om 15.00 uur 4000 niet meer mochten starten. De hitte zorgde er voor dat de ambulances af en aan reden om de van hitte bevangen deelnemers te vervoeren wat nog nooit eerder is gebeurt! Erg jammer voor de organisatie. Het sloot wel prima aan bij het bericht dat de gemiddelde temperatuur op aarde de laatste 5 jaar nog nooit zo hoog is geweest. Wetenschappers meldde dit aan de vooravond van de klimaat top in New York. Er zou wereldwijd te weinig aandacht worden besteed aan deze klimaatverandering. Denkelijk is nog lang niet iedereen er van overtuigd wat deze verandering allemaal te weeg kan brengen. Gelukkig wordt er wereldwijd steeds meer over gesproken en geschreven. Ongetwijfeld zal de duivensport daar steeds meer mee te maken krijgen. Als oude rot in de duivensport ben ik er van overtuigd dat de steeds groter wordende verliezen van met name onvoldoende getrainde of niet goed opgeleide duiven daarmee te maken hebben. Het zijn niet alleen zieke of duiven van een mindere kwaliteit die achter blijven. Er schuilt meer achter de donkere wolken of aan de heldere hemel dan we denken. De duivensport zal daar de komende jaren goed op moeten inspelen. We kunnen elke winter wel urenlang discussiŽren over vliegprogramma’s, lossingplaatsen, nationale kampioenschappen of de Olympiade. Het belangrijkste voor onze sport zijn nog steeds de weersomstandigheden en dat gaat niet alleen over regen, harde wind of tropische temperaturen. Het zijn vooral de atmosferische storingen, die we als mens niet kunnen waarnemen maar waar de duiven ontzettend veel hinder van ondervinden.

KLEINSCHALIGER
Om de duivensport te redden en de leden te behouden zullen we misschien wel terug moeten naar vroeger tijden toen de duivensport niet meer dan een gezellig dorpsspel was. Iedereen was toen tevreden met het spel in de club waar in sommige gevallen wel meer dan 100 leden meededen. Momenteel spelen er nog geen 50 meer mee in een rayon of wat voor naam we aan een samenspel willen geven. Het moet tegenwoordig allemaal grootser met nog meer vluchten en dat terwijl het ledental als sneeuw voor de zon verdwijnt en de Nederlandse dagbladen geen interesse meer hebben in het plaatsen van duivenuitslagen. Wat dat betreft is de duivensport bijna dood. Dat meer en grootser is bedacht door de profs onder ons, voor hen is het big business. Laten we niet vergeten dat 95% van de leden net als vroeger om de sportieve eer strijden. Toen ik pas met de duivensport begon kon ik in de club, in de CC en de afdeling (provinciaal) spelen. Iedereen deed wekelijks mee in de club en bijna iedereen deed mee in de CC en niet meer dan 10% van de leden speelde mee in het provinciale spel. Waarom zo weinig? Omdat de liefhebbers toen al inzagen dat dit geen eerlijk spel was. Wel was het toen eerlijker dan nu. Er waren destijds in Noord-Holland 1500 liefhebbers daardoor was de spreiding veel groter dan tegenwoordig. Hierdoor kon overal wel een vroege duif geklokt worden. Concoursen met meer dan 20.000 duiven waren de normaalste zaak van de wereld. Tegenwoordig maken onze professionals met soms wel meer dan 100 duiven in de strijd de nodige publiciteit met een overwinning tegen 1200 duiven, ze moeten zich schamen! Ze verpesten het voor veel liefhebbers. Niet omdat ze beter presteren, in de meeste gevallen is dat zelfs niet zo, wel omdat ze met manden vol duiven komen aansjouwen is er veel werk voor de vrijwilligers in de club. Het zijn de grote aantallen duiven die de leden ontmoedigd om nog mee te doen. In veel samenspelen telt de eerst geklokte duif voor de kampioenschappen. Dat is helemaal in het voordeel van de mega hokken. Bij ons moet er voor elke 10 duiven in het concours 1 geklokt worden. Bij een deelname van 63 duiven moet de liefhebber er 7 klokken. Daarvan worden de behaalde punten bij elkaar opgeteld en gedeeld door 6,3 en die punten tellen voor het kampioenschap. De mega liefhebbers spelen in eerste instantie niet voor een kampioenschapen. Zij willen meerdere duiven op het eerste blad van de uitslag pakken, dat maakt vooral voor de Aziatische sportvrienden veel indruk. Ik heb in al die jaren vanwege mijn sterke spel de nodige duiven kunnen verkopen. Wie zou dat niet willen of doen? Degene die bij mij kwamen deden dat niet omdat ik kampioen op bepaalde onderdelen was geworden. Ze kwamen wel vanwege mijn sterke spel en de vele goede uitslagen die ik met mijn kampioensduiven maakten. Ik kan me nog heel goed herinneren dat Mr. Louis Massarella van het Engelse kweekstation Louella Pigeon World bij mij thuis op hokbezoek kwam. In mijn kweekhok gaf ik hem de ene na de andere winnaar in groot verband in zijn handen. Vol van verbazing zei hij; ik ben op veel sterk spelende hokken geweest maar nimmer zag ik zoveel winnaars en ace duiven. Een groter compliment kun je niet krijgen en dat terwijl ik in die tijd met hooguit 16 tot 24 weduwnaars speelde. Dat waren nog eens tijden!

DE LAATSTE STUIPTREKKINGEN
Het seizoen is voorbij en daar hebben de meeste liefhebbers vrede mee. Sommige keken al weken uit naar het einde van dit door tropische hitte geteisterde seizoen en er zijn er ook een aantal die er maar geen genoeg van kunnen krijgen. De mannen die sterk gespeeld hebben zijn klaar. Zij zien in dat hun duiven die voor zoveel sportief plezier hebben gezorgd aan hun welverdiende rust toe zijn. Rust tussen twee haakjes want na een veel te overladen vliegprogramma gaan de duiven beginnen aan de grote rui en dat gaat niet vanzelf. Sommige duiven zijn daar behoorlijk beroerd van, we noemen dat rui ziek. Dat vraagt om een goede verzorging en dat ontbreekt op vele hokken. Seizoen voorbij, dan is het ook gedaan met de verzorging. Veren in de drinkbak, veren in de grit bak, veren overal. De rui vraagt om de nodige hygiŽne en dat wordt nog al eens vergeten. Voor degene die er maar geen genoeg van kunnen krijgen zijn een aantal jaren geleden in ons land de zogenaamde “taartvluchten” in het leven geroepen. In eerste instantie bedoeld om met late jongen tegen elkaar te spelen. Ook dit spelletje is door sponsoring steeds professioneler geworden wat is te merken aan de grote aantallen oude duiven die ingezet worden. Er zijn (volgens zeggen) aantrekkelijke prijzen te winnen en verder stelt het helemaal niets voor. Het oorspronkelijke gezelligheidsspelletje is veranderd in een commercieel gebeuren. Van deze niets zeggende vluchten wordt er zelfs aandacht besteed op de site van ons nationale rekenbureau, gekker moet het toch niet worden. Ik zag zelfs in de eerste uitslag een deelnemer staan met een afstand van 31 km en ook een met een afstand van 136 km. Die kun je toch niet tegen elkaar laten spelen en dat terwijl heel Nederland zich druk maakt over “eerlijk spel”. Aan dit soort kermis attracties deden 80 liefhebbers mee waarvan er 40 niet in de uitslag voor komen en daar durft een man van de organisatie zelfs de naam “Najaarsklassiekers” aan te geven. Er wordt zelfs beweerd dat deze gemanipuleerde uitslagen ook meetellen voor deelname aan de Olympiade die de eerstvolgende keer in Nederland wordt gehouden. Grotere onzin heb ik nooit eerder meegemaakt.

NOG NOOIT EERDER MEEGEMAAKT
Het duivenjaar 2019 gaat de boeken in als het jaar van mislukkingen. Voor de laatste vier vluchten met jonge duiven had ik alles op scherp gezet. Mijn jonge duiven zien er uit als om door een ringetje te halen. Strak in de veren, gezond, mooi op gewicht en ze voelen aan alsof ze een beetje opgepompt zijn. Daarbij hebben de meeste van hen een vriendje of vriendinnetje. Sommigen hebben al een jong in het nest, een aantal zitten pas enkele dagen op eitjes, anderen weer iets langer. Een bijna ideaal situatie om dit seizoen nog eens extra te vlammen. Ik heb zo mijn best gedaan om deze situatie te creŽren en dan gebeurt het volgende. Er zou voorbije zaterdag een race zijn van bijna 400 km waarvoor de duiven op donderdagavond ingezet moesten worden. Ik zag het helemaal zitten en was klaar voor de strijd. Maar wat schetst mijn verbazing? Doordat er zoveel jonge duiven achtergebleven zijn hadden de meeste leden bij mij in de club geen zin meer om mee te doen. Er moest daardoor uitgeweken worden naar een andere club. Daar was ik niet blij mee en zeker niet toen ik hoorde dat geen enkele vereniging in de regio mijn Tipes kloksysteem kon verwerken. Daarom zat er maar een ding op; ik moest de inkorf antenne en de atoomklok van mijn vereniging meenemen. Ik had daar niet zoveel zin in ook niet toen door enkele leden werd aangeboden mijn duiven en de Tipes benodigdheden weg te brengen. Tot overmaat van ramp hoorde ik kort daarna de weersvoorspelling en was mijn keuze definitief; ik zou niet meedoen. Er werd voor zowel zaterdag als zondag zeer erbarmelijk slecht weer voorspeld. De teleurstelling was groot vooral omdat ik vond dat de duiven er zo perfect uitzagen. Na dat ik mij had afgemeld kwam er bericht door dat er niet op zaterdag maar op vrijdag gevlogen zou worden. Dat heb ik zo lang ik met duiven speel nog nooit en te nimmer meegemaakt. Voor die zelfde zaterdag stond nog een vlucht gepland waaraan veel onervaren jonge duiven mee zouden doen. Die zou ondanks het voorspelde “beestenweer” wel op zaterdag doorgaan. Eind van het liedje, op vrijdag een prachtige vlucht met een teleurstellende deelname. Mijn kans op het kampioenschap is verkeken. Zaterdag konden de duiven niet los en werd nog die zelfde namiddag besloten de duiven terug naar de lokalen te brengen terwijl het zondag uitstekend weer was om de vlucht door te laten gaan. Het ziet er naar uit dat ik voor het komende weekend weer niet in eigen lokaal kan inkorven en dat is voor mij de reden dat ik weer niet meedoe aan de vluchten voor jonge duiven. Alles voor niets gedaan, het is wel mijn eigen keus om niet mee te doen. De hoofdoorzaak is wel dat ik niet in eigen clublokaal kan inkorven en ook dat heb ik nog nimmer meegemaakt. Voor mij is de lol er helemaal van af. Dus nu zet ik mijn oude en jonge duiven nog vier keer in op de laatste snelheidsvluchten van dit seizoen en ook dat is wel weer leuk want dan zit ik zeker op de aankomst van een stuk of veertig duiven te wachten en dat is nog steeds een van de mooiste onderdelen van onze sport namelijk de aankomst van de duiven. Het wordt wel 27 graden met oosten wind en dat is minder leuk.

WAT KUNNEN WE DOEN OM GROTE VERLIEZEN TE VOORKOMEN
Dat is heel wat anders dan hard spelen. Ik herinner me nog de tijd dat er bijna geen jonge duiven verspeeld werden. Natuurlijk waren er ook toen slechte vluchten bij waarvan niet alle duiven terugkeerden maar dat waren uitzonderingen. Tegenwoordig kweken veel liefhebbers het dubbele aantal van wat ze normaal zouden kweken. Ze gaan er allemaal vanuit dat ze minstens een kwart van hun jongen kwijt raken. Veel liefhebbers zouden blij zijn met een kwart want meestal zijn het er veel meer. Zelfs zoveel dat veel liefhebbers vroegtijdig stoppen omdat ze anders bang zijn niet streng genoeg te kunnen selecteren. Er is niets zo vervelend om noodgedwongen duiven in de winter aan te houden die je eigenlijk niet aanstaan. Er gaat niets boven een collectie duiven waar je alle vertrouwen in hebt. Toch blijf ik volhouden dat we er zelf erg veel aan kunnen doen om massale verliezen te voorkomen. Het zit beslist niet alleen in de kwaliteit als jonge duiven achter blijven. Gezondheid is het aller belangrijkste maar er is meer op deze aardbol. Omdat er veel duiven achter blijven kweken we dus meer. Op zich is dat een heel goed systeem. Veel kweken en vliegen er mee is zeer belangrijk, de mand vertelt u meer. De fout is dat er uit alles waar twee vleugels aan zitten gekweekt wordt. Uit goede duiven kweken geeft meer kans op bruikbare duiven. Twee toppers geven niet automatisch toppers ook al doen al die verloopverhalen dat wel geloven. Er komt toch een beetje vakmanschap bij kijken. Kijk naar de mannen die altijd goed spelen. Zij bezitten een stam duiven die zij door en door kennen. Zij zien elk jaar weer kenmerken terug van bijvoorbeeld grootouders die goede prestatie hebben neergezet. Zij hebben een eigen model duif ontwikkeld. Zij kennen hun duiven van top tot teen, alleen al de uiterlijke kenmerken zeggen hen vaak genoeg om te bepalen of er wel of niet uit gekweekt gaat worden. Het zijn niet altijd de mooiste atleten die het beste presteren. Er is in de sportwereld ook een duidelijk verschil tussen sprinters, middellange afstand lopers en marathon lopers. In de wielersport zijn sprinters belangrijk, maar ook klimmers, tijdrijders en allrounders. Wie in de duivensport tot de grote kampioenen wil behoren zal een hok duiven moeten hebben dat een verscheidenheid aan capaciteiten bezit en dan nog ben je er niet. Je moet niet te bang zijn om de duiven aan de vluchten mee te laten doen. Met voorzichtigheid kom je ook niet verder en we mogen er zeker geen kasplantjes van maken. De baas zelf moet het spelletje in de vingers hebben. Dus de omgang met zijn duiven, een doordacht trainingssysteem, de manier van voeren en welke extra’s hij zijn duiven moet toedienen. De manier van selecteren, het hok en in mindere maten het gebruik van allerlei medicijnen zijn zeker zo belangrijk.

NIET ZO GAUW TEVREDEN ZIJN
Een heel oud gezegde dat ook van belang is voor jonge duiven. Ik wil zelfs beginnen bij het ei, dat moet mooi van vorm zijn en glad. Is dat niet het geval, ook zijn ze van uw beste duiven, weg er mee. Beide eitjes moeten gelijktijdig uitkomen, een jong dat een dag later uit het ei komt kan weg zo’n duif zal altijd te laat komen. Jonge duiven moeten de hele dag met en volle krop liggen, dus drie keer per dag voeren is het beste, zelfs beter dan alle dagen volle bak. Na elke voerbeurt gaan de ouders hun jongen voeren, bij volle bak doen ze dat onregelmatig. Jongen die al vroeg op hun poten proberen te staan kunnen weg. Ze mankeren iets en zullen nooit en te nimmer een goede worden. Piepende jonge kunnen ook snel weg, ze mogen alleen piepen als ze gevoerd worden en verder moeten ze de hele opgroei periode veel slapen dan groeien ze het best en de baas zal er met een goed gevoel naar kijken. Zodra ze bij de ouders weg kunnen moeten ze er strak bij liggen. Hun veren moeten glimmen, mooie vaste mest rondom de schotel dan zullen ze zeker ook goed aanvoelen. Het moet een genot zijn om zulke jongen te spenen. Volgende keer gaan we hierop door.


NOOIT WAREN ER ZOVEEL MUTATIES IN HET VLIEGPROGRAMMA
Denkelijk zijn we dit jaar in Nederland bezig aan het moeilijkste seizoen ooit. Alles is van streek, het weer, de lossingcommissie, de bestuurders, de liefhebbers en zelfs de duiven. Vanaf de seizoenstart is er elke week wel iets bijzonders aan de hand. De lol raakt er op die manier een beetje af. Daarbij komen ook nog eens de verliezen met de jonge duiven. De duiven hebben het erg zwaar maar deze week hadden ze het met de wind in de zeilen erg gemakkelijk, althans dat zou je zeggen. Helaas bleek dat niet het geval te zijn. Met een snelheid van meer dan 130 km per uur kwamen ze op huis afgestormd. Het vervelende is dat juist daardoor weer heel veel jonge duiven hun hokken voorbij vlogen en in het hoge noorden van ons land of misschien zelfs nog verder terecht kwamen. Het programma voor de jonge duiven draait nu op volle toeren en jammer genoeg stoppen nu al liefhebbers omdat ze anders geen jonge duif meer overhouden. Ondanks de hoge snelheid stond het concours ruim een half uur open. Een dag later was er nog een vlucht waarbij ze wederom de wind op de staart hadden. Er stond wel een minder krachtige wind en toch maakten de duiven snelheden van bijna 110 km per uur. Het gekke is dat deze vlucht nog geen 7 minuten open stond en de verliezen nihil waren. Hei programma voor de oude duiven zit er op, wel kunnen ze nog een aantal keren mee op de natour waar oud en jong in een concours tegen elkaar spelen.

DE NATOUR; ZEVEN SNELHEIDSVLUCHTEN VOOR OUDE EN JONGE DUIVEN
Oorspronkelijk zijn die vluchten in het leven geroepen om de latere jonge duiven op te leren. Het is alweer heel wat jaren geleden dat er iemand op het lumineuze idee kwam om die vluchten ook mee te laten tellen voor het algehele (generale) kampioenschap. Dat sloeg zo aan dat de animo groot was en het aantal deelnemende duiven gigantisch werd. Er wordt ook nu nog door heel veel liefhebbers op het scherpst van de snede gespeeld. In de beginjaren speelde ik alleen mijn duivinnen die het hele jaar dienst hadden gedaan als weduw duivin. Ze kregen dus in deze tijd van het jaar weer een nestje en de duivinnen die heel lang zonder een nestje stil hadden gezeten bleken geweldig gemotiveerd te zijn. Meestal speelde ik met 16 duivinnen en heb het meerdere keren meegemaakt dat ze alle 16 prijs wonnen. Het is de kunst om de duivinnen goed in de veren te houden en door ze op nest te spelen lukt dat aardig. Toch is het zo dat vooral op de laatste vluchten de verduisterde jonge duiven het van de oude winnen. De natour wordt in Nederland door heel veel liefhebbers graag gespeeld. Eind september is het over en voorbij en dat is maar goed ook want dan is de grote rui bijna niet meer tegen te houden en wordt het de hoogste tijd om de duiven rust te geven.

JONGE DUIVEN
Als de laatste halve fond vluchten gaan beginnen zie je het aantal deelnemende duiven snel terug lopen. Dit komt omdat veel liefhebbers die geen kans meer maken op een kampioenschap zich gaan richten op het jonge duivenspel. Een spel waar voorheen iedereen goed of tot tevredenheid kon meekomen. Ook het spel met de jonge duiven is inmiddels geen aardigheidje meer. De hele trukendoos gaat open om maar zo goed mogelijk voor de dag te komen. Van de jonge duiven wordt erg veel gevraagd terwijl ze in de zwaarste periode van het seizoen aan de bak moeten. Vaak erg heet en dat is voor niet goed opgeleide jonge duiven geen eenvoudige opgave. Dit jaar en ook vorig jaar hebben de junioren het erg moeilijk. Ondanks alles vallen bij mij de verliezen uiteindelijk erg mee. Er komen zo af en toe toch weer duiven thuis. Ik ben daar blij mee terwijl ik er eigenlijk niets meer aan heb. De praktijk is dat zodra je ze weer mee geeft er toch weer een aantal van wegblijven. Ik heb enkele weken terug een jonge doffer opgehaald die er geweldig mooi uit zag dat je hem bij wijze van spreken direct weer zou kunnen spelen. Dat heb ik niet gedaan, hij heeft drie weken rondom het hok kunnen mee trainen. Volgens mij had hij daar genoeg aan, niet dus en voorlopig ben ik hem weer kwijt. Zijn vader is dit jaar mijn beste jaarling en zijn moeder was vorig jaar mijn beste jonge duif. U ziet, het zegt ook niet alles. Toch kijk ik met belangstelling uit naar de resteren vluchten. De jonge duiven gaan steeds meer een paartje vormen, liggen ergens in een hoekje met elkaar te kroelen. Anderen hebben al eitjes en een koppel heeft twee dagen terug het eerste jong gekregen. Mooie neststanden dus voor de komende races. Goed presteren met jonge duiven heeft overigens niet alles met goede neststanden te maken. Vooral de gezondheid is van het allergrootste belang. Verder kunnen twee jonge doffers die de pest aan elkaar hebben ontzettend goed presteren en ook een jonge duif die vanaf zijn zitplaats andere duiven elkaar ziet liefkozen kan zich zo opjutten dat die in een record tempo naar huis dendert. Door de duiven goed te observeren zie je dit soort zaken en dat kan van belang zijn om de juiste duiven boven aan de deelnemerslijst te zetten.

EERLIJK SPEL
De voorbije winter is daar in ons land veel over te doen geweest, er is zelfs een commissie voor in het leven geroepen. Er is veel over vergaderd en er is een lange lijst met allerlei ideeŽn en voorstellen uitgekomen waar we eigenlijk niets aan hebben. Eerlijk spel is in de duivensport nu eenmaal niet mogelijk. Het ging natuurlijk in eerste instantie alleen maar tegen de grote aantallen die door bepaalde leden wekelijks worden ingezet. Ik kan me voorstellen dat zoiets een heleboel liefhebbers op voorhand ontmoedigd. Er werd gesproken over profs en amateurs, dat zou ook oneerlijk zijn. Ik ken genoeg amateurs die veel beter spelen dan de profs die hun naam maar aan de prestatie van een van hun duiven te danken hebben. Wat te denken van al die commerciŽle spelers die van alles bedenken om in de picture te komen terwijl ze ver onder de maat spelen. Tegen dat soort mannen wordt vooral door de oudere liefhebbers opgekeken terwijl de praktijk uitwijst dat zij zelf aanzienlijk beter spelen. Die mannen met grote namen verkopen meerdere keren per jaar en pakken steeds uit met jongen uit alleen maar hun beste kwekers. Des te meer je dat schrijft des te meer liefhebbers gaan dat geloven. Omdat wij thuis nooit veel duiven hadden waren we er al snel achter gekomen dat je niet te veel moest kweken uit dezelfde (goede) koppels. Je kreeg te veel van het zelfde soort en daardoor was de kans groot dat je te nauw ging in telen. Met langdurig te nauw inteelt krijg je vaak de mooiste duiven, het vervelende is dat de snelheid er uit gekweekt wordt. Dus wij verbraken elk jaar alle kweekkoppels (we hadden er maar zes). Elk jaar gingen de twee beste vliegduiven naar ons kweekhokje waar twee oudere kwekers plaats moesten maken. Op die manier hadden we alleen maar kweekduiven die minstens een keer een eerste prijs hadden gewonnen en toch kwam het meerdere keren voor dat onze beste jonge duif uit de vliegduiven kwam. Al die kennis die we denken te hebben blijkt dus veelal meer geluk dan wijsheid te zijn.
JULI 2019 WARMSTE MAAND OOIT
Met enige regelmaat worden in Nederland de laatste jaren warmte records gebroken. Zo was de voorbije maand juli voor onze begrippen bloedheet en tevens de warmste maand ooit. Waar gaat dat heen? Gelukkig wordt er wereldwijd de nodige aandacht aan besteed. De hoge temperaturen zijn voor onze duivensport verre van ideaal. We kunnen ons zo langzamerhand afvragen welke invloed dat heeft op onze sport. Grote verliezen zijn mede te danken aan deze tropische temperaturen en u weet net zo goed als ik dat daar niemand vrolijk van wordt. Helaas kunnen wij er totaal geen invloed op uitoefenen, we gaan er wel steeds meer rekening mee houden. Er worden minder duiven ingezet, we worden nog voorzichtiger waardoor onze duiven minder goed hoge temperaturen kunnen weerstaan. Zelf kan ik er ook slecht tegen als ik wekelijks enkele duiven moet inleveren daar wen ik nooit aan. Op dit moment is het zo dat veel liefhebbers zoveel jonge duiven kwijt zijn dat er aan het eind van het seizoen weinig te selecteren valt waardoor ze duiven moeten aanhouden die anders uitgeselecteerd zouden worden. Een dergelijk systeem zou ik nooit hanteren, dan heb ik liever een paar lege broedhokken. Ik wil absoluut geen duiven op mijn hok waar ik geen vertrouwen in heb of die me als duif niet aanstaan. Gelukkig is de ergste warmte nu ons land uit zodat we hopelijk nog een aantal mooie en spannende vluchten krijgen voordat het seizoen op 13 september ten einde is.

DE MOOISTE EN BELANGRIJKSTE VLUCHTEN VOOR DE JONGE DUIVEN KOMEN ER AAN
De snelheidsvluchten voor de jonge duiven zitten er op. Wat de race om de kampioenschappen betreft hebben ze goed voldaan. We gaan nu beginnen aan een serie van vier vluchten met twee nachten mand, dat wil zeggen dat de afstanden wat groter worden. Het komt er nu op aan dat de duiven weten waar ze moeten drinken als ze op weg naar de lossingplaats zijn. Drinken ze niet dan is dat dodelijk, in ieder geval is de kans op een vroege aankomst dan verkeken. Het gaat er dus om dat ze drinken in de manden. De liefhebbers die daar werk van hebben gemaakt hoeven zich geen zorgen te maken. Zelf ben ik daar een beetje te gemakkelijk in. Het enige wat ik jaren geleden al heb gedaan om ze te leren drinken is een drinkbak van 70 cm lang in het hok te plaatsen waar ze net als inde verzendmanden hun kopje door de spijltjes moeten steken om te kunnen drinken. Verder ga ik er vanuit dat wanneer ze twee nachten in de mand zitten zoveel zin in drinken hebben dat ze hun mandgenoten die wel drinken snel na zullen nadoen. Jonge duiven thuis een nacht in de mand zetten om ze te leren drinken heb ik nog nooit gedaan. Of ik daardoor duiven ben kwijt geraakt kan ik niet beoordelen. Wel is het zo dat ik de laatste vlucht een jonge duivin thuis kreeg die heel lang stond te drinken. De duiven waren om 12 uur gelost waardoor ze behoorlijk lang in de mand moesten blijven. Ze had denkelijk geen druppel gedronken en bij thuiskomst was ze flink wat gewicht verloren. Nu was het mijn derde duif en twee weken daarvoor mijn eerste en toen voelde ze aan of dat ze niet was weggeweest. Komend weekend gaan ze naar 315 km. Voor jonge duiven een mooie afstand. De week daarna 350 km en daarna 400 km. Mijn ervaring is dat jonge duiven die van dergelijke afstanden vroege prijzen winnen als jaarling vaak tot de betere behoren. Voor de komende weken heb ik er alle vertrouwen in. Marco is gestopt met de jonge duiven. Hij had onvoldoende tijd om ze goed voor te bereiden waardoor hij er op een vlucht veel te veel moest inleveren. Daarna volgde een veertiendaagse vakantie zodat hij besloten heeft om de jonge duiven op de natour te spelen. Dat zijn zes snelheidsvluchten die ook het komende weekend beginnen en daarin spelen de oude en jonge duiven tegen elkaar. Misschien is het ook wel een voordeel dat oud en jong gelijktijdig gelost worden zodat de jongen gebruik kunnen maken van de ervaring die de oude duiven dit seizoen al hebben opgedaan waardoor verliezen bij de jonge duiven tot een minimum beperkt zullen blijven. De plannen die we beide hadden met de jonge duiven zijn dus in duigen gevallen. We gaan het met de natour opnieuw proberen om gezamenlijk een aantal mooie kettinguitslagen te maken. Maar die gedachten zullen wel bij meerdere liefhebbers leven. We gaan er in ieder geval “vol” tegenaan.

HET GAAT NU OM DE AERODYNAMICA
Het seizoen nadert zijn einde en dat betekent dat op vele hokken de grote rui zich aandient. Liefhebbers die daar rekening mee hebben gehouden hebben in het voorjaar hun oude duiven verduisterd zodat die nu pas hooguit twee en misschien drie pennen hebben gegooid. Hierdoor kunnen de weduwnaars gewoon op weduwschap doorgespeeld worden en de weduwduivinnen die niet gespeeld zijn zullen met een volle vleugel geweldig presteren als nestduif. Degene die de navluchten starten met drie dagen eitjes kunnen 6 weken aan een stuk op dat nestje het seizoen uitspelen. Eerste week drie dagen eieren, dan 10 dagen, dan 17 dagen of kale jongen, dan jongen van een week, dan twee weken en de laatste week gaat het er om wie zijn duiven nog prima in de veren heeft. Is dat niet het geval dan is de aerodynamica weg en het is over met het winnen van vroege prijzen. Deze tijd van het jaar met duiven op nest spelen heeft het voordeel dat zodra er jongen in de schotel komen de rui stagneert. De duiven kunnen ook in twee groepen gekoppeld worden zodat bij de eerste groep aan het einde van het seizoen de jongen nog een keer verkleind kunnen worden waardoor de oude duiven de veren vasthouden en meer kans maken om op volle snelheid naar huis te komen. Ik speel dat spelletje al vele jaren met groot succes. De duiven moeten er twee keer per dag uit, ook degene die op dat moment op het nest zitten. Ze moeten minimaal een half uur aan een stuk trainen, desnoods met de vlag. Na drie kwartier kunnen ze naar binnen en een kwartier later worden ze gevoerd.

ER KOMEN NOG STEEDS JONGE DUIVEN TERUG
We klagen maar dat er zoveel duiven wegblijven, inderdaad is dat zo. Mogelijk door de vrij goede weersomstandigheden krijg ik de laatste twee weken af en toe een verloren zoon of dochter terug. Opvallend is het dat ze er goed uit zien, denkelijk zijn ze zo wijs geweest om in een ander hok binnen te gaan en daar eten en drinken hebben gehad. Ook heb ik er diverse telefonisch doorgekregen, die heb ik samen met mijn vrouw opgehaald. Het mooiste is echter als ze uit zichzelf terug komen, er zijn duifjes bij die ik al enkele weken kwijt ben, daar houd ik van. De praktijk wijst uit dat de terug gehaalde duiven na enkele weken bij huis rond gevlogen te hebben, van een korte trainingsvlucht weer achter blijven. Ik ben er van overtuigd dat het niet altijd aan de kwaliteit ligt dat jonge duiven niet thuis komen. De weersomstandigheden en de gezondheid speelt daarin een belangrijke rol. Mijn ploeg jonge duiven wordt met de week groter. Ik heb er in eider geval weer genoeg om een strenge selectie toe te passen. Of het allemaal bruikbare duiven zijn die van de winter in mijn hok zitten, ik hoop van wel. Ik heb echter ervaring genoeg om te weten dat het nooit allemaal goede zijn. Ik weet ook nooit zeker wat de slechte en de goede zijn. Wat dat betreft zullen we allemaal wel veel fouten hebben gemaakt.

SPECIALISATIE DOODSTEEK VOOR DE NEDERLANDSE DUIVENSPORT?
Toen ik in de duivensport terecht kwam, dat is al heel lang geleden, bestond het vliegprogramma uit 6 snelheid vluchten. 6 midfond vluchten, 5 fond vluchten, 6 jonge duiven vluchten en 5 navluchten. Daarin speelde de oude en jonge duiven tegen elkaar. De fond bestond uit 4 eendaagse fond vluchten en 1 overnachtvlucht vanuit Bordeaux. Met die vlucht werd het seizoen voor de oude duiven afgesloten. Voor veel liefhebbers was dat een soort “opruim” vlucht. Bijna alle duiven die niet hadden voldaan werden op Bordeaux gezet en die race werd meestal door een snelheidsspeler gewonnen, zo kan het gaan in de duivensport. Degene die een vroege duif op die vlucht pakten waren de Koning te rijk. Het was natuurlijk heel bijzonder dat een duif die het hele seizoen slecht had gepresteerd nu op zo een marathon vlucht het tot een goed einde wist te brengen. Voor veel liefhebbers was die prestatie van veel betekenis waardoor de duif meestal een plekje in het kweekhok kreeg. Of dat een goede keus is ben ik het niet helemaal mee eens of liever gezegd ik ben het er helemaal niet mee eens. Duiven die in het kweekhok een plaats veroveren moeten heel goed hebben gepresteerd of het moet een (voor veel geld) aangeschafte duif zijn. Bij mij moet een kweekhok uitsluitend uit eigen prestatie duiven bestaan of wat ik net al zei, het moet een aangeschafte duif zijn. Een aangeschafte duif daar verwacht je wat van, daarom zette ik die altijd tegen mijn beste kweker die ik had zitten.

EEN VLIEGPROGRAMMA VOOR DE MODALE LIEFHEBBER
Waar ik het nu verder over wil hebben is het door de NPO gemaakte nationale vliegprogramma dat overigens tot stand is gekomen op voordracht van de liefhebbers Ik ben deze column begonnen met een overzicht te geven van hoe het vliegprogramma er vele jaren uitzag. Een vlucht per weekend en bij hoge uitzondering soms 2. Ik moet u eerlijk bekennen dat ik in mijn jonge jaren, toen ik nog tot op het bot gedreven was, ik zo fanatiek was als een jonge hond. Ik moest en zou winnen en wilde liever 5 vluchten op een dag dan 1. In die jaren speelde ik met 16 weduwnaars. De duivinnen kwamen alleen op de laatste 5 vluchten van het seizoen in actie. Verder had ik 4 kweekkoppels die 2 rondes groot brachten en had ik uit elk van mijn 16 vliegkoppels 1 jong zodat als alles goed ging met een dertigtal jonge duiven kon starten. Dat was vrij veel vooral omdat er van de zestiger tot en met de tachtigerjaren aanzienlijk minder duiven werden verspeeld. Veel is er inmiddels veranderd, niet alleen bij mij maar vooral landelijk.

ER ZIJN BIJNA GEEN LIEFHEBBERS MEER
Jeugd komt er bijna niet bij, die zijn met heel andere dingen bezig. Die hebben zoveel mogelijkheden dat ze niet beginnen aan een tijdrovende en dure hobby als de duivensport. De sport vergrijst, de grootste groep liefhebbers zijn de pensionado’s en die zitten beslist niet te wachten op al die veranderingen. Zij willen elke week hun spelletje spelen. Dat zijn zij vele jaren gewend dus daar moeten we niets aan veranderen. Toch gebeurt dat. Het aantal leden holt achteruit en dat heeft niet alleen te maken met de vergrijzing. Er zijn door de NPO voor elk spelsoort allerlei werkgroepen geformeerd. De mensen die daarin zitting hebben bedenken voor hun categorie allerlei nieuwigheidjes, vooral meer vluchten. Dat had men 40 jaar terug moeten bedenken, toen waren er voldoende leden. Er waren zelfs verenigingen die een ledenstop hadden. Helaas dachten de bestuurders van toen niet aan vergrijzing, het liep immers prima en iedereen was enthousiast. Door de werkgroepen zijn er veel te veel vluchten gekomen en na nog amper een jaar het nationale NPO programma gespeeld te hebben zijn er nu al ik weet niet hoeveel ontevreden liefhebbers. Ik weet het, je hoeft nergens aan mee te doen. Niets is verplicht, toch was het in het verleden zo dat wel iedereen meedeed omdat het een vliegprogramma was waaraan liefhebbers met een klein aantal duiven wekelijks mee kon spelen. De sport voor de gewone man was betaalbaar, nu rijzen de prijzen de pan uit. Het is niet leuk meer en daarom gooien steeds meer liefhebbers de handdoek in de ring. De duivensport wordt te professioneel en te commercieel. De profs met hun mega hokken profiteren van al die oudere melkers die wekelijks trouw met hun duifjes naar het lokaal komen. Die zorgen er voor dat er nog een aardig aantal duiven aan de wedstrijden meedoen dit ter meerdere glorie van de profs. Diezelfde profs kunnen dan strijden om de nationale titels en deelname aan de Olympiade die een keer in de twee jaar wordt gehouden. Belachelijk gewoon, elke Olympiade is eens in de 4 jaar. In de duivensport niet. Daar kunnen de commerciŽle mannen elke twee jaar veel geld maken voor die duiven of de jongen daarvan. Prima, maar dat moet niet gaan over de hoofden van al die oude grijze mannetjes die vaak een veel beter prijspercentage behalen dan al die massa spelers. Degene die een uitslag kunnen lezen weten dat. Ons nationale bestuur de NPO werkt daar aan mee. Zij zijn vergeten hoe het was of ze hebben het misschien nooit meegemaakt hoe gezellig de duivensport was. Nu bestaat een duivenclub uit gemiddeld tien leden. In de gouden jaren waren er heel veel verenigingen die 80 tot 100 leden hadden en sommigen zelfs nog meer. Toen werd er binnen elke club strijd geleverd. Nu zijn het veelal dezelfde twee of drie die de dienst uitmaken en daar durven ze ook nog reclame mee te maken. Ze moeten zich schamen. Nee, er blijft weinig leuks van over. Het plezier moet je op je eigen erf vinden en dat heeft niets te maken of je lid bent van een club met 10 of 50 leden. Duivensport is sport bij huis en daar kan de hele familie van mee genieten.

HET IS ZOALS HET IS
In Nederland zijn de gouden jaren voorbij. Ik ben ontzettend blij dat ik die jaren heb mee mogen maken. Nu sukkelen we maar een beetje door. Het spel met de duiven is nog steeds ontzettend leuk. Elke dag geniet ik van de verzorging om in het weekend een goed resultaat te behalen. Gewoon lekker in je hok, alle zorgen van je af schudden en met je beesten bezig zijn. De tijd dat ik het liefst meerder vluchten op een dag wilde spelen ligt al ver achter mij. Ik moet er niet aan denken om meerdere keren per week naar de club te moeten gaan. De vrijdagavond vind ik nog de leukste avond, verder zou van mij alles “online” afgehandeld mogen worden. Geldspel is weg, dus wat zegt een uitslag nog. Waar het nu om gaat zijn de kampioenspunten, meer is er niet. Grote aantallen duiven in concours kunnen we vergeten, dat komt nooit meer. Het wordt gewoon een beetje zielig. Deze week hadden wij in mijn club met 22 leden nog 6 deelnemers voor de derde eendaagse fond vlucht en daarvan kwamen er 3 niet in de uitslag voor, het stelt echt niets meer voor. Nog even en dan weten we ook niet meer op welke betaalbare manier we de duiven nog naar lossingplaatsen van 500 km en verder moeten brengen. Volgens mij is het NPO bestuur daar niet mee bezig. Ze zijn druk met de organisatie van de Olympiade die in 2021 in Nederland wordt gehouden. Dat kost handenvol geld terwijl het evenement alleen nog maar voor de bobo’s interessant is en dat kan nooit de bedoeling van een Olympiade zijn. Toch hoop ik er over 2 jaar bij te zijn, dan moet ik wel 84 jaar zien te worden

SPECIALISATIE DOODSTEEK VOOR DE NEDERLANDSE DUIVENSPORT?
Toen ik in de duivensport terecht kwam, dat is al heel lang geleden, bestond het vliegprogramma uit 6 snelheid vluchten. 6 midfond vluchten, 5 fond vluchten, 6 jonge duiven vluchten en 5 navluchten. Daarin speelde de oude en jonge duiven tegen elkaar. De fond bestond uit 4 eendaagse fond vluchten en 1 overnachtvlucht vanuit Bordeaux. Met die vlucht werd het seizoen voor de oude duiven afgesloten. Voor veel liefhebbers was dat een soort “opruim” vlucht. Bijna alle duiven die niet hadden voldaan werden op Bordeaux gezet en die race werd meestal door een snelheidsspeler gewonnen, zo kan het gaan in de duivensport. Degene die een vroege duif op die vlucht pakten waren de Koning te rijk. Het was natuurlijk heel bijzonder dat een duif die het hele seizoen slecht had gepresteerd nu op zo een marathon vlucht het tot een goed einde wist te brengen. Voor veel liefhebbers was die prestatie van veel betekenis waardoor de duif meestal een plekje in het kweekhok kreeg. Of dat een goede keus is ben ik het niet helemaal mee eens of liever gezegd ik ben het er helemaal niet mee eens. Duiven die in het kweekhok een plaats veroveren moeten heel goed hebben gepresteerd of het moet een (voor veel geld) aangeschafte duif zijn. Bij mij moet een kweekhok uitsluitend uit eigen prestatie duiven bestaan of wat ik net al zei, het moet een aangeschafte duif zijn. Een aangeschafte duif daar verwacht je wat van, daarom zette ik die altijd tegen mijn beste kweker die ik had zitten.

EEN VLIEGPROGRAMMA VOOR DE MODALE LIEFHEBBER
Waar ik het nu verder over wil hebben is het door de NPO gemaakte nationale vliegprogramma dat overigens tot stand is gekomen op voordracht van de liefhebbers Ik ben deze column begonnen met een overzicht te geven van hoe het vliegprogramma er vele jaren uitzag. Een vlucht per weekend en bij hoge uitzondering soms 2. Ik moet u eerlijk bekennen dat ik in mijn jonge jaren, toen ik nog tot op het bot gedreven was, ik zo fanatiek was als een jonge hond. Ik moest en zou winnen en wilde liever 5 vluchten op een dag dan 1. In die jaren speelde ik met 16 weduwnaars. De duivinnen kwamen alleen op de laatste 5 vluchten van het seizoen in actie. Verder had ik 4 kweekkoppels die 2 rondes groot brachten en had ik uit elk van mijn 16 vliegkoppels 1 jong zodat als alles goed ging met een dertigtal jonge duiven kon starten. Dat was vrij veel vooral omdat er van de zestiger tot en met de tachtigerjaren aanzienlijk minder duiven werden verspeeld. Veel is er inmiddels veranderd, niet alleen bij mij maar vooral landelijk.

ER ZIJN BIJNA GEEN LIEFHEBBERS MEER
Jeugd komt er bijna niet bij, die zijn met heel andere dingen bezig. Die hebben zoveel mogelijkheden dat ze niet beginnen aan een tijdrovende en dure hobby als de duivensport. De sport vergrijst, de grootste groep liefhebbers zijn de pensionado’s en die zitten beslist niet te wachten op al die veranderingen. Zij willen elke week hun spelletje spelen. Dat zijn zij vele jaren gewend dus daar moeten we niets aan veranderen. Toch gebeurt dat. Het aantal leden holt achteruit en dat heeft niet alleen te maken met de vergrijzing. Er zijn door de NPO voor elk spelsoort allerlei werkgroepen geformeerd. De mensen die daarin zitting hebben bedenken voor hun categorie allerlei nieuwigheidjes, vooral meer vluchten. Dat had men 40 jaar terug moeten bedenken, toen waren er voldoende leden. Er waren zelfs verenigingen die een ledenstop hadden. Helaas dachten de bestuurders van toen niet aan vergrijzing, het liep immers prima en iedereen was enthousiast. Door de werkgroepen zijn er veel te veel vluchten gekomen en na nog amper een jaar het nationale NPO programma gespeeld te hebben zijn er nu al ik weet niet hoeveel ontevreden liefhebbers. Ik weet het, je hoeft nergens aan mee te doen. Niets is verplicht, toch was het in het verleden zo dat wel iedereen meedeed omdat het een vliegprogramma was waaraan liefhebbers met een klein aantal duiven wekelijks mee kon spelen. De sport voor de gewone man was betaalbaar, nu rijzen de prijzen de pan uit. Het is niet leuk meer en daarom gooien steeds meer liefhebbers de handdoek in de ring. De duivensport wordt te professioneel en te commercieel. De profs met hun mega hokken profiteren van al die oudere melkers die wekelijks trouw met hun duifjes naar het lokaal komen. Die zorgen er voor dat er nog een aardig aantal duiven aan de wedstrijden meedoen dit ter meerdere glorie van de profs. Diezelfde profs kunnen dan strijden om de nationale titels en deelname aan de Olympiade die een keer in de twee jaar wordt gehouden. Belachelijk gewoon, elke Olympiade is eens in de 4 jaar. In de duivensport niet. Daar kunnen de commerciŽle mannen elke twee jaar veel geld maken voor die duiven of de jongen daarvan. Prima, maar dat moet niet gaan over de hoofden van al die oude grijze mannetjes die vaak een veel beter prijspercentage behalen dan al die massa spelers. Degene die een uitslag kunnen lezen weten dat. Ons nationale bestuur de NPO werkt daar aan mee. Zij zijn vergeten hoe het was of ze hebben het misschien nooit meegemaakt hoe gezellig de duivensport was. Nu bestaat een duivenclub uit gemiddeld tien leden. In de gouden jaren waren er heel veel verenigingen die 80 tot 100 leden hadden en sommigen zelfs nog meer. Toen werd er binnen elke club strijd geleverd. Nu zijn het veelal dezelfde twee of drie die de dienst uitmaken en daar durven ze ook nog reclame mee te maken. Ze moeten zich schamen. Nee, er blijft weinig leuks van over. Het plezier moet je op je eigen erf vinden en dat heeft niets te maken of je lid bent van een club met 10 of 50 leden. Duivensport is sport bij huis en daar kan de hele familie van mee genieten.

HET IS ZOALS HET IS
In Nederland zijn de gouden jaren voorbij. Ik ben ontzettend blij dat ik die jaren heb mee mogen maken. Nu sukkelen we maar een beetje door. Het spel met de duiven is nog steeds ontzettend leuk. Elke dag geniet ik van de verzorging om in het weekend een goed resultaat te behalen. Gewoon lekker in je hok, alle zorgen van je af schudden en met je beesten bezig zijn. De tijd dat ik het liefst meerder vluchten op een dag wilde spelen ligt al ver achter mij. Ik moet er niet aan denken om meerdere keren per week naar de club te moeten gaan. De vrijdagavond vind ik nog de leukste avond, verder zou van mij alles “online” afgehandeld mogen worden. Geldspel is weg, dus wat zegt een uitslag nog. Waar het nu om gaat zijn de kampioenspunten, meer is er niet. Grote aantallen duiven in concours kunnen we vergeten, dat komt nooit meer. Het wordt gewoon een beetje zielig. Deze week hadden wij in mijn club met 22 leden nog 6 deelnemers voor de derde eendaagse fond vlucht en daarvan kwamen er 3 niet in de uitslag voor, het stelt echt niets meer voor. Nog even en dan weten we ook niet meer op welke betaalbare manier we de duiven nog naar lossingplaatsen van 500 km en verder moeten brengen. Volgens mij is het NPO bestuur daar niet mee bezig. Ze zijn druk met de organisatie van de Olympiade die in 2021 in Nederland wordt gehouden. Dat kost handenvol geld terwijl het evenement alleen nog maar voor de bobo’s interessant is en dat kan nooit de bedoeling van een Olympiade zijn. Toch hoop ik er over 2 jaar bij te zijn, dan moet ik wel 84 jaar zien te worden

LANG GEWACHT TOCH GEKOMEN; DE ZOMER
Wat een afgrijselijke lente dit jaar. Voor de mensen, maar zeker voor de duiven was het alle weken afzien. Maar toen werd het 21 juni, begin van de zomer en echt waar, het Hollandse weer veranderde en hoe. We weten nu niet waar we het zoeken moeten vanwege de tropische hitte. Eerst was het steeds te koud, te veel regen, slecht zicht maar met veel kunst een vliegwerk werden toch wekelijks de duiven gelost. Niet altijd even fijne concoursen maar reden om te mopperen was er niet op een enkeling na, maar dat zal overal wel zijn. Eindelijk is er dan het lang verwachte zomerse weer. Het kan echter ook te gek en dat hebben we afgelopen zaterdag geweten. De eendaagse fond vluchten verliepen uitstekend en dat zelfde gold voor onze snelheidsvlucht vlucht van 110 km voor de oude duiven. Gelijktijdig met de oude duiven werden eveneens de jonge duiven op dezelfde plaats gelost. Het was hun eerste officiŽle race en die verliep niet zo lekker. Oosten wind met een glasheldere wolkeloze hemel is dodelijk voor onervaren jonge duiven. Daarbij komt dat veel jonge duiven eigenlijk te weinig in de mand hebben gezeten voor een trainingsvlucht. Drinken doen de meeste niet en toen de duiven om 8 uur op weg naar huis mochten liep de temperatuur ook nog eens vrij snel op. Nerveuze jonge duiven die voor de eerste keer een massale lossing meemaken en niet gedronken hebben krijgen stress. Het gevolg daarvan kennen we allemaal zeker in Nederland en BelgiŽ. Dat kost veren zeggen wij dan en dat kwam ook deze keer weer uit. Grote aantallen jonge duiven zijn nog niet thuis, waar ze zitten is nog niet helemaal bekend. Wel werden er twee dagen na de wedstrijd al diverse duiven aangemeld. Zelf ben ik er 10 van de 37 kwijt en van een heb ik zojuist bericht gekregen dat hij ongeveer 50 km bij mij vandaan zit. Ik ga hem morgen samen met Cora halen.

DE VOORGESCHIEDENIS
Tegen iedereen die het maar wilde horen vertelde ik dat mijn jonge duiven er zo geweldig uit zagen. Zo glad als een paling, goede eetlust, trainden zoals het hoort. Niet alleen maar rondjes rondom het hok, nee ze trokken soms wel een kwartier weg helemaal uit zicht. Wanneer uw jonge duiven zich ook zo gedragen kunt u rustig slapen dan zijn ze namelijk super in orde. Helaas kwam de coli bacterie bij mij op bezoek. Ik had het vrij snel in de gaten en deed direct coli kuur van Dr. Van der Sluijs in het water. Uit ervaring weet ik dat die kuur snel aanslaat en na een paar dagen zag ik ze alweer opknappen. Een dag voor de inkorf dag van de eerste officiŽle wedstrijd ben ik er nog mee weggeweest. Allemaal terug, dus geen enkel probleem. Toch maakte ik een enorme fout. Ik heb tegen mijn gewoonte in jonge duiven meegegeven terwijl ik wist dat het oosten wind zou zijn met een heldere lucht. Toch meegedaan, stom, stom en nog eens stom. Nu zijn er dus 10 weg en wat heb ik maandenlang genoten van mijn perfecte ploeg jonge duiven. Van duiven die weg zijn is nog niets zinnigs te zeggen, ik weet uit welke kweekkoppels ze komen en meer niet. Wel kan ik u zeggen dat er niet een jonge duif in mijn hok zat waarvan je zou zeggen; wat moet je daar in hemelsnaam mee. Ze kregen van mij allemaal een ruime voldoende. Begrijp me niet verkeerd, dat wil niet zeggen dat het allemaal goede waren. Dat soort opmerkingen lees je wel op de internet verkoop sites. Daar worden alleen maar jongen uit de beste kwekers verkocht en daarmee wordt gesuggereerd dat het ook allemaal goede zijn. Vandaar dat er nog steeds zoveel liefhebbers zijn die er pakken geld voor neertellen. Opvallend is het dat door de Nederlanders bijna geen enkele duif op die sites gekocht worden. Zou dat de Nederlandse gierigheid zijn, of weten de Nederlandse liefhebbers maar al te goed dat er bij een verkoop van 100 jonge duiven hooguit een handvol bruikbare zitten en zeer waarschijnlijk geen enkele kampioensduif, zo moeilijk is het om goede te kweken.

EERLIJK SPEL
Afgelopen winter werd er in ons land erg veel gesproken over eerlijk spel. Er is door de NPO zelfs een werkgroep in het leven geroepen om een goede oplossing te vinden voor het ongelimiteerd inzetten van grote aantallen duiven. Nu we weer elke week met de mand naar het clublokaal gaan wordt daar niet meer over gesproken. Er is gewoon helemaal niets veranderd. Omdat bij ons de eerste jonge duivenvlucht slecht tot zeer slecht is verlopen voor wat betreft de vele achterblijvers ben ik gaan kijken hoe de vluchten in andere afdelingen zijn verlopen. Vrijwel precies het zelfde beeld. Op een gegeven moment kwam ik bij een samenspel terecht waar drie grote en ook goede liefhebbers in spelen. Ik schrok mij te pletter vanwege het mega aantal duiven dat deze drie hadden ingezet. Maar liefst 500 duiven hadden deze mannen aan de start en dat in een vereniging waar 13 liefhebbers meedoen. In Nederland mag je net zoveel duiven meegeven als je wilt. Dus reglementair is er niets verkeerds aan de hand. Ik moet dan wel denken aan al die kleine vaak oudere liefhebbers die het tegen zulke aantallen op moeten nemen. Voorheen zei ik dat het mij niet uit maakte hoeveel duiven er door weet ik veel wie worden ingezet. Ik vloog toen met mijn hooguit 30 jonge duiven tegen 15.000 duiven. Ik wilde winnen en deed mijn uiterste best. Meer kun je niet doen. Die 15.000 duiven werden door gemiddeld 1000 liefhebbers ingezet. De spreiding was veel groter dan tegenwoordig. In de Zaanse CC waar ik mijn leven lang al in speel waren vorige week nog maar 46 inkorvers terwijl er 20 jaar terug nog een kleine 400 meededen. Als bij zo een klein aantal deelnemers een stel van die mega hokken zitten dan wordt je bij voorbaat al moedeloos. Je kunt dan wel enkele duifjes goed op tijd pakken die grote jongens draaien er zo maar een stuk of 20 voor je neus. Daar wordt geen sterveling blij van en volgens mij moet daar hoognodig iets aan gedaan worden waardoor niet op voorhand al het spelplezier ontnomen wordt. Ik ben er van overtuigd dat de duivensport op deze manier zijn eigen graf graaft en die kuil is inmiddels al aardig diep. De gezelligheid raakt weg, de landelijke organisatie is druk met de Olympiade en met nationale kampioenschappen. Weten zij wel dat dit alleen maar interessant is voor de commercie en niet voor die 15.000 Hollandse liefhebbers die iedere week trouw met hun mandje duiven komen. Helaas speelt 95% van hen een figurantenrol zodat de andere 5% hun zakken te kunnen vullen. Duivensport is nog steeds een geweldige hobby/sport, geen enkele sport kan zonder commercie. Ik bedoel daarmee sponsors die het mogelijk maken dat de duivensport blijft bestaan. Dat is andere commercie dan de verkoop van duiven, daar wordt alleen dat selecte groepje commerciŽle liefhebbers wijzer van en niet de landelijke organisatie.

SPEL MET DE JONGE DUIVEN IS BEGONNEN
We komen net thuis. Samen met mijn vrouw heb ik 2 van onze verdwaalde duiven opgehaald. We maken daar veelal meteen een gezellig dagje van. Dit keer was de reis naar Maassluis vlakbij Rotterdam en op de terugweg moesten we nog en duifje ophalen in Voorhout een klein dorpje vlakbij Noordwijk aan Zee. Daar in de buurt samen heerlijk geluncht en voordat de verkeersdrukte begon waren wij weer thuis. De 2 duifjes zagen er voortreffelijk uit, goed verzorgd en onbegrijpelijk dat zulke duiven niet naar huis komen. De reden heb ik al eerder beschreven vooral zuidoosten wind is voor jonge duiven dodelijk. Als het dan ook nog glashelder weer is met een wolkeloze hemel dan is het oppassen. Maar…wie niet luisteren wil moet maar voelen en dat geldt ook voor ondergetekende. Onze tweede jonge duivenvlucht was vanwege de tropische hitte afgelast en daarvoor in de plaats kwam een extra trainingsvlucht. Die duiven waren vanmorgen, voordat we weg gingen om de andere duifjes op te halen, alweer thuis. De trainingsvlucht verliep geweldig, binnen tien minuten waren de overgebleven 27 duiven thuis. Het voorbije weekend dus alleen een race voor oude duiven, het zou er een zijn van ongeveer 350 km, doch ook hier werd rekening gehouden met de duiven. De vlucht werd ingekort tot 190 km en in mijn ogen is dat een prima besluit geweest. Ook voor de oude duiven werd het toch nog een taaie vlucht en tijdens het leeg halen van de klokken waren er nog heel wat onderweg naar hun thuishaven. Nee, het loopt niet lekker dit jaar. Inmiddels is het juli, de temperaturen zijn wat milder, de tropische hitte is (voorlopig) weg en bij een temperatuur van 20-22 graden voelen mens en dier zich het best. Natuurlijk denkt niet iedereen er zo over. De echte fond mannen willen altijd kopwind en bloedheet weer. Makkelijk gezegd als je lekker in de tuin zit met een koel drankje bij de hand.

OVER PRESTATIES VALT NOG WEINIG TE VERTELLEN
Dromen doen we allemaal vooral als de jonge duiven er al maanden geweldig uitzien. Er is een tijd geweest dat iedereen prijs kon spelen met de jonge duiven, jammer genoeg is dat niet meer het is een specialistisch spelletje geworden. Jonge doffers gekoppeld aan oude duivinnen worden vanaf de vierde vlucht op weduwschap gespeeld, anderen spelen hun duiven op de deur zoals wij dat noemen. Het is een verkapt weduwschap spel. Er worden goede resultaten mee geboekt maar het geeft wel meer werk. Voor degene die het op kunnen brengen de hele dag met de duiven bezig te zijn maakt extra werk niets uit zeker niet als je in het weekend beloond wordt. Zelf houd ik er van de duiven twee keer per dag te laten trainen (duivinnen, doffers en jonge duiven). Speel je op de deur komt er nog een groep bij want de jonge duivinnen trainen gescheiden van de jonge doffers. Op die manier ben je per dag 6 uur bezig met het loslaten van de duiven, hokken schoon maken, drinkbakken verversen. Dit geldt ook voor het grit, mineralen en andere bijproducten en blijft er weinig tijd over om naar je baas te gaan. Misschien is dat de reden dat steeds meer melkers niet meer werken. Als ik in mijn club kijk zijn dat er hooguit 3. In mijn jonge jaren werkten ze allemaal waardoor ze ook niet veel duiven konden houden. Ten eerste hadden de mensen er het geld niet voor en ten tweede ontbrak het hen aan tijd om een grote kolonie duiven te onderhouden.

HET SPEL OP DE DEUR
Om de paringsdrift een beetje op te voeren kan men het beste enkele oude duivinnen bij de jonge duiven in het hok laten. Die oude duivinnen hebben al vrij snel een maatje gevonden en dat blijft niet onopgemerkt bij de andere hokbewoners. Als er eenmaal een aantal paartjes gevormd zijn worden ze gescheiden en de nestschalen plus nestmateriaal van het hok verwijdert. Op de dag van inkorven mogen ze enkele uren bij elkaar en als ze thuis zijn van de race mogen ze eveneens een aantal uren bij elkaar, soms wel tot de volgende dag. Van donkere hoekjes of een paar kartonnen dozen maakt het jonge spul graag gebruik. Ik heb weduwschap met jonge doffers geprobeerd. Ik had daarvoor een aparte afdeling gemaakt met 6 broedhokken, de duivinnen bleven altijd thuis. Leuke resultaten maar niets speciaals. Ook heb ik twee seizoenen “op de deur” gespeeld, veel werk maar bij mij niet het gewenste resultaat. Mijn voorkeur gaat nog steeds uit naar gezellig ingerichte hokken, niet te wit of te steriel, beetje schemerig waar jonge duiven zich veilig en beschermd voelen. Sommige duiven bouwen een nestje. Ze mogen ook eieren leggen en een jong groot brengen ook. Ze mogen doen en laten wat ze willen, ik moedig het niet aan, maar als ze een vriendje of vriendinnetje willen, mij best. Ze trainen twee keer per dag een uur met gesloten hok. Ik laat me gedurende dat trainingsuur niet zien. Pas als het etenstijd is ga ik naast de spoetnik staan en ze rollen als het ware over mekaar heen naar binnen. Behalve drie weken geleden, ik zag het, er was iets niet in orde. Er bleven er een stel buiten zitten, 100% zeker dat het coli is. Dus snel een kuur in het water en na enkele dagen knapte ze weer op. Helemaal tevreden ben ik nog niet en geloof me, ze waren super. Momenteel trainen ze nog steeds niet zoals ik dat graag zie en wegtrekken doen ze helemaal niet. U kunt zich voorstellen dat ik nog niet sta te trappelen om te beginnen. Gelukkig voor mij is de tweede vlucht gecanceld, dus extra rust en u weet rust is vaak beter dan het duurste medicijn. Om mijn titel te verdedigen moeten ze nog wel beter in conditie komen en daar kun je niet veel aan doen omdat een week zo maar voorbij is.

BARCELONA DE VLUCHT DER VLUCHTEN
In Nederland was de marathonvlucht Sint Vincent jarenlang de meest prestigieuze fond race van het jaar. Als je een duif had die prijs had gespeeld op St. Vincent dan stelde dat heel veel voor. Nog steeds is het in Nederland een race met aanzien. Toch heeft Barcelona die vlucht internationaal gezien een beetje gedegradeerd. In ieder geval staat voor het weekend van 5 juli Barcelona op de internationale kalender. Al op zondag zijn de duiven ingekorfd en als het gaat zoals het hoort te gaan worden ze vrijdag gelost. De deelname blijft de laatste drie jaar zeer constant. Wat de grootste deelname betreft spannen de Belgen de kroon. Het overzicht van de laatste drie jaar ziet er zo uit: 2017: 17.094 duiven; 2018: 15.707 duiven; 2019: 16.051 duiven. Daarvan komen er 7300 uit BelgiŽ, 4100 uit Nederland en uit de UK 418. Niet zo een enorm aantal maar wel bijna het dubbele van vorig jaar. Uiteraard zijn we benieuwd wie deze klassieker internationaal en nationaal op zijn naam gaat schrijven. Het wordt spannend, dat is zeker.

LANG GEWACHT TOCH GEKOMEN; DE ZOMER
Wat een afgrijselijke lente dit jaar. Voor de mensen, maar zeker voor de duiven was het alle weken afzien. Maar toen werd het 21 juni, begin van de zomer en echt waar, het Hollandse weer veranderde en hoe. We weten nu niet waar we het zoeken moeten vanwege de tropische hitte. Eerst was het steeds te koud, te veel regen, slecht zicht maar met veel kunst een vliegwerk werden toch wekelijks de duiven gelost. Niet altijd even fijne concoursen maar reden om te mopperen was er niet op een enkeling na, maar dat zal overal wel zijn. Eindelijk is er dan het lang verwachte zomerse weer. Het kan echter ook te gek en dat hebben we afgelopen zaterdag geweten. De eendaagse fond vluchten verliepen uitstekend en dat zelfde gold voor onze snelheidsvlucht vlucht van 110 km voor de oude duiven. Gelijktijdig met de oude duiven werden eveneens de jonge duiven op dezelfde plaats gelost. Het was hun eerste officiŽle race en die verliep niet zo lekker. Oosten wind met een glasheldere wolkeloze hemel is dodelijk voor onervaren jonge duiven. Daarbij komt dat veel jonge duiven eigenlijk te weinig in de mand hebben gezeten voor een trainingsvlucht. Drinken doen de meeste niet en toen de duiven om 8 uur op weg naar huis mochten liep de temperatuur ook nog eens vrij snel op. Nerveuze jonge duiven die voor de eerste keer een massale lossing meemaken en niet gedronken hebben krijgen stress. Het gevolg daarvan kennen we allemaal zeker in Nederland en BelgiŽ. Dat kost veren zeggen wij dan en dat kwam ook deze keer weer uit. Grote aantallen jonge duiven zijn nog niet thuis, waar ze zitten is nog niet helemaal bekend. Wel werden er twee dagen na de wedstrijd al diverse duiven aangemeld. Zelf ben ik er 10 van de 37 kwijt en van een heb ik zojuist bericht gekregen dat hij ongeveer 50 km bij mij vandaan zit. Ik ga hem morgen samen met Cora halen.

DE VOORGESCHIEDENIS
Tegen iedereen die het maar wilde horen vertelde ik dat mijn jonge duiven er zo geweldig uit zagen. Zo glad als een paling, goede eetlust, trainden zoals het hoort. Niet alleen maar rondjes rondom het hok, nee ze trokken soms wel een kwartier weg helemaal uit zicht. Wanneer uw jonge duiven zich ook zo gedragen kunt u rustig slapen dan zijn ze namelijk super in orde. Helaas kwam de coli bacterie bij mij op bezoek. Ik had het vrij snel in de gaten en deed direct coli kuur van Dr. Van der Sluijs in het water. Uit ervaring weet ik dat die kuur snel aanslaat en na een paar dagen zag ik ze alweer opknappen. Een dag voor de inkorf dag van de eerste officiŽle wedstrijd ben ik er nog mee weggeweest. Allemaal terug, dus geen enkel probleem. Toch maakte ik een enorme fout. Ik heb tegen mijn gewoonte in jonge duiven meegegeven terwijl ik wist dat het oosten wind zou zijn met een heldere lucht. Toch meegedaan, stom, stom en nog eens stom. Nu zijn er dus 10 weg en wat heb ik maandenlang genoten van mijn perfecte ploeg jonge duiven. Van duiven die weg zijn is nog niets zinnigs te zeggen, ik weet uit welke kweekkoppels ze komen en meer niet. Wel kan ik u zeggen dat er niet een jonge duif in mijn hok zat waarvan je zou zeggen; wat moet je daar in hemelsnaam mee. Ze kregen van mij allemaal een ruime voldoende. Begrijp me niet verkeerd, dat wil niet zeggen dat het allemaal goede waren. Dat soort opmerkingen lees je wel op de internet verkoop sites. Daar worden alleen maar jongen uit de beste kwekers verkocht en daarmee wordt gesuggereerd dat het ook allemaal goede zijn. Vandaar dat er nog steeds zoveel liefhebbers zijn die er pakken geld voor neertellen. Opvallend is het dat door de Nederlanders bijna geen enkele duif op die sites gekocht worden. Zou dat de Nederlandse gierigheid zijn, of weten de Nederlandse liefhebbers maar al te goed dat er bij een verkoop van 100 jonge duiven hooguit een handvol bruikbare zitten en zeer waarschijnlijk geen enkele kampioensduif, zo moeilijk is het om goede te kweken.

EERLIJK SPEL
Afgelopen winter werd er in ons land erg veel gesproken over eerlijk spel. Er is door de NPO zelfs een werkgroep in het leven geroepen om een goede oplossing te vinden voor het ongelimiteerd inzetten van grote aantallen duiven. Nu we weer elke week met de mand naar het clublokaal gaan wordt daar niet meer over gesproken. Er is gewoon helemaal niets veranderd. Omdat bij ons de eerste jonge duivenvlucht slecht tot zeer slecht is verlopen voor wat betreft de vele achterblijvers ben ik gaan kijken hoe de vluchten in andere afdelingen zijn verlopen. Vrijwel precies het zelfde beeld. Op een gegeven moment kwam ik bij een samenspel terecht waar drie grote en ook goede liefhebbers in spelen. Ik schrok mij te pletter vanwege het mega aantal duiven dat deze drie hadden ingezet. Maar liefst 500 duiven hadden deze mannen aan de start en dat in een vereniging waar 13 liefhebbers meedoen. In Nederland mag je net zoveel duiven meegeven als je wilt. Dus reglementair is er niets verkeerds aan de hand. Ik moet dan wel denken aan al die kleine vaak oudere liefhebbers die het tegen zulke aantallen op moeten nemen. Voorheen zei ik dat het mij niet uit maakte hoeveel duiven er door weet ik veel wie worden ingezet. Ik vloog toen met mijn hooguit 30 jonge duiven tegen 15.000 duiven. Ik wilde winnen en deed mijn uiterste best. Meer kun je niet doen. Die 15.000 duiven werden door gemiddeld 1000 liefhebbers ingezet. De spreiding was veel groter dan tegenwoordig. In de Zaanse CC waar ik mijn leven lang al in speel waren vorige week nog maar 46 inkorvers terwijl er 20 jaar terug nog een kleine 400 meededen. Als bij zo een klein aantal deelnemers een stel van die mega hokken zitten dan wordt je bij voorbaat al moedeloos. Je kunt dan wel enkele duifjes goed op tijd pakken die grote jongens draaien er zo maar een stuk of 20 voor je neus. Daar wordt geen sterveling blij van en volgens mij moet daar hoognodig iets aan gedaan worden waardoor niet op voorhand al het spelplezier ontnomen wordt. Ik ben er van overtuigd dat de duivensport op deze manier zijn eigen graf graaft en die kuil is inmiddels al aardig diep. De gezelligheid raakt weg, de landelijke organisatie is druk met de Olympiade en met nationale kampioenschappen. Weten zij wel dat dit alleen maar interessant is voor de commercie en niet voor die 15.000 Hollandse liefhebbers die iedere week trouw met hun mandje duiven komen. Helaas speelt 95% van hen een figurantenrol zodat de andere 5% hun zakken te kunnen vullen. Duivensport is nog steeds een geweldige hobby/sport, geen enkele sport kan zonder commercie. Ik bedoel daarmee sponsors die het mogelijk maken dat de duivensport blijft bestaan. Dat is andere commercie dan de verkoop van duiven, daar wordt alleen dat selecte groepje commerciŽle liefhebbers wijzer van en niet de landelijke organisatie.

WISSELVALLIGE WEER MAAKT DUIVENHOUDERS WANHOPIG
Natuurlijk heb ik in mijn lange loopbaan allerlei slechte vluchten meegemaakt. Met slecht bedoel ik niet een slecht resultaat maar slecht weer. Maar ik kan mij niet herinneren dat we in het voorjaar zulk erbarmelijk weer hebben gehad. Jammer voor onze sport want verliezen van te veel duiven doet liefhebbers afhaken. De Nederlandse duivensport bestaat voor het overgrote deel uit oudere liefhebbers. Maar hoe ouder je wordt hoe meer je gehecht raakt aan je beesten en des te harder komen de verliezen aan van duiven waarmee je de hele winter bent bezig geweest voor een goed wedstrijdseizoen, daar zijn we allemaal voor bezig. Al onze vrije tijd besteden we er aan. Kosten nog moeite worden gespaard om onze duiven optimaal te verzorgen en ze wekelijks in de juiste conditie aan de start te brengen. Dit jaar worden de liefhebbers niet geplaagd door de concurrentie maar zijn het met name de hevige regenbuien met daarbij slecht zicht, onweer, harde wind die de grote spelbrekers zijn. Bijna wekelijks moet ik er over schrijven het wordt zelfs vervelend om elke keer weer opnieuw over het weer te klagen. We hebben er wel mee te maken en we zullen er steeds meer rekening mee moeten gaan houden. Onvoorstelbaar om dan te lezen dat het in Afrika de laatste 38 jaar niet zo droog is geweest waardoor miljoenen mensen met hongersnood worden bedreigd. Als je daaraan denkt hebben wij met onze duiven geen recht van spreken.

JE ZULT MAAR LOSSINGS FUNCTIONARIS ZIJN
Gelukkig dat ze er zijn, je wilt niet weten wat voor een ellende die mannen momenteel over zich heen krijgen. De duivensport (mogen we nog wel over sport spreken) bestaat uit allemaal individuele beoefenaars die allemaal een mening hebben en allemaal het laken naar zich toe willen trekken. Er is er niet een die aan het algemeen belang denkt. Het is ieder voor zich en dat is nog begrijpelijk ook. Bij vluchten met een rampzalig wedstrijdverloop verliest de club niet, het zijn de leden die de klappen krijgen. Hun hobby wordt bedreigd en dat pikken ze niet. Daardoor worden er terecht of ten onrechte hele lelijke opmerkingen richting bestuur en vooral richting lossingscommissie gemaakt. Ik ga er vanuit dat die mensen op hun taak berekend zijn. Daarom geef ik altijd duiven mee (mits ze in een goede conditie zijn) omdat ik er vanuit ga dat de manden niet zo maar open getrokken worden. Het is niet zo; weer of geen weer er uit met die handel! Soms heb ik wel eens het idee dat er te veel risico wordt genomen. Voorbije weekend werd Nationaal Sint Vincent vervlogen. Een van de beroemdste marathon vlucht in ons land. Minimale afstand om en nabij de duizend kilometer. Degene die de weerkaarten hebben bestudeerd weten dat die duiven onderweg met zware regenbuien te maken hebben gehad. Hetzelfde was dat het geval op de midfond waardoor die vlucht ruim vijf kwartier open stond. Je kunt je afvragen of dit vanaf de eendaagse fond wel allemaal te bekijken is. In het kleine Nederland hebben we soms te maken met wel vier verschillende weertypes. Marathon of eendaagse fond vluchten hebben op de gehele vlieglijn bijna nooit het zelfde weertype. Ik houd niet van die vluchten en speel er bijna nooit op omdat ik het risico vluchten vind. Ik moet een beetje kunnen bekijken hoe laat de duiven komen en dat is op die verre vluchten bijna niet te doen. Daarbij heb ik er een hekel om heel lang op duiven te wachten, daar ben ik veel te ongeduldig voor.

TEGENSLAG
Tegenslagen zijn er om overwonnen te worden. Maar alstublieft geen tegenslagen in het vliegseizoen. Een van de grote boosdoeners waarmee velen van ons te maken hebben is een uitbraak van de jonge duiven besmetting met de e-coli bacterie. Er zijn diverse methoden om zo een uitbraak te voorkomen. Voorbehoedend is er wel iets tegen te doen. Vaak zie je de uitbraak pas als het te laat is. Het begint met het buiten blijven zitten van enkele, vooral jonge duiven. Een coli besmetting bij de oude duiven is eveneens mogelijk doch komt gelukkig niet zo vaak voor. In ieder geval is het zo dat ik nu ook tot de slachtoffers behoor die bij de jonge duiven te kampen hebben met een uitbraak van de e-coli bacterie. Soms krijg je er mee te maken als ze ingeŽnt zijn tegen paramixo. Ik doe meestal een week na de enting twee dagen coli kuur in het drinkwater. Ook gebeurt het soms enkele weken nadat men gestopt is met verduisteren. Ik dacht dat ik het lek boven had omdat ik al enkele jaren totaal geen last heb gehad met deze akelige besmetting. Vooral de jonge duiven kunnen er doodziek van zijn, geen eetlust, veel drinken en het is net alsof ze hun verstand kwijt zijn. Jonge duiven die besmet zijn en al vele keren in en uit het hok zijn gevlogen weten opeens de ingang niet meer te vinden. Ik heb medelijden met die arme beesten en iets wat zeker zo vervelend is, is het schoonmaken van de hokken. Vieze groene slijmerige mest die bijna niet van je krabber is af te krijgen. Een afdoende middel om verder besmetting tegen te gaan is iedere dag het hok uitbranden. Heb je last van dit jonge duivenprobleem, de duiven niet meer buiten laten. Minder dan een half rantsoen eten geven en de coli kuur in het water. Na drie of vier dagen moet je ze al zien opknappen. Ze zij niet allemaal tegelijk ziek en ook niet allemaal tegelijk beter. Mijn ervaring is zodra ze zijn genezen ze er geen nadelige gevolgen van overhouden. Het is niet te geloven dat ik nu vlak voor de seizoenstart volop in de shit zit. Gelukkig zie ik ze alweer wat beter worden. Ze beginnen weer goed te eten, de mest wordt vaster, een enkeling zit nog een beetje “dik” maar de meesten beginnen alweer goed bij huis te trainen. Zaterdag begint het en de woensdag ervoor ga ik nog een keer met ze weg. Vrijdagavond de mand in, denkelijk gaan ze nog niet alle 37 mee. Zowel voor de oude als de jonge is er een vluchtje van 100 km en dat komt in dit geval voor mij erg goed uit.

HET BEGON ZO GOED
Zowel voor mij als voor zoon Marco was de seizoenstart zonder meer goed te noemen. Een keer echt spektakel en op alle nadere vluchten steeds een klassering binnen de eerste tien. Bij Marco doen de oude duiven het zelfs heel goed al zou het prijspercentage wel wat hoger mogen zijn. In ieder geval staat hij bij de top drie op vitesse en midfond. Zelf heb ik het voorbije weekend niet meegedaan. De duiven waren niet in orde en dan kun je ze beter minimaal een week rust geven. In de stand om de kampioenschappen sta ik op de vitesse op de 6e plaats en op de midfond stond ik zelfs eerste. Erg jammer! Hopelijk zijn de jonge duiven op tijd in orde. Dit geldt ook voor Marco want ook hij kreeg enkele dagen na mij met de coli besmetting te maken. Hij is voor een duivenman nog jong en zeer gedreven, dan kunt u zich voorstellen dat hij er doodziek van is en ook ik loop niet te juichen. Laten we hopen op beter weer en goede resultaten met weinig of geen verliezen.


DUIVENSPORT IN DE WIJDEWORMER
Over 4 jaar is het 400 jaar geleden dat de polder de Wijdewormer is ontstaan. Het was een groot meer dat is droog gemalen. Het werd een agrarisch gebied en dat is het vandaag de dag nog steeds. Rondom de polder ligt een dijk en als die doorbreekt staat het water bij ons thuis tot aan de dakgoot. Wij Hollanders staan daar niet bij stil, Nederland is gewend de strijd aan te binden tegen het water. Rondom mijn huis is een sloot, wij wonen dus eigenlijk op ons eigen eilandje. Aan de overkant van het slootje ligt een prachtige 18 holes golfbaan waar lang geleden koeien graasden. Ons huis was voorheen een kleine boerderij en wat nu onze woonkamer is stonden voorheen koeien. Achter de boerderij heb ik een groot duivenhok laten bouwen. Boven zijn 6 afdelingen voor de vliegduiven en beneden zitten onze kwekers. Mijn zoon Marco en ik hebben beide 30 kweekkoppels, veel te veel dus! Marco heeft het hok achter zijn huis met het front op het zuidoosten, daarin zitten 18 koppels vliegduiven en een vijftigtal jonge duiven. Zelf bezit ik nog 12 koppels vliegduiven en een 40-tal jonge duiven. We zijn beiden lid van dezelfde vereniging waarin nu nog 25 leden meespelen. Nog niet zo lang geleden waren dat er wel 80. Helaas holt de duivensport in Nederland achteruit. Eens waren er meer dan honderdduizend leden, nu nog hooguit 15.000 en daarvan zijn de meesten de 65 gepasseerd. Het ziet er dus niet zo gezond uit, wel wordt er wekelijks op het scherpst van de snede gespeeld. Nederland is net als BelgiŽ een echt duivenland. Zelf heb ik al sinds 1946 duiven en was nimmer een dag zonder ook niet toen ik 10 jaar lang aan wielrennen deed. Marco is pas op latere leeftijd begonnen en speelde binnen 3 jaar met de besten mee. Beiden zijn we erg gedreven, houden van mooie maar vooral goede en snelle duiven. Aan de basis liggen de wereldberoemde duiven van de Gebr. Janssen uit BelgiŽ en sinds 2008 zijn daarbij de snelle Heremans duiven ingekruist. Voor de meeste lezers is dit geen echt nieuws, ik heb het nogmaals geschreven omdat ik vooral van jonge liefhebbers uit verschillende landen de vraag kreeg om eens wat meer over me zelf te vertellen.

DE RESULTATEN
Vooral op de snelheidsvluchten doen onze duiven het na al die jaren nog steeds tot volle tevredenheid. Marco speelt met dezelfde duiven als pa en samen hebben we al heel veel overwinningen behaald. Dit jaar is dat nog niet gelukt maar we zijn pas vier weken aan de gang. We hebben volop vertrouwen in onze duiven. Tot nog toe spelen we beide wekelijks 50% prijs 1:4. Helaas zit daar nog niet een echte super bij maar wat niet is kan nog komen. We hebben namelijk 7 jaarlingen die nog niet gemist hebben en een 2-jarige doffer van mij die als jonge duif al kampioensduif was staat nu 5e bij de asduiven. Denkelijk kan ik de volgende keer wat meer vertellen over een top uitslag. Ik zie het aan de duiven, ze zitten strak, trainen hard, vliegen hoog en wel drie kwartier achter elkaar. Eten en luisteren doen ze prima, dus de concurrentie is gewaarschuwd.

DE VERZORGING
Alles gebeurt op vaste tijden, dus trainen, eten, rusten doen ze het hele jaar op vaste tijden. Dat is volgens mij een eerste vereiste om in de uitslag te komen. Door de strikte en strakke verzorging komen zelfs de slechtste duiven in een goede conditie en u weet, alleen gezonde duiven in een goede conditie zijn in staat vroege prijzen te winnen. Daarbij hoort uiteraard ook een zeer strenge selectie. Denk niet te snel dat u alleen maar goede duiven bezit. Raadpleeg de uitslagen en zie aan het einde van het jaar hoeveel duiven hebben teleurgesteld. Dat is niet alleen bij u dus maak u geen zorgen, er is niets moeilijker dan elk jaar een echte klasbak te kweken. Maar dat zou betekenen dat u na 5 jaar ook 5 supers op uw hok zou hebben. Waar woont de man die dat kan zeggen? Voeren is ook een ijzeren discipline, je geeft gauw te veel. Toen ik nog jong was zei een oude top liefhebber tegen mij; schrijf met grote letters op de voer silo “VERGIF”, want daar geef je namelijk heel snel te veel van. Ik ben dat nooit vergeten want hij heeft nog steeds gelijk. Duiven hebben in principe altijd trek in eten en het is verleidelijk om ze toch wat meer eten te geven. Niet doen dus! Te zware en te dikke sporters presteren alleen maar onder de maat. In deze tijd van het jaar geef ik mijn jonge duiven meer dan wanneer straks het seizoen begint. Ze vliegen namelijk twee keer per dag en dat doen ze op een manier die we allemaal graag zien. Ze trekken weg, komen in hoge snelheid terug om dan weer een andere richting te kiezen. Duiven die alleen maar rondom het hok vliegen verkeren niet in de juiste conditie.

HOOGTEPUNTEN IN DE SPORT
Mijn favoriete sporten zijn duiven, wielrennen en voetbal. Verder ben ik geÔnteresseerd in vele andere sporten, vooral op TV. Momenteel is Ajax een hot item, heel Nederland is in de ban van deze populaire Amsterdamse voetbalclub die op weg is naar de finale tegen Liverpool. Wat Liverpool heeft gepresteerd grenst aan het ongelooflijke. Een 3-0 achterstand tegen Barcelona omzetten in een 4-0 overwinning is ongekend en voor ons Nederlanders is het dan weer leuk dat een Hollandse speler bij Liverpool die avond goed was voor 2 doelpunten. Dan hebben wij wielersupporters dit vroege voorjaar diverse weekends kunnen genieten van Matthieu van de Poel. Een jonge coureur die op alle fronten uitblinkt. Wereldkampioen veldrijden, kampioen van Nederland op de weg en winnaar van een drietal zware klassiekers en nu op weg naar de titel bij het mountainbiken. Hoe kan het ook anders, zijn vader was ook een begenadigd renner en zijn opa is de legendarische Tour de France renner Raymond Poulidor. Zaterdag start de Giro oftewel de Ronde van ItaliŽ en daar heeft Nederland met Tom Dumoulin ook een grote kanshebber voor de eindzege. Vorig jaar werd hij tweede, het jaar daarvoor eerste en nu gaan we er wederom vanuit dat de rosť leiderstrui mee naar Nederland gaat.
Hoogtepunten in de duivensport zijn er ook. Nog steeds gaat het over de mega opbrengst van een Belgische fond duif die in een internet verkoop 1,2 miljoen euro opbracht. Daarbij werden ook nog eens een kleine 200 hokgenoten verkocht die zorgden voor een totaal opbrengst van 2,6 miljoen. De gelukkige verkoper die van zijn pensioen geniet hoeft zich voor zijn verdere leven geen zorgen te maken. Pas nu kreeg ik door dat deze voormalige slachter nog 300 duiven thuis heeft zitten. Volgens zeggen allermaal hele goede. Ja wat moet je anders zeggen want dan kom je er nooit van af. Alles in de sport draait om geld en geld is de vriend van ons allemaal. Zonder geld kun je geen leuke dingen doen en zonder geld kun je ook niet meedoen in de complete gekte die is losgebarsten binnen de simpele oubollige duivensport. Het vervelende is dat er met veel geld de gekste dingen uitgehaald kunnen worden. Waar nu veel over gesproken wordt is omkoperij. Ik moet er niet aan denken……..

APRIL DOET WAT ZE WIL
Een bekend gezegde in Nederland dat betrekking heeft op de weersgesteldheid. In deze inmiddels voorbije maand kan het prachtig voorjaarsweer zijn maar ook het tegenover gestelde is mogelijk wat de afgelopen weekends zo was. De start in Nederland is problematisch. Het echte duivenweer laat nog steeds op zich wachten. Inmiddels hebben we 3 vluchten achter de rug en ook de laatste was niet leuk. Voor de winnaars is het altijd leuk, daar zijn er echter niet zoveel van. U weet hoe duivenmelkers zijn. Of ze hebben wind tegen, de ligging is niet goed, de duiven zijn te vroeg gelost, door de slechte weersverwachting doen niet alle liefhebbers mee of geven maar een paar duifjes mee. Het voorbije weekend was er een kleine mogelijkheid de duiven te lossen en dat moest gebeuren tussen 10 en 12 uur zodat alle duiven de gelegenheid hadden voor de echte regenbuien thuis te zijn. Voor een groot deel lukte dat en dat kwam zeker door de harde zuidwesten wind die de snelheden opjoeg tot bijna 125 km per uur. Je gaat er dan van uit dat de concoursen binnen de kortste keren gesloten zijn, niks daarvan. Juist door de hevige regenbuien waren de verschillen behoorlijk groot. Gelukkig is ons land in 11 afdelingen (secties) verdeeld die allen hun eigen vliegprogramma hebben. Wel heeft de NPO in gezamenlijk overleg met alle leden besloten het vliegprogramma’s allemaal gelijk te starten en ook te beŽindigen. Alle afdelingen zijn nu bezig met de snelheidsvluchten (vitesse). De derde vlucht zit er op en over drie weken komt er meer tekening in de strijd. U kent dat wel, er zijn dan al een aantal liefhebbers die de handdoek in de ring gooien en wachten op het jonge duiven seizoen wat 22 juni van start gaat. Voordat het zo ver is zijn er nog heel veel vluchten voor de oude duiven, soms wel drie in een weekend.

KONINGSDAG
Wat een nationale feestdag had moeten worden werd grotendeels verpest door de af en toe zeer heftige regenbuien. Toch vierde Nederland op zaterdag 27 april massaal de verjaardag van onze koning Willem Alexander. Hij bezocht die dag samen met koningin Maxima en hun drie dochters de stad Amersfoort in midden Nederland. Hun oudste dochter kroonprinses Amalia stal de show door haar spontaniteit en veroverde menig hart van de uitbundig feestvierende Nederlanders. Van hun TV optreden heb ik weinig meegekregen, ik was te druk met het wel of niet doorgaan van onze derde vlucht. Om even na tien uur kwam het verlossende bericht dat de duiven er om 10.15 uur uit mochten. Op het program stond een vlucht over 245 km. Het was koud en onderweg zouden de duiven getrakteerd worden op verschillende regenbuien. Grote vraag was hoe groot de invloed zou zijn van de regen en de soms keiharde zuidwestelijke wind. Iedereen dacht dat de oostkant duidelijk in het voordeel zou zijn, maar niets was minder waar. Doordat de duiven al enkele weken gewend zijn om door de oostenwind veelal aan de westkant van ons spelgebied te vliegen was het opvallend dat ondanks de keiharde zuidwestelijke staartwind de snelste duiven op de langste afstanden aan de westkant arriveerden. Uiteindelijk werd het een vrij goede vlucht, wel waren veel duiven te ver doorgevlogen maar gelukkig waren de verliezen nihil.

HOE LAAT ZOUDEN ZE KOMEN
Toen bekend was dat de duiven om 10.15 uur gelost waren heb ik contact opgenomen met mijn trouwe supporters om te overleggen hoe laat we op de uitkijk zouden gaan staan. Het weer was niet aantrekkelijk genoeg om ruim van te voren plaats te nemen in de tuin. De zon liet het afweten, de bewolking had de overhand en toen we nog maar net hadden plaats genomen begon het te regenen. Dit zou wel eens kunnen zorgen dat de snelheden niet zo hoog zouden liggen. Er werd hardop gedacht, zouden ze 90 of misschien wel 100 km maken. Opeens trok de lucht open en kwamen er grote blauwe plekken te voorschijn met hele grote witte wolken en af en toe ook hele donkere wolken. We zaten te bibberen van de kou maar gelukkig was Cora er die ons voorzag van heerlijke warme koffie. Opeens was daar een duif, we schrokken allemaal, dat kon niet, de duiven waren pas twee uur en tien minuten onderweg. Dit zou betekenen dat ze bijna 1900 meter per minuut maakten (meer dan 110 km per uur). Ongelooflijk maar het was wel waar. In snel tempo volgde ze elkaar op. Dan viel het weer even stil en opeens kwamen er weer een aantal tegelijk. De meesten hadden vieze neuzen van de regen waar ze kortbij huis nog mee te maken hadden gehad. Het werd geen super uitslag voor mij. In eerste instantie dacht ik dat het top zou zijn maar zoals eerder verteld de aller vroegste zaten aan de westkant en dat is precies de kant waar ik niet woon. Ik begon met de 6e plek en pakte er 11 van de 24 in de uitlag wat me uiteindelijk weer enorm meeviel. Mijn zoon Marco pakte er nog net twee voor mij, dus die ook weer gelukkig omdat hij pa had verslagen. De winnende duif in onze afdeling maakte 1909 meter en was daarmee de snelste van 14.505 duiven. De snelste duif van heel Nederland viel in Culemborg (midden Nederland) en maakte 2056 meter oftewel 123 km per uur. Ze waren gelost in Lessines en dan kun je zien dat de duiven van de ene losplaats meer van het windvoordeel profiteren dan van een andere. Vandaar dat het goed is dat ons land in 11 afdelingen is gesplitst want ondanks dat Nederland een heel klein land is vergeleken met Duistsland, Engeland, Spanje en Frankrijk zouden we geen eerlijke race krijgen als al onze duiven gelijktijdig van een en dezelfde losplaats zouden vertrekken. In afdeling 4 Limburg was de vlucht uitgesteld tot zondag, ander weer en andere wind en daardoor was daar de hoogste snelheid “slechts” 84 km per uur. Nee, het weer werkt niet echt mee. BelgiŽ heeft alle vluchten voor aanstaande zaterdag al uitgesteld tot zondag. Wat Nederland gaat doen moeten we afwachten. In ieder geval is er weer regen voorspeld met een maximum temperatuur van 8 graden. Dat is meer het weertype om lekker bij de open haard te zitten met een glaasje cognac en zoals mijn opa vroeger deed ook nog een grote sigaar erbij.

WIND VAN GROTE INVLOED OP DE SNELHEIDSVLUCHTEN
Eigenlijk niets nieuws. Wij duivenliefhebbers weten al lang dat de wind op de kortere afstanden van grote invloed is. Vooraf is bijna altijd te bepalen in welke hoek de vroege duiven arriveren. Er zijn echter uitzonderingen. Een voorbeeld ben ik zelf. Ooit won ik met een stevige zuidwesten wind de eerste prijs tegen vele duizenden duiven. Iedereen vond dat logisch omdat ik een van de meest oostelijk gelegen hokken heb binnen mijn spelgebied. Precies een week later was het weer raak, nu echter met krachtige oosten wind. Deze vlucht werd ook een super uitslag met 7 duiven in de eerste 25 en dat kun je toch geen toeval noemen. Het geeft aan dat onze duiven beter dan wij weten waar en op welke hoogte zij het beste kunnen vliegen. Uitzonderingen zijn ook de vluchtdagen met prachtig duivenweer, althans dat denken we. Toch moesten we erg lang op de eerst aankomende duiven wachten, geen gemakkelijke vlucht want ondanks het mooie weer en een afstand van slechts 250 km stond de vlucht meer dan een half uur open. Een aantal weken geleden was het veel te koud voor de duiven en toen ze kwamen was het binnen 7 minuten afgelopen. De duivensport blijft dus toch een beetje onberekenbaar, daarom erg fascinerend en vaak heel spannend. Nederland is een land met hel veel water, vaak wind uit westelijke richting, geen hoge temperaturen en met grote regelmaat vallen er pittige buien. Althans zo was het vele jaren en daar komt nu verandering in. Het milieu, de weersgesteldheid en de steeds hogere temperaturen zijn aan verandering onderhevig. Vooral vorig jaar werden veel temperatuur records verbroken en opvallend veel wind uit oostelijke richting en als het een keer regende dan regende het ook echt. Gisteren, paasmaandag, werd wederom een warmterecord gebroken, ruim 28 graden. Sinds er metingen gedaan worden was het nog nooit tijdens de paasdagen zo warm. Met al die veranderingen hebben onze duiven ook te maken. Of dat nadelig is, ik denk van niet. Onze duiven vliegen steeds harder. Topsnelheden van 130 km per uur zijn nog steeds niet verbroken, wel is het zo dat de gemiddelde snelheid aanzienlijk hoger ligt dan 20 jaar geleden. Toen zeiden we tegen elkaar dat bij stevige noorden wind de snelste duiven altijd nog 1000 meter per minuut (60 km per uur) zouden maken wat we de laatste jaren wel kunnen vergeten. Met kopwind halen de winnende duiven met het grootste gemak 80 km per uur. Daarentegen waren er vroeger veel meer concoursen die binnen 5 minuten afgelopen waren. Het typische is dat we dit bijna nooit meer meemaken.

UITSLAGEN VAN DE OUDE DUIVEN
Door die goed te lezen is er veel te leren. Je kunt wel kijken hoe Jantje of Pietje heeft gepresteerd, dat is wel leuk maar je komt er niet verder mee. Lees uit welke hoek de wind waait en kijk in welke hoek de snelste duiven arriveerden. Lees hoeveel duiven de liefhebber mee heeft en zie hoeveel duiven of liever gezegd hoeveel procent prijs ze spelen. Let er ook op welke getekende ze voorop pakken. De kleine liefhebbers zullen eerder een getekende duif pakken dan de massa spelers. Een getekende duif pakken zegt niet alles, die moet wel vroeg in de uitslag staan. Een aangewezen kampioenschap werd vroeger erg hoog tegen op gekeken. In mijn ogen stelt het niet zoveel voor. Een “vaste” duif staat bijna altijd bovenaan en er zijn nog steeds liefhebbers die wel een aantal vaste duiven hebben en die zijn voor een aangewezen kampioenschap moeilijk te kloppen terwijl het weinig of niets met kennis van zaken te maken heeft. Hoe raar het ook klinkt ik ben nog steeds voorstander van het niet aangewezen kampioenschap. Om dat te behalen moet je elke week een vroege duif pakken. In de ZCC waar ik in speel is het nog een ietsje moeilijker gemaakt. Daar moet je voor elke tien duiven er een klokken. Dus 13 mee, 2 klokken. De kampioenspunten die de twee duiven hebben behaald worden opgeteld en gedeeld door 1,3. Heeft een liefhebber er 24 mee dan moet hij er 3 klokken en die punten worden gedeeld door 2,4. Degene die aan het einde van de rit de meeste punten heeft mag zich kampioen noemen. In BelgiŽ zijn meer kampioenen dan in Nederland, maar pas op dat zit hem niet in betere duiven maar in meer spel mogelijkheden. Wij kennen vitesse spel, in BelgiŽ spelen ze vitesse kort en vitesse lang. Dat doen ze ook met de halve fond, de eendaagse fond, de jonge duiven en dan is er ook nog verschil in oude duiven en jaarlingen plus dat er voorheen ook nog apart met duivinnen werd gespeeld. Commercieel gezien is dat een goed systeem want in BelgiŽ hebben ze daardoor veel meer regionale en ook nationale kampioenen. Verder zijn er in BelgiŽ aanzienlijk meer nationale vluchten dan in Nederland en het is algemeen bekend dat een duif een meerwaarde heeft als voor de prestatie de letters NAT (nationaal) geplaatst kan worden. Door de uitslagen goed te lezen kom je er steeds meer achter hoe betrekkelijk al die extra termen zijn. Zo zien we dat de commercie een steeds grotere rol binnen onze duivensport gaat spelen en dat is eigenlijk een vreemde zaak bij een hobby/sport die steeds minder beoefenaars krijgt en daardoor ook aanzienlijk minder duiven in de concoursen.

HET GAAT OM DE DUIVEN EN DE REST IS BIJZAAK
Het is maar net hoe je de duivensport bekijkt. Wil je genieten van je duiven of zitten er dollar tekens in je ogen. Zelf ben ik een liefhebber van de oude stempel. Ik kan intens genieten van een mooie duif die ook regelmatig een goede prestatie neerzet. Anderen denken bij het behalen van een goede prestatie direct aan verkoopmogelijkheden. Zo werkt het in de praktijk niet. Alleen degene met 100% inzet, een strenge selectie en goede prestaties zal zich in de kijker spelen. Dat geeft een heel goed gevoel. Het is een beloning op een jaar alles op alles zetten om de top te bereiken. Gelukkig zijn er nog steeds liefhebbers die volop van hun hobby genieten als ze af en toe eens een duif pakken in de top van de uitslag. Het omgaan met duiven, ze verzorgen, zelf proberen waardevolle jongen te kweken geeft voldoening. Onze hobby is toch een hele week omgang met je duiven. Aan het einde van de week de kansberekening voor de komende vlucht en dan op de wedstrijddag is de spanning soms te snijden tot de eerste duif arriveert. Dat is vaak een schouwspel om kippenvel van te krijgen. Zeker als het een duif betreft waarvan je niet kon vermoeden dat hij die dag als eerste en zelfs heel vroeg thuis zou komen. Of het is juist wel de duif die je als eerste verwachtte. Dat is een belevenis op zich. Vanaf nu gaan we ons wekelijks bezig houden met het vluchtverloop en alles wat er bij hoort. Vergeet niet, niets gaat vanzelf, dus er vol tegenaan dan komt de rest (bijna) vanzelf. Succes!

WE ZIJN GESTART
Ook al was het nog maar een trainingsvlucht het is de eerste keer altijd spannend. Het Nederlandse weer zat zaterdag niet mee, het zicht bleef onvoldoende en toch was men van plan de duiven om half twee te lossen. Helaas, tegen die tijd trok de lucht weer helemaal dicht en werd de vlucht uitgesteld tot zondag. Zondag in de vroege ochtend was het vooral in het zuiden mistig. Daardoor moest gewacht worden tot half elf en toen ging de meute op weg. Er stond een stevige koude noordoosten wind zodat de duiven er deze eerste wedstrijd flink aan moesten trekken. De snelste duiven zaten aan de westkant met winnende snelheden van ruim boven de 80 km per uur. In de Zaanse CC waren 1152 duiven mee waarvan ik er 18 van de 24 in de uitslag had, zoon Marco pakte er 20 van de 36. In de club tegen 374 duiven hadden we er samen 20 in de eerste 40 te beginnen met een derde plaats. De doffer die dit presteerde was als jong 1e duifkampioen en als jaarling speelde hij in groot verband ook al een eerste. Het was een supersnelle vlucht, de 288 prijzen waren in 5 minuten verdiend. Ondanks deze gemakkelijke vlucht wisten 7 van de 18 liefhebbers bij mij in de club geen prijs te winnen. Gelukkig dat wij in de club een A en een B groep hebben waardoor er een aantal leden toch in de B-uitslag komen. Het is namelijk geen goede zaak dat bijna de helft van de leden geen prijs spelen en dat lag hem dit keer zeker niet aan de ligging. De westkant was in het voordeel, verder werden er in de hele regio vroege duiven geklokt. Dus voor iedereen kans om zich in de uitslag te vliegen. Komende zaterdag de eerste officiŽle vlucht.

HET ZIJN ALTIJD DEZELFDE
Ook dit seizoen zullen veelal dezelfde namen na 5 weken spel de kopposities innemen, zo gaat dat al vele jaren. Gelukkig dient zich elk jaar wel een nieuwe ster aan en vaak is die ook weer net zo snel verdwenen als hij gekomen is. Het zijn ook altijd dezelfde die bijna wekelijks bij de dierenarts zitten, het zijn altijd dezelfde die lopen te klagen. Ze hebben altijd pech terwijl ze zo verschrikkelijk hun best doen. U kent vast de uitdrukking wel van; ik doe er alles aan en toch lukt het niet. Ik zeg dan wel eens; misschien doe je alles verkeerd. Als je hoort wat ze allemaal voor middeltjes aan hun duiven geven dan kan het ook niet goed gaan. Diegene die het slechtst spelen doen veel meer aan hun duiven dan de mannen die alle jaren sterk spelen. De mindere goden maken het zichzelf veel te moeilijk en denken dat de kampioenen geheime middeltjes hebben. Nee, die mannen houden het juist heel eenvoudig. Zij durven duiven weg te doen zonder naar die ingewikkelde pedigrees te kijken. Ik weet nog de tijd dat het om de duif ging. Nu is die al jaren niet meer belangrijk, het gaat nu om een pedigree die in 4 kleuren is gedrukt die verder vol staat met nietszeggende namen en dan zie je in de vierde of vijfde generatie eindelijk eens de duif waarvan je eerder hebt gehoord. Maar wat moeten we met zo een afstamming. Bij mij in de club zit ook zo iemand, die heeft pedigrees die bijna terug gaan tot de tijd van Napoleon en hij kent ze nog allemaal uit zijn hoofd ook. Misschien is dat ook hobby. Verder kennen we de liefhebbers die altijd ongunstig liggen. Ze vinden liefhebbers die met een groot aantal duiven spelen onsportief en ga zo maar door. Het allerbelangrijkste is dat je het spelletje met duiven in de vingers moet hebben en dat je 100% inzet toont. Het beste is vaste tijden van verzorging, dat is ook fijn voor je duiven. Alles op vaste tijden brengt een optimale conditie. Niet te veel poespas aan de hand halen. Pas op voor overbevolking, vooral bij de jonge duiven. Warme droge hokken is prima, te veel zon is gevaarlijk. Doe liever de gordijnen dicht want te veel zon brand zuurstof uit het hok. De duiven krijgen vieze neusjes en ademhalingsproblemen zodat je dan geen noemenswaardige prijs meer kunt spelen. Duivensport is echt niet zo moeilijk, doe wat nodig is en leg je oor te luister bij sterke spelers. De mannen aan de bar hebben vaak niets zinnigs te zeggen, doch onder het genot van een biertje kunnen ze vaak heel sterke verhalen vertellen. Vergeet niet dat het verhalen zijn en daar schiet je weinig mee op of geloofd u nog steeds in Sinterklaas?

EEN GOEDE KWEEK IS VEELBELOVEND VOOR DE WEDSTRIJDEN
Bij de meeste van ons is het kweekseizoen zo goed als voorbij. De jonge duivenhokken zijn gevuld en dan is het in deze tijd van het jaar beter om er niets meer bij te zetten. Zelf heb ik ze allemaal van gelijke leeftijd en het is een lust voor het oog om er dagelijks twintig minuten bij te zitten. Ik geniet er enorm van en dat deed ik ook al toen ze nog in het nest lagen. Wat is het toch een mooi gezicht al die jongen toen ze tussen de twee en drie weken oud waren. Volle kroppen en ze liggen tegen je op te glimmen. Dit jaar niet een nest gehad met dunne of slappe mest. De eerste ronde wel enkele onbevruchte eieren maar daarna niet een meer. Je kunt merken dat vroege kweek zeker niet natuurlijk is. In deze tijd van het jaar lukt bijna alles en als we straks hoogzomer hebben komen de eieren zelfs uit in de zak van je stofjas.

OEFENING BAART KUNST
Ook in de tijd dat de meesten van ons geen auto hadden werden de duiven meerdere malen getraind. We gingen met enkele liefhebbers op de fiets duiven wegbrengen. Nooit ver, we gingen met de pont over het Noordzeekanaal naar Amsterdam-West, hooguit 16 km en dat was het. Wel deden we dat meerdere keren en al die keren namen we op een terrasje meestal wel een kop koffie en al heel snel volgde er nog een consumptie en dan weer op de fiets terug. Een gezellige tijd. Nu hebben we allemaal onze eigen auto en manier van duiven trainen. Ik ken ze die meer dan 100 km van huis gaan, dat is niets voor mij, nu niet en ook nooit geweest . Nu mag ik geen auto meer rijden, mijn vrouw doet dat en die gaat echt niet verder dan 35 km, is ook ruim voldoende. Deze week sprak ik iemand die in de zomer van 2018 maar liefst 25 zomerjongen had gekweekt. Waarom begreep ik niet en hij zelf waarschijnlijk ook niet. In ieder geval had hij ze vorige week allemaal mee. Ze hadden nog nooit van hun korte leven in de mand gezeten en nu had hij ook nog de pech dat ze vanwege het slechte weer twee nachten in de mand moesten verblijven. Overal kwamen de oude duiven als straaljagers naar huis behalve de onervaren duiven, die hadden het moeilijk. Waarschijnlijk niet in de mand gedronken, dan krijgen ze onherroepelijk met stress te maken. Dat laatste is zeer slecht voor het oriŽntatie vermogen. Ze gaan zoeken, vliegen niet de goede kant op en u raadt het al, twintig van de 25 weg. Daar heb je een hele winter naar lopen kijken. Je hebt ze verzorgd en in een klap is alles weg. Dom, dom, meer kan ik er niet van zeggen. Als je er dan wat van zegt worden ze nog boos ook. Er zijn er die het jammer genoeg nooit leren!

ZIJN WE ER KLAAR VOOR?
We gaan beginnen. Geen excuses zoals geen tijd of andere smoesjes, wie nu de zaken niet op orde heeft ligt een ronde achter en het valt niet mee om die opgelopen achterstand eventjes goed te maken. Zijn de duiven in een juiste conditie? Ik wil nog niet spreken over een optimale conditie want het seizoen is nog lang. Bent u met enkele duiven naar uw duivendokter geweest om mestonderzoek te laten doen? Een keeluitstrijkje en misschien al wat voorbehoedende medicijnen meegenomen om als er iets niet orde is meteen te kunnen ingrijpen. Zelf heb ik altijd medicijnen van Dr. Van der Sluis in huis tegen ornithose en het geel plus conditiemix dat ik elke woensdag en donderdag in het drinkwater doe. Mijn oude duiven zijn niet verduisterd wat de reden is dat ik bij de duivinnen al enkele slagpennen heb gevonden. Verder ben ik nog niet zo tevreden over de duivinnen. Ik had ze wat krapper moeten houden. Ze vliegen goed maar komen te traag binnen. Als ze me zien vliegen ze naar mij toe, lopen te koeren alsof ze met mij willen paren. Ze zijn te weelderig als u begrijpt wat ik bedoel. Dus ze zijn inmiddels op rantsoen gezet want anders komen er binnen een paar weken eieren en daar zitten we niet op te wachten. Als dat verderop in het seizoen gebeurt vind ik dat niet zo erg, ik heb zelfs goede ervaringen met weduwduivinnen die eitjes hebben. Ik moedig het zeker niet aan en probeer het met minder vetrijk voer zo lang mogelijk tegen te houden omdat duivinnen die onderling gaan paren de andere duivinnen ook van streek maken en dat gaat absoluut ten koste van de prestaties.

TRAINING
Als je er op de eerste vlucht direct wilt staan dan moet je alles tot in de puntjes hebben voorbereid en dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Omdat ik geen auto meer mag rijden ben ik aangewezen op de hulp van mijn vrouw. Zij is inmiddels drie keer met de duiven weggeweest en dat is niet voldoende. Om ze verder weg te brengen, dus meer dan 50 km, is niet noodzakelijk. De duiven weten veel beter dan wij wat de snelste (kortste) weg naar huis is. Het gaat om opnieuw gewend te raken aan de mand en tevens wat vliegritme op te doen. Vaak is in Nederland het weer de grote spelbreker. Mijn plan was om de duiven meerdere keren weg te brengen maar regen, mist, lage temperaturen en koude noorden wind zorgen er voor dat we menig keer de plannen moeten bijstellen. Duiven kunnen wel meer dan we denken, toch ben ik er voor om vooral in het begin van het seizoen voorzichtig aan te doen.

JONGE DUIVEN KOMEN BUITEN.
Dit jaar geen winterjongen. Sinds een week komen mijn jonge duiven buiten. Ik heb een landingsbaan voor ze gemaakt en die zit elke dag vol met jonge duiven. Ik heb er 35 en die kunnen niet allemaal tegelijk op de spoetnik zitten. Inmiddels vliegen de meeste van hen al snel naar het dak van het hok. ‘s-Morgens krijgen ze om tien uur eten, dat doe ik omdat ze binnenkort steeds om negen uur naar buiten mogen om een uurtje te trainen. Nu laat ik ze de hele dag buiten en kijk er niet naar om. Volgende week komt Dr. Van der Sluis naar mij toe om alle jonge duiven, ook die van Marco, te vaccineren tegen paramixo. Een maand voor dat het jonge duiven seizoen begint (half juni) laat ik de mest onderzoeken zodat ik kan ingrijpen als ze iets mochten mankeren. Vroeger was ik helemaal in paniek als er enkele jonge duiven naar het dak van de buren vlogen. Ik was in staat om het dak op te gaan zo bang was ik dat ik ze kwijt zou raken. In de loop der jaren ben ik daar veel gemakkelijker in geworden. Ik woon nu ook vrij, weinig huizen in de directe omtrek, dus er kan weinig gebeuren. Enkele jaren terug had ik last van de roofvogels die menig jong duifje hebben opgepeuzeld. Gelukkig is dat alweer enkele jaren geleden. Ik zie ze niet meer en zo goed als zeker komt dat door de vele eksters en kauwtjes die in mijn directe omgeving nestelen. Over mijn jonge duiven ben ik ontzettend tevreden, ze zitten prachtig strak en produceren mooie droge mest. Vandaag 3 april ga ik beginnen met verduisteren want ik vond vanmorgen twee pennetjes en dat is niet de bedoeling, ik wil mijn jongen zo lang mogelijk goed in de veren houden. Althans de kleine veertjes mogen ze nu gaan ruien maar de slagpennen moeten ze vast houden. Verduisteren doe ik van ’s avonds kwart voor acht tot de volgende morgen kwart voor negen. Dertien uur schemerig/ donker en dat houd ik vol tot einde juni. Over een week is het voor ze gedaan, dan mogen ze niet meer de hele dag buiten. Ik schakel dan over tot twee keer per dag een uurtje trainen en enkele weken later gaat de vlag er op en moeten ze elke dag verplicht twee keer een uur volop trainen. Weer enkele weken later is de vlag niet meer nodig, ze weten dan precies wat er van hen verwacht wordt. ’s-Morgens van 9-10 uur en ‘s middag van 6-7 uur gaan ze er uit, dan na de training eten en drie kwartier later gaan de gordijnen dicht.

ZATERDAG 6 APRIL
Dan is de start van het Nederlandse seizoen. Het is nog wel een trainingsvlucht, de klokken worden getest en er zijn enkele leuke prijsjes in de club te winnen. Zo eerste klok vluchtje is wel heel belangrijk. Dan wordt namelijk gelijk getest of alle ingekorfde duiven wel op de vaccinatie lijst staan en of de duiven op naam van de deelnemer staan. Mocht dat niet het geval zijn dan komen die duiven niet in de mand en zeker niet in de uitslag. Veiligheid staat dus heel hoog in het vaandel. Voorheen was het zo dat er zogenaamde “invliegduiven” mee mochten. Die werden dan zo maar in de mand gedaan. Daar heeft de NPO zeer terecht een stokje voor gestoken. Het is nu niet meer mogelijk om duiven die niet op naam staan in te zetten en ook weet de organisatie nu dat alle ingezette duiven de verplichte enting tegen paramixo hebben gehad. Invliegduiven worden in aparte manden gedaan, gaan wel via de antenne de mand in zodat ook die duiven gecontroleerd worden.

PECH
Vaak moeten wij Hollanders wel eens gokken om bij bepaalde weersomstandigheden toch de duiven zelf weg te brengen. Sommige liefhebbers durven wel hele grote risico’s te nemen met alle gevolgen van dien. Zo heb ik al enkele liefhebbers gesproken die al enkele verliezen hebben geleden. Oorzaak toch duiven weggebracht terwijl het zicht niet goed was. Anderen loste tussen de buien door en dan vraag je om problemen. Ik sprak er zelfs een die er 7 op een dag kwijt was, zijn andere duiven kwamen verspreid over de hele dag thuis. Zelf had ik op de laatste trainingsvlucht van 20 km twee laatkomers waar mijn beste jonge duivin van vorig jaar bij zat. Zij is deze winter ergens tegenaan gevlogen waardoor haar borstbeen is gebroken. Ik heb haar steeds apart losgelaten zodat ze in alle rust kon rondvliegen ook al was het maar een paar minuten. Ze is al enkele maanden genezen maar je voelt heel duidelijk dat haar borstbeen stuk is geweest. Het is een prachtige duivin die twee maal een eerste prijs won, Ik heb haar gepaard met een jonge doffer die in 2018 ook twee keer een eerste prijs gewonnen heeft. Uiteraard heb ik er twee jongen van. De vraag is nu, zal ik haar wel of niet spelen. Als zij het niet aan kan is het best mogelijk dat ik haar zaterdag al kwijt ben. Ik geef haar zeker mee, dat risico neem ik. Mocht ze weer te laat thuis zijn dan weet ik nog niet wat ik met haar doe. Ik heb namelijk een hekel aan duiven waaraan iets mankeert. Voor invaliden is eigenlijk geen plaats bij mij, ook niet in het kweekhok.

GOEDE TRAINING ZORGT VOOR VLIEG RITME
In mijn jonge jaren toen ik nog actief was in de wielersport spraken we af om vanaf 1 januari zoveel mogelijk kilometers te maken. Dat als voorbereiding op het seizoen dat in die tijd pas eind maart begon. Mijn club was de organisator van de oudste wielerklassieker “De ronde van Noord-Holland” over 225 km en om die eendaagse klassieker goed te kunnen rijden wilde ik tussen de twee tot drieduizend kilometers in de benen hebben. Die voorbereiding is niet te vergelijken met de huidige manier van verzorgen, eten, trainen, rusten enzovoort. We deden ons uiterste best maar eigenlijk leek het nergens op, we rommelden maar wat aan. Toch kwam ook door onze manier van trainen de conditie en kende Nederland vele goede renners. Met de duivensport is het eveneens zo gegaan. Alles wordt meer en meer wetenschappelijk onderbouwd en ook voor duiven geldt als eerste vereiste; kilometers maken. Ik houd er van om ook in de wintermaanden de duiven op onregelmatige tijden een uurtje buiten te laten. Nu we aan de vooravond van het nieuwe seizoen staan wordt de regelmaat gehanteerd, alles in en om het hok gebeurt op vaste tijden. Inmiddels ben ik begonnen de duiven tot maximaal 40 km weg te brengen. De komende periode ziet de weersverwachting er goed uit zodat de duiven meerdere keren weggebracht kunnen worden waardoor ze steeds beter in hun vliegritme komen. Op zaterdag 6 april is de eerste en tevens laatste trainingsvlucht waaraan alle leden van de club meedoen. De klokken worden dan getest en er zijn een aantal leuke prijsjes te winnen. De week daarna is de officiŽle start waar vooral de snelheidsspelers naar toe leven, om gelijk op de eerste de beste vlucht toe te slaan.

WEDUWSCHAP MET DOFFERS EN DUIVINNEN
Omdat ik dit jaar later ben begonnen met de kweek ziet de start van het nieuwe seizoen er iets anders uit. Voorheen koppelde ik mijn duiven voor een tweede keer. Ik kiende het zo uit dat ik op de laatste trainingsvlucht ongeveer 6 dagen eieren had. Als de duiven die zaterdag thuis kwamen waren de nesten leeg zodat de duiven wisten dat het gedaan was met broeden. De volgende morgen bracht ik de duivinnen naar hun hok. Ze waren dan minder nerveus omdat ze wisten dat hun eieren weg waren. Doe je dat niet dan hangen ze de eerste twee dagen aan de deur omdat ze naar hun broedhok terug willen waar de eitjes in het nest liggen. Nu zitten ze ruim een week gescheiden en komen niet meer opnieuw bij elkaar. Vanaf de eerste vlucht gaan ze dus mee op weduwschap. Door de trainingen met eigen auto zijn ze verschillende keren getoond zodat ze weten hoe het weduwschap spel werkt. Wat mij wel is opgevallen is dat de duiven dagelijks in een keer op de spoetnik van het hok voor oude duiven landen.
Als ze thuis komen van een trainingsvlucht dan landen ze op de spoetnik van het jonge duivenhok. Het is wel enigszins te verklaren omdat het bijna allemaal jaarlingen zijn en dus vorig jaar als jonge duif van alle vluchten het hok vaar de jonge duiven in moesten, dat zijn ze niet zomaar vergeten. We kennen allemaal wel de situatie van een duif die soms wel meer twee jaar ergens anders heeft gezeten, dan in zijn oude hok geplaatst wordt en zonder problemen weer zijn oude broedhok in vliegt. In ieder geval laat ik de eerste vluchten ook de spoetnik van het jonge duivenhok open zodat ze naar binnen kunnen waar ze willen. Bij mij moeten ze namelijk eerst naar binnen voordat ze geregistreerd worden. Bij de meeste liefhebbers ligt de antenne onder de klep zodat ze zodra ze geland zijn direct geregistreerd worden. Die van mij hebben dus enigszins een handicap. Ik zeg vaak tegen mijn vrienden; dan moeten ze maar wat harder vliegen om de concurrentie voor te blijven.

VOER: HOOFD- OF BIJZAAK
Of is het juist een kwestie van de juiste hoeveelheid. Er wordt nogal eens geheimzinnig over voer en voeren gedaan. Het zijn beide in ieder geval onderdelen van de duivensport die wel degelijk meetellen. Het lijkt me logisch dat elke liefhebber weet dat een duif die veel kilometers per wedstrijd maakt ook meer en zwaarder voer nodig heeft. Op die vluchten zijn vooral vetten belangrijk. Op de snelheidsvluchten van hooguit drie uur vliegen worden geen reserves aangesproken waardoor die duiven aan een minder vetrijk voer genoeg hebben. De kunst van het voeren ligt bij de liefhebber zelf. Ooit gaf ik mijn duiven voer van 10 gulden (4,5 euro) per zak van 25 kilo. Het was beslist geen mooi voer. Tot verbazing van menigeen vlogen mijn duiven wekelijks aan de kop. Ik hield ze tot woensdagmorgen vrij krap, ‘s avonds deed ik er flink wat snoepzaad bij aangevuld met hennepzaad. De volgende morgen kregen ze een dubbel portie voer. De zelfde avond kregen ze volle bak en mochten ze een half uur lang eten wat ze wilde. Vrijdagmorgen een half rantsoen en in de namiddag nog een paar handjes snoepzaad op de vloer. Ze voelde aan als kogels en kwamen zaterdags als raketten. Ik speelde toen alleen met doffers op weduwschap en had zelfs een jaar waarin ik zes weken achtereen 100% prijs speelde. Nu geef ik het duurste voer dat er is. Desondanks maak ik niet zulke uitslagen als toen en dat terwijl er nu ook nog veel minder liefhebbers zijn en dus ook minder duiven in de race. Zo snel kan alles veranderen, of zou het komen doordat de baas verandert? Ik mag echt niet klagen en ben zeker tevreden met de resultaten zoals het de laatste jaren gaat. Mijn duiven zien er perfect uit en als ik zo af en toe de stamkaarten weer eens lees dan moet het dit jaar een goed jaar worden. Kan niet anders met zulke duiven die diverse eerste prijswinnaars in hun pedigree hebben! Zo zullen er echter wel meer zijn die er zo over denken. Het aller belangrijkste is nog steeds goede duiven en een goede coach. Al het nadere is bijzaak.

VEILIGHEID BOVENAL
Bij de KBDB (BelgiŽ) zijn dit jaar al 22.000 mutaties verwerkt. Waarom? Het vernieuwde sportreglement geeft namelijk aan dat er alleen met duiven aan wedstrijden mag worden deelgenomen die ingeschreven staan op naam van de deelnemer. In Nederland heeft de NPO eveneens het zelfde beslist. Alle duiven die de mand in gaan moeten over de inkorfantenne. In de klok zijn alle duiven ingevoerd vanaf de ent lijst. Tevens zijn de eigendomsbewijzen gecontroleerd zodat de organisatie weet dat alle deelnemende duiven de verplichte vaccinatie tegen paramixo hebben gekregen. De laatste drie jaar hebben mijn zoon en ik e een serie ringen voor ons beiden besteld. Hierdoor ben ik nu verplicht mijn duiven die op naam van Marco staan op mijn naam te zetten, hetgeen inmiddels is gebeurd. Volgens de vernieuwde methode is het nu uitgesloten dat een liefhebber met andermans duiven kan spelen.



COMPLETE GEKTE LOSGEBARSTEN
Chaos in duivenland, zeker als het om commercie gaat. Bijna nooit staat er iets over postduiven in de Nederlandse dagbladen geschreven, dit keer wel. En waarom? Nee, er werd jammer genoeg niets geschreven over de hobby op zich. Wat zou het toch mooi zijn als er weer eens geschreven zou worden dat de postduiven een prachtige hobby is bij huis voor het hele gezin. Een hobby met een spannend wedstrijdelement. Dit soort publiciteit kunnen we heel goed gebruiken. Voor de krantenmagnaten is dat geen nieuws waarnaar ze op zoek zijn. Nieuws is doping, fraude en idioot hoge prijzen die tegenwoordig voor duiven geboden en betaald worden. Deze week kwam “Armando” in het nieuws. Een Belgische duif die voor 1,2 miljoen is verkocht. Het zou volgens de diverse dagbladen zelfs de beste van de hele wereld zijn. Aan de hand van het bedrag dat er voor is neergeteld zou je denken dat het nog waar is ook. Het is zeker waar dat het hier om een excellente duif gaat. Wij duivenmelkers weten maar al te goed dat er veel absolute topduiven bestaan. Kijk maar eens waar men aan moet voldoen om een duif naar de Olympiade te kunnen afvaardigen. Dus laten we alstublieft een beetje normaal blijven doen. Fijn dat de duivensport weer eens in het nieuws is gekomen. Ik heb dat zelf kunnen merken aan de hand van de diverse e-mails die ik binnen heb gekregen. Felicitaties kwamen binnen alsof het mijn duif was die verkocht is. Vragen als; zijn jouw duiven ook zoveel waard en hoeveel duiven heb jij? werden regelmatig gesteld? Al mijn vrienden, familieleden en bekenden zijn direct aan het rekenen gegaan en kwamen tot astronomische bedragen. Reactie; zo, dat ziet er goed uit voor jou. Ooit stond er eens een bericht in de krant dat er een duif voor 350.000 euro was verkocht. De dagen er na kreeg ik diverse telefoontjes dat er een duif ergens in de tuin zat. Direct werd aan mij gevraagd of die ook zoveel waard was. Toen ik zei; de waarde van een duif is maar net wat een gek er voor geeft, de echte waarde is 50 eurocent, dat geeft de poelier in Nederland er namelijk voor en toen was het gesprek gauw klaar. De leek snapt er jammer genoeg helemaal niets van, trouwens wij duivenmelkers raken zo langzamerhand ook het spoor bijster. China en nog meer landen in het verre oosten snappen het waarschijnlijk wel want vooral in het land van de rijzende zon worden gigantische bedragen geboden voor met name de Belgische en Nederlandse duiven. Dat gebeurt al jaren. Je zou met je nuchtere verstand zo kunnen redeneren; raken de hokken van die lui nooit eens vol. Schijnbaar niet want de bedragen worden steeds maar hoger. Menig duivenliefhebber zou de zenuwen krijgen als hij een duif van die waarde op zijn hok heeft. Stel dat de duif ziek wordt of hij wordt gepakt door een roofvogel, of….vul maar in, er zijn nog wel meer van dat soort zaken te bedenken. Voor 98% van de duivenliefhebbers die er op de wereld zijn is het risico dat er iets met zo een dure duif gebeurt veel te groot. Mijn helaas overleden duivenvriend Bertie Camphuis zei menigmaal tegen mij: “Gauw weg doen zo een duif Bert, het is maar een eitje geweest”. Wat de beweegredenen van die hele rijke Aziaten moeten zijn om een dergelijke peperdure duif aan te schaffen? Voor menigeen is het een zeer onverantwoorde of zelfs onmogelijke investering. Voor onze goed gevulde Chinese vrienden is het volgens mij alleen maar een “hebbedingetje”.

VANDAAG START DE ASTRONOMISCHE LENTE
Het is 20 maart en volgens mijn planning zou ik vandaag voor de eerste keer de oude duiven een eindje wegbrengen. Ik heb zo mijn vaste lossingplaatsen. De eerste keer ga ik altijd naar het meest zuidelijke puntje van Zaandam. Precies op de scheiding van het Noordzeekanaal en de Zaan laat ik de duiven allemaal tegelijk los. Het is een afstandje van 5 km. De dag is nog lang maar ik denk niet dat er iets van terecht komt. Zwaar bewolkt en heiig, dat is zeker geen ideale situatie. Dus wachten, er zit niets anders op. Ik heb nog ruim twee weken om met de duiven op stap te gaan en als het moet zelfs enkele dagen achter elkaar. Verder dan 35 km ga ik nooit maar wil wel voor de eerste officiŽle vlucht een keer of acht zijn weggeweest. Ik ben een liefhebber van de snelheidsvluchten en daardoor wil ik mijn duiven op die eerste vluchten goed voorbereid aan de start brengen. Gelijk toeslaan daar houd ik van, ik heb liever dat de concurrentie achter mij aan moet dan andersom. De eerste vlucht op je naam schrijven of een goede uitslag maken is ontzettend motiverend voor de eerste helft van het seizoen. We hebben totaal 33 vluchten te gaan, heerlijk dat het weer gaat beginnen. Zo dachten mijn Belgische sportvrienden er ook over, daar beginnen ze eerder dan wij. In Nederland vinden ze dat te vroeg, het zou te koud zijn. Enkele weken geleden hadden we hier zelfs hoge lente temperaturen en nu is het 3 graden. In de loop van de week wordt het aanzienlijk beter, althans zo luiden de voorspellingen. In BelgiŽ hebben ze de eerste twee races moeten annuleren vanwege regen en harde wind. Het Hollandse weer laat zich niet regelen, gelukkig maar want de een wil kopwind, de ander wil de wind op de staart, weer anderen willen tropische temperaturen en weer anderen zijn tevreden met 13 graden. Belangrijk is het voor de liefhebbers dat ze heerlijk achterover in een luie stoel in de tuin kunnen wachten op de aankomsten van hun gevleugelde vrienden. Nog even en het is zo ver.

REGELMAAT
Het is nog geen zomertijd, wel voor mijn duiven. Alles wordt verzorgd op vaste tijden en bij mij op het hok wordt de zomertijd al gehanteerd. Er is echter een uitzondering. Zowel de oude doffers als de duivinnen komen ’s morgens nog niet buiten, die wachten nog even tot de temperatuur wat behaaglijker wordt. Ik denk dat hele lage temperaturen niet bevorderlijk zijn voor een goede conditie. Ik heb het al diverse keren meegemaakt dat op de eerste vluchten de duiven vrij vroeg gelost werden terwijl het nog te koud was. Zelfs een enkele sneeuwbui onderweg weerhield de duiven er niet van om toch vlot naar huis te komen. Dat ze daar toch enigszins van te lijden hebben kun je een uur nadat ze zijn thuisgekomen zien. Ze zitten “dik”. Sommige zelfs met opgezette neusveertjes en dat is een teken dat de koude hen zeker geen goed heeft gedaan. We kunnen als liefhebbers in de eerste weken niet voorzichtig genoeg zijn en dat verwachten we natuurlijk ook van onze lossing functionarissen. Het zou jammer zijn als onze duiven na de eerste vluchten al een flinke dip moeten verwerken.

IN HET TWEEDE WEEKEND VAN APRIL GAAN WE STARTEN.
Wat dat betreft is er nog niet veel veranderd in de duivensport. Op het allerlaatste moment moet er nog van alles geregeld worden. Zo was er vorige week onze ledenvergadering van mijn club. De dag er na vergaderde de afdeling Noord-Holland en weer een dag later was de ledenraad aan de beurt met het voltallige NPO bestuur. Als u het mij vraagt iets te veel van het goede vooral voor bestuurders en afgevaardigden. In mijn club is nu nog niets geregeld voor het nieuwe seizoen, onbegrijpelijk maar waar. Toch ben ik er van overtuigd dat we misschien met enige improvisatie op 13 april gewoon gaan beginnen. Op onze afdelingsvergadering werd het eerste uur alleen gedebatteerd over de sterk verhoogde vrachtprijzen. Van een prijsverhoging van 30% wordt niemand echt blij vooral de ouderen onder ons niet en daarvan zijn de meesten. Op de landelijke vergadering ging het hoofdzakelijk over de fond en marathon vluchten, elk jaar opnieuw moeten daar allerlei veranderingen plaats vinden. Ik kan dat enigszins begrijpen, het vervelende is wel dat aan al die verre vluchten slechts 15% van de Nederlandse liefhebbers meedoen. Ik hoorde zelfs dat de provincie Limburg aan enkele vluchten niet meedoen omdat ze hun zin niet krijgen. Het is toch zo dat de meeste stemmen gelden en dan is het toch normaal dat men zich daarbij neerlegt. In het winterseizoen zijn er organisatorische problemen ontstaan tussen afdeling Zuid en Noord-Holland, van een samenwerking zou geen sprake meer zijn. Noord-Holland wil nu enkele vluchten samen met Midden-Nederland doen maar daarover staan de Noord-Hollandse liefhebbers niet te juichen. Midden-Nederland ligt te oostelijk en dat zou voor de liefhebbers daar te veel voordeel geven omdat in Nederland de wind overwegend uit een zuid tot noordwestelijke wind waait. Ook hier gaat het wederom over eendaagse fond vluchten. Een ander belangrijk punt was het debat over het minimale aantal leden waaruit een vereniging moet bestaan. Ruim 25 jaar geleden was er bij onze vereniging met 40 leden zelfs een ledenstop omdat ons lokaal niet groot genoeg was. Nu moeten clubs op hun knieŽn liggen en bidden en smeken om er nieuwe leden bij te krijgen. Er zijn momenteel clubs die nog maar uit een stuk of 6 leden bestaan en dat is voor de veiligheid van een concours te weinig. Clubs worden dus min of meer gedwongen samen te gaan werken of zelfs te fuseren, op zich geen slechte zaak die uiterlijk in 2021 gerealiseerd moet zijn. In ieder geval zijn er met het nieuwe nationale vliegprogramma voor alle leden mogelijkheden genoeg om in een periode van een half jaar aan allerlei vluchten deel te nemen. Aan het einde van het seizoen kan dan alles geŽvalueerd worden zodat wijzigingen van oktober tot en met februari ingevoerd kunnen worden en niet zoals het nu voor een groot deel is gegaan alles op het laatste moment. Alleen aan praten hebben we niet genoeg er moeten ook beslissingen genomen worden.

DE WEDUWNAARS HEBBEN NU ALLEMAAL EEN JONG
Na enkele tegenslagen moet ik zeggen dat we uitermate tevreden zijn over onze kweekresultaten. De jongen van de eerste en tweede ronde zijn mooi opgekomen. Vooral op de leeftijd van ruim drie weken zagen ze er prachtig uit. Twee jongen in het nest met goed gevulde kroppen en mooie droge mest naast de schotel. Drie keer per dag werden ze gevoerd zodat ze de gehele dag en nacht geen gebrek aan eten hadden. Mijn vliegduivinnen zijn met een van hun jongen overgeplaatst naar het jonge duivenhok en eind volgende week gaan de duivinnen er af en worden niet meer voor een tweede keer gekoppeld. Vanaf 22 maart zitten de vliegduiven dus op weduwschap en als het weer het toelaat gaan de doffers twee keer per dag los en de duivinnen een keer. Vanaf mei gaan alle duiven twee keer per dag los. De duivinnen om 7 uur, de weduwnaars om 8 uur en de jonge duiven om 9 uur, ’s middags begint het ritueel van voren af aan, om 4 uur de duivinnen, om 5 uur de doffers en om 6 uur de jonge duiven die vanaf half april 13 uur per dag verduistert worden. De gordijnen blijven vanaf de langste dag 24 uur per dag open. Elke woensdag mogen alle duiven in bad. Elke dag worden de duiven na het trainen gevoerd en twee keer per dag vers water. Daar zit vanaf maandag tot en met donderdag altijd wel wat extra’s in. Stel u daar niet te veel van voor, we doen dat omdat we het al jaren doen en er een goed gevoel bij hebben. Vooral als de duiven tot tevredenheid presteren wordt er niets maar dan ook niets verandert.

EXTRA AANDACHT VOOR DE PAS GESPEENDE JONGEN
Momenteel zitten de jonge duiven samen met hun moeders in het jonge duivenhok. Het is ongelooflijk hoeveel keer sommige duivinnen de jongen voeren en toch zijn er altijd een paar duivinnen die niet meer naar hun of de andere jongen omkijken. Alle jongen liggen dicht tegen elkaar in het stro in een hoekje. Tegen de laag stro staat de voer en drinkbak zodat de jongen snel doorhebben waar ze water en voer kunnen pakken. De eerste dagen houd ik wel in de gaten ze allemaal drinken. Degene die dat niet doen zijn al snel te herkennen aan knipperende oogjes, daar geven ze mee aan dat ze dorst hebben. Jongen die niet of onvoldoende eten hebben pech want helpen doe ik ze niet. Mijn ervaring is dat jonge duiven veel eerder zelfstandig eten dan we denken, ze gaan echt niet zo snel dood. Als de anderen wel goed eten dan zullen degene die niet eten ook niet zo slim zijn en aan zulke duiven hebben we geen behoefte. Alles moet kloppen en momenteel is dat gelukkig het geval. Binnenkort worden ze geŽnt tegen paramixo wat je het beste op de leeftijd van vier tot zes weken kan laten doen dan hebben ze er het minste last van. Over niet al te lange tijd gaan ze de vleugels intensiever gebruiken want duiven hebben in principe een hekel aan op de grond zitten. Ik houd goed in de gaten welke duiven het eerst helemaal boven in de zitvakken zitten. Ze zijn allemaal van gelijke leeftijd, er zit hooguit drie dagen verschil in. Ik noteer zelfs de ringnummers van de duiven die het eerst bovenin zitten en mijn ervaring is dat het veelal de betere zijn. Dus niet denken dat onthoud ik wel, alles noteren waarvan je denkt dat het wel eens belangrijk kan zijn. We vergeten namelijk meer dan dat we onthouden.

LAATSTE NIEUWS
Het bestuur van de Belgische duivensport de KBDB is net een duivenhok, ze vliegen er in en er uit. Nog geen jaar heeft het toen gekozen nationale bestuur stand gehouden. Enkele dagen geleden op de nationale bijenkomst vlogen er weer twee belangrijke bestuurders uit het KBDB hok. Nieuwe bestuurders stonden al klaar waardoor er opzet in het spel lijkt te zijn. In ieder geval geen goede zaak zo in het begin van Belgische sportseizoen. Ja, u leest het goed in BelgiŽ is het seizoen van start gegaan. Althans op papier, in het weekend van 10 maart zouden de eerste snelheidsvluchten gehouden worden . Het weer werkte helaas niet mee. Regen en harde wind met zelfs windstoten van meer dan 100 km per uur zorgden er voor dat de Belgische duiven nog een weekje rust kregen. Bestuurlijk is het net zo slecht gesteld als met de weersomstandigheden. De internationaal bekende Nederlandse liefhebber Jan Hooymans (bekend van zijn helaas overleden top duif “Harry”) gaat Europees zijn krachten meten op diverse een hok vluchten. Verder probeert hij Nederland te veroveren door er een extra hok onder de naam “Team Hooymans NL” te plaatsen bij Christian van de Wetering in Wijk en Aalburg, die al menig jaar furore maakt met duiven van zijn baas Jan Hooymans


WAT ONS MAG HET BEGINNEN
Vorige week heb ik beschreven op wat voor manier diverse liefhebbers in de duivensport terecht zijn gekomen. Jarenlang was het een soort dorpsvermaak. Elk dorp had zijn eigen duivenclub en elke liefhebber had zijn eigen supporters. Het was een afsluiting van een hele week hard werken en op zondagochtend leefde bijna het hele dorp mee met de aankomst van de duiven. Zelfs de aanvangstijd van de kerkdienst werd er soms voor aangepast. De duivensport was kleinschalig en juist daarom zo gezellig. Een overwinning in de club was als een etappe overwinning in de Tour de France. Nu wordt er alleen maar gesproken over nationale zeges. Vooral in BelgiŽ zijn ze daar erg mee bezig en dat terwijl de meeste nationale vluchten weinig voorstellen wat betreft het aantal duiven in concours. Zelfs het NPO bestuur begaat de fout om alles veel te groot te zien. Houdt het eenvoudig en stop met Olympiades, nationale kampioenschappen en allerlei zogenaamde nationale competities. Bijna niemand heeft daar belang bij omdat zulke competities slechts voor een handje vol super commerciŽle liefhebbers interessant is. De meeste liefhebbers weten niet eens hoe het werkt. Ze hebben geen interesse en de meesten hebben er geen duiven voor. Stop er dus mee, het voegt helemaal niets toe. Dat geld ook voor de vrouwen competitie, leuk maar wat moeten we er mee. Ik stop met het toelichten van hoe het ging en hoe het gaat.

DUIVENSPORT IS NIET MEER VOOR 1 PERSOON TE BEHAPPEN
Vandaar dat er met name de afgelopen jaren steeds meer liefhebbers in combinatie zijn gaan spelen. Goed voor de werkverdeling, gedeelde kosten en er kan met vakantie gegaan worden wat de nodige problemen binnen het gezin verminderd. Hoe ik er toe gekomen ben samen met mijn zoon te gaan spelen is vrij eenvoudig uit te leggen. Ik ben begonnen met hem een paar duifjes te geven voor zijn oudste zoon. Marco had totaal geen interesse in pa zijn hobby, hij was meer geÔnteresseerd in de wielersport. Zijn interesse kwam doordat zijn zoontje er geen plezier meer in had. De beestjes moesten verzorgd worden en daardoor kwam de interesse bij Marco. Hij belde op een gegeven moment om mij te vertellen dat hij de duiven hartstikke leuk vond en dat hij zelfs van plan was een groter hok te gaan bouwen. Zo gezegd zo gedaan. Pa mocht wat extra duiven leveren en de nodige jonge duiven kweken. Pa deed de selectie en probeerde zoonlief zo snel mogelijk wegwijs te maken binnen de duivensport. Hij woonde toen nog in de kop van Noord-Holland en dat was volgens velen een gebied waar je absoluut geen prijs kon winnen. Dat gaan we meemaken zei ik tegen iedereen die het horen wilde, en ja hoor binnen vijf jaar speelde Marco met de allerbeste mee en werd zelfs 5e nationaal kampioen vitesse. Inmiddels is hij terug verhuisd naar zijn geboortegrond en woont hemelsbreed nog geen kilometer bij mij vandaan. Ook op zijn nieuwe adres gaf hij direct zijn visitekaartje af. Vorig jaar waren de prestaties iets minder vanwege drukke werkzaamheden. Samen met zijn broer hebben ze een florerende meubelzaak met grote tapijtprojecten voor de vele hotels die Amsterdam rijk is. Daarbij kwam nog een verbouwing van zijn woning. Hij kocht namelijk ook het huis van de buren en maakte van twee woningen een grote woning waardoor hij nu een dubbele tuin heeft. Zijn hok uit Wieringerwerf ging mee en de kweekduiven zitten bij pa. Marco gaat op zijn adres met 18 koppels vliegduiven spelen met daarbij een 50 tal jonge duiven. Pa doet het zelfde maar dan met 12 koppels oude duiven en een dertigtal jonge duiven. Ons gezamenlijke kweekhok bestaat uit 30 koppels waarbij diverse eerste prijswinnaars en kampioensduiven met daarbij een aantal duiven van het Heremans soort die aangeschaft zijn bij de gekende Nederlandse kampioen Willem de Bruijn. Alles doen we in gezamenlijk overleg maar er kan tenslotte maar een kapitein op een schip zijn. Op deze manier hebben wij beide erg veel plezier in onze duiven. Marco wil ook op de eendaagse fond mee gaan doen vandaar dat we wat andere duiven hebben aangeschaft. Ikzelf houdt het op de wedstrijden tot 500 km, ik wil niet te lang wachten op duiven. Ik moet het een beetje kunnen berekenen hoe laat ze komen zodat ik maximaal een uurtje zit te wachten. Meestal zijn er wel enkele supporters zodat er heerlijk over duiven kan worden gepraat onder het genot van een kop koffie met wat lekkers er bij en als het wat langer duurt dan nemen we er een lekker drankje bij. Op die manier kan de duivensport heel gezellig, mooi en spannend zijn. De verzorging is bij beiden gelijk, we geven een soort voer en dat het hele jaar door. Met dat voer ruien ze goed, kweken prima en presteren tot volle tevredenheid. Namen geven aan de duiven doen we ook, ieder bepaalt voor zijn eigen duiven een flitsende naam. De medische zorg ligt in handen van dokter van der Sluijs. In het kweekseizoen krijgen de duiven alles wat ze nodig hebben, vers grit, mineralen, P40, tovo, verse groenten, knoflook in het water en woensdag conditiemix van dr. van der Sluijs in het water. Ook krijgen de duiven twee maal in de week oxygen van Herbots, verder snoepzaad aangevuld met lijn- en hennepzaad. Mijn duiven trainen twee maal per dag omdat ik tijd genoeg heb. Bij Marco gebeurt dat slechts een keer per dag en we zien geen grote verschillen in de prestaties. De werkende liefhebbers hoeven zich dus niet achter gesteld te voelen omdat zij hun duiven maar een keer per dag kunnen laten trainen. Heel belangrijk vinden wij een regelmatige verzorging. Op die manier komt elke atleet en ook elke postduif in een goede conditie. Het hangt verder van de kwaliteit af of de duiven regelmatig vroeg thuis komen. Helaas heb ik geen kleinkinderen die zich aangetrokken voelen tot de duivensport. Ze weten wel dat opa duiven heeft en dat hij het daar altijd druk mee is wat ze misschien tegenhoud om ook met duiven te beginnen. Samen met Marco kijken wij uit naar de start van het seizoen, beiden zijn we van plan de eerste vlucht op onze naam te schrijven, dus dat kan wat worden.

WETENSWAARDIGHEDEN
De officiŽle start van het Nederlandse duivenseizoen is op zaterdag 13 april. Dan wordt gestart met een eerste serie van 4 vitesse vluchten gevolgd door 2 midfond vluchten en dan elke week om en om vitesse en midfond. Het NPO bestuur is met een nationaal vliegprogramma gekomen, heel Nederland het zelfde aantal vluchten. Het vervelende is dat mijn afdeling nog steeds niet heeft vergaderd. Dat gebeurt de 8ste maart en een dag later is de landelijke vergadering van de NPO. Echt schandalig dat alles pas een half uur voor de wedstrijd geregeld moet worden. Er wordt landelijk en ook regionaal te veel gepraat en te weinig gedaan. Mijn vereniging heeft na de laatste vlucht in september slechts een keer vergadert. Wij hebben helaas een bestuur dat helemaal niets doet en onvoldoende kennis van zaken heeft. Ik zou ze graag inclusief het afdelingsbestuur een “certificaat van onkunde” willen overhandigen, ja dat meen ik. Voor ons en de hele familie is de duivensport bij huis werkelijk fantastisch, alleen alles er omheen wordt elk jaar minder. Wat onze bestuurders ook allemaal uit mogen denken….de duivensport in Nederland heeft bijna haar dieptepunt bereikt. Vanuit BelgiŽ kreeg ik het bericht dat Gust Christiaans op 93 jarige leeftijd is overleden, hij werd ooit de “tovenaar van Humbeek” genoemd. Als fervent liefhebber van de Gebr. Janssen duiven vroeg ik hem eens tijdens een interview wat hij vond van die duiven. Toen sprak hij voor mij de legendarische woorden: “die zijn nog te slecht om op te eten”. Ik zal Gust en zijn mooie uitspraken niet gauw vergeten. Tijdens de feestelijke huldiging van de Gouden Duif winnaars was er dit jaar ook weer de traditionele verkoop van geschonken jonge duiven van bekende hokken doch zonder de garantie van enige kwaliteit. De hoogste biedingen waren voor een duif van Jan en Rik Hermans, organisatoren en eigenaars van het Belgische blad De Duif. Hun duifje ging voor 40.000 euro naar een andere eigenaar. Van Willem de Bruijn bracht 31.000 euro op en Gaston van de Wouwer (B) moest genoegen nemen met 20.000 euro. Waar moet dat heen met de eens zo simpele sport. De bekende Nederlandse voetbaltrainer Louis van Gaal zou zeggen: ”Ben ik nu zo slim of zijn jullie nu zo dom”.

DUIVENSPORT EEN GEZINSSPORT?
Alles is mogelijk, eenvoudig is het zeker niet. Het is maar net hoe je de duivensport wilt beleven. De start is meestal verkeerd maar wel ontroerend. Veel liefhebbers zijn immers begonnen met een verdwaalde duif. Leuk om zo een beestje te voeren waardoor ze steeds weer terugkomt. Het zou nog leuker zijn om zelf een paar jongen te kweken, dus voor de vreemdeling wordt een mannetje of een vrouwtje gezocht. Om een paar jongen te kweken is weinig kennis nodig, de duiven gaan hun eigen gang. Ze bouwen een nestje en na 17 dagen broeden komen de jongen uit hun ei. Na 4 weken zijn de duifjes volwassen en gaan de omgeving verkennen. Na enige tijd blijven ze wel een half uur rondom het hok vliegen. Dat is leuk en de hele familie leeft mee. Er is er meestal wel eentje in het gezin die zich dan een beetje in het postduiven gebeuren gaat verdiepen. De meeste gezinsleden hebben wel eens gehoord dat duiven van verre afstanden terug naar huis komen. Dat wordt natuurlijk uitgeprobeerd met de ouders en hun jongen. Een van de gezinsleden neemt dan zo af en toe de duiven mee naar school of naar het werk en als ze weer thuis komen zijn de duiven ook al lang thuis. Dat is leuk en de duiven worden steeds verder weggebracht en het hele gezin staat er versteld van dat de duiven steeds weer terug komen. Men vindt het geweldig dat de duiven steeds opnieuw de weg naar huis weten en er wordt over nagedacht met welke snelheid ze dan doen. Als er inmiddels zoveel interesse is wordt er in vele gevallen nagedacht om lid te worden van een duivenclub om mee te doen aan de wedstrijden en te zien of hun duiven net zo snel thuis komen als die van de andere leden. Vaak blijkt dat hun vreemdelingen legioen snelheid te kort komt. Als de ambitie blijft moet dat veranderen en er wordt uitgekeken naar andere snellere duiven en dat is dan het begin van een nieuwe gezinshobby. Het zou mooi zijn als het hele gezin geÔnteresseerd blijft. De praktijk is veelal anders want na verloop van tijd blijkt duivensport niet zo eenvoudig te zijn.

ANDERE DUIVEN EN EEN ANDER HOK
Van een pure hobby wordt het steeds meer een sport. Dan blijkt meestal dat het meedoen aan de wedstrijden het mooiste, het leukste en het spannendste is. De verzorging wordt intensiever waardoor niet alle gezinsleden even enthousiast blijven. De anderen gaan er meer over lezen, binnen het gezin wordt een gesprek over de duiven alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Vooral tegen het wedstrijdweekend gaat het over de kansberekeningen. Op de wedstrijddag staat de hele familie op de uitkijk en wachten gespannen op de aankomst van de eerste duiven. Omdat elk gezinslid het ringnummer van zijn of haar favoriete duif heeft opgegeven staan ze allemaal te wachten op hun winnende duif. Op die manier is er altijd al een wedstrijd binnen het gezin. De spanning is dan te snijden want het gaat er om wie zijn duif het eerst thuis is. Dan komt het moment dat er een duif als een komeet uit het luchtruim duikt. Iedereen houdt de adem in want nu moet ze nog naar binnen. Tegenwoordig klokt de duif zichzelf omdat de elektronica ook de duivensport is binnen gedrongen. Op het display van de klok kan dan het ringnummer van de duif afgelezen worden en op dat moment is bekend wie van het gezin die dag de winnaar is. Op deze manier zijn heel veel sportgenoten begonnen. Er zijn er die de duiven als hobby blijven zien, er zijn er ook die met alle geweld willen winnen, ze willen presteren gaan steeds beter huh best doen. Duivensport was in de zeventiger en tachtigerjaren in Nederland zelfs een algemene volkssport met wel meer dan 100.000 leden met allemaal hun eigen supporters. De eens zo populaire volkssport is nu veranderd in topklasse amateurs, specialisten en professionals. Er zijn momenteel wereldwijd professionele melkers die zich door hun duiven via internet te verkopen behoorlijk hebben verrijkt. Voor de leek niet te geloven, vooral omdat voor velen onze sport een onbekende sport is en dat hebben we aan ons zelf te danken. Duivensport is toch die oude man met een pet op, pantoffels aan en gehuld in een grijze stofjas. Het zijn toch alleen maar oude mannen die nog duiven houden. Helaas gaat het aardig die kant op en juist daarom zou het mooi zijn dat de “ouwe hap” hun kleinkinderen proberen te interesseren voor de duivensport. Helaas is de praktijk totaal anders. De jeugd heeft andere interesses, ze hebben veel meer mogelijkheden dan toen wij jong waren.

IS DUIVENSPORT NOG WEL INTERESSANT VOOR DE JEUGD?
Ik denk van wel en daar kunnen wij oudere liefhebbers veel aan doen. Toen ik zelf nog jong en erg gedreven was hield ik mijn kinderen bij mijn duiven vandaan. Veel tijd en aandacht ging naar de duiven en als andere kinderen met hun ouders op zaterdag of zondag naar het strand gingen bleven die van mij thuis want de duiven moesten komen. In hun ogen waren duiven beslist niet leuk. Ik heb ooit een boek ober de postduivensport in mijn regio geschreven en heb daarin veel namen genoemd van oude en overleden duivenhouders. Door de reclame die voor mijn boek werd gemaakt kwamen kinderen en kleinkinderen het boek kopen omdat hun vader, opa of oom er in voor kwamen. Als ik aan hen vroeg wat ze van de duivensport vonden kreeg ik geen positief antwoord. De meesten vonden de hobby van pa verschrikkelijk. Niet alleen ik, ook anderen hielden hun kinderen bij de duiven vandaan. Begrijpelijk dat er zo gereageerd werd. Het vreemde is dat mijn kleinkinderen wel in het duivenhok mochten komen en toen heb ik mij gerealiseerd dat wij fanatieke duivenmelkers het belang van onze hobby boven dat van het gezin hebben geplaatst en nu we daar achter gekomen zijn is het (bijna) te laat. Er is echter nog redding mogelijk.

DE COMPUTER MET AL ZIJN SPELMOGELIJKHEDEN
Voor de hedendaagse jeugd erg leuk maar in werkelijkheid is het een ramp. Wat er allemaal in het elektronische tijdperk gebeurt is voor vele ouderen bijna niet meer te volgen. De jeugd, ja zelfs de allerkleinste, hebben er geen moeite mee, wij ouderen zijn zelfs een beetje bang voor de computer. De jeugd beweegt niet meer of in ieder geval veel te weinig. Kennis over het houden en verzorgen van dieren hebben ze onvoldoende. Komt mede doordat bij en in veel woningen geen dieren meer gehouden mogen worden. In een volgend artikel wil ik graag beschrijven op welke manier mijn zoon Marco enthousiast is geworden voor de duivensport en hoe wij nu samen de duivensport beoefenen en hoe ik dat vroeger met mijn vader deed. Het is en blijft een mooie hobby bij huis, ook nu ik bijna 82 jaar ben heb ik er nog steeds erg veel plezier in. Helaas heb ik geen kleinkinderen die actief zijn binnen de duivensport. Er zijn er wel een paar die inmiddels op zichzelf wonen en dan is de tijd rijp om ze een paar duiven voor hun kinderen te geven. Wie weet gebeurd dan bij hen hetzelfde als waarmee ik deze column ben begonnen. WORDT VERVOLGD.

VOORJAARSBEUIRS
In het weekend van 2 en 3 maart wordt in Houten bij Utrecht de inmiddels traditionele voorjaarsbeurs gehouden. Daarmee wordt het officieuze startschot gelost voor het nieuwe door de NPO vastgestelde vliegprogramma waaraan in het eerste weekend van april wordt begonnen. Dit houdt in dat er in de maand maart nog een flink aantal plooien glad gestreken moeten worden. De beurs op zich trekt ieder jaar vele binnen- een buitenlandse bezoekers. Er kunnen de laatste inkopen worden gedaan om goed voorbereid aan de start te komen. Ook zullen er weer een groot aantal jonge duiven te koop worden aangeboden. De oplettende lezer heeft al menigmaal kunnen zien dat er ieder jaar weer de nodige successen worden behaald met een “Dutch pigeon from Houten” aangeschaft tegen absolute vrienden prijzen. Verder zijn uiteraard alle bekende leveranciers op het gebeid van de duivensport aanwezig. Een aanrader om deze beurs te bezoeken al zou het alleen maar zijn vanwege het reŁnie-achtige karakter. In BelgiŽ werd twee weken terug een soort gelijke beurs onder de naam Fugare gehouden en een week later was de huldiging van de “gouden duif competitie” georganiseerd door het bekende Belgische duivensportblad De Duif van Jan en Rik Hermans. Om daar een podiumplek te bemachtigen is beslist geen eenvoudige opgave. Om te scoren dienen de eerste drie getekenden maandelijks in het topje van de uitslag te finishen en dat is met name voor de mannen die grote aantallen duiven inzetten geen sinecure. Als gouden winnaars kwamen op het toneel; Sabrina Brugmans, Halen (B) met 7 vermeldingen; B. Martens & Zoon, Elsloo (N) 6 vermeldingen; Comb. Fuchs & Wolf, Hochheim (Dld) en John Crehan (UK)

SELECTIEF KWEKEN
Al een flink aantal jaren kampen Nederlandse en Belgische liefhebbers met grote verliezen tijdens de jonge duivenvluchten en al evenveel jaren wordt er geschreven over dit voor ons liefhebbers levensgrote probleem. Toch zijn er liefhebbers die de grote verliezen op hun hok terug weten te dringen. Verliezen zullen er altijd blijven, het hoort net als vallen tijdens een wielerkoers bij de sport maar we moeten het niet “normaal” gaan vinden. Mede door de grote verliezen zijn heel veel liefhebbers er toe overgegaan om uit alle duiven te kweken. Waarom niet? Ze zijn immers allemaal door de selectie gekomen, dus dan zijn ze het ook waard om er van te kweken. Het enige risico waarmee we dan te maken krijgen is het grote aantal jonge duiven die mogelijk in een te klein hok moeten worden ondergebracht. Er moet dus een goede ventilatie zijn, zeker geen tocht of vocht want dan komt er ongetwijfeld een ander probleem om de hoek kijken en dat is overbevolking. Voor jonge duiven is de gezondheid van het allergrootste belang, in dit geval belangrijker dan kwaliteit. Bij een strenge controle, een regelmatige verzorging en met een training op vaste tijden moet een oplettende liefhebber dagelijks kunnen zien dat het met de conditie wel of niet goed zit. Oppassen dat de zon niet te veel zuurstof uit het hok wegbrand waardoor de duiven minder graag trainen en er kans is op een ornithose uitbraak. Door de duiven dagelijks te observeren bereik je meer dan met stront krabben. Ik maak ieder jaar een selectie uit welke we gaan kweken want kweekkoppels die alleen maar goede geven zijn er niet zoveel van. De meeste kweekkoppels kunnen wel jongen voortbrengen maar het gaat er om dat we ieder jaar opnieuw voldoende bruikbare duiven overhouden. Vooral in het kweekhok wordt er nogal regelmatig gekweekt uit duiven die al twee jaar niets bijzonders hebben voortgebracht. Ik doe ze absoluut weg, het is alleen maar tijd en geldverspilling. Natuurlijk houd ik er van om uit enkele koppels jongen aan te houden omdat ik honderd procent vertrouwen heb in de ouders, ook al zijn ze nog jong of omdat ze een platte kop of een krom borstbeen hebben. We moeten altijd blijven proberen, je moet wel eens een gokje durven wagen. Belangrijk blijft het om te kweken uit duiven waarvan we heel veel weten. Vooral uit duiven van een familie die al meerdere generaties bruikbare duiven hebben gegeven. Ook belangrijk is het om het aantal jonge duiven aan te passen aan de hokcapaciteit en verder zullen we ermee moeten leren leven dat er tegenwoordig aanzienlijk meer duiven achter blijven dan oudere liefhebbers vroeger gewend waren en toen ook nog het voordeel hadden dat er ook nog geen grote populatie roofvogels bestond.

HET KWEEKHOK BRASPENNING
Daar verloopt de kweek zoals verwacht en natuurlijk waren daarbij ook een aantal tegenslagen ingecalculeerd. Deze week komen de eieren van de tweede ronde bijna allemaal uit. Ik zeg bijna omdat bij twee belangrijke vliegkoppels er helaas maar twee jongen zijn geboren. Een duivin had maar een ei gelegd en van het andere koppel was er een onbevrucht. Van een oud kweekkoppel al twee keer onbevruchte eieren, dus daarvan moeten we aannemen dat het over en uit is. Bij een ander koppel een ingedeukt ei en als de anderen uitkomen heb ik er al te veel naar mijn zin. Marco wil er wel wat meer hebben als zijn vader dus dat is geen probleem. Lang geleden wilde ik ook veel jonge duiven hebben. Ik had er de ruimte voor en vond het een pracht gezicht als er een groot koppel rondom mijn hok trainde. Ik had toen een vriend, die helaas vorig jaar is overleden, die er wel 300 had vliegen. Een prachtig gezicht doch dat was voor mij wel iets te veel. Nu heb ik er aan een stuk of 35 wel genoeg. Vorig jaar werd ik kampioen jonge duiven, Begon met 31 en geŽindigd met 28, een resultaat om trots op te zijn. Het vervelende is dat ik er toch een stel weg heb moeten doen. Dus wat is nu fijner, dat ze van de vlucht wegblijven of dat je er een stel weg moet doen die het eigenlijk wel waard zijn om te mogen blijven, het is altijd wat. Half volgende week kunnen mijn eerste jongen geringd worden zodat ze half maart bij de ouders vandaan kunnen. Volgens onze planning is dan alles precies op tijd klaar en kunnen we ons gaan richten op de eerste snelheidsvluchten waar ik een enorme liefhebber van ben.

HET HOK
De eerste week van maart is weer zo een deadline om de laatste puntjes op de i te zetten. Alle afdelingen in het hok zijn helemaal schoon en nog een keer met de brander behandeld. Mijn vlieghok bestaat uit zes verschillende afdelingen. Aan de zuidoost kant drie voor de duivinnen, doffers en jonge duiven. De andere drie afdelingen aan de noordwest kant zijn leeg en blijven leeg. Voorheen had ik daar de jonge duiven zitten. Ik kon drie rondes in aan apart hok afzetten en als ze allen goed rondvlogen deed ik de schuifdeuren open en liet ze meestal ook tijdens het vliegseizoen open. Nu ik minder duiven ben gaan houden heb ik dus drie lege hokken. Op de begane grond, onder het vlieghok zitten de kwekers in een hok ban 5 meter met daarin 24 broedhokken. De ramen staan meestal open zodat de duiven de gehele dag in de overdekte ren kunnen die zelfs nog 1,50 meter langer is dan het vlieghok. Ruimte genoeg dus en toch ga ik niet meer duiven houden dan ik nu heb. Bij Marco thuis zitten 18 vliegkoppels en een 50 tal jonge duiven. Bij mij 12 vliegkoppels een dertigtal jonge duiven en een prachtige collectie kweekduiven waarvan er heel veel afstammen van de beste Olympiade duiven uit Nederland en natuurlijk mijn eigen oude Gebr. Janssen soort inmiddels gekruist met het beste van het beste van Willem de Bruijn die ze in 2005 bij Leo Heremans haalde.


VOORJAARSBEUIRS
In het weekend van 2 en 3 maart wordt in Houten bij Utrecht de inmiddels traditionele voorjaarsbeurs gehouden. Daarmee wordt het officieuze startschot gelost voor het nieuwe door de NPO vastgestelde vliegprogramma waaraan in het eerste weekend van april wordt begonnen. Dit houdt in dat er in de maand maart nog een flink aantal plooien glad gestreken moeten worden. De beurs op zich trekt ieder jaar vele binnen- een buitenlandse bezoekers. Er kunnen de laatste inkopen worden gedaan om goed voorbereid aan de start te komen. Ook zullen er weer een groot aantal jonge duiven te koop worden aangeboden. De oplettende lezer heeft al menigmaal kunnen zien dat er ieder jaar weer de nodige successen worden behaald met een “Dutch pigeon from Houten” aangeschaft tegen absolute vrienden prijzen. Verder zijn uiteraard alle bekende leveranciers op het gebeid van de duivensport aanwezig. Een aanrader om deze beurs te bezoeken al zou het alleen maar zijn vanwege het reŁnie-achtige karakter. In BelgiŽ werd twee weken terug een soort gelijke beurs onder de naam Fugare gehouden en een week later was de huldiging van de “gouden duif competitie” georganiseerd door het bekende Belgische duivensportblad De Duif van Jan en Rik Hermans. Om daar een podiumplek te bemachtigen is beslist geen eenvoudige opgave. Om te scoren dienen de eerste drie getekenden maandelijks in het topje van de uitslag te finishen en dat is met name voor de mannen die grote aantallen duiven inzetten geen sinecure. Als gouden winnaars kwamen op het toneel; Sabrina Brugmans, Halen (B) met 7 vermeldingen; B. Martens & Zoon, Elsloo (N) 6 vermeldingen; Comb. Fuchs & Wolf, Hochheim (Dld) en John Crehan (UK)
SELECTIEF KWEKEN
Al een flink aantal jaren kampen Nederlandse en Belgische liefhebbers met grote verliezen tijdens de jonge duivenvluchten en al evenveel jaren wordt er geschreven over dit voor ons liefhebbers levensgrote probleem. Toch zijn er liefhebbers die de grote verliezen op hun hok terug weten te dringen. Verliezen zullen er altijd blijven, het hoort net als vallen tijdens een wielerkoers bij de sport maar we moeten het niet “normaal” gaan vinden. Mede door de grote verliezen zijn heel veel liefhebbers er toe overgegaan om uit alle duiven te kweken. Waarom niet? Ze zijn immers allemaal door de selectie gekomen, dus dan zijn ze het ook waard om er van te kweken. Het enige risico waarmee we dan te maken krijgen is het grote aantal jonge duiven die mogelijk in een te klein hok moeten worden ondergebracht. Er moet dus een goede ventilatie zijn, zeker geen tocht of vocht want dan komt er ongetwijfeld een ander probleem om de hoek kijken en dat is overbevolking. Voor jonge duiven is de gezondheid van het allergrootste belang, in dit geval belangrijker dan kwaliteit. Bij een strenge controle, een regelmatige verzorging en met een training op vaste tijden moet een oplettende liefhebber dagelijks kunnen zien dat het met de conditie wel of niet goed zit. Oppassen dat de zon niet te veel zuurstof uit het hok wegbrand waardoor de duiven minder graag trainen en er kans is op een ornithose uitbraak. Door de duiven dagelijks te observeren bereik je meer dan met stront krabben. Ik maak ieder jaar een selectie uit welke we gaan kweken want kweekkoppels die alleen maar goede geven zijn er niet zoveel van. De meeste kweekkoppels kunnen wel jongen voortbrengen maar het gaat er om dat we ieder jaar opnieuw voldoende bruikbare duiven overhouden. Vooral in het kweekhok wordt er nogal regelmatig gekweekt uit duiven die al twee jaar niets bijzonders hebben voortgebracht. Ik doe ze absoluut weg, het is alleen maar tijd en geldverspilling. Natuurlijk houd ik er van om uit enkele koppels jongen aan te houden omdat ik honderd procent vertrouwen heb in de ouders, ook al zijn ze nog jong of omdat ze een platte kop of een krom borstbeen hebben. We moeten altijd blijven proberen, je moet wel eens een gokje durven wagen. Belangrijk blijft het om te kweken uit duiven waarvan we heel veel weten. Vooral uit duiven van een familie die al meerdere generaties bruikbare duiven hebben gegeven. Ook belangrijk is het om het aantal jonge duiven aan te passen aan de hokcapaciteit en verder zullen we ermee moeten leren leven dat er tegenwoordig aanzienlijk meer duiven achter blijven dan oudere liefhebbers vroeger gewend waren en toen ook nog het voordeel hadden dat er ook nog geen grote populatie roofvogels bestond.
HET KWEEKHOK BRASPENNING
Daar verloopt de kweek zoals verwacht en natuurlijk waren daarbij ook een aantal tegenslagen ingecalculeerd. Deze week komen de eieren van de tweede ronde bijna allemaal uit. Ik zeg bijna omdat bij twee belangrijke vliegkoppels er helaas maar twee jongen zijn geboren. Een duivin had maar een ei gelegd en van het andere koppel was er een onbevrucht. Van een oud kweekkoppel al twee keer onbevruchte eieren, dus daarvan moeten we aannemen dat het over en uit is. Bij een ander koppel een ingedeukt ei en als de anderen uitkomen heb ik er al te veel naar mijn zin. Marco wil er wel wat meer hebben als zijn vader dus dat is geen probleem. Lang geleden wilde ik ook veel jonge duiven hebben. Ik had er de ruimte voor en vond het een pracht gezicht als er een groot koppel rondom mijn hok trainde. Ik had toen een vriend, die helaas vorig jaar is overleden, die er wel 300 had vliegen. Een prachtig gezicht doch dat was voor mij wel iets te veel. Nu heb ik er aan een stuk of 35 wel genoeg. Vorig jaar werd ik kampioen jonge duiven, Begon met 31 en geŽindigd met 28, een resultaat om trots op te zijn. Het vervelende is dat ik er toch een stel weg heb moeten doen. Dus wat is nu fijner, dat ze van de vlucht wegblijven of dat je er een stel weg moet doen die het eigenlijk wel waard zijn om te mogen blijven, het is altijd wat. Half volgende week kunnen mijn eerste jongen geringd worden zodat ze half maart bij de ouders vandaan kunnen. Volgens onze planning is dan alles precies op tijd klaar en kunnen we ons gaan richten op de eerste snelheidsvluchten waar ik een enorme liefhebber van ben.
HET HOK
De eerste week van maart is weer zo een deadline om de laatste puntjes op de i te zetten. Alle afdelingen in het hok zijn helemaal schoon en nog een keer met de brander behandeld. Mijn vlieghok bestaat uit zes verschillende afdelingen. Aan de zuidoost kant drie voor de duivinnen, doffers en jonge duiven. De andere drie afdelingen aan de noordwest kant zijn leeg en blijven leeg. Voorheen had ik daar de jonge duiven zitten. Ik kon drie rondes in aan apart hok afzetten en als ze allen goed rondvlogen deed ik de schuifdeuren open en liet ze meestal ook tijdens het vliegseizoen open. Nu ik minder duiven ben gaan houden heb ik dus drie lege hokken. Op de begane grond, onder het vlieghok zitten de kwekers in een hok ban 5 meter met daarin 24 broedhokken. De ramen staan meestal open zodat de duiven de gehele dag in de overdekte ren kunnen die zelfs nog 1,50 meter langer is dan het vlieghok. Ruimte genoeg dus en toch ga ik niet meer duiven houden dan ik nu heb. Bij Marco thuis zitten 18 vliegkoppels en een 50 tal jonge duiven. Bij mij 12 vliegkoppels een dertigtal jonge duiven en een prachtige collectie kweekduiven waarvan er heel veel afstammen van de beste Olympiade duiven uit Nederland en natuurlijk mijn eigen oude Gebr. Janssen soort inmiddels gekruist met het beste van het beste van Willem de Bruijn die ze in 2005 bij Leo Heremans haalde.

NOG ZES WEKEN
Het is half februari. Vroeger koppelde mijn vader en ik onze duiven op 18 februari want dan kon je de duiven als je van het werk thuis kwam loslaten. Wat dat aangaat is er veel veranderd. Het is nu de normaalste zaak van de wereld dat de duiven al op 26 november bijeen gezet worden, niet alleen de kweekduiven maar ook de vliegduiven. Het fenomeen verduisteren en bijlichten bestond toen nog niet. Aan het begin van het vliegseizoen waren we blij als de duiven hun eerste pen lieten vallen. Het was een algemeen begrip dat de vorm er zat aan te komen. Iedereen was blij als de duiven begonnen te ruien. Nu doet men alle moeite om de rui tegen te houden. Logisch want een duivenseizoen loopt nu van eerste weekend april tot het derde weekend in september. Er wordt dus nog al wat gevraagd van de duiven. Vooral de duivinnen hebben het tegenwoordig zwaar te verduren. Op veel hokken worden ze elke week gespeeld. Ze zouden daar makkelijk tegen kunnen. Ik weet echt niet waarom en heb het zelf nog nooit uitgeprobeerd. Vroeger werden de doffers veel hoger aangeslagen, nu is het precies andersom. In BelgiŽ vloog men (ook nu nog) met doffers, duivinnen en jaarlingen in aparte concoursen. Dat wil zeggen ze gingen wel allemaal tegelijk los, er werden echter van die drie categorieŽn aparte uitslagen gemaakt. Men dacht dat de doffers sterker waren dan de duivinnen en de jaarlingen moesten nog veel leren dus volgens de Belgen was het een eerlijk system om aparte uitslagen te maken. Nu we het toch over eerlijk hebben, in Nederland is er een aparte commissie die het “eerlijke spel” binnen onze nationale duivensport moet bevorderen. Wat er ook gaat gebeuren eerlijk spel komt er nooit. Dat wil niet zeggen dat het nu allemaal oneerlijk is, beslist niet. Het zal altijd zo blijven dat onze duiven geen van allen dezelfde afstand moeten afleggen. Bij zwemmen, hardlopen, wielrennen legt elke deelnemer het zelfde parkoers af en allemaal hebben zij de finish als verlossende eindstreep. Stel u eens voor dat wij gaan fietsen en als ik thuis ben u nog 40 km moet, dat wordt een zware opgave. Zo moet u ongeveer ook ons duivenspelletje vergelijken. Hoe we het wenden of keren, eerlijker kan het niet. Ooit is er in Nederland enkele jaren een wedstrijd uitgeschreven vanuit het Noorse Skagen, een fond vlucht uit noordelijke richting. Dit werd gedaan om de noordelijke liefhebbers tegemoet te komen. Zij hadden namelijk op elke vlucht uit zuidelijke richting de langste afstand en dat wekte de nodige weerstand op. Helaas werd de vlucht uit een van de Scandinavische landen geen succes en is daardoor al lang van de wedstrijdkalender verdwenen.

OF ER HET NODIGE GAAT VERANDEREN?
Ik heb mijn twijfels, zeker als we het onderwerp “eerlijk spel” nog even blijven vasthouden. Om het eerlijker te maken is er vorig jaar in Nederland een aparte commissie in het leven geroepen die zich gaat inzetten om aan de wensen van de liefhebbers tegemoet te komen. Uit het hele land werden allerlei voorstellen ingediend. Deze werden in de commissie besproken en voor de liefhebbers op papier gezet. Volgens mij hadden ze dat beter niet kunnen doen. Wat moeten liefhebbers doen met die hele wirwar van allerlei veranderingen c.q. verbeteringen. De meeste liefhebbers hebben daar echt geen interesse in. Als ik naar mezelf kijk dan denk ik ook; wat moet ik met al die voorstellen. Het had beter geweest om uit al die goedbedoelde voorstellen er enkele uit te lichten en die in 2019 door te voeren. Volgens mij wordt er nog steeds maar gepraat en verder gebeurt er niets en dat terwijl we over zes weken aan het nieuwe vliegseizoen gaan beginnen. Ik lees af en toe leuke verhalen vooral van onze nieuwe enthousiaste voorzitter Van der Kruk. De man bedoeld het allemaal goed maar er komt weinig zinnigs achter de bestuurstafel vandaan. De liefhebbers willen concrete informatie over het vliegprogramma, het ophalen en verzenden van de duiven, de totale vrachtkosten en of er in 2019 een maximum aantal duiven per liefhebber ingezet mag worden. Dat willen we weten en daar is nog lang niet alles over gepubliceerd. Wel heb ik gelezen dat onze NPO voorzitter binnen de FCI is benoemd als voorzitter van de internationale dopingcommissie. Wat hebben wij daar aan? Er is immers in eigen organisatie nog zoveel recht te zetten is. Het zou veel mooier zijn dat hij in samenspraak met zijn commissie “eerlijk spel” nu eens iets concreets verteld. Dit geld niet alleen voor ons nationale bestuur. In mijn afdeling is over het vliegseizoen, dat over zes weken begint, nog niets exact bekend over hoe en wat er allemaal is gewijzigd in 2019 en hoe het eerlijker spel er nu precies uit gaat zien. Zoals ik het nu bekijk is er achter de nationale bestuurstafel heel veel gepraat en daar is het in grote lijnen bij gebleven. Het is de hoogste tijd dat er nu duidelijkheid komt, de liefhebbers willen weten waar ze aan toe zijn. De complimenten over de behaalde successen zijn al vele keren uitgesproken. De festiviteiten zijn zo goed als voorbij, het gaat nu om nadere zaken. Er moeten nu spijkers met koppen geslagen worden anders zie ik er van komen dat het bestuur onder vuur wordt genomen. Ik zeg het bestuur want helaas ken ik er niet een. Alleen voorzitter Van der Kruk die steeds in beeld is, misschien is hij zelfs wel te veel in beeld. Er is nog een korte periode te gaan, de tijd dringt en tot op heden weten wij liefhebbers nog steeds niet hoe het zit. Wat gaat er exact veranderen, wat wordt verbetert? Als u mij vraagt wat ik er van verwacht, dan kan ik alleen maar mijn schouders ophalen.

DE EERSTE JONGEN ZIJN GERINGD
Nee, bij mij nog niet. De eerste eieren zijn naar Marco gegaan en die zijn inmiddels op een enkele allemaal uitgekomen, we hebben het wel eens anders meegemaakt. Dit kweekseizoen kon het niet beter en ook de tweede ronde eieren die bij mij liggen zijn op vier na allen bevrucht. Als het zo doorgaat hebben we straks weer veel te veel duiven en ik wil zo graag minder. Met weinig duiven de concurrentie menig keer een pak slaag geven is sportief gezien het mooiste wat bestaat. Laten we niet te ver op de zaken vooruit lopen, de jongen zijn nog niet groot dus er kan nog van alles gebeuren. Gelukkig worden de dagen wat langer en daar voel ik mij goed bij. Ik heb echt enorm tegen de winter opgezien en dat is alles meegevallen want echte winter hebben we eigenlijk niet gehad. Ik ben nu weer gemotiveerd om de duiven optimaal te verzorgen. Ze komen elke dag los, de temperaturen lopen iets op, het komende weekend voorspellen ze zelfs al 15 graden. Dat is voor ons Hollanders al een temperatuur om een uurtje in de zon te gaan zitten. Ook de duiven voelen zich er wel bij, ze vliegen graag en ik zie elke dag de nodige donsveertjes in het hok liggen en dat is voor mij een teken dat het goed zit.


TEVREDEN OVER HET KWEEKRESULTAAT?
De eerste maand van 2019 ligt alweer achter ons en nog steeds in het in Nederland niet echt winter geweest. Of we ooit nog een echte winter krijgen, de geleerden twijfelen er aan. Het allergrootste winter evenement in ons land is de wereldberoemde Elfstedentocht, een schaatswedstrijd over 200 km. Sommige mensen denken dat die er nooit meer zal komen. De opwarming van moeder aarde is daar de oorzaak van. Gelukkig wordt er wereldwijd veel aandacht besteed aan dit levensgrote probleem. Inmiddels zitten we in de tweede week van februari, af en toe nachtvorst van-2 tot -4 graden Celsius en dat stelt bitter weinig voor. Wel was het voorbije weekend ons land weer een wereldkampioen rijker. Tijdens het WK veldrijden in Noorwegen werd Matthieu van de Poel bij de beroepsrenners wereldkampioen en de dag daarvoor finishte twee Nederlandse dames 2e en 3e. In de hoogste categorie pakte Nederland goud, zilver en brons wat mijn wielerhart erg goed doet. In dat zelfde weekend werden in mijn hok de eerste jongen van 2019 geboren. Het zijn er niet zoveel omdat de meeste eieren zijn overgeplaatst naar het hok van Marco die dat weekend te maken kreeg met een ware geboortegolf. De planning om de tweede ronde eieren van de kwekers onder mijn vliegduiven te leggen klopte helemaal zodat de eieren van de betere kweekkoppels, althans dat denken we, onder mijn vliegduiven geplaatst konden worden. Wat de weersgesteldheid betreft ziet het er voor deze tijd van het jaar prima uit. De komende dagen loopt de temperatuur in het Hollandse kikkerlandje op tot 10 graden. Eigenlijk is dat niet normaal maar voor degene die aan vroege kweek doen is het ideaal.
Ik heb al diverse melkers gesproken die erg tevreden zijn over hun winterjongen. Ik heb zelfs al koppels jonge duiven zien rondvliegen. Ik moet er niet aan denken om nu alweer een hok vol jonge duiven te hebben ik heb het net enkele maanden wat rustiger. Wel is het hok voor de jonge duiven al helemaal klaar om er straks een veertigtal jongen in te plaatsen en hopelijk zitten er voldoende bij waarvan de baas een tevreden gevoel krijgt. Voor mijzelf liggen de eerste eieren er vanaf 2 februari en op 6 februari zaten alle 12 vliegkoppels te broeden zodat mijn jongen vanaf 19 februari geboren gaan worden. Het komende weekend wordt bekeken of de eieren bevrucht zijn en daarna gaan we bepalen welke eieren onder welke koppels komen. Van de derde ronde worden er nog een aantal jongen grootgebracht, uit wederom de betere kwekers, die allen een nieuwe baas krijgen. Deze week komt Hans van der Sluis naar onze vereniging om de duiven te vaccineren tegen paramixo en eventueel pokken en paratyfus. Zowel oude als jongen van 2019 kunnen geŽnt worden. Het is zelfs erg goed om jonge duiven al op een leeftijd van 6 weken te laten enten. Onze oude duiven zijn al in de tweede helft van december geŽnt. Onze eerste en tweede ronde worden allebei op een leeftijd van 6 weken geŽnt, dan hebben ze er namelijk de minste last van. Waar letten we op als de jonge duiven de eerste dagen bij de ouders vandaan zijn. Zelf zorg ik er altijd voor dat er de eerste twee weken een bed van stro op de bodem ligt. Meestal kruipen ze dicht tegen elkaar en liggen heerlijk te luieren in het warme stro. Ook heb ik wel meegemaakt dat er geen enkel jong in het stro ging liggen terwijl de temperatuur om en nabij het vriespunt was. Waarom ze dat niet deden kan ik alleen maar naar raden. Stro misschien te oud, niet fris of te hard, het zou kunnen. Misschien op die plek te weinig zon, maar wat doe je als de zon gedurende enkele weken achter de wolken verscholen blijft. Een kacheltje of verwarmingsplaat komt niet in mijn hok omdat ik mooie kurkdroge hokken heb. Natuurlijk bestaat de mogelijkheid dat de bodem een ietsje vochtig is wat komt omdat het regenachtig weer is, of mist of sneeuw. Ze moeten zich dan maar zien te redden, ik wil er onder geen beding kasplantjes van maken. De ervaring heeft mij geleerd dat ook pas gespeende jonge duiven gemakkelijk lage temperaturen kunnen doorstaan, misschien wel beter dan die enorme tropische hitte van het voorbije jaar.

ZODRA ZE TWEE WEKEN APART ZITTEN
Als het goed is zien ze er dan precies zo uit als toen ze bijna volwassen in de nestschotel lagen. Op die leeftijd kan ik enorm genieten van de blinkende jongen die lekker dicht tegen elkaar aan met een volle krop liggen te genieten van hun eerste levensdagen. Zodra ze bij de ouders vandaan zijn kunnen ze de eerste dagen wel wat teruglopen, ze moeten even wennen aan de voor hen vreemde omgeving. Daarnaast moeten ze nu ook zelfstandig eten zonder de hulp van ouders en wat zeker zo belangrijk is ze moeten de drinkbak weten te vinden. De eerste dagen plaats ik die vlakbij het bed van stro en doe er geen deksel op. Ik verschoon die bak wel drie keer per dag omdat ze er in kruipen en er soms ook hun behoefte in doen. Ook strooi ik elke dag wat verse grit in de nabijheid van het jonge spul. Na twee weken is het stro weg, de water en ook de voerbak staan op hun vaste plaats en dat geld ook voor de potjes met grit en mineralen. Om en nabij die tijd worden ze geŽnt. Het is dan half maart en hopelijk schijnt de zon dan regelmatig zodat ze iedere dag buiten kunnen om de omgeving te verkennen. Het is dan ook tijd om alle duifjes weer eens in de hand te nemen om ze wat kritischer te bekijken. Zijn de pluimen goed ingegroeid, voelt de duif goed aan, je moet tenslotte wel een duif in je hand hebben en geen spreeuw. We mogen daarbij niet vergeten dat het nog baby’s zijn. Als ze volgens mij in een goede gezondheid verkeren mogen ze blijven ook al hebben ze in mijn ogen een kleine afwijking. Het duurt tenslotte nog een hele tijd voordat we met ze op stap gaan en voor die tijd heb ik ze dan al diverse keren bekeken. Ik wil namelijk alleen maar complete duiven op mijn hok hebben en ik houd toevallig ook nog van een mooi type duif. Er zijn liefhebbers die nergens naar kijken. Ik doe dat wel omdat een duif die mij niet aanstaat geen kans krijgt zich in de uitslag te vliegen. Hiermee wil ik zeker niet beweren dat ik de wijsheid in pacht heb. Ik heb namelijk in al die jaren dat ik met duiven speel diverse keren duiven in mijn handen gehad die ik voor wat betreft de duif niet op mijn hok zou willen hebben. Toen ik de resultaten van zo een duif te zien kreeg moest ik wel even achter mijn oren krabben en dacht bij mezelf; Bras je hebt er ook geen barst verstand van.

JANUARI MAAND VAN OMKIJKEN EN VOORUIT ZIEN
Een beetje optimist ziet dat de dagen langer worden. Dit betekent dat het ‘s middags weer wat langer licht blijft en daar zitten wij duivenmelkers al geruime tijd op te wachten. Met het langer worden van de dagen komt er steeds meer leven op onze hokken. Diverse melkers hebben hun eerste jongen reeds afgezet. Anderen hebben nog niet zo lang geleden gekoppeld en zo zijn we allemaal bezig met de voorbereidingen van 2019. Het terugkijken naar 2018 is zo goed als voorbij. De meeste kampioenen zijn gehuldigd en hebben nog een paar maanden om na te genieten van hun behaalde prestaties. Vooruit zien gebeurde al in het eerste weekend van januari toen in Dortmund de nationale dagen werden gehouden. Inmiddels is ook Blackpool weer verleden tijd, voor mij nog altijd de meest gezellige dagen van de internationale duivensport, wat heb ik daar goede herinneringen aan! Mijn leeftijd is er de oorzaak van dat ik het de laatste jaren heb moeten laten afweten. Het komende weekend is de duiven Olympiade in Poznan (Polen). In 2011 was ik daar zelf van de partij met mijn Big Leo die toen de beste jonge doffer van Nederland was. Het was een perfect georganiseerde Olympiade zodat iedereen ook nu weer vol vertrouwen kan uitzien naar deze belangrijke internationale happening. De Olympiade het hoogst haalbare in elke tak van sport! De beste en mooiste duiven van de hele wereld zijn daar te bewonderen. Wat nog belangrijker is dat je als duivenman namens je land bent vertegenwoordigd omdat een of misschien wel twee van je allerbeste duiven zodanig hebben gepresteerd dat ze voor deelname in aanmerking komen. Een hele grote eer en een welgemeende felicitatie waard.

SNEEUW
Terwijl ik tijdens het koffiedrinken het nationale vliegprogramma 2019 zit te bestuderen sneeuwt het. Koning winter heeft onze polder doen veranderen in een prachtig wit landschap. Erg mooi om te zien, voorzichtig naar buiten om enkele foto’s te maken en dan gauw weer naar de warme kachel. Om half tien hebben de duiven eten gehad en nu ga ik weer naar de hokken om de boel voor de zoveelste keer in mijn lange leven weer schoon te maken. En koude klus maar je hebt wel eer van je werk als alles er weer netjes uit ziet. Met deze winterse temperaturen zien de duiven er prachtig uit. Een koppel heeft nog geen eieren, zaterdag de 26e zitten ze 14 dagen bij elkaar en zoals ik het nu bekijk heeft ze dan zeker gelegd. Vroeger zeiden we al tegen elkaar; als je binnen 14 dagen alles op eieren hebt is dat een teken van een zeer goede gezondheid, laten we het daar dan maar op houden. De 17e vond er werkelijk een waar bombardement plaats van eieren. Onze planning is nu dat donderdag 24 januari de eieren van de kwekers worden overgelegd naar de vliegduiven van Marco. Mijn vliegduiven komen woensdag 23 januari bij elkaar zodat daar een deel van de tweede ronde van de kwekers kan worden onder gelegd. ’s Nachts vriest het licht tot matig maar nog niet een keer waren ’s morgens de waterbakken bevroren. Verwarming op het hok heb ik niet, wel had ik voor alle zekerheid de kranen afgesloten wat tot nu niet nodig bleek te zijn. Tot gisteren heb ik om de dag de doffers en dan de duivinnen een uurtje buiten gelaten. Nu alles wit is houdt ik ze voor alle zekerheid binnen totdat de sneeuw weer verdwenen is en zoals het er nu uitziet zal dat niet zo lang meer duren. In de nacht nog lichte vorst en overdag steeds meer kans op een aantal uren zon. Voordat we de eieren gaan overleggen gaan we ze eerst stuk voor stuk tegen het lamplicht houden om te zien of ze bevrucht zijn. Altijd toch weer een spannende bezigheid. Als alle eieren bezet zijn kun je rustig op twee oren slapen, mocht dat niet het geval zijn dan kun je gerust spreken van een probleem. De kweek is dan voor een deel mislukt en is er geen goed gevoel voor het nieuwe seizoen. Er is gelukkig nog tijd om in te grijpen, ideaal is echter niet.

KWEKEN UIT JAARLINGEN
Ja, waarom niet? In de gesprekken met andere liefhebbers hoor ik nog wel eens tegenstrijdigheden. De een begint er niet aan omdat hij te weinig van zijn jaarlingen weet Een ander zegt dat wel te doen omdat hij regelmatig zeer goed bruikbare duiven uit zijn jaarlingen fokt. Zou het met jaarlingen niet hetzelfde zijn als met kweekduiven? Misschien is er met iets oudere kweekduiven wat meer zekerheid maar bij mij, die regelmatig de kweekkoppels verandert, is er totaal geen zekerheid. De enige zekerheid die we hebben is dat we kweekduiven en ook jaarlingen hebben die door de selectie zijn gekomen. Het zijn dus allemaal duiven die we graag op ons hok willen hebben. De jaarlingen zijn immers meestal uit de kwekers geboren of ze zijn gekweekt uit vliegduiven die aan alle eisen voldoen. Zelf maak ik er totaal geen probleem van uit welk koppels de betere komen. Als het maar niet zo is dat de kweek mislukt omdat er iets onder de duiven schuilt. Dat kunnen allerlei zaken zijn waardoor de opgroei van de jonge duiven niet volgens wens verloopt. Onregelmatige verzorging, kwaliteit van het voer, te weinig aandacht voor vers grit, mineralen of wat extra voedingssupplementen, ongedierte, vochtige hokken of zelfs besmetting terwijl de mest er goed uitziet. Op een goed hok met gezonde duiven verloopt de kweek probleemloos ook al is de kwaliteit van de duiven niet helemaal top. De kweek blijft een zeer belangrijk onderdeel van onze hobby en het is enorm genieten als de jongen in de schotel tegen je op liggen te glimmen. Rustige jonge duiven in het nest, mooie droge mest rondom de schotel, goed gevulde kropjes en ook de ouderduiven moeten er perfect uit zien. Je mag aan de ouder bijna niet zien dat ze jongen voeren en hun jongen mag je niet horen piepen. Een uitzondering is dat ze zich tijdens voedertijd wel mogen laten horen omdat ze trek in eten hebben.

LACHFILM
Kortgeleden was er op de TV iets over postduiven. Als ik dat weet ga ik beslist kijken. De duivensport heeft nu eenmaal mijn grote interesse. Het bleek te gaan om een zeer enthousiaste jonge melker, eentje die zichzelf een “duivencoach” noemt en daarnaast een functie binnen de NPO ambieert. Op zulke voorgrond figuren heb ik direct al een kijkje. In Nederland en ook in BelgiŽ is iemand die postduiven als hobby heeft een “duivenmelker”, voor mij nog steeds een naam om trots op te zijn. Duivenmelker is een jarenlang bestaand begrip en dan komen er opeens figuren die het woord “duivencoach” uitvinden. Onze image als duivenmelker is niet al te hoog het is echter wel een begrip. Dus laten we het daar bij houden en gewoon blijven doen. Deze jonge melker tracht ook af en toe ook iets op papier te zetten wat we al duizenden keren hebben gelezen. Prima, maar doe als niets presterende duivenmelker te doen alsof je de wijsheid in pacht hebt. Deze zelfde malloot, ik kan niet anders zeggen, holde als een dwaas al schreeuwend en zwaaiend met de Nederlandse vlag in zijn handen door zijn tuin. Het was werkelijk geen gezicht en menigeen zal zich afgevraagd hebben; waar is die dwaas mee bezig? Wij duivenmelkers weten dat wel, hij was bezig om zijn duiven in de lucht te houden. Ze wilde niet trainen en daarom kwam de vlag er aan te pas. Dat is nog niet zo erg als je geen naaste buren hebt. Die buren zien dat gedrag misschien wel elke dag en daar bouw je nu niet direct een intelligente naam als duivencoach mee op. Het leuke van dat filmpje was dat de vrouwelijke reporter aan de vrouw van deze man vroeg; hoe voelt het om met zo’n man getrouwd te zijn?

DE NOODKLOK LUIDT
Natuurlijk gaan we 2019 in met de beste bedoelingen. Ik hoor gelukkig veel positieve geluiden, doch we kunnen onze kop niet in het zand steken voor de negatieve geluiden binnen de internationale duivensport. In de eerste plaats schrok ik van het bericht dat er in een groot Belgisch samenspel een flinke terugloop van deelname is op hun 9 MID fond vluchten ten opzichte van 2017. Toen kwamen er nog 25.500 duiven aan de start, in 2018 waren dat er 9.000 minder. Schrikbarend is de terugloop van het aantal deelnemers. In 2017 nog 4500 en in 2018 waren dat er nog maar 3400 wat bijna 25% minder is.
Positief of negatief, het is maar net hoe je het bekijkt, is het bericht dat veel rijke Chinezen, en dat zijn er heel veel, zo langzamerhand heel BelgiŽ en Nederland leeg kopen als het om (goede) duiven van liefhebbers met een bekende naam gaat. Het is ongekend hoeveel duiven er wekelijks tegen idioot hoge prijzen naar het land van de Rijzende Zon verhuizen. Technisch bekeken is het niet goed voor het voortbestaan van de hoogwaardige kwaliteit duiven binnen de twee bekende duivenlanden wat BelgiŽ en Nederland zijn. Het is uiteraard heel aantrekkelijk voor de commercieel ingestelde liefhebbers die elk jaar in de winterperiode meerdere verkopingen houden van hun, zoals zij beweren, beste kwekers of kampioensduiven. Dat snoepwinkeltje raakt een keer leeggekocht, aansprekende liefhebbers zijn er dan niet meer. Dat geldt ook voor de duiven want die vliegen binnen enkele jaren nog maar in concoursen met zeer weinig duiven zodat hun marktwaarde sterk zal dalen. Onze Aziatische duivenvrienden zullen toch wel een keer wijs worden. Verder lees je om de haverklap dat liefhebbers met een commercieel goede naam totaal of bijna totaal gaan verkopen. Dat zijn mannen die nu nog de nodige euro’s kunnen incasseren want als de huidige ontwikkeling zich zo doorzet zullen er binnen afzienbare tijd andere toonaangevende landen de commerciŽle topposities gaan innemen en waar wij Belgen en Hollanders dan op hangende pootjes naar toe moeten om nog wat knaps tegen een betaalbare prijs te kunnen aanschaffen.

OOK IN BELGIE KOMT EEN LADIES LEAGUE
Goed voorbeeld doet goed volgen is een bekend gezegde. Nog maar kortgeleden is de dames league in Nederland geaccepteerd. Voor de damesleden zijn 5000 vaste voetringen en een zelfde aantal chipringen in de kleur roze besteld, wat een verwennerij toch. Waar is de emancipatie en gender neutraal in de duivensport? Maar wie weet wat een leuke contacten er voortkomen wanneer een duif met een roze ring bij een mannelijke tegenstander het hok binnen loopt. Het is nog niet helemaal bekend of de dames een aparte kampioenen huldiging krijgen. In ieder geval is er in navolging van Nederland nu ook in BelgiŽ gelegenheid om als vrouwelijke melkers tegen elkaar te gaan strijden. Het is te wensen dat de dames zich in de grijze mannenwereld thuis zullen voelen. Zeker weten dat voor de ladies ook een Nederland – BelgiŽ titel gaat ontstaan. In elke tak van sport zijn wedstrijden tussen deze twee landen altijd super spannend, dus NPO en KBDB bedenk eens iets leuks. Verder heeft de KBDB beslist dat ALLE duiven die aan wedstrijden meedoen op naam van de liefhebbers staan ingeschreven. Alleen het eigendomsbewijs is dus niet meer voldoende. Wordt daaraan niet voldaan dan wordt de duif uit de uitslag genomen en de gewonnen prijs wordt verbeurt verklaard. Een uitzondering is gemaakt voor duiven die in het kweekhok verblijven en NIET gespeeld worden.

REGIONALE DUIVENSHOW
Zondag 13 januari heb ik me weer eens laten verleiden een regionale duivenshow te bezoeken waar tevens gelegenheid was om sportvrienden nog een gezond en succesvol seizoen te wensen. Het was voor mij een ouderwets gezellige duivenmiddag. Gezellig een biertje gedronken en nog enkele oude rotten uit het vak gesproken. De duiven kregen zoals gewoonlijk weer weinig of geen aandacht. Het ging die middag vooral om gezelligheid en daar ontbrak het niet aan. Tussen het plankjes verkopen door voor het draaiend rad kreeg ik ook nog even een diploma in mijn handen gedrukt. Een geplastificeerd velletje papier met daarop een afbeelding van een donkere duif (daar houd ik helemaal niet van) met daarbij in grote letters de naam van de kring waarin deze titel was behaald en in heel kleine letters stond er ook nog op dat ik 2e kampioen was geworden met de jonge duiven. Geen handtekening er op van twee bestuurders want het is een kring zonder bestuurders. Het is misschien modern of is het toch armoede? Onder de sportgenoten is het wel bekend wat er allemaal gedaan moet worden om zo een titel tegen ruim 150 liefhebbers te behalen. Daar is een half jaar lang elke dag 100% inzet voor nodig en dan krijg je bij toeval een onderscheiding eventjes in je handen gefrommeld en daar moet je het dan mee doen. Een geweldig voorbeeld van hoe het niet moet. Het geeft aan hoe niets zeggend de duivenport aan het worden is. Waar zijn de volle zalen tijdens de kampioenenhuldiging gebleven? Het toneel stond altijd vol met luxe prijzen die in net voorbije seizoen door de liefhebbers gewonnen waren en alle kampioenen kregen bij monde van de voorzitter hun gewonnen sportprijzen overhandigd. Tegenwoordig is zo een sportprijs een zelf in elkaar gezet velletje papier dat een van de goedwillenden op de computer heeft vervaardigd. Armoede troef, meer kan ik er niet over zeggen!

NA EEN WEEK
Ik mag wel zeggen dat ik na een week dat de duiven zijn gekoppeld nog steeds zeer tevreden ben over wat er in het kweekhok gebeurt. Alles is goed gekoppeld en ook weten doffer en duivin waar ze wonen. Op zaterdag, dus 1 week nadat de duiven zijn samen gezet, hebben 2 duivinnen gelegd, de dag daarna nog 3 duivinnen, weer een dag later 5 en vandaag, 15-1, is het de tiende dag en ik kan nog niet zeggen hoeveel er gelegd hebben. Wel kan ik zeggen dat vandaag de resterende duivinnen zullen leggen omdat zij vanmiddag allemaal vrij vast op het nest zaten. Totaal hebben wij inclusief voedsterkoppels 30 koppels gezet. De eieren die we niet onder de voedsterkoppels kunnen plaatsen gaan onder de vliegduiven van Marco. Zoals het er nu uitziet ga ik aanstaande maandag mijn vliegduiven bijeen zetten zodat daar nog wat eieren van de tweede ronde van de kwekers onder kunnen. Meer kan ik er momenteel niet over zeggen alleen dat we beiden tevreden zijn en dat is voor dit moment genoeg.

DE KWEEKPERIODE
Duivensport is een wedstrijdsport en bij het meedoen aan sport moet de wil er zijn om te winnen. Winnen gaat niet vanzelf daar moet heel veel voor gedaan worden. Momenteel zitten we middenin het kweekseizoen wat betekent dat we bezig zijn onze kolonie sterker te maken. Alle aandacht is besteed aan het samenstellen van de kweekkoppels. Zonder meer een boeiende bezigheid die vraagt om de nodige vakkennis. De beste duiven tegen elkaar zetten is in mijn ogen het aller belangrijkste. Want we kunnen wel denken dat we er allemaal verstand van hebben, helaas blijkt dat niet helemaal waar te zijn. Het komt maar al te vaak voor dat de betere duiven geboren worden uit twee duiven waarvan we dat eigenlijk niet hadden verwacht. Het komt nog vaker voor dat er uit twee duiven die geweldig hebben gepresteerd niet een bruikbaar jong wordt geboren en hoe vaak is het al voorgekomen dat uit twee jaarlingen op het vlieghok een echte kanjer wordt geboren. We kunnen nog zo streng selecteren het geeft nog steeds geen zekerheid voor goede prestaties of een goede kweek. Boeken en kranten zijn vol geschreven met allerlei methodes en manieren om goed te presteren. Er zijn theorieŽn om te komen tot een goede stam duiven. Gelukkig is dat op veel hokken gelukt. Maar er worden meer duiven geboren die niet aan de verwachtingen voldoen dan echte prestatie duiven. De duivensport hangt van zoveel facetten aan elkaar dat er geen touw aan valt vast te knopen. De geluksfactor speelt ook binnen onze duivensport een belangrijke rol.

GESPREK VAN DE DAG IS; “GOEIE MOET JE HEBBEN”’.
Die zijn er genoeg te koop, althans zo worden ze beschreven maar geen enkele verkoper wil of kan garantie geven dat het inderdaad een echte goeie is ook al komt de duif uit nog zulke goede ouders. Een ander probleem is dat de duiven vooral voor ons Nederlanders veel te duur zijn. Het is volkomen onverantwoord om zoveel geld uit te geven omdat er in ons land niets meer te winnen is. Als ik zie hoeveel duiven er wekelijks verkocht worden dan blijkt dat er daarvan maar bitter weinig in Nederland blijven en dat terwijl er gesuggereerd wordt dat het allemaal jongen zijn uit de beste kwekers. Ik vraag me af hoeveel beste kweekkoppels zitten er dan op zo een kampioenenhok. Het kunnen wel beste kwekers zijn maar daar heb ik niets aan. Iedereen wil ze immers hebben uit de beste kweekkoppels en dat is een heel ander verhaal, genoeg daar over. Wat over blijft is hoe komen we aan duiven waar we iets aan hebben, duiven waarmee we vooruit komen en dan kun je nog zo streng selecteren als je wilt, je zult kwaliteit moeten hebben. Als ik op eigen hok kijk dan denk ik ieder jaar dat ik een geweldig stel kweekkoppels heb zitten. De praktijk is dat het er elk jaar maar enkele zijn en dat na 70 jaar duivensport! Het ene jaar zijn de kweekresultaten wat beter dan het andere en ik ben blij als ik van de 40 duiven die ik ga kweken er over drie jaar nog 5 over heb. Als dat zo is heb ik niets te mopperen want dan heb ik een goede kweek gehad. Komt dat omdat ik duiven durf op te ruimen, komt dat omdat ik zeer streng selecteer? Maar waar let ik dan op? Prestaties van jonge duiven zeggen mij niet alles, anderen selecteren alleen op grond van behaalde prestaties. Dat doe ik ook echter niet bij jonge duiven. Ik wil geen grote duivinnen, anderen kiezen daar juist voor. Ik wil duidelijk het verschil kunnen zien tussen een doffer en een duivin. Ik heb al zoveel goed presterende doffers in mijn handen gehad die ik als duif niet op mijn hok zou willen hebben. Die zouden bij mij als jong al uitgeselecteerd worden. Ik vraag we wel eens af; hoeveel goede zal ik in mijn leven al weggedaan hebben? Gelukkig heb ik het niet altijd verkeerd gedaan. Kortgeleden had ik nog twee foto’s in mijn handen van twee duivinnen met een palmares tegen aantallen duiven die je nu niet meer ziet. De ene wist het in 1999 te brengen tot 3e Nationale Asduif vitesse met de volgende prestaties: 1e – 1757; 2e – 3612; 2e – 4029; 1e – 1208; 2e – 4439 en 2e – 3486 duiven. De andere werd in dat zelfde jaar 1e Provinciale Kampioensduif Natoer tegen 2.000 liefhebbers met: 5e – 4572; 1e – 4439; 1e – 3486 en 7e – 4032 duiven. Dat zijn toch wel twee duiven waarvan we allemaal dromen, uit de kampioensduif natoer heb ik niets noemenswaardig gekweekt en de andere gaf met drie verschillende doffers minimaal een eerste prijswinnaar. Dat geluk moet je hebben! En wat dat streng selecteren betreft, dat slaat nergens op. Het is toch normaal dat je een misvormd eitje weg doet, het is toch normaal dat je jonge duiven weg doet die alleen maar waterachtige mest produceren. Wat moet je met jonge duiven die de hele dag liggen te piepen en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Tijdens de kweek moet alles vanzelf gaan, alles moet kloppen. Jonge duiven moeten liggen te glimmen in het nest en als ze bij de ouders vandaan gaan moeten ze “vol” aanvoelen, je moet een duif in je handen hebben waarvan je denkt “Ja, dat is er een” is dat niet zo weg er mee.

BIJ ONS ZIJN ZE GEKOPPELD
De bedoeling was dat dit tussen kerst en nieuwjaar zou gebeuren maar dat is niet gelukt. Zaterdag 5 januari zijn we daar bijna de hele dag mee bezig geweest. Hokken nog een keer uitbranden, broedschalen vullen, hier en daar nog een scharniertje van de broedhokdeurtjes vervangen, een grit bak repareren en de drinkbakjes reinigen. De doffers zaten al geruime tijd in de broedhokken dus die wisten waar ze wonen. Bijna alle duivinnen kregen een ander broedhok. Twee duivinnen die op papier gekoppeld waren werden apart gezet omdat ze niet te tillen waren, het leken wel plofkippen. Eigenlijk vreemd want de andere duivinnen waren prima op gewicht. Een van die duivinnen had voor het eerst een plek op het kweekhok verovert, maar of ze dat nog mee gaat maken daar heb ik mijn twijfels. De andere is voor mijn doen voor veel geld aangeschaft (niet via internet) en gaf in 2018 een jong dat 6x prijs vloog waaronder een eerste tegen 1400 duiven. Het is dat ik er veel geld voor heb betaald en omdat ze een goed jong heeft gegeven anders wad ze nu al weggeweest. Ze krijgt nu eerst een vermageringskuur en nadien zullen we bepalen of ze alsnog moet verdwijnen. Het is nu dinsdagavond en alle duiven zitten los op het hok. Nog geen vechtpartijen gehad maar wat niet is kan nog komen. Tot op heden zijn we zeer tevreden. Ik hoop dat over zes weken nog te zeggen.


SUCCES MET ALLE GOEDE VOORNEMENS
Elk jaar het zelfde liedje. Op de laatste dag van het jaar wensen we elkaar al het goede toe maar wat komt er van terecht. Wereldleiders houden prachtige toespraken, de politiek vertelt ons dat de economie vooruit zal gaan, helaas kan ik er weinig of niets van merken laat staan begrijpen want op 2 januari wordt alles weer duurder en komt en hoegenaamd niets bij. De Nederlandse gasprijzen rijzen zo langzamerhand de pan uit, de zorg wordt duurder, de btw gaat omhoog en ik als pensionado mag alleen maar inleveren. Terwijl ik mijn letters aan het papier toevertrouw merk ik dat ik bezig ben aan een echt Hollands verhaal dat een beetje ontevredenheid uitstraalt terwijl ik kortgeleden nog schreef dat alles in ons land zo goed geregeld is 😉, wat ook zo is. Samen met mijn zoon Marco hebben we voor 2019 wat onze duiven betreft wel alles goed geregeld. De vraag is wat gaat er van onze nationale duivensport terecht komen. Op eigen hok zal het wel gaan, wij zijn er zogezegd helemaal klaar voor. Een andere belangrijke vraag is hoe gaat het landelijk zal gaan. Donkere wolken pakken zich samen als het gaat over spelplezier en over het voortbestaan van de nog ruim 250 duivenclubs. Het vervoer is door de sterke terugloop van leden ook een heet hangijzer geworden. Deze week was ik traditiegetrouw nog even op bezoek bij een groot duivensportcentrum. Als altijd waren er de oliebollen en appelflappen, het werd mijn galgenmaal want de eigenaars stoppen er mee, de zaak is verkocht. Heel veel duivenliefhebbers uit de wijde omtrek kwamen daar wekelijks bijeen om inkopen te doen, altijd heel gezellig. Met een andere eigenaar moet je dat maar weer afwachten. Ik kom daar al 40 jaar omdat er in mijn woonplaats geen dierenspeciaalzaak is die duivenvoer verkoopt. Vroeger waren er wel zes. Het is allemaal voorbij. Kampioenenhuldigingen, altijd volle zalen en de hele meute stond op de dansvloer. Nu zijn we oud, we dansen af en toe nog eens en tegen die keiharde muziek zijn we niet meer bestand. We willen alleen nog met elkaar praten zodat er van feest geen sprake meer is. Wij oude mannen genieten op onze eigen manier nog van de sport, met een drankje en een hapje zijn de meeste van ons al dik tevreden. Een paar dagen geleden was er in ons Land nog een zaalverkoop van 75 zomerjongen aangeboden door de bekende speler Willem de Bruijn, de eerste van de verkoop werd ook de duurste en ging voor 26.000 euro naar zijn nieuwe baas, totaal bracht de verkoop 250.000 euro op oftewel 3.000 euro gemiddeld. Een prachtig resultaat.

ZATERDAG 5 JANUARI GAAN WE KOPPELEN
Het wordt trouwens hoog tijd dat de kweekduiven bij elkaar gezet worden. Het voor de tijd van het jaar te zachte weer zorgt er voor dat de duivinnen interesse in elkaar beginnen te krijgen. We zijn al een tijdje gestopt met bijlichten en laten de duivinnen de hele dag in de open ren. Ze zien er perfect uit maar aan hun gedrag kun je zien dat ze nodig gekoppeld moeten worden. De doffers hebben allemaal hun eigen territorium. Ik kan aan de mest zien dat ze veel te druk zijn, ze liggen niet rustig in hun broedhok doch vliegen te veel in en uit waardoor er alleen maar platgetrapte mest ligt en dat zie ik niet graag. Gelukkig weet ik wat daarvan de oorzaak is. De komende zaterdag is gereserveerd om de kweekhokken nog eens extra goed te reinigen, de brander en de ongediertespuit komen er nog een keer aan te pas en dan kunnen de duiven er in. De broedschalen staan al een hele poos gereed, overal een matje plus een aantal tabak steeltjes. Nu maar hopen dat we gevrijwaard blijven van de nodige knokpartijen. Mijn ervaring is dat je met een goede begeleiding veel narigheid kunt voorkomen. Op zondagavond mogen de eerste koppels los op het hok en mijn ervaring is dat twee dagen later alle duiven exact weten waar ze wonen. Omdat ik tijd genoeg heb zal ik de eerste week alert blijven en daarna zoeken ze het maar uit. Marco koppelt die dag ook zijn vliegduiven zodat een groot deel van de eieren van de kwekers onder die duiven gelegd kunnen worden. Als de kwekers drie dagen zitten te broeden worden mijn vliegduiven gekoppeld en na 5 dagen broeden gaan de eerste eieren van de kwekers naar Marco. Twee dagen voordat de eieren naar Marco gaan koppel ik mijn vliegduiven zodat daar de tweede ronde van de kwekers onder gelegd kunnen worden. Op die manier probeer ik dat mijn vliegduiven en de kwekers weer gelijktijdig op eieren komen.

EEN GOEDE KWEEK IS EEN BELANGRIJKE MAATSTAF VOOR HET NIEUWE SEIZOEN
Als de voorbereiding op het kweekseizoen goed is liggen er binnen 14 dagen twee eieren in het nest. Misschien dat er bij te jonge duiven of te oude duiven iets langer gewacht moet worden. Eigenlijk is het niet goed om te jonge duiven of hele oude duiven aan winterkweek te laten doen. Winterkweek heeft wel meer voordelen dan nadelen. Het grootste voordeel is dat je de jongen van de tweede ronde ook aan het jonge duiven program mee kunt laten doen. Het andere voordeel vind ik dat ze snel beginnen om de klein veertjes te ruien en de slagpennen vast houden. Verduisteren deed en doe ik vanaf eind maart en stop daarmee einde juni. Nu eerst afwachten hoe goed of slecht de duiven op eieren komen. Dan al begint ook de selectie, kleine eieren of misvormde eieren doe ik meteen weg. Daarna is het afwachten of de meeste eieren bevrucht zijn en of beide eitjes gelijk uitkomen. Is dat niet het geval dan houd ik die jongen extra in de gaten. Is na een week het verschil nog duidelijk te zien dan gaat de kleinste weg. Volgens mij kun je daarin niet streng genoeg zijn. Het gaat immers niet om de kwantiteit maar wel om de kwaliteit. Naast een goede kweek wens ik u allen een goede gezondheid en een succesvol 2019.

DECEMBER IS EEN DRUKKE EN VOORAL FEESTELIJKE MAAND
Ik kom zojuist uit mijn duivenhok. Alles is schoon, de zon schijnt en de duivinnen zijn buiten. Ik heb ze even gevolgd ze vlogen erg hoog en dat is een teken dat het goed zit met de gezondheid, maar het zegt nog veel meer over de temperatuur op die grote hoogte. De duiven weten beter dan wij dat ze daar moeten vliegen omdat de temperatuur daar milder is. Ze vliegen nu al ruim een half uur en nog steeds hoog in de lucht, voor mij een teken dat ik wel plaats kan nemen achter de computer om het wekelijkse artikel uit de mouw te toveren. Het geeft je trouwens wel een goed gevoel dat de duiven weer graag vliegen en dat elke morgen de mest er prima uitziet met hier en daar wat donsveertjes plus een enkele staartpen. Van de duiven die wat langer een nest hebben gehad zijn de laatste slagpennen er ook uit. Alle duiven zijn zo goed als klaar voor een nieuwe start en we zijn nu ook begonnen met de voorbereidingen voor de kweek. Alle doffers hebben inmiddels de beschikking over hun eigen broedhok en dat is bijna probleemloos verlopen. Eind december zetten we de kwekers bij elkaar. Ook de vliegduiven van Marco worden dan gekoppeld, de mijne moeten nog even wachten. Die worden op een zodanig tijdstip gezet dat de tweede ronde eieren van de kwekers onder gelegd kunnen worden. Ik zal overigens erg blij zijn als alle duiven weer bij elkaar zitten dan is namelijk het gegoochel met de stamkaarten ook voorbij. Dat is overigens wel een leuk werkje doch na verloop van tijd heb je er schoon genoeg van. Deze week worden de kweekhokken weer extra schoon gemaakt. Met behulp van de brander gaan we alle ongedierte te lijf, de stofzuiger zorgt er voor dat alles keurig netjes stofvrij wordt opgeleverd. Alle broedschalen zijn inmiddels gevuld met een nestmatje dat is ingespoten met een goed verdelgingsmiddel tegen luis en ander gespuis. Zodra de duiven twee dagen bijeen zitten krijgen ze de broedpannen die dan ook gevuld zijn met extra nestmateriaal. Het is vaak ook een aanmoediging voor de duiven om elkaar opnieuw te liefkozen. Bij koppels die niets van elkaar willen weten helpt soms het direct plaatsen van een broedschotel. Als ze dan nog niets van elkaar willen weten geef ze dan een of twee dagen de beschikking over het jonge duivenhok. Binnen enkele uren is het ergste leed geleden en zullen beiden elkaar accepteren en meestal liggen ze dan vrij snel samen in een hoekje te kroelen. Vanaf het moment dat de duiven gekoppeld zijn laat ik de lamp ’s avonds tot 9 uur branden en zodra ze allemaal twee eieren hebben stop ik met bijlichten. In de weekenden wordt momenteel veel tijd besteed aan het bezoeken van tentoonstellingen en huldigingen en zo sukkelen we langzaam richting Kerstdagen. In de meeste landen zijn deze dagen nog altijd heel bijzonder, jammer dat dit niet in heel de wereld het geval is.

DE DEFINITIEVE SELECTIE
Ik ben te veel liefhebber om zo maar de overtollige duiven weg te doen, ik ben daar heel lang en zeer serieus mee bezig. Dat is inmiddels wel gebeurd met de duivinnen. Op een gegeven moment dacht ik “nu moet het gebeuren” en de dag daarna had ik al een beetje spijt. In gedachten zag ik alle duivinnen weer de revue passeren. Er waren er namelijk een aantal bij die vooral in 2016 en 2017 goed hadden gepresteerd. Dit jaar niet, in het voorjaar wilde ze om wat voor reden niet goed eten en in de tweede helft van het seizoen vertikte ze het om twee maal daags een uur te trainen. Wat ze wel deden is rechtstreeks uit het hok naar de nabij gelegen golfbaan vliegen om daar te gaan lopen grazen. Ze vlogen geen rondje meer om het hok. Regelmatig ging ik naar de golfbaan om de duiven weg te jagen, maar zodra ik terug naar huis ging liepen zij alweer in het gras te pikken. Wat ze daar vonden ik weet het niet, er stond van alles in het hok maar de golfbaan was voor hen veel interessanter ik werd er gek van. De duiven die me eens zoveel plezier hadden bezorgd lieten het volkomen afweten. Prachtige en goede duiven, het was over en in de wintermaanden heb ik besloten ze allemaal weg te doen. Ik wil in 2019 niet nogmaals deze ellende meemaken. De duivinnen zijn weg en van de doffers zitten er nog een vijftal. Het kweekhok zit vol met duiven waar ik alle vertrouwen in heb wat niet wil zeggen dat het allemaal waardevolle kwekers zijn. Maar vol is vol en er zitten er voor mijn doen al te veel. Dus ik moet nog even doorbijten en als ze eenmaal weg zijn weet je nooit of je het wel of niet goed gedaan hebt. Wel houd ik twee reserve duivinnen en doffers aan. Je weet maar nooit wat er in de wintermaanden nog kan gebeuren.

WORDT DE NEDERLANDSE DUIVENSPORT EEN NIEUWE RAGE VOOR VROUWEN?
Tijdens de Nationale NPO dagen die op 1 en 2 december in Nieuwegein werden gehouden werd de Ladies League gepresenteerd. Een volkomen nieuw initiatief. Wat exact de bedoeling is moet nog naar geraden worden. In ieder geval is het zo dat er tegenwoordig een dame zitting heeft in het NPO bestuur en zij is op het idee gekomen om een aparte competitie voor vrouwelijke leden in het leven te roepen. Initiatiefneemster is Esther Bultman, eigenaresse van een koerier bedrijf speciaal gericht op de duivensport. Haar idee bleek goed aan te slaan want vele dames hebben zich al ingeschreven. De duiven van de dames krijgen vanaf 2019 roze voetringen en ook roze chipringen toegewezen. Iedereen is natuurlijk razend benieuwd of deze league zorgt voor voldoende leden en of het voor de toekomst een haalbare zaak blijkt te zijn. Leuk voor de dames, maar volgens mij ook niet meer dan dat. Verder ben ik er van overtuigd dat alles in het werk wordt gesteld om de dames na behaalde prestaties niet met lege handen naar huis te laten gaan. Dat zouden wel eens prijzen kunnen worden waar de mannen alleen in het verre verleden om konden strijden. Een aparte competitie voor dames lijkt mij een goede zaak, maar om nu meteen al met aparte gekleurde ringen te starten is nu niet direct een vorm van eensgezindheid. Deze tweedeling kon er wel eens de oorzaak van worden dat de vrouwen van de mannen lid gaan worden zeker als de dames mooiere prijzen kunnen winnen dan de mannen. In mijn speelgebied kun je niet eens meer een stoffer en blik winnen en dat terwijl er duizenden euro’s voor duiven betaald worden. Voorlopig wachten we af hoe de Ladies League zich gaat ontwikkelen en een vrouwelijke secretaris binnen ons nationale NPO bestuur is zeker geen verkeerde zaak.

“NPO” EEN MAGISCHE KLANK IN DE COMMERCIEELE DUIVENWERELD
Nog even en het is winter. Zodra de winter begint (21 december) hebben we ook direct de kortste dag te pakken. Vanaf die dag gaan de dagen weer lengen en eind januari is dat alweer duidelijk te merken. De winterkwekers hebben dan hun eerste jongen reeds gespeend, lege afdelingen worden weer gevuld en daarna duurt het niet zo lang meer of de hokken zitten weer vol. Het nieuwe seizoen komt steeds dichterbij en alles begint weer van voren af aan. Zo gaat dat al vele jaren en het is te wensen dat dit nog vele jaren zo door gaat. Vorig jaar was er grote paniek met de levering van de vaste voetringen. Normaal is dat de ringen tussen Kerst en Nieuwjaar bij de verenigingen worden aangeleverd. Ik kan me niet herinneren dat dit ooit fout ging maar in 2017 was dat wel het geval. Noodmaatregelen moesten worden genomen en uiteindelijk kwam na de nodige improvisaties alles op zijn pootjes terecht. Een onbegrijpelijke blunder die we als liefhebbers nooit meer hopen mee te maken. We kunnen er van uitgaan dat de NPO alles tot in de puntjes heeft doorgesproken met de fabrikant zodat de ringen 2019 bijtijds bij de leden zijn.

NU WE HET TOCH OVER DE NPO HEBBEN
Ik ben zeker niet vies van commercie maar waar ik me wel steeds meer aan erger is het ongelimiteerd gebruik van de drie letters “NPO” binnen allerlei verkoop advertenties en sites. Die letters hebben inmiddels een uitstraling gekregen alsof de duif iets extra’s heeft gepresteerd. Mag ik het zand strooien noemen in de ogen van de geÔnteresseerde kopers. Alle vluchten in Nederland worden georganiseerd onder de reglementen van de NPO, dus het stelt niets extra’s voor, volksverlakkerij noemen we dat. De NPO zou het te pas en te onpas gebruik van NPO moeten verbieden en de duivenkranten zouden moeten weigeren dergelijke onzin op te nemen. Laat weg die flauwe kul of zet het bij alle vluchten zodat die letters geen extra betekenis meer hebben. Er moet op worden toegezien dat er geen misbruik van wordt gemaakt. Het zelfde is het geval met de Nationale inkorfcentra, daar zijn er te veel van. In mijn afdeling werd door een vereniging, die tevens nationaal inkorfcentrum is, gevraagd om het minimum aantal deelnemers te verlagen. Momenteel is het verplicht om minimaal 7 deelnemers te hebben, zo niet dan moet er van een ander lokaal gebruik gemaakt worden. De reden van dat verzoek is te weinig deelnemers waardoor er meestal 1 of 2 liefhebbers gevraagd worden om met 1 duif mee te doen en een lijst in te vullen zodat aan de regels is voldaan, over fraude gesproken! Mijn mening is dat als je geen 7 deelnemers op de been kunt brengen ben je GEEN nationaal inkorfcentrum. In een nationaal inkorfcentrum behoort het een drukte van belang te zijn. Deelnemen aan een nationaal concours is nog steeds iets speciaals en dat vraagt om een goede organisatie, voldoende deelnemers, een goede controle en het moet mogelijk zijn om daar met ongeacht welk merk klok duiven in te zetten. Kan daar niet aan worden voldaan dan mag er volgens mij geen goedkeuring verleend worden om als nationaal inkorfcentrum te fungeren. Het zou een stap in de goede richting zijn als de NPO hier strenger op gaat toezien in verband met de veiligheid van alle concoursen.

NATIONALE OVERWINNING
Als er veel geld mee gemoeid is zijn mensen tot rare dingen in staat. Er zijn jammer genoeg voorbeelden genoeg over fraude. Helaas zullen er altijd mensen blijven bestaan die de boel willen belazeren. Soms gaat dat alleen om een sportbokaal, helaas speelt het grote geld daarin een steeds belangrijkere rol. Winnen in ongeacht welke sport willen we allemaal zeker als er eerlijk spel gespeeld wordt. Gelukkig is dat in vele sporten de normaalste zaak van de wereld, helaas niet in de duivensport. Eerlijk spel is helaas niet mogelijk binnen onze sport omdat onze hokken op allerlei verschillende locaties staan, we spelen ook niet met het zelfde aantal duiven. Ook niet als er voorgeschreven wordt dat er met maximaal 25 duiven mag worden gespeeld dan nog zullen er deelnemers zijn die wekelijks met 25 duiven meedoen, terwijl anderen de ene keer met tien en de andere keer vijf duiven inzetten. We spelen nooit met het zelfde aantal tegen elkaar. Om het toch eerlijker te maken is het te wensen dat er landelijk een maximaal aantal duiven per vlucht wordt vastgesteld met daaraan gekoppeld een nationaal systeem voor de berekening van de diversiteit aan kampioenschappen. Waarom is dat al niet veel eerder gebeurd? Vele jaren was onze sport gezegend met een groot aantal liefhebbers, daar is helaas weinig van over. Hierdoor zijn de concoursen veranderd. Veel duiven en veel liefhebbers zorgden voor een goede spreiding, nu zijn er veel minder deelnemers, er zijn echter wel veel meer mega liefhebbers gekomen en daar waar de meeste duiven wonen is ook de grootste trek naar toe. Door die mega aantallen niet meer toe te staan zal de strijd aantrekkelijker worden. Deelnemers moeten het wel leuk blijven vinden om mee te doen en moeten niet vooraf al gedemotiveerd raken omdat ze het voor hun doen tegen gigantische aantallen duiven op moeten nemen. Dat ontmoedigt ze en daardoor raken we de laatste jaren onnodig veel liefhebbers kwijt met alle gevolgen van dien. Iedereen moet willen inzien dat als we doorgaan zoals we momenteel bezig zijn er weinig van de duivensport overblijft. Een aanpassing c.q. verandering binnen onze sport is dringend nodig.

CHINA EN DE WAANZINNIGE BEDRAGEN VOOR BELGISCHE EN HOLLANDSE DUIVEN
Het is voor de professionele liefhebbers maar goed dat de Aziatische liefhebbers alle vertrouwen hebben in de duiven uit Holland en BelgiŽ, met name de Chinese liefhebbers hebben daar heel veel geld voor over. Als zij er niet zouden zijn hadden veel van de omhoog geschreven kampioenen niet anders dan droog brood te eten. Deze week werd er weer een recordbedrag neergeteld voor een jonge duivin met Hollandse en Belgische ouders. Het duifje “James’s Legend” werd asduif van de Pioneer Club, een elite club voor de crŤme de la crŤme van de van de Chinese duivensport. Het moet gezegd worden dat dit duifje formidabel heeft gepresteerd. De strijd werd gestreden over 4 races van om en nabij de 500 km die in 4 weken tijd werden afgewerkt, zij plaatste zich als 8-7300; 6-6500; 1-2500; 16-976 duiven. Daarnaast zal ze diverse keren zijn gedubbeld want ze wist maar liefst 13 auto’s te winnen. Er is daar dus duidelijk andere duivensport dan in de Europese landen. Op 20 november werd het duifje bij opbod verkocht en na een de nodige biedingen kocht eigenaar James Huang zijn duifje terug voor…… gaat u er maar even goed voor zitten….. het gigantische bedrag van 2.788.000 euro (bijna 3 miljoen euro voor een vogeltje van nog geen 500 gram). Daarmee is ze de duurste duif van de wereld. Een groot deel van de opbrengst gaat naar een charitatief doel en dat is dan weer leuk om te horen.

DE NPO DAGEN
In het weekend van 1 en 2 december werden de NPO dagen in een nieuw onderkomen gehouden. Ik zou er heen gaan maar het is er niet van gekomen. Ik heb wel de foto’s gezien en naar aanleiding daarvan vond ik het bezoek maar heel magertjes. De opkomst voor de huldiging van de vele kampioenen was zonder meer goed te noemen, verder weet ik er niets van. Vroeger moest en zou ik er altijd bij zijn, ik had het idee dat als ik er niet was het hele festijn niet door zou gaan. De laatste jaren heb ik het steeds af laten weten, dit keer kwam dat omdat Dr. Van der Sluis onze duiven op zaterdagmiddag kwam enten. Hij was dit keer ook niet met een stand aanwezig vandaar dat hij naar ons kwam. Ik vond dat belangrijker dan naar de nationale manifestatie te gaan, het is meestal elk jaar het zelfde . Hoe het dit jaar was, daar kan ik verder geen woord over zeggen. Wel heb ik de gesprekken met andere oudere liefhebbers gemist want dat is alle jaren eigenlijk het leukste van de hele beurs.

IS HET ZINKENDE SCHIP NOG WEL TE REDDEN?
Alles is mogelijk maar dan moet er wel een wil zijn. Het is alsof de Nederlandse duivensport volkomen de weg kwijt is. Naar mijn mening is dat ook zo en de reden daarvan is de sterke terugloop van leden. Daarin is nooit geÔnvesteerd, de duivensport liep vele jaren als een goed geoliede machine. Dus waarom zou men (het bestuur) zich ergens druk over maken? Volop leden, heel veel duiven, een landelijk wagenpark met veel te grote transportwagens, een steeds uitgebreider vliegprogramma, het kon niet op. Als alles binnen een sportorganisatie zo vlekkeloos verloopt gaat dat vaak gepaard met te weinig aandacht voor een op de toekomst gericht beleid. Zo is dat ook met verschillende takken binnen het bedrijfsleven gegaan. Heel bekende landelijke bedrijven zijn op die manier van het toneel verdwenen. De duivensport gaat ook die kant op, het is te laat om het tij te keren. Daarbij komt ook nog eens de moeilijkheid dat ons landelijke bestuur zelf geen enkele beslissing kan nemen. Zij zijn volkomen afhankelijk van hun achterban, die maken de dienst uit. Daardoor is ons landelijk bestuur gelijk aan een duiventil, de bestuurders vliegen er in en uit. Er is helaas geen rust in de tent en ik vrees dat die ook nooit meer terug komt. Het nationale bestuur heeft met de beste bedoelingen voor elke discipline binnen onze sport een aantal werkgroepen in het leven geroepen. Op zich een ideaalbeeld voor een perfecte organisatie. Het vervelende is dat vitesse spelers niet dezelfde taal spreken als marathon spelers en bij de liefhebbers van concoursen met jonge duiven spelen andere zaken dan binnen de groep fond spelers. Ik denk dat we met zijn allen kunnen begrijpen hoe moeilijk het is om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. Er spelen veel te veel verschillende belangen ook in de wijze van sportbeleving. Er zijn sportvrienden die hun sport zeer professioneel beleven, anderen hebben hun duiven hun club en doen wekelijks mee aan het spelletje dat zij leuk vinden. Over de organisatie hebben ze nog nooit nagedacht. Dat is te merken tijdens de club vergaderingen. Het zijn altijd dezelfde die zich in de materie hebben verdiept wat dan ook meestal de woordvoerders zijn en de rest kijkt zwijgend toe.

OUD EN GRIJS EN DAARDOOR NIET MEER GEŌNTERESSEERD
Omdat oud en grijs binnen de duivensport de grootste groep vormen geeft dat binnen de uitslag van een stemming vaak een vertekend beeld. Veel ouderen denken; het zal mijn tijd wel uit duren en vinden het prima wat hun club beslist. Zij gaan er vanuit dat ze in 2019 hun duifjes weer wekelijks kunnen inzetten en dat ze worden opgehaald. Dat ze op weg naar de lossingplaats verzorgt worden, dat ze op tijd gelost worden, dat er wekelijks een uitslag wordt gemaakt en zo leven ze van de ene week naar de andere. Lekker makkelijk, maar zo werkt het in de praktijk niet. Om alles goed te laten verlopen is er veel mankracht voor nodig. Ondanks de automatisering is er nog veel handmatig werk te doen en de groep die dat moet doen raakt steeds minder gemotiveerd en wordt jammer genoeg ook steeds kleiner. Nu er verschillende werkgroepen in het leven zijn geroepen komt er ook opnieuw leven in de brouwerij. Vooral door de werkgroep “eerlijk spel”. Zij riepen alle leden op om hun wensen ten opzichte van eerlijk spel kenbaar te maken. Van de ongeveer 15.000 spelende hokken (meer zijn er volgens mij niet) zijn iets meer dan 200 reacties binnen gekomen. Binnen een sportbond waar zoveel in beweging is kunnen we spreken van een teleurstellend resultaat. Degene die de moeite hebben genomen het overzicht van al die reacties te lezen wordt er duizelig van. Wel is het zo dat de grote meerderheid van de Nederlandse liefhebbers af wil van het ongelimiteerde aantal duiven dat op elke vlucht kan worden ingezet. De meerderheid geeft de voorkeur aan maximale aantallen. Overwegend gaat de voorkeur uit naar maximaal 25 oude duiven en 35 jonge duiven. Met die aantallen wordt er gestreden om de kampioenschappen. Nu is het zo dat een aantal internationaal bekende liefhebbers wekelijks met manden vol duiven komen aansjouwen en dat ontmoedigt de modale liefhebber. Zeker weten dat er binnen de Nederlandse duivensport het een en ander in 2019 is of gaat veranderen. Daarbij is zeker het maximum aantal duiven waarmee voor de kampioenschappen gespeeld mag worden. Voetbal doen we tenslotte ook elf tegen elf. Daarbij mogen we niet uit het oog verliezen dat alle veranderingen geen verbeteringen zijn. De duivensport zoals ze was komt in ieder geval nooit meer terug.

NATIONALE MANIFESTATIE
Onze jaarlijkse manifestatie wordt dit jaar op 1 en 2 december gehouden in Nieuwegein, een andere locatie dus. De toegang is gratis en dat is mede mogelijk gemaakt doordat vooraanstaande liefhebbers een duif voor de verkoop hebben geschonken. Op zaterdag is er ook weer een duiven dag voor de jeugd georganiseerd. Verder staat alles in het teken van de duivensport. Hopelijk kunnen vele nationale en internationale sportvrienden de weg naar de NPO dagen vinden. Ik hoop dat we elkaar in grote getale zullen ontmoeten. Hier nog even het adres: De Beursfabriek, Symfonielaan 5, 3438EX – Nieuwegein bij Utrecht.

WINTERKWEEK
Koppelen bij volle maan. Veel liefhebbers geloven daarin, zeker als je dat al meerdere jaren doet en de kweekresultaten voor zich spreken, waarom zou je daar dan van afwijken. Ik ben ook zo een kuddedier want ik heb dat ook uitgeprobeerd. Het eerste jaar was het geweldig zo mijn jonge duiven presteerden, de volgende twee jaar was het drie keer niks. Een jaar was het opvallend dat ik meerdere duiven kweekte waarvan twee tenen als het ware aan elkaar vast waren gegroeid, er zat een soort zwemvlies tussen. Ik weet echt niet wat de oorzaak daarvan was in ieder geval geen te nauwe inteelt. Ik gaf de volle maan de schuld en heb daarna steeds tussen Kerst en Nieuwjaar de kweekduiven gekoppeld en heb nooit meer naar de maan gekeken. Dit jaar op 23 november is het weer volle maan en ik weet dat er weer heel wat liefhebbers zijn die de duiven gaan koppelen. Wetenschappelijk is er niets bewezen maar als je ergens succes mee hebt moet je er zeker niet vanaf wijken althans dat is mijn mening. Het zal toch niet zo zijn dat als je twee duiven bij volle maan bijeen zet die nog nooit een prijs hebben gewonnen dat je daar dan prijswinnaars uit kweekt. Ik zoek het nog steeds in de kwaliteit en ga er nog steeds van uit dat je uit twee topduiven een grotere kans hebt een bruikbare duif te kweken ook al zet je die zomers bij halve maan bij elkaar.

WIJ HOLLANDERS BEGRIJPEN ER NIETS MEER VAN
Of misschien juist wel. In onze ogen is de duivenwereld volkomen op hol geslagen. Wat er zich de afgelopen twee weken heeft afgespeeld is bijna ongelooflijk. Dagblad De Duif hield al voor de zoveelste keer hun jaarlijkse Golden Ten verkoop. Een aantal super commerciŽle melkers werden uitgenodigd om een zestal jonge duiven beschikbaar te stellen voor een met veel tam - tam aangekondigde zaalverkoop. De organiserende krant sprak van een groot succes. In alle eenvoud kunnen we ons afvragen; voor wie was het een groot succes? Voegt het iets toe aan de populariteit van de duivensport? Geen Belg of Nederlander haalt het in zijn hoofd om na het lezen van alle astronomische bedragen die voor jonge duiven betaald worden met de duivensport te beginnen. Duiven die nooit in de mand hebben gezeten en ook nooit in de mand zullen komen worden direct bestemd voor de kweek. Waarom? Zeker omdat ze zo duur zijn maar dat heeft helemaal niets met kweekwaarde te maken. Een opbrengst van 1.179,000 euro voor 168 jonge duiven (gemiddeld 7.020 euro) is waanzin ten top. Nog gekker werd het op de internetverkoop van de bekende Belg Gaby Vandenabeele. Deze zeer sympathieke liefhebber moest min of meer noodgedwongen zijn duiven weg doen vanwege een duivenlong. Gaby heeft door zijn aansprekende prestaties in de loop der jaren een heel goede naam opgebouwd mede doordat anderen ook zeer succesvol zijn met zijn duiven. We kennen Gaby van zijn sterke spel met een niet te groot aantal duiven in de race. Groot was de verbazing toen de verkoop werd aangekondigd van maar liefst 815 duiven. Waar haalt hij die opeens vandaan? Anderen die noodgedwongen moeten stoppen kunnen de helft of nog meer naar de poelier brengen. Een professioneel duivenmakelaars bedrijf bekend onder de naam Pipa dacht daar anders over. Zij haalde werkelijk alles uit de kast om een spectaculaire internet verkoop voor te bereiden. Iets dat je met een gerust geweten aan dit bedrijf kan over laten. Einde van het verhaal is een record opbrengst van gemiddeld 8000 euro per duif oftewel een totaal opbrengst van 6,5 miljoen euro. De duurste van het hele circus ging voor 376.000 euro naar China waar trouwens ruim 60% van de duiven (482 stuks) heen ging, de andere 40% gingen naar 30 verschillende landen. Van de oude duiven die verkocht werden gingen er 2 naar Nederland en dat zegt toch wel iets voor een toonaangevend duivenland. Jammer dat er nooit iets over de kweekresultaten wordt vermeld van al die duiven die voor de kweek op allerlei verkoopsites aan de man gebracht worden. Kijk maar eens op uw eigen hok hoeveel goede, ik bedoel echte goede, er gekweekt worden. Tel alleen de 4 jarige maar eens dan weet je exact hoe moeilijk het is. Het moet wel gezegd worden dat het fantastisch was om deze verkoop drie dagen lang op internet te kunnen volgen, vooral omdat ik denk dat dit nooit meer zal gebeuren. Maar…. Zeg nooit, nooit!

MILJOENENHANDEL BINNEN EEN SPORT DIE IN GEEN ENKEL DAGBLAD NOG AANDACHT KRIJGT.
Zo treurig is het gesteld met de Nederlandse duivensport. In de tijd dat er in Nederland nog 100.000 liefhebbers waren stond er in het begin van de week in elk zichzelf respecterend dagblad wel een halve pagina duivennieuws. Dat is voorbij. Het sterk teruglopend aantal duivenmelkers is daar mede de oorzaak van. Duivensport is geen volkssport meer. Vroeger jaren kende de duivensport ook een groot aantal supporters en die wilde wekelijks in de krant kunnen lezen wie de beste prestaties hadden behaald. Daar werd op het werk, in de familie en door vrienden en bekenden over gesproken. Nu vragen mensen aan mij of ik nog duiven heb en of er nog duivensport is omdat ze er geen letter meer in de krant kunnen lezen. Dat is toch iets waarover ons nationale sportbestuur met de schrijvende pers aan tafel moet. Zonder publiciteit zakt de duivensport steeds verder weg in de anonimiteit.

VOORBEREIDINGEN OP HET KWEEKSEIZOEN
Het duurt niet zo lang meer dat onze duiven aan een nieuw kweekseizoen gaan beginnen. De wintermaanden zijn bij uitstek geschikt om (waardevol) kweekmateriaal aan te schaffen. Tegenwoordig zeker geen eenvoudige zaak, vooral niet als je al die duizelingwekkende bedragen leest die voor een duif worden neergeteld. Ik zeg bewust een duif omdat veel duiven geen plek op het kweekhok verdienen. Toch worden binnen onze sport alle duiven die het kweekhok ingaan kweekduiven genoemd. Bij al die duiven zitten elke jaar een aantal aangeschafte duiven, gekregen, geruild, gekocht voor veel of weinig geld, iedereen droomt van een goed kweekresultaat. Zelf heb ik jarenlang veel aandacht besteed aan duiven die bij mij een plaats op het kweekhok hadden verdiend. Elke duif die in de CC een eerste prijs won ging het kweekhok in. Dat wilde niet zeggen dat ze na het behalen van een overwinning daar direct terechtkwamen. Nee, daar was meer voor nodig. Ze moesten in elke geval het hele seizoen uitspelen. Soms waren er duiven bij die wel drie of vier keer een eerste prijs hadden gewonnen of een eerste plus enkele echte kopprijzen. Volgens mij is dat de enige goede methode. Natuurlijk schafte ik ook elk jaar minimaal wel 1 duif aan. In die tijd moest dat er altijd eentje zijn met minimaal 50% bloed van de wereldberoemde Gebr. Janssen duiven. Eerlijk waar, die duiven hebben mij ontzettend veel sportplezier bezorgd. Mooiere en betere duiven bestonden er in mijn ogen niet. Er waren ook andere goede en mooie duiven maar Janssen duiven spande de kroon. Ik heb nooit kunnen begrijpen dat die in eigen land niet zo gewaardeerd werden. Jaloezie misschien? De echte Janssen duiven zijn over de hele wereld inmiddels weg gekweekt, daar is weinig of niets meer van over. Ik bezit nog steeds het soort van de mannekes uit het Belgische Arendonk, ze zien er nog wel het zelfde uit, maar ze zijn gekruist. Om te kruisen is wel gekozen voor een ander kampioenenhok. Ik haal ze beslist niet overal vandaan. Inmiddels heb ik samen met mijn zoon Marco een fraaie kweekcollectie opgebouwd waarvan hun jongen dit jaar excellent hebben gepresteerd. De kwekers zijn nog niet allemaal eerste prijs winnaars of kampioensduif, toch zijn er dit jaar wel weer vijf bijgekomen plus 2 nieuwe aanwinsten. We hebben er net als al die kopers van de Vandenabeele duiven alle vertrouwen in. Maar als oude rot op postduiven gebied weet ik maar al te goed dat de meeste kweekresultaten ook dit jaar niet zo zullen zijn als we hopen. Ik heb wel jaren gehad dat ik dacht dat ik alleen top kweekkoppels bezat, helaas dat bleek niet zo te zijn. Ondanks dat heb jarenlang aan de top meegespeeld en nu mijn zoon Marco er is bijgekomen ben ik toch weer tot op het bod gemotiveerd en dat voor een 81 jarige. Dat beloofd wat!

ZO DE WAARD IS VERTROUWT HIJ ZIJN GASTEN
Het nationale bestuur van BelgiŽ heeft beslist dat de gummiringen bij Nationale concoursen gehandhaafd blijven. Waarom? Ze denken op die manier de nationale concoursen veiliger te maken. Grote vraag is; wordt er in BelgiŽ op grote schaal gefraudeerd? Je zou haast denken van wel want tijdens de laatste KBDB vergadering werd de pers verzocht de zaal te verlaten. De afgevaardigden dachten nu komt de aap uit de mouw wat gelukkig mee viel. Net als in andere landen staat in BelgiŽ veiligheid van elk concours heel hoog in het vaandel maar ze draven wel erg ver door. Is het EC niet veilig genoeg? Zijn er met die systemen te veel mogelijkheden om oneerlijk spel te spelen? Als dat waar zou zijn is de duivenwereld toch wel erg lang stil blijven staan. Vanaf halverwege de negentigerjaren zijn allerlei proeven gedaan vooral op veiligheid. Vanaf begin deze eeuw wordt er wereldwijd gebruik gemaakt van diverse EC systemen. Of die 100% veilig zijn, ik denk van wel, ik weet echter ook dat er altijd mensen zijn die om wat voor reden de zaak willen bedonderen. Ik weet niet of dat iemand ooit gelukt is. Misschien ben ik te goed van vertrouwen en daarom is het heel goed dat er mensen zijn die zich inzetten om het plegen van fraude onmogelijk te maken. Maar om dat nu te doen door van elke elektronisch geregistreerde duif ook nog eens een controle gummiring te klokken lijkt mij te ver gezocht. Is het dan toch zo dat de Belgische bestuurders hun leden niet voor de volle 100% vertrouwen? Dat is wel de reden dat de mechanische klokken van de vorige eeuw weer van de zolders gehaald moeten worden. Ik hoop niet dat dit in ons land ook gaat gebeuren want de meeste liefhebbers hebben hun oude klok met het huisvuil meegegeven en als dat niet zo is dan zullen de meeste wel vastgeroest zijn. Is een duif registreren op een EC systeem met daarbij een telefonische melding doen bij een centraal meldadres niet voldoende? Dezelfde mogelijkheid is er ook via het WhatsApp systeem. Boeven zullen altijd blijven bestaan er zijn er zelfs zoveel dat er sprake is van een cellentekort. Naar mijn mening zijn er wel te veel verschillende EC systemen daarom zou het mogelijk kunnen zijn dat het ene systeem veiliger is dan het andere. Laten we niet te ver doordraven, wat er nu in BelgiŽ gebeurt is de klok terugdraaien. Deze maatregel is geen reclame voor de duivensport zeker niet op internationaal niveau. De komende maanden zullen er vast en zeker de nodige voorstellen voor 2019 gedaan worden. Hopelijk gaan die over samenwerking en eerlijk spel dat lijkt mij op dit moment het belangrijkste.

OUD EN DUS GEEN INTERESSE?
Dat maak ik in eigen omgeving mee. Het belangrijkste spel voor de Zaanse liefhebbers is de ZCC. Ooit een heel sterk centrum voor snelheid en halve fond spelers waar wekelijks om en nabij de 400 liefhebbers aan deelnamen. Dat aantal is helaas teruggelopen tot beneden de 100, erg jammer maar daar zullen we het mee moeten doen. We zullen er aan moeten wennen dat er geen duizenden duiven meer aan de start komen. Dat wil niet zeggen dat het daarom geen waardevolle en spannende concoursen meer zijn. Gelukkig wel, er wordt wekelijks op het scherpst van de snede gespeeld, fanatieke liefhebbers hebben nog steeds de overhand. De vluchten van 2018 liggen achter ons, de kampioenen zijn bekend, zij worden op zondag 18 november gehuldigd. Het sterk verjongde bestuur heeft een prachtig programma in elkaar gedraaid waarvoor alle leden zijn uitgenodigd. Ontvangst met koffie en gebak en tussen de middag een prima verzorgd koud/warm buffet waar helemaal geen kosten aan verbonden zijn. Het enige wat de leden moeten doen is zich uiterlijk 5 november aanmelden. Helaas, het bestuur is zwaar teleurgesteld omdat slechts een handjevol leden zich hebben aangemeld. Ik ben bang dat de hele feestelijk dag wordt gecanceld. In een woord treurig en naar ik begrijp is dit beeld ook landelijk. Houden de grijze melkers niet meer van een verzetje, een gezellig praatje met een hapje en een slokje waarvan je zou zeggen; dat gaat er in als koek. Nee dus!

TENTOONSTELLING
Elk jaar een vast item. Ik was er nooit een echte liefhebber van maar deed wel altijd mee en bezocht in de wintermaanden alle club shows in mijn omgeving. In die tijd waren de liefhebbers nog geÔnteresseerd naar wat de keurmeester van hun duiven vond. Ook dat is voorbij, geen interesse meer. De organisaties moeten op hun knieŽn om deelnemers te krijgen. Te gek voor woorden, waarom toen wel volop deelnemers en nu al een aantal jaren niet meer. Als clubbestuurder zei ik altijd: een heel jaar is het bestuur voor de leden in de weer, in de winter kunnen de leden een tegenprestatie leveren door aan de clubshow mee te doen. Het zijn weekenden die ook de clubkas extra deed vullen. Vorig jaar kwam er geen enkele bezoeker op de tentoonstelling van mijn club af. Je vraagt je af; wat hebben we verkeerd gedaan?

GROTE RUI ZO GOED ALS VOORBIJ
Dat zelfde geldt ook voor de selectie periode. Alle duiven worden nu met de dag mooier en over een paar weken zijn ze zo glad als een paling en dan wordt het steeds moeilijker om nog duiven uit te selecteren. De winterkwekers hebben denkelijk alles al op papier gekoppeld want voor hen is 26 november de dag dat alle kwekers weer bijeen gezet worden. Op verschillende hokken worden ook de vliegduiven dan bijeen gezet vooral om de eerste eieren van de kwekers onder te kunnen leggen. Zelf heb ik ook vele jaren aan winterkweek gedaan. De belangrijkste reden voor mij was dat ik met zeker twee of soms wel drie ronden jongen van de kwekers aan het jonge duivenprogramma kon meedoen. In die tijd werd er veelvuldig met kunstmest op de akkers gewerkt en mijn duiven gingen ondanks dat ik ze van alles gaf toch graag naar het veld. Tijdens de winterkweek heb je daar totaal geen last van omdat er dan op het land niets voor hen te vinden is waarmee je voorkomt dat ze vergiftigd worden. Een andere reden was dat het in december nog niet zo heel koud is waardoor de kans op bevriezing van kale jongen nihil is. Ik moet u bekennen dat ik nog nooit problemen heb gehad met bevriezen van eieren of kleine jongen en toch had ik geen verwarming in mijn hokken. Ik zorgde er wel voor dat er ruim voldoende nestmateriaal voorhanden was. Ik ben wel op hokken geweest waar tijdens de winterkweek bijna geen nestmateriaal in de schotels lag, ja dan vraag je om problemen. Ik zorgde er wel voor dat het behaaglijk was in het hok, niet alleen voor de duiven maar nog meer voor mezelf. Momenteel ga ik met steeds meer plezier naar de duiven. De grote hoeveelheid veren die er elke dag lag heb ik steeds met de stofzuiger verwijdert, dat is bijna niet meer nodig. De kwekers zijn klaar met de rui en de vliegduiven zowel oud als jong hebben nog een of twee oude pennen. Ze zien er prachtig uit en komen zo lang als dat mogelijk is drie keer in de week buiten. Ik ben niet zo aan voorstander van de duiven de hele winter binnen te houden.

SPECIALISATIE
Dat was een aantal jaren geleden een nieuw begrip binnen de duivensport. Het had toen al een beetje te maken met oneerlijk spel. Het werd in het leven geroepen door onze nationale organisatie. De toenmalige bestuurders zagen in dat het binnen onze sport de verkeerde kant op ging. Ons land kende in die tijd heel veel liefhebbers vooral kleine gezelligheidsspelers. De vliegprogramma’s werden uitgebreider, er kwamen meer spelmogelijkheden voor iedereen. Met de uitbreiding van de vliegprogramma’s kwamen ook de problemen. Soms wel drie vluchten in een weekend. Voor een heleboel spelers was dat fantastisch, ik behoorde ook tot die groep. Liever vier vluchten dan een dacht ik. Heerlijk op zaterdag de duiven opwachten. Die dag was mijn duiven dag en de hele familie plus vrienden wisten dat ik op zaterdag bezet was dan gingen de duiven voor alles. Toen ik ouder werd begon ik steeds meer te merken dat door de hoeveelheid van wedstrijden de hobby wel erg duur begon te worden. Met schoolgaande kinderen en iets meer duiven omdat er meer vluchten waren bleek dat voor mij geen haalbare zaak te zijn. Ik kon in die tijd geen 50 gulden per week aan mijn duivenhobby besteden en met mij nog vele anderen. Met grote regelmaat werd er in de duivenbladen geschreven over specialisatie. Als je tot de categorie gezelligheidsspelers behoorde was het beter om je te specialiseren op een of hooguit twee onderdelen van de duivensport. Je moest je niet willen meten met de grote mannen die veel meer duiven bezaten. Op zich een heel goed idee, en zo geschiedde. Duivenliefhebbers genoeg dus geen enkel probleem.

MINDER DUIVEN
Door de specialisatie kwamen er na verloop van tijd steeds minder duiven. Een nieuw fenomeen waren de “invliegduiven”. Dat waren de duiven die ingezet werden om te oefenen of te trainen doch niet meededen aan de wedstrijd en dus ook niet geklokt werden. Toen kreeg je situaties van een deelname van 400 duiven waarvan er maar 150 aan de wedstrijd meededen en dat was ook niet de bedoeling. Door de specialisatie kreeg je liefhebbers die enkel vitesse speelde, anderen speelden vitesse en midfond. Sommige alleen jonge duiven, anderen alleen eendaagse fond en weer anderen gaven de voorkeur aan de marathonvluchten. Voor iedereen was er dus een spelmogelijkheid totdat men er op gegeven moment achter kwam dat het aantal duiven per discipline sterk terugliep en zo is het tot op de dag van vandaag nog steeds zo. In sommige clubs is het zelfs zo dat er door te kleine deelname uitgeweken moet worden naar een ander inkorflokaal. Vooral op de eendaagse fond en de laatste midfond vluchten is dat zo. In eerste instantie was de specialisatie om iedereen zijn eigen spelletje te kunnen laten spelen. Door de sterke terugloop van leden blijkt dat de specialisatie bij veel verenigingen problematisch wordt in verband met het voortbestaan van de club. Er zijn geen deelnemers genoeg! Wat zou een goede oplossing zijn?

ANDER VLIEGPROGRAMMA?
Jarenlang bestond in ons land het vliegprogramma uit 5 vitesse, 4 midfond, 4 fond waarvan een overnachtvlucht, 6 jonge duiven en 5 natoer. Elke week 1 vlucht, geen specialisatie en iedereen deed wekelijks mee. Nu zal het duidelijk zijn waarom het generaal kampioenschap in die jaren zo belangrijk was en momenteel vanwege de specialisatie niets meer voorstelt omdat bijna niemand aan ALLE wedstrijden meedoet of mee kan doen. Er is in de loop der jaren zoveel veranderd waardoor we ons nu gaan afvragen waren die wijzigingen wel goed doordacht. Door het huidige uitgebreide vluchtprogramma terug te brengen naar 1 vlucht per weekend zal denkelijk voor grote onrust zorgdragen. We zullen misschien wel een beetje die kant op moeten gaan werken. De duivensport wordt aantrekkelijker minder tijdrovend en misschien ook wel minder kostbaar. Het gaat er natuurlijk ook om de bestaande groep leden bij elkaar te houden. Als er nog meer afhaken dan komen we steeds dichter bij het einde van de duivensport zoals we die kennen.

WAT IS ONZE DOELGROEP?
Jarenlang was er helemaal geen doelgroep. Leden genoeg dus waarom zorgen maken over de toekomst. Met zo een ondoordacht beleid zijn veel bedrijven en sportverenigingen naar de knoppen gegaan. Toen men doorkreeg dat de duivensport begon te vergrijzen ontwaakten belangrijke bestuurders uit hun slaap. Aan de hand van de terugloop van leden begon men uit te rekenen tot hoe lang de duivensport zou kunnen voortbestaan. De uitkomst van de rekensom zag er niet rooskleurig uit dus er moest actie ondernomen worden, maar op welke manier? Bijna alle pijlen werden gericht op de jeugd. Dat kostte veel energie maar niet geschoten is altijd mis. Men begon met het plaatsen van een gratis duivenhokje bij een aantal kinderen die voor de duivensport zonder hulp van ouders hadden gekozen. Dat zelfde werd gedaan bij scholen, speeltuinen en een enkele kinderboerderij. Het heeft niets opgeleverd oftewel weggegooid geld. Opeens kwam er iemand op het lumineuze idee een promotiefilm te laten maken. Overal in Nederland kon de film vertoond worden, elke vereniging had er de beschikking over dus men kon aan de gang om onze sport te promoten. Gedacht werd aan de groep 40-50‘ers. Deze waren klaar met zelf sporten en de duivensport zou daar een welkome aanvulling op zijn. Ook voor deze vorm van promoten werd flink in de buidel getast. Eindconclusie wederom weggegooid geld, doel niet bereikt oftewel geen extra leden kunnen noteren en zo modderde men maar door. Geen echte visie, geen onderbouwde voorstellen, wel in korte tijd diverse goedwillende bestuursleden en helaas heeft dat ook niets opgeleverd. Nog steeds slooft men zich uit om de jeugd voor onze sport te winnen. Laten we echter niet vergeten dat ondanks dat de jeugd van tegenwoordig altijd zal blijven bestaan er nu een jeugd van tegenwoordig is die er totaal anders uitziet. Zij hebben zo ontzettend veel mogelijkheden om hun vrije tijd te besteden en in dat rijtje hoort de duivensport niet thuis. Gewoon te kostbaar en te tijdrovend. Degene die begin december de nationale dagen gaan bezoeken zullen op zaterdag weer grote groepen kinderen op de manifestatie tegenkomen. Jeugdleden die ook hun vriendjes mee mogen nemen. Erg goed bedoeld, maar waar het om gaat……… volgens mij worden er geen nieuwe leden genoteerd. Mochten er kinderen dol enthousiast thuis komen en hun verhaal vertellen aan ouders die niets van duivensport afweten schrikken ze zich te pletter als ze eenmaal doorhebben wat dat allemaal gaat kosten en wat zullen de buren er wel van zeggen. Nee, dat is absoluut geen eenvoudige zaak. Via dagbladen valt er weinig promotie te maken. Er blijven wel een gigantisch aantal weekbladen over waarin de duivensport op een professionele manier gepromoot kan worden. Binnen onze duivensport is de deskundigheid in huis om daaraan te gaan werken. Een mooi begin is misschien wel de aandacht voor de duiven die meedoen aan de eindselectie voor de postduiven olympiade in Polen, trouwens ook een mooi item voor een sportprogramma op TV. Nederland is tenslotte een wereld wijd toonaangevend duivenland en dat moeten we zoveel mogelijk op een positieve manier zien uit te dragen.

WAAROM?
In Nederland of beter gezegd door de Nederlandse duivenhouders wordt steeds meer gesproken over de wildgroei in het grote aantal duiven dat wekelijks door steeds meer liefhebbers wordt ingezet. Dat ontmoedigd heel veel liefhebbers en daarom is er onvrede. De liefhebbers laten nu eindelijk hun stem horen, ze komen in opstand en dringen er op aan dat het spelen met een ongelimiteerd aantal duiven aan banden wordt gelegd want zoals het nu gaat gaat het absoluut de verkeerde kant op. Het spel voor de gewone man is uitgegroeid tot een gigantisch groot commercieel gebeuren. Het gaat niet meer om een huishoudelijke prijs of om een klein geldbedrag. In veel afdelingen wordt niet eens meer om geld gespeeld. De hobby melkers spelen om een kampioenstitel en de megahokken spelen om kettinguitslagen want dat is voor hen big business. Kampioenschappen zijn voor de megahokken niet interessant, wel kampioensduiven en vooral uitslagen waar zoveel mogelijk van hun duiven in voor komen. Jammer dat het hobby-matige steeds meer verdwijnt. De amateurs willen het nog wel tegen de beroepsspelers opnemen maar dan met gelijke wapens en niet meer 100 tegen 10. Dat is toch een ongelijke strijd die de kleine man nooit kan winnen. Dus er moet iets veranderen.

EERLIJK SPEL
Dat is het waar het in Nederland om draait. De hobby liefhebber hoeft zeker niet opzij te gaan voor de megahokken die van hun hobby hun beroep hebben gemaakt. De kleine man kan zeker af en toe een duif voor zo een professional in de uitslag pakken wat gelukkig nog zeer regelmatig gebeurd. De broodspelers moeten niet denken dat zij het alleen vertoningsrecht hebben op kopprijzen en mooie uitslagen. Degene die een uitslag kunnen lezen weten wel beter. Maar aan wedstrijden organiseren waar 100 tegen 10 de normaalste zaak van de wereld is moet in een recordtempo een einde aan gemaakt worden. Pas dan kunnen we spreken van eerlijk spel. De duivensport wordt voor veel liefhebbers veel te duur terwijl de profs zich dankzij de deelname van de hobby spelers en met medewerking van de verkoopsites enorm weten te verrijken. Binnen zo een onbenullige hobby als duivensport is dat toch te gek voor woorden. De dag en weekbladen zijn amper geÔnteresseerd in de duivensport terwijl er jaarlijks miljoenen in om gaan. Binnenkort komt er een totale verkoop van sterspeler Gaby Vandenabeele. Ik heb gelezen dat er iets meer dan 800 duiven onder de hamer komen. Zeker weten dat die een duizelingwekkend bedrag gaan opbrengen hoofdzakelijk dankzij de overwinningen tegen Jan met de Pet. Het frustrerende is dat Jan met de pet niet in staat is om ook eens een duifje van zo een bekend hok aan te schaffen. Nee zij mogen alleen hun duiven inzetten zodat de steeds groter wordende groep beroepsspelers kan schitteren met prestaties behaald tegen een respectabel aantal duiven. Vooral liefhebbers uit andere landen trappen daar in. Zij weten absoluut niet wat een oneerlijk spel er met name in Nederland en BelgiŽ wordt gespeeld. Gelukkig komen er ook steeds meer liefhebbers in BelgiŽ in opstand tegen de absurde situatie die de megahokken oftewel onsportieve zakkenvullers teweeg brengen.

NIET BANG ZIJN VOOR GROTE INKORVERS
Zo was het jaren geleden. In de eerste plaats werden er jaren geleden niet zulke onzinnige aantallen duiven door een liefhebber ingezet. Als er iemand met 40 duiven kwam werd hij uitgelachen. Zeker bang dat je er onderdoor gaat werd er al gauw gezegd. Het was in de tijd dat alleen de eerste duif telde voor een kampioenstitel. Dus 40 tegen 10 vond men toen al oneerlijk. In die tijd werd er ook nog met gummiringen geklokt en dat koste ten opzichte van het elektronisch constateren veel meer tijd. Ik vertelde toen dat ik voor niemand opzij ging al kwamen ze er met 200. Dat zou ik nu niet meer zeggen want door de terugloop van leden, de veel te grote vlieggebieden, het kleiner aantal wordende aantal deelnemende duiven, het elektronisch constateren en de heel grote inkorvers is het duivenspel totaal veranderd. Het is plat gezegd finaal uit de klauwen gelopen. De grote mannen maken de dienst uit en het zal niet meevallen om daar binnen de kortste keren verandering in te brengen. Toch zal het moeten!

WAT ZAL HET BEZWAAR ZIJN
Het seizoen is voorbij en het vergaderseizoen zit er weer aan te komen. Van mijn afdeling heb ik de eerste voorstellen tot wijzigen van allerlei zaken alweer binnen gekregen. Na alles gelezen te hebben zat ik direct met mijn handen in mijn haar. Allemaal weer van die voorstellen die al 50 jaar op de agenda voorkomen. IdeeŽn bedacht door een of twee ijverige verenigingsfunctionarissen die denken het wiel te gaan uitvinden. Wat zou het toch fijn zijn als onze nationale sportbond zou voorschrijven; zo gaan we het doen en niet anders. Wat moet het bezwaar zijn als we allemaal op dezelfde datum beginnen en eindigen. Wat zal het bezwaar zijn als we minimaal bij 100 km beginnen en op 600 km eindigen. Er kan dan een uitzondering worden gemaakt voor het handjevol marathonspelers dat we in Nederland hebben. Wat zal het bezwaar zijn als we allemaal via een gelijkluidend kampioenschap stelsel spelen. Wat kan het bezwaar zijn dat we allemaal wekelijks met maximaal 25 duiven meedoen waarvan de ringnummers voor aanvang van het seizoen zijn opgegeven en zet er nog 5 reserve duiven bij voor het geval er enkele duiven verspeeld worden. Liefhebbers van veel duiven mogen er gerust 500 houden, maar om mee te doen 25. Dan eens kijken of de professionals er zo een goede kijk op hebben dat ze wekelijks alles aan brandhout spelen. Op Malta mogen ze maximaal 10 duiven inzetten in Portugal spelen ze overwegend met jaarlingen en in China met jonge duiven. Ik neem aan dat ze in die landen net zo veel plezier aan het duivenspel beleven als wij. Wat zou het bezwaar zijn als we allemaal centraal gaan inkorven waardoor een groot deel van de ophaalkosten komen te vervallen. Wat zou het bezwaar kunnen zijn als er steeds meer centraal vervoerd gaat worden. Wat zou het bewaar kunnen zijn als we steeds meer (binnen niet al te lange tijd noodgedwongen) met elkaar gaan samenwerken in plaats van tegenwerken. Wat zou het bezwaar zijn als er kleinere vlieggebieden komen waardoor niemand weggespeeld wordt en ook niemand extra voordeel heeft. Vast en zeker zullen er nog meer ideeŽn gelanceerd kunnen worden, zeker nu er in Nederland een commissie aan het werk is met als hoofddoel EERLIJKER SPEL.

EENHOKSRACES
In eerste instantie dacht ik dat dit wel eens van levensbelang voor de duivensport kon zijn. Al snel ben ik daar op teruggekomen omdat het onmogelijk is grote groepen duiven gezond te houden en ook goede trainingen te geven. Grote aantallen blijven altijd bij elkaar vliegen, trekken niet weg en blijven daardoor zo dom als het paard van onze lieve Heer en dat was een ezel. Nee, eenhoks races zijn het in mij ogen ook niet. Toevallig las ik kort geleden een verslag van de ”Derby Costa del Sol” die voor de 6e keer werd gehouden. Er waren 1200 duiven ingezet waarvan er 827 aan de finale race deelnamen.De organisatie had volgens de verslaggeving alles tot in de puntjes geregeld wat ik direct geloof. Ik ben echter altijd razend benieuwd naar het eindresultaat. De duiven waren om 7.40 uur gelost en de eerste 6 duiven meldden zich om 14.22 uur wat betekent dat ze er 402 minuten over gevlogen hebben. De winnende snelheid was 1.112 meter per minuut zodat de afstand plm. 447 km geweest moet zijn. Tot zover ziet het er veelbelovend uit, maar nu komt het. Op de dag van lossing waren er 35 duiven van de 827 thuis, ja u leest het goed. Wat is er dan zo geweldig aan zo een race? Ik weet niet hoe het uiteindelijk is afgelopen maar ik kan zo een vlucht niet zien als uitstekend verlopen. Voor mij is dit een rampzalig verloop en misschien is het uitgelopen op een ramp maar mijn informatie gaat niet zo ver. Helaas gaat het niet alleen zo bij de Derby Costa de Sol in het Zuid-Spaanse Malaga. Een hoks races zijn in mijn ogen casino’s voor goklustige duivenmelkers. De grote te winnen bedragen zijn ontzettend belangrijk en de duif……?? Die telt helaas niet mee. Althans dat is mijn mening.

DE WERELD VERANDERT
Hoe we het wenden of keren we zijn op weg naar de koude wintermaanden. Op dit moment niet te geloven want de hoge temperaturen voor de tijd van het jaar blijven aanhouden. Oorzaak zijn de orkanen die ver van ons land zorgen voor veel ellende en verdriet terwijl in Nederland het prachtige vakantieweer blijft aanhouden. Onze stranden liggen elke dag vol met zonaanbidders, je durft ’s avonds bijna niet naar het nieuws op de TV te kijken want dan is er heel wat anders te zien dan wij momenteel gewend zijn. De ene natuurramp volgt de andere op, het vervelende is dat wij mensen de natuur niet kunnen regelen het enige dat overblijft is om zoveel mogelijk lotgenoten te helpen, maakt niet uit hoe, als er maar geholpen wordt hoe moeilijk dat in vele gevallen ook is. De wereld verandert, het is het gesprek van de dag. Wij gewone mensen kunnen daar geen invloed op uit oefenen, oorlog, geweld, verdriet, rampen, corruptie elke dag worden we ermee geconfronteerd. Onvoorstelbaar dat er dan in Nederland zoveel ophef wordt gemaakt over het aloude Sinterklaasfeest, zonder meer een fantastisch kinderfeest dat op 5 december wordt gevierd. Actiegroepen maken zich druk omdat Sinterklaas een roetzwarte knecht heeft met grote oorbellen en vuurrode lippen. Het zou teruggaan naar de slaventijd. Geen kind weet daarvan, op de scholen is aan alle kinderen geleerd dat Sinterklaas en Zwarte Piet grote kindervrienden zijn en daarom op 5 december als de Sint zijn verjaardag viert aan alle kindertjes een presentje komen bezorgen. Ik weet nog als de dag van gister dat ik in 1947 op Sinterklaasavond verrast werd met 2 postduiven en ondanks dat ons is bijgebracht dat Sint en Piet uit Spanje komen hadden de duiven wel Nederlandse ringen om. Dat vond ik op mijn 10 jarige leeftijd wel een beetje vreemd. Niet zo lang daarna kwam ik er achter dat beiden niet bestonden, nu ben ik 81 en geniet nog steeds van het feest vooral als ik al die blije kindersmoeltjes zie.

CONTACT MET SPORTVRIENDEN IS GOED VOOR DE MOTIVATIE
Als de rui voorbij is worden op veel hokken de duiven weer opnieuw gekoppeld. De voorbereidingen daarvoor krijgen bij veel liefhebbers nu al extra aandacht. Oude kwekers die al enkele jaren niet voor goede kweekresultaten hebben gezorgd moeten plaats maken voor de jongere generatie want wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. We verkeren nu in een periode dat we alleen maar kunnen toekijken hoe alles in het hok verloopt. Komen de duiven goed door de rui en blijven ze vrij van ziektes, meer is er eigenlijk niet te beleven. Het is het stille seizoen en juist dan moet je goed gemotiveerd blijven om toch alle aandacht te blijven besteden aan het wel en wee op het duivenhok en dat valt voor heel veel oudere liefhebbers niet altijd mee, ik kijk maar naar mezelf. Ik heb er eigenlijk geen zin meer in, het wordt me te veel. De dagen dat ik elke keer fluitend naar de duiven ging worden minder, veel van mijn oude duivenvrienden zijn er niet meer. Een paar maal in de week op bezoek gaan bij een duivenvriend bestaat al lang niet meer. Het clubleven wordt minder omdat er bijna geen leden meer zijn en erger nog er komen helemaal geen nieuwe leden bij. Ja, soms eentje die het bij een andere club niet naar zijn zin heeft maar dat schiet ook niet op. Ik moet me zelf echt oppeppen terwijl dat vroeger allemaal vanzelf ging. Als je bijna niemand meer spreekt die dezelfde hobby heeft raakt het plezier weg, vooral als de verzorging te zwaar begint te wegen. Daarom heb ik me voorgenomen weer wat meer contacten te leggen, ja ook schriftelijk, om wat meer met elkaar over duiven te praten. Het gaat dan veelal over vroeger, dat maakt niet uit, de sport wordt daardoor levendiger en zorgt er voor dat het wat plezieriger wordt. Ook nu loop ik nog te dubben om alles weg te doen en als er toevallig iemand langs komt die ze wil overnemen is de kans groot dat ik toehap. Maar wat als ze weg zijn en ik krijg spijt, dan val je in een gat. Gelukkig is dat niet helemaal zo want mijn zoon heeft de kweekduiven, dus als de nood aan de man is kan ik altijd nog met een paar jonge duiven opnieuw starten. Momenteel ben ik weer wat opgewekter omdat ik in korte tijd een aantal leuke gesprekken heb gehad met oude vrienden waarvan er twee zelf geen duiven meer hebben. De ene mist ze niet, de ander kan ze vanwege verhuizing niet meer houden doch zou kruipend terug willen naar de oude situatie. Duiven houden is een geweldige hobby bij huis, toch blijkt dat het beslist geen hobby is om in je eentje bij huis te beleven. Met je sportvrienden contact onderhouden brengt meer plezier aan de hobby, met elkaar ideeŽn uitwisselen, praten over het verleden en plannen maken voor de toekomst doe je niet alleen maar met elkaar.

WIE WORDEN AFGEVAARDIGD NAAR DE 37e OLYMPIADE
De strijd om aan de postduiven olympiade mee te mogen doen is gestreden. De sportduiven die uit allerlei landen zullen worden afgevaardigd hebben hun wedstrijden achter de rug. In alle deelnemende landen geldt het door de FCI vastgestelde reglement. Natuurlijk zitten daar nog wel wat schoonheidsfoutjes aan vast doch in grote lijnen is het nu; gelijke monniken, gelijke kappen. Ook in de duivensport zou deelname aan de Olympiade het hoogst haalbare zijn. Daar ben ik het totaal niet mee eens, wel voelt het als een hele eer om vooral in de sportklasse afgevaardigd te worden. Ik heb dat ook als eens mee mogen maken en dat geeft je toch een beetje het gevoel dat je een sportieve prestatie hebt geleverd. In Nederland hoeft geen enkele liefhebber de beste prestatie van zijn beste duif of duiven zelf in te zenden. Dat wordt via ons landelijk rekenbureau verzorgt zodat alleen degene die er recht op hebben worden uitgenodigd. Binnen niet al te lange tijd worden allerlei kampioensduiven aan ons voorgesteld. Er allerlei titels of kampioenschappen te bedenken. Bij Pipa zijn ze daar helemaal sterk in. Het gaat in bijna alle gevallen niet om de prestatie maar om de commerciŽle waarde. Binnen de duivensport krioelt het van de kampioenen en kampioenschappen die eigenlijk helemaal niets voorstellen. Er zou maar 1 titel mogen zijn en niet een 2e,3e,4, 8e of 10e kampioenschap. Weg met die flauwe kul! Als we straks met z’n allen, zeg ik dat wel goed, ik kan beter zeggen met een aantal landgenoten in de Poolse stad Poznan zijn, want wie gaan daar nu heen, zul je zien dat duiven op een Olympiade heel veel internationale belangstelling krijgen. Op andere evenementen zijn dat de standhouders, op een Olympiade staan de liefhebbers zich te vergapen aan al die duiven die volgens dezelfde sportieve voorwaarden daar aanwezig zijn. De organisatie kan gerust aan de Polen overgelaten worden. In 2011 mochten ze dat ook al een keer doen en dat zag er super uit. Polen is uitgegroeid tot een volwaardig duivenland, dat bewijzen ze aan alle kanten. Het duurt nog 3 maanden wat nog heel ver weg lijkt. We zijn er zo en dan liggen er in veel hokken al grote jongen in de schotel en op een aantal hokken zijn de eerste jongen al gespeend. Alle huldigingen zijn dan achter de rug, nog even mogen alle grootheden nagenieten van hun in 2018 behaalde prestaties en dan, dan beginnen we allemaal weer met een schone lei.

WIE MOGEN ER BLIJVEN
Onze hokken geven aan hoeveel duiven we kunnen houden. Vanwege eventuele verliezen bepalen we hoeveel jongen we gaan kweken en vanwege de ruimte wordt in deze periode al bepaald hoeveel duiven we in de winter kunnen houden en hoeveel duiven er voor het volgend seizoen gekweekt gaan worden. Dat is een vast gegeven of we moeten beslissen om een kleiner of groter hok te gaan bouwen dan veranderen de aantallen. De meeste van ons zijn geneigd om meer jongen te gaan kweken dan we kunnen bergen. Daar wordt eigenlijk al de eerste fout gemaakt want overbevolking kan fikse gevolgen hebben voor de gezondheid. Ik ga er zelf altijd vanuit; beter een paar zitschapjes over dan enkele te kort. Als je op die manier mede bereikt dat de jonge duiven makkelijker gezond blijven zullen de verliezen ook minder zijn. Weinig jonge duiven kwijt raken kan ook voor een luxe probleem zorgen. Zelf hanteer ik zo veel mogelijk het systeem dat ik in het voorjaar start met ongeveer 50% jaarlingen en evenveel oude vliegduiven. Dit jaar presteerden de jonge duiven buitengewoon en dan ben je meestal in de gelukkige omstandigheid dat je er ook minder verspeelt waardoor je er te veel over hebt. Met andere woorden, veel verliezen is niet leuk maar er veel te veel overhouden is ook niet altijd even leuk. We willen allemaal graag veel duiven overhouden want het is beter selecteren uit 30 duiven dan uit 4. De commerciŽle hokken zullen daar anders over denken, voor hen kunnen er niet genoeg voor de verkoop over blijven. Ik geloof niet dat zij hun beste verkopen en de mindere zelf houden, maar dat is mijn mening. Nu mijn jonge duiven zo formidabel hebben gepresteerd zullen er daarvan dit jaar denkelijk meer mogen blijven en dat gaat ten koste van de oude. Zo kun je het ene jaar een van de favorieten van het hok zijn om het volgend jaar toch plaats te moeten maken voor andere goed presterende en beloftevolle jonge duif. Zo zal het altijd blijven gaan, we zijn immers altijd op zoek naar nog betere. Een ruime keus kunnen maken uit een goed presterende groep jonge duiven geeft een aanzienlijk beter gevoel dan dat je een aantal jonge duiven noodgedwongen moet aanhouden. Maar je hebt niet alleen genoeg aan goed presterende jonge duiven daar komt nog een ietsje meer bij kijken.

IS DE MAND WEL DE BESTE SELECTEUR
We weten allemaal dat het niet vanzelfsprekend is dat een goed presterende jonge duif dat ook als jaarling is. Er zijn voorbeelden te over dat een echte top presterende jonge duif het als jaarling totaal laat afweten. Dit voorseizoen sprak ik nog een sterk spelende liefhebber die een jaar eerder een van de beste jonge duiven van het hele land had en tot op het moment had ik hem sprak had die zelfde duif nog geen enkele prijs weten te winnen. Uiteraard zijn er gelukkig ook voldoende voorbeelden van jonge duiven die geen platte prijs wonnen en als jaarling de sterren van de hemel speelden. Vandaar dat ik de vraag stel; is de mand wel de beste selecteur. Van de andere kant kun je stellen dat als de mand het niet is wat dan wel? Volgens mij zijn we allemaal de beste selecteur op eigen hok. We kennen onze duiven omdat we er dagelijks mee bezig zijn, voldoende tijd nemen om ze te observeren, hun vlieg en kweek resultaten bestuderen en wat zeer belangrijk is, hoe is het met de gezondheid en vliegconditie gesteld. Zijn we daarnaast in staat om top conditie vast te stellen en herkennen we ziektes op het hok. Het is niet nodig dat we duivendokter zijn, het is wel belangrijk om snel te kunnen zien dat er iets aan de duiven hapert. Juist daarom ben ik vele jaren geleden keurmeester geworden. Ik ben het hele land doorgereisd om op allerlei tentoonstellingen duiven te keuren, dat was een mooie tijd, maar ik deed het vooral om erg veel over duiven te leren. In de beginjaren kwamen nog veel liefhebbers met hun betere en vooral mooie duiven naar de show waardoor ik vaak het neusje van de zalm in handen kreeg. Die jaren zijn helaas voorbij, ik ben te oud en de liefhebbers hebben geen echte interesse meer in hetgeen keurmeesters van hun duiven vinden.

DE MOOISTE DUIVEN ZIJN LANG NIET ALTIJD DE BESTE
Kijk naar andere takken van sport, de mooiste atleten zijn zeker niet altijd de beste en kijk op eigen hok, daar ontdek je precies het zelfde. Op een show is het minder moeilijk om de mooiste aan te wijzen, op eigen hok is het bijna onmogelijk om enkel waardevolle duiven aan te wijzen. Toch moeten we daar de komende periode mee bezig zijn. Als het goed is zijn op vele hokken de eerste duiven uitgeselecteerd, je kunt dat merken aan de verkopingen die weer op gang komen. Die duiven hebben het voorbije seizoen al een kruisje achter hun ringnummer of naam gekregen en dat is maar goed ook want over een paar weken zijn die ook weer mooi en dan wordt het al weer een stuk moeilijker om ze alsnog weg te doen. Welke kunnen we dan het beste weg doen? Volgens mij is de eerste en de beste keus enkel duiven aan te houden die je als liefhebber aan staan. Je kent die duiven wel waarvan je zegt, ja dat is er een! Je voelt het aan de compactheid, de zachte pluimen, het stevige karkas, de stevig gesloten stuitbeentjes en aan het model van de duif. We hebben allemaal een bepaalde voorliefde voor een duif en dat is meestal een model of type of zelfs de kleur waar je de nodige successen mee hebt behaald. Daarbij komt als belangrijk argument de afstamming, daarin moeten belangrijke duiven van ons zelf voorkomen. Kijk absoluut niet te veel naar de uitgebreide afstammingen van te koop aangeboden duiven, die kunnen zo verleidelijk gemaakt worden dat je denkt dat die kerel die de duiven verkoopt niet goed bij zijn hoofd is anders zou hij zulke topduiven (?) beslist niet weg doen. De praktijk is heel anders. Houdt het vooral bij eigen gekweekte duiven. Uw duiven die super gepresteerd hebben blijven zonder enige twijfel en zijn het in alle opzichten ook waard om uit te kweken. De andere duiven waar niet zo heel veel goeds over te vertellen is kunnen het beste op eigen intuÔtie behouden blijven of weggedaan worden. Je zult altijd ergens je eigen keus moeten maken of je zou in een enkel geval eens de hulp van een goede sportvriend kunnen vragen. Mijn advies is; durf je eigen keus te maken want met schade en schande wordt je snel een heel stuk wijzer.

ANDERE VERZORGINGSTIJDEN
Het seizoen is (eindelijk) voorbij. We kunnen de teugels iets laten vieren want het “moeten” is nu ook voorbij. Gelukkig maar want ik heb echt het end in de bek. Het is niet eens zoveel jaar geleden dat ik niet van ophouden wilde weten. Wat mij betreft kon het duivenspel doorgaan tot aan de Kerstdagen om dan direct na Nieuwjaar weer te beginnen zo bezeten was ik van de duivensport. Gelukkig ben ik in de loop der jaren wel tot een ander inzicht gekomen. Vele malen heb ik geschreven een duivenjaar duurt een heel kalenderjaar en niet alleen in de lente en de zomer. Voor velen van ons is dat de belangrijkste periode, maar beste liefhebbers denk niet te gemakkelijk over de periode direct na het vliegseizoen want ook dan vraagt de verzorging aandacht. De grote rui is aangevangen, de hokken liggen vol met veren. In alle hoeken en gaten liggen grote hoeveelheden veren, ja ook in de drink en gritbakken. Dus daaraan extra aandacht besteden is min of meer een must. Om te voorkomen dat de veren door het hele hok waaien plaats ik in elke afdeling een of twee schotjes in een hoek schuin tegen de wand zodat de veren daarachter waaien en in een greep weggepakt kunnen worden. Van de nauwkeurige verzorging en het op vaste tijden voeren en loslaten van de duiven ben ik nu vanaf gestapt. Alle duiven krijgen nu bijna gelijktijdig tussen negen en half tien voer en water, ’s middags gebeurt dat om en nabij vijf uur.

HOE NU VERDER
Vandaag heb ik bij de 10 koppels vliegduiven, nadat ze 12 dagen zaten te broeden, alle eieren weggehaald en zijn de duivinnen naar een ander hok overgeplaatst. De kweekduiven zitten al geruime tijd gescheiden zodat die eind november in de juiste conditie verkeren om opnieuw gekoppeld te worden. Daarmee zijn we nu al druk bezig, althans op papier en uit ervaring weet ik dat deze koppelingen nog diverse keren zullen wijzigen. We zijn bijna weer op dezelfde situatie beland als eind tachtiger, begin negentigerjaren toen ons kweekhok alleen bestond uit eerste prijswinnaars en kampioensduiven met daarbij enkele aangeschafte duiven. Het grote verschil met die tijd is het aantal duiven waartegen wekelijks gespeeld wordt. Nu de vluchten voorbij zijn zit ik nog wel eens in de oude uitslagen te lezen, het is schrikbarend hoe het aantal deelnemende duiven is gedaald en met het aantal duiven natuurlijk ook het aantal liefhebbers. We zullen daarmee moeten leren leven, ook al valt dat niet mee. Zo was ik voorbije zaterdag als prijswinnaar bij de prijsuitreiking van de Noord-Hollandse Gouden ringen race aanwezig. Maar goed dat ik de dagen daarvoor informeerde waar en wanneer die prijsuitreiking was want de organisatie was mij vergeten uit te nodigen en dat terwijl ik zelfs de eigenaar ben van de 1e As duif van deze competitie. Een prachtige jonge lichtblauwe duivin die haar prestaties behaalde op kleine jongen. Toen ik om half zes de zaal binnenkwam zat er ongeveer 30 man en daar bleef het bij. U zult begrijpen dat je dan niet direct een echte feeststemming bereikt en ondanks de goede bedoelingen van de anderhalve organisator die er was denk ik dat we de begrafenis van de NH Gouden Ringenrace hebben meegemaakt. Alweer een leuk evenement weg. Je vraagt je langzamerhand af wat de liefhebbers nog wel leuk vinden. Ik ben er van overtuigd dat we de komende wintermaanden nog wel meer zaken gaan meemaken waarvan we zullen schrikken.

HOE WAS HET
Het seizoen 2018 gaat de boeken in als een jaar met buitensporig hoge temperaturen en op de meeste wedstrijddagen wind uit oostelijke richtingen. Geen eenvoudige omstandigheden, zeker niet voor jonge duiven. Toch vielen de verliezen in onze regio over het algemeen erg mee. Zo was er een lid in mijn club die maar een paar vluchten heeft meegedaan omdat hij van begin af aan te veel jonge duiven kwijt raakte. Laten we maar zeggen dat ik bij de gelukkige hoor omdat ik er over het hele seizoen 3 kwijt ben en bij de oude 2. Toch blijf ik zeggen dat veel liefhebbers niet serieus met hun jonge duiven omgaan. Elke week moeten ze mee waardoor er onvoldoende op conditie en gezondheid wordt gelet. Natuurlijk spelen kwaliteit en weersomstandigheden ook een belangrijke rol en in sommige gebieden zorgen de roofvogels voor nog grotere problemen. Alleen wij duivenliefhebbers weten wat het betekent als er een beloftevolle jonge duif door een roofvogel wordt gepakt. Bij de oude gebeurt het meerdere keren dat er een echte top duif wordt gepakt. Mensen weten niet wat een emotionele waarde daar aan kan vastzitten en dan heb ik nog niet eens over de financiŽle waarde. Er wordt zo makkelijk gezegd dat wij daar mee moeten leren leven. Misschien mogen wij dan vragen de steeds groter wordende populatie van verschillende soorten roofvogels wat meer in de hand te houden. Het loopt nu werkelijk de spuigaten uit, zo erg zelfs dat inmiddels grote aantallen duivenliefhebbers met hun hobby zijn gestopt.
Volgende keer ga ik in op de selectie, het lukt nu helaas niet. Ik ga eerst naar de dokter, ik denk dat ik een zenuwontsteking in mijn linker arm heb en dat is te pijnlijk om lang achter de computer te zitten. Helaas!

EINDSTANDEN KUNNEN OPGEMAAKT WORDEN
Ik kan geen enkele sport opnoemen waarbij zoveel kampioenstitels zijn te winnen het is werkelijk bij het belachelijke af. Vooral in BelgiŽ weten ze daar raad mee, het krioelt daar van de kampioenschappen en kampioensduiven. Misschien zijn ze daar wel slimmer dan in Nederland want in BelgiŽ gaat het voornamelijk om de commercie. Er wordt geprobeerd om zoveel mogelijk titels te bedenken zoals de beste duif op 2 nationale vluchten, de beste op drie en de beste op 4 nationale vluchten. Het zou een onleesbaar verhaal worden als ik werkelijk alle titels hier zou vermelden. Ook de grootste commerciŽle verkoopsite van BelgiŽ weet elk jaar wel weer een aantal nieuwe titels te bedenken want nu het vliegseizoen voorbij is breekt de tijd van verkopingen aan. Vaak van dezelfde mensen die inmiddels goed bevriend zijn met de heren duivenmakelaars. Het knotsgekke circus komt weer op gang, er zijn van die commerciŽle kampioenen die zelfs meerdere verkopingen per seizoen houden en wat zo geweldig is, ze verkopen alleen maar kwaliteit. Dat laatste nemen wij Hollanders al lang niet serieus meer. In Nederland is nog maar een handjevol liefhebbers die flinke bedragen neertellen voor een papieren duif en degene die dat doen zijn zelf omhoog geschreven kampionen. Niet zo verwonderlijk omdat het geld daar makkelijker binnenkomt en omdat ze eveneens afhankelijk zijn van stamkaarten waar goede duiven in voor komen. Het is voor onze duivensport jammer dat de commercie de overhand krijgt. Commercie binnen de sport is zeker niet verkeerd zeker als een deel ten goede komt van de sport zelf. Nu is het nog steeds zo dat het naar de individuele duivensporter gaat. Ik heb zeker geen moeite met verkoopverhalen als ze een juiste voorstelling van zaken geven. Het ledental in de duivensport holt achteruit, de meeste liefhebbers zijn oude mannen die niet meer investeren in peperdure duiven. Zij lezen en horen natuurlijk wel over die gekke duivenhandel en zeker de gesprekken over mega liefhebbers ontmoedigt hen waardoor we ook deze wintermaanden weer veel leden zullen verliezen. Het is het beeld van deze dag en we zullen daar voorlopig mee moeten leven. Het is jammer dat daar weinig of geen aandacht aan besteed wordt.

WAAR IS DE GEZELLIGHEID GEBLEVEN
Als oudere liefhebber ben je regelmatig geneigd om te zien naar vroeger. Het is tegenwoordig anders, de gezelligheid in de clubs is weg. Ook nu er diverse clubs met elkaar zijn gefuseerd komen de tijden van vroeger niet meer terug. Het was alsof duivenliefhebbers nooit en te nimmer uitgesproken raakte over hun gezamenlijke hobby. De een wist nog een sterker verhaal te vertellen dan de ander. Ik wilde in die tijd het liefst zo lang mogelijk in de club blijven kaarten, knobbelen of luisteren en was altijd een van de laatste die naar huis ging en dat had een reden. Die reden was dat ik dan niet zo lang in bed hoefde te liggen tot de duiven kwamen. Ik was er zo mee bezig, ik was erg fanatiek en moest en zou altijd bij de top drie eindigen. Dat is niet altijd gelukt maar ik mag zeker niet klagen. Ons clublokaal was niet zo erg groot, we hadden eigenlijk te veel leden. Op vrijdagmiddag werden de klokken gesteld en kwamen er ook al liefhebbers binnen om zo maar even een praatje te maken. Omdat de klokken vrijdagmiddag gesteld werden bleven ze de hele week in het clubgebouw waar ze uiteraard tegen brand en diefstal verzekert waren. Als de liefhebbers ’s avonds binnen kwamen stonden de klokken klaar, in een kleine aparte ruimte deed de inkorfploeg haar werk. De rest van de leden hadden het vooral over hoe de uitslag er van de volgende dag zou uit zien. Binnen de duivensport kun je van alles meemaken. Zo vertelde beroepswerkeloze Siem een keer dat hij geen geld had om voer te kopen, hij had zijn duiven de hele week oud brood gevoerd, de volgende dag werd hij wel de winnaar. Het verhaal over oud brood ging een eigen leven leiden want menig keer werd de opmerking tegen de winnaar gemaakt “zeker oud brood gegeven”? Groenteman Jaap had een andere truc bedacht. Hij was eigenaar van een vrij drukke groentezaak, besteedde veel tijd aan zijn duiven en dat ging toch wel een beetje ten koste van de zaak. Hij kreeg thuis vaak het verwijt dat hij altijd met zijn duiven bezig was en nooit wat won. Dat was niet tegen dovemans oren gezegd, Eens in de drie weken ging Jaap naar een galanteriezaak om een huishoudelijk voorwerp te kopen en zei hij bij thuiskomst; jullie moeten nodig zeggen dat ik nooit wat win, mijn duiven hebben jullie weer horen mopperen en nu vliegen ze het hele jaar al de sterren van de hemel. Bankwerker Dirk was een echte gokker, hij was eigen baas en kon best een paar centen missen en dat deed hij ook. Hij poelde er lustig op los en moest alle weken geld inleveren totdat hij de ene week de derde speelde en de daarop volgende week de tweede. De duiven stonden helemaal “vol” gepoeld en elke duif bracht ongeveer 70 gulden thuis (dat is nu 30 euro). Menigmaal liet hij een van die uitslagen thuis aan zijn vrouw zien, wist zij veel. Ze moest eens weten hoeveel keer hij niets won. Timmerman Jan was een goede melker met weinig duiven en won wel veel prijzen. Hij had een “boven hok” met daar vandaan een gootje naar de tuin waar zijn vrouw met de klok klaar stond. Jan gooide de ring daarin en zijn vrouw deed de rest. Totdat hij een keer twee duiven tegelijk kreeg, hij werd verrast, dat moeten vroege duiven zijn flitste door zijn hoofd en rende naar boven pakte snel de twee duiven en deed de ringen in zijn mond, gauw naar het gootje gelopen maar de ringen kwamen niet naar beneden. Doordat er teveel speeksel aan zat bleven ze in de goot kleven. Het heeft veel tijd gekost waardoor hij de eerste en tweede prijs aan zijn neus voorbij zag gaan. Vanaf die tijd ging het verhaal dat Jan “gootjesspel” speelde. Bloemist Piet was een beginnende liefhebber die met een 10 jarige doffer de eerste prijs won terwijl de regen met bakken uit de hemel kwam. Hij speelde wel een half uur los vooruit en vertelde enthousiast dat dit het weer was dat zijn doffer moest hebben. Normaal zou je niet eens je hond met zulk slecht weer naar buiten sturen en je moet wel een echte beginneling zijn om nog met een 10 jarige duif te spelen. Piet kreeg allerlei aanwijzingen om nooit meer met zulke oude duiven te spelen. Later vertelde hij mij in vertrouwen dat het een tweejarige duif was met een oude ring om. Schoolmeester George werd een keer verrast op een zware fond vlucht met een rampzalig verloop, zijn klok stond op het bordes voor het hok. Na veel fluit en roepwerk lag er inmiddels wel een kilo voer in het hok, de duif bleef als een standbeeld op de nok van het hok zitten. George gaf de moed op en ging naar binnen, toen hij uit het raam keek zag hij nog net de staart van de duif toen ze naar binnen ging. In looppas naar het hok, de ring van de poot gehaald en snel naar de klok gelopen. Van de zenuwen gooide hij de ring naast de klok en viel onder het bordes. Althans dat dacht hij, zoeken, zoeken en nog eens zoeken, maar geen ring. Het was onmogelijk dat de ring weg was. George wist op het laatst niet meer waar hij moest zoeken totdat zijn vrouw zei; kijk eens in de zoom van je broek. Ja hoor, daar zat de ring en inmiddels was er bijna een half uur verstreken. Ondanks alle commotie won hij toch nog de 5e prijs, het had zelfs de 3e kunnen zijn. Gelukkig maar dat het een traag verloop was anders zou hij drie kwartier na de eerste duif zeker geen prijs meer gewonnen hebben. Ook dat soort gebeurtenissen hoorde bij de duivensport, tegenwoordig bestaan dergelijk anekdotes niet meer. Jammer, maar het blijft ondanks alles nog een fijne hobby.

NATIONAAL ORLEANS JONGE DUIVEN IN 2019 TERUG OP DE KALENDER
Voor de oudere liefhebbers onder ons een complete verrassing. Jarenlang werd dit concours “de vlucht der vluchten” genoemd en opeens was het over en uit. Een commissie van wijze mannen zorgde er voor dat dit nationale concours verboden werd,, het zou te ver zijn. Een beslissing genomen door mensen die weinig of niets van het spel met jonge duiven snappen. De Nederlandse liefhebbers waren enorm teleurgesteld, het grootste jonge duiven concours van de hele wereld bestond niet meer. Een concours dat enorm leefde, heel de Nederlandse duivensport was er mee bezig, er werd zelfs gesproken over “Orleans koorts” zo spannend vond men deze vlucht. In de gouden jaren kwamen er 180.000 jonge duiven aan de start, een aantal wat door de enorme terugloop van leden nooit meer gehaald zal worden. Wel is het geweldig dat de NPO met een landelijk voorstel voor jonge duiven is gekomen. De start en het einde daarvan is voor alle Nederlanders gelijk, het programma bestaat uit 12 vluchten. Daarvan tellen de eerste twee niet voor het nationale kampioenschap, verder bestaat het programma uit 5 vitesse en 5 midfond vluchten. Om voor het nationale kampioenschap in aanmerking te komen tellen op elk onderdeel de vier beste resultaten. Het Nationale concours vanuit Orleans zal als de meerderheid van de Nederlandse liefhebbers er mee akkoord gaan plaats vinden op 31 augustus 2019. Voorlopig is het nog slechts een voorstel dat op de algemene ledenvergadering van 10 november bekrachtigd moet worden.

BEVOEGDHEID VAN DE NPO
Ik ben er van overtuigd dat niet iedereen het met het bovenstaande voorstel eens is. Wat men ook bedenkt er zullen altijd voor en tegenstanders blijven bestaan. Op zich is dat prima, iedereen moet voor zijn mening uit kunnen komen. Als de stemming achter de rug is zal de minderheid zich bij de meerderheid moeten neerleggen dat is democratie, helaas makkelijker gezegd dan gedaan. Meestal beginnen dan de gesprekken langs de straat en in de verenigingen opnieuw wat mijn inziens erg jammer zou zijn. Wat zou het toch fijn zijn als we als duivenliefhebbers het eens een keer helemaal met elkaar eens zijn. Eigenlijk is het jammer dat er over zo een doordacht voorstel gestemd moet worden. In andere grote sportbonden schrijft het nationale bestuur hoe het gaat worden en daar moet iedereen zich aan houden. Binnen de Nederlandse duivensport heeft het nationale bestuur weinig zeggenschap, de afdelingen maken in grote lijnen de dienst uit. In dit geval zou het mooi zijn als het voorstel voor 2019 gewoon uitgevoerd gaat worden, discussie uitgesloten. Alleen nog een klap met de voorzittershamer en daarmee is de zaak beklonken. Over twee maanden weten we meer.

HET IS VOORBIJ
Het seizoen en een lange hete zomer liggen achter ons. Bijna alle duiven zijn aan de grote rui begonnen en een grote groep liefhebbers hebben zogezegd het end in de bek en zijn blij dat het voorbij is. Voor de grote kampioenen of liever gezegd de mannen die de gang er nog flink in hebben mag het nog wel even doorgaan. De meesten hebben de moed opgegeven, dat was te merken aan de deelname in de ZCC (mijn spelgebied). Op het programma stond het semi nationale concours uit Fontenay, om en nabij 500 km. Deze vlucht telde ook mee voor het jonge duivenkampioenschap in de ZCC. Afgelopen winter was dat namelijk besloten, de ervaring leerde mij dat deze vlucht de meeste liefhebbers niet aanspreekt. Waarom? Denkelijk te laat in het seizoen en er is een groot verschil tussen semi-nationaal en nationaal. Semi nationaal houdt in dat er in 4 verschillende sectoren wordt gevlogen of beter gezegd vier vluchten elk met een andere lossingplaats. In de ZCC deden nog 17 liefhebbers mee die 238 duiven aan de start brachten en daarvan wisten 7 liefhebbers geen prijs te winnen. Die zelfde dag was er ook nog een andere vlucht met 47 deelnemers en daarvan kwamen er 16 niet in de uitslag voor.

IN PLAATS VAN
Doordat ooit het nationale concours vanuit Orleans voor jonge duiven van de kalender is gehaald kwamen daarvoor in de plaats de vier sectorale wedstrijden. Het voorbije weekend was het weer zo ver. In Sector 1 brachten 704 liefhebbers 8.527 duiven aan de start, sector 2 had 738 deelnemers met 14.516 duiven, in 3 waren er 1044 liefhebbers met 14.422 duiven en in sector 4 stonden 12.019 duiven van 999 liefhebbers. In totaal deden er 3485 liefhebbers mee, dat is een mooi aantal en ook de ruim 57.000 duiven is iets wat tot de verbeelding spreekt. Stel dat die in 1 concours stonden dat zou dat nog mooier zijn. Een Nationaal concours vanuit dezelfde lossingplaats zal de deelnemers nog meer aanspreken waardoor de deelname aanzienlijk hoger zal zijn. Ondanks deze mooie getallen moet ik constateren dat er slechts 20% van alle Nederlandse liefhebbers aan deze sectorale concoursen hebben meegedaan, dat is bitter weinig en zegt genoeg.

WAT ZIJN ONZE GROOTSTE VIJANDEN
Je zou direct geneigd zijn om te zeggen dat zijn de roofvogels of misschien wel de hoogspanningsdraden, het weer, de luchtvervuiling, de tropische hitte of allerlei andere zaken, het zal allemaal wel. Zonder dat je het in de gaten hebt kom je er steeds meer achter dat onze grootste vijand de leeftijd is, ik ondervind dat steeds meer. Jarenlang vloog ik als het ware door de hokken en in een record tempo had ik alles schoon. Ik houd van schone hokken omdat de duiven er gevoelsmatig nog mooier uit zien. Nu ik ouder wordt of liever gezegd oud ben zakt de animo om de hokken dagelijks schoon te maken ook al heb ik besloten minder duiven te houden. Het is echter zo dat binnen de duivensport de wet van de grote getallen enorm meetelt. Ik zag dat afgelopen weekend weer op een uitslag van een sectorale vlucht. Als liefhebber kijk ik meestal alleen maar naar het eerste blad van de uitslag en dan zie ik telkens weer dat de mannen met veel duiven het meest in het oog springen. Dat is voor iemand met een 15 tal duiven in de race niet mogelijk meer. Daar werkt het elektronisch constateren ook aan mee. Elke week een bad geven en zeker eenmaal per week verse groente, het schiet er steeds meer bij in. Het wordt allemaal een beetje te veel en dat gaat absoluut ten koste van de resultaten. Het gaat er dus om dat je op hoge leeftijd toch een deugdelijk verzorgingssysteem moet uitdokteren zodat je met een minimale inzet toch af en toe eens een duif in de top van de uitslag hebt. Dat houdt je op de been en zorgt er tevens voor dat je gemotiveerd blijft. Het ouder worden gaat gewoon door en zonder het te merken gaan we toch elke keer weer een stapje achteruit, het is niet anders. Belangrijkste is plezier blijven beleven aan je hobby. Als je echter gewend bent om altijd met de beste mee te spelen en dat steeds minder lukt raakt de lol er af. Conclusie; oud worden heeft meer nadelen dan voordelen, althans zo denk ik er over.

TROPISCHE TEMPERATUREN DOODSTEEK VOOR DE JONGE DUIVEN
Sinds de tijd dat ik op TV de weersverwachting kan zien kijk ik al jaren dagelijks naar de voorspelling voor het komende weekend. Net als u hoop ik op echt duivenweer, mooie wedstrijden en geen verliezen. Meestal is het in Nederland geen ideaal duivenweer maar gelukkig hebben we nu een fantastisch voorjaar gehad maar nu zitten we elke dag buiten in de schaduw want voor ons is het momenteel veel te warm. Je hoort vaak vertellen dat duiven beter tegen de warmte kunnen dan tegen de kou, zou het niet precies andersom zijn? In het vroege voorjaar heb ik wel vluchten meegemaakt dat de duiven onderweg met sneeuwbuien te maken kregen maar waren binnen de kortste keren allemaal thuis. Nu met die tropische temperaturen moet de conditie optimaal zijn zo niet speel je binnen enkele weken je hele hok leeg. Helaas zijn er vele sportvrienden waar de helft van hun jonge duiven al is achter gebleven en we zijn pas halverwege. Dat er een groot verschil is tussen de oude en de jonge duiven weten we allemaal, of we er allemaal rekening mee houden betwijfel ik. Oude duiven worden meestal uitgezocht om mee te doen aan een vlucht, er zijn ook liefhebbers die nergens naar kijken en spelen wekelijks al hun oude duiven. Met de jonge duiven beginnen we heel voorzichtig met ze zelf op korte afstanden weg te brengen. Sommigen gaan wel tot 100 km en beginnen met afstanden van nog geen 5 km. Zodra de echte vluchten beginnen kijken de meeste liefhebbers nergens meer naar. Alle jongen moeten mee, koud, warm , regenachtig of vul zelf maar in wat voor weer, de jongen gaan mee omdat het jongen zijn en met die manier van spelen komen veel liefhebbers niet meer aan selecteren toe. Noodgedwongen mogen jonge duiven blijven die alle ellende hebben overleefd. Of dat het juiste systeem is betwijfel, ik weet echter ook niet wat wel het juiste systeem is. Voor mij is het belangrijk dat ik voldoende jonge duiven over heb waaruit ik dat aantal kan selecteren wat ik beslist nodig heb. Ik heb graag ieder jaar 50% jaarlingen. Tegenwoordig heb ik 12 koppels vliegduiven, dat zijn er dus 24. Dat wil zeggen dat ik 12 jonge duiven aanvul waarbij zeker 6 doffers zitten. Als ik die 12 jongen moet aanvullen uit een bestand van 14 heb ik veel te weinig keus en iedereen die er net zo voor heeft dan een probleem. Ik ben met 33 jonge duiven begonnen en heb er nu nog 31. We zijn pas een aantal weken op weg dus er kan nog het een en ander gebeuren. Mijn ervaring is wel dat hoe verder de afstanden des te minder verliezen. Een vlucht met een rampzalig verloop kan nog heel veel roet in het eten gooien. Voor het weekend van 28 juli zijn bij ons de vluchten voor jonge duiven naar zondag verplaatst. Het is dan minder heet een goed besluit.

HET GROOTSTE WIELERSPEKTAKEL VAN DE WERELD IS VOORBIJ.
Als echte wielerfanaat heb ik er ontzettend van genoten. Op het moment dat ik deze column schrijf gaan de renners aan de laatste week beginnen en krijgen direct drie zware berg etappes voor de kiezen. Momenteel zijn de gedoodverfde kanshebbers Thomas en Froome die beiden voor Sky rijden. Volgens mij gaat een van die twee de gele trui mee naar Engeland nemen. Een andere belangrijke kandidaat is de Nederlander Tom Dumoulin. Hij moet het tegen die twee Sky renners opnemen en dat zal niet meevallen. Het wachten is op een slechte dag van een van die twee. Dan wordt de strijd om het geel nog spannend want er liggen nog twee of drie kapers op de kust. De slimste renner van deze Tour is ongetwijfeld Peter Sagan (reeds drie maal wereldkampioen) die nu al verzekert is van de groene trui. Hij is niet alleen slim, hij is een alleskunner, een artiest en daarnaast ook een aardige en grappige vent. Hij gaat na de Tour in de criteriums meer geld verdienen dan de Tour winnaar. Als de drie topfavorieten elkaar in de bergen geen meter toegeven zal de tijdrit van zaterdag de doorslag geven. Als Hollander reken ik op een top prestatie van Tom Dumoulin. Ik zou zeer tevreden zijn met een podiumplaats maar ga er vanuit dat Tom daar anders over denkt.

MIJN JONGE DUIVEN MAKEN HET WAAR.
Al maanden geniet ik van het gedrag van mijn jonge duiven. Ze doen alles wat ik graag zie en zien er strak en supergezond uit. Het is een pracht om ze te zien trainen het is alsof ze achterna gezeten worden. Tegen mijn vrienden heb ik al een tijdje geleden gezegd dat als ik mijn duiven in deze conditie weet te houden dan zal de concurrentie een zware tegenstander aan mij hebben. Natuurlijk een beetje grootspraak maar voorlopig maken ze het waar. Deze week was het formidabel in de club 1-2-3 en in de ZCC tegen ruim 1200 duiven eveneens 1-2-3. Provinciaal tegen 10.383 duiven werd begonnen met 7-8-9 en 21 van de 29 in de uitslag.
EEN MONUMENT IN DE DUIVENSPORT IS VAN ONS HEENGEGAAN.
Op 17 juli is op 97 jarige leeftijd de grootmeester van de Belgische duivensport, Roger Vereecke uit Deerlijk overleden.

NATIONAAL CHATEAUROUX
In Nederland werd het voorbije weekend de enige nationale vlucht voor oude duiven gehouden vanuit Chateauroux. Daarin speelden de Nederlandse Limburgers een toonaangevende rol. Binnen de eerste 15 waren 10 vertegenwoordigd. De hoofdrol was weggelegd voor B .Martens & Zoon uit Elsloo. Op een afstand van 548 km maakte hun eerst getekende een winnende snelheid van 1313 meter per minuut. Ook de tweede plaats werd door deze heren opgeŽist. Aan het concours deden 3418 liefhebbers mee die gezamenlijk 27.656 duiven hadden ingezet. Gerard Koopman spelend onder de naam G & C Koopman uit noord Nederland maakte ondanks de enorme over vlucht met hun 8e plaats indruk. Ook zij begonnen met hun eerst getekende. De deelname had in mijn ogen beter gekund, volgens onze nationale organisatie de NPO zijn er in ons land nog 18.000 leden. Dit houdt in dat aan deze nationale vlucht nog geen 20% van de leden heeft meegedaan. Waar blijven al die leden die de eendaagse fond vluchten zo mooi vinden?

ZIEKTE VAN NEWCASTLE
Beter bekend als de vogelgriep. In BelgiŽ is deze ziekte op diverse plaatsen uitgebroken. Nadat is vastgesteld dat het inderdaad om deze ziekte gaat mogen de liefhebbers binnen een straal van 500 meter gedurende 21 dagen geen duiven inzetten. De laatste 5 weken zijn er 16 uitbraken definitief geregistreerd voorzichtigheid geboden dus. Ik vraag mij af of wel is voldaan aan de vaccinaties, daarvan moeten toch lijsten zijn ingeleverd. Ik heb begrepen dat daaraan niet door iedereen is voldaan. In Nederland komt geen duif in de mand als die niet op de ent lijst voorkomt. Vanaf de ent lijst worden de Nederlandse duiven in de computer ingevoerd. Dus als iemand komt met een duif die niet in de computer voorkomt krijgt hij de duif weer mee naar huis.

SUPER WEEKEND VOOR DE SPORTLIEFHEBBERS
Wimbledon trakteerde ons weer op toptennis, zelfs een partijtje van 6,5 uur ga er maar aan staan. De Tour de France met twee dagen achter elkaar de Hollander Dylan Groenewegen als winnaar. Het Wereld Kampioenschap voetbal met als hoogtepunt de wedstrijd Frankrijk – KroatiŽ. De goudhaantjes hebben terecht gewonnen maar KroatiŽ was voor velen een openbaring. De strijd om de derde plaats werd gewonnen door buurland BelgiŽ die onze Engelse vrienden met lege handen naar huis stuurden. En nu is het een aantal dagen achtereen genieten van de loodzware bergritten in de Tour die zondag op de Champs Elysees in Parijs finisht. Daarnaast draait het wedstrijd programma voor onze duiven op volle toeren, meerdere races in een weekend en dat elke keer met tropische temperaturen en wind uit oostelijke richting waardoor de westelijk wonende liefhebbers al vanaf begin april duidelijk in het voordeel zijn. Gelukkig maar dat we de wind en de weersomstandigheden niet kunnen regelen want wat zou het een chaos binnen de duivensport worden, daar bent u het hoogstwaarschijnlijk wel mee eens.

SOMBERE VOORUITZICHEN VOOR DE JONGE DUIVEN
Volgens mij heb ik in mijn hele leven nog nimmer zo een lange periode met zoveel zomerse dagen meegemaakt. Het is ongekend en dan ga je op een gegeven moment verder denken. We horen en lezen bijna dagelijks over de opwarming van de aarde. Het Noordpool ijs smelt sneller dan ooit te voren het wordt nu echt menens. Zelfs in het waterrijke Nederland zorgt de langdurige droogte voor gebrek aan water. Iets wat wij Hollanders ons maar moeilijk kunnen voorstellen en doordat het Noordpool ijs smelt moeten in Nederland de dijken verhoogt worden want wij leven ruim onder de zeespiegel. Nederland heeft altijd gevochten tegen het water, deskundigheid is er genoeg. Het is inmiddels wel een wereldprobleem en dan maken wij duivenmelkers ons druk als er een ingedeukt eitje in het nest ligt. Hoe gek moet je zijn? Ondanks de tropische temperaturen zijn er tot half september wekelijks vluchten voor de jonge duiven. De organisatie weet er zo langzamerhand ook geen eind meer aan. Er is al een vlucht geannuleerd en ik vraag me af hoe we verder moeten. Misschien is de enige oplossing vluchten van maximaal 150 km te organiseren. Van de andere kant kunnen we ook niet al te voorzichtig zijn. Er zijn landen waar bij temperaturen van 30 graden gespeeld wordt wat heel normaal is en er zijn ook landen waar ze pas met duiven beginnen te spelen als wij aan het schaatsen zijn. Het is alsof de jaargetijden opschuiven en daar zal de duivensport op moeten inspelen. Misschien moet er wel een zomerstop komen als de temperaturen midden in het jaar zo hoog blijven. In ieder geval zijn er voor 2018 jonge duivenvluchten gepland tot half september, we zien wel waar het schip strandt maar met al die verliezen kunnen we niet op deze manier doorgaan.

OVER MIJN JONGE DUIVEN BEN IK MEER DAN TEVREDEN
We hebben nu drie wedstrijdvluchten gehad. In de weken daarvoor heeft mijn vrouw ze zes keer weggebracht en tussen de vluchten door zijn ze elke woensdag weggebracht wat ik nooit eerder heb gedaan. Zodra de wedstrijden begonnen was het gedaan met zelf wegbrengen. Ik houd dan van absolute rust op het hok. Jonge duiven verduisteren doe ik al jaren meestal tot eerste week juni, dit keer tot eerste week juli. Vorig jaar heb ik dat ook gedaan en had toen en ook nu (nog) geen last van de coli besmetting en dat is wel een prettig gevoel. Ik vind het verschrikkelijk als de jonge duiven coli krijgen ze zijn er werkelijk doodziek van. Mijn ervaring is als ze eenmaal beter zijn kunnen ze weer met de beste meekomen. Ze hebben er dus niets van te lijden alleen in de periode dat ze ziek zijn, zijn ze ook echt doodziek, overgeven, vieze slechte groene olie achtige dunne mest, slechte eetlust en drinken veel te veel. Hok schoonmaken is dan een heel vies klusje maar ik doe het dan zeker twee maal daags en daarna ga ik er met de brander over heen. De zieke duiven zet ik wel apart en geef ze alleen heel weinig klein voer en uiteraard de coli kuur van Dr. Van der Sluis in het drinkwater. Na enkele dagen is het leed weer geleden. De derde vlucht op 14 juli had ik er 30 mee waarvan er 22 prijs speelde te beginnen met 6-7-8. Als ik ze zo weet te houden zoals ze nu zijn kon het wel eens een heel mooi seizoen worden. De verliezen vallen erg mee, slechts 2 oude duiven zijn niet teruggekomen en tot op heden ben ik slechts 1 jonge duif kwijt. Laat ik dat afkloppen want we zijn pas begonnen het seizoen is nog lang.

MEERDAAGSE FOND
Een hele goede bekende van mij uit mijn tijd dat ik wielrenner was deed aan hardlopen waarbij zijn voorkeur ging naar de marathon. Je wilt niet weten wat een trainingsarbeid daarbij komt kijken. Dat zou ik niet op kunnen brengen wat wellicht komt omdat ik een bloedhekel heb aan lopen. Op de fiets 6 uur trainen is niet zo erg als 1 uur hardlopen. Ondanks de zware training van een marathonloper doen ze maar aan twee of drie wedstrijden mee meer is bijna niet op te brengen. Vandaar dat ik met grote verbazing keek naar het vliegprogramma waaraan de marathon speler met zijn duiven mee kan doen. In mijn ogen gewoon absurd en als je aan al die vluchten mee wilt doen moet je hokken vol duiven bezitten. De meeste van die mannen hebben ook hokken vol, de grote vraag is hoeveel duiven daarbij zitten die dergelijke lange afstanden aan kunnen. Toevallig zag ik vorige week twee uitslagen van twee marathon vluchten die in het zelfde weekend werden gehouden. Dan is het eerste wat ik doe kijken naar de namen die je veel leest in advertenties of op verkoop sites. Het is sporadisch dat je die grootheden in de kop van de uitslag tegenkomt. Wel zag ik er een die op beide vluchten meer dan 80 duiven mee had en nog geen 15% prijs speelde. Daar zat wel een hele vroege bij en daar lezen we binnenkort gegarandeerd een uitgebreide reportage over want mede door de top prestatie van die ene duif moeten de andere hokgenoten de komende winter een gigantisch bedrag opbrengen. Ik wil u het marathon programma niet onthouden, hier zijn ze: 15/6 St. Vincent; 22/6 Bordeaux; 23/6 Pau; 29/6 Agen; 6/7 Barcelona; 7/6 Dax;14/7 St, Vincent en Agen; 20/7 Marseille; 27/7 Cahors en Perpignan. Een aantal vluchten worden ’s morgens gelost en de andere ’s middags. Ik neem aan dat ook marathon duiven maximaal 2 en hooguit 3 van deze vluchten kunnen afwerken. Niemand is verplicht aan alle vluchten mee te doen, er zijn er die dat wel doen. Misschien komen er meer deelnemers als het aantal vluchten drastisch wordt terug gebracht. Als ik de uitslagen bekijk is het aantal deelnemers schrikbarend laag. Een goede vriend zei ooit tegen mij; weet je waarom een aantal van die mannen zo een goede naam hebben op die vluchten? Ik zou het niet weten, zei ik. Dat komt omdat wij programmaspelers daar niet aan mee doen, zei hij. Misschien sprak hij wel de waarheid.

HITTE BRENGT DUIVEN IN PROBLEMEN
Wat een geweldige lente hebben we gehad en ook de zomer verwent ons met stralend weer. Hoge temperaturen, volop zon en af en toe een stevige oost tot noord oosten wind. Heerlijk om lekker achterover in een luie stoel op een schaduwrijk plekje in de tuin te verblijven. Dat is genieten en dat maken we in Nederland niet zo vaak mee. Regen is vaak een spelbreker van diverse leuke evenementen. De wereld verandert, nog nooit hadden we zulke lange periodes met prachtige zomerweer. Dat heeft echter ook nadelen want nog nooit was het zo droog. Van hogerhand wordt zelfs gevraagd de tuin niet meer te sproeien en zuinig met water om te gaan. Normaal staat alles in bloei en nu is het gras zo droog als hooi, planten verdrogen en het frisse groen is langzaam aan het verdwijnen. Voor de grote sportevenementen is het vooral voor de toeschouwers subliem weer helaas voor degene die in verschillende sporten moeten presteren niet zo ideaal, maar helaas voor de sporter hoort dat er ook bij.

NOG VIER LANDEN ZIJN IN DE RACE
Het Wereldkampioenschap voetbal is het toernooi van de verrassingen. Favoriete landen zijn naar huis het gaat nu nog tussen Engeland, Frankrijk, BelgiŽ en KroatiŽ. Als u dit artikel onder ogen krijgt is bekend wie de finale gaat spelen. Eerlijk gezegd gun ik ze alle vier de titel, maar zo werkt het niet. Er wordt gestreden tot aan de laatste wedstrijd. Als ik een voorspelling mag doen is de finale Frankrijk-Engeland. Maar wie ben ik, ik heb namelijk nog nooit de voetbalpool gewonnen dus om te zeggen dat ik er enige kijk op heb, dat zeker niet. Als het een mooie finale wordt zijn heel veel neutrale supporters tevreden en daar gaat het toch ook een beetje om.

DE TOUR DE FRANCE
Daar is nog weinig over te zeggen. Wat opviel was het onsportieve gedrag van de Fransen door Chris Froome uit te jouwen. Helaas kennen we dat gedrag van de Fransen zeker als het om een buitenlandse renner gaat die kans maakt op de eindzege. In de eerste etappe werd het pas interessant in de laatste 10 km. Door een valpartij liepen een aantal favorieten al een kleine achterstand op. Wereldkampioen Sagan liet in de finale van de tweede etappe zien dat hij zich als een kamikaze piloot gedraagt en voor niemand opzij gaat. Na de ploegentijdrit kwam de Belg Greg Van Avermaet in de gele leiderstrui en dat klassement zal er nu zeker heel anders uitzien. Afgelopen dinsdag zijn ze na de eerste rustdag de bergen ingetrokken en dan gaat het hele klassement op zijn kop. Dat zijn van die etappes waarbij je zonder dat je het zelf in de gaten hebt op het puntje van je stoel zit te kijken.
LOODZWARE KLASSIEKER VANUIT BARCELONA
Vrijdag werd er niet gelost. Zaterdagmorgen om 9 uur mochten de 15.000 Barcelona vliegers op weg naar huis. Onder ideale omstandigheden voor de echte fond duiven werd het een moordende vlucht. Voor de meeste duiven werd het geen eenvoudige opgave. De afstand, de hitte en de noordoosten wind zorgden er voor dat geen enkele duif op de dag van lossing het hok wist te bereiken. Het werd een race voor de echte doorzetters. Geen enkele van de deelnemende duiven kon een snelheid van 1000 mpm realiseren. De internationale overwinning ging naar BelgiŽ. Daar klokte het Team Freddy de Jaeger uit Knesselare hun winnende duif LLOYD, een 3-jarige doffer die zondagmorgen om 10.14 arriveerde en een winnende snelheid maakte van 952 meter per minuut (57 km per uur). In Engeland werd het weer een nationale overwinning voor Mark Gilbert, Windsor. In Nederland was het J.L.de Bruine uit Nieuwerkerk die de snelste had en in Duitsland ging de nationale overwinning naar Peter Nitsch uit Boppard. Op dit moment is het nog niet bekend hoe de afloop is van ’s werelds meest aansprekende meerdaagse fond vlucht. Heel diep petje af voor alle duiven die deze zware opgave hebben volbracht.

JONGE DUIVEN KOMEN MOEIZAAM UIT DE STARTBLOKKEN
De eerste officiŽle vlucht vond plaats op 23 juni. Een vroege lossing was noodzakelijk om de nog onervaren duiven de gelegenheid te geven om voor de ergste hitte thuis te zijn. Dat lukte maar gedeeltelijk. Het vluchtverloop was niet slecht, wel was het zo dat heel veel duiven over een groot deel van de dag zijn thuis gekomen. Een week later durfde men het niet aan de vlucht door te laten gaan. Ook nu weer veel te warm voor de jonge duiven die overigens al veel te lijden hebben van de reis naar de lossingplaats. De special ingericht duivenwagens zijn van alle moderne snufjes voorzien. Het is de onervarenheid van de jonge duiven die hen parten speelt. Grootste handicap is drinken in de mand. Dat hebben de meeste nog niet door. Daarbij komt de nodige stress want als je opeens tussen duizenden duiven richting huis moet is er wel het een en ander gebeurd. Op de eerste zaterdag van juli werd net als de eerste vlucht gelost op een afstand van 110 km. Ook nu weer vroeg zodat de duiven om iets over negen al thuis waren. Heel goed gedaan, voor het mooie is het voor de liefhebbers iets te vroeg althans dat is mijn mening. Ik mag graag op zaterdagmorgen het hok extra schoon maken, krantje lezen, bakkie koffie drinken en dan op het gemak in de tuin plaats nemen en in spanning wachten op de aankomst van de eerste duiven. Daar was deze eerste vluchten geen gelegenheid voor. Jammer voor mij maar beter voor de duiven.

HET LOOPT ANDERS DAN WE GEDACHT HADDEN
Marco was bij aanvang van het seizoen vol vuur. Hij had het in zijn hoofd dat hij de hele concurrentie tijdens de snelheidsvluchten op een hoop zou vliegen. Het werd niet waar hij op gerekend had. Wacht maar zei hij als straks de halve fond vluchten beginnen. Ook dat werd niet wat hij verwacht had. Bij mij was het ongeveer het zelfde liedje. Meer dan het 2e kampioenschap op de snelheid zat er niet in, ook nog enkele fraaie uitslagen op de midfond maar ik kreeg de duiven niet in de conditie die ze nodig hebben om zich in de kijker te vliegen. Beide gingen we onze focus verleggen naar het spel met de jonge duiven. Helaas was het dusdanig warm dat het onverantwoord was met de duiven op pad te gaan. Pas enkele dagen voor de eerste vlucht was het in mijn ogen wel verantwoord. Marco had daartoe vanwege drukke werkzaamheden geen gelegenheid en sloeg de eerste vlucht over. Het voorbije weekend deden we allebei mee. Ikzelf speelde de eerste vlucht de 2e en op de tweede vlucht zelfs 1 en 2 terwijl Marco de 3e plaats opeiste. Ook voor de komende vlucht worden er weer tropische temperaturen verwacht. Ik heb het al meerdere keren verkondigd; jonge duiven hebben het moeilijker dan de oude. In ieder geval is het zo dat zij in de heetste periode van het jaar aan de bak moeten. Toch doe ik mee want alles wat ze in hun geboortejaar leren hebben ze later profijt van.

DUIVEN EN WIELRENNEN
Zaterdag 7 juli ging voor de 105e keer ’s werelds grootste wielerspektakel de Tour de France van start en diezelfde dag waren de aankomsten van de Barcelona vliegers. Voor de meeste van de 15.707 internationaal gezette duiven (in 2009 waren dat er nog 27.669) is deze loodzware koers voorbij terwijl de 178 renners (22 ploegen van 8) nog drie weken topsport te gaan hebben wat beslist geen pretje is maar wel erg veel afzien. Ook het WK voetbal nadert haar hoogtepunt. Verrassingen waren er genoeg, gekende voetballanden zijn al lang naar huis. Zoals de zaken er momenteel voorstaan is denkelijk BraziliŽ de grootste favoriet en wij Hollanders zijn natuurlijk ontzettend benieuwd wat onze zuiderburen de Belgen er van terecht gaan brengen en laten we ook onze Engelse vrienden niet vergeten want ook zij zijn nog volop in de race om de wereldtitel. Frankrijk, Uruguay, BraziliŽ, BelgiŽ, Engeland, Zweden, KroatiŽ en het organiserende Rusland hebben zich geplaatst voor de kwart finales die vorige week vrijdag zijn begonnen.

DE PERS KAN ELKE SPORT MAKEN OF BREKEN
Je kunt de krant niet open slaan of de TV aanzetten de pers besteed alleen ongelooflijk veel aandacht aan de grote internationale sportevenementen. Andere sporten komen bijna niet aan bod, ongeacht welke zender of krant ze schrijven allemaal hetzelfde, de een probeert met nog grotere letters de ander af te troeven wat eigenlijk een zielige vertoning is. Waarom in de regionale dagbladen geen extra aandacht voor de regionale sporten. Ook hier krijgt voetbal de meeste aandacht en hangen andere sporten er een beetje bij. Heeft de redactie van de regionale krant niet door dat hun abonnees zeer geÔnteresseerd zijn in het regionale streek en sportnieuws. Elke sportvereniging en uiteraard ook andere verenigingen kunnen zeker wat extra aandacht gebruiken. Als duivenmelker erger ik me groen en geel aan de houding van mijn regionale krant. Voorheen waren er twee en was er dus concurrentie, nu ze gefuseerd zijn heeft de krant het alleen vertoningsrecht. Jarenlang stond er elke dinsdag wel een halve pagina in de krant met duivenuitslagen. Iedereen las die want iedereen had wel een buurman, familielid, collega of vriend die duivenmelker was. Die uitslagen werden dus door heel veel mensen gelezen en er werd over gesproken. De duivensport leefde en kenden vele supporters, de krant vind het niet meer belangrijk om verslag te doen van deze steeds kleiner worden groep duiven melkers. De jeugd heeft andere mogelijkheden. Zij zijn niet in duivensport geÔnteresseerd mede doordat er totaal geen publiciteit meer wordt gemaakt. De jeugd zit elke dag binnen achter de computer. De jeugd beweegt niet meer, het worden meer en meer robots, raken helemaal afgestompt. Nee het gaat met vele sporten helemaal de verkeerde kant op. In mijn omgeving vindt de ene na de ander fusie plaats. Clubs worden te klein door vergrijzing en onvoldoende aanwas. Voor heel veel clubs breken nog moeilijkere tijden aan. Het bloeiende verenigingsleven bestaat jammer genoeg niet meer en wat hebben wij ouderen daar toch ontzettend veel plezier aan beleefd. Dat komt nooit meer terug en wat er voor in de plaats komt ik zou het niet weten. Waarschijnlijk speelt alles zich straks af op internet. Winkels worden gesloten, clubgebouwen gesloopt en er komt een nieuwe generatie aan die hun inkopen en allerlei andere zaken alleen nog via internet doen. Ik moet er niet aan denken dat het zo ver gaat komen en hoop die situatie nooit mee te maken.

DUIVENSPORT WORDT STEEDS MINDER LEUK
Ook in de duivensport geldt de wet van de grote getallen. Het is nog steeds zo dat degene die de meeste lootjes koopt theoretisch ook de meeste kans heeft op een prijs. Het is geen zekerheid dat degene die de meeste duiven inzet ook de wedstrijd wint of de meeste duiven in de uitslag heeft. Het gaat er wel om dat we in elke tak van sport elkaar met gelijke wapens bestrijden. Volgens mij moet daar meer aandacht aan besteed worden. Deelnemers die veel duiven inzetten doen in Nederland niets verkeerds. In de reglementen is niet voorzien dat men aan een maximum gebonden is. Voor veel liefhebbers is en blijft het wel een oneerlijk gevoel als je 10 tegen 50 moet spelen of 20 tegen 100. Er zijn landen waar dit wel geregeld is. Ligt hier niet een schone taak voor de FCI? Toevallig zag ik deze week de verenigingsuitslag van de Snelvlucht uit Bodegraven, dat is de club waar Gerard en Bas Verkerk en Willem de Bruijn lid zijn. Vader en zoon Verkerk en ook Willem de Bruijn zijn goede bekenden van mij, plus dat ik zeer grote bewondering voor hen heb want zij spelen in de Nederlandse duivensport al vele jaren een toonaangevende rol. Tijdens het bekijken van die uitslag moest ik denken aan de liefhebbers die tegen deze grootheden spelen en wekelijks een pak slaag krijgen. Het ging over de midfond vlucht Melun. 12 leden van deze club hadden gezamenlijk 336 duiven ingezet en slechts 4 leden wisten een plaats in de uitslag te veroveren. Verkerk had er 135 mee en had er 46 in de uitslag, de Bruijn speelde 35 prijzen van de 87 duiven, een lid werd met 14 duiven mee 52e en nog een lid werd met 11 duiven mee 64e en 66e. De andere 8 deelnemers speelde geen prijs en zo gaat dat vaak week in week uit. Hoe zullen die 8 zich voelen? Wat voor plezier beleven deze mensen nog aan de duivensport? Zoiets houdt toch geen mens vol. Ik ben toen verder gaan zoeken en kwam tot een schrikbarende ontdekking dat in bijna alle clubs bijna 50% van de deelnemende leden geen prijs winnen. Waarom denkt u dat het ledental zo razendsnel terugloopt. Dat zit hem beslist niet alleen in de roofvolgels.

WAAR BLIJVEN ONZE JONGE DUIVEN?
Vroeger jaren toen we in Nederland nog verschillende duiven weekbladen hadden stond er elke week een vaste rubriek in “Waar blijven onze duiven”. Wat dat betreft is er niet veel veranderd. In die tijd waren er veel meer liefhebbers en ook veel meer duiven. Dat is inmiddels sterk veranderd. Onze groep wordt steeds kleiner en daarmee ook het aantal duiven. Vluchten met een rampzalig verloop hebben altijd bestaan en dat zal ondanks de moderne apparatuur wel zo blijven. De natuur laat zich niet regelen waardoor dat altijd een onzekere factor blijft. Iedereen doet zijn best om de grote verliezen van nu te stoppen alleen we weten nog niet precies hoe, het blijft een groot raadsel. We kunnen niet stellen dat alle duiven die verloren zijn gegaan niet gezond waren. We kunnen ook niets zeggen over de kwaliteit of over het vervoer, wie weet heeft het wel iets met de voeding te maken of met het verblijf in de metalen boxen of met een verkeerde ventilatie in de auto’s. Denkelijk is luchtvervuiling een van de grootste oorzaken en wisten we nu maar wat we daar aan kunnen doen. Duivensport, het wordt er niet gemakkelijker op.

WK VOETBAL MAAR OOK DE DUIVEN VRAGEN AANDACHT
Jammer dat zoiets niet mogelijk is in de duivensport. Er is wel eens iets in die richting uitgedacht maar in de praktijk was dat het een slap afgietsel werd dat iets weg had van een toernooi van een wereld kampioenschap. Zo probeerde de organisatie zand in de ogen te strooien van kopers uit verre landen. In eigen omgeving wist men wel beter. Het was de commercie die er achter zat, het ging dus alleen om de knikkers, het spel was bijzaak en meer niet. Nu komen er steeds meer eenhoks vluchten, leuk bedacht maar ook hier gaat het alleen maar om de knikkers. Dat er zoveel duiven van al die vluchten achterblijven is niet zo belangrijk anders zou de FCI wel ingrijpen. Wat doet de FCI eigenlijk voor de duivensport. Wat ik er van weet is dat ze elke 2 jaar tijdens de Olympiade bijeenkomen maar welke belangrijke beslissingen er genomen worden kom je weinig van aan de weet. Het uitstapje, de VIP behandeling en de etentjes zijn denkelijk het aller belangrijkste voor de heren. Van mij mogen ze, of het zinvol is voor de internationale duivensport? Wie het weet mag het zeggen. Momenteel vraagt het toernooi om het wereldkampioenschap voetbal wel de meeste aandacht. Drie wedstrijden op een dag en dan ook de duiven nog en goede verzorging geven dan blijft er weinig tijd over voor andere zaken. Tot nog toe is het toernooi alleen interessant vanwege de nodige verrassingen. Voor mij was de wedstrijd Spanje-Portugal de meest spannende met als hoofrolspeler Ronaldo. Daarnaast speelden de Duitsers als team het beste helaas alleen daarmee wordt je niet vanzelfsprekend wereldkampioen. In ieder geval veel sportplezier voor ons TV kijkers en daarnaast is het erg leuk om landenteams tegen elkaar te zien spelen. De vele wedstrijden die we het hele jaar door kunnen zien hebben niets meer met de clubs te maken die tegen elkaar spelen. Er zijn Engelse, Nederlandse, Spaanse teams waar niet een van hun landgenoten in speelt, daarom is voor mij dit WK toernooi erg interessant. Jammer dat mijn land niet mee doet. Onze voetballers en ook de schrijvende pers denken dat wij zulke geweldige voetballers hebben, het heeft ook met inzet en karakter te maken en dat missen de Oranje Leeuwen van Nederland. Dat is wel eens anders geweest. Hetzelfde geldt voor degene die met duiven spelen. Hele goede moet je hebben, daarbij komt inzet en karakter van de eigenaar en als dat geen winnaarstype is zal hij nooit bij de absolute top horen.

NATIONAAL ST VINCENT
Als niet fond speler is voor mij St. Vincent nog steeds de meest aansprekende overnacht vlucht, Orleans de meest aansprekende eendaagse fond vlucht en Quiťvrain de meest aansprekende snelheidsvlucht. Die lossingplaatsen bestaan al sinds mijn jeugd, die hebben gewoon iets speciaals. Als ze die plaatsnamen uitspreken krijg je als duivenmelkers gewoon een lekker gevoel. Aan Sint Vincent heb ik ooit een keer meegedaan volgens mij eind vijftiger jaren. Ik had 1 duif mee, een bonte doffer en de twee laatste cijfers van zijn ring waren 52, dat weet ik nog. Ik vond het geweldig om de duif in een ander verenigingslokaal in te zetten. Ik voelde me geweldig tussen al de bekende melkers en de grote heren hadden meestal een sigaar in de mond. Het was een drukte van belang en ondanks dat al die mensen de volgende dag moesten werken bleven zij veel langer in het lokaal bij elkaar dan gewoonlijk het geval was. Gezelligheid bovenal en feest als je een duif op het hok had die St. Vincent had gevlogen. Toch heb ik later nooit meer meegedaan aan dat soort vluchten en nu nog ben ik er geen liefhebber van. De eendaagse fond vluchten vanaf 550 km vind ik nog steeds veel te ver voor mijn duiven plus dat ik ook geen geduld heb om lang op duiven te gaan zitten wachten. Uiteindelijk doe ik dat nog liever dan vissen. Als je duiven mee hebt weet je dat jouw duiven op weg naar huis zijn, als je gaat vissen moet je maar afwachten of er eentje wil bijten. Nee, dat is helemaal niets voor mij. St. Vincent was vele jaren de allerbelangrijkste overnachtvlucht, later werd dat Barcelona en als je die vlucht weet te winnen is je naam gevestigd. Toch is het de meeste fond spelers nooit gelukt om een indrukwekkende uitslag te maken, eenmaal een mooie uitslag en de pers schrijft er tot in lengte van jaren over. Ook dit jaar moest ik heel ver in de uitslag zoeken naar zo een gerenommeerde naam. Nationaal winnaar 2018 werd K. Klink uit Den Bommel, misschien moet ik mij schamen want ik heb nog nooit van deze glorieuze winnaar gehoord en ik moest op de landkaart kijken waar Den Bommel ligt. De duif werd op een afstand van 950 km ‘s morgens om 5.09 uur geklokt en maakte een winnende snelheid van 1912 meter per minuut (114 km per uur) en dat komt doordat de duif in de neutralisatietijd gewoon heeft doorgevlogen. De 2e plaats ging naar Peter van Sintmaartensdijk uit Papendrecht, op een afstand van 1013 km werd daar om 5.37 uur geklokt. Aan dit nationale concours deden 2349 liefhebbers mee die gezamenlijk 12.440 duiven hadden ingezet, om 13.30 uur werd de laatste prijsduif geklokt zodat gesproken kan worden van een vrij gemakkelijk en snel verlopen concours.

DE JONGE DUIVEN KOMEN AAN DE START
Zaterdag 23 juni is het zo ver dan komen duizenden jonge duiven aan de start voor hun eerste vuurdoop. Mijn regio speelt vanuit Roosendaal (110 km) en dat is bij goed duivenweer een simpel vluchtje, de vooruitzichten zijn redelijk, 17 graden en een noordwesten wind. Dat moet voor geen van de duiven een probleem zijn. Toch ben ik er niet helemaal gerust op, mijn voorbereiding voor wat betreft het zelf rijden met de duiven is een beetje in duigen gevallen. Vorige week elke dag ideaal weer en deze week elke dag laaghangende zware bewolking en dan durf ik er niet mee op pad te gaan. Dus voor mijn gevoel is de voorbereiding onvoldoende, een mooie bijkomstigheid is dat ze wel in een sublieme conditie verkeren en dat compenseert misschien dat ze volgens mij niet genoeg keren in de mand hebben gezeten.. Het wordt aanstaande zaterdag dus erg spannend, ik heb er geen flauw idee van hoe het gaat aflopen terwijl mijn verwachtingen tot en met vorige week erg hoog gespannen waren. Deze week kwamen ook weer tee duiven niet binnen, dan denk ik direct aan de coli besmetting. Ik heb het hok dichtgedaan en heb ze de hele dag buiten laten zitten. Wel heb ik direct een medicijn tegen coli in het drinkwater gedaan en voor alle zekerheid heb ik de duiven ook maar een half rantsoen gegeven. Als ze namelijk wel coli hebben is het beter dat je heel weinig voer geeft. Het bleek achteraf niet nodig te zijn. ’s Avonds de twee binnen gelaten, een was er niet van mij en die wel van mij was heb ik voor alle zekerheid meteen weggedaan. Stel je voor dat je enkele dagen voor de eerste vlucht een coli besmetting op je hok krijgt, dan kun je het verdere jonge duiven seizoen vergeten en dat risico wilde ik niet nemen.

TRAINING VOOR JONGE DUIVEN BEGONNEN
Overwegend ideaal duivenweer in Nederland, een vervelende bijkomstigheid is dat het bijna dagelijks oosten wind is. Is dat nu zo erg vraagt u zich af maar het is vooral voor ongetrainde jonge duiven een slechte wind. Vaak veel te droog met een staal blauwe wolkeloze lucht slechter kun je voor jonge duiven niet bedenken zeker voor die aan de westkant van Nederland wonen. Zij komen door de oosten wind al gauw bij de Noordzeekust of zelfs boven zee de verliezen zijn vaak enorm. Nu is in Nederland de tijd aangebroken dat de jonge duiven getraind moeten worden als voorbereiding voor het nieuwe seizoen dat op de meeste plaatsen eind juni begint. Mijn jonge duiven hebben nog niet een keer in de mand gezeten, de bedoeling is dat dit deze week wel gaat gebeuren. Wat hun gezondheid betreft is volgens mij alles in orde, ik heb dat al meerdere keren geschreven. Ze trainen twee maal daags zonder problemen een vol uur en eten daardoor goed. Op vaste tijden krijgen ze eten al zo lang ze bij hun ouders vandaan zijn. Als het etenstijd is ga ik naast de spoetnik staan en zodra ze mij zien duiken ze in volle vaart naar beneden en zitten binnen enkele seconden in het hok. Als ze zich zo voorbeeldig gedragen kun je met een gerust gevoel op twee oren gaan slapen. Een maal in de week op woensdag krijgen ze verse groente, twee maal vers grit, op woensdag en donderdag conditiemix in het drinkwater. Elke dag bij elke voederbeurt een paar kleine handjes snoepzaad en als traktatie enkele pinda’s. Met die verzorging moeten ze de baas de nodige sportieve hoogtepunten bezorgen. Voor de extra motivatie heb ik nog wat extra zitplaatsjes geplaatst dicht bij elkaar zodat ze elkaar net niet kunnen raken. Nu maar hopen dat door zelf een aantal keren met de duiven te gaan rijden er geen achterblijvers zullen zijn. De eerste keer ga ik direct naar 10 km. Mijn ervaring is dat je op kortere afstanden meer duiven kwijt raakt omdat ze vlak bij huis eerder de verkeerde dan de goede kant kiezen. Het is de bedoeling dat ik minstens 5 keer zelf met ze ga rijden naar een vaste plek op 30 km van mijn hok. Ik klok ze om te zien hoe snel de eerste duiven hebben gevlogen. De zesde keer laat ik ze mand voor mand met een tijdsverschil van 10 minuten los en daar moeten ze het mee doen.

OPPASSEN ALS ER EEN PAAR BUITEN BLIJVEN ZITTEN
Nu de tijd is aangebroken dat de jonge duiven veelvuldig getraind gaan worden stoppen veel liefhebbers met het verduisteren. De ervaring heeft ons geleerd dat de kans groot is dat een tweetal weken later er een uitbraak komt van de coli bacterie besmetting en dat is precies iets waar we niet op zitten te wachten. Coli is en blijft een vervelende jonge duiven ziekte waar vooraf niets tegen te doen is. Het is sterk aan te raden dat een medicijn tegen coli in huis is. Zelf verstrek ik indien nodig de drinkwater kuur van Dr. van der Sluis. De laatste twee jaar heb ik gelukkig geen problemen met coli gehad misschien omdat ik niet abrupt stop met verduisteren. Normaal verduister ik 13 uur per dag. Vanaf 1 juni is dat 12 uur, een week later 11 uur, vanaf 15 juni 10 uur en als we op 24 juni met de jonge duiven beginnen stop ik met verduisteren. De rolgordijnen blijven dan voor de helft open zodat de duiven niet in het felle licht zitten. Dit systeem bevalt mij goed. De verliezen waren 20%, vroeger jaren zou ik daar doodziek van zijn geworden tegenwoordig schijnt de grote meerderheid dat geweldig te vinden. Duiven kwijt raken heb ik altijd een enorme hekel aan gehad, ik selecteer ze liever zelf uit. Al zo lang de jonge duiven buiten komen en rond zijn gaan vliegen ben ik enorm enthousiast over hun gedrag. Alles verloopt naar wens totdat twee dagen terug twee jonge duiven buiten bleven zitten. Zodra enkele jonge duiven buiten blijven zitten denk je direct aan coli besmetting. Ik kon roepen en fluiten wat ik wilde ze vertikte het om binnen te komen terwijl ze anders altijd niet weten hoe snel ze naar binnen moeten gaan. Ik dacht bekijk het maar, ik ga de andere duiven verder voeren. Toen ik daarmee klaar was ging ik de duiven tellen en alle 36 zaten ze binnen. Ik weer naar buiten om te kijken of die twee er nog zaten. Jawel hoor, ze zaten er nog en toen ik een klap met mijn pet op het hok gaf vlogen ze weg, ze waren niet van mij. Ik heb wat moeite gedaan om ze binnen te krijgen, niet wetende dat het twee vreemde duiven waren. Ook dat kan een geroutineerde melker overkomen, zal wel met de leeftijd te maken hebben.

VEROORDEEL EEN JONGE DUIF NIET TE SNEL
Op zaalverkopingen zie je ze staan, melkers met een jonge duif in de hand die nog enkele nestharen op zijn kop heeft. Dat beestje wordt van alle kanten bekeken en dan vraag je je af, waar kijkt die vent nu eigenlijk naar. Zal hij zich wel realiseren dat hij met een baby in de hand staat, daar kan namelijk nog zoveel aan veranderen. Er zijn van de mannen die denken dat ze aan een jonge duif kunnen zien of het een goeie is. De eerste indruk moet goed zijn, maar verder….? Pas als ze vijf maanden zijn beginnen ze volwassen te worden en pas na de eerste grote rui zijn de meeste duiven uitgegroeid en dan kun je pas bepalen of ze goed in elkaar zitten. Een platte kop is niet mooi maar zegt niets over de kwaliteit. Kwaliteit kan pas echt goed bepaald worden als de duif als eenjarige het hele programma heeft afgewerkt. Voorbije week sprak ik nog een goede duivenvriend die dit jaar een kei van een duif op het hok had. Ik zeg had want de duif is kortgeleden van een normaal verlopen race achter gebleven. De duif zag er als jong goed uit, beide liefhebbers (vader en zoon) waren er mee in huh nopjes. Ze hadden de duif als bon van een gekende snelheidsspeler gekocht. De duif ging alle vluchten mee en won geen enkele prijs. Het toeval ging een rol spelen want omdat er nogal flink wat duiven verloren gingen mocht de duif blijven. Het bleek een goede keus te zijn want dit jaar had ze na 6 weken spel al vier keer prijs 1:100 gewonnen waarvan twee keer de eerste in groot verband. Zulke kun en wil je niet missen maar het gebeurd wel dat is nu eenmaal het risico als je aan wedstrijden meedoet. Er zijn andere voorbeelden van jonge duiven die het in hun geboortejaar geweldig deden en als jaarling er niets van terecht brachten. We willen allemaal mooie duiven hebben die ook nog goed presteren maar aan het eind van het jaar worden er net zoveel goede uitgeselecteerd als dat er mogen blijven. Ik ben er van overtuigd dat er tijdens de selectieperiode heel veel fouten gemaakt worden. Kijken naar de stamkaart is goed als de duif ook goed gepresteerd heeft. Voor die tijd kun je alle stamkaarten beter opbergen zeker die van aangekochte duiven. Even terug naar waar we gebleven waren, het beoordelen van hele jonge duiven. Aan een mis of mister verkiezing doen ook geen kinderen mee pas als die volgroeid zijn kunnen ze op schoonheid beoordeeld worden. Zelf had ik dit jaar een schalie doffer van mijn zoon Marco gekregen en ondanks dat hij nog zeer jong was gedroeg hij zich al snel als een echte kerel. Hij viel op door kleur en grootte maar toen ik hem in mijn handen nam viel hij zwaar tegen. Een echte slappeling en nu we vijf maanden verder zijn herken je hem niet meer. Wat is die doffer in zijn voordeel veranderd waarmee ik maar wil zeggen; oordeel niet te snel. Zo lang ze super gezond zijn laat ze rustig lopen en speel er mee. De mand zal wel vertellen of de kwaliteit wel of niet voldoende is.

MEESTE AANDACHT VOOR GIRO EN CHAMPIONS LEAGUE
Daaraan vooraf ging de bovenmenselijke prestatie van Chris Froome (UK). Hij de grote Froome ging er op zaterdag 26 mei als een haas vandoor om na 80 km solo de rosť leiderstrui aan te trekken. Na twee weken keihard koersen kon er maar een iemand winnen en dat was Simon Yates (UK). Bijna twee weken het rosť om zijn ranke schouders wie kon daar nog iets tegen doen. Na de individuele tijdrit van 34,5 km kwam Yates helemaal uitgewoond over de streep. Ik vertelde tegen iedereen die het maar horen wilde dat het kaarsje bij Yates was opgebrand. Heel jammer voor hem, de fut was uit zijn lijf en twee dagen later stond hij op grote achterstand en werd het duidelijk dat er voor hem niets meer te winnen was. Froome werd vanaf dat moment na Tom Dumoulin de grootste kanshebber voor de eindzege. En ja hoor, hij flikte het en niemand maar dan ook niemand kon nog iets tegen hem uitrichten. Nu behoort hij tot de allergrootsten die alle drie grote rondes op hun naam wisten te schrijven. De winnaar van vorig jaar moest nu genoegen nemen met de tweede plek. Nu maar kijken wie in de Tour de France de beste is. Eerst nog het WK voetbal in Rusland waarbij Nederland de grote afwezige is. In een ander groot sportevenement viel in datzelfde weekend de beslissing. Real Madrid en Liverpool moesten uitmaken wie de Champions League ging winnen. Het lukte Real Madrid voor de derde achtereenvolgende maal. Smaakmakende momenten in die wedstrijd waren de blunders van de Duitse Liverpool doelman en de formidabele omhaal van de Engelsman Gareth Bale. Een ongelooflijk mooie omhaal werd een doelpunt dat de hele wereld is overgegaan.

FONDSEIZOEN KOMT OP GANG
Het is inmiddels juni en dat betekent dat de liefhebbers van de fond vluchten klaarwakker zijn. Het voorbije weekend stonden in Nederland de eerste lange afstand races op het programma. In BelgiŽ werd meteen gestart met een Nationale fond vlucht vanuit de bekende lossingplaats Bourges. Voor mij is de afstand 620 km en dat is voor een nationale vlucht een mooie gemiddelde afstand. De Belgen blijken graag nationaal te spelen en nemen het niet zo nauw met de afstanden. Op deze eerste nationaal Bourges ging de overwinning naar de Familie 3D, een combinatie van drie verschillende liefhebbers. Het was hun duivin Beatrix die alle 20.280 andere mededingers te vlug af was. Zij legden de afstand van 390 km af (in mijn ogen veel te kort voor een nationale vlucht) met een gemiddelde snelheid van 1275 meter per minuut. Als tweede finishte de bekende kampioenenformatie Kurt en Raf Platteeuw, zij hadden er 103 ingezet. Wat vorig jaar niet lukte, lukte dit keer wel. De nationale uitslag kon men twee dagen na de race al op internet lezen en dat was voor onze Belgische sportvrienden feest want vorig jaar moest er wekenlang gewacht worden op de juiste uitslag. Hopelijk hebben de Nationale bestuurders van de KBDB er door deze snelle uitslag weer wat vrienden bijgekregen.

OORLOG IN DE CLUB VAN LANGE WACHTERS?
De neutralisatie tijd is de laatste jaren een heet hangijzer binnen de meerdaagse fond vluchten. Ik kan me de tijd nog herinneren dat men vertelde dat duiven in het donker niets kunnen zien. Toen kwam de tijd dat er zo maar eens een duif in de nachtelijke uren arriveerde. Dat kon en bestond niet, het was een ongelooflijke prestatie. Die nachtelijke aankomsten kwamen steeds meer voor. Werd daar op gekweekt of werden de duiven in donker getraind? het zal er zeker iets mee te maken hebben. Er werd een regeling getroffen die “neutralisatie tijd” werd genoemd. Hiermee wilde men voorkomen dat groepen liefhebbers helemaal weggespeeld zouden worden. De wereld veranderde, kleine dorpen waar vroeger een lantaarnpaal het dorpscentrum verlichtte staan er nu veel meer en wat te denken van alle reclames die fel verlicht zijn. Dat is niet alleen het geval met de kleine dorpen, de grote steden zijn een zee van licht en het is daardoor in de zomer nooit meer donker. De kwaliteit van de duiven wordt ook steeds beter en in de zomermaanden als de meeste fond vluchten worden gehouden vliegen steeds meer duiven ’s nachts gewoon door. Probeer daar maar eens een regeling voor te bedenken waarmee iedereen het eens is. Het is een tijd (redelijk) goed gegaan totdat er meer tegenstand kwam. Er moest een andere regeling bedacht worden. Vele voorstellen zijn ingediend en het eind van het liedje is dat er ondanks alle goede bedoelingen de liefhebbers van de meerdaagse fond niet naast maar tegenover elkaar staan. Het zal een hele klus worden om de neuzen van de ZLU en KBDB bestuurders dezelfde kant op te krijgen. Dit muisje heeft zeker nog een staartje, dus….. wordt vervolgd.

TROPISCHE TEMPERATUREN
Voor Nederlandse begrippen hebben we elke week prachtig weer. Het is volop genieten van het verse groen, alles staat in bloei en de temperaturen zijn soms niet om uit te houden. Rondom ons huis is water en elke dag komen er moeder eenden met hun kindertjes voorbij. Er zijn er bij die wel met 12 jongen zijn begonnen en nu zwemmen er nog maar 2 achter hun aan. De reigers en snoeken verorberen er dagelijks een flink aantal, die kleine eendjes zijn een ware traktatie voor hen de natuur is wat dat betreft keihard. Zo zijn er ook nog steeds veel liefhebbers in Nederland die de nodige jonge duifjes aan de roofvogels kwijt zijn. In ons land zijn absoluut te veel roofvogels , mooie beesten waar heel veel mensen niet op uitgekeken raken. Wat de duivenliefhebbers betreft moeten er dringend zwaardere maatregelen genomen worden om de roofvogel populatie in de hand te houden. Zo lang er toegestaan wordt om op allerlei plekken nestkastjes voor deze moordenaars te plaatsen zijn we voorlopig niet van dat probleem af. Waarom zijn duiven niet net zo beschermd als alle roofvogels? Vandaag eindelijk eens een fikse regenbui en dat was hard nodig voor onze tuin.

HOE ZIET HET ER UIT VOOR DE KOMENDE PERIODE
De oude duiven doen het naar wens, maar eerlijk gezegd had ik meer van hen verwacht. In de club doen ze het prima want elke week minimaal twee binnen de eerste tien is voor velen een droom. In de ZCC doe ik nog steeds met de besten mee, de fond sla ik over. Ik richt me nu meer op het spel met de jonge duiven dat op 24 juni begint. Vandaag heb ik ze door Dr. Van der Sluis allemaal laten vaccineren tegen paratyfus. Ze hebben daar wel een klein tikje van gekregen. Heb ze die dag niet losgelaten en ook de volgende dag blijven ze binnen. Volgende week de laatste snelheidsvlucht en twee weken later starten de jonge duiven. Ik heb er momenteel 35 om mee te spelen, dat moet genoeg zijn om op het hoogste niveau tegenstand te bieden. De oude duiven krijgen nog enkele halve fond vluchten af te werken en nu is het al bekend welke duiven hun laatste kans krijgen op de laatste vijf (natour) vluchten. Op het oude duivenprogramma gaan ze niet meer mee. Ik doe ze niet weg omdat ze zorgen voor sfeer in het hok en misschien zijn de minder goed presterende duiven wel goed genoeg om hun buurman of buurvrouw scherp te houden waardoor die rustig doorgaan met goede prestaties neer te zetten.

EERSTE PINKSTERDAG VIEL DOOR DE DUIVEN BIJ VEEL FAMILIES IN DUIGEN
Ik kan niet voor alle Nederlandse duivenmelkers spreken maar wel hoe het aan de westkant tot nog toe verloopt. Het weer laat ons tot voorbije zaterdag niet in de steek. Wel is het dit jaar elke week oosten wind en daar weet u alles van want daar heb ik al zoveel keer over geschreven zodat het op het laatst vervelend wordt. Ik heb al meer geschreven dat we binnen onze sport erg veel kunnen regelen behalve de weersgesteldheid, de wind en de ligging. Helaas kon het merendeel van de Nederlandse duiven niet op zaterdag 19 mei gelost worden. Met name in BelgiŽ en het zuiden van Nederland was het ronduit slecht, met zulk weer zou je nog niet eens je hond buiten laten. Het vervelende van dat alles was dat alle duivenmelkers gezinnen die een afspraak hadden gemaakt om eerste Pinksterdag iets leuks te gaan doen dat moesten afblazen. Wel was er die zaterdag voldoende tijd om de loodzware bergetappe van de Giro d ’Italia te volgen. Het werd een magistrale overwinning voor de grote Engelse kampioen Chris Froome die daarmee liet merken dat hij zeker niet kansloos is en dat hij hoogst waarschijnlijk een gooi gaat doen naar een podiumplaats. Vandaag 22-5 in de 34,5 km lange tijdrit liet hij duidelijk zien nog steeds bij de kanshebbers te horen. Het wordt een spannende laatste week met nog drie aankomsten berg op. Grootste kanshebber is Simon Yates al vond ik wel dat hij vandaag na de tijdrit erg getekend over de meet kwam. Hij is echter in supervorm en daarom nog steeds de grote kanshebber voor de eindoverwinning ook al mogen we Tom Dumoulin, Pozzovivo en Froome zeker nog niet afschrijven. Zondag was het voor de wielerfans wederom genieten van Simon Yates die in zijn eentje het hele peloton op achterstand reed. Maandag was er gelukkig een rustdag en dat was tevens een mooie gelegenheid voor de melkers om de wonden te likken. Er waren er namelijk nogal wat achter gebleven en van verschillende kanten hoorde ik dat de duiven ontzettend veel dorst hadden. Hier en daar werden zelfs duiven uit het water gevist, dorst en dan geen kracht meer om vanuit het water weer op te vliegen. Mijn zoon Marco miste ’s avonds nog 7 duivinnen en ik nog 3. Typisch dat het overwegend duivinnen waren. Van een goede vriend hoorde ik dat zijn beste duif op dinsdag nog niet terug was. Zo’n duif die dit jaar al twee overwinningen tegen een paar duizend duiven had behaald wil je voor geen goud kwijt. Naar mijn idee waren de duiven te laat gelost. Om 10.30 er uit voor een race van bijna 400 km met bloedheet weer een noorden wind blijkt voor veel duiven een te zware opgave te zijn. Aan de duiven die wel op tijd thuis waren kon je duidelijk zien dat ze er behoorlijk aan hadden moeten trekken. Zelfs op dinsdagmorgen moest ik twee doffers het hok uit jagen en dat zegt wel iets.

TELEURSTELLING
De midfond vluchten die zo mooi kunnen zijn kent vele deelnemers maar onder hen zijn er die nu al in staat zijn om de handdoek in de ring te gooien. Wat dat betreft moeten wij liefhebbers wel een heel sterk karakter hebben om na zo een slecht verlopen race toch weer opgewekt aan de volgende vlucht mee te doen. Ik had stiekem gedacht om ook aan de eendaagse fond mee te doen maar zie er toch maar van af. In de eerste plaats omdat ik nog maar met zeer weinig duiven meedoe, ten tweede omdat ik drie duivinnen kwijt ben en ten derde vind ik 520 km met wederom noorden win en zeer hoge temperaturen nu niet een vlucht waar ik reikhalzend naar uitzie. Dit weekend gaan de eendaagse fond vluchten van start en tevens hebben we dit weekend de laatste snelheidsvlucht van ongeveer 220 km. Dat moet goed te doen zijn zeker als de duiven er vroeg uit kunnen. Het is dan nog niet zo warm en meestal is de wind ook nog niet zo sterk. Ik doe in ieder geval mee om mijn tweede plaats voor het snelheidskampioenschap vast te houden. Hoe Marco er over denkt is misschien wel te raden als je 6 duivinnen op een vlucht hebt ingeleverd. Het is geen excuus maar hij heeft het momenteel veel te druk. Zijn eigen woninginrichting zaak vraagt gelukkig erg veel tijd, dan zit hij al geruime tijd midden in een verbouwing van zijn eigen huis, plus dat hij een gezin heeft en ook gek is met zijn kleinkinderen. Ik was vroeger zo fanatiek dat de duiven bijna altijd op de eerste plaats kwamen, het was een mooie tijd maar of ik het allemaal evengoed heb gedaan dat moet u maar aan mijn vrouw vragen.

JONGE DUIVEN
Ik beleef momenteel erg veel plezier aan mijn jonge duiven, ze zijn zo gezond als een vis en daarom doen ze dingen die elke duivenliefhebber graag ziet. Ze eten als gekken, ze trainen als idioten, als ik ze roep stormen ze als kamikazepiloten naar binnen, de mest is om op te eten zo mooi, ze worden nog steeds 13 uur per dag verduisterd. Als dat zo blijft dan vindt de concurrentie volk thuis. Voorlopig ben ik ontzettend enthousiast. We weten allemaal dat er zo maar van de ene op de andere dag iets kan gebeuren. Ik ben nu al huiverig om de verduistering op te heffen omdat je enkele weken later kans hebt op een coli uitbraak of nog erger. Degene die andere duivenmagazines lezen weten dat ze in bepaalde landen erg veel last hebben van het adeno virus en helaas is dat in veel gevallen dodelijk voor jonge duiven. Als ik ’s morgens mijn jonge duiven loslaat en ik ga het hok uit om te kijken waar ze zijn zie ik er niet een meer. Vanmorgen kwamen ze in kleine groepjes terug. Aan de ene kant vind ik dat fijn maar van de andere kant heb je een probleem met voeren. Het heeft ze geen kwaad gedaan want vanavond vlogen ze ook weer dat het een lieve lust was. Wat is duivensport dan een heerlijke hobby, helaas heeft onze sport ook met veel tegenslagen te maken. U kent die situaties wel, volop genieten van de duiven en dan opeens een ziekte uitbraak of een loodzware vlucht waardoor een aantal duiven totaal uit conditie zijn geraakt. Deze week krijgen mijn jonge duiven hun chipring om en op 4 juni beginnen we in de club met de eerste trainingsvlucht. Voor die tijd ben ik zeker drie keer zelf met ze weggeweest. Verder dan 30 km ga ik beslist niet. Allemaal heel veel succes maar u weet niets gaat vanzelf.

DUIVENSPORT EN WIELERSPORT
Beide hebben mijn interesse en ik mag ze graag met elkaar vergelijken. Momenteel is het zo dat wij met de duiven aan 8e etappe toe zijn en in de Giro d ’Italia hebben ze vandaag de 10e etappe gehad. De Engelsman Yates rijdt in de rosť leiderstrui, de Hollander Tom Dumoulin die zijn titel verdedigd staat in het algemeen klassement op de tweede plaats en de grote Engelse favoriet Chris Froome zoekt nog naar zijn juiste vorm. Wat de duiven betreft mogen we niet mopperen over het weer. Tot nu toe prima weer om de duiven op te wachten en dat is ook een belangrijk deel van onze hobby. Gezellig met zijn allen in de tuin genieten van het fraaie lenteweer met daarbij de spanning van de aankomst van de duiven. Iedere middag kijk ik indien mogelijk naar het wedstrijdverslag van de Giro. Wat het wielrenen betreft laat ik geen enkele mogelijkheid onbenut om de vele koersen die er tegenwoordig zijn live te volgen. De wielersport is een echte televisie sport geworden. Als er maar even iets gebeurt wordt het direct uitgezonden, dat kan een demarrage zijn, een valpartij of geweldige natuuropnames van het mooie Italiaanse landschap. Vooral de bergetappes zijn boeiend en trekken erg veel publiek. Weet u dat de mogelijkheid ook al bestaat om de duiven tijdens hun thuisreis te kunnen volgen. Of de duivensport er interessanter door wordt betwijfel ik, het verrassingselement is dan helemaal weg. Wel is het belangrijk dat men door blijft gaan met onderzoek naar de gedragingen van de duiven tijdens korte en heel lange vluchten. De duiven en wielersport hebben veel met elkaar gemeen. Wij duivenmelkers zijn de ploegleiders van onze duiven maar ook de mecanicien en de dokter. Wij moeten net als in de wielersport er voor zorgen dat enkele atleten van onze ploeg bij de eersten over de meet komen. De verschillende afstanden in de duivensport zijn te vergelijken met de etappes in belangrijke wielerkoersen. Zo kunnen in beide sporten winnaars solo binnen komen of in een kopgroep en het kan ook zo zijn dat de winnaar moet komen uit de massasprint. In beide takken van sport kan de weersgesteldheid een zeer belangrijke rol op het wedstrijdelement spelen.

DE MIDDELLANGE AFSTANDEN ZIJN BEGONNEN.
Deze races met afstanden van 300 tot 500 km worden door heel veel liefhebbers gezien als de mooiste afstanden en heeft de grootste deelname. Voorbije zaterdag hadden wij de eerste race uit een serie van zes. Voor mij was de afstand 334 km, de duiven waren om half acht gelost en er stond een kalme zuidoosten wind die meestal zorgt voor een verrassend wedstrijdverloop. Ook was dat dit keer het geval. Aan de Noordzeekust maakte de duiven een snelheid die 100 meter per minuut hoger was dan aan de oostelijk gelegen IJselmeerkust. De snelheid die de eerste duiven maakte lag hoger dan we verwachtte wat kwam door het aangename weer in de tuin. Daar merkte we niets van de wind en daardoor hadden de snelheid verkeerd ingeschat. We verwachtte dat de snelste duiven op mijn afstand om ongeveer kwart over elf zouden arriveren. Niks daarvan, al om 10.53 uur waren de eersten er en maakten een snelheid van 100 km per uur en binnen 20 minuten waren alle prijsduiven (dat is 25% van de deelnemende duiven) thuis. Ik kreeg een duivin voorop die de week daarvoor mijn tweede duif was. Ik speel niet met haar doffer, dat is namelijk een zomerjong van 2017 die nog nooit in de mand heeft gezeten. Misschien hier een bewijs dat het belangrijk is dat de duif weet dat bij thuiskomst de partner zit te wachten. Ik heb het idee dat duivinnen er beter tegen kunnen dat de partner er niet is als ze van de race thuiskomen. Bij doffers is het alsof ze teleurgesteld zijn als vrouwlief er niet is. Er zijn gelukkig voorbeelden genoeg van doffers die het op totaal weduwschap uitstekend doen, dat wil zeggen dat ze meerdere keren per jaar een goede prestatie neerzetten.

VOOR DE VIERDE KEER EEN ANDERE LOSSINGPLAATS
In de wintermaanden worden de vluchtprogramma’s voor het volgende seizoen vastgesteld. Ik heb het gevoel dat ze daar in Noord-Holland maar een beetje met de pet naar slaan. Vorig jaar werd er met grote regelmaat van lossingplaats veranderd. Nu is dat weer het geval, van de zeven vluchten zijn we al vier keer op een andere plaats gelost. De laatste keer was het echt om te schaterlachen. Deze keer werd de lossingplaats niet veranderd omdat er een jaarmarkt of kermis op de lossingplaats was, nee men veranderde omdat er op zaterdag wel eens een oostelijke wind kon waaien en dan bestaat de mogelijkheid dat er duiven boven zee komen met alle gevolgen van dien. In de UK en Ierland vliegen de duiven wekelijks over Het Kanaal en de Ierse zee en dan heb ik het nog niet eens over de Canarische eilanden waar veel liefhebbers wonen en de duiven wekelijks op zee gelost worden. Dat is ook vaak het geval met de duiven die op het eiland Malta wonen. Die hebben het echt moeilijk omdat er geen andere mogelijkheden zijn. Mijn ervaring is dat in Nederland duivenwedstrijden met oost of zuidoosten wind altijd een vreemd verloop hebben en bij jonge duiven races is het zelfs zo dat de verliezen gigantisch zijn. Maar om vluchten voor oude duiven te veranderen vanwege voorspelde oostelijke wind dat gaat mij te ver. Ondanks die verandering werd het toch weer een vreemde vlucht. We kunnen binnen de duivensport veel regelen behalve de weersgesteldheid en de trek van de duiven dat maken ze zelf wel uit. Deze zaterdag is de tweede midfond vlucht en volgende week hebben we alweer de laatste snelheidsvlucht en tevens de eerste eendaagse fond vlucht.

VEEL LIEFHEBBERS VERRAST
Door het prachtige weer en de kalme zuidoostelijke wind waren de duiven eerder op de hokken dan hun bazen. Veel liefhebbers hadden zich verkeken op de snelheid. Zelf was ik extra vroeg begonnen met het schoonmaken van de hokken kortom ik had alles ruim op tijd klaar voordat de duiven zouden komen. Vanuit een zonovergoten tuin belde ik nog even met mijn zoon Marco om nog even te praten over wat we van deze wedstrijd konden verwachten. Eerlijk gezegd waren mijn verwachtingen niet zo hoog gespannen, ik vond namelijk dat de duiven van halverwege de week niet snel genoeg het voer oppikten. Duiven moeten graag en snel eten, aan het einde van de week mag dat iets minder zijn omdat ze goed zijn voorbereid op de komende race. Hun gedrag was prima, de mest was mooi er lag dons in het hok maar eten deden ze heel slecht. Ik verbeeld me dat ik lang genoeg duiven heb om te weten hoe ik ze moet voeren en was niet tevreden. Terwijl ik zaterdagmorgen mijn zoon Marco aan de telefoon had viel er bij hem een duif op het hok. Hij had haar niet zien komen en toen de klokken leeg gehaald werden bleek hij nipt geklopt te zijn voor de eerste prijs. Ik moest toen nog twee minuten wachten voordat ik een duif kreeg. Voor mij viel het mee want beiden pakten we er twee in de top tien en zo gaat dat alle weken. Ik doe mijn stinkende best om eens een ouderwetse mooie serie te pakken, ik houd u op de hoogte.

HEEFT DE WIND WEL ALTIJD ZOVEEL INVLOED OP DE WEDSTRIJD
Tijdens het wedstrijdseizoen wordt er wekelijks heftig gediscussieerd over ligging en wind, het is een hot item. Bij westenwind is de oostkant in het voordeel en bij oostenwind de westkant. Komt de wind uit het noorden dan is er voordeel voor de voorvlucht (kortste afstand) en bij zuidenwind is er voordeel voor de meest noordelijk (langste afstand) wonende liefhebbers. In de meeste gevallen is dat zo maar zekerheid hebben we nooit. Op 5 mei hadden we een vlucht waarbij alle theorieŽn in duigen vielen. Op de weersgesteldheid was niets aan te merken. In BelgiŽ waaide de wind uit zuidoostelijke richting en in Nederland was hij pal oost en daar zijn zeker de liefhebbers uit mijn spelgebied niet blij mee. Onze duiven die veelal over de westkant van Nederland naar huis komen hebben aan de Hollandse kust een prachtige oriŽntatie lijn. Het moet erg hard waaien willen de duiven zich landinwaarts laten blazen waardoor onze westelijke deelnemers zogezegd veelal aan de eerste speen liggen. Van die theorie klopte voorbije zaterdag helemaal niets. Terwijl we samen met een aantal fans op de duiven zaten te wachten werd er uiteraard druk gefilosofeerd hoe de vlucht zou verlopen en waar de snelste duiven zouden arriveren. Ook de snelheid kwam uitgebreid ter sprake. Als het juist was dat de duiven in BelgiŽ met zuidoosten wind gelost waren dan behoorde snelheden van 120 km per uur tot de mogelijkheden. We kregen door dat de wind in Zuid Nederland oost was en dat drukt de snelheid. Vanwege het mooie weer met een wolkeloze hemel, ik vind dat niet ideaal voor duiven en zeker niet voor jonge duiven, werden onze duiven al om 8.15 uur gelost en de afstand was voor mij 243 km. Ik hield rekening met 90 km per uur wat te hoog was ingeschat. De temperatuur liep heel snel op en de luchtvochtigheid was zeer laag. De baas kreeg namelijk tijdens het wachten al heel snel behoefte aan een frisdrankje, het was nog te vroeg voor een biertje. De duiven kampten met hetzelfde probleem. Kortom het was naar onze mening een ideale situatie voor de westelijke wonende liefhebbers. Al gauw viel de plaatsnaam Zandvoort een prachtige badplaats aan de Noordzee waar op een van de kortste afstanden sterk spelende liefhebbers wonen. We waren het al gauw met elkaar eens dat daar de snelste duiven zouden arriveren, mooi niet! Het werd een vlucht waarbij heel veel liefhebbers de mogelijkheid hadden een vroege duif te constateren. Hoe dat mogelijk is, is voor mij nog steeds een raadsel. Verhoudingsgewijs vielen in mijn speelgebied de meeste vroege duiven terwijl wij in het midden van de provincie wonen. Zelfs de oostelijke liefhebbers wisten uitstekende resultaten te behalen. Het verhaal dat met oosten wind de westelijke liefhebbers het hele concours naar zich toe trekken ging dit keer niet op. We zien weer eens dat theorie en praktijk soms heel ver uit elkaar kunnen liggen.

OP WEG NAAR DE HALVE FOND
De snelheidsvluchten zijn bijna voorbij. Er staat voor 26 mei nog een op het programma, diezelfde dag vindt ook de eerste eendaagse fond vlucht plaats. Dit weekend gaan de midfond vluchten van start, waarvan we er ook 6 hebben. Mijn zoon Marco heeft zijn zinnen gezet op de midfond maar ook op de vitesse weet hij zijn partijtje goed mee te blazen. Het voorbije weekend klopte hij zijn vader. Marco begon met 1 en 3 en pa moest genoegen nemen met de 4e plaats tegen 333 duiven. In het tussenklassement neemt pa de tweede plaats in. Op plaats 1 staat een liefhebber die drie absolute topduiven bezit, elke week zijn die duiven er en nog heel vroeg ook. Het moet een belevenis zijn om een paar van zulke kanjers op je hok te hebben. Eerlijk gezegd heb ik die de laatste twee jaar niet, maar…… het seizoen is nog lang en wie weet welke duiven zich nog in de kijker gaan vliegen. Ik heb het wel meer keren meegemaakt dat op de midfond zo maar duiven naar voren komen die op de snelheid slechts een paar middelmatige prijsjes bijeen klepperde. De wonderen zijn wat dat betreft de wereld nog niet uit en ik heb zo maar het idee dat twee duivinnen mij nog gaan verrassen. Ik ben niet ontevreden over de resultaten van mijn duiven. Alle weken pakken Marco en ik er wel twee of zelfs meer bij de top 10, de series zouden in mijn ogen veel beter moeten zijn. De duiven er prima uit waardoor ze volgens mij elkaar sneller moeten opvolgen. Dat lukt helaas bij mij maar ook bij de meeste liefhebbers niet, de prijspercentages liggen te laag. Er zijn er ook een stel die ze wel snel achter elkaar de klok in rammelen, dat moet bij mij nog komen. Komt ook omdat ik nu met veel minder duiven speel en de wet van de grote getallen speelt altijd een belangrijke rol, ook in de duivensport.

KBDB PROVINCIE ANTWERPEN MAAKT DUIDELIJKE AFSPRAKEN MET DE NPO
Op 26 april heeft op het kantoor van de KBDB in Halle (B) een gesprek plaats gevonden tussen de provincie Antwerpen en de NPO. Punt van bespreking was het lossen van duiven binnen de Provincie Antwerpen waarvoor geen toestemming is verleend. Die afspraak liep al een hele tijd maar in de praktijk blijkt dat de Nederlandse liefhebbers, samenspelen e.d. zich daar niet aan houden. Er is een afspraak dat er alleen op woensdag zaterdag en zondag gelost mag worden. Daar moet wel een vergunning voor afgegeven zijn en er mag alleen gelost worden in het bijzijn van een mandataris (bestuurder) van de Belgisch Bond. Zogenaamde wilde lossingen (zonder vergunning) hebben binnen Provincie Antwerpen alle vele keren gezorgd voor verliezen van Belgische jonge duiven. Belgische liefhebbers is gevraagd om zodra ze een vrachtwagen ergens duiven zien lossen om daar een foto van te maken inclusief het kenteken. Afspraak is afspraak, dus niet meer doen.
EEN ICOON GAAT EINDE DIT JAAR DE DUIVENSPORT VERLATEN.
Via Pipa vernamen wij dat aan het einde van het jaar een totale verkoop gaat plaats vinden van de gekende Belgische kampioen Gaby Vandenabeele vanwege gezondheidsproblemen (duivenlong). Het seizoen 2018 wordt nog afgemaakt en daarna valt het doek. Ontzettend jammer want zulke kampioenen kunnen we niet missen.

VREEMD VERLOOP
Ik kan niet zeggen dat het een gok was om de duiven afgelopen zaterdag te lossen. Op de lossingplaats uitstekend weer maar hoe dichter de duiven bij huis kwamen des te slechter werd het. Zware laaghangende bewolking en flinke plensbuien zorgden dat het concours ondanks de stevige zuidwesten wind veel te lang open stond. Races van 180 km moeten binnen enkele minuten zijn afgelopen. Nu duurde het 25 minuten voordat alle prijsduiven thuis waren en dat is veel te lang. De snelste duiven gingen 108 km per uur oftewel 1790 meter per minuut. Het was al met al een typische vlucht. De meeste liefhebbers kregen verkeerde duiven voorop en hun getekende duiven lieten het in vele gevallen afweten. Sommige liefhebbers klokte meer dan 50% van hun duiven in de uitslag maar de meeste kwamen daar niet aan. Gelukkig waren er weinig tot geen achterblijvers. Doordat de vlucht een vreemd verloop kende ga je nadenken waar dat in kan zitten. Zou het de belading van de auto’s kunnen zijn? De afspraak is dat onze hele afdeling alle duiven gelijk lost. Geen probleem maar het kan wel een probleem worden als alle duiven over de beschikbare ruimte verdeeld worden waardoor het mogelijk is dat de duiven die aan de oostkant wonen in de auto komen waar de meeste duiven van de westkant zitten. Juist op de korte snelheidsvluchten kan dit het concours ongunstig beÔnvloeden. Een andere mogelijkheid is de weersgesteldheid. Voor zondag was namelijk zeer slecht weer voorspeld met grote kans op zware windstoten, regenbuien die voor veel wateroverlast konden zorgen, hagel en onweer. Dat kwam allemaal uit want in BelgiŽ en zuid Nederland kwamen politie en brandweer handen te kort vanwege de enorme wateroverlast en brandende woningen die door de bliksem waren getroffen. Ik zeg niet dat daardoor de vlucht van zaterdag daardoor een vreemd verloop kende. Ik heb het echter al meerdere keren meegemaakt dat we met prima weer de duiven zaten op te wachten en dat het een vlucht werd met een rampzalig verloop. Er zijn dan situaties in de atmosfeer die we als mens niet kunnen waarnemen terwijl onze duiven grote problemen hebben om zich te oriŽnteren. Wie weet dat het voorspelde weer voor de zondag al op zaterdag de duiven in de war heeft gebracht.

EEN OVERWINNING MAAR GEEN GOED RESULTAAT
Zaterdagmorgen konden onze duiven al om 9.15 uur op weg naar de Zaanstreek. De lossingplaats was hetzelfde als de week daarvoor. Het lossingbericht gaf aan dat de duiven een snel vertrek hadden en er stond een matige zuidwesten wind. In mijn omgeving was het volkomen windstil waardoor ik uitging van 90 km per uur wat betekende dat de duiven dan om 11.15 uur konden komen. Het was maar goed dat mijn vaste fans ruim op tijd aanwezig waren om naar de aankomst van de duiven te kijken want al om 10.57 uur dook met een enorme snelheid een jaarling doffer op de klep die flinke haast had om naar binnen te gaan. Het moest een vroege zijn, dat zie je gewoon aan de enorme haast die een duif heeft. Je wordt dan compleet verrast maar toen duurde het nog 8 minuten voor mijn tweede en derde duif tegelijk het hok binnen stormden. Daarna was het weer lang wachten. De winnende duif was geen toevalstreffer, hij had zich dit seizoen al twee maal vroeg gemeld en nu pakte hij dan de overwinning tegen 1569 duiven. Als jonge duif was hij ook al de beste en werd kampioensduif. Nu maar hopen dat hij zijn goede reeks weet voort te zetten. Zijn vader is een kleinzoon van mijn fameuze Sprint Pair dat 12 eerste prijswinnaars op de wereld zette en zijn moeder is een kleindochter van het Europa Cup koppel dat voor 16 eerste prijs winnaars zorgde.

BELGIE IS HET LAND VAN DE RIETEN MANDEN
In de beginjaren van de duivensport werden de duiven vervoerd in rieten manden. Die traditie wordt in duivenland BelgiŽ nog steeds voortgezet. Het zijn manden die nog steeds met de hand worden opengetrokken. Maar ook in BelgiŽ zitten ze niet stil en gaan mee met de moderne ontwikkelingen. Doordat de duiven niet meer met paard en wagen maar met moderne trucks verzonden worden is men ook in BelgiŽ overgestapt. Speciaal voor duiventransport ontwikkelde auto voorzien van de allernieuwste snufjes worden vanaf heden op de nationale vluchten alleen nog kunststof boxen toegestaan. In Nederland zijn dat nog steeds de aluminium boxen waar ongeveer 25 duiven in verzonden kunnen worden. BelgiŽ kiest voor eenheid van transport zodat de liefhebber zich niet benadeeld kunnen voelen wanneer hun duiven niet in de kunststof boxen worden geplaatst. Hopelijk weer een probleem minder.

DUIVENMARKT IN LIER (B)
Denkelijk is de duivenmarkt in Lier over de hele duivenwereld bekend. Jarenlang trokken in de eerste wintermaanden van het nieuwe jaar duizenden duivenvrienden naar de markt in Lier. In de vrieskou werden duizenden jonge duiven aangeboden en uit vele landen trokken melkers per bus naar de grootse duivenmarkt van de wereld. Vogelgriep en het teruglopend aantal liefhebbers zorgden soms voor panieksituaties. Het zag er soms uit of de markt van Lier geen bestaansrecht meer had. Gelukkig is er een initiatief ontstaan om midden op de Grote Markt van Lier een bronzen reisduif te plaatsen. De Gemeente is akkoord maar stelt zich niet garant de 20.000 euro die het bronzen beeld moet gaan kosten te betalen. Daardoor zijn “de Heren van Lier” opgericht n 1973 begonnen met een mooi initiatief. Zij plaatsen in een van de bekendste duiven cafťs een grote glazen fles waarin de duivenvrienden hun losse eurocentjes kwijt kunnen, op die manier hopen ze het beeld te kunnen financieren. De laatste marktdag van 2018 vond plaats op 29 april en de slogan voor het bronzen beeld is: “Geef uw koperen centjes, dan krijgt u een bronzen beeld”.

DUIVENSPORT IS VAAK EEN SECONDEN SPEL
Om in ongeacht welke sport goed te presteren is een tomeloze inzet nodig. Degene die dat niet op kunnen brengen zijn zo goed als kansloos. Echte toppers hebben geen probleem om zich voor de volle 100% in te zetten, met die afwijking worden ze geboren. Niets is hen te veel om hun gestelde doel te bereiken en zo is dat ook binnen de duivensport. Hier mag de conditie van de liefhebber zelf wel een tikkeltje minder zijn maar hij moet wel in de juiste vorm zijn om zijn duiven perfect te kunnen verzorgen. Voor degene die niet koste wat kost willen winnen komt het er niet zo precies op aan en helaas zijn daar de meeste van. Helemaal niet erg, misschien genieten zij nog wel meer van hun duiven dan degene die elke week mee gaan voor de overwinning. Die moeten, anderen zijn allang blij als ze af en toe eens een vroege duif pakken. Zelf ben ik altijd enorm gedreven geweest, eigenlijk nog wel maar toch een beetje anders. Om goed te presteren moet je tegen jezelf kunnen zeggen dat je er alles aan gedaan hebt om de duiven in een optimale conditie in te zetten zodat je bij een teleurstellende uitslag niet jezelf de schuld kunt geven. Zodra ik een uitslag maakte die niet naar mijn zin was ging ik er nog fanatieker tegenaan. Toch blijf je altijd afhankelijk van een aantal factoren. Vooral op de snelheidsvluchten moet alles mee zitten om in het snuitje van de uitslag te finishen. We weten allemaal hoe belangrijk dat is op vluchten met een korte afstand, ligging en windrichting spelen een zeer belangrijke rol. Maar ook de plaats in de auto en bij wie. In mijn spelgebied rijden we met vrij grote wagens waarin wel 250 boxen met elk 26 duiven geladen kunnen worden. Die moeten voorzien zijn van een perfect ventilatiesysteem. Het is namelijk een enorm verschil of jouw duiven boven in de auto zitten of onderin. Als u wel eens in zo een grote duivencontainer bent geweest weet u hoe warm het daar kan zijn vooral bovenin. De +/- 5000 duiven die daar in vervoerd worden produceren een enorme warmte. Zelf hebben ze al een lichaamstemperatuur van 42 graden en aangezien de warme lucht naar boven stijgt kunnen de duiven beter onderin zitten. Dat gaat helaas niet, wel is het aan te raden dat daar bij de belading van de transportwagens rekening mee wordt gehouden zodat niet altijd dezelfde verenigingen boven of onder in de wagen zitten. Het maakt zelfs verschil of je voor of achter in de wagen zit, de manden gaan namelijk niet allemaal tegelijk open en aangezien elke seconde er een is, op de korte races telt het. Laten we daar echter niet een al te groot probleem van maken. Wat wel heel erg is wat mijn vereniging overkwam. Wij hebben in de Zaanstreek, dat is het gebied waar ik woon, een prachtig mooi samenspel. Dit jaar blijkt dat op de drie eerste vluchten de manden van onze vereniging in een andere wagen te zijn geladen dan de andere ZCC verenigingen. Zoiets maakt je op vluchten tot 200 km bijna kansloos voor een topklassering. Uiteraard is daar de nodige commotie over geweest, helaas is een juiste oplossing op dit moment nog niet gevonden.

BERT EERSTE EN ZOON MARCO TWEEDE.
Of de manden van onze vereniging nu wel of niet bij de andere ZCC verengingen in de auto staan maakt voor de verenigingsuitslag gelukkig geen verschil. Dit keer waren er 310 mee en daarvan pakken vader en zoon de twee snelsten. Een fraai resultaat waarvoor we de hele week aan het werk zijn. U ziet, inzet wordt beloond. Het was een mooie vlucht, helaas liet mijn eerste getekende het afweten. S ’avonds zag ik dat hij zijn halve staart miste. Oorzaak? Waarschijnlijk toch iets sneller dan de roofvogel geweest. Binnen 8 minuten waren de prijzen op deze 180 km lange vlucht verdiend, ondanks de noordoosten kopwind maakten de snelste duiven toch nog 77 km per uur. Het komende weekend gaan we weer 50 km verder. Het is te hopen dat niet te veel liefhebbers het voor gezien houden. Ooit hadden we er 450 in de ZCC, dit jaar deden er op de eerste vlucht nog maar 74 mee, een week later 70 en dit keer nog 68. Jammer, jammer dat op deze manier de eens zo mooie duivensport een langzame dood sterft. Wie weet komt dit jaar het vrij nieuwe nationale bestuur met een goed plan om meerdere mensen te interesseren voor de duivensport, ik gun het ze van harte.

NPO BESTRUUR; PAS OP DAT UW NIEUWSBRIEF GEEN SCHOOLKRANTJE WORDT.
Geruime tijd geleden is ons nationale bestuur (NPO) gestart met een eigen nieuwsbrief. Een prima initiatief om de (belangrijke) bondsmededelingen aan zoveel mogelijk zo niet alle leden digitaal door te geven. De leden worden in de gelegenheid gesteld zich op deze nieuwsbrief te abonneren door alleen hun email adres door te geven. Jammer is het dat ze bij het hoofdkantoor zitten te gillen om copy. Er worden vrijwilligers gevraagd om allerlei nieuwtjes vanuit de verenigingen door te geven. Hiermee schieten ze volgens mij hun doel voorbij. Een nieuwsbrief van het nationale hoofdbestuur dient niet vol te komen te staan met data van allerlei tentoonstellingen of verslagen van jeugdleden die ergens op hokbezoek zijn geweest. Hiermee is het effect verdwenen en is de nationale nieuwsbrief vol geschreven met verenigingsactiviteiten en daar is hij niet voor in het leven geroepen. De naam van de nieuwsbrief is OP DE HOOGTE, daarmee wordt bedoeld dat het NPO bestuur haar leden op de hoogte houdt van de nieuwe ontwikkelingen op nationaal en ook internationaal niveau. Waar ze nu mee bezig zijn vind ik drie keer niks, maar wie ben ik? Ik wilde dit toch graag even kwijt want naar mijn mening waren de heren bestuurders heel goed begonnen en glijden nu met de veranderde nieuwsbrief net als het aantal leden de afgrond in.

INTERNATIONAAL AGEN/BORDEAUX ONDERGAAT KLEINE WIJZIGING
Dit jaar bestaat de ZLU 60 jaar. Deze Nederlandse organisatie zet zich al die jaren met succes in voor het zware fond spel. Mede door dit jubileum en omdat de internationale vlucht vanuit Agen/Bordeaux voor de 40e keer gehouden wordt krijgt deze race een feestelijk karakter. De duiven worden gelost op 29 juni, de lossingplaats is nu 17 km zuidelijker en zal plaats vinden op het Hippodroom Beaumont de Lomagne.

PRIMA INITIATIEF
De beheerder van de hoogspanningsdraden in BelgiŽ gaat een grote wijziging aanbrengen in het markeren van die gevaarlijke draden. De bollen die aangebracht zijn voor het luchtverkeer doen onvoldoende dienst als waarschuwingsmarkering voor vogels. Jaarlijks vliegen zich 170.000 tot 500.000 vogels te pletter tegen de hoogspanningsdraden waaronder vele reisduiven. De nieuwe markering is een soort grote spiraal die op korte afstand van elkaar aan de draden worden gemonteerd. Een en ander zal wel geruime tijd in beslag nemen. Getracht wordt de draden op de belangrijke vliegroutes het eerst te voorzien van deze nieuwe markering.

DIEPTEPUNT
In ons samenspel de machtige ZCC speelden jarenlang plus minus 450 liefhebbers tegen elkaar. Dit was voor de Zaanse liefhebbers een zeer belangrijk spel. Op een vrij klein gebied vlogen wekelijks enkele duizenden duiven tegen elkaar. Het vitesse en midfond spel en niet te vergeten de jonge duiven hadden de meeste deelnemers. Omdat al die liefhebbers vlak bij elkaar woonden ging het om secondes. Drie rondjes om het hok koste zo maar 50 plaatsen in de uitslag. 1-2-3 spelen was bijna een onmogelijke opgave, ik heb het over de tijd dat we nog met de rubber ringen klokten. Voordat je drie duiven van hun ring had ontdaan waren er zo maar een dertigtal secondes weggetikt. Nu zijn er mega hokken die er 20 of meer in een halve minuut weten te pakken, pakken is niet het juiste woord want wij liefhebbers hoeven we er niets meer aan te doen. Wekelijks hadden we binnen de ZCC 15 winnaars omdat we toen nog 15 verenigingen hadden en alle weken stond er een uitgebreid verslag in het regionale dagblad. Nu hebben we wekelijks nog maar 4 winnaars omdat het aantal verenigingen is teruggelopen naar vier wat niet interessant meer is voor de krant en dat is erg jammer. In de tijd dat we nog 14 winnaars hadden waren er ook evenveel tweede en derde prijs winnaars en dat alles werd door familieleden, buren, collega’s, vrienden en bekenden gelezen. Er werd erg veel over de duivensport gesproken. Het was een populaire sport die veel bewonderaars had. Het is allemaal voorbij, het is alsof de duivensport door de pers wordt doodgezwegen. Er is nog slechts 1 duiventijdschrift in ons land en die mensen doen hun uiterste best om er nog wat van te maken. Helaas komt de berichtgeving niet verder dan eigen leden de leek weet straks niets meer over duivensport. De jeugd heeft geen interesse, die hebben veel meer mogelijkheden die niet zo kostbaar en tijdrovend zijn. Met verbazing keek ik naar de uitslag van de eerste vlucht van dit seizoen. Slechts 74 deelnemers in de hele ZCC. Ik kon mijn ogen niet geloven, heb het wel drie keer zitten lezen maar het bleven er 74 en meer niet. De tweede vlucht waren dat er nog 70 en hoe zal het er over zes weken uitzien. Zullen we de 50 dan nog halen?

VEEL SPORTVERENIGINGEN HEBBEN MET LEEGLOOP TE MAKEN
In heel Nederland is golf denkelijk de enige sport waarbij het ledental toeneemt. Diverse andere clubs moeten noodgedwongen fuseren en daardoor verdwijnen gerenommeerde clubs van het toneel. Je vraagt je af wat al die leden doen die hun sport vaarwel hebben gezegd. Ik las vandaag nog in de krant dat slechts 15% van de jeugd regelmatig buiten speelt. In de tijd dat ik nog tot de jeugd behoorde was dat ruim 70%. In de hedendaagse jeugd, ook wel achterbankgeneratie genoemd, zit niet zoveel spirit. Ze worden overal naar toe gebracht en ook weer opgehaald, lopen of fietsen is er niet meer bij. Zij zitten massaal thuis achter de computer en zijn tot vervelends toe met allerlei lugubere game spelletjes bezig waardoor ze veel te weinig lichaamsbeweging hebben. Dit is wereldwijd een groot probleem aan het worden. Veel te veel kinderen eten verkeerd worden daardoor veel te zwaar, hebben nergens zin, worden lui en hun conditie holt achteruit. Als we met onze duiven het zelfde zouden doen komt er niet veel van terecht. Gezond eten, een regelmatig leven en elke dag voldoende lichaamsbeweging zorgt voor een goede conditie. Dan heb je nergens een pilletje voor nodig, dat komt dan pas veel later als je echt heel oud wordt.

DAT MAG OOK WEL EENS GEZEGD WORDEN.
Een gekende duivenarts in Nederland is Dr. Hans van der Sluis uit Kockengen nabij Utrecht. Zo lang ik duiven heb is hij mijn veearts. Hij heeft een eigen medicijnlijn en omdat ik alle vertrouwen in hem heb gebruik zijn medicijnen. Vraag me niet waaruit die medicijnen zijn samengesteld, ik weet er niets van en wil het ook niet weten. Als mijn duiven coli hebben gebruik ik zijn medicijnen, tegen paratyphus ent hij mijn duiven, tegen ornithose geef ik zijn kuur. Kortom tegen alle duivenziektes heeft hij medicijnen ontwikkeld en indien nodig gebruik ik die. Gelukkig zijn er enkele gespecialiseerde duivenartsen die onze duiven tegen diverse ziektes kunnen beschermen en zij hebben medicatie tegen vrijwel alle ziekte perikelen die op onze hokken kunnen voorkomen. Deze week viel mij het prachtige resultaat op dat Hans van der Sluijs samen met zijn assistent Stefan Gobel op de eerste snelheidsvlucht hebben behaald. Vanuit het Belgische Minderhout met een deelname van 2007 duiven, waarbij 56 van beide witjassen, zag het resultaat er als volgt uit: 1-2-3-4-5-7-14-16-22-23-24 totaal 34 prijzen. Wat is er mooier een duivenarts te hebben die zelf ook fantastisch speelt.

KBDB WAARSCHUWT HAAR LEDEN
Alle leden en aangesloten verenigingen van de Nationale Belgische duivenorganisatie (KBDB) hebben bericht ontvangen dat artikel 56 van het nationale sportreglement strak wordt gehanteerd zodat iedereen aan de gestelde eisen moet voldoen. Liefhebbers die meerdere klokken bezitten moeten die allemaal tijdens het inkorven aanbieden. Dde klokken moeten voorzien zijn van het door de KBDB erkende zegel. Duiven die worden geklokt op klokken die niet van dat zegel zijn voorzien worden niet in de uitslag opgenomen. Klokken waarvan het zegel niet te identificeren is moeten opnieuw ter keuring worden aangeboden.

DUIVENSPORT ERFGOED.
In Nederland is eind vorig jaar de duivensport erkend als nationaal erfgoed. Daarmee is onze sport beschermd voor het nageslacht. In Brugge (B) werd op 21/22 april een nationale erfgoed dag georganiseerd waarbij ook de duivensport de nodige aandacht kreeg. Verder was er een doorlopende tentoonstelling over alles wat met de duivensport te maken heeft. Tevens werden er interessante lezingen gehouden over de duivensport nu en in het verleden. Goed idee om ook in andere landen zoiets te organiseren. De duivensport kan best wat extra publiciteit gebruiken.

DE TWEEDE SNELHEIDSVLUCHT
Er moest zaterdag 14 april tot half een gewacht worden voordat de duiven op weg naar huis mochten. Op de lossingplaats zware bewolking en nevel. De wind waaide uit verschillende richtingen. Toch waren het net als vorige week de meest westelijk gelegen hokken die op de achter vlucht een gooi deden naar de topklasseringen. In het grote samenspel van de ZCC met bijna 2.000 duiven ging het redelijk. In onze club had zoon Marco de snelste, zelf moest ik genoegen nemen met een 7e en 11e plaats tegen 340 duiven.

DIEPTEPUNT
In ons samenspel de machtige ZCC speelden jarenlang plus minus 450 liefhebbers tegen elkaar. Dit was voor de Zaanse liefhebbers een zeer belangrijk spel. Op een vrij klein gebied vlogen wekelijks enkele duizenden duiven tegen elkaar. Het vitesse en midfond spel en niet te vergeten de jonge duiven hadden de meeste deelnemers. Omdat al die liefhebbers vlak bij elkaar woonden ging het om secondes. Drie rondjes om het hok koste zo maar 50 plaatsen in de uitslag. 1-2-3 spelen was bijna een onmogelijke opgave, ik heb het over de tijd dat we nog met de rubber ringen klokten. Voordat je drie duiven van hun ring had ontdaan waren er zo maar een dertigtal secondes weggetikt. Nu zijn er mega hokken die er 20 of meer in een halve minuut weten te pakken, pakken is niet het juiste woord want wij liefhebbers hoeven we er niets meer aan te doen. Wekelijks hadden we binnen de ZCC 15 winnaars omdat we toen nog 15 verenigingen hadden en alle weken stond er een uitgebreid verslag in het regionale dagblad. Nu hebben we wekelijks nog maar 4 winnaars omdat het aantal verenigingen is teruggelopen naar vier wat niet interessant meer is voor de krant en dat is erg jammer. In de tijd dat we nog 14 winnaars hadden waren er ook evenveel tweede en derde prijs winnaars en dat alles werd door familieleden, buren, collega’s, vrienden en bekenden gelezen. Er werd erg veel over de duivensport gesproken. Het was een populaire sport die veel bewonderaars had. Het is allemaal voorbij, het is alsof de duivensport door de pers wordt doodgezwegen. Er is nog slechts 1 duiventijdschrift in ons land en die mensen doen hun uiterste best om er nog wat van te maken. Helaas komt de berichtgeving niet verder dan eigen leden de leek weet straks niets meer over duivensport. De jeugd heeft geen interesse, die hebben veel meer mogelijkheden die niet zo kostbaar en tijdrovend zijn. Met verbazing keek ik naar de uitslag van de eerste vlucht van dit seizoen. Slechts 74 deelnemers in de hele ZCC. Ik kon mijn ogen niet geloven, heb het wel drie keer zitten lezen maar het bleven er 74 en meer niet. De tweede vlucht waren dat er nog 70 en hoe zal het er over zes weken uitzien. Zullen we de 50 dan nog halen?

VEEL SPORTVERENIGINGEN HEBBEN MET LEEGLOOP TE MAKEN
In heel Nederland is golf denkelijk de enige sport waarbij het ledental toeneemt. Diverse andere clubs moeten noodgedwongen fuseren en daardoor verdwijnen gerenommeerde clubs van het toneel. Je vraagt je af wat al die leden doen die hun sport vaarwel hebben gezegd. Ik las vandaag nog in de krant dat slechts 15% van de jeugd regelmatig buiten speelt. In de tijd dat ik nog tot de jeugd behoorde was dat ruim 70%. In de hedendaagse jeugd, ook wel achterbankgeneratie genoemd, zit niet zoveel spirit. Ze worden overal naar toe gebracht en ook weer opgehaald, lopen of fietsen is er niet meer bij. Zij zitten massaal thuis achter de computer en zijn tot vervelends toe met allerlei lugubere game spelletjes bezig waardoor ze veel te weinig lichaamsbeweging hebben. Dit is wereldwijd een groot probleem aan het worden. Veel te veel kinderen eten verkeerd worden daardoor veel te zwaar, hebben nergens zin, worden lui en hun conditie holt achteruit. Als we met onze duiven het zelfde zouden doen komt er niet veel van terecht. Gezond eten, een regelmatig leven en elke dag voldoende lichaamsbeweging zorgt voor een goede conditie. Dan heb je nergens een pilletje voor nodig, dat komt dan pas veel later als je echt heel oud wordt.

DAT MAG OOK WEL EENS GEZEGD WORDEN.
Een gekende duivenarts in Nederland is Dr. Hans van der Sluis uit Kockengen nabij Utrecht. Zo lang ik duiven heb is hij mijn veearts. Hij heeft een eigen medicijnlijn en omdat ik alle vertrouwen in hem heb gebruik zijn medicijnen. Vraag me niet waaruit die medicijnen zijn samengesteld, ik weet er niets van en wil het ook niet weten. Als mijn duiven coli hebben gebruik ik zijn medicijnen, tegen paratyphus ent hij mijn duiven, tegen ornithose geef ik zijn kuur. Kortom tegen alle duivenziektes heeft hij medicijnen ontwikkeld en indien nodig gebruik ik die. Gelukkig zijn er enkele gespecialiseerde duivenartsen die onze duiven tegen diverse ziektes kunnen beschermen en zij hebben medicatie tegen vrijwel alle ziekte perikelen die op onze hokken kunnen voorkomen. Deze week viel mij het prachtige resultaat op dat Hans van der Sluijs samen met zijn assistent Stefan Gobel op de eerste snelheidsvlucht hebben behaald. Vanuit het Belgische Minderhout met een deelname van 2007 duiven, waarbij 56 van beide witjassen, zag het resultaat er als volgt uit: 1-2-3-4-5-7-14-16-22-23-24 totaal 34 prijzen. Wat is er mooier een duivenarts te hebben die zelf ook fantastisch speelt.

KBDB WAARSCHUWT HAAR LEDEN
Alle leden en aangesloten verenigingen van de Nationale Belgische duivenorganisatie (KBDB) hebben bericht ontvangen dat artikel 56 van het nationale sportreglement strak wordt gehanteerd zodat iedereen aan de gestelde eisen moet voldoen. Liefhebbers die meerdere klokken bezitten moeten die allemaal tijdens het inkorven aanbieden. Dde klokken moeten voorzien zijn van het door de KBDB erkende zegel. Duiven die worden geklokt op klokken die niet van dat zegel zijn voorzien worden niet in de uitslag opgenomen. Klokken waarvan het zegel niet te identificeren is moeten opnieuw ter keuring worden aangeboden.

DUIVENSPORT ERFGOED.
In Nederland is eind vorig jaar de duivensport erkend als nationaal erfgoed. Daarmee is onze sport beschermd voor het nageslacht. In Brugge (B) werd op 21/22 april een nationale erfgoed dag georganiseerd waarbij ook de duivensport de nodige aandacht kreeg. Verder was er een doorlopende tentoonstelling over alles wat met de duivensport te maken heeft. Tevens werden er interessante lezingen gehouden over de duivensport nu en in het verleden. Goed idee om ook in andere landen zoiets te organiseren. De duivensport kan best wat extra publiciteit gebruiken.

DE TWEEDE SNELHEIDSVLUCHT
Er moest zaterdag 14 april tot half een gewacht worden voordat de duiven op weg naar huis mochten. Op de lossingplaats zware bewolking en nevel. De wind waaide uit verschillende richtingen. Toch waren het net als vorige week de meest westelijk gelegen hokken die op de achter vlucht een gooi deden naar de topklasseringen. In het grote samenspel van de ZCC met bijna 2.000 duiven ging het redelijk. In onze club had zoon Marco de snelste, zelf moest ik genoegen nemen met een 7e en 11e plaats tegen 340 duiven.

OOSTELIJK GELEGEN LIEFHEBBERS WERDEN VOLKOMEN WEGGESPEELD
De eerste snelheidsvlucht van dit seizoen gaf hele grote verschillen te zien. Deze winter werd met meerderheid van stemmen aangenomen dat de duiven van Noord-Holland (afdeling 6 van de NPO) alle vluchten gezamenlijk gelost zouden worden. De eerste vlucht was nauwelijks voorbij of de teleurgestelde liefhebbers lieten hun stem direct horen. Het was geen stijl om 20.000 duiven tegelijk te lossen. Je moet niet achteraf gaan zeuren. Dit besluit is met meerderheid van stemmen aangenomen en als dat verandert moet worden dan kan daar de komende winter opnieuw over gestemd worden. Ik ben er van overtuigd dat als de windrichting noord west of noord oost geweest was geweest dit beter voor deze eerste snelheidsvlucht zou zijn. Nu werden de duiven op deze korte afstand massaal naar de Noordzeekust geblazen en dat houdt in dat de westelijk gelegen liefhebbers, en dat zijn er nog al wat, bijna alle vroege prijzen pakte en een groot aantal duiven in de uitslag wisten te pakken. Dat houdt in dat de oostelijk gelegen liefhebbers een enorme draai om hun oren hebben gekregen. Vraag is; wat kunnen we daar aan doen? Het is al een mensenleven bekend dat de wind op dit soort vluchten de dienst uitmaakt. Daarnaast was het zeker geen normale vlucht. De concoursduur was op vele plaatsen bijna 30 minuten en dat voor mijn afstand van plm. 110 km. In verreweg de meeste gevallen is het binnen 10 minuten bekeken. De snelheden tussen west en oost waren ook aanzienlijk. De westkant maakte op de kortste afstand 1876 mpm, de langste afstand maakte 1863 mpm. Dit geeft aan dat de westelijke liefhebbers allemaal kans maakten op vroege duiven. Aan de oostkant ging het heel wat moeizamer daar gingen de snelste duiven 100 mpm langzamer. De laatste prijsduiven maakten 1350 mpm ruim 500 mpm langzamer dan de snelste. Wat de oorzaak is van de veel te lange concoursduur is in eerste instantie de zuidoosten wind. Op zo een korte vlucht vliegen de nog onervaren duiven achter elkaar aan en hebben nog lang niet allemaal het benul op tijd het peloton te verlaten waardoor ze te laat over de finish komen. De komende weken zal er wat meer regelmaat inkomen maar als het weer oost of zuidoosten wind wordt loopt dat voor de oostelijke liefhebbers niet goed af en is de kans op een provinciaal kampioenschap al erg klein geworden. Misschien is er iets te vroeg gelost met het oog op inversie op 70 m hoogte, ook bleek er op sommige plaatsen behoorlijk dichte nevel te zijn. We laten ons echter niet ontmoedigen. Het seizoen is nog lang en er komen nog voldoende mogelijkheden om een lange neus naar de concurrentie te maken. Wie weet is dat het komende weekend al het geval.

NIET HELEMAAL TEVREDEN
Met een 8e en 9e plaats tegen 350 duiven mag je niet ontevreden zijn en 11 van de 20 duiven in de uitslag is ook niet slecht. Door de stevige zuidoosten wind waren mijn verwachtingen zeker niet hoog gespannen en aan de aankomst van mijn eerste twee duiven kon ik al zien dat ze helemaal uit de verkeerde hoek kwamen het kon geen super uitslag zijn. Ook ik behoorde bij de groep die een fikse dreun te verwerken kregen. Aan de conditie van mijn duiven kon het niet liggen. Ze verkeren in een prima conditie, dat kan ik s morgens mooi bekijken als Ūk op de hokken kom, allemaal keurige kleine mestbolletjes. De duivinnen en vooral de doffers glimmen tegen je op. Trainen doen ze ook graag dus als we straks een week of zes verder zijn dan zien we wel hoe de vork in de steel zit. Ik heb er ondanks dat ik maar een klein aantal duiven heb erg veel vertrouwen in. Wel ben ik voorbije zaterdag een in mijn ogen beloftevolle jaarling duivin verloren. Ik heb begrepen dat er hier en daar toch behoorlijke verliezen zijn geleden en dat is altijd jammer zo bij aanvang van het vliegseizoen maar ook dat hoort bij de sport. Over de jonge duiven ben ik zeer tevreden, dat gaat prima alhoewel ik er wel meer heb dan de bedoeling was. De teller staat inmiddels op 38 en daar blijft het bij, het kunnen er wel minder worden maar zeker niet meer. De jongen zien er prima uit, ze worden vanaf 1 april verduisterd en beginnen al flink te ruien. Sommigen beginnen steeds langer rondom het hok te vliegen, anderen blijven op het hok bij de latere jongen zitten. Over twee weken gaat de bal er regelmatig tussen en zullen ze met z’n allen wat langer in de lucht moeten blijven. Morgen worden de laatste jongen door hun nieuwe baas opgehaald en dan is het over met de kweek.

BEHAAGLIJKE TEMPERATUREN
We gaan steeds meer de goede kant op met het voorjaarsweer. Mag ook wel want het is inmiddels al 3 weken lente. De natuur komt meer en meer tot leven. De vogels hebben het druk met nesten maken en omdat in mijn omgeving veel kauwtjes en eksters zijn heb ik totaal geen last van roofvogels. Dat is een heerlijk gevoel en door dit te schrijven weet ik dat er een heleboel liefhebbers daar behoorlijk jaloers op zijn. Ik heb het een paar jaar meegemaakt dat ook bij mij de roofvogels af en aan vlogen. Enkele oude duiven maar vooral jongen raakte ik aan die beesten kwijt. Er zijn er ook veel te veel en ze blijven van hogerhand nog steeds beschermd. Wij duivenliefhebbers zouden graag zien dat er iets aan gedaan wordt en dat is nu ook zo. De NPO heeft daarover goede contacten, dus……wie weet.

PARIJS-ROUBAIX
Heeft u ook zo genoten van deze keiharde wielerklassieker. Bijna 300 km ploeteren over de kasseien, het publiek smult er van. De renners rijden deze wedstrijd heel graag ook al is het voor velen een martelgang. Kilometers lang trilt op sommige stukken de fiets onder je vandaan. Blaren op de handen van het trillende stuur. Het geluk was de renners aan hun zijde want in de vroege ochtend had het nog geregend en dan zijn de keien spiegelglad met grote kans op valpartijen. De grote mannen in de koers hadden dat al rap door en zorgden er al snel voor dat ze voorin de groep reden daar is de kans op vallen het kleinst. In Parijs-Roubaix ontkom je niet aan de nodige valpartijen. Dat maakt deze loodzware klassieker zo speciaal. Dit jaar wel een smet op de koers vanwege een ernstige val die een Belgische renner van 23 jaar maakte. Later bleek dat hij een hartstilstand had gekregen en alles wat gedaan werd mocht niet helpen. In een woord afschuwelijk. De koers werd op magistrale manier gewonnen door wereldkampioen Sagan. Mijn grote favoriet Niki Terpstra moest het zware werk voor een groot deel in zijn eentje opknappen. Toch wist hij in de laatste 2 kilometer zo hard te demarreren dat niemand van zijn medevluchters het wiel kon houden waardoor Niki solo als 3e over de meet kwam op de piste van de fraaie wielerbaan in Roubaix. Nu kijken wat hij het komende weekend doet in de enige Nederlandse klassieker de Amstel Gold race.


DIT WEEKEND WAS DE WIELERSPORT NOG EEN KEER BELANGRIJKER
Voetbal mag ik graag naar kijken, helaas weten steeds meer voetballers zich niet meer netjes te gedragen. Niet in en ook niet buiten het veld. Het zijn over het paard getilde “losers” die voor hun leeftijd veel te veel geld verdienen. Nee, niks geen jaloezie. Helaas vergeten zij dat hardwerkende mensen een pak geld moeten neertellen om een heel seizoen naar hun thuis spelende club te kunnen kijken. Respect en waardering begrijpen onze voetbal jongens helaas niet. Mijn hart ligt meer bij de wielersport, ik weet namelijk wat je daarvoor in je mars moet hebben om beroepsrenner te kunnen worden. Degene die vandaag de dag niet vrij gemakkelijk omhoog kunnen rijden zijn kansloos. Alleen een echte sprinter wil nog wel eens in een ploeg opgenomen worden. Maar er zijn ook renners van “buiten categorie” en daar is Niki Terpstra er een van. Het jaar 2017 was dramatisch voor hem. Drie zware valpartijen maakte van 2017 een rampjaar. Onder de duivenliefhebbers zitten heel veel supporters van de wielersport. Ik weet dat veel van mijn duivenvrienden de voorjaarsklassiekers en de grote rondes zoveel als mogelijk bekijken. Zeker weten dat internationaal heel veel wielersupporters met veel respect naar “onze ”Niki Terpstra hebben zitten kijken. Twee jaar terug won hij de keienklassieker, beter bekend als Parijs-Roubaix, en dit jaar kwam hij solo over de meet in de E3 prijs Harelbeke (B) en twee weken later zo een zelfde stunt in de allerbelangrijkste klassieker van BelgiŽ de Ronde van Vlaanderen over bijna 300 km. Niki reed de concurrentie stuk voor stuk gewoon uit het wiel, wat een motor moet er in dat lijf zitten. Ik zie hem nog komen als 8 jarig jochie bij onze Zaanse wielerclub DTS waar ik toen voorzitter was. Nu is het op 33 jarige leeftijd een der aller grootste renners die we in Nederland en ook daarbuiten hebben. Reeds drie keer Nationaal kampioen bij de beroepsrenners op de weg en dan een prachtige erelijst behaald in de eendaagse wedstrijden. U zult begrijpen dat ik erg trots op hem ben.

GEEN WEER VOOR DE DUIVEN
Het seizoen gaat beginnen en het mooie weer komt er aan. De afgelopen weken was het steeds veel te koud voor de tijd van het jaar ongeschikt om zelf de duiven op te leren. Zaterdag was de eerste en tevens laatste trainingsvlucht voor de hele club. De weersverwachting was niet optimaal en dus dacht ik dat het beter was de duiven thuis te houden. Nou dat had ik verkeerd ingeschat en dat heb ik nog al eens. Hoe ouder ik word des te voorzichtiger word ik. De duiven werden prachtig op tijd gelost en de wind zorgde er voor dat ze in een record tijd thuis waren. Die dag was het ook weer eens duidelijk te zien wat voor invloed de wind op een snelheidsconcours heeft. Dat geldt niet alleen voor de wind en de ligging, ook het tijdstip van lossen kan voor grote verschillen in de snelheid zorgen wat zaterdag ook het geval was. De organisaties die het aandurfde om in alle vroegte te lossen hadden het beste concoursverloop en vooral in de achter vlucht werden de hoogte snelheden behaald. De ZCC waar ik en Marco in spelen vlogen 20 km per uur minder snel dan degene die op de verste afstanden wonen en de oostelijk gelegen liefhebbers van mij kwamen daar nog eens 10 km op te kort. Op 7 april is de echte start van het seizoen en dan gaan alle duiven van de provincie Noord-Holland tegelijk los. Voorheen waren het iedere keer groepslossingen wat vooral werd gedaan om de verliezen met jonge duiven tegen te gaan. De praktijk heeft geleerd dat dit niets uitmaakt. Dus van alle lossingen is de totale lossing toch nog het beste. De wind zal ook nu weer een belangrijke rol spelen. Zoals het er nu uitziet waait zaterdag de wind uit zuidwest dus de liefhebbers aan de oostkant van hun spelgebied maken de grootste kans om een of meerdere vroege duiven te klokken. Het is echter nog geen zaterdag!

DE KLOK IS GELADEN
Dat wil zeggen dat hij ge-up-date is. De duiven die niet meer op het hok zijn zijn ook uit de klok verwijderd. Alleen de vliegduiven die aan het seizoen 2018 gaan meedoen zitten er in en dat zijn er maar bitter weinig. Met 11 doffers en 11 duivinnen ga ik de strijd aanbinden tegen alle liefhebbers uit Noord-Holland. Daar zitten mannen bij die met veel duiven spelen maar er zitten er ook veel bij die net als ik nog maar met een klein aantal duiven meedoen. Het wil echter niet zeggen dat je daarmee geen vroege prijs kunt winnen, zeker wel. Voordeel is dat je er ook niet zoveel kunt kwijt raken en een nadeel is dat je er ook niet zoveel in de lijst kunt pakken en daar wordt erg veel naar gekeken. Vooral de liefhebbers uit het Verre Oosten willen veel duiven in de uitslag zien omdat zij ook gewend zijn met heel veel duiven te spelen. Met 22 duiven in de strijd zal het niet meevallen om tegen een paar duizend duiven een aantal duiven bij de top 100 te pakken. Ik houd het er op dat het wel mogelijk moet zijn om regelmatig met 1 of 2 duifjes aan de top te spelen, kijk maar eens op hoeveel kleine hokken toch een aantal kampioensduiven zitten. Daarom heb ik altijd voornamelijk bij dat soort liefhebbers enkele duifjes aangeschaft. Maar ik ben daar ook wel van afgeweken. Marco en ik zijn ook bij Willem de Bruijn geweest en met de duiven die bij deze hele grote liefhebber vandaan komen zijn we ook goed geslaagd.

GESLAAGDE KWEEK
We zijn in principe klaar met de kweek voor ons zelf. Nu is het tijd om de jongen af te leveren waarvoor Marco in de wintermaanden een aantal bonnen voor diverse goede doelen heeft geschonken. De eerste ronde ging bijna in zijn geheel naar Marco, de tweede ronde was voor mij. Nu liggen er enkel nog jongen waarvoor kooporders zijn geplaatst. Het is onze bedoeling dit jaar tijdig met de kweek te stoppen, dit met de bedoeling om eind november aan winterkweek te gaan doen. Dat hebben we deze winter overgeslagen. De jonge duiven deden het bij mij in 2017 uitstekend, dus zou je kunnen zeggen; waarom dan toch vroeg kweken? Mijn mening is dat je met vroege jongen wat meer kunt. Ze worden meestal in een koude periode grootgebracht wat mij niet verkeerd lijkt. Ze zijn volwassen als de belangrijke races beginnen en je kunt ze op weduwschap spelen. Het is maar net waar je van houdt. Aan de hand van het presteren zullen we bekijken of we nog een halve ronde zullen kweken (bij elk kweekkoppel 1 jong), er komen tijdens het seizoen altijd nog aanvragen binnen voor jonge duiven. Alleen als dat zo is wordt er nog wat bij gekweekt. Zo niet dan zitten onze kweekduiven vanaf eind mei gescheiden en kan alle aandacht uitgaan naar het spel met de oude en ook de jonge duiven. Volgende week hoop ik met enige trots te vertellen hoe de resultaten bij Marco en mij op de eerste vlucht waren maar als er geen goed resultaat geboekt is zal ik dat ook vertellen.

HET WORDT EEN MOEIZAME START, DAT KAN NIET ANDERS
De weersverwachting voor onze duiven ziet er niet best uit. Toen ik met vakantie ging was het 14 graden en denk je als ik terug kom zal de temperatuur nog wel iets opgelopen zijn, mooi niet. Tijdens onze vakantie was het in Nederland koud, nat en mistig. Onvoorstelbaar wanneer je met 30 graden en geen wolkje aan de lucht aan de rand van het zwembad in Egypte ligt. De bedoeling was dat ik na terugkomst van vakantie dagelijks met de duiven zou gaan rijden. Tot op heden is daar nog steeds niets van terecht gekomen. Elke dag nevel en veel te lage temperaturen. Daarbij heb ik nog een handicap dat ik door mijn minder goede zicht nog steeds geen auto durf te rijden en ben dus voornamelijk van mijn vrouw afhankelijk om met de duiven op stap te gaan. Als ik de weersverwachting dagelijks bekijk, welke duivenmelker doet dat niet, zit er voorlopig ook geen verbetering in en aanstaande zaterdag (31 maart) is onze enige gezamenlijke trainingsvlucht. Ik hoop dat het bestuur die vlucht niet laat doorgaan. Als ze dat niet doen zal denkelijk de deelname minimaal zijn en dan moet de verzendcommissie er dik geld bijleggen. In BelgiŽ zijn trouwens al diverse weekenden diverse vluchten niet doorgegaan. Heel vervelend maar beter zo dan dat de duiven totaal ontredderd thuis komen en waarschijnlijk zullen er ook zijn die helemaal niet meer thuis komen. Wat dat betreft is de duivensport zeker geen eenvoudig spelletje. We zijn elke week afhankelijk van het weer en dat kan bij ons zeer wisselvallig zijn. Omdat de weersvoorspellingen voor de rest van de week totaal ongeschikt zijn voor de duivensport heb ik nu al besloten de trainingsvlucht over te slaan. Mocht het weer alsnog verbeteren dan doe ik toch niet mee. Ik geef de voorkeur aan zelf rijden zodat ik het per dag kan bekijken. Hoe het zich allemaal ontwikkeld ik heb geen idee wel dat zaterdag 7 april het startschot wordt gelost voor de officiŽle start van het seizoen 2018. Het wordt dan het 72ste seizoen dat ik met duiven speel. In al die jaren is er wel het een en ander veranderd.

EEN BEETJE NOSTALGIE
Het was in de tijd dat oude en jonge duiven bij elkaar in een hok zaten. Niemand had kweekduiven en er werd in verreweg de meeste gevallen op nest gespeeld. De meeste liefhebbers had hooguit 24 oude duiven en een 15 tal jonge duiven. Duiven kwijt raken en het roofvogel probleem bestond nog niet. Ik kan het me als de dag van gisteren herinneren dat we (mijn vader en ik) met 16 jonge duiven begonnen en dat we er zeker 14 over hielden. Het was ook in de tijd van de gummiringen, dat was veel spannender dan nu met de elektronische klokken. Als je vroeger 3 duiven tegelijk kreeg had je bijna een minuut nodig voordat de ringen in de klok zaten. Nu pakken de megahokken er 40 in een halve minuut. Dan kan er wel gesproken worden dat die grote melkers niets verkeerd doen, zeker niet. Je mag in Nederland zoveel duiven inzetten als je wilt. Het wordt echter wel steeds meer een ongelijke strijd. Ik heb er nooit moeite mee gehad en nog steeds niet om het met mijn 36 vliegduiven op te nemen tegen wie dan ook. Vanaf het moment dat de elektronische klok zijn intrede deed in 2000 zijn de grote melkers in staat opvallende mega series te klokken. Desondanks heeft elke liefhebber ongeacht het aantal duiven dat hij meegeeft de mogelijkheid een eerste prijs te winnen of zich in ieder geval bij de top te kwalificeren. Maar oh wee als er zo een megaspeler die dag gunstig ligt en er een twintigtal in enkele seconden thuis krijgt dan draait hij in een record tempo zodat je er als kleine speler misselijk en duizelig van wordt. Het is niet anders, deze film is niet meer terug te draaien. Of het er in het belang van de duivensport beter op is geworden daar ben niet zo zeker van. De kleine liefhebber is hier het kind van de rekening. Zo zal het een stuk duidelijker worden waarom er zoveel oudere liefhebbers stoppen en daar hebben we er nog steeds de meeste van. Ga er maar van uit dat dit niet zo lang meer zal duren. Wat dan overblijft zijn de groten en die kunnen dan alleen nog maar tegen elkaar spelen en daar zal de lol gauw af zijn.

VERDUISTEREN
In Nederland is vorige week de zomertijd ingegaan. Dit weekend ga ik beginnen met verduisteren van de jonge duiven. De laatste 7 jongen worden nog bijgezet en die worden dus meteen verduisterd, het is niet anders. Mijn andere 27 jongen waren al voor mijn vakantie bij de ouders vandaan. Ik heb dit jaar geen echte vroege winterjongen. De eerste ronde ging naar zoon Marco en pas daarna was pa aan de beurt. Helemaal niet erg, misschien zelfs beter omdat ik het al zo vaak heb meegemaakt dat jongen van de 2e of zelfs 3e ronde op het einde van de jonge duivenvluchten beter presteren dan de hele vroege jongen. Misschien is een beetje koffiedik kijken want in de duivensport is het veelal afwachten je hebt nooit zekerheid. Mijn oude duiven heb ik nog nooit verduisterd. Ik speel misschien alleen de eerste twee of drie eendaagse fond vluchten en dan is het niet echt nodig de duiven te verduisteren. Althans dat is mijn ervaring maar ik moet ook zeggen dat ik nooit een fanatieke fond speler ben geweest en nog niet. Mijn voorkeur gaat nog steeds uit naar de vluchten tot 400 km en daar hebben we er genoeg van. Ik ga de jonge duiven in de maanden april en mei verduisteren, dat is ruim voldoende. Vanaf het eerste weekend juni blijven de gordijnen dag en nacht open.

GOEIE MOET JE HEBBEN
Hoe vaak lezen we niet dat het alleen om goede duiven gaat. Maar het gaat er om dat je als liefhebber goed met duiven om kunt gaan. Een sterke opmerkingsgave is ontzettend belangrijk. Je moet in een oogopslag kunnen zien wat er in en rondom het hok aan de hand is. Waar het om gaat is dat je kunt zien dat duiven zich opeens anders gedragen. Je moet direct zien dat ze een extra conditie vertonen maar ook dat er iets aan mankeert. Duiven die zich bijzonder gedragen moet je goed in de gaten houden zij zijn het die je zomaar kunnen verrassen. Er bestaan gelukkig heel goede duiven, dat kunnen we tijdens het seizoen zien aan de tussenstanden van de diverse competities. We weten ook met zijn allen dat er maar bitter weinig echte goede duiven zijn. Aan de prijzen die voor duiven betaald worden zou je dat niet zeggen. Op de verkoopsites is het alsof er alleen maar goede bestaan terwijl de meeste duiven niet goed genoeg zijn voor de baas en daarom verkocht worden. Er zijn voorbeelden te over van duiven die zomaar een super prestatie leveren omdat ze net een vriendje of vriendinnetje hebben. Er worden prestaties neergezet omdat sommige doffers hun buurman niet kunnen uitstaan waardoor ze extra gemotiveerd zijn en heel rap naar huis te komen. Dus laten we het niet alleen over goede duiven hebben er komt veel meer bij kijken.

DE ACCU IS OPGELADEN
Met mijn gezondheid ging het vanaf het begin van dit jaar niet echt geweldig. Uiteindelijk hebben mijn vrouw en ik besloten dan maar een weekje naar de zon te gaan en dat heeft mij echt veel goed gedaan. Onze keus was gevallen op Egypte. Lekker alle dagen in de zon aan de rand van een van de fraaie zwembaden, dicht bij de bar en lekker luieren op het ligbed wat elke dag door onze vaste badmeester werd klaargezet. Elke dag minimaal 30 graden en ’s avonds heerlijk om gezellig buiten te eten en daarna nog een drankje. Wat ons betreft een echte aanrader voor degene die verzekerd willen zijn van super zonnig weer en niets anders doen dan luieren in de zon. De wind zorgde er voor dat het ook in deze zon prima uit te houden was. Met een gebruinde kop zijn we inmiddels weer thuis en ben ik direct begonnen om alles volgens de zomertijd te verzorgen. De dag na onze thuiskomst was de eerste gang naar de duiven. Hoe zouden de jongen er uit zien? De oude doffers en duivinnen waren tijdens de vakantie niet buiten geweest naar ik begrepen heb kon het ook niet. Het was in Nederland erg koud met veel wind en regen. Je kunt je niet voorstellen dat het in Egypte slechts 5 tot 6 minuten per jaar regent. Volgens mij is Egypte een nieuw populair vakantie land aan het worden maar om in die onmetelijke zandbak te wonen lijkt mij helemaal niets. Over twee weken begint het nieuwe seizoen terwijl de duiven er voor wat de voorbereiding betreft nog helemaal niet klaar voor zijn. Ze zien er trouwens wel prima uit en dat is een compliment aan mijn zoons Marco en Michel die de duiven tijdens de vakantie en ook tijden mijn ziekte periode prima verzorgt hebben. Vanmorgen was het een wolkeloze hemel wel zag buiten alles wit, het had dus vannacht weer gevroren en op dit moment is het half bewolkt. Het komende weekend hoop ik te kunnen beginnen met het wegbrengen van de oude duiven. Uit ervaring weet ik dat ze heel snel hun vliegritme te pakken hebben en ook de stipte verzorging op vaste tijden draagt bij tot een goede conditie. De vliegconditie moeten ze zelf voor zorgen en die krijgen ze wel te pakken als ze twee maal daags op vaste tijden hun trainingsarbeid moeten verrichten.

HARDLOPERS ZIJN DOODLOPERS
Dat is in Nederland in elke tak van sport een bekend gezegde. Veel liefhebbers bouwen de prestatiecurve rustig aan op wat niet geldt voor de snelheidsspelers, althans niet voor de Nederlandse snelheidsspelers. In BelgiŽ is dat een ander verhaal daar kunnen ze van eind maart tot eind september iedere week een snelheid of een halve fond vlucht spelen. In Nederland beginnen wij met een 6 tal snelheidsvluchten. Daarna evenveel halve fond vluchten en dan zijn intussen ook de eendaagse fond vluchten begonnen. Eind juni starten we met een achttal jonge duiven vluchten, dan als laatste een serie van 5 snelheidsvluchten waaraan zowel oude als jonge duiven mogen deelnemen en dan zit het er weer op. Terugkomend op de snelle starters daar hoor ik ook het liefste bij. Maak je de eerste vlucht een goede uitslag dan weet je dat het met de conditie wel goed zit. Het kan ook komen doordat je op die vlucht in de goede hoek zat want zoals we allen weten op de korte races speelt de wind een heel belangrijke rol. Dus nog niet direct juichen na een eerste goede uitslag. Wel is het zo dat ik na de eerste vlucht liever heb dat de meute achter mij aan moet dan dat ik de opgelopen achterstand moet zien goed te maken. Het is ook zo dat wanneer je bij de kampioenen wilt eindigen zal je van meet af aan in het snuitje van de uitslag moeten finishen. Onder ons zijn er gegarandeerd een aantal bij wie dit gaat lukken maar nog zekerder is dat de groep bij wie het niet gaat lukken groter zal zijn. Dus zet hem op en gewoon je uiterste best doen om geen enkele keer in de laatste groep over de streep te komen.

KLEUR
Al vele jaren ben ik een grote fan van lichtblauw duiven. Dit jaar ben ik daar een beetje noodgedwongen van af moeten wijken de reden kent u. Marco en ik hebben samen een kweekhok en daarin zitten niet alleen blauwe duiven er zitten zelfs vrij donkere duiven bij en daarvan heb ik nu enkele jongen in mijn vlieghok. Marco zegt dat ik niet zo moet zeuren over de kleuren. Vroeger had ik ook van alles door elkaar en toen zei ik tegen iedereen die het maar horen wilde dat lelijke duiven steeds mooier worden naarmate ze vroege prijzen gaan winnen wat ook zo is. Mogelijk komt het door het vorderen van de jaren dat je andere voorkeuren krijgt. Nu zeg ik het is mijn hobby en ik bepaal wat er op mijn hok gebeurt. Denkelijk moet ik er toch steeds meer vanuit gaan dat de tijd van alleen blauwe voorbij is. gezien mijn leeftijd heb ik ook niet zoveel mogelijkheden meer. Ik wil niet zeggen dat ik mijn tijd heb gehad daar denk slechts af en toe aan. Ik ben nog steeds van plan om mee te tellen maar merk wel dat het allemaal moeizamer gaat.

DE KLOK
Een deze dagen wordt mijn elektronische klok ge-update. De duiven die er niet meer zijn worden uit de klok verwijdert en er moet nog een enkele duif worden toegevoegd zodat ik het komende weekend de klok kan gebruiken om te zien hoe de duiven van hun eerste trainingsvlucht naar huis gekomen zijn. Zaterdag 31 maart is er een trainingsvlucht voor de hele club. Het is een soort attractievlucht en omdat het een dag voor Pasen is bestaan de prijzen uit eieren. Vroeger toen ik nog een gezin met kleine kinderen had vond ik het wel fijn om een paar doosjes te winnen maar nu we nog met zijn tweetjes zijn moet ik er niet aandenken om al die eieren op te moeten eten. Toch is het altijd leuk als er iets te winnen is. Dat is net als kaartspelen, als het om niets gaat wordt er niet serieus gespeeld, maar zo gauw als het om een cent gaat wil iedereen winnen. De wil om te winnen moet er altijd zijn, zonder enige interesse kom je nergens en heb altijd respect voor de winnaar. Zodra die bekend is, schud hem de hand en feliciteer hem met het behaalde succes. Wie weet bent u volgend weekend aan de beurt.

HET AFTELLEN IS BEGONNEN
Bij de meeste liefhebbers is de kweek voor een groot deel klaar. Bij een groot aantal liefhebbers vliegen de vroege jongen al geruime tijd hun dagelijkse rondjes om het hok. Bij anderen zijn de duivinnen met een jong overgeplaatst naar het hok voor de jonge duiven. Bij weer andere liefhebbers, vooral de fond mannen, is het allemaal nog maar net begonnen. Als het goed is zijn de programmaspelers en de snelheidsmannen al een heel eind gevorderd met de voorbereidingen voor de eerste krachtmetingen. Natuurlijk moet het allemaal nog voorzichtigjes aan beginnen. Zeker nu de strenge vorst en de ijzige koude uit de Nederlandse lucht is verdwenen komt er steeds meer gelegenheid om zelf met de duiven te gaan rijden. De temperaturen zijn zo’n beetje om en nabij de 8 tot 12 graden en dat is een prima temperatuur voor trainingsvluchtjes van 20 tot 30 km. Zelf heb ik al diverse groepjes duiven zien overvliegen, je kon duidelijk zien dat ze op weg naar huis waren. Nu maar bidden dat we dit weertype nog een hele periode houden waardoor we een goede start van het seizoen krijgen en tevens de vruchten afwerpen voor het verdere verloop van het komende seizoen. Bij mij komt ondanks dat ik me nog steeds geen 100% voel de regelmaat er erg aardig in. De duiven gaan momenteel twee keer per dag los. Vandaag zijn ze weer heerlijk in bad geweest en morgen gaan bij mij de duivinnen met elk een jong naar het jonge duivenhok. De doffers blijven samen met hun jongen nog een weekje in het vlieghok. Als ik binnenkort een week met vakantie ga zitten de jongen, de doffers en ook de duivinnen apart en krijgen dan alsnog een 5 daagse geelkuur in het drinkwater. Daar moeten ze het mee doen, alle prikken hebben ze gehad dus wat de medische begeleiding betreft zijn ze er klaar voor. Toen ik de vliegduiven deze week bekeek was ik erg tevreden over ze. Het gewicht was prima, ze voelden goed aan en je kon nauwelijks zien dat ze grote jongen voerde. Ik heb er een hekel aan als je duidelijk kunt zien dat ze van die voerbekken hebben. Toch heb ik ooit, ja dat is erg lang geleden, een duivin gehad die 12 keer de eerste won, altijd op nest werd gespeeld en met zo een voer bek een paar keer de eerste won. Ook won zij twee keer de eerste op een lege broedschaal. Haar jong was al meer dan een week naar het jonge duivenhok verplaatst en ze had nog steeds niet gelegd. Ze ging evengoed mee en geloof het of niet daar was ze weer en gaf de concurrentie het nakijken. Het was een klein vetblauw duivinnetje, gewoon een onooglijk beestje maar in mijn ogen was ze vreselijk mooi. Dat beestje zal ik nooit en te nimmer vergeten. Het gekke is dat ik de laatste twintig jaar zo een duif niet in mijn hok zou hebben ze zou niet door de selectie komen en dus ook geen kans krijgen om te presteren. Nu zit er op ons kweekhok weer zo een klein duifje het is nog een bontje ook en ook daar houd ik niet van. Zij heeft, ook vanwege haar fantastische afstamming, vorig jaar wel de kans gekregen een paar jongen groot te brengen. Een flinke schalie doffer werd dood gevonden op de naast ons huis gelegen golfbaan. Het nestmaatje, een klein bont duivinnetje miste niet. Nee, het waren niet allemaal kopprijzen maar als ze acht op negen speelt met twee keer in de eerste tien is ze voor ons goed genoeg om ook in 2018 haar kunsten te vertonen.

OVERWEGEND JAARLINGEN
Vorig jaar was het niet mijn sterkste seizoen. De kweek liep al niet lekker en dat vond zijn weerslag bij het presteren. Het vreemde was dat de jonge duiven wel tot volle tevredenheid presteerden, in de club waren ze zelfs niet te kloppen en de kampioensduif was ook van mij. Van een aantal van deze jaarlingen heb ik enkele jongen gekweekt en alle andere jongen komen uit onze gezamenlijke kwekers. Daardoor zal ik ook van mijn geloof af moeten stappen. Ik zie namelijk het liefst allemaal blauwe duiven in mijn hok maar daar gaat nu verandering in komen omdat niet alle kweekduiven blauw zijn. Kleur is namelijk ook een onderdeel van mijn hobby, rode, vale, witte, zwarte, hele bonte, ik wil ze niet. Andere liefhebbers maakt het niets uit of hun duiven groen of bruin zijn bij hen gaat het om de prestaties. Bij mij ook, maar dan het liefst behaald door mooie lichtblauwe duiven met eventueel een enkel wit pennetje. De vliegduiven voor 2018 zijn allen blauw, bij de jonge duiven zullen wel een aantal andere kleuren tussen zitten en die zullen van goeden huize moeten komen anders komen ze zeker niet door de selectie. Als ik over selectie praat ben ik alweer bezig met 2019. In dat jaar wordt ik 82 zal ik dan nog steeds duiven hebben? Laat ik maar niet te ver vooruit lopen eerst 2018 en dan zien we wel verder. Het is trouwens wel erg jammer dat het aantal actieve liefhebbers zo snel terugloopt. Er wordt door onze nationale organisatie van alles bedacht maar helaas zie ik niet een lichtpuntje waarvan ik denk; ja dat zou wel eens kans van slagen kunnen hebben. Er wordt al zo lang met allerlei commissies gewerkt. De jeugd is geruime tijd een belangrijke doelgroep geweest waar veel tijd en geld in is geÔnvesteerd. Het aantal leden blijft ondanks de tomeloze inzet van onze bestuurders steeds verder terug lopen. Nee, de donkere dagen voor de duivensport zijn er nog steeds en als ik zie hoeveel leeftijd genoten van mij nog actief zijn dan zal de komende twee tot drie jaar de neergaande lijn op het aantal leden van steeds grotere invloed zijn. Verenigingen zullen hun bestaansrecht verliezen en als de laatste club uit het dorp of stad ophoud te bestaan zullen versneld nog meer leden afhaken omdat veel oudere liefhebbers geen zin meer hebben om met hun duiven een grote afstand moeten afleggen om in te korven. Ik zou het graag anders zien maar dit is de realiteit. Daarbij komt ook nog dat de stemming in een kleine club erg gauw beÔnvloed kan worden als enkele leden het niet met elkaar eens zijn. In een club met minimaal 50 leden heb je daar niet zo gauw last van. Hoeveel clubs van 50 leden zullen er nog zijn? Volgens mij niet een en dan te weten dat er in de gouden jaren diverse clubs waren met meer dan 100 leden. Helaas kan ik er dit keer geen gezelliger eind aan breien. Gelukkig komt het seizoen met rasse schreden naderbij en dan zijn er gelukkig weer heel andere zaken te bespreken. Laten we het er maar op houden dat iedereen op zijn eigen manier weer met volle teugen van onze hobby gaat genieten.

NEDERLANDSE OLYMPISCHE PLOEG WEER THUIS
Ruim twee weken Olympische wintersporten op TV was wel een beetje te veel van het goede. Zeker voor Nederland want voor ons was alleen het schaatsen interessant want bij de andere sporten hadden we een enkele deelnemer maar niet echt een kanshebber. Onze schaatsers hebben aan de verwachtingen voldaan, het kon niet beter. Voor mij als kijker was het allemaal te veel van het goede. Van de vroege morgen tot diep in de nacht Olympische Spelen, ik kan ze niet meer zien. Maandagavond werden onze atleten in het Olympisch Stadion van Amsterdam, waar in 1948 de Olympische Zomerspelen werden gehouden, in het bijzijn van enkele honderden supporters en familieleden in de ijzige koude gehuldigd. De omroeper van dienst wist niet hoe hard hij moest schreeuwen om onze Olympische kampioenen aan te kondigen. Het werd een armoedige en asociale vertoning. Dat had veel beter en stijlvoller gekund. Deze week zijn ze uitgenodigd bij de Koning.

IN MAART STARTEN DE VOORJAARSKLASSIEKERS.
Gefietst wordt er het hele jaar door. Vroeger jaren was er een winterstop en was er ruimte voor het baanwielrennen. Tegenwoordig is het zo dat direct na de jaarwisseling de eerste wielerklassiekers van start gaan. Vroeger gebeurde dat pas in Maart en was BelgiŽ als wielerland het eerst aan de beurt, nu zijn het de warme landen zoals AustraliŽ, Nieuw-Zeeland, Dubai enzovoort waar de eerste koersen reeds zijn gehouden. Het voorbije weekend zijn in de ijzige koude de eerste twee klassiekers in BelgiŽ van start gegaan en het komende weekend start “de rit naar de zon” oftewel Parijs-Nice. Nu het vriest in Nederland krijgt de schaatssport de meeste aandacht. Vandaag wordt op natuurijs de eerste marathon schaatswedstrijd over 200 km gehouden. Denkelijk is de schaatspret aan het einde van de week weer voorbij. Jammer, want voor de schaatsliefhebbers had het nog wel een weekje mogen duren en dan maar warm water regenen. Maar wat krijg je dan voor weer, je kunt beter droog weer hebben met mooi helder vriesweer dan af en toe zon en dan weer regen. Gelukkig hebben we dat niet voor het zeggen.

DE LENTE KOMT ER AAN
Ondanks de koude in ons land is het prima weer om de jonge duiven buiten te laten. Bij mij is dat nog niet het geval, ze zijn pas ruim 14 dagen oud. De eerste ronde is naar Marco en pas daarna is vader aan de beurt. Na de pech met onbevruchte eieren in de eerste ronde is daarna alles prima verlopen. Het grote probleem zat bij onze twee betere kweekkoppels. We hadden van allebei de eerste en tweede ronde onbevrucht. Van het ene koppel is de derde ronde ook weer niet goed maar van het andere wel. De jongen die bij Marco zitten zien er perfect uit en bij mij liggen ze te glanzen in het nest. Mooie mest om de schotels en mede door de koude en overdag veel zon is het bijna ideaal voor de opgroei van de jonge duiven. Niet alleen de lente komt er aan ook het vliegseizoen komt met rasse schrede naderbij. Zoals ik het bekeken heb is alles mooi op tijd klaar. Tweede helft maart gaan we nog een weekje naar de zon en als we terug komen hebben we nog 14 dagen te gaan voor de eerste snelheidsvlucht. De duiven kunnen daarvoor dus nog wel afhankelijk van het weer een vijftal keren weggebracht worden en dat moet genoeg zijn. De duiven worden nog steeds door mijn zonen Marco en Michel verzorgd ik ga er tussen de middag even naar toe. Dan kun je merken dat de zon steeds meer kracht krijgt, gewoon heerlijk om dan een uurtje bij de duiven te zijn. Ik hoop dat als het binnenkort wat warmer wordt ik ook wat actiever wordt, met mijn conditie is het na twee maanden niet lekker in mijn vel te hebben gezeten helemaal niets. Als ik even wat doe ben ik bekaf en op mijn leeftijd hersteld dat allemaal niet zo snel meer.

HET ZAL TOCH NIET WAAR ZIJN
Ik schrok me werkelijk een ongeluk toen ik het bericht las dat er in Groningen (Noord-Nederland) een uitbraak was van vogelgriep. Alle 36.000 kippen zijn geruimd en in de directe omgeving geld een vervoersverbod voor pluimvee. Daar worden wij duivenliefhebbers niet blij van, het is al meerdere keren voorgekomen dat er aan de vooravond van het nieuwe vliegseizoen een vogelgriep uitbraak plaats vond waardoor de start van het seizoen enkele weken werd opgeschoven. Het was toen ook in de periode van de voorjaarsbeurs en direct werd een verbod afgekondigd dat er in een ruimte geen duiven van verschillende hokken bij elkaar geplaatst mochten worden. Denk eens aan alle jonge duiven die speciaal voor de beurs van dit weekend zijn gekweekt en er wordt een verbod afgekondigd je moet er toch niet aan denken. Nu zit de uitbraak nog in het uiterste noorden van Nederland, de controle wordt daardoor in het hele land steeds strenger. Er hoeft maar een uitbraak in het zuiden te komen en BelgiŽ gooit de grens dicht en hoe gaat het verder met de beroemde duivenmarkt in Lier (B) en de voorjaarsbeurs van dit weekend in Houten (Utrecht).Ik ga er niet heen, zou niet weten wat ik er moet doen. Gelukkig zijn er heel veel liefhebbers die daar anders over denken. Er is nog meer risico want bij liefhebbers in Belgisch Limburg zijn gevallen van besmetting met het adeno virus geconstateerd en dan wordt het risico voor de jonge duivenziekte wel heel erg groot. Door de besmetting met adeno krijgen de e-coli bacteriŽn in het darmstelsel de overhand. De duiven worden daar doodziek van, de eetlust gaat weg, drinken meer dan normaal en produceren van die slijmerige groene sterk ruikende mest en het einde van het verhaal is dat die arme beestjes het met de dood moeten bekopen, weg mooie kweekresultaten. Wat dat betreft hangt onze hobby van teleurstellingen aan elkaar. Het vreemde is dat nooit alle jonge duiven ziek worden. Zijn dat nu de beste, de sterkste of is het toeval? Mochten deze verschijnselen op het hok voor komen raadpleeg ten alle tijden uw veearts.

OLYMPISCHE SPELEN VOOR NEDERLAND MEER DAN GESLAAGD EN TOCH MANKEERT ER ALTIJD WAT
De Nederlandse deelnemers aan de Olympische Winterspelen in Zuid-Korea begonnen vol overtuiging aan hun missie op jacht naar goud. Dat lukte op een geweldige manier. Vanaf dag een werden de gouden en andere medailles in de wacht gesleept. Er was door Nederland een ploeg afgevaardigd waarvan elke deelnemer in staat moest worden geacht mee te kunnen doen voor een podiumplaats maar helaas is dat niet gelukt. Dat is niet zo erg voor Nederland maar wel voor die enkele sporters die met lege handen naar huis moeten. Daar sta je dan tijdens de nationale huldiging met lege handen tussen een ploeg deelnemers die wel met een of zelfs meerdere plakken terug naar ons koude kikkerlandje gaan. De grootste tegenvaller zat bij de shorttrackers. De huizehoge favoriet Sjinkie Knegt liet het volkomen afweten. Hij was zelfs ingeschat voor 4 gouden medailles helaas werd het slechts een keer zilver. Heel Nederland had de overwinning op de 10.000 meter schaatsen gegund aan topfavoriet Sven Kramer. Het lukte niet, het ging niet, het wilde niet, het was zijn dag niet waardoor hij hoogstwaarschijnlijk nooit in de boeken zal voorkomen als gouden medaille winnaar op de langste schaatsafstand. Heel verrassend was de gouden plak van pas 22-jarige Esmee Visser op de 5000 meter voor dames, Nederland heeft absoluut niets te klagen. Het mooiste verhaal is en blijft het wegspringen van “het blauwe veertje” uit de klapschaats van Jan Blokhuijsen. Hierdoor functioneerde de schaats niet naar behoren en kwam de Nederlandse achtervolgingsploeg tijd te kort voor de eindzege. Is dat niet een mooi verhaal van een stalen veertje ter waarde van misschien 20 cent waardoor een Olympische medaille verspeeld wordt. Het totale medaille resultaat voor Nederland is 6x goud, 6x zilver en 4x brons. Genoeg over de Olympische Spelen. Ik heb er door mijn longontsteking maar gedeeltelijk van genoten. Het waren prachtige beelden en ik heb genoeg wintersport gezien. Maar….. in Nederland zijn we er nog niet vanaf.

STRENGE VORST
Deze zondag (25/2) staat heel Nederland op de schaatsen. De komende dagen elke nacht matige tot strenge vorst, overdag volop zon en temperaturen rondom het vriespunt. Dat wordt voor de schaatsliefhebbers genieten en dat zijn er in Nederland nogal wat. Er wordt al druk gespeculeerd in welke plaats de eerste korte baanwedstrijd wordt gehouden. Dat is echt sprinten want het gaat slechts over 180 meter. Altijd veel publieke belangstelling en voor de schaatsers is er een aardig zakcentje te verdienen en dat soms wel twee of zelfs drie keer per dag. Elke ijsclub wil namelijk zo snel mogelijk hun wedstrijden organiseren want voor je het weet is de ijsperiode in Nederland weer voorbij. Voorlopig ziet het er de komende tien dagen voor de schaatsers veelbelovend uit en voor mij……. ik blijf binnen en dan te weten dat ik in mijn jonge jaren niet van het ijs was af te krijgen. Ik hoop wel dat het deze maand gaat lukken dat er nog een paar wedstrijden op natuurijs over minimaal 100 km kunnen worden gehouden en stel dat er weer een Elfstedentocht, een wedstrijd over ruim 200 km komt. Heel Nederland wordt dan gek. Wij ouderen weten nog van de Elfstedentocht, voor de jeugd is er niets anders over dan verhalen uit tijdschriften en boekjes die over “de tocht der tochten” zijn geschreven. Zelfs onze Koning heeft jaren geleden onder de naam van Buuren de Elfstedentocht tot een goed einde gebracht.

MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN ALWEER WEG
In Nederland was er nog nimmer zo een lange periode nodig om een nieuw kabinet te formeren. Voor de een belachelijk, voor de ander begrijpelijk. Politiek blijft voor de gemiddelde mens een onduidelijk en mysterieus gebeuren. Er wordt maar gepraat en nog eens gepraat. Je denkt dan wel eens aan de commerciŽle bedrijven want als daar zo oeverloos gediscussieerd wordt gaan ze allemaal failliet. Daar moeten aanzienlijk sneller beslissingen genomen worden. In de politiek zijn het in de ogen van de mensen allemaal “mooi praters” en zo af en toe vertellen ze over zaken die bezijden de waarheid zijn. Zo ging dat kortgeleden ook met onze kersverse minister van Buitenlandse zaken en voormalig postduivenhouder Halbe Zijlstra. Hij is alweer net zo snel van het toneel verdwenen als dat hij er opgekomen is. Jammer want wij duivenliefhebbers waren wel ingenomen met een minister van Buitenlandse zaken die ooit met ons samen het duivenspelletje heeft gespeeld. Je kunt ook tegen iemand “te” hoog opkijken. Jammer dat hij deze miskleun heeft gemaakt.

ZATERDAG 3 MAART KLINKT HET OFFICIEUZE STARTSCHOT
Op 3 en 4 maart wordt in Houten (nabij Utrecht) de nationale voorjaarsbeurs gehouden. De beurs wordt gezien als het begin van het nieuwe wedstrijdseizoen. Natuurlijk zijn alle nationale en ook een groot aantal internationale leveranciers van duivensportartikelen daar weer aanwezig. Voor iedereen die het laatste nieuws wil meepikken is het meer dan zinvol een bezoek aan deze grote Europese manifestatie te brengen. Naast de laatste nieuwtjes op het gebeide van duivensport benodigdheden zijn er zoals elk jaar weer enkele duizenden jonge duiven te koop. De beurs in Houten voorziet absoluut in een behoefte en ook al doe je er maar een goed idee op dan kan de beurs al meer dan geslaagd zijn. In ieder geval zijn de voorbereidingen voor het seizoen op vele hokken in volle gang. Er kan nu niet meer uitgesteld worden, er moet keihard gewerkt worden om de duiven in de juiste conditie te brengen en dat betekent niet morgen mee beginnen maar nu. Daar wil ik het voor deze keer bij laten, volgende week zal de motivatie wel weer aanwezig zijn voor een langer verhaal. Ondanks mijn longontsteking wilde ik toch een artikeltje maken omdat ik weet dat veel liefhebbers toch even gauw iets in “Be a champion….” willen lezen.

NEDERLAND ZEER SUCCESVOL TIJDENS OLYMPISCHE WINTERSPELEN
Heel de internationale sportwereld is momenteel in de ban van de Olympische Winterspelen die in het Zuid-Koreaanse Pyongyang worden gehouden. Al vanaf de eerste dag wordt door de Nederlandse schaatsers een aanslag gepleegd op het hoogst haalbare, de gouden medailles, maar ook zilver en brons zijn voor schaatsland Nederland niet veilig. De Hollanders zijn zowel bij de vrouwen als de mannen op alle onderdelen van het langebaan schaatsen en shorttrack heer en meester. Het begon al op de eerste dag met goud voor Sven Kramer op de 5000 meter. Ook in 2010 en 2014 won hij op die afstand goud en dat is nog nooit eerder gepresteerd. Een dag later goud, zilver en brons voor de dames op de 3000 meter en zo gaat het alle dagen door. Irene Wust pakte goud op de 1500 meter en dat was haar tiende Olympische medaille. Nog nooit was er een dame die zoveel Olympische medailles op de Winterspelen heeft gewonnen. De aanwezigheid van Koning Willem Alexander zal daar zeker toe hebben bijgedragen, prachtig om te zien hoe hij zich als een fan van onze schaatsers op de tribune gedroeg, geweldig wat een enthousiasme! En het houdt maar niet op. De schaatsmijl leverde een gouden medaille op voor Kjeld Nuis met outsider Patrick Roest als winnaar van het zilver. Als dit zo doorgaat wordt het een ongekend succes voor Nederland dat op de andere onderdelen van de Winterspelen geen enkele kanshebber heeft. Is helemaal niet erg want wij zijn eens schaatsland en dat hebben we weer eens duidelijk laten zien.

POSTDUIVEN OLYMPIADE EENS IN DE TWEE JAAR.
Waarom de postduiven Olympiade eens in de twee jaar wordt gehouden is mij niet duidelijk. Als dat bij alle sporten eens in de vier jaar gebeurd waarom dan voor de duivensport een uitzondering. Er zijn binnen onze sport al zoveel uitzonderingen in de veel te lange reeks van kampioenschappen. Alleen voor de commercie en nergens anders voor is het interessant om elke twee jaar een Olympiade te houden. Het duurt geen jaar meer en dan zijn we alweer toe aan de Postduiven Olympiade in Polen die in januari 2019 wordt gehouden. Ook in 2011 mochten de Polen de Olympiade in Poznan organiseren. Wel een beetje veel van het goede, vindt U niet. Nederland is niet alleen een schaatsland, het is eveneens een duivenland bij uitstek en dat houdt in dat het net als bij het schaatsen mogelijk moet zijn om op een zelfde manier toe te slaan. We hebben nog een wedstrijdjaar te gaan dus er is nog van alles mogelijk. De duiven die in 2017 sterk hebben gepresteerd kunnen dit jaar met enige voorzichtigheid ingezet worden, niet te veel risico nemen maar vooral dat laatste is makkelijker gezegd dan gedaan. Zelfs op de meest simpele vluchten kan er zo maar een goede duif achterblijven en lokaal blijft het gevaar van de roofvogels bestaan. Je moet er toch niet aan denken dat een Olympiade kandidaat door zo een rover gepakt wordt.

EEN LICHTE LONGONTSTEKING HIELD MIJ EEN WEEK BIJ DE DUIVEN VANDAAN
Als je na een week weer bij de duiven komt zie je hoeveel er in een week is veranderd. De jonge duiven die toen een dag of twaalf waren zijn nu zo oud dat ze bijna bij de ouders vandaan kunnen. Daar waar twee eitjes in het nest lagen liggen nu kale jonkies. Dat zijn de eerste indrukken die ik deze morgen heb opgedaan. Verder heb ik ze alleen maar gevoerd, de drinkbakken ververst, overal nieuw grit in de potjes, verse mineralen en die hadden ze nodig want binnen de kortste keren hadden de duiven de potjes leeg gegeten. Ze zijn ook toe aan een heerlijk bad, het is wel koud maar verder mooi zonnig weer. Ze moeten nog wel even wachten want eerst moet het artikel klaar en daarna zal ik er in de middag nog even een bad bij zetten. De vliegduiven mogen dan even buiten dan kan ik de hokken schoonmaken. Wat mijzelf betreft is de conditie weer helemaal terug tot nul. Een weekje echt ziek zijn is een ware aanslag op je lichaam zeker als we naar de cijfertjes kijken die voor de leeftijd staan.

DIT WEEKEND WORDEN DE EERSTE JONGEN GESPEEND
Andere jaren gebeurde dat al in de derde week van januari, dit jaar hebben we bewust wat langer gewacht met koppelen. We hebben dit jaar meer de voorkeur gegeven aan onze kweekduiven. Van hen zijn de meeste eieren van de eerste ronde onder de vliegduiven gelegd zodat Marco en ik allebei twee jongen van de kwekers hebben. Daarbij waren ook de nodige tegenslagen zodat ik nu niet direct kan zeggen dat ik erg enthousiast ben over de aanvang van het kweekseizoen. Bij mijn vliegduiven had ik vier koppels waarvan ik de jongen wilde hebben. Van de 12 koppels waren er 2 onbevrucht en dat waren er precies 2 van de 4 die ik wilde houden. We hebben er voor gekozen zoveel mogelijk over te leggen, een keus waarvan ik achteraf denk; dat hadden we misschien anders moeten doen. Daarmee geef ik aan niet echt tevreden te zijn. Nu niet in paniek raken want het gaat er natuurlijk ook om hoe de totale kweekresultaten gaan worden. Het gaat immers om de kwaliteit en niet om de kwantiteit. Over het algemeen hoor ik van verschillende kanten dat de kweek goed verloopt. Zij die aan winterkweek deden hebben de jongen allemaal buiten en daarbij helpt het weer ook een handje want het is tot nu toe alle dagen prima weer om de jongen duiven elke dag en aantal uren buiten te laten. Helaas heb ik vernomen dat er weer de nodige slachtoffers zijn vanwege de roofvolgels. Jammer dat dit probleem voor ons duivenliefhebbers niet opgelost kan worden. Er wordt wel het nodige aan gedaan, zoals het registreren van plekken waar de roofvogel toeslaat. Als het daarbij blijft schieten we ook niet echt op. Ik ken het probleem ook, had er drie jaar achtereen mee te maken gelukkig de laatste drie jaar helemaal niet meer. Ik woon aan de rand van de golfbaan, op sommige plaatsen vrij veel bomen. De laatste jaren is het aantal kauwtjes enorm toegenomen. ’s Avonds vliegt er een enorm grote zwerm, een prachtig gezicht en een enorm lawaai als ze uiteindelijk in de bomen landen om te gaan slapen. Het houdt wel in dat ik totaal geen last heb van roofvogels. Het schijnt dat de kauwtjes de roofvogels weg houden. Laat ik niet te enthousiast doen want er kan zo maar iets veranderen. Van een Ierse duivenvriend kreeg ik een foto toegezonden waarop een van zijn duiven door een havik was gepakt. Hij verzorgt de duif die een gapende wond heeft, het zijn de echte dierenvrienden die zoiets op kunnen brengen. Je moet je afvragen of het wel zin heeft. Wij hebben duiven om mee te spelen en we moeten oppassen dat we van ons hok geen hospitaal maken. Ondanks dat ik mijn hele even al bezeten ben van duiven gaat het mij te ver om zwaar gewonden duiven te verzorgen. Ik doe ze weg, misschien erg hard maar je moet je afvragen of het ooit wel goed komt met zo een duif. Nee, dan bespaar ik ze liever een langer lijden.


PRACHTIG WINTERWEER
Voor deze week ziet de weersverwachting er prima uit. ’s Nachts lichte tot matige vorst, overdag volop zon en temperaturen van iets boven het vriespunt. Als dit weer zo een dag of vier blijft dan kan er in Nederland geschaatst worden. Zoals de meeste van u wel zullen weten is Nederland het schaatsland bij uitstek. Dat zal ook te merken zijn in het komende weekend wanneer in Zuid-Korea de Olympische Winterspelen plaats vinden. Uiteraard is Nederland daar ook vertegenwoordigd hoofdzakelijk voor de schaatssport. Bij de andere wintersporten hebben wij Hollanders niet veel te zoeken. Maar wie weet duikt er zo maar opeens een Nederlander op bij het skiŽn wat een enorme verrassing zou zijn. In ieder geval is er op de TV voor de sportliefhebbers de komende week weer veel te genieten. Dat dachten we vorige week ook. Toen werd in eigen land het wereldkampioenschap veldrijden gehouden. Onze grootste favoriet was Matthieu van de Poel. Hij had dit seizoen al 26 wedstrijden gewonnen en zou volgens insiders ook wel even de regenboogtrui pakken. Nou mooi niet, het was duidelijk te zien dat het niet zijn dag was, het werd een complete lijdensweg. Het was wel een heel zwaar parkoers maar dat telt voor iedereen. Onze nationale vedette moest genoegen nemen met het brons en onze afgevaardigden in de andere categorieŽn deden hetzelfde. De jongste van alles pakte bij de jeugdige dames wel het goud en daarmee was de verassing compleet. Nu maar afwachten of onze schaatsers goud weten te winnen en wie weet staat heel Nederland aan het einde van de week op het ijs. Want schaatsen, we doen niet liever en de duiven koesteren zich in het winter zonnetje.

KOUDE NACHTEN
Er zijn liefhebbers die hun eerste ronde jonge duiven al buiten hebben, er zijn er ook die pas gekoppeld hebben. In ieder geval zitten we nu middenin het kweekseizoen. Sommige fond liefhebbers hebben de kweek nog even uitgesteld maar het zal niet lang meer duren of ook bij hen gaat het beginnen. Mijn oudste jonge duiven zijn nu een dag of twaalf en het komend weekend komen de eieren van de tweede ronde van de kweekduiven uit. Ook nu van onze twee beste kweekkoppels weer onbevruchte eieren. Ik wil niet zeggen dat Marco en ik daar moedeloos van worden maar vrolijk worden we er zeker niet van. Voorbije zondag zijn er weer de nodige eieren overgelegd zodat de kweekduiven aan de derde ronde kunnen beginnen. Misschien een beetje te vlug achter elkaar maar daar hebben we kweekduiven voor. Ook dit seizoen blijkt dat vroege of winterkweek niet bevorderlijk is voor oudere duiven. Niks nieuws, wel vervelend als het niet loopt zoals we gehoopt hadden. We dachten van onze twee top koppels even gauw ieder twee jongen te pakken maar we hebben er niet een. Op dit moment zijn er 39 geringd en daar komt nog wel een zelfde portie bij en dan hebben wij er genoeg. Marco een stuk of 50 en ik om en nabij de 30. Dat moeten er voldoende zijn om de nodige goede resultaten te behalen als we er maar niet te veel kwijt zijn voordat de prijs vluchten beginnen.

ALWEER ONENIGHEID BINNEN DE BELGISCHE DUIVENSPORT
De periode van oktober tot de aanvang van het nieuwe seizoen wordt ook wel het stille seizoen genoemd. niets is minder waar. Vroeger was dat wel zo maar nu krioelt het van de huldigingen, kampioenendagen, lokale tentoonstellingen en zeker niet in de laatste plaats de grote verscheidenheid van allerlei vergaderingen. Vooral dat laatste loopt nog wel eens uit tot het nodige gekrakeel. Zo was er het fraude geval in het Belgische Oost-Vlaanderen wat voorzitter Dirk Schreel van het Nationaal Sport Comitť de kop heeft gekost. Nu is er in Antwerpen weer de nodige commotie waardoor een nieuw bestuur moet worden gekozen. De naam van provinciaal voorzitter Alfons Buurs wordt al genoemd als Nationaal voorzitter en wordt ook in verband gebracht met voorzitter van het Nationaal Sport Comitť. Hoogstwaarschijnlijk komt hij voor beide functies niet in aanmerking omdat hij niet perfect tweetalig is. In BelgiŽ wordt namelijk in het zuidelijk deel Frans gesproken en in het andere deel Nederlands oftewel Vlaams. Op dit moment is er nog geen duidelijkheid hoe de beide nieuwe besturen er uit gaan zien. Tijdens de vergadering van 28 februari zal er meer bekend zijn.

LAATSTE KANS
Om op de hoogte te zijn van de allerlaatste ontwikkelingen betreffende de duivensport is er nog een mogelijkheid voor de Belgische en liefhebbers uit de omringende landen om een bezoek te brengen aan de Internationale postduiven manifestatie “Fugare” die op 10 en 11 februari voor de 8ste keer in Kortrijk gehouden zal worden. Tevens zullen daar de prijsuitreikingen gehouden worden van de eenhoks vluchten die in Zimbabwe, Spanje. Portugal, Tenerife, RoemeniŽ en Bulgarije zijn gehouden.

RUSTIGE DUIVEN.
Als ik ergens een hekel aan heb dan is het wel aan schuwe duiven. Je hebt er soms een die als je het hok in komt meteen van zijn zitplaats vliegt, daar kan ik nog een beetje mee leven. Er zijn er ook die gelijk het broedhok uit vliegen en daar kan ik absoluut niet tegen. Ik doe ook altijd mijn uiterste best om de duiven rustig te houden. Je kunt daar als liefhebber veel aan doen. Maak geen onverwachte bewegingen en wandel in slow motion door de hokken. Laat daarbij vooral je stem horen en ik denk dat het ook belangrijk is dat je altijd hetzelfde gekleed bent. Neem de tijd om de duiven te voeren. Terwijl ze aan het eten zijn kun je er gerust af en toe eens eentje in je handen nemen en kort daarna weer neerzetten. De duiven mogen niet bang zijn en als ze dat wel zijn ligt dat meestal aan de baas. Soms valt het ook niet mee om rustig te blijven. Vooral als de duiven pas gekoppeld zijn en voor het eerst uit de broedhokken mogen. Vooral jonge doffers kunnen dan nog wel eens ongecontroleerd verschillende broedhokken invliegen. Ze zijn soms zo driftig dat ze alles achterna vliegen wat beweegt. Ze kunnen ook voor de nodige knokpartijen zorgen als ze weer eens het verkeerde broedhok in vliegen. Als ze dat meerdere keren doen ben je in staat om ze tegen de muur aan te slingeren. Niet en nooit doen! Je kunt ze echt voor altijd verpesten. Je ontneemt ze drang om naar huis te komen en wat nog erger is ze vertikken het dan ook nog om binnen te komen. Meestal zijn de eerst aankomende duiven niet schuw of bang. Een kwestie van slecht binnenkomen ligt altijd aan de baas. Hij heeft de duiven zo gemaakt en hij gedraagt zich bij thuiskomst volkomen anders dan als hij de hele week doet. Ik ben wel bij liefhebbers geweest die als er een duif kwam in tijgersluipgang naar het hok gingen. De duiven zijn niet gek en blijven zitten als de baas zich niet gedraagt als dat ze gewend zijn. Gedraag je bij thuiskomst van de duiven altijd hetzelfde als je door de week doet. Sommige liefhebbers willen de duif snel binnen hebben en smijten handen vol voer het hok in terwijl ze dat door de week nooit doen. Sommige liefhebbers beginnen als een idioot te fluiten als ze op grote hoogte een duif aan zien komen. Ga er vanuit dat duif u eerder heeft gezien dan dat u de duif ziet. De duiven moeten blij zijn als ze de baas zien dus doe normaal dan doe je gek genoeg!

HOE VERLIEP DE WINTERKWEEK
Het is alsof steeds minder liefhebbers aan winterkweek doen. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn. Wat mij betreft is de reden dat ik nu ik bij de oudere melkers behoor en erg blij was dat het seizoen was afgelopen. Eindelijk een periode van absolute rust. Anderen wachten met kweken omdat in een aantal afdelingen het jonge duivenseizoen pas later begint. Jarenlang heb ik aan winterkweek gedaan, prachtig om in de tweede helft van januari naar de pas gespeende jongen te kijken want wat zijn ze mooi als ze pas gespeend zijn. Dan volgt er een korte periode van enige terugval, doch dat komt allemaal wel goed als ze eerst maar eens flink aan het eten gaan. Ik zeg altijd als ze in het nest mooi zijn worden ze later ook mooi. Of het bruikbare of zelfs hele goede worden daar kan niemand op voorhand een antwoord op geven ook al komen de jongen uit nog zulke goede ouders. Ik ben wel van mening dat de kans om een goede te kweken groter is als de ouders goed gepresteerd hebben. Iedere liefhebber krijgt een goed gevoel als er jaarlijks enkele duiven geboren worden die in het vliegseizoen voor plezier zorgen zeker als die jongen uit een koppel komen die de liefhebber zelf heeft samengesteld. Maar hoe verliep de kweek voordat de jonge duiven gespeend werden. Bij mij verliep vanaf de eerste dag dat ik de duiven bij elkaar had gezet alles zonder problemen. De duiven waren door mij goed voorbereid op de kweekperiode. Tien dagen bijgelicht en dagelijks een klein beetje hennepzaad voor elke duif. Ik ben ook meteen begonnen de duiven kweekmengeling te geven, niet te veel want vastzittende duiven vetten heel gauw aan en dat is niet bevorderlijk voor een vlotte leg. Als ik de duiven ga koppelen probeer ik het altijd zo te regelen dat ze er uitzien zoals ze in het vliegseizoen de mand in gaan. Ik heb al eerder geschreven dat er ondanks de goede voorbereiding en het vlot op eieren komen toch een aantal zaken mis kunnen gaan. Bij oudere duiven onbevruchte eieren, jonge doffers die als ze eenmaal goed gepaard zijn toch bij de buren op visite gaan met als gevolg vechtpartijen en stukkende eieren. Dat kan zelfs nog voor komen als er kleine jongen in de schotel liggen en ook daar kreeg ik mee te maken.

EERSTE JONGEN ZIJN GERINGD
Dat wil zeggen dat de eerste jongen bij mij laatste week februari gespeend worden. Dat zijn er niet al te veel want de meeste eieren van de kwekers zijn naar mijn zoon Marco gegaan en die zal er in die tijd wel meer hebben dan ik. Zo gaat dat met vader en zoon die tegen elkaar spelen en uit de zelfde kweekstal moeten putten. Toch had ik nogmaals twee onbevruchte eieren van twee verschillende koppels elk 1 en bij Marco lagen er twee vertrapte jongen dood in het nest. Tot op heden geen problemen met de opgroei van de jongen, dat verloopt prima. De duiven waarvan de eieren zijn overgelegd hebben bijna allemaal om en nabij de 25ste gelegd en zitten nu voor de tweede keer te broeden. De jongen die daar uit geboren worden zijn voor het overgrote deel allemaal voor mij. Als ik er een stuk of veertig heb ben ik tevreden, dat is een mooi ploegje ik heb ik er bijna nooit meer gehad. Ik heb in mijn wilde jaren wel eens geprobeerd om er honderd te kweken waar ik mee kon vliegen. Dat is me nooit helemaal gelukt, 80 is denk ik wel het grootste aantal dat ik ooit gehad heb. Ik was en ben absoluut geen liefhebber van veel duiven. Dit jaar ga ik met 12 koppels dubbel weduwschap spelen, daar moet ik het mee doen en waarom zal dat niet lukken. Je hebt er maar eentje nodig voor de overwinning. Ben gestopt met het licht aan te laten. Ik voer alle duiven momenteel om zes uur en een half uur later gaat het licht uit. ’s Morgens om 8 uur uit bed. Broodje eten en even gauw krantje er bij, om half negen naar de duiven en dan begin ik met het schoonmaken van het kweekhok. Daar zitten 22 koppels en daar ligt de meeste mest. Om 9 uur krijgen alle duiven eten. Het is dan licht genoeg dus er kan gegeten worden zonder lamp.

DE OUDE DUIVEN KOMEN AF EN TOE WEER BUITEN
Ik ben toch weer eens van mijn geloof afgestapt. Vorige week was het zulk lekker zacht weer dat ik het niet kon laten de duiven binnen te houden. Ik liet ze er om 11 uur uit en ze konden er de hele dag in en uit. Om 3 uur de spoetnik zo gezet dat ze er alleen nog maar in konden en voordat ze allemaal binnen waren hebben ze tussen 12 en 1 uur nog lekker kunnen genieten van een bad in de buitenlucht, ze doen niet liever. Gister was het koud en in de namiddag begon het te regenen, ik had de spoetnik open gelaten (vergeten) en toen ik boven kwam lagen de meeste duiven in de stromende regen, niet te geloven want ik stond met mijn oude lijf te klapperen van de kou. De meesten moesten dus kletsnat de nacht in. Ik weet niet of ze het koud gehad hebben, vanmorgen leefde ze allemaal nog en zagen er pico bello uit. In het vliegseizoen zou ik er dood nerveus van worden, stel dat ze op de eerste de beste vlucht slecht zouden presteren dan kun je jezelf wel voor je kop slaan. Het wil niet zeggen dat ik nu elke dag de duiven buiten laat, dat bekijk ik per dag. Het is mij wel opgevallen dat ik sinds ik de duiven buiten laat de dons rui is toegenomen, teken dat de buitenlucht de duiven goed doet.

NOG EVEN OVER EEN GESLAAGDE KWEEK.
In het winterseizoen heb je meestal meer uitval dan in het vroege voorjaar. Een klein aantal onbevruchte eieren, eieren met een deukje of een ei met een jong er in dat niet sterk genoeg was om uit het ei te komen. Het zijn allemaal zaken die geen enkele invloed hebben op het vliegseizoen. Het wordt een heel ander verhaal als de helft van de eieren onbevrucht is of als er te veel jongen na een dag of tien dood gaan. Pas dan wordt de kans op een goed vliegseizoen wel heel erg klein. De schuld ligt dan bij de liefhebber zelf, de voorbereiding op de kweek is onvoldoende geweest. Te gemakkelijk geweest, vergeten de duiven tijdig te laten enten en verzuimd mestonderzoek te laten doen. Door tijd te maken om de duiven af en toe eens wat langer te observeren kun je heel wat narigheid voorkomen.

NOG NOOIT WAS 24 JANAURI ZO WARM
Als ik ’s morgens opsta is een vaste gewoonte van mij om uitgebreid teletekst te lezen. Dat heeft te maken met mijn doofheid. De hele dag staat bij ons de radio aan maar voor mij te zacht om het gesproken woord goed te kunnen volgen. Om toch op de hoogte te blijven van het laatste nieuws maak ik dus gebruik van teletekst en pas later in de ochtend wordt tijdens het koffie drinken de krant gelezen. Ook ’s avonds voor het naar bed gaan lees ik even teletekst. Zo las ik deze morgen met verbazing dat het sinds het begin van de metingen in 1901 het nog nooit zo warm in Nederland is geweest. De dag begon met een temperatuur van 12,2 graden Celsius en de verwachting is dat het wel 14 graden kan worden. Dat zijn voor Nederlandse begrippen lente temperaturen. Normaal zou zijn dat er in deze tijd van het jaar wordt jaar geschaatst, ligt er sneeuw en is er volop ijspret. Het lijkt er op dat dit voor ons land verleden tijd gaat worden. Het zullen de boeken zijn waar onze kleinkinderen in kunnen lezen hoe het vroeger in Nederland was. Nederland het land van de schaatssport, de grote vraag is hoe vaak zullen we het nog meemaken dat sloten, kanalen en meren bevroren zijn zodat er lange schaatstochten zoals de wereldberoemde Elfstedentocht van 225 km georganiseerd kunnen worden. Internationaal wordt er gelukkig heel veel aandacht besteed aan de opwarming van de aarde, jammer of beter gezegd onbegrijpelijk dat bepaalde landen zich er totaal niet druk over maken want het zal voor de hele wereld grote gevolgen hebben. Toen ik dit grote nieuws over de recordhoogte van de temperatuur in Nederland las moest ik uiteraard ook even denken over de eventuele gevolgen voor de duivensport. Wij en onze duiven leven in Nederland een land met vaak enorme verschillen in weertypes, daar zijn we in groot gebracht en we weten niet beter. Dat is hetzelfde met de bewoners uit de zuidelijke en andere warme landen en voor de Eskimo’s. Al die mensen zijn gewend aan hun klimaat. Voor de duiven geldt precies het zelfde. Wij Hollanders raken al in paniek als onze duiven hun wedstrijden hebben met temperaturen van om en nabij de 30 graden terwijl zoiets in de warme landen de normaalste zaak van de wereld is. In ieder geval is het belangrijk om er over na te denken hoe in de toekomst (heeft de duivensport nog wel toekomst?) onze duivensport er uit gaat zien. Laten we bijvoorbeeld even stil blijven staan bij de periode waarin in Nederland met duiven wordt gespeeld. Normaal vanaf het laatste weekend van maart tot en met tweede helft september. Is dat nog wel mogelijk als de temperaturen ieder jaar hoger worden en dat is niet het enige, ook de steeds omvangrijker wordende regenbuien spelen daarbij een grote rol. In Nederland hoor ik steeds meer de roep om het vliegseizoen later te laten beginnen daar zijn een aantal gegronde redenen voor. Als we met name naar het weer kijken gaat er voor onze sport denkelijk noodgedwongen toch iets veranderen. Het vroege voorjaar kent erg milde temperaturen en daar kunnen onze duiven veel beter tegen dan tegen de tropische temperaturen die we in hoogzomer meer en meer gaan meemaken. De steeds heftigere en langdurige regenbuien doen ons misschien wel besluiten om in de warmste periode van het jaar niet meer met duiven te spelen en zal er een zomerstop ingevoerd moeten worden. Wie weet gaan we dan mogelijk tot eind oktober spelen. Of misschien moet het vliegseizoen ingekort worden tot iets meer dan 4 maanden. Het is allemaal nog koffiedik kijken, dat er iets gaat veranderen is zo zeker als dat twee maal twee vier is. In diverse zuidelijke landen is een zomerstop heel gebruikelijk en noodzakelijk.

EVEN GLIMLACHEN
Wij duivenliefhebbers zijn allemaal kampioenen. Er zijn zoveel verschillende titels bedacht dat je zo langzamerhand door de bomen het bos niet meer kan zien. Zo viel deze week mijn oog op een reportage over een in BelgiŽ gehouden prijsuitreiking. Als een leek zoiets leest zullen abrupt de rimpels in het voorhoofd meer dan verdubbelen en zullen, indien nog aanwezig, de haren spontaan rechtop gaan staan. De duivensport maakt zich aan alle kanten belachelijk. Of is alles met voorbedachte rade gedaan? Ik ben nog van de tijd dat er geen midfond vluchten bestonden, alles onder de 500 km was vitesse en daarboven heette het fond. Eendaagse en meerdaagse fond plus marathon kwamen nog niet in het duivenwoordenboek voor. Een aangewezen of aangetoond kampioenschap bestond wel, waarom heb ik nooit kunnen begrijpen. Het zou iets zijn voor de echte kenners onder ons, laat me niet lachen. Het heeft totaal niets met een wedstrijd te maken. Indertijd ging het er om dat de twee bovenste duiven van de deelnamelijst daar voor in aanmerking kwamen. Degene die deze duiven het eerste of op tijd klokte kwam in aanmerking voor de titel. Nou, nou wat een prestatie. De titel werd en wordt nog steeds gewonnen door liefhebbers die enkele vaste duiven bezitten en die staan altijd boven aan de lijst, dat is toch niet zo moeilijk? Het zou een ander verhaal worden als iedereen een klein aantal duiven mag opgeven die het hele seizoen boven aan de lijst staan. Waarom zo een titel? We spelen toch overwegend elke week in Nederland met een vast aantal duiven die meedingen voor een kampioenstitel en ook dat is zand strooien in de ogen van de gemiddelde liefhebber. De grote en voornamelijk commerciŽle liefhebbers lachen zich een bult, zij kunnen elke week putten uit een groot aantal duiven terwijl de modale liefhebbers meestal niet meer dan een stuk of dertig oude vliegduiven hebben. Zij hebben in ieder geval wel de kans om zich tussen de kampioenen te rangschikken. Bij de commerciŽle jongens gaat het om de totale uitslag waar al hun ingezette duiven kunnen voorkomen ook al zit er bij hun eerste tien geklokte duiven geen enkele duif van hun 25 of 30 duiven die meetellen voor het kampioenschap het zal hun een zorg zijn. Zij verkopen geen enkele duif omdat ze kampioen geworden zijn, het gaat in die wereld om het aantal duiven in de uitslag. We houden er over op want er is al genoeg over te doen geweest. Ik ben nog steeds voor 1 kampioen en degene die daarop volgen zijn als 2e of 3e enzovoort geŽindigd maar mogen zich onder geen enkele voorwaarde kampioen noemen weg met die flauwekul! Ondanks dat we barsten van de titels worden er steeds meer commerciŽle uitvingen gedaan zoals de beste Bourges duif, of de beste Chateauroux duif alles met de bedoeling duiven te kunnen verkopen waar niet de baas alleen iets aan heeft. Hier nog even een opsomming over de “kampioenschappen” waarover dit verslag begon; algemeen kampioen, kleine snelheid jonge duiven, kleine snelheid jaarlingen; kleine snelheid oude duiven, grote snelheid jonge duiven, grote snelheid jaarlingen, grote snelheid oude duiven, kleine halve fond jonge duiven, kleine halve fond jaarlingen, kleine halve fond oude duiven, grote halve fond jonge duiven, grote halve fond jaarlingen, grote halve fond oude duiven, grote halve fond oude en jaarling duiven, fond oude duiven, grote fond oude duiven, daarnaast zijn er nog in 18 verschillende disciplines minstens 3 asduif titels te winnen. Er zijn spelverbanden waar per discipline wel 15 kampioenschappen zijn te winnen. Moet toch gek gaan als iemand zich daar niet op de een of ander manier tussen weet te klasseren en dan mag hij zich kampioen noemen. Ik lig al een half uur op de grond te schateren van het lachen.

HOE IS HET MET DE GOEDE VOORNEMENS?
Nog ruim 1 week en dan is de eerste maand van dit nieuwe jaar alweer voorbij. Het is gelukkig al weer wat langer licht, ik heb een hekel aan donker. Nog even en dan beginnen de in het wild levende vogels aanstalten te maken voor een nieuw nest. De natuur komt op gang en de eerste afvallers van goede voornemens hebben zich inmiddels ook al gemeld. Er is nog steeds een grote groep die niet van hun vertrouwde sigaretje af kan blijven en elke dag wat meer bewegen blijkt voor velen toch een te zware opgave. Gezonder eten is met name voor de jeugd een bijna onmogelijke opgave. Een pizza en een patatje met een cola of een hamburger met extra saus zijn gerechten die ook in het begin van dit nieuwe jaar nog steeds in grote hoeveelheden naar binnen gewerkt worden, dit is de tijd waarin we leven. Ook de ontwikkelingen in de elektronische wereld gaan steeds maar door. Reken er maar op dat er de komen de 25 jaar nog heel veel gaat veranderen. In de auto wereld gaan we naar computer gestuurd met volledig elektrisch aangedreven motoren en nog een stapje verder en we rijden op waterstof. De nieuwe auto’s zijn allemaal voorzien van een achteruitrij camera, nog een stapje verder en ze zijn voorzien van een vooruitrij camera en dan is het instappen en de auto doet de rest. En dan hebben we het nog niet eens gehad over alle mogelijkheden die ons aller gsm’etje in de nabije toekomst te bieden heeft. Voor ons ouderen wordt het zelfs een beetje griezelig terwijl onze kleinkinderen het gewoon als een speeltje beschouwen. Ik had me voorgenomen om mij in dit nieuwe jaar wat meer te gaan verdiepen in het gebruik van de gsm maar ben er nog steeds niet toe gekomen en ik ben bang dat het bij de goede voornemens blijft. Ieder zijn hobby, ik houd het bij mijn duiven, het wil echter niet zeggen dat ik mijn ogen sluit voor de nieuwe ontwikkelingen. Of ik het allemaal bij kan houden? Ik denk het niet.

TEGENSLAGEN ZIJN ER OM OVERWONNEN TE WORDEN
Makkelijker gezegd dan gedaan. Vandaag zijn de eieren van de kwekers voor zoveel als mogelijk ondergelegd bij de vliegduiven van Marco. Allereerst werd gekeken of de eieren bevrucht waren en of er niet hier of daar een ingedeukt eitje in het nest lag. Toen ik vanavond in het kweekhok kwam lag er een stuk ei op de grond, dat was de eerste tegenslag. Op papier hadden we alles vastgelegd welke eieren onder welk vliegkoppel gelegd zouden worden. Bij een van de belangrijkste koppels lag een ingedeukt ei in de schotel. Pech, maar daar is overheen te komen. We kennen allemaal de uitdrukking “of de duivel er mee speelt”, die uitdrukking was heel toepasselijk voor hetgeen waarmee we bezig waren. Marco controleerde alle eieren en dan komt het; van precies onze twee bewezen kweekkoppels waren alle vier de eieren onbevrucht. Ongelooflijk, of niet soms? Wij zullen zeker niet de enigen zijn waar zoiets gebeurt, het is en blijft wel zeer teleurstellend. Je kunt daar nog uren over napraten, dat heeft geen zin. De koppels waarvan de eieren weg of onbevrucht zijn mogen een herstart maken. Gelijktijdig heb ik mijn 12 koppels vliegduiven bij elkaar gezet met de bedoeling dat daar over drie weken weer een aantal eieren van de kwekers ondergelegd kunnen worden. Ik moet eerlijk bekennen dat ik zeer onder de indruk was van de conditie van de duivinnen, prachtig op gewicht en super strak in de veren. Je zou zeggen dat kan niet mis gaan, de praktijk is vaak een ietsje anders. Morgen snel even kijken of de koppels elkaar geaccepteerd hebben en een dag later gaan we voorzichtig beginnen de koppels om beurten los in het hok te laten. De doffers zitten al geruime tijd “op de bak” zoals we dat noemen, zij weten dus waar ze wonen en de duivinnen zullen manlief wel snel achterna vliegen. Bij de kwekers zijn we begonnen met de 6-daagse traditionele drinkwatergeelkuur van Dr. Van der Sluijs.

DE SOAP VAN DE VASTE VOETRINGEN
Welke naam moeten we geven aan deze blunder. Iets anders dan een blunder kan ik het niet noemen. Waar die blunder is gemaakt, ik wil het niet eens weten. Het heeft gezorgd voor heel veel gesprekstof, veel lelijke woorden zijn er gebruikt, misschien niet gemeend maar wel bedoeld als iets van machteloosheid, boosheid en een uiting van teleurstelling. Het is voor ons duivenmelkers niet te begrijpen dat zo iets kan gebeuren. Zeker niet omdat het niet de eerste keer is dat we als Nederlandse postduiven organisatie een fiks aantal ringen bestellen. Veel liefhebbers zijn in paniek geraakt, gelukkig werd er een oplossing gevonden door degene die dringend ringen nodig hadden te voorzien van noodringen waarbij het niet mogelijk is de chips aan te brengen. Vandaar ook noodringen, weliswaar een oplossing maar geen ideale. Het is te wensen dat er achter de schermen hard gewerkt wordt aan een methode waardoor het nooit meer mogelijk is dat er niet tijdig ringen geleverd worden. Ik ga er vanuit dat NPO bestuur en leverancier doodziek zijn van deze ontzettend vervelende situatie. Alleen kalmte kan ons redden. Naar ik begrepen heb is het leed inmiddels geleden. Ik heb doorgekregen dat ik vrijdagavond de speciale gouden ringen kan afhalen, waar het nu om gaat is dat de gouden ring aan het juiste duivenpootje geschoven wordt want met deze gouden ringen race is een interessant bedrag te winnen. Ik houd wel van een beetje extra spanning.

BLACKPOOL
Ik heb het al zoveel keren geschreven, de jaarlijkse Engelse manifestatie in de bekende badplaats Blackpool is enig in zijn soort. Helaas was ik er ook dit jaar niet bij. Vroeger dacht ik dat als ik er niet bij was, dat het dan niet zou doorgaan, mis! Het wordt elk jaar drukker, steeds meer bezoekers van het vaste land van Europa weten de weg naar Blackpool te vinden. Daar gebeurt het allemaal. Een ongekend aantal verkopingen in verschillende locaties, van een voetbalkantine tot het meest luxueuze hotel waarbij duizenden duiven van eigenaar veranderen. Alle grote commerciŽle jongens zijn daar persoonlijk of via hun verkoop organisatie aanwezig. Het is ontzettend jammer dat de commercie steeds meer de boventoon gaat voeren. Wat dat betreft is het absoluut niet leuk meer. Wat wel heel leuk is, de hele stad Blackpool staat in het teken van de duivensport en tot in de kleine uurtjes is er volop vertier. Ik kan het niet meer opbrengen om een weekend naar Blackpool te gaan. Vanuit Nederland ben je er binnen twee uurtjes, maar dan…… zo een weekend sloopt je, zeker als je net als ik ook van gezelligheid houdt hetgeen betekent dat de dagen in het weekend van 20 januari zeer lang zijn en de nachten zeer kort. Ik ben wel heel blij dat ik er diverse keren geweest ben door de toenmalige geweldige contacten die ik had met mister Louis Massarella. U mag gerust weten dat ik best wel een beetje jaloers ben op al diegene die er dit jaar wel waren. Je weet maar nooit, als de gezondheid het toelaat waag ik het misschien in 2019 nog een keer.

DUIVENSPORT HET HELE JAAR DOOR
Vrij nieuw binnen de duivensport is het spel met de late jongen. De liefhebbers die daar mee bezig zijn hebben hun jongen, die in oktober geboren zijn, al geruime tijd rond vliegen. Ondanks eventuele problemen met de roofvogels moeten deze late jongen naar buiten. Ze moeten trainen en krijgen daardoor ook te maken met de hardheid van de natuur. Roofvogels moeten namelijk ook eten en zoals wij allen weten gaat hun voorkeur uit naar een niet te versmaden duivenboutje. De late jongen worden daardoor wel oplettender en houden alles perfect in de gaten. Eenmaal kennis gemaakt met een onverwachte aanval van een roofvogel zullen ze al heel snel door hebben dat het hok de veiligste plek is. De baas doet er dus goed ze te laten trainen met open hok. De winterkwekers hebben zo om en nabij de kerstdagen de eerste eieren uit zien komen zodat hun jonge aanwinsten in de eerste dagen van 2018 geringd konden worden. Hopelijk heeft dat geen al te grote problemen opgeleverd. Waarom problemen? Het is al jaren een goed gebruik dat in Nederland de ringen tussen Kerst en Nieuwjaar bij de administrateurs worden afgeleverd zodat zij 1 januari de ringen kunnen leveren aan degene die ze dringend nodig hebben. Van dat jarenlange gebruik moest nu afgeweken worden omdat de ringen fabrikant niet tijdig kon leveren wat zonder meer een slechte zaak is. Volgens de berichten zouden de laatste ringen per 12 januari afgeleverd worden en de liefhebbers die dringend ringen nodig hebben konden daarvoor een verzoek indienen om in ieder geval 1 januari een aantal ringen toegewezen te krijgen. Of dat grote problemen heeft gegeven is mij niet bekend. Voor ons is het in ieder geval geen probleem. Wij hebben de kweekduiven op 28 december bijeen gezet en als de eieren uitkomen zullen de ringen wel geleverd zijn. De duiven kwamen trouwens prima op tijd met eieren. Na 12 dagen hadden twee koppels nog niet gelegd, grote vraag is of een van de duivinnen nog wel legt. Ze zit namelijk al enkele dagen vast op het nest maar geen ei, ze staat wel open maar ik vrees met grote vrezen dat het mis gaat. Het andere koppel liet zich in het begin uit hun broedhok jagen, die doffer heeft meteen al een kruisje achter zijn naam. Ik houd er beslist niet van dat duiven zich uit hun broedhok laten jagen, het is een nieuw gevormd koppel en de doffer is pas 1 jaar oud. Het is een kleinzoon van de beroemde “Harry” maar dat zegt dus ook niet alles.

EEN DEEL VAN DE EIEREN GAAT NAAR DE VLIEGDUIVEN
Voedsterkoppels bezitten we niet en als we dus wat meer jongen van de kwekers willen hebben zullen we daarvoor de vliegduiven moeten inschakelen. Mijn zoon Marco heeft zijn vliegduiven gelijk gezet met de kweekduiven die allemaal bij mij zitten, daarvan gaan dus een aantal eieren naar Marco. Zodra dat gebeurt ga ik mijn vliegduiven koppelen zodat een deel van de tweede ronde eieren van de kwekers daar onder gelegd kunnen worden. Op die manier pakken we van de beste vliegduiven enkele jongen plus dat we in korte tijd vier jongen van de kwekers hebben als alles tenminste loopt zoals we hopen. Ja, zo zijn we denkelijk allemaal op onze eigen manier bezig met de bedoeling ook dit jaar weer een aantal bruikbare duiven te kweken waar we plezier aan gaan beleven en waarmee we onze kolonie kunnen versterken. Zo ben ik al 70 jaar bezig, ik ben nog steeds geen wereldkampioen maar ondanks de nodige tegenslagen beleef ik al die jaren enorm veel plezier aan mijn duivenhobby. Helaas is er nu de eerste tegenslag van dit kweekseizoen. Bij een nieuw kweekkoppel, bestaande uit mijn beste kweekduivin inmiddels acht jaar oud en een eenjarige beloftevolle doffer, is de buurman op bezoek geweest. Wat ik niet eerder met die buurman heb meegemaakt gebeurde nu wel. Hij had schijnbaar zo een behoefte aan broeden dat hij heeft geprobeerd op de eieren van mijn beste kweekduif te gaan zitten. Dat werd uiteraard niet geaccepteerd en dat werd knokken. ‘s Morgens lagen de twee eitjes naast de broedschaal beide met en deuk dus kon ik niets anders doen dan ze weggooien. Wel heb ik er direct twee stenen eitjes onder gelegd waarop ze nu zitten te broeden. De buurman doffer zit opgesloten en dat is ook een situatie waar ik niets van wil weten maar voorlopig laat ik dat even zo. Zodra een deel van de eieren naar Marco gaan zal ik ook de stenen eitjes weghalen zodat een aantal kweekkoppels gelijktijdig beginnen aan de voorbereidingen van hun tweede nest. Nu is het enkele dagen wachten om te kunnen bekijken of alle eieren bevrucht zijn. Ik moet u zeggen dat mijn vliegduiven er ook duidelijk aan toe zijn om gekoppeld te worden. Dat zal hoogstwaarschijnlijk zondag de 14e januari worden. Het geeft mij een goed gevoel dat de kweekduiven nu gekoppeld zitten, geen problemen gehad met vechtpartijen en dan toch gebeurt het dat een doffer, overigens een hele goede kweker, het nest van zijn linker buren heeft vernield. Ondanks de koude kan ik het toch opbrengen om weer wat langer bij de kwekers te vertoeven en ook in het schoonmaken van de hokken krijg ik weer wat meer plezier. Het leeft weer op het hok en we hebben weer wat meer tijd nodig voor de verzorging. Per 1 januari gaat alles weer wat meer op vaste tijden wat goed is voor de duiven en zeker ook voor de baas. ’s Morgens bij het opstaan voelt alles wat stijf maar als ik klaar ben met de verzorging van de duiven voel ik me een stuk fitter. Aan het einde van de maand wil ik weer wat vroeger beginnen met de verzorging en dat houdt in dat ik ook een uurtje eerder uit bed moet en dat zal niet meevallen.

DE VERZORGING
Ik weet nu al dat die anders gaat worden dan voorheen. De duivinnen komen ’s morgens niet meer los. In het vliegseizoen begon ik ‘s morgens om 7 uur. Dat doe ik beslist niet meer het is me gewoon te vroeg. Ik heb besloten om zodra het kan de doffers om 8 uur los te laten, dan ben ik om half tien helemaal klaar. In de middag gaan de duivinnen er om half vier uit en ik hoop dat ze hun trainingsarbeid snel anderhalf uur vol kunnen houden . Om vijf uur krijgen ze eten en mogen de doffers een uur buiten. Als de jongen bij de ouders vandaan zijn mogen ze in de ochtend een uurtje buiten. Zodra ze ouder zijn en goed rondom het hok vliegen gaan ze er twee maal per dag uit. In de ochtend van 9 tot 10 uur en in de middag van 6 tot 7 uur maar dan leven we al in april. Tot die tijd zal ik het per dag bekijken maar voorlopig blijven alle duiven binnen. Sinds eind oktober zijn ze niet meer buiten geweest en zo blijft dat tot half februari. Per 1 maart gaat alles weer op de minuut nauwkeurig. Mijn zoon zegt wel eens: “Pa hoe heb je dit in hemelsnaam 70 jaar vol kunnen houden!”

FEESTMAAND DECEMBER VOORBIJ ALLES GAAT WEER ZIJN GEWONE GANGETJE
In de eerste plaats wil ik beginnen met u allen een zeer voorspoedig, gezond en succesvol 2018 toe te wensen. Na alle gezelligheid die de maand december ons te bieden had is het toch wel weer een lekker gevoel om de draad van alle dag weer op te pakken. We gaan de goede kant op want de kortste dag ligt alweer enkele dagen achter ons. We zijn op weg naar het voorjaar maar zover is het nog niet, we hebben nog twee koude maanden voor de boeg en ook in maart is er vaak nog volop sneeuwpret mogelijk. Helaas is de toestand in de wereld nog steeds niet rooskleuring en dan maken wij ons druk over een deuk in een eitje of een kaal jong wat naast de schotel ligt. Waar hebben we het in hemelsnaam over? Het voorbije weekend hadden we onze jaarlijks clubtentoonstelling, het werd een debacle van de bovenste plank. Nog nooit is er een jaar geweest dat ik in mijn ruim 70 jarige duivenloopbaan niet meegedaan heb. Het is in de eerste plaats een gezellig weekend in de stille winterperiode en het is leuk om met sportvrienden onder elkaar weer eens terug te blikken op het seizoen en natuurlijk gaat het ook over de plannen voor 2018. Nieuwsgierig naar de uitslag van de keuring is bijna niemand meer. Het gaat tegenwoordig vooral over commercie binnen onze sport. Die voert helaas toch steeds meer de boventoon waardoor liefhebbers niet spontaan meer over hun hobby praten. De grote hokken gaan meer en meer de boventoon voeren en kleine liefhebbers gaan zich steeds meer afzetten tegen de grote jongens. Misschien niet helemaal terecht maar het gebeurt wel en dat gaat ten koste van de sfeer in de club. In onze club hebben wij geen hele grote liefhebbers en ook geen commerciŽle jongens. Wat dat betreft is de zaak aardig in evenwicht wat niet het geval is met de prestaties. Daar zit nog wel een behoorlijk verschil in. Gelukkig hebben wij binnen onze vereniging nog steeds een A en een B groep. In de A spelen we met 8 man en de rest van de leden speelt in de B. Aan onze tentoonstelling deden dit jaar slechts 13 leden mee, 14 lieten het afweten en dat is met name voor de organisatie zeer teleurstellend. Gelukkig heb ik heel andere tijden meegemaakt, wat het verenigingsleven betreft “gouden tijden”. Het is niet meer, we zijn inmiddels ook allemaal oud en staan niet meer te trappelen om de dansvloer op te gaan. Toch gebeurde het in mijn jongere jaren allemaal veel gedisciplineerder. We voelden ons verplicht om aan alles wat de club organiseerde mee te doen, we waren echte clubmensen. Dat schijnt tegenwoordig een uitstervend soort te zijn. Steeds meer clubs gaan ter ziele, we zullen moeten gaan wennen aan de situatie dat we met steeds minder liefhebbers en dus ook met minder duiven gaan spelen. Dat wil niet zeggen dat het daarom minder gezellig is, daarom is het wel belangrijk dat elke club een actief bestuur heeft want er zijn genoeg leuke dingen te bedenken die voor een goede sfeer binnen de club zorgen. De leden moeten wel willen inzien dat zoiets alleen maar kan als elk lid daar aan meewerkt. Wie weet is dat in 2018 het geval.
KOMT CHRIS FROOME BINNENKORT OOK IN HET RIJTJE VAN GEBRUIKERS VAN VERBODEN MIDDELEN.
Deze zomer werd de Nederlandse duivensport opgeschrikt door een fraude geval. Een bestuurder uit de provincie Noord-Brabant had mogelijkheden gezien om de boel te belazeren dat is hem nog gelukt ook. Totdat er een dag kwam dat hij door de mand viel. Erger dan je sportvrienden te besodemieteren is er niet. Ik heb begrepen dat de man inmiddels voor 5 jaar geschorst is en wat er nog meer voor hem aan vast zit weet ik op dit moment nog niet, maar ik ga er achteraan! Alleen een straf van 5 jaar voor hetgeen hij op zijn geweten heeft is onvoldoende. De volgende belangrijke vraag die in de wielerwereld beantwoord moet gaan worden is: “Heeft de Engelse toprenner Chris Froome ook de weg naar de snoeptrommel gevonden?” Zou toch ontzettend jammer zijn als dat waar is. Voorlopig is het zo dat waar rook is, is meestal ook vuur. We kunnen niets anders dan afwachten en zo komt er zo goed als zeker weer een renner op de lijst van fraudeurs terecht. Renners die er allemaal voor gezorgd hebben dat we meerdere keren op het puntje van onze stoel hebben zitten kijken naar de ongelooflijk spannende momenten in de grote wielerkoersen. De Amerikaan Lance Armstrong zorgde daarvoor, de Nederlander Michael Boogerd, de Belg Freddy Martens en wat te denken van Tommy Simpson en zo kan ik er zonder veel moeite nog wel 50 opnoemen. Commercie en doping/fraude, we zullen er binnen de sport nimmer meer vanaf komen. Jammer!

VLIEGPROGRAMMA 2018 BEKEND
Alle jaren wordt daar te veel tijd aan gespendeerd. Kortgeleden is er een nationaal programma aangenomen en nu gaat het er om dat onze 11 afdelingen zich daar aan houden. In mijn afdeling is er een snelheidsvlucht bijgekomen en verder is het hele programma gelijk aan 2017. Op zich vind ik het een prima programma, ik heb me er eerlijk gezegd ook niet zo in verdiept. Die tijd ligt achter mij en nu mogen de jongeren (helaas zijn die er bijna niet meer) zich daar voor inzetten. Ik heb gezien dat er voor mij elke week spelmogelijkheden zijn en daar kan ik best mee leven. Net als de ideale auto niet bestaat zal denkelijk ook het ideale vliegprogramma niet bestaan. Toch zijn er elk jaar weer een aantal van die wijsneuzen die denken het beter te weten. Zo gaat dat al zo lang ik lid ben van de duivenorganisatie. In ieder geval gaan we op 7 april beginnen met een serie van 6 snelheidsvluchten en op 7 september zijn we klaar. Een week later is er nog spelmogelijkheid om een gezamenlijk concours met onze sportvrienden uit Zuid-Holland. Zo is alles weer geregeld dat er voor iedereen die graag met duiven wil spelen daar elke week gelegenheid voor is.

NIEUWJAARSRECEPTIE
Een mooi begin in het nieuwe jaar. Onze club heeft dat op vrijdagavond 5 januari, dan kunnen tevens de ringen voor 2018 worden afgehaald. Ik heb zo het idee dat er dan al diverse leden op 1 januari bij de ringenadministrateur aan de deur zijn geweest omdat ze hun ringen dringend nodig hadden. Als je namelijk 26 november koppelt, dan heb je met de kerstdagen de eerste jongen liggen en die zijn dan op 5 januari te groot om ze nog op een fatsoenlijke manier te kunnen ringen. Er zijn liefhebbers die kunnen ze bij wijze van spreken nog ringen als ze 3 weken oud zijn. Dat moet dan met veel kunst en vliegwerk gebeuren en volgens mij ook met veel pijn en moeite, laat ik daar nu net niet van houden. Helaas zijn er melkers die bijna vergeten zijn dat hun duiven levende wezens zijn en dat die op een goede manier verzorgt dienen te worden en daar hoort ook het op tijd ringen bij.

NEDERLANDSE POSTDUIVENSPORT OP LIJST VAN IMMATERIEEL (CULTUREEL) ERFGOED
Het tekenen van het certificaat gebeurde zondag 10 december tijdens de nationale dagen van de NPO die in Rosmalen werden gehouden. Hiermee is een belangrijke stap gezet voor het behoud en de toekomst van de Nederlandse postduivensport. De NPO gaat hiermee de verplichting aan zich bewust en actief in te zetten om haar immaterieel erfgoed levend te houden en toekomst te geven. Hiervoor heeft de NPO een goed zorgplan gemaakt. Zelfs in het TV programma Hallo Nederland werd er maandagavond aandacht aan besteed. Erfgoed is de term die men gebruikt om datgene aan te duiden wat men van voorouders erft (nalatenschap). Het belang van erfgoed wordt door een maatschappij bepaald en gedragen. Met andere woorden de term erfgoed wordt toegekend aan zaken die mensen waarderen, zich mee identificeren en willen bewaren voor toekomstige generaties. Als fundament van een maatschappij werkt de materie dus ook toekomstgericht.

INTEELT OF KRUISING
Een onderdeel binnen de duivensport is de kweekperiode. Op veel hokken is die periode inmiddels van start gegaan. Dit betekent dat veel liefhebbers hebben bepaald hoe zij de kweekduiven gaan of hebben gekoppeld, inteelt of kruising. Beide gebeurt met de bedoeling weer een aantal bruikbare duiven te kweken. Het is inteelt zodra twee maal of zelfs meerdere keren dezelfde duif voorkomt in de stamboom van een duif tot en met de overgrootouders. Nicht x neef is de lichtste vorm van inteelt en geeft vaak de gewenste resultaten voor een bruikbare vliegduif. Te nauwe inteelt, broer x zus, ouder x kind zal niet het gewenste resultaat opleveren. Waarom zou je zoiets doen, duiven kunnen immers niet datgene doorgeven wat ze zelf niet in zich hebben. Inteelt kun je eigenlijk alleen doen met het allerbeste wat je op je hok hebt en dan speciaal om de goede kwaliteit die je op het hok hebt vast te houden. Die kweekproducten, mits ze aan de strenge eisen van de eindselectie voldoen, kunnen voor een nieuw kweekkoppel in kruising gebruikt worden. De kinderen uit dat koppel kunnen terug gezet worden tegen het eigen soort. Zekerheid om een betere kwaliteit te kweken is er bijna nooit, het is wel een goede methode om te proberen een eigen stammetje op te bouwen. Beginners kunnen het beste beginnen met duiven van twee verschillende hokken die een goede inteeltfamilie bezitten, een goed doorgefokte stam dus. Die twee lijnen tegen elkaar geven een grotere kans op een goede na-kweek. Op eigen hok heb ik in de 70 jaar dat ik duiven heb van alles geprobeerd. Ik maakte zoveel werk van de koppeling dat ik er soms niet van kon slapen. Met hetgeen ik hierboven heb omschreven had ik gemiddeld toch de beste resultaten. Maar….beste liefhebbers er zijn zoveel voorbeelden van allerlei toevalligheden dat je er net zo goed geen studie van kunt maken om de juiste koppels te formeren. Waarom zou je? Te nauwe inteelt is niet aan te raden, vrije paring gaat mij net iets te ver. Deze week hoorde ik een verhaal van een vooraanstaande liefhebber die hoogstwaarschijnlijk in een van de nationale competities de beste midfond duif heeft. De moeder was een goede vliegduif maar omdat ze een zogenaamde “leg kont” had kreeg ze een plaatsje in het voedsterhok. Een leg kont komt voor bij duivinnen die aanvoelen alsof ze een ei moeten leggen maar er zit niks, wel staan de stuitbeentjes helemaal wijd en haar kont voelt dik aan. Die duivin werd het hof gemaakt door een jonge doffer die nog nooit in de mand heeft gezeten. Ze lag 1 goed ei en laat daar nu een van de beste midfond duiven van ons land uitkomen, meer geluk dan wijsheid dus! Zo was ik ooit bij een liefhebber die zijn duiven diezelfde dag bijeen had gezet. Er was nog een broedhok beschikbaar en er liepen nog wel een dertigtal duiven op de vloer. Daaruit werd op het laatste moment een donkere duivin gekozen en een donkere doffer met een aantal witte staartpennen. De man had zoveel duiven dat hij nauwelijks naar de afstamming van de duiven keek. Twee jaar later bleek het koppel met de witstaart doffer verreweg het beste kweekkoppel te zijn, de ene goede na de andere rolde er uit. Zelf heb ik meerdere keren twee kampioensduiven tegen elkaar gezet waarvan de kweekresultaten nu niet direct waren om naar huis te schrijven. Een enkele keer was het zo dat hun niets presterende nestmaat veel betere jongen voortbracht. Probeer zo iets maar eens te ontdekken, waar moet je dan naar kijken? Zijn dat de ogen, de pluimen, het temperament, hun sterke stuitbeentjes, hun slappe boven stuit, de korte achtervleugel, de brede borst, het korte of lange borstbeen, de smalle slagpennen, de kweekveertjes onder de vleugel. We kunnen kijken en doen wat we willen, we kunnen denken dat we er enig verstand van hebben, vergeet het maar! Wijlen Jos Klak zei het ooit; we weten er met zijn allen helemaal niets van. En toch blijven we maar kijken in de ogen, de vleugel uittrekken en noem maar op. Het is allemaal hobby en slaat verder nergens op. Er zijn liefhebbers die kijken nergens naar, ze houden elk jaar alle overgebleven jongen aan en ruime hun oudere c.q. mindere duiven naar de poelier of in de verkoop want daar brengen ze toch iets meer op dan bij de poelier. Je vraagt je af hoe je op die manier aan betere duiven komt. Ik ga in ieder geval naar de liefhebber zelf toe.

DE TOESTAND OP HET HOK
Er komt meer en meer overzicht op het hok. Nog niet alle duiven die weg kunnen zijn weg. Wel zijn de 24 kweekkoppels die ik nu samen met mijn zoon Marco bezit op papier gekoppeld. Zo goed als zeker zetten we ze op 28 december bijeen en dan kan het feest beginnen. De doffers kennen allemaal hun eigen broedhok wat de nodige vechtpartijen voorkomt als ze voor het eerst weer uit de broedhokken mogen. De eerste twee dagen blijven ze opgesloten en daarna mogen ze om beurten los in het hok. Ik ben dan veel in het hok te vinden om indien er heftige vechtpartijen plaats vinden in te kunnen grijpen. De dagen worden momenteel met kunstlicht verlengd. De duivinnen zijn mooi op gewicht maar de doffers zijn iets te zwaar doch dat zal zodra ze gekoppeld zijn wel snel minder worden omdat ze dan meer aandacht voor het vrouwelijk schoon hebben dan voor het eten. Mijn zoon Marco koppelt de vliegduiven gelijktijdig met de kwekers zodat van bepaalde kweekkoppels eieren onder zijn vliegduiven gelegd kunnen worden. Zelf wacht ik nog even, ik ben blij dat ik wat meer overzicht heb. Omdat een groot deel van Marco zijn duiven bij mij zaten krijg nu eindelijk wat meer lucht. Mijn vliegduiven koppel ik zo dat ik daar een aantal eieren van de tweede ronde van de kwekers kan onder leggen. Op dit moment zijn we op muizenjacht, het zijn veelal veldmuisjes die door de koude naar de huizen trekken. Die krengen vreten wel de zakken voer aan en daar moet ik niets van hebben. Overal staan klemmen met daarin een stukje kaas, pindakaas of brood. Ik heb er in vijf dagen slechts eentje gevangen. Vroeger had ik lijm om die beestjes te vangen, dat lukte altijd want al zaten ze maar met een snorhaar vast, ze kwamen nooit meer los. Die lijm mag niet meer verkocht worden, ik heb me nu laten vertellen dat er velletjes papier zijn met daarop een lijm laag. Daar ben ik nu naar op zoek want hoe eerder die knagers weg zijn des te beter. Ik ben nog steeds bang dat muizen ziektes kunnen overbrengen, ze urineren in de grit en voerbak en ze spelen waterpolo in de drinkbak, weg ermee!

DE DONSRUI IS DE GRAADMETER VAN EEN GOED DUIVENHOK
Een bekend gezegde binnen de duivensport is; in de winter worden de prijzen voor het volgende jaar verdiend.Die uitdrukking is gebaseerd op de rui. Alle vogels zijn aan dit natuurlijke verschijnsel onderworpen. Een goede rui geeft een goede gezondheid aan en is voor onze duiven van het grootste belang voor de goede kweek en vlieg resultaten. Met goede kweekresultaten wordt bedoeld de opgroei van de jonge duifjes. Met kwaliteit heeft het helemaal niets te maken. Zelfs de slechtste duiven kunnen prachtige jongen in het nest hebben. Hoe de vlieg prestaties van de jonge garde zal zijn weten we pas aan het einde van het seizoen en dan weten we nog niet alles. Het komt maar al te vaak voor dat jonge duiven die in hun geboortejaar meer dan goed presteren er als jaarling niets van terecht brengen. Het omgekeerde gebeurt zelfs vaker en dat maak je alleen mee als je duiven die als jong maar matig hebben gepresteerd toch aanhoudt. Het komt regelmatig voor dat ze als jaarling de sterren van de hemel spelen. Meestal gebeurt dat door duiven die de baas als duif aan staan en niet op grond van geleverde prestaties door de selectie zijn gekomen. De rui van onze duiven duurt het gehele jaar en dat is maar goed ook. De baas kan daaraan aflezen hoe het met de gezondheid is gesteld. Elke morgen als ik in het hok kom is het eerste wat ik doe kijken of er overal enkele pluimpjes liggen. Vooral in het vliegseizoen bij de weduwnaars is het genieten als je in de broedhokken kijkt naar de mooie kleine droge mestbolletjes waarop een paar pluimpjes liggen. Dan begin je fluitend aan de algehele verzorging van je kolonie omdat je gezien hebt dat het met de gezondheid wel goed zit. De grote rui begint normaal gesproken in augustus. Het seizoen voor de oude duiven is dan gedaan en eigenlijk zou het goed voor de duiven zijn om ze dan niet meer te spelen. Doch er spelen in die periode ook andere belangen een rol. Vooral tegenwoordig met al die verschillende (nationale) competities commerciŽle belangen. Daarom wordt alles in het werk gesteld om de rui te vertragen, Of dat een goede of slechte invloed heeft kunnen we in januari zien, dan moeten alle duiven onberispelijk door de rui zijn gekomen. Degene die aan winterkweek doen kunnen dat eigenlijk enkel met kweekduiven die vanaf begin augustus al gescheiden zitten. Nog beter zou het zijn om de eieren van die duiven door voedsterkoppels te laten uitbroeden en dat houd in dat we nog meer duiven moeten houden. Het seizoen is nog maar pas afgelopen, nu alweer kweken en eind januari zitten alle hokken weer vol. Nooit heb ik daar enig probleem mee gehad maar nu moet ik er niet aan denken om zoveel duiven te moeten verzorgen en verzorgen is meer dan elke dag een handje voer in het hok gooien. Dat kunnen we wel doen om onze kippen aan de leg te houden maar duiven waar prestaties van verwacht worden vragen een andere behandeling. Dat zijn allemaal topsportertjes, die mag het aan niets ontbreken en daarvoor moet je een compleet training en verzorgingsschema vaststellen. Veel werk, maar als alles verloopt zoals de baas dat in zijn hoofd heeft is de inzet niet voor niets geweest en dat geeft een meer dan voldaan gevoel.

DE EERSTE EIEREN LIGGEN ER
Bij mij nog niet, onze kweekduiven (inderdaad onze kweekduiven) want vanaf dit jaar hebben Marco en ik onze krachten gebundeld door gebruik te maken van ons gezamenlijke kweekhok. Tussen kerst en nieuwjaar worden de 24 koppels gezet zoals we het geruime tijd geleden op papier hebben vastgelegd. Zeker weten dat er op het allerlaatste moment nog wel iets gewijzigd zal worden. Misschien door dat een koppel helemaal niets van elkaar wil weten of dat we vinden dat die bepaalde doffer toch beter tegen een andere duivin gezet kan worden. Allemaal gebeurtenissen die bij onze hobby horen. Vrij paren daar doen we niet aan. Je hebt ook meer eer van je werk als je enkele heel goede duiven hebt gekweekt waarvan je de ouders zelf hebt samen gezet. Vroeger lette ik er op dat ik geen twee duiven bij elkaar zette met dezelfde ogen. Ik wil niet zeggen dat het flauwe kul is maar ik kijk daar niet meer naar en kweek nog net zoveel slechte (en goede) als voorheen. Bij het formeren van de kweekkoppels lette ik er op dat ik zoveel mogelijk een grote tegen een kleinere duif zette, dit met de bedoeling een type van middelmatige grote te kweken. Weet u wat er gebeurde, er kwamen of grote of kleine types uit dat koppel, compensatiekweek is bijna niet mogelijk, althans dat is mijn ervaring. Voor de hand liggend is dat je de twee beste duiven tegen elkaar zet en daar als het maar eventjes kan minstens vier of zelfs zes jongen van kweekt. Op zich heel goed, het geeft echter geen garantie voor de kwaliteit. Het komt regelmatig voor dat er ergens een top duif gekweekt wordt in het vlieghok uit twee jaarlingen die nog geen noemenswaardige vliegprestaties hebben geleverd. Het is daarom dat ik altijd uit al mijn duiven heb gekweekt. Duiven die het volgens de baas waard zijn een plekje op het vlieghok te krijgen zijn het in mijn ogen ook waard om er van te kweken. Het probleem is dat we eigenlijk allemaal (veel) te veel duiven bezitten. Op de meeste hokken zitten te veel kweekduiven (althans zo worden ze genoemd), vandaar dat van de meeste koppels maar twee jongen gekweekt worden, eigenlijk zouden dat er minstens vier moeten zijn, daarvoor hebben we toch kweekduiven. Als je er jaarlijks maar twee jongen van kweekt kom je er nooit achter wat de kweekwaarde is. Als we uit alle kweekkoppels vier jongen kweken en ook nog eens een aantal duiven van de vliegers aanhouden puilen de hokken uit. Dan komen we weer bij het punt van hoeveel goede duiven komen er uit een en het zelfde kweekkoppel. Meestal geen een en soms een en gelukkig zijn er ook voorbeelden van kweekkoppels die regelmatig bruikbare duiven op de wereld zetten. Het geeft aan hoe moeilijk of hoe ingewikkeld het is om uit een minimale bezetting toch elk jaar een aantal duiven te kweken waarmee we onze kolonie op peil houden en dat is dan weer de charme van onze hobby. Het komt er op neer dat we er maar weinig van af weten en dat er elk jaar weer een dosis geluk nodig is om een goede te kweken. Ik redeneer nog steeds zo. Samen met mijn zoon Marco hebben we 24 kweekkoppels en die zitten daar allemaal voor ons en voor niemand anders. Het zijn onze kweekduiven en het maakt ons niet uit welke koppels duiven voortbrengen die een voldoende halen. Aan de afstamming kan het niet liggen, als die niet goed zou zijn zitten dergelijke duiven in ieder geval niet in ons kweekhok

HET BEZIT VAN EEN TOP DUIF.
Elk jaar worden ze gekweekt en is een rijk bezit. Het is een geweldig gevoel zo een duif zelf gekweekt te hebben en het is helemaal fantastisch om er ook nog een paar broers en zussen van te hebben die kwalitatief bijna niet onderdoen voor die ene absolute topper. Zo een hok heeft een bijzonder goede commerciŽle waarde en is voor een aantal liefhebbers zelfs van levensbelang. We kunnen ons afvragen of het commercieel nog wel zo belangrijk is om een top duif in je hok te hebben. Het voorbije weekend heb ik een tweedaagse internetverkoping gevolgd, een groter succes is bijna net denkbaar. Geweldig wat een opbrengst voor hoofdzakelijk jonge duiven met een fraaie afstamming van veelal bekende commerciŽle liefhebbers. Maar daar hebben we het al meerdere keren over gehad, dat geeft geen enkele garantie. Ook was er nog een verkoop van jonge duiven (uit elk kweekkoppel slechts een) die nog nooit in de mand hebben gezeten maar wel speciaal voor die internet verkoop waren gekweekt, gemiddelde opbrengst meer dan 5000 euro per stuk. Zonder meer een fantastisch resultaat, iets om jaloers op te zijn. Commercie is niet meer los te zien van geen enkele sport. Elke sport is er afhankelijk van en binnen de duivensport komen er zelfs steeds meer liefhebbers waarvan hun simpele postduivenhobby inmiddels van levensbelang is geworden. Gelukkig dat die mannen niet afhankelijk zijn van de verkopen in eigen land, dan zou het armoede troef zijn. De tijd dat er bij een duif een eigendomsbewijs zat met op de achterkant het ringnummer van de vader en de moeder vond ik, ondanks dat ik ook van de commercie mee profiteer, toch vele malen leuker.

SINTERKLAAS IS WEER IN HET LAND
Oh, oh wat een prachtig kinderfeest. Ieder jaar viert de Goed Heiligman op 5 december zijn verjaardag en brengt hij met zijn gevolg bij alle kleine kindertjes een cadeautje. Een feest dat al heel lang bestaat en waarover de laatste jaren nogal commotie is. Sinterklaas zijn trouwe knecht is Zwarte Piet en daarnaast heeft de Sint nog meer knechtjes van dezelfde kleur. De discussie gaat om de zwarte kleur en om de naam knecht, die trouwens al is verdwenen, die is volgens de anti Zwarte Piet groep discriminerend is. Veel vinden dit ver gezocht maar helaas heeft de discussie er voor gezorgd dat de hulpjes van Sinterklaas niet overal meer zwart zijn. Jammer dat grote mensen zo ver gaan. Gelukkig hebben de kinderen er geen weet van en zingen tot aan 5 december elke avond Sinterklaas liedjes in de hoop de volgende morgen een presentje in hun schoen te vinden. Ook ik heb me als kind elke avond bij de kachel blauw zitten zingen en om er zeker van te zijn dat ik de volgende morgen iets in mijnschoen had en lag ik voor alle zekerheid een wortel en wat hooi neer voor het prachtige witte paard van Sint Nicolaas. Als kind kon je er niet van slapen en ‘s morgens in alle vroegte het bed uit om te kijken of de Sint was geweest. Nu ben ik zelf opa en zong samen met mijn kleinkinderen het hoogste lied, helaas zijn die ook al weer te groot om in Sinterklaas te geloven. Op mijn leeftijd ga je bijna opnieuw in Sinterklaas geloven, echt waar. Er zijn heel wat jaren geweest dat ik op mijn verlanglijstje alleen maar spullen voor mijn duiven had staan. In Nederland is het Sinterklaasfeest vele generaties belangrijker geweest dan kerstmis. Steeds meer krijgen de kerstdagen de overhand door op die dagen elkaar in familiekring te verrassen met een waardevol cadeau. Kerst is een groot familiefeest ook al weten velen niet waar het precies om gaat. Wij zijn al druk bezig met de voorbereidingen helaas is dat in een groot deel van de wereld niet het geval.

WINTERKWEEK
In duivenland is de winterkweek waar we ons druk over maken. Op vele hokken zitten de kweek en misschien ook wel de vliegduiven weer bij elkaar. Het seizoen is gevoelsmatig nog maar pas ten einde of de nieuwe generatie dient zich alweer aan. Ik weet zeker dat op veel hokken de definitieve selectie nog niet afgerond is. Het is ook geen eenvoudige opgave om te beslissen welke duiven wel of niet mogen blijven. Het valt niet mee om afscheid te nemen van duiven waar je enkele jaren intensief mee bezig bent geweest. Vooral bij de oudere duiven is het moeilijk om te beslissen over leven of dood. Iedereen weet dat we niet alle duiven kunnen houden onze hobby vraagt immers ook om rasverbetering en daar hoort een strenge selectie bij. Als kind kon ik er niet van slapen als mijn vader had gezegd dat er te veel duiven waren, ik wist dan dat we meerdere weekenden duivensoep gingen eten. Mijn broer die niets met duiven op had was gek op duivensoep en zat meestal als eerste aan tafel. Ik at het wel maar bij elke hap die ik nam moest ik aan de duiven denken en in mijn gedachte hoorde ik ze nog koeren. Zo was het ook met ons konijn. Het hele jaar zorgde je er voor met de wetenschap dat hij er met de kerst aan moest geloven. Zo ging dat niet alleen bij ons thuis, het was in mijn kinderjaren de normaalste zaak van de wereld. In die tijd hadden we nog nooit van winterkweek gehoord. Onze duiven werden meestal in het derde weekend van februari gekoppeld, kweekduiven hadden we in die tijd niet. De vliegduiven waren ook de kwekers. Dit waren niet alleen kwekers het waren allemaal prestatieduiven zonder naam we kenden alleen de laatste drie cijfers van het ringnummer. Bij duiven die verkocht of geschonken werden zat alleen een eigendomsbewijs met aan de achterkant het ringnummer van de duivin en de doffer. Daar moest je het mee doen en daar had je in die tijd ook genoeg aan. Volgens mij waren de kweekresultaten ook beter omdat de selectie veel en veel strenger was dan nu het geval is. De meeste liefhebbers hadden het geld er niet voor om veel duiven te houden. Op veel hokken werd om geld gespeeld ook al waren het geen grote bedragen het telde wel degelijk mee. De meeste liefhebbers kochten hun voer met hooguit vijf kilo tegelijk en dat kostte niet meer dan twee gulden (90 eurocent). Dergelijke bedragen waren meerdere keren per vlucht te verdienen zodat de duiven hun eigen kost konden verdienen. Zo werkte dat, duiven waar de baas alle vertrouwen in had kregen geld mee maar moesten wel het vijfvoudige thuis brengen. Lukte dat enkele keren niet dan hadden ze hun eigen doodvonnis getekend. Tegenwoordig wordt er in Nederland vooral om kampioenspunten gespeeld. Het geldspel, ook al ging het om kleine bedragen, is voor een groot deel uit de sport verdwenen en daarmee ook de kwaliteit van de duiven. Elke duif moest zijn plek verdienen, ook al had hij of zij nog zulke goede ouders of bijzonder presterende broers of zussen, iedere duif moest presteren. Mogelijk is dat de belangrijkste reden dat er in die jaren minder jonge duiven werden verspeeld. Tegenwoordig wordt er maar raak gekweekt. Overal waar twee vleugels aan zit mag jongen voortbrengen zeker als er een mooie naam bij verzonnen is met daarbij een stamkaart waar, voor een oplettende liefhebber, niets dan gebakken lucht op staat. Over de duif zelf staat er bijna niets het gaat veelal over de overgrootouders die een keer een aansprekende prestatie hebben neergezet. Maar wat moeten we in godsnaam met zo een nietszeggende duif. Ik kan niet zeggen dat we heden ten dage niet goed bezig zijn wel is het zo dat we in de zeventiger en tachtiger jaren anders en beter bezig waren. Nu we allemaal wat meer geld te besteden hebben is de koopgekte losgebarsten waardoor het aantal teleurgestelde liefhebbers steeds meer toeneemt. In Nederland hebben de liefhebbers het door, zij doen op een enkeling na, niet meer mee om astronomische bedragen neer te tellen. Duivensport wordt steeds meer commercie en dat terwijl je in Nederland niets eens een stoffer en een blik meer kunt winnen. Naamduiven moet je hebben, dan kun je op internet nog wat verkopen. Of je daar de kopers een dienst mee bewijst valt te betwijfelen. We hadden het in dit artikel toch over rasverbetering van postduiven, denk daar dan maar eens goed over na hoe te handelen. Met bewezen vliegduiven heb je niet eens de garantie goede duiven te kweken, laat staan met het soort zoals hierboven omschreven.

ZIJN DE KWEKERS ER KLAAR VOOR?
Het weekend van 26 november is voor veel liefhebbers het begin van een nieuw seizoen. Degene die aan winterkweek gaan doen hebben de koppels al lang op papier samengesteld. Uit ervaring weet ik dat er op de dag van koppelen alsnog wijzigingen worden aangebracht. Het is een kwestie van wikken en wegen welke doffer tegen welke duivin komt te staan, altijd weer een spannende bezigheid. In mijn jonge jaren kon ik er nachten van wakker liggen omdat ik er niet uitkwam de koppels zodanig te formeren dat ik niets dan goede jongen zou kweken. Als ik dan uiteindelijk wist hoe ik ze zou samen zetten viel er een zware last van mij af. Ik was er bijna zeker van dat het met deze nieuwe koppeling top zou worden. In mijn dromen daagde ik alle concurrenten uit want ik was zo zeker van mijn zaak dat ik met de beste wil van de wereld niet zou weten wie mij kon verslaan. Prachtige gedachten die nooit en te nimmer uitkwamen, nu weet ik beter. Het is ieder jaar het zelfde liedje. De meeste met veel zorg samengestelde koppels stellen teleur en dat is maar goed ook. Voor de duivensport zou het funest zijn als er elk jaar op alle hokken alleen maar goede jongen geboren zouden worden. Op ieder hok is het nog steeds feest als er een jong geboren wordt dat opvallend presteert zeker als die zelfde duif als jaarling wederom puike prestaties weet te realiseren. Ze bestaan je moet ze echter wel met een lampje zoeken. Als u twijfelt aan hetgeen ik hier schrijf stap dan nu uw hok in en kijk hoeveel echte goed duiven u heeft van 5 jaar en jonger, misschien zijn het er tien. Dat gelooft u toch zelf niet of je moet al die wilde verhalen geloven van liefhebbers die niets dan alleen maar goede duiven weten te kweken. Stel dat de gemiddelde liefhebber 50 jongen per jaar kweekt, dat zijn er in 5 jaar 250. Ga maar tellen hoeveel er van die 250 nog over zijn. Als er inderdaad tien toppers bij zitten zult u ongetwijfeld tot de nationale top behoren. Nog even en er wordt weer volop gekweekt en alle liefhebbers hebben er weer 100% vertrouwen in. Misschien brengen de nieuw aangeschafte kweekduiven geluk of misschien brengt die formidabele weduwnaar van 2017 in 2018 een stel duiven voort waarmee we weer enkele jaren vooruit kunnen. Zo hebben we allemaal onze dromen of verwachtingen het is maar net hoe je het noemen wilt. Gelukkig draait het niet alleen om teleurstelling. De meeste liefhebbers zijn tevreden als ze redelijk mee kunnen komen het gaat niet alleen om de overwinning. Ook andere (kop)prijzen zorgen er voor dat we plezier beleven aan onze hobby. Net als in andere sporten zullen er altijd melkers zijn die beter presteren. Wees niet afgunstig heb waardering voor prestaties misschien komt er een tijd dat u de ander een sportief pak slaag geeft. Zo zit de duivensport in elkaar. De rivaliteit zorgt dat duivensport een mooi spelletje blijft. Zo lang iedereen probeert zijn buurman af te troeven zal er alle weken een gezonde strijd zijn denk daar maar eens over na. De buurman verslaan is voor velen mooier dan een overwinning in groot verband.

TENTOONSTELLING IS TELEURSTELLING
Deze wijze woorden heb ik onthouden van mijn vader. Het komt voort uit de tijd dat veel liefhebbers met hun beste duiven aan een show meededen. Iedereen was benieuwd hoe de man in de witte jas de duiven beoordeelde. Toen waren er nog keurmeesters die de duiven beoordeelde aan de hand van de voorschriften en helaas kwamen daardoor de beste vliegers bijna nooit voor een prijs in aanmerking. De animo liep terug, liefhebbers haakten af omdat ze niet wilde afgaan op de jaarlijkse clubshow. Het moet gezegd worden dat er vroeger jaren heel veel keurmeesters waren die zelf ondermaats presteerden. Dan krijg je al gauw de opmerking; wat verbeeld die vent zich wel hij kan zelf helemaal niet meekomen en moet hij dan mijn duiven veroordelen? Want zo was het, duiven met lage punten werden in de ogen van de liefhebber veroordeeld en niet beoordeeld. Er waren ook keumeester die wel degelijk een duif konden beoordelen. Net zo goed als dat er goede voetbaltrainers zijn die zelf nog geen deuk in een pakje boter kunnen trappen, ook dat is mogelijk. Toch waren er veel liefhebbers die benieuwd waren naar de uitslag van de keuring maar die tijd lijkt voorbij. Liefhebbers vinden dat zij het zelf beter kunnen. Ook hier staan de beste stuurlui nog steeds aan wal. Toch is het jammer dat alles anders wordt. Tegenwoordig moet je op je knieŽn liggen om deelnemers te krijgen voor je eigen clubshow, eigenlijk te gek voor woorden. Op onze laatste vergadering werd gevraagd wie er duiven wilde inzetten voor de show van ons samenspel. Geen mens! Uiteindelijk deed onze club zoals was gevraagd toch met 5 kwartetten mee. Vorig jaar waren wij de beste en dat wilde we nu weer worden. Diezelfde middag zijn in ons clubgebouw de duiven geselecteerd die in aanmerking kwamen voor deelname. Ook dit keer werden onze 20 duiven (5 viertallen) het best beoordeeld zodat de verenigingsprijs door mijn club werd gewonnen. Geen applaus, wel de nodige commotie. Het zou niet eerlijk zijn dat onze duiven voorgeselecteerd waren en dat moest zo nodig door de voorzitter tijdens de prijsuitreiking gememoreerd worden. Afgunst en onsportiviteit iets anders kan ik er niet van maken.

LIEFHEBBERS VRAGEN ZICH AF HOE LANG HET NOG MOET DUREN.
Deze zomer werd de Nederlandse duivensport opgeschrikt door een ernstig fraude geval. De fraudeur is notabene voorzitter van de plaatselijke duivenclub, heeft een bestuursfunctie op provinciaal niveau en was zelfs bij het inzetten van de duiven betrokken. De man heeft toegegeven dat hij inderdaad enige keren oneerlijk spel heeft gespeeld. Ondanks dat zijn er in zijn club van amper 20 leden toch een aantal leden tegen het royeren van hun voorzitter. Oorzaak; door de NPO is nog geen uitspraak gedaan. Voor veel liefhebbers laat de uitspraak veel te lang op zich wachten. Je kunt je afvragen waarom? De man heeft immers bekend en uit een latere controle blijkt dat hij niet alleen dit jaar buiten de pot heeft geplast. De goede man werd al een langere periode in de gaten gehouden doch kon niet direct betrapt worden. Is ook geen eenvoudige zaak en daarover werd in de laatste NPO vergadering een vraag gesteld. Niemand weet exact hoe te handelen wanneer iemand verdacht is. Dat is inderdaad een serieuze zaak en als men niet precies weet hoe te handelen kunnen er cruciale fouten gemaakt worden. Ondanks dat moet het toch niet zo moeilijk zijn om de verdachte (die bekend heeft) uit zijn functie te ontheffen en van verdere deelname of lidmaatschap uit te sluiten. “Eigen schuld, dikke bult”, zeggen ze bij ons.

GEBEURTENISSEN
Ons nationale voetbalteam heeft vele trouwe supporters wat niet zo vreemd is want dat het behoorde vele jaren tot de beste landenteams van de wereld. Helaas, het aantal trouwe supporters is nadat Nederland zich niet heeft geplaatst voor het WK in Rusland drastisch teruggelopen. Begrijpelijk, het misselijk makende gedrag van de spelers, de tegenvallende resultaten en de te hoog opgewaardeerde kwaliteit van de bondscoach blijken ver onder de maat. Misschien heeft de pers ons oranje team te veel omhoog geschreven. Hetzelfde is nu het geval met onze schaatsers. Nederland is het schaatsland bij uitstek maar als andere landen niet in de ontwikkeling stil blijven staan dan wordt de concurrentie steeds groter. Dat was te zien tijdens de eerste wereldbeker wedstrijden in de Nederlandse schaatstempel te Heerenveen. Het is vervelend om te moeten constateren dat de Hollanders min of meer weggereden werden wat werd veroorzaakt doordat de neuzen van vooral de heren schaatsers niet dezelfde kant op stonden. Zo zullen we ook moeten oppassen dat zoiets in duivenland gebeurd. Er is al enige tijd een nieuw bestuur bezig om eensluidende lijnen uit te zetten voor iedereen die aan de vluchten mee wil doen. Dat de besluiten niet voor iedereen tot tevredenheid zijn is nu eenmaal een onmogelijke opgave. Het positieve is dat voor elke liefhebber elke week spelmogelijkheden zijn, een situatie waarmee we erg blij mee moeten zijn. Desondanks komen er toch allerlei tegenvoorstellen. Wanneer komt de tijd dat we in grote lijnen eensgezind zijn wat eigenlijk heel eenvoudig zou moeten zijn. Vertrouwen hebben in ons nationale bestuur maar niet alleen vertrouwen we moeten ze ook steunen. Alleen op die manier zal duivenspel een gezonde toekomst hebben. Op 4 november is tijdens de nationale ledenvergadering weer een stap in de goede richting gezet.

IN GESPREK MET EEN BEGINNER
Het komt sporadisch voor dat je in gesprek raakt met iemand die als hobby duivensport heeft gekozen. Gelukkig zijn er tal van mogelijkheden om te starten. Wij oudere liefhebbers kunnen daar ons steentje toe bijdragen. Het beste is om beginnelingen niets te vertellen over duiven tijdschriften of erger nog informatie geven over verkoopsites. Adviseer ze om veel boeken over de duivensport te lezen. Daar steekt een beginnende duivenliefhebber iets van op. Van verkoopsites en tijdschriften met alleen een opsomming van allerlei uitslagen worden beginners niets wijzer. Vertel ze dat ze in deze tijd van het jaar eens een kijkje gaan nemen bij regionale duivenshows. Daar kunnen ze de fraaiste duiven van liefhebbers bij hun uit de buurt bewonderen. Verder is er een mogelijkheid om in gesprek te komen met de winnaars van de show of met andere bekende spelers uit de omgeving. Een ieder is dan in de gelegenheid om een afspraak te maken voor 1 of zelfs meerdere hokbezoeken. Dat is interessant en leerzaam. Op dergelijke shows is men vaak in de gelegenheid om voor een redelijke prijs een bon of duif aan te schaffen van bekende regionale en zelfs nationale kampioenen. Kortgeleden raakte ik in gesprek met een starter. Het was iemand van achter in de vijftig die als kind duiven had gehad en er verder nooit iets mee gedaan heeft. Hier zien we dat het belangrijk is dat al op zeer jonge leeftijd kennis wordt gemaakt met het houden van duiven dan is er grote kans dat er op latere leeftijd weer op terug word gekomen. Het is te vergelijken met iemand die ooit met zijn kont op een racefiets heeft gezeten, van dat gevoel kom je nooit meer af en de wielersport zal hun altijd blijven interesseren. Zo is dat ook met onze duivensport, ook dat is een soort verslaving eens duiven, altijd duiven! Belangrijk is het dat beginners niets dan positieve verhalen horen. De duivensport is en blijft een prachtige hobby bij huis. De duivensport is geen goedkope hobby maar welke hobby is dat wel. Je kunt elke hobby zo duur maken als je zelf wilt. Beter is het om de hobby langzaam op te bouwen, iedereen zal moeten beginnen met een leerperiode. De duivensport zal daar veel meer op in moeten spelen. Met krantenberichten over een duif die voor 500.000 euro is verkocht krijgen we er geen nieuwe leden bij. De beginner die ik laatst sprak was met 500 euro in zijn zak naar een zaalverkoop gegaan met de bedoeling een jonge duivin van goed presterende ouders te kopen. De man ging gedesillusioneerd naar huis omdat er beneden de duizend euro geen duif te koop was. Ik vertelde hem dat de prijs die voor een duif betaald wordt niets over de kwaliteit zegt. Ik heb hem maar niet verteld wat er vorige week in Noord-Limburg plaats vond. Daar was een verkoop van jonge duiven bijeen gebracht door prominente Belgische en Nederlandse liefhebbers. De gekte was daar compleet. Bij de vier duurste duiven van de verkoop zaten er drie van de Belg Willy Daniels. Hij is de man wiens duif enkele weken geleden verkocht werd voor vier ton. Zonder meer een heel goede duif maar voor 4 ton kun je ook een heleboel andere leuke dingen doen. Willy is trouwens een liefhebber die vrij gemakkelijk zijn beste duiven verkoopt en altijd weer zorgt dat hij binnen de kortste keren weer 1 of zelfs meerdere goede duiven op de kooi heeft. Het verkopen van zo een peperdure duif heeft ook andere zeer grote commerciŽle voordelen het gehele hok wordt daarmee opgewaardeerd. Het bewijs daarvan werd vorige week geleverd tijdens een zaalverkoop. Drie jonge duiven werden verkocht voor respectievelijk 80.400 49.200 en 43.200 euro. De totale opbrengst van de 168 te koop aangeboden duiven was 941.000 euro (gemiddeld 5.600 per duif). Als er tijdens een regionale show bonnen en duiven te koop worden aangeboden met de bedoeling de clubkas een financiŽle injectie te geven dan wordt er luid geapplaudisseerd als er voor 20 duiven in zijn totaliteit om en nabij 1500 euro wordt geboden en dan heb ik het niet eens over de kwaliteit want die zal zeker niet onderdoen van die duiven die voor gemiddeld 5.000 euro of meer aan de man gebracht worden. Die dure omhoog geschreven duiven komen alleen maar van commerciŽle melkers die hun naam vaak te danken hebben aan top prestaties van een van hun duiven. De hele zomer kweken ze om zo veel mogelijk duiven in de wintermaanden te verkopen. Bij de regionale verkopingen doen de schenkers hun uiterste best om een kwalitatief hoogwaardige duif te leveren die meestal uit hun beste kweek of vliegkoppel komt. Nee, al die gigantische bedragen zijn niet goed voor de duivensport, wel voor de liefhebber zelf. Wie van ons zou niet willen dat hij zo af en toe eens een duif voor een gigantisch bedrag kon verkopen, natuurlijk willen de meeste van ons dat. We kunnen ons afvragen of we er daardoor nieuwe leden krijgen. Het lijkt mij meer voor de hand liggen dat we daardoor meer liefhebbers kwijt raken. Zo denkt de beginneling die ik laatst sprak er namelijk ook over.

TELEURSTELLEND
Kortgeleden hadden we van de club onze najaarsvergadering. De opkomst van de leden was goed, helaas waren de reacties op de nieuwe voorstellen voor het volgende seizoen nu niet direct positief te noemen. Ik dacht toen aan de beginneling die ik had gesproken. Er flitste door me heen “als die man deze vergadering had meegemaakt zou hij misschien wel gillend zijn weggelopen”. Zeker zo erg vond ik het dat de animo om mee te doen aan de jaarlijkse tentoonstelling van ons samenspel minimaal was. Niemand stak zijn vinger omhoog ten teken dat hij meedeed. Pas toen vader en zoon Braspenning te kennen gaven dat ze zeker meededen kwamen er heel voorzichtig nog wat vingers omhoog. Vorig jaar had onze club de mooiste collectie ingezet, dan moet je toch zeker die prestatie willen verdedigen. Helaas denkt niet iedereen daar zo over.

WINTERSE DAGEN
De voorbereidingen voor de winterkweek zijn gestart hoewel we er nog niet helemaal klaar voor zijn. Dit hoeft ook niet want vanaf nu hebben we nog drie weken om de geslachten weer bijeen te zetten. De para-coli kuur van dokter van der Sluis is achter de rug. Iets meer dan twee weken achter elkaar hebben ALLE DUIVEN deze kuur in hun drinkwater gehad. Zoals reeds eerder vermeld hebben mijn zoon en ik onze krachten gebundeld door aan samen kweek te gaan doen. Het kweekhok is helemaal in orde gemaakt. Stofvrij, spinnenwebben weggehaald, alle hoeken een gaten met de stofzuiger uitgezogen, daarna alles met de brander bewerkt (een beter ontsmettingsmiddel bestaat niet), kleine reparaties verricht en daarna alles met de spuit bewerkt tegen insecten, ongedierte, luizen en ander gespuis. De broedschalen waren al geruime tijd geleden schoongemaakt. De komende week krijgen ze een vaccinatie tegen paramixo, tevens laten we een keeluitstrijkje maken om te zien of ze vrij zijn van het geel. Ook de gritbakken zijn extra goed schoongemaakt en met de brander bewerkt. Alles ziet er weer als nieuw uit en dan tonen de duiven ook extra mooi. Vooral met de zon op het hok is het genieten van de duiven want ook al zijn ze nog niet helemaal klaar met de rui ze glimmen tegen je op.

KOUD EN ZONNIG
Het was vandaag enorm genieten wat een fantastisch weer. Een staalblauwe wolkeloze hemel, volop zon en een temperatuur net beneden de 10 graden. De duiven genoten ook zichtbaar van het mooie herfstweer. Eerst mochten de duivinnen twee uurtjes buiten en daarna de doffers. Aan de duiven kon je zien dat ze kerngezond zijn want ze vlogen dat het een lieve lust was behalve mijn twee driejarige duivinnen. Zij hebben langer gekweekt dan de andere duiven en hebben daardoor wat achterstand in de rui. Ze hebben net hun achtste pen laten vallen en dan voelen ze nog niet zo mooi aan. Dat is wel het geval met de andere duiven, vooral de kwekers die al door de rui zijn maar ja die komen nooit los waardoor je ze niet kunt beoordelen op vlieglust. De afdeling voor de oude vliegduiven is nog leeg. Ik was van plan om de jonge doffers alvast een box uit te laten zoeken maar heb daar nog even mee gewacht. De reden daarvan is dat ik er nog niet uit ben wie definitief een plaats toegewezen krijgt. Met hen heb ik tijd genoeg want zij worden niet voor 1 januari gekoppeld. Zoals het er nu uitziet krijgen we morgen weer een fraaie dag zodat ze buiten een bad krijgen. Last van roofvogels heb ik gelukkig niet. Twee/drie jaar geleden was dat wel het geval en als je die ellende niet gewend bent is het een verschrikking als je er opeens wel mee te maken krijgt. Ik heb in de loop der jaren heel veel liefhebbers gesproken die er alle jaren last van hebben, je hoort hun verhaal aan en je hebt er geen notie van wat die mensen door moeten maken. Als er een enkele jonge duif wordt gepakt, okť je kunt zeggen dat is de natuur. Het wordt een ander verhaal als ze met een of twee van je betere duiven aan de haal gaan. Je moet er toch niet aan denken en we weten maar al te goed wat tegenwoordig de commerciŽle waarde van een echte top duif is. Ik weet het, we hebben allemaal onze eigen topduiven op de kooi. We weten allemaal dat de ene liefhebber zijn top duif meer waard is dan van een ander. Voor ons allemaal geldt hetzelfde; geen van ons zit te wachten op het moment dat onze beste duif door een rover wordt opgepeuzeld.

DE WITTE PAUWSTAART
Ze woonden samen in hun paalwoning bij ons in de voortuin. Ze waren intens gelukkig met elkaar en mochten af en toe wel eens een jong van de vliegduiven groot brengen. Ik moest niets van ze hebben, ze zijn wit en daar houd ik helemaal niet van maar het waren wel twee hele leuke duiven op het erf. Die twee leuke witte duiven zijn sierduiven, “pauwstaarten” noemen wij het. Ze zijn zo mak als een lammetje. Maar nu komt het, het doffertje is niet meer. Hij is op een niet zo plezierige manier aan het einde van zijn leven gekomen. In het vroege voorjaar wilde een ekster paartje ook in dat hokje op een paal gaan nestelen. Mijn witte pauwstaart wilde daar een stokje voor steken, hij had praatjes genoeg om met die wit/zwarte indringers het gevecht aan te gaan, helaas moest hij het met de dood bekopen. Het duivinnetje zit nu alleen, nee niet meer in haar paalwoning, ze zit tussen de kweekduivinnen en krijgt in januari een nieuwe echtgenoot. Ik heb voor haar een hagelwitte postduif klaar zitten. Ze mogen twee jongen groot brengen en die mogen dan weer plaats nemen in de voortuin zodat ik weer dagelijks kan genieten van een paar witte duiven die op en rond het erf mogen rond scharrelen. De vorige twee kregen nooit een bad, ze kregen nooit grit, dat moesten ze maar in de tuin oppikken, ze kregen nooit en te nimmer een medicijn toegediend, baden deden ze als het regende. Nooit mankeerde ze iets en ze zagen altijd zo wit als sneeuw. Vooral mijn vrouw zal blij zijn als de nieuwe “witjes” weer elke dag rondom het huis te bewonderen zijn.

NAJAARSVERGADERING VAN DE NPO
Vanaf de eerste minuut was deze vergadering “live” op internet te volgen. Er moest een pittige agenda afgewerkt worden en dat was niet voor iedereen even interessant. Net als voorheen waren het veelal de zelfde sprekers die het woord voerden en ik moet zeggen dat onze nog niet zo lang zittende voorzitter zijn zaakjes prima voor elkaar had. Het was alsof hij zich op alle vragen had voorbereid want hij hoefde nauwelijks na te denken om een goed geformuleerd antwoord te geven. Het was wel een hele lange zit om deze nationale bijeenkomst vanaf tien uur tot half drie te volgen. Uiteraard kom ik in een volgend artikel terug om de belangrijkste besluiten toe te lichten. Voor mij als niet fond speler werd er erg lang gediscussieerd over de eendaagse fond en de marathon vluchten. Ook het voorgestelde landelijke vliegprogramma nam veel tijd in beslag maar dat is nog nooit anders geweest.

UITGERUIDE ONBEVLOGEN ZOMERJONGEN
Daarvan worden er 22 via GPS op internet verkocht. Simpel toch, maar zo simpel is dat niet. Enkele weken voor de verkoop moeten de stamkaarten ingeleverd worden en twee weken voor de verkoop moeten alle duiven op de foto. Een klusje van amper een half uur en daar zijn hoge kosten aan verbonden. Daarbij had ik de pech dat we in een file van 6 km terecht kwamen wat 50 minuten reistijd scheelde om gek van te worden. Wat ben ik blij dat ik niet dagelijks meer langs de weg zit. Tijdens de terugweg geen tegenslag en daardoor onderweg samen met mijn vrouw heerlijk gegeten. Nu maar wachten op de internetverkoop van 12 tot 19 november.

HET STILLE SEIZOEN DRAAIT OP VOLLE TOEREN
Zodra het vliegseizoen voorbij was werd er jarenlang gesproken over het stille seizoen maar inmiddels is dat lang verleden tijd het heeft eigenlijk nooit bestaan. Met een stil seizoen werd bedoeld dat de wedvluchten voorbij waren. In de winter volgden dan de nodige vereniging tentoonstellingen en meer was er eigenlijk niet. In sommige regio’s werd er flink werk gemaakt van de jaarlijkse kampioenenhuldiging en om de avond wat gezelliger te maken trad er uit eigen kring wel eens een zanger, moppentapper of goochelaar op. Het publiek vermaakte zich prima en nu nog worden die avonden geromantiseerd door steeds maar te zeggen dat het vroeger allemaal veel gezelliger was. Dat klopt, het was niet te vergelijken met wat er nu gedaan wordt. In die tijd waren de mensen niets gewend en hadden om de eenvoudigste dingen de grootste lol. Het waren echte duivenavonden, er werd volop gemolken en na het officiŽle deel gingen tot in de kleine uurtjes de voetjes van de vloer. Het is nu anders, we zijn oud en niet meer op de dansvloer te krijgen, we willen alleen nog maar over onze hobby praten. Nu zijn bij elk duivenevenement altijd wel enkele standhouders aanwezig die allerlei artikelen voor de duivensport verkopen maar de hoofdmoot wordt gevormd door bijproducten die duiven beter doen presteren. Veel werk wordt er gemaakt van natuurproducten, die zouden veel beter en minder schadelijk zijn dan antibiotica. Helaas kunnen we daar niet buiten, wat velen misschien niet weten is dat antibiotica ook een natuurproduct is alleen het wordt op een andere manier vertaald. Internationaal ligt het Kassel weekend (Duitsland) alweer achter ons, ooit begonnen in een simpele hal en uitgegroeid tot een immens grote internationale beurs waar met name een groot deel van de gehele commerciŽle duivenwereld op af komt. In Nederland wordt hard gewerkt aan de jaarlijkse manifestatie van de NPO die dit jaar gehouden wordt in het weekend van 9-10 december, de toegang is net als het parkeren geheel gratis. Op zaterdagavond worden de nationale kampioenen gehuldigd en dat trekt altijd enorm veel publiek. Ook is het in dat weekend mogelijk om de “standaard” duiven alvast voor te laten keuren voor eventuele deelname aan de Olympiade januari 2019 die in Polen wordt gehouden. Ook de standaardduiven moeten een door de FCI vastgesteld aantal kilometers gevlogen hebben. Als er onder de mooie standaardduiven exemplaren zitten die in 2017 al de nodige kilometers gevlogen hebben kan de liefhebber zelf bepalen of de duif in 2018 een minder zwaar programma moet afwerken of dat de duif juist wat meer uit de kast moet halen. In ieder geval is het zo dat Nederland al bezig is met de voorbereidingen voor deelname aan de eerstvolgende Olympiade. Jammer is het dat de animo voor die categorie niet al te groot is en dat is heel jammer. In het verleden speelde de Nederlandse postduif in zowel de sport als de standaardklasse een toonaangevende rol. Gelukkig wordt er nu hard gewerkt om die min of meer verloren positie terug te winnen. Nederland moet als duivenland terug naar de plaats waar ze thuis horen, ze gaan voor goud en voor minder dan brons doen ze het niet. Het is maar dat de concurrentie dat weet, Nederland komt er weer aan, alle landen zijn gewaarschuwd. Hoe het met de sportklasse zal gaan is voor een groot deel afhankelijk van het Hollandse weer. Voor de nationale competitie maakt dat niet zo veel uit, internationaal telt dat wel mee omdat de weersgesteldheid op de wedstrijddag nog steeds van grote invloed is op het verloop van de wedstrijden die van begin april tot en met half september worden gehouden. Ook van de sportduiven worden de statistieken al bijgehouden zodat een duif die een reŽle kans maakt voor deelname aan de Olympiade tijdig kan worden ingehouden.

DEZE MAAND
In november worden al een hele reeks kampioenenhuldigingen gehouden wat meestal gepaard gaat met een duivenshow. In mijn regio is het de ZCC (ons samenspel) die op 17 en 18 november de jaarlijkse show en kampioenenhuldiging houdt. Voor het eerst in het bestaan van de ZCC wordt mijn zoon Marco daar gehuldigd als de kampioen van de snelheidsvluchten en van de midfond waarmee hij de vaste plaats van zijn vader jarenlang inneemt. Ooit deed ik dat van mijn vader en zo spelen al drie generaties Braspenning een hoofdrol in de Zaanse duivensport en ook ver daarbuiten. Ook deze maand is de kampioenenhuldiging van de Fondclub Noord-Holland. Op 2 december gaat de gehele afdeling Noord-Holland, waarin ruim 1500 liefhebbers wekelijks meespelen, haar kampioenen huldigen. Een week later op 9 en 10 december is dan de nationale duivenmanifestatie en weer een week later is het feestweekend van mijn eigen vereniging. Landelijk zijn er vanaf nu elke week festiviteiten, degene die dat willen kunnen iedere week wel meerdere duivenshows bezoeken. Vaak is dat best de moeite waard want elke organisatie houdt tijdens zo een weekend wel een zaal verkoping van geschonken duiven of bonnen voor een jonge duif 2018. Vooral op al die regionale festiviteiten kun je voor een zeer voordelig bedrag je duivenkolonie versterken. In ieder geval vele malen goedkoper dan de prijzen die je tegenwoordig op het steeds groter wordende aantal verkoopsites ziet.

HET ERGSTE HEBBEN WE GEHAD
De grote rui is bij de meeste duiven zo goed als voorbij. Bij mijn verduisterde jonge duiven zitten er nog wel een aantal die nog op twee oude pennen staan. Die hebben nog wel even tijd want de jonge duiven doen niet aan winterkweek. Met de kweekduiven zijn we al geruime tijd bezig om de 24 koppels te formeren en dat bezorgt mij slapeloze nachten. Ik mag het eigenlijk niet schrijven maar we hebben echt een luxe probleem. Zelf had ik al niet zoveel kweekkoppels meer. De duiven die ik in de winter van 2016/2017 heb aangehouden zijn er nog en zijn al zoveel keer door de selectie gekomen dat die allemaal een ruim voldoende hebben gekregen. Mogelijk doe ik er toch nog enkele weg omdat mijn zoon Marco een formidabele collectie kweekduiven heeft zitten. Wat bij mij eerst alleen maar de echte ouderwetse Janssen duiven waren zijn de nazaten nu inmiddels gekruist met het kampioenenbloed van de grote Nederlandse allround kampioen Willem de Bruijn. Met die koppeling zijn wij bijzonder goed geslaagd. Het moeilijkste komt nog. Op dit moment is nog steeds niet helemaal bekend welke kwekers van Marco zeker mogen blijven. We gaan er absoluut geen broedhokken bij zetten. We bezitten een hok met 24 broedbakken en daar blijft er eerder eentje van leeg dan dat er een bijgezet wordt. Zelf ben ik een enorme voorstander om alleen prestatie duiven in het kweekhok te hebben en dat is nog niet zo. We hebben er weer enkele bijgehaald onder andere twee kleinkinderen van de Harry. Dat hebben we bewust gedaan omdat Marco ook op de eendaagse fond zijn partijtje wil meeblazen. Zelf ben ik daar nooit een liefhebber van geweest maar heb er wel meerdere jaren aan meegedaan. Nee, niet aan alle vluchten maar wel met de verschillende successen. Ik wil daarmee aangeven dat mijn oude Janssen soort ook de vluchten tot 650 km aan konden. Het is een kwestie van mee willen doen en ook de duiven durven te spelen. Vooral voor dat laatste was ik veel te zuinig op mijn duiven. Nu ik oud ben ga ik daar gemakkelijker over denken omdat mijn zoon Marco die vluchten wel graag wil spelen. Vandaar dat we ons uiterste best gaan doen om de grote jongens partij te geven. Van een figurantenrol hebben we nimmer gehouden.

WINTERTIJD
In het weekend van 28/29 oktober gaat de klok 1 uur terug en daar zullen we de eerstvolgende dagen weer even aan moeten wennen. We gaan voor ons gevoel een uurtje later uit bed wat ook geld voor de verzorging van onze duiven. Ik heb ze daar al op voorbereid want ik ga al twee uur later naar mijn duiven dan in het vliegseizoen deed. Toen gingen de eerste duiven om 7 uur los en nu als ze geluk hebben om 10 uur ze hebben dan al gegeten. Vanaf eind november komen ze helemaal niet meer los, de dagen worden kort, vaak regenachtig, schrale koude wind en een kleine kans op de eerste sneeuwbuien. Zoals al eerder geschreven komen de kweekduiven, 21 koppels van Marco en 3 van mij, vanaf 26 november weer bij elkaar. Vanaf die tijd hebben Marco en ik een gezamenlijk kweekhok. De eerste ronde blijft bij mij, de tweede ronde gaat naar Marco en de derde en vierde ronde wordt vanaf het hok verkocht. De minimum afname is vier. Ook hebben we vanaf 12 november een internet verkoop van onbevlogen zomerjongen uit de kweekduiven. De advertentie komt in het volgende nummer van de BHW. De oplettende lezer heeft gezien dat ik dus weer voor een jaar bijteken. In 2018 speel ik voor het 72ste jaar mee en ik mag wel zeggen ruim 60 jaar met veel succes.

MARCO
Hij heeft pas op latere leeftijd interesse gekregen in de duivensport. Toen woonde hij in Wieringerwerf aan de voet van de Afsluitdijk helemaal in de kop van Noord-Holland. Met duiven van pa wist hij zich al heel snel een koppositie te veroveren die hij niet meer af stond. Nu woont hij alweer ruim twee jaar in de Zaanstreek, hemelsbreed 800 meter van zijn vader in de Wijdewormer. Doordat bij mij de animo wat minder is geworden hebben we de krachten samengebundeld door de kweekduiven een plek in mijn hok te geven. Daarbij zitten de diverse eerste prijs winnaars en kampioensduiven. Daarnaast zitten er ook een aantal aangeschafte duiven die hun kweekwaarde reeds bewezen hebben. De meeste lezers weten dat ik jarenlang met de echte oude Gebr. Jansen duiven heb gespeeld. In de tachtiger en negentigerjaren bestond mijn kweekhok alleen uit eerste prijswinnaars en kampioensduiven. Als je zo ver bent gekomen in de duivensport wordt het ook wat eenvoudiger om meerdere goede duiven per jaar te kweken. Een groot aantal van die topduiven verhuisden begin negentiger jaren naar de prachtige kweekhokken van LPW (Massarella) in Engeland en nu zijn we eindelijk weer zo ver gekomen dat het huidige kweekhok gelijkwaardig is aan de kweekkolonie van toen. Het enige verschil is dat het niet alleen Jansen duiven zijn. In 2008 zijn daar de Leo Heremans duiven bijgekomen. Dat soort hebben we aangeschaft bij de grote Nederlandse kampioen Willem de Bruijn. Hij had in de tijd dat Leo Heremans nog geen grote internationale bekendheid genoot 52 eieren bij hem gekocht. Later bleek dat daar 13 as duiven uit voortgekomen zijn. Uit die as duiven kochten wij er in eerste instantie 13 en ook wij bleken daar het grootste geluk van de wereld mee te hebben want wij kweekten er twee Olympiadeduiven uit en vier as duiven plus een hele reeks eerste prijswinnaars. Ons Sprintkoppel (zuiver Heremans) gaf ons 12 winnaars. Een zuster van die twaalf werd de beste kweekduivin bij Marco en samen met Blue Jeroen vormden zij het super koppel. Twee andere zussen, het Viteske en de Attack werden bij mij de beste kweekduivinnen. Inmiddels is het een geslaagde kruising geworden van Heremans en Gebr. Janssen duiven met dank aan Willem de Bruijn. De successen volgden elkaar in snel tempo op, niet alleen bij mij ook Marco kan er goed mee overweg getuige het feit dat hij dit jaar de beste werd op de snelheid en de halve fond. Op mijn hok deden de jonge duiven het meer dan uitstekend. Helaas heb ik me dit jaar niet voor de volle honderd procent in kunnen zetten, ouderdom en gezondheid waren de grote spelbrekers. Momenteel voel ik me weer goed, heb overal weer zin in, de lusteloosheid is gelukkig voorbij maar ondanks dat ga ik toch weer een stapje terug doen voor wat het aantal duiven betreft. Ik wil er zeker nog minder gaan houden, hooguit nog 10 vliegkoppels en een 35-tal jonge duiven. Dan heb ik goed overzicht, niet meer zo een zware taak om alle hokken schoon te houden Ik kan meer aandacht besteden aan de duiven kan er wat meer mee gaan rijden, althans dat mag mijn vrouw Cora doen want ik mag nog steeds geen auto rijden. Eind november word ik waarschijnlijk weer aan mijn linkeroog geholpen, rechts is helaas niets meer aan te doen. Komend jaar vliegt Marco wederom op zijn huidig woonadres en ik zal zo goed en zo kwaad het kan mijn eigen duiven volledig verzorgen. Ik heb nu alweer gezien dat er zeker enkele bijzitten die de boel in 2018 gaan verrassen maar dat moet ik eerst nog bewijzen.

VLIEGPROGRAMMA’S
Ja hoor, ze zijn er weer. Het vliegseizoen is voorbij en het vergaderseizoen dient zich aan. Wat dat betreft is het in 70 jaar duivensport niet veranderd. En alweer gaat het in grote lijnen over het vliegprogramma. Oudere liefhebbers vragen zich af wanneer die onzin eens een keer ophoud. Elk jaar zijn er wel weer een paar van die “uitvinders” die wat nieuws bedacht hebben. Ondanks de sterke terugloop van leden zijn er figuren binnen de duivensport die alles ondersteboven gooien. Zaken die wij 40 jaar geleden al vergeten zijn worden nu weer opgerakeld alsof het volkomen nieuw is. Er zit geen rust in de duivensport en die is zo hard nodig. De oudere liefhebbers zijn mensen van tradities. Ze hebben jarenlang volgens een vast patroon hun duivensport beoefend en nu, nu er bijna geen leden meer zijn, moeten weer zo nodig allerlei zaken veranderd worden. Daar kunnen de oudere liefhebbers niet tegen en haken af. Koester die oudjes, dan is er nog een kleine kans dat ze voor de sport behouden blijven.

NIET ELKE AFDELING HEEFT HET ZELFDE VLIEGPROGRAMMA
Dat is ook weer zoiets. Zo lang de duivensport in Nederland bestaat heeft het hoofdbestuur niets in de melk te brokkelen en dat is geen gezonde situatie. De voetbalbond KNVB bepaald wanneer de competities beginnen, zij bepalen het gehele wedstrijdprogramma, dat zelfde geldt bij de KNWU (wielersport) en andere grote sport organisaties. De NPO stelt alleen maar voor, zij kunnen wel bepalen welke vluchten meetellen voor de Nationale kampioenschapen. Anno 2018 is elke afdeling nog steeds vrij om hun vliegprogramma te bepalen. Ook dit jaar zijn er in mijn afdeling (Noord-Holland) weer diverse voorstellen gedaan voor alweer een ander programma. Daarover moet dan in elke vereniging gestemd worden. Daarna moet de stemmingsuitslag op de afdelingsvergadering worden bekend gemaakt en aan de hand van het totaal aantal uitgebrachte stemmen wordt het vliegprogramma 2018 definitief vastgesteld. Het kan dus best mogelijk zijn dat de ene afdeling 5 snelheidsvluchten heeft, de ander 6 en weer een ander 8. Het kan zelfs zo zijn dat de ene afdeling eind maart begint en eind september eindigt terwijl een andere afdeling (daar hebben we er 11 van) tweede week april begint en eerste week september stopt. Dat geldt ook voor de andere disciplines en zo kom je nooit tot een goed vergelijk van wie de echte kampioen is, plus dat het elke keer opnieuw spanningen geeft omdat je ongeacht de uitslag het nooit voor alle leden goed kunt doen.

AMSTERDAM IN DIEPE ROUW
Op 5 oktober is na een slopende ziekte de zeer gewaardeerde burgemeester van Amsterdam Eberhard van der Laan overleden. Kort voor zijn overlijden maakte hij nog arm in arm met Koning Willem Alexander een wandeling door “zijn” Amsterdam. In zijn afscheidsbrief aan de bewoners van de hoofdstad schreef hij o.a. “Wees lief voor de stad”. Duizenden Amsterdammers namen vrijdag 13 oktober in het concertgebouw afscheid van “hun” burgemeester die zaterdag in besloten kring is begraven. Voor ons postduivenliefhebbers was het jammer dat er tijdens de begrafenis plechtigheid geen duiven zijn losgelaten. Postduiven horen ook bij Amsterdam op de Dam voor het Koninklijk Paleis krioelt het er van. Door sommigen gehaat voor anderen een toeristische trekpleister. In de gouden jaren van de duivensport waren er in Amsterdam ruim 1.500 liefhebbers. Amsterdam had een eigen afdeling met eigen vervoer en uiteraard een eigen bestuur. De Fond Club Amsterdam was zeer bekend in Nederland en had onder haar leden vele topspelers. Hun jaarlijkse feestavond met als hoogtepunt de kampioenenhuldiging werd gehouden in Grand Hotel Krasnapolsky. Om daar naar toe te kunnen moest je, ook al was je lid, tijdig toegangskaarten bestellen anders kwam je er niet in. Ook de afdeling Amsterdam hield daar hun kampioenenhuldiging en de jaarlijkse tentoonstelling met daarbij een aparte ereklasse voor de eerste tien generaal kampioenen van de stad. Daarbij waren meestal vertegenwoordigd de heer Staal, directeur van Krasnapolsky, die zijn duivenhok bovenop het dak van dit immens grote hotel had staan en in die tijd ook een man met aanzien was de heer Gerhards directeur van de Mars chocoladefabrieken, hij was jarenlang de niet te kloppen man. Voor die evenementen was altijd volop belangstelling en met zoveel Amsterdammers in de zaal ben je verzekert van volop gezelligheid. Twee keer kreeg ik een eervolle uitnodiging om de ereklasse te keuren wat zonder meer een van de hoogtepunten in mijn loopbaan als keurmeester was. Later werd de tentoonstelling van Amsterdam in het Hilton Hotel gehouden, daarna ging het helaas bergafwaarts. De consumpties vond men te duur waardoor noodgedwongen uitgeweken werd naar een simpelere en goedkopere accommodatie. Het werd uiteindelijk de doodsteek voor de altijd drukbezochte Amsterdamse tentoonstelling en het betekende het einde van vele stijlvolle feestavonden. Op dit moment is het zo dat veel duivenliefhebbers Amsterdam hebben verlaten, zij zijn uitgeweken naar verschillende buiten gemeentes omdat het houden van postduiven in de overbevolkte stad bijna niet meer mogelijk was. De afdeling Amsterdam is net als de afdeling Haarlem opgegaan in afdeling 6 – Noord-Holland, ook in deze fusie afdeling loopt het ledental helaas zienderogen terug en daarmee gaat op termijn een groot brok nostalgie verloren. De Amsterdamse humor zal blijven en daar is jammer genoeg ook alles mee gezegd.

NEGENDE OPEN DAG BIJ HABRU
Habru geniet in Nederland grote bekendheid vanwege hun hoogwaardige producten voor de duivensport. Voorzichtig begonnen met het maken van aluminium spoetniks is na al die jaren het assortiment steeds meer uitgebreid met een hele reeks artikelen. Tijdens de 9e Habru dag stonden alle producten in de ruime hal van het bedrijf keurig opgesteld zodat het steeds groter aantal bezoekers de laatste nieuwe snufjes konden bewonderen. Ook vanuit onze buurlanden bleek grote belangstelling te bestaan voor de Habru producten. De dag stond geheel in het teken van de liefdadigheid en voor de duivenliefhebbers was er een sterk forum geformeerd dat bestond uit vier sterke spelers: Willem de Bruijn, Stickers-Donckers (B), Opdebeeck-Baetens (B), het aanstormende Zeeuwse talent Frederik Dekker met als presentator de Friese “self made man” G.J. Beute. Het forum bracht weinig nieuws naar voren, het duurde te lang en er werd erg veel over medicijnen, kuren en vaccineren gesproken. De duif op zich schijnt tegenwoordig niet zo belangrijk meer te zijn, wel de stamkaart en de naam. Het mooiste antwoord kwam volgens mij van Stickers-Donkers, zijn antwoord op de vraag “hoe bereid u uw duiven voor als u op een bepaalde vlucht wil “pieken” was, wij hebben 40 vluchten per jaar en die wil ik allemaal winnen ik doe dus altijd het zelfde. Mijn duiven kunnen elke dag zelf kiezen wat ze willen eten, er is de hele dag keus genoeg want de voerbak is altijd gevuld. Ook is hij een voorstander van veel rijden met de duiven, soms wel vier keer per dag. Aan de reacties van de bezoekers was af te leiden dat het zeker een geslaagde dag was. Dat vond ik ook, ik houd namelijk wel van zo af en toe eens iets anders binnen onze duivensport. Al die nationale en provinciale jaarlijks terugkerende duivenmanifestaties worden op den duur wel erg saai.

NOG STEEDS GEEN OFFICIELE EINDSTANDEN
Er was een tijd dat elke liefhebber zelf de prestaties van zijn duiven moest indienen om aan nationale competities mee te kunnen doen. Niet iedereen deed dat waardoor er geen zuiver beeld kwam van wie de echte kampioenen waren. Er werd vooral in de duivenbladen heftig over gediscussieerd. Gekende kampioenen deden niet mee althans dat vertelde zij. Opeens was er een jaar dat twee sterke spelers wel een goede duif op het hok hadden. Ja, u leest het goed, 1 goede duif terwijl ze er wel 200 hadden zitten. De duivensport is echt niet zo eenvoudig zeker als het gaat om echte topduiven en toch zijn ze er elk jaar. Die twee spelers die al die extra kampioenschappen maar niks vonden waren in dat jaar dat ze ieder een goeie hadden een van de eersten die hun deelname formulier inzonden. Beiden eindigde hoog in het eindklassement maar hadden niet de besten. Een van de mannen is inmiddels overleden, de andere heeft het er na 25 jaar nog steeds over wat aangeeft hoe moeilijk het is om hoog te scoren. Toch zijn er liefhebbers, weliswaar op de vingers van een hand te tellen, die er bijna elk jaar wel bij staan. Dat komt mede omdat alles in de computer wordt uitgerekend en opgeslagen en wat blijkt nu, nog steeds zijn er samenspelen, verenigingen of regio’s die zelf nog een rekenaar hebben. Bijna heel Nederland laat hun uitslagen berekenen bij een landelijk bekend rekenbureau, een aantal doet dat niet en daardoor zijn de eindstanden van alle competities op nationaal niveau op dit moment nog steeds “officieus”.
|
KWEEKDUIVEN
Nu het vliegseizoen voorbij is en veel liefhebbers ook al vrij ver gevorderd zijn met de selectie komen de gesprekken op gang over het formeren van de (nieuwe) kweekkoppels. Zelf houd ik het er op dat winnaars eerder winnaars geven dan dat as duiven dat doen. Daarom koppel ik altijd twee winnaars met elkaar. Een paar jaar geleden had ik er meer dan de laatste twee jaar. De oorzaak daarvan zoek ik bij me zelf, het is de leeftijd, de motivatie en de conditie van de baas. Dat zijn de grootste gevaren voor een oudere liefhebber om zich aan de top te kunnen handhaven. Ellelange discussies kunnen gehouden worden over kweekduiven en het formeren van kweekkoppels. Niemand kan vooraf zeggen wat een goed kweekkoppel is ook de ogenkeurders niet. Zouden ze dat wel kunnen dan hadden ze aan 1 kweekkoppel genoeg. Ook zij kweken elk jaar een veel groter aantal jonge duiven en daar geven ze mee aan dat ze er ook geen “kijk” op hebben. Een goede liefhebber zei eens tegen mij; als je een koppel hebt dat 1 topper heeft gegeven heb je al een goed kweekkoppel. Er zijn koppels die meerdere bruikbare duiven hebben gegeven en er zullen ook wel ergens op de wereld kweekkoppels bestaan die meerder echte goede voortgebracht. Over het algemeen is het zo dat alle met zorg samengestelde kweekkoppels meer slechte geven dan goede. Verstand hebben we er dus niet van, een dosis geluk hebben we zeker nodig om zo af en toe eens een hele goede te kweken maar voor de meeste onder ons zal dat altijd een droom blijven.

GEBEURTENISSEN VAN ALLE DAG
Deze week zou mijn moeder 109 jaar geworden zijn. Vier dagen geleden was de crematie van een goede duivenvriend waarmee ik een groot aantal jaren in het bestuur van ons samenspel heb gezeten. Vandaag las ik in de krant dat de weduwe van een goede duivenvriend is overleden. Na maanden van politiek overleg heeft Nederland sinds vandaag weer een regering. Vorige week was ik naar een wielerkoers bij mij in de buurt, een echte gezellige kermisronde waarmee elk jaar het wielerseizoen in Noord-Holland wordt afgesloten. Afgelopen zaterdag waren we met zijn zessen naar een perfect verzorgde diner show in een van de televisie studio’s. Dezelfde zaterdag was er bij ons het jaarlijkse bokken tochtje waaraan een aantal gerenommeerde kroegen meedoen. De bedoeling daarvan is om gezellig per fiets van de ene naar de andere kroeg te rijden en daar een bok biertje te drinken. De weersomstandigheden waren te slecht zodat we dat evenement dit keer hebben overgeslagen. Maandagavond was mijn vaste kaartavond en de dinsdag gebruik ik om enkele artikelen over de duivensport te schrijven. Nee, vervelen doe ik me zeker niet omdat ik graag overal bij wil zijn.

DE DUIVENSPORT STAAT OP EEN LAAG PITJE
Ik ga vanaf begin oktober elke morgen pas om half tien naar mijn duiven. Ik ga eerst rustig ontbijten en krantje lezen, dan laat ik een afdeling met duiven los en begin met schoonmaken. De meeste duiven krijgen om 10 uur eten en schoon water. Na de middag gaat nog een groep duiven los en om 5 uur is het weer etenstijd. Ze krijgen dan meer als ’s ochtends omdat ze overdag slechts 7 uur moeten overbruggen van de ene naar de andere voerbeurt en na de middagvoerbeurt is dat 17 uur. Ze zijn inmiddels al aardig gewend aan de nieuwe voertijden. Niet alle hokken worden elke dag schoon gemaakt, de duiven zitten gescheiden, jonge en oude doffers apart en dat is ook zo met de duivinnen. Wel krijgen ze nog steeds iedere dinsdag een bad en verse groenten. De rui verloopt prima en de duiven hebben nu een para-coli kuur van Dr. Van der Sluis. Verder is het de bedoeling om alle duiven begin november tegen paramixo te vaccineren aan het einde van die maand worden de kweekduiven weer bij elkaar gezet. Die zijn er nu al bijna klaar voor. Ze zitten vanaf begin juni gescheiden en de meesten hebben nog maar 1 oude slagpen. De staarten zijn bijna volgroeid en als de een na buitenste staartpen is vernieuwd is de grote rui achter de rug.

KRACHTEN SAMENGEBUNDELD
In 2016 is mijn zoon Marco weer naar zijn geboortegrond teruggekeerd hij woont nu nog geen 5 minuten bij mij vandaan, hemelsbreed is het ongeveer 800 meter. Hij heeft toen direct een simpel hokje in elkaar getimmerd zodat hij voor hij ging verhuizen op het nieuwe adres al een aantal jonge duiven had rondvliegen. Hij heeft ze op de najaar vluchten gespeeld en dat stelde weinig of niets voor. Van de 20 bleven er 14 over en die mochten ook alle 14 blijven, slechts twee daarvan hadden een noemenswaardig prijsje gespeeld. Met die 14, 6 duivinnen en 8 doffers, werd in 2017 aan het seizoen voor oude duiven begonnen. De verwachtingen waren niet super hoog gespannen. De duiven waren niet geselecteerd ze mochten allemaal blijven omdat ze wel uit de kweekduiven kwamen. Dat laatste zegt ook niet alles want hoe vaak komt het niet voor dat uit twee bewezen duiven geen enkele goede gekweekt wordt. Gelukkig zijn er ook (kweek)koppels die regelmatig bruikbare duiven voortbrengen en omdat wij beiden niet zo zwaar tillen aan prestaties van jonge duiven was er wel het vertrouwen dat er een paar jaarlingen voor vuurwerk zouden kunnen gaan zorgen. En ja wel hoor, het lukte zelfs boven verwachting en ze sleepte zelfs de titel op de snelheid en ook op de halve fond binnen. Zonder meer een ongekend succes voor vader en zoon omdat de duiven voor het overgrote deel bij vader Braspenning vandaan komen. Ook over de jonge duiven zijn we tevreden, die hebben zonder meer goed gepresteerd en er zijn er niet zoveel verloren gegaan, voor 2018 dus keus genoeg. Alle kweekduiven, 24 koppels, worden gehuisvest in het bestaande kweekhok in de Wijdewormer. Nog steeds heb ik geen beslissing kunnen nemen of ik wel of niet met oude duiven ga spelen. Zoals het er nu uitziet gaat dat zo goed als zeker niet door. Wel is het de bedoeling dat ik in 2018 met jonge duiven ga spelen. Er worden in ieder geval twee afdelingen voor het jonge duiven spel gereed gemaakt zodat ik “op de deur” kan spelen. Om direct afscheid te nemen van al mijn duiven vind ik een te groot risico. Als je 71 jaar duiven hebt, dat is bijna je hele leven, is de dagindeling daardoor voor een groot deel ingevuld en als dat in een keer wegvalt, ik zou niet weten wat ik dan moet gaan doen. Ik ben te oud om nog een functie in een of ander bestuur of commissie te bekleden. Blijft over fietsen en een paar keer per week kaarten want ik houd van klaverjassen en ook af en toe samen met mijn vrouw een avondje bridgen. Maar mijn duiven die waren en zijn nog steeds mijn grote passie. Ook de wielersport heeft nog steeds mijn belangstelling.

OP WEG NAAR 2018
Marco en ik zijn allebei geen liefhebbers van een grote hoeveelheid duiven we moeten het kunnen overzien. Ik heb mijn hele leven nooit veel duiven gehad, dat was ook altijd het advies van mijn vader. Die zei altijd, we moeten er maar een paar hebben, maar wel allemaal toppers. Dat is voor een groot deel wel gelukt er bestaat echter geen hok waar alleen maar goede zitten. Tegenwoordig zou het wel mogelijk kunnen zijn. De handel in duiven is ongelooflijk uit de klauwen gelopen, alles waar vleugels aan zitten wordt tegenwoordig verkocht. Voor een groot aantal liefhebbers is het hun broodwinning geworden. Voor elke liefhebber wordt het zo langzamerhand zeer interessant om hun topduiven te verkopen. De Belgische duivin die laatst voor 4 ton (400.000 euro) is verkocht heeft weer vele ogen doen openen. Ik kan me nog goed herinneren dat we op de fiets naar de Amsterdamse Jordaan gingen waar in buurtgebouw De Palm in de wintermaanden elke zondagmorgen wel een zaalverkoop werd gehouden. De duiven werden ingezet voor twee gulden vijftig (dat is nu 1 euro 20). De zaal zat vol, alleen Amsterdam had in die tijd al ruim 1500 liefhebbers, nu zijn het er nog geen 100 meer. De verkoopleider stond op een keukentrap en als het hoogste bod was uitgebracht sloeg hij met een stoffer op een blik en de duif was verkocht, geweldig om mee te maken. Nu is alles internet, er wordt alleen nog gekeken naar de stamkaart en de duif is bijzaak. Het wordt zeer interessant als het een “asduif” is en helemaal als het een nationale overwinnaar is. Maakt niet uit tegen hoeveel duiven, als hij maar nationaal heeft gewonnen. In zulke duiven zijn veel rijke mensen (daar zijn er in duivenland veel van) geÔnteresseerd voor de commercie. Het is ook interessant voor de kleine melker die zo een duif op het hok heeft. Met zulke duizelingwekkende bedragen die voor topduiven betaald worden kun je hele leuke dingen doen. In mijn ogen is het niet slim om zulke duiven niet te verkopen. Je moet het ijzer smeden als het heet is.

HOE NU VERDER?
In Nederland is het alweer vier weken geleden dat de laatste officiŽle vlucht is gehouden. Veel duiven konden toen al niet meer gespeeld worden maar misschien waren er nog wel evenveel in blakende vorm. Nu de grote rui bijna zijn hoogtepunt heeft bereikt is het geen overbodige luxe om extra aandacht aan de duiven te schenken. Heel veel liefhebbers zijn net als hun duiven aan rust toe en veel nemen die rust ook. Dat wil echter niet zeggen dat je er nu met de pet naar kunt gooien. U weet een duiveneizoen duurt een heel jaar, een juiste verzorging is nodig van 1 januari tot en met 31 december. Ik zeg bewust een juiste verzorging wat betekent dat de boog niet meer gespannen hoeft te staan. Elke dag de duiven laten vliegen is fijn als daartoe de gelegenheid is maar noodzakelijk is het niet. Er zijn liefhebbers die na het seizoen geen duif meer buiten laten. Dat kan om verschillende redenen zijn, bijvoorbeeld in het donker naar het werk en van het werk en in een aantal gebieden speelt het roofvogelprobleem. Weer anderen vinden het voldoende om de duiven alleen in het weekend een keertje buiten te laten. Het beste is en blijft de duiven indien mogelijk zoveel als mogelijk buiten te laten. Dat kan ook in een open voliŤre wat sommigen een zuurstofkuur noemen. Ik weet niet wat ik daar van moet denken, slecht zal het niet zijn maar mijn ervaring is dat duiven die zwaar in de rui zitten graag binnen zitten en niet vol in de wind in een open ren. Mijn duiven vliegen momenteel een half uurtje en weten dan niet hoe snel ze weer naar binnen moeten gaan ze vertellen eigenlijk zelf wel wat goed voor hen is. Degene die zijn duiven regelmatig observeert ziet aan hun gedrag wat ze graag willen en daar kun je in deze tijd van het jaar beter niet tegenin gaan.

PARINGSDRANG IS WEG
Doordat ik tijdens het vliegseizoen enkele maanden niet lekker in mijn vel zat vond dat zijn weerslag in de verzorging en dus ook in de prestaties. Ik had er geen plezier in om langer dan noodzakelijk op de hokken te blijven. Schoonmaken gebeurde niet meer dagelijks en toen ik dat helemaal niet meer kon namen mijn twee zoons Marco en Michel die taak tijdelijk over. Voeren bleef ik zelf doen wat inhield het deksel van de voerbak optillen en gauw de geschatte hoeveelheid voer er in. Duiven bekijken of in de hand nemen was er helemaal niet meer bij. De weduwe duivinnen leken wel kippen, altijd lagen hier en daar wel een paar eitjes. Ik houd daar niet van omdat de aandacht voor de doffer daardoor minder wordt. Sommige duivinnen keken helemaal niet naar hun doffer en stonden tegen de spijltjes van het deurtje op te duwen om er uit te komen, nou dan weet je het wel. Of misschien niet want er zijn er bij die ondanks dat de baas van hun gedrag niet vrolijk wordt, toch (heel) goed presteren. Twee weduwe duivinnen die stapel dol zijn op elkaar en soms gelijktijdig hun eitjes leggen kunnen op de vluchten verrassend uithalen. Nee, ik moedig het niet aan omdat andere duivinnen daardoor dik onder de maat presteren. Voorheen hield ik de dames in de wintermaanden heel goed in de gaten en als ik zag dat twee dames met elkaar ergens gingen liggen kroelen moest een van de twee verdwijnen. In deze tijd van het jaar heb je daar totaal geen last van ze hebben wel wat anders aan hun hoofd, de rui vraagt al hun energie. Vandaar dat het ze aan niets mag ontbreken alleen op droog brood kan geen enkele atleet presteren, alleen op gerst kan geen enkele duif perfect door de rui komen. Gerst is prima voor de duiven maar dan wel als ze volledig door de rui zijn. Mijn duiven krijgen trouwens nooit gerst ze weten niet eens wat het is. Ik heb het nooit gegeven omdat een groot kampioen mij het ten sterkste afraadde. Daar heb ik me maar aan gehouden, anderen zweren erbij. Zo mag ik in het seizoen en eigenlijk ook in de wintermaanden graag snoepzaad voeren ik denk meer dan de gemiddelde liefhebber doet. Volgens mij zorgt snoepzaad voor extra brandstof en ook voor extra wilskracht, wel oppassen voor te zwaar worden. Dat was een paar dagen geleden het geval toen ik de kweekduivinnen bekeek. Het was al geruime tijd geleden dat ik ze in mijn handen had genomen, ik schrok er van ze waren niet te tillen zo zwaar. Dit komt mede omdat ze nooit buiten komen en de vliegduiven meer aandacht vragen. Het kweekseizoen is voorbij dus water, voer en schoonmaken en dat is het ik zou niet weten wat ik er meer aan moet doen. Ja, af en toe in de hand nemen en als je dat niet doet kan dat gevolgen hebben voor de rui want te zware duiven ruien slecht.

JONGE DUIVEN VIELEN TEGEN
Mijn jonge duiven hebben goed gepresteerd. Ze bleven prima in de veren omdat ik ze bijna tot einde juni heb verduisterd en misschien heb ik daardoor dit jaar helemaal geen last gehad van een e-coli uitbraak. Andere jaren verduisterde ik tot eind mei en ongeveer twee weken later hadden ze last van coli. Dat is voor mij, voor wie niet, iets om stapeldol van te worden. In de eerste plaats vind ik het heel naar voor de jonge duiven want ze zijn er doodziek van en in de tweede plaats vind ik het verschrikkelijk om dan het hok schoon te maken. Afschuwelijk die vieze groene olieachtige drab het is bijna niet van je schraper af te krijgen. Bij een gedegen aanpak van een coli besmetting kun je er binnen een week helemaal vanaf zijn. Tijdens de kuur heel weinig of bijna niets voeren want ze hebben er meer last van dan profijt. Zodra ze weer sneller en graag beginnen te eten zijn ze ook binnen een week weer in goede doen en dat kun je aan ze zien omdat ze weer langer en sneller rondom het hok gaan vliegen. Als ze ziek zijn kun je ze beter binnen houden. Nadelige gevolgen hebben de jonge duiven niet als ze de coli besmetting achter de rug hebben. Die van mij zijn nu zwaar in de rui, de meeste staan nog op zes oude pennen en ik ga er van uit dat die over drie maanden allemaal wel gewisseld zijn dus met nieuwjaar zitten ze allemaal weer in het zondagse pak. Vandaag heb ik de jongen allemaal in mijn handen genomen, ze vielen me niet mee. Eigenlijk had ik dat niet moeten doen omdat duiven in de rui nooit mooi aanvoelen, vaak wat slap, vleugels niet fraai omdat sommigen twee pennen tegelijk hebben gegooid en als die nog maar een klein stukje zijn ingegroeid gaat de volgende pen er alweer uit. Nee, ik was eigenlijk een beetje teleurgesteld in de jonge garde, een maand geleden was ik er nog zo trots op zo mooi zagen ze er toen nog uit. Verder gelukkig geen last van ziekte of zeerte.

OKTOBER IS DE MAAND VAN DE PARATYPHUS KUUR
Ik ga steeds meer twijfelen aan alles wat ik voor mijn duiven doe. Over een week krijgen ze allemaal een drieweekse paratyphus kuur, ze ruien er niet minder om dus kwaad kan het niet. Of die ziekte sluimerend aanwezig is weet ik niet. Als die er wel is kan zo een traditionele kuur niet verkeerd zijn maar wat voor zin heeft het als die ziekte totaal niet aanwezig is? Waarom een aspirientje innemen als je geen hoofdpijn hebt? Toch doe ik toch dit jaar de kuur weer omdat paratyphus een gemene sluipende ziekte is, het is een echte sluipmoordenaar die je beter kunt voorkomen want het kan je hele kweek en vliegseizoen verknallen.

ZILVEREN NPO SPELD VOOR BERT BRASPENNING
Het gebeurt niet zo vaak dat ik mijn column over mijzelf begin. Volkomen onverwacht werd ik voorbije zaterdag tijdens de prijsuitreiking van de Noord-Hollandse Gouden ringen race door NPO voorzitter Maurice van der Kruk onderscheiden met de ZILVEREN NPO SPELD de een na hoogste onderscheiding die de NPO kent. Doordat ik mij al 70 jaar op allerlei terreinen binnen de nationale en internationale duivensport heb ingezet vond ons nationale bestuur het een goede keuze om mij als 80 jarige met deze onderscheiding te waarderen, te eren en te bedanken. U zult begrijpen dat ik dit zeer waardeer.
HET IS ALSOF HET SNEEUWT IN DE HOKKEN
Het seizoen is in Nederland zo goed als ten einde en dat is maar goed ook. Ondanks dat er verschillende mogelijkheden zijn om de duiven zeker tot en met half september goed in de veren te houden is het voor duif en baas beter dat de periode van de grote rui kan beginnen, rust is momenteel het beste medicijn. Zodra de duiven gescheiden zitten vallen ze binnen enkele dagen helemaal kaal. Ik vind ze dan “mooi omdat ze er zo lelijk uitzien” wat een beetje kromme uitdrukking is maar u weet wat ik bedoel. Het is ruitijd en elke keer opnieuw sta ik er versteld van hoeveel veren er aan een duif zitten. Ik begin elke dag met de stofzuiger. Eerst de gang, dan de verschillende schuifdeuren op een kier zodat ik de meeste veren kan opzuigen voordat ze de gang in waaien. Een goede rui is erg belangrijk daar moet niets aan te pas komen om de rui te bevorderen, het moet vanzelf gaan. Sommige duiven hebben echt last van de rui we noemen ze rui ziek, er gebeurt ook nogal wat in zo een duivenlijf. Eerst een heel seizoen de wedstrijden soms samengaand met het groot brengen van een of twee jongen, dan opeens de rui, soms zo erg dat ze bijna niet in hun schapje kunnen vliegen en dan komen er allemaal weer nieuwe veren en veertjes te voorschijn. Wij liefhebbers moeten er beslist voor zorgen dat het de duiven aan niets ontbreekt. Een goede ruimengeling, vers grit, verse groente en twee maal in de week een bad is voldoende om de duiven zonder problemen door de rui te krijgen. Mochten zich enkele duiven melden die door deze simpele verzorging grote problemen met de rui krijgen neem dan van mij aan dat dit niet de duiven zijn waar we op zitten te wachten. Dus…..

JONGE DUIVEN WORDEN VOLWASSEN
Dat de jonge duiven volwassen worden is momenteel vooral te zien aan de zomerjongen. Op mijn hok zijn die verder gevorderd met de rui dan de vroege jongen die verduisterd zijn geweest. Ik heb ze dit jaar langer verduisterd dan voorgaande jaren. Meestal stopte ik daarmee in het eerste weekend van juni maar ben nu doorgegaan tot eind juni. Heb helemaal geen last gehad van coli uitbraak, of dat er iets mee te maken heeft? Ik heb er bijna niets tegen gedaan. Zodra we begonnen met de trainingsvluchten heb ik wel twee weekenden achter elkaar de coli kuur van Dr. van der Sluis in het drinkwater gedaan. Ik denk dat je ook een beetje geluk moet hebben. Er zijn liefhebbers die zeggen dat ze de laatste jaren totaal geen last hebben gehad door alleen een paar weken appelazijn in het water te doen. Sommigen beweren zelfs dat ze nooit last hebben en er ook niets tegen doen, het zal wel. Oh wee als de uitbraak in het seizoen plaats vindt dan is het zeker drie weken gedaan met de pret. Ondanks dat een coli uitbraak op termijn geen nadelige gevolgen heeft op de prestaties geldt ook hier dat voorkomen beter is dan genezen en daar zijn verschillende methoden voor. Nu de ruitijd is aangebroken is het beter dat de medicijnen in de kast blijven. Zonder hulp van de baas melden de zwakkelingen zich eerder en dat is gunstig bij de selectie. Omdat ik bij mijn jonge duiven geen gezondheidsproblemen heb gehad heb ik toch wat meer vertrouwen in de jonge garde en ondanks dat ben ik toch een derde kwijt. Daar zit er zelfs een bij die al een eerste en een tweede heeft gewonnen en na 5 vluchten op de eerste plaats stond voor het duif kampioenschap. Gelukkig had ik er nog een die wekelijks mooi op tijd aantikte en daardoor de eerste plaats van zijn hokgenoot heeft overgenomen. Met de twee zomerjongen heb ik niet gespeeld, waarom niet weet ik eigenlijk ook niet. Ze hebben niet in de mand gezeten en daarom heb ik ze maar laten lopen. Ze komen beide wel uit twee koppels die al enkele bruikbare duiven hebben gegeven en als je er niet mee speelt kun je ze ook niet kwijt raken. Straks begint de selectie en zit je weer met het dilemma “wat moet ik er mee?” Op dit moment steken die twee er met kop en schouders bovenuit, ze zijn bijna door de rui en volgroeid en zien er uit als goudhaantjes. Het kan best zijn dat ze niets in hun mars hebben, wel weet ik dat er in hun familie diverse exemplaren zitten die mij al heel veel plezier hebben bezorgd. Een mooi verhaal maar je hebt er niets aan. Daarom heb ik eigenlijk nimmer zomer of late jonge duiven, mijn mening is dat ze meer in de weg lopen dan dat ik er plezier aan beleef. Ze zijn ideaal voor herstarters of beginners, doch als je zelf een hok duiven bezit dat tot tevredenheid presteert zou mijn voorkeur zeker niet uit gaan naar late jongen ondanks dat je ze meestal uit goede koppels kunt aanschaffen. Je moet ook te lang wachten voordat je ze kunt koppelen en dat is niets voor mij. Komt ook omdat ik gezien mijn leeftijd niet zoveel tijd meer heb, ja wel dagelijks doch dan ligt het tempo veel lager dan voorheen. Duivensport, het is altijd wat en dat is ook het geval met oude mannetjes.

ONDERHOUD
Nu het seizoen voorbij is breekt de tijd aan om onderhoud te plegen. In de eerste plaats kunnen de manden ontsmet en gereinigd worden en verder zal er ook nog wel iets aan het hok te veranderen of te verbeteren zijn. U weet, een oplettende duivenmelker weet elk jaar wel iets aan zijn hok te verbeteren. Kijk ook eens op het plafond van uw hok, daar ligt vaak een hele lading stof en dat is niet bevorderlijk voor de conditie van uw duiven. Als er veel spinnenwebben in de nok hangen is dat een goed teken, het wil zeggen dat het met de verluchting in orde is. Daar waar het tocht zult u geen spinnenwebben aantreffen. Denk ook om uw buren, zorg er voor dat ze met plezier naar uw hok kijken, een lik verf doet wonderen. Denk ook om uw elektronisch kloksysteem. Er zijn liefhebbers die na het seizoen niet zo nauwkeurig meer zijn, sommigen laten de hele winter hun systeem en bedrading onder alle weersomstandigheden buiten, riskant haal het binnen. In de tijd dat we nog handmatig klokten waren er liefhebbers die de hele winter hun klok in het lokaal lieten staan. Pas in het voorjaar als de vluchten begonnen kwam die weer voor de dag. Ruim een half jaar stilstaan kan invloed hebben op het uurwerk en de inktlap droogt uit. Je kunt dan een hele winter goed voor je duiven zorgen en dan op de eerste de beste vlucht is alles voorbij. Ook met elektronica kun je niet voorzichtig genoeg zijn.

VOOR DAT JE HET WEET BEN JE WEER EEN JAAR OUDER
Hoe ouder je wordt hoe meer je moet terug denken aan vroeger. Nostalgie gaat er bij de oudere maar ook bij de jongere liefhebbers in als koek. Over vroeger is veel meer te vertellen, er gebeurde meer. Men was in voor een grap of er gebeurde wel iets dat het navertellen waard is. Zo kan ik me nog herinneren dat er een liefhebber bij mij uit de club met vakantie ging. Aan zijn zoon had hij onder andere uitgelegd dat er nadat de eerste duif geklokt was een “loze” afslag gemaakt moest worden. Geen probleem, totdat de vlucht daar was en de eerste duif arriveerde. Snel de gummiring van de poot en ja, wat moest er toen ook weer gebeuren. Gummiring in de klok en dan aan de sleutel draaien totdat er een volgend vakje voorkwam. Maar hoe zat het dan met die loze, de goede man bleef draaien tot er geen beweging in de klok meer was te krijgen. De volgende duiven konden onmogelijk geklokt worden en tot overmaat van ramp bleek de geklokte duif er eentje van de week daarvoor te zijn. De baas met vakantie, de duiven goed naar huis gekomen maar helaas was er geen beweging meer in de klok te krijgen. Zo ging ik eens op een zondagmorgen bij een liefhebber kijken, wij hadden op zaterdag gespeeld. Het was mooi weer, heerlijk om op duiven te wachten. We zaten misschien aan ons tweede of derde biertje toen er opeens een duif viel. De man liep als een razende de trap van het duivenhok op om de duif te klokken. Gelukkig was het makkelijk aan de gummiring te zien welke duif was thuisgekomen. Snel de gummi van de poot en naar buiten want daar stond de klok klaar op het bordes. Doordat de man verrast was door de onverwachte aankomst van de duif liet hij van de zenuwen de ring uit zijn handen vallen en die belandde onder het hok. Je zou zeggen dat is toch geen punt, even snel de ring pakken en alsnog klokken. Helaas was dat niet zo eenvoudig want de goede man was gewend om de gummiringen van de duiven die van vorige vluchten te laat thuis gekomen waren onder het hok te gooien. Het grote probleem was nu welke gummiring is het die hij net van de poot had gehaald. Hij dacht aan de kleur te zien dat hij de goede had gepakt. Na nogmaals kijken lag er nog een ring die er als nieuw uitzag dus die ook maar rap in de klok gedaan. Na nog eens goed te kijken zag hij steeds meer ringen die er als nieuw uit zagen. De ene na de andere ring werd in de klok gedaan. Hij ging net zo lang door totdat de klok vol zat. Naar andere thuiskomende duiven werd niet eens meer gekeken, de man was op van de zenuwen. Een gezellig biertje drinken was er niet meer bij. Daar zat ik dan in de volle zon met een leeg glas voor me. De man was aan het bellen naar zijn duivenvrienden om te vertellen wat er was voorgevallen. Hij bleek wel een hele vroege duif te hebben. Nu was de belangrijkste vraag, zit de goede gummiring wel of niet in de klok of ligt hij nog steeds tussen de vele andere ringen onder het hok. Toen het tijd was om met de klok naar het lokaal te gaan was inmiddels iedereen op de hoogte van het voorval en iedereen was natuurlijk razend benieuwd naar de afloop. Toen de klok, waarin 12 duiven geconstateerd konden worden, open ging hield iedereen de adem in. Het was spannend en iedereen leefde met de betreffende liefhebber mee. Het was doodstil in het lokaal en wat bleek? De elfde geklokte ring was de juiste. Applaus klonk maar helaas bleek door al het gedoe net te veel tijd verspeeld om de eerste prijs te winnen, hij kwam 4 of 5 seconden te kort. Een sportieve daad van de winnaar was dat hij de bloemen schonk aan deze man. Zo zijn er nog veel meer anekdotes waarvan ik er de komende wintermaanden nog wel enkele zal vertellen. Afgelopen zaterdag de laatste race en dan is het seizoen voorbij. Voor sommigen te snel, anderen kijken er al weken naar uit.

OOK HET WIELERSEIZOEN IS BIJA VOORBIJ
Duiven en wielersport hebben een groot deel van mijn leven in beslag genomen. Heel veel plezier heb ik daar aan beleefd en nog. Enorm genoten van de drie grote etappe koersen als de Giro (Ronde van ItaliŽ) die gewonnen werd door de Nederlander Tom Dumoulin. Daarna de Tour de France met een sublieme winnaar Chris Froome. Niet zoveel later heeft hij iedereen verbaasd doen staan door ook de Vuelta (Ronde van Spanje) op zijn naam te schrijven. Reeds in de derde etappe kreeg hij de rode leiderstrui om zijn ranke schouders en stond die niet meer af. Hij was, mede door zijn oersterke ploeg, onverslaanbaar. Chris is geen mooie renner hij is ook een beetje te veel een meerijder. Toch heeft hij twee etappes gewonnen, hij pakte de leiderstrui en ook de groene van het sprint klassement. Wat wil een topsporter nog meer? Gaat hij het komende weekend ook nog de regenboogtrui pakken? Kan bijna niet na twee loodzware etappe wedstrijden houdt het een keer op. Voordeel voor Froome is dat hij er niet meer dan 50-60 wedstrijddagen op heeft zitten terwijl heel veel andere kanshebbers voor de titel al vanaf het vroege voorjaar bezig zijn. Maar als Chris ergens zijn zinnen op gezet heeft kun je terdege rekening met hem houden ook al heet je Sagan, van Avermaat of Trentin ook al is het een overwegend vlakke koers wat zeker niet in het voordeel is voor Froome. Als hij en zijn trouwe helpers meedoen is hij een van de grote kanshebbers. Waar ik ook enorm van kan genieten zijn de doldwaze uitslagen die door sommige liefhebbers behaald worden. Er zijn momenteel van die gasten die zo laat in het seizoen toch nog topvorm op hun hok hebben. Vader en zoon Verkerk zijn een paar van die toppers Verleden week speelde ze van 1 tot 33 tegen meer dan 2.000 duiven en hadden tevens de snelste 33 duiven van de gehele lossing en dat waren er ruim 10.000. Die 33 duiven zaten in tijd van 29 seconden in de klok. Ze hadden er meer dan 300 mee. In de meeste clubs gaat nog niet eens de helft van dat aantal duiven meer mee. Denkelijk is het goed dat het seizoen voorbij is omdat de weersomstandigheden aangeven dat het bijna herfst is. De temperatuur gaat omlaag, het regent veel en er staat ook elke dag een harde wind. Tijd om de duiven met de rui te laten beginnen. Ze moeten op tijd klaar zijn want het is zo eind november en dan starten sommige alweer met de winterkweek zodat tijdens de kerstdagen de eerste jongen in het nest liggen en een week later staan we elkaar alweer gelukkig nieuwjaar te wensen. We worden wel weer een jaartje ouder en daar hoef je op onze leeftijd niet zo blij meer mee te zijn. Maar als we gezond blijven is er voor elke leeftijd nog wel iets leuks te beleven.

EINDE IN ZICHT
De laatste snelheidsvluchten kondigen het einde van het seizoen 2017 aan. Aan het aantal deelnemende duiven zou je zeggen dat het seizoen nog in volle gang is. Eigenlijk is dat ook zo want er wordt nog fel gestreden om de diverse titels en die zijn pas definitief als de laatste vlucht is gespeeld. Ondanks dat er het hele seizoen is geklaagd over de slechte weersomstandigheden is dat niet te merken aan het aantal duiven dat de laatste weken wordt ingezet. Vele duizenden duiven doorklieven wekelijks het Hollandse luchtruim op weg naar huis op weg naar roem en eer voor de baas. Misschien komt het ook omdat veel liefhebbers pas op de laatste vijf vluchten van het seizoen hun jonge duiven inzetten. De reden daarvan is dat er dan minder jonge duiven achterblijven. Dit kan waar zijn maar een gedegen opleiding in hun geboortejaar is een voordeel voor onze jonge duiven die het volgend jaar als jaarling moeten opnemen tegen de geroutineerde oudere duiven die al minimaal twee keer door de jaarlijkse selectie zijn gekomen. Vijf vluchten van maximaal 250 km is volgens mij voor jonge duiven onvoldoende. Het gaat niet direct om de behaalde prestaties er zijn voorbeelden genoeg dat die niet van doorslaggevende aard zijn. Waar het om gaat is dat de duiven diverse keren hun uiterste best hebben moeten doen om thuis te komen. Juist in die periode kan het vanwege de hoge temperaturen loodzwaar zijn voor de jonge duiven en ik ga er vanuit dat ze daar meer van leren dan van een kort vluchtje met wind van achter.

DE VRAAG BLIJFT OF HET WEL ECHT NODIG IS
Ik was nog maar een jong ventje toen ik al bij bekende Belgische melkers kwam en in die tijd was het heel normaal dat de jonge doffers in hun geboortejaar helemaal niet aan wedstrijden meededen. Die werden pas als jaarling gespeeld, de jonge duivinnen moesten er wel aan geloven. Die gingen week in week uit mee zelfs tot en met Chateauroux, voor mij 665 km maar voor de Belgen zeker 150 km korter. Het was in de tijd dat bijna niet een duivenhouder een auto had, dus het zelf weg brengen gebeurde per fiets en daarop kun je echt niet zoveel duiven mee nemen. Het was wel gezellig, soms gingen we met een hele groep op pad naar Amsterdam en daar zochten we in de nabijheid van een gezellig bruin cafť een goede lossingplaats op. Vanaf het terras werden de jonge duiven dan een voor een losgelaten. Het was ook in de tijd dat alle duivenliefhebbers elke dag naar hun werk gingen en dan was er weinig gelegenheid om de duiven nog een flink eindje weg te brengen. Toch ging het allemaal goed, er werden sporadisch duiven verspeeld. Men had er nooit zo erg veel en mogelijk was de selectie strenger. Er werd om geld gespeeld, ook al waren het maar kleine bedragen, er werd wel om geld gespeeld en dan moest je duiven hebben waar je van op aan kon. Kostgangers werden niet gehouden, ze moesten hun plek verdienen. Men was dus veel meer met de duiven bezig, men kende de duiven veel beter dan nu. In dit elektronische tijdperk zijn er maar weinig liefhebbers die bij thuiskomst van de duiven kunnen zien welke het is voordat hij of zij op de klep zit. Het contact met de duiven is ook minder. In de tijd van de gummiringen had je dagelijks wel enkele duiven in de hand. Nu weet je niet eens welke er thuis zijn en als je van het lokaal terug komt kunnen de meeste ook niet zien welke pas later zijn thuisgekomen. Dat was in de tijd van de gummiringen gemakkelijker. Ach toen ging het zoals we gewend waren en nu is het eigenlijk nog steeds het zelfde ondanks dat de duivensport wel degelijk met de tijd is meegegaan. Degene die een strenge selectie toepassen zullen het langst aan de top blijven meespelen.

OP HETERDAAD BETRAPT
Dat gebeurde in Nederland in het weekend van 13 augustus. Zeker in zijn omgeving was het veel liefhebbers opgevallen dat de man de laatste twee jaar zeer sterk en opvallend was gaan spelen. U weet hoe het in de duivenwereld gaat, argwaan was er en op een zekere dag gebeurde het. Al diverse keren was er iemand op de uitkijk gaan staan om te controleren of de thuiskomende duiven op de tijd thuis kwamen als de klok aan gaf. Dat was meestal niet het geval maar dan heb je nog geen bewijs. Ook viel het de liefhebbers op dat de “goede” man, hij was voorzitter van de club, steeds zijn getekende duiven vroeg wist te klokken. Kenners zeiden dat dit onmogelijk was. Het kon zo niet langer, er moest iets aan gedaan worden. In het betreffende weekend werd de man zijn beste duif op de lossingplaats uit de mand gehaald. Ondanks dat bleek de duif toch zeer vroeg geregistreerd te zijn. De man werd ontboden in het clublokaal en in het bijzijn van andere bestuurders werd de duif aan de eigenaar getoond. Er was geen ontkomen aan, de man bekende direct. Het vervelende is dat dan de meest wilde verhalen verteld gaan worden. In ieder geval is het zo dat er zeer grote twijfels zijn aan het aantal keren dat er door hem gefraudeerd is. Een dief wordt meestal niet de eerste keer al betrapt. Vorig jaar had hij in Nederland over het hele seizoen al de beste hokprestatie neergezet en had tevens de beste jonge duif van ons land die voor veel geld is verkocht. Deze soap is nog lang niet ten einde. De NPO heeft dit afschuwelijke voorval in handen gegeven van de strafcommissie. Alles wordt tot op de draad uitgezocht en pas dan zal de strafmaat worden uitgesproken. De man heeft wel direct al zijn bestuursfuncties neergelegd en hoe nu verder? Ik hoorde al iemand zeggen: “Dit is iets om spontaan zelfmoord te plegen”.

NOOIT EERDER MEEGEMAAKT
Dat is nogal een uitspraak als je 70 jaar duiven hebt, toch is het zo. Laatst heb ik al geschreven dat ik voor een van mijn vliegduivinnen een doffer uit het kweekhok had gehaald. Een doffer die bij mij heeft gevlogen en drie maal een eerste prijs wist te winnen, daarom was hij ook naar het kweekhok verhuisd. Toen de doffer bij mijn vliegduiven zat heb ik hem ook weer losgelaten en op een gegeven moment was hij weg en is nog steeds niet terug. Nu komt het. De duivin heeft zich een plek verovert bij een ander koppel. Er lagen op zeker moment 4 eitjes in de schotel en de duivinnen zitten vanaf het begin gezamenlijk te broeden, de doffer overdag en aan het einde van de middag tot halverwege de volgende morgen broeden de duivinnen samen. Inmiddels ligt er een jong, van wie weet ik niet en de andere drie eieren heb ik tijdig weggegooid en daarvoor in de plaats heb ik nog twee in plaats van drie stenen eitjes neergelegd. Het komende weekend gaan ze alle drie mee op de vlucht waardoor het jong tijdelijk door een ander koppel verzorgd zal worden. De twee duivinnen doen helemaal niet lelijk tegen elkaar en schijnen dit triootje wel aangenaam te vinden. Nu ben ik wel benieuwd naar wat ze op de laatste vluchten nog voor de baas gaan presteren. Wel leuk vindt u niet?

WAT IS WIJSHEID
Het seizoen loopt naar het einde, het zit er bijna op. Ik was altijd een melker die nog graag een aantal weken wilde door spelen, kon er geen genoeg van krijgen. Vooral niet als de duiven prima bleven presteren en dat was gelukkig veelal het geval. Met name de duivinnen die een heel jaar in de ren verbleven wisten niet van ophouden het was een genot die duiven te zien komen. Werkelijk als stenen, de vleugels stijf tegen het lijf en pas op het allerlaatste moment ging de rem er op. Ik vloog toen het klassieke weduwschap alleen met doffers dus. Eigenlijk vind ik dat nog steeds het mooiste. Ik had toen 16 doffers en menigmaal speelde ze alle 16 prijs. Je was gauw klaar met schoonmaken en had voldoende tijd om de duiven te observeren. Er ging ook niet zo veel tijd zitten in het loslaten van de duiven. De doffers gingen er van maandag tot en met donderdag twee keer per dag uit. Vrijdag niet, dat was een verplichte rustdag. Zaterdag kwamen er ook geen duiven los omdat het de dag van de wedvlucht(en) was. Zondag wederom een verplichte rustdag ook om de buren die gezellig in de tuin zaten geen overlast te bezorgen. Op maandag ging alles weer precies op tijd en dat hield ik vol tot en met donderdag. Soms wilde ik ze op vrijdagmorgen ook nog wel eens loslaten meestal omdat ik nog niet overtuigd was van de optimale conditie. Elke dinsdag krijgen ze vers groenvoer, meestal fijne soepgroenten uit de supermarkt, op woensdag mogen ze in bad en elke dag krijgen al de duiven wel iets extra’s als enkele pinda’s, een snuifje hennepzaad, mineralenmix, een theelepeltje snoepzaad. Twee dagen conditiemix in het drinkwater, alle dagen iets en dat weten ze want zodra de voerbak leeg is blijven ze allemaal op de vloer staan omdat ze weten dat de baas nog wel iets extra’s verstrekt en daar ga ik dan op mijn gemak bij zitten kijken, kijken en nog eens kijken. Af en toe pak ik eens een duif in mijn handen om even het gewicht te testen.

DUIVINNEN KWAMEN MAAR TWEE KEER IN DE WEEK LOS
Ik heb er altijd voor gezorgd dat mijn duivinnen goed gehuisvest waren. Bij andere liefhebbers zag ik dat ze in kleine, vaak donkere en vochtige hokjes zaten soms gemaakt onder het duivenhok, ze kwamen nooit los en het hok werd nimmer schoon gemaakt. Dat zijn zaken waar ik echt niet tegen kan. Ik hield van hygiŽne en daar houd ik nog van. In een schoon hok zien je duiven er altijd veel mooier uit, dat is toch genieten? Mijn duivinnen zaten altijd in een royaal hok met een ren. De enige keren dat ze er uit mochten was op donderdag of vrijdag vlak voordat ze getoond werden. Ik sloot ze dan een uur buiten en je moest eens zien hoe snel ze binnen gingen. De andere keer dat ze een uur mochten vliegen was op zaterdag ruim voordat de doffers van de vlucht thuis kwamen. Helaas ging dat wel eens een enkele keer verkeerd. Dan ging ik naar buiten om de duivinnen binnen te roepen en viel het me op dat er wel erg veel duiven rond vlogen. Ik had me verkeken op de snelheid zodat de doffers eerder thuis waren dan ik had uitgerekend. Ja dat was pech en dan vielen er wel een paar lelijke woorden. Toch ben ik nooit van dat systeem afgeweken totdat ik over ging op het totale weduwschap. Met de duivinnen die een groot deel van het seizoen geen nest hadden gehad en ook maar twee keer in de week een uurtje los mochten behaalde ik uitmuntende prestaties tijdens de navluchten, geweldig zo die dametjes naar huis kwamen. Zo heeft elk spelsysteem zijn leuke en minder leuke kanten. Het leuke van duivinnen op weduwschap is de manier waarop ze trainen. Ze moeten dan wel in de juiste conditie verkeren, het is dan volop genieten het is alsof ze achterna worden gezeten. Ze vliegen dan met grote snelheid heel dicht bij elkaar. Nooit langer dan een uur daar zorgde ik zelf voor. Bij anderen vlogen ze wel twee uur en soms nog langer, dat kon bij mij niet. Na een uur trainen was het etenstijd en wie niet op tijd aan tafel was kreeg niets. Dat hadden de dames en ook mijn andere duiven heel snel door. Duiven verzorgen op vaste tijden noemen ze conditioneren. Duiven raken op die vaste tijden ingesteld, het worden een soort robots omdat alles elke dag opnieuw op exact dezelfde tijden gebeurde. Met het vorderen der jaren komen die vaste tijden wel eens in het gedrang wat zeker bijdraagt tot wat mindere prestaties. Ik weet dat het niet aan mijn duiven ligt maar aan de baas. Ik lig daar niet wakker van, althans nu niet meer. De tijd dat ik van vrijdag op zaterdag niet kon slapen is al geruime tijd voorbij. Toen ik nog zo een hele felle rakker was bleef ik op vrijdagavond het liefst zo lang mogelijk in het lokaal lekker over duiven praten of een kaartje leggen met een biertje er bij. Als je dan in de kleine uurtjes naar huis ging hoefde je ook niet zo lang in bed te liggen voordat de duiven kwamen. Mijn klok nam ik vaak mee naar de slaapkamer zodat er niets mee kon gebeuren. Menigmaal maakte mijn vrouw me wakker met het verzoek om die tijdbom op de overloop te zetten. Het is nu enorm veranderd, geen gedoe meer met gummi ringen, we leven in het elektronische tijdperk. Als de klokken zijn leeg gehaald zijn krijg je meteen de uitslag mee naar huis. Die zelfde avond kun je op de computer zien hoe er in heel Nederland is gespeeld, alles staat er op. Vroeger moest je een hele week wachten op de uitslag. Alles is veel professioneler geworden maar of al die veranderingen in de ogen van de liefhebbers gezien worden als verbetering? Ik moet u daarop het antwoord schuldig blijven. Het kan niet alleen door de vergrijzing komen dat we zoveel liefhebbers verliezen.

DE NATOUR
Dat waren altijd “mijn” vluchten. Die mocht ik zo graag spelen, ik deed er ook alles voor en dat werd meestal beloond. Ik ben zelf helaas niet meer in goede doen maar van de laatste vijf vluchten van het seizoen kan ik nog steeds enorm genieten. Het is niet echt top, maar ik doe mee en geef me niet zo maar gewonnen. Nog drie weken spel en dan is het voorbij. Het zal een lastige en ook belangrijke winter voor me worden. Ik kom nu net bij de duiven vandaan, heb de oude verzorgd en de jonge trainen nu van 6 tot 7 uur, gewoon heerlijk om weer even bij de duiven te zijn geweest. Wel met een mondkapje voor, ik ben bang voor het stof omdat ik nu al enkele keren een longontsteking heb gehad en van de laatste ben ik nog steeds niet helemaal genezen. Nee, het gaat nog niet zoals het moet. Morgen heb ik weer een afspraak met de longarts. Marco maakt dagelijks de hokken schoon en de vliegduiven, zowel de oude als de jonge verzorg ik, de rest is voor hem en dan moet hij ook nog bij hem thuis aan de gang. Over de resultaten mogen we tevreden zijn. Oude en jongen komen goed we zijn nog volop in de race. Nu nog van die vreselijke hoestbuien af zien te komen zodat het leven voor mij, Cora en de rest van de familie er weer wat zonniger uit gaat zien.

ALS DAT MAAR GOED GAAT
Jarenlang had Nederland het grootste nationale concours voor jonge duiven vanuit de bekende Franse lossingsplaats Orleans voor het midden van ons land ongeveer 525 km. Een concours waar heel Nederland naar toe leefde en ooit een deelname had van 160.000 duiven, groot of klein iedereen deed mee. In de beginjaren toen nog niemand van verduisteren had gehoord gingen duiven mee die zwaar in de rui zaten. Men wist niet beter en ook toen werden er prachtige uitslagen gemaakt. Nu gaat alles veel professioneler waardoor de jonge duiven deze vlucht gemakkelijk aan kunnen. Beterweters dachten daar anders over en hebben het voor elkaar gekregen dat de vlucht verboden werd omdat de afstand te lang zou zijn. Ook hier geldt dat theorie en praktijk niet geheel met elkaar overeenstemmen. Veel is er al over te doen geweest en veel is er al over geschreven. Liefhebbers hebben op hun knieŽn gelegen om de vlucht weer in ere te herstellen maar het is niet gelukt. Daarnaast hebben we in Nederland in de loop der jaren er een politieke partij bij gekregen de partij voor dieren. Op zich een prima zaak want er gebeuren dingen met dieren die echt niet door de beugel kunnen. Helaas weten veel mensen nog steeds niets van postduiven, ook onze politici niet en dat ligt aan ons zelf. Onze vroegere bestuurders hebben verzuimd meer bekendheid aan de duivensport te geven. Men moest eens weten hoe zorgvuldig er gekweekt wordt met als doel rasverbetering van postduiven. Men houdt het niet voor mogelijk dat jonge duiven van slechts 6 maanden oud met het grootste gemak een race van ruim 500 km kunnen volbrengen. Als je zoiets aan een leek verteld is die volkomen verrast en kan het bijna niet geloven. Wij duivenliefhebbers weten wel beter, maar naar onze kunde wordt niet gevraagd. Voor Nationaal Orleans zijn wel vervangende concoursen in het leven geroepen doch dat kun je geen nationale race noemen. Er wordt nu gespeeld van vier of vijf lossingplaatsen. Op zich aardig bedacht, helaas speekt het de liefhebbers niet aan waardoor de deelname tot een dieptepunt is teruggelopen. Op zaterdag 26 augustus is het weer zo ver. Wat het gaat worden, ik durf geen voorspelling te doen over de deelname. Het zal niet in verhouding staan tot vroeger jaren. Er is voor dit enige nationale concours voor jonge duiven zo goed als geen publiciteit gemaakt. Het leeft niet en de organisatie doet geen moeite om de duivensport voor alle Nederlanders weer eens in de spotlights te zetten en zo zakken we steeds verder het moeras in. In de landelijke nieuwsbladen had toch een groot artikel moeten staan over dit nationale postduiven evenement. Toch hoop en wens ik dat het voor de deelnemers een aantrekkelijke wedstrijd gaat worden met goede winnaars. Een volgende keer geef ik daar een uitgebreide informatie over.

TWEE WEKEN THUIS UIT HET ZIEKENHUIS
Het zit me dit jaar wat de gezondheid betreft behoorlijk tegen. Voor de derde keer in anderhalf jaar tijd longontsteking en dat op mijn leeftijd is niet iets waarvan je blij wordt. Nog steeds voel ik me niet zoals het moet zijn. Veel hoesten, gauw moe en futloos. Gelukkig gaat het met dat laatste iedere dag wat beter. Als de baas niet 100% is vind dat zijn weerslag op de prestaties van de duiven. De verzorging is niet zoals het moet en als je niet lekker in je vel zit vind je het al gauw goed. Zo gaat dat, je kunt wel eens een dag goede verzorging overslaan maar als dat week in week uit zo gaat heeft het eigenlijk geen zin om mee te doen. Toen ik in het ziekenhuis lag hebben mijn zoons geweldig geholpen. Het is echter vakantietijd en de mannen die een heel jaar werken willen ook wel eens met hun gezin op vakantie. Ze hebben gelijk, dus dan de duiven maar een mindere verzorging. Momenteel ga ik zelf weer naar de duiven en verzorg de oude en de jonge duiven. Dat zijn twee hokken met in ieder hok een twintigtal duiven die ik van water en voer voorzie en ze ook loslaat, schoonmaken wordt door Marco gedaan en als Michel terug is gaat die ook weer meehelpen. De vluchten voor jonge duiven zijn bijna voorbij. Ik zet er twee op de nationale vlucht en de anderen speel ik door op de vier laatste snelheidsvluchten. De jonge duiven hebben het verdienstelijk gedaan en sleepte voor mij het kampioenschap in de wacht. Pech is er ook. Toen ik de oude duiven ging koppelen voor de natour kwam ik een doffer te kort. Ik pakte daarom een kweker die al drie jaar heeft gevlogen en ook drie maal een eerste prijs won om de duivin te kunnen spelen. Een prachtige doffer die op een dag zo maar weg was en nu nog niet terug is. Na twee weken heb ik de moed opgegeven. Een andere tegenvaller had ik op de eerste natour. Een jonge doffer die de eerste vlucht voor jonge duiven de eerste prijs won en de tweede vlucht een tweede kwam van de eerste natour race niet terug en is nu na vier dagen nog niet terug. Die kon wel eens gesneuveld zijn op het veld van eer. Zulke beloftevolle duiven kun je eigenlijk niet missen en het was nog een mooie in de hand ook. Wat dat aangaat moet je als duivenhouder wel een behoorlijk incasseringsvermogen hebben. Verder mogen Marco en ik niet ontevreden zijn. Het kampioenschap sprint, halve fond en jonge duiven is voor ons en hopelijk slaan we op de natour ook weer toe. Ons seizoen is dan meer dan geslaagd en kunnen we verder gaan werken aan een zeer nauwe samenwerking. Door mijn herhaalde longontsteking ben ik toch een beetje bang geworden voor het duivenstof. Ik denk dat iedereen wel weet hoe de longarts over duiven denkt. Die zou het liefste zien dat mensen met longproblemen hun duiven onmiddellijk weg deden. Zoiets valt niet mee, zeker niet als je al 70 jaar duiven hebt. Hoe het precies gaat worden is nog steeds niet bekend. Gaat Marco alleen door en misschien ik ook, maar dan wel met een minimum aantal duiven. We hebben ook al gesproken over alleen met jonge duiven vliegen. Dat lijkt een goed besluit maar als je dat doet heb je toch vanaf eind januari duiven dus dan kun je net zo goed ook met een paar oude duiven spelen. Alles weg doen is ook een optie, doch dat is wel erg resoluut. Half september heb ik weer een gesprek met de longarts, nu voel ik me nog niet goed, misschien dan wel. Van dat gesprek zal afhangen wat er verder met mijn duiven hobby gaat gebeuren. Als de duiven weg moeten zou het mooi zijn dat ze naar 1 liefhebber gaan zodat die direct met de beste mee kan spelen. Marco en ook diverse anderen hebben al diverse jaren bewezen dat zij met de Braspenningen voor niemand opzij hoeven te gaan, over de hele wereld spelen de “Brassen” een toonaangevende rol. Nog 4 weken en dan is het seizoen voorbij. De tijd vliegt, zeker als je ouder wordt.

TIJDENS DE NATOER WORDEN MINDER JONGE DUIVEN VERSPEELD…….
Hoe vaker dat gezegd wordt des te meer men er in gaat geloven, of het wel of niet waar is laat ik in het midden. Misschien is de reden dat er veel minder jonge duiven meegaan. Het spelen van jonge duiven op de natoer kan een voordeel hebben. Tijdens deze races wordt steeds meer met oude duiven doorgespeeld. Ooit is de natoer in het leven geroepen om de zomerjongen een leerschool door te laten maken totdat men vond dat er ook om een kampioenschap gestreden moest worden. Het zou spannender worden en het zou de deelname vergroten. Men ging steeds verder. Ook de oude duiven moesten gelegenheid krijgen om aan het eind van het seizoen nog aan een aantal wedvluchten mee te kunnen doen. Vooral de weduw duivinnen waren op die vluchten in hun element. Na bijna een jaar lang geen nestje gehad te hebben waren de dames extra gemotiveerd om tijdens de laatste vijf sprintvluchten hun kunsten te vertonen. Dat ging vaak voortreffelijk. Na maanden weer eens eitjes in de schotel deed de duivinnen naar hun nest verlangen en wat te denken als er kleine jongen lagen. Als ze aan het ruien waren zou die zeker stoppen met jongen in het nest. Het ging er vooral om op tijdens de laatste vluchten de duiven nog goed in de veren te hebben. Degene die dat voor mekaar hadden maakte de mooiste uitslagen. Ook de doffers waren vooral de laatste twee vluchten in hun element. Zo gebeurt dat tegenwoordig op vele hokken nog steeds. De tendens gaat de laatste jaren echter vooral naar het weduwschap spel. De duiven worden nog een keertje gekoppeld, dan enkele dagen broeden en daarna zit de hele meute weer op weduwschap. Door het bijlichten vanaf half juli wordt de pennenrui vertraagd zodat verduisterde jongen en bijgelichte oude duiven vrij gemakkelijk tot half september in de veren gehouden kunnen worden. Hoe completer het verenpak des te groter zijn de mogelijkheden om op het eind van het seizoen nog een aantal mooie prestaties uit de hoge hoed te toveren. Vooral tijdens die laatste vijf of zes vluchten wil een midweeks trainingsvluchtje nog wel eens helpen de drang en de gang er in te houden. Voor de jonge onervaren duiven kan het nog wel eens helpen dat zij gelijk met de oude ervaren duiven gelost worden waardoor ze mogelijk, zeker de eerste kilometers, op sleeptouw worden genomen. Na een of twee vluchten zien we dat de oude duiven de grootste moeite hebben om de ingevlogen jonge duiven voor te blijven. De jonge duiven die niet aan het jonge duiven programma hebben meegedaan hebben het tijdens deze vijf snelheidsvluchten net zo moeilijk als hun leeftijdgenoten tijdens het jonge duiven programma. Er zijn voorbeelden te over dat de natoer races probleemloos verliepen maar er zijn ook voorbeelden van het massaal wegblijven van jonge duiven op de eerste maar ook op de laatste vluchten. Daarbij ook jonge duiven die diverse malen door de baas waren weggebracht. Vandaar dat ik grote vraagtekens zet bij het veelvuldig wegbrengen van jonge duiven. Het gaat zo maar 6 keer goed en de zevende keer gaat het totaal mis. Alle moeite voor niets gedaan??!!

MOOI WEER ZEGT NIET ALLES
Tijdens de maanden augustus en september kan het nog prachtig mooi zomerweer zijn soms zelfs erg heet. Heerlijk om in je luie stoel in de tuin te vertoeven en zalig om op de duiven te wachten. Mooi weer wil echter niet zeggen dat het goed vliegweer is. Het is vaak weer dat je in de stad niet merkt hoe slecht het zicht is. Zelf woon ik in de polder en als ik dan over de weilanden kijk is het in deze periode nooit echt helder. In het voorjaar is het met dat zelfde weer kraakhelder dat er word gezegd “het is zo helder dat je over de hele wereld heen kan kijken”. In het vroege voorjaar hebben we bijna nooit te maken met de droge oosten wind, in de zomermaanden wel en juist daar hebben onze jonge duiven erg veel last van. Ik zal nooit met de jonge duiven op stap gaan bij een staalblauwe lucht en oost of zuidoosten wind. Dat is dodelijk voor onervaren duiven en races onder dezelfde omstandigheden voor ervaren duiven geven altijd een vreemd verloop te zien. Ondanks de hoge snelheden van de eerste duiven staat zo een vlucht langer open dan races waarvan de snelste duiven geen hoge snelheden behalen. Met oost en zuidoosten wind missen vaak de beste duiven hun vroege prijs. Duivensport is elke week voor een groot deel afhankelijk van de weersomstandigheden plus een dosis geluk en als je geen kwaliteit onder de pannen hebt of je hebt het niet in de vingers om op de juiste manier met duiven om te gaan wordt het nooit wat. Zit je in die hoek, kijk eerst naar je zelf en vraag je af of je alles wat je aan je duiven hebt gedaan ook de juiste manier van verzorgen is. Houdt verder je ogen en oren wijd open, van het gezwam aan de bar leer je niets, wel als je in het lokaal plaats neemt aan een tafeltje waar twee of meer goede spelers met elkaar zitten te praten. De winterkampioenen zitten bijna altijd aan de bar en de mannen die in het wedstrijdseizoen de dienst uit maken zitten daar meestal niet.

EINDE SEIZOEN
Als de navluchten (natoer) beginnen is het seizoen zo goed als voorbij. Nog slechts 5 weken spel en 2017 zit er voor de duiven op. Een rustperiode voor baas en duiven breekt aan. Misschien nog even op vakantie, voor de duiven breekt de grote rui aan en daarbij ook de selectie. De duiven die niet voldaan hebben zullen bij de meeste liefhebbers wel genoteerd staan. Daarnaast zullen op veel hokken nog wel te veel duiven zitten ondanks de verliezen. Misschien dat de aanvulling van jonge duiven hier en daar wat problemen gaat geven. Helaas zijn er dit jaar toch weer te veel jonge duiven achter gebleven. Van de afdelingen die pas twee weken terug met het jonge duiven spel zijn begonnen zijn nog geen gegevens bekend. Misschien valt het daar mee, of we daardoor kunnen stellen dat door later te beginnen de verliezen minder zijn is niet te meten. Het is zelfs zo dat in een klein land als Nederland de weersomstandigheden niet altijd gelijk zijn. Het komt voor dat in het Oosten van het land de concoursen prima verlopen terwijl het in het westen erg moeizaam ging. Het omgekeerde is uiteraard ook mogelijk. Wat erg belangrijk is dat we ondanks alle perikelen die er waren toch met een goed gevoel terug kunnen kijken naar het voorbije seizoen zodat iedereen voldoende motivatie bezit om door te gaan. Ondanks dat de duivensport soms van teleurstellingen aan elkaar hangt is en blijft het toch een fijne hobby!

TOPSPORT
Het is niet alleen hoogseizoen binnen de duivensport, wat te denken van het WK atletiek in Londen. Ik volg dat met grote interesse en terwijl ik naar al die prachtige onderdelen van de atletiek kijk dwalen af en toe mijn gedachten af naar de duivensport. Ik zoek vergelijkingen, ik kijk goed naar de atleten als ze vlak voor de start aan het publiek worden voorgesteld. Vooral bij de dames veel leuke types maar ik let als voormalig postduiven keurmeester uiteraard op de lichaamsbouw. Tijdens dat voorstellen doe ik het geluid van de tv uit en probeer dan voor me zelf te bepalen wie hoge ogen gaat gooien. Al gauw kom je er achter dat het bij de looponderdelen zeker niet altijd de mooiste zijn die bij de eerste drie eindigen. Alle deelnemers aan dit WK zijn atleten maar wat een enorme verschillen. De kleine gespierde sprintsters of de dames die aan kogelstoten of kogelslingeren doen en kijk eens naar de lengte van de benen bij de verspringers. Bij de langere loopnummers zie je een grotere verscheidenheid aan atleten. Ze kunnen allemaal hardlopen en toch zijn er steeds enkele die daar weer met kop en schouders bovenuit steken. Zo is het ook bij onze duiven. Ze kunnen allemaal vliegen en ook allemaal hard vliegen wat ze hebben bewezen anders zouden ze niet door de selectie zijn gekomen en dat heeft niets met de omvang van de duif te maken. Ik heb genoeg duiven in mijn handen gehad die top prestaties hebben geleverd, meestal waren het verschillende types. Duivinnen met een kort borstbeen en een korte vleugel die zomaar vier keer per jaar een eerste speelde. Weliswaar in de club maar dat was in de tijd dat we nog over verenigingen konden spreken. In mijn ogen bestaan er nu bijna geen verenigingen meer. Minder dan 12 inkorvers kun je in mijn ogen geen vereniging meer noemen. Wat dat betreft is de neerwaartse spiraal bijna niet meer te stoppen. Als we tijdens de dagelijkse training de duiven volgen is het alsof ze allemaal even hard en kunnen vliegen maar op de vluchten wordt het tegendeel bewezen. Het heeft dus meer te maken met oriŽntering, uithoudingsvermogen, souplesse, karakter en niet te vergeten de conditie. De bouw waar we allemaal naar kijken, de pluimen, de ogen, de stuitbeentjes het hoort er allemaal bij maar of dat de belangrijkste eigenschappen zijn voor een goede sportduif? Daar komt absoluut meer voor kijken. In de tijd van het geldspel hoorde je vaak de opmerking “de duif zag er zo geweldig uit dat ik er mijn hele maandsalaris op durf te zetten”. Maar goed dat dit niet gebeurde anders zou er al veel geld vergokt zijn. Alles bij elkaar geeft het aan hoe onberekenbaar de duivensport is. Gelukkig zijn er ook “vaste” duiven die meerdere keren per jaar vroeg aantikken dat zijn de witte raven binnen onze hobby. Kijk naar de beste prestaties van de Nederlandse topduiven. Ook die zijn niet alle weken heel vroeg thuis en wij met z’n allen maar praten over “eerste prijswinnaars” moet je hebben. Te veel familieteelt is ook niet direct aan te raden, met kruisen zou je betere kweken. We moesten eens weten hoeveel topduiven er zijn die uit familieteelt voortkomen of zelfs zwaar inteelt zijn. Het zijn de discussies die de duivensport en ook andere sporten levendig houden er is echter geen enkel boekje waarin je kunt lezen hoe je binnen enkele jaren aan de top meespeelt. Je moet het in de vingers hebben, je moet een goede opmerkingsgave hebben en je moet je zeker niet verdiepen in het gebruik van medicijnen. Kijk eens hoeveel duivenvrienden op een simpel hok met een simpele verzorging toch wekelijks goed meedoen. Met een klein aantal duiven op de kooi kun je het niet tegen de grote inkorvers opnemen. Degene die de kampioenschappen pakken zijn altijd liefhebbers die wekelijks met een flink aantal duiven meedoen, staar je daar niet blind op. Wel kan ik me voorstellen dat het ontmoedigend is om het elke week tegen een stel megaspelers te moeten opnemen. Zo zit de duivensport nu eenmaal in elkaar. Eerlijk spel, er is en wordt veel over gesproken. Eerlijk spel bestaat niet, houd daar alstublieft mee op. Vroeger hoorde je daar niemand over, de meeste liefhebbers hadden zo ongeveer allemaal het zelfde aantal duiven om mee te spelen. Er waren toen veel meer liefhebbers dan nu, daardoor was de spreiding ook veel groter. Tegenwoordig worden hele gebieden zo maar finaal weggespeeld wat niet alles met kwaliteit te maken heeft. De wind is van grote invloed en omdat de spelgebieden te groot zijn ten opzichte van het aantal deelnemers wordt vitesse spel bijna onmogelijk. Het allerbelangrijkste is dat er alles aan gedaan wordt om de huidige leden te behouden voor de sport en wat je daaraan moet doen zal vanuit de leden moeten komen en de NPO zal daar het laatste woord in moeten hebben.

HEEL ANDER ONDERWERP
Het Nederlandse dames voetbalteam is Europees kampioen geworden en nog wel in eigen land. Ik kan me nog goed herinneren dat er minderwaardig over het dames voetbal werd gesproken. Ik heb zelf een dochter, inmiddels al weer 47 jaar oud die op behoorlijk niveau heeft gevoetbald. Ik ging kijken omdat het mijn dochter was. Ze was ontzettend enthousiast, het voetbal van toen stond nog in de kinderschoenen. Toen zij was gestopt met voetballen ben ik nooit meer naar damesvoetbal gaan kijken. Groot was mijn verbazing toen ik twee weken geleden de eerste wedstrijd van het Nederlands vrouwenteam zag. Ik genoot er van en met mij nog vele duizenden. Tjonge, tjonge wat is dat voetbal enorm verbeterd en vooral het gedrag van de dames is een prachtig voorbeeld voor die kwalletjes van mannen die bij het minste geringste lichaamscontact een dood rol maken. Ik wil niet zeggen geef mij maar damesvoetbal maar het gedrag van de vrouwen in het veld is voorbeeldig. Het werd in ieder geval een heel groot feest met een formidabele huldiging in de stad Utrecht waarbij vele duizenden supporters aanwezig waren. Wedden dat het damesvoetbal er daardoor in Nederland veel nieuwe voetbalsters bij zal krijgen. Zo zou dat ook moeten gaan in de duivensport. Elke twee jaar (een beetje vreemd terwijl het wereldwijd om de 4 jaar is) is er een postduiven Olympiade. Nederland heeft daar vele keren heel goed gepresteerd waarover ik in de dagbladen weinig heb gelezen. We hebben als team goud gewonnen en ook individueel, met dergelijke prestaties kun je zieltjes winnen. Helaas, we hebben het allemaal voorbij laten gaan. Ja, in eigen kring is er aandacht aan besteed doch daar kom je geen stap verder mee. Helaas is ook de animo om mee te doen onder de liefhebbers bijna nul. Jammer dat ik dat moet constateren.

VERKEERDE PUBLICITEIT
De NPO zet zich al vele jaren in voor de jeugd. Van alles is al aan de hand gehaald. Keurig verzorgde documentatie, elk jaar een fantastische jeugd dag waar jeugdleden hun vriendjes mee naar toe mogen nemen. Van alles wordt voor ze gedaan, zelfs kleine duivenhokjes worden gratis beschikbaar gesteld, een promofilm is gemaakt. Als je mij vraagt wat dat allemaal geholpen heeft dan moet ik helaas een negatief antwoord geven. Denkelijk is de jeugd niet onze belangrijkste doelgroep. Maar wie ben ik? Het kan echter nog negatiever. Bij ons in de regio was het zelfs voorpagina nieuws. Twee weken geleden werd er in Rotterdam in groot evenement gehouden waaraan ook de jeugd mee kon doen. U raadt nooit wat er onder andere voor de jeugd te doen was. Er werd ze geleerd ongewenste dieren te plukken en op die manier “pan klaar” te maken, daar waren ook postduiven bij. De politieke partij voor de dieren was het daar zeker niet mee eens. Maar wat deden zij? Door alleen maar zoete broodjes te bakken los je helemaal niets op. Het had heel mooi geweest als daar een aantal Rotterdamse liefhebbers in opstand waren gekomen. Zoiets pikken wij als duivenliefhebbers toch niet? Meer wil ik er niet over zeggen, SCHANDE. Hopelijk komen de organisatoren er niet alleen met een waarschuwend vingertje vanaf.

NIET IEDEREEN IS BLIJ MET EEN NATIONALE OVERWINNING
Dat maakte ik het voorbije weekend mee. Heel Nederland speelde Nationaal Chateauroux van dezelfde lossingplaats met bijna allemaal het zelfde weer over de hele vlieglijn. Door de zuidwesten wind werd het een mooi en snel concours. De week er voor hadden we de mooiste midfond en jonge duivenvlucht van het jaar en dit weekend was het de mooiste eendaagse fond vlucht van het jaar. De snelste gingen ruim 100 km per uur en in een recordtijd was het hele concours gesloten. Toch waren de vooruitzichten op vrijdag niet geweldig .Zaterdagmorgen zag het er echter hoopvol uit en er werd beslist dat de lossing om 7.30 uur zou plaats vinden. Alle begeleiders konden de wagens klaar maken voor de totale lossing van 37.874 duiven. Volgens de hoofd con voyeur zou het 7.23 uur geweest zijn toen uit een van de wagens een hele groep duiven er vandoor ging. Hij besloot direct het ”fluitsignaal” te geven ten teken dat de duiven gelost moesten worden. Uiteraard verwarring en onbegrip. Zonder verder na te denken trokken alle begeleiders de deuren open zodat de duiven op weg naar huis konden en nog belangrijker was het dat ons Nationale concours gered was. Als lossingtijd werd 7.25 uur aangehouden. Op de voorvlucht in midden Brabant vielen de snelste duiven. De “allersnelste” viel echter in midden Nederland om precies te zijn in het dorp Putten op een afstand van 667 km. Een droom werd werkelijkheid, althans dat zou je denken. Journalisten en fotografen die naar de winnaar trokken om hun werk te doen kwamen van een koude kermis thuis. De 35 jarige Van Zoeren die samen met zijn vrouw onder de naam Comb. Van Zoeren speelt gaf zijn bezoekers in duidelijke taal te kennen dat de duif al verkocht was. De duif was volgens zeggen ook al weg en de koper wilde anoniem blijven. Geen foto’s, geen verhaal en daarmee was de kous af. Hij zou de duif verkocht hebben voor twee jaarsalarissen, dat is zijn goed recht. Toen geÔnformeerd werd wat voor werkzaamheden de nationale winnaar verrichtte werd doorgegeven dat hij niet werkte. Dan wordt het erg moeilijker om te bepalen wat zijn jaarsalaris is. Conclusie, geen werk, geen geld en twee keer niks is ook niks, of zie ik dat verkeerd. Heel jammer dat er geen positieve publiciteit over zo een mooie overwinning gemaakt kan worden. Dat heeft de duivensport juist zo hard nodig. Afwachten of het uiteindelijk toch nog gaat lukken een foto van man en duif te bemachtigen. Dan was het heel wat leuker te horen dat degene die de 6e Nationaal speelt Jan van de Berg uit Merksplas (B) is. Hij is jeugdlid en speelt in de zelfde club als Ad Schaerlaeckens.

JE KUNT HET ZO GEK MAKEN ALS JEZELF WILT
Praten, schrijven en nog liever goed nadenken over de grote verliezen van jonge duiven. Het blijft ons bezig houden. Al heel wat jaren denk ik ieder voorjaar hetzelfde. Je zit dan op je gemak naar je gekweekte jonge duiven te kijken. Ik neem aan dat u daar net zo van kan genieten als ik. Het is een pracht gezicht als de jonge duiven in een lange rij aan de voerbak staan te eten. Ik heb voerbakken van 2 meter lang en als ze dan aan beide zijde heel snel staan te eten is dat iets om van te genieten vooral als ze in een goede conditie verkeren. Ze glimmen dan tegen je op, staan zich te verdringen om bij het voer te komen en omdat ik alleen blauw heb zijn ze allemaal even mooi. Ik ben nog steeds zo naÔef dat ik denk dat het allemaal goeie zijn maar natuurlijk weet ik wel beter. Mijn gedachten dwalen dan af denk “welke zal ik daarvan kwijt raken”. Het zijn er ieder jaar meer dan vroeger jaren. Ook toen moesten we tegenslagen verwerken maar omdat we met z’n allen niet zoveel duiven hadden konden we er ook niet zo veel verspelen. We hebben de fout gemaakt om te veel duiven te kweken. We denken te snel dat het enkel goede en waardevolle duiven zijn. We zeggen elke keer dat iedere liefhebber meer slechte dan goede kweekt dus u en ik ook maar we blijven maar doorgaan. In het begin allemaal blij dat we zo een mooie ploeg jongen bezitten en dan begint het. De tijd om de duiven op te leren breekt aan, rijden, rijden en nog eens rijden (mijn auto rijdt nog steeds niet op water). Dan trainingsvluchten met de club (wij betalen 0.75 per duif) gemiddeld 35 duiven per liefhebber mee is 25,00 euro in de week. Dan heb ik het nog niet over verplichte enting, dat laten we doen als we alle jongen nog hebben want anders mogen ze niet meedoen aan de wedstrijden en die wedstrijden zijn beslist niet gratis en eten moeten ze trouwens ook. Voor de races waarbij de duiven twee nachten in de mand moeten verblijven (daar beginnen ze bij ons al mee als het 300 km is) betalen we 1.15 euro. Toen we nog zeker drie keer zoveel clubs hadden als nu werden alle duiven bij de verenigingen opgehaald. Dat is in mijn vlieggebied ook niet meer mogelijk en dat zou er wel weer eens de oorzaak van kunnen zijn dat in de tweede helft van dit jaar het nieuwe bestuur de laan uit vliegt en kunnen we in de wintermaanden proberen weer nieuwe gezichten achter de tafel met het groene laken te krijgen.

VERLIEZEN VAN JONGE DUIVEN ZOU NORMAAL ZIJN
Dat is een opmerking van iemand die de redactie voert van een Nederlands duivenweekblad. De goede man gaat er in zijn redenering vanuit dat het kwijt raken van 50% van je jonge duiven normaal is. De goede, slimme en sterke duiven zouden dan overblijven. Zou de goede man nu werkelijk zo kortzichtig zijn? Zou deze allesweter vergeten zijn hoeveel slimme en sterke duiven er in hun latere leven verloren gaan, ja ook duiven die kampioensduif zijn geweest of diverse kopprijzen hebben gewonnen. Het geeft aan dat die duiven in staat zijn goed te presteren. Al gauw wordt dan over top kwaliteit gesproken. Laatst was ik bij iemand aan het kijken die los vooruit met een jaarling de eerste prijs won. Als jonge duif geen platte prijs gewonnen (had er dus eigenlijk uit gemoeten), als jaarling ook nog niet en die dag, pats daar was hij. Waarom? Weet u een zinnig antwoord? Misschien omdat zijn oma van moederskant dat ook een keer gedaan heeft, hou toch op met al die flauwe kul. Over duivensport kunnen we alles vertellen en op papier zetten, het zal altijd een geluksspelletje blijven. De ene keer speelt een duif vroeg, dan weer twee keer mis, dan weer een matige prijs. Dan eentje net buiten de top 100, dan weer eens in de top 25, maar regelmaat zit er bij 95% van de duiven niet in. Ja, ze zijn er wel, dat zien we elk jaar in de eindstanden van de verschillende competities. Hoeveel zullen er van die toppers een jaar later verloren gaan? Dat zijn er meer dan we denken of weten.

HOLLANDERS DOEN HET GOED
Vooral voor de fond mannen is het momenteel een drukke periode. De ene na de andere eendaagse of meerdaagse fond vlucht wordt gevlogen in Nederland, het is zogezegd hooitijd. Ook in BelgiŽ waar ze nog meer lange afstanden spelen dan in Nederland zitten de liefhebbers een flink aantal dagen per week in de clublokalen of inkorf centrums. Wat de internationale vluchten betreft vliegt de Nederlandse fond duif zich behoorlijk in de kijker. De drie Internationale vluchten zijn namelijk alle drie door een Nederlandse duif gewonnen. Komend weekend Internationaal Marseille en in Nederland Nationaal Chateauroux en het ziet er naar uit dat veel liefhebbers meedoen. De mannen hebben wel zin in een echte nationale krachtmeting. Het blijven altijd spannende en interessante concoursen ook al zijn bepaalde gebieden op zo een eendaagse race bij voorbaat kansloos voor een vroege klassering. Chateauroux is voor mij 665 km, de voorvlucht vliegt 525 km en in het noorden van ons land spelen ze 825 km. Een verschil van 300 km is te veel voor een eerlijke krachtmeting. Daarbij is het ook belangrijk uit welke hoek de wind waait en zo kunnen we nog wel meer negatiefs bedenken. Beter is het om nationale concoursen van de positieve kant bekijken, alle liefhebbers in hetzelfde concours dat is toch geweldig een droom als je zo een race op je naam weet te schrijven. Dat er een winnaar komt is zeker, dat er maar een komt is ook zeker maar dat mag geen reden zijn om niet mee te doen. Dat de schrik er een beetje in zit bij de fond spelers is te begrijpen. Barcelona was dit jaar loodzwaar (te) veel duiven zijn achter gebleven. Het voorbije weekend vlogen de duiven van de oostelijke en noordelijke liefhebbers uit Orange 800-1000 km en ook die vlucht kende een rampzalig verloop. De duiven werden zaterdagmorgen om 7.00 uur gelost. Op de dag van lossing zijn er een klein aantal doorgekomen en op zondagavond waren er bij veel verenigingen nog niet genoeg duiven thuis om de klokken leeg te halen. Bij de jonge duiven kregen we op de eerste de beste race al direct te maken met een heel moeilijke vlucht met veel achterblijvers. Zoveel zelfs dat besloten werd de tweede race te annuleren zodat de duiven die wel thuisgekomen waren de gelegenheid hadden weer even op krachten te komen. De vluchten daarna zijn prima verlopen. Afgelopen zaterdag een prachtige midfond vlucht voor de oude en ook een goed en snel verlopen snelheidsvlucht voor de jonge duiven. Ik denk dat we kunnen spreken van de twee mooiste vluchten van dit jaar.

HOE ZIET HET ER VERDER UIT
Zodra de helft van de jonge duivenvluchten voorbij zijn is ook het einde van het seizoen alweer in zicht. Nog twee mooie eendaagse fond vluchten. Op 29 juli de laatste midfond vlucht verder vier jonge duivenvluchten en dan de laatste vijf snelheidsvluchten ook wel natour genoemd. We leven dan 16 september en een week later gaan veel liefhebbers nog even gauw met vakantie. Zo ver is het nog niet. Als de weergoden ons goed gezind zijn valt er nog veel moois te beleven. Bijvoorbeeld de laatste 4 jonge duivenvluchten. De duiven zijn dan goed ingespeeld, de afstanden worden wat langer en de kwaliteit gaat dan meer en meer een belangrijke rol spelen. Vele malen heb ik al geschreven dat de prestaties van jonge duiven voor mij (bijna) niet meetellen bij de eindselectie. Wat wel meetelt zijn de prestaties die behaald worden op de drie laatste vluchten. Let er maar eens op, de duiven die dan goed komen zijn veelal als jaarling de betere vooral de duivinnen.
JONGE DUIVEN KOMEN GOED
In de winter heb ik mijn kolonie danig ingekrompen. Wat het verzorgen van het aantal duiven betreft is me dat zelfs heel goed bevallen. Twee hokken met elk 22 doffers en 22 duivinnen waarvan 10 koppels voor de kweek en de anderen om mee te spelen. Minder oude duiven betekent automatisch minder jonge duiven. Ik wilde er niet meer dan 30-35 het werden er uiteindelijk 26. Ik had me zo ingesteld dat er vanaf het begin af aan niets aan mocht mankeren maar ben achteraf denkelijk iets te streng geweest. Maar dat is achteraf en achteraf kijk je een koe in zijn kont, zeggen ze bij ons. Ik ben er 4 kwijt, 1 met een gebroken poot en bij een hele mooie blauwe duivin heb ik de chipring verwijderd omdat ze al twee keer bij een andere liefhebber het hok is ingegaan. Doordat ze geen chipring meer om heeft kan ik haar niet megeven. Ik wil haar namelijk beslist niet kwijt, ze krijgt de kans om zich in 2018 te bewijzen alhoewel dat ook niet zeker is omdat het verzorgen van de duiven steeds bezwaarlijker wordt. Wie weet tot wat voor nieuwe gedachten ik de komende maanden nog kom. Momenteel speel ik met 20 jonge duiven, ze zijn zo glad als een aal, ze glimmen tegen je op en ze trainen dat het een lieve lust is. Bij mijn zoon Marco is dat anders, hij loopt maar te mopperen dat zijn jonge duiven niet goed trainen en dat zou je niet zeggen als je zijn uitslagen ziet. Hij beleeft een uitstekend seizoen! In de stand voor het jonge duiven kampioenschap nemen we op dit moment de eerste en tweede plaats in.

DE TOEKOMST
De ene keer denk ik volgend jaar ga ik het zo doen en een paar dagen later denk ik er weer heel anders over. Het liefste zou ik ze in een keer allemaal tegelijk wegdoen. Het zou misschien wel de beste oplossing zijn. Misschien ja, maar wat als blijkt dat het niet de beste oplossing is. Zeventig jaar duivensport is een groot deel van je leven. Zo groot dat het al je vrije tijd in beslag neemt. De duivensport heeft mij heel veel plezier bezorgd en ik heb er veel aan te danken. Nog steeds ben ik een enthousiaste duivenmelker, het is de leeftijd die alles meer en meer afremt. Dan denk ik weer, ik ga door met nog minder duiven. Een figurantenrol is echter niet aan mij besteed en de duivensport van nu zit zo in elkaar dat je alleen met grotere aantallen duiven kunt meedoen voor de kampioenschappen. Vroeger kon je 12 duiven het oude duivenprogramma s[pelen en meedoen voor de titels. Dat kun je tegenwoordig vergeten. Het zijn de grotere die de dienst uitmaken, die gasten hebben honderden duiven. Dat doen ze goed, prima zelfs, helaas kan ik dat niet meer opbrengen. Ik val dus af en het vervelende daarvan is dat je gauw vergeten bent. Zo was dat ook dat ik met pensioen ging. 38 jaar bij dezelfde werkgever, ben er daarna nooit meer geweest en ook nooit iemand meer gezien. Ja, een enkele keer op een begrafenis. En zo glijden we af wat ook door mezelf komt. De gezelligheid is weg, een duivenclub is geen duivenclub meer. Vroeger met 40-50 leden en sommige clubs hadden meer dan 100 actieve leden, nu nog geen 10 meer en met 10 ga je ook niet zo gauw de polonaise lopen. Nee, de sfeer van vroeger is er niet meer en wij zijn ook niet meer als vroeger. Afgunst in de duivensport wordt steeds groter en onenigheid door het steeds maar veranderen in de organisatie. De duivensport en ook ik gaan een moeilijke tijd tegemoet. Doorgaan of……….?

HET IS HOOGSEIZOEN
Voor iedereen is er spel. Duizenden duiven doorklieven de laatste weken het Franse, Belgische en Nederlandse luchtruim. Inmiddels zijn er drie Internationale vluchten voorbij en alle drie werden ze gewonnen door een Nederlandse marathon duif. Een betere reclame voor de Nederlandse sportduiven bestaat er niet. Niet voor niets is er al jarenlang veel belangstelling vanuit de hele wereld voor onze duiven. BelgiŽ heeft meer dan een eeuw geleden het spelletje op gang gebracht. De Hollanders hebben dat overgenomen en niet alleen op grote afstanden. In BelgiŽ is er al jaren een gespecialiseerd spel op de snelheidsvluchten. Van eind maart tot eind september kan daar iedere week 100 en 200 km gespeeld worden. Die duiven vliegen door de wekelijkse training van dezelfde losplaats blindelings naar huis. Eenmaal thuis aangekomen zijn ze zo geconditioneerd dat ze geen slag om het hok maken want dat scheelt zo maar 10 plaatsen in de uitslag. Het is duivensport voor de kleine man waar wekelijks nog om de euro’s gespeeld wordt. Je moet dergelijke aankomsten minimaal een keer in je leven meemaken. Het is fantastisch om te zien met wat voor een snelheid die duiven naar beneden duiken, in een keer op de spoetnik en ze zijn geregistreerd. Adembenemend, echt waar!

HET KRIOELT VAN DE EENDAAGSE FOND VLUCHTEN
De eendaagse fond vluchten zijn enorm populair. Je kunt geen duivenkrant openslaan of je ziet allerlei reportages over dat soort vluchten. Ik heb er ook heel wat keren aan meegedaan maar het is nooit het spelletje geworden waar mijn voorkeur naar uit gaat. Omdat dat soort vluchten enorm veel publiciteit krijgen ben ik eens nagegaan hoe het met de deelname zit. Dat valt behoorlijk tegen, althans in ons land. Nog geen 20% van de Nederlandse liefhebbers is geÔnteresseerd in het Nationale of Internationale spel. Doordat veel eendaagse fond vluchten meetellen voor de kampioenschappen is daaraan de deelname zonder meer goed te noemen. De fond vluchten betekenen voor ons allemaal een ietsje meer als het gaat om het onthouden van de resultaten. Ik ben in de gelukkige omstandigheid dat ik in mijn 70 jarige duivenloopbaan al heel veel overwinningen heb behaald verreweg de meeste keren op de snelheidsvluchten. Maar die enkele keren dat ik provinciaal de eerste speelde op de eendaagse fond weet ik denkelijk nog haarfijn te herinneren. Ook hoe de aankomst ging en vaak ook de lange periode van wachten. Dat laatste is er de reden van dat ik niet van die lange afstanden houd, ik kan namelijk niet lang op duiven wachten daar ben ik veel te ongeduldig voor. Ik moet het vrij exact kunnen berekenen hoe laat ze komen zodat ik minimaal een half uur voor die tijd kan gaan zitten. Dan moet je wel oppassen dat je de snelheid van de juiste afstand berekend.

DAT OVERKWAM ME VORIGE WEEK
Veertien dagen terug speelde ik met de jonge duiven 1 en 2. De eerste 10 duiven kwamen vrij rap en toen viel het stil. Een half uur nadat ik mijn eerste duiven had geklokt kwamen de telefoongesprekken binnen. Het liep voor geen meter. Sommige kregen een duif en moesten dan minuten lang wachten voordat er een tweede kwam. Het werd een vlucht met een rampzalig verloop. Liefhebbers waren in alle staten. Om de boel rustig te houden vertelde ik in de club dat we pas op maandagavond vast konden stellen of het inderdaad een rampvlucht was. Helaas was dat zo. Mijn zoon Marco en ik waren zogezegd spekkopers. Wij misten er ieder twee, anderen waren meer dan de helft kwijt. Neem van mij aan dat zoiets niet alles te maken heeft met gezondheid. Hoe het komt, komt het, met zoiets is niemand gediend. Een heel verstandig besluit was het om de week daarna de tweede jonge duivenvlucht te annuleren. Wij vlogen toen alleen met de oude een race van 180 km die laat gelost werd maar gelukkig een goed verloop kende. Afgelopen zaterdag dus de tweede vlucht voor de junioren. Ik had uitgerekend dat ze ongeveer om half een zouden komen. Het was een vreemde gewaarwording dat mijn vriend, die alle weken komt kijken, er al om iets over half twaalf was. Vreemd omdat hij meestal aan de late kant is. Om kwart voor twaalf ging ik alles voorbereiden en terwijl ik daar samen met mijn kleinzoon Barney mee bezig was vielen er vier duiven tegelijk. De klok was aangesloten, vanuit de tuin werd geschreeuwd “ze zijn er al”, gauw de klep open maar ze bleven vliegen. Ik had mijn stofjas nog niet aan en ook mijn pet niet op, zo ben ik altijd gekleed als ik met de duiven bezig ben. Toen alles geregeld was vielen ze alle vier tegelijk en zaten daarna vrij snel binnen. Ik verspeelde de eerste prijs, die was voor zoon Marco, zelf speelde ik 2-3-4-5. Het had nog iets mooier kunnen zijn maar met deze uitslag ben ik ook meer dan tevreden. Wat was de oorzaak van deze verrassende aankomst. Ik had de afstand van de week er voor in mijn hoofd, dat was 180 km en we vlogen slechts 120 km. Laten we het er maar op houden dat dit met leeftijd te maken heeft.

CONDITIE IS ALLES
Als je de tijd neemt om je duiven te observeren leer en zie je veel. Vlak na het avond eten, als de duiven op rust zitten, kun je het beste duif voor duif goed bekijken. Nee niet in de hand, gewoon naar de duiven kijken. Degene die het meest strak in het pak zitten hebben een uitstekende conditie. Kijk of de oogjes glimmen, geen neusveertjes overeind, de kop mooi droog is en de hals moet hoogglanzend zijn, er mag geen veertje verkeerd zitten. Kop krabben en gapen zijn geen goede tekens, denk aan het geel of ornithose. De middelen daar tegen heb ik van Dr. van der Sluijs altijd in huis zodat ik direct kan ingrijpen. Meteen doen want van uitstel komt afstel en dan is het een zo goed als verloren seizoen. Kijk vooral ’s morgens naar de mestbolletjes, hoe droger en des te kleiner ze zijn des te beter. Toen een paar weken geleden het seizoen begon heb ik in het weekend steeds de coli kuur van Dr. Van der Sluijs in het drinkwater gegeven en tot op heden geen enkel symptoom dat er op lijkt dat er een coli besmetting aan zit te komen. Met verduisteren ben ik dit jaar voor de helft gestopt. Mijn ervaring is dat plm. twee weken nadat de verduistering is opgeheven de kans groot is dat de besmetting met de coli bacterie uitbreekt. Ik wil dat dit jaar voorkomen door vanaf de eerste prijsvlucht het hok voor de helft te verduisteren en zorg er voor dat ik het scherpe zonlicht buiten sluit. Tot nog toe verloopt alles naar wens maar of het zo blijft, ik hoop het. Mijn jonge duiven laten tijdens de training goed zien dat ze de vliegvorm te pakken hebben. Het prijspercentage ligt boven de 50% en na twee vluchten heb ik een jonge duif die op de eerste vlucht de eerste prijs won en op de tweede werd hij tweede. Zal het een nieuwe kampioen zijn of…….. er is nog van alles mogelijk. Het is een hele mooie lichtblauwe doffer. Niet te veel naar hem kijken want als je dat gaat doen ben je ze meestal snel kwijt. Of zal dat bijgeloof zijn?

ALWEER EEN VERREGEND WEEKEND
Het seizoen is 3 maanden onderweg, we zijn dus halverwege maar ik heb het idee dat het nog steeds moet beginnen. Het is alsof alles steeds sneller voorbij gaat. Momenteel is er voor iedereen spel. De sprinters zijn klaar en voor de fond mannen is het hoogseizoen. Hier en daar is het spel met de jonge duiven begonnen, de meeste zullen dit weekend starten. Ook zijn er afdelingen die nog een maand wachten. Zodra de jonge duiven halverwege zijn is het nog maar een sprongetje en we zijn al weer klaar voor dit jaar. Vroeger had ik het idee dat een duivenseizoen een heel jaar duurde en nu ik een oud mannetje ben is het zo maar voorbij. Wat is een dag, wat is een maand en wat is een jaar, de tijd vliegt. Dat kan ik zeggen want vorige week heb ik mijn 80ste verjaardag gevierd en tot op dit moment heb ik toch al drie overwinningen in het grote samenspel te pakken. Dat voelt goed als je de jongere, helaas kan ik niet van jeugd spreken, achter je weet te houden. We hebben inmiddels ook een paar zeer slechte vluchten achter de rug waaronder een zeer slechte voor de jonge duiven waardoor er al veel te veel weg zijn. Jammer, ook de duivensport is keihard er wordt op niemand gewacht, de show gaat door en voor velen is het tandenbijten om er bij te blijven. Opgeven komt niet veel voor in het woordenboek van een fanatieke duivenmelker. Helaas hebben veel oudere liefhebbers steeds meer moeite om door te gaan. Grote boosdoener is het verlies van te veel jonge duiven. Een goede vriend van mij had zogezegd een geluk bij een ongeluk. Op de bewuste vlucht waarop veel jonge achter zijn gebleven kon hij niet meedoen vanwege de coli besmetting. Doordat het een rampvlucht is geworden werd besloten de week daarna de vlucht te annuleren. Het komend weekend maken we een herstart, we gaan naar de zelfde lossingplaats als 2 weken geleden en nu kan hij met een volledige ploeg meedoen terwijl de anderen meer dan de helft kwijt zijn. Zo kan het ook gaan in onze sport.

GEZONDE DUIVEN
Het spel met de jonge duiven is bovenal een kwestie van gezonde duiven en dat is makkelijker gezegd dan gedaan. In Nederland kun je van alles meemaken, de ene dag tropisch warm en twee dagen later een verschil van 20 graden. Dan weer volop zonneschijn en een paar dagen later zware regenbuien. Het is niet eenvoudig om de hele ploeg voor de volle 100% in orde te hebben. Veel liefhebbers zijn geneigd hun duiven te helpen door ze allerlei middelen te verstrekken. Als je tot die categorie behoort is het oppassen geblazen. In alle duivenkranten worden talloze middelen aangeboden waarmee je harder speelt dan de concurrentie. Op zich leuk maar u weet net zo goed als ik dat ondanks de meest peperdure preparaten er uiteindelijk toch maar eentje kan winnen. Nog nimmer heb ik iets gelezen over een middel waardoor het verlies van jonge duiven tot nul wordt teruggedrongen. Nee, daar waagt geen enkele fabrikant zich aan en al die andere middelen zijn toch niet te controleren of je daar wel of niet een overwinning of goede prestatie aan hebt te danken. Het is nog steeds zo dat degene die de minste medicijnen gebruikt ook het beste speelt. Jonge duiven die je met pillen op de been moet houden zijn nog niet eens goed genoeg om er soep van te koken.

TELEURSTELLEND
Binnen onze vereniging is afgelopen winter besloten om ook eens een zogenaamde Belgen race te houden. Er werd een dag gepland om met de touringcar naar BelgiŽ te gaan om daar ieder voor zich een duif met Belgische ring aan te schaffen. Helaas ging dat feest niet door omdat er vogelgriep heerste. De markt was gesloten en er moest een andere oplossing gevonden worden. Na enig zoeken kamen we terecht bij het kweekstation van Natural. Het werd sowieso een erg leuke duiven dag en toen we de bus verlieten liepen onze leden met in iedere hand een doosje met een Belgische duif. Ook daarbij heeft het noodlot toegeslagen want veel van die duiven zijn net als onze eigen duiven gesneuveld op het veld van eer. De Belgen competitie is voordat we zijn begonnen nu al mislukt. Jammer, want al die extra’s zijn goed voor de duivensport. Een aparte competitie geeft ook meestal aparte winnaars en daar is het uiteindelijk om te doen. Zelf had ik ook 2 Belgen aangeschaft, een daarvan stond mij zeker aan. Hij ontwikkelde zich prima en het blauwe doffertje werd zelfs een van mijn favorieten. Helaas, ook hij moest op de laatste moeilijke vlucht het loodje leggen. En wat gebeurde er? Na een dag of tien zat hij zo maar weer in mijn hok. Hij voelde redelijk aan zodat hij zeer waarschijnlijk het komende weekend alweer mee kan en wie weet gaat hij ook nog de Belgen competitie voor mij winnen. Op de eerste vlucht was er slechts 1 liefhebber die zijn Belg op tijd thuis had en dat was ik niet. Nu ik hem weer terug heb is het toch wel leuk om verder aan die competitie mee te kunnen doen. Het is maar een aardigheidje maar ondanks dat zal de winnaar de huldiging nimmer vergeten.

DE TOUR DE FRANCE EN INTERNATIONAAL BARCELONA
Twee absolute sportieve hoogtepunten. De Tour die het voorbije weekend in Duitsland is gestart kende al direct de nodige problemen. Zware regen maakte het tijdritparkoers zo glad als een ijsbaan. Een van de grote favorieten, de Spanjaard Valverde, kwam zo ongelukkig ten val dat hij zijn knieschijf verbrijzelde. We moeten nog maar zien of hij ooit terug komt in het peloton dat hij dit jaar diverse keren zijn wil heeft opgelegd. De man won in het voorjaar alles, de vorm is er dus en dan is het binnen een seconde opeens gedaan. Iets te hard de bocht in en daar gleed hij met een forse klap tegen een van de metalen dranghekken. Een groot favoriet moest al op dag 1 dit grootste wielerevenement van de hele wereld per ambulance verlaten, tragiek van de bovenste plank. Op dit moment zijn ruim 17.000 duiven op weg naar de Catalaanse hoofdstad Barcelona waar zij als alles klopt vrijdag 7 juli worden gelost. Ook daarbij zitten een aantal favorieten die misschien door domme pech, slecht weer of vul verder zelf maar in geen kans maken op een goed resultaat laat staan een overwinning. Helaas zijn er nog steeds te veel liefhebbers die denken dat Barcelona een aardigheidje is. De afstand is voor veel duiven net iets te ver. Deze race is alleen weggelegd voor de allersterkste en dat zijn veelal niet de mooiste, de grootste of de kleinste. Het maakt niet uit of het een doffer of een duivin is. De finale zal gaan tussen duiven met een goede souplesse en met een uithoudingesvermogen van een paard. Of zal de winnaar van Barcelona zelfs een beter uithoudingsvermogen hebben? Beide evenementen zijn een sportief spektakel dat extra aandacht krijgt in de internationale pers. Ik ben een beetje chauvinistische Hollander en daarom hoop ik dat een Nederlander wint. Mocht dat niet zo zijn ik gun het iedereen! Belangstellend kijk ik uit naar de eerste internationale meldingen op zaterdag 8 juli. Twee weken daarna weten we wie de Tour heeft gewonnen. Alweer Froome?

NACHTELIJKE AANKOMSTEN GEWOONSTE ZAAK VAN DE WERELD
In Nederland werden in het weekend van 24 juni verschillende marathon vluchten gehouden. Noord-Nederland speelde vanuit Ruffec. De winnende duif moest 863 km overbruggen. Vrijdagmiddag om 13.15 uur werden ze gelost en reeds om 00.57.54 uur arriveerde de snelste van 3531 duiven. De 2e om 01.36 en de 3e om 01.41 uur. Om 9.32 waren de 883 prijsduiven op een afstand van 887 km thuis. Perigueux kende 997 deelnemers die 7102 duiven hadden ingezet. Vrijdagmiddag gelost op een afstand van 916 km, aankomst eerste duif 4.12.46 uur, ’s middags om 13.00 uur waren alle prijsduiven thuis. Nationaal Bergerac had 1156 deelnemers die 8389 duiven aan de start brachten. Gelost om 14.30 uur, arriverende winnende duif op een afstand van 820 km 2.40.09 uur. De 2e prijsduif viel om 2.20 uur op een kortere afstand. Om 4.30 uur waren er 30 duiven thuis en om 7.00 uur waren er al meer dan 100. Het internationale concours uit Pau werd gewonnen door de Nederlander Ed Maat uit Limmen Noord-Holland. Met een snelheid van 80 km per uur arriveerde zijn duif op een afstand van 1036 km om 20.45.49 uur. De fond mannen die een vroege prijs wilde spelen hadden dit voorbije weekend weinig gelegenheid om te gaan slapen doordat vele duiven ’s nachts van 1.00 tot 5.00 uur hun thuishaven wisten te bereiken. De eendaagse vluchten kende dat weekend een prima verloop behalve de provincie Noord-Holland en laat dat nu precies mijn vlieggebied zijn.

SCHANDALIG OM JONGE DUIVEN TE LOSSEN.
Het was onze eerste vlucht voor de jonge duiven, altijd spannend. Veel is er door de liefhebbers gedaan om hun jonge duiven goed voor te bereiden. Vele kilometers zijn gereden om de duiven aan de mand te laten wennen. Al vanaf eind januari zijn duizenden liefhebbers bezig om alles tot in de perfectie te regelen. Dat alles met de bedoeling om uit te blinken en te hopen op goede concoursen met weinig verliezen. Naar mijn mening moeten de jonge duiven in de slechtste periode van het jaar hun wedstrijden vliegen. Ieder jaar, en dat al vele jaren achtereen, worden er veel te veel duiven kwijt gespeeld. Vooral met jonge onervaren duiven is voorzichtigheid geboden. Toen ik voorbije zaterdag de lossing berichten op teletekst bekeek wist ik niet wat ik zag. Heel Nederland had in alle vroegte gelost behalve Noord-Holland. Wij moesten wachten want zowel op de losplaats als op de hele vlieglijn was het zwaar bewolkt met aan de westkant van Nederland buiige regen. Op internet kwamen berichten door dat zodra het op de losplaats goed zou zijn er gelost zou worden, de planning was tussen 2 en 3 uur. Het werd pas na drie uur en dat is voor het mooie eigenlijk te laat. Bij goed weer geen probleem maar wat als later blijkt dat het op de vlieglijn onverantwoord was om duizenden duiven hun wedstrijd te laten vliegen. Op het moment dat de duiven werden gelost waren er uiteraard heel veel liefhebbers blij dat er toch op zaterdag gevlogen kon worden. Niemand had enig vermoeden dat er van die lossing bijna niets terecht zou komen. Het werd een miskleun van de bovenste plank. De grote vraag is wie er op het laatste moment toch toestemming heeft gegeven de duiven te lossen. Hebben de lossingbevoegden verkeerde informatie ontvangen, wilde de chauffeurs met alle geweld naar huis om de zondag met vrouw en kinderen door te brengen? Het kan allemaal wel zo zijn maar de duiven gaan altijd voor. Die moeten professioneel worden begeleid en verzorgd worden. Risico’s mogen niet genomen worden. Op zaterdag werd gesproken van een regelrechte rampvlucht. Duizenden duiven wisten niet op welke manier ze thuis moesten komen. Eigenlijk mag je pas op maandagavond spreken van een rampvlucht, dan kan de balans worden opgemaakt. Ook maandagavond bleken nog duizenden duiven onderweg te zijn. Opvallend was dat veel duiven via de meldlijn door het hele land konden worden opgehaald. Je kunt merken aan hand van de vele meldingen dat het een landelijk probleem is. Liefhebbers geven nu eerder een vreemde duif op omdat ze allemaal met het zelfde probleem van grote verliezen te maken hebben.

CONSEQUENTIES
We kunnen nu al spreken van een verloren jonge duiven seizoen. Veel liefhebbers in Noord-Holland zijn al meer dan de helft van hun duiven kwijt en dan moeten we nog beginnen. Door deze teleurstellende lossing zal er aan het einde van het seizoen nog weinig te selecteren zijn. Liefhebbers gaan dan duiven aan houden die normaal gesproken uitgeselecteerd zouden worden. Door de grote verliezen gaan er onherroepelijk liefhebbers stoppen omdat het bijna niet meer op te brengen is na zulke tegenslagen toch maar weer door te gaan. Er wordt veel tijd besteed aan onze hobby. We moeten er allemaal veel voor laten en nog meer voor doen wat is op te brengen als alles normaal verloopt maar het houdt een keer op. Ik mag niet mopperen want ik heb er 22 van de 24 terug. Ik ben er met 31 begonnen dus ben er met het opleren en een paar trainingsvluchten met de grote wagen toch al 9 kwijt, dat is 30%. We krijgen nog 7 vluchten…… Wel is het zo dat op de eerste korte vluchten de meeste duiven verloren gaan. Ook de laatste vlucht kan er echter eentje worden met een rampzalig verloop en als je er dan al een flink aantal hebt ingeleverd moet je wel heel erg optimistisch zijn om toch weer vrolijk verder te gaan. Het is niet anders. Wel zou ik het de normaalste zaak van de wereld vinden als er een terdege onderzoek wordt gedaan. Zijn de begeleiders wel deskundig genoeg, krijgen zij wel de juiste en voldoende informatie. Ik heb me laten vertellen dat toen de wagens de lossingplaats verlieten ze 10 km verderop al in de regen reden. Dan vraag ik me toch af wie toestemming heeft gegeven de duiven te lossen. De hele groep van beleidsmakers, begeleiding en weet ik wat voor figuren nog meer moeten allemaal op het matje worden geroepen. Dan zal blijken waar de fouten zijn gemaakt en als blijkt dat onze begeleiders op eigen houtje hebben gelost dan moeten we van die mensen heel snel afscheid nemen. Het werd voor de Noord-Hollandse liefhebbers die met jonge duiven hebben meegedaan een pikzwarte bladzijde, iets waar we zeker niet op zitten te wachten. Teleurgesteld, ondanks dat ik 1 en 2 speelde wil ik het er voor deze keer bij laten. Geen goed woord over voor deze onverantwoorde lossing. Schandalig!

HOERA HET IS ZOMER
Zomer associŽren we met mooi weer. We denken dan aan het verblijf op de camping, aan wandelen of fietsen of misschien naar het strand of de bossen. Wij zijn echter met zijn allen duivenliefhebbers en als wij het over mooi weer hebben bedoelen we vast en zeker mooi weer voor de duiven. We hebben op het moment niets te klagen over het weer. Het is al verschillende keren mooi zomerweer geweest en er waren zelfs tropische dagen bij wat we hebben geweten met de jonge duiven. Vorige week en rampzalig verloop in BelgiŽ zelfs zo erg dat bepaalde gebieden de vluchten voor jonge duiven in het voorbije weekend hebben afgelast. Ongelooflijk zoveel duiven er weer zijn achter gebleven het gaat niet goed zo. Te veel jonge duiven zijn momenteel nog niet goed ingevlogen. Ze missen ervaring omdat ze nog steeds dichtbij huis zijn losgelaten. Vorige week hadden we de laatste training vlucht met de grote wagen. Ook nu weer erg veel duiven niet terug. Deze komende zaterdag begint het spel om de knikkers. Diverse hokken zijn al gehalveerd en dan moeten we nog maar beginnen. Nu is het zo dat vooral op de eerste vluchten de meeste duiven wegblijven, na enkele weken spel zijn de verliezen miniem. Je hoort dan nog al eens de opmerking; “nu is het kaf van het koren gescheiden”. Een opmerking die vaak gemaakt wordt door de mindere spelers. Wat ze er mee bedoelen? Heel eenvoudig, de zieke zijn weg en nu gaat het pas echt beginnen. Geloof me, het zijn niet alleen zieke of de slechte duiven die achterblijven. Zieke duiven hebben wel veel meer moeite om thuis te komen. Zijn er echter wel zoveel zieke duiven? Ik ben er van overtuigd dat verreweg de meeste liefhebbers hun uiterste best doen om alleen met gezonde duiven aan de start te komen. Het grote gros van onze leden zijn oudere liefhebbers. Mannen met jarenlange ervaring. Denk maar niet dat die niet weten welke duiven wel of niet mee moeten. Ik ken liefhebbers die al jarenlang heel sterk spelen en toch elk jaar te veel duiven verliezen. We mogen ook niet vergeten dat onze jonge duiven in de slechtste periode van het jaar moeten presteren.

KOUDE OF WARMTE
Kunnen duiven beter tegen de kou of tegen warmte. Ik denk dat het zeker te maken heeft met het land waar ze geboren worden. Een Afrikaan zal nimmer een Eskimo worden en andersom ook niet. Hollandse duiven zijn aan hun klimaat gewend en als het in ons land boven de 30 graden is praten we al gauw over zwaar duivenweer. Als daar dan ook nog eens een helblauwe hemel bij komt en om het nog erger te maken een krachtige oosten wind dan wordt het gegarandeerd een vlucht met een rampzalig verloop. Dat is wat anders dan een rampvlucht. Van een rampvlucht komen veel duiven helemaal niet meer terug. Een vlucht met een rampzalig verloop staat veel te lang open voordat de prijzen zijn verdiend en als de prijzen zijn verdiend is 75% van de duiven nog onderweg naar huis. Bij dat soort vluchten zeg ik altijd maandagavond moeten we de balans opmaken pas dan kunnen we oordelen of het een rampvlucht is of dat het een vlucht met een rampzalig verloop was. Als blijkt dat er op maandagavond nog maar 10% van de duiven niet terug is moeten we niet zeuren, dat hoort bij het tegenwoordige duivenspel. Ik weet het, 10% van je duiven inleveren is niet leuk, er wordt dan veel gejammerd, ik vind het ook niet leuk. Hoe het seizoen ook mag verlopen aan het eind van de rit blijkt dat we in oktober allemaal nog veel te veel duiven hebben. Geloof me dat zijn niet allemaal goede. U weet dat net zo goed als ik en toch maken we tijdens de selectie weer dezelfde fout als voorheen. We denken veel te snel dat we veel goede hebben. Begin dat maar eens te veranderen door te zeggen we hebben allemaal nog veel te veel slechte c.q. waardeloze duiven, anders kan ik het niet uitleggen. We stoppen even over de selectie want het spel moet nog beginnen. Vorige week heb ik er helaas 4 ingeleverd en daarmee behoorde ik tot de geluksvogels, de meeste liefhebbers waren er (veel) meer kwijt. Helaas heb ik ook een van mijn betere oude doffers in moeten leveren. Hij was tijdens de race neergestreken op het balkon van een oudere dame zo’n 80 km zuidelijk van mij. De beste dame belde en e-mailde mij zaterdagavond laat. De volgende zondagmorgen om 7 uur hing ze alweer aan de telefoon om te vragen of ik al iets had geregeld. Ze durfde de duif zelf niet te pakken, volgens haar sliep de duif. Ik had het direct door dat de duif dood was. Een duivenvriend van me was hem gaan halen en inderdaad hij sliep niet maar was van uitputting bezweken. Een doffer met 46 prijzen op zijn palmares die kun je eigenlijk niet missen. Sentimenten gaan dan een rol spelen zelfs zo erg dat je overweegt te stoppen. Eerlijk gezegd hoeft er nog maar weinig te gebeuren of het is echt zo ver. Het is maar goed dat wij duivenliefhebbers dergelijke tegenslagen ook weer vrij snel vergeten zijn zodat we na enkele dagen weer op andere gedachten komen. Je went eerder aan winnen dan aan het verspelen van je duiven, daar wen je nooit aan. Ik in ieder geval niet.

NATIONAAL CONCOURS
De derde week van juni begin van de zomer is het traditie dat in Nederland een Nationaal concours wordt gehouden vanuit St .Vincent de Tyrosse. Ik doe daar niet aan mee de afstand voor mij is 1082 km. Het is en blijft voor mij, ondanks dat ik geen fond speler ben, een bekende spraakmakende marathon vlucht. Vroeger deed heel Nederland daar met enkele duifje aan mee, ja ook ik. Weet u dat er vroeger wel 100.000 liefhebbers in ons land waren? In die tijd gingen er op dat soort vluchten meestal van die oude knarren mee. Doffers met grove neusdoppen, imposant om naar te kijken. Nu zijn het overwegend de twee jarige die de dienst uit maken. Dit jaar brachten 2.585 liefhebbers 13.240 duiven aan de start. Het zal u meteen opvallen dat het met zo een deelnemersaantal eigenlijk geen echte nationale vlucht is. Daarvoor is het aantal deelnemers, zeker voor een gesponsord Nationaal concours, veel te klein. Er wordt veel over dit soort vluchten gesproken en ook geschreven. Misschien krijgen ze wel te veel aandacht, maar goed het is en blijft een fraaie prestatie als uw duif de afstand met goed gevolg weet te overbruggen. De twee snelste duiven wonen op de voorvlucht in het zelfde dorp. Slechts 4 minuten na elkaar arriveerden deze twee Zeeuwse werkpaarden van het luchtruim bij Cees de Ridder & Zn en Klaas van de Graaff beide woonachtig in het Zeeuwse dorp Arnemuiden (946 km) in het zuidwesten van Nederland. De derde nationale duif arriveerde in Limburg (zuid oost Nederland) bij Lei Kurvers en Dr. Henk de Weerd. De 4e nationale duif moest een stuk verder. Die woont in het hoge noorden, afstand 1125 km en is het eigendom van Jaap Mazee uit Ens.

NEERLANDS POSTDUIVEN ORGAAN
Jarenlang was dit de grootste duivenkrant van Nederland. Een jaar of 8 geleden ging dit zeer gekende blad failliet. Enkele weken geleden is het opnieuw opgestart nu in digitale uitvoering. Voorlopig is de tekst alleen nog in het Nederlands. Degene die de Nederlandse duivensport op de voet willen volgen kunnen dat doen door te kijken op de site van: Het laatste nieuws, de rubriek de ALLERSNELSTE duif van Nederland, iedere week de tussenstanden van de nationale competitie de ALLERBESTE duif van Nederland en nog veel meer.

IK DACHT DAT IK HET RUSTIGER ZOU KRIJGEN
Voorbije winter heb ik mijn kolonie duiven drastisch ingekrompen. Het was noodzakelijk, ik kon het allemaal niet meer bijbenen, te veel werk. Voor iemand die prima in zijn vel zit maar wel 80 jaar is gaat het niet allemaal meer zoals je graag zou willen. Anders gezegd de wil is er wel maar het lichaam laat me een beetje in de steek. Ik was nooit een liefhebber van veel duiven. Ik moet het gemakkelijk kunnen overzien maar omdat ik wel een flink duivenhok heb zit je ongemerkt toch met meer duiven dan je eigenlijk zou willen. Door de specialisatie heeft men tegenwoordig aanzienlijk meer duiven dan in de 70 en 80’er jaren en daar wil ik juist niet aan meedoen. Ik probeer zo weinig mogelijk duiven te houden waar ik volop plezier aan beleef. Je zult dan prioriteiten moeten stellen en keuzes moeten maken. Je kunt dan niet overal aan meedoen maar dat deed ik toch al niet. Het fond spel was nooit echt aan mij besteed. Ik hou van de vluchten waarvan ik bijna op de minuut nauwkeurig kan berekenen hoe laat ze komen. Ik kan namelijk niet lang op duiven wachten, misschien houd ik daarom ook niet van vissen. Op iets te gaan zitten wachten wat ik nog niet eerder gezien heb is niet aan mij besteed. Ik haal wel een lekker gebakken visje aan de viskar waar we er in Nederland heel veel van hebben.

BOVENHOK
Mijn vliegduiven zitten in een hok dat boven mijn kantoor/kweekhok staat. Aan de noordwestelijke kant drie afdelingen voor jonge duiven en aan de zuidoostelijke kant drie afdelingen voor de oude duiven. Ik kan op twee manieren naar boven, een trap gaat binnendoor en de andere buitenom. Het is een goede therapie om dagelijks enkele malen de trap op en af te lopen. Het wordt een ander verhaal als je met drie of vier manden duiven de trap op en af moet en juist daar wilde ik van af. Ik was van plan om aan de zuidoostelijke kant drie afdelingen te benutten, 1 voor de weduwduivinnen, 1 voor de weduwnaars en 1 voor de jonge duiven. Beneden zou ik acht kweekkoppels houden terwijl ik daar 24 broedhokken heb. Meer broedhokken dan kweekduiven. De situatie veranderde. Mijn zoon Marco was weer in de Zaanstreek komen wonen en had onvoldoende ruimte om zijn hokken te plaatsen. Gelukkig was er bij pa voldoende ruimte, dus daar konden de kweekduiven naar toe. Ook was er voldoende ruimte voor de reserve duiven en omdat het kweekhok nu door zoonlief in gebruik is moesten pa zijn duiven naar boven verhuizen. De situatie is nu zo dat alle afdelingen weer bezet zijn en dat ik nog nooit zoveel duiven heb moeten verzorgen als momenteel het geval is. Eerlijk gezegd heb ik daar de grootste moeite mee maar anderen denken dat houdt je fit. Helaas is dat niet zo, ik word er doodmoe van. Wel geniet ik van de duiven, ik ben een echte duivenman en kan uren tussen mijn duiven zitten. Vroeger was het allemaal vlug en nog eens vlug want er moest ook gewerkt worden. Nu heb ik tijd genoeg en nu lukt het niet meer maar ik moet er niet aan denken dat ik door welke oorzaak ook mijn duiven weg moet doen.

WE DOEN ALLES SAMEN
Mijn zoon Marco heeft onvoldoende tijd, samen met zijn broer hebben ze een woninginrichting zodat er ook regelmatig op zaterdag gewerkt moet worden. Gelukkig is er het elektronische kloksysteem waardoor de duiven zichzelf klokken. Ik moet er niet aan denken dat ik zelf niet thuis ben als mijn duiven onderweg zijn. Maar goed, het is maar net wat je gewend bent. Over de prestaties hebben we niets te klagen, de duiven doen het formidabel. Van de 8 snelheidsvluchten hebben we er al vier gewonnen.

HET TRAINEN VAN DE JONGE DUIVEN
Op zaterdag 24 juni begint het seizoen voor de jonge duiven, we zijn dus druk met het trainen van de jonge garde. Het is de bedoeling dat we twee weken achtereen elke dag gaan rijden om de duiven in hun vliegritme te brengen. Vooral het verblijf in de manden en het leren drinken in de manden zijn voor de jonge duiven zeer belangrijk. Het allerbelangrijkste is de gezondheid en dat zijn ze. Ze trainen alsof ze achterna gezeten worden en als ze goed trainen eten en luisteren ze ook goed. Het ziet er dus veelbelovend uit. Gelijk met de eerste vlucht voor jonge duiven spelen we die dag onze derde midfond vlucht van 390 km. Dat zouden ze diezelfde dag ook in BelgiŽ doen maar dan met de jonge duiven. Ze starten daar veel eerder dan wij. Mijn mening is dat we in Nederland te voorzichtig zijn en dat komt omdat er ieder jaar erg veel jonge duiven niet terugkeren. Oorzaak? Dat kunnen er vele zijn en nog steeds weet niemand de juiste toedracht van deze rampzalige toestand. Het is toch verschrikkelijk dat je 5 maanden met de jonge duiven bezig bent om ze goed voor te bereiden op de races en dan is er zo maar opeens een dag dat er ik weet niet hoeveel duiven wegblijven. In BelgiŽ was dat het voorbije weekend het geval. Dat is ook de reden dat in BelgiŽ de vluchten voor jonge duiven het weekend van 17/18 juni zijn uitgesteld. Het was die zondag voor ongetrainde duiven zeer slecht weer. In de ochtend een wolkeloze hemel je kon zogezegd over de hele wereld kijken. Een scherpe inversie, scherpe zon met heel veel kracht en voor de mensen werd het afgeraden om langer dan een kwartier in de zon te zitten. Daarnaast was de temperatuur boven de 30 graden met een zuidoosten wind. Al met al zeer zwaar weer voor jonge duiven waarover ik al menig keer heb geschreven. Achteraf bleek dat ook zo te zijn want de verliezen waren massaal. Dat hebben ook diverse leden van mijn club gemerkt. Zij gingen zondagmorgen op pad met een flink aantal jonge duiven die om 11.40 uur op een afstand van 40 km werden gelost. Ik zag de bui al hangen en heb diverse mensen gewaarschuwd om niet mee te doen. Hou de duiven thuis, zei ik. Toen ik samen met mijn vrouw in de namiddag van een mooie fietstocht thuis kwam hoorde ik alle ellende. Die had er drie van de 24, een ander 12 van de 90, er waren er bij die drie vier uur nadat ze gelost waren nog steeds geen duif thuis hadden. Gelukkig werd het aan het begin van de avond wat koeler, de wind wakkerde aan en er viel zelfs wat regen. De kans was daardoor groot dat er de volgende dag zeker nog wat duiven door zouden komen. En dat was ook zo. Toch zijn er nog te veel duiven weg en dat was niet nodig geweest. Zelf heb ik ze maandag en dinsdag weggebracht en beide keren zaten ze al in het hok toen ik thuis kwam. Vrijdag gaan ze voor het eerst met de grote wagen mee en dat is weer een andere situatie. We wachten af. Het vertrouwen in een succesvol seizoen is zeker aanwezig. We zijn zelfs zeer optimistisch wat overigens helemaal niets zegt. Het moet mee zitten en er moet een beetje geluk bij komen.

MOEIZAME START
Op zaterdag 27 mei ging in Nederland het programma voor de lange afstand spelers van start. In BelgiŽ hadden ze de eerste Nationale vlucht van dit seizoen al te pakken. BelgiŽ speelde vanuit Bourges en in Nederland werd gebruik gemaakt van diverse lossingplaatsen. Zo speelde het zuiden Issodun en de provincie Noord-Holland (mijn speelgebied) zou vertrekken in Chateaudun doch door de stevige zuidoosten wind werd dat veranderd in Gien (voor mij 550 km) dat ter hoogte van Orleans ligt. Een goede beslissing voor de eerste vlucht op de eendaagse fond, een prachtige afstand. Voor onze begrippen was het echter zeer warm. Temperaturen van 30-32 graden komen in ons land bijna nooit voor. Al in de vroege ochtend was het op de lossingplaats al boven de 25 graden plus dat er in de loop van de dag kans was op hevige regenbuien met kans op onweer en zelfs hagelbuien. Toen ik ’s morgens het weerbericht raadpleegde zag ik dat er in BelgiŽ over de volle breedte van het Land (van Brussel tot aan de Noordzeekust) een storing lag waardoor ik direct dacht; dit wordt een zware en moeilijke vlucht. Zelf had ik geen duiven ingezet omdat ik geen liefhebber ben van die lange afstanden. Toch dacht ik toen ik ’s morgens uit het raam keek had ik toch maar wel meegedaan zulk mooi weer was het. Na het bekijken van het weerbericht dacht ik daar heel anders over. Met enkele vrienden hadden we afgesproken dat we bij een bekende liefhebber in de buurt zouden gaan kijken. Hij is een van de betere spelers op de vluchten van 500-800 km. Op alle lossingplaatsen waren de duiven in alle vroegte gelost in verband met de slechte weersvoorspelling voor de middag. Het plan was dat de duiven dan voor het slechte weer thuis zouden zijn. In Nederland hebben we die dag weinig van het slechte weer meegekregen. De koperen ploert stond hoog aan de hemel, het was ontzettend warm. En dan die zuidoosten wind, dat is in Nederland een windrichting waardoor de duiven vanuit het zuiden vrij snel boven de Noordzee kunnen komen en dat is dodelijk. We waren ruim op tijd op onze post om de duiven op te wachten en aangezien ik slecht op duiven kan wachten begon ik me al aardig te vervelen zolang duurde het. Telefoons stonden uit want we wilden niets van aankomsttijden weten, eerst moest er een duif zijn. Eindelijk kwam er een als een bliksemschicht uit de lucht gedoken, de klok wees 13.35 uur. Direct werd de duif gemeld wat verplicht is in ons land. Het was in de club de eerst gemelde maar in ons samenspel de ZCC bleken er om 13.00 uur en 13.03 uur al twee duiven gemeld te zijn. Zo op het eerste gezicht geen super prestatie wat het achteraf wel bleek te zijn. Binnen 5 minuten waren er 4 geklokt en dat waren vier plaatsen binnen de top-10 van het samenspel. Goed gekozen van ons om daar te gaan kijken! Om kwart over twee gingen we weer huiswaarts en toen waren er tien van de 46 thuis. Geen idee hoe het bij anderen was gegaan. Toen ik die zelfde avond ging informeren bleek het een rampzalige vlucht te zijn, de concoursduur was tussen de 2 en 3 uur. Allemaal weten we dat er dan nog 75% van de duiven onderweg is. Gelukkig dat het hoog zomer is, de dagen zijn lang en de duiven hebben zelfs tot ’s avonds half elf de gelegenheid de thuishaven te bereiken. Het wordt minder gemakkelijk als de duiven al van ’s morgens kwart voor zeven in de lucht hangen. Het tankje raakt leeg, door de droge zuidoosten wind krijgen de duiven vrij snel dorst waardoor de kans op stress ook groot is. Na ruim 6 uur vliegen krijgen ze ook wel trek in een hapje en als er geen drinken is en ook geen eten dan zeggen ze in de wielersport dat je hongerklop krijgt oftewel het kaarsje raakt uitgebrand en het is gedaan met de snelheid. De duiven die we thuis hebben zien komen mankeerde op het eerste gezicht helemaal niets, maar nadat ze een half uur thuis waren en op rust zaten kon je goed zien dat ze erg moe waren. Die zelfde avond waren er op de meeste hokken nog veel lege plekken. In het hoge noorden van ons land, in Friesland, moesten ze de volgende dag nog doorklokken omdat er onvoldoende duiven op zaterdag thuisgekomen waren. Nee, het was geen pretje voor de duiven en ook niet voor de liefhebbers. Tegenwoordig zijn er heel veel liefhebbers die hun duiven elke week spelen, ik ben daar nooit een voorstander van geweest. Misschien ben ik wel ouderwets, als ik mee doe speel ik mijn duiven vanaf 500 km om de week. Ik ga er vanuit dat ze zeker na zo een vlucht als afgelopen zaterdag wel een week rust verdiend hebben. Toch weet ik dat een heleboel van die duiven aanstaande donderdagavond opnieuw de mand ingaan, dit keer voor mij een vlucht van 350 km. Daar doe ik wel aan mee, ik vind dat de mooiste afstanden. Pas op, ook op die afstanden kan het weer zo maar flink tegen zitten en dan zijn ze soms veel moeilijker dan een race van 600 km met staartwind.

SPEL VOOR IEDEREEN
In de maand juni draait de duivensport op volle toeren, in elke discipline is er spel. Volgend weekend beginnen we met twee trainingsvluchten voor de jonge duiven. Die gaan dan voor de eerste keer in de grote wagen voor een gezamenlijke lossing van zeker 5000 duiven. De eerste drie vluchten van het jonge duivenprogramma worden de duiven in drie groepen gelost en vanaf de vierde vlucht gaat alles er in een keer uit. Voordat dit allemaal zo ver is zijn we eerste zelf zoveel mogelijk aan het rijden geweest zodat de duiven gewend zijn aan een kort verblijf in de mand plus dat ze in hun vliegritme komen. Zelf laat ik ze in drie groepen van 10 duiven los, meer heb ik er niet. Voorheen had ik er zeker twee keer zoveel, die tijd is voorbij omdat de jaren gaan meetellen. Ach, met 30 stuks moet je ook goed mee kunnen doen en je hebt er maar eentje nodig om te winnen. Het grote probleem (in vele landen) is het achterblijven van vooral te veel jonge duiven. Zelf mag ik niet ontevreden zijn omdat ik er verhoudingsgewijs maar weinig kwijt raak. Maar wat niet is, kan komen. Ik kan het niet vaak genoeg zeggen gezondheid is bij jonge duiven het belangrijkste van alles. Als dat niet het geval is, wees wijs en speel ze niet. Wacht liever een week, misschien dat ze uit zichzelf opknappen en anders kun je een medicijn geven tegen de kwaal waar ze last van hebben. Je moet dan wel weten wat die kwaal is. Maak daar gerust een soort studie van, het is als duivenliefhebber belangrijk dat je zelf kunt zien wat er aan mankeert om dan adequaat te kunnen reageren. Best moeilijk omdat velen geneigd zijn het altijd te zoeken in medicijnen en niet denken aan de kwaliteit van de duif en/of de melker. Dat het voor iedereen maar een succesvol en probleemloos seizoen mag worden.

EENDAAGSE FOND
De harten van de vele fond spelers beginnen steeds harder te kloppen. Dit weekend gaat het programma voor de lange afstand spelers van start te beginnen met Chateaudun (Frankrijk) met een afstand van ruim 500 km. Na de nodige vluchten met lage temperaturen en regen onderweg vliegt in Nederland de thermometer omhoog. Voor het komende weekend is de verwachting tropisch, 30 graden en een zuidoosten wind. Dat zijn we in ons land niet gewend en de duiven ook niet maar in andere landen worden dit soort lange vluchten bijna altijd met hoge temperaturen gevlogen. Het zijn niet mijn vluchten en zeker niet met die hoge temperaturen. Ik houd er niet van en daarom doe ik ook niet mee. Een andere reden is dat ik mijn duiven niet echt top vind. Elke week wel een aantal vroege duiven maar geen aansprekende series. Wel vind ik dat ze er steeds beter uit gaan zien (mag ook wel na 7 weken spel), typisch is het dat de eerste vluchten de doffers het beter deden dan de duivinnen en nu is het precies andersom. Komt misschien doordat de temperaturen wat hoger worden wat ook geld voor de nachten die lange tijd erg koud waren. Ik mag over de prestaties niet ontevreden zijn maar weet zeker dat het veel beter kan. Bij mijn zoon gaat het aanzienlijk beter. Hij heeft echt topvorm en maakt mooie series. Deze week was het weer een nek aan nek race tussen vader en zoon. Met een verschil van 0,06 meter per minuut werd een duivin van mij als eerste afgevlagd, mijn zoon kreeg een doffer voorop en het mooie is dat beiden een kleinkind zijn van mijn Olympic Big Leo die in 2011 Olympiade duif was in Poznan (Poland). Die van mijn zoon is helemaal een goeie want die won de week daarvoor de eerste prijs en nu dus met nauwelijks waarneembaar verschil de tweede tegen 1200 duiven. U ziet het, goed bloed verloochend zich niet. Ik geef mijn duiven nu een week rust, dat is het goedkoopste medicijn en meestal ook nog het beste.

DE JONGE DUIVEN ZIJN MOMENTEEL TOP
De jonge duivenvluchten komen steeds dichterbij. 10 en 17 juni twee trainingsvluchten en een week later op de 24ste gaat het echt beginnen. Veel liefhebbers kijken uit naar het spel met de junioren, ik ook. Meestal weet ik mijn partijtje goed mee te spelen en heb er echt zin in. De jonge duiven gedragen zich zoals we dat allemaal graag zien. Als ik ze los laat moet ik direct opzij stappen anders vliegen ze de pet van mijn kop. Ik heb er nog 31 en in een paar tellen zijn ze het hok uit en ik zie ze zeker ruim een half uur niet meer. Zodra ze terug boven het hok komen vliegen ze met zeer hoge snelheid van oost naar west en van noord naar zuid, een lust om naar te kijken. Precies na een uur trainen roep ik ze binnen en zo hard ze het hok uit vliegen, vliegen ze er na